Posts tonen met het label verzamelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verzamelen. Alle posts tonen

19 mei, 2026

366 - Een verzameling ontmantelen

Onlangs werd ik te hulp gevraagd om ordening aan te brengen in een situatie van teveel boeken en de vraag of daar mogelijk waardevolle boeken bijzaten. Ik heb er al vaker over geschreven: elke verzameling komt een keer tot zijn einde als de verzamelaar overlijdt (zoals hier). Het boek De complete verzameling van Paul van de Capelleveen (verschenen als jubileumboek van het Genootschap van Bibliofielen) beschrijft dit fenomeen en de last die nabestaanden kunnen ervaren van zo'n verzameling. Lees ook mijn blog uit 2013 over dit gegeven, naar aanleiding van het verhaal van een journaliste die de verzameling van haar ouders moet opruimen.

Want een verzameling is natuurlijk altijd persoonlijk en de keuzes die worden gemaakt om iets wel of niet te kopen zijn dat ook. Met als gevolg dat een verzameling altijd een weerspiegeling is van de fascinaties die iemand heeft en die zijn per definitie niet overdraagbaar. En vaak is het ook zo dat aankopen worden gedaan omdat ze een missend puzzelstukje zijn of vanuit emotionele betrokkenheid. Dat bepaalt de waarde voor de verzamelaar, maar dat wil niet zeggen dat de verzameling voor iedereen die waarde heeft. Dus: wat moet je ermee? Wat is waardevol en wat niet? En hoe verkoop je het dan?

Dat zijn best ingewikkelde vragen en tegen die achtergrond werd mijn hulp ingeroepen. Als verzamelaar, enthousiast volger van veilingen en lezer van catalogi, heb ik wel enige kijk op welke boeken potentieel waarde hebben en welke niet. Of in elk geval waar je ze moet aanbieden om er zicht op te krijgen.

En zo ging ik op een zaterdagochtend naar het betreffende huis. Ik werd hartelijk ontvangen en al snel bleek dat er een gigantische klus wachtte: rijen boekenkasten in meerdere kamers, vol met boeken (vaak ook in dubbele rijen) en niet altijd logisch geordend. De kasten puilden uit en dat gaf een rommelig gezicht. Ik vermoedde dat het minstens 5.000 boeken waren, misschien wel meer. En dan was minstens de helft ervan bij een eerdere verhuizing al weggedaan. Ik maakte eerst een snelle inventarisatie en daarna bespraken we het plan van aanpak: we zouden beginnen met de goed verkoopbare boeken, dat selecteert het snelst en ruimt meteen goed op. Plus met waarschijnlijk een positief (financieel) resultaat en dat is altijd leuk. De boeken waren van een echtpaar geweest waarvan de man inmiddels was overleden. Het merendeel van de boeken was van hem geweest.


Ik zag al snel dat dit vooral de collectie van een lezer was, niet van een verzamelaar. Dus er waren weinig bijzondere edities, weinig eerste drukken, geen gesigneerde boeken en de staat wat ook niet altijd even goed. Veel boeken waren verkleurd of met leesvouwen. Toch was dat niet zo erg, want het leesplezier spatte van de collectie af. Het was duidelijk dat dit iemand was geweest die genoot van lezen en van diversiteit: ik zag essays, poëzie, romans, literaire studies, literaire tijdschriften. En ik zag heel veel schrijvers die ik ook in mijn kast heb staan, of in mijn kast zou kunnen neerzetten. Dit was iemand met wie ik heel fijne gesprekken over lezen en literatuur had kunnen voeren, Naar nu stond ik voor zijn nalatenschap.

De aarde en kwaliteit van de collectie was wel zodanig, dat het geen zin had om bijvoorbeeld een handelaar uit te nodigen om een bod te komen doen, of de verzameling en bloc te laten veilen. Daarvoor waren de echt waardevolle boeken te schaars. Zelf vond ik dit toch wel een mooie conclusie: hier was bij leven volop van de verzameling genoten en dat is toch uiteindelijk het doel ervan.


Desondanks moest er nu gewerkt worden. Het ging er niet om dat alle boeken weggingen. Het ging er aan de ene kant om te komen tot een rij mooi geordende kasten zodat het weer een fraai onderdeel van het huis zou worden. En daarnaast ging het er om te beoordelen of er niet nog waardevolle boeken tussenzaten die uiteindelijk ten onrechte in de kringloop terecht zouden komen.

Ik ben langs alle boeken in alle kasten gegaan en heb lijstjes gemaakt met wat ik zoal zag en waarvan ik dacht dat het verkoopbaar zou zijn. Uitgaven van bepaalde series, zoals Privé-domein of de Witte Olifant uit de jaren '60. Verzamelingen van specifieke schrijvers, zoals A.F.Th. van der Heijden, Hermans of Multatuli. En daarnaast allerlei andere samenhangende kleine collecties. Al snel vormde zich de ene na de andere stapel op de vloer en na een paar uur moest ik stoppen: waarschijnlijk kon mijn auto niet meer houden en bovendien moest ik het ook allemaal nog zien te verkopen en dat zou wel even duren. Uiteindelijk heb ik op die manier drie bezoekjes gebracht aan het huis en drie auto's vol boeken meegenomen. Tegelijkertijd heb ik zoveel mogelijk opgeruimd, gezorgd dat het boven op de kasten leeg was en dat zoveel mogelijk dubbele rijen boeken veranderden in enkele rijen. Daarnaast heb ik in elk geval in de woonkamer gezorgd dat daar zoveel mogelijk boeken van de echtgenote kwamen te staan, die ik ook nog eens op alfabetische volgorde heb gezet. Zo is daar een mooie bibliotheek van favoriete boeken ontstaan, met genoeg ruimte om aan te vullen. Een verzameling boeken die weer een lust is geworden in plaats van en last.


Aan mij de schone taak om de meegenomen boeken ook nog te verkopen. Daarvoor zag ik drie belangrijke verkoopkanalen:

  • een klein deel met echte waarde paste op een heuse boekenveiling, mijn voorkeur had daarbij Bubb Kuyper
  • ik ging er van uit dat veel boeken een plek konden vinden op Catawiki
  • de rest van de boeken zou ik via Marktplaats proberen te verkopen
Deze volgorde weerspiegelt ook een beetje de verwachte verkoopwaarde: kavels bij Bubb moeten tientallen tot honderden euro's opbrengen, op Catawiki tientjes en op Markplaats euro's.

Ik heb al veel boeken bij Bubb Kuyper gekocht, maar nog nooit verkocht. Voor mij dus ook een nieuw avontuur om de omgekeerde weg te bewandelen. Drie verhuisdozen met boeken gingen naar Haarlem, twee daarvan werden geaccepteerd en die boeken zouden naar de voorjaarsveiling van 2026 gaan.


Voor Catawiki kon ik veel kavels maken. Niet alles leverde het gehoopte bedrag op, soms viel het mee en soms viel het tegen. Een collectie 1e drukken van A.F.Th. van der Heijden ging voor veel te weinig werk, het verzameld werk van Multatuli daarentegen weer voor een topbedrag. Een verzameling Claus voor te weinig, een verzameling Nescio voor een mooi bedrag. Zo ging het op en af bij Catawiki. Een enkel kavel werd geweigerd en daarmee veroordeeld tot Marktplaats. Grappig was dat een aantal boeken ook hier de omgekeerde weg bewandelden: een van de kavels werd gekocht door antiquariaat Fokas Holthuis bij wie ik de afgelopen jaren zelf een flinke hoeveelheid boeken heb gekocht.

Op Marktplaats ging het ook een beetje op en af. Uiteindelijk werd er redelijk op geboden, maar veel kavels bleven onverkocht. Ik had afgesproken dat alles wat niet verkocht zou worden, uiteindelijk naar de kringloop mocht. Dat was dan ook het lot van best veel boeken.


Leverde dit hele avontuur uiteindelijk veel geld op? Als je alles bij elkaar optelt was het nog een aardig bedrag. We hadden een mooie verdeelsleutel afgesproken voor de moeite en zo hield ik er ook nog wat aan over. Reken je het om naar opbrengst per boek, dan is het gemiddeld uiteindelijk niet veel. Bijvoorbeeld: een stapel met 44 Salamanderpockets voor 15 euro, ongeveer 30 cent per stuk. Of een collectie van 20 titels Vestdijk voor 46 euro. Dat is wat reguliere boeken tegenwoordig doen. Ook al zijn het eerste drukken: er zijn maar weinig boeken die individueel veel geld waard zijn.

Het betekende voor mij eindeloos veel pakjes maken om alle verkochte boeken te verzenden. Dagen ben ik bezig geweest met sorteren, kavels beschrijven en aanbieden en de uiteindelijke afhandeling. Gelukkig hou ik van boeken en vind ik het niet erg om al deze boeken door mijn handen te laten gaan. Maar ik realiseerde mij wel dat het inderdaad een ongelooflijke klus voor nabestaanden is om een collectie af te handelen en dat je er ook wel echt zin in moet hebben. Want ondanks al het werk, zien de boekenkasten er wel netter, maar niet leger uit. Dat betekent dat er nog steeds duizenden boeken staan die t.z.t. opgeruimd moeten worden. Maar ik durf te zeggen dat er geen echt waardevolle boeken meer tussenstaan, alleen nog geliefde boeken die bijzonder waren voor de verzamelaar zelf.  

Los van al het werk dat ik had aan het verkopen van de boeken en het plezier om met de boeken bezig te zijn, waren er ook leuke contacten met kopers. Want ook dat was een wens van de echtgenote: dat de boeken opnieuw bij liefhebbers terecht zouden komen. En dat is gelukt. Ik heb verschillende blije reacties van kopers van boeken gekregen. Ook omdat ik er vaak extra boeken bijstopte, die aanvullend waren op wat er werd gekocht. Zo verblijdde ik de koper van het Vestdijk-kavel via Catawiki met verschillende studies over Vestdijk en nog wat andere Vestdijk gerelateerde uitgaven. Dit leidde tot een hele blije mail van de verzamelaar die zei dat hij een hele fijne avond tegemoet ging om al het moois uit te pakken. Iemand die via Marktplaats werk van Midas Dekkers gekocht verblijdde ik ook met wat extra's en daar kreeg ik ook blije reacties van. De koper van de Salamanderpockets kwam ze ophalen en nam de tijd om door alle andere boeken die ik had staan heen te graven, hij ging uiteindelijk met drie doosjes boeken weg die hij voor een vriendenprijs mocht meenemen. Ook hij reed heel tevreden bij mij weg. 

