Posts tonen met het label Museum Meermanno. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Museum Meermanno. Alle posts tonen

12 september, 2016

266 - Nagelaten werk als sleutel tussen 19e eeuwse boekenliefhebbers

In de nalatenschap van mijn oom vond ik een curieus boekje dat uiteindelijk heel bijzonder bleek te zijn. Ik had het meegenomen omdat het in het rijtje 'oude boeken' stond en ik was van plan thuis eens rustig uit te zoeken of daar wat bij zat wat meer dan gemiddeld bijzonder of waardevol was.


In het stapeltje zat dus ook dit in zwart gebonden boekje - het ziet er een beetje uit als een schoolschrift - dat een exemplaar bleek te zijn van W.H.J van Westreenen's 's Graavenhage in de dertiende eeuw volgens eene oude aftekening, met historische ophelderingen, uit 1804 (online versie hier). Om te kijken of deze titel op zichzelf nog wat waard was googlede ik het en het bleek voor twee tientjes al te koop te staan. Dus legde ik het weg om het later te bekijken: kennelijk was het wel apart, maar niet bijzonder.

Toen ik onlangs het boekje doorbladerde viel mij iets curieus op: er zat voorin een briefje ingeplakt met een tekst in een voor mij bijna onleesbaar handschrift. Maar de naam van de afzender lijkt die van Van Westreenen zelf te zijn.  En bij het verder doorbladeren viel mij nog iets op: er zaten twee stickertjes in - één in het Nederlands en en één in het Frans - die erop leken te wijzen dat dit boekje ooit had toebehoord aan het "Willem II-museum" in Den Haag. Daarnaast waren er in de tekst van dit boekje verschillende aantekeningen gemaakt.

Dit museum ken ik niet maar de combinatie van deze stickertjes, het briefje en de aantekeningen maakte mij nieuwsgierig. En al snel ontdekte ik dat ik misschien wel een heel bijzonder boekje in handen had.



Allereerst de auteur van het boekje - Willem Hendrik Jacob (Willem) baron van Westreenen van Tiellandt. Hem kennen we natuurlijk als de stichter en naamgever van het Museum Meermanno-Westreenianum. Deze oud-militair die een van de grootste verzamelingen incunabelen van Nederland (en diverse andere belangwekkende collecties) bijeen bracht was een excentrieke, onaangepaste man die ondanks zijn afkomst en relaties er nooit in slaagde om een politieke functie van enige betekenis te krijgen. En die daarnaast zijn rijke verzameling voor iedereen verborgen hield. Hij heeft ook een bescheiden rijtje met eigen boeken op zijn naam staan. Eén ervan is dit werkje, dat hij op 21-jarige leeftijd schreef. In de Vaderlandse Letteroefeningen wordt het aldus benoemd:
De vlytige en kundige Westreenen geeft hier den Nederlanderen een geschenk, dat, hoe klein in het voorkomen, by elken Liefhebber der Oudheidkunde eene aanmerkelyke waardy zal hebben. Waarin het besta, ziet men uit den opgegeven titel. Het is, naamelyk, een Kaartjen van den allereersten aanleg van 's Graavenhage, in het midden der Dertiende Eeuwe, of omtrent 300 jaaren vroeger dan eenige andere thans bekend zynde asbeelding of beschryving. 
Later bleek het kaartje waarop het werk was gebaseerd helaas toch niet authentiek te zijn, maar het is mooi om op die leeftijd al als "vlytig en kundig" bekend te staan. Als liefhebber van boeken en (dus) van het museum van het boek was deze auteur geen onbekende van mij.

