Posts tonen met het label bibliofilie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliofilie. Alle posts tonen

02 mei, 2025

360 - Aanvullingen boeken-brieven Jan van Herreweghe

Ik heb al een paar keer geschreven over de indrukwekkende serie boeken van Jan van Herreweghe die verschijnt onder de titel “Het menselijk tekort bij een teveel aan papier”. Bijna elk jaar weer verschijnt een nieuw deel, steeds een bundeling brieven aan “boekenvriend André”, waarin alle aspecten van boeken verzamelen, bibliofilie, lezen, bibliotheken en het ontmoeten van auteurs worden beschreven. Jan heeft schijnbaar alles gelezen en iedere nog levende auteur ontmoet en al diens boeken laten signeren en vervolgens in zijn eigen bibliotheek gezet. Elke brief is rijk aan details en gelukkig voorzien van een uitgebreide bronvermelding, zodat de lezer direct zelf aan de slag kan om de door Jan besproken boeken aan te gaan schaffen. Daarom gaat het lezen van zijn boeken niet zo snel: na elk hoofdstuk moet je eerst weer een tijdje zoeken op boekwinkeltjes, antiqbook en marktplaats om je tekorten aan te vullen.

Toch lijkt het ook Jan af en toe teveel te worden. In de 43e brief, uit Spreken in boekdelen, schrijft hij:
Ik verwijt mijzelf de naïviteit waarmee ik deze boekencyclus heb aangevat. (…) Het is maar dat ik thans ver gevorderd ben in mijn boekhistorisch onderzoek (…) maar opnieuw beginnen zou ik nooit meer doen. Ik ben in de eerste plaats een leesmachine en daarna schrijver. En ondanks het feit dat ik graag iets op papier zet, sla ik toch nog liever een bladzijde om.

En verder:

Ik kan rekenen op een trouwe schare standvastige en enthousiaste fans, die reikhalzend uitkijken naar het volgende boek, maar ook niet meer dan dat. Ik ben me er ondertussen van bewust dat bibliofilie geen massa verdraagt. Bibliofielen zijn meestal mensen die niet graag met hun liefde voor boeken uitpakken. Ze opereren in een duistere schijnwereld van naarstig zoeken en ijverig verzamelen. (…) Ik ben een tevreden man omdat ik goed besef dat schrijven over bibliofilie in Vlaanderen geen evidentie is en dat niemand mij dit voordeed.  

Maar niet alleen in deze boeken vertelt hij over zijn wederwaardigheden, bijna dagelijks post hij een bericht op Facebook waarin hij verhaalt over exposities, lezingen, signeersessies en andere literaire of culturele bijeenkomsten die hij bezoekt en waarover hij immer uitvoerig en met aanstekelijk enthousiasme vertelt. In feite schrijft hij zo elke dag een blogbericht - waar mijn miezerige jaarproductie op dit blog maar bleekjes bij afsteekt. Jan is trouwens zo’n beetje de enige reden dat ik Facebook nog aanhoudt, naast het feit dat een communicatiekanaal is van Stichting Desiderata. Verder wil ik niets meer met dit big tech platform te maken hebben - nodig mij dus niet uit als uw vriend daarop, want ik zal dit weigeren.

In 2015 schreef ik over mijn eerste aankoop van Jan’s boeken, in 2017 over mijn correspondentie met hem en in 2018 kon ik eindelijk al mijn door hem geschreven boeken laten signeren. Daarna werd het covid met alle beperkingen van dien, maar Jan schreef ijverig door. Ontmoeten zat er echter niet meer in. Wat ik echter nog niet eerder verteld had, was dat een citaat uit mijn correspondentie met hem de achterflap van Boekanieren in Bibliopolis (2016) heeft gehaald. Mooi dat ik op die manier een aanprijzing van het werk van Jan heb kunnen doen. Ik ben maar een bescheiden verzamelaar (in de woorden van Jan: ik opereer in een duistere schijnwereld van naarstig zoeken en ijverig verzamelen), maar ik ben desondanks ijdel genoeg om dit soort vermeldingen leuk te vinden. Net als die keer dat ik ontdekte dat ik in de winkeldagboeken van Hinderickx en Winderickx was beland, of dat dit blog werd aangeprezen in het boek van Wim Huijser.

Ik heb de afgelopen jaren het aankopen van de boeken van Jan Bib, zoals hij zichzelf noemt, niet bij kunnen houden. Ik doe een vergelijkbare verzuchting nu al een paar blogs lang, namelijk dat ik achterloop met aankopen van allerlei belangwekkende uitgaven voor mijn eigen collectie. Het lijkt erop dat de kloof tussen de boeken die ik nodig heb in mijn bibliotheek en die ik daadwerkelijk heb gevoelsmatig steeds groter wordt. Ik vrees dat ik het pad naar bibliomanie op ben gegaan en dat mij een tragisch en teleurstellend einde wacht, hopelijk zonder dat ik overga tot echt destructieve keuzes…

Ik liep dus al meerdere delen achter. In mijn vorige bericht schreef ik al over een onverwachte mooie vondst bij een inboedelveiling. En kort daarna was er voor mij weer een aangename verrassing. Dit keer was het de signaleringsfunctie op Marktplaats die zijn werk deed: Jan van Herreweghe is een zoekterm die ik volg, en ik kreeg een melding van een stapel uitgaven die te koop werd aangeboden. Ik bood onmiddellijk de vraagprijs en was diverse andere belangstellenden gelukkig te snel af. Een dag later had ik de boeken in huis. De eerste 9 delen van de aangeboden reeks had ik zelf al, maar ik kon 5 nieuwe delen toevoegen aan mijn collectie. Daarvan waren er vier al gesigneerd met opdracht: eentje voor Wim, eentje voor Leo en twee voor Henk. Het moge duidelijk zijn - zo blijkt uit deze niet-representatieve steekproef - dat de lezers van het werk van Van Herreweghe veelal mannelijk zijn. Het is algemeen bekend dat het verzamelen van boeken nog steeds overwegend een mannenactiviteit is, hoewel gelukkig het aantal vrouwelijke boekenverzamelaars blijft toenemen. 

Van Herreweghe schrijft ook regelmatig over het man-vrouw verschil in relatie tot boekenverzamelen. Hij opent De zegeningen van het boekenschap (2019) er zelfs mee:

Ik heb het in mijn geschriften - ofwel expliciet en/of tussen de regels - al dikwijls gehad over het feit dat mannen - in al hun naïviteit - grote verzamelaars van boeken zijn en vrouwen - in al hun nuchterheid - steeds weer bezwaar maken tegen te veel boeken in huis. (…) Voor heel wat vrouwen is dat een brug te ver. Tot op zekere hoogte ondergaan zij (lijdzaam!) de verzamelwoede van hun mannen en de daarmee gepaard gaande enorme hoeveelheden boeken waarmee het huis gevuld wordt.

In dit zelfde De zegeningen van het boekenschap schrijft hij in een brief over het boek Een bed tussen de boeken (Books, baguettes and bedbugs) van Jeremy Mercer, waarover ik in 2009 een blog schreef. Een tweede brief gaat over het boek Blok. De boekhandelaar van mijn vader van Jan Brokken, waarover ik in 2014 schreef. Veel herkenning dus, want dit deel staat vol met beschrijvingen en verwijzingen naar boeken over boeken, in het bijzonder fictie waarin de boekhandel of het verzamelen van boeken centraal staat. De meeste beschreven titels heb ik zelf, maar ik heb toch nog een aantal nieuwe titels uit dit genre op mijn zoeklijstje gezet. Mijn citaat op de achterflap van Boekanieren in Bibliopolis blijkt maar al te waar: wij bibliofielen bewandelen vaak dezelfde route, en vinden dus veel herkenning bij elkaar.

De boeken van Jan Bib vormen op zichzelf ook een enigszins verzamelwaardige reeks. De oplage is niet zo groot (300 à 400 per keer) en dus enigszins schaars - hoewel het de vraag is of zijn lezerspubliek heel veel groter is dan dat. Maar aardig is dat er rondom die reeks nog wat overige verzamelwaardige uitgaven zijn. Zo is er het houten boekobject Manieren van ordenen (oplage: 30), is elk afzonderlijk boek in de reeks ook deels Romeins genummerd (steeds 30 per keer) en verscheen één van de brieven uit Er zijn nooit teveel boeken, alleen teveel mensen in een aparte uitgave met medewerking van de kunstenaar Denmark

Hoewel elke uitgave op zich een indrukwekkende stortvloed van boekenfeiten is, wil het niet meteen zeggen dat alle brieven ook hoogstaande literatuur vormen. Het zijn toch veelal ervaringen, lange citaten of navertellingen van andere boeken. Verwacht geen echte bibliothistorische analyses of bibliofiel speurwerk. De opsommingen zijn toch enigszins lukraak en lijken alle kanten op te gaan. Elke thematische brief bevat vooral anekdotische informatie losjes gegroepeerd rond een thema of schrijver. Naast informatie uit boeken zijn er ook veel kranten- of andere berichten ter illustratie die een bepaald punt verder uitwerken. En de navertellingen van boeken zijn eigenlijk het verslag van een leeservaring, waarin vele citaten uit het boek worden voorzien van commentaar. Verder wordt weinig verteld over de verzamelaar zelf, of de lijnen die hij volgt in zijn collectie. Wat beweegt Jan, waar werkt hij naar toe? Nee, hij is (nog) geen Alberto Manguel, Nicolas Basbanes of Holbrook Jackson. Maar hij is een vrolijke en belezen Vlaming die zichzelf niet zo serieus neemt en tegelijkertijd een enorme feitenkennis in hoog tempo met de lezer deelt. Deze mix maakt het voor mij nu juist zo aantrekkelijk: de toon is licht, het enthousiasme aanstekelijk en je leert nog een paar dingen onderweg. 

