zondag, oktober 22, 2017

Een mooie set boeken van Stichting P.J. Cools

Bij mijn enthousiaste bespreking van het boek Boeken uit de doeken in mijn vorige bericht, gaf ik al aan dat deze afkomstig was van de mij onbekende Stichting P.J. Cools. Deze wetenschap was aanleiding om eens te gaan grasduinen op de site van deze stichting, en ik ontdekte onder meer dat deze stichting de organisator is van de jaarlijkse Tilburgse boekenmarkt "Boeken rond het paleis". Maar niet alleen dat, de stichting bevordert ook andere literaire activiteiten en wat voor mij belangrijk is: ze geven boeken uit, in het bijzonder boeken over boeken.

Veel lees- en verzamelbevorderende activiteiten dus en daarom verdient deze stichting alle aandacht die maar nodig is. Ik vroeg mij vervolgens wel af wie die P.J. Cools nu eigenlijk was waar de stichting naar was genoemd. Gelukkig realiseert de stichting zich dat meer mensen zich dat afvragen, en daarom staat er een link naar een artikel van Jef van Kempen over Petrus Josephus Cools.

Het eerste wat ik daarin las was dat het een pater was die censor was in de plaatselijke bibliotheek. Niet bepaald een aanbeveling om naamgever te worden voor een stichting die het lezen bevordert, wat mij betreft, want het doet mij denken aan lijsten met verboden boeken en andere nare beperkingen. Maar al verder lezend blijkt het allemaal wel mee te vallen met deze Cools. Hij werd na zijn priesteropleiding bibliothecaris van de theologie-opleiding in Stein en schreef meerdere artikelen over boeken en bibliotheken en stimuleerde de verwerving van boeken waar hij maar kon. 'Hoe meer boeken hoe beter', was zijn motto. Binnen zijn eigen bibliotheek was hij zeer actief in de verwerving van boeken van kloosterbibliotheken die opgeheven dreigden te worden. Door deze bibliotheken te verwerven, bleven de boeken behouden en beschikbaar. Na de oorlog kreeg hij een plek in landelijke commissies die zich bezig hielden met herstel en bevordering van het bibliotheekwezen in Nederland.

Karin van der Heijden en Joost Coppens - bibliotheekmedewerkers Theologische Faculteit Tilburg (Foto Frans van Ameijde via www.cubra.nl)

In de uitgave Catalogus van de handschriften, incunabelen en postincunabelen uit het bezit van de orde der minderbroeders-kapucijnen in Nederland, nu aanwezig in de Bibliotheek van de Theologische Faculteit Tilburg door Lydia Wierda, lees ik de volgende vermakelijke passage:
De TFT [Theologische Faculteit Tilburg] had aanvankelijk geen eigen bibliotheek. De studenten beschikten op hun thuisbasis veelal over een goedvoorziene bibliotheek. Het gebrek aan een bibliotheek werd echter wel als een bezwaar gezien. Daarom werd een bibliothecaris aangesteld wiens belangrijkste taak niet zozeer was de zorg voor de boeken als wel ervoor zorgen dat er eigen boeken kwamen.
Deze bibliothecaris, pater Petrus Josephus Cools MSC, ging vol goede moed op strooptocht. Hij bezocht de bibliotheken van de missionarissen van het H. Hart, de missionarissen van het Goddelijk Woord, de missionarissen van de H. Familie en de minderbroeders kapucijnen. En niet zonder succes: de eerste meters boeken van de bibliotheek van de TFT zijn het resultaat van Cools' inspanningen. Deze boeken hebben geen stempel van de TFT maar hebben een ingeplakt briefje met de tekst 'In bruikleen bij de bibliotheek van de Theologische Faculteit Tilburg'. Deze boeken zijn vooral afkomstig uit de collecties van de vroegere seminaries.
(...) De collectie oude en kostbare werken van de kapucijnen omvat 80 handschriften, 45 incunabelen met 62 titels en 165 postincunabelen met 218 titels.

