Posts tonen met het label incunabel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label incunabel. Alle posts tonen

01 maart, 2023

341 - Vier eeuwen boekgeschiedenis in drie vuistdikke boeken

De afgelopen weken heb ik mij ondergedompeld in een paar dikke pillen waarin de rol van het boek in de Westerse samenleving uitvoerig aan de orde komt. En dat vanuit het perspectief van (soms individuele) drukkers en boekhandelaars, maar met uitgebreide vertakkingen naar de ontwikkeling van ideeën over de moderne samenleving en de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen door de eeuwen heenb. Onbewust werd ik zo meegenomen langs een cultuurgeschiedenis van vier eeuwen - maar met tal van parallellen met de hedendaagse samenleving. Dat is het mooie van geschiedenis, het leert ons uiteindelijk iets over ons leven vandaag. Een mooie opfrisser kortom, niet alleen leerzaam als het gaat om de geschiedenis van de rol van het boek zelf maar vooral de ontwikkeling van de moderne samenleving zoals we die nu kennen. Waarbij de focus bij het lezen verschoof van Zuid-Europa naar het noorden, en uiteindelijk inzoomde op Leiden. Hieronder ga ik in op de drie boeken die ik las. Aanraders zijn het alledrie, maar de lezer moet wél van details houden. In elk van de boeken passeren bijvoorbeeld letterlijk honderden titels de revue, maar ook talloze namen van schrijvers, drukkers en hun tijdgenoten en en passant worden tal van historische feiten aangehaald (en meestal toegelicht). Een aantal van de genoemde titels heb ik nog nagezocht, maar daar ben ik uiteindelijk mee gestopt. Tenzij de aangehaalde titel om een of andere reden historisch interessant was, dan natuurlijk wel. Zoals deze of deze.

15e/16e eeuw

Het boek van King, met op het
omslag iemand die niet
Vespasiano is
Ik trapte af met het recente boek van Ross King, De boekhandelaar van Florence. De boekhandelaar uit de titel is de Florentijn Vespasiano da Bisticci (1421-1498) die uitgroeide tot één van de belangrijkste boekhandelaren uit de 15e eeuw. Hij opereerde op het snijvlak van de belangrijkste ontwikkeling van zijn tijd, de uitvinding van de boekdrukkunst met losse letters. Tot zijn dood bleef hij voorvechter van het maken van manuscripten, met de hand geschreven boeken, die wat hem betreft niet alleen mooiere maar ook inhoudelijk betere boeken opleverde dan boeken die met een drukpers werden geproduceerd. Maar Vespasiano was ook een man die een voorname rol speelde in het ontsluiten van werken van klassieke auteurs, uit de Griekse en Romeinse tijd dus. Hij had contacten met tal van vooraanstaande wetenschappers en machthebbers uit het Italië van die tijd en uit grote delen van Europa, die allemaal de weg naar zijn boekhandel wisten te vinden. Daardoor wist hij waar zich specifieke manuscripten bevonden en kon hij die laten reproduceren voor zijn klanten. Zoals werken van Cicero, Vergilius, Lucanus, Plinius (de Oude en de Jongere), Seneca, Plato of Aristoteles. Het was ook de tijd dat er in heel Europa actief werd gezocht naar verloren gewaande manuscripten omdat de lezers in de renaissance behoefte hadden aan die kennis  - en er werden er aardig wat teruggevonden in kloosters. Deze moesten vervolgens natuurlijk beschikbaar gemaakt worden voor lezers. Vespasiano had een heel bestand aan kopiisten beschikbaar en het proces van het maken van zo'n manuscript, inclusief het vinden van de juiste versie en het corrigeren van fouten, wordt door King uitvoerig uit de doeken gedaan. King maakt vele uitstapjes naar persoons- en plaatsbeschrijvingen, achterhaalt hoe Vespasiano zich staande hield in allerlei politieke intriges door machthebbers uit verschillende kampen te vriend te houden. Tegelijkertijd wordt ook het dagelijks leven in al zijn gruwelijkheid beschreven, waaronder moordpartijen in de openbare ruimte wanneer een machtsgreep faalt. Inclusief triomfantelijk rondgedragen hoofden. Om nog maar te zwijgen over de gevolgen van de pest. Maar ook de val van Constantinopel en de korte aanwezigheid van veroveraar Mehmet II op het Italiaanse vasteland worden uitvoerig besproken. Die Mehmet II blijkt trouwens een verzamelaar van manuscripten te zijn geweest, die niet toeliet dat waardevolle manuscripten werden vernietigd. Mooi is de beschrijving van Vespasiano's betrokkenheid bij het vullen van de bibliotheek die door Cosimo de' Medici werd gesticht: hij zou hiervoor ruim 200 (handgeschreven)  werken leveren. Dit was overigens slechts één van de prestigieuze opdrachten die hij uitvoerde, omdat hij bekend stond om de kwaliteit die hij leverde en dat was voor hooggeplaatste opdrachtgevers van essentieel belang wanneer ze een vooraanstaande bibliotheek wilden opbouwen. King schetst dat als er dan al gedrukte boeken bijkwamen, deze in een aparte ruimte werden bewaard (want minder van kwaliteit).

Wat ik leerde uit dit boek is dat er in de late middeleeuwen in Europa veel en veel meer manuscripten werden gepubliceerd (=geschreven) dan gedacht. Van de meer dan 10 miljoen exemplaren die tijdens de jaren 500-1500 werden geproduceerd, werden bijna de helft tijdens de vijftiende eeuw geschreven. Tussen 1400 en 1470 liet elk decennium een exponentiële stijging van geschreven manuscripten noteren (dus ook nog na Gutenbergs doorbraak). En ook dat het met de geletterdheid in de late middeleeuwen op zich wel meeviel, hoewel het opbouwen van een bibliotheek naast leesvaardigheid behoorlijk wat kapitaal vroeg. Duidelijk is ook dat het even duurde voordat de drukpers echt een succes werd en zich wijd verspreidde over Europa, ondanks dat boeken goedkoper werden. De techniek was nog jong en complex en de investeringen hoog. Het snijden van de matrijzen, het gieten van de letters en het vastzetten ervan in een raam – telkens rekening houdend met het spiegelschrift – vergden nauwkeurigheid en oplettendheid. Om twee à drie pagina’s te zetten rekende men op een werkdag van veertien uur. Het is dus niet verwonderlijk dat er na 1500 nog steeds boeken werden (over)geschreven. Pas vanaf het einde van de eeuw begon de boekdrukkunst het volledig over te nemen. Maar zelfs toen was het nog zo dat (over)schrijvers en illuminatoren nog steeds voldoende werk hadden omdat ze de gedrukte boeken nog altijd rubriceerden en verfraaiden met verluchte beginletters. Wat King ook schetst is dat veel van de eerste drukkers failliet gingen omdat het toch moeilijk was een winstgevend bedrijf op te zetten. In mijn beleving was het met manuscripten vrij snel afgelopen, maar het duurde dus enige decennia voordat het gedrukte boek het pleit won. Talloze titels die in de tweede helft van de 15e eeuw van de drukpers rolden bestaan overigens niet meer. De titels zijn te herleiden uit drukkerscatalogi en andere geschriften, maar de boeken zelf zijn er niet meer. De oplagen waren vaak ook laag: een oplage van 300 was al heel wat in die tijd. Eeuwen van oorlog en conflict hebben helaas tot grote verliezen van dit culturele erfgoed geleid, ook al was het bezit van zo'n gedrukt boek destijds best bijzonder. Niet zozeer voor de rijke bovenlaag (die zagen immers meer in manuscripten) maar vooral voor burgers die nu wellicht voor het eerst toegang kregen tot geschreven boeken. 