Kom maar op Jan, met je volgende boek!

07 oktober, 2023

347 - Bibliofiel achter de feiten aanlopen

Ik heb al vaker geschreven over mijn behoefte om complete collecties van schrijvers in de kast te hebben staan. Ik ben zoals dat heet een completist, hoewel ik vooral eerste drukken zoek en niet élke druk en elke variant van een bepaald werk zoek. Ik wil alle boekuitgaven van mijn favoriete auteurs hebben. En als ze nog leven, graag ook gesigneerd. Deze ambitie is al ingewikkeld genoeg als het gaat om reguliere uitgaven, maar het wordt nog lastiger om zicht te houden op bibliofiele uitgaven van mijn favoriete auteurs. De afgelopen weken heb ik een paar bibliofiele uitgaven toegevoegd aan mijn collectie, waarvan ik stomtoevallig achter het bestaan kwam. Doordat ik zo afhankelijk ben van toeval, zullen er nog verschillende uitgaven rondzwerven waarvan ik helaas het bestaan niet ken. Maar van drie van mijn favoriete Nederlandse schrijvers is de collectie weer iets completer geworden: Adriaan van Dis, Tommy Wieringa en Margriet de Moor.

Adriaan van Dis

Jaren geleden heb ik lezers van dit blog op de hoogte gehouden van mijn vorderingen om mijn Adriaan van Dis-collectie compleet te krijgen. De ene na de andere uitgave hengelde ik naar binnen en ook toen struikelde ik wel eens over een onverwachte bibliofiele vondst. Al in 2005 meldde ik triomfantelijk dat ik compleet was en een paar jaar later herhaalde ik tegen beter weten in die claim. Met de verschijning van zijn nieuwste roman Naar zachtheid en een warm omhelzen volgde er natuurlijk een serie lezingen annex signeersessies. Ik tekende in voor een zondagmiddag in Paagman, voorzien van een stapeltje recente aankopen. Naast de nieuwe roman had ik bijvoorbeeld de luxe editie van zijn boekenweekessay uit 2004, twee versies van De wandelaar t.g.v. Nederland Leest (de grote letter-uitgave en de eenvoudig-lezen uitgave) en zo nog wat. Terwijl ik bij de lezing zat zag ik verderop in de rij iemand die ook een werk van Van Dis bij zich had om te signeren, maar het was een voor mij totaal onherkenbaar boek. Was mij weer eens iets ontgaan? Ik kon de titel gelukkig lezen en snel googlen leerde mij dat het om de uitgave Een beetje gek ging, een bibliofiele uitgave van Galerie Christian Ouwens, waarin Van Dis verslag doet van zijn ervaringen met psychiaters en psychoanalyse. Terwijl ik in de rij stond voor het signeren haalde Van Dis diezelfde uitgave uit zijn tas en gaf die aan een dame voor mij in de rij, kennelijk een bekende van hem. Het leverde mij een steek van jaloezie op, maar even later was ik als pleister op de wonde wel zes handtekeningen rijker in evenzovele boeken. Desondanks moest ik nu op zoek naar het onbekende boek.

Na afloop van de signeersessie volgde een fijne mailwisseling met Christian Ouwens die gelukkig nog gesigneerde exemplaren had liggen. Hij vertelde dat hij ook bij de sessie in Paagman was geweest, maar toen was ik nog onwetend van het moois dat hij had gemaakt. Het toeval wilde dat mijn geliefde de dag erop letterlijk om de hoek van de galerie een opleiding volgde, zodat ik een dag later alsnog een gesigneerd exemplaar in mijn kast kon zetten. Ik kende Galerie Christian Ouwens niet, maar hij geeft bij tijd en wijle bijzondere literaire uitgaven uit die met veel zorg zijn gemaakt. Gelukkig was deze niet zo kostbaar als de portfolio van Ilja Leonard Pfeijffer en Hans Wilschut, waar €950 voor moet worden neergeteld. 

Als gevolg van dit kleine avontuur zocht ik nog wat verder naar eventuele Van Dis-uitgaven en wie schetst mijn verbazing toen ik ontdekte dat er nóg een bibliofiele uitgave rondzwierf. Ter gelegenheid van de Bakenesser Avond 2007 van de Stichting Haarlem Boekenstad bleek de uitgave Le Chien verschenen, een paar fragmenten uit De wandelaar. In een oplage van 165 bij de Augustijn Pers, van de helaas overleden Hans Rombouts.

Ook die moest ik natuurlijk hebben, en wel onmiddellijk, maar het werkje bleek nergens te worden aangeboden. Na lang zoeken vond ik bij Antiquariaat Meilof een setje Augustijn-uitgaven waar deze Van Dis bijzat. Ik checkte nog even of dat echt zo was, rekende 30 euro af en Le Chien was van mij. Met nog ruim 20 andere drukjes van deze pers, die ik niet per se hoefde (behalve eentje, waarover later meer). Het restant heb ik daarom op Catawiki gezet en dat leverde mij vervolgens 62 euro op (minus veilingkosten uiteraard). In feite waren er zo een paar gratis werkjes voor mij, en zelfs geld toe. Welk geld ik overigens onmiddellijk opnieuw heb geïnvesteerd via Catawiki, door de luxe genummerde editie van de beelduitgave Familieziek, getekend door Peter van Dongen, op een veiling te kopen. De nieuwprijs van deze uitgave uit 2017 is €150, maar voor €91 mocht ik 'm nu hebben. Waarmee de derde bibliofiele Van Dis in een week mijn eigendom werd.

Voor zover ik weet ben ik nu weer compleet als het gaat om Van Dis maar ik heb daar weinig zekerheid over. Le Chien bleek immers ook al 16 jaar geleden verschenen te zijn voordat ik het bestaan er van ontdekte. Jammer is wel dat ik nu weer naar een signeersessie moet gaan, want Le Chien is nog ongesigneerd. Het zou signatuur 102 van Van Dis in mijn collectie moeten worden.

Tommy Wieringa

Het zal bekend zijn dat Tommy Wieringa’s nieuwe roman Nirwana is verschenen. Met veel tromgeroffel gelanceerd en verschillende boekhandels boden gesigneerde eerste drukken van het boek aan. Een mooie service om mijn Wieringa-collectie up to date te houden. Ware het niet dat ik op diverse socials zag dat ter gelegenheid van de lancering een speciale "nulde druk" was verschenen, uitgedeeld aan boekhandelaars. Overigens niet voor het eerst, van De heilige Rita is ooit ook een nulde druk verschenen, die ik nog niet bezit. En nu alweer een nulde druk, in beperkte oplage… ik ben geen boekhandelaar, maar deze hoort natuurlijk in mijn kast. Dus wat te doen?

Ik besloot het erop te wagen bij de uitgeverij zelf. Als eigenaar van een van de meest complete Wieringa-collecties in Nederland meende ik wel enig recht van spreken te hebben, dus ik schreef een bedelmail in de hoop dat er nog een exemplaar van de nulde druk zou zijn. En ik kreeg goed nieuws: de nulde druk bleek beschikbaar en plofte een paar dagen later in mijn bus.

Deze nulde druk heeft een afwijkend omslag van de reguliere uitgave, veel simpeler van uitvoering en er staat ook met grote letters “0e druk” op. Op de titelpagina staat: "De oplage van deze geschenkuitgave bedraagt 200 exemplaren”. Uiteraard zullen er boekhandelaars zijn die hun exemplaar van de hand doen, er zal vast binnenkort een exemplaar op Catawiki verschijnen. Ik ben benieuwd wat die dan oplevert. 

