Posts tonen met het label schrijvers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijvers. Alle posts tonen

05 februari, 2020

303 - Warm welkom voor winkeldochters

Onlangs zag ik op Catawiki een kavel dat mij in eerste instantie niet zo aansprak, maar waar ik uiteindelijk toch op toesloeg. Dat had onder meer te maken met de lage prijs maar ook met de inhoud: voor 18 euro werd ik eigenaar van 11 gesigneerde uitgaven die afkomstig waren uit de bibliotheek van de dichter en literatuurcrtitcus, maar ook leraar Nederlands, D.A.M. (Dick) Binnendijk (1900-1984). Dick Binnendijk is bekend van zijn eigen werk, maar natuurlijk ook omdat hij op het Amsterdamse Vossius Gymnasium de leraar was van onder meer Hanny Michaelis en de broers Karel en Gerard van het Reve en omdat hij zich liet gelden in polemieken met Menno ter Braak, Marsman en Du Perron. Hij had een langdurige relatie met Emmy van Lokhorst, maar trouwde uiteindelijk in 1929 met Enny Paauw.

Ik hou sowieso van gesigneerde literaire boeken (volgens de meest recente telling heb ik 443 gesigneerde werken in mijn bezit) en deze Dick Binnendijk bewoog zich in interessante kringen, want in het kaveltje zaten ook boeken van onder meer Ed Hoornik, Maurice Roelants en Jeanne van Schaik-Willing. Allemaal auteurs die rond de oorlog veel gelezen werden, maar tegelijkertijd ook wel een beetje gelden als 'de oude garde'. De vernieuwing in de Nederlandse literatuur was aanstaande, maar die begon niet bij Dick Binnendijk. Hij schreef er wel veel over en volgde het op de voet.

Dit kavel was voor mij ook interessant in het licht van 75 jaar bevrijding, omdat de kring van auteurs waar ook Binnendijk toe behoorde getekend is door de oorlog. Zijn leerling Hanny Michaelis, die getrouwd was met Gerard Reve, heeft in haar postuum uitgegeven oorlogsdagboeken over haar relatie met Binnendijk geschreven - en ook over haar verhitte dromen over hem. In elk geval was Binnendijk ook haar grote literaire inspirator. In de biografie van Henriette van Eyk schrijft Aukje Holtrop hoe in de oorlogsjaren avonden werden georganiseerd met ‘geestverwanten’ waar onder meer het echtpaar Binnendijk en Jeanne van Schaik Willing aanwezig waren. Van deze laatste zijn er twee boeken in het kavel: Dwaaltocht uit 1977 (“voor Enny en Dick. In hartelijke vriendschap”) en en Odysseus weent uit 1953 (“Voor Dick en Enny. In vriendschap. Jeanne. Februari ‘53”). Daarnaast de bundel Vrij Volk waarvan zij samen met o.a. Antoon Coolen en Albert Helma de auteur was (“Voor Dirk. Van Jeanne. 12 oct. ‘45”). Dit is de tekst van een herdenkingsstuk dat voor het eerst op 6 juni 1945 werd uitgevoerd in de stadsschouwburg, door een toneelgroep met de naam 5 mei 1945.

Ook Ed. Hoornik was bevriend met Binnendijk en hij volgde hem op als redacteur van het maar kort bestaande tijdschrift Centaur. Om die reden ook twee werken van hem in het kavel: De vis (ik had al de uitgave van De Roos uit 1965, maar nu dus ook het origineel, met opdracht: “Voor Dick en Enny. Ed. Hoornik, 2 april ‘62”) en De overlevende. In dat laatste boek (“voor Dick en Enny”) zit een handgeschreven brief waarin de briefschrijver een bespreking van dit boek door Anton Koolhaas in het NRC terugstuurt (“Lieve Dick. Met veel dank het knipsel retour”). De brief is geschreven op het briefpapier van de classicus Everhardus Otto Houtsma en volgens de beschrijving van het boek in de catalogus zou dit een brief van deze Houtsma moeten zijn. Maar... E.O. Houtsma overleed al in 1905, dus deze brief uit 1968 moet afkomstig zijn van zijn (klein)kind, vermoedelijk, want de letters E.O. zijn op het briefpapier doorgestreept maar de naam Houtsma niet. Dus welke Houtsma woonde er in 1968 op de Bloemgracht 4 in Amsterdam?

