Posts tonen met het label bubb kuyper. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bubb kuyper. Alle posts tonen

19 mei, 2026

366 - Een verzameling ontmantelen

Onlangs werd ik te hulp gevraagd om ordening aan te brengen in een situatie van teveel boeken en de vraag of daar mogelijk waardevolle boeken bijzaten. Ik heb er al vaker over geschreven: elke verzameling komt een keer tot zijn einde als de verzamelaar overlijdt (zoals hier). Het boek De complete verzameling van Paul van de Capelleveen (verschenen als jubileumboek van het Genootschap van Bibliofielen) beschrijft dit fenomeen en de last die nabestaanden kunnen ervaren van zo'n verzameling. Lees ook mijn blog uit 2013 over dit gegeven, naar aanleiding van het verhaal van een journaliste die de verzameling van haar ouders moet opruimen.

Want een verzameling is natuurlijk altijd persoonlijk en de keuzes die worden gemaakt om iets wel of niet te kopen zijn dat ook. Met als gevolg dat een verzameling altijd een weerspiegeling is van de fascinaties die iemand heeft en die zijn per definitie niet overdraagbaar. En vaak is het ook zo dat aankopen worden gedaan omdat ze een missend puzzelstukje zijn of vanuit emotionele betrokkenheid. Dat bepaalt de waarde voor de verzamelaar, maar dat wil niet zeggen dat de verzameling voor iedereen die waarde heeft. Dus: wat moet je ermee? Wat is waardevol en wat niet? En hoe verkoop je het dan?

Dat zijn best ingewikkelde vragen en tegen die achtergrond werd mijn hulp ingeroepen. Als verzamelaar, enthousiast volger van veilingen en lezer van catalogi, heb ik wel enige kijk op welke boeken potentieel waarde hebben en welke niet. Of in elk geval waar je ze moet aanbieden om er zicht op te krijgen.

En zo ging ik op een zaterdagochtend naar het betreffende huis. Ik werd hartelijk ontvangen en al snel bleek dat er een gigantische klus wachtte: rijen boekenkasten in meerdere kamers, vol met boeken (vaak ook in dubbele rijen) en niet altijd logisch geordend. De kasten puilden uit en dat gaf een rommelig gezicht. Ik vermoedde dat het minstens 5.000 boeken waren, misschien wel meer. En dan was minstens de helft ervan bij een eerdere verhuizing al weggedaan. Ik maakte eerst een snelle inventarisatie en daarna bespraken we het plan van aanpak: we zouden beginnen met de goed verkoopbare boeken, dat selecteert het snelst en ruimt meteen goed op. Plus met waarschijnlijk een positief (financieel) resultaat en dat is altijd leuk. De boeken waren van een echtpaar geweest waarvan de man inmiddels was overleden. Het merendeel van de boeken was van hem geweest.


Ik zag al snel dat dit vooral de collectie van een lezer was, niet van een verzamelaar. Dus er waren weinig bijzondere edities, weinig eerste drukken, geen gesigneerde boeken en de staat wat ook niet altijd even goed. Veel boeken waren verkleurd of met leesvouwen. Toch was dat niet zo erg, want het leesplezier spatte van de collectie af. Het was duidelijk dat dit iemand was geweest die genoot van lezen en van diversiteit: ik zag essays, poëzie, romans, literaire studies, literaire tijdschriften. En ik zag heel veel schrijvers die ik ook in mijn kast heb staan, of in mijn kast zou kunnen neerzetten. Dit was iemand met wie ik heel fijne gesprekken over lezen en literatuur had kunnen voeren, Naar nu stond ik voor zijn nalatenschap.

De aarde en kwaliteit van de collectie was wel zodanig, dat het geen zin had om bijvoorbeeld een handelaar uit te nodigen om een bod te komen doen, of de verzameling en bloc te laten veilen. Daarvoor waren de echt waardevolle boeken te schaars. Zelf vond ik dit toch wel een mooie conclusie: hier was bij leven volop van de verzameling genoten en dat is toch uiteindelijk het doel ervan.


Desondanks moest er nu gewerkt worden. Het ging er niet om dat alle boeken weggingen. Het ging er aan de ene kant om te komen tot een rij mooi geordende kasten zodat het weer een fraai onderdeel van het huis zou worden. En daarnaast ging het er om te beoordelen of er niet nog waardevolle boeken tussenzaten die uiteindelijk ten onrechte in de kringloop terecht zouden komen.

Ik ben langs alle boeken in alle kasten gegaan en heb lijstjes gemaakt met wat ik zoal zag en waarvan ik dacht dat het verkoopbaar zou zijn. Uitgaven van bepaalde series, zoals Privé-domein of de Witte Olifant uit de jaren '60. Verzamelingen van specifieke schrijvers, zoals A.F.Th. van der Heijden, Hermans of Multatuli. En daarnaast allerlei andere samenhangende kleine collecties. Al snel vormde zich de ene na de andere stapel op de vloer en na een paar uur moest ik stoppen: waarschijnlijk kon mijn auto niet meer houden en bovendien moest ik het ook allemaal nog zien te verkopen en dat zou wel even duren. Uiteindelijk heb ik op die manier drie bezoekjes gebracht aan het huis en drie auto's vol boeken meegenomen. Tegelijkertijd heb ik zoveel mogelijk opgeruimd, gezorgd dat het boven op de kasten leeg was en dat zoveel mogelijk dubbele rijen boeken veranderden in enkele rijen. Daarnaast heb ik in elk geval in de woonkamer gezorgd dat daar zoveel mogelijk boeken van de echtgenote kwamen te staan, die ik ook nog eens op alfabetische volgorde heb gezet. Zo is daar een mooie bibliotheek van favoriete boeken ontstaan, met genoeg ruimte om aan te vullen. Een verzameling boeken die weer een lust is geworden in plaats van en last.


Aan mij de schone taak om de meegenomen boeken ook nog te verkopen. Daarvoor zag ik drie belangrijke verkoopkanalen:

  • een klein deel met echte waarde paste op een heuse boekenveiling, mijn voorkeur had daarbij Bubb Kuyper
  • ik ging er van uit dat veel boeken een plek konden vinden op Catawiki
  • de rest van de boeken zou ik via Marktplaats proberen te verkopen
Deze volgorde weerspiegelt ook een beetje de verwachte verkoopwaarde: kavels bij Bubb moeten tientallen tot honderden euro's opbrengen, op Catawiki tientjes en op Markplaats euro's.

Ik heb al veel boeken bij Bubb Kuyper gekocht, maar nog nooit verkocht. Voor mij dus ook een nieuw avontuur om de omgekeerde weg te bewandelen. Drie verhuisdozen met boeken gingen naar Haarlem, twee daarvan werden geaccepteerd en die boeken zouden naar de voorjaarsveiling van 2026 gaan.


Voor Catawiki kon ik veel kavels maken. Niet alles leverde het gehoopte bedrag op, soms viel het mee en soms viel het tegen. Een collectie 1e drukken van A.F.Th. van der Heijden ging voor veel te weinig werk, het verzameld werk van Multatuli daarentegen weer voor een topbedrag. Een verzameling Claus voor te weinig, een verzameling Nescio voor een mooi bedrag. Zo ging het op en af bij Catawiki. Een enkel kavel werd geweigerd en daarmee veroordeeld tot Marktplaats. Grappig was dat een aantal boeken ook hier de omgekeerde weg bewandelden: een van de kavels werd gekocht door antiquariaat Fokas Holthuis bij wie ik de afgelopen jaren zelf een flinke hoeveelheid boeken heb gekocht.

Op Marktplaats ging het ook een beetje op en af. Uiteindelijk werd er redelijk op geboden, maar veel kavels bleven onverkocht. Ik had afgesproken dat alles wat niet verkocht zou worden, uiteindelijk naar de kringloop mocht. Dat was dan ook het lot van best veel boeken.


Leverde dit hele avontuur uiteindelijk veel geld op? Als je alles bij elkaar optelt was het nog een aardig bedrag. We hadden een mooie verdeelsleutel afgesproken voor de moeite en zo hield ik er ook nog wat aan over. Reken je het om naar opbrengst per boek, dan is het gemiddeld uiteindelijk niet veel. Bijvoorbeeld: een stapel met 44 Salamanderpockets voor 15 euro, ongeveer 30 cent per stuk. Of een collectie van 20 titels Vestdijk voor 46 euro. Dat is wat reguliere boeken tegenwoordig doen. Ook al zijn het eerste drukken: er zijn maar weinig boeken die individueel veel geld waard zijn.