Ik denk dat dit nog het meest bevredigend was. Dat er nu op heel veel plaatsen in Nederland en België lezers en verzamelaars zijn die een klein deeltje van deze enorme verzameling boeken in huis hebben, en zo het plezier voortzetten. En o ja, ik mocht ook nog een aantal boeken meenemen die in mijn verzameling zouden passen. Ik heb mij ingehouden, maar vond het toch leuk om ook wat boeken van deze liefhebber in mijn kast te hebben staan. Zoals ik dat eerder heb gedaan met boeken van Adri Offenberg of van mijn overleden oom de boekenverzamelaar. 

24 juli, 2025

362 - Oogst op een regenachtige boekenmarkt in Dordrecht

Dit jaar toog ik met mijn dochter naar de boekenmarkt in Dordrecht, en heus niet alleen omdat we deze keer verhinderd zijn om naar Deventer te gaan (nou ja, een beetje speelde dat wel mee). Maar ook omdat Dordrecht een mooie grote boekenmarkt in een prachtig centrum heeft. Dus sowieso de moeite waard om te bezoeken.

(c) Dordt Centraal, www.dordtcentraal.nl
Met angst en beven keken we naar de weersverwachting op weg naar de zondag, en we besloten toch te gaan ondanks de grote regenkans. Hoe erg kon het worden, dachten we? De buien waaien vast wel over Nou, het werd erg. Zoveel regen op zo’n dag heb ik niet vaak meegemaakt. Doodzonde voor de handelaren, voor de boeken natuurlijk en uiteindelijk voor de markt als geheel. Boudewijn Büch wist in Boekenpest al smakelijk te vertellen over vocht als één van de vijanden van boeken. Hij had heel wat inspiratie voor dat hoofdstuk op kunnen doen op deze boekenmarkt. Veel bezoekers besloten al helemaal niet meer te komen en ook verschillende handelaren bleven weg: diverse kramen bleven leeg. Maar zij die er waren hadden een mooi aanbod! De volhouders moesten beloond worden, en wij gingen op weg.

Het viel niet mee om toch nog boeken te bekijken omdat veel kramen afgedekt werden. En als ik dan wat had gekocht, dan viel het niet mee om de boeken droog te houden, want de watervloed kwam uiteindelijk overal doorheen. Het meeste heb ik droog thuisgekregen, maar een enkel boek heeft uiteindelijk toch wat waterschade opgelopen helaas.

Desondanks was het een mooie dag, met een mooie oogst.

De vondsten

Allereerst was ik op zoek naar een mooie druk van de debuutroman van Lize Spit, Het smelt. De reden is dat we met de leesclub hebben afgesproken dit boek te lezen, en dan wil ik natuurlijk niet aankomen met een willekeurige zoveelste druk. En gelukkig: ik kon het speciale exemplaar kopen dat was verschenen bij de lancering van uitgeverij Das Mag. Destijds, bij de start van Das Mag, konden supporters de nieuwe uitgeverij financieel steunen en iedereen die dat deed (voor minstens 50 euro) kreeg een exemplaar van Het smelt - met een bijzonder omslag. Eén van die exemplaren heb ik nu ook. Achterin het boek staat een hele lijst met de namen van degenen die de start hebben ondersteund. Een indrukwekkende lijst met talloze bekende en onbekende namen, zoals Arie Boomsma, Aaf Brandt Corstius, Adriaan van Dis, Ingmar Heytze, Herman Koch, Arjen Lubach, Connie Palmen, Felix Rottenberg, Georgina Verbaan en talloze anderen. Uiteindelijk waren er zo’n 3.000 sponsors. En Lize Spit had haar eerste bestseller te pakken.

Het bakje W. de Graaf

Naast Lize Spit was ik natuurlijk op zoek naar boeken uit mijn vaste aandachtsgebieden: boeken over boeken, bibliofiele uitgaven, uitgaven van drukkerij Trio en papierhandel Corvey - kortom: genoeg om mijn ogen en handen bezig te houden. En tussendoor greep ik hier en daar nog een boek mee dat ik beslist moest lezen, zoals een mooie gebonden Joseph Roth (Zipper en zijn vader) en Rob van Essen’s Miniapolis in eerste druk en een Paul Auster die ik nog niet had.

Maar ik vond ook verschillende uitgaven van margedrukkers, die ik altijd graag meeneem. De eerste was een boekje met de titel Ik ben maar zelden goed bij stem, een verzameling aforismen van Antony Kok. Dit werk werd in 1981 uitgegeven bij Bubb Kuyper's de Lojen Deur Pers in 175 genummerde exemplaren (ik heb nummer 67). Een toelichting bij deze aforismen werd geschreven door W. de Graaf. Antony Kok  (1882-1969) was mede-oprichter van het tijdschrift De Stijl en levenslang bevriend met Theo van Doesburg. Ook gold hij als een mecenas voor Piet Mondriaan. Als liefhebber van het werk van de Stijl, in het bijzonder van Bart van der Leck en Piet Mondriaan, was ik hier bijzonder blij mee. De aforismen zijn vrij algemeen van aard en gaan niet per se over zijn relatie met de kunsten: "Naarmate ik ouder word, interesseren mijn eigen meningen me steeds minder".

Even later pakte ik een volgende verzameling aforismen op, dit keer van de hand van Karl Kraus, de Oostenrijkse dichter (1874-1936). Dit keer bleek het een uitgave van de Avalon Pers uit 1991, in een oplage van 49 ongenummerde exemplaren. Ook in deze uitgave is de hand van W. de Graaf zichtbaar, die de vertaling verzorgde. Deze aforismen zijn wat bijtender dan die van Kok: "Wanneer het culturele zonnetje laag staat, werpen zelfs dwergen lange schaduwen" en "De aanspraak op een plekje onder de zon is bekend. Minder bekend is, dat deze ondergaat zodra het plekje veroverd is".

Een derde vondst was het werkje Kinderboeken, een tekst van Lizzy Ansingh (1875-1959), de Nederlandse kunstschilderes die ik kende van het door haar geschreven boek Tante Tor is jarig, dat in 1950 werd uitgegeven door Stichting de Roos. Hoewel Ansingh zelf beeldend kunstenaar was, schreef zij de tekst en werd dat boek geïllustreerd door Nelly Bodenheim. Dat Ansingh wel meer schreef, blijkt uit deze tekst over het karakter van kinderboeken dat eerder verscheen in Het Parool in 1958. Ansingh verbaast zich hierin over de gruwelijkheden in oudere kinderboeken die zij las (kinderen raken daarin verminkt, vermist, overlijden, etc.) en vraagt zich af: "Kan een kind met zulke lectuur een vrolijke jeugd beleven en daarna een opgewerkt en gelukkig leven leiden?". Deze herdruk verscheen bij de Houtpers van Niek Smaal in Haarlem in 1982, in 150 genummerde exemplaren (ik heb nummer 81). Grappig genoeg stond in deze uitgave een vermelding van de vorige eigenaar. Meestal heb ik daar een bloedhekel aan en is dat reden om een boek te laten liggen - ik begrijp werkelijk niet waarom mensen hun naam in een boek willen krassen, doe dan tenminste een behoorlijk ex-libris. Maar in dit geval stond er: "Geschenk van de heer W. de Graaf", gedateerd 23 oktober 1982. De ondertekening kan ik helaas niet lezen. Ook in deze uitgave is dus de hand van W. de Graaf zichtbaar. Ik heb dus kennelijk in een bakje staan graaien met werk dat afkomstig was uit kringen waarin deze W. de Graaf actief was.

Met W. de Graaf wordt Wim de Graaf bedoeld, die uitgever, antiquaar en publicist was. De Graaf was een kenner van kunststromingen De Stijl en Dada, en in het bijzonder het werk van o.a. Kurt Schwitters, Theo van Doesburg en Antony Kok. Niet zo vreemd dus dat zijn hand zichtbaar was in de uitgaven die ik in Dordrecht kocht en wie even zoekt tussen de uitgaven van de Avalon Pers en andere marge-uitgevers, of overige De Stijl-gerelateerde publicaties, vindt talloze vermeldingen van vertalingen, toelichtingen of andere bijdragen van Wim de Graaf. 

Nog meer marginaal

Naast werk dat gerelateerd is aan Wim de Graaf nam ik nog een paar mooie drukwerken mee. Eén ervan stond op mijn lijstje desiderata. Ik vertelde eerder dat ik een mooie collectie boeken van Jan van Herreweghe had gekocht, die in zijn beschouwingen over de wereld van het boek steevast naar allerlei interessante titels verwijst. In Aankomen in Boekzele verwijst hij naar het mij onbekende boekje Een boekverkoper in St. Petersburg omstreeks 1860 van Andreas Wolff. De schrijver vertelt daarin over de boekhandel van zijn grootvader, die op goede voet stond met de literaire grootheden uit de Russische literatuur in die tijd: Toergenjev, Gonstjarov, Tolstoj en Dostojevski. Geen namen om je voor te schamen als boekhandelaar. De geschiedenis gaat niet zozeer alleen over de boekhandel, maar vooral ook over het literaire klimaat in Rusland in de tweede helft van de 19e eeuw. Dit werk was in beperkte oplage verschenen bij de Mouette Press in Oxford, in 1969, in een oplage van 376 (+5) exemplaren. Tot mijn verrassing stond één van die exemplaren in Dordrecht op mij te wachten.

