Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen

15 juni, 2022

332 - Odes aan boekhandels en boekhandelaars

Corona lijkt steeds langer geleden en de lockdowns die ermee gepaard gingen ook. Ook voor boekhandels hadden de lockdowns enorme impact. Vooral onder boekenliefhebbers leidde het feit dat boekhandels ook gesloten werden in die tijd tot opwinding. Waar in andere landen boekhandels nogal eens werden beschouwd als essentiële winkels, zodat in tijden van lockdown in elk geval voldoende boeken konden worden gekocht, was dat in Nederland niet zo. Wel de slijterij en de snoepwinkel, maar niet de boekhandel: het blijft een merkwaardig signaal aan de samenleving. Alcohol en zuurstokken zijn prima, maar we hebben liever niet dat u een boek leest. Boekhandels verzonden allerlei creatieve manieren om toch boeken bij klanten te brengen. Een mooi verslag van die periode schreef Maartje Swillen van boekhandel Boekarest in Leuven: Rampje.

In mijn vorige stukje ging ik in op het belang van “diep lezen” en de bijdrage van een leescultuur aan de vorming van een open, democratische samenleving. Maar voor zo’n leescultuur zijn uiteindelijk ook gepassioneerde boekhandelaren nodig. Het laatste boekje dat ik mijn vorige stukje aanhaalde vormt een brug tussen beide: in de gelegenheidsuitgave De nachtmerrie van Steiner en het antwoord van de boekverkopersbond van Geert Mak en Felix Rottenberg gaat het zowel over de nachtmerrie (het verdwijnen van de bedrijfstak boekhandels, en daarmee de leescultuur) als het antwoord (de boekhandelaar die zich staande houdt en lezers blijft enthousiasmeren).

Groot was dan ook de opluchting toen de boekwinkels na de lockdowns weer open gingen. Het leidde bovendien tot een een paar bundels waarin de lof van de (lokale) boekhandel werd bezongen, meteen een goede reden om de kassa van de boekhandel te laten rinkelen. Loftuitingen aan boekhandels en boekhandelaars zijn van alle tijden, maar dit moment in de tijd vroeg natuurlijk toch om opnieuw te benadrukken hoe onmisbaar deze bedrijfstak is voor het welzijn van de mens. 

Het einde van de lockdown met verhalen gevierd

Twee bundels met verhalen markeerden het einde van de onvrijwillige sluiting. De ene bundel kreeg de toepasselijke titel Weer open!, de ander de niet minder toepasselijke titel Leve de boekhandel! Beide titels met een uitroepteken, om nog maar eens de euforie van het moment te benadrukken.

Weer open! was een initiatief van een aantal uitgeverijen om te vieren dat de boekhandels weer open gingen, en was een geschenk aan “alle lezers van Nederland”. Veertien auteurs en twee illustratoren levereden een bijdrage aan het boekje. Uitgegeven als een eenvoudige paperback in een onbekende oplage, werd het uitgedeeld in de boekwinkel. Het is een typisch cadeauboekje dat gelezen wordt en daarna weggegeven: inmiddels is een exemplaar in vrijwel elke kringloopwinkel voor een euro of minder op te halen. En toch is er alle reden om het dan alsnog mee te nemen, want het is een vermakelijk boekje met verhalen die losjes te maken hebben met het thema boekhandel en boekhandelaar. Zo leren we het fenomeen boekpoeper kennen via Judith Fanto, is er een voorpublicatie van een roman van Auke Hulst en schreef Annegreet van Bergen een verhaal vol verontwaardiging over de verplichte sluiting van de boekhandel tijdens de lockdown. Maar in alle verhalen wordt de onmisbaarheid en uniekheid van boekhandels bezongen en daarom is deze bundel een echte ode aan de bedrijfstak.

Leve de boekhandel! is de eerste publicatie van uitgeverij Sunny Home. Dit is een “literaire gelegenheidsuitgeverij”, die zonder vaste regelmaat boeken publiceert die van belang zijn voor het oeuvre van verschillende Nederlandse auteurs. De uitgeverij, opgezet door Kees Schafrat van Boekhandel Broekhuis, is genoemd naar het beroemde Leidse schrijvershuis van Maarten en Eva Biesheuvel. Niet verwonderlijk dat Sunny Hone dan ook het boekje De Biezen uitgaf, waarin Maarten ’t Hart en Mensje van Keulen terugkijken op hun vriendschap van bijna vijftig jaar met Eva en Maarten Biesheuvel. Ik ken overigens weinig mensen die lezers zo weten te enthousiasmeren als Kees Schafrat en het is dus passend dat hij ook deze ode aan de boekhandel initieerde. In de bijdrage van Pieter Waterdrinker in de bundel wordt Kees beschreven als “boekhandelusurpator, zanger, popartiest, schoenenfetisjist, literatuurliefhebber, mecenas, landgoedbewoner en wat niet al (ik verdenk Kees van duizenden geheime levens, duizenden films, duizenden boeken)”. Anders dan Weer open! is dit geen cadeau-uitgave, maar een boek met een prijskaartje. Het is ook een veel luxere uitgave: fraai gebonden en met stofomslag. Het is dikker dan Weer open! en er hebben meer auteurs aan meegewerkt. Maar wat wel hetzelfde is: ook hier spat de bewondering voor de boekhandel van de pagina’s af. Mooi is bijvoorbeeld hoe Nelleke Noordervliet haar bezoek aan Square Books in Oxford, Massachusetts, beschrijft:

Zodra ik binnen was, wist ik dat ik ergens thuis was gekomen. Niet per se mijn thuis, maar een thuis. Niet iedere boekhandel krijgt dat voor elkaar. Het was op het oog een geweldige teringzooi, zoals heel lang geleden Foyles in Londen dat ook was. (…) Hoe krijgt een boekhandel voor elkaar wat Square Books voor elkaar kreeg? (…) Het zit hem in een soort gewoonheid. Boeken worden niet gezien als schatkamers van de menselijke geest, als iets heel bijzonders voor mensen met smaak, als iets voor een bepaalde groep fatsoenlijke en ruimdenkende en hoogopgeleide mensen, boeken worden gezien als brood. Iedereen heeft brood nodig. De boekhandelaar is een bakker die verdomd lekker brood verkoopt. Er hangt geen geur van oud papier en bedachtzaamheid, maar van versgebakken bolletjes. Virtueel dan, he?

