Posts tonen met het label Herman Koch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herman Koch. Alle posts tonen

13 april, 2017

275 - Forse handtekeningen en praatgrage schrijvers

Ik begon mij een beetje zorgen te maken toen dit jaar de aankondiging van het Feest der Letteren in de Bijenkorf uitbleef. Meestal is dit evenement met zo'n 20 auteurs ijverig signerend aan kleine tafeltjes, waarbij ze om beurten geïnterviewd worden of anderszins een bijdrage moeten leveren, aan het begin van de Boekenweek gepland. Maar na enige dagen F5-'end op de site van de Bijenkorf kwam de aankondiging er toch nog. Met enige opluchting kon ik vaststellen dat mijn verzameling gesigneerde boeken weer een forse uitbreiding stond te wachten.


Connie Palmen tussen de massa
Maar los van de jaarlijkse bijeenkomst in de Bijenkorf was er meer te beleven in de Boekenweek op het vlak van signerende auteurs. Dat begon al in Rotterdam, bij Donner, waar Connie Palmen werd geïnterviewd door Marcel Möring. Dat was een dubbelklapper: niet alleen kon ik door Connie Palmen haar boekenweekessay van dit jaar laten signeren, maar ik moest ook nog een krabbel van Marcel Möring hebben in zijn nieuwste roman Eden. Maar eerst was er een interview, voordat er gesigneerd werd. Marcel Möring besprak met Connie Palmen wat haar visie was op het schrijversschap en de relatie met haar eigen leven. Interessant was dat Connie Palmen schetste dat een schrijver eigenlijk steeds een migrant is, en haar eigen leven achter zich laat. Dat klinkt als een doelbewust achterlaten van wat was. Maar toen Möring doorvroeg over haar social media gebruik, bekende ze dat ze lid was van Facebook om jeugdfoto's uit haar lagere schooltijd te kunnen bekijken. Toen ze die herinnering vertelde begon ze te stralen, wat mij leerde dat dat achterlaten van de eigen historie maar beperkt kan plaatsvinden. Ook vertelde dat ze haar boekenweekgeschenk De Erfenis maar niks vond; boeken behoren niet gratis te zijn maar je behoort ervoor te betalen. Het zal haar goed gedaan hebben dat voor haar essay wel betaald moest worden, al was het maar weinig.

Het was enorm druk bij Donner, maar ik had toevallig strategisch een goede plek uitgekozen; vlakbij de signeertafel. Ik was snel aan de beurt, en nam ook nog even de tijd om door te praten over een paar titels die ik bij me had. Allereerst haar essay Iets wat niet bloeden kan, dat ik recent gelezen had. Dit is een uitgave in het kader van de Maand van de Filosofie, één van de series die ik spaar. Ik vond het een mooi essay over beroemdheden en moordenaars, echt en onecht en hoe dat in het hoofd van stalkers vorm krijgt. In het antiquariaat in Donner had ik ook nog snel een eerste druk van Lucifer gekocht die nu ook met handtekening in mijn kast prijkt.

Nadat ik nog wat had doorgepraat met Marcel Möring, die mij nog kende van mijn huisbezoek aan hem, rende ik naar Den Haag omdat later die middag in Paagman Tommy Wieringa zou optreden. Via het boekenmarktje in de buurt van de Laurenskerk en De Slegte kwam ik op tijd in Den Haag. Daar vertelde de schrijver over zijn nieuwe roman De dood van Murat Idrissi, een prachtig verhaal, waarin migratie een centraal thema is. Grappig dat dit woord weer terugkwam nadat ook Connie Palmen er op haar manier over had gesproken. Wieringa kondigde ook een nieuwe roman aan die in november verschijnt en hij vertelde daarbij op hilarische wijze over veldonderzoek dat hij in Twente had gedaan, met een onvergetelijk bezoek aan een Twentse snackbar waarvan ik benieuwd ben hoe we dat gaan teruglezen.

De auteur met al mijn boeken
Bij het signeren stelde ik mij bescheiden op. Ik had de laatste maanden flink wat boeken van Wieringa gekocht - ik heb de beste man inmiddels compleet in mijn kast staan - en die had ik allemaal bij me. Maar gelukkig was de schrijver zo welwillend om ze allemaal te signeren, waarbij hij per boek nog even de tijd naam om er een kort commentaar op te geven. Bijvoorbeeld bij zijn eerste romans - Amok en Dormantique's manco. Hij vertelde dat hij zijn toenmalige uitgever had verboden er ooit nog een herdruk van te maken. Over Fish pond song verweet hij dat de uitgever er te weinig promotie voor had gemaakt. Een boekje dat hij niet kende was Onderweg in de hertaling in eenvoudige taal. Met veel plezier las hij een stukje eruit voor, zonder zijn eigen zinnen erin terug te herkennen. Terwijl hij zich door mijn stapel boeken heenwerkte, zei hij opgewekt: "het is goed te weten dat ergens in Nederland alles staat".

