Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen

27 december, 2020

311 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (4) - oorlogspublicaties

In het vierde deel over de boeken die ik vond in de bibliotheek van Adri Offenberg kijk ik naar weer een nieuwe categorie: boeken die clandestien werden gedrukt tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Over clandestiene uitgaven

In de oorlogsjaren waren de mogelijkheden voor het publiceren van boeken door schaarste aan grondstoffen en bepaling van de bezetter steeds meer beperkt: uitgevers staakten hun uitgaven of gingen over tot het produceren van clandestien drukwerk. Er verschenen tijdens de oorlog dus zowel legale, als clandestiene als illegale drukwerken. En er is een verschil tussen clandestien en illegaal drukwerk. Illegaal drukwerk richt zich rechtstreeks tegen de bezetter. Clandestien drukwerk kon ook een heel onschuldige inhoud hebben, maar onttrekt zich aan het toezicht en de toestemming door de bezetter. Tijdens de oorlog verschenen circa 1000 clandestiene uitgaven. Sommige uitgevers waren hier heel actief in (zoals De Blauwe Schuit met circa 40 uitgaven, De Bezige Bij met circa 70 en Stols met 54) en er waren ook auteurs van wie veel uitgaven verschenen, zoals Bertus Aafjes. De Blauwe Schuit, met als drukker Hendrik Werkman, was  feitelijkde eerste clandestiene uitgeverij van Nederland (de naam Werkman leeft trouwens nog voort). Op de site van de KB lees ik:

Illustratie van De Blauwe Schuit
De Blauwe Schuit, Stols en andere collega-uitgevers verspreidden niet of nauwelijks illegale uitgaven. Hoewel ook van de uitgaven van de Mansarde Pers beweerd werd dat met de opbrengst een aantal onderduikers in leven werd gehouden, hebben vermoedelijk toch alleen de uitgaven van De Bezige Bij een illegaal karakter, doordat de opbrengst ten goede kwam aan het verzet. Van de 54 clandestiene uitgaven van Stols zijn er bijvoorbeeld slechts vijf als illegaal aan te merken, gericht tegen de bezetter, de overige hadden een min of meer onschuldig karakter.
De opbrengst van de uitgaven van De Bezige Bij werd nog gebruikt om het verzet te financieren, bij andere uitgeverijen was er dus vooral sprake van commerciële belangen. De prijzen van clandestiene uitgaven waren hoog als gevolg van de schaarste in de oorlogsjaren (aan papier, aan inkt, aan drukkers, aan alles). De journalist en schrijver H.M. van Randwijk deed tijdens de oorlog in het verzetsblad Vrij Nederland het merendeel van de clandestien uitgegeven bundeltjes die niet expliciet tot verzet opriepen overigens af als 'esthetische ijdeltuiterij'. 

