Posts tonen met het label Haagse Comedie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Haagse Comedie. Alle posts tonen

03 september, 2021

322 - Klein toneelarchief op Marktplaats

Schreef ik eerder al over efemeer drukwerk dat ik opdook bij de voorjaarsveiling van Bubb Kuyper, deze keer een stukje over een nieuwe stapel efemere uitgaven. De stapel kwam dit keer niet van een veiling, maar gewoon van Marktplaats.

Scrollen door advertenties op Marktplaats vraagt veel geduld, maar levert bij tijd en wijle mooie dingen op. Zo viel mijn oog onlangs op een advertentie met de titel "klein archief Haagse Comedie" voor de verbluffende prijs van 1 euro. In de beschrijving werd aangegeven dat het ging om een soort van historisch archief van producties van de Haagse Comedie (en een paar andere gezelschappen). Ik schreef al eerder over de Haagse Comedie waar ik ooit een jaar op kantoor werkte, en daarna nog een tijd als verkoper van tekstboekjes tijdens voorstellingen. Ook vorige keer was sprake van een mooie Marktplaatsvondst. Vanuit jeugdsentiment blijf ik echter geïnteresseerd in dit historische gezelschap, en zo kwam het dat ik deze advertentie zag.

De deal met de aanbieder was supersnel gemaakt: ik hoefde uiteindelijk alleen maar de verzendkosten te betalen voor deze collectie, verder wilde ze er niks voor hebben. Niet eens de ene euro dus. Dit maakte mij natuurlijk wel nieuwsgierig: wat was het verhaal achter deze advertentie? Was dit afkomstig van een oud-medewerker van het gezelschap? Was er nog meer materiaal beschikbaar? En waarom voor zo'n laag bedrag op Marktplaats?

Het klein archief bleek afkomstig te zijn van een recent overleden familielid van de aanbieder. Dit familielid had altijd een passie voor theater gehad. Zij had de programmaboekjes en informatie over voorstellingen die zij bijwoonde al die jaren bewaard en dat werd zo een indrukwekkende stapel. Dat deze bezoeker een passie voor theater had bleek ook wel uit de enorme hoeveelheid folders en boekjes. Nadat ik het op jaar had gesorteerd, zag ik dat zij meerdere keren per seizoen een voorstelling bijwoonde. Dat was eenvoudig te achterhalen omdat op de programma’s vaak met pen de datum had geschreven waarop ze de voorstelling had bijgewoond. Op verschillende plekken waren krantenknipsels ingevoegd met de recensie van het stuk. Bij het opruimen van de boedel vonden de nabestaanden deze stapel en was het idee eerst om het weg te gooien. Maar de aanbieder vermoedde dat er nog wel iemand interesse in zou kunnen hebben, en dat was goed gedacht: ik ben blij dat deze programma’s nu bij mij in de kast staan.

Intermezzo: een Haagse verhalenbundel

Terwijl ik deze Haagse theaterherinneringen aan het sorteren was, herinnerde ik mij een passage uit het boek dat ik op dat moment aan het lezen was: Het verdriet van Eline van Jan Paul Bresser (een mooi gesigneerd exemplaar). Dit boek is een bundeling verhalen over levens van (oudere) mensen in de Haagse binnenstad en staat vol met verwijzingen naar kenmerkende Haagse plaatsen en gebeurtenissen. De verhalen zijn een feest van herkenning en bevatten allerlei terloopse opmerkingen die je alleen herkent als je uit Den Haag komt. Onvermijdelijk komen de hoofdpersonen dan natuurlijk ook in de mooiste schouwburg van Nederland, de Koninklijke Schouwburg. In het titelverhaal staat de volgende passage (p. 60):

Vlak na haar huwelijk op 9 mei 1960, op de dag dat ze twintig werd, had Eline met de grote liefde van haar leven, Karel van Nieuwenhuyzen, een mooi huis in de Juffrouw Idastraat betrokken. Ze waren jong en wilden in het oude centrum wonen, dicht bij het Lange Voorhout en de Hofvijver en de Koninklijke Schouwburg, waar ze alles van de Haagsche Comedie probeerden te zien en genoten hadden van De Kersentuin met die ontroerende Ida Wasserman en die prachtige Paul Steenbergen. Ze waren heimelijk verliefd op hun favorieten, de jeune premier Guido de Moor en de veelbelovende Anne Wil Blankers.