Het betekende voor mij eindeloos veel pakjes maken om alle verkochte boeken te verzenden. Dagen ben ik bezig geweest met sorteren, kavels beschrijven en aanbieden en de uiteindelijke afhandeling. Gelukkig hou ik van boeken en vind ik het niet erg om al deze boeken door mijn handen te laten gaan. Maar ik realiseerde mij wel dat het inderdaad een ongelooflijke klus voor nabestaanden is om een collectie af te handelen en dat je er ook wel echt zin in moet hebben. Want ondanks al het werk, zien de boekenkasten er wel netter, maar niet leger uit. Dat betekent dat er nog steeds duizenden boeken staan die t.z.t. opgeruimd moeten worden. Maar ik durf te zeggen dat er geen echt waardevolle boeken meer tussenstaan, alleen nog geliefde boeken die bijzonder waren voor de verzamelaar zelf.  

Los van al het werk dat ik had aan het verkopen van de boeken en het plezier om met de boeken bezig te zijn, waren er ook leuke contacten met kopers. Want ook dat was een wens van de echtgenote: dat de boeken opnieuw bij liefhebbers terecht zouden komen. En dat is gelukt. Ik heb verschillende blije reacties van kopers van boeken gekregen. Ook omdat ik er vaak extra boeken bijstopte, die aanvullend waren op wat er werd gekocht. Zo verblijdde ik de koper van het Vestdijk-kavel via Catawiki met verschillende studies over Vestdijk en nog wat andere Vestdijk gerelateerde uitgaven. Dit leidde tot een hele blije mail van de verzamelaar die zei dat hij een hele fijne avond tegemoet ging om al het moois uit te pakken. Iemand die via Marktplaats werk van Midas Dekkers gekocht verblijdde ik ook met wat extra's en daar kreeg ik ook blije reacties van. De koper van de Salamanderpockets kwam ze ophalen en nam de tijd om door alle andere boeken die ik had staan heen te graven, hij ging uiteindelijk met drie doosjes boeken weg die hij voor een vriendenprijs mocht meenemen. Ook hij reed heel tevreden bij mij weg. 

Ik denk dat dit nog het meest bevredigend was. Dat er nu op heel veel plaatsen in Nederland en België lezers en verzamelaars zijn die een klein deeltje van deze enorme verzameling boeken in huis hebben, en zo het plezier voortzetten. En o ja, ik mocht ook nog een aantal boeken meenemen die in mijn verzameling zouden passen. Ik heb mij ingehouden, maar vond het toch leuk om ook wat boeken van deze liefhebber in mijn kast te hebben staan. Zoals ik dat eerder heb gedaan met boeken van Adri Offenberg of van mijn overleden oom de boekenverzamelaar. 

08 april, 2025

359 - Büch op de inboedelveiling

Het heeft zin om overal oplettend te zijn op boeken die je zoekt. En niet alleen de standaardplekken zoals boekenveilingen of antiquariaten. Maar ook kringloopwinkels, vrijmarkten, Marktplaats natuurlijk en ook inboedelveilingen. Want veel inboedels bevatten ook boeken, en dat betekent dat de meeste inboedelveilingen ook kavels met boeken bevatten. Duidelijk is alleen dat daar niet de expertise van de veilinghuizen zit: als je alles verkoopt, dan ben je uiteindelijk nergens in gespecialiseerd. Dat leidt tot een mooie breed aanbod, en een vergrote kans op aangename verrassingen. 

Ik scroll altijd trouw door de catalogi heen, gelukkig is het meestal mogelijk om te selecteren op de kavels met boeken. Meestal zijn dit kavels met historische boeken - vaak uit de omgeving  waar het veilinghuis staat: zo vind je bij veilinghuis Ald Fryslân veel 17e-20e eeuwse Friese boeken en bij het veilinghuis Korendijk vind je een vergelijkbaar Zeeuws aanbod. Daarnaast vaak verzamelkavels met niet nader genoemde dozen of stapels 17e- en 18e eeuwse boeken, in de praktijk vaak theologie. Soms valt het echter mee. Bijna 10 jaar geleden vertelde ik al eens over mijn mooie vondsten bij Veilinghuis Timothy en recenter bij een zogenaamd notarishuis waar ik mijn slag sloeg.

Maar dat zijn toch de uitzonderingen. Het komt eigenlijk zelden voor dat er bij al die inboedelveilingen iets tussenzit in mijn belangstellingsgebied. Recent werd mijn moeite van het eindeloos scrollen echter toch weer eens beloond. In een veiling werd namelijk de luxe editie van de integrale catalogus van de veiling van de bibliotheek van Boudewijn Büch bij Bubb Kuyper aangeboden.

De luxe catalogus

Na het overlijden van bibliofiel en verzamelaar Boudewijn Büch (op 23 november 2002 - het is langer geleden dan het voelt) werd zijn bezit in verschillende delen geveild. Zijn boeken en manuscripten bij Bubb Kuyper en veel van zijn overige bezittingen en verzamelobjecten bij Sotheby’s. In het prille begin van dit blog schreef ik daar al over. Dit blog startte namelijk in juli 2004 en de eerste van de drie veilingen bij Bubb Kuyper vond in november 2004 plaats. Voor mij als beginnend blogger waren het hoogtepunten, zeker toen ik later alsnog de hand legde op een aantal boeken uit de bibliotheek van Büch zelf. In het tijdschrift Literatuur verscheen overigens een mooi artikel over de aanpak van deze veiling uit de mond van Jeffrey Bosch.

Voor elk van de drie veilingen verscheen een aparte catalogus, waar overigens toen al zoveel belangstelling voor was dat er meer exemplaren dan gebruikelijk van werden gedrukt. Het was echter vanaf het begin al de bedoeling dat er uiteindelijk een luxe in linnen gebonden editie zou verschijnen van de drie catalogi samen, voorzien van inleidingen en een omvattende index in een beperkte en genummerde oplage. In de woorden van Jeffrey Bosch voorafgaand aan de veilingen: “Dat wordt een monumentje”.

Deze luxe catalogus stond al heel lang op mijn lijstje. En op die van andere verzamelaars, waardoor het steeds een vrij dure uitgave bleef. Regelmatig werden er exemplaren geveild, zoals bij Bubb Kuyper zelf waar onlangs een exemplaar werd afgeslagen op 150 euro. Bij Catawiki gaat het om vergelijkbare bedragen. Dat bedrag ligt niet ver onder de originele prijs van 195 euro waarvoor het destijds te bestellen was.

Het is niet dat ik er geen 150 euro voor over heb - integendeel zelfs. Alleen was het er nog niet van gekomen het een keer te kopen, andere boeken hadden steeds voorrang. Met enige jaloezie keek ik soms in boekenkasten van medeverzamelaars waar dit monumentje stond te pronken en ik nam mij dan steevast voor dat het er nu toch echt eens van moest komen.

Ik was dan ook erg blij toen ik dit boek in de catalogus van een inboedelveiling voorbij zag komen. Daar stond het dan, in mooie staat en voor een heel vriendelijke minimumprijs: bieden vanaf 60 euro. Ik vertoonde alle tekenen van verzamelaarsstress toen ik het zag: verhoogde hartslag, trillende handjes, al die dingen die gebeuren als je ineens een buitenkansje tegenkomt. En de vraag: zou het? Zou ik het kunnen kopen voor die prijs? Wat is de kans? Ik besloot niet meteen te bieden, maar te zien of er überhaupt belangstelling voor was. De hele week in aanloop naar de veiling gebeurde er niets. Op andere kavels werd geboden, maar op deze niet. Een kwartier voor afloop van dit kavel (het was een zogenaamde timed online veiling, met elke paar minuten een paar kavels tegelijk die afliepen) deed ik een maximumbod, waardoor ik de eerste bieder was voor 60 euro. En een kwartier later bleek ik ook de enige bieder te zijn. En voor 60 euro (76,80 inclusief veilingkosten) was de catalogus vervolgens voor mij. Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die voor dit bedrag deze luxe catalogus hebben kunnen aanschaffen. 