Natuurlijk besteed King vooral aandacht aan de situatie in Florence en daardoor komen de ontwikkelingen in andere steden - zoals Venetië, waar iemand als Aldus Manutius uiteindelijk een voorname rol speelde - maar beperkt in beeld. Desondanks is juist de keuze voor Florence en Vespasiano in het bijzonder goed te volgen. Vespasiano bevond zich op het kantelpunt van een historische ontwikkeling, op de plek waar de renaissance volop bloeide. Daardoor kan zowel gedetailleerd het komen en gaan van bezoekers in een boekwinkel worden geschetst, en tegelijkertijd het verhaal van de renaissance als geheel worden verteld. Ook wordt duidelijk dat Florence achterbleef op de ontwikkeling, en misschien kwam dat ook wel door Vespasiano. Waar in andere steden al snel drukkers hun plaats innamen (steden als Venetië, maar ook Bologna en Padua) was dat in Florence anders. Misschien wel omdat Vespasiano als geen ander in staat was zijn klanten te bedienen met de juiste boeken, van de juiste kwaliteit op het juiste moment. Ook al kostte het gedrukte boek 80% minder dan een manuscript, de belangrijkste afnemers van boeken waren kennelijk zo tevreden dat er nauwelijks prikkel was om over te stappen op het gedrukte boek. Maar uiteindelijk werd ook Vespasiano ingehaald door de tijd en toen de eerste drukkerij vanuit klooster San Jacopo di Ripoli voet aan de grond kreeg en succesvol werd, trok hij zich terug op het platteland om van zijn oude dag en zijn geschreven boeken te genieten.

Dit is niet het eerste non-fictie boek van Ross King over de renaissance. Hij schreef ook al boeken over Leonardo da Vinci en Michelangelo. Duidelijk is dat hij goed in de materie zit en hij is in staat het tijdperk levendig te beschrijven en tegelijkertijd is duidelijk dat hij grondig onderzoek heeft gedaan. Van de 525 pagina’s in het boek zijn er 74 gewijd aan eindnoten, bibliografie en index. Een fraaie bespreking van het boek van de hand Patrick Praet vind je hier.

16e/17e eeuw

Daarna last ik het boek van Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen, De boekhandel van de wereld. Met dit boek richten zij de schijnwerper op de Gouden Eeuw in Nederland en proberen zij te achterhalen hoe groot de productie van de drukkers was in die tijd en wat de invloed was van deze productie in andere landen. Mede door dit boek werd Pettegree de winnaar van de Menno Hertzbergerprijs 2023. In het boek van King ging het ook al af en toe over de ontwikkelingen in het gebied dat we nu kennen als Nederland, maar nog wel in de zijlijn. De focus lag daar, naast Italië, meer op Duitstalige landen omdat daar de eerste ontwikkelingen op het gebied van drukpersen plaatsvonden. In dit boek wordt echter ingezoomd op de productie van boeken vanuit het Nederlands grondgebied. Niet alleen als het ging om de fraaie folio-uitgaven die we vandaag nog in allerlei bibliotheken vinden, maar vooral met het oog op al het inmiddels verdwenen drukwerk: schoolboeken, almanakken, schotschriften, pamfletten, aanplakbiljetten, religieuze literatuur en al dat soort producties. Hoeveel verschillende uitgaven werden gedrukt in welke oplages? Waarom werden deze gedrukt? Hoeveel was dit in totaal? Hoe verdienden drukkers hun geld en waar kwam dat geld vandaan? Wat had de gemiddelde burger op de plank staan en hoeveel werd besteed aan lectuur? Het levert een fascinerend inzicht op als het gaat om de publicaties die in de 17e eeuw het daglicht zagen. De auteurs komen tot duizelingwekkende getallen als het gaat om gepubliceerde titels, en de overgrote meerderheid daarvan is inmiddels verloren gegaan. Want heel veel van wat gedrukt werd, was bedoeld om intensief en kortstondig gebruikt te worden. Zoals schoolboeken en almanakken, maar ook de vele pamfletten in het politieke debat van die tijd. Het werd daarom niet bewaard en niet verzameld en is - uitzonderingen daargelaten - verdwenen. Toch weten de auteurs uit allerlei bronnen te herleiden wat er zoal gepubliceerd werd, en wat het effect daarvan was op de samenleving. De titel verwijst naar de unieke positie van drukkers en boekverkopers in de 16e eeuw in heel Europa, maar ook tot in het net veroverde Amerikaanse vasteland.