De Mouette Press is de pers van Wim Meeuws, die in Oxford Nederlandstalige werken publiceerde (zie hier een briefwisseling van Wim Meeuws). Mijn exemplaar is ongenummerd. Uit het colofon leer ik dat er verschillende varianten zijn verschenen:
- 5 exemplaren in half kalfsleer, gesigneerd door auteur, illustrator en vertaler
- 95 exemplaren op Van Gelder papier, met de houtsnede op Japans Ouda papier in hard kartonnen omslag. Gesigneerd
- 276 exemplaren op Burgundia, ingenaaid
- 26 exemplaren op Burgundia, genummerd A-Z en niet in de handel
Mijn exemplaar is niet gesigneerd, maar wel in hard kartonnen omslag. Ik kan niet onderscheiden of het gedrukt is op Burgundia of Van Gelder, maar ik zie wel dat de houtsnede op afzonderlijk papier is gedrukt en gesigneerd is. Ik vermoed dat ik één van de 95 exemplaren heb gekocht.

Een volgende vondst was het werkje Een brandstichting in Ruinen 1877 van C. van Dijk. Dit is een verhaal op basis van een krantenbericht, over de brandstichting in de titel. Het verscheen bij de Klencke Pers in Oosterhesselen in een oplage van 60, bij wijze van jaarwisselingsgeschenk. Het is gesigneerd door “Loek en Kees”. C. van Dijk is Cees/Kees van Dijk, die drukte bij de Tuinwijkpers, Agri Montis en de Klencke Pers nadat hij eerst de Carlinapers startte. Grappig genoeg zat in de mooie kavel bibliofiele uitgaven die ik eind 2024 bij Bubb Kuyper kocht (ik schreef er hier over) ook werk van de Carlinapers. 

Een ander boeiend werkje is De kattenmoord van Erich Wichman (1890-1929), de excentrieke Nederlandse kunstenaar, graficus en beeldhouwer die later in zijn leven fascist werd. Hij was de broer van de bekende juriste en voorvechtster van vrouwenrechten Clara Wichmann (met dubbel n). Dit gedicht verscheen eerder in het blad van het Utrechts Studenten Corps in 1913, en is door de Bucheliuspers (de Utrechtse drukkerij van Arjaan van Nimwegen) in 1983 opnieuw uitgeven in 125 exemplaren (ik heb nummer 36). Van Erich Wichman bleek ik al een ander werk te hebben, namelijk het essay Stijl onder vuur dat als Reigercahier verscheen bij uitgeverij Kwadraat in beperkte oplage (ik heb nummer XXIX van XXX uit een totale oplage van 230). Zie mijn stukje over Pierre Kemp over andere Reigercahiers. Dit bevat trouwens een inleiding van Arjaan van Nimwegen. Wichman zet zich in dit essay af tegen De Stijl, hoewel hij zelf wel bevriend was met Theo van Doesburg en samen met hem nadacht over het starten van een tijdschrift. Van Nimwegen licht toe hoe Wichman's "opvattingen over kunst en maatschappij tussen 1913 en 1920 een majestueuze ommezwaai maakten", waarbij hij veel vrienden liet vallen. Rond 1915 stonde de opvattingen van Van Doesburg en Wichman zich het dichtst bij elkaar, aldus Van Nimwegen, "maar de artistieke verwijdering voltrok zich snel. (...) Van Doesburg vatte het gelaten op". Deze verwijdering leidde tot het tamelijk rancuneuze stuk over de Stijl.  Het zou mij gelet op de thematiek trouwens niet verbazen als ook het werkje De kattenmoord uit “het bakje W. de Graaf" kwam, maar ik heb het verband niet kunnen achterhalen. 

Nauwelijks Corvey of Drukkerij Trio

Ik had gehoopt nog wat uitgaven te kunnen toevoegen aan mijn collecties Corvey-uitgaven of de uitgaven in de serie Van Trio aan zijn Zakenvrienden. Helaas was Dordrecht mij op dat punt niet zo gunstig gezind als Deventer vorig jaar. Desondanks kon ik toch nog wat aardigheden meenemen.

Zo kocht ik een boekje met een nogal lange titel: Waerachtige Historye vant gene geschiet ende gepassert is, van tijt tot tijt, geduirende de gevanckenisse van mijnen heere Johan van Oldenbarnevelt, van Johan Francken. Dit werkje verscheen bij Kroonder in Bussum in 1945, net wel of net niet een illegale uitgave. Maar ik wilde het graag hebben omdat de typografie en vormgeving in handen was van Johan van Eikeren, die de reeks Corvey-uitgaven verzorgde. Ik heb hier drie uitgebreide blogs over geschreven. Van Eikeren heeft voor verschillende boeken bij verschillende uitgeverijen de typografie verzorgd maar was in de naoorlogse jaren vooral actief bij Kroonder. Deze mag daarmee ook bij mijn Corvey/Van Eikeren-collectie.

Een tweede aardige vondst was de Voorrede uit het manuale tipografico van Giambattista Bodoni. Het handboek typografie van Bodoni verscheen postuum in 1818 en geldt als standaardwerk voor typografie. Frans A. Janssen schreef in 2005 in De Boekenwereld  een artikel over dit voorwoord, en hoe het hem tijd kostte om het te doorgronden.  Hij schrijft: 

Bodoni's voorwoord bleek pas bij nader inzien een boeiende tekst. De grote typograaf toont al aan het begin dat hij kind van zijn tijd is, wanneer hij zegt dat hij zich gewijd heeft aan de vervolmaking (‘perfezione’) van de boekdrukkunst. (...) Wat Bodoni niet zonder trots meldt, is in feite dat hij de typografie op twee manieren heeft verrijkt: door het beter te doen en door meer te doen. Deze twee zaken bepalen de indeling van het voorwoord. Hij meent dat zijn ontwerpen van drukletters en van lay-out de schoonheid beter dienen, en hij definieert schoonheid als een samengaan van goede harmonie en goede verhoudingen. De elementen die de schoonheid van een lettertype uitmaken, worden geanalyseerd en er worden aspecten van vormgeving van het gedrukte boek in detail besproken, zoals de keuze van het papier, het satineren (gladmaken) van het papier na de druk, het terugdringen van ornamenten en de felle zwarting van de inkt. Leidraad bij het typografisch ontwerpen is eenvoud (‘semplicità’). (...) Bodoni toont zijn ijdelheid opnieuw als hij in het tweede gedeelte van zijn voorwoord zijn bijdragen aan de boekdrukkunst opsomt (het meer): duizenden stempels en matrijzen voor honderden lettertypen en andere tekens ten behoeve van het drukken van westerse en niet-westerse alfabetten.

Dit werkje is vertaald door F. Kerdijk en verscheen in 1943 bij drukkerij Trio. Van de uitgaven van drukkerij Trio in de serie “Van Trio voor zijn zakenvrienden” is niet zo’n samenhangende biografie gemaakt als van de Corvey-uitgaven. En hoewel in dit werkje die vermelding dan ook niet staat, mag het toch beschouwd worden als een relevante Trio-uitgave. Die mag dus in die collectie, en is daarmee een van mijn oudste Trio-uitgaven.

Een laatste relevante vondst is het werkje Over de uitvinding der boekdrukkunst van G. Benders, uitgegeven door boekdrukkerij G.J. van Amerongen in circa 1925. Drukkerij van Amerongen heeft in de jaren daarna talloze Corvey-uitgaven geproduceerd. Van Eikeren maakte gebruik van meer drukkerijen, omdat Corvey als papiergroothandel natuurlijk vele klanten wilde bedienen, maar Van Amerongen is een tijdje de ‘huisdrukker’ geweest van Corvey. Daarom vond ik dit werkje toch relevant, en stop ik het ook bij de Corvey-collectie.

Ik zal jullie niet vermoeien met alle andere titels, maar het zal duidelijk zijn dat het een welbestede dag was en dat de regen een grote dreiging was voor de boeken, maar niet voor ons humeur. Ook dochterlief ging met een volle tas naar huis toe. Het is nog niet bekend welke boekenmarkt(en) wij volgend jaar gaan bezoeken - Deventer, Dordrecht, Tilburg, Utrecht of allemaal - maar ook dit bezoek smaakte als vanouds naar meer!

10 oktober, 2024

354 - Recente aanwinsten

Meestal publiceer ik een blog over een bijzonder boek dat ik heb gekocht of een aanwinst die ik na veel moeite heb gevonden. Maar mijn bibliotheek bestaat zeker niet alleen maar uit bijzondere vondsten. Er sijpelen permanent boeken naar binnen die ik ergens vind, die interessant voor mij zijn of die ik krijg. Daarom dit keer een overzicht wat ik de afgelopen periode zoal opdook - naast de Corvey modellen waarover ik al uitgebreid vertelde. Het meeste kwam via uiterst schappelijke prijzen bij mij - een euro hier, twee euro daar... Verontrustend dat tweedehands boeken zo goedkoop zijn, maar voor mij op dit moment fijn om zo mijn collectie snel uit te breiden.

Boeken over boeken

Uiteraard is er weer een flink aantal "boeken over boeken" aan mijn collectie toegevoegd. Een curieuze vondst deed ik op de boekenmarkt in Deventer. Bij een kraam waar een lading boeken en ander drukwerk zonder enige ordening was uitgestort, zag ik een boek met de titel Bookworm droppings, geschreven door Shaun Tyas en gepubliceerd in 1989. Wat het ook zou zijn, ik moest het natuurlijk hebben en het was mij de gevraagde 2 euro uiteraard sowieso waard. Het bleek een verzameling citaten van klanten in (tweedehands) boekwinkels te zijn, ingezonden vanuit de boekhandels zelf. Uiteraard vooral een collectie uitspraken van klanten die soms niet eens lijken te beseffen dat ze in een boekhandel zijn, of die graag willen laten zien dat ze veel kennis hebben maar dan toch er weinig van lijken te begrijpen. Dit soort citaten doen het natuurlijk altijd goed - want de lezer is uiteraard wel deskundig en kan met de verkoper meevoelen hoe erg het is om dit soort klanten te hebben. Er was in elk geval genoeg aanbod, want Tyas schreef later nog een boek met de voor de hand liggende titel More bookworm droppings.

Customer: "Well, now that you've bought my books, can you lend me a pair of scissors?
Shopkeeper: "Yes, certainly, but why do you want them?"
Customer: "I want to cut my name out of each book."
(in Bibliopol, Northampton)

Customer: "How much do you pay for books?"
Shopkeeper: "What sort of books?"
Customer: "Oh, you know, ones with pages."
(in Foster Books)

Shaun Tyas is niet de enige die op deze manier de onnozelheid van klanten toont. Het boek deed mij sterk denken aan de twee boeken van Jen Campbell, met de titels Weird things customers say in bookshops en More weird things customers say in bookshops. Ook die twee boeken zijn citaten van klanten in (reguliere) boekhandels, en ze laten een vergelijkbare onnozelheid zien als in de boeken van Tyas. Ook in de legendarische kronieken van de firma Hinderickx en Winderickx komen regelmatig dit soort uitspraken van klanten terug, evenals in Shaun Bythell's Diary of a bookseller. Al met al genoeg redenen om zelf geen ambitie te hebben een antiquariaat te beginnen. Het lijkt mij afschuwelijk om als er dan toch klanten komen, dit soort dialogen te moeten voeren.

Een andere aanwinst is Austin Dobson's A bookman's budget. Ook dit is een boek met citaten, gepubliceerd in 1917. Het zijn in feite de leeservaringen van de auteur, die er een gewoonte van had gemaakt interessante passages uit boeken die hij las over te nemen. Dit leidde tot zo'n grote collectie, dat het een boek werd met honderden gedichten, aforismen, alinea's uit allerlei boeken die gaan over schrijvers, ideeën en lezers.

Tot slot kreeg ik Zo makkelijk kom je niet van boeken af, het verslag van gesprekken tussen Umberto Eco en Jean-Claude Carrière over het belang van boeken, en natuurlijk bespiegelingen over het mogelijke verdwijnen van het boek. De gesprekken werden gevoerd voor 2010, toen e-books nog min of meer in opkomst waren en het internet al een grote vlucht had genomen. Maar Eco en Carrière - die beiden beschikten over enorme bibliotheken van tienduizenden exemplaren - beschouwen de geschiedenis en de toekomst van het boek en maken zich uiteindelijk geen zorgen over het boek. Het zal altijd blijven bestaan, naast nieuwe ontwikkelingen en nieuwe media. Interessant en grappig zijn de beschouwingen van de heren over de ontwikkeling van ideeën in onze cultuur, in hoofdstukken met titels als "Onze kennis van het verleden hebben we te danken aan idioten, imbecielen of tegenstanders". En dat weten ze vervolgens voortreffelijk uit te leggen.

Gesigneerde boeken uit de Boekenkelder

Liever praat ik niet over de Maastrichtse Boekenkelder en wat ik daar gevonden heb, omdat ik deze parel eigenlijk vooral voor mijzelf houd. Maar ik denk dat er voldoende aanbod zal blijven, ook als ik in dit blog vertel wat ik zoal gevonden heb. De laatste keer dat ik naar de Boekenkelder ging, liep ik weer met een enorme stapel naar buiten: diverse jaarwisselingsgeschenken van uitgeverijen, een paar bibliofiele werkjes, wat Corvey-uitgaven (waar ik eerder over schreef), en literaire titels waar ik al een tijdje naar zocht. Maar, ik vond ook diverse gesigneerde boeken.

Toen ik langs de lange rijen Nederlandse literatuur in de kelder liep viel mijn oog allereerst op een wat ongebruikelijke uitgave van Cees Nooteboom's Rituelen. Ik herkende de uitvoering, maar er was iets mee. Bij het doorbladeren zag ik dat het een gesigneerd exemplaar was, weliswaar van de 13e druk, maar dat was al reden genoeg om het in mijn mandje te leggen. Eenmaal thuisgekomen bleek uit een nadere inspectie wat de bijzonderheid van dit exemplaar was: niet alleen was het gesigneerd, maar het bleek na wat verder onderzoek een exemplaar uit een beperkte oplage van 500, die ook nog eens genummerd was (dit exemplaar is nummer XXXVII). De beperkte oplage verscheen t.g.v. de verfilming van de roman, als een hommage aan de auteur. 

Ik kijk ook altijd uit naar titels van Boudewijn Büch en in de Boekenkelder stond een fikse rij. Na de vondst van de Nooteboom was ik voldoende geïnspireerd om elke Büch die er stond open te slaan op zoek naar gesigneerde exemplaren. Ik verwachtte het niet echt, maar ik vond er twee met de kenmerkende handtekening van de te jong gestorven verzamelaar: Brieven aan Mick Jagger en De rekening. Ooit eigendom van ene Mark, maar nu in mijn kast. Ik heb nog een paar gesigneerde exemplaren van deze Mark, die volgens andere inscripties afkomstig was uit Amsterdam. Maar zijn boeken eindigden in Maastricht. Verder stond er nog het gesigneerde boekenweekgeschenk van Lize Spit. Wat ik bijzonder vond was verder een gesigneerd exemplaar van het leuke kinderboekenweekgeschenk uit 1973, Arthur en de lettervreter, een stripverhaal gemaakt door Paul Hulshof en Henk van Kerkwijk, die door hen beiden was gesigneerd, mét opdracht.

Naast al dit moois werd ik daarnaast de bezitter van een eerste druk van De ontdekking van de hemel van Mulisch, een exemplaar van Held van beroep van de ook al veel te jong gestorven Adriaan Jaeggi en het verhaal De Cenci's van Stendahl in de Perlouses-reeks. Allemaal geen zeldzame titels, maar voor die paar euro die ze kosten zonde om in Maastricht te laten staan, zeker gezien de staat waarin ze waren: allemaal in uitstekende conditie.

Het einde van Kretzschmar

Het was al een tijdje bekend dat het antiquariaat van Loek Kretzschmar aan het Noordeinde er mee zou ophouden. Ik had de aankondiging van de grote uitverkoop gezien, maar was destijds niet in de gelegenheid. Toen ik een tijdje geleden weer eens in Den Haag was bleek tot mijn verrassing de uitverkoop nog gaande. Al het moois was natuurlijk weg en de planken waren al schrikbarend leeg. Maar ik kocht nog een leuke Baskerville-uitgave, De hel van Rimbaud door Hans van Pinxteren, een verhalenbundel onder redactie van Tommy Wieringa, Omdat hij het was, omdat ik het was en een oorlogsuitgave van H. Mantinga (=Maurits Mok) uit 1944 met de titel De vader spreekt. Het is nummer 266 uit een oplage van 525. Die verhalenbundel van Wieringa bevat trouwens een zo mooie hommage aan Michaël Zeeman, dat ik grote behoefte aan zijn boeken kreeg en zin had om naar Maastricht af te reizen om te zien wat er daar allemaal op de plank staat van hem. Dat heb ik overigens nog niet gedaan. Ook bij Kretzschmar gold: geen heel zeldzame of schaarse titels, wel fijn om te hebben.

Hier en daar gekocht

Geheel toevallig vond ik nog een jaarwisselingsgeschenk van uitgeverij Kroonder uit 1947; een verhaal van Ambrose Bierce: De man en de slang. Los van dat het als jaarwisselingsgeschenk interessant is, is van deze uitgave de typografie verzorgd door Johan van Eikeren. Die kan dus bij mijn Corvey-collectie. Van Eikeren was in en na de oorlog nauw betrokken bij uitgeverij Kroonder. Net als de uitgave van Mantinga bevat het een mooie houtsnede Van Kees Stip kocht ik Het testamentum Tudderense - de bijdrage van Stip aan de controverse Coster - Gutenberg (waar ik eerder over schreef), aan de hand van een mooi verzonnen verhaal. Dit verscheen als Proost Prikkel. Via Marktplaats kocht ik een eerste druk van Bordewijk’s Blokken voor slechts 15 euro (mooi gebonden exemplaar, helaas zonder stofomslag) en via boekwinkeltjes uiteindelijk ook maar de nulde druk van De heilige Rita, in een beperkte oplage van
Illustratie uit De man en de slang (links) en
De vader spreekt (rechts)

250 exemplaren verschenen. Samen met de nulde druk van Wieringa’s Nirwana een mooi setje. Ik ben benieuwd of er de toekomst nog meer nulde drukken - wat dat ook moge zijn - gaan verschijnen. In Doesburg kocht ik dan nog in een kringloopwinkel de massieve uitgave van Gargantua en Pantagruel van Rabelais, de XL-uitgave van De Arbeiderspers met illustraties van Gustave Doré. Het boek weegt ruim 3 kilo en ik moest het een hele dag meesjouwen. Maar voor een euro kon ik het toch niet laten liggen. Het was vooral jeugdsentiment, als tiener had ik een dergelijk exemplaar geleend bij de bibliotheek en toen al wilde ik het een keer zelf hebben. Het was er nooit van gekomen, maar nu was het dan toch van mij.

Met al deze aankopen is mijn collectie inmiddels gegroeid naar ruim 4400 exemplaren. Ik vrees dat de grens van 5000 titels spoedig in zicht gaat komen. Hopelijk vind ik dan nog de ruimte het allemaal kwijt te kunnen...

09 augustus, 2024

353 - Grote vondst op Deventer-boekenmarkt: omvangrijke Corvey collectie (Corvey deel 3)

Ik had een heel ander stukje in gedachten, maar de gezellige, sfeervolle en vooral succesvolle boekenmarkt in Deventer leidde tot een derde bijdrage over Corvey-modellen (en ik verwacht voorlopig de laatste, alhoewel niets zeker is in het leven van een verzamelaar).

Ik toog net als duizenden andere verzamelaars in alle vroegte naar Deventer (de markt begon officieel om 09.30, maar daar lachen we allemaal om natuurlijk - tegen die tijd had ik mijn grootste oogst al binnen). Een inventarisatie op Twitter wees uit dat ook een groep bibliofiele Twittervrienden aanwezig zou zijn. Met enige moeite vond ik Perkamentus op de markt (en dat moest ook want hij had een mooi boek voor mij meegenomen. Perkamentus kocht die dag één boek en schreef een eigen bijdrage over zijn bezoek aan Deventer), maar de overige vrienden heb ik gemist. Vermoedelijk omdat we allemaal met onze neuzen in de dozen stonden in plaats van naar de omstanders te kijken. Dat moeten we volgende keer dus beter doen - ik kijk uit naar een borrel op een Deventer terras, waar we tegen elkaar opscheppen over de mooie vondsten die we hebben gedaan zodat we allemaal stinkend jaloers op elkaar naar huis kunnen gaan.

Ik ging naar Deventer met de hoop dat ik onverwachte vondsten zou doen, maar vooral met de hoop dat ik weer een paar Corvey-modellen zou kunnen toevoegen aan mijn gestaag groeiende collectie. En daarin ben ik boven verwachting geslaagd.

De grootste vangst deed ik in de stand van Molenaar boeken. Deze stand staat vrij vooraan op de markt, en gelukkig ook maar. Het blijkt dat ik hier twee jaar geleden ook al direct bij de start van een dag Deventer mooie vondsten bij Molenaar deed. Ook dit keer stonden er verschillende dozen met boeken over boeken en over typografie, gelegenheidsuitgaven en dergelijke. Terwijl ik door de dozen groef vroeg ik mij af waar toch de Corvey-modellen zouden zijn. Ik vond de dozen waarin ik op dat moment speurde typisch dozen waarin je de Corvey modellen zou kunnen vinden, maar ze waren er niet. Totdat ik ineens een doos apart zag staan waarop “Corvey-modellen en Proost Prikkels” stond. Ik kon mijn geluk niet op en viste al snel de ene na de andere mooie verrassing uit de doos. Als een volleerde boekenmarktbezoeker blokkeerde ik de toegang tot de doos en de stapel met aankopen werd steeds hoger.

Uiteindelijk viste ik tientallen Modellen voor de uitgever uit die doos, en dat voor de bodemprijs van 4 exemplaren voor een tientje. Ik mocht de hele stapel voor 150 euro meenemen. De stapel met al deze Modellen heb ik vervolgens 6 uur lang meegesjouwd terwijl ik over de markt heen en weer sjokte. En ik voegde er nog aan toe: bij Hinderickx & Winderickx kocht ik er een paar, en zo bij nog enkele stands. Al met al bijna een verdubbeling van mijn collectie. Toen ik thuis kwam bleek ik toch een paar duplicaten te hebben gekocht - het was ook niet meer bij te houden voor mij en de nieuwe titels stonden natuurlijk ook nog niet in mijn LibraryThing app. Ook zaten er per ongeluk een paar Proost Prikkels tussen. Maar ook die krijgen een mooi plekje in mijn kast - een mooie Proost Prikkel is in elke verzameling een aanwinst.

De vooroorlogse oogst

In mijn eerste stukje over de Corvey-modellen verzuchtte ik nog dat het een mooie uitdaging was om op jacht te gaan naar de Modellen, maar dat het vast heel moeilijk zou zijn om vooroorlogse exemplaren te pakken te krijgen. In mijn tweede stukje vertelde ik vol trots dat ik er inmiddels drie had, waarvan de oudste uit maart 1939 kwam. Na ‘Deventer’ kan ik maar liefst vijf vooroorlogse exemplaren aan mijn collectie toevoegen, en enkele uit de oorlogsjaren zelf. 

Het oudste exemplaar dat ik nu heb stamt uit 1937 en is een fragment uit Vondel’s Gysbreght van Aemstel. In de lijst met modellen telt het nummer 8. Of meer specifiek 8A, want kennelijk zijn er twee varianten van. Het werd meegezonden als bijlage aan het Kerstnummer van het Drukkersweekblad in 1937. Vol trots wordt in het werkje nog gemeld dat de toen nog vaste drukker van de Modellen, G.J. van Amerongen uit Amersfoort, werd bekroond met de 1e prijs op de Grato, de Grafische Tentoonstelling waar ik vorige keer overschreef. Het velletje geschept papier van de Grato 1934 is trouwens nog steeds mijn oudste Corvey-gerelateerde object, maar ook in latere jaren bleek de Grato nog steeds belangwekkend genoeg om te melden. 

Vervolgens vond ik nummer 12, een tekst van Dirk Coster met de titel Wat zegt een boek ons? Dit is de eerste Corvey-uitgave die ter gelegenheid van een Boekenweek verscheen. In de jaren ‘50 en ‘60 werd het een traditie dat Corvey ter gelegenheid van de Boekenweek of het Boekenbal een speciale uitgave publiceerde. Ook hiervan vond ik er verschillende. Maar ook in 1938 was de Boekenweek inmiddels een gevestigd instituut, zoals ook Dirk Coster in deze uitgave vermeldt: “… de boekenweek, die een vaste Nederlandsche instelling geworden is”. Overigens, ook deze uitgave vermeldt dat er prijzen zijn gewonnen op de Grato door drukkerij G.J. van Amerongen uit Amersfoort. Dit keer won men een 1e prijs voor de typografie van hun drukwerk. In het colofon van de uitgave zelf staat trouwens dat dit Model 6 is, dit wijkt dus af van de nummering die Van Krimpen in 1983 in zijn overzichtswerk over de Modellen hanteerde. Model nummer 8 in de lijst van Van Krimpen, die ik hierboven beschrijf, is volgens Corvey zelf het tweede Model dat verschenen is. Ik hou echter voor de duidelijkheid gewoon de telling van Van Krimpen aan.

Nummer 16, mijn derde vondst, is weer een bijlage geweest bij het Kerstnummer van het Drukkersweekblad. Zo’n Kerstnummer bevatte trouwens meerdere bijlagen, waaronder in dit geval een Corvey-model. Maar het was voor meer partijen een interessante manier om aandacht voor uitgaven te krijgen. Een andere bijlage in 1938 was bijvoorbeeld een Indisch Tuinboek. Corvey koos dit keer voor een tekst van Henry van Dyke met de titel Op naar Bethlehem. Het bevat een fraaie linosnede, helaas ongesigneerd en ook zonder naamsvermelding in het colofon. Het verhaal van Van Dijke komt ook voor in de bundel Kerstsproken uit 1930, verzameld door N. Basenau-Goemans. Daarin staan talloze afbeeldingen van de hand van Henri Pieck, de broer van Anton Pieck. Mogelijk is ook de linosnede uit dit Model dan van zijn hand.

Model nummer 21 (volgens het colofon het achtste Model) is een fragment uit de veroordeling van Jeanne d’ Arc, uit het toneelstuk van Bernard Shaw. Later komen we nog meer teksten van Shaw tegen bij de Modellen: de nummers 108 en 110 zijn ook van zijn hand. Vervolgens heb ik ook de hand kunnen leggen op de nummers 24 en 26. De vooroorlogse reeks stopt bij nummer 38 uit september 1941 ("Na dit eerste nummer van de zesde serie van Het Model voor den Uitgever zullen er geen verdere meer verschijnen in verband met de verbodsbepaling voor huisorganen. Wij hadden gehoopt U met enige waardevolle aanwijzingen van dienst te kunnen zijn voor de verzorging van het boek in deze tijden van beperking, maar dat plan moeten wij opgeven."). Van deze 38 nummers heb ik er nu 8.

Zoals ik vorige keer al schreef, werkte Van Eikeren tijdens de oorlog mee aan verscheidene illegale uitgaven, waarover hij in 1945 een apart boekje schreef. Maar er verschenen ook nog enkele uitgaven namens Corvey, veelal in beperkte oplage. Twee ervan zijn nu de mijne, zij tellen volgens Van Krimpen de nummers 38a en 38d (omdat zij vooraf gaan aan het eerste naoorlogse nummer 39):

  • 38a is een herdruk van een postincunabel, verschenen in september 1941 in 300 exemplaren: Den Sack der Consten, Wten Latine, Italiaensche, Fransche, duytsche ghecopuleert Om te vermaken die beswaerde sinnen. Ende voor hem dye gheerne wat nyeus hooren. Inclusief een los kaartje met kerstwens.
  • 38d is een fragment van Erasmus uit zijn werk Oorloghs Vervloeckinge, met de titel Het gvlden boecsken genaemt Belli Detestatio ofte Oorloghs Vervloeckinge. Deze verscheen eind 1945 in een oplage van 500 exemplaren.

Beide hebben een nadrukkelijk ander formaat dan de reguliere Modellen. Ook staat er niets in vermeld over het gebruikte papier en de typografie van deze uitgaven.

De naoorlogse oogst

Het overgrote deel van de door mij gevonden Modellen is uiteraard naoorlogs. De eerste is dan meteen weer bijzonder, want op het omslag staat vermeld “Het herrezen Model voor den Uitgever”. De uitgave heeft als titel Van het papieren zwaard en het moordend zetlood en is van de hand van Johan van Eikeren zelf. Hierin reflecteert hij op hoe ook drukkers een bijdrage hebben geleverd aan de strijd in de oorlog: "toegerust met een wapen dat dodelijker blijken zou en waarmee wij het onze aan het uitbannen van het ten hemel schreeuwend onrecht hebben mogen bijdragen." En verder: "Het papieren blad was de drager van troostrijke gedachten en met vaste, onwrikbare letter stond het daar dat achter inktzwarte wolken de gouden zon der victorie gloorde." Vervolgens zijn verschillende gedichten opgenomen met betrekking tot de oorlogsjaren.

Ik ben inmiddels gestaag bezig met het zorgvuldig catalogiseren van alle vondsten. Ik heb mijn aanwinsten eerst chronologisch gesorteerd en ben ze nu aan het invoeren in LibraryThing. Ik doe dat grondig: elk exemplaar wordt bekeken en doorbladerd en alle gegeven vastgelegd, inclusief het gewicht van elk boek en de exacte maten. Dat gaat allemaal niet zo snel en ik ben op dit moment gevorderd tot 1949, het merendeel van de aanwinsten ligt daarom nog op mij te wachten. Ik ben benieuwd wat ik allemaal nog ga aantreffen in de latere nummers en dan weet ik ook pas hoe compleet ik eigenlijk ben als het gaat om de serie Modellen. Tot nu mis ik van de eerste 30 naoorlogse nummers er nog 10. Ik heb dus ruwweg tweederde van de serie, maar ik verwacht dat ik van de latere nummers er beduidend minder zal missen. Al met al begint de serie al behoorlijk compleet te worden op deze manier!

Nog twee bijzonderheden

Naast alle weelde van de daadwerkelijke Modellen, vond ik op de boekenmarkt ook nog twee bijzondere en relevante publicaties.

De eerste is een werkje dat strikt genomen niet tot de serie behoort (het kreeg dan ook nummer 58A, omdat het in 1949 verscheen als bijlage van het februarinummer 58). De Modellen bestonden toen inmiddels 12,5 jaar maar daar had de firma Corvey verder geen aandacht aan besteed. Ik schreef er in mijn eerste blog over Corvey-modellen al over. Een vaste ontvanger schreef daarop een brief aan Corvey dat dit onterecht was, vervolgens verscheen dit werkje van de hand van Johan van Eikeren met de titel Van een niet zo belangrijk jubileum, een brief en een klein misverstand over het woordje: Het. Hierin wordt de hele kwestie uit de doeken gedaan in een wat koddige tekst. Het misverstand ging erover dat de briefschrijver in kwestie vond dat door de serie Het Model voor de Uitgever te noemen, gesuggereerd werd dat andere typografische producten er niet toe doen, dus dat de serie beter Ons Model voor de Uitgever kan heten. Vervolgens wordt beschreven tot welke bespiegelingen dit bij Corvey leidde: "Hadden wij twaalfeneenhalfjaar lang - in argeloosheid dan - in blinde hoogmoed met gezwollen borst rondgelopen? (...) Als men op uw verjaardag geen presentje meebrengt is dat tot daaraan toe, maar u moet toch wel even iets wegslikken als u na de felicitatie te horen krijgt dat u er slechte manieren opnahoudt en dat u maar een erg pedant ventje bent." Maar alle bespiegelingen leidden ertoe dat de naam niet wordt veranderd, want er waren geen kwade bedoelingen geweest en je moet er niet meer in lezen dan noodzakelijk. Alhoewel, vanaf 1963 ging de serie uiteindelijk Een Corvey model heten, dus die naamswijziging kwam er na verllop van tijd toch.
Interessant is dat Van Eikeren verderop in het jubileumboekje nog iets over de motivatie voor deze reeks zegt: "Wij houden van blanco papier, maar niet minder van papier als het bedrukt is en ons is het niet onverschillig wat er met het artikel dat wij verhandelen gebeurt. Wij stellen niet alleen belang in onze kopers omdat zij ons papier kopen en ervoor betalen, maar wij stellen ook belang in hun werk. Onze uitgave is er niet alleen om zoveel mogelijk papier kwijt te raken; in alle bescheidenheid proberen wij te laten zien hoe het er uit kan zien als het bedrukt is en hoe goed de Nederlandse drukker, clichémaker en tekenaar zijn werk doet. Wij hebben nooit nagecijferd of en hoeveel baten onze uitgave ons wel inbrengt; wij hebben er plezier in en met voldoening mogen we zeggen dat velen dit genoegen met ons delen." En die laatste woorden van Van Eikeren zijn 75 jaar later nog steeds waar, want ook ik deel dit genoegen met hem, zoals ik al drie stukjes lang probeer uit te drukken.

De tweede bijzonderheid is een miniatuuruitgave waarin de door Huib van Krimpen uitgesproken tekst is opgenomen, die hij uitsprak bij de feestelijke aanbieding van het boekje Over boekverzorging van Johan van Eikeren eind 1984. Dit boekje van Van Eikeren was al eerder verschenen in 1955, als Model nr. 97, maar werd 30 jaar later opnieuw uitgegeven bij uitgeverij De Buitenkant. Van Eikeren schreef de tekst ooit als prijswinnende inzending voor een prijsvraag van het Gerrit Jan Thiemefonds, en vervolgens werd het met steun van dat fonds uitgegeven in de Corvey reeks. De opdracht van de prijsvraag was destijds een beschouwing te schrijven waarin "in beknopte vorm, de essentiële voorwaarden waaraan een goed boek dient te voldoen" worden samengebracht. De beschouwing moest dan, "zonder een opsomming van technische details te zijn, voor makers en gebruikers van boeken de verschillende aspekten en problemen die zich telkens weer voordoen" belichten. Twee inzendingen wonnen een prijs, die van Van Eikeren en een beschouwing van Klaas Woudt (1923-2012), een Zaanse drukker en auteur die verder vooral veel publiceerde over taal en cultuur van de Zaanstreek. 

Bij de heruitgave van Van Eikerens tekst in 1984 werd geconstateerd dat hoewel de oorspronkelijke uitgave "op vrij ruime schaal gratis is verspreid, het in de bijna dertig jaar sinds zijn verschijnen zo goed als onvindbaar geworden is en in brede kringen geheel onbekend." En men vond dat dit onterecht was, omdat de ideeën van Van Eikeren nog behoorlijk actueel waren. Dus was de heruitgave zowel nuttig voor de hedendaagse boektypograaf, als een kleine hulde aan Van Eikeren.

En nu leer ik dat die heruitgave feestelijk is gelanceerd in boekhandel G. Postma in de Spuistraat in Amsterdam op 17 december 1984. En wie anders dan Huib van Krimpen spraak daarbij een tekst uit, waarin hij dieper inging op Van Eikeren en zijn betekenis als typograaf en verzorger van de reeks Modellen. Pas anderhalf jaar daarvoor was van de hand van Van Krimpen de beredeneerde catalogus van alle Modellen verschenen, bij gelegenheid van een tentoonstelling van de complete reeks in Museum Meermanno, dus hij zat goed in de materie. Belangrijk detail: in die catalogus deed Van Krimpen de uitspraak dat deze tekst van Van Eikeren zo slecht vindbaar was, als gevolg waarvan Jan de Jong van Uitgeverij de Buitenkant geïnspireerd werd tot de heruitgave. De Buitenkant gaf ook deze gesproken tekst vervolgens uit in dit kleine, dunne werkje. Het formaat van het boekje is slechts 10x7 cm en het telt 8 pagina's tekst. Ik kwam het stomtoevallig tegen in een of andere willekeurige bak met kleinere uitgaven en wist überhaupt niet dat het bestond. Een mooie en voor mij waardevolle vondst die een belangrijke toevoeging is aan de Corvey-collectie.

Tot slot

De komende weken ben ik zoals gezegd druk met het invoeren van alle gekochten Modellen. En daarna moet ik de stapel overige boeken catalogiseren die ik ook nog kocht in Deventer - ik zou bijna vergeten dat ik veel meer dan Corvey Modellen heb gekocht. Interessante ontdekkingen over de Modellen zal ik toevoegen aan dit stukje. Ik ben daarnaast bezig met een volgend stukje waarin ik wat algemene aanwinsten presenteer van de afgelopen maanden. Daar zullen aankopen uit Deventer tussenstaan, maar bijvoorbeeld ook uit Maastricht toen ik een tijdje zoet was in de Boekenkelder en daar mooie vondsten deed. Stay tuned!

15 juli, 2024

352 - Het Corvey model voor de uitgever deel 2 - aanvullende vondsten

In mijn vorige bijdrage schreef ik hoe ik steeds meer vorm aan het geven was aan mijn collectie uitgaven uit de serie "Het model voor de uitgever" van de Corvey papiergroothandel. Deze Modellen waren bedoeld om de klanten van Corvey te tonen welke mogelijkheden er waren voor gebruik van papier van Corvey. De modellen verschenen van 1936 tot 1970, toen de geestelijk vader van deze uitgaven - Johan van Eikeren - overleed.

Het interessante is dat op het moment dat ik de focus leg op een bepaald verzamelgebied, het lijkt alsof ik direct meer mogelijkheden krijg om het uit te breiden. De Corvey-modellen komen van alle kanten naar mij toe. Ik ben dan ineens slachtoffer/profiteur van een psychologisch fenomeen dat bekend staat als de frequentie-illusie, of het Baader-meinhof fenomeen. Dit is de illusie dat een onderwerp of woord dat kortgeleden onder je aandacht kwam, de periode erna in een hogere frequentie lijkt voor te komen. Je koopt een bepaalde auto, en plotseling zie je die overal. Of iemand die je kent gaat bij een bedrijf werken dat je niet kende, en plotseling zie je de naam van dit bedrijf overal. Of ik schrijf een stukje over Corvey-modellen en ineens zie ik overal Corvey-modellen in boekwinkels en online. Die informatie was er altijd al, maar mijn hersenen negeerden dat kennelijk omdat het niet belangrijk genoeg was. Maar nu is het wel belangrijk geworden. Dit fenomeen heeft dus te maken met de neiging van de hersenen om patronen te creëren. Daardoor zie je ineens wat er altijd was, maar wat je niet als zodanig registreerde.

Tot zover het psychologische uitstapje, terug naar de modellen nu.

In mijn vorige stukje betwijfelde ik of het heel makkelijk zou zijn om vooroorlogse Corvey-modellen te vinden. Dat bleek nogal mee te vallen. Ik heb intussen drie vooroorlogse uitgaven in mijn collectie. Het zijn respectievelijk de nummers 20, 24 en 25. Alledrie uit 1939.
- Nummer 20 is een fragment van 7 bladzijden uit De legende van Uilenspiegel en Lamme Goedzak, geschreven door Charles de Coster. Dit verscheen in maart 1939
- Nummer 24 is Parijs. Uit de serie steden van Europa. Wederom een fragment, dit keer van 9 bladzijden. Op de titelpagina wordt vermeld "Uitgeverij van de Hollandse Reisvereniging Utrecht", maar daar heb ik niks over kunnen vinden, ik weet niet eens of die uitgeverij echt heeft bestaan. De tekst is van A. Nonymus (=uiteraard Johan van Eikeren). Dit Model verscheen in november 1939.
- Nummer 25 is Des soudaens dochterken, een middeleeuws gedicht in 16 pagina's. Het boekje is prachtig gebonden in een zilveren omslag, en toegevoegd is een kerstwens van de firma Corvey, want het werkje verscheen in december 1939.

Een vierde vooroorlogse uitgave die ik nu bezit is op een andere manier heel bijzonder. Het is namelijk niet echt een publicatie van Corvey, maar wel een vorm van publiciteit om de Corvey papier bekend te maken. Maar eerst wat context: in 1934 vond in de Utrechtse Jaarbeurs de Grafische Tentoonstelling plaats, ook wel Grato ‘34. Deze tentoonstelling was georganiseerd door de Federatie van Werkgeversorganisaties in het Boekdrukkersbedrijf. Het doel was te tonen wat er allemaal mogelijk was met drukwerk, zodat er meer vraag naar drukwerk zou komen en dat is goed voor het drukkersvak - dat in die tijd nog in een flinke crisis verkeerde. Het was niet voor het eerst dat een dergelijke tentoonstelling voor het propageren van “mooi en beter drukwerk” werd gehouden, maar wel de grootste tot nu toe. Deze keer was het dan ook ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Federatie.

Op de Grato’34 was ruimte voor verschillende tentoonstellingen en demonstraties uit het drukkersvak. Het doel was natuurlijk te laten zien hoe mooi drukwerk kon zijn, maar op de Grato was ook een zogenaamde “gruwelkamer”, waar drukwerk werd getoond zoals het niet moet. Uit een krantenartikel: “Wat door sommige veelal obscure drukkerijtjes op de markt gebracht werd en wordt, wat zoo nu en dan op onaanzienlijk papier in onze brievenbus geworpen wordt - het is zoo verregaand slecht en belachelijk inferieur, dat het werkelijk moeite kost om te gelooven dat zooiets in dezen tijd nog kan.” En dat lag dus allemaal in de gruwelkamer op de bezoekers te wachten.

Wat ook steeds vermeld werd is dat de firma C.G.A Corvey op deze Grato demonstreerde hoe je met de hand papier kon scheppen. Deze velletjes papier waren voor bezoekers beschikbaar. Ik heb nu één van deze velletjes. Het is geschept papier, met als watermerk de Domtoren en de naam Corvey uiteraard en dat het gemaakt is op de Grato (zie afbeelding bij het begin van dit stukje). Het velletje zit in een kartonnen omslagmapje waarop staat vermeld dat dit afkomstig is van de Grato 1934 (zie afbeelding). Aan de binnenzijde van het omslagmapje zit een briefje geplakt met instructie: "De bedoeling is dit geschepte vel tusschen glas tegen het licht op te hangen, want als transparant komt het meer tot zijn recht." Met het oog op de kwetsbaarheid laat ik het echter gewoon in het omslagmapje zitten.

Ik schreef vorige keer ook over de 157 officieel genummerde Modellen en de verschillende bijlagen daarbij die soms apart genummerd worden. Een van de meest bijzondere is wat mij betreft nr. 84, een vrij kleine uitgave van Thornton Wilder die als bijlage een nogal fors uitgevallen tekst van G.H.M. van Huet heeft, waarin de door de Italiaanse meesterdrukker Alberto Tallone ontworpen letter Tallone voor het eerst in Nederland werd toegepast. Inmiddels bezit ik ook dit boekje van Van Huet. Deze tekst heeft nummer 84a gekregen, omdat het dus een zelfstandige bijlage is. Maar deze bijlage bevat zelf ooknog  een bijlage, namelijk een vouwblad met daarin een toelichtende tekst over Tallone en zijn typografische uitgangspunten. Een bijlage van een bijlage van een Model dus. 

De demonstratie papier scheppen op de Grato 1934
Een mooie andere vondst was de antwoordkaart op de enquête die ik in mijn vorige stukje aanhaalde. In uitgave 73 zat een kaartje waarin de ontvangers werd gevraagd of zij liever uitgaven in uniform formaat wilden blijven ontvangen (makkelijk in te binden), of in verschillende formaten. Uit de latere uitgaven was wel duidelijk dat de voorstanders voor verschillende formaten hadden gewonnen. Maar nu ben ik het bezit van uitgave 75, uit december 1951 met de uitgebreide titel Iournael ofte Beschrijvinge vande reijse gedean by den Commandeur Dirck Albertsz Raven, na Spitsbergen, inden Jare 1639, ten dienste van de E. Heeren Bewinthebbers vande Groenlantse Compagnie tot Hoorn. In deze uitgave zit het kaartje met de mededeling dat de uitgaven in de toekomst op verschillende formaten zullen verschijnen.

De tussenstand van mijn collectie is nu dat ik 55 Modellen bezit - ruwweg een derde van het totaal. En daarnaast twee bijzondere losse uitgaven, de in dit stukje beschreven Grato-uitgave en de in mijn vorige bijdrage beschreven bevrijdingsboodschap uit mei 1945. Ik hoop deze zomer op boekenmarkten e.d. nog wat aanvullingen te kunnen doen voor mijn collectie. Ik vertrouw er op dat het Baader-Meinhof fenomeen voorlopig zijn werk blijft doen.

 Lees ook deel 3 van mijn serie over Corvey modellen.

24 mei, 2024

351 - Het Corvey model voor de uitgever

Ik kijk altijd graag in de bakken met 'kleine uitgaven' die je in antiquariaten en op boekenmarkten kan vinden. Vaak bakken die wat apart van de rest staan en waar over het algemeen de dunnere, maar toch veelal literaire, publicaties worden aangeboden. De gelegenheidsuitgaven, voorpublicaties, nieuwjaarsgeschenken en wat al niet meer. Vaak voor een vriendelijk prijsje mee te nemen. Er zijn verschillende soorten kleine uitgaven die je meer dan gemiddeld terugvindt in dat soort bakken. Uitgaven van de Wereldbibliotheek-vereniging bijvoorbeeld, waarvan in de loop van de tijd vele premie-uitgaven verschenen, of nieuwjaarsgeschenken van uitgeverijen. Maar ook publicitaire werkjes van diverse bedrijven uit de grafische sector. Denk aan Proost Prikkels (van papierhandel Proost en Brandt), of de serie reclame-uitgaven onder de titel Van Trio aan zijn zakenvrienden (van drukkerij Trio). Het zijn allemaal verzamelwaardige uitgaven en het liefst zou ik complete series van zowel de Wereldbibliotheek, als Proost Prikkels, als Trio in mijn bibliotheek willen hebben. Maar die heb ik niet, ik moet het doen met enkele losse uitgaven van elk. 

Een andere trouwe bewoner van de bakken en planken met 'kleine uitgaven’, en eentje waar ik altijd naar uitkijk, zijn de uitgaven van een serie die bekend staat als Het model voor de uitgever (later ook wel aangeduid als Een Corvey model). Het zijn werkjes van verschillende grootte en uitvoering, maar allemaal hebben ze een gemeenschappelijk doel. Dit onregelmatig verschenen tijdschrift werd uitgegeven door de Amsterdamse papiergroothandel C.G.A. Corvey en was bedoeld om de ontvangers te laten zien wat de mogelijkheden waren van het bij Corvey beschikbare papier. In zoverre verschilt dat doel niet veel van de uitgaven van Trio en Proost en Brandt.

Het Model voor den/de Uitgever

Wat deze serie interessant maakt is dat deze Modellen, zoals Huib van Krimpen zegt in zijn essay dat voorafgaat aan de chronologische bibliografie van deze uitgaven (zie afbeelding),

Een afspiegeling [zijn] geworden van de Nederlandse boektypografie in het midden van de twintigste eeuw in al haar verschillende aspecten.

Shoutout overigens bij deze naar de Maastrichtse boekenkelder, één van de grootste, de best gesorteerde en meest vriendelijke geprijsde tweedehands boekenwinkels waar ik ooit was. En waar ik afgelopen zaterdag deze uitgave vond, naast een Model dat ik nog niet had plus nog meer schatten (waarover een andere keer meer). 
Dat de serie Modellen de genoemde status heeft bereikt is te danken aan één man, Johan van Eikeren, die volgens wederom Van Krimpen kan worden gekenschetst als “een warm-voelend, breed ontwikkeld man van goede smaak.”  Van Eikeren werkte bijna zijn hele werkzame leven bij Corvey en bedacht als reclamechef deze Modellen. Hij was nauw betrokken bij de productie ervan: hij was redacteur van de serie, verzorgde meestal de typografie en was ook als auteur, illustrator  en vertaler nauw betrokken. Onder het pseudoniem A. Nonymus vinden we van Eikeren regelmatig terug in het colofon van de uitgaven. Kortom, Johan van Eikeren wás het Model voor de Uitgever en het was dan ook niet onlogisch dat de serie acuut stopte toen Van Eikeren in 1969 overleed. Overigens was Van Eikeren op meer gebieden actief dan alleen bij Corvey: hij verzorgde de typografie van enkele uitgaven van de Wereldbibliotheek, was betrokken bij kerstnummers van Grafisch Nederland en verzorgde tijdens de Tweede Wereldoorlog enkele clandestiene uitgaven
Foto afkomstig uit
Het model voor de uitgever
van Johan H. Van Eikeren
.

Het overlijden van Van Eikeren en het stoppen van de serie, was tevens het moment dat Corvey opging in Scaldia Papier. Daar is jaren later een soort opvolger van de Modellen ontwikkeld onder de titel Scaldia Model, waarvan slechts vijf nummers zijn verschenen. In de eerste nummer van Scaldia Model heeft Van Krimpen het essay geschreven wat ik hiervoor aanhaalde. Dit Scaldia Model 1 verscheen in 1983, bij gelegenheid van de tentoonstelling in museum Meermanno van de Corvey modellen. In museum Meermanno is een vrijwel complete collectie van de Corvey modellen beschikbaar. Er is ook een uitgebreide Wikipedia-pagina met de lijst van uitgaven, voor een belangrijk deel ontleend aan de lijst in het Scaldia Model.

Maar de toewijding en inzet van Van Eikeren leidden er dus toe dat deze verzameling van 157 Modellen uitgroeide tot een markante en veelzijdige reeks, waaraan tal van auteurs, ontwerpers en illustratoren hun medewerking verleenden. En trouwens ook drukkers, Van Krimpen gaat in zijn essay in op de drukkers die meewerkten aan deze uitgaven. Drukkers wilden graag meewerken omdat het belangrijke opdrachten waren die ook positief op hen afstraalden. Uiteindelijk werden 25 verschillende drukkerijen ingezet.