Het is niet helemaal duidelijk naar welke uitvoering van De Kersentuin Bresser verwijst. Uit de online theaterencyclopedie leer ik dat dit stuk met deze bezetting meerdere keren is opgevoerd in die periode: allereerst in 1953 (maar toen was de hoofdpersoon 13, dat lijkt mij onwaarschijnlijk gegeven het verhaal) en ook nog in 1960 en 1961. Die laatste uitvoeringen passen mooi in dit verhaal.

Programma’s uit de jaren ‘60 en ‘70

In het stapeltje programma’s dat ik kreeg zat helaas niet die van de Kersentuin uit begin jaren ‘60. Dat zou wel een heel mooi toeval zijn geweest: de aanwezigheid van deze toneelliefhebber bij dezelfde voorstelling als een fictief romanpersonage. Of misschien was ze er wel, maar bewaarde ze toen nog niet de programma’s van voorstellingen waar ze was geweest.

Het oudste exemplaar uit de stapel stamt uit het seizoen 1964/1965 en is van de voorstelling Er is een moord gepleegd van Jack Popplewell. Ook in dat stuk speelde Ida Wasserman, maar zonder Paul Steenbergen. De ‘jeune premier’ Guido de Moor en de ‘veelbelovende’ Anne-Wil Blankers speelden niet mee in die voorstelling zodat de verliefde Eline en Karel ze die avond hebben moeten missen. Hoewel Guido de Moor al vanaf 1962 aan de Haagsche Comedie was verbonden, kom ik hem voor het eerst tegen in het programma van de voorstelling Cactusbloem van Pierre Barillet en Jean-Pierre Grédy uit seizoen 1964/1965. Anne-Wil Blankers (door Bresser ten onrechte zonder koppelteken geschreven) kom ik voor het eerst tegen in het programma van het blijspel School voor vrouwen van Molière uit seizoen 1966/1967, Hoewel ook zij dan al een aantal jaar voor de Haagsche Comedie actief is.

In de eerste paar jaren van de stapel kende de Haagsche Comedie nog geen eigen programma’s. Het programma was een vouwblad in een algemeen programma van het seizoen van de Koninklijke Schouwburg, waar de gezelschappen in werden genoemd die dat seizoen in Den Haag te zien zouden zijn. In 1964/1965 waren dat naast de Haagsche Comedie onder meer de Nederlandse Comedie, Toneelgroep Ensemble en de Nieuwe Komedie. Daarnaast bevatte het boekje advertenties van typisch Haagse bedrijven, zoals voor de Elizabeth Arden-salon aan de Plaats in Den Haag (Le charme souverain d’une coiffure nouvelle!) en voor de modieuze bontmantels en stola’s van Reimer in de Annastraat (passend bij uw persoonlijkheid). Aan de advertenties is duidelijk te zien dat het beoogde publiek de Haagse notabelen zijn die geacht worden een goede en dure smaak te hebben als het gaat om eten, kleding en uiterlijke verzorging.

De programma’s veranderden in seizoen 1967/1968. In het programma voor Zo is het van Luigi Pirandello (ter gelegenheid van diens honderdste geboortedag) lees ik: 

Met ingang van het seizoen 1967/1968 gaat De Haagse Comedie haar programma’s zelf exploiteren. Het ligt in de bedoeling ons publiek via deze publikatie zo uitgebreid mogelijk te informeren omtrent de activiteiten van ons gezelschap, het repertoire en alles wat daarmee samenhangt.

Sowieso is dat seizoen er een van grote veranderingen. Er lijkt namelijk ook definitief afscheid te worden genomen van de ch in de naam (Haagsche wordt Haagse). In de jaren daarna verandert het programma regelmatig van vorm: eerst een langwerpig boekje, dan een paar jaar een nog langwerpiger (en erg onhandig) vouwblad en vervolgens nog een paar jaar een vierkant boekje. Het laatste programmaboekje in de stapel stamt uit 1977 en is van Carlo Goldoni’s De Waaier. In die 13 jaar zijn er programma’s van 51 voorstellingen aanwezig - gemiddeld zo’n 4 per seizoen. Grappig genoeg start mijn eigen collectie tekstboekjes van de Haagse Comedie in 1978, met het tekstboekje Julius Caeasar van Shakespeare. Zo sluiten beide collecties mooi op elkaar aan: van 1964-1977 programma's en van 1978-1988 tekstboekjes. Nog een grappig toeval: het laatste tekstboekje is ook weer van Carlo Goldoni, dit keer het stuk Wie trouwt de weduwe?. Dat was trouwens niet de laatste voorstelling van de Haagse Comedie. Het gezelschap sloot af met het stuk Happy End. En daarna werd het opgeheven en werd het stokje overgepakt door Het Nationale Toneel, dat nog steeds bestaat.