Wat ik leerde uit dit boek was veel. Bijvoorbeeld dat het karakter van Nederlanders - en dan vooral als het gaat om de twistzieke kant ervan en de neiging tot polariseren - weinig is veranderd. De auteurs laten zien hoe er diverse pamflettenoorlogen woedden waarbij, soms ook tot verbazing van buitenlandse bezoekers, iedereen met een mening deze meende te moeten publiceren in allerhande publicaties. Daarbij werden opruiing, fake-news en complottheorieën niet geschuwd, met soms desastreuze gevolgen (denk aan de dood van de gebroeders De Witt en Van Oldenbarnevelt). Het was het Twitter van de 17e eeuw, net zo grimmig en net zo anoniem als in de 21e eeuw. Wat ik ook leerde was hoe het systeem van stadsdrukkers functioneerde, wat de rol van de stadsaanplakker was (zoals de verplichte dagelijkse rondjes en hoe lang een biljet moest hangen - en hoe hoog de boete is als je een locatie overslaat) en hoe boekproductie in het algemeen plaatsvond. Of welke verplichte boeken aan boord van VOC-schepen waren, zoals die Willem Barentsz bij zich had tijdens zijn overwintering op Nova Zembla. Maar ook het boekenplankje van Rembrandt komt aan bod. De auteurs hebben gemeentelijke archieven, krantenadvertenties, veilingcatalogi, bibliotheken en andere bronnen doorzocht om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen. Duidelijk is dat de Republiek in die tijd niet alleen  hyperkapitalistisch was maar ook tamelijk corrupt en in elk geval zonder al te veel scrupules handel dreef. De vaderlandse drukkers en boekverkopers vonden het geen probleem om met gerichte acties Engelse en Franse vakbroeders het faillissement in te jagen en bepaalde vakgebieden internationaal te domineren. Zo zijn er fascinerende inkijkjes in de rol van de beroemde firma Elzevier en wat zij zoal op voorraad hadden - en waarom. Ondertussen krijgt de lezer ook nog wat achtergronden mee over de verschillende oorlogen met Engeland, de politieke, religieuze en economische ontwikkelingen in de Republiek en korte biografieën over de hoofdpersonen. Een schat aan informatie over de periode waarin het Nederland zoals we dat nu kennen gevormd werd.

Dit boek was iets dikker dan de vorige (608 pagina’s), waarvan 506 pagina’s tekst en 102 pagina’s afbeeldingen, eindnoten, bibliografie en namenregister. 

18e eeuw

Het laatste boek dat ik las was Elie Luzac. Boekverkoper van de Verlichting. Dit is al een wat ouder boek, uit 2005, en het was de dissertatie van Rietje van Vliet. Waarschijnlijk is om die reden dit het boek met de meeste bronvermeldingen: behalve 472 pagina’s met de eigenlijke tekst, zijn er maar liefst 226 pagina’s met noten, 9 bijlagen, namenregister en bibliografie. In dit boek ligt de focus bijna geheel op Leiden. Natuurlijk gaat het ook om de ontwikkelingen in en rond Nederland in breder perspectief, maar het focuspunt is het effect op de Leidse samenleving, Leidse boekhandelaars en in het bijzonder het leven van deze boekverkoper en politiek activist Elie Luzac. Die trouwens - net als bijvoorbeeld Vespasiano een paar eeuwen daarvoor - deel uitmaakte van een internationaal netwerk wetenschappers en invloedrijke personen, die er aan bijdroegen dat hij de status en positie kreeg als vooraanstaande boekverkoper. Ook in dit boek wordt via de beschrijving van het leven en het werk van een concrete persoon een mooie beschrijving gegeven van de maatschappelijke context waarin Luzac leefde en werkte, de spanningen op dat moment en hoe het boek als verspreider van ideeën een functie had in die samenleving. Luzac was een slimme man die een goede neus had voor wat zijn lezerspubliek zocht. Hij beperkte zich tot wetenschappelijke werken, maar wist tal van auteurs aan zich te binden waar hij goed aan verdiende. Tegelijkertijd was zijn invloed op zijn eigen fonds groot: hij gaf veel van zijn eigen werk uit, of hij redigeerde teksten van auteurs in zijn fonds. 

Een publicatie van Luzac
Ook van dit boek leerde ik weer heel veel. Ik merkte dat ik nog redelijk kon aanhaken bij de beschreven historische gebeurtenissen in de eerste twee boeken, van de 15e tot de 17e eeuw. Maar de 18e eeuw bleek bij mij een behoorlijk blinde vlek. Van Vliet gaat gedetailleerd in op de rol van Luzac in de voortwoekerende strijd tussen patriotten en orangisten. Zij beschrijft de effecten van de stadhouderloze tijdperken op de boekverkoop en -productie. Maar ik moest echt even opzoeken hoe dat nou zat met de Oostenrijkse Nederlanden, de Pruisische inval, de rol van Frankrijk (en de Franse revolutie) versus Engeland en natuurlijk de burgeroorlog die in die tijd in Nederland uitbrak. Of wie Christiaan Wolff ook al weer was en wat de Wolffianen nu precies voorstonden. De parallel met de eeuw hiervoor was voor mij toch wel de onvoorstelbare publicatiedrift via pamfletten, plakkaten en boeken van een brede groep in de samenleving. Net als in de Gouden Eeuw bestookten individuen en groepen elkaar met grote hoeveelheden teksten, waarbij het waarheidsgehalte niet altijd relevant was. Het leerde mij dat die pennenstrijd in de samenleving niet iets geïsoleerds was in de tijd van het ontstaan van de Republiek, maar dat dit eeuwenlang doorging en kennelijk dus in de Nederlandse volksaard zit. Zoals eerder geconstateerd: tot op de dag van van vandaag. De rol van de Staten bij het geven van toestemming voor publicaties (het kopijrecht), hoe dat recht verhandeld werd en hoe daar in de praktijk mee werd omgegaan was ook een boeiend aspect in dit boek. Verschillende hoofdpersonen uit de 18e eeuw ken ik wel, maar nu kreeg ik meer context. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat de Amsterdamse historicus Jan Wagenaar zo’n felle tegenstander van Luzac was en dat ze elkaar voortdurend schriftelijk onder vuur namen.

Van Vliet schetst de economisch neergang van de Republiek in die periode, wat natuurlijk ook effect had op de boekhandel. Het contrast met de Gouden Eeuw was groot: niet alleen verloor de boekensector haar positie in Europa, maar de veelgeroemde vrijheid van denken en drukpers in de Republiek werd ook steeds minder. Sterker nog: omwille van politieke allianties (Frankrijk respectievelijk Engeland niet boos maken) werden tal van publicaties verboden en werden boekhandelaren actief vervolgd als zij verboden lectuur verhandelden. Maar afhankelijk van wie er aan de macht was (orangist of patriot), werden de publicaties van de andere partij verboden. Luzac, als overtuigd orangist, had in de patriottentijd veel last van zijn overtuigingen. Hij is zelfs een keer mishandeld voor zijn overtuigingen, maar ook klanten meden zijn winkel tegen het einde van de 18e eeuw. Zelf was hij een groot pleitbezorger van vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers, totdat ook hij zag dat er soms grenzen werden overschreden. Waar Pettegree en Der Weduwen tegen het einde van hun boek al laten zien dat de Gouden Eeuw daadwerkelijk op zijn eind loopt, wordt in het boek van Van Vliet de neergang (als het gaat om de rol van de Republiek op de Europese boekenmarkt) uitvoerig beschreven.