Dan het Willem II-museum. Ik vond daar informatie over op de pagina's van de journalist Marcel Tettero (met name deze pagina over het museum en deze over diens stichter) en in de biografie van Ignaz Matthey. Het idee voor het museum ontspringt aan het brein van Toon Tetteroo of Tetterode. Zijn echte achternaam is Van Tetroode en hij is een markant boekhandelaar uit Amsterdam die tussen 1830-1840 in Den Haag neerstrijkt. Hij is - indirect - een bekende van Koning Willem II en de koning steunt - eveneens indirect - een aantal van zijn initiatieven. De koning en Van Tetroode hebben elkaar nooit rechtstreeks ontmoet. Van Tetroode raakt verwikkelt in diverse hevige disputen tussen Republikeinen en Koningsgezinden. Via vlugschriften, eigen kranten en op talloze andere manieren geeft hij uiting aan zijn Oranjeliefde en zijn voorkeur voor een grote rol van de Oranjes in Nederland. Na de dood van Willem ll wil van Tetroode een museum voor 'zijn' koning inrichten. Want Willem II heeft op 16 juni 1815 in Quatre Bras de Nederlandse troepen heldhaftig aangevoerd (hoewel achteraf de rol van de Nederlanders wel mee lijkt te vallen). Twee dagen later verliest Napoleon de slag bij Waterloo en het heeft er alle schijn van dat de latere koning zijn bijdrage aan de geschiedenis heeft geleverd. Het levert hem in Nederland in elk geval een heldenstatus op.
In de ogen van Van Tetroode krijgt de koning desondans niet de erkenning die hij verdient. Al een jaar na de dood van zijn 'beschermheer' doopt hij zijn boekhandel om in "Museum Willem II". Hij maakt een folder waarin hij koning Willem ll prijst als verzamelaar van kunst. Ook koopt hij een levensgroot borstbeeld van zijn geliefde koning en plaatst het voor zijn woning. In de folder laat hij onomwonden weten dat hij ondanks zijn leeftijd (54) liever straatarm verder leeft dan ophoudt met het eren van zijn overleden vorst. Van Tetroode zou zelfs de sigarenpeukjes verzamelen die de koning op straat achterlaat (en onder een glazen stolp in zijn winkel tentoonstellen). Na verwoede pogingen om oa de kunstcollectie van de overleden koning te (laten) kopen en een eigenstandig museum te openen, blijft er niets anders over dan zijn eigen boek- en prentenhandel als museum in te richten. In 1856, zeven jaar na de dood van de koning, opent aan het Lange Voorhout in Den Haag het museum Willem ll de deuren, vlakbij het voormalige paleis van de vorst. Op de plek van het Museum staat nu Hotel Des Indes.

Van Tetroode heeft in zijn leven veel geld geleend. Omdat zijn handel steeds slechter loopt moet hij telkens verhuizen naar een kleiner onderkomen. Matthey achterhaalt in zijn biografie maar liefst 31 woonadressen in Den Haag tussen 1838 en 1875. Arm en berooid sterft de boeken-, kunst- en muziekhandelaar Van Tetroode uiteindelijk zonder dat zijn doel is bereikt. Van het beoogde grote museum Willem ll is, aldus Marcel Tettero, op zijn sterfdag niet meer over dan "een kruiwagen met spulletjes die op een zolder aan de Hekkelaan 9 in Den Haag staan uitgestald".

Wat is nu de relatie tussen Van Westreenen en Tetroode? Uit de archieven van het museum Meermanno-Westreenianum, dat wil zeggen via de beschrijvingen in het boek Een wereld van verzamelaars en geleerden blijkt dat Van Westreenen en Van Tetroode met elkaar correspondeerden. Van Tetroode liet via Van Westreenen publicaties van hem bij de Koning bezorgen. Matthey tekent in zijn biografie op dat Van Westreenen boeken kocht bij Van Tetroode, zoekopdrachten gaf, commissies verleende voor aankopen op veilingen en hem inschakelde bij de verkoop van doubletten. Zij kenden elkaar dus: Van Tetroode was een graag geziene gast bij Van Westreenen thuis en Van Westreenen bemiddelde op het ministerie bij een dreigend faillissement van Van Tetroode. Het lijkt voor hand te liggen dat Van Westreenen ook was betrokken bij het droombeeld van Tetroode: het museum Willem II.