25 jaar Haagse Comedie

In de periode waar ik nu de programma's van heb, viel ook het 25-jarig jubileum van de Haagse Comedie - in 1972. Ik had het jubileumboek uit die periode al staan, maar nu heb ik ook het programma van de jubileumvoorstelling Ter ere van van David Storey. Niet alleen was dit het 25-jarig jubileum van het gezelschap, maar ook van de carrière van Ida Wasserman bij het gezelschap: een dubbel jubileum dus. Ida Wasserman speelde dan ook met Ko van Dijk de hoofdrollen in het stuk. In het stapeltje programma\s zaten ook nog twee folders met informatie over de beide hoofdrolspelers die waren uitgegeven ten tijde van deze jubileumvoorstelling.

Wie goed naar het omslag van het jubileumboek 25 jaar Haagse Comedie kijkt ziet daar het aanplakbiljet voor de voorstelling van Ter ere van. Bijzonder is ook dat Jan Paul Bresser - die in het citaat hierboven de hoofdpersonen in zijn verhaal naar voorstellingen van de Haagse Comedie liet gaan - een bijdrage aan dit jubileumboek heeft geleverd. Hij schreef een hoofdstuk over Carl van der Plas. Andere hoofdstukken in het jubileumboek zijn geschreven door Hella Haasse, Simon Carmiggelt en Pierre H. Dubois.

Volgens een aantekening op het programma ging de toneelliefhebster op 30 september 1972 naar de jubileumvoorstelling. Het was volgens het weerbericht een licht bewolkte maar droge dag geweest, met een temperatuur van zo'n 10 graden. Of het een fijne theateravond is geweest is niet helemaal zeker. Ik lees namelijk in het jubileumboek Haagse Comedie 40 jaar dat het niet zo'n beste uitvoering was (p. 70):

Met Ter ere van werd het vijfentwintigjarig bestaan van de Haagse Comedie gevierd. Sober. En ironisch. Het stuk ging ook over een jubileum - een veertigjarig huwelijk, maar werd het tegendeel van een feest. Bovendien viel de kwaliteit van het stuk - niet het peil van het spel, met Ida Wasserman en Ko van Dijk - tegen na de hoge verwachtingen die in 1971 zijn Mooi weer vandaag gewekt had.
Met die première werd ook gevierd dat Ida Wasserman behalve vijftig jaar aan het toneel, ook vijfentwintig jaar bij de Haage Comedie was. Zij kreeg de zilveren legpenning van Den Haag.

Overige voorstellingen

Programma van de voorstelling
Droom van een midzomernacht
Naast de programma’s van het vaste repertoire van Haagse Comedie zijn er nog wat folders van andere voorstellingen en gezelschappen aanwezig. Een dissonant tussen al deze toneelvoorstellingen is een uitstapje naar John Lanting’s Theater van de Lach. Dit lijkt qua genre helemaal niet te passen bij de rest van de bezochte voorstellingen. Maar de voorstelling was wel in de Koninklijke Schouwburg, dus misschien trok dat deze liefhebster over de streep. Verder is er een enkel programma van het Nieuw Rotterdams Toneel en Zuidelijk Toneel Globe. Deze liefhebster ging naar allerlei interessante stukken in de Koninklijke Schouwburg, zo lijkt het. Maar ook daarbuiten: er is ook een informatiemap uit 1974 van het stuk August, August, August van Pavel Kohout uit 1974, dat werd opgevoerd in het HOT in Den Haag. Een bijzonder programma is dat van de voorstelling Droom van een Midzomernacht dat op verzoek van het Haagse Gemeentebestuur werd geënsceneerd ter gelegenheid van de ondertrouw van Beatrix en Claus. Het stuk moest worden uitgevoerd door de jongere leden van de Haagsche Comedie, en uiteraard zitten daar Guido de Moor (als Lysander) en Anne-Wil Blankers (als Helena) bij. In het programma staat over deze voorstelling:

Een gelukkiger keuze kan men zich voor deze gelegenheid nauwelijks voorstellen: een feestelijk blijspel over jonge liefde, gespeeld door jonge mensen, ter ere van een jong paar.

