Posts tonen met het label erfenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label erfenis. Alle posts tonen

13 november, 2020

308 - Uit de nalatenschap van een bibliofiel (1)

Het nalopen van advertenties op Marktplaats biedt vaak onverwachte kansen. Ik begin er inmiddels ook redelijk ervaren in te worden - het uitvissen van advertenties met veel potentie. Zo zag ik onlangs een advertentie waar een aantal boeken in werd aangeboden die typisch zijn voor een echte boekenverzamelaar en ook nog eens voor een zeer sympathieke prijs. Uiteraard wilde ik de boeken hebben, maar ik vroeg de verkoper of er misschien nog meer interessante boeken waren, want het type boeken in de advertentie staat meestal niet op zichzelf. Dat bleek inderdaad het geval en ik werd uitgenodigd om te komen kijken en te zien of er nog wat van mijn gading bij was.

Razend benieuwd naar wat ik zou aantreffen stapte ik dat weekend in de auto, op weg naar het aangegeven adres. Ik bleek te zijn uitgenodigd in de woning van de onlangs overleden Adri Offenberg. Deze woning moest worden ontruimd en dat betekende dat ook een groot deel van de boekenverzameling weg moest.

Dr. Adri K. Offenberg is een zeer bekende naam in de wereld van het oude en bijzondere boek. Hij was oud-conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana. Hij kwam al in 1965 in dienst van de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam en is daar uitgegroeid tot een gezaghebbend expert op het gebied van Joodse cultuur, Joodse boeken en boekwetenschap in het algemeen. Hij heeft verschillende publicaties op zijn naam staan over zijn specialismen. Naar aanleiding van de verschijning van het door Offenberg geschreven deel 13 van de Catalogue of Books Printed in the Xvth Century Now in the British Library in 2004 werd een gesprek met hem gepubliceerd in het tijdschrift De Boekenwereld (jaargang 22 nr. 4, hier na te lezen). Hij was toen al aan het einde van zijn carrière bij de UB. In het artikel staat: 

En, dr. Offenberg, klaar? ‘Eerlijk gezegd’, vertelt hij, ‘heb ik het nu drukker dan ooit en moet ik interessante aanbiedingen afslaan. Ik rond nu dan wel mijn werkzaamheden aan de Bibliotheca Rosenthaliana af (...). Ik ga geloof ik nog even door, maar ik zal wel proberen de uiterlijke rust die ik schijn uit te stralen wat meer te verinnerlijken.’ 

Adri Offenberg bewoog zich in kringen van het genootschap van bibliofielen en diverese andere verenigingen op het gebied van boekgeschiedenis en boekwetenschap. Ik ontdekte dat hij een keer geïnterviewd is door Boudewijn Büch en hij gaf regelmatig lezingen over zijn werk. Kortom, hij bleef steeds bezig met zijn passie en deelde zijn kennis graag uit. Een mooi artikel over zijn leven en de betekenis van zijn werk is verschenen onder de titel Adri K. Offenberg. The quintessential bibliophile (pdf), inclusief een bibliografie van zijn werk van 13 (!!) pagina's. Zelfs Perkamentus heeft weleens over hem geschreven.

En nu is hij dan overleden. Een vermaard boekenman is niet meer. Het is bijna niet voor te stellen hoeveel kennis hierdoor verloren is gegaan, maar hij laat gelukkig veel van die kennis achter in zijn publicaties. 

Onvermijdelijk is er dan natuurlijk ook nog een praktische kant aan dit alles: wat gebeurt er met de bibliotheek? Bij die vraag komt mijn betrokkenheid bij de nalatenschap van Adri Offenberg in beeld. Toen ik aankwam in de voormalige woning bleek dat er veel tegelijk gebeurde: veel van de inboedel was verkocht en werd opgehaald op die dag en ik werd gewezen op de kasten met boeken. Mensen sjouwden met stoelen en bloempotten terwijl ik alleen maar oog had voor de kasten met bandjes. Gelukkig bleek dat dit niet de volledige bibliotheek van Offenberg was - dat zou ik tamelijk schokkend hebben gevonden. De belangrijkste en kostbaarste werken waren er al uit geselecteerd en blijven bewaard door de nabestaanden. Een ander deel zal worden verkocht bij Bubb Kuyper zodat deze beschikbaar komen aan andere verzamelaars én ze bij verkoop op waarde worden geschat. Maar onvermijdelijk blijven er dan nog een heleboel boeken in huis over en wat doe je daar dan mee? En al helemaal als de nabestaanden veel minder passie voor boeken hebben dan de overledene zelf. Het deed mij denken aan het jubileumboek van het Genootschap van Bibliofielen, het door Paul van de Capelleveen geschreven boek "De complete verzameling. Notities over het einde van boekencollecties". Daarin worden verschillende aspecten uit het verzamelaarsleven besproken, waaronder het eindigen van een verzameling door overlijden (en de last die dan ontstaat voor nabestaanden). Adri Offenberg wordt in dit boek trouwens nog aangehaald (p. 105).

