zaterdag, december 15, 2018

De nachtmerrie van het hebben van een antiquariaat

Ooit toen ik nog studeerde had ik een bijbaan, en daar was een collega die werkzaam was bij uitgeverij J.M. Meulenhoff. Dat had onder meer als voordeel dat ik een keer mocht komen 'winkelen' bij de uitgeverij en mijn tas vol mocht laden met alle boeken die ik wilde hebben. Dat leverde onder meer een prachtige genummerde uitgave van het verzameld werk van Giorgio Bassani op, nog steeds één van mijn favoriete schrijvers.

Maar wij voerden ook wel eens gesprekken over ons gedroomde carrièreperspectief. Zo hadden wij een fantasie dat wij ooit een antiquariaat zouden bezitten. We hadden er ook een beeld bij: een oud pand in het centrum van een grote stad, waar - uiteraard - alleen maar goede boeken aanwezig waren en waar wij de dag lezend zouden doorbrengen, af en toe verstoord opkijkend als een klant onze rust verstoorde en het waagde om één van onze boeken van de plank te pakken. We waren er nog niet helemaal uit of we ook daadwerkelijk boeken wilden verkopen, maar dan hooguit de dubbele exemplaren. Over het verdienmodel hadden we verder nog niet nagedacht, wat overbleef was het romantische ideaal om te kunnen leven en werken omringd door boeken waar wij ons dag na dag in mochten verdiepen.

Het is allemaal uiteraard heel anders gegaan. Uiteindelijk ben ik wel een trouw bezoeker van antiquariaten geworden (en van Markplaats, en van boekenveilingen...). Maar ik moest aan deze dagdromerij terugdenken toen ik het boek van Shaun Bythell las, The diary of a bookseller. Bythell is eigenaar van The Bookshop, in het Schotse boekendorp Wigtown. In het boek neemt hij ons mee door een jaar in zijn boekwinkel. We lezen over zijn dagelijkse ergernissen rondom Amazon: de vijand van de zelfstandige boekhandel en tegelijkertijd een onvermijdelijk verkoopkanaal waar ook Bythell gebruik van maakt. Maar ook de contacten met tal van mensen die boekencollecties kwijt willen en aan Bythell proberen te slijten. Het meest vermakelijk zijn echter de dagelijkse gebeurtenissen met klanten: leuke klanten, boeiende klanten maar de overgrote meerderheid zijn de irritante klanten. Klanten die een rommel maken van zijn boekwinkel, klanten die proberen af te dingen op boeken die toch al goedkoop zijn, klanten die boeken komen zoeken en vervolgens op Amazon gaan bestellen, klanten die ronduit gestoord zijn... De ergste zijn nog wel klanten die het beter weten dan de boekverkoper, ook al hebben ze evident geen gelijk (de klant die blijft beweren dat het boek van Thomas Hardy Far from the Maddening Crowd heet, ook al legt Bythell het boek met de juiste titel voor hem neer. Een misdruk van de uitgever, aldus de klant...). Je gaat je afvragen waarom iemand in zo'n situatie überhaupt nog boekverkoper wil zijn.

Bythell start elke maand met een citaat uit Bookshop memories van George Orwell. Het citaat bij de maand juni typeert de gemiddelde klantenkring van The Bookshop:
There are always plenty of not quite certifiable lunatics walking the streets, and they tend to gravitate towards bookshops, because a bookshop is one of the few places where you can hang about for a long time without spending any money. In the end one gets to know these people almost at a glance.
Verschillende keren benoemt hij dat ook de echte boekenliefhebbers langdurig in de winkel rondhangen, maar zelden iets kopen. Helaas herken ik mijzelf daar ook in: ik kan heel lang in een boekwinkel blijven dromen bij de boeken die ik wil hebben en dan zonder iets te kopen naar buiten lopen. Gelukkig is Bythell verder druk met zijn medewerker Nicky (die volkomen onstuurbaar is, uitsluitend in chaos werkt en de meeste boeken in de verkeerde categorie zet), verschillende stagiairs en de organisatie van diverse festivals in Wigtown. Die met veel drank gepaard gaan, wat weer een dag vol hoofdpijn in de boekwinkel oplevert. Maar los daarvan is het boek doortrokken van klachten over het weer, de klanten, Amazon en de immer afnemende markt voor boeken.

Het boek van Bythell is lang niet het eerste boek over het leven in een boekhandel. Wie herinnert zich niet de twee winkeldagboeken van Hans Engberts en René Hesselink van het Utrechtste antiquariaat Hinderickx en Winderickx? Winkeldagboek verscheen in 2007 en Oude Gracht 234 in 2008 (ik schreef er een blog over in 2009). In deze twee boeken nemen de eigenaren ons mee in de vergelijkbare treurnis als Bythell: het weer in Utrecht is al net zo slecht als in Wigtown en de klanten in Hinderickx en Windericks lijken rechtstreeks afkomstig uit The Bookshop: dezelfde zwijgzwame zoeker, dralers, afdingers, zwervers en mafkezen. En tussendoor zich opstapelende boeken, inkoopacties, concurrentie met andere antiquariaten, winkeldochters die opeens een klant vinden en prachtige boeken die om mysterieuze redenen onverkoopbaar lijken.

Waarom is al deze treurnis zo heerlijk om te lezen? Misschien omdat het in het algemeen aantrekkelijk is om over de ellende van een ander te lezen: er worden nu eenmaal meer romans geschreven over de moeite en tegenslag van het leven dan over de zonnige kant van ons bestaan. Misschien ook omdat door alles heen de liefde voor het boek zichtbaar is: de basis van het gemopper is uiteindelijk dat de auteurs allemaal hun klanten zo graag willen voorzien van goede boeken. Natuurlijk, het is ook hun basis voor inkomen maar uiteindelijk genieten ze het meest van klanten die hun passie voor boeken delen En uiteindelijk zijn ze ook eerlijk, eerlijker in elk geval dan andere antiquaren.  Zo constateert René Hesselink op 30 januari 1996:
Ik lees wat in Offeren aan Mercurius en Minerva. De Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren 1935-1995 en ik moet zeggen, het valt niet mee. Al dat geklets over die statige panden en sfeervolle winkelruimtes waar de antiquaar zijn kostbare boekskes met zus-en-zo banden probeert te slijten. Kom, jongens antiquaren, wat meer vuurwerk! En verklap eens een heus geheim, of scheld een collega flink de huid vol. Maar nee, ze hebben zo en zoveel kinderen en ach, toen ging hun vrouw dood enzovoorts, etcetera.
Verder heerst er vandaag gelukkig één grote lange stilte. Iedere keer als ik gestoord word bij de lezing van Brouwers' brieven denk ik: komaan René, lees weer eens een hoofdstukje uit dat antiquarenboek, maar voortdurend grijp ik weer naar Brouwers, als een alcoholist naar de fles.
Ik las nog meer van dit genre in de afgelopen periode (het lijkt warempel wel of dit mijn favoriete leesvoer is!). Allereerst The little bookstore of Big Stone Gap, over twee mensen die daadwerkelijk hun dagdroom najagen en een boekwinkel beginnen in een klein stadje, waarna ze uitgroeien tot het lokale centrum voor ontmoeting, kunst en uiteraard boeken. De auteur Wendy Welch schrijft met zoveel liefde over haar klanten - die van hetzelfde slag zijn als die in Wigtown en Utrecht - dat ik ernstig overweeg Bythell en Engberts te vragen een tijdje met haar op te trekken om een nieuwe visie op het uitbaten van een boekhandel én een hoopvollere kijk op mensen te krijgen. De andere is Weird things customers say in bookshops van Jen Campbell. De verzamelde uitspraken van alle klanten die zij tegenkwam in respectievelijk Edinburgh en Londen. Ik ga toch wel vrezen voor de toekomst van de mensheid als er zo relatief eenvoudig een vijftal boeken te vullen zijn met de verbijsterende manier waarop klanten zich gedragen in boekwinkels:
(Customer is reading a book from the shelf, pauses and folds the top of one of the pages over, then puts it back on the shelf)Bookseller: excuse me, what are you doing?
Customer: I was just reading the first chapter of this book, but I am going to be late meeting a friend for lunch. So, I'm just marking it and I'll finish reading it when I stop by tomorrow.
Customer: Have you read every single book in here?
Bookseller: No, I can't say I have
Customer: Well you're not very good at your job, are you?
Customer: Do you have a copy of Nineteen Eighty Six?Bookseller: Nineteen Eighty Six?
Customer: Yeah, Orwell.
Bookseller: Oh - Nineteen Eighty Four.
Customer: No, I'm sure it's Nineteen Eighty Six; I've always remembered it because it's the year I was born.