Haar beschrijving doet mij denken aan Colette, maar ook aan The Abbey Bookshop in Parijs. En aan al die andere boekhandels waar ik ben geweest waar het een teringzooi was. Schatkamers zijn het, met lekkere geuren als en onverwachte schatten.

Meer odes

Zoals gezegd zijn er in de loop van de tijd talloze uitgaven verschenen waarin boekhandels in het algemeen of specifieke boekhandels in het bijzonder centraal staan. Dergelijke uitgaven omlijsten eeuwfeesten, bijzondere gebeurtenissen of in een aantal gevallen de sluiting van een boekhandel of de dood van de boekhandelaar. Ze beschrijven de historie van een boekhandel of boekhandelaar, bij voorkeur voorzien van sappige anekdotes waarin elke regelmatige bezoeker zich zal herkennen. Ik heb er al een paar keer over geschreven: zoals hier over Boucher en daar over Blok. In zekere zin zijn al deze beschrijvingen ook odes aan die boekhandel, maar over het algemeen hebben ze geen juichend karakter: boekhandels blijven vaak bescheiden over zichzelf en meestal is sprake van een wat droge, anekdotische, geschiedschrijving. Maar een recent voorbeeld van een echte ode is de bundel Denkend aan Donner, verschenen ter gelegenheid van de heropening van boekhandel Donner in Rotterdam op de nieuwe locatie aan de Coolsingel. Donner heeft het tragische faillissement van Selexyz en later Polare overleefd, net als verschillende andere grote boekhandels. Nog steeds treur ik om het verdwijnen van Verwijs in Den Haag, weliswaar overgenomen door Paagman, maar zonder dat de naam of de locatie in de Passage is gebleven. Maar Donner bleef bestaan, en betrok een nieuw pand. Daarom verscheen deze bundel. Naast de literaire bijdragen bevat de bundel ook nog een door Leo van de Wetering geschreven korte geschiedenis van de boekhandel zelf.

Van een heel andere orde is een al wat oudere uitgave, Uit liefde in boeken waarin vijftien auteurs hun liefde uiten voor een boekhandel ergens in Europa. Dit boek verscheen in 2007 en portretteert vijftien boekhandels, aangevuld met een essay van Marita Matthijsen die op zoek gaat naar de boekhandelaar in de literatuur. In mijn exemplaar hebben een aantal auteurs hun verhalen gesigneerd: in het boek staan de handtekeningen van Gerrit Komrij, Jan Brokken, Jan Siebelink, Nelleke Noordervliet en een stempel van Adriaan van Dis. De schrijvers zijn uitgevlogen naar alle hoeken van Europa: van IJsland tot Malta en van Riga tot Antwerpen.Veel van de bijdragen bevatten een weergave van een gesprek met de betrokken boekhandelaar, die laat zien dat een boekhandel vaak veel meer is dan alleen een plek waar je boeken kan kopen. Het is ook een uiting van de ziel van de boekhandelaar, die zijn eigen identiteit erin heeft gelegd.

Een speciale vermelding krijgt op deze plek de uitgave Zonder bezielde boekhandels schrijven wij in het ijle - waarom Nederland niet zonder boekhandels kan. Het boek is uitgegeven door de Koninklijke Coöperatieve Boekverkopersbond en bevat 190 bijdragen van boekverkopers in Nederland. De titel is geïnspireerd op David van Reybrouck, die tijdens de promotietoernee tijdens de Boekenweek 2016 onder de indruk bleek van wat hij aantrof:

Op mijn rondreis door de Lage Landen ben ik diep onder de indruk gekomen van de energie, de toewijding, de vindingrijkheid en ja, de persoonlijkheid van veel boekhandelaren. (…) Het zijn mensen die lange dagen maken in een moeilijke branche, die inkopen en displays maken, die klanten adviseren en enthousiasme delen, die zwaar investeren en afbetalen en die ‘s avonds in bed, als het werk voorbij is, het nieuwste boek van deze of gene auteur openslaan. Het is waar: zonder onze boeken kunnen hun winkels niet draaien, maar zonder hun bezielde boekhandels schrijven wij in het ijle.

In elke bijdrage wordt een boekhandel geïntroduceerd en van elke boekhandel is een aangeraden boek opgenomen. Zo bevat deze bundel een staalkaart van 190 boekhandels aangevuld met 190 boekentips. Veel boekhandelaren geven aan waarom ze dat specifieke boek kozen en hoe lezers er op reageerden. Zo wordt ook duidelijk hoe betekenisvol de persoonlijke relatie en adviezen van de boekhandelaar kunnen zijn. Overduidelijk een ode aan de boekhandel, maar niet in de vorm van verhalen en gedichten. Hoewel die 190 tips een grote verscheidenheid van boeken bevatten (fictie en non-fictie, kinderboeken, YA en literatuur, Nederlands en Engels), werd ik er toch door geïnspireerd en heb ik diverse titels toegevoegd aan mijn lijstje met te lezen boeken. 

Wie schrijft in deze bundels?

Ik heb de bijdragen in de vier aangehaalde verhalenbundels eens naast elkaar gelegd om te zien welke schrijvers het meest  succesvol verleid worden een stukje in te leveren. 

In totaal hebben er tientallen verschillende schrijvers en illustratoren meegewerkt aan de bundels. Maar sommigen van hen vinden we in meerdere bundels terug. Er is nog best veel overlap tussen de auteurs van de verschillende bundels:

  • Mensje van Keulen vinden we terug in Weer open!, Leve de boekhandel  en Uit liefde in boeken 
  • Adriaan van Dis, Nelleke Noordervliet en Jan Siebelink schreven voor zowel Leve de boekhandel! als Denkend aan Donner en Uit liefde in boeken
  • Bertram Koeleman leverde een bijdrage aan Weer open! en Leve de boekhandel!
  • Abdelkader Benali en Jan Brokken schreven voor Denkend aan Donner en Uit liefde in boeken
  • Kees van Kooten schreef voor Leve de boekhandel! en Uit liefde in boeken
  • Er zijn geen overeenkomstige schrijvers die in  Denkend aan Donner en Weer open! hebben geschreven