Zoals ik eerder al schreef weet ik niet alles, maar wel veel van boeken. Ik ben daarom alle kasten met overgebleven boeken langsgegaan en het minutieus gekeken of zich daar nog kostbare titels bevonden. Die waren er niet meer, dus zowel de eigen selectie door de nabestaanden als de selectie door Bubb Kuyper waren zorgvuldig geweest. Dat wil niet zeggen dat de overgebleven boeken waardeloos waren. Misschien was hun monetaire waarde niet hoog, maar voor een bibliofiel als ik zaten er talloze interessante werken tussen waarvan zich al snel een stapeltje naast mijn voeten vormde. Offenberg bleek naast een voorliefde voor incunabelen en judaïca namelijk ook belangstelling te hebben voor kleiner, marginaal, bibliofiel drukwerk. Daarnaast waren er verschillende 'boeken over boeken' te vinden. Allemaal zaken die mij erg aanspreken.

Ik mocht mijn stapeltje extra boeken voor een hele vriendelijke prijs meenemen. In volgende blogs vertel ik wat ik zoal aantrof. Op het moment van meenemen had ik niet de tijd alles nauwkeurig te bekijken, dus thuis waren er nog een paar mooie verrassingen bij. Een hele grappige vondst was de Ledenlijst van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging uit 2005, duidelijk uit de tijd dat de AVG er nog niet was en persoonlijke informatie gewoon vrijelijk kon worden verspreid, bijvoorbeeld via gedrukte adressenlijsten. In deze ledenlijst vond ik de namen, adressen én persoonlijke mailadressen van alle leden van de NBV. De meesten ken ik niet, maar de namen Gerrit Komrij, Frans A. Janssen, Jos Biemans en J.A. Brongers doen wel een belletje rinkelen. Ik zal de lijst op gepaste wijze vernietigen, maar ik vond het bijzonder om al deze namen bij elkaar te zien.

Na mijn vertrek hebben de nabestaanden en ik contact gehouden over wat er met het restant van de boeken moest gebeuren. Omwille van tijdsdruk is er voor gekozen om een antiquariaat te vragen om de resterende boeken over te nemen. Een andere optie was om de boeken in kleine kavels te verkopen via bijvoorbeeld Catawiki of op Marktplaats. Maar dat zou een kwestie van een lange adem zijn geweest. En waar laat je de boeken in de tussentijd? Dus dan is een antiquariaat een efficiënte keuze: het levert relatief wat minder op maar je bent het dan wel kwijt. En ook op die manier komen de boeken weer beschikbaar voor andere boekenliefhebbers. 

Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen een aantal mooie dingen mee te nemen uit de boekenverzameling van Adri Offenberg. Ik heb de nabestaanden er van kunnen verzekeren dat zijn verzameling boeken - zelfs het beetje dat ik er van gezien heb - er toe deed, fraai was en uiting gaf van grote boekenliefde. In mijn eigen catalogus geef ik altijd aan waar ik mijn boeken vandaan heb. Ik heb nu een kleine maar betekenisvolle deelverzameling met de vermelding 'uit de nalatenschap van Adri Offenberg'. Ik beschouw het als een eer dat ik een aantal boeken uit de bibliotheek van zo'n gezaghebbend, deskundig en naar verluid buitengewoon vriendelijk mens in bezit mag hebben. Waar een advertentie op Marktplaats al niet toe kan leiden! Zoals gezegd: in de komende afleveringen van dit blog zal ik stilstaan bij een paar van de boeken die op deze manier heb verkregen, want met deze herkomst is over elk boek wel een interessant verhaal te vertellen. 