Hoe dan ook - de brief bespreekt de recensie van Koolhaas (“dat ik het anders zie dan Ton”) en sluit onder de onleesbare ondertekening af met het begin van een recept voor spitjes. Die start van het recept herhaal ik met veel plezier - zo krijgt dit blog ook nog eens een kookrubriek:
"Laat allerhande vlees in blokjes snijden en zet die 24 uur in een marinade van maisolie, citroensap, peper, laurier, tikje zout, tijm, knoflookpoeder en mespunt gemberpoeder."
Hier stopt de brief, dus wat Dick en Enny na 24 uur met de gemarineerde vleesblokjes deden zullen we nooit weten. Maar wie trekt krijgt in spitjes, vindt hier een hedendaags recept.

Het kavel werd op catawiki aangeboden door antiquariaat Fokas Holthuis, van wie ik sowieso een vaste klant ben. Ik heb al een stevig rijtje boeken van Fokas in mijn bibliotheek staan en put graag kennis uit de goed gedocumenteerde nieuwsbrieven en catalogi. Toen ik het kavel ontving zat daar catalogus 59 bij uit november 2012 bij. Hierin staan alle boeken uit het kavel opgesomd - ze hadden dus al ruim 7 jaar doorgebracht op de planken bij Fokas. De catalogus begint met een mooie Ten Geleide, waaruit duidelijk wordt dat de boeken in de catalogus - en dus ook die nu in mijn bezit zijn - afkomstig zijn van een studeerkamer in Nijmegen. Het leeuwedeel van het boekenbezit van Binnendijk werd na zijn dood verkocht aan Antiquariaat Schuhmacher, maar deze bleven kennelijk achter. Ik heb al eerder bij Fokas boeken gekocht uit een deel van een schrijversbibliotheek: mijn exemplaar van de De Roos-uitgave De Harp was afkomstig uit de bibliotheek van de Nijhoffs. Ik schreef erover in dit bericht.

Fokas schrijft in zijn Ten Geleide dat Binnendijk gezien werd als “een vertegenwoordiger van een voorbije schrijversgeneratie”. Dat de belangstelling voor aan hem gerelateerd werk mede daarom misschien wel klein is, blijkt wel uit deze opbrengst van het kavel. In de toch al bescheiden geprijsde catalogus zouden deze boeken circa €190 moeten opbrengen; ik kocht ze dus voor minder dan 10% van de gevraagde prijs. Ik deed meteen een extra bestelling, want Fokas had nog twee andere boeken staan die ik ook wilde hebben. Dat scheelde in elk geval weer verzendkosten...Voor mij een mooie aankoop en Fokas is van een aantal winkeldochters af hoewel ik mij de teleurstelling over de opbrengst kan voorstellen. En zo werd ik de trotse bezitter van weer 11 boeken met een bijzondere provenance, een mysterieuze brief en een half recept voor spitjes.

07 december, 2017

282 - In de kraamkamer van een roman

Ik vertelde al eerder van mijn contacten met Marcel Möring, naar aanleiding van mijn behoefte om alle boeken die ik van deze schrijver heb ook gesigneerd te krijgen. Dit signeren lukte en het leidde tot vriendelijke contacten met Möring. Maar enige tijd geleden kreeg ik een verzoek van hem dat ik wel heel bijzonder vond.

Möring had onthouden in welk vakgebied ik werkzaam was en dat vakgebied werd een thema in de roman die hij op dit moment aan het schrijven is. En hij wilde met mij wat doorpraten over dat thema om er voor te zorgen dat de beschrijving in zijn roman zo accuraat mogelijk zou zijn.

Ik voelde mij natuurlijk zeer gevleid door dit verzoek. Ik heb een huis vol boeken die allemaal op een of andere manier herkenbaar en betekenisvol zijn voor mij, maar op deze manier invloed kunnen uitoefenen op een roman had ik nog niet eerder meegemaakt.. Ik vroeg een collega van mij die nog net wat meer gespecialiseerd is dan ik om mee te gaan en samen gingen wij op pad naar huize Möring.


Daar hadden wij een boeiend gesprek over schrijven in het algemeen, het leven in Rotterdam en natuurlijk uitvoerig over de thematiek waar we voor kwamen. Möring schetste een verhaallijn die hij in zijn hoofd had en wilde bij ons toetsen of zoiets in werkelijkheid ook zou kunnen gebeuren. Helaas voor hem was deze verhaallijn - waar ik niks over ga zeggen, lees vooral het nog te verschijnen boek er maar op na - hoewel ogenschijnlijk plausibel, in de praktijk niet realistisch.