Duidelijk is dat als je een feestbundel wilt publiceren, het kansrijk is als je Mensje van Keulen, Adriaan van Dis, Nelleke Noordervliet en Jan Siebelink om een bijdrage vraagt. En soms is het dan zo dat hetzelfde verhaal wordt ingestuurd. Neem nu Mensje van Keulen. In Weer open! schrijft ze een verhaal over een romance tussen een boekhandelaar en een klant die nooit tot bloei kwam. Maar in Leve de boekhandel! en Uit liefde in boeken staat twee keer hetzelfde verhaal, over een bedevaart naar het dorp van de Brontë-zussen in de zoektocht naar een verhaal over een kat. Jan Siebelink leverde voor zowel Uit liefde in boeken als Leve de boekhandel! het verhaal “Paris, 12 Rue Jacob” aan, over de inmiddels opgeheven boekhandel Chez Durtal. Deze boekhandel speelt een belangrijke rol in Siebelinks roman De blauwe nacht en de locatie is onderdeel van een Parijse wandeling op basis van dat boek. Overigens wordt in beide gevallen in de verantwoording van Leve de boekhandel! netjes het hergebruik vermeld. Adriaan van Dis schrijft wel drie verschillende bijdragen: in Leve de boekhandel! over strips, in Denkend aan Donner over het (onbedoelde) leesbevorderende effect van fatsoensrakkers en in Uit liefde in boeken over de inmiddels opgeheven boekhandel Sapienzas op Malta. Ook van Nelleke Noordervliet zijn drie verschillende verhalen te lezen. Gaf ik hierboven al een citaat uit haar bijdrage in Leve de boekhandel!, hieronder sluit ik af met een citaat uit haar bijdrage aan Denkend aan Donner:

O boekhandel, nieuwe plaats van kwelling voor de liefhebber, de houder van boeken, u bent de plaats van alle zeven hoofdzonden: ijdelheid, hebzucht, lust, afgunst, gulzigheid, woede en traagheid, maar ook van de zeven deugden: wijsheid, rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing, geloof, hoop en liefde. O boekhandel, u bent hemel en hel tegelijk. 

15 mei, 2022

331 Het onderschatte belang van lezen

Ik kreeg het boek De lezende mens toegestuurd, van Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel, met het verzoek het te recenseren. Dat deed ik graag, vooral vanwege de ondertitel: De betekenis van het boek voor ons bestaan. Ik kan die betekenis wel raden, en de lezers van dit blog ook, maar ik werd nieuwsgierig naar hoe Hisgen en Van der Weel dit thema hebben uitgewerkt. 

Over lezen, de geschiedenis van het lezen en het belang van lezen zijn intussen bibliotheken vol geschreven. Als bibliofiel en leesverslaafde heb ik al een aardig rijtje boeken over dit thema staan, waarvan ik er verderop nog een paar laat zien. Ik word immers graag bevestigd in het belang van iets waar ik veel tijd aan besteed. Toch leverde dit boek van Hisgen en Van der Weel mij een paar mooie nieuwe inzichten op.

Het interessante aan dit boek is dat het niet alleen een betoog is over het culturele belang van lezen, in relatie tot de ontwikkeling van de samenleving bijvoorbeeld of het ontstaan van ideeën die de vooruitgang stimuleren. Het boek gaat daarnaast ook in op de psychologische en fysiologische voordelen van lezen. De auteurs bouwen een betoog op waarin het belang van lezen voorop staat terwijl wordt geschetst wat de effecten zijn op ons brein en onze persoonlijkheid op het moment dat we leesactiviteiten uitvoeren. Lezen blijkt voor ons brein een buitengewoon ingewikkelde activiteit. Het inzicht hoe het ontcijferen van lettertekens plaatsvindt, de weg die ons oog aflevert over de tekst en ons brein dat daar amechtig achteraan holt om dat alles te decoderen laat zien dat het een inspannende activiteit is. Niet zo verwonderlijk dat het enige moeite kost om mensen zover te krijgen dat ze gaan lezen. Daartegenover staat echter een geweldige beloning: positieve neurologische, fysieke en emotionele effecten.

Dat klinkt allemaal als een best technisch verhaal, en dat is het ook. Maar gelukkig wordt dit verhaal gelardeerd met talloze voorbeelden uit de literatuur: van Annie M.G. Schmidt tot Thomas Mann. Met het beschrijven van de opkomst van de boekcultuur laten de auteurs zien hoe lezen en de grootschalige verspreiding van boeken hebben geleid tot de ontwikkeling van de samenleving zoals wij die nu kennen. Waar de uitvinding van de boekdrukkunst een beslissende ontwikkelingsstap is geweest, staan wij nu opnieuw middenin zo’n beslissende ontwikkelingsstap. En de auteurs zijn daar somber over.

Het thema “ontlezing” komt dan al snel om de hoek kijken. De lezers van dit blog zullen daar weinig last van hebben, maar het is een woord dat al decennialang rondzingt. In dit boek wordt dat begrip verfijnde. Bij ontlezing gaat het niet om het aantal letters dat gelezen wordt, dat is misschien wel meer dan ooit tevoren. Aan het aantal “leeskilometers” dat een gemiddelde mens aflegt ligt het niet. Waar het voor de auteurs om gaat is de afname van het “diep lezen” zoals zij dat noemen. Een vorm van lezen waarin geconcentreerd lange tekst wordt geabsorbeerd, die een beroep doet op allerlei mentale vermogens en die dus vervolgens ideeën vormt, en daarmee onze geavanceerde samenleving vormgeeft. Dit diep lezen kan het beste van papier. Maar naast dat diep lezen wordt bedreigd door tal van digitale afleidingen, met veel makkelijker te lezen korte teksten, zorgt deze digitalisering er ook voor dat teksten minder lang bewaard blijven. Taal en tekst is veel vergankelijker aan het worden. Een tekst van ruim 2 millennia oud kunnen wij zonder moeite tot ons nemen, maar het is de vraag of het merendeel van de tekst die vandaag digitaal beschikbaar is, over 2 decennia nog toegankelijk is voor ons.

De conclusie van de auteurs is dan ook dat het wegzakken van het vermogen tot diep lezen in de samenleving, bijdraagt aan veel aspecten van de maatschappelijke en politieke crisis waar we ons nu in bevinden, inclusief de opkomst van populisme en het wegvallen van solidariteit in de samenleving. Het positieve effect van lezen op het geheel van de samenleving is veel groter dan gedacht. Het risico voor de samenleving door het verdwijnen van het vermogen tot diep lezen daarmee ook. Als handreiking staat in het boek een heel hoofdstuk vol manieren om jezelf en anderen te inspireren tot meer diep lezen, variërend van leesclubs tot bibliotherapie.

