Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen

31 oktober, 2021

324: Vakantie: literair Sicilië

Ik schreef er al eerder over: als ik op vakantie ga naar een specifieke plek, dan wil ik liefst een stapel boeken meehebben die zich op die plek afspelen of daar geschreven zijn). Zo ook dit jaar: deze herfst stond Sicilië op het programma en daar heb ik passende boeken bij gezocht. 

Dit boek las ik niet

Het meest voor de hand liggend zou zijn om De tijgerkat van Giuseppe Tomasi de Lampedusa te lezen, een van de bekendste romans met Sicilië als thema. Het boek speelt zich af rond ca 1860 tijdens een belangrijke fase van de Siciliaanse geschiedenis: de landing van Garibaldi op het eiland en de overgang naar de Italiaanse eenheidsstaat. Mooi trouwens hoe ook in de net aangehaalde uitgebreide weergave van dit eenwoordingsproces op Wikipedia de bekendste zin uit het boek wordt aangehaald: "Alles moest veranderen, opdat alles hetzelfde zou blijven". Maar deze roman had ik al gelezen en hoewel er niks tegen herlezen is (sterker nog: deze roman wordt nogal eens als een typische herleesroman aangeduid), had ik genoeg alternatieven bij me.

Maar deze boeken wel

Vincenzo Florio (1799-1868)
Van minder literair gehalte dan De tijgerkat maar misschien daardoor wel een lekker vakantieleesboek was De leeuwen van Sicilië van Stefania Auci. Dit boek is ook gebaseerd op historische feiten, in dit geval volgt het de opkomst van de familie Florio al een van de machtigste families op het eiland. Gestart als kleine ondernemers groeien de Florio’s in drie generaties uit tot een rijke koopmansfamilie die actief is in talloze activiteiten: tonijnvangst, specerijenhandel, postbezorging, wijnproductie. Tot grote frustratie van de Florio’s blijven ze echter altijd als ‘import’ gezien worden door de oude adel van Sicilië. Ondanks dat die adel veelal verarmd is en de Florio’s nodig heeft om überhaupt financieel te overleven. De opkomst van de familie Florio is ingebed in de historische ontwikkelingen op Sicilië, grotendeels in dezelfde periode als waarin De tijgerkat speelt: de voortdurende strijd rond de onafhankelijke positie van Sicilië en daarmee de strijd met de Bourbons. Ook in de historische intermezzo's in dit boek wordt trouwens de uitspraak uit De tijgerkat aangehaald; dat laat zien hoezeer dit het spel weergeeft van alle belangen die in de tweede helft van de 19e eeuw in Italië speelden. Ook de Florio's lopen daar op stuk: alles mag veranderen, maar uiteindelijk met als doel dat alles hetzelfde zou blijven - in het bijzonder de feodale verhoudingen op Sicilië. En hoe rijk en machtig ze ook worden, daar doen de Florio's niets aan.


Het was toch weer een bijzondere ervaring om het boek van Auci te lezen terwijl ik een wijntje dronk aan dezelfde haven in Palermo als waar Paolo in 1799 aanmeerde als eerste Florio in Sicilië. Het huis dat zijn zoon Vincenzo Florio aan de andere kant (vanuit mijn perspectief) van de haven liet bouwen staat er nog steeds, evenals de wijngaarden in Marsala waar de beroemde Florio Marsala-wijn wordt gemaakt. Op weg terug naar het hotel liep ik door dezelfde straten als die in het boek worden genoemd: dit geeft net wat meer sfeer aan het boek dan wanneer je het leest op een druilerige herfstmiddag ergens in Nederland.

Daarna was het tijd voor Gesualdo Bufalino, de Siciliaanse schrijver van  wie gelukkig enkele boeken in vertaling zijn verschenen. Ik las De leugens van de nacht, een prachtige roman over vier terdoodveroordeelden die elkaar hun levensverhaal vertellen in de nacht voor hun executie. Hoewel fictie, is de setting ook hier weer de turbulente 19e eeuw en de onrust rond de onafhankelijkheid van Sicilië. Toch is dit niet de focus van het boek: het gaat over de verhalen van de veroordeelden, maar vooral om de reden waarom ze het verhaal vertellen en wat er van waar is. De ontknoping is te mooi om weg te geven, maar heb boek heet natuurlijk niet voor niets De leugens van de nacht. Het is vast al opgevallen: de thematiek van het boek lijkt een beetje op de Decamerone. Dat wordt in het boek zelf ook meermalen benoemd, de terdoodveroordeelden noemen hun verhalenvertellerij zelf hun nachtelijke Decamerone, zij het een stuk korter dan het origineel.

Natuurlijk zijn Tomasi de Lampedusa, Auci en Bufalino niet de enige schrijvers die (fictie)boeken van betekenis over Sicilië hebben geschreven. Naast de nodige romans over de maffia (Mario Puzo!) is er bijvoorbeeld ook nog de serie detectiveromans van Andrea Camilleri waarin inspecteur Montalbano op Sicilië misdaden oplost. Ook voor reizigers met andere literaire interesses is er dus nog genoeg te kiezen voordat je het vliegtuig of de boot naar dit prachtige eiland neemt.

