Posts tonen met het label Petrarca. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Petrarca. Alle posts tonen

06 februari, 2022

328 - Parijse roofdrukken uit de 19e eeuw

Lezers van dit blog zijn gewend dat ik vooral over boeken van Nederlandse auteurs schrijf, of die in Nederland zijn uitgegeven. Deze keer gaat is er geen enkele connectie met Nederland te vinden. Dit verhaal speelt zich af in Italië, Engeland en Frankrijk. Het boek dat hierbij centraal staat, stond overigens wel gewoon in Nederland en daar heb ik het op de kop getikt. Hoe het daar gekomen is zal altijd een raadsel blijven.

Via Marktplaats kwam ik een tijdje geleden weer eens een boeiend kavel tegen, bestaande uit een setje Italiaanse boeken uit het midden van de 19e eeuw. Mijn nieuwgierigheid was direct gewekt, niet omdat mijn Italiaans nu zo vloeiend is (ik kom niet veel verder dan piano, spaghetti, confetti: de hele top 30 van vernederlandste Italiaanse woorden zit in mijn repertoire) maar vanwege de herkomst van de boeken: Italiaanse uitgaven van een Parijse uitgever, hoe zit dat eigenlijk? De boeken zagen er prachtig ook. En ik werd ook nieuwsgierig vanwege de inhoud: de vier boeken bevatten onder meer teksten van de door mij zeer bewonderde Petrarca en Dante, met Manzoni en Ariosto als toetje. Ook al kan ik de teksten feitelijk niet lezen, het leek mij geen straf om deze mooi uitgegeven boeken in mijn kast te hebben staan. En dat ook nog voor een bodemprijs: voor 25 euro was de hele set van mij.
Maar ik geef eerlijk toe: het was de handelaar in mij die uiteindelijk toesloeg. Vier mooie Italiaanse uitgaven uit de 19e eeuw, daar kon ik toch wel meer dan 25 euro van maken. Uiteindelijk bleken de boeken toch zo interessant, dat ik er één voor mijn eigen bibliotheek achterhield. Drie van de boeken verkocht ik door via Catawiki, waaronder de Manzoni, wat mij na aftrek van de veilingkosten toch weer 80 euro winst opleverde. Deze investeerde ik direct in een langgezocht Engels winkeldagboek uit 1942, waar ik volgende keer meer over vertel. Het vierde deel uit het setje staat nu in mijn kast te pronken.

Louis Claude Baudry

Dit vierde boek is een fraai gebonden uitgave, uitgegeven in Parijs in 1843 door de uitgevers Levèfre en Baudry. Het boek was het begin van een kleine zoektocht naar de achtergrond ervan. Wie was deze Baudry en waarom gaf hij in Parijs Italiaanse boeken uit? Er blijkt relatief weinig over hem online te vinden te zijn. Na enig speurwerk vond ik een Italiaanse studie uit 1987 die vooral ingaat op de op Italië gerichte uitgaven van Baudry. Google Translate hielp mij de studie te lezen. Verder zijn er verschillende online artikelen / blogs te vinden die vooral ingaan op de Engelstalige publicaties uit Parijs (deze en deze). Steeds blijkt sprake te zijn van een uitgever die gebruik maakte van het ontbreken van internationale auteursrechtafspraken in dat tijdvak. Het resultaat was dat hij verschillende Europese landen overspoelde met grote hoeveelheden boeken van toen populaire auteurs, die ook nog eens fraai waren uitgegeven. Dat de auteurs er niet beter van werden leidde begrijpelijkerwijs nogal eens tot boosheid, maar gek genoeg ook tot innige samenwerking (zoals met Manzoni) omdat de boeken van Baudry toch ook bijdroegen aan de populariteit van de auteurs. Van Manzoni zijn diverse brieven aan Baudry bewaard gebleven waaruit die goede samenwerking blijkt. In het Engelse taalgebied heeft iemand als Byron voor zijn bekendheid ook sterk van Baudry's uitgaven geprofiteerd. Het duurde uiteindelijk tot de jaren '50 van de 19e eeuw voordat aan Baudry's praktijken een einde kwam. Een uitgebreide Engelstalige studie over auteursrechten in Europa in de 19e eeuw staat hier.

Louis Claude Baudry (1793-1853) was zeker niet de enige uitgever die vanuit Parijs gebruik maakte van het ontbreken van internationale afspraken over auteursrecht. Giovanni Antonio Galignani (1757-1821) was een ander voorbeeld. Overigens bestaat er nog steeds een boekhandel onder de naam Galignani in Parijs, opgezet door nazaten van Giovanni Antionio

De uitgaven van Baudry onderscheidden zich door het fraaie uiterlijk en de zorgvuldige redactie.  Veel uitgaven bevatten zorgvuldig geschreven inleidingen en bibliografische notities alsmede fraaie portretten van de auteurs. Hierdoor waren ze aantrekkelijk voor lezers en het was onontkoombaar dat vele exemplaren toch nog op de Italiaanse thuismarkt terechtkwamen.