Het probleem was alleen dat deze speciale editie ongesigneerd was. Gelukkig deed ook Wieringa mee aan het signeercircus bij de verschijning van zijn nieuwe roman, en zo toog ik met mijn stapeltje recente Wieringa-aankopen van de laatste jaren naar Utrecht, waar vervolgens niet alleen Nirwana, maar ook nog een paar anders schaarse werkjes werden gesigneerd. Deze stapel was iets kleiner dan de berg Wieringiana die ik zes jaar geleden liet signeren. Het interview in Broese leverde mij sowieso een paar inzichten op over de thema’s in de nieuwe roman. Maar daarna was er tijd om te signeren. Het fijne aan Tommy Wieringa is dat hij voor iedereen de tijd neemt. Net als een paar jaar geleden werd ook dit keer elk boek bewonderd (“dit is een bijzondere”, “dat je deze ook hebt”) en van een persoonlijke opdracht voorzien. Het fijne van een avond met boekenliefhebbers is dat er ruimte is om echt even door te praten over het boek. Bij het verlaten van Broese raakte ik aan de praat met een van de organisatoren van de avond en deelden we onze inzichten over Nirwana. Zelfs de massale treinuitval op die avond kon daarna mijn uitstekende humeur niet meer bederven.

Margriet de Moor

In het stapeltje uitgaven van de Augustijn Pers bleek naast de gezochte van Dis ook nog een mooie uitgave van Margriet de Moor te zitten, een fragment uit haar prachtige roman De verdronkene, ook nog eens heel mooi vormgegeven: een gevouwen drukwerkje, dat als het ware in de blauwe golven van het kartonnen hoesje verzinkt, waarbij ook een peilstok is te zien. Hier is zichtbaar hoe creatief Hans Rombouts was. Ik wist niet van het bestaan van dit werkje en wist niet dat het in het stapeltje zat, maar nu kon ik het mooi toevoegen aan mijn De Moor-collectie. Net als dat ik een paar jaar geleden een stapeltje boeken op Marktplaats kocht, slordig aangeduid als ‘nieuwjaarsgeschenken’, waar het nieuwjaarsgeschenk Handgeschreven van Margriet de Moor tussen bleek te zitten, uitgegeven door De Bezige Bij t.g.v. jaarwisseling 2016-2017. 

Bij nader inzien bleken zowel het fragment van De verdronkene als Handgeschreven niet heel zeldzaam en gewoon op boekwinkeltjes.nl te koop. Maar ja… dan moet ik wel weten dat ze daar staan. Natuurlijk heb ik zojuist weer eens langs alle De Moor-uitgaven gescrolld en niks nieuws gevonden, maar dat kan ik niet elke dag doen. Wie weet brengt het toeval mij over een tijdje ook van Margriet de Moor weer een onbekende uitgave.

Hoewel ik inmiddels een forse collectie De Moor in eerste druk heb, is alles nog ongesigneerd. Ik hoop Margriet de Moor ooit nog ergens tegen te komen zodat zij al mijn uitgaven van haar ongetwijfeld fraaie handtekening kan voorzien.

Het waren een paar hectische weken die ik kon afsluiten met goed nieuws over publicaties van deze drie schrijvers. Maar al met al realiseer ik mij dat het mijn lot als verzamelaar is dat ik bibliofiel achter de feiten blijf aanlopen. En dus dat ik mijn ogen open moet houden en erop vertrouwen dat het lot mij van tijd tot tijd de boeken brengt die ik nodig heb...

25 augustus, 2023

346 - Een Elzeviertje in mijn bibliotheek

Onder boekenverzamelaars hebben de zogenaamde 'Elzeviers' heel lang een bijna mythische status gehad. Er is vrijwel geen boek over boekgeschiedenis of over het verzamelen van boeken waarin niet een passage over Elzeviers, hun betekenis voor de boekgeschiedenis en de verzamelwoede ervan is opgenomen. Dit uitgevershuis moet trouwens niet verward worden met de huidige uitgeverij Elsevier, die op geen enkele manier verbonden is met Elzevier. De Elzeviers waren zó populair, dat sprake was van een heuse Elzevieromanie (inclusief recordprijzen op veilingen). In die lijn publiceerde de Stichting Desiderata al weer twee jaar geleden De bibliomaan van Charles Nodier met daarin ook een uitvoerig betoog van Ed Schilders over o.a. Elzeviers, de Elezevieromanie en het meten van de marges. Er werd dan ook een Elzevierometer bij dit
boek geleverd, die ik helaas niet kon gebruiken bij gebrek aan een eigen Elzevier. Tot overmaat van ramp kocht ik onlangs van Garrelt Verhoeven de gelegenheidsuitgave De vreemde zaak van het quasi onvindbare Elzeviertje. Een bibliografische cold case in tijden van corona. Dit boekje verscheen in 2020 ter gelegenheid van het afscheid van Paul Hoftijzer als hoogleraar boekwetenschap in 600 genummerde exemplaren (ik heb nummer 571) . Het is een verslag van een gelukkige vondst van Verhoeven op een Franse antiekmarkt, waar hij een bij nader inzien zeer zeldzame Elzevieruitgave kocht waarna hij langzaam maar zeker de publicatiegeschiedenis ervan ontsluit. Maar hij vertelt ook uitvoerig over verzamelaars van Elzeviers door de eeuwen heen en de Elzevieromanie die hen in de greep had. Binnenkort verschijnt een nieuwe uitgave van dit werk bij de Walburg Pers, waar eerder ook het mooie boekje Ik zoek geluk in druk te vinden van Verhoeven verscheen, waarin hij meer boekenavonturen beschrijft.

Al dit lezen over Elzeviers heeft het gemis hiervan in mijn kast uiteindelijk onverdraaglijk gemaakt. Gelukkig was er - net zoals ik eerder schreef over uitgave van Elias Luzac - nu ook weer Marktplaats als redder in nood. Voor een luttele 25 euro kocht ik een Elzevier uit 1677, namelijk Opera quaee extant van Claudianus, met een voorwoord van Nicholas Heinsius. Weliswaar wat beschadigd (de eerste pagina's missen) maar goed genoeg voor mij. Eindelijk kon ik mijn Elzevierometer eens echt gebruiken.

Voordat ik jullie meeneem naar een beschrijving van dit boek, eerst iets over Elzeviers en wat daar zoal over geschreven is in diverse boeken over boeken uit mijn eigen kast.