Of eigenlijk was dat niet helaas voor de schrijver, want Möring liet weten dat hij over het algemeen veel tijd steekt in het uitvogelen van de precieze omstandigheden en gebeurtenissen in zijn boeken. Als hij schrijft over een willekeurige dag in het verleden, dan zoekt hij uit of het weer dat hij beschrijft ook daadwerkelijk klopt met die dag. Het zou voor hem vreselijk zijn als hij schrijft dat het op en bepaalde dag in november zoveel jaar geleden koud was met regen, terwijl het in werkelijkheid zonnig was en droog. Ook locaties moeten kloppen bij de werkelijkheid. Er mag niets zijn wat uiteindelijk de lezer kan afleiden van het verhaal. Dus dat wij konden aangeven dat deze verhaallijn uiteindelijk niet klopte met de werkelijkheid, luchtte hem in die zin op dat hij niet pas na het verschijnen van het boek iets dergelijks zou horen.

Ik ben uiteraard zeer benieuwd wat het uiteindelijke boek gaat worden. We hebben wel gehoord wat de thematiek van het boek in het algemeen is en de verhaallijn waar wij op reflecteerden, maar voor het overige zal het net zo'n verrassing zijn als elk ander nieuw boek. Wat wel bijzonder is, is dat we de vraag kregen of we een conceptversie willen lezen van het boek om nog een laatste feitelijke check te doen (zodat alle details kloppen) voordat het verschijnt. Dat zal de meest 'advanced reading copy' zijn die ik ooit onder ogen heb gehad.


Enige tijd geleden was in het Drenths museum een tentoonstelling waarin het wordingsproces van de roman Eden werd weergegeven. Dat lijkt niet op de setting waarin wij het gesprek voerden - gewoon aan de keukentafel - maar als er van de nieuwe roman ook zo'n tentoonstelling komt dan verwacht ik ergens in een hoekje toch wel een vermelding van mijn bijdrage.


Als dank voor ons luisterend oor en onze feedback over het thema kregen nog een gesigneerde versie mee van De kleurentovenaar, een speciale uitgave die verscheen ter gelegenheid van het jubileum van de bibliotheek in Assen. En dat kwam dan wel weer goed uit, want dan blijft mijn Möring collectie (die inmiddels 32 gesigneerde exemplaren bevat) in elk geval actueel en op orde.

n.b. het boek is uiteindelijk in 2019 verschenen onder de titel Amen. Ik werd uitgenodigd voor de presentatie en zag daar dat ik werd genoemd in het dankwoord achterin het boek. 

12 november, 2017

281 - Uit de bibliotheek van de auteur

In mijn mail belandde de 81e catalogus van Fokas Holthuis met de titel "uit de bibliotheek van de Nijhoffs". Dat triggerde mij, niet zozeer omdat ik een verzamelaar van Martinus Nijhoff ben, maar omdat ik boeken 'uit de bibliotheek van...' altijd interessant vind. Hoewel dat soort boeken niet anders zijn dan andere boeken voegt het wat mij betreft wat toe aan een boek als het afkomstig is van een plek die van betekenis is, bijvoorbeeld uit de bibliotheek van de auteur zelf. Waarbij ik tegelijkertijd ook weer wat pietluttig ben omdat het mij niet zozeer gaat om elk boek uit een bepaalde bibliotheek (bijvoorbeeld een willekeurig boek uit de bibliotheek van W.F. Hermans, ook al staat er commentaar van Hermans in) maar boeken van de auteur zelf. Voor mij is dat net zo iets als een gesigneerd exemplaar; het boek is door de auteur 'aangeraakt' en dat maakt dat het uitstijgt boven alle andere exemplaren van dat zelfde boek.

Ik bezit al verschillende boeken 'uit de bibliotheek van..'. Zo heb ik de prachtige driedelige uitgave van Dibdin's A Bibliographical Antiquarian and Picturesque Tour in France and Germany uit de bibliotheek van Komrij (ik schreef er uitgebreid hier over en over de validiteit van het stickertje hier). Dit is natuurlijk een voorbeeld dat niet past bij de regel die ik net formuleerde omdat dit geen boeken van de hand van Komrij zelf zijn. Maar wie durft te beweren dat bibliofielen ooit consequent zijn? Ik zondig tegen iedere regel die ik mijzelf opleg, maar ter verdediging: in dit geval had ik het boek niet gekocht omdat het uit de bibliotheek van Komrij kwam, dat was een bonus waar ik later achter kwam.