Er wordt veel geklaagd door ouders en docenten over het gebrekkige leesonderwijs op scholen en het afkalven van de verplichte leeslijsten. Minder verplichte boeken, dunnere boeken: het is niet alleen zo dat leerlingen daarmee aansluiting met de leescultuur verliezen, maar wij zadelen toekomstige generaties op met een belangrijk tekort aan capaciteiten die nodig zijn als cement van onze samenleving. Ik vond het een goed geschreven, goed leesbaar en goed gedocumenteerd boek. Het sterke van dit boek vind ik dat het niet zozeer het al bekende klaagverhaal is over ontlezing en hoe erg dat is, maar het onderbouwde betoog dat we als samenleving daarmee kwetsbaarder worden dan we zelf denken. Ik heb het via ‘diep lezen’ tot mij genomen en het heeft mij inderdaad verrijkt. Waarmee voor mij de stelling van de auteurs is bewezen.

Voor de geïnteresseerden: meer recensies staan hier: van Ed Oomes, van Gé Vaartjes in de Volkskrant, en op Hebban.

Stimuleren van lezen in de praktijk.

Hoe lezen weer leuk wordt, wordt door Bas Steman op pakkende wijze beschreven in Lekker boekie! Zo wordt lezen weer leuk. Dit boek beschrijft het ontstaan van de leesclub Nescio (ook te vinden op Facebook en Instagram), voortgekomen uit de frustratie van enkele scholieren over de verplichte leeslijst en hoe dit van verplicht saai nummer, tot een inspirerende activiteit werd. Niet te verwarren met de Nescio leesclub trouwens waar A.L. Snijders over schreef.

Bas Steman komt met het idee een leesclub te starten voor zijn zoon en een paar vrienden die in hun eindexamenjaar op school zitten. Allemaal zien ze het mondeling Nederlandse literatuur als een  soort taakstraf waar je zo snel mogelijk en met zo min mogelijk inspanning doorheen moet. Hij verleidt ze via de leesclub om te ontdekken wat je echt met een boek kan doen: hoe je het verhaal tot je kan nemen, wat er te vinden is in de teksten en vooral: hoe teksten iets zeggen over jou en jouw leven en hoe je je verhoudt tot je omgeving, en je daardoor kunnen verrijken. 

De jongens besluiten de leesclub een kans te geven en gaan van start. Aan de hand van de gesprekken ontdekken ze de verschillende lagen die in teksten liggen. Hoe je teksten kunt ontleden. Waar hun eigen leesvoorkeuren liggen. En vooral: dat literatuur leuk kan zijn. In de weg naar het eindexamen bouwen ze zo hun eigen persoonlijke samenhangende leeslijst, met een hoog cijfer voor het mondeling als beloning.

De Nescio leesclub heeft aardig wat bekendheid gekregen. De CPNB nodigde de jongens uit om op andere middelbare scholen hun ervaringen te vertellen, en zo jongeren te enthousiasmeren voor lezen. De leesclub bewees in de praktijk wat in De lezende mens ook werd betoogd: diep lezen van betekenisvolle teksten vraagt oefening en geduld, maar de beloning is groot en verrijkt je. Het boek laat ook zien dat er kansen liggen en dat de jongere generatie best aan het lezen te krijgen is.

Nog meer boeken over de waarde van lezen

Als het over lezen gaat is de eerste titel die in mijn gedachten komt Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel. In veel opzichten volgt Manguel dezelfde denklijn als de auteurs van De lezende mens. Ook Manguel gaat in op de neurologische aspecten van lezen, het ontstaan van het vermogen van lezen en hoe lezen steeds meer een activiteit werd voor brede lagen van de bevolking. Hand in hand met de ontwikkeling van het lezen gaat de ontwikkeling van het boek. Nu ik het boek van Manguel weer eens vast heb en doorblader zie ik weer hoeveel verschillende aspecten van boeken en lezen hij beschrijft, en hoe hij daarmee ook een geschiedenis vanaf de oudheid tot de moderne tijd neerzet. En dat aan de hand van talloze verwijzingen naar auteurs en boeken. Deze gaat dus op het stapeltje ‘herlezen’ want het is te lang geleden dat ik het boek vasthad.

In 1990 verscheen ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de CPNB het essay De toekomst van het boek van George Steiner, gevolgd door een co-referaat van Cyrille Offermans. Offermans schreef bij het overlijden van Steiner in 2020 een in memoriam voor De Groene Amsterdammer waarin hij terugblikt op de lezing uit 1990 en aangeeft dat Steiner op hem “een weinig sympathieke indruk” maakte. Steiner sprak zijn tekst uit in een periode dat digitalisering nog volop in opkomst was, internet nauwelijks was ontwikkeld en Web 2.0 nog jaren voor ons lag. Toch zag ook hij al de zorgwekkende afname van lezen en leesvaardigheden. Net als de andere auteurs ging het hem niet om de tekst per se, maar om het feit dat je teksten internaliseert, met je meedraagt en door de stapeling ervan je eigen kathedraal van kennis bouwt. Steiner is niet optimistisch en Offermans opent zijn referaat dan ook met de opmerking: “Behalve als eminent geleerde geniet George Steiner de nodige reputatie als cultuurpessimist”. Offermans is minder pessimistisch. Hij ziet dat er meer boeken worden verkocht dan ooit en dat er ook meer wordt gelezen dan ooit. Dat zien de auteurs van De lezende mens ook, maar het gaat dus niet om het aantal leeskilometers dat je maakt, maar de tijd die wordt besteed aan diep lezen. Dat er zoveel gelezen wordt maskeert in zekere zin het échte probleem, en daarom ben ik geneigd het meer eens te zijn met Steiner dan met Offermans.