Al lezend in de verschillende bronnen ontstond zo een fascinerend beeld van de Europese literaire ontwikkeling tot het midden van de 19e eeuw, hoe auteurs zich meer en meer individueel en internationaal gingen profileren en hoe het lezerspubliek, en daarmee boekhandel en uitgeverij, een steeds internationaler karakter kreeg. De 19e eeuw was in veel opzichten ook een complexe eeuw, de eeuw van revolutionaire bewegingen (1830, 1845), de opkomst van de moderne staten en de industrialisering en de literatuur die in het kielzog daarvan een eigen ontwikkeling doormaakt. In een overzichtelijk boekje heeft Marita Matthijsen geschetst hoe het literaire leven in Nederland er in de 19e eeuw uitzag: de eeuw van Bilderdijk, Beets en Potgieter, maar ook van Multatuli. De eeuw van volksbibliotheken maar ook van de ontwikkeling van kinderliteratuur als zelfstandige richting. Hoewel een groot deel van het Nederlandse lezerspubliek Franse boeken las, is het niet waarschijnlijk dat veel Baudry-uitgaven de weg naar Nederland vonden: daarvoor was het aantal Franse titels in zijn fonds waarschijnlijk te klein.

Baudry werd geboren in 1793, vermoedelijk in de Calvados-streek, en laat zich vanaf circa 1815 gelden als boekhandelaar en uitgever in Parijs. Al snel richt hij zich op het publiceren van titels in verschillende Europese talen. Net als Galignani richt hij zich op recente titels die hij voor een fractie van de prijs die ze in eigen land kosten aanbiedt. Deze titels verschijnen in series met namen als "Librairie des langues étrangères" en de "European Library" (ook wel "Baudry's European Library" genoemd). Een andere serie was onder meer "Baudry’s Collection of Ancient and Modern British Novels and Romances" waarvan de helft van de eerste 50 titels bestond uit boeken van Sir Walter Scott. Uiteindelijk zou hij zo'n 450 titels voor de Engelse markt produceren.

Lag de focus van zijn Engelstalige uitgaven vooral op Scott, voor zijn Italiaanse uitgaven was dat in eerste instantie Manzoni. Bij Manzoni gingen de belangen van de uitgever en de auteur hand in hand: bekendheid voor Manzoni op de Franse markt en dikke winsten voor Baudry. Uiteindelijk werkte Baudry met meer Italiaanse auteurs samen, waardoor hij in staat was ook in die taal een groot fonds op te bouwen van recent verschenen boeken, evenals van klassieke Italiaanse teksten. Een boekenliefhebber kon in die tijd in de winkel van Baudry aan de Rue du Coq zijn hart ophalen: in een van zijn catalogi wordt gezegd dat hij 40.000 titels op voorraad heeft in verschillende Europese talen. 

Met het sluiten van een Frans-Engels auteursrechtenverdrag in 1852 nadat al in 1843 een verdrag tussen Frankrijk en de Sardijnse staten is gesloten, komt er een eind aan de profijtelijke handel van Baudry. In 1853 sterft hij, waarna nog enkele publicaties verschijnen onder auspiciën van de weduwe Baudry.

Vier Italiaanse dichters

Dan tot slot nog iets over mijn Baudry-uitgave uit 1843. Deze is verschenen op het moment dat de uitgeverij  het hoogtepunt van haar activiteiten bereikte. Inmiddels had de verhuizing plaatsgevonden van de Rue du Coq naar de Quai Malaquais (zoals uit het colofon blijkt) en dat gaf ruimte uit de immer uitdijende productie van deze uitgever. Het boek bevat de volgende auteurs:

- Dante: Divina Commedia

- Petrarca: Diverse dichtwerken

- Lodovico Ariosto: Orlando Furioso, satires, sonnetten

- Torquato Tasso: Gerusalemme Libarata en andere werken

Deze uitgave is vermoedelijk één van de meest doorsnee uitgaven van de vier Baudry boeken die ik kocht. Geen inleiding, geen bibliografische gegevens, geen illustraties en geen portretten van auteurs. Echte massaproductie dus. Maar daarmee een mooi standaardvoorbeeld van het soort boeken dat in die tijd werd geproduceerd. En mochten bezoekers van mijn bibliotheek in de toekomst weer eens vragen “heb je die allemaal gelezen?” dan kan ik in elk geval met een gerust hart zeggen dat het in dit geval niet zo is. Dit boek staat er echt alleen voor de sier en voor het goede verhaal dat erbij hoort.

20 juli, 2021

321 - Zomerse desiderata: bibliofilie, renaissance en morfine

Met de zomer in aantocht is van enige verslapping in de Bibliotheca Scatebra niets te merken. Hoewel we midden juli leven, heeft vandaag - 20 juli 2021 - weer een geweldige kwaliteitsimpuls plaatsgevonden in huize sneuper. Ik kon mijn bibliotheek met maar liefst drie prachtige uitgaven verrijken (en wat extra's).

Stichting Desiderata publiceert tweede uitgave: Hayward Ho!