Tot slot

Het was grotendeels toeval dat ik deze boeken in deze volgorde las. Ze lagen op mijn stapel te lezen boeken en ik vond dat het er tijd voor was. Maar uiteindelijk was het een fascinerende leeservaring en een mooie reis door de geschiedenis. Elk van de boeken heeft als belangrijke waarde dat de ontwikkeling van de boekcultuur in de bredere historische context wordt geplaatst en verlevendigd wordt met fascinerende portretten van personen uit die tijd. Mijn hoofd zit nu vol met nieuwe feiten en inzichten. Maar ook met verlangen naar boeken die ik nooit zal bezitten, omdat ze simpelweg niet meer bestaan of onbetaalbaar zijn.

21 november, 2016

269 - 13e/14e eeuws manuscript in mijn bibliotheek

Vorig jaar schreef ik over mijn grote blijdschap bij het - na lang zoeken - kunnen kopen van een incunabel oftewel wiegedruk. Mijn passie voor boeken moest wat mij betreft bekroond worden door het bezit van een werk uit de kraamkamer van het moderne boek: een incunabel, oftewel een boek of geschrift dat gezet is met losse letters en gedrukt voor 1 januari 1501 in Europa. Mijn incunabel, een werk van Bernard van Clairvaux, is gedrukt op 16 december 1490 in Venetië en voldoet daarmee ruimschoots aan de definitie voor een incunabel. Het waren Bernardinus Benalius en Matteo Capcasa die het uiteindelijk voor mij drukten. Bernardo Benali (verre familie van Abdelkader?) was een drukker en typograaf die bekend stond om zijn fraaie drukwerk. Bekend van hem is Dante's Commedia die hij samen met Capcasa drukte op 3 maart 1491 en die een paar jaar geleden nog €45000 opbracht. Helaas verwoestte een brand in het klooster Santo Stefano in 1529 een groot deel van zijn voorraad boeken. Matteo Capcasa was afkomstig uit Parma en werkte met verschillende drukkers in Venetië samen, waaronder dus Benali. Het mooie van deze informatie en van de nauwkeurige datering van het boek is dat ik binnenkort de 526e verjaardag van mijn inuncabel kan vieren en kan toosten op beide heren drukkers.

Wat mij bij het kopen al opviel was dat het boek was gebonden in iets dat leek op een ouder handschrift. Het was heel gebruikelijk in de tijd van de wiegedrukken om deze 'ouderwetse' vorm van  schriftelijke communicatie te gebruiken om de moderne boeken mee te binden: ter versteviging van omslagen en ruggen, of zelfs bij wijze van omslag zelf, zoals bij mijn incunabel. In de loop van de 15e en 16e eeuw nam het drukken van boeken een grote vlucht. Het betekende dat heel veel van dit soort handschriften uit het oog verdwenen, maar voortleven in de ruggen en omslagen van boeken in onze bibliotheken. Dat betekent dat er in deze boeken een schat voortleeft die zicht kan geven op het leven in de 15e eeuw en (veel) vroeger.

Tegenwoordig is het mogelijk om onderzoek hier naar te doen zonder het hele boek te hoeven opensnijden. Bijvoorbeeld met X-ray technologie, daarbij kan achter de rug van een boek worden gekeken naar mogelijke fragmenten. Een mooi artikel hoe dit in zijn werk gaat staat hier, waarbij ook zichtbaar wordt hoe ingewikkeld het nog is om deze teksten leesbaar te maken. Overigens staat dit artikel op een mooi blog waar een hele rij boeiende artikelen staat over middeleeuwse teksten. Aanrader: een artikel over middeleeuwse naambriefjes uit een Leids weeshuis waarvan de auteur zegt "this post may make you want to weep",

Ik wilde recent toch wel eens weten wat er nu eigenlijk als omslag voor mijn incunabel was gebruikt. Ik maakte daarom een paar foto's van mijn boek en stuurde ze naar Dr. Erik Kwakkel, expert op het gebied van dit soort handschriften en auteur van bovengenoemd blog (volg hem op Twitter). Hij was bereid naar mijn omslag te kijken en dit is wat hij mij op basis van de foto's schreef:
Het gaat om een handschrift van c. 1300 of de vroege veertiende eeuw dat zeer waarschijnlijk in Italië (?) werd geschreven. De presentatie betreft een “textus inclusus”, ook wel “square bracket glossing” genoemd. Hierbij staan er twee tekst columns centraal, met daarom heen gedrapeerd een commentaar tekst. Deze presentatie was zeer gewoon bij rechtshandschriften, en de kans is groot dat we die ook hier zien. (Op de grote foto met rode Q zijn kolom 1 en 2 de hoofdtekst, en kolom 3 het commentaar. Aan de linkerzijde van kolom 1 was er oorspronkelijk nog een commentaarkolom te vinden.) Ik kan de tekst evenwel niet identificeren omdat de tekst is vervaagd, vermoedelijk met opzet, want vaak werd bij dit soort omslagen gepoogd de tekst weg te wassen.

De inschatting dat het om een Italiaans handschrift gaat is niet raar, aangezien mijn incunabel zoals gezegd in Venetië is gedrukt en het lijkt logisch dat materialen werden gebruikt die voorhanden waren, zoals oude Italiaanse juridische handschriften. In dit geval niet onzichtbaar weggewerkt als versteviging aan de binnenkant van het boek, maar gebruikt als omslag aan de buitenkant. Maar wel met een stuk afgesneden (de linker commentaarkolom, zoals Erik Kwakkel zegt). Waarom het zo is gedaan weet ik niet, maar wat mij wel opvalt is dat dit document op zich best fraai versierd is, met een paar gekleurde initialen. Misschien dat het kleurgebruik en de algemene uitvoering zodanig was, dat men vond dat het wel als omslag gebruikt kan worden. Misschien was dit gewoon de meest goedkope werkwijze in het kader van massaproductie. Misschien sloeg de tekst van het omslag ook een beetje op de inhoud van het boek. Of misschien heeft iemand niet goed opgelet en het omslag er verkeerd om opgeplakt, en was het zo nooit de bedoeling maar is het maar zo gelaten...

Hoe het ook zij, ik ben blij dat ik nu niet alleen een incunabel bezit maar ook nog een - zij het verwassen - handschrift dat nog bijna 200 jaar ouder is. Ik vond de leeftijd van mijn incunabel al hoog - en zal dat op 16 december a.s. plechtig gedenken, mogelijk met een taart met 526 kaarsjes - maar de ruim 700 jaar die deze vage juridische tekst uit Italië meegaat maakt dat ik mij helemaal nederig voel bij zoveel historie.