Een zuiverder voorbeeld zijn de boeken Boudewijn Büch uit de bibliotheek van Büch, die ik kocht van iemand die zelf te gretig was geweest tijdens de grote Büch-veilingen en dus een aantal dubbels had. Een ander voorbeeld is de uitgave Een nieuwe politiek van Adriaan van Dis die ik kreeg van Adriaan van Dis. En recent kreeg ik van Marcel Möring een exemplaar van de speciale uitgave De kleurentovenaar, waarover ik binnenkort een stukje schrijf. Wat ik ook wel bijzonder vond waren de uitgaven van Stichting de Roos die afkomstig waren van de oud-voorzitter van Stichting de Roos.

Omdat ik wist dat Nijhoff ook een aantal uitgaven van Stichting de Roos op zijn naam had staan was ik dus benieuwd of deze catalogus een aantal van die uitgaven zou bevatten. En dat was zo! De Harp I en II werden door Fokas aangeboden, met deze omschrijving:

94 NIJHOFF e.a., M. De Harp. Onder redactie van Jan Engelman, M. Nijhoff en A. Roland Holst. (Met originele grafiek door Dirk van Gelder en Cuno van der Steene). Utrecht, Stichting De Roos, 1946-1948. Twee delen (compleet). Halflinnen. 64; 48 p. Typografische verzorging J. van Krimpen. Gezet uit de Lutetia en gedrukt op wit velijn van Van Gelder in een oplage van 175 genummerde exemplaren. 1e druk. Beide banden deels iets verkleurd. In handschrift van Chris Leeflang, in het eerste deel, onder het colofon: ‘Ex. H.S./ bestemd voor W. Nijhoff./ L.’. Het tweede deel is ongenummerd. Meegebonden zijn een originele houtgravure van Dirk van Gelder en een ets van Cuno van der Steene. Beide prenten zijn ook los bijgevoegd, in potlood gesigneerd door de kunstenaars. Het eerste deel bevat Euripides’ ‘Ifigeneia in Taurië’, ‘in Nederlandsche verzen vertaald door M. Nijhoff’.

Ik mailde bijna onmiddellijk retour en tot mijn vreugde was ik op tijd: de beide boeken werden voor mij gereserveerd. Een tijdje later ging ik ze ophalen en dat leidde weer tot veel rijkdom in Den Haag. Natuurlijk werd ik - net als de vorige keer toen ik daar langsging - volgestopt met lijsten met al het fraais dat Fokas en Paul in de aanbieding hebben, maar ik kreeg ook de papieren versie van de Nijhoff-catalogus. Het leuke daarvan is dat het begint met een toepasselijk gedicht van Ingmar Heytze:
Collectie Nijhoff
Gereedschap, toen. Wat nu? Te koop. Kaften
door hem aangeraakt, papieren die zijn zoekgemaakt
maar nog niet zoek genoeg, te koop, te koop. 
Rug verbruind, verbleekt, verschoten, voorrand ietsgeschaafd, gesleten, aangevreten door een muis. Bovenrandvan band beknibbeld (zilvervisjes). Voorplat los.
Hoe zwaarder verweerd, hoe meer je hand in hand staat
met de dichter die Awater schreef. Dat denk je, maar
je denkt verkeerd: een boek heeft geen geheugen
voor gezichten of het voorgeschreven uur. Geen tekstverlies,al is er wel iets anders kwijt - inkt en adem, huid en tijd.

Daarnaast valt uit de ten geleide meer te leren over de herkomst van deze collectie. De boeken stonden in Huize Antoinette in Biggekerke, dat Martinus Nijhoff in 1930 liet bouwen. Nadat Martinus en zijn vrouw Antoinette Wind (A.H. Nijhoff) waren overleden, liet Wouter Nijhoff al een deel van de boeken veilen, een ander deel werd in die tijd verdeeld onder vrienden. Volgens de ten geleide heeft deze Fokas-catalogus "in dat opzicht weinig pretenties" maar desondanks staan er nog veel pareltjes in. Ik vroeg bij het ophalen hoe hard het was gegaan met de verkoop, en dat bleek ook voor Fokas en Paul nog wel verrassend. Je weet kennelijk maar nooit hoe hard het gaat, maar voor deze Nijhoff bibliotheek was nog veel belangstelling. Des te blijer ben ik met mijn twee uitgaven van De Roos. Die had ik nog niet in mijn Roos-verzameling staan, en nu komen ze ook nog met een bijzonder verhaal erbij. En de papieren catalogus van Fokas Holthuis bewaar ik natuurlijk naast deze twee uitgaven van De Roos.