Op de eerder genoemde pagina van de website van de KB wordt ingegaan op het bijzondere boek tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook wordt uitgebreid beschreven hoe uitgevers werkten en tegen welke problemen ze opliepen. Interessante overzichten geven verder ook de boeken van Lisette Lewin - Het clandestiene boek 1940-1945 (hier integraal te lezen), Piet Calis - Het ondergronds verwachten. Schrijvers en tijdschriften tussen 1941 en 1945 (hier integraal te lezen) en natuurlijk het standaardwerk van Dirk de Jong - Het vrije boek in onvrije tijd (hier integraal te lezen). Naar de lijst die Dirk de Jong in zijn boek hanteert wordt in catalogi regelmatig verwezen. Ook ik zal dat in dit stukje doen. Overigens waren er op het overzicht van De Jong genoeg aanmerkingen. Zo is er het verwijt dat hij te weinig aandacht gaf aan uitgaven van Joodse oorsprong. Echter, veel Joodse uitgaven verschenen bijzonder genoeg legaal. Lisette Lewin schrijft in de catalogus bij de tentoonstelling Op de rand van de afgrond met uitgaven in de Bibliotheca Rosenthaliana die tijdens de bezetting verschenen (waar Adri Offenberg curator was, en hij was tevens co-auteur van deze catalogus):
Dat verwijt is niet helemaal terecht. Het is waar dat er clandestien joodse boekjes en geschriftjes zijn gedrukt, maar de meeste van de 58 titels die in deze catalogus staan zijn legaal uitgegeven. Ze hebben een K-nummer, dat wil zeggen dat ze zijn gedrukt met toestemming van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Want de Duitsers die eind mei 1940 direct begonnen met het straffen van boekhandelaars die werk van Heine of andere joden in de etalage lieten liggen, waren zo cynisch dat ze het uitgeven van judaïca niet alleen toestonden maar zelfs aanmoedigden. (...) Achterin de catalogus staat een chronologisch jaaroverzicht. Een schokkende cijferreeks: 14 titels in 1940, 33 in 1941, drie in 1942, drie in 1943, één in 1944, drie in 1945 (twee zonder jaar). Er was aan het eind bijna niemand meer over. Veel namen in de lijst van biografische notities over degenen die aan de uitgaven hebben meegewerkt hebben de toevoegingen: omgekomen, gedeporteerd, gefusilleerd, vrijwillige dood tijdens W.O. II. 
Behalve de uitgaven van De Blauwe Schuit (de complete originele uitgaven van Chassidische Legenden I en II van Werkman brengt makkelijk zo’n 30.000 euro op) en enkele andere uitgaven, zijn ondanks de kleine oplagen clandestiene publicaties niet per se zeldzaam en kostbaar. Terwijl ik dit stukje maak, loopt de najaarsveiling 2020 van Bubb Kuyper. In de catalogus van die veiling staan 7 lots met clandestiene uitgaven. Eén lot is onverkocht gebleven, een ander lot bevat circa 200 clandestiene uitgaven en dit lot bracht 850 euro op - net iets meer dan 4 euro per stuk. De andere 5 lots brachten wisselende bedragen op, omgerekend een tientje tot een paar tientjes per stuk.

Zes gevonden clandestiene uitgaven

Bij Adri Offenberg vond ik verschillende publicaties die ofwel clandestien zijn, ofwel op de grens van de bevrijding zijn gepubliceerd. Interessant zijn een zestal clandestiene uitgaven:
Illustratie uit "Zomerdag"

1. Aldert Witte - Voor- en tusschenspel (De Jong 941). Dit is een genummerd (33 van 125) en gesigneerde uitgave. Volgens het titelblad uitgegeven door Uitgeverij Spaanders in 1940, maar in feite in 1944 geproduceerd.  Van 1943-1945 leidde Aldert Witte de clandestiene en bibliofiele uitgeverij d'Uylen-spieghelpers. Daar verschenen 9 clandestiene uitgaven, waaronder deze. De bundel is hier integraal te lezen.
2. Aldert Witte - Zomerdag (De Jong 952). Eén gedicht met illustratie in een kartonnen omslag. Ook dit is een genummerd (42) en gesigneerd exemplaar, waarbij zowel Aldert Witte als illustrator Nico Berkhout signeerden en verschenen bij de uitgeverij van De Witte. Hier is het te lezen.
3. Theo van Baaren - Versteend zeewier (De Jong 61). Van de oplage van 270 werden 120 exemplaren gesigneerd, dit is een genummerd (62) en gesigneerd exemplaar, met de ingekleurde illustraties. Theo van Baaren was samen met Gertrude Pape tijdens de oorlogsjaren betrokken bij het clandestiene tijdschrift "De schone zakdoek". Deze bundel is hier integraal te lezen.
Colofon uit de uitgave
"De legende van het spookschip
De vliegende Hollander" (1944)
4. A. Nonymus - Het lied der minne van vroeger en nu (De Jong 511). In het colofon blijkt iets van de omstandigheden waarin boeken tot stand kwamen. Er staat: "In December van het jaar O.H. negentienhonderd vierenveertig, toen de oorlog woedde binnen onze grenzen en overstroomingen, honger en koude ons volk in bittere nood brachten en bovendien gas en electriciteit niet meer beschikbaar waren, toen heeft de U.M. "In den Bloemhof" te Wassenaar deze bundel minnedichten uitgegeven met het doel, den lezer enkele oogenblikken van vergetelheid te schenken." In andere uitgaven van A. Nonymus staan vergelijkbare teksten (zie afbeelding). Het boekje is hier te lezen. Achter de naam A. Nonymus ging de illustrator Johan van Eikeren schuil, die voor de oorlog onder meer verantwoordelijk was voor de Corvey-uitgave Het model voor de uitgever. Lisette Lewin schrijft in haar boek:
Twee maanden voor de bevrijding begon Van Eikeren een boekje te schrijven dat in een kleine, genummerde oplage verscheen in juli 1945. Het heet Perijkelen bij de verzorging van het boek in de oorlogsjaren of het relaas van hollandse onversaagdheid in tijden van nood uit de ervaring opgetekend en is gedrukt op hetzelfde harige paardedeken-achtige papier als veel van die oorlogsboekjes. De schrijver heeft het motief voor het kaftje zelf in linoleum gesneden. Hij is al jaren dood. Voor dat boekje mogen we hem dankbaar zijn. Als geen ander heeft hij het uitgeversleven in bezet Nederland beschreven.
5. De uitgave met misschien wel de langste titel is De Zes Vlyghen - synde eene Versaemelingh van Lofsanghen, Heekelvaersen ende Rymen waerin besonghen wort, de Minne, 't Schoone Vrouwmens, de Waerelt, de Seevaert, de Krygh ende eenighe andere Saecken/oftewel cleyne Strontjens van Lastighe Vlyghen op de craecksindelycke Vensterdoecken van Hollands Burgherdeugt alle tesaemen geschreeven van onder andere Jan G. Elburg en Aldert Witte (hier te lezen). Ook dit werk is uitgegeven door de Uylen-Spieghel-Pers van Aldert Witte, in een oplage van 200 exemplaren.
6. Garmt Stuiveling - Wordend kristal. Verschenen in maart 1945 in een beperkte oplage, waarvan 70 exemplaren genummerd. Dit is een ongenummerd exemplaar en helaas is de voorzijde van het omslag losgescheurd. Maar ook deze is online te lezen.
 