Dat heeft Cools dan wel weer aardig gedaan, op die manier cultureel erfgoed behouden en zo historische boeken toegankelijk houden, en en passant nog 45 incunabelen op de kop tikken naast veel ander moois. Hoewel 'strooptocht' niet zo'n positieve term is, is zijn intentie goed geweest. Ik snap wel dat zoveel enthousiasme een inspiratie vormt voor de stichting P.J. Cools: 'hoe meer boeken hoe beter!'.

Maar terug nu naar de lijst met uitgaven van de stichting. Ik was zo brutaal om Peter IJsenbrant en Martin Hulsenboom te vragen of er wat rondslingerende uitgaven van deze stichting mijn kant op konden komen, en tot mijn grote blijdschap werd mijn smeekbede verhoord. Hieronder een beeld van wat vervolgens in mijn brievenbus plofte:

Hoewel, een aantal van deze kreeg ik al eerder van de heren Hulsenboom en IJsenbrant (zoals de prachtige gelegenheidsuitgave Paul Verlaine in Tilbourg, oplage 25, die netjes staat naast mijn twee uitgaves van de Biblio-sonnetten van Verlaine), maar het maakt het plaatje wat completer. Hoe dan ook een boeiende collectie van boeken over boeken en lezen die elk op hun eigen wijze laten zien waarom boeken zo fascinerend zijn. Eén van de uitgaven die strikt genomen niet van de stichting is, is het boekje De nagedachtenis van een groot man van Gerard Keller. Een heruitgave van een verhaal van deze schrijver ter gelegenheid van het plaatsen van een grafmonument voor hem. Een mooi verhaal over een vergelijkbaar thema: hoe in een dorp een min of meer bekende schrijver wordt herdacht en waarin kleinburgerlijkheid leidt tot een herdenking waarin iedereen vooral zijn eigen belang dient en de schrijver meer en meer vergeten raakt. Tot mijn grote spijt realiseerde ik mij dat ik niet al te lang geleden een boek van deze Keller had weggedaan wegens overtolligheid (om precies te zijn: Het vermoorde Parijs in een overigens vrij lelijke en beschadigde uitvoering). Nu mis ik dit boek, want deze nieuwe uitgave had daar mooi naast kunnen staan. Voor de zoveelste keer de les geleerd om geen boeken weg te doen, want er volgt altijd spijt.

Waar ik ook erg van genoot is de uitgave Boekverkoper voor alle seizoenen van Herman Brusselmans waarin alle passages over de fictieve boekhandelaar en bibliothecaris Louis Tinner uit de boeken van Brusselmans zijn gebundeld. Of wat te denken van  De pelle humana over boeken gebonden in mensenhuid (Perkamentus schreef hier al eens over in 2011, maar hij moest toen nog 11 euro neer leggen voor dit boekje..). Inmiddels zijn wereldwijd 18 van dergelijke boeken bekend die bij veel mensen tot de verbeelding spreken (de tekst van Schilders staat trouwens hier). Maar bovenal ben ik nu in het bezit van een boek van P.J. Cools zelf, een lezing met de titel Over het conserveren van boeken, waarin dezelfde toelichting van Jef van Kempen over Cools zelf staat die ik hierboven al aanhaalde maar daarnaast nog een toelichting op de tekst bevat van - wie anders dan - Ed Schilders. In deze verhandeling geeft Cools allerlei raad over hoe boeken het beste behandeld kunnen worden in bibliotheken, maar ook in de thuisbibliotheek. Een tip is om elk boek tenminste één keer per jaar uit de kast te nemen en buiten stofvrij te maken. Ik vrees dat ik tegen deze regel zondig: ik stof mijn boeken maximaal één keer per vijf jaar af. Daarmee heb ik de Cools-norm niet gehaald..