Terug naar het boekje van mijn oom. Wat is nu de connectie tussen al deze dingen? Blijkbaar heb ik hier een authentiek werk uit het bezit van Van Tetroode. Na zijn dood heeft dit misschien wel in de bovengenoemde "kruiwagen met spulletjes" als restanten van het museum gezeten, maar waarschijnlijk is het al eerder in het proces van verarming verkocht: onder druk van dreigend faillissement heeft Van Tetroode de inboedel van zijn eigen winkel geveild en hij moest meer dan eens zaken verkopen om het hoofd boven water te houden. Aan de andere kant: één van de stickers vermeldt het adres Hekkelaan 9, en dit is het twee-na-laatste adres van de 31 waar Van Tetroode woonde, hij verbleef op dit adres tussen 1867 en 1875. Het lijkt erop dat hij dit boekje dus lang bij zich heeft gehouden. Het briefje voorin het boek is duidelijk van de hand van Van Westreenen: een schenking van dit jeugdwerk van de auteur aan de droom van zijn vriend en mede-bibliofiel? Als ik in staat ben het briefje verder te ontcijferen wordt misschien meer duidelijk. Voor zover ik nu kan zien is Van Westreenen dankbaar voor iets dat Van Tetroode heeft betekend in relatie tot "manuscripten met miniaturen" en de aanwezigheid van soortgelijke boeken in de bibliotheek (van Van Westreenen?). Als het briefje bij dit boek hoort (maar misschien is het er later ingeplakt), heeft Van Tetroode het minstens 20 jaar in zijn bezit gehad.

Duidelijk is wel dat dit boekje getuige is geweest van een bijzondere en hectische periode in de ontwikkeling van ons land en van een bijzondere vriendschap tussen twee legendarische namen in de geschiedenis van de bibliofilie. Het boekje dat ik gedachteloos mee naar huis nam en waarvan ik dacht dat het weinig waarde had, blijkt een belangwekkend werkje te zijn. Boeken met een verhaal - ik hou ervan. En dit onooglijke boekje in zjin rommelige zwarte omslag krijgt een ereplaats in mijn bibliotheek.

Dit alles met dank aan mijn oom de verzamelaar. Zou hij zelf geweten hebben wat voor bijzonders hij in zijn bezit had? Ik kan helaas niet terugvinden hoe hij aan dit boekje is gekomen. Op een veiling gekocht? In een antiquariaat gevonden? Opgedoken in een kringloopwinkel? Hij hield niet in detail bij waar hij welke boeken kocht: de omzwerving van anderhalve eeuw van dit werkje zullen altijd een mysterie blijven. Maar vanaf nu is duidelijk waar het thuishoort: in de collectie van Sneuper.

NASCHRIFT
Lezer Jos van Heel was zo vriendelijk om het briefje van Van Westreenen te ontcijferen. Er staat:
De B[aro]n van Westreenen van Tiellandt betuigt den H[ee]r van Tetroode zijn erkentenis, voor de bezichtiging van nevengaand fraay werk van Midolle, maar bezitter zynde, gelijk de H[ee]r van Tetroode van ouds weet, van een aantal oude Manuscripten met migniaturen, versierde voorletters &c. heeft hij zich voorgenomen, in zijne Bibl[iotheek] geene facsimile's van soortgelijke kunstgewrochten, die - hoe fraay ook - echter altijd maar Copien zijn, te plaatsen.
Zijne gezondheid is thans tamelijk goed, en hij verzekert den H[ee]r van Tetroode van zijne erkentelijkheid voor de deelneming in dezelve.
Dit geeft aan dat het briefje niet oorspronkelijk in dit werk zat, maar kennelijk in een werk van Midolle dat Van Westreenen van Van Tetroode op zicht heeft gekregen, mogelijk om hem bij te staan in een periode van ziekte. Zou hier worden gedoeld op een facsimile van de beroemde calligrafist Jean Midolle? Deze was actief in Van Westreenen's tijd en het zou niet verbazend zijn als hij een origineel van diens werk zou hebben. Echter, als ik nu zoek in de catalogus van het museum, dan zijn er geen werken van Midolle bekend. Misschien bedoelde Van Westreenen andere soortgelijke boeken (en wilde hij per definitie geen facsimiles) of misschien is er wel een werk van Midolle geweest, maar inmiddels verdwenen. Als ik nu in de bibliotheek van Meermanno kijk zie ik overigens 118 werken waarin op een of andere manier het begrip facsimile voorkomt.

24 augustus, 2013

228 - Goede boekendoelen: steun boekenbehoud!