Een week later was dan toch het langverwachte Feest der Letteren in Amsterdam. Daar kon ik onder meer mijn boeken laten signeren door Rosita Steenbeek, waaronder haar essay voor de Maand van de Spiritualiteit (wederom een serie die ik spaar). Zij vroeg of ik het gelezen had - en dat had ik uiteraard - en daarna hadden we een mooi gesprek over compassie en - wederom - migratie. En hoe dat gaat als minderheden een gezicht krijgen en daardoor de nuance in meningen komt. Ook was daar Herman Koch, aan wie ik onder meer het boekenweekgeschenk van dit jaar voorlegde. Voorafgaand aan mijn bezoekje aan de Bijenkorf had ik in een platenzaak in de Jordaan de CD van de band Donskoy gekocht. Tommy Wieringa maakte deel uit van deze band en daarom hoort deze in mijn Tommy Wieringa-collectie. Toen ik voor Tommy Wieringa stond was het eerste dat hij zei: "Den Haag of Amsterdam, het maakt jou ook niks uit!". Zijn verbazing was groot toen ik de CD van Donskoy liet zien. Aan het tafeltje naast hem zat Griet Op de Beeck, en Wieringa ging vol trots de CD aan haar laten zien, en nam uitvoerig de inhoud van het CD-boekje door, aanwijzend waar hij vermeld stond. De goeddeels zwarte voorkant liet maar een heel klein handtekeningetje toe, maar hij staat er.

Het langste bleef ik echter staan bij de tafel van A.F.Th. van der Heijden, van wie ik een grote tas met boeken bij mij had. Geduldig signeerde hij ze allemaal, met een forse, sierlijke handtekening, datum en plaatsvermelding. Waaronder zijn debuut (als Patrizio Canaponi, uit 1978) en de uitgave van Stichting de Roos De gebroken pagaai. De eerste uitgave van De Roos die door de auteur is gesigneerd! Ik was eerlijk gezegd redelijk verbaasd dat het bij deze grote schrijver zo rustig was. Van der Heijden! Onze grote romancier! Dat het bij Herman Koch druk was begreep ik wel, hij heeft volop in de publiciteit gestaan. Maar de leegte bij Van der Heijden vond ik niet fijn, hoewel ook bij Rosita Steenbeek soms minutenlang niemand was, en bij Thomas Rosenboom evenmin. Ik kon bij Rosenboom nog wel mijn twee versies van boekenweekgeschenk Spitzen laten signeren - het exemplaar met en zonder foto. We raakten nog even in gesprek waarom de versie met foto was afgekeurd. hij wist niet meer precies waarom het was maar vermoedde dat het iets met het papier te maken had. Tot slot was ook Kluun aanwezig. Van hem had ik twee kleine werkjes bij mij: het verhaal Memoires van een marketingsoldaat (uitgegeven door Hertog Jan Bier) en zijn essay God is gek. Kluun vertelde dat hij de Memoires met heel veel plezier had geschreven en dat een prima boekje vond. Dat ben ik met hem eens: het is een leuk geschreven verhaal. Maar meer dan deze twee titels - de eerste kocht ik omdat het meekwam met een verhaal van Tommy Wieringa in een vergelijkbare uitgave, en de tweede omdat ik mijn serie van de Maand van de Spiritualiteit nu eenmaal compleet wil hebben - heb ik niet. Dat Kluun een aardige kerel is staat echter buiten kijf.

Na deze productieve signeerweek constateer ik dat ik inmiddels zo'n 400 gesigneerde titels bezit. Een mooie mijlpaal, met dank aan al die jaren dat de Bijenkorf het Feest der Letteren organiseert. Want dat heeft mij tientallen handtekeningen in mijn boeken opgeleverd.

29 april, 2011

186 - Feest der Letteren (♂)

Dit is de derde van drie bijdragen over het Feest der Letteren in de Bijenkorf. Een authentiek drieluik is het geworden. In mijn eerste bijdrage deed ik verslag van de voorbereidingen op het evenement. Vorige keer deed ik verslag van de ontmoetingen met de vrouwelijke auteurs die aanwezig waren. En nu zijn de mannen aan de buurt.

De eerste bij wie ik aanschoof was Jan Siebelink. Van hem had ik vier titels bij me. Ik vertelde al dat verschillende auteurs positief reageerden op de Literaire Juweeltjes die ik bij me had. Kennelijk is dit een aansprekend soort boekje, niet alleen voor verzamelaars, maar ook voor de auteurs. En ook Siebelink vond het leuk er eentje te zien:: "Ach ja, zaailingen..." zei hij, met enige weemoed in zijn stem. Ik vertelde dat ik zijn grote roman Knielen op een bed violen niet had, omdat ik nog op zoek was naar de eerste druk. Volgens Siebelink zou die niet zo moeilijk te vinden moeten zijn: "er zijn toch aardig wat exemplaren van de eerste druk gemaakt". Ik zei dat ik hoopte dat ik de volgende keer een exemplaar door hem kon laten signeren.