Werken over Elzevier uit mijn eigen bibliotheek

Voor mijn vorige post sneupte ik in mijn eigen bibliotheek op zoek naar Laurens Janszoon Coster. Dit keer gaat het mij om informatie over Elzeviers. Ik mis in mijn bibliotheek de echte standaardwerken over de Elzeviers, zoals de Elzevier-bibliografie van Alphonse Willems waar Garrelt Verhoeven veel uit put  (Les Elzevier: histoire et annales typographiques, 1880) of het boek van Paul Hoftijzer Boekverkopers van Europa. Het Nederlandse zeventiende-eeuwse uitgevershuis Elzevier (2000). Ik moet het doen met wat meer algemene beschrijvingen over de Elzeviers.
  • In het klassieke werk van Piet Buijnsters, Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie (2010) staat een heel hoofdstuk over Elzeviers (en een heel hoofdstuk over Laurens Janszoon Coster trouwens). Buijnsters grijpt vrijwel meteen terug op Rimmert van der Meulen (zie hieronder) en diens melding van "elsevier-maatstokjes" die werden gebruikt om de marges te meten (hoe meer marges, hoe beter en hoe waardevoller). Daar is de Elzevierometer van Stichting Desiderata dan ook op geïnspireerd. Buijnsters stelt dat deze maatstokjes nooit zijn aangetroffen en hij vraagt zich af of deze überhaupt hebben bestaan. Buijnsters geeft verder een schets van het uitgevershuis Elzevier, de vertakkingen in Den Haag, Utrecht, Amsterdam en Leiden en de gezichtsbepalende familieleden daaruit. Het hoogtepunt van de uitgaven kwam rond en net voor 1650 op de markt. Elzeviers werden in een handig klein formaat geproduceerd, in hoge oplagen en met goede kwaliteit papier en letters. En ze hadden de beste auteurs uit een breed scala aan vakgebieden in hun fonds. Met als gevolg dat Elzevier-uitgaven bij alle grote geleerden in heel Europa op de plank stonden en dientengevolge gezocht én verzameld werden.
    Maar er waren ook heel veel "valse" Elzeviers op de markt, en het kwam er op aan de valse van de echte te onderscheiden. Het boekje van Garrelt Verhoeven gaat hier ook over. Er verschenen verschillende standaardwerken met uitgebreide commentaren op de vraag of bepaalde uitgaven vals of echt waren. Dit waren de handboeken die verzamelaars gebruikten in hun speurtocht naar Elzeviers. Buijnsters beschouwt J.J.W.R. van Dijck als de laatste Nederlandse Elzevier-verzamelaars. Zijn imposante collectie werd in 2005 in 685 kavels bij Bubb Kuyper geveild. Buijnsters constateert: "voor het overige lijkt het Elzeviervirus onder de Nederlandse particuliere verzamelaars voorgoed te zijn verdwenen."
  • Ik noemde al de Stichting Desiderata-uitgave van Charles Nodier's verhaal De bibliomaan (2021). Het gaat hier om een door het Elzevier-virus aangetaste verzamelaar die ontdekt dat een concurrent  een Elzeviereditie met bredere marges dan zijn exemplaar bezit, en vervolgens overlijdt door de schok:
    "'U ziet nu,' zei hij tegen mij, 'de ongelukkigste aller mensen! Dat boek is de Vergilius van 1676, op grootformaat papier, waarvan ik dacht het reuzenexemplaar te bezitten, het overtreft het mijne met een derde linie. (...)  Een derde linie! Ach! Bagatelliseert u een derde linie van de priem die uw haart doorboort?' Zijn lichaam sloeg geheel achterover, zijn armen verstijfden en zijn benen kwamen in de greep van een spijkerharde kramp."
    In de uitgebreide toelichting van Ed Schilders komen al de elementen die Buijnsters noemt terug, waarbij Schilders toch een aantal vraagtekens zet bij de stelligheid dat de zogenaamde maatstokjes nooit bestaan zouden hebben.
  • Het boek van Rimmert van der Meulen, Over de liefhebberij voor boeken (1893) werd door Buijnsters al aangehaald. Van der Meulen schrijft over de verzameldrift van Elzeviers, maar constateert ook dat de inventarisatielijsten van bestaande Elzeviers de verzamelwoede wat temperden (en de prijzen ook) omdat bleek dat veel titels helemaal niet zo zeldzaam waren. Veel Elzeviers werden namelijk in zeer hoge oplagen geproduceerd. Mede hierdoor doofde de Elzevieromanie in de vroege twintigste eeuw wat uit.
  • De memoires van Leona Rostenberg en Madeleine Stern heb ik al vaker aangehaald. In verschillende uitgaven vertellen zij hoe zij hun antiquariaat hebben opgebouwd en hoe zij tal van bijzondere boeken vonden in hun speurtochten door Europa en Noord-Amerika. In Old books, rare friends (1997) vertellen zij hoe Leona Rostenberg startte met het verkopen van oude boeken en dat hun tweede catalogus uit 1947 volledig was gewijd aan "The house of Elzevier". Deze catalogus staat integraal afgedrukt in Bookman's quintet. Five catalogues about books (1980). Ik heb nog even gecheckt: mijn Claudianus stond niet tussen de 165 nummers, die overigens in no-time waren uitverkocht. Rostenberg vertelt de anekdote dat deze tweede catalogus was voorbereid, maar twee weken lang bij het postkantoor was blijven liggen terwijl de dames zich afvroegen waarom niemand een bestelling uit deze catalogus deed... Toen de catalogus alsnog werd verzonden was deze in no-time uitverkocht, wat het bedrijf van de dames een welkome boost gaf. Deze zelfde anekdote werd trouwens al eerder verteld in Old and rare. Thirty years in the book business (1974)
  • John Herbert Slater (1854-1921) was een Engelse bibliofiel en auteur van verschillende boeken over boekenverzamelen. In Book collecting (1892, in een genummerde oplage van 500 waarvan ik nr. 437 heb) staat een apart hoofdstuk voer "The Elzevir Press". In How to collect books (1905) staat een verkorte versie van dit hoofdstuk. De beschrijving van de Elzeviers is onderdeel van zijn beschouwing over "celebrated presses". Eerst schrijft Slater in dat verband over Aldus en daarna over Elzevier. Hij zegt:
    "Compared to this grim old editor-printer of a bygone age, the Elzevirs one and all were literary children, playing with ther master's text - children, who never grew old, and whose many liberties were not only endured, but excused out of consideration for their engaging ways. They were pirates too, without exception, but they turned you out well. If they mutilated your text, they at any rate supplied you with the best of paper, ornaments and type: from their hands you emerged a well-dressed gentleman, a little ignorant perhaps, but decidedly aristocratic."
    Slater geeft een stukje van de genealogie van Elzevier en beschrijft dan kort de hoogtepunten van de persen. Hij gaat uit van 1608 verschillende titels, waarvan 1213 de naam of het merk van de firma dragen. De meeste in Latijn, een flink aantal Frans en dan nog wat publicaties in Grieks, Duits, Italiaans, Hebreeuws en Nederlands. En eentje in het Engels.
    Ook Slater noemt trouwens het meetstokje als een gegeven:
    "The enthousiastic collector carries with him an ivory rule on which the French measures are marked. (...) Anything below 125 millimetres is hardly worth loooking at.".
    Vervolgens beschrijft Slater hoe twee exemplaren van Le Pastissier Francois werden verkocht: eentje van 128 millimeter hoog voor 6o pond en een onafgesneden exemplaar voor 400 pond. Waarbij het verschil 2, maximaal 3 millimeter was. Deze specifieke uitgave werd vanwege de schaarste overigens wel als de kroon op elke Elzevier-collectie beschouwd. Ook vertelt Slater over Charles Nodier, die zijn hele leven zocht naar een eerste druk van de door Elzevier gedrukte Vergilius uit 1636 ondanks dat dit een slecht geproduceerd exemplaar was dat vol met fouten stond. Toen hij het boek vond, paste het precies in de ruimte die hij al die tijd in zijn boekenkast ervoor had vrijgehouden. Drie jaar geleden werd overigens een exemplaar van geveild voor $600.

Elsevier en Elzevier

Ik zei al dat het huidige uitgevershuis Elsevier en de 16e/17e-eeuwse Elzevierfamilie niets met elkaar te maken hebben, behalve dat de oprichters van Elsevier de naam eraan ontleenden. Maar er is meer dan alleen de naam geleend: in de loop van de tijd is binnen het tegenwoordige Elsevier een collectie van uitgaven opgebouwd van het originele uitgevershuis. Deze collectie staat inmiddels bekend als "The Elsevier Heritage Collection" en bestaat uit circa 1000 titels in zo'n 2000 delen. 

Uitsnede uit het schilderij "Een promotie bij de universiteit"
ca. 1650 geschilderd door Hendrick van der Burgh.
Rechts van de poort van het Leidse Academiegebouw had
de firma Elzevier haar boekwinkel en drukkerij /
uitgeverij. Vermoedelijk zijn daar wat aankondigingen
van nieuwe boeken te zien.
(afbeelding: Stedelijk Museum De Lakenhal).
In het Jaarboek 2014 van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen schrijft Sjors de Heuvel een bijdrage over de herkomst van een deel van de Elzeviers in the Collection: "De Elzevier-bibliotheek van de hertog van Chartres. Een negentiende-eeuwse bibliofiel in de Elsevier Heritage Collection". Na een algemene beschrijving van de Elzevier-familie en de Elzevieromanie vanaf de 17e eeuw gaat De Heuvel in op Robert d'Orleans, de hertog van Chartres, en diens bibliofilie. Een deel van zijn collectie Elzeviers - ongeveer 700 stuks - werd in 1952 door Elsevier aangekocht. Samen met andere aankopen maakte dit The Heritage Collection tot wat het nu is.
Eerder schreef De Heuvel al een artikel in De Boekenwereld (2015, te lezen via DBNL), waarin hij de bredere historie van de EHC schetst én beschrijft waar de collectie zoal vandaan kwam en welke bijzondere exemplaren erin te vinden zijn.

Overigens schreef Jan Paul Bresser ooit in een tijdschrift van Elsevier een artikel over Elzevier, waarin de historie van de historische uitgeverij wordt beschreven. Hij haalt daarbij het schilderij van Van der Burgh hier rechts aan.

Mijn Claudianus uit 1677

Na de ontvangst van mijn Elzevier heb ik als eerste daad mijn Elzevierometer langs Claudianus gelegd. Uitslag: 114 millimeter. Volgens het criterium van Slater dus een exemplaar "hardly worth looking at". Ook omdat het boekje niet compleet is: de titelpagina en de eerste drie bladen ontbreken. Daardoor is het ook lastig om te bepalen van welke pers het boekje is gekomen. Gelukkig zijn er meerdere exemplaren digitaal beschikbaar, en daaruit wordt duidelijk dat mijn boekje is gedrukt in Amsterdam door Daniel Elzevier (1626-1680). Daniel behoorde tot de tweede generatie drukkers. Hij opende in 1638 een drukkerij in Amsterdam, waar hij volgens Slater 260 titels produceerde (en na zijn dood zijn weduwe nog 7).
Als ik kijk naar complete exemplaren van deze Claudianus dan worden daar geen absurde prijzen voor gevraagd, zij het wel veel meer dan de 25 euro die het mij kostte. Echt zeldzaam is deze titel niet.
 