Deze uitvoering ging in februari 1966 in première, een maand voordat het huwelijk tussen Beatrix en Claus werd gesloten. Bij de spelers staan een paar namen die later veel bekendheid kregen door TV-series: Manfred de Graaf (als Demetrius) kreeg later grote bekendheid door Zeg ‘ns AAA en Gaston van Erven (als Knus de schrijnwerker) had later rollen in de series als Medisch Centrum West en Vrienden voor het leven.

Bladerend door al deze programma’s blijkt nog maar eens wat een legendarisch toneelgezelschap de Haagse Comedie is geweest. Zoveel grote namen hebben daar gespeeld en zoveel talent is daar doorgebroken om later bij andere gezelschappen, in films en TV series te spelen. En zoveel klassiekers uit de theatergeschiedenis zijn door het gezelschap op de planken gebracht. Het fijne van al deze programma’s uit de pre-Wikipedia-periode is dat je niet alleen informatie krijgt over wie er speelt, maar ook achtergrondinformatie over de auteur en het stuk. Een vaste bezoeker van het theater kreeg zo door de jaren heen een behoorlijke hoeveelheid theatergeschiedenis mee. Niet verwonderlijk dus dat al deze programma’s bleven bewaard - als herinnering aan een mooie avond maar zeker ook als naslagwerk voor informatie over talloze auteurs, acteurs en toneelstukken.

29 juli, 2019

299 - Gesigneerd jeugdsentiment op Marktplaats

Ooit in een ver verleden werkte ik in Den Haag op het kantoor van het toneelgezelschap de Haagsche (of Haagse) Comedie. Een mooi, klassiek, legendarisch toneelgezelschap dat de prachtige Koninklijke Schouwburg in Den Haag als thuisbasis had en voorstellingen speelde in het hele land. De Haagse Comedie bracht werk, vooral repertoirestukken, op de planken van alle klassieke auteurs: Shakespeare, Tsjechow, Molière, Racine, Euripides. Maar daarnaast ook modernere stukken: Scola, Ibsen, Medoff, Brecht, Ayckbourn, Albee. Het werken bij de Haagse Comedie - ik kwam er toevallig via een uitzendbureau terecht - was mijn intrede in de wereld van het theater en het was mooi om de wording van een stuk van begin (eerste planning van het repertoire, repetities) tot eind (première in de Koninklijke Schouwburg) mee te kunnen maken. En om al die mensen te ontmoeten die relatief onzichtbaar een theatervoorstelling mogelijk maken: portiers, kaartverkopers, decorbouwers, mensen van het kledingatelier, iedereen op kantoor... er moet een hoop gebeuren voordat een stuk daadwerkelijk op de planken staat. Het was ook bijzonder om elke dag vrijelijk in de oude Koninklijke Schouwburg rond te kunnen lopen: de trappetjes, de gangetjes, onder het toneel, over de zolder... veel romantischer dan dat wordt een werkplek niet.

Maar aan alles komt een eind en de Haagse Comedie werd na 40 jaar te hebben bestaan in 1988 Het Nationale Toneel. Ik herinner mij nog de allerlaatste première van de Haagse Comedie in de Koninklijke Schouwburg waar ik natuurlijk bij was (Happy End van Dorothy Lane [Kurt Weill en Bertolt Brecht]), evenals de allereerste (geruchtmakende) voorstelling van het Nationale Toneel in diezelfde Koninklijke Schouwburg. Woyzeck van Georg Büchner op 14 oktober 1988. Voor een deel van het keurige Haagse publiek dat de toch wat statige Haagse Comedie was gewend was het wat teveel van het goede en mensen liepen tijdens de try-out uit de zaal. Toch is het allemaal goedgekomen met het gezelschap en ook Het Nationale Toneel werd een gerenommeerd gezelschap in Nederland.