Mijn gebedel leverde kortom een paar fraaie aanvullingen op voor mijn collectie boeken over boeken, die inmiddels zo'n 220 titels telt. Ik schaam mij dan ook niet voor het gebedel: ik weet dat de boeken hoe dan ook door mij meer geliefd en beter verzorgd worden dan elders, en dat ze dus beter bij mij kunnen staan. Niet dat ik twijfel over de bibliozorg bij Peter IJsenbrant thuis, maar ik wil alleen maar zeggen dat ik natuurlijk niet de eerste de beste bedelaar ben. Mijn dankbaarheid is groot en langdurig, en ik deel deze ook nog eens met de lezers van dit blog. Die lezers worden hopelijk geprikkeld door dit moois en die hoeven niet te bedelen, maar kunnen de boeken vermoed ik gewoon bestellen via de gegevens op de website van Stichting Cools.

Wie had gedacht dat ik als randstedelijke protestant zo enthousiast kon worden over een Brabantse katholieke geestelijke censor... Bibliofilie overbrugt de grootste verschillen, zo blijkt maar weer.


donderdag, oktober 05, 2017

Boeken uit de doeken

Op 23 september 2017 liet Arjan Peters in de Volkskrant weten dat hij aangenaam verrast was door de bundel biblioconologische schetsen van de hand van Martin Hulsenboom en Peter IJsenbrant onder de titel Boeken uit de doeken. Ik kon een licht gevoel van trots niet onderdrukken want dat boek had ik al enige tijd in huis en inmiddels van A tot Z (of van Giuseppe Arcimboldo tot William McGregor Paxton) gelezen en er onnoemelijk van genoten. Mijn oproep aan alle lezers van dit blog is dan ook: Lees dit boek! Bestelinformatie staat hier.
Het is overigens niet zo dat ik mij op enige inspanning van mijn kant kon beroemen: ik kreeg het boek gewoon toegestuurd en op een goede dag plofte het onverwacht in mijn brievenbus. Wat ik sindsdien met Peters deel is bewondering voor de makers van dit prachtwerkje, want zij zijn er in geslaagd om een informatief en tegelijkertijd onderhoudend en soms ronduit grappig boek te maken waar elke bibliofiel van gaat watertanden.
Het boek bestaat uit 36 beschouwingen naar aanleiding van schilderijen waarop op een of andere wijze een boek een rol speelt. Deze schilderijen leiden vervolgens tot een overpeinzing over boeken, bibliofilie, lezen en lezers en alles wat daarmee samenhangt. Naast allerlei nuttige informatie uit de wereld van het boek worden passende citaten van klassieke schrijvers ingevoegd om een punt te maken waar dat nodig is. Zoals van Washington Irving en Petrarca over het lezen in de buitenlucht, naar aanleiding van een schilderij van Albert Edelfelt.
De ondertitel - biblioconologische schetsen - verwijst naar iconologie, oftewel de leer van de verborgen betekenissen in kunstwerken. Een leerstuk dat in Utrecht een heuse leerstoel had, maar waar tegelijkertijd ook best veel kritiek op was. Aan de ene kent hielp de iconografie (en in het verlengde daarvan de iconologie) om kunstwerken beter te interpreteren. Aan de andere kant ging de interpretatiezucht soms wat ver en werd er betekenis gezocht waar die niet was. De auteurs van dit boek dansen opgewekt tussen al deze betekenissen door en geven gewoon hun eigen draai aan wat zij zien (of menen te zien) in de schilderijen die ze in het boek hebben opgenomen.
Wat mij nog opviel is dat Arjan Peters in zijn column dit boek aanhaalt nadat hij eerst schrijft over de film Echt Herman Koch. Maar heeft hij niet gezien dat Herman Koch ook in dit boek figureert, en wel naar aanleiding van een illustratie van Peter van Dongen? Dit is aanleiding voor een beschouwing over bibliofagie, oftewel het eten van boeken. Ik had hier zelf op dit blog al in 2006 over geschreven. Ook Jan van Herreweghe heeft natuurlijk over dit verschijnsel geschreven.