Het boekje is gebonden in een beschadigd perkamenten bandje. Het is duidelijk intensief gebruikt / gelezen. De laatste paar pagina's hebben in het midden van de zijkant een beschadiging, het lijkt alsof door het bladeren met een natte vinger er uiteindelijk een halfrond stukje uit het papier is gesleten. Overigens zijn er verder geen aantekeningen in het boekje gemaakt (gelet op de afgesneden marges was daar ook geen plek voor), wel zijn er hier en daar ezelsoren in pagina's aangebracht. Dat lijkt erop te wijzen dat het vooral intensief gelezen is. En dat het veel is meegedragen, want aan de randen van de pagina's zijn butsen en vochtplekken te zien. Alsof deze Elsevier mee op reis is geweest - precies de reden waarom dit soort boekjes in een dergelijk klein formaat werden gemaakt.

Afbeelding uit het boek van Buijnsters (p. 75)
Je kan je afvragen waarom ik toch zo tevreden ben met deze beschadigde, ondermaatse, niet al te zeldzame Elzevier in mijn bibliotheek. Voor mij is het de iconische waarde van het boek, of liever: waar het symbool voor staat. Elzeviers zullen nooit mijn verzamelgebied worden; het ontbreekt mij simpelweg aan de middelen. Maar ik vind dat in mijn bibliotheek een aantal iconische boeken thuishoren. Zoals een Elzevier, net zoals ik een incunabel wilde hebben. Ik probeer nog mijn hand te leggen op een Aldus-uitgave en ik wil ook nog een Leidse Plantijn-uitgave. Als eerbetoon aan al die drukkers van vroeger, die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van het boek. Natuurlijk zal ik toekomstige veilingen in de gaten houden: ik wil zeker nog wel een paar Elzeviers erbij, liefst van verschillende persen. Ik heb er nu één uit Amsterdam, ik wil nu ook Elzeviers uit Leiden, Den Haag en Utrecht. Die zal ik dan naast deze eersteling zetten. Hopelijk heb ik over een tijd een mooi rijtje Elzeviers staan. Het aantal zal waarschijnlijk echter nooit ook maar in de buurt komen van die van Van Dijck (zie afbeelding hiernaast).

02 november, 2022

337 - De hel van de bibliofiel en Andrew Lang's boeken over boeken

Charles Asselineau, foto door
G.F.T. Nadar (collectie Getty Museum)
Deze week ontving ik alweer de zevende uitgave van de Stichting Desiderata voor mijn bibliotheek en de redactie is er weer in geslaagd om volledig aan haar eigen doelstellingen te voldoen,  namelijk "het schrijven, samenstellen, vertalen en uitgeven van boeken die, qua inhoud en vorm, een onvoorwaardelijke liefde voor het boek weerspiegelen". Het zojuist verschenen werk van Charles Asselineau met de titel De hel van de bibliofiel is een schitterend boek dat zo verrijkt is, dat het veel meer is dan alleen de heruitgave van het beroemde 19e-eeuwse verhaal over de nachtmerrie van de bibliofiel. Niet alleen Asselineau’s verhaal is er namelijk in opgenomen, maar ook twee verhalen die hierdoor zijn geïnspireerd, namelijk Het vagevuur van een bibliofiel door Andrew Lang en Een boekenveiling in Hotel Drouot door Octave Uzanne. De thematiek van deze twee verhalen is dan ook nauw verwant aan dat van Asselineau en zijn ook direct door Asselineau’s verhaal geïnspireerd. Wat mij betreft een uitstekende keuze om deze drie verhalen samen te bundelen in één uitgave. Martin Hulsenboom zorgde voor de vertalingen uit het Frans en het Engels.

Maar wacht, er is meer! Van de eerdere Desiderata-uitgave De bibliomaan van Charles Nodier wisten we al dat aan het verhaal uitgebreide biografische en bibliografische bijlagen werden toegevoegd, zodat het verhaal in de historische en culturele context kon worden geplaatst. Dat is nu weer gebeurd, maar in de overtreffende trap. Over hoe die overtreffende trap er uit ziet, laat ik graag de stichting zelf aan het woord omdat die het mooier kan zeggen dan ik. "Het onderzoek naar de motieven in het verhaal leidt nu tot allerlei uitweidingen over de bibliofolklore: over boekenveilingen, bibliofobie, boekrestauratie, boekprentkunst en bibliofiele genootschappen. Ook de illustratoren die de ‘leesmerrie’ en ‘boekendemonen’ in beeld hebben gebracht krijgen ruim aandacht. In de eerste plaats is dat de illustrator van ‘De hel’, Léon Lebègue, een zo goed als vergeten briljante prentkunstenaar. Maar ook de demoontjes van Albert Robida verschijnen hier, en de afbeeldingen bij ‘De hel’ van de Tsjechische kunstenaar Hugo Steiner-Prag. In totaal bevat deze uitgave meer dan 160 afbeeldingen in kleur. Daarnaast zijn de drie verhalen toegelicht met Nederlandstalige bronnen die verwant zijn aan de inhoud, waaronder Willem Bilderdijk, die uitlegt hoe een nachtmerrie te werk gaat, en dominee Eliza Laurillard, die ingaat op zijn angst voor de vergetelheid." Ed Schilders heeft zich behoorlijk uitgeleefd in de “bibliomane aantekeningen”, een titel met een dubbele betekenis: De aantekeningen gaan over bibliomanie, maar de inhoud van de aantekeningen getuigen ook van een stevige bibliomaniakele werkwijze - de vrees is dat Ed Schilders zelf ook stevig aan bibliomanie lijdt. Het resultaat: het oorspronkelijke relatief korte verhaal van Asselineau is uitgedijd tot een kaleidoscopisch boek van 220 pagina’s, die ook nog eens is voorzien van een uitgebreid notenapparaat, waarin de boekenliefde uitbundig wordt beleden. 

Maar dan nu het verhaal zelf. Het verscheen in 1860 in boekdruk als L’Enfer du bibliophile, maar werd nooit eerder in het Nederlands vertaald. Asselineau vertelt over een nachtmerrie waarin een boekenvriend tegen wil en dank eerst door een demon gedwongen wordt waardeloze boeken aan te schaffen voor een te hoge prijs. Vervolgens belandt hij in de hellecirkels van de boekbinder (om de rommel zeer luxe te laten inbinden) en het veilinghuis (waar hij belachelijke prijzen betaalt voor boeken die hij niet wil hebben). Ten slotte is hij getuige van de plundering van zijn bibliotheek omdat hij de rekeningen van het veilinghuis en de boekbinder niet kan betalen.. 

Octave Uzanne werd geïnspireerd door het verhaal van Asselineau en schreef het verhaal Een boekenveiling in Hotel Drouot waarin een verzamelaar getuige is van de veiling van zijn eigen bibliotheek en tot zijn verbijstering ziet dat zijn met zorg verzamelde schatten voor schamele bedragen worden verkocht. Bij het ontwaken realiseert hij zich dat hij voor het slapen Asselineau’s verhaal heeft gelezen.

Het opgenomen  verhaal van Lang heeft als originele titel A bookman’s purgatory en vertelt over de nachtmerrie van Thomas Blinton, die ook hem overvalt nadat hij het verhaal van Asselineau over de hel van de bibliofiel heeft zitten lezen. In zijn droom herbeleeft hij dit verhaal op zijn eigen wijze, in grote lijnen volgt dit het verhaal van Asselineau. Ook Blinton wordt door een demon gedwongen tot aankopen waar hij helemaal niet op zit te wachten en moet op een veiling exorbitant bieden op boeken die hij niet wil hebben.

In alle gevallen gaat het om de ijdelheid en de hebzucht van de verzamelaar die door een demon wordt voorgesteld en die de verzamelaar dwingt om te doen wat hij eigenlijk niet wil, maar toch moet. Ed Schilders laat in de aantekeningen zien dat deze drie auteurs beslist niet de eerste zijn die dergelijke nachtmerries beschrijven. Een keur aan auteurs trekt voorbij die op een of andere manier dergelijke nachtmerries hebben verbeeld.