Tot slot nog twee kleinere relevante uitgaven. In Lezen, een kunst die uit de mode raakt vinden we twee artikelen die eerder in de Volkskrant en NRC stonden in 1985. Het werkje werd uitgegeven door Dick Sauer en Willem Wouda, de gelegenheid is mij onbekend. Een van de artikelen is alweer van Steiner, de andere van Mario Vargas Llosa. Steiner is in zijn bijdrage wederom cultuurpessimistisch, Vargas Llosa verzet zich tegen oppervlakkigheid (“Wie zich voedt met onbenulligheid, wordt zelf een onbenul”). Ook in De nachtmerrie van Steiner vinden we George Steiner terug. Geert Mak en Felix Rottenberg bezochten in 2001 verschillende boekhandels, en doen daarin verslag in dit boekje dat verscheen ter gelegenheid van het 95-jarig bestaan van de Nederlandse boekverkopersbond. Deze nachtmerrie van Steiner is dat je over enkele decennia in een willekeurige stad vergeefs zoekt naar een boekhandelaar, omdat deze zijn uitgestorven. Er is geen behoefte meer aan, de boekhandelaar bestaat niet meer. Mak en Rottenberg beschrijven verschillende typologieën van boekhandels en bezoeken daartoe onder meer Athena’s in Groningen (inmiddels onderdeel van Van der Velde), Praamstra in Deventer, Roelants in Nijmegen en Van de Moosdijk in Someren (inmiddels failliet). In korte schetsen worden boekhandel, boekhandelaar en de sfeer in de winkel beschreven. Een mooie ode aan boekhandels, waar ik de volgende keer uitgebreider over zal schrijven.

Waar de boeken van Manguel en Steman in de literatuurlijst van De lezende mens terugkomen, geldt dat voor George Steiner niet. Niet in de literatuurlijst, maar ook niet in het register van personen. Dat verbaast mij dan weer, maar met een bibliografie van 21 pagina’s kan niemand desondanks zeggen dat Hisgen en Van der Weel oppervlakkig te werk zijn gegaan. Toch had een verwijzing naar Steiner niet misstaan. Laten we in elk geval hopen dat hun pleidooi bijdraagt aan het herleven van het besef dat de boekcultuur een onmisbaar onderdeel van onze samenleving is.

20 juni, 2013

227 - Bibliofiel getweet

Als er iets in tegenspraak is met bibliofilie is dat misschien wel Twitter. Er is bijna niets vluchtiger dan Twitter (of het moeten de schrijfsels van Kluun zijn) en dat lijkt in tegenspraak met bibliofilie. Maar er zijn bibliofielen die twitteren en dat levert soms boeiende informatie op. Zelf check ik bij tijd en wijle Twitter om te zien wat bibliofielen loslaten, vooral als ik mij bijvoorbeeld in de trein onnoemelijk zit te vervelen (vrij naar Godfried Bomans) omdat ik vergeten ben een extra boek mee te nemen en als kettinglezer afkickverschijnselen krijg.

Soms levert dat een plaatje op om over te glimlachen (vooral door de onmiskenbare waarheid):

Wat ik verder nogal eens zie is dat het woord "bibliophile" wordt gebruikt bij woordquizzen en radiospelletjes. Kennelijk is het een moeilijk woord en moet regelmatig de betekenis ervan de wereld in geslingerd worden c.q. kunnen er prijzen worden gewonnen als je het woord kent. Hilarisch is het als iemand denkt dat het woord bibliofiel een scheldwoord is.

Maar meestal weet ik de overgebleven tijd tijdens de treinreis aardig te vullen met de berichtjes die voor bibliofielen de wereld in worden geslingerd. Zoals een overzicht met de twintig meest creatieve boekenplanken, een artikel over een moedige Birmese bibliofiel die een eigen bibliotheek startte (terwijl de straf voor elk niet-goedgekeurd boek op 3 maanden cel staat!), een verontrustend artikel in de New Yorker over het vergeten van gelezen boeken, ontboezemingen van mede-bibliofielen, een aankondiging van een tentoonstelling over bibliofiele kunst waar ik niet heenga en een verslag van hoe een bibliotheek in Urbana (Illinois) rücksichtlos huishoudt in het eigen bezit, tot ontzetting van de omgeving. Over het algemeen is de trein dan al op de plaats van bestemming, maar soms heb ik nog tijd voor een artikel uit Der Spiegel over de geredde boeken van Timboektoe die nu door schimmel worden bedreigd. Een reddingsactie is opgezet via Indiegogo en ik heb direct een bijdrage van 30 euro gestort. Zo wordt in elk geval één manuscript gered en op dat manuscript zal mijn naam worden vermeld. Help mee om het doel van 100.000 dollar te bereiken!

Twitteren over deze bijdrage mag natuurlijk!

12 oktober, 2012

216 - Ik ben een Hopelessly Devoted Chronological Bookophile Booksnob

We krijgen grip op de wereld door het categoriseren ervan. Door alles in hokjes en vakjes te stoppen wordt de wereld om ons heen hanteerbaar. En het is de droom van marketingmensen, om doelgroepen te hebben waar producten gemarket kunnen worden.

En dus zijn ook kopers en lezers van boeken te categoriseren. Wie zijn eigenlijk die mensen die met mij in boekhandels staan, meebieden bij veilingen en naast mij staan te snuffelen in marktkramen (en die dan net voordat ik bij de betreffende plank ben een boek pakken dat ik had willen kopen, als ik twee minuten eerder was geweest).
In The Atlantic Wire stonden recent twee artikelen waarin verschillende typen lezers werden beschreven, inclusief tips voor het volgende boek om te lezen. In het eerste artikel werden onder meer de volgende typen beschreven:
  •  The Hate Reader die van boeken houdt zodat hij ze kan haten
  • The Chronological Reader die methodisch van het ene boek naar het volgende gaat, totdat hij ze allemaal gelezen heeft
  • The Book Buster die zo enthousiast leest, dat het niet uitmaakt wat de staat van het boek is na lezing
  • Delayed Onset Reader die veel boeken koopt en er nooit tijd voor heeft om ze te lezen
  • The Bookophile die een liefhebber is van boeken als object, die boeken redt van de papierbak en andere vormen van vernietiging en die veel boeken om zich heen verzamelt
Sommige boekwinkels heten ook Bookbuster...
Uit deze lijst kies ik de Chronological Reader: als ik boeken koop en ze invoer in LibraryThing, kan ik ze systematisch op datum van aankoop lezen. Eén voor één lees ik al mijn boeken, totdat de lijst met te lezen boeken leeg is. Dat moment bereik ik nooit, maar het dwingt me om elk boek dat ik bezit onder ogen te zien. Maar de boeken die ik koop, koop ik bewust: ik ben ook Bookophile die van mooie boeken houdt, waardevolle boeken, bijzondere boeken. Maar: vorm en inhoud gaan altijd samen. Mooie boeken met een waardeloze inhoud komen er bij mij niet in.

