27 november, 2020

309 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (2) - Niet in de KB

Dit is het tweede blog in de serie over de boeken die ik vond in de bibliotheek van Adri Offenberg. Dit keer ga ik in op twee werken die niet staan opgenomen in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek, oftewel de KB. En die mij in no-time in een 18e-eeuws dispuut over Spinoza brachten.

De boeken in de Koninklijke Bibliotheek

Maar eerst iets over de titel van dit stukje. De KB verzamelt en bewaart alle boeken, kranten en tijdschriften die in Nederland zijn verschenen en alles wat er in het buitenland over Nederland is gepubliceerd. Dat doet de KB al heel lang, maar dat wil niet zeggen dat de KB compleet is. De algemene collectie van de KB is de Nederlandcollectie. De KB zegt op de website: 

De Nederlandcollectie is de kerncollectie van de KB en omvat alles uit en over Nederland. Daaronder vallen uiteenlopende materialen, van Middeleeuwse handschriften tot hedendaagse uitgaven, en zowel digitale bestanden als fysieke objecten. De Nederland-Collectie is een erfgoedcollectie; alles wat daarin wordt opgenomen, wordt ook ‘voor eeuwig’ duurzaam bewaard en toegankelijk gemaakt. Binnen deze collectie streeft de KB naar volledigheid.

Er is altijd de mogelijkheid om boeken aan de KB te schenken. Er is een aparte pagina die uitlegt hoe dat in zijn werk gaat en wat de KB wel en niet wil hebben. Via social media laat de KB zelf af en toe een vraag los of iemand een boek kan vinden dat de KB nog zoekt, meestal op basis van vroeg-20e eeuwse krantenadvertenties waarin boeken worden aangekondigd, die nooit de KB hebben gehaald. Daarnaast zie ik collega-boekenliefhebbers ook zelf nog wel eens twitteren bij een nieuwe aanwinst dat deze "niet in de KB" te vinden is. Kennelijk zijn veel mensen zich er van bewust hoe belangrijk het is dat het KB als ons nationaal geheugen zo compleet mogelijk is. Overigens gaat het de KB er niet om dat alles per se in de KB aanwezig moet zijn. Het gaat hen vooral om de boeken die niet in de NCC terug te vinden zijn. De Nederlandse Centrale Catalogus NCC bevat de bibliografische gegevens en de vindplaatsen van circa 14 miljoen boeken en bijna 500.000 tijdschriften in meer dan 400 bibliotheken in Nederland.

In mijn collectie heb ik verschillende boeken die - volgens de online catalogus - niet in de KB staan. In een aantal gevallen staan deze boeken wel in de NCC, maar ik vind persoonlijk de KB echt het centrale punt is waar Nederlandse publicaties aanwezige zouden moeten zijn, dus voor mij is dat een relevant gegeven. Ik hou dit eenvoudig bij omdat ik al mijn boeken catalogiseer via LibraryThing. Deze site geeft mij de gelegenheid om alle mogelijke details van mijn boeken vast te leggen (bijvoorbeeld ook gewicht en afmetingen, zodat ik tot op de gram weet hoeveel mijn bibliotheek weegt). Bij het registreren van boeken haalt LibraryThing de details uit de catalogus van de KB (dit is mijn standaardinstelling), zodat ik direct weet dat een boek niet geregistreerd is bij de KB als ik ze probeer in te voeren. 

Intussen bevat mijn bibliotheek 48 titels die niet bij de KB bekend zijn, maar wel in de Nederlandcollectie thuishoren. Veelal zijn het nieuwjaargeschenken van uitgeverijen of werken in de categorie marginaal drukwerk. Maar groot of klein: uiteindelijk horen álle titels van of over Nederland natuurlijk in de Haagse kelders te staan. Het is mijn vaste voornemen om bij mijn overlijden in elk geval alle niet bij de KB geregistreerde boeken aan de KB te schenken. Mijn nabestaanden kunnen ze eenvoudig vinden via het digitale labeltje in mijn online catalogus. En dat wordt dan mijn bescheiden bijdrage aan het nationale boekenbezit.

Als het goed is komen er tegen die tijd ook twee titels naar de KB die oorspronkelijk in het bezit waren van Adri Offenberg. Beide kunnen gerekend worden tot de judaïca. Volgens de Nederlandstalig Art & Architecture Thesaurus zijn judaïca "objecten met betrekking tot Joods leven, religie en cultuur, vooral maar niet uitsluitend objecten van literaire, historische of culturele aard of in verband met riten." Beide werken zijn gelegenheidsuitgaven die niet in Nederland zijn gedrukt, maar wel een duidelijke connectie met Nederland hebben en om die reden, conform de beschrijving van de Nederland-collectie, in de KB horen.

Facsimile of a Haggadah, printed in Amsterdam in 1845

Het eerste boekje is een miniatuuruitgave (10,3 bij 7,2 cm) en is een facsimile van een haggadah. Een haggadah wordt door Joden gebruikt tijdens de sederavond en bevat het Bijbelse verhaal van de uittocht uit Egypte, aangevuld met een beschrijving van de gebruiken tijdens de sederavond en een beschrijving van de gerechten. Eén van die gerechten is trouwens maror, of mierik, dit is het bittere kruid waarnaar de gelijknamige roman van Marga Minco is genoemd.  

Deze facsimile is gedrukt in Vermont, in de Verenigde Staten in 1989. De gelegenheid was feestelijk: het boekje is speciaal gemaakt bij de 65e trouwdag van Anna en Benjamin Lifton en aangeboden door hun kinderen. Het origineel van deze haggadah is afkomstig uit de bibliotheek van The Jewish theological seminary of America

Met het boekje is iets bijzonders aan de hand: op het omslag staat dat het oorspronkelijke werk is gedrukt in Amsterdam in 1845, maar dit jaartal is doorgestreept en vervangen door 1840. Mijn interpretatie is dat Adri Offenberg als erkend deskundige op het gebied van Judaïca en oude drukken het beter weet dan de makers van deze facsimile en de conservator in Amerika en dat deze haggadah dus inderdaad in 1840 in Amsterdam is gedrukt. Het boek is in elk geval gedrukt door boekdrukkerij

Belinfante & de Vita. Over deze drukkerij heb ik verder weinig kunnen vinden. Op basis van de catalogus van de KB is zichtbaar dat deze drukkerij in de eerste helft van de 19e eeuw actief is geweest. Verschillende Joodse uitgaven (Bijbelboeken, gebedenboeken maar ook grammaticaboeken) zijn in de collectie opgenomen. Verder blijkt uit verschillende krantenadvertenties uit de 19e eeuw dat de boekhandel en uitgeverij was gevestigd aan de Weesperstraat 9 in Amsterdam. Zoals zoveel boekhandels beschikte deze ook over een leesbibliotheek (in de blog van Aad van Maanen is aan de hand van boekhandelsetiketjes veel te lezen over leesbibliotheken). Uit het bevolkingsregister van Amsterdam blijkt dat Sadok Cohen Belinante (1787-1839) in die tijd op het adres woonde. Maar wie De Vita was weet ik niet. De Weesperstraat was in die tijd een smalle straat, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Utrechtsestraat in Amsterdam. Nadat de Joodse bevolking was gedeporteerd en vermoord in de oorlog, werd in de hongerwinter al het hout uit de huizen gesloopt. Het resultaat was een verwoeste straat in 1945 en aansluitend werd besloten een verkeersader van de Weesperstraat te maken, later kwam daar nog de metrolijn bij. Alle oorspronkelijke bebouwing is verdwenen.

Ik kan mij voorstellen dat de KB niet deze facsimile bezit maar ik was benieuwd of de KB dan wel het origineel zou hebben. Ik heb het niet in de catalogus aangetroffen, niet als uitgave 1845 en ook niet in 1840.Van Belinfante & de Vita vond ik wel een haggadah uit 1837 bij de KB, zij hebben er dus meer gedrukt. Maar kennelijk is het exemplaar uit 1840 dus echt een missende uitgave in de KB. Stel nu dat de KB het origineel of de facsimile zou willen aanschaffen, zijn ze dan beschikbaar? Bij Abebooks vond ik één vermelding van het origineel, aangeboden door Meir Turner in New York. Voor het luttele bedrag van $18.000 is het boekje te koop. Meir Turner noemt trouwens ook als jaartal 1840, hij sluit daarbij aan bij Adri Offenberg. Gelet op het hoge bedrag voor deze haggadah is het werk op een bepaalde manier zeldzaam. Op Abebooks worden verschillende haggadah's uit dezelfde periode aangeboden voor veel lagere bedragen. Wellicht is dat ook de reden dat het uitgekozen is om een facsimile van te maken. Dat hadden de kinderen van Anna en Benjamin Lifton dan beter van het exemplaar van Meir Turner kunnen maken, want op de foto is zichtbaar dat dit een veel frisser exemplaar is dan die ik nu heb. Zo is de titelpagina van mijn facsimile gevlekt, waar deze titelpagina erg fris is. Een exemplaar van de facsimile heb ik verder trouwens nergens te koop gezien. 


Rechtfertigung des Rabbi David Nieto gegen den Vorwurf in seiner Predigt Spinozas Lehre zu verbreiten 

Het tweede werkje dat in de KB ontbreekt is ook een heruitgave, alleen geen facsimile. Het gaat om een dunne gelegenheidsuitgave dat volgens de titel betrekking heeft op een 18e-eeuws debat over de invloed van de leer van Spinoza in de Joodse gemeenschap. Het werkje is nog onafgesneden en werd in 1930 in Leipzig uitgegeven in een oplage van 200 exemplaren. Het werk is via deze site integraal te lezen. Als auteur staat Chacham Zwi Hirsch Ashkenasi vermeld. Deze in 1658 in Tsjechië geboren rabbijn was vanaf 1710 rabbijn in Amsterdam. Deze rabbi was bekend in heel Europa en had grote invloed op de de ontwikkeling van de  Joodse gemeenschap in die tijd. Eén van de kwesties waar hij mee te maken had was de aanwezigheid van volgelingen van de valse messias Shabbetai Zvi (1626-1676), die zich uiteindelijk zou bekeren tot de islam. Chacham Zwi was ook na het overlijden van deze valse messias druk met het weren van allerlei opvattingen over deze kwestie in de Joodse gemeenschappen. Maar hij had niet alleen te stellen met de volgelingen van Shabbetai Zvi, maar ook met een dispuut rond de in Londen werkzame rabbi David Nieto.