Bijzondere vondst is nog dat ik de uitgave Zehn kleine Meckerlein vond. Deze uitgave van de Carlinapers uit 1974 is een facsimile uitgave van de clandestiene uitgave die in 1943 door A.A. Balkema werd uitgegeven. Het is de tekst van een uit een concentratiekamp gesmokkeld liedje. Helaas ontbreekt één van de 10 losse vellen en dit is daarmee een incompleet exemplaar. Het origineel verscheen in een oplage van 40 en is een voorbeeld van een nu kostbare clandestiene uitgave. Medio 2020 werd een exemplaar uit 1943 voor 900 euro geveild bij Zwiggelaar.

Ik vond ook nog twee uitgaven door de graficus Henri Friedländer die op de grens van de bevrijding verschenen. De eerste is De overweldiger. Hoofdstuk I en II van het boek Habakuk, als een van de weinig Joodse auteurs opgenomen in De Jong onder nummer 637 (en trouwens ook in de catalogus Op de rand van de afgrond onder nummer 40). Blijkens het colofon weliswaar vertaald en gezet in de oorlogswinter 1944-1945 maar gedrukt in de zomer van 1945. De tweede is Zijn einde. Jesaja XIV:3-21 dat kort na de oorlog verscheen in een oplage van 500, waarvan 100 genummerd (dit is nummer 40). 

Mijn andere clandestiene uitgaven

In mijn eigen bibliotheek had ik al een aantal uitgaven staan die tijdens de oorlog zijn verschenen. Een deel ervan zijn legaal verschenen uitgaven, zoals de Stols-uitgave van Petrarca's Madonna Laura waar ik eerder over schreef en de bij Nijgh & Van Ditmar in 1941 verschenen titels Vluchtige begroetingen en De kleine Rudolf van Aart van der Leeuw en Apollyon van Bordewijk.

Van Bordewijk heb ik daarnaast de door hem onder het pseudoniem "Emile Mandeau" geschreven werkje Verbrande erven (De Jong 532) dat in 1944 bij de Bezige Bij verscheen in 525 genummerde exemplaren (ik heb nummer 63). Daarnaast heb ik één van de gelegenheidsuitgaven die Chris Leeflang produceerde voor vrienden en bekenden, het bij de jaarwisseling 1944-1945 verschenen Jaarlied van Bredero (De Jong 117).