Al met al is het maar goed dat mijn eigen plannen bij dagdromen zijn gebleven. Ik vrees dat ik teveel Bythell en te weinig Welch zou zijn geworden. Het had wellicht nóg een leuk boek opgeleverd in het bovenstaande rijtje, maar vooralsnog ben ik tevredener als klant dan als antiquaar.

dinsdag, december 04, 2018

Boekenvijanden

Onlangs kocht ik bij Catawiki voor een overzichtelijk bedrag een boekje dat ik al lang zocht: The enemies of books door William Blades. Met recht een boekje, want dit is een miniatuurboekje, uitgegeven door de Catharijne pers in Utrecht. En het is ook een boekje omdat het niet een herdruk is van het hele boek van Blades, maar alleen van het hoofdstuk Collectors. Het boekje meet 6,3 cm bij 4,4 cm, net iets groter dan een luciferdoosje. Het is verschenen in 1985 in een oplage van 250 exemplaren. Waar deze exemplaren zijn gebleven weet ik natuurlijk niet, maar van één exemplaar weet ik het wel, want dat staat bij Perkamentus thuis. Daar staat het samen met drie andere versies van het boek van  Blades. Twee andere versies van Collectors worden aangeboden via Abebooks. De andere 246 zijn over de wereld verspreid, en hopelijk niet gesneuveld door de in het boek van Blades beschreven vijanden.

William Blades was een bekende Engelse verzamelaar uit de 19e eeuw. Geboren op 5 december 1824 als zoon van een drukker, raakte hij al snel verzeild in de wondere wereld van het boek. Hij specialiseerde zich al snel in kennis van vroege drukkers (wat leidde tot een biografie van William Caxton, de eerste drukker in Engeland). Later mengde hij zich ook in de discussie of Laurens Janszoon Coster nu wel of niet de uitvinder van de boekdrukkunst was (en of de beste man überhaupt bestaan heeft, waar tegenwoordig ernstig aan getwijfeld wordt). Nadat hij een aantal wetenschappelijke werken had geschreven, produceerde hij in 1881 het iets luchtiger Enemies of books. In dit boek gaat hij in op verschillende vijanden van het boek: vuur, water, gas en hitte, stof en verwaarlozen, onwetenheid en schijnheiligheid, de boekenworm, boekbinders, verzamelaars, bedienden en kinderen.
Van boekwormen had Blades zelf trouwens ook nogal last in zijn eigen bibliotheek, maar hij heeft ze nooit kunnen uitroeien. In zijn voorwoord bij The pentateuch of printing stelt Talbot Baines Reed dat deze constatering door Blades werd beschouwd als "one of the failures of his life".

In zijn conclusie in The enemies of books verzucht Blades: “”Looked at rightly, the possession of any old book is a sacred trust, which a conscientious owner or guardian would as soon think of ignoring as a parent would of neglecting his child. An old book, whatever its subject or internal merits, is truly a portion of the national history; we may imitate it and print it in fac-simile, but we can never exactly reproduce it; and as an historical document it should be carefully preserved.

foto (c) Perkamentus
Dit is dan ook de reden van het noemen van verzamelaars als vijanden van boeken - niet alle verzamelaars beschouwen het bezit van boeken als een "sacred trust". Waar Blades op wijst is de gewoonte van verzamelaars om met name oude boeken aan stukken te snijden om houtsnedes, geïllustreerde pagina's of bijzondere teksten apart te verkopen (en daarmee de rest van het boek waardeloos te maken). Ook vandaag de dag nog staan op veilingen regelmatig losse pagina's uit incunabels te koop. Soms kan dat nog profijtelijk zijn ook: in 2016 bracht één blad uit een Gutenberg bijbel $47.500 op. Zelf heb ik  ooit een pagina uit de Neurenberg-kroniek gehad, die ik heb verkocht toen ik mijn eigen incunabel kocht. Ik slaap beter nu ik een compleet incunabel heb in plaats van één losse uitgesneden pagina.

Het boek van Blades is niet het eerste noch het enige over de vijanden van boeken. In mijn eigen collectie zie ik meerdere boeken rondom dit thema. Eén van de bekendste is Boekenpest (1988) van Boudewijn Buch, waarin net als in het boek van Blades systematisch wordt ingegaan op de vijanden van boeken. Buch zegt onder andere: "Als ik moest kiezen, was ik liever een zeehondje dan een boek. (...) Soms droom ik dat boeken zo schattig konden kijken als zeehondjes. Een hele natie en gans politiek Den Haag zou naar Pieterburen snellen om het boek te redden en van allerhande zegeningen te voorzien". Het boek is een "waarschuwende inventarisatie van de pest die geen grote groepen mensen de straat op krijgt". Büch beschrijft achtereenvolgens verdronken boeken, verbrande boeken, gebombardeerde boeken, gestolen boeken, valse boeken, verkeerde boeken, verboden boeken, miljoenen boeken, reddende boeken, verdwenen boeken, reizende boeken, verschimmelde boeken en aangevreten boeken. Allemaal situaties die boeken beschadigen en vernietigen. Opvallend is dat Büch geen verwijzing doet naar William Blades, althans volgens de index van het boek. Wel zegt hij dat nog nooit een boek als Boekenpest is geschreven, maar de categorieën lijken elkaar zeker wel te overlappen.

Een ander boekje is Boekenwurmen en ander ongedierte (1992) van Ed van Eeden.
In zijn boek beschrijft hij deels de liefde en de zorg voor boeken, maar hij besteed ook in enkele hoofdstukken aandacht aan de mishandeling en vernietiging van boeken. Van Eeden haalt overigens zowel Blades als Büch aan in zijn literatuurlijst, dus hij kent zijn klassiekers. Ik zat nog eens naar dat lijstje van boeken over boeken te kijken die Van Eeden heeft gebruikt en ik constateerde dat ik de helft zelf heb. De andere helft heb ik inmiddels op mijn lijstje desiderata geschreven (waaronder dus Enemies of books, want ik bezit weliswaar één hoofdstuk, maar nog niet het hele boek).

Ook van Eeden stelt: "het grootste gevaar voor het boek is de mens". Daarom is er ook zo'n behoefte aan een "Society for the prevention of cruelty in books". Deze society wordt voor het eerst aangehaald in Arthur Conan Doyle's roman The narrative of John Smith en is sindsdien enthousiast gewenst door vele boekenliefhebbers. Maar, los van al deze vernietigingsdrang is papier hoe dan ook kwetsbaar en dus constateert Van Eeden dat "boeken zijn gedoemd om af te sterven".