Een boekhandel in de open lucht

Naast deze vakantieliteratuur was er natuurlijk ook nog genoeg te ontdekken in Palermo zelf. De vele (en soms overweldigende) bezienswaardigheden daar worden in andere blogs beschreven - hier gaat het alleen over boeken. Daarom wil ik er één locatie uithalen: de openluchtboekhandel van Pietro Tramonte in het centrum van Palermo. In een steegje en op een pleintje daarachter staan lange rijen met kasten vol boeken. Volgens Pietro zijn het er intussen 70.000 en ik geloof zomaar dat het waar is. Afgedekt door plastic zeilen tegen de regen staan de boeken op klanten te wachten. Ongeprijsd - je mag er voor geven wat je wilt, hoewel een like een gratis boek oplevert. Ook kinderen mogen een gratis boek uitzoeken.

De voorraad is natuurlijk overwegend Italiaans, hoewel er ook een aardige sectie boeken in andere talen is: Engels, Duits, Frans, Russisch en zelfs Nederlands. Niet dat die laatste nu zo’n bijzondere collectie is: het zijn toch vooral achterblijvers van toeristen en daarmee enigszins gedateerde boeken. Plus dat de kwaliteit er niet echt op vooruit gaat in de open lucht.  Wat ik wel passend vond, was dat er een exemplaar van De tijgerkat in het kratje met Nederlandse boeken lag. Kennelijk achtergelaten door iemand die net als ik graag boeken leest die passen bij de plek van vakantie. Na even zoeken trok ik er nog wel een mooi exemplaar van Gerrit Komrij uit: zijn roman Over de bergen. En later nog een mooi gebonden Engels boek voor de dochter (ik geef de titel niet weg want ze leest dit blog en moet het boek nog krijgen). Omdat ik de beroerdste niet ben gaf ik Pietro er 5 euro voor. Dat leidde tot een ingewikkeld dialoogje:

Pietro: Just 5 euro?

Ik: 5 euro it is.

Pietro: No more?

Ik: Should it be more?

Pietro: Do you think it should be more?

Ik: What do you think?

Pietro: What do you think?

Ik: Is it enough for you?

Pietro: Is it enough for you?

Ik: It’s enough for me. Is it enough for you?

Pietro: It’s enough for me.

Ik: Are you happy?

Pietro: I’m happy.

Ik: Then I’m happy too.

En daarmee waren de boeken dan eindelijk van mij. Al met al heb ik een aangename tijd doorgebracht tussen de rekken van Pietro. Waarbij ik het niet kon laten om ook nog wat boeken te sorteren: het kratje met Nederlandse boeken bevatte ook enkele Duitse boeken, die heb ik weer netjes bij de Duitsers teruggezet. Deze fantastische plek is zeker een bezoek waard. Pietro zit er elke dag, behalve zondag, want dan wil zijn vrouw graag dat hij thuis is (zo vertelde hij). Terwijl ik bij de boeken was zag ik dat mensen hem boeken kwamen brengen. Zo komt hij dus inderdaad aan zijn voorraad: mensen brengen hem hun overtollige boeken, waarna hij ze na ingewikkelde dialogen met klanten weer voor een paar euro van de hand doet. Voor mij een mooie tijdsbesteding in een fantastische stad. Die natuurlijk nog veel meer boekhandels bevat, maar niet zo uniek al deze in de Via Monte Santa Rosalia.


29 maart, 2020

304 - Petrarca in tijden van corona

Twee jaar geleden waren we op vakantie in Italië, in de buurt van Venetië. Het was nog ver voor corona en de grenzen waren nog open. Terwijl we de kinderen hadden afgezet bij een zwembad reden wij een rondje langs pittoreske dorpjes. Op een gegeven moment kwamen we in het dorpje Arqua, waar we een tijdje door de steile straatjes liepen en op een terras met een fantastisch uitzicht op de bergen een lunch gebruikten. Dat was niet helemaal de bedoeling van de restauranthouder, want het restaurant bleek gesloten. Maar wij waren het Italiaans niet machtig, dus beschouwden we de vriendelijke uitleg van de uitbater en zijn wijzen naar het terras als een uitnodiging om te gaan zitten. Uiteindelijk legde de man zich er bij neer en serveerde ons een drankje en wat eten. Pas bij het vertalen van de menukaart met behulp van Google Translate ontdekten we dat we precies binnen waren gekomen op het moment van sluiten. Met enige schaamte aten we onze lunch op en kochten dat af met een ruime fooi.

Verder dwalend door Arqua zagen we een bordje dat verwees naar het graf van de grote Italiaanse dichter Petrarca (1304-1374). Meestal bereid ik mijn vakanties grondig voor en maak ik er ook een literaire queeste van, maar deze keer had ik mij ingehouden en alleen mijn zinnen gezet op het graf van Dante in Ravenna. Dus deze vermelding kwam onverwacht en daardoor maakte het deze bijzondere dag nog mooier dan het was.