David Nieto (1654-1728) werd geboren in Venetië en was vanaf 1701 rabbi in Londen. De Londense Spaans-Portugese Joodse gemeenschap was een dochtergemeenschap van de Amsterdamse. Nieto werd op basis van een prediking, en later een uitwerking daarvan in één van zijn boeken, beschuldigd een aanhanger van de leer van Spinoza te zijn, oftewel het goddelijke te ontkennen, uit te gaan van de rede en daarmee elke vorm van openbaring of profetie te ontkennen. Voor een rabbi is dat een nogal ernstige beschuldiging en het is te begrijpen dat de gemoederen hoog opliepen in de Joodse gemeenschap. Niet alleen in Londen, maar al snel in een groot deel van West-Europa. Achteraf lijkt het erop dat een aantal van de belangrijkste beschuldigingen tegen David Nieto afkomstig waren uit de kringen van - daar gaan we weer - volgelingen van Shabbetai Zvi.

Alle reden dus om raad te vragen bij een invloedrijke en gerespecteerde rabbi, te weten Chacham Zwi. Hij nam het op voor David Nieto (misschien ook wel omdat hij een verklaard tegenstander was van zijn aanklagers) en pleitte Nieto vrij van het zijn van een volgeling van Spinoza. Volgens Zwi hadden de leden van de Londense gemeenschap Nieto niet goed begrepen: hij had weliswaar in dezelfde woorden als Spinoza verklaard dat God en de natuur één zijn, maar wilde daarmee precies het tegenovergestelde punt maken: niet dat er geen openbaring is, maar juist dat die er wél is. Een levendige beschrijving van het dispuut vind je hier. Na deze interventie bleef David Nieto rabbijn in Londen, waar hij later werd opgevolgd door zijn zoon Isaac Nieto.

Het is een ingrijpende en impactvolle situatie geweest voor de Joodse gemeenschap in die tijd. Dit is de reden dat de conclusie van Chacham Zwi zo van belang is, en waarschijnlijk ook de achtergrond van deze herdruk in 1930. Deze uitgave was bedoeld voor de leden van het Soncino Gesellschaft (Engelstalige link en nog een Engelstalige link), een gezelschap Joodse bibliofielen (het eerste en enige Joodse bibliofiele genootschap, aldus verschillende bronnen) met uiteindelijk zo'n 600 leden. Opgericht in 1924, werd het gezelschap door de nazi's ontbonden in 1937, nadat het ruim 100 publicaties had uitgegeven. Ondanks de verwoesting door de nazi's van Joods cultuurgoed zijn alle publicaties van het genootschap bewaard gebleven. Ze worden digitaal beschikbaar gemaakt door de bibliotheek van het Joods museum in Berlijn. Het Soncino Gesellschaft werd onder meer door Hermann Meyer (1901-1972) opgericht en hij is dan ook, met Curt Munter, de initiatiefnemer van dit werkje.

Het is niet onlogisch dat dergelijke uitgaven bij Adri Offenberg terecht zijn gekomen. Ze sluiten prima aan bij zijn aandachtsgebied. Maar hoe zij er gekomen zijn weet ik niet en kan ik niet meer achterhalen. 

13 november, 2020

308 - Uit de nalatenschap van een bibliofiel (1)

Het nalopen van advertenties op Marktplaats biedt vaak onverwachte kansen. Ik begin er inmiddels ook redelijk ervaren in te worden - het uitvissen van advertenties met veel potentie. Zo zag ik onlangs een advertentie waar een aantal boeken in werd aangeboden die typisch zijn voor een echte boekenverzamelaar en ook nog eens voor een zeer sympathieke prijs. Uiteraard wilde ik de boeken hebben, maar ik vroeg de verkoper of er misschien nog meer interessante boeken waren, want het type boeken in de advertentie staat meestal niet op zichzelf. Dat bleek inderdaad het geval en ik werd uitgenodigd om te komen kijken en te zien of er nog wat van mijn gading bij was.

Razend benieuwd naar wat ik zou aantreffen stapte ik dat weekend in de auto, op weg naar het aangegeven adres. Ik bleek te zijn uitgenodigd in de woning van de onlangs overleden Adri Offenberg. Deze woning moest worden ontruimd en dat betekende dat ook een groot deel van de boekenverzameling weg moest.

Dr. Adri K. Offenberg is een zeer bekende naam in de wereld van het oude en bijzondere boek. Hij was oud-conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana. Hij kwam al in 1965 in dienst van de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam en is daar uitgegroeid tot een gezaghebbend expert op het gebied van Joodse cultuur, Joodse boeken en boekwetenschap in het algemeen. Hij heeft verschillende publicaties op zijn naam staan over zijn specialismen. Naar aanleiding van de verschijning van het door Offenberg geschreven deel 13 van de Catalogue of Books Printed in the Xvth Century Now in the British Library in 2004 werd een gesprek met hem gepubliceerd in het tijdschrift De Boekenwereld (jaargang 22 nr. 4, hier na te lezen). Hij was toen al aan het einde van zijn carrière bij de UB. In het artikel staat: 

En, dr. Offenberg, klaar? ‘Eerlijk gezegd’, vertelt hij, ‘heb ik het nu drukker dan ooit en moet ik interessante aanbiedingen afslaan. Ik rond nu dan wel mijn werkzaamheden aan de Bibliotheca Rosenthaliana af (...). Ik ga geloof ik nog even door, maar ik zal wel proberen de uiterlijke rust die ik schijn uit te stralen wat meer te verinnerlijken.’ 

Adri Offenberg bewoog zich in kringen van het genootschap van bibliofielen en diverese andere verenigingen op het gebied van boekgeschiedenis en boekwetenschap. Ik ontdekte dat hij een keer geïnterviewd is door Boudewijn Büch en hij gaf regelmatig lezingen over zijn werk. Kortom, hij bleef steeds bezig met zijn passie en deelde zijn kennis graag uit. Een mooi artikel over zijn leven en de betekenis van zijn werk is verschenen onder de titel Adri K. Offenberg. The quintessential bibliophile (pdf), inclusief een bibliografie van zijn werk van 13 (!!) pagina's. Zelfs Perkamentus heeft weleens over hem geschreven.

En nu is hij dan overleden. Een vermaard boekenman is niet meer. Het is bijna niet voor te stellen hoeveel kennis hierdoor verloren is gegaan, maar hij laat gelukkig veel van die kennis achter in zijn publicaties. 

Onvermijdelijk is er dan natuurlijk ook nog een praktische kant aan dit alles: wat gebeurt er met de bibliotheek? Bij die vraag komt mijn betrokkenheid bij de nalatenschap van Adri Offenberg in beeld. Toen ik aankwam in de voormalige woning bleek dat er veel tegelijk gebeurde: veel van de inboedel was verkocht en werd opgehaald op die dag en ik werd gewezen op de kasten met boeken. Mensen sjouwden met stoelen en bloempotten terwijl ik alleen maar oog had voor de kasten met bandjes. Gelukkig bleek dat dit niet de volledige bibliotheek van Offenberg was - dat zou ik tamelijk schokkend hebben gevonden. De belangrijkste en kostbaarste werken waren er al uit geselecteerd en blijven bewaard door de nabestaanden. Een ander deel zal worden verkocht bij Bubb Kuyper zodat deze beschikbaar komen aan andere verzamelaars én ze bij verkoop op waarde worden geschat. Maar onvermijdelijk blijven er dan nog een heleboel boeken in huis over en wat doe je daar dan mee? En al helemaal als de nabestaanden veel minder passie voor boeken hebben dan de overledene zelf. Het deed mij denken aan het jubileumboek van het Genootschap van Bibliofielen, het door Paul van de Capelleveen geschreven boek "De complete verzameling. Notities over het einde van boekencollecties". Daarin worden verschillende aspecten uit het verzamelaarsleven besproken, waaronder het eindigen van een verzameling door overlijden (en de last die dan ontstaat voor nabestaanden). Adri Offenberg wordt in dit boek trouwens nog aangehaald (p. 105).

Zoals ik eerder al schreef weet ik niet alles, maar wel veel van boeken. Ik ben daarom alle kasten met overgebleven boeken langsgegaan en het minutieus gekeken of zich daar nog kostbare titels bevonden. Die waren er niet meer, dus zowel de eigen selectie door de nabestaanden als de selectie door Bubb Kuyper waren zorgvuldig geweest. Dat wil niet zeggen dat de overgebleven boeken waardeloos waren. Misschien was hun monetaire waarde niet hoog, maar voor een bibliofiel als ik zaten er talloze interessante werken tussen waarvan zich al snel een stapeltje naast mijn voeten vormde. Offenberg bleek naast een voorliefde voor incunabelen en judaïca namelijk ook belangstelling te hebben voor kleiner, marginaal, bibliofiel drukwerk. Daarnaast waren er verschillende 'boeken over boeken' te vinden. Allemaal zaken die mij erg aanspreken.

Ik mocht mijn stapeltje extra boeken voor een hele vriendelijke prijs meenemen. In volgende blogs vertel ik wat ik zoal aantrof. Op het moment van meenemen had ik niet de tijd alles nauwkeurig te bekijken, dus thuis waren er nog een paar mooie verrassingen bij. Een hele grappige vondst was de Ledenlijst van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging uit 2005, duidelijk uit de tijd dat de AVG er nog niet was en persoonlijke informatie gewoon vrijelijk kon worden verspreid, bijvoorbeeld via gedrukte adressenlijsten. In deze ledenlijst vond ik de namen, adressen én persoonlijke mailadressen van alle leden van de NBV. De meesten ken ik niet, maar de namen Gerrit Komrij, Frans A. Janssen, Jos Biemans en J.A. Brongers doen wel een belletje rinkelen. Ik zal de lijst op gepaste wijze vernietigen, maar ik vond het bijzonder om al deze namen bij elkaar te zien.

Na mijn vertrek hebben de nabestaanden en ik contact gehouden over wat er met het restant van de boeken moest gebeuren. Omwille van tijdsdruk is er voor gekozen om een antiquariaat te vragen om de resterende boeken over te nemen. Een andere optie was om de boeken in kleine kavels te verkopen via bijvoorbeeld Catawiki of op Marktplaats. Maar dat zou een kwestie van een lange adem zijn geweest. En waar laat je de boeken in de tussentijd? Dus dan is een antiquariaat een efficiënte keuze: het levert relatief wat minder op maar je bent het dan wel kwijt. En ook op die manier komen de boeken weer beschikbaar voor andere boekenliefhebbers. 

Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen een aantal mooie dingen mee te nemen uit de boekenverzameling van Adri Offenberg. Ik heb de nabestaanden er van kunnen verzekeren dat zijn verzameling boeken - zelfs het beetje dat ik er van gezien heb - er toe deed, fraai was en uiting gaf van grote boekenliefde. In mijn eigen catalogus geef ik altijd aan waar ik mijn boeken vandaan heb. Ik heb nu een kleine maar betekenisvolle deelverzameling met de vermelding 'uit de nalatenschap van Adri Offenberg'. Ik beschouw het als een eer dat ik een aantal boeken uit de bibliotheek van zo'n gezaghebbend, deskundig en naar verluid buitengewoon vriendelijk mens in bezit mag hebben. Waar een advertentie op Marktplaats al niet toe kan leiden! Zoals gezegd: in de komende afleveringen van dit blog zal ik stilstaan bij een paar van de boeken die op deze manier heb verkregen, want met deze herkomst is over elk boek wel een interessant verhaal te vertellen. 

Edit juni 2026: ik was heel verguld toen ik ineens tegen deze uitgave aanliep: de door onder meer Adri Offenberg gerealiseerde jubileumuitgave t.g.v. 200 jaar Bibliotheca Rosenthaliana. Niet alleen een prachtige uitgave waarin veel van de schatten in de bibliotheek worden toegelicht. Maar ook mooi om toe te voegen aan het rijtje titels uit Offenbergs eigen bibliotheek!

30 oktober, 2020

307 - De boeken op reis en op de nieuwe bestemming

Al eerder schreef ik over een aanstaande verhuizing van mijn bibliotheek, en de rest van de inboedel. Dat was in het voorjaar van 2019. Om tijd te winnen had ik de bibliotheek alvast ingepakt. Het aankopen van een geschikt huis bleek echter nog lastiger dan het aankopen van een geschikt boek, en met het laatste ben ik beduidend succesvoller dan met het eerste. Een gekocht huis ketste af en toen we ons er eigenlijk al bij hadden neergelegd dat we niet gingen verhuizen, was daar toch ineens een geschikte woning.

Inmiddels stond de bibliotheek al maandenlang ingepakt. Ik bleek in de tussentijd steeds boeken nodig te hebben die in een van de dozen zaten. En hoewel ik de boeken goed gesorteerd had ingepakt en de dozen duidelijk had gelabeld, heb ik regelmatig gefrustreerd vergeefs dozen opengescheurd op zoek naar een boek dat ik uiteindelijk niet vond. Het werd tijd om ze uit te pakken en opnieuw te ordenen.

Het aardige van het verhuizen van een bibliotheek is dat als je de verhuizers waarschuwt dat het 'best veel' boeken zijn, zij een ander begrip hebben van 'best veel' dan ik. In de ogen van een verhuisbedrijf is 'best veel' boeken maximaal een doos of 10. Als zij dan een kamer zien met ruim 100 boekendozen, moet zelfs de meest ervaren verhuizer toch even slikken. Zeker omdat ik er argwanend bij sta te kijken als de dozen worden verplaatst: het is niet de bedoeling dat mijn boeken beschadigd aankomen op de nieuwe plek. Het valt ook niet mee voor de verhuizers dat de dozen allemaal in de verste zolderkamer staan, zodat ze allemaal al flink wat spierkracht vragen voordat ze überhaupt in de verhuiswagen staan.

Maar uiteindelijk verliep de verhuizing vlekkeloos. In mijn gedachten was de beoogde werkkamer/bibliotheek in die periode steeds kleiner geworden en ik was bang dat ik het overschot aan boeken op allerlei onduidelijke plekken in huis zou moeten opbergen. Na de verhuizing was de helft van de kamer gevuld met opgestapelde boekendozen - plus alle andere spullen waarvan we op dat moment even niet wisten waar we het moesten laten. Het zou nog een hele uitdaging worden om daar een mooie bibliotheek van te maken.

Wat niet hielp was dat we ondertussen in de coronacrisis terechtkwamen. Mijn werk piekte en de noodzakelijke vrije tijd om de boeken te laten wennen aan hun nieuwe woonplaats ontbrak. Het zou uiteindelijk tot de zomer duren - ruim een jaar na het inpakken van de boeken - dat ze allemaal op hun plek in de bibliotheek stonden.

Maar wat een fijne plek is het geworden! De beoogde kamer bleek in werkelijkheid toch veel ruimer dan ik vreesde. De 10 billy's (mét opzetkasten) kunnen er ruim in. Daarnaast zijn er nog wat losse, kleinere kastjes met boeken, een werkplek en dan is er zelfs nog genoeg loopruimte. Sterker nog: met wat handig verplaatsen kan er tzt nog wel een kast bij, dus voorlopig heb ik ruimte genoeg.

Het betekent dat ik mijn boeken ook weer eens goed heb kunnen ordenen, zodat de deelverzamelingen tot hun recht komen. En het allermooiste: er is ruimte voor een klein vitrinekastje, waar ik de boeken die het meeste voor mij betekenen c.q. de hoogtepunten van mijn favoriete schrijvers in kwijt kan.

Dit is de vitrinekast. Op de bovenste etage staat onder meer mijn incunabel (lees er hier meer over en hier ook), het boekje van Van Westreenen dat ik in de boedel van mijn overleden oom vond (zie hier) en het cadeau van Adriaan van Dis (lees hier). De plank daaronder o.a. de eerste druk van Nescio (hier beschreven), de luxe uitgave van Tommy Wieringa (zie hier) en een uitgave van Jan van Herreweghe (het houten boekobject). Op de plank daaronder boeken zoals de bibliofiele Bordewijk (zie hier), de multigesigneerde uitgave van Het Nationale Toneel (mooie marktplaatsvondst), de roman van Marcel Möring waar ik aan mocht meewerken en natuurlijk de gesigneerde Holbrook Jackson (veilingkoop). De onderste plank lijkt leeg, maar is het niet: mijn onzichtbare boek (lees er hier over) past daar precies in, het lijkt wel alsof het vitrinekastje er voor is gemaakt. 

Wat er in zo'n vitrinekastje komt is altijd een arbitraire keuze. Het biedt mij in elk geval gelegenheid om bezoekers van de bibliotheek in kort bestek mee te nemen in mijn passie: waarom verzamel ik boeken en welke boeken verzamel ik wel en niet. Ondanks corona komt er natuurlijk best veel aanloop in het nieuwe huis en krijgen veel mensen ook een rondleiding. Dus enig toelichting is wel nodig. De meeste bezoekers komen niet verder dan het vitrinekastje en het werpen van een blik in de rest van de kamer onder het uitroepen "wat veel boeken!". Meestal gevolgd door: "heb je die allemaal gelezen?". Het antwoord dat ik geef ontleen ik meestal aan de column van Umberto Eco die hierover schrijft (in "Hoe rechtvaardig je een persoonlijke bibliotheek", opgenomen in Op reis met een zalm). Het is immers - hoe oprecht ook gesteld - toch een onzinnige vraag die een onzinnig antwoord rechtvaardigt. In navolging van Eco zeg ik dingen als "Ik heb er nog geeneen van gelezen, waarom zou ik ze anders hier hebben staan?" of "Nee, dit zijn de boeken die ik deze maand nog moet lezen, de andere staan elders". Dat is meestal genoeg om de bezoeker in verwarring achter te laten.

En dan de rest van de bibliotheek. Ik heb de boeken als volgt geordend:

Allereerst de kast met bibliofiele uitgaven. Hierin staan al mijn uitgaven van Stichting de Roos (de complete serie, behalve de Escher) en daarnaast een hele serie 'overige uitgaven' van De Roos zoals nieuwjaarsuitgave of speciale uitgaven voor leden. Daarnaast bevat deze kast de complete serie bibliofiele nieuwjaarsuitgaven van Zetcentrale Meppel die ik zo'n 13 jaar geleden op Marktplaats vond. Mijn recente aankoop van de Crawford-deuren reeks staat er ook in, hoewel dit niet per se een bibliofiele uitgave is - maar waar laat ik ze anders? Naast dit alles staan er nog wat losse bibliofiele uitgaven en op de onderste plank verschillende delen uit de Gouden Reeks van Athenaeuem Polak & Van Gennep. Ik hoop die reeks binnenkort uit te breiden, mede aan de hand van het fantastische overzicht van Danny Habets, en dan moet ik een andere plek zoeken want de kast is vol. Bovendien is ook de Gouden Reeks niet echt bibliofiel, dus sowieso moet hij ergens anders.

De volgende kasten worden gedomineerd door de boeken over boeken: de bovenste vijf planken van elke kast bevatten deze deelcollectie, in totaal dus circa 7 meter. Daaronder staan dan  onder meer de poëzieuitgaven, theaterteksten en de klassieke auteurs. Die laatste zijn voornamelijk boeken uit de Ambo Klassiek-reeks en van Athenaeum Polak & Van Gennep. 
De overige boeken - Nederlandse fictie en fictie van buitenlandse auteurs - staan in 5 kasten die in de vorm van een gangetje zijn neergezet, zodat je echt tussen de boeken kan staan. Ik moet daar alleen nog iets aan de verlichting doen, want het is een beetje donker, maar het is een mooi plekje waar alle boeken kunnen staan. Tussen de standaardplanken van de billy's heb ik extra planken gevoegd, zodat een standaard billy niet zes, maar acht planken heeft. Weliswaar kunnen niet alle boeken nu rechtop staan, maar ik heb wel 10 planken extra en zo kan ik alles goed kwijt. Ruim 34 meter fictie staat tot mijn beschikking. Een laatste kast bevat verschillende series: alle literaire juweeltjes, de uitgaven van de slibreeks en verschillende reeksen van CPNB-uitgaven (zoals van de Maand van de geschiedenis of de Maand van het spannende boek). 
Het is een mooie uitstalling van boeken. In de hoek van de kamer staat mijn bureau en dat is mijn thuiswerkplak. Vanaf mijn stoel kan ik de meeste boeken zien. Als ik tijdens het werk even een moment pauze neem ben ik omringd door mijn vrienden die naar mij terugkijken vanaf hun comfortabele plek in de nieuwe bibliotheek, waar ze ruim kunnen ademen en hopelijk veel nieuwe vrienden kunnen verwelkomen.