Mijn exemplaar

Eindelijk had ik dan de kans mijn eigen exemplaar van dit monumentale werk in de kast te zetten. Ik heb nummer 31 van 250 gekocht. En wat zie ik dan als ik er doorheen blader? Allereest natuurlijk de inleidingen uit de drie afzonderlijke catalogi (Gert Jan Bestebreurtje, Diederik van Vleuten, Gerrit Kleis, Erica Reijmerink, Thijs Blankevoort en natuurlijk Jeffrey Bosch), en in dit boek van 2,7 kilo vervolgens 875 pagina's tekst en 116 pagina's afbeeldingen. Het boek zelf heeft een stofomslag in matzwart en op de cover staan de twee naambordjes van Büch’s bibliotheken. Uit de beschrijving van het BüchMania InfoBulletin, onder redactie van Louis Schouten komt de volgende beschrijving: "Op het achterplat prijken de twee B’s van Boudewijn’s vignet, dat oorspronkelijk speciaal voor hem ontworpen is door Helmut Salden. Het boek zelf is gebonden in vol blauw linnen met zilveren betiteling op de rug. Leeslint in donkerblauw. De bronvermelding en naslagwerken (vooral deze opsomming is zeer indrukwekkend) en het trefwoordenregister geven een enorme meerwaarde tenzij je vlekkeloos weet welk item in welke van de drie oude catalogi staan. De omslagen van de oorspronkelijk catalogi zijn niet opgenomen in deze band. Nieuw is ook het voorwoord van Jeffrey Bosch en Thijs Blankevoort. Ieder exemplaar krijgt ook een origineel genummerd veilingstrookje met de afbeelding van de dodo mee. Heel subtiel is de leuke verweving van het logo van Bubb Kuyper en Boudewijn (BK en BB) naast elkaar op de schutbladen in blauw.”

Dat originele genummerde veilingstrookje ontbreekt helaas in mijn exemplaar. Maar buiten dat is het een enorme rijkdom om dit boek nu te bezitten. Van pure vreugde kocht ik nu ook maar de Sotheby-catalogus van de veiling van de overige bezittingen van Büch. Met 104 pagina’s aanmerkelijk dunner dan de andere catalogus. 

In deze laatste catalogus zijn veel zaken terug te vinden die velen nog wel kennen uit de televisie-optredens van Büch. Zoals veel zaken gerelateerd aan natuurwetenschappen, reizen, Goethe, Napoleon, enzovoorts. Bijvoorbeeld kavel 46, een Swatch horloge met afbeelding van Napoleon (200-300 euro), een opgezette koningspinguin (kavel 67, 700-900), de befaamde Rolling Stones-jas die ook op de voorkant van de catalogus staat (kavel 144, 1000-1200) en een kastje met 10 dodo-beeldjes (kavel 83, 500-700). Het beroemde dodo-botje dat geen dodo-botje was is samen met een selectie uit zijn bezit buiten de veiling om overgedragen aan Teylers Museum. 

Moraal van dit verhaal: houd je ogen open, want op de meest onverwachte plekken vind je de grootste schatten.

18 februari, 2025

358: Veilingvondst: Pierre Kemp

In mijn vorige stukje schreef ik al over het kavel bibliofiele uitgaven dat ik bij Bubb Kuyper kocht. In eerste instantie kocht ik het voor de nieuwjaarsuitgaven van De Roos, maar daarnaast ook om mij te laten verrassen door bijzondere en onbekende werken die ongetwijfeld in dit kavel aanwezig zouden zijn. Ik hoopte dat er een aantal pareltjes tussen zouden zitten, en dat bleek ook zo te zijn. 

Pierre Kemp in de trein 
(collectie Literatuurmuseum)
Vorige keer vertelde ik over twee fascinerende opdrachtexemplaren die ik vond, boeken met een heel eigen verhaal. Deze keer staan twee werken van één persoon centraal: de Maastrichtse dichter Pierre Kemp (1886-1967). Kemp was in de jaren '50 en '60 een nationaal bekend dichter, wiens werk werd bekroond met onder meer de Constantijn Huygensprijs (1956), P.C. Hooftprijs (1958) en de culturele prijs van de provincie Limbug (1959). In zijn werkzame leven was verrichte hij administratief werk voor een kolenmijn (1916-1944) en behoudens een jaar in Amsterdam, heeft hij altijd in Maastricht gewoond. Hij bleef daar zijn hele leven en bracht zelfs vakanties niet elders door. Hij reisde dagelijks met de trein van en naar zijn werk en in die trein schreef hij veel van zijn gedichten. Die zijn dan ook vaak relatief kort, omdat de treinreis ook vrij kort was. En hij droeg altijd een zwart pak, zodat het kolengruis niet zichtbaar was op zijn kleren. Een mooie beschouwing over zijn tijd bij de mijn - die niet altijd makkelijk voor hem was - staat hier.

Ondanks de grote prijzen die hij won, was Kemp nooit een echt een landelijk bekende dichter voor het grote publiek en tegenwoordig wellicht al bijna helemaal vergeten. Gelukkig is er een stichting die zijn naam levend houdt en tot doel heeft "het literaire en beeldende erfgoed van Pierre Kemp bij een breed publiek onder de aandacht te brengen." Voorzitter van de stichting is Kemps biograaf Wiel Kusters en de informatieve website wordt door een collega bibliofiel onderhouden (hoi Danny!). Voor wie nog nooit iets van Kemp heeft gelezen, bijgaand een voorbeeld: 

Het licht is rond en rolt naar alle kanten
de bergen op en af, de dalen door,
de wezens in en uit en langs de planten
stijgt het de bomen in en gaat het alles voor.
Waarheen? Ik vraag dat niet, ik kom, ik ga,
omdat mijn handen en mijn voeten,
mijn ogen en mijn hart zo moeten
en ik het licht nu eenmaal zo versta.

Nummer 1

De eerste vondst in het kavel is een speciale uitgave van het gedicht Pompom Anadyomène. Een wat merkwaardige titel, en dat vraagt dan ook om enige uitleg. Die wordt door Harry G.M. Prick in een toelichting in het boek gegeven. Allereerst is Anadyomène een andere naam voor de godin Afrodite, het betekent zoveel als ‘de opstijgende’ en verwijst naar haar geboorte. Een Pompom is de naam van een gebreid balletje, zoals dat wel op een muts wordt gezien. Prick analyseert hoe vaak Kemp de aanduiding Pompom Anadyomène gebruikt, er dat blijkt in zijn werk meerdere keren te zijn. Prick heeft zelfs nog met Kemp gecorrespondeerd over deze bijzondere samenstelling van woorden en de reden dat Kemp het gebruikte. Uiteindelijk blijkt het te gaan om inspiratie door een meisjesfiguur. Kemp bleek er uiteindelijk drie gedichten over geschreven te hebben, en die staan in deze uitgave. 

Van Pompom Anadyomène zijn twee versies verschenen: in 1985 verscheen het als nieuwjaarsgeschenk bij uitgeverij De Lange Afstand in een oplage van 90 exemplaren. Vervolgens werd een luxe uitgave voorbereid, die verscheen volgens de titelpagina in 1986. Maar een inlegvel van Peter Yvon de Vries legt uit dat het werk uiteindelijk 29 november 1987 verscheen.

Deze luxe uitgave verscheen in een oplage van 25 exemplaren en bevat een originele ets van Peter Yvon de Vries. Mijn exemplaar is nummer 1 van 25. Meestal worden eerste exemplaren gereserveerd voor auteur of uitgever. Maar aangezien Pierre Kemp al overleden was toen dit werk verscheen, zou dit best het exemplaar van Peter Yvon de Vries geweest kunnen zijn, of van Harry Prick. Ik bezit wel meer genummerde uitgaven in kleine oplagen, maar dit is de eerste keer dat ik van een oplage het eerste nummer heb.

De Lange Afstand was de naam waaronder beeldend kunstenaar Peter Yvon de Vries tussen 1971 en 2006 drukte. Uitgaven van De Lange Afstand verschenen in kleine oplagen (zoals ook deze, meestal schommelde de oplage rond de 50) en waren vaak voorzien van originele grafiek. De Vries was daarnaast ook medewerker van tijdschrift Maatstaf en schreef over onder meer  kunst in het blad HP/De Tijd. Hij is getrouwd met vertaalster en dichteres Anneke Brassinga, van wie ook regelmatig werk verscheen bij De Lange Afstand.

Was getekend: Mevrouw Zéguers

In 1995 verscheen bij Ser J.L. Prop een brief van Pierre Kemp in druk, onder de titel Hooggeachte mevrouw Zéguers. De brief verscheen ter gelegenheid van de 80e verjaardag van Margriet Zéguers in een passende oplage van 80 exemplaren.