In het tweede artikel worden nog wat typen toegevoegd. Nu leren we onder meer de volgende kennen:
  • The Hopelessly Devoted die alle boeken van een geliefde auteur leest en niets anders
  • The Easily Influenced Reader die anderen laat bepalen welke boeken hij leest en wat hij ervan vindt. Lezen hoeft eigenlijk niet meer: de conclusie staat al vast
  • The Book Snob die alleen maar boeken leest die echt goed zijn, en dan liefst de gebonden exemplaren
  • The Conscientious Reader die eigenlijk alleen maar non-fictie leest, want daar leer je wat van
Ik moet bekennen dat ik een combinatie ben van een Hopelessly Devoted  en een Booksnob. Want als ik enthousiast ben over een auteur, dan koop ik er alles van (en lees dit ook, als Chronological Reader). Maar het moet wel een echt goede, verantwoorde, auteur zijn (vind ik als Booksnob). Dus geen E.L. James en geen Kluun, om wat voorbeelden te noemen. Het moet natuurlijk wel echte literatuur zijn...

Naast lezers van boeken zijn er ook lezers van blogs. Het is de grote vraag of degene die aan dit stukje begon het einde heeft gehaald. Er zijn immers drie typen, zoals dit artikel ons leert: de Sponge, de Skimmer en de First Sentence Fireball. De Sponge heeft tot hiertoe gehaald. De Skimmer helaas niet, maar die telt wel mee met de hits van dit blog. En ik hoop maar dat de eerste zin genoeg was voor de First Sentence Fireball. Want van de laatste zin moeten we het niet hebben.

17 juli, 2009

177 - Fijne vakantie!

De koffers bijna gepakt, maar de langste twijfel gaat toch niet over het aantal kledingstukken dat mee moet maar uiteraard over het aantal boeken dat meegaat en welke dan precies. Gelukkig houdt LibraryThing tegenwoordig voor mij bij welke boeken ik nog moet lezen. We gaan naar Frankrijk, dus de ongelezen Flaubert en De Maupassant moeten mee. En verder nog een stapel voor het geval er ineens veel leestijd is, wat er elk jaar toch weer niet blijkt te zijn. Voor wie thuisblijft heeft is er steun bij mijn collegabloggers (zie de lijst in de kolom aan de zijkant). Boekendingen heeft een aardige selectie vakantiefilmpjes gemaakt. Nu maar hopen dat er antiquariaten in de buurt van onze vakantieplek zijn. Hier staan er een paar, maar veel te weinig. Vanavond Google ik er nog een uurtje op. Misschien hier en anders daar. Het komt vast goed. Tot in augustus!

06 januari, 2008

142 - 17.265 keer bedankt voor 213 woorden aandacht

Blogs zijn net boeken: ze willen gelezen worden. En boekenblogs zijn in dat opzicht dubbel behoeftig: ze willen zelf gelezen worden én ze willen dat de beschreven boeken gelezen worden. Daarmee doen boekenblogs een groot appèl op de bloglezer en ik kan me voorstellen dat dit vechten tegen de bierkaai is in deze tijd van ontlezing, maar we houden desondanks moedig stand. Daarom wil ik alle 17265 lezers van 2007 bedanken. Of liever: alle bezoekers. Want mijn teller telt wel clicks, maar het is de vraag of mijn blog daadwerkelijk wordt gelezen. Misschien surft het grootste deel alleen maar voorbij.

Dus vraag ik opheldering aan Google Analytics. Die leert dat 75% van de bezoekers unieke bezoekers zijn - dus 25% is teruggekomen. En men bleef gemiddeld 44 seconden op mijn blog hangen. Hoeveel lees je in 44 seconden? In die tijd lees ik zelf ongeveer 213 woorden (zojuist getest). Dat betekent dat de gemiddelde lezer van dit stukje op dit punt al ruim de helft van zijn aandacht heeft opgebruikt. Ik troost mij met de gedachte dat alle 17.265 bezoekers samen vorig jaar precies 211 uur en één minuut mijn blog hebben gelezen. Dat is pas serieuze aandacht!

Daarvoor wil ik u hartelijk danken, met dit stukje dat precies 213 woorden telt. 

12 maart, 2007

119 - Moet ik dat allemaal lezen?

Het is de eeuwige vraag van de bezoeker aan de boekenbezitter: "Heb je dat allemaal gelezen"? Het is ook de vraag die boekenlezers zich stellen. Ik schreef er hier al eerder over, in de Spits stond met een verslagje van een recent onderzoek van de BBC, waaruit een top 10 volgt van boeken die Britten niet hebben uitgelezen. De ranglijst staat hier. Van de top 10 bezit ik alleen Tolstoj en Dostojewsky, maar ik heb ze wél allebei gelezen. Al ruim 6 jaar geleden stelde BBC aan lezers trouwens de vraag: "Be honest, have you actually read them?". Kennelijk was het antwoord toen al en nu dus weer "nee".
Ook in België is het onderzoek gedaan, toen "won" Het verdriet van België van Claus. Zie hier de Belgische lijst waarvan ik 6 van de titels bezit én gelezen heb. Tot slot nog een kort lijstje uit Nederland.


Maar er is hoop voor hen die het niet redden: je hóeft ook niet alle boeken te lezen. Ik las een opgetogen stukje in de Volkskrant van 9 maart: de wetenschapper Pierre Bayard schreef in Comment parler des livres que l'on ná pas lus? hoe je kan praten over nooit gelezen boeken. Het is helemaal niet nodig om Ulyssus te lezen om er zinvol over te kunnen praten. Een aardig artikel bij de BBC laat zien hoe je bluft over Oorlog en vrede van Tolstoj: Ever read War and Peace? No need to...

Terwijl ergens anders het boekenbal losbarst en ik mij schrap zet om morgen weer aankopen te doen, stelt het mij gerust dat er een plan B is. Ik wil alles lezen wat ik heb, maar als ik daar om één of andere reden niet in slaag, schaar ik mij bij de volgelingen van Bayard. Volgens hem is de meest belezen man de bibliothecaris uit Mann ohne eigenschaften van Musil, die alle boeken kent maar er geen een heeft gelezen. Dat boek van Musil moet ik dus lezen, en daarna die van Bayard.

02 maart, 2006

92 - Gelezen of ongelezen op de plank?