Petrarca! Eén van mijn helden uit de middeleeuwen. Niet zozeer vanwege zijn poëzie waarmee hij onsterfelijk is geworden en het tragische verhaal van zijn liefde voor de mysterieuze Laura, maar vooral omdat hij de grondlegger is geweest van het humanisme en in zekere zin aan de basis heeft gestaan voor het Europa zoals wij dat nu kennen.

Ja, dat zijn grote gedachten maar ik prijs mij gelukkig te wonen in een democratie waarin ruimte is voor ontwikkeling, waarin vrijheid een groot goed is en waarin mensen in staat zijn om te groeien en boven zichzelf uit te stijgen. En Petrarca is iemand die een belangrijk invloed had op het ontstaan van een dergelijke samenleving. Natuurlijk, zonder Petrarca waren we er ook wel gekomen, maar iemand moet een keer een belangrijke stap voorwaarts zetten, en dat was Petrarca en ik ben daar dankbaar voor. Legendarisch is dan ook zijn beklimming van de Mont Ventoux, waarvan Petrarca zelf verslag heeft gedaan. Nu is een bergbeklimming niet zo bijzonder, maar het moment en de motivatie van Petrarca was dat wel: hij deed het niet functioneel, niet vanuit een soort bijgeloof (in de middeleeuwen beklom je geen bergen, dat was God tarten en je wist maar nooit of de duivel op de top ronddanste) maar uit nieuwsgierigheid en om van de tocht te genieten. Om geluk te ervaren. En dat was een daad die in die tijd volkomen nieuw was, waarom zou je geluk ervaren als individu? Het idee dat dat mogelijk was bestond nog maar beperkt. Petrarca's brief wordt beschouwd als de eerste literaire neerslag van de natuur om het genieten van de natuur zelf. Hij beklom de berg, zo zegt hij zelf, "louter uit begeerte, om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen".

Het humanisme van Petrarca was trouwens van een andere orde dan wat wij tegenwoordig humanisme noemen. Bij Petrarca ging het om de passie voor de oudheid en klassieke auteurs en hij hij wilde deze opnieuw onder de aandacht brengen. Petrarca vond dat ware menselijkheid in zijn eigen tijd niet meer bestond en herwonnen moet worden uit de litteratuur en de filosofie van de Romeinen van de klassieke periode; alleen daardoor zouden de vele en velerlei kwalen van zijn chaotische tijd geheeld kunnen worden en zou Europa weer een beschaafd werelddeel worden. Het ging hem om "de verschillende vormen van het streven naar (ware) menselijkheid" en hij deed dat niet uit algemeen belang maar voor zichzelf. Waar andere denkers in die tijd in dienst waren van vorsten of politiek actief waren en daar invloed hadden, studeerde Petrarca voor zichzelf. Daarom reisde hij half Europa rond om in allerlei kloosters handschriften van deze klassieke auteurs te vinden. En hij vond er verschillende, zoals brieven van Cicero en andere auteurs. Het ontsluiten van deze teksten en bestuderen ervan was zijn doel en onderdeel van zijn grote bijdrage aan de Europese ontwikkeling.
Hier is online (pdf) wat meer achtergrond over Petrarca en zijn tijd te lezen.

In de eeuwen daarvoor waren de klassieke auteurs in de vergetelheid geraakt. Van Petrarca is dan ook de term "donkere middeleeuwen" afkomstig, omdat voor Petrarca beschaving gelijk stond met kennis van deze auteurs. Dat deze aanduiding volkomen ten onrechte was en de middeleeuwen ten onrechte het beeld van een periode van stilstand en achterlijkheid gaven, weten we gelukkig nu. Maar het laat wel zien dat Petrarca zich al met al op een kantelpunt in de geschiedenis bevond en een forse duw gaf aan de ontwikkeling van de renaissance. Hij studeerde aan de twee na oudste universiteit van Europa (in Montpellier), maakte de pestepidemie van de 14e eeuw mee (zijn geliefde Laura stierf in 1348 aan de pest en Petrarca was er geregeld voor op de vlucht) en woonde in Avignon waar het Pauselijk gezag in de 14e eeuw was gevestigd. Natuurlijk was Petrarca ook een kind van zijn tijd en heeft hij niet in zijn eentje het humanisme bewerkstelligd. De tijd was rijp en dus viel alles wat hij deed in goede aarde, inspireerde anderen en met zijn tijdgenoten werd zo een forse stap in de ontwikkeling van Europa gezet, op weg naar de samenleving zoals wij die nu kennen.

Tegen deze achtergrond heb ik veel bewondering voor Petrarca en daarom vond ik dat ik toch een paar werken van hem in mijn bibliotheek moest hebben. Gelukkig is er de laatste decennia veel van Petrarca vertaald, niet alleen zijn gedichten (de Canzoniere, zie hier een mooie recensie bij een Nederlandse vertaling) maar ook zijn brieven en andere geschriften. De onvermoeibare Frans van Dooren (1934-2005) heeft - naast veel Dante - ook Petrarca regelmatig vertaald. Van Dooren was diep onder de indruk van Petrarca, vlak voor zijn dood schreef hij in zijn Brief aan Petrarca dat dit kwam omdat "je er altijd zo persoonlijk in aanwezig bent, met je vreugde en droefenis, vervoering en wanhoop, en dat de verzen uitmunten in evenwichtige vormgeving, muzikaliteit en originele beeldspraak". Ook Chris Tazelaar heeft diverse vertalingen van Petrarca's werk op zijn naam staan.