Mijn exemplaar bevat onder het colofon een opdracht door Margriet Zéguers: “Voor Piet en Lies van Druenen, dit “souvenir” uit een goede tijd van vriendschappelijke collegialiteit”. Vermoedelijk had zij zelf een stapel van deze uitgave gekregen, en gedeeld met bekenden.

Op DBNL staat een in memoriam van Margriet Zéguers, die in 2002 op 87-jarige leeftijd overleed. Zij was de spil in het Maastrichtse literaire leven en eigenaresse van boekhandel La Joie des Livres aan het Vrijthof. Ooit begon zij bij uitgeverij-drukkerij Leiter-Nypels in Maastricht. La Joie des Livres was later de enige niet-katholieke boekhandel van Maastricht. Bij die boekhandel was Pierre Kemp kind aan huis. Al in 1959 schreef hij een gedicht voor haar en in hetzelfde jaar ook de brief die later door Ser Prop is gepubliceerd. Via de Universiteit van Maastricht zijn honderden brieven van Pierre Kemp aan Harry Prick online te lezen; hierin wordt ook aan Margriet Zéguers gerefereerd. Wie Piet en Lies van Druenen waren heb ik niet kunnen achterhalen, maar gelet op het woord “collegialiteit” vermoed ik dat het Maastrichtse ondernemers waren, of wellicht collega’s uit het boekenvak van buiten Maastricht.

Aanvulling: Een lezer van dit blog vulde de lacune aan: Piet van Druenen was uitbater van het Maaslands Antiquariaat in de Stokstraat in Maastricht. Hij handelde voornamelijk in prenten, maar verzamelde privé Maastrichtse bibliofiele uitgaven. 

Nog een leestip: in NRC verscheen in 1987 een mooie bijdrage van Max Paumen over Margriet Zéguers en haar boekhandel, die uiteindelijk tot 1970 heeft bestaan. 

De schilder Pierre Kemp

Ik bleek in mijn bibliotheek nog een laatste Kemp-gerelateerde uitgave te hebben, wederom in beperkte oplage. Van Marianne van der Elsen verscheen in 1988 bij Kunstzaal de Reiger een beschrijving van Pierre Kemp als schilder. Voordat hij bekend werd als dichter, schilderde Pierre Kemp. Kunstzaal de Reiger was gevestigd in de Burgemeester de Reigerstraat in Utrecht en publiceerde eind jaren ‘80 samen met Uitgeverij Kwadraat een serie “Reiger-cahiers”, waarvan dit aflevering 6 is. De uitgave verscheen in oplage van 250 genummerde exemplaren, waarvan ik nummer 146 heb.

Marianne van der Elsen gaat in op de thematiek van de schilderijen van Kemp, die zijn werkzame leven begon als plateelschilder (beschilderen van keramiek) en die zijn hele leven een verdienstelijk kunstschilder bleef.

Met deze drie uitgaven ontstaat toch al een redelijk beeld van de mens en kunstenaar Pierre Kemp. Wederom een fijne aanvulling op mijn collectie vanuit dit ruimhartige veilingkavel!

21 januari, 2025

357: Veilingvondst: bijzondere opdrachtexemplaren

Zoals zo vaak in de afgelopen jaren sloeg ik mijn slag op de veiling van Bubb Kuyper, altijd speurend naar pareltjes van aanwinsten voor mijn bibliotheek. Eén van de kavels waar ik dit keer mijn hand op legde, bestond uit een grote hoeveelheid uitgaven van 'private presses', waarvan er een aantal werden beschreven maar veel ook niet. Wat mij vooral triggerde was de vermelding dat het kavel ook nieuwjaarswensen van Chris Leeflang en Stichting de Roos bevatte, zoals bekend een verzamelgebied van mij. Dit kavel bood mij dus niet alleen de kans om mijn collectie nieuwjaarsuitgaven van De Roos compleet te  maken, maar had ongetwijfeld ook nog verschillende mooie bibliofiele verrassingen in petto.


En inderdaad, dat was ook zo. Ik kan nog wel een paar blogs wijden aan de leuke vondsten die ik deed. Zo zijn er nu nog maar weinig gaten in mijn collecte nieuwjaarsgeschenken van De Roos. Slechts de nieuwjaarswens voor 1989 mis ik nog. Wie die heeft liggen, kan zich bij mij melden. 
Voor wat betreft de andere vondsten begin ik met twee bijzondere opdrachtexemplaren. Ik hou sowieso van gesigneerde werken zoals de lezer van dit blog weet, en dan zijn opdrachtexemplaren natuurlijk helemaal leuk. Als de auteur niet alleen willekeurig signeert, maar ook nog een extra tekst schrijft, is dat bijzonder. Die opdrachten kunnen trouwens evengoed aan een willekeurige liefhebber zijn gericht, bijvoorbeeld doordat de auteur tijdens een signeersessie net wat meer moeite doet dan alleen een krabbel zetten. Daar heb ik ook verschillende voorbeelden van. Maar soms is de opdracht van de auteur gericht aan iemand die van betekenis was voor de auteur of het werk, of die anderszins een bijzondere relatie had met de auteur. Dan schijnt het werk met opdracht ineens een bijzonder licht op deze auteur en de relatie met die ander. Dit soort exemplaren wordt in biografieën nogal eens gebruikt om het netwerk rond een bepaalde auteur te reconstrueren, of met wie hij relaties onderhield. Zo schrijft Bart Slijper (zie hieronder): "Een biograaf moet zijn verhaal zien te bouwen van wat snippers papier, die maar min of meer toevallig bewaard zijn gebleven. Het is niet gek dat hij soms niets te weten komt over zaken die toch heel belangrijk kunnen zijn geweest." Dat maakt het boek met een betekenisvolle opdracht extra bijzonder. De volgende twee werken laten dit zien.

De vos opgemerkt

In 1933 verscheen Het verhaal van den vos van Martinus Nijhoff, “een vroolijke vertooning met zang en dans”. Dit libretto was gebaseerd op het werk Renard van Igor Stravinsky. Stravinsky (1882-1971) was een in Rusland geboren componist en dirigent, die in 1934 Frans en in 1945 Amerikaans staatsburger werd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonde hij in Zwitserland, waar hij zich wijdde aan het schrijven van Renard, een op het verhaal van Van den vos Reynaerde gebaseerde burlesque. In het werk van Stravinsky neemt de vos tot twee keer toe de haan te pakken, die wordt gered door zijn vrienden de kat en de ram. Het werd in 1922 voor het eerst opgevoerd.
Nijhoff vertaalde dit libretto in het Nederlands. Het was niet de eerste vertaling door Nijhoff van Stravinsky’s werk. Eerder vertaalde hij De geschiedenis van de soldaat dat oorspronkelijk in 1918 verscheen (en waarvan ik een door Nijhoff vertaalde versie uit 1954 heb die verschenen is als een Model voor den uitgever van Corvey). In een artikel uit 2022 van Mathijs Sanders wordt betoogd dat dit werk van Stravinsky een belangrijke invloed had op Nijhoff:
Stravinsky, de apollinische avantgardist, had Nijhoff ontbolsterd. Nu durfde hij de spreektaal in zijn poëzie te brengen (Awater, Het uur u, de bijbelse spelen, zijn psalmberijmingen), in een voortdurende dialectiek van traditie en vernieuwing. Als vertaler droeg hij bij aan het overdragen van het waardevolle uit het verleden.
Ook in de mooie biografie over Nijhoff van Bart Slijper wordt benoemd hoe belangrijk Stravinsky en het modernisme in Parijs voor Nijhoff was. Slijper vertelt nog veel uitgebreider over de de vertaling van De geschiedenis van de soldaat en hoe Nijhoff het werk vertaalde. En Nijhoff vertaalde vervolgens dus ook Renard
Nijhoff was een bekwaam vertaler, niet voor niets is de bekendste Nederlandse vertaalprijs naar hem genoemd. Nijhoffs vertalingen zijn dan ook veelal bewerkingen, hij zet de tekst naar zijn hand. Dat geldt ook voor Renard dat Het verhaal van den vos werd.
Het is niet de eerste bijzondere Nijhoff die ik kocht. Eerder kocht ik een titel uit de bibliotheek van de Nijhoffs. Nijhoff leverde ook de tekst voor drie nieuwjaarsgeschenken van de De Roos waar ik zojuist over schreef, en hij vertaalde een tekst van T.S. Eliot dat ook nieuwjaarsgeschenk werd. 
Het boek dat ik nu heb gekocht kent zoals gezegd een bijzondere opdracht. Nijhoff schreef het aan de danser en regisseur Abraham van der Vies (1899-1961), die hij bedankte omdat deze hem voor het eerst opmerkzaam had gemaakt op dit werk van Stravinsky. Wanneer dat was weten we niet, maar wellicht was dit al gebeurd toen Nijhoff De geschiedenis van de soldaat vertaalde. Die vertaling verscheen in 1930. Nijhoff zal bij het vertalen van De geschiedenis van de soldaat toch ook al op Renard zijn gestuit, via Van der Vies dan kennelijk? In zijn biografie wordt aannemelijk gemaakt dat hij beide stukken goed kende uit zijn Parijse tijd, maar de naam Abraham van der Vies komt in de hele biografie niet voor. Is deze opdracht wellicht één van "de snippers papier" die Slijper nog miste bij het schrijven van de biografie? Of is de opdracht van veel minder belang en zei Nijhoff dit uit beleefdheid tegen Van der Vies terwijl hij Stravinsky's werk allang kende?
Van der Vies was mede-oprichter van de Stichting de Vijf Kunsten, een groep kunstenaars die onder meer aan de wieg stond van het Scapino ballet (Van der Vies bedacht ook de naam Scapino voor dit gezelschap). De opzet van De Vijf Kunsten was om met een groep jonge kunstenaars uit diverse disciplines ongewone, moderne of nieuw te maken theater-, dans- of operawerken te laten opvoeren. Dit alles had een sterk experimenteel karakter. Toneel, dans, muziek, literatuur en beeldende kunsten zouden moeten samengaan. Dat experimentele en modernistische zal Nijhoff aangesproken hebben, maar al ruim voor de oorlog en voor het ontstaan van De Vijf Kunsten had hij dus al contact met Van der Vies, zo blijkt uit deze opdracht. Heel kort door de bocht en zonder enige feitelijk grond geformuleerd: zonder Van der Vies geen Stravinsky voor Nijhoff, en zonder Stravinsky misschien dus een andere ontwikkeling van het dichterschap van Nijhoff. Het zou allemaal vast wel goed gekomen zijn met Nijhoff, maar dit opdrachtexemplaar toont ons wellicht even hoe belangrijke inspiratie in Nijhoffs leven tot stand kwam.