Ik was ook even bij Frank Westerman die - u raadt het al - tevreden was over zijn verhaal Stikvallei, dat als Literair Juweeltje was uitgegeven. Hij vertelde dat hij bezig was met een vervolg, of liever een uitgebreide versie van het verhaal als basis voor een roman. We kregen het over het schrappen van tekst, en dat de geschrapte tekst een mooie basis zou kunnen zijn voor een vervolg. "Het valt niet mee om dat in een Literair Juweeltje te krijgen", zei hij tot slot. Ik beaamde dat schrappen moeilijk was, maar dat bedoelde hij niet: "nee, ik heb nogal veel ruimte nodig voor mijn handtekening", zei hij. Ik was mooi even op het verkeerde been gezet.

Daarna shopte ik nog even bij Herman Koch, die wel even zijn wenkbrauw optrok bij het zien van mijn exemplaar van Sadako wil leven, met de opmerking: "deze zie ik nooit bij signeersessies". Ik heb maar niet gezegd dat ik deze ook uit een 1-eurobak heb gehaald, in dit geval die van antiquariaat De Boekenbeurs in Middelburg. Ook deze bijna-verworpene mag zich nu verheugen in een handtekening van de auteur en een mooie plaats in mijn kast. Herman Koch ontdekte in het tweede boek dat hij mijn naam verkeerd schreef - hij had twee letters verwisseld. Daarom schreef hij er een excuus achter: "Voor X, ik bedoel natuurlijk Y...".

Er waren ook auteurs die weinig woorden aan mij vuil maakten. Zoals Maarten 't Hart, die geroutineerd mijn uitgaafjes signeerde en dat was dan dat. Ook Midas Dekkers had niet veel tekst, hij vond die paar boekjes van mij wel mooi, of niet natuurlijk, en signeerde ze vriendelijk zonder veel poespas. Evenals Saskia Noort (was ik vorige keer vergeten te noemen), van haar had ik alleen het cadeauboekje in het kader van de Maand van het Spannende Boek, en dat vond ze dan toch wel leuk: "Die boekjes worden natuurlijk steeds zeldzamer".

Terzijde: toen ik in het rijtje stond voor Midas Dekkers moest ik even denken aan ex-blogger Rick, waarvan ik weet dat het een enthousiast Midas Dekkers-verzamelaar is. Het leek me wel wat voor hem om een paar handtekeningen op te komen halen. Grappig dat hij intussen een reactie heeft geplaatst op mijn vorige berichten waaruit bleek dat hij inderdaad die middag ook aanwezig was. 

Van een heel ander communicatief kaliber was Dimitri Verhulst. Ik liet hem - het dreigde een sleur te worden - een Literair Juweeltje signeren en daarnaast natuurlijk de speciale Bijenkorf-uitgave van dit jaar. Hij moest lachen bij het zien van de twee relatief dunne boekjes. "Mijn oeuvre zal nooit heel dik worden", zo verzuchtte hij met Vlaams accent. Ik verzekerde hem dat dat niet hoefde, en ik wees op de stapel boeken naast hem: als je er veel op elkaar legt, is het toch een hele berg. Dat beaamde hij. Daarna complimenteerde ik hem met de titel van zijn boek De helaasheid der dingen. Ik vind die titel geniaal en dat zei ik hem ook: het lijkt wel een gedicht. Na zo'n titel hoef je wat mij betreft het boek niet meer te schrijven, de titel alleen is al genoeg. Hij glimlachte en grapte: "Dat had u mij eerder moeten zeggen, dan had ik mij het schrijven van het boek kunnen besparen...".

De laatste stop voor de uitgang bewaarde ik voor Kader Abdolah. Jammer dat het boekenweekgeschenk 2011 nog niet uit was, maar gelukkig had ik nog wat andere werkjes van hem om te laten signeren. We raakten aan de praat over Iran, waar ik als kind 3 jaar heb gewoond. Hij vroeg belangstellend waar ik had gewoond en hij werd er zowaar enthousiast van - hij kende de streek. Ik vertelde dat mijn vader daar in de olie-industrie had gewerkt en dat was voor hem gelegenheid zijn nieuwste boek De Koning aan te prijzen: "Dat gaat over de modernisering van het land en het begin van de oliewinning, en de strijd die daarmee gepaard ging". Dat kon ik natuurlijk niet op mij laten zitten en ik kocht onmiddellijk twee exemplaren: een voor mijn ouders, en een voor mijzelf. In het exemplaar van mijn ouders staat nu de opdracht "Voor mijn (bijna) landgenoten X en Y. Van Kader Abdolah".

En nu zijn we aan het einde gekomen van de trilogie: dit waren mijn belevenissen met de auteurs in de Bijenkorf. Niet dat ik ze allemaal heb ontmoet. Ik ben bijvoorbeeld niet langsgeweest bij Nico Dijkshoorn, Ronald Giphart, Kluun en Marjan Berk. Dat zijn nu eenmaal niet schrijvers waar ik warm van word. Maar gelukkig hadden ze over publiek niet te klagen en zaten ze niet per se op mijn klandizie te wachten. Dat was wel het mooie van die middag in de Bijenkorf: er was voor elk wat wils.