Voorlopig zie ik mijn bibliotheek nog groeien als kool. Boekenwurmen zijn er niet en het aantal zilvervisjes is minimaal. Muizen wonen er niet, waterleidingen lopen er niet en niet-bibliofiele bezoekers zijn niet welkom. Kortom, er is kans dat mijn bibliotheek gelukkig nog even blijft bestaan.

maandag, oktober 29, 2018

De gouden tijd ligt achter ons (of niet)

Toevallig las ik afgelopen week twee boeken de elk ruim een eeuw oud zijn, maar wel hetzelfde thema behandelen: wat je zoal kunt vinden in de 'bookstalls' in London aan het eind van de negentiende of begin van de twintigste eeuw.

Het eerste boek is Round and about the bookstalls uit 1891 van John Herbert Slater (1854-1921). Van Slater zijn veel titels bekend met betrekking tot het verzamelen van boeken, zoals How to collect books (1892) en The romance of book-collecting (1898) en daarnaast was hij redacteur van tijdschriften over boeken en boeken verzamelen. Zelf heb ik vier boeken van Slater, waarvan dit de oudste is. In dit boek geeft hij tips aan amateurs (zoals ik ben) wat wel en niet verzamelwaardig is. Hij behandelt verschillende typen boeken en geeft aan wat je beter wel en niet kunt kopen:
Works of Jurisprudence: these sold very badly, unless perfectly new or exceedingly old, so as to rank primarily as specimens of ancient typography.
Mathematical works of the 17th and 18th centuries, mostly in 4to and folio, sold fairly well
Dramatic works: the works of the Elizabethan dramatists had recently begun to attract attention, and some of the early Shakespeare quartos brought £2 and £3 a piece, prices which had never been realised for works of the kind before.
Enzovoorts, enzovoorts. Doe er je voordeel mee!

Slater geeft aan dat deze onderverdeling van wat waardevol is en wat niet, stamt uit de tijd van de bekend Roxburghe sale. Deze verkoop van de boekenverzameling van de hertog van Roxburghe (overleden in 1804) was een gigantische onderneming. Het verkopen nam 8 veilingen in beslag en heeft voor decennia daarna de markt voor tweedehandsboeken beïnvloed. Daarnaast leidde een gemeenschappelijk diner van bibliofielen die de veiling bijwoonden tot een jaarlijkse traditie, waaruit uiteindelijk de Roxburghe Club voortvloeide. Na deze veilingen was de markt voor jaren verzadigd. Maar de ervaringen bij deze veiling over wat waardevol is en wat niet, waren bijna een eeuw later nog geldig. Want deze veilingen hebben ook een hele nieuwe generatie van boekenverzamelaars laten ontstaan: Slater maakt een duidelijk onderscheid in boeken verzamelen vóór en ná Roxburghe.

Voor alle zekerheid spreekt Slater ook nog de verzamelaar van de toekomst aan, waar ik mijzelf gemakshalve ook toe reken. Slater waarschuwt om niet mee te gaan met modegrillen en hypes bij het verzamelen (koop geen beststellers) en geeft aan waar je op moet letten als je gaat verzamelen, of liever gezegd als je door de stapels op de bookstalls gaat:
Books of a racy description, with coloured plates by such artists as Rowlandson and Alken are, as we have seen, tolerably scarce.
All books illustrated by the Bewicks, especially those on large paper, should increase in value, but such increase will be slow.
Works relating to the American continent, and printed either in England or in any European country during the 16th and 17th centuries, have recently made extraordinary strides in public favour.
Of late years a large trade has sprung up with the colonies, and books descriptive of any country find a good and ready sale in that to which they refer.
For many years it has been the custom to collect editions and versions of the Old and New Testaments, either in Latin or English, or both. Some of the Latin bibles are very old, dating as far back tas the 15th century, but curiously enough they are not particularly valuable. The vast majority bring no more than £2 or £3 by auction; many produce even less.
De tijd dat Latijnse Bijbels uit de 15e eeuw een paar euro opbrachten ligt helaas al ver achter ons. En een quarto van Shakespeare voor dezelfde prijs is tegenwoordig ook een illusie. Maar Slater had het op zich niet slecht gezien: alle titels die hij als voorbeeld noemt voor de toekomstige verzamelaar staan op dit moment bij Abebooks te koop voor honderden tot duizenden euro's. Dat is in een eeuw toch een aardige waardestijging.

Het tweede boek dat ik las is The autolycus of the bookstalls van Walter Jerrold (1865-1929) uit 1902. Jerrold was een veelschrijver: hij was redacteur bij kranten en publiceerde daarnaast biografieën, maar ook kinderboeken.

In dit boek doet hij verslag van zijn vondsten als verzamelaar. Een "autolycus" is een soort sneuper zou je kunnen zeggen, hoewel het begrip afkomstig is uit het Grieks en eigenlijk de 'kunst van diefstal' aanduidt. Net zoals elke verzamelaar doet hij mooie vondsten op onverwachte plekken.

Naast zijn werk als redacteur zwierf hij geregeld langs de bookstalls op verschillende plekken in London en zijn ijverige zoeken leverde in elk geval een boek vol mooie verhalen op. Ook dit boek lijkt wel een beetje op een blog, althans dit zijn de verhalen die ik ook vandaag de dag lees op verschillende verzamelaarsblogs: ik liep die en die winkel binnen, ik zag een stapeltje boeken, ik pakte er een op en kocht het met trillende handen en het bleek extreem waardevol te zijn... Dat werk. Jerrold beschrijft een situatie waarin hij steeds achterom keek om te zien of de verkoper niet achter hem aan zou komen omdat die zijn vergissing doorhad. Net als Slater geeft hij ook tips aan verzamelaars waar je op moet letten (laat nooit een 16e eeuws boek liggen als je het tegenkomt, ga alleen voor kwaliteit en koop geen incomplete sets of beschadigde boeken (tenzij uit de 15e eeuw), etc.). Van tijd tot tijd wijdt hij uit over een boek wat hij gevonden heeft en daarin laat Jerrold zien dat hij nog redelijk dicht bij de tijd van Cromwell staat (ruim een eeuw daarvoor) en dat de verdeeldheid over de rol van Cromwell nog volop actueel is. Hoewel ik geschiedenis over het algemeen boeiend vind, merkte ik dat deze uitweidingen over voor en tegenstanders van het Cromwelliaanse bewind toch wat te veel van het goede vond...

Wat ik opvallend in beide boeken vond was dat de auteurs bleven benadrukken dat - ondanks hun mooie verhalen - het echt niet zo was dat de 'goede oude tijd' van het verzamelen voorbij was. Voor hen, aan het eind van de 19e eeuw, was de goede tijd eigenlijk de periode rond 1850. Ja, toen kon je nog eens goede boeken kopen voor weinig! First Folio's voor een pond, incunabels voor twee pond... dat waren tijden! Maar, zo verzekeren zij, ook begin 20e eeuw is er nog heel wat te halen, zoals Slater met al zijn tips laat zien.

Ik herken het gevoel van deze auteurs. Ook ik denk bij tijd en wijle dat de gouden tijd achter ons ligt. In de tijd van Slater en Jerrold, toen kon je nog goede boeken voor een koopje op de kop tikken. Of recenter nog: de jaren '70 en '80, toen hele bibliotheken voor een schijntje op de veiling kwamen. Maar nu, in de 21e eeuw, is het allemaal een stuk minder, zo mijmer ik weleens bij mijzelf.

Toch is ook onze tijd een gouden tijd voor de generaties die na ons komen. Verzamelaars van de toekomst zullen dit blog lezen en denken: 'Ja, Sneuper had makkelijk praten. In 2018 kon je überhaupt nog boeken kopen, er waren zelfs nog boekwinkels. Maar nu, in 2050, zijn die er niet meer..." Of zoiets dergelijks.