Ik vind het mooi gezegd van Heytze "een boek heeft geen geheugen" en dat is natuurlijk ook zo. Een boek is maar een dood ding. Maar de eigenaar van een boek heeft wel een geheugen en dat geheugen maakt verzamelen nu juist zo leuk want het maakt mij elke keer weer blij als ik naar deze boeken kijk. En ik deel mijn geheugen vervolgens graag met de lezers van dit blog, die er hopelijk ook een beetje blij van worden.

26 januari, 2007

116 - Van dode schrijvers niets dan goeds

In deze tijd, waar de canons over ons heenrollen, is door het Letterkundig Museum een hele fraaie opgesteld: de top 100 van grootste Nederlandse en Vlaamse dode schrijvers aller tijden. De naam van de canon is Pantheon. Een mooi lijstje bekende namen, waarbij de 'gelukkigen' op geboortedatum worden genoemd, waardoor het geen top 100 in de zin van een hitparade is geworden. De discussie over de vraag of Elsschot een groter schrijver was dan Boon hoeft niet gevoerd te worden. Ze staan in elk geval beide in de top 100.
Pieter Langendijk
Een snelle control-F stelt mij gerust dat Nescio en Bordewijk gewoon opgenomen zijn in de canon. Dat Multatuli erin staat is evident en ook Hermans, Bomans, Heijermans en Emants verdienen een plaatsje. Vestdijk, Langendijk en Bilderdijk mochten niet ontbreken. Maar ook Couperus en Revius, Marsman en Blaman, van den Vondel en van Schendel: ze zijn er allemaal bij. Evenals Jan van der Noot, Hugo de Groot en H.C. Poot. En natuurlijk Huygens, Tollens en Paaltjens. Voor wie het niet opviel: let vooral op de alliteraties bij deze opsomming. Het lijkt wel poëzie! 5% Van de lijst heet trouwens Jacob: Van Maerlant, Cats, Revius, van Lennep en Israël de Haan zijn opgenomen. En 4% heet Willem: die Madoc maakte, Bilderdijk, Kloos en Elsschot vinden we terug. Voeg daar de 3% Karel bij (van Mander, van de Woestijne en van het Reve) en het is duidelijk dat wie later in de canon opgenomen wil worden het meeste kans maakt als hij Willem Karel Jacob Dijkmans heet. De enige die daar qua naam een beetje bij in de buurt komt is Joseph Willibrordus Adrianus Dijkmans die in 1990 het proefschrift Aspects of geomorphology and thermoluminescence dating of cold-climate eolian sands schreef. Maar die zie ik nog niet zo snel in deze canon eindigen. Voor vrouwen (slechts 14 van de 100 trouwens) geldt overigens dat je het beste Anna kunt heten (Bijns, Roemers Visscher, Blaman) en gemakshalve reken ik Anne (Frank) dan ook maar mee. Opmerkelijk is dat één van de opgenomen vrouwelijke auteurs eigenlijk een duo is: Betje Wolff en Aagje Deken moeten het met één plekje doen.
Anna Bijns
Zo zijn er dus 101 auteurs in de top 100 en ook is er nog een 0-positie, namelijk alle anonieme auteurs die meesterwerken zoals Beatrijs, Karel en de Elegast, Mariken van Nimwegen en dergelijke hebben nagelaten. Een top 100 met ruim 100 deelnemers, dat is toch knap gedaan. Opvallend is dat sommigen van twee walletjes eten. Erasmus, Hugo de Groot, Spinoza, Vincent van Gogh en Anne Frank komen ook al voor op de canon van Nederland. Ik vind eigenlijk: maak een keuze, de anderen hebben het al moeilijk genoeg. Multatuli doet het netjes: een boek op de canon van Nederland (Max Havelaar natuurlijk) en hijzelf in de canon van dode schrijvers. Zo'n lijst is een feest van herkenning. Hoe lang is het geleden dat ik Rhijnvis Feith las? Zijn "Julia" toch voor het laatst op de middelbare school. En ik heb nooit geweten dat Vestdijk, Walschap en Slauerhoff in hetzelfde jaar zijn geboren (1898). En van wie heb ik nog nooit iets gelezen uit de top 100? Dat zijn er nog best veel: Henric van Veldeke, Willem, die Madoc maakte, Jacob van Maerlant, Jan van Ruusbroec, Anna Bijns, Dirk Volkertszoon Coornhert, Jan van der Noot, Karel van Mander, Jacob Revius, A.C.W. Staring, Hendrik Tollens, Virginie Loveling, Jacques Perk, Cyriel Buysse, Stijn Streuvels, Karel van de Woestijne, Maria Dermoût, Cola Debrot, Albert Helman en Hans Faverey zijn mij de afgelopen jaren waarschijnljk ten onrechte ontgaan.
Jan van der Noot
En dan heb je nog de categorie die niet in de top 100 is geëindigd, maar wat mij betreft volkomen ten onrechte. Hier mijn allitererende argumentatie. Want waarom wel A. Roland Holst maar niet H. Roland Holst? Wel du Perron maar niet Ferron kan ik nog begrijpen. En geen Marugg is goed, maar waar is dan ineens Büch gebleven. Wel Achterberg maar geen Herzberg? Wel Cats, maar geen Van der Leeuw? Wel Huygens maar geen Boutens? Ik denk dat mijn lijst er toch een tikje andes zou hebben uitgezien. En de vraag is natuurlijk hoe de lijst er over 10 jaar uitziet. Wie valt eruit als Haasse of Claus of andere auteurs op leeftijd overlijden? Komt Haasse in plaats van Buysse? En mag Hugo Claus de plaats van Hugo de Groot? Verdwijnt Lucebert als Campert komt? Neemt Harry Mulisch de plaats van Carry van Bruggen? Ik hoop op een bijgewerkte lijst per decennium en een lijst met afvallers. Dat houdt de discussie levendig. Ik ga in elk geval op zoek naar een paar titels van auteurs in de canon die ik nog niet ken. Virginie Loveling, ik had nog nooit van u gehoord maar waar zijt gij thans? 