Over het Vlaams genie

In 1946 verscheen bij uitgeversmaatschappij Standaard Over het Vlaamsch genie van J.A. Goris (1899-1984), oftewel Jan-Albert Goris, beter bekend onder zijn literair pseudoniem Marnix Gijsen. Goris was in het dagelijks leven ambtenaar en universitair docent. Hij schopte het onder meer tot kabinetschef van verschillende ministers en ook was hij oorlogspropagandist voor België tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten. Hij zou tot 1963 in de VS blijven. Maar hij was ook poëziecriticus en wilde na de oorlog als Marnix Gijsen weer deel uitmaken van het culturele leven. Sindsdien schreef hij een grote hoeveelheid romans. Zie voor een uitvoerig levensbericht hier
Tijdens de oorlog hield Goris verschillende lezingen, waaronder één met de titel Du génie Flamand, dat na de oorlog verscheen onder de titel Het Vlaamsch genie. In het werkje gaat Goris in op de Vlaamse volksaard en hij is daarin niet per se positief. Dat vond ook mede-Vlaming Ivo Michiels (1923-2012), die eveneens in 1946 in het tijdschrift Golfslag inging op de tekst. Hij noemde het "de grofste, de wansmakelijkste caricatuur die ooit door een Vlaming over zijn volk werd geschreven". 
Wat ik grappig vind is dat Goris zijn vertaalde lezing vooraf laat gaan door een citaat van… Marnix Gijsen, namelijk uit zijn gedicht Het onbegrepen gesprek. Goris die Goris citeert in zijn eigen werk dus…
Dit exemplaar is afkomstig uit het bezit van Firmijn van der Loo, zo blijkt uit het ingeplakte ex-libris. De Antwerpenaar Firmijn van der Loo (1913-1997) was schilder, pianoleraar en dichter en publiceerde onder meer een bibliografie over de Vlaamse auteur Maurice Gilliams. Als schilder vereeuwigde hij het huis waar Gilliams zijn jeugd doorbracht. Een groot deel van zijn collectie boeken werd in 1983 geveild bij Beijers in Utrecht, waaronder vele met het karakteristieke ex-libris dat ook in mijn exemplaar zit. Grappig genoeg vond ik dat waarschijnlijk exact dit exemplaar in oktober 2022 als onderdeel van kavel 365 in de veiling van Van der Wiele is verkocht. Als één van de zes boeken in dat kavel staat namelijk dit boek, inclusief de opdracht van de auteur aan Van der Loo. De koper heeft er kort plezier van gehad, want in het najaar van 2024 is het dus alweer geveild bij Bubb Kuyper en door mij gekocht. Zou dit exemplaar destijds ook in de veiling van Beijers hebben gezeten? Ik bezit die catalogus niet (in tegenstelling tot de Beijers-catalogus Johan Polak) dus ik kan het niet nazoeken.
De opdracht van Goris (als Marnix Gijsen) spreekt van “oprechte hulde” aan Van der Loo. De opdracht is niet gedateerd, de hulde hoeft dus niet in 1946 gebracht te zijn maar kan ook van later datum zijn. Er is weinig online te vinden over het leven van Van der Loo en ik kan dan ook niet duiden wanneer hij eventueel gehuldigd is (Als schilder? Als dichter?). Maar wellicht gaf Goris/Gijsen hem dit werkje in 1976, toen Van der Loo zijn bibliografie over Gilliams publiceerde, en had de titel daar betrekking op. Immers, Gilliams kan als Vlaams genie worden beschouwd en Goris heeft zich altijd ingezet voor Vlaamse cultuur en literatuur - en was mogelijk heel blij dat Van der Loo zich zo voor Gilliams  had ingezet. Maar het kan net zo goed iets anders zijn geweest. Waarschijnlijk zullen we het nooit weten.

06 maart, 2022

329 Shoppen bij Bubb

Op het moment dat ik dit schrijf is het maart. De lente staat op het punt van beginnen en bij mij begint langzamerhand een wat onrustig gevoel te ontstaan. Dit is namelijk de periode dat ik begin uit te kijken naar de serie voorjaarsboekenveilingen die in mei en juni gaat plaatsvinden. Ik begin al te tellen hoeveel weken ik nog heb te gaan voordat de catalogi online komen. Al mijn aankopen van de najaarsveilingen zijn inmiddels gesorteerd, gecatalogiseerd, besnuffeld, bevoeld, zo veel mogelijk al gelezen, kortom: volledig geïntegreerd in mijn bibliotheek. Het is tijd voor iets nieuws en wat is er mooier dan door een paar duizend kavels met boeken heenscrollen om te zien wat ik zal gaan kopen.

Ik schrijf vaker in dit blog over mijn avonturen op veilingen. Als ik op veilingen boeken koop, dan is dat niet alleen op boekenveilingen, maar ook op inboedelveilingen. Bij die laatste vind je de mooiste verrassingen, door gebrek aan echte expertise bij de veilinghouders. Maar bij de eerste vind je uiteindelijk de kwaliteitsboeken die echt waarde aan de collectie toevoegen - ook al zijn ze dan wat duurder.

De grootste leverancier van boeken aan mijn bibliotheek is Bubb Kuyper. Op dit moment bezit ik 288 titels die ik via Bubb heb gekocht. Overigens heb ik waarschijnlijk minstens het dubbele aantal ooit in Haarlem afgehaald, maar veel daarvan heb ik weer doorverkocht. 288 mochten blijven. De aankopen bij Van Stockum’s (tegenwoordig Venduehuis), Burgersdijk & Niermans en Zwiggelaar blijven hier helaas bij achter. Mijn eerste aankoop bij Bubb deed ik trouwens in 2007. In ongeveer 30 berichten op dit blog komt een verwijzing naar Bubb Kuyper voor, dat geeft wel aan hoe veel impact deze aankopen hebben op mijn schrijflust. En het zegt ook iets over het plezier en de spanning bij het bieden op boeken.