Het is kennelijk een wet van verzamelen dat elke verzamelaar met weemoed terugdenkt aan de tijd die achter hem of haar ligt, toen zijn duurbetaalde schatten voor een fractie van de prijs te koop waren. En vervolgens denkt dat hij te laat geboren is en de kans heeft gemist om een echt serieuze collectie op te bouwen. Ik heb dat al als ik terugkijk in een veiling van Bubb Kuyper uit, pak 'm beet, 2012. Dan zie ik dat lots verkocht worden voor een bedrag waar ik nu alleen van kan dromen.

Maar dromen van wat was heeft geen zin. Verzamelen gebeurt vandaag en ik leer in elk geval door deze twee boeken dat ik de kans loop dat een boek dat ik vandaag niet koop, in de toekomst onbetaalbaar wordt. Vandaag is de gouden tijd van verzamelen en ik weet zeker dat Jerrold en Slater dat ook zouden zeggen als zij vandaag als verzamelaar actief zouden zijn


maandag, september 24, 2018

Ethiek van de boekensneuper

Het stond al een paar jaar op mijn lijstje, maar onlangs werd het zomaar aangeboden bij de Slegte in Leiden: het boekje Hayward Ho! A bookhunter's holiday to the British Isles of Ethiek van de boekensneuper. Ik had ooit een referentie naar dit boekje gelezen en omdat de term boekensneuper erin voorkwam, moest ik het natuurlijk hebben. Het duurde alleen een paar jaar voordat het mij belandde. Maar uiteindelijk is het een verzamelaarswijsheid: elk boek komt ooit een keer ergens te koop, en dan is het een kwestie van toeslaan.

Ik denk dat ik de verwijzing las in het blad De boekenwereld waarin een artikeltje van J.A. Brongers stond die dit boekje had ontvangen: "van een zeer bevriende relatie ontving ik een zeldzaam boekje (oplage ca. 30 exemplaren) geschreven door Hans Heesen en Harry Jansen en getiteld: Hayward Ho!... of Ethiek van de boekensneuper. Het is een ‘preview’ (verschenen t.g.v. de Utrechtse antiquaren-nieuwjaarsborrel 1997/'98) van een omstreeks de huidige jaarwisseling verschenen groter boek. Het woord sneuper breekt er in door; dat doet me veel plezier. Ik ben erg blij met het boekje. Het boekje gaat over het onderling abjecte gedrag van sneupers tijdens gemeenschappelijke boekenreizen." Nadat hij nog een aantal andere boeken noemt, ondertekent hij met "J.A. Brongers (de sneuper zelve)". Ik had al eens geschreven hoe ik werd aangezien voor Brongers omdat ik ook de naam sneuper draag. Maar ik erken hierbij nog maar eens publiekelijk dat J.A. Brongers de enige echte sneuper is.

Wat Brongers niet vertelde - hoewel hij niet voor niks het 'onderling abjecte gedrag' benoemt - is hoe hilarisch dit boekje is. Zoals de titel al aangeeft gaat het over een reis naar Groot-Brittannië van een groepje bevriende antiquaren en verzamelaars. Zij beschrijven hun verschillende strategieën en hoe ze proberen elkaar voor te blijven bij het vinden van de beste boekenbuit. Het lijkt wel een soort Voetbal Inside, maar dan voor boekenliefhebbers. Persoonlijk zou ik het fantastisch vinden als er een soort Boeken Inside voor boekensneupers is, waarbij een tafel met verschillende types elkaars vondsten en opvattingen becommentariëren en uit de school klappen over hun "abjecte gedrag".

Het groepje van de beschreven reis bestaat uit Harry, Fred (die klassiek geschoold is), Hans, Theo, Marina, Peter, Ed, René I en René II. En hoewel nadrukkelijk wordt gezegd dat de namen fictief zijn, kan het bijna niet anders dat Hans Heesen en Harry Jansen (de auteurs van het boekje) in het gezelschap zitten en dan zal Ed wel Ed Schilders zijn, Peter is vermoedelijk Peter IJsenbrant en aangezien Utrecht het vertrekpunt lijkt te zijn schat ik in dat de twee René's René Hakkert en René Hesselink zijn. Het helpt om gezichten te zien bij de verschillende avonturen die worden beschreven.

Maar waarin zit 'm nu de ethiek van de boekensneuper? Dwars door alle avonturen heen worden verschillende ongeschreven regels uit de wereld van het boekensneupen benoemd (en wordt beschreven hoe de deelnemers hun best doen om de regels te breken in het belang van het eigen gewin). Zo is er de wet van Ed: "dat iedere sneuper in het antiquariaat een eigen kast annexeert, met zijn lichaam, door pal voor de kast te gaan staan. (...)  De ethiek van de boekensneuper beschouwt schending van het kastrecht als een wandaad." Ik herken de wet van Ed en vind het onverdraaglijk dat als ik van links naar rechts en van boven naar onder door een kast ga, een andere bezoeker ergens halverwege in dezelfde kast gaat kijken. Ik maak niet vaak mee dat ze er dan ook iets uithalen, maar als dat gebeurt dan voel ik dat schending van het kastrecht inderdaad een wandaad is: zoiets doe je niet!.

De heren beschrijven ook de tactieken om de concurrentie af te schudden wanneer in een antiquariaat een interessante kast wordt gespot (afleidingsmanoeuvre: "Kijk, afgeprijsde Majakowski's!", en de concurrentie blijft kijken terwijl jij doorgaat). Een schitterend verhaal is hoe collega's uit een antiquariaat in Brighton worden geruft. Of hoe op slinkse wijze een van de deelnemers boeken wegkaapt door voor openingstijd een briefje in de bus van een ander antiquariaat te doen met zijn wensen, zodat de anderen achter het net vissen. Tussen al deze onfrisse activiteiten door staan leerzame tips: "Loslippigheid wordt gegarandeerd afgestraft. (...) Houd dus te allen tijde uw mond en doe alsof u gek bent." En de 'absolutely not done's' oftewel de rotgeintjes worden uitvoerig beschreven (en ontkend door de daders, die commentaar geven onder elk stukje). Zoals het bewust naar het verkeerde antiquariaat sturen van de concurrentie, of benoemen dat je een bepaald boek zag staan op een plek waar iedereen de dag ervoor was (en niet meer naar teruggaat). Of een boek waarvan je weet dat iemand het al jaren zoekt, bewust aan een ander geven. De reden van deze vertelsels dient een belangrijk doel. Want in de inleiding staat al: "Waarom is dit boekje geschreven? Opdat het als waarschuwing diene voor de argeloze tegen de arglistige boekenjager".