Bijna drie jaar geleden kondigde ik met trots op mijn blog aan dat ik er in was geslaagd de hand te leggen op het mysterieuze werkje Hayward Ho! A bookhunter's holiday to the British Isles of Ethiek van de boekensneuper. Ik had er lang naar gezocht omdat het boekje vrij schaars is (in het colofon wordt vermeld dat de oplage circa 30 exemplaren is, maar gelet op de ironische toon van het hele boekje valt te betwijfelen of dat getal klopt) en het was uiteraard in De Slegte dat ik het uiteindelijk vond. Het boekje is een feest van herkenning voor bibliofielen en ik heb daarom een uitgebreide weergave van de inhoud destijds in mijn blog beschreven. 
Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog een exemplaar van dit boekje zou zien. Toch gebeurt dat nu, zij het anders dan gedacht. Het reisverslag is de nieuwste uitgave van de Stichting Desiderata geworden. Ik had destijds al uitgepuzzeld dat achter de pseudoniemen in het boekje een aantal personen schuilgingen die nu deel uitmaken van het bestuur van de Stichting Desiderata. Ik heb al eerder de loftrompet over deze stichting gestoken en ga er van uit dat al mijn lezers inmiddels trouw lid zijn geworden of zich vandaag onmiddellijk gaan aanmelden.

De Stichting stelt zichzelf een bijzonder doel, namelijk het "zich ongeremd over[geven] aan haar bibliofiele neigingen. Dit uit zich vooral in het schrijven, samenstellen, vertalen en uitgeven van boeken die, qua inhoud en vorm, een onvoorwaardelijke liefde voor het boek weerspiegelen." Met de eerste  uitgave van de Stichting is dat uitstekend gelukt: De bibliomaan van Charles Nodier werd een prachtboek waarin het klassieke verhaal van Nodier is opgenomen. De toegevoegde biografische schets en de bibliomaniakale aantekeningen maken dit boek tot een feest voor bibliofielen.

Dit boek smaakte uiteraard naar meer, en hoewel het lidmaatschap van de Stichting in principe tot niets verplicht zou je wel gek zijn als je als lid de kans liet liggen om de uitgaven aan te schaffen. Het is niet verwonderlijk dat van De bibliomaan al snel een tweede druk moest verschijnen.

Om het lange wachten tot de volgende grote uitgave een beetje te verzachten verschijnt dus nu de heruitgave van Hayward Ho! Wie ooit met boekenvrienden gezamenlijk op jacht is geweest naar boeken weet met hoeveel listen een dergelijke tocht moet worden ondernomen om te voorkomen dat een lang gezocht boek in andermans stapel verdwijnt. Vrienden zijn fijn, maar het is niet de bedoeling dat ze met boeken op de loop gaan die in jouw bibliotheek thuishoren. Dat betekent dat verfijnde tactieken nodig zijn om dit te voorkomen. Helaas ontwikkelen de andere boekenvrienden deze tactieken ook, zodat het de kunst wordt om onder het mom van vriendschap de concurrentie steeds een stap voor te blijven. Dubbelspel en geheime agenda's zijn dan aan de orde van de dag, verpakt in vriendelijke tips en adviezen die er vooral op gericht zijn elkaar op een dwaalspoor te brengen.

Hayward Ho! is een even hilarisch als openhartig verslag van de wijze waarop deze groep boekenvrienden elkaar de loef afsteekt, maar nog net het gewenste laagje beschaving weet te behouden. De lezer leert veel over list en bedrog in de boekenwereld, strijdlust tussen bibliofielen en hoe je het meest effectief een antiquariaat doorzoekt. 

In het boek speelt Doctor Syntax, of aan deze figuur gerelateerde uitgaven, een grote rol. Briljant is de passage waarbij één van de vrienden een stapel exemplaren gerelateerd aan Doctor Syntax apart laat leggen voordat een antiquariaat opent, vervolgens in een ánder antiquariaat zijn slag slaat en dan voor de neus van zijn teleurgestelde vrienden in het eerste antiquariaat alsnog de apart gelegde stapel aankoopt. En ondertussen het bezoek aan het volgende antiquariaat ook voor de vrienden heeft bedorven, want alle schatten zijn daar al uit verdwenen. Niet voor niks kende de uitgave uit 1998 als fictieve uitgever Doctor Syntax. Immers, ook de beschreven boekenreis naar Engeland mag worden beschouwd als een picturesque tour.

In de uitgave uit 2021 krijgt Doctor Syntax weer een heel andere rol, namelijk door de fraaie illustraties in het boekje, die afkomstig zijn uit verschillende 19e-eeuwse Doctor Syntax-uitgaves. Dit geeft al aan dat de  uitgave uit 2021 qua vorm van een heel ander kaliber is dan de uitgave uit 1998. Het is een schitterend boekje geworden, fraai gebonden, lekker papier, mooi opgemaakt en prachtig gedrukt. En het ruikt fantastisch. Heel anders dan het geniete werkje uit 1998 in elk geval, dat een prima boekje is maar qua uitgave heel doorsnee. De nieuwe uitgave laat zien hoe je met liefde boeken maakt. 