Edit juni 2026: ik was heel verguld toen ik ineens tegen deze uitgave aanliep: de door onder meer Adri Offenberg gerealiseerde jubileumuitgave t.g.v. 200 jaar Bibliotheca Rosenthaliana. Niet alleen een prachtige uitgave waarin veel van de schatten in de bibliotheek worden toegelicht. Maar ook mooi om toe te voegen aan het rijtje titels uit Offenbergs eigen bibliotheek!

12 september, 2016

266 - Nagelaten werk als sleutel tussen 19e eeuwse boekenliefhebbers

In de nalatenschap van mijn oom vond ik een curieus boekje dat uiteindelijk heel bijzonder bleek te zijn. Ik had het meegenomen omdat het in het rijtje 'oude boeken' stond en ik was van plan thuis eens rustig uit te zoeken of daar wat bij zat wat meer dan gemiddeld bijzonder of waardevol was.


In het stapeltje zat dus ook dit in zwart gebonden boekje - het ziet er een beetje uit als een schoolschrift - dat een exemplaar bleek te zijn van W.H.J van Westreenen's 's Graavenhage in de dertiende eeuw volgens eene oude aftekening, met historische ophelderingen, uit 1804 (online versie hier). Om te kijken of deze titel op zichzelf nog wat waard was googlede ik het en het bleek voor twee tientjes al te koop te staan. Dus legde ik het weg om het later te bekijken: kennelijk was het wel apart, maar niet bijzonder.

Toen ik onlangs het boekje doorbladerde viel mij iets curieus op: er zat voorin een briefje ingeplakt met een tekst in een voor mij bijna onleesbaar handschrift. Maar de naam van de afzender lijkt die van Van Westreenen zelf te zijn.  En bij het verder doorbladeren viel mij nog iets op: er zaten twee stickertjes in - één in het Nederlands en en één in het Frans - die erop leken te wijzen dat dit boekje ooit had toebehoord aan het "Willem II-museum" in Den Haag. Daarnaast waren er in de tekst van dit boekje verschillende aantekeningen gemaakt.

Dit museum ken ik niet maar de combinatie van deze stickertjes, het briefje en de aantekeningen maakte mij nieuwsgierig. En al snel ontdekte ik dat ik misschien wel een heel bijzonder boekje in handen had.



Allereerst de auteur van het boekje - Willem Hendrik Jacob (Willem) baron van Westreenen van Tiellandt. Hem kennen we natuurlijk als de stichter en naamgever van het Museum Meermanno-Westreenianum. Deze oud-militair die een van de grootste verzamelingen incunabelen van Nederland (en diverse andere belangwekkende collecties) bijeen bracht was een excentrieke, onaangepaste man die ondanks zijn afkomst en relaties er nooit in slaagde om een politieke functie van enige betekenis te krijgen. En die daarnaast zijn rijke verzameling voor iedereen verborgen hield. Hij heeft ook een bescheiden rijtje met eigen boeken op zijn naam staan. Eén ervan is dit werkje, dat hij op 21-jarige leeftijd schreef. In de Vaderlandse Letteroefeningen wordt het aldus benoemd:
De vlytige en kundige Westreenen geeft hier den Nederlanderen een geschenk, dat, hoe klein in het voorkomen, by elken Liefhebber der Oudheidkunde eene aanmerkelyke waardy zal hebben. Waarin het besta, ziet men uit den opgegeven titel. Het is, naamelyk, een Kaartjen van den allereersten aanleg van 's Graavenhage, in het midden der Dertiende Eeuwe, of omtrent 300 jaaren vroeger dan eenige andere thans bekend zynde asbeelding of beschryving. 
Later bleek het kaartje waarop het werk was gebaseerd helaas toch niet authentiek te zijn, maar het is mooi om op die leeftijd al als "vlytig en kundig" bekend te staan. Als liefhebber van boeken en (dus) van het museum van het boek was deze auteur geen onbekende van mij.