Dat veilingen aantrekkelijk, fascinerend en informatief zijn blijkt onder meer uit het recent verschenen jubileumboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen met de titel Eenmaal andermaal (oplage 400 genummerde exemplaren, gekregen van Perkamentus). Daarin wordt een beschrijving gegeven van een aantal roemruchte Nederlandse boekenveilingen, of liever: de veiling van een aantal roemruchte Nederlandse verzamelingen via boekenveilingen. Hieronder geen veiling bij Bubb Kuyper, maar bijvoorbeeld wel bij Van Stockum of (het niet meer bestaande) Beijers. Het laat zien hoe prachtige particuliere collecties werden opgebouwd en vervolgens via veilingen beschikbaar kwamen voor de markt.

Er is veel geschreven over boekenveilingen. Specifiek over Bubb Kuyper bezit ik inmiddels ook een klein stapeltje boeken. Als ik die publicaties nog eens lees dan spat het plezier maar ook de bewondering voor dit veilinghuis van de bladzijden af. Bubb Kuyper, Jeffrey Bosch en Thijs Blankevoort zijn er in geslaagd om een veilinghuis neer te zetten dat een belangrijke stempel heeft gezet op de Nederlandse boekenmarkt. Het mooie vind ik dat Bubb Kuyper altijd heel toegankelijk is geweest voor particulieren, zoals ik. In verschillende publicaties wordt dan ook het persoonlijke karakter van het veilinghuis geroemd en de aandacht die er is voor de klanten. Zelf heb ik dat ook meermalen ervaren. Ondanks dat ik maar een bescheiden particuliere koper ben, die slechts enkele van de duizenden lots koopt die halfjaarlijks worden aangeboden, heeft Jeffrey Bosch bij het ophalen altijd tijd voor een praatje en bovendien herkent hij mijn naam en gezicht. 

Recent las ik de jubileumbundel Waardevol oud papier die al weer een hele tijd geleden verscheen, bij het 10-jarig jubileum van het veilinghuis. Een mooi gebonden boek met stofomslag en leeslint, onder redactie van Nop Maas verschenen in een oplage van 1000. Het boek bevat uiteenlopende bijdragen van bekende auteurs uit de boekenwereld over een breed spectrum van onderwerpen, maar altijd met een link naar een specifieke aankoop of gebeurtenis bij een boekenveiling, vooral die van Bubb Kuyper. Nop Maas beschrijft het ontstaan van het veilinghuis inclusief een korte levensbeschrijving van Bubb Kuyper en Jeffrey Bosch en hoe een plaats werd veroverd in de Nederlandse veilingwereld. Overigens staat op het Librariana-weblog ook een uitvoerig achtergrondartikel over Bubb Kuyper. Mensen als P.J. Buinsters, Frits Knuf, Anton Gerits, R. Breugelmans, Gerard Jaspers en vele anderen geven in de feestbundel een inkijkje in hoe dit veilinghuis werkt, of soms gebruiken ze de ruimte vooral om een bijzonder boek nog eens in het zonnetje zetten wat ook prima is. Een mooie geschiedenis vertelt Ton Croiset van Uchelen van de UBA over hoe hij op basis van een afspraak tussen grote bibliotheken om niet allemaal op hetzelfde boek te bieden tandenknarsend een extreem zeldzaam boek moest laten lopen en hoe een vergelijkbaar exemplaar 22 jaar later alsnog in de UBA terechtkwam. In de bijdrage van Ed Schilders wordt fraai geschetst hoe particulieren uiteindelijk op veilingen terechtkomen. Het begint simpelweg met lezen, dan boeken kopen, tweedehands boeken kopen, antiquariaten bezoeken, antiquariaten in het hele land bezoeken en ten slotte, als de boekenhonger onstuitbaar wordt, naar de boekenveiling om lot na lot naar binnen te trekken. Maar boekenveilingen zijn ook aantrekkelijk vanwege het genot van het lezen van de catalogus. Ed Schilders schrijft:

Een catalogus van een antiquariaat of veilinghuis doorwerken, vind ik oneindig veel aantrekkelijker dan een boekhandel bezoeken. Honderden titelbeschrijvingen lees ik met genoegen; hoeveel nieuwe uitgaven neem ik ter hand in een winkel?

De veilingen die worden aangehaald in deze feestbundel zijn ook terug te vinden in de door Bubb Kuyper geschreven kroniek van de 56 veilingen die werden gehouden in het Hofje van Staats en het Tehuis voor Militairen aan de Jansweg in Haarlem. Het verscheen ter gelegenheid van de verhuizing van het veilinghuis naar het Kenaupark in Haarlem, waar het nu nog steeds is gevestigd. De eerste veiling werd gehouden op 1986, precies op de dag van de Elfstedentocht. Aan de ene kant was dat slecht voor het bezoek. Aan de andere kant was het misschien wel symbolisch: ook veilingen bij Bubb zijn inmiddels een vertrouwde traditie waar verlangend naar wordt uitgekeken, in elk geval door mij. De 1001 nummers van die eerste veiling waren afkomstig van 15 inbrengers en het ambitieuze plan was toen nog om 6 keer per jaar een veiling te houden. Dat bleek niet realistisch en al snel werd de frequentie tweemaal per jaar: mei en november. Ook andere boekenveilingen houden trouwens dit ritme aan. Uit de inleiding van Nop Maas in Waardevol oud papier leer ik dat dit te maken heeft met economische redenen: in mei wordt het vakantiegeld ontvangen en in november moeten publieke instellingen zoals bibliotheken veelal hun budget opmaken. 

Deze kroniek is veel meer dan een droge opsomming van veilingen en veilingresultaten. Gelukkig staat het ook vol met anekdotes over elke veiling: bijzondere boeken die ter veiling kwamen, bijzondere gebeurtenissen of bijzondere bezoekers. Uiteraard wordt een korte schets gegeven van het karakter van de veiling en wat zoal opvallende opbrengsten waren. Natuurlijk is er aandacht voor de veiling van het manuscript van De avonden, de Boudewijn Büch-veilingen maar ook de affaire uit 1997 rond de veiling van een collectie brieven van componisten die door het Concertgebouw als onrechtmatig werd beschouwd (de veiling ging niet door maar Bubb Kuyper werd wel schadeloos gesteld door het Concertgebouw). En natuurlijk de veiling van twee Dick Bruna-manuscripten uit 2004 waar veel gedoe om was (onder andere juridisch gesteggel via Dick Bruna zelf over de rechtmatigheid van de veiling). De boekjes werden uiteindelijk door een onbekende dame voor een torenhoog bedrag gekocht. Volgens onbevestigde geruchten zou deze dame in opdracht van Dick Bruna zelf hebben gehandeld, zodat hij uiteindelijk toch heeft kunnen voorkomen dat deze manuscripten gingen ‘zwerven’.

Lezend door deze aaneenschakeling van gebeurtenissen valt op hoe de waarde van boeken fluctueert (geschetst wordt hoe op een gegeven moment de Reve-hype voorbij is en de prijzen zakken, wat ook geldt voor sommige oudere boeken trouwens). In die 56 veilingen komen uiteindelijk geregeld vergelijkbare boeken voorbij wat een goed vergelijkingsmateriaal biedt voor marktwaarde. Wat ook opvalt is hoezeer vakkennis nodig is om boeken goed te beschrijven en dat dit dan toch geen garantie biedt om te kunnen voorspellen wat de opbrengst zou kunnen zijn. Regelmatig zijn er sensationele uitschieters op de veilingen, en die zorgen dan natuurlijk ook weer voor de gewenste media-aandacht. Meestal gaat dit om uitgaven waar geen vergelijkingsmateriaal voor is, dan is het de markt die bepaalt. Zoals de eerder genoemde Dick Bruna manuscripten, maar wat te denken van het gedichtje van Anne Frank dat 140.000 euro opbracht (3x meer dan verwacht).

De korte observaties van Bubb Kuper bij de verschillende veilingen gaan regelmatig over de soms merkwaardige bezoekers aan kijkdagen en veilingen. Boekenliefhebbers hebben immers allemaal last van dezelfde ziekte, A gentle madness, en dat uit zich nogal eens in bijzonder gedrag. Zoals bij veiling 18, in 1993, als een potentiële bieder vraagt: “Mogelijk kunnen we eventueel bij betaling tot een ruil overgaan met origneel werk van beroemde kunstenaars?” Helaas ging het veilinghuis hier niet in mee. Of bij veiling 17, als een Duitse klant verzoekt om zijn kavel van ruim 2.000 gulden vanuit Duitsland te verzenden om kosten te besparen, en of de veilingmeester maar even van Haarlem naar een postkantoor in Duitsland wilde rijden. Gek genoeg werd ook daar niet positief op gereageerd.

Het is niet voor eerst dat Bubb Kuyper dergelijke observaties deelde. In 2006 verscheen bij zijn eigen Lojen Deur Pers in een oplage van 200 het werkje Gevoelens van een veilinghouder. Bij wijze van nieuwjaarsgeschenk van Jutta en Bubb Kuyper (en tevens ter markering van zijn afscheid van het veilinghuis). Het zijn een aantal verzamelde observaties uit de tijd bij het veilinghuis. Zoals deze:

Mag ik telefonisch meebieden, want ik vind de schattingen in de catalogus te hoog

Of deze:

Mag ik even eerst, want over een halfuur heb ik een vergadering [tijdens een kijkdag]

Observaties over merkwaardige klanten voor boeken zijn van alle tijden. Ik hoef alleen maar naar de boeken van Shaun Bythell, Jen Campbell of Hans Engberts en René Hesselink van Hinderickx en Winderickx te verwijzen. Zij schrijven over klanten van boekhandels en antiquariaten. Recent verscheen echter nog een bibliofiel werkje over avonturen in een veilinghuis: In een veilinghuis wordt niet gelezen van Gustan Asselbergs (oplage 100, inmiddels in herdruk). Asselbergs werkte bij een veilinghuis, al vertelt hij niet bij welke. Uit de door hem aangehaalde kavelbeschrijvingen blijkt dat het om Bubb Kuyper gaat. Asselbergs beschrijft in vijf korte verhalen verschillende gebeurtenissen uit het veilingbedrijf. Over boeken die de veiling niet halen, omdat ze niet bijzonder genoeg zijn, maar toch voor Asselbergs zelf wel bijzonder zijn. Over de persoonlijke achtergrond van een oud fotoalbum. En natuurlijk over bijzondere bezoekers van de veilingen, zoals de vrouw die zo hard niest tijdens veilingen (meervoud, want ze is vaste bezoeker) dat de meekijkende bieders via de webcam de veiling niet meer kunnen volgen.

Dat meekijken via de webcam doe ik ook. Ik heb mij voorgenomen niet in een veilingzaal te gaan zitten, bezorgd als ik ben dat ik word meegesleept in allerlei biedoorlogen en mijn begeerte niet meer in bedwang heb. Ik hou het dus op een schriftelijk maximumbod vooraf en dan maar hopen dat het goedkomt. Ik kijk alleen mee via de webcam omdat ik veilingen fascinerend vind. Ik zal dan ook niet digitaal meebieden via de app. Nooit. Of nou ja, alleen voor die set van Holbrook Jackson dan. En die ene uitgave van Adriaan van Dis. En die paar andere kavels. Maar verder niet.

Het is moeilijk te zeggen wat mijn favoriete aankoop bij Bubb Kuyper was. Dat zou net zo iets zijn als de vraag om te kiezen tussen je kinderen. De aankoop van het setje Dibdins was een mooi moment. De aankoop van de Nescio ook. Of die hele grote kavel boeken over boeken. Eigenlijk waren het altijd prima aankopen en heb ik nog nooit spijt gehad van een ritje naar Haarlem. Hooguit wat spijt over gemiste kavels, maar daar heb ik hopelijk van geleerd zodat mij geen unieke kavels meer zullen ontglippen.

Naschrift september 2022: Ik kende behalve de hiervoor genoemde titels niet veel boeken die in de vorm van memoires inzicht geven in het reilen en zeilen van een veilinghuis inclusief de medewerkers en de klanten. Maar ik bleek twee titels op de plank te hebben staan die toch in deze categorie vallen. Als eerste las ik het boek Rare books and rarer people van Fred Snelling (1916-2001), gepubliceerd in 1982. Snelling was decennialang werkzaam voor het veilinghuis Hodgson, later Sotheby Rare Books. Het aardige van dit boek is dat Snelling zijn persoonlijke observaties schrijft over de nogal excentrieke medewerkers van het veilinghuis, maar ook van de bijzondere klanten bij veilingen, aangevuld met tal van anekdotes over het alledaagse werk in het veilinghuis. Enigszins vergelijkbaar met het boekje van Asselbergs, maar dan veel uitgebreider. Ondanks dat Snelling over een andere tijd schrijft, blijven de gebeurtenissen herkenbaar voor iedereen die wel eens een boekenveiling heeft bezocht. Ik heb het met heel plezier gelezen.
Vervolgens las ik het boek Rare people & rare books van Emily Millicent Sowerby. Zij werkte begin vorige eeuw voor onder meer W.M. Voynich (ontdekker en naamgever van het Voynich-manuscript) en A.S.W. Rosenbach. Zij was de eerste vrouwelijke medewerker van Sotheby’s Rare Book Department - dezelfde werkplek als Snelling, maar dan een paar decennia eerder. Net als Snelling beschrijft zij de gang van zaken binnen het veilinghuis, maar zij had minder te doen met klanten dan Snelling. Haar focus is dus vooral de interne gang van zaken, het catalogiseren van de boeken en de voorbereiding van veilingen. Het is stuitend om te lezen hoe participatie van vrouwen in het arbeidsproces in die tijd plaatsvond. Niet alleen kreeg zij de baan bij Sotheby’s alleen maar omdat er door de Eerste Wereldoorlog onvoldoende geschikte mannen beschikbaar waren, maar bovendien mocht zij zich niet te vrouwelijk kleden omdat dit anders te afleidend zou zijn. Daarom verrichte ze haar werk in een soort blauwe overall en was het de bedoeling dat ze vooral onzichtbaar zou zijn. Om nog maar te zwijgen over het verschil in betaling. Toen na de oorlog de mannen terugkeerden, werd ze dan ook subiet ontslagen. Desondanks schrijft ze met veel lof en begrip over haar werkgevers bij Sotheby - wat ik zelf nog wel het meest verbazend vind. Het scheelde wellicht dat werken met oude en zeldzame boeken haar droombaan was en dat ze het niet voor het geld deed. Uiteindelijk vertrok ze naar de Verenigde Staten om te werken voor Rosenbach, waar ze niet alleen catalogiseerde maar ook ghostwriter werd van een aantal publicaties die onder Rosenbach’s naam zijn verschenen. De biograaf van Rosenbach, Edwin Wolf II, schreef ook het voorwoord voor mijn (latere) editie van Rare People & Rare Books, die verscheen in een beperkte oplage van 350 exemplaren.

14 januari, 2022

327 - Schaarse De Roos-uitgaven: Jean-Paul Vroom en Henk Krijger

Hoezo schaars?

Ik schreef het al eerder: het klinkt als een contaminatie om over schaarse De Roos-uitgaven te schrijven. Alsof De Roos-uitgaven in zichzelf niet al redelijk schaars zijn (immers, er worden er slechts 175 per keer gedrukt), dus wat is schaars tussen de schaarse uitgaven?

Dat alle De Roos-uitgaven schaars of zeldzaam en daarmee kostbaar zijn is echter niet zomaar te zeggen. Ja, sommige uitgaven zijn kostbaar (met de Escher-uitgave als uitschieter) maar een gemiddelde uitgave van De Roos is verre van kostbaar en ook niet echt schaars, ondanks het kleine aantal dat van elke titel wordt gemaakt. Schaarste is de uitkomst van vraag en aanbod: als het aanbod klein is maar de vraag nog kleiner, dan is er geen schaarste. Dat is ook zichtbaar bij boekenveilingen: uitgaven van De Roos worden in steeds grotere stapels in kavels gebundeld en voor steeds lagere prijzen aangeboden. En dan nog blijven ze soms onverkocht. Minstens de helft van de bijna 200 De Roos-uitgaven hoeft zo niet meer dan een tientje per stuk te kosten - een fractie van wat de leden van De Roos er zelf bij verschijning voor hebben moeten betalen. Losse uitgaven via boekwinkeltjes.nl (bijna 600 hits) of antiqbook.nl (bijna 700 hits) zijn wat duurder, maar je hoeft er zeker niet failliet aan te gaan.
In de andere helft van de 200 zitten de wat kostbaardere exemplaren. Ze hebben bijvoorbeeld een enorme aantrekkingskracht op een bredere groep boekenverzamelaars, vanwege de betrokken auteur. De De Roos-uitgaven van Reve, A.L. Snijders, Armando, Grunberg, Van Ostaijen en Drs. P. kunnen steevast rekenen op hoge opbrengsten op veilingen. Nog steeds niet echt zeldzaam, wel kostbaar(der).