Vorige keer schreef ik dat ik de boeken die ik heb ook allemaal gelezen wil hebben. Dat is een eis die ik heb gesteld die mij helpt mijn aankopen te beperken: de hoeveelheid boeken moet evenredig zijn met mijn leestijd. Dat houdt dus meteen in dat ik de boeken die ik bezit ook alle gelezen heb (behalve de meest recente aanwinsten).

De vraag of je de boeken die je bezit gelezen moet hebben wordt verschillend beantwoord. Ik vond een mooi stukje tekst van Umberto Eco. In het boekje "Op reis met een zalm” uit 1998 (vertaling van Il secondo diario minimo) schrijft hij onder de titel “Hoe rechtvaardig je je mijn eigen bibliotheek” het volgende (het stukje stamt overigens al uit 1990).

“Velen die zich in dezelfde situatie bevinden als ik - dat wil zeggen dat ze een nogal uitgebreide bibliotheek bezitten; hetgeen in ons geval betekent dat je er, als je ons huis binnenkomt, niet omheen kunt, ook al omdat er niets anders is - worden op eenzelfde schokkende wijze met voor de hand liggend gedrag geconfronteerd. De bezoeker komt binnen en zegt: “Wat een hoop boeken. Heeft u die allemaal gelezen?” (…) Wel kan gezegd worden dat het altijd gaat om mensen die een boekenplank beschouwen als opbergplek voor gelezen boeken en die een bibliotheek niet beschouwen als onontbeerlijk hulpmiddel bij het werk, maar daarmee zijn we er nog niet. Volgens mij raakt iedereen bij het zien van veel boeken vervuld van ontzag voor kennis en glijdt onherroepelijk af naar bovengenoemde vraag, waarin zijn gekweldheid en zijn schuldbewustzijn tot uitdrukking komen. (…) De vraag over boeken dient beantwoord te worden terwijl je kaaklijn verstrakt en straaltjes koud zweet langs je ruggengraat lopen. (…) Beter is het standaardantwoord van de etnomusicoloog Roberto Leydi: “En wel meer dan deze mijnheer, heel wat meer”, dat de tegenstander doet verstijven en in een staat van stomme bewondering onderdompelt. Maar ik vind het onbarmhartig en intimiderend. Ik ben nu overgestapt op de woorden: “Nee, dit zijn de boeken die ik deze maand nog moet lezen, de andere staan op de universiteit”, een antwoord dat enerzijds blijk geeft van een sublieme ergonomische strategie en de bezoeker er anderzijds toe aanzet zo snel mogelijk weer te vertrekken.”
Als mij die vraag wordt gesteld, kan ik in principe met een eenvoudig “ja” volstaan. Maar ik heb dan ook niet echt een naslagbibliotheek. Ik bezit vooral primaire literatuur. Zuiverder zou zijn te zeggen: “ja, voor zover je doelt op de primaire literatuur.” Terwijl ik peinzend voor mijn bibliotheek sta realiseer ik me dat zelfs dat antwoord niet volstaat. Ik heb bijvoorbeeld zestien delen verzamelde werken van Multatuli die vooral bestaat uit brieven en dergelijke documenten. Die heb ik nooit helemaal gelezen. Wel doorgebladerd en ik was verrukt om via de brieven van en naar en over zijn uitgever de wordingsgeschiedenis van Max Havelaar te volgen. Maar integraal gelezen: nee. Datzelfde geldt voor de boekenweekgeschenken en verwante boekenweekuitgaven: over het algemeen zijn het toch kwalitatief beperkte uitgaven die de moeite van het lezen maar beperkt waard zijn. Ik kan me niet een écht goed boekenweekgeschenk herinneren. Wel een paar die redelijk zijn, maar het blijven vooral aanzetten tot een serieus boek, niet meer dan dat.

Het allerzuiverste antwoord is dus: “ja, voor zover je doelt op de primaire literatuur, met uitzondering van de boekenweekgeschenken (enkele uitzonderingen op de uitzondering daargelaten), de verzamelde werken van Multatuli, de Paul van Ostaijen-documentatie van Gerrit Borgers en nog enkele werken.” Ik vrees echter dat tegen de tijd dat ik met het antwoord klaar ben, de vragensteller alweer bij de biblitheek verdwenen is. En ik sluit me aan bij Eco als ik zeg: en dat is maar goed ook!

23 februari, 2006

91 - Haastig lezen, zelden goed

Ik las een mooi en herkenbaar stukje op mijn scheurkalender, van Ingrid Hoogervorst.
“Sommige mensen kunnen heel hard rennen, ik kan razendsnel lezen. Als beroepslezer heb ik er veel profijt van, maar vroeger vond ik het zonde. Je was zó door een nieuw boek heen. Langzamer lezen lukte me niet, dus bedacht ik methoden om de leestijd te rekken. Iedere bladzijde moest voor het omslaan opnieuw gelezen worden, ik mocht niet aan een nieuw verhaal beginnen voor ik het oude twee keer had gelezen enzovoort. Mijn disciplinaire maatregelen houden nooit lang staande. Soms overvallen ze me weer, als ik een goed boek in handen heb. Slow down!. Nog even teruglezen, anders is het zó uit.”

Ik merk bij mijzelf hetzelfde. Beroepsmatig ben ik gewend diagonaal te lezen, grote hoeveelheden tekst effectief door te kijken en het relevante eruit te halen. Maar dat zet zich helaas ook voort als ik een boek lees, zoals onlangs De Verdronkene van Margriet de Moor. Voor Margriet de Moor moet je de tijd nemen, je moet de zinnen op je laten inwerken en de betekenis proberen te doorgronden. Maar zo gaat het in de praktijk helaas niet. Ik lees Margriet de Moor diagonaal alsof het een zakelijke tekst is, en betrap me daar gelukkig ook weer snel op. Dan schakel ik terug en dwing mij de zinnen in mij op te nemen.

Het komt ook omdat ik nog zoveel te lezen heb. Er ligt een fikse stapel boeken op me te wachten om gelezen te worden. Ik wil elk boek dat ik bezit het plezier doen om gelezen te worden, het lijkt me als boek vreselijk om een dichtgeslagen leven te lijden in een boekenkast. Af en toe een blik die langs je heen dwaalt, maar nooit eens iemand die je openslaat, geïnteresseerd de titelpagina bekijkt, diep zucht - van tevredenheid, vol verwachting van wat er komen gaat - en bij de eerste zin begint.
Ik wil mijn boeken dat vergeefse leven niet aandoen, dus lees ik ze. Maar omdat het er zoveel zijn en mijn dagen slechts 24 uur tellen en bovendien gevuld zijn met andere activiteiten dan lezen jagen ze me ook een beetje op. Daar kunnen ze niets aan doen, dat is hun aard, maar het gevolg is wel dat ik door De Verdronkene heenjakker en dat is toch een beetje zonde.