Voor mij was de vergelijking tussen 1998 en 2021 ook op tekstniveau interessant. Zou het verhaal herschreven zijn en zijn er pijnlijke details verdwenen? Het overgrote deel van de tekst is intact gebleven, maar wel zijn er op verschillende plekken wat kleine aanpassingen gedaan. Sommige namen van reisgenoten zijn vervallen, de steeds terugkerende opmerking dat Fred klassiek geschoold was is geschrapt (dit vond ik zelf trouwens een van de grappige onderdelen van het boekje, dus jammer is het wel) en een geciteerde boekencolumn van Ed Schilders wordt nu niet meer geplaatst in een "voormalig roomse ochtendkrant" maar gewoon "in de Volkskrant". Verder lopen een paar zinnen anders. En tot slot is de titel ingekort. De tussenzin "a bookhunter's holiday to the British Isles" is vervallen. Misschien wel terecht, want de lezer kan zich afvragen of de Engelse reis nog wel als een "holiday" kan worden beschouwd, gezien de verwikkelingen in de groep. Al met al geen fundamentele tekstwijzigingen, maar wel een aantal redactionele aanpassingen. 

In het nawoord bij deze uitgave wordt nog teruggeblikt op de publicatie uit 1998:
De schrijvers hebben, hetzij door onderling gekrakeel, hetzij omdat ze achteraf spijt hadden van hun voorpublicatie, zich beijverd de exemplaren van de voorpublicatie terug te bemachtigen om die te vernietigen. Dat lukte, gelukkig, maar ten dele. Het aanvankelijk aangekondigde grotere werk is begrijpelijkerwijs nooit verschenen. We moeten het dus doen met de voorpublicatie, waarvan het aantal bewaard gebleven exemplaren zo gering is, dat het de zeldzaamheidswaarde van het uitgaafje nog heeft doen toenemen en het als curiosum een gezocht item is geworden.
Hieruit leer ik twee dingen:
- het aantal bestaande exemplaren van de 1998-uitgave is inmiddels waarschijnlijk kleiner dan 30. Welk ander Desiderata-lid (behalve de redactieleden) zou behalve ik over beide uitgaven beschikken?
- ik moet de bescherming van mijn bibliotheek opschroeven. Mijn adres is bij de Stichting bekend en als de ijver om bestaande exemplaren uit 1998 te vernietigen nog steeds bestaat, vrees ik dat ik binnenkort een bibliofiele knokploeg kan verwachten.

Twee bibliofiele uitgaven Van Dis

Adriaan van Dis is een schrijver van wie het nodige werk in bibliofiele uitgaven verschijnt. Op dit blog schrijf ik er regelmatig over, omdat elke aanwinst toch wel weer een groots moment is - zeker als het er één van het zeldzame soort is.

Vandaag ontving ik met dank aan Fokas Holthuis een langgezochte uitgave: Morfine. Hoewel de  uitgave zelf relatief jong is (2019) kon ik het maar niet te pakken krijgen. Het boek is verschenen bij uitgeverij 99 Uitgevers in een oplage van 99 genummerde exemplaren en gesigneerd door zowel Van Dis als door kunstenaar Berend Strik. In het boek doet Van Dis in 7 gedichten verslag van zijn ervaringen met morfine nadat hij met botbreuken in het ziekenhuis belandde. De morfine leidde tot een herbeleving van trauma's in zijn leven - die hij al eerder uitgebreid in zijn romans heeft beschreven. In dichtvorm beschrijft hij deze ervaring en beschouwt en becommentarieert hij ze vervolgens ook. Beeldend kunstenaar Berend Strik verzorgde de illustraties: foto's die bewerkt zijn met naald en draad. Het zijn beklemmende illustraties geworden. De combinatie van de foto's van lichamen die bewerkt zijn met naald en draad passen goed bij de tekst en versterken het gevoel van kwetsbaarheid dat ook uit de gedichten spreekt. Bij de bundel hoort een gesigneerde en genummerde piëzografie van de collage The Ear met een – uniek – handmatig aangebracht stiksel, eveneens in een oplage van 99. Zowel boek als kunstwerk dat ik kocht hebben het nummer 8. 

De tweede bibliofiele aankoop is van vorige maand en betreft een uitgave die ik al had, maar niet in deze vorm. Het verhaal De vraatzuchtige spreekt verscheen in 1986 bij uitgeverij AMO in een oplage van 35 exemplaren. Van deze 35 exemplaren zijn er 28 ingenaaid en Arabisch genummerd. Hiervan bezat ik al een exemplaar. Maar er zijn ook 7 exemplaren in twee kleuren gedrukt, gebonden door Binderij Phoenix en Romeins genummerd. Die versie bezat ik nog niet, tot het moment dat Bubb Kuyper een exemplaar aanbood in de voorjaarsveiling 2021. Die kon ik niet laten lopen uiteraard. En hoewel het boek meer opbracht dan verwacht en mij dus ook ruim meer kostte dan ik eigenlijk van plan was te betalen, kon ik dit boek niet weerstaan. Gelukkig staat het exemplaar met nummer VII nu te pronken in mijn mooie vitrinekast

Een feestelijke geboortedag van Petrarca

Op 20 juli 1304 werd Francesco Petrarca geboren in Arezzo. Precies op zijn 717e geboortedag plofte als derde geschenk aan mijn bibliotheek de uitgave van het Liedboek oftewel de Canzoniere van zijn hand bij mij op de mat. Een mooie manier om de geboortedag van één van de grondleggers van het humanisme te eren.