20 december, 2004

30 - Curieuze curiosa

Een tijdje geleden las ik in de Volkskrant een artikel over de curiosa die in het Letterkundig Museum ligt opgeslagen. Het gaat dan om allerlei voorwerpen die aan schrijvers hebben toebehoord of die representatief zijn voor hun schrijverschap.

Het Letterkundig Museum omschrijft het zelf zo:
De typemachine en de oordoppen van Simon Vestdijk, het liefdeshart van Connie Palmen en Ischa Meijer, en het rapport van Theun de Vries. Van kledingstukken, brillen, wandelstokken, pennen en huisraad tot en met paspoorten, diploma’s en trouwkaarten. In deze kleurrijke verzameling zijn de meest uiteenlopende voorwerpen en persoonlijke documenten van schrijvers opgenomen.

Ziehier de stofzuiger van Vestdijk. Stond hij bekend om zijn bekwame stofzuigen, of inspireerde dit apparaat hem tot zijn beste proza? De Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden geeft uitsluitsel: Vestdijk zette, om bij het schrijven niet te worden gestoord door achtergrondgeluiden, de stofzuiger aan, ook bij DBNL wordt er over geschreven..

Dergelijke curiosa worden bij mijn weten niet vaak te koop aangeboden. Ik herinner me één geval: in een catalogus van het Leidse antiquariaat Aioloz werd een kostuum van Gerard Reve aangeboden, dat kennelijk nooit was teruggehaald van de wasserij. Ik heb de catalogus niet meer (hier wordt er iets over geschreven, maar ik ben geen abonnee, dus kan het niet lezen), maar enig speuren leert mij dat Aioloz ook in het bezit is geweest van een getrokken kies en afgeknipte teennagels van Gerard Reve.
De Volkskrant schreef met enig dedain over het tentoonstellen van dergelijke curiosa, en op zich moet ik er ook niks van hebben - niet van Gerard Reve en niet van dit soort curiosa. Toch zijn er volop mensen die dit verzamelen - neem bijvoorbeeld Boudewijn Büch die ook álles van de door hem bewonderde schrijvers, muzikanten en politici wilde hebben, zoals de penis van Napoleon.

En zoals we allemaal weten zijn al die spullen in september van dit jaar geveild. Memorabilia heten ze overigens volgens het Parool, geen curiosa. Ik ben niet bij de veiling geweest, heb dus niets gekocht. Bij mijn weten bezit ik geen enkel curiosum van een auteur. Het enige wat misschien in de buurt komt, is een gedicht gedrukt op een zakdoek. Dat werd ooit verkocht in de boekhandels met *). Het is het gedicht "Het lied van de zakdoek" van Bart Moeyaert. Maar hij heeft er niet zelf in gesnoten. En het object staat niet eens op zijn eigen website vermeld, dus misschien wil hij er zelf ook niks van weten.