Iets over de drie auteurs

In dit boek staan verhalen van drie auteurs centraal. De thematiek van de verhalen komt overeen en de drie auteurs staan ook allemaal bekend als bibliofiel maar verder zijn de verschillen immens. Peter IJsenbrant verzorgde uitgebreide biografische schetsen van de drie auteurs. In het kort:
  • Charles Asselineau (1820-1874) was een Franse schrijver die bevriend was met onder meer de schrijver Beaudelaire. Hoewel voorbestemd als arts, koos hij de letteren. Zijn publicaties kenden een grote diversiteit, maar hij specialiseerde ook in het uit de vergetelheid halen van schrijvers die volgens hem ten onrechte in de schaduw stonden. Zijn passie was de romantiek, de literatuur tot 1830. Ook schreef hij fantasyverhalen waarin dromen een belangrijke rol spelen. Na Baudelaire’s dood publiceerde hij een nieuwe editie van Les fleurs du mal en een biografie over Bauedelaire. Asselineau’s grote passie was de bibliofilie en de dagelijkse jacht op boeken voor zijn bibliotheek.
  • Octave Uzanne (1851-1931) was ook een Franse schrijver, maar vooral bibliofiel die veel schreef over boeken en bibliofilie. Hij werkte mee aan talloze bibliofiele boeken en tijdschriften. Bibliofilie en vrouwen, dat was de focus van zijn werk. Bekend zijn dan ook zijn werken over vrouwenmode. Zijn boek over de Parijse bouquinistes kon desondanks op veel kritiek rekenen van de bouquinistes zelf. Lang bleef zijn werk onvertaald voor de Nederlandse lezer, totdat de Carbolineum Pers in 2018 de bibliofiele uitgave Bibliofiele verhalen publiceerde. Uzanne kreeg tijdens zijn studie in Parijs de smaak van het verzamelen van boeken te pakken. Hij richtte onder meer vier tijdschriften op en publiceerde veel boeken over boeken en bibliofilie, maar schreef ook romans en gaf verschillende ongepubliceerde werken van verschillende Franse auteurs uit.
  • Andrew Lang (1844-1912) was een Schotse journalist, dichter, schrijver, criticus en antropoloog. Hij is niet per se bekend als boekenverzamelaar, maar vooral als verzamelaar/kenner van sprookjes en volksverhalen, mythes en religie. Daar publiceerde hij dan ook verschillende bekende werken over zoals The blue fairy book (1899), The red fairy book (1890) en The green fairy book (1892) - in totaal 12 verschillende kleuren. Daarnaast publiceerde hij ook over Schotse geschiedenis. Hij werd beschouwd als een “born man of letters” en was goed op de hoogte van de Engelse en Franse literatuur. Hij heeft een indrukwekkende rij boeken op zijn naam staan maar publiceerde ook in allerhande tijdschriften.
Aangezien Andrew Lang goed vertegenwoordigd is in mijn bibliotheek, wil ik bij hem iets langer stilstaan.

Andrew Lang's boeken over boeken

Ondanks dat Lang vooral bekend is geworden door zijn Fairy books heeft hij behoorlijk wat boeken over boeken geschreven. In 1881 verscheen bijvoorbeeld The Library, waarin Lang ingaat op verschillende aspecten van het verzamelen van boeken, als een soort handleiding voor verzamelaars (denk hierbij aan het bekende ABC for Book Collectors van John Carter of de klassieker in ons taalgebied Het verzamelen van boeken: een handleiding van P.J. Buijnsters). Daarnaast verschenen nog verschillende andere titels, waarvan ik er vijf in mijn bezit heb. Helaas niet The Library, maar wel Old friends: essays in epistolary parody (1892), Ballads of Books (1888), Letters to dead authors (1886), Adventures among books (1905) en Books and bookmen (waarover hieronder meer). 

Het verhaal “A bookman’s purgatory” verscheen oorspronkelijk in Lang’s bundel Books and bookmen (hier integraal te lezen). Het is een goede gewoonte dat ik van de publicaties van Stichting Desiderata al een variant bezit. Zoals van de uitgave van Ewoud Sanders over Marmier’s maaltijd voor bouquinistes en natuurlijk van de hilarische uitgave Hayward Ho!. Maar bij het verhaal van Lang is het nog erger want dat bezit ik al drie keer. Ik heb namelijk drie versies van Lang’s bundel in mijn kast: uit 1886, 1887 en 1899. De reden dat ik ze alledrie heb gehouden, is omdat ik in het algemeen moeite heb met kiezen en de uitgaven ook wel wat van elkaar verschillen. Dat wil zeggen, als het gaat om de inhoudsopgave. De bijdragen zelf, als ze meermalen voorkomen in de verschillende bundels, zijn voor zover ik kan zien identiek aan elkaar. 

De uitgave van 1886 is de Amerikaanse editie, verschenen bij Coombes in de serie "Books for the Bibliophile". Ik kan niet veel andere uitgaven vinden in deze serie, eigenlijk alleen Ballads of Books. Bij Coombes verschenen en opgedragen Brander Matthews, later opnieuw uitgegeven door Longmans, Green and Co en toen opgedragen aan "The Viscountess Wolseley". De uitgave van Books and Bookmen uit 1887 van Longmans is de eerste Engelse uitgave, en die van 1899 de tweede Engelse uitgave (met de ondertitel "a new impression"). Het lijkt erop dat Lang gedurende zijn leven nog wat gehusseld met de samenstelling van deze titel. Ik heb voor dit blogstukje maar eens een analyse gemaakt van de verschillen en overeenkomsten, waarbij ik de overeenstemmende uitgaven hetzelfde kleurtje heb gegeven. In de tabel vind je de drie inhoudsopgaven naast elkaar.
















De verschillen tussen de drie uitgaven zijn zichtbaar. Zowel de uitgave van 1886 als 1899 bevatten unieke bijdragen (de witte vakjes). Eigenlijk is alleen de eerste Engelse druk van 1887 de enige zonder echt unieke bijdragen. Theoretisch zou die dus wegkunnen, maar het is de eerste Engelse druk en daarom toch een beetje zonde om die af te stoten. Opmerkelijk is trouwens dat in het voorwoord van de Amerikaanse 1886-editie Lang expliciet zegt: 

The author does not book-hunt any more; he leaves the sport to others, and with catalogues he lights a humble cigarette. The game has grown too scarce; the preserves are for the rich. (...) I have ceased to hope for better luck; let younger or more sanguine men pursue the fugitive tract and the rare quarto. (...) No more morocco for me, or tooling, nor first editions; all these are vanity and (as a rule) bad bargains. Be not in a hurry to buy, young men and maidens, or your shelves, like mine, will be overcrowded with the melancholy harvest of inexperience and young desire". 

Hij lijkt afscheid te nemen van het fenomeen verzamelen en zijn bibliofiele leven, ook met een beetje spijt van wat het opleverde ("melancholy harvest") achter zich te laten. Maar vervolgens verschijnen er toch nog verschillende boeken over boeken van zijn hand. Eerst de heruitgave van Ballads of Books in 1888, maar in 1892 nog Old friends: essays in epistolary parody en in 1905 Adventures among books

De eerste Engelse editie van Books and Bookmen verschijnt zoals gezegd een jaar na de Amerikaanse editie. In de Engelse uitgave staat een voorwoord, waarin enige uitleg wordt gegeven over het verschil in inhoud. 

The essays in this volume have, for the most part, already appeared in an American edition. The essays on "Old French title-pages" and "Lady book-lovers" take the place of "Book binding" and "Bookmen at Rome". 

Meer toelichting wordt niet gegeven. Waren de verdwenen bijdragen ondermaats? Waren er problemen met rechthebbenden (de stukken verschenen eerder in tijdschriften)? Het wordt allemaal niet verteld. Wel wordt de herkomst van de verschillende andere hoofdstukken gegeven, die dus veelal eerder verschenen als bijdragen in tijdschriften. Maar zelfs dan blijft van sommige de herkomst onbekend, zoals "To F.L." en "Ghosts in the library".  Vermeld wordt wel dat "A bookman's purgatory" eerder verscheen in Longman's magazine (in 1883)

In 1899 wordt het voorwoord uit 1887 grotendeels herhaald, maar er wordt geen verklaring gegeven voor het verschil in inhoud tussen de bundels uit 1887 en 1899. Niet duidelijk is waar "Rich and Poor" en "Doris's books" ineens vandaan komen. Eveneens is onduidelijk is waarom "Curiosities of Parish Registers" uiteindelijk toch moet verdwijnen, nadat het in de eerste twee bundels wel stond. 

Tot slot

Ondanks de overdosis Andrew Lang die nu in mijn bibliotheek ontstaat, is deze uitgave van Stichting Desiderata hoe dan ook een aanwinst. Want het levert mij twee auteurs die tot nog toe ontbraken in mijn bibliotheek, naast Asselineau is dat Ocatave Uzanne. Van die laatste zou ik heel graag nog een paar titels op de plank willen hebben, want hij schrijft fascinerend over boeken en bibliofilie. Maar helaas zijn de uitgaven van Uzanne over bibliofilie gewild en dus schaars en dus duur, zodat ik hoop op een mazzeltje op een toekomstige veiling of een toevallige vondst in een of ander morsig antiquariaat. Maar gelukkig heb ik tot die tijd nu in elk geval met deze uitgave mijn eerste tekst van Uzanne in bezit.

Hoewel mijn verwachtingen bij de aankondiging van dit boek al hoog gespannen waren heeft deze uitgave ze toch opnieuw overtroffen. Ik kan mij niet voorstellen dat er een lezer van mijn blog is die zich nog niet heeft aangemeld bij Stichting Desiderata. Maar zo wel, dan sommeer ik deze lezer zich te melden bij het secretariaat, als je je boekenliefde tenminste ook maar enigszins serieus neemt. Ik kan gewoon niet zo goed begrijpen waarom je het risico zou willen lopen om nieuwe publicaties als deze mis te lopen. Uiteindelijk wil je ze toch hebben en zie er dan nog maar eens aan te komen. Maar genoeg daarover, mij rest nu niks anders meer dan te wachten op de volgende verrassende keuze vanuit de redactie van deze stichting. Misschien weer een tekst van Uzanne? Of wellicht iets Brits, zoals Dibdin? Of toch maar iets Duits, zoals Uffenbach, Brügel, Von Zobeltitz? Een Italiaan zoals Fogazzaro? Er zijn nog genoeg boeken waarin de boekenliefde centraal staat die wachten om te worden ontsloten. Ik heb het volste vertrouwen dat er een goede keuze zal worden gemaakt.

