Posts tonen met het label Walter Benjamin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Walter Benjamin. Alle posts tonen

24 februari, 2019

293 - De bibliotheek verhuizen

De afgelopen weken waren de avonden voor de verandering meer gevuld door het scrollen door het aanbod op Funda, dan scrollen door het aanbod op boekwinkeltjes.nl of catawiki. En het scrollen was succesvol: we gaan verhuizen.

Niet alleen betekent dit een hoop praktisch gedoe met notarissen en aankoopkeuringen, maar bovenal betekent dit het inpakken van de bibliotheek. Maar er is ook een prachtig vooruitzicht: het uitpakken van de bibliotheek en het opnieuw inrichten ervan. Bij het kopen van het nieuwe huis is rekening gehouden met ruimte voor een bibliotheek, zodat alle boeken weer netjes op hun plek kunnen komen en op adem kunnen komen op hun nieuwe ocatie.

Het inpakken en uitpakken van de boekencollectie is een betekenisvol moment in het bestaan van elke bibliofiel. Het resulteert in mijmeringen en gepeins over vergankelijkheid en rijkdommen. Bij mijn vorige verhuizing, in 2007, schreef ik al een blog over wat ik 'uitpakliteratuur' noemde. Aan de hand van twee boeken die specifiek over het uitpakken van de bibliotheek gaan: het beroemde essay van Walter Benjamin en het misschien wat minder beroemde, maar mooie essay van Arthur van Schendel. Van Schendel bedenkt bij het uitpakken:
Het is louter vriendschap die men voor alle voelt. Na de eerste ontroering van het wederzien, immers het zijn oude vrienden, die alle tegelijk binnenkomen, onderscheidt men ze weder en vindt hun hoekje in de genegenheid terug. 
Ook Benjamin constateert melancholie bij zichzelf: "Niets maakt duidelijk hoe fascinerend dit uitpakken is dan de moeite die het kost ermee op te houden."

In mijn blog uit 2007 staan meer mooie citaten uit de essays van Benjamin en Van Schendel. Benjamin's essay is hier na te lezen. Walter Benjamin heeft met zijn essay uiteenlopende mensen geïnspireerd. Wat te denken van de schilder Ron Brooks Kitaj (1932-2007). Zijn schilderij Unpacking My Library uit 1990/1991 is Kitajs zelfportret als bibliofiel en boekverzamelaar. De titel verwijst naar het gelijknamige essay van de Duits-joodse cultuurfilosoof Walter Benjamin. De kunstenaar beeldde zichzelf hier af met een snor en een bril als die van Benjamin; een identificatie met en ode aan Benjamin en hun gedeelde liefde voor boeken. Zo staat het in de catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Joods Historisch Museum. Daarin staat ook dat R.B. Kitaj er een gewoonte van maakte om een deel van zijn verzameling boeken in en vervolgens weer uit te pakken. ‘Zo pak ik altijd mijn bibliotheek uit. Altijd pak ik er een deel van in en dan enige jaren later weer uit, verrukt over vergeten schatten en verrassingen.’

Het essay van Benjamin is misschien wel het beroemdste dat er geschreven is over het uitpakken van boeken, maar er is natuurlijk meer gerschreven over het in- en uitpakken van je boekenbezit. De legendarische bibliofiel Alberto Manguel publiceerde onlangs het boek Packing my library toen hij zijn bibliotheek van 35.000 boeken moest inpakken. Alleen ging hij (veel) kleiner wonen, dus de kans dat al zijn boeken uitgepakt worden is klein. Ook bij hem veel bezinning en melancholie. Hij schrijft: "Packing is an exercise in oblivion. It is like playing a film backwards, consigning visible narratives and methodological reality to the regions of the distant and unseen, a voluntary forgetting."

Ik vroeg mij af of er nog tipse en trucs waren bij het verhuizen van een bibliotheek. En ziedaar: in dit blog word ik goed op weg geholpen. Uiterst nuttig waren de tips over verpakkingen die ongeschikt zijn voor boeken:

Here are some things you should not pack books into:
Cardboard boxes that are soaking wet;
Pandora’s box;
Milk cartons;
The Ark of the Covenant;
Coffins (occupied);
Drums that once contained toxic waste;
Treasure chests (full – use the treasure to purchase better boxes, but watch out for curses);
Anything on fire;
Boxes that are too small to fit more than a single book.
Oké, dat is een hele flauwe. Maar deze observatie sluit wel aan bij mijn gedachten bij het inpakken:
In the midst of packing up your books you may come across several for which you have no idea from whence they came. There is a chance that your books are reproducing. You never attended that lecture on “safe shelving” did you? You removed the book jackets from your hardcover books, didn’t you? What did you think the bookstore attendant/librarian meant when they said the jacket was to keep the book “safe”? It is time for you to have “the talk” with your books. Yes, this will be awkward, but you should have done it sooner.
Ter geruststelling stelt de schrijver dan nog: "And remember, no matter how much the experience of moving your books may make you feel that you have too many books…there is genuinely no such thing as a person having too many books."