Ik heb al eerder geschreven over mijn bewondering voor Petrarca en mijn zoektocht naar een aantal van zijn publicaties. Eén ervan stond op twee lijstjes: mijn Petrarca-lijstje en mijn Gouden Reeks-lijstje. Het is het befaamde Liedboek dat in 2008 verscheen in de prachtige Gouden Reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep. De uitgaven in de Gouden Reeks verzamel ik al min of meer sinds 2005. Door een paar recente veilingaankopen realiseerde ik mij dat ik het merendeel van de serie al had. Nu werd het tijd om ook de ontbrekende delen te kopen. Eén van de ontbrekende delen was het Liedboek en toen ik deze onlangs bij Scheltema in Amsterdam zag staan bij de tweedehands boeken, sloeg ik natuurlijk onmiddellijk toe. Of eigenlijk: ik zag een exemplaar aangeboden worden bij Catawiki en dat inspireerde mij om erop te bieden. Maar eerst checkte ik natuurlijk of er bij Boekwinkeltjes.nl misschien een exemplaar stond. Die stond er bij Scheltema - en voor een lagere prijs dan ondertussen bij Catawiki werd geboden. Toen heb ik Scheltema maar verlost van het exemplaar, en de veiling verder gelaten voor wat het was.

Deze uitvoering is een tweetalige uitgave die vertaald is door Peter Verstegen. Het is de eerste keer dat het liedboek integraal in het Nederlands is vertaald. Met dit boek vestigde Petrarca zijn naam als dichter en was hij van grote invloed op de ontwikkeling van de poëzie, zowel door de vorm (het boek bevat 366 sonnetten, canzonen, madrigalen, balladen en sestinen) als door de inhoud. Want het gaat natuurlijk vooral over de onbereikbare Laura. Hoewel een klein aantal van de gedichten over andere zaken gaat – een oproep tot herstel van de eenheid van Italië, tirades tegen het decadente pauselijke hof in Avignon, of het aanbieden van een mandje truffels – bestaat de overgrote meerderheid van de tekst uit liefdesgedichten. De eerste 263 zijn geschreven tijdens Laura's leven, de overige 103 na haar dood. Petrarca zag haar voor het eerst op Goede Vrijdag (6 april) 1327 in de kerk van Sainte-Claire in Avignon. Zij was toen vermoedelijk negentien jaar, en in 1348 werd zij slachtoffer van de grote pestepidemie die meer dan een kwart van de Europese bevolking wegvaagde. Zij werd in Avignon begraven. Maar eigenlijk gaan die gedichten nooit echt over Laura, alleen over Petrarca’s gevoel voor haar. 

Kees Fens kan de betekenis van dit boek mooier uitdrukken dan ik. Hij schreef: "De renaissance is begonnen, meteen op een hoogtepunt. De middeleeuwen waren geëindigd op het hoogtepunt dat Dantes Goddelijke Komedie is. Samen vormen ze het hooggebergte van de Europese poëzie. De twee grote tradities van de westerse cultuur komen er in samen, hecht aaneengesmeed."

Het gaat maar door

Met deze drie boeken was de koek (gelukkig) nog niet op. Nog maar een week geleden ontving ik van Perkamentus het jaarboek 2020 van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Wat een rijkdom dat er in Nederland twee gezelschappen bestaan waar het boek wordt gevierd en die zich beijveren om de hongerigen te voorzien van fraaie boeken! Ook dit jaarboek viert de boekenliefde met een paar zeer lezenswaardige bijdragen over mooie, bijzondere, zeldzame maar hoe dan ook begerenswaardige uitgaven. Niet dat er ooit verzadiging optreedt, maar de honger is met het stapeltje van deze week in elk geval even gestild.

Naschrift

Ik ontving een hele vriendelijke reactie van de Stichting Desiderata op dit blog en fijn dat mijn loftuitingen zo gewaardeerd worden. Maar duidelijk is wel dat ik bezoek uit Tilburg de komende periode moet wantrouwen…




29 maart, 2020

304 - Petrarca in tijden van corona

Twee jaar geleden waren we op vakantie in Italië, in de buurt van Venetië. Het was nog ver voor corona en de grenzen waren nog open. Terwijl we de kinderen hadden afgezet bij een zwembad reden wij een rondje langs pittoreske dorpjes. Op een gegeven moment kwamen we in het dorpje Arqua, waar we een tijdje door de steile straatjes liepen en op een terras met een fantastisch uitzicht op de bergen een lunch gebruikten. Dat was niet helemaal de bedoeling van de restauranthouder, want het restaurant bleek gesloten. Maar wij waren het Italiaans niet machtig, dus beschouwden we de vriendelijke uitleg van de uitbater en zijn wijzen naar het terras als een uitnodiging om te gaan zitten. Uiteindelijk legde de man zich er bij neer en serveerde ons een drankje en wat eten. Pas bij het vertalen van de menukaart met behulp van Google Translate ontdekten we dat we precies binnen waren gekomen op het moment van sluiten. Met enige schaamte aten we onze lunch op en kochten dat af met een ruime fooi.