In het boek staat een voorwoord waarin vooral geprobeerd wordt om te laten zien dat het geen voorwoord is, en en passant krijgt de lezer les in de historie van het voorwoord. En hoewel het voorwoord (of wat het dan ook is) mij maande om het boek vooral geduldig uit te lezen, kon ik het toch niet laten om na elk stukje toch nog één extra stukje te lezen, en pardoes was het boek toen uit. In het boek staat ook een persiflage op een recensie (bij een schilderij van Charles Joseph Traviès de Villers) dat eindigt met de prachtige zinnen "De heren [IJsenbrant en Hulsenboom] wilden iets nalaten. Dat is hun gelukt. Zij hebben nagelaten een fatsoenlijk boek te schrijven".
Met die recensie ben ik het uiteraard volledig eens: dit boek had nooit geschreven mogen worden. De belangrijkste reden daarvoor is dat ik het zelf had willen schrijven. Want eerlijk gezegd zijn deze stukjes in alle compactheid én informatiedichtheid elke keer een prachtig blogstukje. Dus waar ik met mijn blog elke keer ploeter om een stukje op te leveren, schrijven de beide heren gewoon een boek vol met allerlei relevante nutteloze feiten over boeken en lezers in prettig leesbare stukjes die uitnodigen tot verder lezen. Daar hadden zij ook jarenlang een blog mee kunnen vullen.
Wat ik verfrissend vond was de humor in het boek. Het is ook mijn humor: ik mag graag een woordgrap maken die net een tikje te flauw is, en daardoor leuk. Het hoeft niet allemaal zo serieus te zijn in boekenland, we blijven tenslotte allemaal 'gently mad' en daar hoort ook luchtigheid bij. Naast de woordgrap is er ook de quasi-arrogante correctie van opvattingen van grote auteurs. Zo betwisten zij de stelling van Copernicus dat deze wereld om de zon draait. Wat hen betreft draait de wereld om boeken, en daar ben ik het van harte mee eens. En dat er één zo'n boek mijn kant op gedraaid is, is niet minder dan het bewijs van een natuurwet: bibliogravitas om precies te zijn, waarbij het centrale punt mijn bibliotheek is. (Volgens mij heb ik zojuist een nieuwe term bedacht, die ik snel ergens moet laten registreren..)
Het is niet voor het eerst dat uit de koker van IJsenbrant en Hulsenboom en consorten mooie uitgaven komen. Recent scheef ik al over de prachtig uitgegeven en toegelichte biblio-sonnetten van Verlaine (die ik nu overigens dubbel in de kast heb: ik heb De Roos-uitgave die gelijktijdig met de handelseditie verscheen inmiddels ook op de kop getikt) en nu is er dit boek weer. Het plezier spat van dit boek af en het is ook nog eens mooi uitgegeven: gebonden, leeslintje, het ruikt goed en ligt lekker in de hand. Het is mij een raadsel hoe zo'n mooi boek gemaakt kan worden en dan vervolgens voor de belachelijk lage prijs van 12,5 euro verkocht wordt.
Is er dan niets om over te klagen? Nou, behalve dat ik het boek had willen schrijven eigenlijk niet. Ik ben van de weeromstuit maar eens gaan kijken bij de Stichting P.J. Cools (genoemd naar Petrus Josephus Cools), die ik eigenlijk helemaal niet kende. Maar ik kom dan ook niet uit Tilburg en omstreken. Mijn zoektocht leidde echter wel tot nieuwe begeerte toen ik de uitgaven van de afgelopen jaren zag: allemaal boeken over boeken in aantrekkelijke uitgaven. Gelukkig heb ik inmiddels een flink aantal van deze Cools-uitgaven in huis, maar hoe ik eraan gekomen ben en welke dat zijn: daarover schrijf ik een volgende keer.