06 maart, 2022

329 Shoppen bij Bubb

Op het moment dat ik dit schrijf is het maart. De lente staat op het punt van beginnen en bij mij begint langzamerhand een wat onrustig gevoel te ontstaan. Dit is namelijk de periode dat ik begin uit te kijken naar de serie voorjaarsboekenveilingen die in mei en juni gaat plaatsvinden. Ik begin al te tellen hoeveel weken ik nog heb te gaan voordat de catalogi online komen. Al mijn aankopen van de najaarsveilingen zijn inmiddels gesorteerd, gecatalogiseerd, besnuffeld, bevoeld, zo veel mogelijk al gelezen, kortom: volledig geïntegreerd in mijn bibliotheek. Het is tijd voor iets nieuws en wat is er mooier dan door een paar duizend kavels met boeken heenscrollen om te zien wat ik zal gaan kopen.

Ik schrijf vaker in dit blog over mijn avonturen op veilingen. Als ik op veilingen boeken koop, dan is dat niet alleen op boekenveilingen, maar ook op inboedelveilingen. Bij die laatste vind je de mooiste verrassingen, door gebrek aan echte expertise bij de veilinghouders. Maar bij de eerste vind je uiteindelijk de kwaliteitsboeken die echt waarde aan de collectie toevoegen - ook al zijn ze dan wat duurder.

De grootste leverancier van boeken aan mijn bibliotheek is Bubb Kuyper. Op dit moment bezit ik 288 titels die ik via Bubb heb gekocht. Overigens heb ik waarschijnlijk minstens het dubbele aantal ooit in Haarlem afgehaald, maar veel daarvan heb ik weer doorverkocht. 288 mochten blijven. De aankopen bij Van Stockum’s (tegenwoordig Venduehuis), Burgersdijk & Niermans en Zwiggelaar blijven hier helaas bij achter. Mijn eerste aankoop bij Bubb deed ik trouwens in 2007. In ongeveer 30 berichten op dit blog komt een verwijzing naar Bubb Kuyper voor, dat geeft wel aan hoe veel impact deze aankopen hebben op mijn schrijflust. En het zegt ook iets over het plezier en de spanning bij het bieden op boeken.

Dat veilingen aantrekkelijk, fascinerend en informatief zijn blijkt onder meer uit het recent verschenen jubileumboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen met de titel Eenmaal andermaal (oplage 400 genummerde exemplaren, gekregen van Perkamentus). Daarin wordt een beschrijving gegeven van een aantal roemruchte Nederlandse boekenveilingen, of liever: de veiling van een aantal roemruchte Nederlandse verzamelingen via boekenveilingen. Hieronder geen veiling bij Bubb Kuyper, maar bijvoorbeeld wel bij Van Stockum of (het niet meer bestaande) Beijers. Het laat zien hoe prachtige particuliere collecties werden opgebouwd en vervolgens via veilingen beschikbaar kwamen voor de markt.

Er is veel geschreven over boekenveilingen. Specifiek over Bubb Kuyper bezit ik inmiddels ook een klein stapeltje boeken. Als ik die publicaties nog eens lees dan spat het plezier maar ook de bewondering voor dit veilinghuis van de bladzijden af. Bubb Kuyper, Jeffrey Bosch en Thijs Blankevoort zijn er in geslaagd om een veilinghuis neer te zetten dat een belangrijke stempel heeft gezet op de Nederlandse boekenmarkt. Het mooie vind ik dat Bubb Kuyper altijd heel toegankelijk is geweest voor particulieren, zoals ik. In verschillende publicaties wordt dan ook het persoonlijke karakter van het veilinghuis geroemd en de aandacht die er is voor de klanten. Zelf heb ik dat ook meermalen ervaren. Ondanks dat ik maar een bescheiden particuliere koper ben, die slechts enkele van de duizenden lots koopt die halfjaarlijks worden aangeboden, heeft Jeffrey Bosch bij het ophalen altijd tijd voor een praatje en bovendien herkent hij mijn naam en gezicht. 

Recent las ik de jubileumbundel Waardevol oud papier die al weer een hele tijd geleden verscheen, bij het 10-jarig jubileum van het veilinghuis. Een mooi gebonden boek met stofomslag en leeslint, onder redactie van Nop Maas verschenen in een oplage van 1000. Het boek bevat uiteenlopende bijdragen van bekende auteurs uit de boekenwereld over een breed spectrum van onderwerpen, maar altijd met een link naar een specifieke aankoop of gebeurtenis bij een boekenveiling, vooral die van Bubb Kuyper. Nop Maas beschrijft het ontstaan van het veilinghuis inclusief een korte levensbeschrijving van Bubb Kuyper en Jeffrey Bosch en hoe een plaats werd veroverd in de Nederlandse veilingwereld. Overigens staat op het Librariana-weblog ook een uitvoerig achtergrondartikel over Bubb Kuyper. Mensen als P.J. Buinsters, Frits Knuf, Anton Gerits, R. Breugelmans, Gerard Jaspers en vele anderen geven in de feestbundel een inkijkje in hoe dit veilinghuis werkt, of soms gebruiken ze de ruimte vooral om een bijzonder boek nog eens in het zonnetje zetten wat ook prima is. Een mooie geschiedenis vertelt Ton Croiset van Uchelen van de UBA over hoe hij op basis van een afspraak tussen grote bibliotheken om niet allemaal op hetzelfde boek te bieden tandenknarsend een extreem zeldzaam boek moest laten lopen en hoe een vergelijkbaar exemplaar 22 jaar later alsnog in de UBA terechtkwam. In de bijdrage van Ed Schilders wordt fraai geschetst hoe particulieren uiteindelijk op veilingen terechtkomen. Het begint simpelweg met lezen, dan boeken kopen, tweedehands boeken kopen, antiquariaten bezoeken, antiquariaten in het hele land bezoeken en ten slotte, als de boekenhonger onstuitbaar wordt, naar de boekenveiling om lot na lot naar binnen te trekken. Maar boekenveilingen zijn ook aantrekkelijk vanwege het genot van het lezen van de catalogus. Ed Schilders schrijft:

Een catalogus van een antiquariaat of veilinghuis doorwerken, vind ik oneindig veel aantrekkelijker dan een boekhandel bezoeken. Honderden titelbeschrijvingen lees ik met genoegen; hoeveel nieuwe uitgaven neem ik ter hand in een winkel?

De veilingen die worden aangehaald in deze feestbundel zijn ook terug te vinden in de door Bubb Kuyper geschreven kroniek van de 56 veilingen die werden gehouden in het Hofje van Staats en het Tehuis voor Militairen aan de Jansweg in Haarlem. Het verscheen ter gelegenheid van de verhuizing van het veilinghuis naar het Kenaupark in Haarlem, waar het nu nog steeds is gevestigd. De eerste veiling werd gehouden op 1986, precies op de dag van de Elfstedentocht. Aan de ene kant was dat slecht voor het bezoek. Aan de andere kant was het misschien wel symbolisch: ook veilingen bij Bubb zijn inmiddels een vertrouwde traditie waar verlangend naar wordt uitgekeken, in elk geval door mij. De 1001 nummers van die eerste veiling waren afkomstig van 15 inbrengers en het ambitieuze plan was toen nog om 6 keer per jaar een veiling te houden. Dat bleek niet realistisch en al snel werd de frequentie tweemaal per jaar: mei en november. Ook andere boekenveilingen houden trouwens dit ritme aan. Uit de inleiding van Nop Maas in Waardevol oud papier leer ik dat dit te maken heeft met economische redenen: in mei wordt het vakantiegeld ontvangen en in november moeten publieke instellingen zoals bibliotheken veelal hun budget opmaken. 

Deze kroniek is veel meer dan een droge opsomming van veilingen en veilingresultaten. Gelukkig staat het ook vol met anekdotes over elke veiling: bijzondere boeken die ter veiling kwamen, bijzondere gebeurtenissen of bijzondere bezoekers. Uiteraard wordt een korte schets gegeven van het karakter van de veiling en wat zoal opvallende opbrengsten waren. Natuurlijk is er aandacht voor de veiling van het manuscript van De avonden, de Boudewijn Büch-veilingen maar ook de affaire uit 1997 rond de veiling van een collectie brieven van componisten die door het Concertgebouw als onrechtmatig werd beschouwd (de veiling ging niet door maar Bubb Kuyper werd wel schadeloos gesteld door het Concertgebouw). En natuurlijk de veiling van twee Dick Bruna-manuscripten uit 2004 waar veel gedoe om was (onder andere juridisch gesteggel via Dick Bruna zelf over de rechtmatigheid van de veiling). De boekjes werden uiteindelijk door een onbekende dame voor een torenhoog bedrag gekocht. Volgens onbevestigde geruchten zou deze dame in opdracht van Dick Bruna zelf hebben gehandeld, zodat hij uiteindelijk toch heeft kunnen voorkomen dat deze manuscripten gingen ‘zwerven’.