Verder dwalend door Arqua zagen we een bordje dat verwees naar het graf van de grote Italiaanse dichter Petrarca (1304-1374). Meestal bereid ik mijn vakanties grondig voor en maak ik er ook een literaire queeste van, maar deze keer had ik mij ingehouden en alleen mijn zinnen gezet op het graf van Dante in Ravenna. Dus deze vermelding kwam onverwacht en daardoor maakte het deze bijzondere dag nog mooier dan het was.

Petrarca! Eén van mijn helden uit de middeleeuwen. Niet zozeer vanwege zijn poëzie waarmee hij onsterfelijk is geworden en het tragische verhaal van zijn liefde voor de mysterieuze Laura, maar vooral omdat hij de grondlegger is geweest van het humanisme en in zekere zin aan de basis heeft gestaan voor het Europa zoals wij dat nu kennen.

Ja, dat zijn grote gedachten maar ik prijs mij gelukkig te wonen in een democratie waarin ruimte is voor ontwikkeling, waarin vrijheid een groot goed is en waarin mensen in staat zijn om te groeien en boven zichzelf uit te stijgen. En Petrarca is iemand die een belangrijk invloed had op het ontstaan van een dergelijke samenleving. Natuurlijk, zonder Petrarca waren we er ook wel gekomen, maar iemand moet een keer een belangrijke stap voorwaarts zetten, en dat was Petrarca en ik ben daar dankbaar voor. Legendarisch is dan ook zijn beklimming van de Mont Ventoux, waarvan Petrarca zelf verslag heeft gedaan. Nu is een bergbeklimming niet zo bijzonder, maar het moment en de motivatie van Petrarca was dat wel: hij deed het niet functioneel, niet vanuit een soort bijgeloof (in de middeleeuwen beklom je geen bergen, dat was God tarten en je wist maar nooit of de duivel op de top ronddanste) maar uit nieuwsgierigheid en om van de tocht te genieten. Om geluk te ervaren. En dat was een daad die in die tijd volkomen nieuw was, waarom zou je geluk ervaren als individu? Het idee dat dat mogelijk was bestond nog maar beperkt. Petrarca's brief wordt beschouwd als de eerste literaire neerslag van de natuur om het genieten van de natuur zelf. Hij beklom de berg, zo zegt hij zelf, "louter uit begeerte, om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen".

Het humanisme van Petrarca was trouwens van een andere orde dan wat wij tegenwoordig humanisme noemen. Bij Petrarca ging het om de passie voor de oudheid en klassieke auteurs en hij hij wilde deze opnieuw onder de aandacht brengen. Petrarca vond dat ware menselijkheid in zijn eigen tijd niet meer bestond en herwonnen moet worden uit de litteratuur en de filosofie van de Romeinen van de klassieke periode; alleen daardoor zouden de vele en velerlei kwalen van zijn chaotische tijd geheeld kunnen worden en zou Europa weer een beschaafd werelddeel worden. Het ging hem om "de verschillende vormen van het streven naar (ware) menselijkheid" en hij deed dat niet uit algemeen belang maar voor zichzelf. Waar andere denkers in die tijd in dienst waren van vorsten of politiek actief waren en daar invloed hadden, studeerde Petrarca voor zichzelf. Daarom reisde hij half Europa rond om in allerlei kloosters handschriften van deze klassieke auteurs te vinden. En hij vond er verschillende, zoals brieven van Cicero en andere auteurs. Het ontsluiten van deze teksten en bestuderen ervan was zijn doel en onderdeel van zijn grote bijdrage aan de Europese ontwikkeling.
Hier is online (pdf) wat meer achtergrond over Petrarca en zijn tijd te lezen.

In de eeuwen daarvoor waren de klassieke auteurs in de vergetelheid geraakt. Van Petrarca is dan ook de term "donkere middeleeuwen" afkomstig, omdat voor Petrarca beschaving gelijk stond met kennis van deze auteurs. Dat deze aanduiding volkomen ten onrechte was en de middeleeuwen ten onrechte het beeld van een periode van stilstand en achterlijkheid gaven, weten we gelukkig nu. Maar het laat wel zien dat Petrarca zich al met al op een kantelpunt in de geschiedenis bevond en een forse duw gaf aan de ontwikkeling van de renaissance. Hij studeerde aan de twee na oudste universiteit van Europa (in Montpellier), maakte de pestepidemie van de 14e eeuw mee (zijn geliefde Laura stierf in 1348 aan de pest en Petrarca was er geregeld voor op de vlucht) en woonde in Avignon waar het Pauselijk gezag in de 14e eeuw was gevestigd. Natuurlijk was Petrarca ook een kind van zijn tijd en heeft hij niet in zijn eentje het humanisme bewerkstelligd. De tijd was rijp en dus viel alles wat hij deed in goede aarde, inspireerde anderen en met zijn tijdgenoten werd zo een forse stap in de ontwikkeling van Europa gezet, op weg naar de samenleving zoals wij die nu kennen.