20 januari, 2016

259 - 1490 en 1493: twee Duitse incunabels

Ik sloot mijn vorige bericht af met de cliffhanger dat ik op een goede dag een brief kreeg van Reiss & Sohn met daarin de factuur van hun laatste veiling. Ik krijg wel vaker brieven uit allerlei windstreken van veilinghuizen (lekker met de ouderwetse post) die meestal dezelfde tekst hebben: helaas moeten wij u meedelen dat u geen van de lots waar u op geboden heeft heeft gewonnen. Veilinghuis Reiss & Sohn deed het echter anders en deelde mij mee:

"Sie ersteigerten in Auktion 174/176 nachfolgende 2 Postionen:" Ik heb het nog even opgezocht, maar dit betekent toch echt dat ik ze had gewonnen!

In deze veiling 174/176 van het veilinghuis werden maar liefst 34 lots met incunabels aangeboden, met een geschatte opbrengst tussen €60.000 (Konrad von Megenberg's Das Buch der Natur uit 1478 "Mit 12 blattgroßen altkolorierten Textholzschnitten u. zahlreichen teils kolorierten Maiblumeninitialen") en €400. Mijn belangstelling ging allereerst uit naar die van €400: wat kon dat nu eigenlijk zijn voor dat geld en zou ik daar op kunnen bieden?

Dit lot bleek inderdaad niet al te slecht. Het bleek te gaan om een exemplaar van Valerius Maximus: Facta et dicta memorabilia uit 1493. Een lekker groot formaat, maar: "Teilw. fleckig, etwas gebräunt, alte Anmerkungen u. Unterstreichungen, vereinzelte Wasserränder u. kl. Randläsuren, vereinzelte Wurmspuren. Es fehlt der Titel u. 1 Bl. Index, die num. Bll. 31, 32, 46, 47, 73-76, 112-114, 128, 129, 151-153, 183-185, 192-195, 207 u. das letzte weiße Blatt. Bl. 203 ist in der Numerierung ausgelassen. oRR /Waf."

Kortom: kopen is kopen en geen recht op retour (oRR/Waf) voor een incunabel uit 1493 met 24 missende (en lelijk uitgescheurde) bladen (waarvan kopieën zijn bijgevoegd) en de gebruikelijke beschadigingen die met de leeftijd samenhangen. Maar wel een incunabel! In een lelijk bandje trouwens, maar ik besloot er toch op te bieden, al was het niet al te hoog. Als ik het dan toch kocht, dan niet voor de hoofdprijs. Mijn maximumprijs was €500 en ik rekende nergens op. Al eerder had ik, zoals ik in mijn vorige bericht schreef, meegemaakt dat hele matige incunabels voor een veelvoud van de geschatte opbrengst van de hand gingen. Maar 500 euro wilde ik er nog wel voor geven.

Verder kijkend in de lijst viel mijn oog op lot 1260: Bernardus Claravallensis: Modus bene vivendi. Ook uit Venetië, gedrukt op 16 december 1490. En verder: "2 Kol. Minuskeln für Initialen. Mehrere eingemalte Initialen in Rot u. vereinzelt Blau. 46 Bll. Prgt. unter Verwendung einer Handschrift des 14./15. Jh.  - Erste Ausgabe der Bernhard von Clairvaux zugeschriebenen Schrift über ein rechtes christliches Leben, angeblich seiner Schwester gewidmet. - Fingerfleckig, teilw. gebräunt bzw. braunfleckig. Bl. c4-7 durch Fraßspuren im Rand beschädigt, c4-5 mit Textverlust. Letztes Bl. mit teilw. hinterlegten Randläsuren mit etwas Textverlust." Een dun boekje, maar wel een echte eerste druk: de eerste uitgave van de klassieker van Bernard van Clairvaux over het goede leven.

Interessant was ook nog dat het boek gebonden was met gebruikmaking van een perkamenten handschrift uit de 14e/15e eeuw, zoals te doen gebruikelijk in die tijd. Boekbinders uit deze tijd recycleden stelselmatig middeleeuwse manuscripten toen deze na de uitvinding van de boekdrukkunst ouderwets waren geworden. Een lezer van dit blog vulde terecht aan dat het overigens zo was hdat sinds de eerste codici werden gemaakt werden oudere boek hergebruikt. Deze praktijk staat compleet los van de boekdrukkunst maar heeft te maken met verouderde info, niet meer interessante inhoud of onleesbaar geworden lettertypen. De drukkunst heeft dit alleen maar versneld na 1450. Uiteraard vinden we dergelijk hergebruik nu zonde, maar toen werd het perkament massaal gedumpt... Evenwel, omdat dit incunabel zo'n dunnetje was, hoewel in een fascinerende binding, besloot ik toch 100 euro onder de geschatte opbrengst te bieden, onder het motto "niet geschoten is altijd mis".

Tot mijn stomme verbazing (én vreugde) won ik echter beide lots en naar mijn gevoel voor een alleszins redelijke prijs. Wil dat dan zeggen dat deze veiling een mislukking was? Dat valt denk ik wel mee. Het eerder genoemde boek van von Megenberg werd voor €190.000 verkocht, wat toch ruim drie keer zoveel was als de toch al niet misselijke geschatte opbrengst. Maar van de 34 lots werden er 5 niet verkocht, 14 brachten minder op dan geschat en 4 precies het geschatte bedrag. Mijn lots zaten bij de 14 waarvan de opbrengst vermoedelijk voor het veilinghuis een beetje tegenviel. Dat is goed nieuws voor mij, maar het is wel atypisch als ik naar mijn ervaringen met andere veilingen kijk (zie mijn vorige bericht).

Maar niet getreurd: ik had twee incunabels gewonnen. Een en ander leidde natuurlijk wel tot een acuut liquiditeitsprobleem, want ook al brachten de incunabels bij de veiling minder op dan beoogd, het was voor mij altijd nog een heleboel geld. Om die reden heb ik het incunabel van Valerius Maximus (de minst mooie van de twee) doorverkocht en ook mijn post-incunabel uit 1522. Beide via catawiki, waarbij de opbrengst van de incunabel tegenviel maar van de post-incunabel erg meeviel. Al met al heb ik zo voor een bijzonder lage nettoprijs (de kosten van de postincunabel + de kosten van 2 incunabels min de opbrengsten van 2 boeken) een heuse incunabel in mijn kast staan. En daar was het mij jaren geleden uiteindelijk om begonnen!