Overigens is het antiquariaat in Brighton al gesloten - heeft de antiquarische scheet meer impact gehad dan alleen het wegjagen van een paar collega-sneupers? Maar waarschijnlijk hebben verschillende van de andere genoemde antiquariaten het ook niet overleefd. In de twintig jaar tussen het bezoek van dit gezelschap en het moment dat ik het verslag las heeft er een ware kaalslag plaatsgevonden, zodat een nieuw reisje minder makkelijk zal verlopen. Aan de andere kant zullen er altijd antiquariaten blijven of komen, zoals ik in mijn eigen Londense boekenreisje beschreef. Of we laten ons inspireren via YouTube:

In het colofon van Hayward Ho! staat dat dit boekje een voorpublicatie is uit een eind 1998 te verschijnen werk. Het lijkt mij duidelijk dat dit nooit de opzet was, maar jammer is het wel. Ik kan zoals gezegd niet genoeg krijgen van dit soort verhalen van boekenjagers - of dat nu op papier is of in een wekelijkse tv-show met steeds nieuwe gasten die uit de doeken doen waar en hoe ze hun mooie vondsten doen en welke trucs ze hebben uitgehaald om hun concurrenten voor te zijn. Maar voorlopig moet ik het doen met dit veel te dunne boekje: slechts 36 pagina's. Volgens hetzelfde colofon is de oplage circa 30 exemplaren. Ik ben blij dat ik het bezit, en ik heb er geen enkele truc voor hoeven uithalen! De ethiek van de boekensneuper is soms ook dat er langdurig en geduldig gezocht moet worden. En dat is uiteindelijk waar het voor de sneuper allemaal om gaat.

woensdag, september 05, 2018

Italiterair

Zoals elk jaar streef ik er naar mijn vakantie een literair tintje te geven. Niet alleen door mijn vakantieliteratuur te selecteren op basis van onze verblijfplaats, maar ook door te kijken of mijn gezin te porren is voor een bezoek aan een paar boekwinkels. Dit keer had ik mijzelf zelfs nog wat beter voorbereid: ik wilde ook een paar relevante literaire plekken bezoeken. Dat moest niet zo moeilijk zijn, want we bezochten Padua en omgeving. Met uitstapjes naar Venetië en andere hoogtepunten voor de boeg kon het niet anders dan een mooie literaire tour worden.

Allereerst de vakantieliteratuur. Aangezien we in Padua verbleven, ging als eerste Ciao, Padua van Onno te Rijdt in de koffer. De lotgevallen van een Nederlandse schrijver die verblijft bij een Padovaans gezin waren vermakelijk. Veel stereotype Italianen en Italiaanse thema's (rondborstige vrouwen, omkoopschandalen, masculien gedrag en veel lekker eten) maar prima voor een middag in de Italiaanse zon. Verder had ik Wacht op mij van Michele Serra bij mij, over de generatiekloof tussen een vader en zijn puberzoon. Mooi geschreven en met gedrag dat ik ook bij mijn eigen pubers herken. In other words van Jhumpa Lahiri gaat over de liefde van de schrijfster voor Italië en haar streven om de taal te leren. Het boek gaat over identiteit en ontworteling (en over Italië natuurlijk). Lahiri is ook de schrijfster van het essay De kleren van het boek, waarvan ik de speciale uitgave bezit die destijds ter gelegenheid van International Bookstore Day werd gemaakt (oplage 400). Tot slot had ik Brug der zuchten bij mij van Richard Russo. De titel verwijst uiteraard naar de beroemde brug in Venetië en het boek speelt deels in Venetië, deels in het noordoosten van de Verenigde Staten. Ik vond het boek indrukwekkender dan gedacht omdat het heel mooi de kansen en beperkingen laat zien van een leven in een kleine stad, de consequenties van het al dan niet volgen van je dromen en de vraag waar echt geluk te vinden is. Als reserve had ik nog A farewell to arms bij me van Ernest Hemingway. Dit boek speelt in Noord-Italië tijdens de Eerste Wereldoorlog en paste prima in de vakantiestapel. Ik heb het bij deze boeken gelaten, hoewel ik natuurlijk nog bijvoorbeeld Thomas Mann (Dood in Venetië) had kunnen meenemen. Maar ik zou nog aardig moeten doorlezen om deze boeken uit te krijgen.

Dan de boekhandels. Dat onderdeel viel een klein beetje tegen. Ik zocht vooral naar boekhandels met een meer internationaal aanbod, maar die bleken schaars. Op advies van reisgidsen ging in naar de Libreria Alta Acqua in Venetië, aangeprezen als één van de mooiste boekhandels van de stad en vooral bekend omdat ze boeken in gondels aanbieden. Ik had hoge verwachtingen, maar het was vooral een rommelige tweedehands winkel met nauwelijks niet-Italiaans aanbod. Wel was er een mooie winkelkat aanwezig. Katten in boekhandels zijn altijd bijzonder en daarom worden er boeken over geschreven, is er een instagrampagina voor en staat het internet vol foto's van deze dieren. Ondanks de kat ging ik met lege handen weg. Ook in Padua, Ferrara en andere steden slaagde ik niet. Het is een van de eerste vakanties waarvan ik zonder extra aanwinsten terug ben gekomen. Mijn gezin vindt dat een prima uitkomst, trouwens. Gelukkig kon ik online nog wat aankopen in Nederland doen, zodat er in elk geval nog wat nieuwe aanwinsten op mij lagen te wachten bij thuiskomst

Het derde onderdeel van de vakantie zijn de literaire plekken. Ook daarvoor had ik mij goed voorbereid. Ik had het boekje Literaire steden van Italië gekocht met wandelroutes door een aantal steden. Uiteindelijk struikelde ik als vanzelf over zoveel bibliofiele locaties dat ik dit boekje niet nodig had. Tijdens een wandeling in de omgeving van Arque Petrarca kwamen we langs het huis waar Petrarca in de laatste jaren van zijn leven woonde en ook het graf van Petrarca was hier aanwezig. Helaas bleek bij onderzoek in 2003 dat de schedel die in het graf lag niet van deze grondlegger van het humanisme was. Maar toen we op het terras van L'Enoteca di Arqua van een lokaal wijntje zaten te genieten, wisten we zeker dat Petrarca het goed had gezien toen hij ervoor koos om hier te wonen.
Terwijl we in Ravenna allereerst genoten van de beroemde mozaïeken - alleen al die in het mausoleum van Galla Placidia zijn een reis waard - hebben we ook stilgestaan bij de tombe van Dante. Onderweg naar Ravenna kwamen we langs Ferrara, de stad die vereeuwigd is door één van mijn favoriete schrijvers Giorgio Bassani. Als tiener las ik zijn beroemde boek De tuin van de Finzi-Contini's en het was een aangrijpende ervaring die diepe indruk op mij maakte. Een bildungsroman in de context van de jodenvervolging: ik was verpletterd na het lezen van dit boek en sindsdien wilde ik naar Ferrara. En dit jaar ben ik er geweest.

Al met al een bevredigende vakantie. Niet alleen door het weer en het eten, maar vooral door de overvloed van cultuur en de ontmoeting met grote geesten uit het verleden. Ik werd in elk geval geïnspireerd om Petrarca te gaan lezen, omdat ik mij niet had gerealiseerd dat zonder hem de humanistische beweging veel later zou zijn gestart, en wie weet hoe wij er dan nu aan toe zouden zijn geweest. Soms verlegt één man de loop van de geschiedenis op een positieve manier, en Petrarca was zo'n man. Daarom hoort hij in mijn boekenkast.

zondag, juli 15, 2018

Toch nog Bordewijk

In het begin van mijn bloggersleven hadden veel posts betrekking op boeken van de schrijver Ferdinand Bordewijk. Ik was toen een enthousiast verzamelaar van zijn werk en regelmatig voegde ik nieuwe Bordewijkjes aan mijn collectie toe. Met als hoogtepunten een gesigneerde verzameluitgave Kristal 1935 - met handtekeningen van veel schrijvers, waaronder Bordewijk - en het aanschaffen van de ultrazeldzame bibliofiele uitgave Mijnheer Pem heeft een droom, waarvan ik in 2010 nog dacht dat ik die nooit zou vinden.