06 september, 2020

306 - Bijzondere vondsten in Den Haag: alles voor een euro

 Lang geleden onderhield ik op dit blog een serie waarin ik verslag deed van mijn vondsten op de "eurotafel" van boekenmarkten. Die marktkramen waar onafzienbare rijen willekeurige boeken staan, met daarboven een handgeschreven briefje dat alles er een euro kost. En waar oude reisgidsen naast reclamefolders staan, buitenlandse pockets tussen kunstcatalogi en gebruiksaanwijzingen voor nu klassieke voertuigen genoeglijk tegen kookboeken aan leunen. Dergelijke tafels zijn eigenlijk een aanfluiting op een serieuze boekenmarkt, het niveau is lager dan van een willekeurige kringloopwinkel (daar zijn boeken nog enigszins gesorteerd) en de kwaliteit ook: boeken met afgescheurde omslagen staan net zo opgewekt op een koper te wachten als de rest. Na verschillende afleveringen van deze serie verplaatste mijn werk zich en kwam ik nog maar weinig in Den Haag of op boekenmarkten.

Maar toch... ook al zijn deze eurotafels op het oog niet aantrekkelijk, overal zijn mooie dingen te vinden en ik vind het een uitdaging om van dit soort plekken toch weg te lopen met iets dat een aanvulling op mijn verzameling is. Toen ik deze week dan ook weer eens op een donderdag in Den Haag was, zette ik snel koers naar de boekenmarkt op het Korte Voorhout om te zien of vergelijkbare eurotafels als waar ik tien jaar geleden mooie vondsten deed ook nu nog aanwezig waren. En dat was zo, en niet alleen dat: binnen mum van tijd deed ik een paar mooie vondsten.


Eén van de eerste werken die ik vond was de Ballade van de honderd vrijers van Kees Stip (1913-2001). Kees Stip is vooral bekend geworden onder de naam Trijntje Fop, met dat pseudoniem publiceerde hij honderden dierenversjes. Zijn werk wordt aangeduid als 'light verse' en hij is dan ook de naamgever van de Kees Stip-prijs voor light verse (later ook toegekend aan onder meer Drs. P.). In de oorlog verscheen van hem onder pseudoniem het gedicht Diewertje Diekema. Een lied in dertig verzen waar geen woord Spaansch bij is, een persiflage op het gedicht Mária Lécina (1932) van de dichter J.W.F. Werumeus Buning. De eerste druk verscheen in 1943, zogenaamd bij de ‘N.V. Douwe Diekema’s uitgeversmaatschappij op de Elfstedengracht 333’ te Franeker. De echte uitgever was Chris Leeflang. Het gedicht werd razend populair en tijdens de oorlog veelvuldig gekopieerd en verspreid. Juist het overdreven, oer-Nederlandse karakter van Dieuwertje werd als bespotting van het het Blut-und-Boden-denken van de nazi’s gezien. 

Deze Ballade van de honderd vrijers verscheen in 1951 en gaat over de thuiskomst van Odysseus, die lang weg is van huis waarna 100 mannen op Ithaka zijn vrouw Penelope het hof gaan maken. Net op tijd komt hij thuis en hij wreekt zich op deze 100 vrijers. Een klassiek verhaal, door Stip in 32 coupletten verteld. Het mooie van dit exemplaar, uit 1968, is dat dit een gesigneerd werk is. De schrijver schreef in het boek: "Geschreven 1945. Voorlaatste couplet 1975". Even verder bladerend bleek inderdaad op p. 23 een extra couplet door de schrijver toegevoegd te zijn. Ik denk dat er dit staat:

Want menig mensenhart vergeet / Vervuld van eigen mijmerijen / De nood van zelfs de meest nabijen / En alle tranen die wij schreien / Zijn tranen om ons eigen leed




Een mooie vondst waar ik met veel plezier een euro voor gaf. Later vroeg ik mij af of een dergelijk exemplaar al eens eerder gevonden was. Tot mijn grote verbazing biedt Fokas Holthuis hetzelfde werk aan, met dezelfde opdracht en dezelfde toevoeging. Zelfs in tweevoud, met in één exemplaar een extra opdracht. Kennelijk heeft Kees Stip in serieproductie een aantal exemplaren van deze Ballade gesigneerd en van het extra couplet voorzien. Of zouden dit gewoon allemaal herdrukken zijn van één origineel exemplaar waarin die tekst is toegevoegd? Neemt Kees Stip ons hier beet? Ik denk het niet, want ik vond op de site Schrijversinfo een vermelding van nóg een exemplaar van deze Ballade met exact dezelfde toevoegingen. Er zijn foto's bijgevoegd en op die foto's is het geschrevene net wat anders dan in mijn exemplaar. Geen herdrukken dus, steeds origineel geschreven. Maar wel tenminste vier van deze exemplaren zijn nu bekend: één bij bij, twee bij Fokas Holthuis en één bij Schrijversinfo. Stip vond zijn extra couplet kennelijk belangrijk genoeg om in zo veel mogelijk exemplaren te laten verschijnen.

Het boekje van Kees Stip is uitgegeven door de beroemde Haagse boekhandelaar en  uitgever Louis Boucher, die een winkel had op het Noordeinde (waar nu nog steeds een boekhandel is gevestigd). Even verder gravend op dezelfde eurotafel deed ik pardoes een bijpassende vondst: het boekje Eindeloos tussen de boeken van diezelfde L.J.C. Boucher, uitgegeven door zijn zoon! Dit boekje bevat twee essays van Boucher over zijn boekhandel en zijn ervaringen in het boekenvak. Sowieso een mooie aanvulling op mijn collectie "boeken over boeken", maar hoe bijzonder is de combinatie met de vondst van het door hem uitgegeven boekje van Stip. De Ballade is het één van de ongeveer 600 boeken die Boucher naar eigen zeggen heeft uitgegeven (p. 7) en nu lagen ze gebroederlijk (gezusterlijk) bij elkaar op een eurotafel op het Lange Voorhout. 

 Boucher werd in 1910 geboren. In 1932 begon hij een uitgeverij vanuit de boekhandel van zijn vader aan het Noordeinde 39, Den Haag, die bleef bestaan tot eind 1982. In Den Haag is L.J.C. Boucher vooral een begrip als boekhandelaar maar hij heeft ook tal van mooie boeken gemaakt.  Bijvoorbeeld in de bibliofiele serie Folemprise. Ik heb zelf nauwelijks boeken die door Boucher zijn uitgegeven: het boekje van Stip is pas mijn tweede Boucher-uitgave. 

In Eindeloos tussen boeken doet Boucher een aantal aardige observaties over het boekenvak. Voordat hij in Den Haag aan de slag gaat, leert hij het vak in Londen en Parijs. Hij is onder de indruk van de boekencultuur daar: voorname winkels met klanten die weten wat ze willen en bereid zijn daarvoor te betalen. Hij schetst het verschil met de Nederlandse situatie: waar zelfs leden van het koningshuis ervoor kiezen om gebonden boeken terug te sturen en om ingenaaide te vragen, want dat scheelt 15 cent per stuk. Maar, "daar kon je bij Van Vugt op het Bezuidenhout twee gesmeerde broodjes voro kopen", vergoeilijkt Boucher. Vervolgens geeft Boucher een inkijkje in het boekenvak vanuit het perspectief van een gedistingeerde Haagse boekwinkel. Hij schetst de veranderingen van kopers en uitgevers tussen de jaren '30 en '70, de activiteiten in de boekhandel en zoals alle boekhandels heeft hij veel verzuchtingen over de sombere toekomst van het kwaliteitsboek en hoe kwaliteit van boeken en uitgaven behouden moet blijven. Met regelmaat klaagt hij dat het aanbod teveel Jo van Ammers Küller en Jeanne Otherdal (sic) is. Niet heel veel anders dan andere memoires van boekhandelaren, maar Boucher komt over als een bedachtzaam en prettig persoon bij wie ik graag boeken had gekocht als dat had gekund.

Het was echt een andere wereld toen. Wat gebeurde er zoal bij Boucher in de jaren '30? Nou dit (p.14-15):
"...twee dames, die de godganse dag kruisbanden schreven. Dat zijn stroken papier die, beschreven met namen en adressen, en bij ons nog in schoonschrift, gebruikt werden om de tijdschriften in te verpakken, die door de loopknecht aan huis werden bezorgd. (...) Een kassier (...) behandelde de visitekaartjes, d.w.z. dat hij de koperen 'plaques' die we voor de cliënten bewaarden naar Parijs opstuurde om er visitekaartjes van te laten drukken. (...) Verder kwam eenmaal in de week een ander figuur om menu's te stempelen met familiewapens. Het wapen, gestoken in een metalen blok, werd met de hand ingekleurd om er dan op de pers een menu mee te stempelen. Dat ging stuk voor stuk en gelukkig ook per diner van hooguit 30 couverts. (...) Alles werd op jaarrekening geleverd. In januari gingen die rekeningen uit en dan kwamen alras de huisknechts deze betalen. Wij waren dan verplicht, op straffe van verlies van clientèle, deze figuren 1% van de rekening uit te betalen."

Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de dagelijkse gang van zaken in de boekhandel. Daarover schrijft hij een mooie passage waarin ik veel herken, als hij beschrijft waar de boekhandel van leeft:
"Van de grote groep belangstellende en nieuwsgierige Hagenaars die heus al een boek hebben, maar het daar niet bij willen laten. Die weten, dat als je dood bent de boel in het gunstigste geval naar de veiling gaat. Die niet denken, dat boeken een belegging zijn, want dat is niet zo. Kortom, mensen die altijd iets verder willen weten, die een tijdvak willen bestuderen, die een boek het beste gezelschap vinden. Ik beweer niet, dat dit de enige manier van leven is en dat er geen ander aardig gezelschap gevonden zou kunnen worden. Maar een boek is wel altijd beschikbaar, spreekt niet hinderlijk tegen en wanneer er gegaapt wordt, ben je het zelf."
Aan het slot van het boekje is dan nog een dagboek van een boekhandelaar toegevoegd, dat eerder verscheen in NRC Handelsblad van 28 februari 1976. Het zijn niet zozeer specifieke data die worden beschreven, maar meer een typering van verschillende dagen van de week, van de saaie maandag tot de enerverende zaterdag. Het deed mij natuurlijk meteen denken aan de winkeldagboeken van de Utrechtse antiquaren Hans Engberts en René Hesselink en aan de vergelijkbare recent verschenen dagboeken van de Schotse antiquair Shaun Bythell. Misschien wordt het tijd om in plaats (of als onderdeel) van dit blog een Dagboek van een bibliofiel te schrijven. Hoewel ik vrees dat de meeste dagen niet meer bevatten dan doelloos scrollen door Marktplaatsadvertenties en mijn collectie bijwerken op LibraryThing want veel enerverender dan dat is het meestal niet.