Dan over naar de écht praktische tips. Verschillende verhuisbedrijven helpen met uitleg, kennelijk gebeurt het toch vaker dat er (veel) boeken verhuisd moeten worden. Hoewel de meeste tips open deuren zijn, is deze nog redelijk nuttig:
7. REMEMBER YOUR ESSENTIAL READING MATERIALS.
Don’t pack all of your books! This is especially important for those of us who are never without a book in hand. Make sure you leave out a few options to read just before and after your move, especially if you’ll be without your full library for a lengthy period of time.
Uiteraard zijn er ook youtubefilmpjes om te bekijken, zodat het echte inpakken nog wat uitgesteld kan worden:


Ik vind dit persoonlijk een slecht filmpje omdat sommige boeken niet in papier worden gepakt. Geen haar op mijn hoofd die bedenkt dat boeken zomaar in kartonnen dozen worden gestopt! uiteindelijk gaan ze toch aan elkaar schaven en schuren en dat maakt de boeken niet mooier. tijdens mijn vorige verhuizing heeft tot toch een paar vervelende beschadigingen opgeleverd. Dus alle boeken gaan in papier - soms een stapeltje tegelijk, maar altijd ingepakt.

In het recente verleden hebben verschillende verhuizingen van boekwinkels het nieuws gehaald doordat de klanten hielpen met verhuizen. In Southampton vormden bezoekers van October Books een menselijke keten die de boeken doorgaf naar de nieuwe locatie. Ik vind het een goede gedachte, maar ik heb niet genoeg vrienden om een keten te maken naar mijn nieuwe huis en bovendien vertrouw ik verschillende vrienden mijn kostbare boeken niet toe - ik weet hoe ze zijn.

Nu heb ik wel weer genoeg getreuzeld, het is tijd om terug te gaan naar mijn eigen boeken. Sommige daarvan verhuis ik voor de zesde of zevende keer: er zijn er die ik nog heb van mijn eerste studentenkamer. Al die keren dat ze in- en weer uitgepakt werden heb ik niet overwogen ze weg te doen. Geen Marie Kondo kan mij van het tegendeel overtuigen.

03 juni, 2007

123 - Uitpakliteratuur

Ik bezit twee titels die gaan over het uitpakken van het eigen boekenbezit. Nu ik zelf eindelijk zo ver ben dat ik mijn verzameling dozen weer omvorm tot een bibliotheek kan ik mij goed voorstellen dat deze bezigheid ook bij anderen heeft geleid tot allerlei overpeinzingen.
Want boeken uitpakken moet zorgvuldig gebeuren en dat betekent dat elk boek op de plek komt waar het hoort. Maar tegelijkertijd is het ook nog een kwestie van het ontdekken wat die goede plek is, en dat betekent voortdurend schuiven met stapels en het herinrichten van planken. Omdat een deelcollectie toch meer boeken bevat dan ik dacht, of omdat een sommige boeken toch niet naast elkaar passen. Gelukkig houd ik trouw lijsten bij van mijn verzameling zodat ik kan controleren of alles er nog is en in welke subcollectie het hoort. Het verrassende is dat ik in de loop van de tijd toch minder precies ben geweest dan gedacht. Ik bleek boeken te hebben die niet op de lijst stonden: ik was rijker dan gedacht.
Maar het omgekeerde was helaas ook waar: ergens tussen de nog niet uitgepakte spullen moeten nog minstens drie titels liggen die tot nu toe spoorloos zijn. Ik weet zeker dat het oude huis leeg is, dus ze zijn meegekomen. Maar in welke doos heb ik ze uiteindelijk ingepakt?

Maar het voordeel van het uitpakken van boeken is dat je weer opnieuw met je hele bezit wordt geconfronteerd en dat elk boek dat je hebt zich weer even laat zien – als een dagenlange parade van grote geesten en mooie veroveringen.

Arthur van Schendel heeft in 1937 een kort essay geschreven: Bij het uitpakken van de boeken. Het zijn zijn overpeinzingen wanneer hij “na vele jaren” zijn boeken uitpakt die hij eens had: “Het is louter vriendschap die men voor alle voelt. Na de eerste ontroering van het wederzien, immers het zijn oude vrienden, die alle tegelijk binnenkomen, onderscheidt men ze weder en vindt hun hoekje in de genegenheid terug.” Van Schendel ziet al zijn boeken, ook die hij in zijn vroegste jeugd had, passeren. En hij vraagt zich af of hij ze alle nog wel zou moeten houden. Slechts enkele uitverkorenen verdienen een hoge status: "Tezamen met de klassieken zijn deze welbeschouwd de bibliotheek, en gelukkig is degene die niet, gretig en onverzadigbaar, alles behoudt wat van de drukpers in zijn huis komt, maar zich weet te beperken tot enkelen, die spreken met een stem. Want bezie de menigte der overigen. Daar staan in rijen romans, die gij gekocht hebt om in den trein niet in slaap te vallen; of omdat er in hun tijd een grote roep van ging; of omdat gij niet langs een boekwinkel kunt lopen, zomin als een ander langs een drankwinkel zonder geld uit te geven.” 