Ik schreef al in een eerder blog dat ik heel blij was om op de boekenmarkt in Dordrecht het jaarwisselingsgeschenk (oplage: 600) Brief aan het nageslacht van Petrarca uit 1991 te vinden (vertaald en toegelicht door Frans van Dooren) en via Marktplaats kocht ik  Reisroute naar Jeruzalem. Hoewel Petrarca zich bewust was van zijn roem, begint hij Brief aan het nageslacht toch (vals?) bescheiden: "Hoewel het te betwijfelen valt of een weinig bekende naam wel ver in ruimte en tijd kan doordringen, hebt u misschien toch wel eens iets over mij gehoord. En misschien wilt u ook weten wat voor een mens ik ben geweest (...)". Ook dit is een voorbeeld van hoe in zijn werk de persoonlijkheid van Petrarca terugkwam. Verder kocht ik nog de Stols uitgave Madonna Laura in de vertaling van D. Tol uit 1941 (oplage 500) met daarin 20 canzones vertaald.

Maar ik vond mijn rijtje Petrarca nog veel te mager. Afgelopen maand sloeg ik een mooie slag: op een veiling kocht ik een stapel Ambo Klassiek-uitgaven, waaronder maar liefst drie uitgaven van Petrarca. Alledrie vertaald en toegelicht door Chris Tazelaar en in prima staat, helaas zoals vaak bij deze uitgaven is het frisse rood op de rug vervaagd door het zonlicht. Maar nu bezit ik wel de tekst van de Lauweringsrede  (door Petrarca uitgesproken bij het ontvangen van de lauwerkrans op 8 april 1341 op het Capitool in Rome), de brief over de bestijging van de Ventoux en het sleutelwerk Het leven in eenzaamheid waarin Petrarca onderstreept dat zinvol bezig zijn vooral is het "aan literaire studie gewijde tijd, zonder verplichtingen". De uitgebreide toelichtingen en noten zijn de garantie voor veel nieuwe kennis en inzichten over deze sleutelperiode in de Europese geschiedenis. En hoewel ik mijn stapeltje Petrarca nog veel te klein vindt, ben ik blij met de nieuwe aanwinsten!

In deze tijd van corona rest ons weinig anders dan thuislezen. Ook daarin vind ik inspiratie bij Petrarca. Hij schreef zijn Reisroute naar Jeruzalem in 1358 in drie dagen op uitnodiging van Giovanni Mandelli (hier een biografie in het Italiaans), die Petrarca had uitgenodigd om de reis naar Jeruzalem te maken. Petrarca wilde niet mee, vond het te risicovol, maar wilde zijn vriend wel voorzien van een reisbeschrijving, een itenerarium. Voor de beschrijving van de reis, inclusief te vermijden en te bezoeken plaatsen en bijzonderheden over landschap en omstandigheden, putte Petrarca uit zijn ruime bibliotheek: er waren vele (klassieke) auteurs naar Jeruzalem geweest en hij heeft al die inzichten samengevat in zijn reisbeschrijving. En zo reisde hij van achter zijn schrijftafel toch mee naar Jeruzalem, en wie de tekst van Reisroute leest kan zich nauwelijks voorstellen dat Petrarca niet zelf op al die plekken is geweest. Ook wij leven in een tijd van een besmettelijke ziekte (gelukkig niet zo erg als de pest, maar ernstig genoeg) en ook wij moeten reizen via onze bibliotheek, want vakanties of uitstapjes zitten er niet in. Petrarca kan ons inspireren om in dergelijke tijden toch grootse prestaties te verrichten.

05 september, 2018

287 - Italiterair

Zoals elk jaar streef ik er naar mijn vakantie een literair tintje te geven. Niet alleen door mijn vakantieliteratuur te selecteren op basis van onze verblijfplaats, maar ook door te kijken of mijn gezin te porren is voor een bezoek aan een paar boekwinkels. Dit keer had ik mijzelf zelfs nog wat beter voorbereid: ik wilde ook een paar relevante literaire plekken bezoeken. Dat moest niet zo moeilijk zijn, want we bezochten Padua en omgeving. Met uitstapjes naar Venetië en andere hoogtepunten voor de boeg kon het niet anders dan een mooie literaire tour worden.