Toch kan er soms wel degelijk over zeldzame De Roos-uitgaven gesproken worden. Sommige exemplaren zijn namelijk om wat voor reden dan ook toch anders dan de exemplaren die standaard voor de leden van De Roos worden gemaakt. Het zijn uitgaven met net een afwijkende uitvoering of er is een klein aantal extra exemplaren gedrukt met soms wat bonusmateriaal. Zo’n uitgave uit mijn collectie is bijvoorbeeld De dood van Cuchulainn van Murhevna van A. Roland Holst uit 1951. In het colofon van dit boek staat dat naast de 175 exemplaren voor leden er ook 5 exemplaren werden gedrukt voor de auteur. Ik bezit één van die 5 auteursexemplaren. Ook van De koning is dood van Cees Nooteboom bezit ik één van de - in dit geval 10 - auteursexemplaren.

Exemplaar II van VI

In deze twee gevallen betreft het dus exemplaren die bewust buiten de standaard-oplage zijn gehouden en aan een beperkte groep mensen, of aan één mens: de auteur, beschikbaar zijn gesteld. Bij de najaarsveiling van Bubb Kuyper wist ik de hand op nog zo’n exemplaar buiten de standaard-oplage te leggen. Het ging om de uitgave Trois contes cruels van Villiers de l'Isle-Adam, net als het eerder genoemde boek van Roland Holst uit 1951. De reguliere uitgave bestaat uit een mooi geïllustreerd boek, waarvan de losse katernen in een omslag zitten, en deze weer in een cassette. Voor elke boekenliefhebber sowieso een aanwinst, en alleszins betaalbaar: voor twee of drie tientjes heb je deze uitgave in huis. In het colofon staat te lezen dat er naast de oplage voor de leden, zes Romeins genummerde exemplaren zijn gemaakt. Deze zes exemplaren omvatten een grotere cassette met een extra omslag, waarin de illustraties van Jean-Paul Vroom uit het boek apart zijn opgenomen als etsen in verschillende kwaliteiten en grootte. Een enorm verschil met de reguliere uitgave dus.

Jean-Paul Vroom (1922-2006) was een veelomvattend kunstenaar. Hij werkte als ontwerper, cineast, theatervormgever, schilder, fotograaf, graficus en illustrator. Vanaf 1945 maakte hij illustraties voor bibliofiele uitgaven, die hij deels in eigen beheer uitgaf (onder andere werk van Daudet en Hugnet). In Nederland kreeg hij bekendheid door illustraties en typografie voor de uitgaven van Stichting De Roos. Ook werkte hij samen met Bert Schierbeek. Voor diens kunstenaarsboek De blinde zwemmers (Den Haag: Boucher 1955) maakte Vroom 57 gravures. Internationaal werd hij bekend als ontwerper van decors en kostuums, oa voor het Nationaal Ballet. Hij was in de jaren zeventig decor- en kostuumontwerper voor choreograaf Hans van Manen, voor wie hij abstracte decors met neonlicht en film maakte. Jean Paul Vroom volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten te Den Haag en École Estienne te Parijs.

Voor Stichting de Roos werkte Vroom aan diverse uitgaven mee aan. Zoals aan de uitgaven La campagne romaine van Chateaubriand (1959) en Salomé van Oscar Wilde uit 1948. Voor beide uitgaven verzorgde hij de gravures. In 1950 verscheen Tante Tor is jarig van Lizzy Ansingh en Nelly Bodenheim met litho’s van Vroom. Voor de uitgave Le chef-d’oeuvre inconnu van De Balzac (1962) verzorgde hij de typografie, net als voor Mistriss Henley van Belle van Zuylen uit 1952. Voor mijn uitgave Trois contes cruels verzorgde Vroom zowel de typografie als de etsen.

Van bijna alle etsen in het boek - behalve eentje helaas - zijn diverse studies meegeleverd, in ongeveer de helft van de gevallen ook nog eens gesigneerd. Zo is steeds te zien hoe uiteindelijk tot de definitieve illustratie in het boek is gekomen. Ergens wel jammer dat de etsen nu in de cassette in mijn kast zijn opgeborgen. Ik zou willen dat ik genoeg muur had om de etsen gegroepeerd en ingelijst op te hangen.

Aandacht voor Henk Krijger

Van een heel ander soort schaarste was de uitgave die ik opdook naar aanleiding van een bericht van een Canadese liefhebber/verzamelaar. Op basis van mijn zorgvuldig bijgehouden catalogus op LibraryThing, waar ik vrij uitvoerig benoem wie allemaal heeft meegewerkt aan specifieke uitgaven, kreeg ik een mail van Peter Enneson. Hij doet al sinds de jaren '80 onderzoek naar Henk Krijger (1914-1979) en heeft de verzamelde informatie uitvoerig, vooral over de Raffia-letter van
Krijger, op zijn website gezet. Krijger was al net zo’n veelzijdig mens als Vroom: Krijger was beeldhouwer, grafisch ontwerper, illustrator, monumentaal kunstenaar, wandschilder, kunstschilder, tekenaar, pastellist, pentekenaar, aquarellist, typograaf, letterontwerper, vervaardiger van mozaïek en docent. Voor het grote publiek is zijn ontwerp van het boekenweekgeschenk uit 1957, De nacht der girondijnen van Presser, waarschijnlijk het meest bekend. De verbinding met Canada is trouwens niet heel raar omdat Krijger daar van 1969 tot 1973 heeft gewerkt. 

Henk Krijger heeft aan verschillende uitgaven van De Roos meegewerkt, soms als ontwerper, soms als illustrator. Zoals de uitgave Lucifer van Vondel (1954), Puzzles van Waning Cuney (1960) en Le petit poucet van Charles Perrault uit 1969. De samenwerking tussen Krijger en De Roos duurde dus meerdere jaren. Maar deze samenwerking bleef niet alleen beperkt tot de reguliere uitgaven van De  Roos. Peter zag dat ik een flink aantal nieuwjaarsuitgaven van De Roos bezit (vooral gekocht in deze veiling) en aan één daarvan had Henk Krijger volgens mijn catalogus meegewerkt: Cantiek van Jacques Benoit met illustraties van Ru van Rossem. Overigens heeft Jean-Paul Vroom ook aan verschillende nieuwjaarsuitgaven van Chris Leeflang en Stichting de Roos bijgedragen. Maar voor Cantiek gold dat Henk Krijger hiervoor de typografie had verzorgd. Aangezien deze nieuwjaarsuitgaven zelden afzonderlijk gecatalogiseerd zijn bij bibliotheken en ook nergens echt beschreven, zijn deze ook niet makkelijk te ontdekken en in te zien. Op zijn verzoek heb ik deze uitgave dan ook aan alle kanten gefotografeerd.

In de mailwisseling die vervolgens ontstond bleek dat Peter echt heel uitvoerig onderzoek heeft gedaan en onder meer via Stichting de Roos inzage heeft gekregen in de briefwisseling tussen Chris Leeflang en Henk Krijger. Daarbij ging het onder meer over de ontwikkeling van de Raffia letter. Deze letter is in 1952 door Krijger ontworpen en toegepast in de Lucifer-uitgave uit 1954. Maar uit de briefwisseling uit het archief van De Roos viel op te maken dat deze letter mogelijk ook is gebruikt in de nieuwjaarsuitgave 1952/1953, een kerstlied geïllustreerd door G. Douwe. Op Peters verzoek heb ik ook deze erbij gepakt en het was bijzonder om vervolgens de Raffia-letter hierin te zien! Goed opgemerkt van Peter en een mooie aanvulling op zijn Henk Krijger-studie. Opvallend genoeg staat nergens op deze nieuwjaarsuitgave dat de - toen nog fonkelnieuwe - letter van Krijger was gebruikt. Meestal worden dat soort bijzonderheden in De Roos-publicaties vrij precies aangegeven, maar hier niet. Dit is dus iets wat alleen een kenner had kunnen weten. 

Deze vondst maakt de nieuwjaarsuitgave voor mij nog zeldzamer en bijzonderder dan hij al was. En ik heb genoten van deze digitale samenwerking tussen een Nederlandse boekenverzamelaar en een Canadese onderzoeker. De gedachte dat ik een miniem onderdeeltje heb kunnen bijdragen aan de Henk Krijger-studie stemt mij zeer tevreden.