Dat laatste geldt helaas ook een beetje voor mij. Maar daar staat tegenover dat ik ook nu nog kan zeggen dat ik een goede hand heb: het valt wel mee met de “menigte van overigen” in mijn bezit. Maar Van Schendel predikt matigheid en een kritisch oog: “Men kan tevreden zijn met en verzameling van boeken, die de bewondering voor edele geesten waarlijk nodig heeft; voor den een zal een tiental hiervan genoeg zijn, de ander verlangt er honderd. Het zullen alle de boeken zijn, tot welke men steeds terugkeert, waarin men steeds iets ontdekt, en alle in een behoorlijke uitgave.” Zo zie ik het ook graag: niet alleen de belangrijke titels, maar vooral ook in een mooie uitgave.

Walter Benjamin, over wiens leven en boeken ik hier en hier al eens eerder schreef, beziet zijn bezit met het oog van een verzamelaar. In het kleine boekje Ik pak mijn bibliotheek uit schrijft hij – waarschijnlijk in 1931 – over het hoe en waarom van het aanleggen van een boekenverzameling. “Ik moet u verzoeken u met mij te verplaatsen in de wanorde van opengebroken kisten, in de lucht vol houtstof, op de met verscheurde papieren bedekte vloer, tussen de stapels na tweejarige duisternis weer aan het daglicht blootgestelde banden”. Benjamin heeft zijn boeken twee jaar moeten missen, wat ook al veel te lang is natuurlijk. En hij beziet zijn boeken op dat moment als het resultaat van “het toeval en het lot”, waardoor ze uiteindelijk in zijn bezit zijn gekomen. Wat het meest glorieuze moment in het bestaan van het boek was. “Voor de ware verzamelaar betekent de aankoop van een oud boek de wedergeboorte ervan”.
Zoals Van Schendel voorstaat, heeft ook Benjamin een periode van matigheid gekend. “Jarenlang – gedurende minstens het eerste derde deel van haar bestaan – heeft mijn bibliotheek uit niet meer dan twee of drie rijen bestaan, die jaarlijks slechts centimeters groeiden. Dat was haar heldhaftige periode”. Daarna sloeg de inflatie toe – er werden veel boeken gekocht – en dan komt het aan op het vinden van de juiste manier om zaken te doen. “Verzamelaars zijn mensen met een tactisch instinct; hun ervaring leert hun dat, wanneer ze een vreemde stad veroveren, het kleinste antiekwinkeltje een vesting, de meest afgelegen kantoorboekhandel een sleutelpositie kan betekenen”. Het gaat erom dat boeken gered worden door ze op te nemen in je eigen bezit: “Voor de boekenverzamelaar ligt namelijk de ware vrijheid voor alle boeken ergens op zijn boekenplanken”. Zo beschrijft Benjamin ook zijn ervaringen bij veilingen en bij kopen via catalogi.

Maar het ging natuurlijk over het uitpakken van de boeken. Daarover zegt Benjamin: “Niets maakt duidelijk hoe fascinerend dit uitpakken is dan de moeite die het kost ermee op te houden.” Hij herinnert zich de steden en winkels waar hij zijn aankopen heeft gedaan, hij herinnert zich de plekken waar de boeken gestaan hebben. En hij concludeert dat hij een tevreden mens is en dat niet zozeer zijn boeken in hem, maar dat hij in zijn boeken woont.

Ik herken veel in wat beide heren schrijven. En nu ik zelf al mijn boeken weer één voor één door mijn handen laat gaan, realiseer me mijn rijkdom. Niet zozeer in de economische waarde van wat ik bezit, maar vooral in de veelzijdigheid ervan en de individuele schoonheid van de boeken. De schoonheid kan betrekking hebben op de inhoud, maar ook op de uitvoering en soms op allebei. En de schoonheid kan voor mij gelegen zijn in de zeldzaamheid: hoe kleiner en obscurer sommige uitgaven, hoe leuker het is om ze te bezitten. De komende tijd zal ik in dit weblog weer een aantal titels uit lichten, zodat mijn lezers een beetje kunnen meedelen in mijn rijkdom. Twee ervan hebben jullie zojuist ontmoet.

07 januari, 2005

33 - Walter Benjamin

In mijn post van 28 december schreef ik over de tragische dood van Walter Benjamin in 1940, toen hij op de hielen werd gezeten door de Gestapo en geen visum kreeg voor Spanje.