Terugkijkend vind ik mijzelf een redelijk handige handelaar. Met kopen en verkopen heb ik niet alleen veel lol, maar ik bereik ook nog eens mijn doel: een boek waarvan ik elk jaar op 16 december de verjaardag kan vieren. Afgelopen jaar werd het 525 jaar oud. Dat het nog vele jaren in goede gezondheid in mij bibliotheek mag doorbrengen...

01 januari, 2016

258 - Mijn incunabel-obsessie (+cliffhanger)

Nou ja, obsessie... ik wil heel graag een incunabel hebben, zoals ik al eerder schreef. Gewoon omdat ik vind dat een boek uit een periode die zo dicht mogelijk ligt bij de uitvinding van de boekdrukkunst  (ongeveer 1450) in mijn bibliotheek hoort. Als een soort van fundament van alles wat daarna komt. Omdat van alle boeken die in de kast staan, alle mooie, bijzondere uitgaven, alle drukvormen, papiersoorten en omslagen, de gedrukte oorsprong ligt in het moment van uitvinding van de boekdrukkunst.

Wie zich verdiept in de wereld van de incunabel ziet al snel dat het kopen van een incunabel een aanslag op de portemonnee is. En hoe dichter bij 1450 je komt, hoe duurder het vanzelfsprekend wordt. Maar ouderdom zegt niet alles: ook de kwaliteit en inhoud van het gedrukte is bepalend. Bij welke drukker is het gedrukt (een uitgave van Aldus Manutius is interessanter dan die van een willekeurige tijdgenoot) maakt ook uit.

En dus variëren de prijzen van complete incunabels van enkele honderden euro's tot vele duizenden tot miljoenen euro's. Niet vreemd is het daarom dat losse pagina's uit incunabels gretig worden gekocht door verzamelaars: zo is boekhistorie toch voor iedereen bereikbaar. Bij catawiki veranderen incunabelpagina's uit de Neurenberg kroniek bijvoorbeeld geregeld voor rond de 100 euro van eigenaar. Een losse pagina uit een Gutenberg bijbel kost echter momenteel rond de 100.000 euro. Een boekhandelaar die bekend stond om het moedwillig demonteren (c.q. vernietigen) van incunabels was Otto Frederick Ege (zie ook hier). Zijn stelling: "Surely to allow a thousand people 'to have and to hold' an original manuscript leaf, and to get a thrill and understanding that comes only from actual and frequent contact with these art heritages, is justification enough for the scattering of fragments." Persoonlijk vind ik zo'n handelswijze verwerpelijk: je zaagt toch ook niet de Nachtwacht in stukjes zodat zoveel mogelijk kunstliefhebbers er een stukje van kunnen bezitten? Recent las ik dat de Beinecke bibliotheek van Yale in een klap de bestaande fragmenten uit de nalatenschap van Ege gekocht heeft.

Otto F. Ege
Maar ik vond dat het toch mogelijk moest zijn om een complete incunabel te kopen voor een paar honderd euro. Het gaat mij niet eens om een specifiek incunabel of een bepaalde auteur, maar om een willekeurig boek gedrukt vóór 1500, liefst zo dicht mogelijk bij 1450.

Ik begon maar eens met het uitzoeken van welke boekhandelaren daadwerkelijk incunabels verkopen, via de handige site van ILAB. Maar een gemiddelde incunabel bij een handelaar heeft een vraagprijs vanaf zo'n 2.000 euro, tot vele tienduizenden euro's. Dat was dus geen begaanbare weg voor mij.

Mijn hoop was gericht op veilingen. Via een aantal sites voor online bieden (o.a. Invaluable en The Saleroom) heb ik de zoekterm "incunabel" ingevoerd zodat er wereldwijd kon worden gezocht naar veilingen waar incunabels werden aangeboden. En zo kreeg ik meerdere keren per week een mail waarin een veiling van een incunabel werd aangekondigd. Vaak ver boven budget, maar heel vaak ook ogenschijnlijk betaalbaar.

Mijn volgende ontdekking was dat de richtprijzen van incunabels op veilingen optimistisch worden ingeschat. In Italië bood ik bij Gonnelli op een lot incunabels met een richtprijs van €800, deze werden verkocht voor €2400. Bij Marc van de Wiele stond een incunabel €600-900 en die werd verkocht voor €3600. Bij Swann Autions stond een incompleet incunabel uit 1479 met een richtprijs van $400-600 die werd verkocht voor $2.500. Van dit soort ervaringen heb ik er veel opgedaan. Ik bood op incunabels bij Bloomsbury Philobiblon, bij Henri Godts, bij Hartung & Hartung, bij Reiss & Sohn, bij Heritage Auctions, bij Dreweatts, bij Zisska & Lacher... en steeds werd ik verslagen door andere incunabelliefhebbers die soms met een klein bedrag maar veel vaker met een groot bedrag mij bod overtroffen. Twee keer maakte ik mee dat ik een gelijk maximum bod had met een andere bieder, maar later was met het indienen van mijn bod. Bij zowel Gonnelli als Reiss & Sohn gebeurde dit. Ik moet nu eenmaal lang wikken en wegen voordat ik mijn maximumbod indien, andere zijn daar sneller mee. Maar twee keer was ik kennelijk slechts 50 euro verwijderd van een incunabel...

De misgelopen Spinola
Het was verleidelijk om over mijn grenzen te gaan en buitenproportioneel te gaan bieden. Hoewel dit aantrekkelijk was (want sneller resultaat) wilde ik er niet voor kiezen. Ook omdat ik zo af en toe werd gesterkt door veilingresultaten waarbij incunabels voor een bedrag ruim onder de €1000 werden verkocht. Zoals bij de laatste veiling van Zisska & Lacher, waarbij een uitgave van Jacobus Spinola uit 1492 voor €500 werd geveild. Eén keer let ik niet op en prompt mis ik een buitenkans...

Het kopen van een incunabel werd aldus een project dat mij wekelijks bezighield. Vaak zat ik met hartkloppingen online veilingen te volgen. Steeds werd ik teleurgesteld. Tot ik op een dag een brief kreeg uit Duitsland, met de een factuur van een veilinghuis. En wat daarop stond vertel ik in mijn volgende bijdrage.