Allereerst de vakantieliteratuur. Aangezien we in Padua verbleven, ging als eerste Ciao, Padua van Onno te Rijdt in de koffer. De lotgevallen van een Nederlandse schrijver die verblijft bij een Padovaans gezin waren vermakelijk. Veel stereotype Italianen en Italiaanse thema's (rondborstige vrouwen, omkoopschandalen, masculien gedrag en veel lekker eten) maar prima voor een middag in de Italiaanse zon. Verder had ik Wacht op mij van Michele Serra bij mij, over de generatiekloof tussen een vader en zijn puberzoon. Mooi geschreven en met gedrag dat ik ook bij mijn eigen pubers herken. In other words van Jhumpa Lahiri gaat over de liefde van de schrijfster voor Italië en haar streven om de taal te leren. Het boek gaat over identiteit en ontworteling (en over Italië natuurlijk). Lahiri is ook de schrijfster van het essay De kleren van het boek, waarvan ik de speciale uitgave bezit die destijds ter gelegenheid van International Bookstore Day werd gemaakt (oplage 400). Tot slot had ik Brug der zuchten bij mij van Richard Russo. De titel verwijst uiteraard naar de beroemde brug in Venetië en het boek speelt deels in Venetië, deels in het noordoosten van de Verenigde Staten. Ik vond het boek indrukwekkender dan gedacht omdat het heel mooi de kansen en beperkingen laat zien van een leven in een kleine stad, de consequenties van het al dan niet volgen van je dromen en de vraag waar echt geluk te vinden is. Als reserve had ik nog A farewell to arms bij me van Ernest Hemingway. Dit boek speelt in Noord-Italië tijdens de Eerste Wereldoorlog en paste prima in de vakantiestapel. Ik heb het bij deze boeken gelaten, hoewel ik natuurlijk nog bijvoorbeeld Thomas Mann (Dood in Venetië) had kunnen meenemen. Maar ik zou nog aardig moeten doorlezen om deze boeken uit te krijgen.

Dan de boekhandels. Dat onderdeel viel een klein beetje tegen. Ik zocht vooral naar boekhandels met een meer internationaal aanbod, maar die bleken schaars. Op advies van reisgidsen ging in naar de Libreria Alta Acqua in Venetië, aangeprezen als één van de mooiste boekhandels van de stad en vooral bekend omdat ze boeken in gondels aanbieden. Ik had hoge verwachtingen, maar het was vooral een rommelige tweedehands winkel met nauwelijks niet-Italiaans aanbod. Wel was er een mooie winkelkat aanwezig. Katten in boekhandels zijn altijd bijzonder en daarom worden er boeken over geschreven, is er een instagrampagina voor en staat het internet vol foto's van deze dieren. Ondanks de kat ging ik met lege handen weg. Ook in Padua, Ferrara en andere steden slaagde ik niet. Het is een van de eerste vakanties waarvan ik zonder extra aanwinsten terug ben gekomen. Mijn gezin vindt dat een prima uitkomst, trouwens. Gelukkig kon ik online nog wat aankopen in Nederland doen, zodat er in elk geval nog wat nieuwe aanwinsten op mij lagen te wachten bij thuiskomst

Het derde onderdeel van de vakantie zijn de literaire plekken. Ook daarvoor had ik mij goed voorbereid. Ik had het boekje Literaire steden van Italië gekocht met wandelroutes door een aantal steden. Uiteindelijk struikelde ik als vanzelf over zoveel bibliofiele locaties dat ik dit boekje niet nodig had. Tijdens een wandeling in de omgeving van Arque Petrarca kwamen we langs het huis waar Petrarca in de laatste jaren van zijn leven woonde en ook het graf van Petrarca was hier aanwezig. Helaas bleek bij onderzoek in 2003 dat de schedel die in het graf lag niet van deze grondlegger van het humanisme was. Maar toen we op het terras van L'Enoteca di Arqua van een lokaal wijntje zaten te genieten, wisten we zeker dat Petrarca het goed had gezien toen hij ervoor koos om hier te wonen.
Terwijl we in Ravenna allereerst genoten van de beroemde mozaïeken - alleen al die in het mausoleum van Galla Placidia zijn een reis waard - hebben we ook stilgestaan bij de tombe van Dante. Onderweg naar Ravenna kwamen we langs Ferrara, de stad die vereeuwigd is door één van mijn favoriete schrijvers Giorgio Bassani. Als tiener las ik zijn beroemde boek De tuin van de Finzi-Contini's en het was een aangrijpende ervaring die diepe indruk op mij maakte. Een bildungsroman in de context van de jodenvervolging: ik was verpletterd na het lezen van dit boek en sindsdien wilde ik naar Ferrara. En dit jaar ben ik er geweest.

Al met al een bevredigende vakantie. Niet alleen door het weer en het eten, maar vooral door de overvloed van cultuur en de ontmoeting met grote geesten uit het verleden. Ik werd in elk geval geïnspireerd om Petrarca te gaan lezen, omdat ik mij niet had gerealiseerd dat zonder hem de humanistische beweging veel later zou zijn gestart, en wie weet hoe wij er dan nu aan toe zouden zijn geweest. Soms verlegt één man de loop van de geschiedenis op een positieve manier, en Petrarca was zo'n man. Daarom hoort hij in mijn boekenkast.