Toevallig zag ik dat in Filosofie Magazine van deze maand een artikel over Benjamin staat. De aanhef is hier te lezen. Eronder staat dat dit het volledige artikel is, maar dat is dus niet zo.

Het artikel beschrijft de vriendschap van Benjamin en Theodor Adorno, die wel veilig naar Amerika heeft kunnen vluchten.



In mijn vorige post vroeg ik mij af wat met de geweldige boekenverzameling van Benjamin was gebeurd, maar in dit artikel lees ik dat de manuscripten van Benjamin eerst in beheer zijn geweest bij de Georges Bataille, en later zijn overgedragen aan de familie Adorno. Of dat alleen voor de manuscripten geldt of voor al Benjamin's boeken is dus niet duidelijk, maar het is een geruststellende gedachte dat zijn werk in elk geval in goede handen is terecht gekomen en niet geroofd is door de nazi's. Hoewel... in dit artikel lees ik dat na Benjamin's vlucht de Gestapo de inboedel van zijn huis heeft geroofd en naar Berlijn gebracht, na de oorlog door zijn spullen door de Russen meegenomen naar Moskou en in 1957 teruggegeven aan de DDR. Een en ander wordt opgenomen in het Walter Benjamin archief. Wat nog verdwenen is zijn stukken die Benjamin in 1933 in Berlijn achterliet.

Het blijft treurig allemaal, de oorlog en wat het met mensen doet.

28 december, 2004

31 - Leven en dood

Twee posts geleden heb ik zitten mijmeren over het feit dat de dood van de ene verzamelaar talloze mogelijkheden biedt voor een andere verzamelaar. De verknochtheid van de ene verzamelaar aan zijn bezit zorgt er voor dat de opvolgende verzamelaar smetteloze exemplaren van de erfgenamen kan kopen (die niet van boeken houden, kennelijk). Mijn taak is het die exemplaren smetteloos te houden voor de volgende generatie, hopelijk binnen mijn eigen familie.

Dat dit alles maar zeer relatief is, mag duidelijk zijn uit de situatie nu in Azië: wie maalt er om een paar boeken, wanneer er sprake is van ruim 50.000 doden als gevolg van de zeebeving? Welke nabestaande zou niet zijn hele verzameling geven om een dierbare terug te vinden? Ik pak dit onderwerp nog even op om twee redenen: het is bijna oud en nieuw, dus sowieso een wat melancholische tijd die met vooruit- en terugblikken gepaard gaat en vanwege het boekje van Walter Benjamin dat ik heb zitten lezen: "Ik pak mijn bibliotheek uit". 

Dit boekje was een jaarwisselingsgeschenk uit 1989 van de groep uitgevers waar o.a. Veen en Contact bij horen, een toepasselijk werkje voor deze dagen dus. In dit boek beschrijft Benjamin zijn boekenbezit, wanneer hij het uit kisten haalt en weer opnieuw in kasten zet. Ik zal in latere posts nog wel eens naar hem teruggrijpen. Maar deze passage viel mij op: 
"... eigenlijk is een erfenis de meest geldige manier om tot een verzameling te komen. Want de houding van een verzamelaar tegenover zijn bezittingen stamt af van het gevoel van verantwoordelijkheid van een bezitter ten opzichte van zijn eigendom. Ze is dus, in de meest wezenlijke zin, de houding van een erfgenaam. Het meest karakteristieke van een verzameling zal daarom steeds haar overerfbaarheid zijn. U moet weten dat ik, wanneer ik dat zeg, heel duidelijk besef hoe mijn uiteenzetting van deze verbeeldingswereld van het verzamelen velen onder u in uw overtuiging dat deze hartstocht niet meer van deze tijd is en in uw wantrouwen tegen het type van de verzamelaar zal bevestigen. (...) En ik wil slechts constateren dat het verschijnsel verzameling zijn zin verliest, wanneer het zijn persoonlijke eigenaar verliest. (...) Pas bij het uitsterven wordt de verzamelaar begrepen."
Dit schreef Benjamin in 1931. De erfgenamen van de rozen, waarvan ik er twee heb weten te bemachtigen, hebben begrepen dat de verzameling zijn zin verloor, toen de eigenaar overleed. Maar gelukkig zijn er nog veel verzamelaars over heden ten dage, zodat ze allemaal ergens een mooi plekje hebben gevonden. Ik zal proberen mijn verzameling zo lang mogelijk zin te blijven geven. Walter Benjamin maakte overigens op 27 september 1940 een einde aan zijn leven toen hij wachtte op een visum naar Spanje, maar aan de Gestapo overgeleverd dreigde te worden. Wat er met zijn verzameling is gebeurd heb ik niet terug kunnen vinden.