Daarom probeer ik mijn aankopen enigszins in balans te houden met mijn opnamecapaciteit. Ik heb mijzelf erbij neergelegd dat ik niet alle boeken ter wereld zal kunnen lezen, het heeft geen zin een bibliomaan te worden. Het is nog even afwachten hoe de hemel eruitziet en welke boeken zich daar bevinden, mogelijk kan ik dan nog een inhaalslag maken, maar vooralsnog zal ik uiteindelijk ondanks mijn ijzeren leesdiscipline de meerderheid van de boeken niet gelezen hebben. Door er nu niet teveel ongelezen in huis te hebben voorkom ik dat ik ondertussen opgejaagd word.

Je kan met langzaam lezen natuurlijk ook overdrijven. Ik lees hier een grappig bericht van een leesclub die na vijf jaar van maandelijkse bijeenkomsten bij pagina 67 van Finnegans Wake van Joyce is aangekomen. Ze verwachten in dit tempo het boek rond 2060 uit te hebben.

Ik heb het sneller gedaan en heb Margriet de Moor inmiddels uit en ben zeer onder de indruk van het boek. Ik ben blij dat ik het in een laag tempo gelezen heb, het boek was het meer dan waard. Hoewel met name de laatste 10 pagina’s veel zelfbeheersing vroegen. Ik ruik aan het eind van een boek de stal en weet dat er na die pagina’s een nieuw boek wacht. Ik moet bekennen dat ik die laatste pagina’s sneller heb gelezen dan zij zouden verdienen, maar de drang van de wachtende boeken werd toen te zwaar.

20 april, 2005

51 - Lezen in de trein

Sinds ik veel met de trein reis, kan ik tot mijn tevredenheid vaststellen dat er veel gelezen wordt om mij heen. Los van de stapels Spitsen en Metro's die door de hele trein liggen, wordt er ook nog vaak een boek gepakt. Daarbij wordt er meer gelezen op de terugweg ('s avonds) dan op de heenweg, zo heb ik empirisch vastgesteld.

Voor mij geldt ook dat ik vooral 's avonds lees, 's morgens werk ik of pak ik een krant. Het leek mij een goed idee om eens een weekje vast te leggen wat er zoal in de trein gelezen wordt. Maar het viel nog niet mee om dat te doen. Kenmerk van het lezen van een boek is immers dat het omslag naar beneden is gericht en de bladzijde naar boven. Van veel boeken heb ik om die reden niet de titel kunnen vaststellen. Ik ga nu eenmaal niet op de grond liggen om van daaraf een boek te kunnen identificeren. Weliswaar had ik nog een tijdelijke bewusteloosheid kunnen veinzen, en dan bij het 'bijkomen' snel een aantekening maken van het gelezen boek, maar wie wel eens de vloer in een treincoupé heeft bekeken weet dat dat geen goed idee is. 

Ik moest het dus hebben van verticale lezers (die hun boek recht voor zich houden), mensen die hun boek uithadden of wilden uitstappen en dus hun boek dichtsloegen en in hun tas stopten of mensen die zo werden aangegrepen door wat ze lazen dat ze peinzend uit hun raam keken en het boek met het omslag omhoog lieten rusten. Het kwam ook nog wel eens voor dat ik werd omringd door krantenlezers, terwijl een bank verder meerdere boekenlezers zaten. In die gevallen vond ik een verplaatsing wat overdreven, hoewel ik niet zal ontkennen dat ik een enkele keer bewust positie heb gekozen naast een lezer, om te kunnen vastleggen wat zij of hij las. Ook heb ik overwogen een verrekijker mee te nemen om te spieken bij verderop zittende lezers, maar waar laat je zo'n ding als je 'm verder niet nodig hebt? 

Ondanks al deze barrières heb ik de volgende lijst met boeken opgesteld, alle gelezen in de trein in de tweede week van april. Sommige titels heb ik achteraf moeten reconstrueren, omdat ik maar flarden van titel of auteur heb kunnen vastleggen. In willekeurige volgorde: 
  • Kinderen ontdekken de grote kunstenaars - MaryAnn F. Kohl 
  • I.M. - Connie Palmen 
  • De Cock en een veld papavers - Baantjer 
  • Trading up - Candace Bushnell 
  • Therapy - Jonathan Kellerman 
  • Droomkoningin - Maarten 't Hart 
  • The clash of civilizations - Samuel P. Huntington 
  • And we're still here - Helene Gerard 
  • Mad a life - Philip Smith 
  • De verdwenen oorring - Patricia Wentworth 
  • Da Vinci code - Dan Brown (2x) 
  • Angels and demons - Dan Brown 
  • The closed circle - Jonathan Coe 
  • Cryptonomicon - Neal Stephenson 
  • Furie - Colin Forbes 
  • The last juror - John Grisham 
  • Bridget Jones. The edge of reason - Helen Fielding 
  • Kies voor jezelf - D. Peters 
  • De echo - Minette Walters 
  • (titel onbekend) - Philip Roth 
  • De naakte aap - Desmond Morris 
  • Talismans of Shannara - Terry Brooks 
  • De nieuwe man - Thomas Roosenboom 
  • In the name of Rome - Adrian Goldsworthy 
  • Duel in de delta - Wilbur Smith 
  • Het oog van de basiliek - Jan van Aken 
  • Het Gilgamesj-epos (Ambo-uitgave) 
Wat mij opvalt is dat er vrij veel Engels gelezen wordt, maar misschien is dat omdat ik vaak het traject langs Schiphol 'doe' en er dus veel toeristen in de trein zitten. Wat mij ook opvalt is dat ik maar een beperkt deel van deze lijst zou willen hebben of überhaupt maar zou willen lezen. Ik heb er dus niet onrustig van op mijn stoel gezeten, en mijn verlanglijst is ook niet uitgebreid. Door al dat geloer om mij heen is mijn leestempo danig teruggeschroefd. Vanaf nu kijk ik alleen nog maar in mijn eigen boeken.