Een uitgave uit mijn bibliotheek die niet clandestien was, maar het wel werd, is het boekenweekgeschenk 1941. Citerend van de website Neerlandistiek.nl: "Ter gelegenheid van de boekenweek 1941 verscheen de bloemlezing Novellen en gedichten, samengesteld door Victor E. van Vriesland en Emmy van Lokhorst. Het kwam uit in een oplage van 67.000 exemplaren, en was bestemd voor iedereen die van 1 tot 8 maart 1941 voor fl. 2,50 aan boeken kocht. Op 27 februari publiceerde de NSB-krant Het Nationale Dagblad een artikel waarin schande wordt gesproken over de aanwezigheid van verzen van ‘den Jood Maurits Mok‘. Van Vriesland, een van de samenstellers, was ook van joodse komaf. Een nationaal-socialistisch boekhandelaar doet op 28 februari zijn beklag bij de uitgever, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels: “Een mooi gebonden werkje […] om een aantal Jodendichters […] naar voren te kunnen brengen.” Uiteindelijk werd de uitgave door de Duitsers teruggeroepen en vernietigd, behalve 20.000 exemplaren die al bij lezers waren. Ook deze is daarom niet echt zeldzaam, en wordt ook nu nog tweedehands ruimschoots aangeboden.

Een collectie clandestiene uitgaven?

Het lijkt erop dat zich nu een kleine collectie clandestiene uitgaven in mijn bibliotheek vormt. Een doel zou kunnen zijn om alle 1019 uitgaven in de lijst van De Jong te verzamelen (+ de 58 in de catalogus van de UBA). Dat is niet mijn plan. Als ik het genoemde kavel met 200 exemplaren bij Bubb had gekocht, had ik daar nog een behoorlijke stap in kunnen zetten. Maar voor nu is het mooi om deze kleine vertegenwoordiging in mijn bibliotheek te hebben en zo iets meer zicht te krijgen op de moeilijke omstandigheden waaronder ze tot stand kwamen.  

24 januari, 2013

221 - Goede mensen

Zo luidt de titel van deze nieuwe, schitterende, roman van de Israëlische schrijver Nir Baram. Maar veel goede mensen heb ik in het boek niet in kunnen ontdekken. Wel een fascinerend en dramatisch verhaal dat zich afspeelt in Duitsland, Polen en Rusland in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog (vanaf de Kristallnacht) en de eerste jaren van die oorlog (tot de Duitse inval in Rusland).

Centraal staan de gebeurtenissen van twee mensen, de Duitser Thomas en de Joodse Russin Sasja, die zich staande proberen te houden terwijl twee totalitaire systemen hun land, hun families en hun leven overweldigen. Elk op hun eigen manier proberen ze te overleven en ze maken daarbij keuzes waardoor ze zelf overleven maar de mensen die hen dierbaar zijn moeten verraden. Ze worden verblind door eerzucht en door het verlangen hun familie te redden. En dat niet alleen: uiteindelijk worden ze onderdeel van het systeem dat hen wil vernietigen, en ze dragen zo bij aan de dood van nog veel meer anderen. Thomas, doordat de resultaten van zijn werk door de Nazi's worden gebruikt om hele groepen in de Duitse en Poolse samenleving te vermoorden en Sasja omdat zij in dienst staat van de zuiveringsacties van Stalin.

Het boek laat op aangrijpende manier zien hoe machteloos Thomas en Sasja elk op hun manier zijn om zich te verzetten tegen de gebeurtenissen om hen heen. Elk stap die ze zetten brengt schade in hun omgeving, terwijl ze wanhopig proberen de gebeurtenissen te rationaliseren en een uitweg uit de rampspoed te rationaliseren. Maar om hen heen stort de wereld in. De gruwelijkheden volgen elkaar op. Wat knap is in de beschrijvingen van Baram is dat hij die niet expliciet beschrijft, maar flitsen toont. Juist door de afwezigheid van expliciete beschrijvingen komen die situaties hard binnen. De paniek onder de Joden in Duitsland voor de oorlog en de onmogelijkheid te ontsnappen. De angst onder de Joden in Polen na de bezetting, weergegeven in een beeld van joodse vrouwen in verschoten kleren en kale schoenen, die proberen een visum te krijgen. Een schijnwerper die kort schijnt op naakte gevangenen. En Thomas die het ziet maar alles ontkent, en zich blijft rechtvaardigen, zich wentelt in zijn eigen leed en niet wil zijn dat om hem heen duizenden worden vermoord. Evengoed Sasja, die bereid is honderden naar Siberisch kampen te sturen om haar broer te redden - iets wat uiteraard niet lukt.