Dan het Willem II-museum. Ik vond daar informatie over op de pagina's van de journalist Marcel Tettero (met name deze pagina over het museum en deze over diens stichter) en in de biografie van Ignaz Matthey. Het idee voor het museum ontspringt aan het brein van Toon Tetteroo of Tetterode. Zijn echte achternaam is Van Tetroode en hij is een markant boekhandelaar uit Amsterdam die tussen 1830-1840 in Den Haag neerstrijkt. Hij is - indirect - een bekende van Koning Willem II en de koning steunt - eveneens indirect - een aantal van zijn initiatieven. De koning en Van Tetroode hebben elkaar nooit rechtstreeks ontmoet. Van Tetroode raakt verwikkelt in diverse hevige disputen tussen Republikeinen en Koningsgezinden. Via vlugschriften, eigen kranten en op talloze andere manieren geeft hij uiting aan zijn Oranjeliefde en zijn voorkeur voor een grote rol van de Oranjes in Nederland. Na de dood van Willem ll wil van Tetroode een museum voor 'zijn' koning inrichten. Want Willem II heeft op 16 juni 1815 in Quatre Bras de Nederlandse troepen heldhaftig aangevoerd (hoewel achteraf de rol van de Nederlanders wel mee lijkt te vallen). Twee dagen later verliest Napoleon de slag bij Waterloo en het heeft er alle schijn van dat de latere koning zijn bijdrage aan de geschiedenis heeft geleverd. Het levert hem in Nederland in elk geval een heldenstatus op.
In de ogen van Van Tetroode krijgt de koning desondans niet de erkenning die hij verdient. Al een jaar na de dood van zijn 'beschermheer' doopt hij zijn boekhandel om in "Museum Willem II". Hij maakt een folder waarin hij koning Willem ll prijst als verzamelaar van kunst. Ook koopt hij een levensgroot borstbeeld van zijn geliefde koning en plaatst het voor zijn woning. In de folder laat hij onomwonden weten dat hij ondanks zijn leeftijd (54) liever straatarm verder leeft dan ophoudt met het eren van zijn overleden vorst. Van Tetroode zou zelfs de sigarenpeukjes verzamelen die de koning op straat achterlaat (en onder een glazen stolp in zijn winkel tentoonstellen). Na verwoede pogingen om oa de kunstcollectie van de overleden koning te (laten) kopen en een eigenstandig museum te openen, blijft er niets anders over dan zijn eigen boek- en prentenhandel als museum in te richten. In 1856, zeven jaar na de dood van de koning, opent aan het Lange Voorhout in Den Haag het museum Willem ll de deuren, vlakbij het voormalige paleis van de vorst. Op de plek van het Museum staat nu Hotel Des Indes.

Van Tetroode heeft in zijn leven veel geld geleend. Omdat zijn handel steeds slechter loopt moet hij telkens verhuizen naar een kleiner onderkomen. Matthey achterhaalt in zijn biografie maar liefst 31 woonadressen in Den Haag tussen 1838 en 1875. Arm en berooid sterft de boeken-, kunst- en muziekhandelaar Van Tetroode uiteindelijk zonder dat zijn doel is bereikt. Van het beoogde grote museum Willem ll is, aldus Marcel Tettero, op zijn sterfdag niet meer over dan "een kruiwagen met spulletjes die op een zolder aan de Hekkelaan 9 in Den Haag staan uitgestald".

Wat is nu de relatie tussen Van Westreenen en Tetroode? Uit de archieven van het museum Meermanno-Westreenianum, dat wil zeggen via de beschrijvingen in het boek Een wereld van verzamelaars en geleerden blijkt dat Van Westreenen en Van Tetroode met elkaar correspondeerden. Van Tetroode liet via Van Westreenen publicaties van hem bij de Koning bezorgen. Matthey tekent in zijn biografie op dat Van Westreenen boeken kocht bij Van Tetroode, zoekopdrachten gaf, commissies verleende voor aankopen op veilingen en hem inschakelde bij de verkoop van doubletten. Zij kenden elkaar dus: Van Tetroode was een graag geziene gast bij Van Westreenen thuis en Van Westreenen bemiddelde op het ministerie bij een dreigend faillissement van Van Tetroode. Het lijkt voor hand te liggen dat Van Westreenen ook was betrokken bij het droombeeld van Tetroode: het museum Willem II.