Hoewel ik inmiddels een aardige bibliotheek begin op te bouwen, realiseer ik me heel goed dat de cultuurhistorische waarde zeer beperkt is. Ik heb misschien een enkel uniek boek, maar zelfs dan niet zodanig dat musea in de rij zullen staan om het van mij over te nemen (niet het niveau van Joost Ritman bijvoorbeeld). Maar ik vind het wel belangrijk om bij te dragen aan behoud van boekhistorisch cultuurgoed. Boeken zijn dragers van cultuur en het is noodzakelijk om ze te bewaren voor toekomstige generaties. Mijn hart breekt bijvoorbeeld als ik denk aan de recente plunderingen van Egyptische musea, zoals in Minya bijvoorbeeld. Objecten die duizenden jaren hebben overleefd worden in 2013 alsnog door een domme menigte aan stukken geslagen... In Irak hebben we hetzelfde gezien. En helaas gebeurt het ook met bibliotheken.

In een eerder stukje gaf ik al een overzicht van bibliotheken die in de geschiedenis bewust werden verwoest door brand of op een andere manier. Je raakt de ziel van de tegenstander door zijn cultuur te verwoesten, maar het is een vreselijke werkwijze, hoe erg de tegenstander ook is.

Ik was in 2007 nog heel optimistisch over de bibliofiele toekomst van Timboektoe, waar onder meer door Unesco een project was gestart om de befaamde eeuwenoude boeken daar te conserveren. Helaas gooide ook hier oorlog roet in het eten. In 2012 poogden Islamitsche rebellen de cultuurschatten van Timboektoe te vernietigen, waaronder de eeuwenoude manuscripten. Gelukkig werden vele ervan tijdig verstopt en na de verdrijving van de rebellen weer teruggebracht. Daarna startte het project T160K, met als doel duizenden manuscripten in Timboektoe te conserveren en te bewaren voor toekomstige generaties. Ik heb hier enthousiast financieel aan bijgedragen, en dat leverde mij het bijgaande certificaat op. Alle boekenliefhebbers worden opgeroepen dit initiatief mee te ondersteunen?

Maar ik heb niet alleen een warm hart voor projecten ver weg, ook die dichtbij kunnen op sympathie en ondersteuning rekenen. Ons eigen prachtige boekenmuseum Meermanno in Den Haag heeft te kampen met teruglopende geldstromen en is daarom het project Boek zoekt vrouw, man en bedrijf gestart met als doel fondsen te werven voor het behoud van specifieke boeken. Het leuke is dat je op de site van het project zelf boeken kan kiezen om te adopteren. Na lang wikken en wegen heb ik gekozen voor een Utrechts getijdenboek uit circa 1460. Als dank voor mijn bijdrage kreeg ik wederom een prachtig certificaat (en een boekje van Meermanno als cadeau).

Het is mooi om op deze bescheiden schaal te kunnen bijdragen aan behoud van boeken in deze wereld. Misschien bezit ik op een dag ook boeken van het formaat Ritman, Meermanno of Timboektoe. Tot die tijd zal ik dergelijke boeken blijven steunen als ze een extra financiering nodig hebben zodat toekomstige generaties er van kunnen blijven genieten.

19 april, 2008

150 - Een groot verzamelaar doet verslag

In de geschiedenis van het boek en in het bijzonder van het verzamelde boek zijn veel bijzondere verzamelaars aan te wijzen. Ze zijn bijzonder omdat ze bijzondere verzamelingen hadden: in omvang, in specialiteit, of allebei. We kennen ze omdat hun verzamelingen aan de basis stonden van bibliotheken of soms omdat ze alles voor hun boeken over hadden, inclusief hun eigen leven. Bibliofielen worden soms bibliomanen.

Neem nu Antonio Flamminio, een Siciliaans filosoof uit de zestiende eeuw die alles overhad voor zijn boeken en uiteindelijk stierf doordat een stapel boeken op hem viel. Of neem Motteley, die niemand in zijn bibliotheek vertrouwde en ook zelden schoonmaakte. Zijn hele fortuin ging aan boeken op en toen hij stierf had hij nog net genoeg geld opzij gelegd om zijn begrafenis van te betalen. Of neem de hertog van Somerset, die in de 16e eeuw drie wagens liet voorrijden bij de bibliotheek van Guild Hall en alles meenam naar zijn huis. De collectie, inclusief bijzondere handschriften, keerde ruim twee eeuwen later weer terug. Of neem Antoine Boutard die boeken kocht per meter en die in zijn leven achthonderdduizend boeken verzamelde die hij in zes huizen had opgeslagen. Of neem de Engelsman Meadow die zoveel boeken verzamelde, dat hij een deel moest verkopen. Hij kon de veiling van zijn geliefde bezit echter niet aanzien en verliet de zaal, kwam verkleed terug en begon op zijn eigen boeken te bieden...

