31 augustus, 2026

367 - Een leven lang verzamelen in 11 kavels

In mijn vorige post scheef ik al over de de kavels die ik had aangeboden bij Bubb Kuyper, afkomstig van de collectie van een overleden verzamelaar. Boekenveilingen leven voor een belangrijk deel van collecties van overleden verzamelaars, die dan in één klap op de markt komen. In een aantal gevallen hebben die verzamelaars hun hele leven besteed om bijvoorbeeld van een schrijver alles compleet te krijgen, of een bepaalde reeks compleet in de kast te hebben. Waar zo'n verzamelaar dan een leven lang energie in stopt om op allerlei plekken de gewilde titels vandaan te halen, staat dan plotsklaps een integrale collectie in de catalogus van een veilinghuis.

Ik realiseerde mij dit toen ik zoals altijd de catalogus van Bubb Kuyper grondig doorlas. Ik zag daar een aantal kavels met uitgaven van Nescio, die met elkaar een tamelijk complete collectie vormden. Uiteraard exemplaren van de eerste druk van Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes uit 1918, maar daarnaast het latere gepubliceerde werk, diverse bibliofiele uitgaven, vertalingen, secundair werk. In totaal 11 kavels Nescio en als je die bij elkaar zag, was het niet alleen een vrij integrale Nescio-collectie met de schijn van compleetheid, maar ook een collectie die in veel opzichten leek op de mijne.


Het eerste wat ik deed was kijken wat er in deze collectie wel zat, wat ik nog niet in de mijne had. Ik ben om die reden zelfs speciaal naar de kijkdag geweest omdat de kavelbeschrijvingen niet volledig zijn en de foto's niet alles zeggen. Ik kwam tot de conclusie dat ik de meeste uitgaven al had, met drie belangrijke uitzonderingen:

  1. Het kavel 1019 met vertalingen van Nescio's werk. Er was één kavel waarin 14 vertalingen waren samengebracht. Ik bezat zelf al vertalingen in het Frans, Engels en Indonesisch maar hier zag ik nog veel meer vertalingen. Dit was voor mij dus een belangrijk kavel om te proberen te krijgen.
  2. Ik zag kavel 1229 waarin verschillende bibliofiele uitgaven van Nescio waren samengebracht. Twee ervan stonden al langer op mijn verlanglijstje: de uitgave van Titaantjes door Hans Bayens uit 1974 (Hans Bayens is degene die het beeld van de Titaantjes in 1971 maakte dat in het Amsterdamse Oosterpark staat) en de penning van Nescio die Da van Daalen in 2007 maakte voor de Vereniging voor Penningskunst. Het was een buitenkansje dat die samen in één kavel zaten dus daar wilde ik mijn pijlen ook op richten.
  3. De luxe uitgave van De uitvreter met illustraties van Joost Swarte in kavel 1279, die in 1997 in een oplage van 20 is gemaakt door Handboekbinderij Pau. Dit is in die zin een bijzonder boek omdat ik hier 17 jaar geleden ook al een gooi naar had gedaan. Ik schreef er in juni 2009 een blogje over, hoe ik achter het net had gevist bij deze en andere Nescio-items (waaronder toen ook al de Bayens die ik hierboven noemde). De uiteindelijke koper stuurde mij destijds nog een mailtje toen hij mijn blog had gelezen, dat hij het erg sneu vond voor mij maar zelf erg blij was met de aankoop van dit exemplaar. Ik heb geen idee of dit hetzelfde exemplaar was als dat uit 2009, maar ik was wel vastbesloten om deze uitgave hoe dan ook te kopen. Koste wat het kost.
Ik besefte echter wel dat als er nu iemand zou zijn, die had bedacht dat hij of zij een Nescio-collectie zou willen starten diegene dan met het inzetten op deze 11 kavels per direct een afgeronde collectie zou hebben. In de afgelopen decennia heb ik via dit blog regelmatig juichberichten de wereld ingeslingerd als ik weer eens ergens een Nescio-uitgave had gevonden. Ik heb verteld over de moeizame jacht, de mislukkingen en het geduld wat nodig was. 


Maar ik realiseerde mij ook dat ik de afgelopen 30 jaar ook helemaal niets had hoeven doen en gewoon rustig kunnen wachten op deze veiling om dan in één keer de gewenste collectie op de plank te hebben. Dat zou trouwens ook nog aanzienlijk voordeliger zijn geweest, als ik kijk naar wat de verschillende kavels uiteindelijk hebben opgebracht.

Dat is natuurlijk niet helemaal een eerlijke vergelijking. De vraag die eronder ligt, is wat verzamelen uiteindelijk is. Gaat het om het eindresultaat - de complete collectie - of gaat het om de activiteit van het verzamelen, het zoeken, het jagen, het bezig zijn met ontdekken wat er überhaupt allemaal in de collectie thuishoort en daar steeds meer zicht op krijgen. Het gaat om allebei en ze kunnen dan ook niet zonder elkaar bestaan. Het simpelweg kopen van en complete collectie en dan met één simpele beweging een afgeronde verzameling hebben lijkt mij het saaiste wat er is. Juist het feit dat elk boek een verhaal heeft, over waar het vandaan komt, hoe je het vond, bij wie je het kocht maakt het zo speciaal. Aan de andere kant, een leven lang bezig zijn met verzamelen maar uiteindelijk geen volledige verzameling hebben of op zijn minst een samenhangende collectie lijkt mij afschuwelijk: je doet het ook voor het resultaat. 