Terug naar het boekje van mijn oom. Wat is nu de connectie tussen al deze dingen? Blijkbaar heb ik hier een authentiek werk uit het bezit van Van Tetroode. Na zijn dood heeft dit misschien wel in de bovengenoemde "kruiwagen met spulletjes" als restanten van het museum gezeten, maar waarschijnlijk is het al eerder in het proces van verarming verkocht: onder druk van dreigend faillissement heeft Van Tetroode de inboedel van zijn eigen winkel geveild en hij moest meer dan eens zaken verkopen om het hoofd boven water te houden. Aan de andere kant: één van de stickers vermeldt het adres Hekkelaan 9, en dit is het twee-na-laatste adres van de 31 waar Van Tetroode woonde, hij verbleef op dit adres tussen 1867 en 1875. Het lijkt erop dat hij dit boekje dus lang bij zich heeft gehouden. Het briefje voorin het boek is duidelijk van de hand van Van Westreenen: een schenking van dit jeugdwerk van de auteur aan de droom van zijn vriend en mede-bibliofiel? Als ik in staat ben het briefje verder te ontcijferen wordt misschien meer duidelijk. Voor zover ik nu kan zien is Van Westreenen dankbaar voor iets dat Van Tetroode heeft betekend in relatie tot "manuscripten met miniaturen" en de aanwezigheid van soortgelijke boeken in de bibliotheek (van Van Westreenen?). Als het briefje bij dit boek hoort (maar misschien is het er later ingeplakt), heeft Van Tetroode het minstens 20 jaar in zijn bezit gehad.

Duidelijk is wel dat dit boekje getuige is geweest van een bijzondere en hectische periode in de ontwikkeling van ons land en van een bijzondere vriendschap tussen twee legendarische namen in de geschiedenis van de bibliofilie. Het boekje dat ik gedachteloos mee naar huis nam en waarvan ik dacht dat het weinig waarde had, blijkt een belangwekkend werkje te zijn. Boeken met een verhaal - ik hou ervan. En dit onooglijke boekje in zjin rommelige zwarte omslag krijgt een ereplaats in mijn bibliotheek.

Dit alles met dank aan mijn oom de verzamelaar. Zou hij zelf geweten hebben wat voor bijzonders hij in zijn bezit had? Ik kan helaas niet terugvinden hoe hij aan dit boekje is gekomen. Op een veiling gekocht? In een antiquariaat gevonden? Opgedoken in een kringloopwinkel? Hij hield niet in detail bij waar hij welke boeken kocht: de omzwerving van anderhalve eeuw van dit werkje zullen altijd een mysterie blijven. Maar vanaf nu is duidelijk waar het thuishoort: in de collectie van Sneuper.

NASCHRIFT
Lezer Jos van Heel was zo vriendelijk om het briefje van Van Westreenen te ontcijferen. Er staat:
De B[aro]n van Westreenen van Tiellandt betuigt den H[ee]r van Tetroode zijn erkentenis, voor de bezichtiging van nevengaand fraay werk van Midolle, maar bezitter zynde, gelijk de H[ee]r van Tetroode van ouds weet, van een aantal oude Manuscripten met migniaturen, versierde voorletters &c. heeft hij zich voorgenomen, in zijne Bibl[iotheek] geene facsimile's van soortgelijke kunstgewrochten, die - hoe fraay ook - echter altijd maar Copien zijn, te plaatsen.
Zijne gezondheid is thans tamelijk goed, en hij verzekert den H[ee]r van Tetroode van zijne erkentelijkheid voor de deelneming in dezelve.
Dit geeft aan dat het briefje niet oorspronkelijk in dit werk zat, maar kennelijk in een werk van Midolle dat Van Westreenen van Van Tetroode op zicht heeft gekregen, mogelijk om hem bij te staan in een periode van ziekte. Zou hier worden gedoeld op een facsimile van de beroemde calligrafist Jean Midolle? Deze was actief in Van Westreenen's tijd en het zou niet verbazend zijn als hij een origineel van diens werk zou hebben. Echter, als ik nu zoek in de catalogus van het museum, dan zijn er geen werken van Midolle bekend. Misschien bedoelde Van Westreenen andere soortgelijke boeken (en wilde hij per definitie geen facsimiles) of misschien is er wel een werk van Midolle geweest, maar inmiddels verdwenen. Als ik nu in de bibliotheek van Meermanno kijk zie ik overigens 118 werken waarin op een of andere manier het begrip facsimile voorkomt.