Tegen deze achtergrond heb ik veel bewondering voor Petrarca en daarom vond ik dat ik toch een paar werken van hem in mijn bibliotheek moest hebben. Gelukkig is er de laatste decennia veel van Petrarca vertaald, niet alleen zijn gedichten (de Canzoniere, zie hier een mooie recensie bij een Nederlandse vertaling) maar ook zijn brieven en andere geschriften. De onvermoeibare Frans van Dooren (1934-2005) heeft - naast veel Dante - ook Petrarca regelmatig vertaald. Van Dooren was diep onder de indruk van Petrarca, vlak voor zijn dood schreef hij in zijn Brief aan Petrarca dat dit kwam omdat "je er altijd zo persoonlijk in aanwezig bent, met je vreugde en droefenis, vervoering en wanhoop, en dat de verzen uitmunten in evenwichtige vormgeving, muzikaliteit en originele beeldspraak". Ook Chris Tazelaar heeft diverse vertalingen van Petrarca's werk op zijn naam staan.

Ik schreef al in een eerder blog dat ik heel blij was om op de boekenmarkt in Dordrecht het jaarwisselingsgeschenk (oplage: 600) Brief aan het nageslacht van Petrarca uit 1991 te vinden (vertaald en toegelicht door Frans van Dooren) en via Marktplaats kocht ik  Reisroute naar Jeruzalem. Hoewel Petrarca zich bewust was van zijn roem, begint hij Brief aan het nageslacht toch (vals?) bescheiden: "Hoewel het te betwijfelen valt of een weinig bekende naam wel ver in ruimte en tijd kan doordringen, hebt u misschien toch wel eens iets over mij gehoord. En misschien wilt u ook weten wat voor een mens ik ben geweest (...)". Ook dit is een voorbeeld van hoe in zijn werk de persoonlijkheid van Petrarca terugkwam. Verder kocht ik nog de Stols uitgave Madonna Laura in de vertaling van D. Tol uit 1941 (oplage 500) met daarin 20 canzones vertaald.

Maar ik vond mijn rijtje Petrarca nog veel te mager. Afgelopen maand sloeg ik een mooie slag: op een veiling kocht ik een stapel Ambo Klassiek-uitgaven, waaronder maar liefst drie uitgaven van Petrarca. Alledrie vertaald en toegelicht door Chris Tazelaar en in prima staat, helaas zoals vaak bij deze uitgaven is het frisse rood op de rug vervaagd door het zonlicht. Maar nu bezit ik wel de tekst van de Lauweringsrede  (door Petrarca uitgesproken bij het ontvangen van de lauwerkrans op 8 april 1341 op het Capitool in Rome), de brief over de bestijging van de Ventoux en het sleutelwerk Het leven in eenzaamheid waarin Petrarca onderstreept dat zinvol bezig zijn vooral is het "aan literaire studie gewijde tijd, zonder verplichtingen". De uitgebreide toelichtingen en noten zijn de garantie voor veel nieuwe kennis en inzichten over deze sleutelperiode in de Europese geschiedenis. En hoewel ik mijn stapeltje Petrarca nog veel te klein vindt, ben ik blij met de nieuwe aanwinsten!

In deze tijd van corona rest ons weinig anders dan thuislezen. Ook daarin vind ik inspiratie bij Petrarca. Hij schreef zijn Reisroute naar Jeruzalem in 1358 in drie dagen op uitnodiging van Giovanni Mandelli (hier een biografie in het Italiaans), die Petrarca had uitgenodigd om de reis naar Jeruzalem te maken. Petrarca wilde niet mee, vond het te risicovol, maar wilde zijn vriend wel voorzien van een reisbeschrijving, een itenerarium. Voor de beschrijving van de reis, inclusief te vermijden en te bezoeken plaatsen en bijzonderheden over landschap en omstandigheden, putte Petrarca uit zijn ruime bibliotheek: er waren vele (klassieke) auteurs naar Jeruzalem geweest en hij heeft al die inzichten samengevat in zijn reisbeschrijving. En zo reisde hij van achter zijn schrijftafel toch mee naar Jeruzalem, en wie de tekst van Reisroute leest kan zich nauwelijks voorstellen dat Petrarca niet zelf op al die plekken is geweest. Ook wij leven in een tijd van een besmettelijke ziekte (gelukkig niet zo erg als de pest, maar ernstig genoeg) en ook wij moeten reizen via onze bibliotheek, want vakanties of uitstapjes zitten er niet in. Petrarca kan ons inspireren om in dergelijke tijden toch grootse prestaties te verrichten.

05 september, 2018

287 - Italiterair

Zoals elk jaar streef ik er naar mijn vakantie een literair tintje te geven. Niet alleen door mijn vakantieliteratuur te selecteren op basis van onze verblijfplaats, maar ook door te kijken of mijn gezin te porren is voor een bezoek aan een paar boekwinkels. Dit keer had ik mijzelf zelfs nog wat beter voorbereid: ik wilde ook een paar relevante literaire plekken bezoeken. Dat moest niet zo moeilijk zijn, want we bezochten Padua en omgeving. Met uitstapjes naar Venetië en andere hoogtepunten voor de boeg kon het niet anders dan een mooie literaire tour worden.