19 augustus, 2012

212 - Op weg naar een incunabel: mijn boek uit 1522

Een tijdje geleden schreef ik over mijn verlangen om een incunabel te bezitten. Want voor mij is een incunabel een boek dat een bijzonder moment in de geschiedenis markeert. Het is een vóór 1 januari 1501 in Europa gedrukt (en dus niet handgeschreven) boek, blad papier of prent. De boekdrukkunst deed haar intrede rond 1440, en de periode van de incunabelen heeft dus zo'n goede halve eeuw geduurd. Boeken gedrukt tussen 31 december 1500 en 1540 noemt men postincunabelen. Een incunabel markeert het begin van het bestaan van boeken zoals wij die kennen. De ultieme eerste druk, om zo te zeggen. En daarom schaars en kostbaar en niet iets wat snel in mijn boekenkast terecht zal komen vrees ik.

Ik blijk niet de enige te zijn met een wens voor (zeer) oude boeken. In een reactie op mijn eerdere bericht schreef Fokas Holthuis "Die wens heb ik ook jarenlang gekoesterd. Toen hij eenmaal vervuld werd ging er een wereld voor me open!" Deze verzuchting maakte het natuurlijk niet makkelijker!

Kort daarna heb ik op een Italiaanse veiling van 16e eeuwse boeken geprobeerd een post-incunabel te kopen. Deze bleken, in tegenstelling tot de incunabelen, behoorlijk betaalbaar te zijn. Na twee missers met boeken van rond 1520 strandde ik uiteindelijk op een paar minuten van de aankoop van een prachtboek uit 1540. Een andere koper was mijn nipt voor bij de aftersale-catalogus van het prachtige veilinghuis Gonnelli.

En zo stond ik daar met lege handen. Gelukkig ontving ik wederom troost van Fokas: "een zestiende eeuws boek kan voor mij de magie van een incunabel niet evenaren. Laat een paar andere boeken (of colberts, etentjes, kaartjes voor het EK of anderszins...) schieten en ga er voor!"

Dat is natuurlijk heel erg waar. Maar ik denk ook dat je in kleine stapjes naar je doel moet gaan. En daarom heb ik op mijzelf op het onvolprezen Marktplaats in de strijd om het 16e eeuwse boek geworpen. Ik heb de categorie "antieke boeken" bij Marktplaats altijd een beetje genegeerd. Maar ten onrechte: want er staat veel moois tussen. Naast veel rotzooi voor te hoge prijzen natuurlijk, zoals altijd op Marktplaats. Maar ook hier komt de geduldige zoeker aan zijn trekken.

Ik stuitte op een mooie dag op een advertentie met de volgende omschrijving:

"Antiek boek met leren kaft. Taal: Latijn. Geschept papier. Silii Italici Clarissimi Poetae PV. Auteur C. Silius Italicus. Drukker: Thomas Wolff 1519-1535. Gedrukt in 1522. Compleet. Mist geen bladzijden"
De advertentie stond er al een tijdje en er was een bod van 200 euro gedaan. Dat leek mij redelijk, en ik bood daarom gretig een hele euro hoger: 201 euro was mijn bod.

Er gebeurde verder niets meer met de advertentie. Op mijn vraag of ik het boek ook voor het geboden bedrag kon kopen, kreeg ik een teleurstellende reactie. De verkoper mailde:
"Het zit er niet in dat ik het boekje via Marktplaats verkoop nu ik een aantal mensen heb gesproken die verstand van dit soort boeken hebben.
Morgen heb ik een afspraak bij veilinghuis Bubb Kuyper en het zal waarschijnlijk via hen op de veiling worden verkocht voor een bedrag tussen de 1000 en 2000 euro."
Ik vermoedde al dat het gevraagde bedrag te laag was. Ik ben dol op voordeeltjes, maar gun iemand ook z'n winst. Ik heb de verkoper daarom succes gewenst en nog wat andere veilinghuizen getipt voor een second opinion. En ik meldde dat ik geïnteresseerd bleef als het onverhoopt niks mocht worden bij de veiling.

En gelukkig voor mij werd het niks. Het verslag van het bezoek aan de taxateur:
"Vanmorgen brachten we een bezoek aan Bubb Kuyper.Iemand van hen heeft het boekje bestudeerd en kon mij daar het volgende over vertellen:
De kaft dateert niet uit 1522 (het boekje zelf wel!).
In de 17e eeuw is het boekje opnieuw gebonden. Meer details (jaartal) kon hij mij daar niet over geven maar zeker 17e eeuws.
Er is wel iets merkwaardigs aan de hand: de bladzijden 229 tot en met 232 bevinden zich voorin het boekje (na de openingspagina) in plaats aan aan het eind.
De boekdrukker kon waarschijnlijk niet tellen of wat dan ook!??. Verder hebben de eerste pagina's wat waterschade en vertoont de leren kaft ook wat gebruikerssporen.
Kortom, in deze conditie is het zeker geen 1000 of 2000 euro waard. Als ik van het slechtste scenario uitga en van de opbrengst  22% kosten moet afdragen houd ik weinig over."
Ik heb nooit geweten dat ook de verkopers bij een veiling kosten moeten afdragen. Dus koper én verkoper betalen ruim 20% kosten! Op die manier is er weinig aan te verdienen voor een leek... Maar we werden het nu snel eens over de prijs. Daarmee is mijn bibliotheek verrijkt met een boek dat met grote voorsprong het alleroudste is. Over tien jaar is het boek 5 eeuwen oud. Een half millennium!

Ik droom graag een beetje weg bij dit soort jaartallen. Want probeer je 1522 eens voor te stellen: Erasmus leefde nog, evenals Thomas More en Luther. Luther was net geëxcommuniceerd en zou in 1522 het Nieuwe Testament vertalen. Cervantes moest nog geboren worden, evenals Shakespeare. Het zou nog 11 jaar duren voordat Willem van Oranje werd geboren. Het duurde nog 21 jaar voordat De Revolutionibis van Copernicus zou worden gepubliceerd. Da Vinci was drie jaar eerder overleden en de verf van de Mona Lisa was pas 19 jaar droog. Wat een geweldige tijd; en mijn boek was daar al en bevond zich op een kruispunt van de Westerse geschiedenis.

Ik heb natuurlijk gevraagd waar de verkoper het boek vandaan had. Het antwoord was wat ontnuchterend:
"Hoe ik er precies aangekomen ben weet ik niet, het is wel al jaren in mijn bezit. Heb een aantal 19e eeuwse oude apothekerskasten en vond het leuk om daar een aantaloude boeken in te zetten. Zo schafte ik mijzelf op rommelmarkten her en der wat boekjes aan waarbij ik meer lette op de kaft dan op de inhoud.
Onlangs heb ik ze eens onder de loupe genomen en kwam deze verrassing boven tafel."