Is dit dan een somber boek? Gek genoeg niet per se, het is gewoon heel goed en meeslepend geschreven. Om en om een hoofdstuk waarin dan weer Sasja, dan weer Thomas centraal staat. Uiteindelijk ontmoeten ze elkaar in een laatste onmogelijk plan om te overleven - zonder succes uiteraard. Het is een boek dat je beetpakt en niet loslaat, dat je aan het denken zet en dat op een unieke manier een beeld schetst van hoe gewone mensen proberen te overleven in een dictatuur. Lezen dus! Of lees anders nog wat recensies: hier, hier en hier.

05 augustus, 2012

211 - Villa Triste

Het is alweer een tijdje geleden dat ik gratis boeken kreeg (tot mijn schrik zie ik dat het alweer in 2008 was!) maar het boek dat ik kreeg maakte het lange wachten meer dan goed.

Villa Triste is de veelbelovende titel van het jongste vertaalde boek van Lucretia Grindle. Een lijvige roman die op het oog een zwaar thema als basis heeft: de strijd van de partizanen in Italië tegen zowel de Duitse bezetter als de Italiaanse fascisten. Maar het is ook het verhaal van een moordonderzoek, dat start na de mysterieuze moord op twee oorlogshelden: pas onderscheiden leden van het Italiaanse verzet. De Florentijnse speurder Pallioti wordt op de zaak gezet en ontdekt langzamerhand meer van de geschiedenis van zijn land dan hij ooit voor mogelijk hield. En dat aan de hand van een mysterieus dagboekje van Caterina Cammaccio waarin het verhaal wordt verteld van de verzetsstrijd van de zusjes Caterina en Isabella (Cati en Issa) en hun familie in de laatste oorlogsjaren. Het is ook het verhaal van de liefde tussen Isabella en Carlo en de tegelijkertijd de onmogelijkheid van deze liefde in de woelige tijd waarin zij leefden.

In het boek wordt afwisselend het verloop van het hedendaagse moordonderzoek als het historische partizanenverhaal verteld. Een schrijfstijl die vaker wordt gebruikt, recent bijvoorbeeld ook in het boek van Elle van Rijn dat ik tijdens de boekenweek in de Bijenkorf van haar kocht (Het vergeten gezicht, zie een verslag van die ontmoeting hier) en waarin ook een liefdesverhaal uit die tijd wordt verweven met een hedendaags verhaal. Grindle gebruikt deze stijl overtuigend. Ik bedacht mij bij het lezen dat ik mij de bijzondere rol van Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit echt gerealiseerd had: eerst als agressor en bondgenoot van nazi-Duitsland, later als vijand van nazi-Duitsland. Maar tegelijkertijd met een belangrijke eigen groep fascisten, navolgers van Mussolini, die niet van plan waren de macht over te geven. Dat plaatste de Italiaanse bevolking voor een paar belangrijke dilemma's en positiekeuzes, iets wat in het boek overtuigend naar voren komt. Ik kende natuurlijk wel een oorlogsrelaas van bijvoorbeeld Giorgio Bassani, De tuin van de Finzi-Contini's, geschreven vanuit het perspectief van Joodse slachtoffers in diezelfde fascistische periode. Maar dit beeld van de partizanenstrijd was voor mij nieuw.

In feite is dit boek een in-verdrietig verhaal over verraad en het laat de triestheid van de oorlog zonder winnaars in volle omvang zien. Maar het is ook een verhaal van hoop omdat het de opoffering en de moed laat zien en de wederopbouw na de oorlog. En uiteindelijk is het een verhaal van rechtvaardigheid en opluchting, omdat de waarheid toch boven komt en ook het laatste raadsel op de slotpagina's wordt opgelost.