Met de boeken van Stip en Boucher was de weelde nog niet op. Ik vond op de tafel ook nog de gesigneerde en genummerde eerste druk van Vertraagde roman van Leon de Winter. Destijds uitgekomen in een oplage van 1000, alle gesigneerd en genummerd. Nummer 176 werd voor een euro van mij.

Drie euro armer, maar een weelde aan boeken rijker verliet ik opgewerkt het Korte Voorhout. Ik ga proberen om meer afspraken op donderdagen in Den Haag te plannen; ik heb de eurotafels echt gemist!

Naschrift: Bij de uitverkoop van Dick Zandbergen kocht ik het boekje van Reinold Kuipers met de titel De boekvormer. Dit boekje verdient een eigen blogbericht, maar voor nu volstaat dat Kuipers ook het boekje van Boucher aanhaalt. Kuipers heeft veel te danken aan Boucher en hoopt op een betere beschrijving van zijn leven. De bijdragen in het boekje, aldus Kupers, “karakteriseren de boekhandelaar-uitgever-prater ten volle. (…) Als zelfportret zijn zij volmaakt maar het verlangen naar een monografietje over zijn uniekheid als uitgever wekken zij niettemin. (…) Nochtans koester ik Eindeloos tussen de boeken als een levensteken van iemand die ik bewonder en die mij meer heeft beïnvloed en gestimuleerd dan hij weten kan. (…) Dank je, L.J.C. Boucher”

17 augustus, 2020

305 - Niemand weet alles - maar ik weet sommige dingen wel

Ik las ooit in een boek van een groot verzamelaar - was het Nicholas Basbanes, was het Boudewijn Büch? - een belangrijke les voor een bibliofiel: niemand weet alles. Elk antiquariaat, elke boekhandel, heeft een specialisme en dat betekent dat er altijd boeken aanwezig zijn waar de verkoper niets van weet. En daar liggen kansen. Want tussen die stapels ‘overige boeken’ kunnen schatten verborgen zijn. Het heeft dus zin om in antiquariaten naar de voorraad te kijken buiten het specialisme van de eigenaar - wie weet wat daar voor mooie verrassingen liggen te wachten!

Dit geldt ook voor het onvolprezen Marktplaats. Daar zijn maar heel weinig verkopers actief die iets weten van boeken. Om die reden barst mijn bibliotheek uit elkaar van alle markplaatsvondsten, net als de bibliotheek van al mijn boekenvrienden: Perkamentus vertelt er bijvoorbeeld regelmatig over. Eigenlijk zijn er drie soorten mensen op Marktplaats aanwezig: de verkopers die ten onrechte denken dat ze iets over boeken weten en daarom fantastische prijzen vragen voor rommel (onder het motto: het is oud, dus het is waardevol), de verkopers die niets over boeken weten en daarom rommelprijzen vragen voor iets fantastisch (onder het motto: het zijn boeken, wie wil die nou hebben...) en de mensen die boeken naar waarde op Marktplaats zetten en er reële prijzen voor vragen. Aangezien er genoeg mensen van de tweede categorie zijn, hebben die van de derde categorie pech: ik wacht wel totdat ik kan toeslaan en een gewild boek voor een spotprijs kan kopen.

Het kaveltje facsimiles
Een plek waar je koopjes ook goed kan vinden zijn de veilingen bij notarishuizen en regionale veilinghuizen. Aangezien ik wel iets weet van boeken, maar lang niet alles, speur ik naar kavels die mij een zekere kans op winst geven: lage inkoop, hoge verkoop. Dit soort veilinghuizen biedt meestal honderden kavels met inboedelgoederen aan waaronder verzamelkavels van boeken, meestal verpakt in bananendozen en losjes gesorteerd op soort of genre. Een kwestie van goed de foto’s bestuderen (wat nog niet meevalt door de slechte kwaliteit) en hopen dat de kwaliteit van de herkende boeken goed genoeg is. Zo zag ik laatst op een veiling een kavel bestaande uit een doos met daarin een paar stevige boekwerken. Facsimiles, en die kunnen het goed doen, maar welke? Ik kon er een paar onderscheiden en dat gaf mij voldoende zekerheid om toe te slaan: ik zag onder meer het Cruydt-boeck van Dodoens uit 1644 (herdruk 1980) en de Humanis Corporis Fabrica van Versalius uit 1543 (herdruk 1964). Ik betaalde opgewekt 120 euro voor dit kavel (150 inclusief kosten). De facsimiles verkocht ik vervolgens via catawiki: opbrengst 600 euro (510 euro inclusief kosten). 

Bij ditzelfde notarishuis kocht ik ook een kaveltje Couperus en Multatuli. Ik had al een eerste druk onderscheiden van Iskander uit 1920. Daarnaast waren er nog wat andere uitgaven van Couperus waarvan ik niet kon zien welke druk het was, maar ik waagde de gok en kocht het kavel voor 50 euro ex kosten. De Iskander verkocht ik via Catawiki voor 112 euro, ver boven de verwachte waarde (een vergelijkbare set is op boekwinkeltjes te koop voor 50-75 euro, ik begrijp niets van de bieders bij Catawiki maar ben er wel blij mee...). Maar wat te doen met de rest? Het incomplete setje Ideën van Multatuli dat er bij zat verdween via Marktplaats voor €25 en toen had ik nog een merkwaardige Couperus uitgave van Psyche in mijn handen die niet ingebonden was en waar ik verder geen informatie over had, en die ook niet te zien was op de foto van het kavel. 

Hier begon voor mij het punt dat mijn kennis haperde. Wat was dit voor een uitgave? Een zoekslag op internet leverde niks op, ik gokte dat het een derde druk was van Psyche, maar waarom was het niet ingebonden? Omdat ik er niks beters mee wist te doen zette ik het boek op Marktplaats. Een tientje leek mij een redelijke prijs. Dat vonden anderen ook: als snel bood iemand een tientje, iemand ging er met 15 euro overheen en vervolgens werd er 20 euro geboden. Dat leidde tot argwaan bij mij: deze bieders wisten iets wat ik niet wist en dit boek had kennelijk waarde. Maar hoeveel? 

Toen de biedingen op Marktplaats opliepen naar €30 ontving ik gelukkig de nieuwsbrief van antiquariaat Fokas Holthuis: nieuwsbrief 911 met het thema Platland. Ik lees dit soort nieuwsbrieven van antiquariaten maar ook allerlei catalogi altijd grondig. Het is de beste manier om leemtes in mijn kennis te verkleinen, want je weet maar nooit of ik op basis daarvan ook nog eens ergens een schat opduik omdat ik een uitgave uit een catalogus herken. De nieuwsbrieven van Fokas Holthuis geven altijd veel extra informatie bij de kavels. Zo ook deze keer, en toevallig stond in deze nieuwsbrief ook een uitgave van Couperus, namelijk Willeswinde uit 1895. Het bijzondere aan deze uitgave was dat hij net als mijn Psyche niet meer dan een papieren omslag had. Bij de omschrijving stond twee keer dat dit zeldzaam was: “Met zeldzaam omslag in de serie ‘Werken’ (...)  Uiterst zeldzaam in deze uitvoering.” De vraagprijs was 150 euro. Zou mijn exemplaar ook zoveel waard zijn?

Fokas en Paul weten ook niet alles, maar wel meer dan ik en zeker over Couperus. Ik mailde hen daarom met de vraag wat de waarde van mijn boek was en of het net zoiets zeldzaams was als de Willeswinde. Al snel kreeg ik antwoord van de heren: het was zeker een interessant boek en inderdaad zeldzaam. En er zijn diverse verzamelaars die dergelijke uitgaven zoeken, dus zij wilden het wel overnemen voor €60. Dat leek mij een prima prijs: ik was eerder toch al bereid het voor een tientje via Marktplaats te verkopen, dus dit was een enorme meevaller. Bovendien was mijn exemplaar beduidend minder mooi dan het exemplaar in de nieuwsbrief: de eerste pagina was gescheurd en er misten stukjes. En ik vond het een goed verhaal dat ik ongemerkt zo’n zeldzaam boek had gekocht via een kaveltje bij een notarishuis. Tot slot gun ik Fokas Holthuis een mooie winst, want ik heb er belang bij dat dit antiquariaat nog lang blijft bestaan. Van wie krijg ik anders zulke informatieve nieuwsbrieven en waar kan ik anders mijn mooie boeken kopen?

Nadat ik het boek had opgestuurd aan Fokas en Paul was ik benieuwd hoe het verder zou gaan met dit boek. Het boek blijkt doorverkocht aan een verzamelaar die álle verschillende uitgaven van Couperus zoekt en deze versie van Psyche was kennelijk nog nooit ergens aangetroffen en miste dus in de collectie. 

Al met al een verhaal met een happy end voor mij, voor Fokas en Paul en voor de verzamelaar: de laatste is een uniek boek rijker en de eerste twee een mooie winst. Geen happy end helaas voor de bieders op marktplaats. Bijna was ik voor hen een koper van de tweede categorie geweest - een onwetende die een kostbaar boek voor een habbekrats verkoopt. Op het nippertje ben ik hiervan gered door een nieuwbrief - en liepen zij een unieke uitgave mis.

29 maart, 2020

304 - Petrarca in tijden van corona

Twee jaar geleden waren we op vakantie in Italië, in de buurt van Venetië. Het was nog ver voor corona en de grenzen waren nog open. Terwijl we de kinderen hadden afgezet bij een zwembad reden wij een rondje langs pittoreske dorpjes. Op een gegeven moment kwamen we in het dorpje Arqua, waar we een tijdje door de steile straatjes liepen en op een terras met een fantastisch uitzicht op de bergen een lunch gebruikten. Dat was niet helemaal de bedoeling van de restauranthouder, want het restaurant bleek gesloten. Maar wij waren het Italiaans niet machtig, dus beschouwden we de vriendelijke uitleg van de uitbater en zijn wijzen naar het terras als een uitnodiging om te gaan zitten. Uiteindelijk legde de man zich er bij neer en serveerde ons een drankje en wat eten. Pas bij het vertalen van de menukaart met behulp van Google Translate ontdekten we dat we precies binnen waren gekomen op het moment van sluiten. Met enige schaamte aten we onze lunch op en kochten dat af met een ruime fooi.