Tsja, wat je op rommelmarkten al niet tegen kan komen... Helaas is het hierdoor niet te traceren wie de eigenaars zijn geweest in al die eeuwen (zoals bijvoorbeeld Owen Gingerich wel heeft kunnen doen met het meesterwerk van Copernicus). Maar voor toekomstige generaties is deze blog in elk geval een startpunt...

En dan tot slot nog iets over het boekje zelf. Mijn kennis van Latijn is weliswaar net zo dood als de taal zelf, toch kan ik er iets van zeggen. De volledige titel is Silii Italici clarissimi poetae punicorû libri xvij. alibi in Germania nôtemere aediti hactenus, cum argumentis Hermanni Buschij & scolijs in margine adiectis, quae uice uberis commentarij esse possunt. De auteur is Silius Italicus, een Romeins politicus, zakenman en episch dichter uit de eerste eeuw. Uiteraard is dit een deel van het verhaal van de Tweede Punische Oorlog, tussen Rome en Carthago, uit de 3e eeuw voor Christus. Met dit dichtwerk is Silius tot in onze dagen bekend  gebleven. Mijn uitgave stamt zoals gezegd uit 1522 en is becommentarieert door Hermann von dem Busche (1468-1534), een Duitse humanistische schrijver. Het werd gedrukt in Bazel, door Thomas Wolff, destijds kennelijk een actieve drukker.

Verder speuren naar dit boek leerde mij iets verrassends. In een lijst met vermiste boeken van de Koninklijke Bibliotheek in Kopenhagen komt exact hetzelfde boek voor: gedrukt in 1522 in Bazel. Ik heb dus een boek dat in Denemarken vermist wordt... zo lijkt het. In het overzicht staat vermeld dat het vermiste boek een aanduiding heeft van de bibliotheek zelf en gelukkig is mijn exemplaar schoon. Anders zou ik mij nog verplicht voelen het naar Kopenhagen te brengen. Verder zie ik op Abebooks dat een Parijse boekverkoper een exemplaar aanbiedt voor € 750. Een digitale versie van het boek staat hier (zij het met een veel mooier omslag dan mijn exemplaar).

Fokas had gelijk. De magie van een incunabel heeft het boek niet. Maar we zijn op de goede weg en ook dit boek weet de verbeelding al behoorlijk te prikkelen. Ik heb een kostbare schat erbij. Mijn volgende boek in dit genre zal echter tenminste 23 jaar ouder zijn dan deze. Op weg naar een échte incunabel!

P.s. in de reactie van Perkamentus verwijst hij naar dit bericht over een kleitablet dat hij bezit uit 2039 voor Christus: de overtreffende trap van incunabel. Ik kende dat feit natuurlijk wel, maar heb het uit pure jaloezie verzwegen. Nu het in de reacties is verklapt ontkom ik er niet aan ernaar te verwijzen...

P.P.S. Inmiddels bezit ik dan toch een incunabel. Lees alles hierover in dit bericht.

03 mei, 2012

205 - Ik wil een incunabel!

Ik heb natuurlijk weinig te klagen met mijn bibliotheek van ruim 2100 titels en een leesvoorraad van pak 'm beet 100 titels. Genoeg om mijn dagen voorlopig te vullen - en gelet op mijn tempo van nieuwe aankopen kom ik waarschijnlijk nooit aan herlezen van de beste boeken die ik heb toe.

En ik heb ook niets te klagen met mijn hoeveelheid bibliofiele boeken. Mijn rijtje van Stichting de Roos, de boeken in kleine oplages, de gesigneerde edities... ik heb er vaak genoeg over geschreven en ik ben er blij mee, om niet te zeggen: gelukkig.

Maar ik heb een grote liefde voor het boek als object. En dus wil ik ook boekhistorie op mijn plank hebben. En dus het liefst het eerste (of bijna het eerste) gedrukte boek. Kortom: daarom wil ik een incunabel.

Wat is een incunabel? Lees even mee met wikipedia: "Een incunabel of wiegendruk is een vóór 1 januari 1501 in Europa gedrukt (en dus niet handgeschreven) boek, blad papier of prent. (...) De boekdrukkunst deed haar intrede rond 1440, en de periode van de incunabelen heeft dus zo'n goede halve eeuw geduurd. (...) Het jaartal 1501 als grens is arbitrair: het geeft geen omslagpunt in de boekdrukkunst aan; het is alleen het eerste jaar van de 16e eeuw. Maar dit jaartal wordt sinds de 17e eeuw algemeen gebruikt als eindpunt; boeken gedrukt tussen 31 december 1500 en 1540 noemt men postincunabelen. (...) In het midden van de vijftiende eeuw kwam de oplage van een publicatie gewoonlijk niet boven de 100-200 exemplaren. Aan het einde van de incunabeltijd kon de oplage oplopen tot een duizendtal. Het aantal verschillende incunabelen bedraagt ongeveer 29.000. Er zijn volgens schattingen in totaal rond de 500.000 exemplaren van bewaard gebleven."

Dat klinkt als een overzichtelijke wens: ik hoef maar één van die half miljoen incunabelen te hebben en dan ben ik al gelukkig.

Er is natuurlijk een groot probleem met deze wens: het overgrote deel van de incunabelen staat in bibliotheken (bij de KB wat minder) en musea, en de incunabelen op de markt zijn onbetaalbaar. Ja, soms kan je een los vel van een incunabel kopen (afhankelijk van de kwaliteit, de tekst en de versiering tussen € 12,50 en € 1250,- en meestal van een uit elkaar gerukte bijbel of een getijdenboek). Maar een compleet werk heeft over het algemeen de prijs van een goede middenklasse auto, of hoger.

Voor wie gewend is aan boekenbudgetten die de 500 euro niet overschrijden (zoals ik), is het een droevige rondgang langs gespecialiseerde antiquariaten. Kijk maar eens bij Bruce McKittrick in Narberth (VS) of zoek bij Buddenbrooks uit Boston (VS) (of hier) maar eens op 15e en 16e eeuwse boeken.

Toch heb ik diep van binnen de overtuiging dat ik ooit een incunabel zal bezitten. Tot die tijd moet ik het doen met een boek dat nipt door mag gaan voor een post-incunabel (of net niet): een boek uit 1540 dat ik op de kop tikte bij een Italiaans veilinghuis uit Florence. Maar daarover vertel ik een andere keer uitgebreid.

N.b. Natúúrlijk is deze missie geslaagd! Lees hier het bericht hoe ik uiteindelijk een incunabel verkreeg.