En tegen die achtergrond koos ik ervoor om deze veiling te gebruiken om een paar lacunes in mijn collectie te vullen in de wetenschap dat ik alle andere Nescio-uitgaven op mijn plank met veel geduld en na lange jaren van zoeken heb verkregen. Ik heb daarnaast natuurlijk ook nog wat nauwkeuriger gekeken met de vraag of mijn collectie uiteindelijk completer was, of completer geworden is, dan de collectie die hier werd aangeboden. En het antwoord daarop is ja en dat stemde mij dan wel weer tevreden. Ik zag in in mijn eigen collectie verschillende titels die ik niet terugzag in deze verzameling. Deels waren dat recente uitgaven, die misschien zijn verschenen nadat deze collectie bij Bubb was aangeboden: de Matchboox-uitgave van Bob Polak over Nescio en het essay van Paul van Tongeren over Nescio dat bij Uitgeverij Fragment verscheen, beide uit 2025. Maar ik miste bijvoorbeeld ook de twee planodrukken van Het dal der plichten, verschenen bij respectievelijk J. Kretzschmar (1983) en Kunst & Vliegwerk (1990), een lezing van Lieneke Frerichts over Nescio en een uitgave van de briefwisseling tussen Nescio en Chr.J. van Geel (niet de bekende Dan kom ik aan als het schikt maar een alternatieve uitgave). De gesigneerde prent door Joost Swarte van Titaantjes die ik in 2023 kocht. Plus nog wat andere varianten van uitgaven die wel had verwacht, maar niet zag. Ook deze verzamelaar was dus nog niet klaar. Tegelijkertijd was hij of zij op bepaalde punten wel verder dan ik, maar die achterstand ging ik snel inhalen, zo had ik mij voorgenomen. En dat lukte.

Zoals ik hierboven al schreef, vielen de opbrengsten  van de 11 kavels mij toch wel een beetje tegen. Ik kon de 14 vertalingen kopen voor 130 euro (inzet was 70-90 euro). Voor het kavel met de uitgave van Hans Bayens en de penning van Da van Daalen moest ik tot 275 euro bieden voor het van mij was (inzet 80-100). Niet al te lang geleden werd de Bayens op Catawiki verkocht voor naar ik meen 90 euro en de penning wordt gemiddeld voor zo'n 80-100 los geveild. Ik rekende erop dat de verkoop van de overige titels in het kavel er toe zou leiden dat het toch een voordelige aankoop werd. En dat was ook zo, want de restanten verkocht ik voor 120 euro via Catawiki, zodat al met al het een aanschaf naar waarde werd. In de eerdergenoemde veiling in 2009 bij het niet meer bestaande AABP Auctions (opgezet door voormalig Aioloz eigenaar Piet van Winden) leverde een exemplaar van deze Bayens trouwens nog 150 euro op. De waarde is in de afgelopen jaren dus wel gedaald.


De vraag was natuurlijk of het mij zou lukken om het luxe exemplaar van De uitvreter te kopen. De inzet hiervoor was 100-150 euro. In 2009 werd het exemplaar bij Bubb Kuyper verkocht voor 190 euro, terwijl het was ingezet voor 50-70 euro. Dus wat moest ik bieden? 200 euro? 300? 400? Ik wist het niet. Ik heb verschillende keren een automatisch bod doorgegeven aan Bubb Kuyper dat steeds hoger werd omdat ik de gedachte aan het mislopen niet kon verdragen. Daarnaast volgde ik de veiling live via Invaluable om desnoods ter plekke alsnog te kunnen overbieden, want ik zou het niet kunnen verdragen om dit boek wéér mis te lopen. Maar ik hoefde mij geen zorgen te maken: het boek bracht opnieuw 190 euro op, die ik met veel plezier heb betaald.

Ik vroeg mij wel af wat de verwachte opbrengst geweest zou zijn, als de waarde van het boek de inflatie had gevolgd. De inflatie-calculator van het CBS vertelt mij dat 190 euro in 2009 overeenkomst met 282,83 vandaag, een stijging van bijna 50%. Dat zou dus ook gelden voor de Bayens-uitgave, als die destijds bij AABP 150 euro opbracht, zou dat vandaag 223,29 moeten zijn. Voor dat geld kreeg ik er nu in elk geval een heleboel titels bij.

Het elfde Nescio-kavel in de catalogus van Bubb Kuyper was de prachtige door Ronald Tolman gemaakte titel Op een zomermorgen uit 1990, gemaakt in samenwerking met Galerie de Verbeelding uit Nijmegen en Phoenix & Co in Amsterdam. Ik kocht mijn exemplaar in 2021 bij Bubb Kuyper en het werd toen afgeslagen voor 230 euro. Dit keer leverde het 350 euro op. Volgens het CBS zou de opbrengst gecorrigeerd voor inflatie nu 280 euro moeten zijn en dat betekent dat dit werk behoorlijk gewild blijft en in waarde stijgt. 

Maar zoals gezegd, voor de rest hield het niet over. Een kavel met een mooie tweede druk van Nescio's werk, aangevuld met twee versies van Mene Tekel en andere titels ging weg voor 80. Een kavel met het Verzameld werk in de box aangevuld met de recente biografie van Lieneke Frerichs en werk van Maurits Verhoeff leverde 60 euro op. In totaal gingen de 11 kavels voor 2445 euro weg. Dat is dus kennelijk wat een behoorlijk complete Nescio-collectie op een veiling waard is: net geen 2500 euro. Voor iemand die morgen wil beginnen met verzamelen een buitenkans, voor mij een nogal confronterende constatering. Zou je al die boeken afzonderlijk willen kopen, dan ben je een veelvoud er voor kwijt. En een heleboel tijd, evenals wat frustratie tussendoor.

Achteraf bezien had ik dus dertig jaar rustig thuis kunnen zitten en op deze veiling kunnen wachten. Dat was goedkoper geweest, zeker. Maar ook een stuk saaier. En bovendien: waar had ik dan al die jaren over moeten schrijven?

Geen opmerkingen: