Posts tonen met het label Bordewijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bordewijk. Alle posts tonen

15 januari, 2026

365 - Karakter

Er zijn van die iconische boeken die iedereen met een beetje collectie wel in de kast heeft staan, maar meestal niet in eerste druk. Als je een favoriete schrijver hebt en je wilt diens werk volledig in de kast hebben staan, dan is er altijd zo'n boek waarvan de eerste druk langzamerhand onbetaalbaar wordt. Het is dan de vraag of je het er nog voor over hebt om het geld er aan uit te geven. Maar hoe langer je verzamelt en hoe meer van de overige titels van diezelfde auteur in onberispelijke staat in je kast staan, hoe waarschijnlijker het is dat je toch bereid bent diep in de buidel te tasten voor dat laatste puzzelstukje. De begeerte bouwt zich op over meerdere jaren.

Zeker als je zoals ik een collectie Nederlandse literatuur hebt, zijn dat soort titels meestal goed binnen bereik. Een kwestie van veilingen volgen, nieuwsbrieven van antiquariaten spellen, Marktplaats in de gaten houden en dan lukt het wel. Maar er zijn altijd uitzonderingen. Soms is het gewoon een kwestie van sparen en dan veel geld uitgeven. Zoals ik deed toen ik Nescio's debuut kocht en ik de kwetsbare eerste druk van Dichtertje/De Uitvreter/Titaantjes eindelijk in handen had. Destijds een dure aankoop, maar ik heb er nog geen seconde spijt van gehad en ruimt tien jaar later ben ik er nog steeds heel blij mee.

Een andere klassieker waar ik al jaren op aasde was de eerste druk van Karakter van Ferdinand Bordewijk. En dan liefste een eerste druk met het stofomslag. Al vaak heb ik er op geboden: in 2023 nog werd ik overboden bij Zwiggelaar (ik bood 300, maar het werd afgeslagen op 400) maar ik probeerde het ook al in 2011 bij Bubb Kuyper (toen bood ik heel bescheiden 160 en het werd afgeslagen op 200). Tussendoor heb ik nog een paar keer vergeefs geprobeerd dit boek te kopen. Ik bezat ondertussen wel een exemplaar van de 28e druk (de 'jubileumeditie' uit 1988 toen het boek 50 jaar werd) en een door Adriaan van Dis voorgelezen exemplaar.

Karakter is één van de hoogtepunten in de Nederlandse literatuur. Niet voor niets staat het steevast in de top 10 van 'beste Nederlandse boeken aller tijden' of vergelijkbare lijstjes. En dat was niet helemaal zoals verwacht, want in de jaren '30 had Bordewijk nog niet zo veel commercieel succes met zijn boeken. Bordewijk schreef Karakter in twee maanden in 1937, voor een deel tijdens een vakantie in Engeland. Hij had al eerder een novelle gepubliceerd onder de titel Dreverhaven en Katadreuffe, die een soort voorstudie van Karakter is. Die novelle verscheen in 1928, maar de thematiek van een confrontatie tussen een vader en zijn natuurlijke zoon bleef hem bezighouden en in zijn eigen woorden schreef hij Karakter ‘Uit een behoefte het geval verder uit te diepen, de figuur van Katadreuffe meer kracht in te gieten en meer reliëf te geven, en het geheel op breeder plan te brengen, met diverse bijfiguren’.  In de jubileumeditie die ik hiervoor aanhaalde is Dreverhaven en Katadreuffe opgenomen en het is later ook nog apart verschenen. Het is trouwens niet zo dat een eerste druk van Karakter per se schaars of kostbaar is. Regelmatig worden exemplaren zonder stofomslag aangeboden en die kan je voor minder dan 100 euro aanschaffen. Dan heb je nog steeds een fraai exemplaar in het mooie rode linnen gebonden. Maar het gaat dus om het stofomslag.

Ik was dan ook heel blij toen ik in de najaarscatalogus van Burgersdijk & Niermans opnieuw een exemplaar zag aangeboden. Door het veilinghuis bescheiden ingezet op 80 euro, maar dat had ik vaker gezien. Het exemplaar bij Zwiggelaar in 2023 werd door het veilinghuis geschat op 100-200 euro, maar ging voor het dubbele van de hoogste schatting weg. Ik bereidde mij dus voor op opnieuw een teleurstelling, maar kon dit exemplaar natuurlijk niet laten passeren zonder te bieden. Op hoop van zegen dan maar, en ik liet een ruimhartig bod achter bij het veilinghuis. Ondanks mijn lage verwachtingen zag ik tijdens de live veiling de teller stoppen op 160 euro, waarna het afgeslagen werd. het kon niet anders, of dit boek was van mij en inderdaad kreeg ik een paar dagen later een bevestiging en een factuur in de bus. 

Wat maakt nu dat zo'n exemplaar met stofomslag zo waardevol is? Ook al is dat omslag, zoals in mijn geval, licht beschadigd en zelfs enigszins amateuristisch gerepareerd? Uiteindelijk is het een kwestie van schaarste. Een stofomslag is van oudsher bedoeld als gebruiksvoorwerp en om het boek te beschermen tegen... stof dus. Niet dat een stofomslag daar zo geschikt voor is, want de bovenkant van het boek is onbeschermd. Maar het stofomslag zorgt er wel voor dat de (vaak linnen) binding vrij van vlekken en dergelijke blijft. Voor verzamelaars is het stofomslag onlosmakelijk verbonden met het moment van verschijnen van een boek; het stofomslag is een tijdbeeld en is vaak ook mooi ontworpen. Maar omdat het kwetsbaar is en vaak beschadigt omdat het die beschermende functie heeft, verdwijnen stofomslagen vaak: ze worden weggegooid, ze scheuren en uiteindelijk zijn er maar weinig over. Zeker in het geval het een eerste druk van een vroeg werk van een auteur is, dan is de oplage op zichzelf al relatief klein en de combinatie eerste druk - onbeschadigd stofomslag is dan vanzelf unieker. Een markant voorbeeld is The great Gatsby van F. Scott Fitzgerald. Die eerste druk heeft een iconische afbeelding op het stofomslag. Een exemplaar met stofomslag heeft een waarde van een (paar) ton. Bij het schrijven van dit stukje zag ik een exemplaar van de eerste druk, met stofomslag en een fraaie opdracht van Scott Fitzgerald te koop voor 975.000 dollar... Een identiek exemplaar zonder stofomslag (en ongesigneerd) is nog steeds duur (circa 10.000 euro) maar het stofomslag maakt een exemplaar dus ruim tien keer zo waardevol. Bij Biblio.com vind je een korte introductie over stofomslagen. Perkamentus heeft ooit een mooi bericht geschreven over een Nederlands voorbeeld, Het Achterhuis, waarbij het zeer kwetsbare stofomslag veel waarde toevoegt aan een exemplaar. Perkamentus vergeleek de omslagen en buikbandjes van de eerste, tweede en derde druk van dit boek en vond een aantal interessante verschillen. 


Het stofomslag van Karakter oogt een beetje saai, het is qua opmaak identiek aan het linnen, maar dan in een andere kleur: lichtgrijs papier met rode letters, in plaats van het in het oog springende rood met zwarte letters. Op de voorflap staat een samenvatting van het boek, de achterflap maakt reclame voor andere uitgaven uit het fonds van Nijgh & Van Ditmar, zoals Roelants, Slauerhoff en Vestdijk. 

Ik heb geprobeerd te achterhalen wie de ontwerper was, maar daar is geen informatie over. Uiteindelijk vond ik een artikel van Eric van den Berg in de Volkskrant in 2016, waarin het gaat om de verschijning van het luisterboek van Karakter, voorgelezen door Adriaan van Dis. In dat artikel beantwoordt Robert Gaarlandt, voorzitter van het Bordewijk-genootschap, dit op de vraag naar de ontwerper: 
Niemand die het weet. Het is ook niet meer na te gaan, want het archief van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar is bij het bombardement van Rotterdam in de meidagen van 1940 verloren gegaan. 


En als Robert Gaarlandt het zegt, hoeven we verder niet meer te twijfelen. Grappig is wel dat het in dit artikel dus ging over het kenmerkende omslag van Karakter dat ook te zien is bij het luisterboek. Maar het stofomslag is zo onbekend, dat kennelijk alleen het rode omslag wordt gezien als authentiek. In het artikel staat:
De recente luisterboekversie  voegt daar geen nieuwe variant aan toe. Ontwerper Nico Richter besloot dezelfde kleur en dezelfde met de hand getekende letters te gebruiken als op de eerste druk, 'Terug naar de bron, want dat blijft een bijzonder sterk ontwerp'.
Toch had het luisterboek dan eerder een grijze kleur moeten hebben dan een rode kleur. Karakter heeft talloze verschillende omslagen gehad, toch is die rode omslag nog een aantal keer gebruikt. De 8e druk van het boek uit 1948 had hetzelfde omslag en ook de uitgave van de Nederlandse Boekenclub uit 1968 werd in rood uitgegeven, zij het met iets andere letters die ook onderaan het omslag stonden. 

Ik kan in elk geval weer een boek van mijn wensenlijstje afstrepen. Ik zet het in de kast naast de jubileumeditie en het luisterboek, die ik beide ook zal bewaren. Want een verzamelaar heeft zelden genoeg aan één exemplaar van een geliefd boek.



05 december, 2024

355 - 20 boeken die indruk maakten

Ik was nooit zo actief op social media, anders dan dat ik verschillende mensen of organisaties volgde en het gebruikte als informatieleverancier. Vooral op X had ik heel weinig interactie, ik volgde daar interessante boekenmensen en opiniemakers voor mijn dagelijkse dosis tips en ideeën over boeken, literatuur en voor mij relevante politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Maar omdat mijn tijdlijn meer en meer werd gevuld met de drek die in toenemende mate X bevuilt, voerde ik daar weinig echte gesprekken. Andere social media zijn nog minder interessant voor mij, instagram biedt weinig content en facebook is al een tijdje dood - behalve de bijdragen van de Stichting Desiderata en aangesloten leden.

Sinds kort ben ik echter overgestapt naar Bluesky, het alternatief voor X, en tot op heden bevalt mij dat prima. Veel meer mensen uit mijn netwerk waren al eerder overgestapt en waren enthousiast over het normale gesprek dat daar kan worden gevoerd en de interessante contacten die zij hebben. Er zitten actievere moderatoren bij Bluesky dan bij X en het blokkeren van drek is er effectiever, zo lijkt het. En ik moet zeggen: het bevalt mij er ook steeds beter. Ik heb zin om met mensen te communiceren en op berichten te reageren omdat je een normale inhoudelijke reactie krijgt, iets wat je op X weinig meer ziet. Kortom, voor wie ook overstapt: volg mij op @rolandbron.bsky.social.

Veel boekenliefhebbers op Bluesky posten een serie berichten waarin zij boeken laten zien die voor hen van betekenis zijn geweest, die hen zijn bijgebleven of om wat voor reden dan ook belangrijk zijn geweest, onder de titel #bookchallenge. De bedoeling is dat je alleen omslagen post, zonder verder toelichting, uitleg of bespreking. De boeken moeten voor zich spreken.

Ik vond het een mooie uitdaging en heb daarom ook (niet al te lang) nagedacht over de 20 boeken die ik zou willen laten zien. Ik kwam uit op een serie boeken die om verschillende redenen betekenisvol voor mij is geweest. Bijvoorbeeld omdat zij mij op een bepaald lees-spoor hebben gezet, omdat ze een verzamelbehoefte aanwakkerden, omdat ze mij iets geleerd hebben. In elk geval boeken die een bepaald punt hebben gemarkeerd. Het is een combinatie geworden van (vooral) fictie en een enkel boek over boeken. Hieronder volgt de lijst van de 20 door mij geposte omslagen, en anders dan op Bluesky kan ik hier gelukkig wel een toelichting geven.

 Toelichting

De toelichting op deze keuze is als volgt - en ik zal het proberen per boek kort te houden. In de tekst staan links naar oudere blogberichten over het boek of de auteur. Sommige dateren al van 20 jaar geleden; zo lang reizen deze boeken al met mij mee. Van veel van de titels heb ik geprobeerd eerste drukken te verzamelen, luxe edities of anderszins mooie uitgaven. Vaak is dat gelukt, soms niet: 

  1. Karakter door F. Bordewijk. Ik denk dat Bordewijk één van de eerste schrijvers was die mij raakte als tiener. Via de verplichte leeslijst op school kwam ik op Bint - lekker dun en dat was een belangrijk criterium. Ik raakte onder de indruk van zijn schrijfstijl, de nieuwe zakelijkheid, en thematiek en toen ik Karakter las was het voor het eerst dat ik dacht: dit is een grootse roman van een groot auteur. Vanaf dat moment ben ik Bordewijk gaan verzamelen, en lezers van dit blog zien met enige regelmaat nog mijn aanwinsten op dit vlak. De zoektocht naar een eerste druk mét stofomslag gaat onverminderd voort.
  2. Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes door Nescio. Nescio las ik voor het eerst in mijn studententijd, ik weet niet meer hoe ik er op kwam. Maar ik weet nog dat ik voor het eerst deze bundeling verhalen las en betoverd werd door de stijl van Nescio. Dit is het eerste boek waar ik citaten van uit mijn hoofd leerde en die ik eindeloos kan herlezen zonder dat het mij ooit verveelt. Ook van Nescio heb ik een uitgebreide collectie en lezers van dit blog weten hoe blij ik was toen ik eindelijk de hand kon leggen op een eerste druk van deze klassieker.
  3. The circle door Dave Eggers. Ik probeer Engelstalige boeken ook altijd in het Engels te lezen, ik hou ervan om de originele tekst van een boek te lezen. Zo ook de boeken van Eggers, één van mijn favoriete hedendaagse auteurs. The circle is een meeslepend boek dat mij liet zien hoe realistisch het is dat een samenleving wordt bedreigd door een immer uitdijend parallel social-media-universum, waar waarheid er niet meer toe doet en individualiteit niet meer bestaat. En het erge is dat het allemaal zo voorstelbaar is wat Eggers schrijft... Het was relatief eenvoudig hier een eerste druk van te vinden.
  4. A gentle madness door Nicholas Basbanes. Basbanes ontleedt de ziel van de bibliofiel in al zijn aspecten, en ook in historisch perspectief. Als beginnend verzamelaar voelde ik mij zó begrepen toen ik dit boek los. En ook het besef dat er meerderen waren die besmet waren met dat rare virus van bibliofilie. Dit boek stond ook aan het begin van mijn collectie boeken over boeken en verzamelaars. In New York kocht ik later een gesigneerd exemplaar.
  5. In Babylon door Marcel Möring. Een verpletterende roman van Möring die bij mij de naam vestigde van hem als groot verhalenverteller. Een mooi en toegankelijk boek die een familiegeschiedenis, cultuurgeschiedenis en een spannende roman in één is. Na het lezen van dit boek moest ik natuurlijk ook de collectie Möring compleet en in eerste druk...
  6. De boekendief door Markus Zusak. Eén van de weinige boeken waar ik op latere leeftijd nog om gehuild heb (nadat ik in mijn kindertijd Alleen op de wereld nooit droog kon lezen). Adembenemend en gruwelijk verhaal vanuit het perspectief van de dood. Hiervan heb ik een doodgewone paperback staan.
  7. De tuin van de Finzi-contini's door Giorgio Bassani. Wederom een roman rond het thema oorlog. Wat mij in dit boek schokte was dat ik voor het eerst besefte dat de kwaadaardigheid van de mens en de gruwelijkheid van de oorlog volkomen willekeurig slachtoffers maakt. Ik kon mij in die zin identificeren met de Finzi-Contini's dat ik als student het besef kreeg "maar dat had ik kunnen zijn". In een andere context, want ik ben niet Joods, maar desondanks: niemand is veilig voor het kwaad. Dat kwam hard binnen bij dit boek. Ik legde later de hand op een genummerde uitgave van het verzameld werk van Bassani in het Nederlands.
  8. De vier maaltijden door Meir Shalev. Het lezen van Shalev begon met Een Russische roman maar deze is wellicht zijn mooiste. Een verhaal als een symfonie, prachtig geschreven in de mooie zinnen van Shalev (vertaald door Ruben Verhasselt). En ja, ook na dit boek was er nog maar één keuze: alles van Shalev in de kast. En alles intussen gesigneerd.
  9. The mayor of Casterbridge door Thomas Hardy. Gekozen voor de Engelse leeslijst op school maar op dat moment ontdekte ik de voor mij toen nog onbekende Hardy. Gevraagd door de docente Engels naar dit boek zei ik simpelweg: 'Dit is het beste boek dat ik ooit gelezen heb'. Doordat de docente Engels hetzelfde vond, leverde dat ook een hoog cijfer op mijn mondeling op. Maar ik loog niet: dit boek staat nog steeds hoog in mijn favorietenlijst. Ik heb hiervan een simpele Penguin staan.
  10. De verloofden door Alessandro Manzoni. Ik las het aan de oevers van het Gardameer in het kader van mijn vaste project 'lezen op locatie'. Ik was benieuwd naar dit boek wat zo klassiek is in Italië (de eerste moderne Italiaanse roman) en belangrijk was voor de Italiaanse taal als geheel. De beschrijvingen van de invloed van een pestepidemie op het leven van gewone burgers vond ik aangrijpend. Net zoals oorlog willekeurig slachtoffers maakt (zie onder 7), doet de pest dat ook. En de beschrijvingen van Manzoni over de ontwrichting van de samenleving zijn intens maar prachtig. Ik heb de versie die verschenen is in de Gouden Reeks.
  11. Het leven en de opvattingen van de heer Tristram Shandy door Laurence Sterne. Opgepakt op basis van tips van anderen en ik was verbijsterd na het lezen van dit boek: zoiets idioots en tegelijkertijd briljants had ik nog nooit gelezen. Toen ik het uit had, had ik het gevoel dat het volmaakte boek geschreven was. Ik las het in de vertaalde Athenaeum-Polak & Van Gennep-uitgave, die verscheen in een oplage van 4000.
  12. Opperlandse Taal- en Letterkunde door Battus. Eén van de alter ego's van Hugo Brandt Corstius maakte het plezier in taal opnieuw in mij wakker. Wat Battus doet kan helemaal niet, 'Opperlands is de Nederlandse taal op vakantie', zei hij ooit. Maar wat een mooie vondsten en in het boek zie je al de analytische kracht van hem terug, die hij in zijn genadeloze polemieken weer op een andere manier gebruikte. En dus staat de complete Brandt Corstius met alle pseudoniemen in mijn kast. Uiteraard ook de gebonden eerste druk van deze.
  13. De naam van de roos door Umberto Eco. Voor een bibliofiel is het lezen over een brand waarbij een bibliotheek met allerlei klassieke incunabelen in vlammen opgaat onverdraaglijk. Het was mijn eerste kennismaking met Eco. Daarna heb ik mij door De slinger van Foucault heengeworsteld en andere vuistdikke romans van zijn hand. Maar De naam van de roos is het meest dierbaar gebleven, al heb ik hiervan slechts een reguliere paperback. 
  14. Eerst grijs, dan wit, dan blauw door Margriet de Moor. Gelezen omdat het de AKO-literatuurprijs won en direct gegrepen door de schrijfstijl van De Moor. Schitterende taal en zinsbouw, een mysterieuze manier van schrijven en een unieke stem in de literatuur. Geen enkel boek van De Moor heeft mij daarna ooit teleurgesteld. Van deze heb ik de toch wat schaarse gebonden eerste druk.
  15. De kathedraal van de zee door Ildefonso Falcones. Gelezen omdat ik naar Barcelona ging en wilde 'lezen op locatie' (zie ook 10.). Indrukwekkende geschiedenis over de bouw van de kathedraal Santa Maria del Mar. En om dan na het lezen van dit boek en ondergedompeld te zijn in het Barcelona van de middeleeuwen daadwerkelijk in de kathedraal te staan en de hoofdpersonen van de roman als het ware te horen fluisteren in de zuilengang is onvergetelijk. Later kocht ik een mooie gebonden Engelse vertaling.
  16. De belofte door Chaim Potok. Opgepikt tijdens een boekenverkoop tijdens de jaarlijkse Uitmarkt in Amsterdam, waar uitgevers restanten en beschadigde exemplaren verkochten. De belofte was mijn eerste kennismaking met Potok en ik was getroffen door hoe hij een voor mij onbekende wereld beschreef, de chassidische joden in New York, en hoe hij een thema zoals de confrontatie tussen een behoudend, religieus/sektarisch waardensysteem en een cultuur die openstaat voor modernere invloeden beschrijft. Zo'n thema geldt voor alle geloven/waardesystemen en daarom is Potok mij dierbaar. En staat de complete Potok in mijn kast, ook van deze de eerste Nederlandse druk.
  17. Odyssee door Homerus. Ik heb veel klassieken gelezen omdat ik vond dat dit onderdeel moest zijn van mijn lees curriculum. Niet alle boeken die nu nog als klassiek gelden overleven de tijd, soms is het hard werken om er doorheen te komen. Maar de Odyssee is simpelweg briljant en ik kan sindsdien niet meer naar een opkomende zon kijken zonder bij mijzelf te denken aan de 'rozevingerige dageraad'. Ik heb een mooie editie uit de Baskerville-reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep.
  18. De stad der blinden door Jose Saramago. Schitterende beschrijving van hoe een noodsituatie een samenleving lam legt en hoe een overheid daar op reageert. Maar ook: hoe dit bij sommige mensen het kwaad naar voren brengt zodat zij gaan profiteren van andere slachtoffers. Genoeg parallellen met de situatie tijdens covid in elk geval. Geen bijzondere editie van dit boek.
  19. Bouvard en Pecuchet door Gustave Flaubert. Misschien lag de keuze voor Madame Bovary meer voor de hand en dat is ook een meesterlijk boek. Maar wat heb ik genoten van Bouvard en Pecuchet en ook het Woordenboek van pasklare ideeën dat er achter zat. De onbarmhartigheid waarmee Flaubert zijn hoofdpersonen neerzet, hun domheid en ijdelheid etaleert en ook hoe hij kritiek geeft op bepaalde vormen van wetenschap vond ik prachtig. En het Woordenboek hilarisch. Helaas heeft Flaubert het boek niet kunnen voltooien, hij overleed nog voor het af was. Ik heb de mooie gebonden uitgave, verschenen bij De Arbeiderspers, vertaald door Edu Borger.
  20. Joe Speedboot door Tommy Wieringa. De grote doorbraak van Wieringa en weer zo'n boek dat mij verraste en ook meteen overtuigde dat ik te maken had met een groot schrijver die ik dringend moest gaan volgen. Wat een boek vol energie is dit en hoe mooi geschreven. Terecht ook als actieboek benoemd voor Nederland Leest 2024. Ook Wieringa is iemand die prachtig schrijft, scherp inzicht heeft in menselijke overwegingen en de hypocrisie in welluidende zinnen blootlegt. Heerlijk om te lezen en te herlezen. Uiteraard hiervan de 1e druk, intussen gesigneerd.

Zo'n lijst van 20 is natuurlijk veel te kort. Ik heb zoveel boeken niet genoemd die wellicht ook een plekje hadden moeten krijgen. Het was makkelijker geweest als ik mij had beperkt tot één genre, zoals 'Nederlandse literatuur' of 'Boeken over boeken' of 'naoorloogse romans', en dan had ik ook met gemak 20 boeken per categorie kunnen kiezen. Het is een beetje alsof je moet stemmen voor de top 2000 en je het op een gegeven moment niet meer weet wat je moet kezen. Want hier hadden ook titels van Adriaan van Dis, Dostojewski, Gogol, Tolstoj, Dickens, Pfeijffer, Büch, Mulisch en wie al niet meer op gekund en gemoeten. Maar ja...

30 september, 2022

336 - Bibliofiele Bordewijk-uitgaven

Ferdinand Bordewijk (1884-1965) is een schrijver van een breed oeuvre waarbinnen zich niet bijster veel bibliofiele uitgaven bevinden die tijdens zijn leven zijn verschenen. Hij beschouwde zijn schrijverschap  als zijn secundaire beroep: “Ik ben eerst advocaat, dan schrijver”. Wellicht dat dit effect had op het beperkte aantal bijzondere uitgaven van zijn werk. Toch is er in de loop van de jaren - postuum - genoeg verschenen om er een aanzienlijke stapel van te maken. Recent heb ik weer een mooi bibliofiel exemplaar gekocht en dat is een goede gelegenheid om een aantal van deze uitgaven op een rijtje te zetten. Ik doe dat overigens niet chronologisch, maar in een willekeurige, maar wel geordende, volgorde die geen diepere betekenis heeft dan dat ik ze op deze manier uit de kast heb gehaald.

Allereerst is natuurlijk de vraag: wat is eigenlijk een bibliofiele uitgave en wanneer mag je een uitgave als bibliofiel beschouwen? Niet elk schaars werkje is meteen bibliofiel (al wordt dat wel vaak gezegd) en niet elk bibliofiel werk is schaars. Er zijn verschillende definities van bibliofiele werken, maar ik leen van Perkamentus een citaat uit een werk van Aat Vervoorn, met de toepasselijke titel Een bibliofiel boekje. Aat hanteert de volgende definitie:

een uitgave die op grond van typografische verzorging en/of boekband bijzondere waarde heeft voor boekenverzamelaars; vaak in beperkte oplage, al dan niet genummerd

In dit overzicht probeer ik zo dicht mogelijk bij die definitie van bibliofiele uitgaven te blijven. Een werk dat hier wat mij betreft dus buitenvalt, is Paarlen avond, een facsimile uitgave van een manuscript van Bordewijk, uitgegeven door de Haagse Kunstkring in 1978. In een oplage van 1000 verschenen en niet in de handel, dus je zou het bibliofiel kunnen noemen. Maar het is niet een uitgave waar heel veel bijzondere zorg aan is gegeven qua typografie of band: het is een gewone paperback op A4-formaat, maar niet meer dan dat. Desondanks blijft deze uitgave tot op de dag van vandaag inspireren. Ik focus hieronder echter vooral op de bijzondere uitgaven in mijn bibliotheek die duidelijk als bibliofiel mogen worden gekenmerkt.

Naast de verspreide bibliofiele uitgaven van verschillende drukkers en uitgevers, bestaan er ook nog de uitgaven die de laatste jaren zijn verschenen bij het Bordewijk-genootschap. Dit genootschap ijvert voor het vergroten van de belangstelling voor het werk van Bordewijk (en zijn vrouw, de componiste Johanna Bordewijk-Roepman). Voor de leden van het genootschap verschijnen geregeld publicaties die als bibliofiel mogen worden beschouwd gelet op de beperkte oplage, de zorgvuldige productie en de exclusieve verspreiding. Maar aangezien ik geen lid ben van het genootschap bezit ik die uitgaven niet. Wel bezit ik enkele aan het genootschap gerelateerde uitgaven, zoals hieronder blijkt. Waarschijnlijk zal ik de genootschap-uitgaven in de toekomst wel bezitten, want ze verschijnen vast een keer op een veiling en dan sla ik toe. Ik zal in deze blog tegen die tijd een aanvulling opnemen om van dit heugelijke feit verslag te doen. Maar in onderstaand overzicht ontbreken deze uitgaven nu nog.

Nieuwste aankoop: Bloesemtak (1991)

Laat ik beginnen met het voorstellen van mijn jongste aanschaf, de bibliofiele uitgave van Bloesemtak uit 2002. Dit exemplaar werd uitgegeven door De Distelkamp & Arethusa Pers, als 162e uitgave van deze pers. De oplage bedraagt 125 exemplaren, waarvan 115 Arabisch genummerd (ik heb nummer 79). Het boek is gebonden in half marokijnleer met batikpapier voor de platten, en voorzien van zijden kapitalen. Het boek bevat vijf etsen, vervaardigd en gedrukt door Wim van der Meij. Het zetwerk (lood), het drukwerk en het bindwerk is vervaardigd door Geert van Daal in zijn Atelier De Distelkamp.

Naast dat ik Bloesemtak een van de mooiste romans van Bordewijk vind, is dit in alle opzichten een prachtige uitgave. Een robuust boek, met veel liefde gemaakt en met schitterende details. Het stond al een hele tijd op mijn verlanglijstje en toen het recent bij Catawiki werd aangeboden sloeg ik toe. Vervolgens bleek ik het rechtstreeks van Geert van Daal te hebben gekocht, wat deze aankoop alleen nog maar meer bijzonder maakt.


Verschenen tijdens het leven van Bordewijk

Zoals ik hierboven al aangaf is het aantal bibliofiele uitgaven van Bordewijk niet heel groot, en de meeste daarvan zijn na zijn dood verschenen. Maar enkele bijzondere uitgaven verschenen nog tijdens zijn leven, veelal als luxe uitgaven die naast handelsedities verschenen. Er is echter een uitzondering, en dit is direct misschien wel een van de meest zeldzame Bordewijk-uitgaven. Het is de aparte uitgave van het verhaal Mijnheer Pem heeft een droom uit de bundel Tien verhalen.

Mijnheer Pem heeft een droom

Ik leerde voor het eerste over het bestaan van dit boek via Reinder Storm, tijdens een Bordewijk-symposium in de Koninklijke Bibliotheek. Hij vertelde hoe hij als een detective het spoor volgde van deze uitgave om deze uiteindelijk bij de maker zelf te vinden en uiteindelijk toe te voegen aan de KB-collectie. Ik schreef er destijds een blog over, waarbij ik hetzelfde spoor als Storm volgde naar de oorspronkelijke maker van het boekje, Harry Tuinhof in Wormerveer. Voor mij een makkie, omdat Storm de wegwijzers al had neergezet. De conclusie van toen was echter dat het boekje veel te duur voor mij was en ik heb het daarom niet gekocht. Maar tot mijn grote vreugde werd een exemplaar binnen een jaar aangeboden op Marktplaats, en van daar af was het nog maar één stap naar mijn bibliotheek. Sindsdien heb ik trouwens nooit meer een exemplaar ergens aangeboden gezien.

Mijnheer Pem heeft een droom is door Harry Tuinhof gemaakt bij wijze van proef voor zijn grafische opleiding. Het boekje is nooit bedoeld geweest voor publicatie en onbekend is hoeveel exemplaren er van zijn, maar het zullen er niet veel zijn.

 

Het is trouwens niet zo dat
Mijnheer Pem heeft een droom de heilige graal van een Bordewijk-collectie is. Dat is zonder twijfel de bundel Paddestoelen uit 1916, het debuut van Bordewijk dat verscheen onder het pseudoniem Ton Ven. Ik ken één particulier die dit bundeltje heeft, en dat is Robert Gaarlandt - de meest bekende Bordewijkverzamelaar en tevens oprichter van het Bordewijk-genootschap. Hij heeft zijn collectie zelf beschreven in een mooie catalogus ter gelegenheid van een tentoonstelling van Bordewijk-uitgaven in 2007 in de Pieterskerk in Leiden. Ik heb het dichtbundeltje in zijn collectie mogen zien en het is een bijzondere ervaring om dat mee te maken. Overigens heb ik al eerder geschreven dat de collectie van Gaarlandt elke aspirant Bordewijk-verzamelaar wanhopig maakt: de man heeft alles, van alles het mooiste en ook nog verschillende unica die per definitie onverkrijgbaar zijn (zoals het auteursexemplaar van Karakter). Maar voor wie over de schok van de Gaarlandt-collectie heen is, zoals ik, is er nog heel wat aardigs te verzamelen. Als je maar niet de illusie hebt dat je ooit compleet bent, of in de buurt komt van wat Gaarlandt bezit.

Een uitgave van Bordewijk die uiteindelijk misschien nog wel zeldzamer is dan Paddestoelen (d.w.z. de uitgave uit 1916, want in 1961 verscheen Paddestoelen opnieuw, alleen met een andere inhoud) is de uitgave Marion Quinn uit 1924. Na lezing van een eerste versie van dit blog merkte Reinder Storm op dat ik deze titel was vergeten te noemen. Dat had ik in eerste instantie bewust gedaan, vanwege het volstrekt unieke karakter (en daarmee de onbereikbaarheid) van dit werk. Dit is uiteindelijk toch een blog die over mijn boekencollectie gaat en ik schat in dat het al moeilijk wordt om ooit aan een exemplaar van Paddestoelen (1916) te komen. Maar een exemplaar van een boek waar er maar één van bestaat wordt wel heel lastig… Maar de suggestie van Storm is terecht: dit boek hoort toch in dit overzicht thuis.
Tijdens de bijeenkomst waar ik hoorde over het bestaan van Meneer Pem heeft een droom hoorde ik dus ook over de merkwaardige uitgave Marion Quinn. Het verhaal hierover verscheen ook in De Parelduiker. Deze uitgave werd in 1984 geschonken door een particulier aan het Letterkundig Museum en kwam later bij de KB terecht. Maar de titel werd in geen catalogus, fondsoverzicht, literatuurlijst of wat dan ook genoemd. Wat was dit voor uitgave? Naspeuringen wezen uit dat dit verhaal het eerste was in Bordewijk’s derde bundel Fantastische vertellingen uit 1924 en dat hier waarschijnlijk een “titeluitgave” van was gemaakt: losgesneden uit de bundel, titelpagina ervoor, bandje erom en klaar is de nieuwe uitgave. Dat kon met dit verhaal omdat het vooraan de bundel stond, dan begint de paginanummering ook logisch bij 1. Met het tweede verhaal gaat het niet meer, omdat je dan een boekje maakt met een paginanummering die begint ergens bij 138. Desondanks resteren nog genoeg vragen. Waarom is dit gedaan? Welke rol speelde Bordewijk zelf hierbij? Hoeveel exemplaren van Marion Quinn zijn er gemaakt en hebben de tijd overleefd? Titeluitgaven worden namelijk meestal van restanten van de oplage gemaakt, de oplage van deze derde bundel was 600. Hoeveel daarvan bleven onverkocht en werden versneden?  In welk jaar is dat eigenlijk gebeurd (ook omdat bekend is dat in 1941 de onverkochte exemplaren van de tweede en derde bundel Fantastische Vertellingen naar Nijgh en Van Ditmar gingen)? Wat is er met de andere twee verhalen gebeurd? Zwerft ergens in een tweedehandsboekwinkel in Nederland in een duister hoekje nog een exemplaar van Marion Quinn rond? Bestaat de kans dat een tweede exemplaar ooit de weg vindt naar mijn bibliotheek?

Twee Bezige Bij-uitgaven

In en net na de oorlog verschenen twee uitgaven bij De Bezige Bij, waarover ik twijfelde of ik ze bibliofiel kan noemen, maar die ik toch in dit rijtje opneem: ik kan afvinken dat ze in beperkte oplage en genummerd verschenen en een verzamelwaarde hebben. De uitgaven zijn ook bijzonder qua boekband, dus ze komen door de selectie. Bovendien waren de series waar ze in verschenen door De Bezige Bij bedoeld als bibliofiele reeks.

In 1944 verscheen de uitgave Verbrande erven in beperkte oplage illegaal onder het pseudoniem Emile Mandeau in de serie Quosque Tandem (ik heb nummer 69 van 525 exemplaren). Dit verhaal werd later opgenomen in de bundel Bij gaslicht. De Bezige Bij startte in 1943 met de reeks Quousque Tandem, met als logo de letters QT. De boekverzorging was in handen van binderij Danner uit Utrecht. Papier werd geleverd door Van Gelder papiergroothandel. De QT-reeks bepaalde het gezicht van de Bezige Bij tijdens de oorlog. De serie bestond uit vijftien mooie, kostbare boekjes waar de mensen nogal wat geld voor over hadden omdat ze anders toch weinig met hun geld konden doen. Op initiatief van het Bordewijk-genootschap is van deze publicatie in 2016 een fotografische herdruk verschenen bij het Fonds Historische Publicaties in Schiedam (het verhaal speelt immers volledig in Schiedam). Ook deze heruitgave verscheen in een oplage van 525.

Na de oorlog startte De Bezige Bij met tweede bibliofiele serie, dit keer onder de naam Tandem Aliquando. In de aanbiedingsfolder van De Bezige Bij van eind 1945 staat: 

Quousque Tandem, Hoe lang nog, in oorlogstijd door ons uitgegeven, thans gevolgd door Tandem Aliquando, Eindelijk dan toch, in vrijheid. De reeks staat onder redactie van Anton van Duinkerken en Halbo C. Kool. In deze serie zal werk verschijnen van bekende Nederlandsche auteurs.


Wim Schouten beschrijft in zijn herinneringen in Een vak vol boeken hoe deze tweede serie geen succes werd, daarvoor was het teveel een allegaartje van verschillende uitgaven. Uiteindelijk verschenen slechts enkele uitgaven in de reeks, waaronder in 1946 Veuve Vesuvius. Deze uitgave werd geïllustreerd door Fiep Westendorp. Ook dit keer bestond de oplage uit 525 exemplaren (waarvan nummer 323 bij mij staat). Veuve Vesuvius werd later nog een keer door de Bezige Bij heruitgegeven als kleine pocket. 

Luxe uitgaven

Van verschillende reguliere Bordewijk-uitgaven zijn bij het verschijnen tegelijkertijd luxe-uitgaven verschenen. Gelet op de bijzondere zorg die er aan deze uitgaven is besteed en de beperkte oplage beschouw ik ze als bibliofiel. Hiervan bezit ik er drie:

Haagse mijmeringen - dit bundeltje is sowieso al een enigszins speciale uitgave. Het verscheen namelijk in 1954 ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de ‘s-Gravenhaagsche Boekhandelaren Vereniging. De oplage was echter vrij groot: 12.500 exemplaren volgens het colofon. Dit boekje is dan ook verre van zeldzaam en wordt tot op de dag van vandaag in menige uitverkoopbak van antiquariaten neergezet. Het is een eenvoudige paperback op klein formaat. Maar naast de handelsuitgave verschenen er ook nog 150 luxe exemplaren, gebonden met stofomslag en op beter papier. Ik heb een van die 150 exemplaren, die ook nog eens gesigneerd is door Bordewijk - iets wat sowieso niet zo vaak gebeurt. Ik kocht mijn exemplaar in 2012 bij Bubb Kuyper.

Tien verhalen - Ook voor de bundel Tien verhalen geldt dat het in de basis al een niet-reguliere uitgave was, maar ook verre van zeldzaam. Deze bundel werd in 1956 uitgegeven door Elseviers Weekblad in een onbekende oplage, als vrij goedkope paperback. Je kunt geen kringloopwinkel voorbijlopen of er staat een exemplaar (of van een van de andere door Elseviers Weekblad goedkoop uitgegeven boeken zoals Schuim en asch van Slauerhoff of Voorbijgangers van Top Naeff). Maar naast de reguliere uitgave verscheen ook hiervan een  luxe uitgave, in steviger omslag en genummerd. Van de honderd exemplaren heb ik nummer 55.

Vertellingen van generzijds - De laatste luxe uitgave die ik heb, verscheen in 1950. De bundel Vertellingen van generzijds is weliswaar een luxe editie, maar niet eentje die tegelijkertijd met een handelseditie verscheen. De uitgave van 1950 is zeker bibliofiel te noemen: gedrukt op fraai papier, voorzien van een papieren omslag en met een kartonnen foedraal (die meestal ontbreekt vanwege de kwetsbaarheid), in een oplage van 350 genummerde exemplaren (waarvan ik nummer 29 heb). De handelseditie van deze bundel verscheen 11 jaar later, in 1961. Het is mij niet duidelijk waarom de verschijning van de bundel in 1950 is beperkt tot 350 exemplaren en de handelseditie pas 11 jaar later verscheen. Het colofon geeft er geen uitsluitsel over en wat speurwerk in de bibliografie van Bordewijk bracht mij ook niet dichter bij het antwoord. Ik zie in Delpher wel verschillende recensies van de bundel alsof het een regulier verschenen werk is, dus niet bij bijzondere gelegenheid. Waarom zou Bordewijk deze toch redelijk exclusieve uitgave zo hebben laten verschijnen?

(‘t Ongure) Huissens

Er zijn literaire werken die vaker dan andere worden uitgegeven. Dit geldt voor meer schrijvers: er zijn verhalen die steeds in allerlei verschillende uitgaven terugkomen. Voor Bordewijk geldt dit voor het verhaal Huissens. Dit verhaal verscheen voor het eerst in september 1935 als novelle in de reeks van De Vrije Bladen, toen nog met de titel ‘T Ongure Huissens. Vervolgens werd het opgenomen in de verhalenbundel De wingerdrank uit 1937. In die bundel staat trouwens ook het verhaal IJzeren Agaven, dat eveneens in de reeks De Vrije Bladen werd uitgegeven, en het verhaal Keizerrijk dat ook al later apart is uitgeven. De wingerdrank is echt een bundel met ‘greatest hits’, zou je kunnen zeggen. Maar Huissens spant de kroon qua aparte uitgaven.

In 1965 verscheen Huissens als aparte uitgave bij Stichting de Roos. Het werd een bijna vierkant boek, in linnen gebonden. Deze uitgave werd geïllustreerd door Mart Kempers en de typografie was van H.P. Doebele. Zoals altijd verscheen deze in een oplage van 175 genummerde exemplaren. Uit de catalogus van Fokas Holthuis leen ik de opmerking dat Bordewijk zelf uiterst tevreden was over deze uitgave, blijkens een knipsel uit het Nieuwsblad voor de Boekhandel van 25 maart 1965: “Voor de illustraties door Mart Kempers weet ik maar één kwalificatie: geniaal”.

In 1982 verscheen postuum wederom een bibliofiele uitgave van het verhaal, ditmaal bij Nijgh en Van Ditmar. Tegelijkertijd met een handelseditie van 3000 exemplaren verscheen een bibliofiele editie in een oplage van 200. Deze was genummerd (ik heb nummer XX) en gesigneerd door illustrator Kurt Löb. 

De Roos-uitgaven

Verschillende bibliofiele uitgaven van Bordewijk verschenen bij Stichting de Roos. Ik noemde hierboven al Huissens, maar dat is niet de enige aan Bordewijk gerelateerde uitgave. In 1981 verscheen De Joodse cel, eerder verschenen in de tweede bundel Fantastische vertellingen in 1923. Bij Stichting de Roos verscheen het verhaal separaat, geïllustreerd door Karin Bouthoorn. Ook dit keer was de typografie in handen van H.P. Doebele. De “cel” in de titel staat overigens niet voor een gevangenis, maar voor een muziekinstrument.

Naast de twee aparte Bordewijk-uitgaven van de Roos speelde Bordewijk eerst nog een rol bij de uitgave Gaspard la nuit, van Aloysius Bertrand. Deze verscheen in 1956 bij De Roos, 9 jaar voordat Huissens een Roos-uitgave werd. Bordewijk schreef voor Gaspard la nuit een (Franstalige) inleiding. Het is niet zo vreemd dat Bordewijk hiervoor was gevraagd, want de bundel van Bertrand was ook voor hem een belangrijke inspiratiebron. In Bordewijk's uitgave De korenharp, nieuwe reeks uit 1951 had hij al vertalingen van 15 gedichten uit de bundel van Bertrand opgenomen. Hoewel dit wel degelijk een bibliofiele uitgave is, is het wat mij geen bibliofiele Bordewijk-uitgave. Daarvoor speelt Bordewijk hier een te secundaire rol. Desondanks mag het boek in geen enkele Bordewijk-collectie ontbreken.

Wat wel als bibliofiele Bordewijk-uitgave mag gelden is De Roos & Ferdinand Bordewijk, een jaarwisselingsgeschenk voor leden van De Roos voor 2017. Dit is de bewerkte tekst die Rickey Tax, hoofd collecties van het museum Meermanno Westreenianum, uitsprak tijdens een Literaire Brunch in de Koninklijke Schouwburg in december 2015. In vogelvlucht wordt de relatie tussen Bordewijk en Stichting de Roos / Chris Leeflang beschreven, in het bijzonder als het gaat om de drie uitgaven die ik hiervoor noemde. Tax citeert volop uit de briefwisseling tussen Leeflang en Bordewijk, maar ook met de betrokken uitgevers (waaruit blijkt dat over de publicatie van De Joodse cel nog een behoorlijk gedoe ontstond met De Bezige Bij en de erven Bordewijk).

Een laatste verbinding tussen De Roos en Bordewijk vinden we in De Roos-uitgave De drempelschroom verdrijven - Literaire activiteiten in de jaren 1932-1973 bij boekhandel Broese onder Chris Leeflang. Hierin is aandacht voor onder meer lezingen die auteurs als Bordewijk, Hella Haasse, Godfried Bomans en anderen gaven in de Utrechtse boekhandel. Maar wederom: dit is weliswaar een bibliofiele uitgave, maar geen bibliofiele Bordewijk-uitgave. Overigens bezit ik een handtekening van Bordewijk in de bundel Kristal 1935, die gezet is tijdens één van de bijeenkomsten in Broese die in deze uitgave wordt beschreven. Om precies te zijn ging het om de bijeenkomst op 2 november 1935. Ik schreef er 14 jaar geleden een blog over.

De Bosbespers

Niet alleen bij Stichting de Roos verschenen verschillende bibliofiele Bordewijk-uitgaven, ook de Bosbespers uit Oosterbeek heeft ijverig Bordewijk-uitgaven gepubliceerd. De Bosbespers is een initiatief van Rody Chamuleau. In 1982 verscheen over deze uitgeverij een artikel in Trouw, waaruit blijkt dat de uitgever zijn pers zelf als hobbyproject beschouwt, maar desondanks in hoog tempo mooie boekjes maakt. Hij heeft daarbij oog voor het bijzondere, bij voorkeur 19e-eeuws, en maakt er werk van deze ‘literaire curiosa’ te ontsluiten.  Zelf heb ik acht uitgaven van de Bosbespers, waarvan de meeste Bordewijk-gerelateerd.

De oudste titels kunnen wij mij betreft niet echt de kwalificatie bibliofiel dragen. In 1983 verscheen Vijf kleine verhalen, met een voorwoord van J.A. Dautzenberg. Op zichzelf een mooi boekje, maar wat mij betreft niet bibliofiel. Dat geldt ook voor De hoogten van Doyle, de trog van Bordewijk, een uitgave uit 1988 waarin Mieke Tillema ingaat op plagiaat in het werk van Bordewijk, aan de hand van vergelijking van de twee genoemde verhalen in de titel. Ik vind de scheidslijn tussen bibliofiel en niet-bibliofiel in dit geval lastig, omdat ook in deze uitgaven op zich bloed, zweet en tranen van een margedrukker zitten. Maar ik mis in dit geval de bijzondere typografie of band of de expliciete beperkte oplage. 

Anders wordt het met de uitgave Schaduw, Stemming en Stil Water van Elly Beukenhorst-Kamp uit 1989, over de door Bordewijk bedachte Haagse straatnamen. De auteur schrijft een uitvoerige inleiding over de achtergrond van het initiatief van Bordewijk om in 1955 in een brief aan het Haagse college van B&W een lange lijst met namen voor te stellen. Ook geeft zij de volledige lijst met de door Bordewijk voorgestelde namen weer. Ik heb dit boekje, verschenen in een oplage van 150, tijdens het Bordewijk symposium waar ik hoorde over het bestaan van Meneer Pem heeft een droom door Elly Kamp laten signeren. Een aantal voorstellen van Bordewijk is uiteindelijk overgenomen, in de Haagse wijk Mariahoeve ligt een aantal straten met Bordewijkiaanse namen, zoals Hongarenburg en Ursulaland. In Mariahoeve ligt overigens ook de Bordewijklaan.

In 2005 verscheen bij de Bosbespers Vrouwenhaar, een uitgave t.g.v. de Beurs voor Kleine Uitgevers in het Amsterdamse Paradiso op 11 december 2005. In deze bundel staan drie niet eerder gepubliceerde verhalen van Bordewijk afkomstig uit zijn nalatenschap, voorafgegaan door een inleiding van Rody Chamuleau. Ik schreef er eerder deze blogpost over. 

Twee jaar later verscheen de uitgave Dames, een nieuwjaarsgeschenk in beperkte oplage van de Bosbespers en de Ravenberg Pers. Het bijzondere van het verhaal Dames is dat het beschouwd kan worden als het debuut van Bordewijk. Dit verhaal verscheen in 1907 in het Studenten Weekblad Minerva, met als auteur ene “F.B.”. In het colofon van dit boekje staat dat “gezien de spel- en interpunctie eigenaardigheden is hier met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid sprake van het schrijfdebuut van F. Bordewijk”. Het zou nog tot 1916 duren voordat het bundeltje Paddestoelen uiteindelijk zou verschijnen als zijn officiële debuut.

Tot slot is hier nog Tijding van Fer te noemen, eveneens uit 2007. Het is de Bordewijk-uitgave met de kleinste oplage die ik heb, namelijk 24 genummerde exemplaren (ik heb nummer 15, helaas een paperback en niet de gebonden versie). Ook deze uitgave bevat materiaal uit de nalatenschap van Bordewijk. Ook over deze uitgave is meer te lezen in een eerder blog.

Overige bibliofiele uitgaven

Er zijn naast dit alles nog een paar noemenswaardige bibliofiele Bordewijk-uitgaven. Twee ervan zijn afkomstig van de Avalon Pers, beide uit 1984.

De eerste is Straatnamen. Net als de eerder genoemde uitgave van Elly Beukenhorst-Kamp staan ook hierin de door Bordewijk voorgestelde straatnamen voor de gemeente Den Haag centraal. In de Avalon-uitgave wordt de inleiding van Bordewijk weergegeven zoals verschenen in de rubriek "Vrij spel" in Het Vrije Volk in 1956 (te lezen via Delpher). Deze uitgave verscheen in een oplage van 100, waarvan ik nummer 6 heb. Ik zoek desondanks nog één van de 28 Romeins genummerde exemplaren.

De tweede is De publieke fotolach, een jaarwisselingsgeschenk verschenen in een oplage van 125 ongenummerde exemplaren. Dit verhaal verscheen eveneens eerder in de rubriek "Vrij spel" van Het Vrije Volk in 1956 en was nog niet eerder uitgegeven. Ook deze tekst is via Delpher te lezen. Graag zou ik van deze uitgave nog één van de 25 gebonden exemplaren bezitten.

In 1980 verscheen een geïllustreerde herdruk van het verhaal Blokken, dat eerst was verschenen in 1931. Deze uitgave verscheen in een oplage van 350 en werd ontworpen en geïllustreerd door Frans de Jong. Alle exemplaren werden door hem gesigneerd en genummerd (ik heb nummer 10). Opvallend bij deze uitgave is het glimmende paarse omslag, tevens een van de kwetsbaarste onderdelen. Het omslag is gevoelig voor krasjes en vlekken dus het valt niet mee om een vlekkeloos exemplaar te vinden. Een andere herdruk van Blokken is de facsimile uitgave van de eerste druk die in 1986 bij Nijgh en Van Ditmar verscheen. Enkele jaren eerder verscheen trouwens ook al een facsimile van Bint, ter gelegenheid van de 100e geboortedag van Bordewijk. Deze laatste verscheen in een oplage van 2000 exemplaren. 

Bij De Galgpers verscheen in 2011 op initiatief van - wie anders dan - Robert Gaarlandt in een oplage van 40 exemplaren het werkje Zeer geachte heer. Drie brieven. Vermoedelijk is dit de enige uitgave die ooit bij de Galgpers verscheen. Deze uitgave behelst drie brieven van Bordewijk ‘in facsimile’, gericht aan C.W. Freriks, Karel Reijnders en Ch.J. Enschedé en toegelicht in het boekje. De bijlagen bestaan uit drie met de hand uit de Schrijfmachineletter gezette brieven van Bordewijk, met behulp van scanner en printer voorzien van de oorspronkelijke briefhoofden en Bordewijks handtekening.  

De laatste bibliofiele uitgave in mijn bezit in dit blog verscheen in 2015 bij De Korenmaat in Haarlem: Oog in oog met Bordewijk van L.H. Wiener. In 2015 was het vijftig jaar geleden dat F. Bordewijk overleed. Het Bordewijkgenootschap organiseerde een herdenking, waarbij L.H. Wiener een toespraak hield, waarin hij de – bescheiden – herinneringen aan zijn ontmoeting met de schrijver vertelde, maar vooral de confrontatie aanging met het werk van de bewonderde auteur. Bint en Rood Paleis zijn de meesterwerken waardoor Wiener het meest geraakt werd en die hem de literatuur binnen trokken. Dit is helaas niet een van de 25 luxe uitgaven, maar een van de 150 reguliere uitgaven die desondanks wel door de auteur en de illustrator (het boek bevat een linoportet van Pita Snoeck) werden gesigneerd. 

Tot mijn verbazing is dit blog uiteindelijk langer geworden dan ik vooraf dacht. Ik blijk nog een behoorlijke stapel bibliofiele Bordewijk-uitgaven te bezitten. Maar ik heb er dan ook circa dertig jaar over gedaan om ze bij elkaar te krijgen. En dan nog heb ik van veel uitgaven niet de luxe gebonden uitgave te pakken. Mijn eerste bibliofiele Bordewijk-uitgave was Verbrande erven, dat ik ooit kocht bij het helaas niet meer bestaande antiquariaat Aioloz in Leiden. En de tot nu laatste is Bloesemtak. Gemiddeld kocht ik zo ongeveer elke anderhalve jaar een bibliofiele Bordewijk-uitgave, naast de reguliere uitgaven die ik natuurlijk ook heb staan. Het zal mij benieuwen hoeveel er de komende 18 maanden aan zullen worden toegevoegd. Ik hoop dat daar in elk geval de bibliofiele uitgave De zwoeger bij zal zitten. Want op deze in 1984 verschenen heruitgave in een oplage van 30 van een gedicht dat eerder in Maatstaf verscheen, heb ik nog niet de hand kunnen leggen. En als dat niet kan, wellicht een gebonden/luxe exemplaar van een bibliofiel werk dat ik al bezit.

Naschrift oktober 2024

Het duurde iets langer dan het gemiddelde van 1,5 jaar maar na 2 jaar heb ik uiteindelijk De zwoeger aan mijn collectie kunnen toevoegen. Het is nummer 16 van de oplage van 30, en het werd aangeboden door het Haagse Colette. Fijn om weer eens iets moois uit dit Haagse icoon te kunnen halen.