Allereerst de vakantieliteratuur. Aangezien we in Padua verbleven, ging als eerste Ciao, Padua van Onno te Rijdt in de koffer. De lotgevallen van een Nederlandse schrijver die verblijft bij een Padovaans gezin waren vermakelijk. Veel stereotype Italianen en Italiaanse thema's (rondborstige vrouwen, omkoopschandalen, masculien gedrag en veel lekker eten) maar prima voor een middag in de Italiaanse zon. Verder had ik Wacht op mij van Michele Serra bij mij, over de generatiekloof tussen een vader en zijn puberzoon. Mooi geschreven en met gedrag dat ik ook bij mijn eigen pubers herken. In other words van Jhumpa Lahiri gaat over de liefde van de schrijfster voor Italië en haar streven om de taal te leren. Het boek gaat over identiteit en ontworteling (en over Italië natuurlijk). Lahiri is ook de schrijfster van het essay De kleren van het boek, waarvan ik de speciale uitgave bezit die destijds ter gelegenheid van International Bookstore Day werd gemaakt (oplage 400). Tot slot had ik Brug der zuchten bij mij van Richard Russo. De titel verwijst uiteraard naar de beroemde brug in Venetië en het boek speelt deels in Venetië, deels in het noordoosten van de Verenigde Staten. Ik vond het boek indrukwekkender dan gedacht omdat het heel mooi de kansen en beperkingen laat zien van een leven in een kleine stad, de consequenties van het al dan niet volgen van je dromen en de vraag waar echt geluk te vinden is. Als reserve had ik nog A farewell to arms bij me van Ernest Hemingway. Dit boek speelt in Noord-Italië tijdens de Eerste Wereldoorlog en paste prima in de vakantiestapel. Ik heb het bij deze boeken gelaten, hoewel ik natuurlijk nog bijvoorbeeld Thomas Mann (Dood in Venetië) had kunnen meenemen. Maar ik zou nog aardig moeten doorlezen om deze boeken uit te krijgen.

Dan de boekhandels. Dat onderdeel viel een klein beetje tegen. Ik zocht vooral naar boekhandels met een meer internationaal aanbod, maar die bleken schaars. Op advies van reisgidsen ging in naar de Libreria Alta Acqua in Venetië, aangeprezen als één van de mooiste boekhandels van de stad en vooral bekend omdat ze boeken in gondels aanbieden. Ik had hoge verwachtingen, maar het was vooral een rommelige tweedehands winkel met nauwelijks niet-Italiaans aanbod. Wel was er een mooie winkelkat aanwezig. Katten in boekhandels zijn altijd bijzonder en daarom worden er boeken over geschreven, is er een instagrampagina voor en staat het internet vol foto's van deze dieren. Ondanks de kat ging ik met lege handen weg. Ook in Padua, Ferrara en andere steden slaagde ik niet. Het is een van de eerste vakanties waarvan ik zonder extra aanwinsten terug ben gekomen. Mijn gezin vindt dat een prima uitkomst, trouwens. Gelukkig kon ik online nog wat aankopen in Nederland doen, zodat er in elk geval nog wat nieuwe aanwinsten op mij lagen te wachten bij thuiskomst

Het derde onderdeel van de vakantie zijn de literaire plekken. Ook daarvoor had ik mij goed voorbereid. Ik had het boekje Literaire steden van Italië gekocht met wandelroutes door een aantal steden. Uiteindelijk struikelde ik als vanzelf over zoveel bibliofiele locaties dat ik dit boekje niet nodig had. Tijdens een wandeling in de omgeving van Arque Petrarca kwamen we langs het huis waar Petrarca in de laatste jaren van zijn leven woonde en ook het graf van Petrarca was hier aanwezig. Helaas bleek bij onderzoek in 2003 dat de schedel die in het graf lag niet van deze grondlegger van het humanisme was. Maar toen we op het terras van L'Enoteca di Arqua van een lokaal wijntje zaten te genieten, wisten we zeker dat Petrarca het goed had gezien toen hij ervoor koos om hier te wonen.
Terwijl we in Ravenna allereerst genoten van de beroemde mozaïeken - alleen al die in het mausoleum van Galla Placidia zijn een reis waard - hebben we ook stilgestaan bij de tombe van Dante. Onderweg naar Ravenna kwamen we langs Ferrara, de stad die vereeuwigd is door één van mijn favoriete schrijvers Giorgio Bassani. Als tiener las ik zijn beroemde boek De tuin van de Finzi-Contini's en het was een aangrijpende ervaring die diepe indruk op mij maakte. Een bildungsroman in de context van de jodenvervolging: ik was verpletterd na het lezen van dit boek en sindsdien wilde ik naar Ferrara. En dit jaar ben ik er geweest.

Al met al een bevredigende vakantie. Niet alleen door het weer en het eten, maar vooral door de overvloed van cultuur en de ontmoeting met grote geesten uit het verleden. Ik werd in elk geval geïnspireerd om Petrarca te gaan lezen, omdat ik mij niet had gerealiseerd dat zonder hem de humanistische beweging veel later zou zijn gestart, en wie weet hoe wij er dan nu aan toe zouden zijn geweest. Soms verlegt één man de loop van de geschiedenis op een positieve manier, en Petrarca was zo'n man. Daarom hoort hij in mijn boekenkast.