In die tijd sprak ik Bordewijk-verzamelaar Robert Gaarlandt en ik mocht zelfs zijn collectie eens van dichtbij bekijken. Gaarlandt bezit onder andere één van de zes bekende exemplaren van Bordewijks debuut Paddestoelen uit 1916, een auteursexemplaar van Karakter en talloze uitgaven van Bordewijk in bijzondere verschijningsvormen. Tegen zoveel compleetheid kan natuurlijk niemand op en ik moet zeggen dat mij als verzamelaar de moed in de schoenen zonk. Verzamelen doe ik voor mijzelf maar ik moet bekennen dat ik bij Bordewijk de ambitie had om een echt significante collectie uitgaven bij elkaar te krijgen. De afstand tot Gaarlandt is echter onoverbrugbaar groot en eerlijk gezegd ging de lol er dan ook wat van af. Natuurlijk heb ik toen nog wel de door hem geschreven catalogus van de Bordewijk-tentoonstelling laten signeren.


Het resultaat is dat het laatste stukje waarin Bordewijk figureerde op dit blog uit 2014 stamt, zoals je kunt zien als je op de Bordewijk-knop bovenaan klikt. Dat wil niet zeggen dat ik nooit meer iets van Bordewijk kocht: een gestaag stroompje sijpelde mijn collectie binnen: het bibliofiele werkje Zeer geachte heer. Drie brieven (oplage 40) kocht ik bij Fokas Holthuis in 2017, in 2015 een mooie gebonden uitgave van Tien verhalen bij Catawiki en ook in 2017 de De Roos-uitgave Gaspard la nuit van Aloysius Bertrand, waarin Bordewijk een voorwoord schreef. Ook al word ik niet de grootste Bordewijk-verzamelaar in Nederland, deze uitgaven hoorden er toch bij.

Afgelopen week deed ik dan toch weer een iets grotere aankoop. In één klap verschenen er twee mooie Bordewijk-uitgaven op Catawiki:
- een eerste druk van Rood Paleis uit 1936
- de gelimiteerde uitgave van Vertellingen van generzijds uit 1950 mét het schaarse foedraal. Dit is een genummerd exemplaar uit een oplage van 350.
Een korte zoektocht bij Boekwinkeltjes.nl en Antiqbook.nl leerde mij dat de eerste druk van Rood paleis regulier zo'n 95 euro kost en Vertellingen van generzijds met foedraal ongeveer 65 euro. Ik wilde in elk geval ver onder de 160 euro blijven en hoewel het me allemaal nog iets tegenviel was ik inclusief veilingkosten en inclusief verzendkosten uiteindelijk €98,65 kwijt. Bijna 60 euro minder dan bij een antiquariaat en dat stemde mij toch nog tevreden.

Wat mij ook tevreden stemt is wanneer ik nu naar mijn Bordewijkverzameling kijk. Ik heb nog steeds Paddestoelen uit 1916 niet (maar wél de heruitgave uit 1961 onder pseudoniem Ton Ven) en ook nog geen eerste druk van Karakter (laat staan een auteursexemplaar, maar wél de jubileumuitgave van 1988). Verder eerste drukken van Bint, Blokken en Knorrende beesten. De aanbiedingsfolder van Bint uit 1934. De mooie uitgave van Blokken van Frans de Jong en de facsimiles van Bint en Blokken. De zeldzamere gebonden uitgave van Haagse mijmeringen die ook nog eens gesigneerd is door Bordewijk (!!). Eén van de 24 exemplaren van Tijding van Fer. De speciale uitgave van Huissens, gesigneerd door Kurt Löb. En al zijn verdere werk vrijwel allemaal in 1e druk. Al met al ruim 100 uitgaven van Bordewijk of aan Bordewijk gerelateerd die dan misschien geen legendarische, maar toch wel een fraaie verzameling vormen.

Ik weet van het bestaan van nog een paar bibliofiele uitgaven en die komen nog wel eens voorbij in een catalogus van een veilinghuis of een antiquariaat. Zo ook Karakter: het zal niet lang duren voordat Bubb Kuyper die weer eens in eerste druk aanbiedt voor een betaalbare prijs. En natuurlijk wil ik het luisterboek van Karakter hebben, voorgelezen door Adriaan van Dis: twee van mijn favoriete schrijvers verbonden! Ik weet ook dat mijn collectie verder voor weinig mensen interessant is. Ooit wilde ik ruimte maken en bood ik al mijn Bordewijken aan een antiquariaat aan. Die wilde ze niet hebben, want, zo zeiden ze, er was maar één Bordewijkverzamelaar in Nederland en die had alles al.. Het feit dat er nog aardig geboden werd op de Catawiki-kavels is het bewijs van het tegendeel, maar dat er niet veel liefhebbers zijn is wel duidelijk. Maar wat geeft het, ik ben trots en blij als ik naar mijn twee planken met Bordewijkmateriaal kijk, wat de markt er verder ook van zegt.

zondag, juni 10, 2018

Nieuwe aanwinsten

Perkamentus had natuurlijk groot gelijk: ik was wel een beetje stilgevallen in dit jaar. Gelukkig gold dat alleen voor mijn bijdragen aan dit blog, met het vergaren van boeken ben ik niet gepauzeerd. Het was met werk en met wat andere projecten een beetje een druk voorjaar en daar is mijn bloggen vervolgens bij ingeschoten. Ik kan nog wat leren van de ijzeren discipline van Perkamentus op dat gebied...

Dan toch wat over mijn laatste aanwinsten van Stichting De Roos, zoals ik in mijn vorige stukje al beloofde.Nu zowel de najaarsveilingen als de voorjaarsveilingen achter de rug zijn zie ik tot mijn tevredenheid dat het aantal uitgaven van De Roos verder is gegroeid. En omdat ik houd van statistieken en tabellen heb ik het nagerekend: ik bezit nu 86% van de officiële uitgaven van Stichting de Roos, ik mis er nog 26 en als ik die morgen (behalve de Escher-uitgave) tweedehands zou willen kopen dan zou mij dat € 1.215 kosten. Dat valt nog te overzien en dat betekent met nog een paar mooie kavels in de najaarsveilingen van Bubb Kuyper, Burgersdijk & Niermans, Van Stockum en wellicht Catawiki ik heel dicht bij mijn doel ga komen.

Net als in de rest van mijn collectie beginnen ook bij Stichting de Roos wat dubbele exemplaren te ontstaan. Ik schreef eerder al eerder over het fenomeen dat ik meer soms dan één exemplaar van hetzelfde boek in bezit wil hebben. Wat is er dan aan de hand met de op zichzelf uniform uitgegeven boeken van De Roos dat het ook daarvoor geldt?

Als ik naar mijn verzameling De Roos kijk dan had ik tot nu toe twee dubbele exemplaren:
- de jubileumuitgave In beperkte oplage geschreven door Mathieu Lommen en Karen Polder. Daarvan is zowel een handelseditie verschenen (bij uitgeverij Thoth) als een bibliofiele editie voor leden van De Roos. De eerste uitgave is een paperback, de laatste is een niet ingebonden uitgave in een speciale doos verpakt. De paperback kocht ik als eerste, dat wil zeggen hij was onderdeel van een lot boeken dat ik ooit kocht bij Bubb Kuyper. Later kwam daar de originele uitgave bij en nu staan ze gebroederlijk naast elkaar op de plank.
- Het dispuut tussen Max Bill en Jan Tschichold uit 2010. Het boek bevat de teksten van vijf Duitstalige essays met Nederlandse vertalingen en heeft betrekking op een typografische pennenstrijd die Jan Tschichold (1902-1974) en Max Bill (1908-1994) in de jaren 1940 voerden. Steven de Joode vat het dispuut als volgt samen: "Bill publiceerde een fel artikel waarin hij Tschichold ervan beschuldigde zijn vroegere idealen te hebben verkwanseld. Volgens Bill was de Nieuwe Typografie juist bij uitstek geschikt om boeken op een objectieve en terughoudende wijze vorm te geven; Tschicholds standpunt was volgens hem een terugkeer naar een hopeloos ouderwetse en onbruikbaar geworden esthetiek. Vervolgens reageerde Tschichold al even fel met zijn artikel ‘Glaube und Wirklichkeit’. En ook de bekende typograaf Paul Renner (1878-1956), zelf schrijver van een invloedrijk handboek, mengde zich in de discussie met een artikel dat als een poging tot synthese beschouwd kan worden. Enkele politieke aspecten werden door Tschichold in een volgend artikel nog wat verder uitgewerkt, waarmee een einde kwam aan de discussie, zonder dat er evenwel een duidelijke winnaar overbleef. Naast de uitgave voor de leden van De Roos verscheen er een overdruk in een oplage van 300 exemplaren. Op dunner papier en eenvoudiger uitgegeven. Uit het colofon wordt niet duidelijk voor wie deze 300 exemplaren bedoeld waren. Relaties van de drukker LenoirSchuring? Leden van een typografisch genootschap? Maar ik ben blij dat ik beide versies naast elkaar in de kast heb staan. Met als fijne bijkomstigheid dat mijn De Roos uitgave ook nog eens speciaal werd gedrukt voor Hans Eenens, die van 1988 tot 2000 voorzitter van Stichting de Roos was.