Verder dwalend door Arqua zagen we een bordje dat verwees naar het graf van de grote Italiaanse dichter Petrarca (1304-1374). Meestal bereid ik mijn vakanties grondig voor en maak ik er ook een literaire queeste van, maar deze keer had ik mij ingehouden en alleen mijn zinnen gezet op het graf van Dante in Ravenna. Dus deze vermelding kwam onverwacht en daardoor maakte het deze bijzondere dag nog mooier dan het was.

Petrarca! Eén van mijn helden uit de middeleeuwen. Niet zozeer vanwege zijn poëzie waarmee hij onsterfelijk is geworden en het tragische verhaal van zijn liefde voor de mysterieuze Laura, maar vooral omdat hij de grondlegger is geweest van het humanisme en in zekere zin aan de basis heeft gestaan voor het Europa zoals wij dat nu kennen.

Ja, dat zijn grote gedachten maar ik prijs mij gelukkig te wonen in een democratie waarin ruimte is voor ontwikkeling, waarin vrijheid een groot goed is en waarin mensen in staat zijn om te groeien en boven zichzelf uit te stijgen. En Petrarca is iemand die een belangrijk invloed had op het ontstaan van een dergelijke samenleving. Natuurlijk, zonder Petrarca waren we er ook wel gekomen, maar iemand moet een keer een belangrijke stap voorwaarts zetten, en dat was Petrarca en ik ben daar dankbaar voor. Legendarisch is dan ook zijn beklimming van de Mont Ventoux, waarvan Petrarca zelf verslag heeft gedaan. Nu is een bergbeklimming niet zo bijzonder, maar het moment en de motivatie van Petrarca was dat wel: hij deed het niet functioneel, niet vanuit een soort bijgeloof (in de middeleeuwen beklom je geen bergen, dat was God tarten en je wist maar nooit of de duivel op de top ronddanste) maar uit nieuwsgierigheid en om van de tocht te genieten. Om geluk te ervaren. En dat was een daad die in die tijd volkomen nieuw was, waarom zou je geluk ervaren als individu? Het idee dat dat mogelijk was bestond nog maar beperkt. Petrarca's brief wordt beschouwd als de eerste literaire neerslag van de natuur om het genieten van de natuur zelf. Hij beklom de berg, zo zegt hij zelf, "louter uit begeerte, om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen".

Het humanisme van Petrarca was trouwens van een andere orde dan wat wij tegenwoordig humanisme noemen. Bij Petrarca ging het om de passie voor de oudheid en klassieke auteurs en hij hij wilde deze opnieuw onder de aandacht brengen. Petrarca vond dat ware menselijkheid in zijn eigen tijd niet meer bestond en herwonnen moet worden uit de literatuur en de filosofie van de Romeinen van de klassieke periode; alleen daardoor zouden de vele en velerlei kwalen van zijn chaotische tijd geheeld kunnen worden en zou Europa weer een beschaafd werelddeel worden. Het ging hem om "de verschillende vormen van het streven naar (ware) menselijkheid" en hij deed dat niet uit algemeen belang maar voor zichzelf. Waar andere denkers in die tijd in dienst waren van vorsten of politiek actief waren en daar invloed hadden, studeerde Petrarca voor zichzelf. Daarom reisde hij half Europa rond om in allerlei kloosters handschriften van deze klassieke auteurs te vinden. En hij vond er verschillende, zoals brieven van Cicero en andere auteurs. Het ontsluiten van deze teksten en bestuderen ervan was zijn doel en onderdeel van zijn grote bijdrage aan de Europese ontwikkeling.
Hier is online (pdf) wat meer achtergrond over Petrarca en zijn tijd te lezen.

In de eeuwen daarvoor waren de klassieke auteurs in de vergetelheid geraakt. Van Petrarca is dan ook de term "donkere middeleeuwen" afkomstig, omdat voor Petrarca beschaving gelijk stond met kennis van deze auteurs. Dat deze aanduiding volkomen ten onrechte was en de middeleeuwen ten onrechte het beeld van een periode van stilstand en achterlijkheid gaven, weten we gelukkig nu. Maar het laat wel zien dat Petrarca zich al met al op een kantelpunt in de geschiedenis bevond en een forse duw gaf aan de ontwikkeling van de renaissance. Hij studeerde aan de twee na oudste universiteit van Europa (in Montpellier), maakte de pestepidemie van de 14e eeuw mee (zijn geliefde Laura stierf in 1348 aan de pest en Petrarca was er geregeld voor op de vlucht) en woonde in Avignon waar het Pauselijk gezag in de 14e eeuw was gevestigd. Natuurlijk was Petrarca ook een kind van zijn tijd en heeft hij niet in zijn eentje het humanisme bewerkstelligd. De tijd was rijp en dus viel alles wat hij deed in goede aarde, inspireerde anderen en met zijn tijdgenoten werd zo een forse stap in de ontwikkeling van Europa gezet, op weg naar de samenleving zoals wij die nu kennen.

Tegen deze achtergrond heb ik veel bewondering voor Petrarca en daarom vond ik dat ik toch een paar werken van hem in mijn bibliotheek moest hebben. Gelukkig is er de laatste decennia veel van Petrarca vertaald, niet alleen zijn gedichten (de Canzoniere, zie hier een mooie recensie bij een Nederlandse vertaling) maar ook zijn brieven en andere geschriften. De onvermoeibare Frans van Dooren (1934-2005) heeft - naast veel Dante - ook Petrarca regelmatig vertaald. Van Dooren was diep onder de indruk van Petrarca, vlak voor zijn dood schreef hij in zijn Brief aan Petrarca dat dit kwam omdat "je er altijd zo persoonlijk in aanwezig bent, met je vreugde en droefenis, vervoering en wanhoop, en dat de verzen uitmunten in evenwichtige vormgeving, muzikaliteit en originele beeldspraak". Ook Chris Tazelaar heeft diverse vertalingen van Petrarca's werk op zijn naam staan.

Ik schreef al in een eerder blog dat ik heel blij was om op de boekenmarkt in Dordrecht het jaarwisselingsgeschenk (oplage: 600) Brief aan het nageslacht van Petrarca uit 1991 te vinden (vertaald en toegelicht door Frans van Dooren) en via Marktplaats kocht ik  Reisroute naar Jeruzalem. Hoewel Petrarca zich bewust was van zijn roem, begint hij Brief aan het nageslacht toch (vals?) bescheiden: "Hoewel het te betwijfelen valt of een weinig bekende naam wel ver in ruimte en tijd kan doordringen, hebt u misschien toch wel eens iets over mij gehoord. En misschien wilt u ook weten wat voor een mens ik ben geweest (...)". Ook dit is een voorbeeld van hoe in zijn werk de persoonlijkheid van Petrarca terugkwam. Verder kocht ik nog de Stols uitgave Madonna Laura in de vertaling van D. Tol uit 1941 (oplage 500) met daarin 20 canzones vertaald.

Maar ik vond mijn rijtje Petrarca nog veel te mager. Afgelopen maand sloeg ik een mooie slag: op een veiling kocht ik een stapel Ambo Klassiek-uitgaven, waaronder maar liefst drie uitgaven van Petrarca. Alledrie vertaald en toegelicht door Chris Tazelaar en in prima staat, helaas zoals vaak bij deze uitgaven is het frisse rood op de rug vervaagd door het zonlicht. Maar nu bezit ik wel de tekst van de Lauweringsrede  (door Petrarca uitgesproken bij het ontvangen van de lauwerkrans op 8 april 1341 op het Capitool in Rome), de brief over de bestijging van de Ventoux en het sleutelwerk Het leven in eenzaamheid waarin Petrarca onderstreept dat zinvol bezig zijn vooral is het "aan literaire studie gewijde tijd, zonder verplichtingen". De uitgebreide toelichtingen en noten zijn de garantie voor veel nieuwe kennis en inzichten over deze sleutelperiode in de Europese geschiedenis. En hoewel ik mijn stapeltje Petrarca nog veel te klein vindt, ben ik blij met de nieuwe aanwinsten!

In deze tijd van corona rest ons weinig anders dan thuislezen. Ook daarin vind ik inspiratie bij Petrarca. Hij schreef zijn Reisroute naar Jeruzalem in 1358 in drie dagen op uitnodiging van Giovanni Mandelli (hier een biografie in het Italiaans), die Petrarca had uitgenodigd om de reis naar Jeruzalem te maken. Petrarca wilde niet mee, vond het te risicovol, maar wilde zijn vriend wel voorzien van een reisbeschrijving, een itenerarium. Voor de beschrijving van de reis, inclusief te vermijden en te bezoeken plaatsen en bijzonderheden over landschap en omstandigheden, putte Petrarca uit zijn ruime bibliotheek: er waren vele (klassieke) auteurs naar Jeruzalem geweest en hij heeft al die inzichten samengevat in zijn reisbeschrijving. En zo reisde hij van achter zijn schrijftafel toch mee naar Jeruzalem, en wie de tekst van Reisroute leest kan zich nauwelijks voorstellen dat Petrarca niet zelf op al die plekken is geweest. Ook wij leven in een tijd van een besmettelijke ziekte (gelukkig niet zo erg als de pest, maar ernstig genoeg) en ook wij moeten reizen via onze bibliotheek, want vakanties of uitstapjes zitten er niet in. Petrarca kan ons inspireren om in dergelijke tijden toch grootse prestaties te verrichten.