Kortom, een knappe prestatie van Lucretia Grindle. Dit boek dateert al uit 2010. In 2011 verscheen The lost daughter, met diezelfde speurder Pallioti en zijn assistent Enzo Saenz maar dit keer met de schijnwerper op een ander deel van de Italiaanse geschiedenis: de terroristische Rode Brigades. Ik ben erg benieuwd hoe Grindle dit onderdeel van de geschiedenis naar voren weet te brengen. Als het op vergelijkbare wijze gebeurt als in Villa Triste, is het boek zeker de moeite waard.

Intussen zag ik ook nog dat er een film is/wordt gemaakt met de titel Villa Triste. Het is geen verfilming van het boek van Lucretia Grindle, maar een weergave van het historische Nazi hoofdkwartier dat in Florence onder die naam bekend stond. Lees hier een artikel over de komende film van regisseur Fabrizio Favilli. Het laat in elk geval zien hoe zeer dit boek op ware feiten is gebaseerd.

17 maart, 2008

148 - Schietschrijver

Dramatisch bericht in alle kranten vandaag: een Duitse soldaat heeft bekend dat hij de piloot was die tijdens de Tweede Wereldoorlog Antoine de Saint-Exupéry heeft neergeschoten. De Saint-Exupéry is de schrijver van De Kleine Prins, het meest vertaalde boek uit de Franse literatuur. Nadat de schutter zijn daad bekende tegenover een Franse krant werd het vervolgens opgepikt door NRC, Guardian, New York Times, Fox news en natuurlijk Tuscaloosa News. Uiteraard is het een drama om één van je favoriete auteurs te vermoorden en aangezien de dood van De Saint-Exupéry decennialang een mysterie was, is het nieuws. Aan de andere kant doet het geen recht aan die andere 71.999.999 doden van deze oorlog: elke dood was dramatisch. De Duitsers lieten zich niet onbetuigd bij het vermoorden van auteurs. De Saint-Exupéry werd dan misschien 'per ongeluk' vermoord, dat gold niet voor auteurs als Etty Hillesum, Jan Campert, Peter Hammerschlag, Anton de Kom, A.M. de Jong en vele, vele anderen. Toch is het goed dat Horst Rippert - broer van de bebaarde zanger Iwan Rebroff - alsnog spijt betuigt. 

De Saint-Exupéry was gevechtspiloot in de oorlog. Er zijn meer auteur-soldaten geweest, zoals David Webster, maar in het bijzonder toch ook Jaroslav Hasek, die soldaat was in de Eerste Wereldoorlog en een briljant boek schreef: De lotgevallen van de brave soldaat Svejk. Eén van de beste anti-oorlogsboeken, vooral omdat de schijnbaar argeloze, altijd vriendelijke soldaat Svejk door elk bevel letterlijk te nemen en tot in het absurde uit te voeren, het autoritaire gezag en militaristisch gedrag te kijk zet. En daarmee duidelijk maakt hoe belachelijk oorlog eigenlijk is. 

03 maart, 2005

42 - Een onverwacht genoegen

Wie als verzamelaar van boeken door het leven gaat, is zich op elk willekeurig moment van de dag bewust van de aanwezigheid van boeken om zich heen. "Zoeken naar boeken" is immers een activiteit, maar niet één die zich beperkt tot vaste momenten. Het kan betekenen dat je zo af en toe wat titels door databanken of zoekmachines haalt om te zien of ze toevallig ergens aangeboden worden, maar ook dat je eens een straatje om loopt om een paar minuten in een antiquariaat rond te kijken. Verder moet je mogelijkheden om op onverwachte plekken te zoek nooit afslaan.

Wie kent ze niet: de uitverkoopbakken bij V&D. Van tijd tot tijd worden overtollige boeken voor een habbekrats aangeboden op volle tafels, waarbij het merendeel van de voorraad bestaat uit rotzooi. Dat neemt niet weg dat tussen alle modder ook af en toe een parel kan zitten, en je kunt het je dus niet veroorloven om eraan voorbij te lopen; er moet gekeken worden. Hoewel V&D niet de eerste winkel is waar ik aan denk als het om boeken gaat.

Hoe dan ook, in Rotterdam bood de V&D in het centrum boeken met 70% korting aan. Voor de verandering leek het dit keer een échte opruiming, geen als uitverkoop verpakte ramsj. Tot mijn ontzettend grote genoegen werd ik voor een habbekrats de blijde eigenaar van twee nieuwe boeken, die ook nog eens allebei de Tweede Wereldoorlog als onderwerp hebben.