Bij de laatste veiling van Burgersdijk en Niermans waar ik verschillende lots met boeken van De Roos kocht kwam er ineens weer een dubbel exemplaar naar voren. In één van de lots zat de uitgave van De Vierlingen van Pybrac uit 1955. Ik wist dat ik deze uitgave al had en legde deze dus op het stapeltje "even kijken welke mooier is, en de mooiste mag blijven". Toen ik vervolgens beide boeken ging vergelijken kwam de verrassing: het zijn twee heel verschillende uitgaven. Althans in uiterlijk, het binnenwerk is hetzelfde. Maar de binding is anders en ook de bedrukking op de rug verschilt. Bij het ene boek staat "Graswinkel - Pybrac" en bij het andere staat "De vierlingen van den Heer van Pybrac".

In het boek vinden we een verzameling kwatrijnen van de hand van Guy Du Faur de Pibrac (1529-1584), over wie hier (slecht vertaald) meer informatie staat. Deze kwatrijnen zijn moraliserend van aard, maar in de 16e en 17e eeuw behoorlijk populair. Zij werden vroeg in de 17e eeuw vertaald door Dirck Graswinckel (1600-1666) een in zijn tijd vermaard rechtsgeleerde die echter ook dichter was. Tot verdriet van inleider Geerten Gossaert (pseudoniem van F.C. Gerretson, 1884-1958) is Graswinckel nauwelijks bekend gebleven als dichter. In zijn mooie inleiding bij deze uitgave van De Roos gaat hij in op het leven van Graswinckel en de achtergrond van het vertalen van deze kwatrijnen.

Als ik op de site van De Roos kijk dan zie ik een foto de uitgave in lichtrood met op de voorkant de gouden rechthoeken. Ik beschouw dat dan maar even als 'standaarduitgave'. De andere uitgave heeft een paarsig omslag zonder belettering op de voorkant en met de afwijkende tekst op de rug. Deze uitgave is ook iets groter dan de andere. Daarnaast mist de Franse pagina die de 'standaarduitgave' wel heeft.

Ik kan twee dingen bedenken voor deze uitgave:
- Een verzamelaar vond de binding van De Roos niet mooi en heeft het boek opnieuw laten inbinden. Het merkwaardige vind ik echter dat het boek dan kleiner had moeten zijn, niet groter omdat het dan op een of andere manier losgesneden had moeten worden. Aan de andere kant verklaart dat misschien wel het missen van de Franse pagina.
- Deze uitgave is zo bedoeld. Als ik namelijk in het colofon kijk van het boek dan zie ik staan dat er zoals gebruikelijk 175 exemplaren zijn gemaakt voor leden van De Roos. Maar daarnaast zijn er 15 exemplaren gedrukt voor Geerten Gossaert. Zou dit wellicht één van die 15 exemplaren zijn? Een paar jaar geleden werd op Catawiki een uitgave van dit werk geveild waarbij het om één van die 15 exemplaren zou gaan. Dit was een exemplaar dat gebonden was zoals de 'standaarduitgave' en dat Romeins genummerd was. Het feit dat mijn exemplaar geen nummering heeft en dus anders gebonden is, maakt het niet zo waarschijnlijk dat dit één van de exemplaren van Gossaert is.

Maar wat is hier dan wel aan de hand? Voorlopig is het een mysterie. Daarom heb staan ze allebei naast elkaar in de kast totdat ik meer zicht heb gekregen op de reden van deze verschillen.

zaterdag, maart 03, 2018

Rijke najaarsveiling in Haarlem

Het is een tijdje stil geweest op dit blog in verband met een boekgerelateerd project waar ik aan heb gewerkt, en waar ik volgende keer over vertel. Maar ter geruststelling kan ik zeggen dat de boekenstroom niet is opgedroogd. Afgelopen november kwam een flinke stapel boeken uit de najaarsveiling van Bubb Kuyper mijn kant op. Dat kwam zo:

Ik vertelde al eerder dat ik in 2016 een grote verzameling uitgaven van Stichting de Roos had gekocht van een particulier. Sindsdien kocht ik hier en daar nog enkele Roosjes. Op een gegeven moment zette ik alles op een rijtje en toen bleek ik al ruim de helft van de gepubliceerde uitgaven van De Roos op de plank had staan. Op dat moment doet zich een merkwaardig fenomeen voor, namelijk mijn neiging tot compleetheid. Ik kan slecht tegen onvolledigheid in mijn verzamelingen: ik ben zoals dat in het Engels heet een completist. Dat heb ik zowel met schrijvers (ik wil álles hebben van schrijvers die ik bewonder) als met series (álle boekenweekgeschenken, álle nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel, álle Literaire Juweeltjes). Dus in mij begon het te kriebelen: zou het mogelijk zijn dat ik álle Rozen bij elkaar zou kunnen krijgen? Nou ja, die ene, die van Escher, zou waarschijnlijk een uitdaging worden, maar de rest: dat moest toch gaan lukken? Hoeveel boeken waren het eigenlijk nog?

Veilinghuis Bubb Kuyper
Net toen deze gedachte bij mij begon te rijpen werd de catalogus van de najaarsveiling van Bubb Kuyper gepubliceerd. Daarin was een forse hoeveelheid lots met uitgaven van Stichting de Roos. Vanaf dat moment begon het grote rekenen: welke lots zijn voor mij interessant en hoeveel zou ik bieden?

Want onvermijdelijk wordt het steeds moeilijker om lots te kopen die alleen maar bestaan uit Rozen die ik nog niet heb, dus is de consequentie dat ik met een stapel dubbele kom te zitten. Dat biedt ook kansen: door mijn dubbele Rozen door te verkopen druk ik de kosten van de veiling weer een beetje. En dus kon het grote rekenen en vergelijken starten: welke lots zou ik willen hebben, welke Rozen daarin had ik nog niet en wat zou het mij kosten als ik deze via bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.nl of Antiqbook.nl zou kopen bij een gewoon antiquariaat (waar de prijzen trouwens best meevallen!) en hoeveel is dan de maximale prijs inclusief veilingkosten die ik zou willen betalen (waar ik de doorverkoopopbrengst van de dubbele Rozen dan nog in meenam).