05 februari, 2020

303 - Warm welkom voor winkeldochters

Onlangs zag ik op Catawiki een kavel dat mij in eerste instantie niet zo aansprak, maar waar ik uiteindelijk toch op toesloeg. Dat had onder meer te maken met de lage prijs maar ook met de inhoud: voor 18 euro werd ik eigenaar van 11 gesigneerde uitgaven die afkomstig waren uit de bibliotheek van de dichter en literatuurcrtitcus, maar ook leraar Nederlands, D.A.M. (Dick) Binnendijk (1900-1984). Dick Binnendijk is bekend van zijn eigen werk, maar natuurlijk ook omdat hij op het Amsterdamse Vossius Gymnasium de leraar was van onder meer Hanny Michaelis en de broers Karel en Gerard van het Reve en omdat hij zich liet gelden in polemieken met Menno ter Braak, Marsman en Du Perron. Hij had een langdurige relatie met Emmy van Lokhorst, maar trouwde uiteindelijk in 1929 met Enny Paauw.

Ik hou sowieso van gesigneerde literaire boeken (volgens de meest recente telling heb ik 443 gesigneerde werken in mijn bezit) en deze Dick Binnendijk bewoog zich in interessante kringen, want in het kaveltje zaten ook boeken van onder meer Ed Hoornik, Maurice Roelants en Jeanne van Schaik-Willing. Allemaal auteurs die rond de oorlog veel gelezen werden, maar tegelijkertijd ook wel een beetje gelden als 'de oude garde'. De vernieuwing in de Nederlandse literatuur was aanstaande, maar die begon niet bij Dick Binnendijk. Hij schreef er wel veel over en volgde het op de voet.

Dit kavel was voor mij ook interessant in het licht van 75 jaar bevrijding, omdat de kring van auteurs waar ook Binnendijk toe behoorde getekend is door de oorlog. Zijn leerling Hanny Michaelis, die getrouwd was met Gerard Reve, heeft in haar postuum uitgegeven oorlogsdagboeken over haar relatie met Binnendijk geschreven - en ook over haar verhitte dromen over hem. In elk geval was Binnendijk ook haar grote literaire inspirator. In de biografie van Henriette van Eyk schrijft Aukje Holtrop hoe in de oorlogsjaren avonden werden georganiseerd met ‘geestverwanten’ waar onder meer het echtpaar Binnendijk en Jeanne van Schaik Willing aanwezig waren. Van deze laatste zijn er twee boeken in het kavel: Dwaaltocht uit 1977 (“voor Enny en Dick. In hartelijke vriendschap”) en en Odysseus weent uit 1953 (“Voor Dick en Enny. In vriendschap. Jeanne. Februari ‘53”). Daarnaast de bundel Vrij Volk waarvan zij samen met o.a. Antoon Coolen en Albert Helma de auteur was (“Voor Dirk. Van Jeanne. 12 oct. ‘45”). Dit is de tekst van een herdenkingsstuk dat voor het eerst op 6 juni 1945 werd uitgevoerd in de stadsschouwburg, door een toneelgroep met de naam 5 mei 1945.

Ook Ed. Hoornik was bevriend met Binnendijk en hij volgde hem op als redacteur van het maar kort bestaande tijdschrift Centaur. Om die reden ook twee werken van hem in het kavel: De vis (ik had al de uitgave van De Roos uit 1965, maar nu dus ook het origineel, met opdracht: “Voor Dick en Enny. Ed. Hoornik, 2 april ‘62”) en De overlevende. In dat laatste boek (“voor Dick en Enny”) zit een handgeschreven brief waarin de briefschrijver een bespreking van dit boek door Anton Koolhaas in het NRC terugstuurt (“Lieve Dick. Met veel dank het knipsel retour”). De brief is geschreven op het briefpapier van de classicus Everhardus Otto Houtsma en volgens de beschrijving van het boek in de catalogus zou dit een brief van deze Houtsma moeten zijn. Maar... E.O. Houtsma overleed al in 1905, dus deze brief uit 1968 moet afkomstig zijn van zijn (klein)kind, vermoedelijk, want de letters E.O. zijn op het briefpapier doorgestreept maar de naam Houtsma niet. Dus welke Houtsma woonde er in 1968 op de Bloemgracht 4 in Amsterdam?

Hoe dan ook - de brief bespreekt de recensie van Koolhaas (“dat ik het anders zie dan Ton”) en sluit onder de onleesbare ondertekening af met het begin van een recept voor spitjes. Die start van het recept herhaal ik met veel plezier - zo krijgt dit blog ook nog eens een kookrubriek:
"Laat allerhande vlees in blokjes snijden en zet die 24 uur in een marinade van maisolie, citroensap, peper, laurier, tikje zout, tijm, knoflookpoeder en mespunt gemberpoeder."
Hier stopt de brief, dus wat Dick en Enny na 24 uur met de gemarineerde vleesblokjes deden zullen we nooit weten. Maar wie trekt krijgt in spitjes, vindt hier een hedendaags recept.

Het kavel werd op catawiki aangeboden door antiquariaat Fokas Holthuis, van wie ik sowieso een vaste klant ben. Ik heb al een stevig rijtje boeken van Fokas in mijn bibliotheek staan en put graag kennis uit de goed gedocumenteerde nieuwsbrieven en catalogi. Toen ik het kavel ontving zat daar catalogus 59 bij uit november 2012 bij. Hierin staan alle boeken uit het kavel opgesomd - ze hadden dus al ruim 7 jaar doorgebracht op de planken bij Fokas. De catalogus begint met een mooie Ten Geleide, waaruit duidelijk wordt dat de boeken in de catalogus - en dus ook die nu in mijn bezit zijn - afkomstig zijn van een studeerkamer in Nijmegen. Het leeuwedeel van het boekenbezit van Binnendijk werd na zijn dood verkocht aan Antiquariaat Schuhmacher, maar deze bleven kennelijk achter. Ik heb al eerder bij Fokas boeken gekocht uit een deel van een schrijversbibliotheek: mijn exemplaar van de De Roos-uitgave De Harp was afkomstig uit de bibliotheek van de Nijhoffs. Ik schreef erover in dit bericht.

Fokas schrijft in zijn Ten Geleide dat Binnendijk gezien werd als “een vertegenwoordiger van een voorbije schrijversgeneratie”. Dat de belangstelling voor aan hem gerelateerd werk mede daarom misschien wel klein is, blijkt wel uit deze opbrengst van het kavel. In de toch al bescheiden geprijsde catalogus zouden deze boeken circa €190 moeten opbrengen; ik kocht ze dus voor minder dan 10% van de gevraagde prijs. Ik deed meteen een extra bestelling, want Fokas had nog twee andere boeken staan die ik ook wilde hebben. Dat scheelde in elk geval weer verzendkosten...Voor mij een mooie aankoop en Fokas is van een aantal winkeldochters af hoewel ik mij de teleurstelling over de opbrengst kan voorstellen. En zo werd ik de trotse bezitter van weer 11 boeken met een bijzondere provenance, een mysterieuze brief en een half recept voor spitjes.

26 december, 2019

302 - 311

Nee, dit is niet een verwijzing naar het diefstal-artikel uit het Wetboek van Strafrecht (Heus Edelachtbare! Ik heb al mijn boeken eerlijk gekocht!) en ook geen aankondiging dat ik fan ben geworden van een Amerikaanse rockband. Nee, het is simpelweg het aantal titels dat dit jaar aan mijn bibliotheek is toegevoegd.

Minder dan één titel per dag, maar als ik de zondagsrust in acht zou hebben genomen dan is het ongeveer één titel per dag. Niet slecht! En bijna twee keer zoveel als vorig jaar. Gek genoeg had ik het gevoel dat ik het dit jaar rustig aan had gedaan. Maar dat komt ook omdat ik sommige titels in bulk had gekocht; met een paar aankopen werd ik tientallen titels rijker. Hoewel ik meestal meer plezier heb in het zoeken en het titel voor titel bij elkaar kopen van een collectie, is het soms toch ook gewoon leuk om een hele stapel tegelijk te kopen en in één keer een serie compleet te hebben.

Als ik de jaaroverzichten van andere verzamelaars lees (Danny Habets en Perkamentus) dan zie ik dat ook zij langzaam afdrijven naar het rijk der bibliomanen. Maar wel met goede voornemens om volgend jaar écht te gaan minderen. Dat voornemen heb ik trouwens niet: de verzameling begint nu eindelijk een beetje vorm te krijgen, maar er zijn nog lacunes genoeg. Ik hoop dus dat dit tempo blijft.

Wat kocht ik dan zoal, al dan niet in bulk? Een greep uit de aanwinsten:

Stichting de Roos

Over complete series gesproken: in mijn vorige jaaroverzicht vertelde ik dat ik in 2018 een forse stap had gezet met het verzamelen van uitgaven van deze bibliofiele uitgeverij. Ik rook de eindstreep. Ik had er nog circa 10 te gaan - behalve de vooralsnog onbetaalbare Escher en eventuele nieuwe uitgaven die zouden verschijnen. Welnu, deze 10 heb ik in bezit. Zojuist heb ik de bestelling voor de laatste ontbrekende uitgave in mijn bibliotheek (Avond van Anna Achmatova) de digitale deur uitgedaan zodat ik voor het einde van het jaar de complete collectie De Roos min één op de plank heb.

Maar wacht, er is meer! Niet alleen heb ik mijn uitgaven van De Roos compleet gemaakt, ik heb ook een upgrade van mijn serie toegepast. Met dank aan de veilinghuizen Bubb Kuyper, Burgersdijk en Niermans, het Venduehuis in Den Haag en antiquariaat Fokas Holthuis: bij hen kocht ik verschillende kavels De Roos waarmee ik niet alleen een paar gaten in de collectie vulde maar ook bestaande exemplaren wisselde voor meer bijzondere. Zo kocht ik:
- auteursexemplaren van de uitgaven De koning is dood van Cees Nooteboom (uit 1961, één van de 10) en De dood van Cuchulainn van Mrurhevna  van A. Roland Holst (uit 1951, één van de vijf)
- verschillende nieuwjaarswensen van Stichting de Roos c.q. Chris Leeflang die los van de uitgaven verschenen
- varianten op reguliere uitgaven, zoals een exemplaar van The Nowaks van Christopher Isherwood met een ander omslag,  exemplaren van De kinderen van Lir en Winter aan zee van A. Roland Holst met afwijkende omslagen en een proefdruk van Priapeeën van Geerten Gossaert
- daarnaast verwisselde ik een aantal ongenummerde exemplaren voor genummerde en verving ik een paar lelijkere exemplaren voor mooiere. Zoals die beschadigde Huissens van Bordewijk waar een stukje omslag van miste, en die Bartleby van Melville waar ik geen foedraal van had en die poeplelijke versie van Terugreis van Dylan Thomas waar ik nu een mooie van heb. En kon ik bij een aantal exemplaren de originele aanbiedingsbrief van De Roos toevoegen.
Kortom, er staat een prachtige complete (ja, ja: op één na) collectie De Roos in sublieme conditie bij mij op de plank, met verschiilende echt bijzondere exemplaren - deze zijn de zeldzame onder de toch al bibliofiele exemplaren.