Verhalen over verzamelaars boeien me: te zien hoe genialiteit en gekte soms samen gaat. Fascinerend om de hartstocht voor boeken te zien. Ook onze eigen Boudewijn Büch is een groot verzamelaar, die vol passie over andere verzamelaars schrijft. In Bibliotheken haalt hij het voorbeeld van Johann Georg Tinius aan die verslaafd was aan boeken maar niet genoeg geld had. Daarom ging hij over tot roofmoorden. Van het betere soort waren Jacques Doucet, die honderdduizenden literaire handschriften en boeken verzamelde, Charles Spoelberch de Lovenjoul of Martin Bodmer.

Een bekende Nederlandse verzamelaar was W.H.J. baron van Westreenen-Tiellandt, die de medenaamgever was van het museum Meermanno - Westreenianum.
Willem Hendrik Jacob baron van Westreenen van Tiellandt (1783-1848) was jongs af aan was Van Westreenen een hartstochtelijk verzamelaar. Van de verschillende collecties die hij bijeenbracht, was de verzameling boeken de belangrijkste. Hij was beïnvloed door het voorbeeld van zijn veel oudere achterneef Johan Meerman (1753-1815) en diens vader Gerard Meerman (1722-1771). Hun bibliotheek kwam in 1824 onder de hamer, in strijd met wat Johan Meerman in zijn testament had vastgelegd. Van Westreenen probeerde op de veiling door forse aankopen een belangrijk deel van die collectie bijeen te houden en op die manier cultureel erfgoed voor Nederland te bewaren.
Uiteindelijk vermaakte Van Westreenen zijn eigen bezit aan de staat. Sinds 1852 is het voormalige woonhuis van Van Westreenen een museum.

Onlangs kocht ik het fraaie boek Journaal van W.H.J. van Westreenen van zijn reizen naar Londen, Cambridge en Oxford in de jaren 1834 en 1835. In linnen gebonden, met goudopdruk. Het reisdagboek laat zijn dubbele belangstelling zien: het reizen zelf en het zien van nieuwe steden en landschappen en het verzamelen van boeken met een voorkeur voor incunabelen. Hij beschrijft van dag tot dag waar hij is, wat hem opvalt en wat hij koopt. Een voorbeeld:

"Den 30en Juny en 1en July doorliep ik weder verscheidene gedeelten der stad, - bezocht nog eens de Westminster Zaal, die een platte ingang heeft - de Expositie van schilderyen van levende meesters, bestaande echter voor 't grootste gedeelte in pourtretten, alsmede eenige afgietsels van antieke beelden, etc. in verscheidene zaalen van het fraaye Sommersets-house, - de St Pauls-kerk - de Post-Ofice, etc. de bank van Engeland; doorreed met eene wagen gezegd omnibus die 19 persoonen van binnen bevat, zonder de koetsier en afroeper achter, nevens de ingang geplaatst, verscheide nog door my onbezogte straaten, onder andere Cornhill, en zag zoo in 't voorbyryden de Gevangenis Newgate, de Zaal Guildhall - en de kerk van Newgate achter deeze gelegen, zoodat de straat tusschen dezelve en de gevangenis loopt.
Ik bezocht verschillende boekhandelaaren als Bohn - by het Strand (by deezen vondt ik het exemplaar der Charta Magna op pergament met origineele teekening voor keizer Alexander bestemd, waarvoor hy 700 Lst: vroeg) - Thorpe in de Bedfordstreet, Longmann Paternoster Row - en wederom de Hren Foss en Payne, waar ik verscheidene drukken op pergament als de Cicero van 1466 - de Isidorus van Augsburg 1472 - en de bulle van 1455 beschouwde."

Het is mooi om te zien hoe deze Baron het reizen en het verzamelen combineerde. Hij besteed in zijn aantekeningen meer tekst aan de boeken die hij ziet, in musea en bibliotheken, dan die hij zelf koopt. Toch ging hij naar Londen met een doel: hij wilde werken uit de bibliotheek van G.F.W. Kloss, die toen geveild werd, kopen. Maar er waren meer kapers op de kust, de Bodleian Library vermeldt op zijn webpagina's "Some 560 incunabula, mainly printed in Germany and, when known, nearly all with an earlier German provenance, were acquired from the collection of Georg Franz Burkhard Kloss (1787-1854), a physician from Frankfurt am Main, whose sale was held in London in 1835; the Bodleian spent a total of 343.30 there. The Kloss collection reflects an interest in the traditional academic disciplines". De catalogus van die veiling is overigens hier nog te koop.