05 augustus, 2012

211 - Villa Triste

Het is alweer een tijdje geleden dat ik gratis boeken kreeg (tot mijn schrik zie ik dat het alweer in 2008 was!) maar het boek dat ik kreeg maakte het lange wachten meer dan goed.

Villa Triste is de veelbelovende titel van het jongste vertaalde boek van Lucretia Grindle. Een lijvige roman die op het oog een zwaar thema als basis heeft: de strijd van de partizanen in Italië tegen zowel de Duitse bezetter als de Italiaanse fascisten. Maar het is ook het verhaal van een moordonderzoek, dat start na de mysterieuze moord op twee oorlogshelden: pas onderscheiden leden van het Italiaanse verzet. De Florentijnse speurder Pallioti wordt op de zaak gezet en ontdekt langzamerhand meer van de geschiedenis van zijn land dan hij ooit voor mogelijk hield. En dat aan de hand van een mysterieus dagboekje van Caterina Cammaccio waarin het verhaal wordt verteld van de verzetsstrijd van de zusjes Caterina en Isabella (Cati en Issa) en hun familie in de laatste oorlogsjaren. Het is ook het verhaal van de liefde tussen Isabella en Carlo en de tegelijkertijd de onmogelijkheid van deze liefde in de woelige tijd waarin zij leefden.

In het boek wordt afwisselend het verloop van het hedendaagse moordonderzoek als het historische partizanenverhaal verteld. Een schrijfstijl die vaker wordt gebruikt, recent bijvoorbeeld ook in het boek van Elle van Rijn dat ik tijdens de boekenweek in de Bijenkorf van haar kocht (Het vergeten gezicht, zie een verslag van die ontmoeting hier) en waarin ook een liefdesverhaal uit die tijd wordt verweven met een hedendaags verhaal. Grindle gebruikt deze stijl overtuigend. Ik bedacht mij bij het lezen dat ik mij de bijzondere rol van Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit echt gerealiseerd had: eerst als agressor en bondgenoot van nazi-Duitsland, later als vijand van nazi-Duitsland. Maar tegelijkertijd met een belangrijke eigen groep fascisten, navolgers van Mussolini, die niet van plan waren de macht over te geven. Dat plaatste de Italiaanse bevolking voor een paar belangrijke dilemma's en positiekeuzes, iets wat in het boek overtuigend naar voren komt. Ik kende natuurlijk wel een oorlogsrelaas van bijvoorbeeld Giorgio Bassani, De tuin van de Finzi-Contini's, geschreven vanuit het perspectief van Joodse slachtoffers in diezelfde fascistische periode. Maar dit beeld van de partizanenstrijd was voor mij nieuw.

In feite is dit boek een in-verdrietig verhaal over verraad en het laat de triestheid van de oorlog zonder winnaars in volle omvang zien. Maar het is ook een verhaal van hoop omdat het de opoffering en de moed laat zien en de wederopbouw na de oorlog. En uiteindelijk is het een verhaal van rechtvaardigheid en opluchting, omdat de waarheid toch boven komt en ook het laatste raadsel op de slotpagina's wordt opgelost.

Kortom, een knappe prestatie van Lucretia Grindle. Dit boek dateert al uit 2010. In 2011 verscheen The lost daughter, met diezelfde speurder Pallioti en zijn assistent Enzo Saenz maar dit keer met de schijnwerper op een ander deel van de Italiaanse geschiedenis: de terroristische Rode Brigades. Ik ben erg benieuwd hoe Grindle dit onderdeel van de geschiedenis naar voren weet te brengen. Als het op vergelijkbare wijze gebeurt als in Villa Triste, is het boek zeker de moeite waard.

Intussen zag ik ook nog dat er een film is/wordt gemaakt met de titel Villa Triste. Het is geen verfilming van het boek van Lucretia Grindle, maar een weergave van het historische Nazi hoofdkwartier dat in Florence onder die naam bekend stond. Lees hier een artikel over de komende film van regisseur Fabrizio Favilli. Het laat in elk geval zien hoe zeer dit boek op ware feiten is gebaseerd.

06 juni, 2012

207 - Geen boek uit 1540, wel geschiedenis uit 1596

Ik schreef in een van mijn vorige berichten dat ik een fraai boek uit 1540 op de kop had getikt bij een veiling in Italië. Het eind van het liedje is dat dat toch ergens misging, maar toch leek het mij goed het hele verhaal te vertellen.

Jullie weten dat ik graag een incunabel wil bezitten. Gewoon, omdat ik gefascineerd ben door boeken met een lange historie. Ademloos lees ik boeken zoals The book nobody read waarin Owen Gingrich alle exemplaren van Copernicus' De revolutionibus orbium coelestium opzoekt en een als een soort detective de geschiedenis van elk exemplaar door de eeuwen heen beschrijft. Hoe meer historie, hoe mooier het is. En veel meer historie van het gedrukte boek dan een incunabel bestaat er niet.