Eén van mijn taken als medewerker van de Haagse Comedie en Het Nationale Toneel was het kopiëren van scripts in de oerversie, voor de acteurs en regisseurs voor de eerste lezingen en repetities van het stuk. Dat ging destijds nog met een stencilmachine, beste lezers uit het digitale tijdperk, maar dan had je wel eer van je werk (en vieze vingers). Wanneer het stuk dan uiteindelijk werd opgevoerd in het theater, dan waren van de grotere producties tekstboekjes beschikbaar zoals dat nu ook nog steeds het geval is.

De oude Haagse Comedie heeft verschillende tekstboekjes uitgebracht. Vanaf 1980 verschenen de tekstboekjes in uniform formaat en genummerd in een serie (nummer 1 was Zonder gekheid van Alan Ayckbourn). Ik was toen al besmet met het bibliofilie-virus en daarom wilde ik graag de hele serie tekstboekjes (er waren er 50) compleet hebben. Het scheelde dat ik werkte op het kantoor, zeker toen bij de vorming van het Nationale Toneel alle tekstboekjes van de Haagse Comedie in de uitverkoop gingen. Ook de bezoekers van de Koninklijke Schouwburg sloegen op dat moment groots in om hun collectie compleet te maken: alle boekjes gingen weg voor een gulden (in plaats van fl. 7,50) en mensen gingen met stapels de deur uit. Maar ik kwam er nog verschillende te kort. Vanaf dat moment begon de moeizame zoektocht naar de ontbrekende nummers. In die tijd (stenen tijdperk) voor het internet betekende dat in alle antiquariaten en kringloopwinkels naar het kastje met toneelteksten zoeken en dan maar hopen dat het ontbrekende nummer er tussen stond. Zo heb ik jaren gezocht naar een exemplaar van de tekst van Peter Hacks' Een gesprek in huize Stein over de afwezige heer Von Goethe.
Uiteindelijk vond ik het bij Die Schmiede in Amsterdam en toen was mijn collectie compleet. Het blijkt dat zelfs in deze digitale tijd het boekje van Hacks een lastig te vinden tekst is: op dit moment wordt het voor zover ik weet nergens online aangeboden. Dus wie vandaag dit boekje wil hebben resteert de ouderwetse gang langs offline locaties om het te vinden...

Maar uiteraard bracht ook het nieuwe gezelschap Het Nationale Toneel tekstboekjes uit. Ook in een serie in uniform formaat en leuk om te verzamelen. Nadat ik niet meer werkte op kantoor, werkte ik nog wel in de avonden tijdens voorstellingen in de Schouwburg als verkoper van tekstboekjes en verstrekker van informatie. Een leuke bijbaan, ook al omdat je gratis naar alle voorstellingen mocht (hoewel je sommige stukken wel heel vaak zag. Dat was niet altijd een straf: ik heb Anne Wil Blankers zien schitteren in Shirley Valentine en die uitvoering heb ik denk ik wel een keer of acht gezien, zonder mij een seconde te vervelen. Maar ach, in welk stuk heeft Anne Wil Blankers níet geschitterd? Ik ken wel meer mensen die een paar keer zijn teruggekomen voor deze voorstelling. Of wat te denken van de Gysbreght, heel mooi uitgevoerd met Victor Löw en Peter Tuinman. Ook een keer of vijf gezien). Dus ik bezit ook een rijtje tekstboekjes van Het Nationale Toneel, al is het niet compleet: ik ben gestopt bij nummer 11 want toen stopte ik met werken bij het gezelschap. Ik heb eerlijk geen idee tot hoever de serie is voortgezet en of deze nog wordt voortgezet. Als ik in de catalogus van de KB zoek kom ik niet verder dan nummer 24, maar er zijn er vast meer.