Van Westreenen wist ook een aantal incunabelen te kopen en die zijn voor de liefhebber te zien in zijn eigen museum. Het is mooi te zien hoe deze verzamelaar zijn bezit vermeerderde: niet door roofmoord, niet door diefstal, niet door het zich ontzeggen van eerste levensbehoeften maar door het systematisch zoeken naar waardevolle aanvullingen voor zijn boekenbezit. Het reisverslag is een weergave van een paar maanden uit het boeiende leven van deze man.

09 november, 2004

23 - Tentoonstelling oude Bijbels

In het paradijs voor boekenverzamelaars, het Museum Meermanno Westreenianum in Den Haag, is sinds een week een prachtige tentoonstelling ingericht: het woord is boek geworden. De titel verwijst natuurlijk naar de beroemde tekst uit het Johannes-evangelie, hoofdstuk 1, vers 14: "Het woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid". Het is een tentoonstelling over "de bijbel in handschrift en druk van de zesde eeuw tot vandaag". Niet de inhoud, tekst of de vertaling van de bijbel, maar de uitvoering ervan vormt het uitgangspunt. Daarom beperkt de tentoonstelling zich niet tot Nederlandse bijbels. De expositie laat ook zien hoe de tekst van de bijbel - in de grondtalen en in vertaling (Grieks, Latijn, Frans, Duits, Engels en Nederlands) - in verschillende tijden, voor verschillende doelen en voor verschillende gebruikers steeds op andere manieren vorm is gegeven. Zo zijn er verschillende uitvoeringen van kanselbijbels, bijbels voor de kerkgangers om mee te nemen, bijbels voor thuis, huwelijksbijbels, bijbels voor de literair geïnteresseerden (zonder de traditionele hoofdstuk- en versnummering), en bijbels met of zonder illustraties. De tentoonstelling is grotendeels samengesteld uit werken die behoren tot de eigen collectie van het museum. Deze keuze vormt ook een brede en aantrekkelijke doorsnede van de gehele boekencollectie van het museum, van zeer vroeg tot heden, van laatantiek handschrift tot druk van gisteren. Je zal als verzamelaar maar zo'n prachtverzameling hebben. 

Bijbels waren vaak de eerste voortbrengselen van de drukpers. Diverse incunabelen (boeken die vòòr 1500 met behulp van losse uit metaal gegoten letters (dit is een belangrijk verschil met de blokdrukken die al bestonden) op papier via een boekdrukpers werden vermenigvuldigd) zijn nu nog in Meermanno te zien. Incunabelen en post-incunabelen (boeken tussen 1501 en 1540 gedrukt, losgemaakt van het handschrift karakter van de middeleeuwen) zijn een mooi verzamelobject, maar inmiddels helaas onbetaalbaar, voor een verzamelaar als ik. Gelukkig kunnen we af en toe onze neus tegen de vitrine drukken bij Meermanno.

In de bundel "verzamelen is ook een kunst" van Jacques den Haan wijdt Bob de Graaf een heel hoofdstuk aan het verzamelen van oude bijbels. Hij verzucht dat het merkwaardig is dat er maar een handjevol bijbelverzamelaars zijn, in een land dat toch zo'n sterke bijbelse traditie heeft en waarin zo veel kwalitatief mooie uitgaven bestaan. Je zou bijvoorbeeld oude bijbels kunnen verzamelen met betrekking tot fraaie typografie, illustratie of boekband. Of vanwege de houtsneden of kopergravures. Hoe dan ook, omdat de bijbel natuurlijk toch (als het goed is) een gebruiksvoorwerp is, is het moeilijk onbeschadigde en onbeschreven exemplaren te vinden. Maar dat is nu juist de uitdaging voor de verzamelaar. Zeker nu er deze week weer een nieuwe vertaling is verschenen, bijvoorbeeld in de prachtuitgave bij Athenaeum, Polak & van Gennep.