Lezend door deze aaneenschakeling van gebeurtenissen valt op hoe de waarde van boeken fluctueert (geschetst wordt hoe op een gegeven moment de Reve-hype voorbij is en de prijzen zakken, wat ook geldt voor sommige oudere boeken trouwens). In die 56 veilingen komen uiteindelijk geregeld vergelijkbare boeken voorbij wat een goed vergelijkingsmateriaal biedt voor marktwaarde. Wat ook opvalt is hoezeer vakkennis nodig is om boeken goed te beschrijven en dat dit dan toch geen garantie biedt om te kunnen voorspellen wat de opbrengst zou kunnen zijn. Regelmatig zijn er sensationele uitschieters op de veilingen, en die zorgen dan natuurlijk ook weer voor de gewenste media-aandacht. Meestal gaat dit om uitgaven waar geen vergelijkingsmateriaal voor is, dan is het de markt die bepaalt. Zoals de eerder genoemde Dick Bruna manuscripten, maar wat te denken van het gedichtje van Anne Frank dat 140.000 euro opbracht (3x meer dan verwacht).

De korte observaties van Bubb Kuper bij de verschillende veilingen gaan regelmatig over de soms merkwaardige bezoekers aan kijkdagen en veilingen. Boekenliefhebbers hebben immers allemaal last van dezelfde ziekte, A gentle madness, en dat uit zich nogal eens in bijzonder gedrag. Zoals bij veiling 18, in 1993, als een potentiële bieder vraagt: “Mogelijk kunnen we eventueel bij betaling tot een ruil overgaan met origneel werk van beroemde kunstenaars?” Helaas ging het veilinghuis hier niet in mee. Of bij veiling 17, als een Duitse klant verzoekt om zijn kavel van ruim 2.000 gulden vanuit Duitsland te verzenden om kosten te besparen, en of de veilingmeester maar even van Haarlem naar een postkantoor in Duitsland wilde rijden. Gek genoeg werd ook daar niet positief op gereageerd.

Het is niet voor eerst dat Bubb Kuyper dergelijke observaties deelde. In 2006 verscheen bij zijn eigen Lojen Deur Pers in een oplage van 200 het werkje Gevoelens van een veilinghouder. Bij wijze van nieuwjaarsgeschenk van Jutta en Bubb Kuyper (en tevens ter markering van zijn afscheid van het veilinghuis). Het zijn een aantal verzamelde observaties uit de tijd bij het veilinghuis. Zoals deze:

Mag ik telefonisch meebieden, want ik vind de schattingen in de catalogus te hoog

Of deze:

Mag ik even eerst, want over een halfuur heb ik een vergadering [tijdens een kijkdag]

Observaties over merkwaardige klanten voor boeken zijn van alle tijden. Ik hoef alleen maar naar de boeken van Shaun Bythell, Jen Campbell of Hans Engberts en René Hesselink van Hinderickx en Winderickx te verwijzen. Zij schrijven over klanten van boekhandels en antiquariaten. Recent verscheen echter nog een bibliofiel werkje over avonturen in een veilinghuis: In een veilinghuis wordt niet gelezen van Gustan Asselbergs (oplage 100, inmiddels in herdruk). Asselbergs werkte bij een veilinghuis, al vertelt hij niet bij welke. Uit de door hem aangehaalde kavelbeschrijvingen blijkt dat het om Bubb Kuyper gaat. Asselbergs beschrijft in vijf korte verhalen verschillende gebeurtenissen uit het veilingbedrijf. Over boeken die de veiling niet halen, omdat ze niet bijzonder genoeg zijn, maar toch voor Asselbergs zelf wel bijzonder zijn. Over de persoonlijke achtergrond van een oud fotoalbum. En natuurlijk over bijzondere bezoekers van de veilingen, zoals de vrouw die zo hard niest tijdens veilingen (meervoud, want ze is vaste bezoeker) dat de meekijkende bieders via de webcam de veiling niet meer kunnen volgen.

Dat meekijken via de webcam doe ik ook. Ik heb mij voorgenomen niet in een veilingzaal te gaan zitten, bezorgd als ik ben dat ik word meegesleept in allerlei biedoorlogen en mijn begeerte niet meer in bedwang heb. Ik hou het dus op een schriftelijk maximumbod vooraf en dan maar hopen dat het goedkomt. Ik kijk alleen mee via de webcam omdat ik veilingen fascinerend vind. Ik zal dan ook niet digitaal meebieden via de app. Nooit. Of nou ja, alleen voor die set van Holbrook Jackson dan. En die ene uitgave van Adriaan van Dis. En die paar andere kavels. Maar verder niet.

Het is moeilijk te zeggen wat mijn favoriete aankoop bij Bubb Kuyper was. Dat zou net zo iets zijn als de vraag om te kiezen tussen je kinderen. De aankoop van het setje Dibdins was een mooi moment. De aankoop van de Nescio ook. Of die hele grote kavel boeken over boeken. Eigenlijk waren het altijd prima aankopen en heb ik nog nooit spijt gehad van een ritje naar Haarlem. Hooguit wat spijt over gemiste kavels, maar daar heb ik hopelijk van geleerd zodat mij geen unieke kavels meer zullen ontglippen.

Naschrift september 2022: Ik kende behalve de hiervoor genoemde titels niet veel boeken die in de vorm van memoires inzicht geven in het reilen en zeilen van een veilinghuis inclusief de medewerkers en de klanten. Maar ik bleek twee titels op de plank te hebben staan die toch in deze categorie vallen. Als eerste las ik het boek Rare books and rarer people van Fred Snelling (1916-2001), gepubliceerd in 1982. Snelling was decennialang werkzaam voor het veilinghuis Hodgson, later Sotheby Rare Books. Het aardige van dit boek is dat Snelling zijn persoonlijke observaties schrijft over de nogal excentrieke medewerkers van het veilinghuis, maar ook van de bijzondere klanten bij veilingen, aangevuld met tal van anekdotes over het alledaagse werk in het veilinghuis. Enigszins vergelijkbaar met het boekje van Asselbergs, maar dan veel uitgebreider. Ondanks dat Snelling over een andere tijd schrijft, blijven de gebeurtenissen herkenbaar voor iedereen die wel eens een boekenveiling heeft bezocht. Ik heb het met heel plezier gelezen.
Vervolgens las ik het boek Rare people & rare books van Emily Millicent Sowerby. Zij werkte begin vorige eeuw voor onder meer W.M. Voynich (ontdekker en naamgever van het Voynich-manuscript) en A.S.W. Rosenbach. Zij was de eerste vrouwelijke medewerker van Sotheby’s Rare Book Department - dezelfde werkplek als Snelling, maar dan een paar decennia eerder. Net als Snelling beschrijft zij de gang van zaken binnen het veilinghuis, maar zij had minder te doen met klanten dan Snelling. Haar focus is dus vooral de interne gang van zaken, het catalogiseren van de boeken en de voorbereiding van veilingen. Het is stuitend om te lezen hoe participatie van vrouwen in het arbeidsproces in die tijd plaatsvond. Niet alleen kreeg zij de baan bij Sotheby’s alleen maar omdat er door de Eerste Wereldoorlog onvoldoende geschikte mannen beschikbaar waren, maar bovendien mocht zij zich niet te vrouwelijk kleden omdat dit anders te afleidend zou zijn. Daarom verrichte ze haar werk in een soort blauwe overall en was het de bedoeling dat ze vooral onzichtbaar zou zijn. Om nog maar te zwijgen over het verschil in betaling. Toen na de oorlog de mannen terugkeerden, werd ze dan ook subiet ontslagen. Desondanks schrijft ze met veel lof en begrip over haar werkgevers bij Sotheby - wat ik zelf nog wel het meest verbazend vind. Het scheelde wellicht dat werken met oude en zeldzame boeken haar droombaan was en dat ze het niet voor het geld deed. Uiteindelijk vertrok ze naar de Verenigde Staten om te werken voor Rosenbach, waar ze niet alleen catalogiseerde maar ook ghostwriter werd van een aantal publicaties die onder Rosenbach’s naam zijn verschenen. De biograaf van Rosenbach, Edwin Wolf II, schreef ook het voorwoord voor mijn (latere) editie van Rare People & Rare Books, die verscheen in een beperkte oplage van 350 exemplaren.