Naast tekstboekjes van de Haagsche Comedie kocht ik in die tijd antiquarisch ook een paar andere jubileumboeken van het gezelschap uit eerdere jaren: bij gelegenheid van het 15-jarig bestaan, het 25-jarig bestaan en het 40-jarig bestaan. Dit vormt allemaal bij elkaar nog steeds de hoofdmoot van het theaterplankje in mijn bibliotheek. Eerlijk gezegd heb ik er de afgelopen jaren weinig aandacht aan besteed en het stond er maar een beetje te staan. Tot ik een paar weken geleden bij toeval op Marktplaats tekstboekje nummer 2 van het Nationale Toneel (Alkestis van Euripides) aangeboden zag in een bijzondere versie: een gebonden editie (tekstboekjes zijn standaard paperback), genummerd en gesigneerd door regisseurs en acteurs. Die moest ik natuurlijk hebben en dat lukte: er is weinig interesse voor dit soort uitgaven kennelijk. Op de foto is mijn exemplaar te zien: nummer 74 van 100, daarnaast waren er 1500 paperbacks (waarvan ik er al eentje had). Zichtbaar zijn de handtekeningen van o.a. regisseur Shireen Strooker, Wil van der Meer (Apollo), Jacqueline Blom (Alkestis), Gijs Scholten van Aschat (Admetus), Alfonse Cox (pleuranten), Marnie Blok, Joke Last, Wim van Rooij en Marjan Linnenbank (allen koor).

Wat een plezier om zomaar ineens een kijkje in het verleden te nemen. Namen van mensen voor wie ik werkte en die mij - als manusje van alles op kantoor - vermoedelijk niet zullen herinneren. Een aantal is trouwens al overleden, zoals vorig jaar Shireen Strooker en ook Wim van Rooij. Maar het zijn desondanks zoete herinneringen aan een mooie tijd, die bij tijd en wijle ook woelig was. Bijvoorbeeld door de Fassbinder affaire van Jules Croiset, die ook impact had op zijn broer Hans Croiset als leider van het Nationale Toneel en waar wij op kantoor het nodig van meekregen. Eerst door de “ontvoering” zelf en later de dramatische nasleep toen bleek dat het allemaal nep was. Later verwerkte Harry Mulisch deze affaire in het boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid. Maar er zijn ook veel warme herinneringen aan de collega’s van kantoor van toen, waarvan een enkeling ook helaas al is overleden.

Maar deze uitgave levert naast mooie herinneringen en een waardevolle aanvulling op mijn collectie ook tal van vragen op. Waarom wist ik - als medewerker van het gezelschap notabene - niets van deze speciale editie? Ik verkócht immers de tekstboekjes van het toneelgezelschap (maar niemand vertelde mij ooit iets..). Maar ook: is dit de enige uitgave die in een gebonden, genummerde, gesigneerde versie werd uitgegeven? Of werd van elk tekstboekje zo’n bijzondere editie gemaakt? Dat is immers niet zo ongebruikelijk, vaak genoeg worden van seriematige uitgaven in grote oplagen een paar exemplaren in een mooie editie gemaakt. Denk maar aan de boekenweekgeschenken: naast de pak 'm beet 800.000 gratis exemplaren zijn er altijd zo’n 250 gebonden en genummerde edities voor de auteur en relaties en vrienden van de CPNB. Werd deze versie bijvoorbeeld gemaakt voor de acteurs in het stuk, de regisseurs, de dramaturgen en kregen die elke keer zo'n exemplaar? Ik kan online in elk geval geen andere luxe exemplaren en ook geen verdere informatie vinden. Niks in de catalogus van de KB, niks bij Antiqbook of Boekwinkeltjes, niks bij Abebooks, niks online.. Het zal een raadsel blijven totdat er wellicht ooit weer zo’n exemplaar opduikt bij Marktplaats of op een veiling. Maar zelfs dan: zolang ik het verhaal erachter niet ken, kom ik geen stap verder. En weet ik dus ook niet of ik op jacht moet naar vergelijkbare exemplaren van de andere titels van Het Nationale Toneel. Dat wil zeggen: op jacht ga ik sowieso, maar of ik ooit iets zal vinden is nog maar de vraag.

Kan een van de lezers van dit blog mij wellicht verder helpen?

Update oktober 2022: Intussen staat er één nieuw exemplaar van een gesigneerd tekstboekje van Het Nationale Toneel op boekwinkeltjes.nl. Het betreft wederom Alkestis, dit keer nummer 4 van de 100. Op de foto is te zien dat de volgorde van namen ruwweg gelijk is aan die van mijn exemplaar, en het zijn ook net zoveel handtekeningen. Kennelijk zijn ze alle 100 in dezelfde sessie gesigneerd. Evengoed: zou het van alle tekstboekjes dan toch alleen Alkestis zijn geweest waar zo'n speciale uitgave van is gemaakt? De speurtocht gaat verder...