Toen ik dit voorjaar een stapeltje Rozen ophaalde bij Bubb Kuyper raakte ik aan de praat met Jeffrey Bosch. Hij merkte droogjes op dat De Roos best mooie boeken maakte, maar dat de uitgaven unieker zouden zijn als De Roos oorspronkelijk werk zou hebben gepubliceerd, en niet alleen teksten die al eerder waren gepubliceerd. Daar had hij natuurlijk gelijk in: je verzamelt De Roos vanwege de schoonheid van de boeken, niet vanwege de originaliteit van de inhoud.

Slibreeks

Dus toen ik De Roos zo'n beetje compleet had, dacht ik na de opmerking van Jeffrey wat verder na over originele reeksen. Ik ben namelijk toch een reeksenmens: ik ben gek op series en reeksen en als ik een paar uitgaven uit een reeks heb, dan wil ik de serie ook compleet hebben. Terwijl ik mijmerend in mijn bibliotheek stond zag ik dat ik al een paar uitgaven uit de Zeeuwse Slibreeks had. Deze serie bestaat al sinds de jaren '70, werd jarenlang uitgegeven door CBK Zeeland en wordt gevormd door veel poëzie, maar ook proza of grafisch werk, van veelal Zeeuwse auteurs of kunstenaars of in elk geval met aan Zeeland gerelateerde teksten of beelden. Ik heb niks met Zeeland behalve dat het een mooie provincie is, maar ik vind dit een aansprekende serie: mooi uitgegeven, veel variëteit, grafisch interessant en veelal oorspronkelijke teksten. En dus leuk om te verzamelen, ook omdat het betaalbaar is: in elk antiquariaat staan wel een paar exemplaren van deze reeks voor een paar euro en daarmee prima materiaal om in de loop van de tijd bij elkaar te verzamelen.

Om deze serie een echt goede start te geven in mijn boekenkast besloot ik een fundament te leggen door twee bulkaankopen, van respectievelijk 50 en 30 boekjes. Via boekwinkeltjes.nl kocht ik de eerste 50 nummers in de serie, in Deventer bij een antiquariaat nog zo'n 30. En omdat ik zo lekker bezig was kocht ik links en rechts via Marktplaats nog wat nummers zodat ik intussen binnen een paar weken 109 van de 154 exemplaren bezit.

Als ik ze zie staan word ik daar tevreden van: het is een mooi reeksje en het verzamelen waard. Ik ga nog veel zoekplezier beleven aan het vinden van de ontbrekende 45 nummers. En zoals in elke serie zijn ook hier een paar kroonjuwelen die veel duurder zijn de rest. Dat lijkt in elk geval te gelden voor nummer 131, De Wind van Marinus Boezem die bijzonder is vormgegeven en extra's bevat. Het wordt een uitdaging om die voor een zacht prijsje op de kop te tikken!

Crawford deuren

In de jaren '90 van de vorige eeuw begon het bedrijf Crawford deuren met een serie nieuwjaarsuitgaven, steeds bestaande uit 4-5 verhalen van Nederlandse auteurs. De uitgaven kregen een herkenbare naam: De eerste deur, de tweede deur, enzovoorts tot de vijfentwintigste deur. Ik had al langer een oogje op deze serie omdat het zo'n mooi palet aan auteurs omvat. Dus toen ik de complete serie onlangs op Marktplaats zag staan sloeg ik toe en nu staan de hele deuren-reeks te pronken in mijn kast.

Eén van de auteurs in de reeks is A.F.Th. van der Heijden. Hij schrijft over zijn bijdrage in Engelenplaque:
"Er heeft me een verzoek bereikt voor het schrijven van een verhaal, waar op z'n minst ergens een deur in voor moet komen, als dan niet open of dicht of uit z'n hengsels. Een reclamebureau, NPP, verzorgt een bundel van vier verhalen van vier verschillende schrijvers voor een bedrijf genaamd Crawford Deuren BV, dat het als nieuwjaarsgeschenk onder z'n relaties wil uitdelen. Ze bieden f 1000,- en och, in elk verhaal komt wel een keer een deur voor, dus zo hoerig hoef ik me niet te voelen. Ik denk meteen aan onze pas nog hemelsblauw geverfde voordeur, die de oude mevrouw Hoogland van driehoog zo in verwarring heeft gebracht... Een probleem is alleen dat het binnen vier dagen af moet zijn. Morgen beginnen en dan in één ruk."

Hij haalde de deadline en het verhaal van Van der Heijden kreeg de naam De achterdeur en is verschenen in De vijftiende deur uit 1993, samen met verhalen van Yvonne Keuls (Hoe kom ik de deur uit?), Koen Peeters en Erik Verpale.

Nescio

Dit jaar was ook een aardig Nescio-jaar. Hoewel niet al het nieuws (direct) goed nieuws was. Fijn was wel dat ik weer wat gezochte uitgaven kon toevoegen aan mijn Nescio-verzameling: bij Uitgeverij Fragment kocht ik het werkje De Nescio leesclub van A.L. Snijders (wat behalve de titel nauwelijks over Nescio gaat). Bij De Slegte in Gent kocht ik de Poolse vertaling van Nescio's verhalen die al heel lang op mijn verlanglijst stond. En van Maurits Verhoeff kocht ik het bibliofiele werkje Weermacht & ingesteld zijn op en de Nescio-uitgave van Uitgelezen boeken met de subtitel "Voor een koopje ben ik voor hen niet thuis". En via Marktplaats dan nog de Arvix-uitgave (oplage 1000) van Nescio's Titaantjes en een leuk tweede drukje van Mene Tekel. Maar ik ontdekte daarnaast nog een aantal bibliofiele uitgaafjes die ik gemist had, zoals twee Engelse vertalingen van Nescio, een speciale uitgave van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Oftewel: mijn lijst met Nescio-desiderata groeide net zo hard als het aantal opbrengsten.. Een never-ending verzamelavontuur kortom, ook al heb ik thans 98 Nescio- of Nescio-gerelateerde uitgaven. Haal ik 2020 de 100?

Genootschap van Bibliofielen

Nee, ik ben nog steeds geen lid van het mooiste genootschap van Nederland, het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (sorry Perkamentus!). Maar ik vind wel dat ze hele mooie uitgaven produceren (dankjewel Perkamentus!). Ik miste de eerste 20 jaarboeken van het Genootschap en die kon ik via een veiling op de kop tikken. Daarnaast kocht ik via Catawiki de prachtige uitgave Uit de schaduw (ik schreef er een blog over).

Boeken over boeken

Altijd maar weer boeken over boeken... een verzamelgebied dat mij blijft fascineren. Een paar pareltjes die erbij kwamen behalve bovenstaande jaarboeken: de Bébert-uitgave van De Bibliofiel van Komrij, de speciale uitgave van De Roos van Rademacher Schorer's Bijdrage tot de renaissance der Nederlandse boekdrukkunst, de oogst van de Dordtse boekenmarkt waar ik een blog over schreef, mijn aankoop van een  Catawiki-kavel met de boeken van Uffenbach, Oorbare zaken van Brongers: al met al 47 aanwinsten voor deze categorie.

De kassa

Allemaal leuk en aardig, 311 boeken erbij. Maar wat kost dat wel niet?
Nou, eigenlijk valt dat wel mee. Zoals gezegd kocht ik veel bij veilinghuizen waarbij ik - net als vorig jaar - de overtollige boeken doorverkocht. En soms kocht ik een kavel met de enige intentie om het in stukje door te verkopen. Maar ik vond bijvoorbeeld ook in de zomer een koopje op Marktplaats mnet een doos vol nieuwjaarsgeschenken van uitgeverijen à 1 euro, waarvan ik een deel voor bijna 100 euro doorverkocht (winst: 60 euro plus 16 boeken). Sommige boeken kocht ik ook op Marktplaats alleen voor de winst, zoals een gesigneerde uitgave van de verzamelbundel Kristal 1938 met o.a. een handtekening voor Bordewijk. Inkoop 19 euro, opbrengst 87 euro. Weer ruim 50 euro verdiend! Al met al kocht ik op verschillende veilingen 17 kavels met boeken voor € 1805, ik hield daarvan 28 boeken (veel de Roos, maar ook een mooie in linnen gebonden 2e druk van Nescio) en verkocht de rest voor € 2439. Ja, ik moest ook even twee keer rekenen om te checken of dit geen tikfout was. Maar wat blijkt: ik heb dit jaar 94 kavels via Catawiki verkocht, plus nog een paar dingen via Marktplaats. Alleen al daardoor die winst van € 635 én 28 fraaie boeken erbij. Met dat geld financierde ik een groot deel van mijn overige aankopen. Ik heb het niet op de euro precies berekend, maar volgens mij was dit een redelijk neutraal jaar qua financiën..
Als ik trouwens die 94 kavels nog eens naloop, dan zie ik dat het vooral uitgaven van De Roos waren. Sommige boeken kreeg ik voortdurend in handen: ik heb The Raven van Poe vier keer verkocht. Ik begrijp trouwens niets van de dynamiek op Catawiki: in februari verkocht ik The Raven voor €28, in april voor €82 en vervolgens twee keer in september, één keer voor €57 en één keer voor €47. Ook Animal farm van Orwell verkocht ik vier keer, in februari voor €57,50 en in september samen met een andere De Roos-uitgave voor €28, eigenlijk voor €14 per boek. Het gaat dus alle kanten op! In feite is Catawiki ook een soort van loterij, ik verkocht een exemplaar van Puzzles van Cuney in oktober voor €32 en in december ging een vergelijkbaar exemplaar weg voor €85. Wat er in 2 maanden gebeurde is mij onduidelijk, maar het is wel jammer dat ik 'm niet in december verkocht...

Vorig jaar zei ik nog: bibliofilie is een goedkope hobby. Ik wil dat graag herformuleren: bibliofilie is de goedkoopste verslaving die er bestaat, het enige wat het je kost is tijd en geduld, maar het hoeft nauwelijks geld te kosten zoals uit mijn relaas blijkt.