Aan het einde van deze exercitie was de conclusie dat ik op 19 lots zou moeten bieden en aangezien ik geen reden kon bedenken om dat niet te doen, deed ik dat dus ook. Zoals dat gaat won ik niet alle lots, maar uiteindelijk wel 11 en niet eens allemaal voor het maximale bedrag dat ik er voor had willen uitgeven. Oftewel: ik was voordeliger uit met deze aankoop dan wanneer ik ze bij verschillende antiquariaten had gekocht. Ik was al tevreden voordat ik nog maar een boek had gezien.

Zoals mij nu al een paar keer is gebeurd eindigde ik vervolgens met een paar dozen vol prachtige boeken. Ik had onder andere een lot gekocht met vooral uitgaven van Russische auteurs, maar ook een groot lot met veel catalogi van de Roos, een lot met vooral uitgaven van Franse auteurs en zo verder. Het leven van een bibliofiel bestaat (gelukkig!) regelmatig uit het sorteren van stapels boeken, het beschrijven ervan in de eigen catalogus, het piekeren over plankruimte en - in mijn geval - het vinden van een afzetmarkt voor dubbele exemplaren. Waarbij ik eerst de mooiere exemplaren uit de veiling ruilde met de exemplaren die ik al had. Ook dat leverde in een aantal gevallen een kwaliteitsverbetering op: ik kon ongenummerde exemplaren vervangen door genummerde, een exemplaar zonder foedraal kon ik vervangen door een exemplaar met en een paar exemplaren met vlekjes of beschadigingen op het omslag zijn ook omgeruild. En tot slot waren er een paar exemplaren waar de oorspronkelijke aanbiedingsbrief of factuur van De Roos bijzat; ook die heb ik toegevoegd aan mijn bibliotheek. Dus ook op dat punt heeft mijn bibliotheek een kwalitatieve impuls gekregen en is de gemiddelde staat van mijn boeken verbeterd.

In de komende periode zal ik een aantal van de nieuw verworven boeken voorstellen aan de lezers van dit blog. Voor nu kan ik met trots melden dat ik van de 187 officiële uitgaven van Stichting de Roos ik er inmiddels 148 bezit. De veiling bij Bubb leverde mij zo'n 35 nieuwe Rozen op. Dat betekent dat ik nu 79,6% van alle verschenen Rozen bezit. Daarnaast nog een aantal 'extra' uitgaven (nieuwjaarsgeschenken e.d.) zodat er inmiddels een 3e Billy-plank is bijgekomen voor deze collectie. 148 van de mooiste boeken die in het Nederlandse taalgebied zijn verschenen. Ik voel mij dankbaar als ik mijn vingers langs deze fraaie rij met boeken laat gaan!


zondag, januari 14, 2018

Signeren, rappen en boekhandelzegels in Amsterdam

Op de dag dat het zo hard sneeuwde dat heel Nederland collectief vastliep (10 december 2017) leek het mij een goed idee om met het het openbaar vervoer naar de hoofdstad te gaan om daar de jaarlijkse Büchmania dag bij te wonen. Op de terugweg bleek dat idee toch minder goed omdat het hele land knarsend tot stilstand kwam. Maar gelukkig had ik intussen voldoende leesvoer bij mij..

De reden dat ik naar de Büchmania dag wilde, was de aanwezigheid van Jan van Herreweghe. Ik had al een tijdje geleden van hem de aankondiging van zijn nieuwe boek gekregen en daarin las ik dat hij in Amsterdam zou zijn. Omdat ik inmiddels een aardig stapeltje van zijn boeken heb en ik nu zijn nieuwste zou kunnen kopen én laten signeren, toog ik naar Amsterdam waar de sneeuw al gestaag begon te vallen.

Hoewel ik een bewonderaar ben van Boudewijn Büch, ben ik nooit overgegaan tot lidmaatschap van Büchmania. Ik begon dat ineens jammer te vinden, toen ik deze verzameling boekengekken zag in de OBA en het plezier waarmee ze elkaar ontmoetten en bezig waren om het gestaag uitdijende universum van Büchpublicaties verder te vullen. Want er waren ook allerlei tafels met boeken beschikbaar voor de verkoop: tafels met publicaties van Büchmania, tafels met uitgaven van en over Büch zelf en tafels met overige mooie boeken. En natuurlijk een tafel waar Jan van Herreweghe zat.

Tot mijn grote vreugde lag daar een stapeltje van zijn nieuwste boek: Dode letters. Over de oneindige bibliotheek, alleslezers, niet-lezers, ongelezen boeken, onleesbare boeken, net niet verschenen boeken, ongeschreven boeken en onuitgegeven manuscripten. Maar tot mijn nog grotere vreugde lagen er ook stapeltjes met zijn eerdere boeken, die voor de feestprijs van 5 euro per stuk wegmochten. Met als gevolg dat ik nu alle delen van de serie "Het menselijk tekort bij een teveel aan papier" bezit, en ook nog gesigneerd uiteraard.

Voordat het signeerfeest kon beginnen had ik kort de tijd om Jan de hand te schudden, maar daarna begon het programma van de 16e Internationale Boudewijn Büch-dag en trokken we naar de mooie zaal in de OBA. Voordat de lezen van Jan begon vertelde Frank Divendal over zijn verzameling boekhandelzegeltjes. Dat was een lezing met veel mooie plaatjes maar ook met onthutsende getallen: vele duizenden van deze zegeltjes bezit Frank inmiddels, maar de wereldkampioen schijnt een Oosterijker te zijn die in aantallen een straatlengte op Frank voorligt. Wat wel pijn deed was de mededeling van Frank dat een bevriende kringloopwinkel pagina's met deze zegeltjes uit boeken scheurt en aan hem geeft, voordat de boeken de container ingaan. Ik weet ook wel dat veel boeken in de papierbak eindigen, maar het is altijd een beetje naar om dat zo te horen.

Ik werd geraakt door de ingelaste presentatie van Guus Bauer over zijn nieuwe boek Wacht maar hoe mooi het wordt. Het was een bijzondere muzikale performance maar ik hoorde er ook de pijn in uit de jeugd van een kind dat hunkert naar liefde.. Erg goed gedaan en het maakte mij ook zeer benieuwd naar het boek zelf.

Daarna mocht Jan van Herreweghe ruim drie kwartier vertellen over zijn boekverzamelpassie en de wijze waarop hij nu al negen boeken heeft gevuld met anekdotes over boeken, schrijvers, lezers, bibliotheken en alles wat maar met boeken te maken heeft. Daarna was het pauze en was het tijd om te signeren. Voor de tafel van Jan vormde zich een rijtje en dat rijtje bleef wel even staan want Jan signeert heel rustig en nauwkeurig, en elk boek krijgt een aparte opdracht die past bij het boek zelf. Dat gaf de wachtenden de gelegenheid om met elkaar bij te praten. Op een of andere manier hebben boekenverzamelaars de neiging om verontschuldigend te praten over het aantal boeken dat ze bezitten, alsof het ze per ongeluk is overkomen en ze het eigenlijk ook niet zo ver wilden laten komen. Of is het een manier om terloops te pochen over de hoeveelheid papier dat men verzameld heeft? Want als ik twee mensen spreek en de één heeft 6000 boeken en de ander 10000, dan begint het toch verdacht veel op een competitie 'wie kan het verste plassen' te lijken. En ik kon niet meedoen, want ik nog maar net de 3000 aan dus ik ben maar een klein verzamelaartje. Of zoals Jan van Herreweghe zei in zijn lezing, toen hij Gerrit Komrij aanhaalde: 5000 titels is de start van een bibliotheek, daarna begint het echte werk...

Het was een mooie dag in Amsterdam en de terugreis kostte vele uren en omzwervingen langs allerlei stations met stilstaande treinen. Maar wie maalt daarom met zoveel mooie boeken in de tas?