Als je op zoek bent naar vroeg 16e eeuwse boeken, gaat het ineens minder om de inhoud. Veel boeken zijn toch al in Latijn dat ik niet kan lezen en er is nu ook niet zoveel keuze dat je kan zeggen dat je een bepaald boek uit de 15e/16e eeuw wilt. Of liever: als je het boek kent, is het zo bekend dat die bekendheid rechtevenredig met de prijs is. Dus de kunst is een mooi 16e eeuws boek te vinden dat ook nog eens redelijk betaalbaar is en zo een stuk geschiedenis in huis te halen.

En zo kwam ik op de site van het Florentijnse antiquariaat/veilinghuis Gonnelli terecht. Het bleek dat zij eind april een veiling hadden van 15e/16e/17e eeuwse boeken tegen heel redelijke prijzen - denk in 100/200 euro voor nette exemplaren in soms authentieke bandjes. Mijn Italiaans is belabberd maar met Google Translate kwam ik een heel eind. Mijn oog viel op de volgende boeken:
  • Lot 41: Aurelius Augustinus - Sermones sancti Augustini ad heremitas et nonnulli ad sacerdotes suos (...) Et primo de institutione irregularis vite. Impressum Venetiis, 1517. Een mooi boekje: "l'ultima bianca, abest. Frontespizio un po' restaurato, con note manoscritte di antica posessione. Legatura moderna in pergamena." (Frontispice een beetje gerestaureerd, met handgeschreven notities van de oude eigenaar. Binding modern perkament) Geschatte opbrengst: € 150.
    Ecclesiastica hystoria
  • Lot 136: Eusebisu Caesariensis - Ecclesiastica hystoria. Impressa Lugduni, 1526. Esemplare un po rifilato. Nota di possesso al frontespizio. Legatura ottocentesca in mezza pelle (Exemplaar een beetje bijgesneden. Aantekening eigenaar op de titel. Binding negentiende-eeuws half leder). Geschatte prijs: € 100. 
Ik bood respectievelijk € 180 en € 125. Want in de eerdere catalogi zag ik dat Gonnelli vrij dicht bij de geschatte prijs bleef. Beide gingen echter aan mijn neus voorbij. Een teleurstellende wetenschap, want in mijn beleving was ik nog nooit zo dicht bij het bezit van een boek uit 1517 geweest... Twee betaalbare post-incunabels die voor respectievelijk € 300 en € 250 iemand anders blij maakten. Gelukkig voor mij was er nog de aftersales catalogus.  Daarin liet ik mijn oog vallen op Comoediae viginti van Plautus Titus Maccius. Uit 1540, 723 pagina's en "Esemplare con fori di tarlo marginali dalle pagina 57 alla pagina 65. (...) Fitte note, di mano coeva, a molte pagine e nota di un professore di latino firmata nel 1586 al frontespizio. Legatura moderna in mezza tela" (Google zegt: "Dichte notities, hedendaagse kant, veel pagina's met notities en een professor van het Latijn in 1586 ondertekende de titelpagina. Moderne Half linnen band"). En dat voor € 150. Met veilingkosten en verzendkosten zou dit op € 230 komen. Na wat heen en weer mailen plaatste ik mijn bestelling, en de volgende ochtend vond ik een bericht van Gonnelli in mijn mailbox: "I am terribly sorry to tell you that this book, lot 291, has been sold yesterday night a few minutes before our closing time."

Wéér viste ik achter het net. Wéér geen stoer verhaal over het kopen van een 16e eeuws boek op een Italiaanse veiling... Dagenlang had ik mij gekoesterd in het besef dat ik bijna met mijn vingers de eeuwen kon aanraken... maar dit droge mailtje haalde mij uit de droom. Wat wel interessant was dat ik leerde dat als je iets antieks koopt in Italië, je een exportvergunning nodig hebt. Dat geldt voor alles dat ouder is dan een eeuw (of twee). Het aanvragen van die vergunning kost een dag of 40... Maar gelukkig bood Gonnelli aan om alle administratieve rompslomp voor haar rekening te nemen. Wel handig om te weten dit: er zijn nogal veel oudheden in Italië maar zonder exportvergunning krijg je die niet mee naar huis. Om teleurstellingen te voorkomen is het goed daar een mentale aantekening van te maken bij de volgende Gonnelli-catalogus

Gelukkig heeft dit verhaal nog een quasi happy end. Want op Marktplaats zag ik ineens een stuk vaderlandse geschiedenis verschijnen. Een publicatie van de Staten-Generaal uit 1596, met de bijzonder lange titel Placcaet provisioneel opden generalen stilstant van allen het muntwerck, inde ghe-unieerde Provincien, quartieren, steden ende andere plaetsen inde selue voor het loopende jaer XV:e vierentneghentich, midtsgaders de reductie vanden cours van alle goude ende silvere penninghen, opden voet van het placcaet gheemaneert int jaer XV:e LXXXVj. Uit 1596... De 80-jarige oorlog was nog geen 30 jaar onderweg, Rembrandt zou pas 10 jaar later worden geboren, Willem Barentz ontdekt Spitsbergen en Johan van Oldenbarnevelt is druk met zijn diplomatieke werk voor de Republiek. René Descartes wordt geboren en Shakespeare is net bezig met zijn Romeo en Julia. WOW - wat een tijd. En ondertussen brengen de Staten-Generaal een plakkaat uit met betrekking tot de financiën in de jonge Republiek. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestond nog maar 8 jaar en moest zich nog volop organiseren. Dergelijke voorschriften hielpen daarbij. Fantastisch om dat in bezit te hebben. Het is weliswaar niet uit 1540, maar wel (nog net) uit de 16e eeuw. Ruim twee eeuwen ouder dan mijn één-na-oudste boek. En in totaal 418 jaar oud. Ik laat deze overweldigende last van de geschiedenis nog even op mij inwerken...