De uitgaven bestrijken vele onderwerpen, soms is het (vertaald) proza, soms zijn bijdragen over kunstenaars of over boekhistorische onderwerpen. Een interessante subcategorie zijn de uitgaven die ter gelegenheid van de Boekenweek werden gemaakt; jarenlang werd een speciale uitgave van het Model gemaakt passend bij het thema van de boekenweek of waarin bijvoorbeeld een tijdens het boekenbal uitgesproken tekst of gespeelde toneeltekst werd afgedrukt. Kortom, de uitspraak van Van Krimpen dat de Modellen een unieke weergave van een tijdperk zijn is in dat opzicht meer dan terecht. Voor mij betekent deze reeks ook een kennismaking met auteurs waar ik nog nooit van had gehoord. Zoals Luisa Treves, André Kuyten of Piet Apol. Aan de andere kant maken wereldberoemde auteurs deel uit van de serie, zoals Franz Kafka, Oscar Wilde of Truman Capote. En dan natuurlijk een aantal goede bekenden van wie ik al verschillende titels in mijn 'boeken over boeken'-collectie heb: Herman de la Fontaine Verwey, Gerrit Ovink en Wim Simons.   

Mijn collectie

Ik schreef hierboven dat de er 157 Modellen zijn. Dat is niet helemaal correct: de nummering loopt tot 157, maar er zijn tal van 'extra' uitgaven gesignaleerd. In de lijst van Van Krimpen of andere overzichten worden deze dan aangeduid met een extra letter. Soms is er een bijlage bij een Model die is 'gepromoveerd' tot separate uitgave en soms is er een gelegenheidsuitgave gemaakt, die tussendoor aan relaties van Corvey werd gestuurd. Bijvoorbeeld: in februari 1949 verscheen deeltje 58, een heruitgave van een tekst van Justus van Effen. Als 58a staat in de lijst een jubileumuitgave, verschenen bij het 12,5 jaar bestaan van de Modellen, eveneens in februari 1949. Deze was niet gepland door Corvey, maar verscheen op verzoek van een relatie die vond dat er toch aandacht aan zo'n jubileum moest worden besteed. Het ingelaste werkje kreeg de titel Van een niet zo belangrijk jubileum. Vervolgens verscheen in april 1949 deeltje 59. Een andere voorbeeld: deeltje 84 verscheen in juni 1953, een tekst van Thornton Wilder. Als 84a staat de bijlage bij deze uitgave genoemd, een zelfstandige tekst van Alberto Tallone. Deze bijlage bevat vervolgens weer een inlegvel, die niet apart wordt genummerd. Begrijpt u het nog? Al met al moet worden dus uitgegaan van circa 165 separate uitgaven en een onbekend aantal losse bijlagen.

Van de lijst met 157 /165 Modellen bezit ik er momenteel 41, ongeveer een kwart dus. Ik koop ze op boekenmarkten, in antiquariaten, soms in kringloopwinkels en via Marktplaats. De oudste uitgave van de serie in mijn collectie is uit 1946, het is nummer 40 in de reeks. Het is trouwens ook een uitgave met misschien wel de langste titel:

Pleidooi voor het schone boek, mitsgaders een oproep aan de Nederlandse uitgevers jaarlijks de vijftig bestverzorgde boeken weer bijeen te brengen en daarvan tentoonstellingen te doen houden, dit alles ter verbreiding en ter aanmoediging van de boekkunst in Nederland en tot profijt van allen werkzaam in de grafische vakken. Het was het tweede naoorlogse deeltje van “het herrezen model voor de uitgever”. Van Eikeren laat hierin zijn betrokkenheid bij het boekenvak zien en pleit voor hervatting van een jaarlijkse tentoonstelling die voor de oorlog een aantal keer had plaatsgevonden. Uiteindelijk zou vanaf 1949 onder auspiciën van de CPNB jaarlijks een selectie van de vijftig bestverzorgde boeken plaatsvinden (tegenwoordige zijn het er trouwens jaarlijks 33, die door een aparte stichting worden geselecteerd). 

Dit deeltje is dan misschien de oudste in mijn collectie, maar het is niet mijn oudste Corvey-gerelateerde werkje. Ik bezit één van de door Van Eikeren verzorgde clandestiene uitgaven, Het lied der minne van vroeger en nu uit 1944. Een andere Corvey-gerelateerde uitgave vind ik zelf wel heel bijzonder: gedateerd 5 mei 1945 verscheen een ‘bevrijdingsboodschap’, waarin Corvey de hoop uitspreekt dat de lezer “voor de rampen van de oorlog gespaard is gebleven”, en verder:

dat het een vreugde zal het ons zijn weer te mogen bijdragen in het maken van goed drukwerk en wij zien het als een prachtige taak de Hollandse geest, die niet te temmen bleek, in de schoonheid van ons vak tot uitdrukking te brengen

Of deze boodschap van de hand van Van Eikeren is, is niet te zeggen. De bevrijdingsboodschap start met een citaat uit de Nederlandtsche Gedenck-clanck van Adriaen Valerius uit 1626. Dit was niet voor niets gekozen: de Gedenck-clanck is een serie geuzenliederen die tijdens de Tweede Wereldoorlog populair was onder het verzet. Bovendien is de melodie waarop het Wilhelmus vandaag de dag wordt gezongen afkomstig uit dit boek, in plaats van de oorspronkelijke melodie uit 1570. Koningin Wilhelmina besloot in 1932 dat dit voortaan de officiële melodie van het Nederlandse volkslied zou zijn.

Van Krimpen merkt op dat na de oorlog de Modellen echte boekjes zijn geworden, de typografie gedurfder wordt en de Modellen veel meer worden dan de bedrukte papiermonsters die ze voor de oorlog waren. Dat is ook te zien in mijn collectie: er is zeker geen standaarduitvoering van de Modellen. Het presenteren van de mogelijkheden van Corvey-papier veronderstelt immers ook variëteit in de uitgaven. Ik heb dus kleine boekjes gedrukt op bijbelpapier (nr. 84, teksten van Thornton Wilder, 18x11,5cm), grote boekjes (nr. 118, De eerste bloei van de Noord-Nederlandse kunst, 27,5x20 cm), dwarse boekjes (nr. 104, Van de wijs van Remco Campert, 14x20 cm) - kortom, het gaat alle kanten op. 

Geruime tijd werd er echter wel degelijk gekozen voor een standaardformaat. Een antwoordkaartje in nr. 73 uit 1951 (D.H. Couvée, Van couranten en courantiers uit de 17de en 18de eeuw) legt uit hoe het zit. Dit kaartje blijkt een enquête te zijn over het gewenste formaat van de uitgaven.De tekst is namelijk: 

Op veler verzoek hebben wij voor "Het Model voor de Uitgever" tot het uniforme formaat moeten besluiten waarop het de laatste jaren verscheen. Deze voorkeur voor één formaat werd geuit door diegenen die de jaargangen laten binden of de boekjes in een uniforme serie willen verzamelen. Van hier en daar bereikte ons de laatste tijd echter de suggestie variatie in de afmeting te brengen en toepassingen te geven van de bekende boek-formaten.Wij staan hier nu tegenover twee wensen waarbij het ons moeilijk wordt gemaakt de keus te doen. Het lijkt ons daarom het beste dat onze lezers zelf die keuze bepalen en dat wij dan de meeste stemmen laten gelden.

Waarschijnlijk wees de stemming uit dat de lezers meer variëteit wilden, want vanaf 1952 is elk werkje niet alleen typografisch en inhoudelijk verrassend, maar ook voor wat betreft formaat. Naast de apart genummerde bijzonderheden die ik hiervoor noemde, blijkt uit de overzichten ook dat veel uitgaven een losse bijlage bevatten - een antwoordkaart, boekenlegger of andere tekst. Vaak ontbreken die helaas in de Modellen die nu tweedehands verkocht worden.

Ik bezit weliswaar niet de oudste Modellen, maar wel het laatste deeltje in de reeks, nummer 157: Gesprek met Hans de Cocq, grafisch ontwerper van de NOS, uiteraard van de hand A. Nonymus. Hierin zit gelukkig wel het bijbehorende losse briefje, dat in dit geval het einde van de reeks aankondigt: 

Het Corvey 'Model' dat wij U hierbij aanbieden, moet helaas de in een lange reeks van jaren met succes verschenen uitgave besluiten. Dit Laatste 'Model' - dat door allerlei omstandigheden verlaat van de pers is gekomen - bleek vrijwel persklaar te zijn op het moment van overlijden van de geestelijke vader van deze uitgave, Joh. H. van Eikeren. Een ieder, die het 'Model' kent, weet dat dit zo zeer het persoonlijk stempel van wijlen de Heer van Eikeren heeft gedragen, dat wij zeker in zijn geest handelen door niet te trachten op andere wijze het niveau van zijn uitgave te evenaren. Het is als hommage aan de helaas zo plotseling overleden Heer Van Eikeren dat wij U zijn laatste en ook van ons laatste 'Model' uitbrengen. 

De toekomst

Ik hou ervan om series te verzamelen, en langzaam toe te werken naar compleetheid. Of dat nu de Slibreeks is of de Literaire Juweeltjes, het maakt mij niet uit. Mijn collectie uitgaven van Stichting de Roos die inmiddels bijna 200 boeken en talloze efemera telt is een kwarteeuw geleden begonnen met één aankoop (De Joodse cel, van Bordewijk, uit 1981 - De Roos 118). Met deze reeks Modellen zal ik ook nog wel even bezig blijven. Ik verwacht niet dat de vooroorlogse uitgaven makkelijk te krijgen zullen zijn, maar de naoorlogse reeks - de nummers 39 t/m 157 - zou zeker moeten lukken. Nog maar 79 van de 119 te gaan. 

Naschrift:

Lees ook de volgende bijdragen over de Corvey Modellen met meer bijzondere vondsten: deel 2 en deel 3