De eerste is het boekje van Kathrine Kressmann Taylor, "Adres onbekend". Het is een fictieve briefwisseling tussen twee vrienden aan de vooravond van de oorlog. Een joodse man, kunsthandelaar, heeft een galerie in San Francisco en zijn zakenpartner en vriend keert in 1933 terug naar Duitsland. Degene die terugkeert verwordt langzaam maar zeker tot een nazi en adopteert de ideologie van nazi’s volledig. Niet alleen beëindigt hij de vriendschap, maar hij verraadt ook de zus van de kunsthandelaar - die in Duitsland bij hem hulp zoekt - aan de SS. De wraak van de kunsthandelaar is meesterlijk: met brieven weet hij zijn voormalige vriend zodanig klem te zetten, dat hij ten onder gaat door hij nietsontziende systeem. De laatste brief naar Duitsland komt retour: "Adres onbekend", waarmee de wraak volledig is.

Het verhaal legt de wreedheid van het systeem genadeloos bloot, en laat zien hoe gevaarlijk het is als mensen zich daarmee identificeren. Het systeem vermoordt haar eigen dienaren zonder scrupules.
In de mooie gebonden uitgave van Ambo staat een nawoord van de zoon van de schrijfster die vertelt hoe het boekje op verschillende momenten succesvol was en een breed publiek bereikte. Niet alleen als boek, maar ook als toneelstuk, zelfs in Nederland.

Verder viste ik "Het kaartspel" van Adolf Schröder uit de bak. Ik moet het nog lezen, maar de flaptekst belooft veel. Ook dit boek gaat over brieven. Deze keer schrijft de hoofdpersoon, een oude Joodse vrouw, ze in de oorlog vanuit Brazilië aan haar tweelingzus in Duitsland, die toen waarschijnlijk al niet meer leefde. De brieven werden nooit verstuurd, maar aan het eind van haar leven vraagt de vrouw een werkstudent om haar te helpen met ordenen en dan wordt een geheim langzaam onthuld. Zoals iemand schreef: "een van de gruwelen van de oorlog: winnen of sterven, waarbij winnen geen geluk brengt."

Merkwaardig toeval dat ik op één dag twee boeken koop die allebei over de oorlog gaan en betrekking hebben op brieven die geschreven worden naar Duitsland. Waarom heb ik ze gekocht? Vanwege de inhoud natuurlijk, maar ook vanwege de uitgaven zelf: exemplaren als nieuw, gebonden met stofomslag, sieraden voor mijn boekenkast.

Het was het zoeken meer dan waard op deze dag.

07 januari, 2005

33 - Walter Benjamin

In mijn post van 28 december schreef ik over de tragische dood van Walter Benjamin in 1940, toen hij op de hielen werd gezeten door de Gestapo en geen visum kreeg voor Spanje.



Toevallig zag ik dat in Filosofie Magazine van deze maand een artikel over Benjamin staat. De aanhef is hier te lezen. Eronder staat dat dit het volledige artikel is, maar dat is dus niet zo.

Het artikel beschrijft de vriendschap van Benjamin en Theodor Adorno, die wel veilig naar Amerika heeft kunnen vluchten.



In mijn vorige post vroeg ik mij af wat met de geweldige boekenverzameling van Benjamin was gebeurd, maar in dit artikel lees ik dat de manuscripten van Benjamin eerst in beheer zijn geweest bij de Georges Bataille, en later zijn overgedragen aan de familie Adorno. Of dat alleen voor de manuscripten geldt of voor al Benjamin's boeken is dus niet duidelijk, maar het is een geruststellende gedachte dat zijn werk in elk geval in goede handen is terecht gekomen en niet geroofd is door de nazi's. Hoewel... in dit artikel lees ik dat na Benjamin's vlucht de Gestapo de inboedel van zijn huis heeft geroofd en naar Berlijn gebracht, na de oorlog door zijn spullen door de Russen meegenomen naar Moskou en in 1957 teruggegeven aan de DDR. Een en ander wordt opgenomen in het Walter Benjamin archief. Wat nog verdwenen is zijn stukken die Benjamin in 1933 in Berlijn achterliet.

Het blijft treurig allemaal, de oorlog en wat het met mensen doet.