01 september, 2007

131 - Literair Italië

Standbeeld van Goethe in het kasteel in 
Malcesine aan het Gardameer

De vakantie is weer voorbij, met een ruime week Gardameer. Tot mijn verrassing bleef Goethe mij daar achtervolgen. Net zoals twee jaar geleden in Weimar, waren ook hier de sporen van Goethe zichtbaar. Over Weimar schreef ik hier en hier. Zo intens als in Weimar was Goethe niet aanwezig, maar hij was er geweest, had enthousiast geschreven over Torbole, had in 1786 geslapen in het kasteel van Malcesine (waar nu dus een Goethe-zaal is) en dus zijn er met enige regelmaat tentoonstellingen over Goethe en het Gardameer. Maar die heb ik allemaal links laten liggen, want ik kwam voor iets anders.

Ter gelegenheid van Italië had ik namelijk de lijvige roman van Manzoni meegenomen: De verloofden oftewel I promessi sposi. Het relaas over de Lucia en Renzo die willen trouwen, maar worden tegengewerkt door de omstandigheden van hun tijd, machtige edelen, de pest en alles wat daaruit voortvloeit speelt zich af in de omgeving van Milaan dus in de buurt van het Gardameer. Ruim voor de eenheid van Italië was het leven van eenvoudige mensen niet makkelijk en Manzoni beschrijft op schitterende wijze hoe zij met hun omstandigheden omgaan en hoe het er in het Italië van de 17e eeuw aan toeging. Het boek is tegelijkertijd een roman en een geschiedenisboek en bijzonder geschikt voor een zonnige week Italië. Al was het maar omdat Manzoni met deze roman grondlegger was van het moderne Italiaans: hij schreef het in een taal die bedoeld was om als standaard te fungeren. Het boek staat symbool voor de eenwording van Italië. Daarom is het ook verplichte literatuur voor iedere schoolgaande Italiaan. Het deed mij goed te weten dat de Italianen om mij heen in elk geval hetzelfde boek hadden gelezen als ik.

Renzo en Lucia zijn twee gelieven, eenvoudige boerenkinderen van het Lombardische land. Zij worden weerhouden van hun huwelijk op een afgesproken dag (8 november 1628) door toedoen van de edelman-schurk Don Rodrigo, die zijn zinnen op Lucia heeft gezet. Hij weet dorpspastoor Don Abbondio op zeer Italiaanse wijze te intimideren via zijn bravi (een soort desperado's) zodat deze het huwelijk niet durft te voltrekken. De verloofden moeten vluchten, worden gescheiden, doorstaan beproevingen, hervinden elkaar en trouwen uiteindelijk. Mazoni beschrijft op indrukwekkende wijze de pest in Milaan en de heldenrol van de geestelijken in de stad, maar ook de verwoestingen die optreden wanneer een huurlingenleger door het gebied trekt tijdens een van de eindeloze oorlogen in dat gebied.
Meer informatie over Manzoni en zijn grote roman vind je hier en natuurlijk hier.

Maar Noord-Italië is natuurlijk ook de streek van die twee andere geliefden, die wél trouwen maar ook niet gevrijwaard worden van problemen en uiteindelijk sterven: Romeo en Julia. Verona is de stad waar elke toerist het beeld van Julia kan bekijken en aanraken, het balkon van het huis waar ze woonde (later aangebouwd, maar toch...) en het graf waarin zij ligt. Verona is een schitterende stad, één groot openluchtmuseum in feite en de binnenstad staat natuurlijk niet voor niets op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het amfitheater is ongekend mooi. Toch is het er verrassend rustig, behalve natuurlijk in het steegje naar het huis van Julia. Dat stukje Verona is één grote kermisattractie: iedereen wil naast Julia staan en gefotografeerd worden, iedereen wil op het balkonnetje staan en terwijl de ene na de andere bus fotograferende toeristen wordt uitgeladen ontstaat een geweldig gedrang. Maar je moet het gezien hebben. Even snel kijken dus en vervolgens onmiddellijk wegwezen.

De beschermheilige van Verona is Zeno, dat deed me denken aan dat magistrale boek van Italo Svevo: Bekentenissen van Zeno. Maar dat boek had ik al uit, dus dat hoefde niet mee. Bovendien kreeg ik in dat ene weekje de ruim 600 Manzonipagina's maar amper uit. Manzoni en het Gardameer: het is de moeite waard.