Posts tonen met het label Remco Campert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Remco Campert. Alle posts tonen

23 maart, 2013

223 - Feest der letteren 2013

Net als andere jaren keek ik ook dit jaar weer uit naar het Feest der Letteren in de Bijenkorf. Ik keek uit naar de kleine tafeltjes met lange rijen, de krappe doorloop en naar het laten signeren van allerlei boeken die al lang in mijn boekenkast staan. En zoals ik erover scheef naar aanleiding van de editie 2009, de editie 2011 (deel 1, deel 2, deel 3) en de editie 2012 (deel 1, deel 2) zal ik ook schrijven over de editie 2013.

Ondanks dat ik intussen al heel wat gesigneerde boeken in mijn bibliotheek heb, verbaast het mij dat ik nog zoveel boeken heb die een handtekening nodig hebben. Deze keer waren de oude getrouwen Jan Siebelink, Geert Mak en Anna Enquist aangekondigd, maar daarnaast een paar 'debutanten' in de Bijenkorf, althans wat mij betreft. Net als andere jaren vond ik het overigens best rustig in De Bijenkorf. Na de eerste drukte waren er al snel tafels zonder wachtende lezers, zodat de auteurs maar met elkaar gingen praten. En ook miste de jaarlijkse eigen uitgave van De Bijenkorf ter gelegenheid van de literaire boekenmaand. Vanaf de eerste uitgave van W.F. Hermans uit 1985 tot de Inflatiekroketten van Sylvia Witteman uit 2012 was elk jaar een boekje verschenen. Maar dit jaar dus niet. Is ook aan deze traditie een einde gekomen?

Maar gelukkig waren er nog wel de auteurs. Tot mijn grote plezier was bijvoorbeeld Oek de Jong aanwezig. Zijn boek Opwaaiende Zomerjurken vond ik als scholier al een verpletterende leeservaring en sindsdien waren er wel wat titels bijgekomen. Dat was het eerste stapeltje in mijn tas. In mijn standaardrondje langs Amsterdamse antiquariaten voordat ik naar de Bijenkorf vond ik zowaar nog een exemplaar van zijn verhaal De geit, in 1989 als nieuwjaarsgeschenk verschenen bij Meulenhoff. Dit kleine boekje verraste Oek de Jong, hij zag het niet vaak. Net als het losse verhaal Lui oog dat verscheen in de serie "Vertellingen voor één nacht" van Meulenhoff. Beide heeft hij daarom met veel plezier gesigneerd.

Een andere auteur op die dag was Remco Campert. Vorig jaar zou hij er ook zijn, maar had hij zijn arm gebroken. Dat signeert natuurlijk lastig, dus was er geen gelegenheid om mijn boeken te laten signeren. Maar dit jaar had ik onder andere zijn debuut Vogels vliegen toch bij mij, en deze is nu voorzien van een handtekening van de auteur. En in diezelfde ronde langs Amsterdamse antiquariaten vond ik tot mijn grote verrassing bij Kok in de Oude Hoogstraat de langgezochte lezing van Campert in het kader van de boekenweek 1985 met de titel Somberman's maandag. Voor 2 schamele euro's, terwijl deze uitgave elders tot wel 45 euro moet kosten. En nu is mijn exemplaar ook nog gesigneerd. Net als de speciale uitgave Bewaarplaats, door Campert geschreven ter gelegenheid van de viering van het vijftigjarig bestaan van het Letterkundig Museum te Den Haag op 3 december 2004 (lees hier waar ik dit werkje kocht). Hoewel ik daar heel blij mee ben, ben ik ook wel bezorgd: ik vond Campert erg breekbaar en oud geworden. Ik wens hem een lang leven toe, maar het wordt steeds zichtbaarder hoe oud hij wordt.

Naast deze auteurs was er natuurlijk Kees van Kooten. Eindelijk kon ik mijn boeken van hem ook laten signeren. Uit één boek dwarrelde een herinneringskaartje: ik bleek het gekregen te hebben bij mijn eindexamen middelbare school. Het stond dus al heel wat jaren in mijn kast, maar nu met de erkenning door de auteur in de vorm van een handtekening. Net zoals een heel serie andere boeken van Van Kooten.

Erg grappig was de ontmoeting met Yasmine Allas. Van haar had ik bij Kok het essay Ontheemd en toch thuis gekocht en zij moest lachen toen ze het zag. Kennelijk had ze niet gedacht het nog eens te zien. Eerlijk gezegd begreep ik de humor ervan niet, maar ik ben blij met een gesigneerd exemplaar. Net zo leuk was het contact met Jan Siebelink. Eindelijk had ik een eerste druk van Knielen op een bed violen gevonden, via Marktplaats natuurlijk, en samen bladerden we door het boek om vast te stellen dat het daadwerkelijk een eerste druk was. En ook deze prijkt nu met handtekening in de kast. Ook een exemplaar van zijn roman Oscar die ik die dag bij De Slegte in de Kalverstraat vond is nu gesigneerd. Verder was er nog Wim Hazeu. Bekend van de boekenweek-uitgave 40+ Literaire Radioportretten waarin hij de grappige opdracht schreef dat hij inmiddels 70+ was in plaats van 40+... Hazeu stond met iemand te praten toen ik er aan kwam. Mijn zojuist bij Kok gekochte roman van hem De helm van aarde uit 1981 herkende hij al van ver. "Daar komt iemand met De helm van aarde, zei hij, dus nu moet ik signeren!".

Met Tommy Wieringa praatte ik een tijdje over zijn roman Joe Speedboot. Hij vroeg mij wat ik er van vond - en ik vertelde hem dat ik het een geniaal boek vind. Dat vond Wieringa zelf ook. Hij vertelde dat hij recent een meisje had ontmoet die had gezegd dat ze het niet zo'n goed boek vond, omdat er weinig in gebeurde. Wat mij betreft lijkt het verhaal op een achtbaan en is het een aaneenschakeling van gebeurtenissen. Maar, aldus Tommy Wieringa, het was een heel mooi meisje dus hij vond het niet zo erg wat ze van het boek dacht.

Geheel verzadigd door al deze contacten en door een hele stapel vers gesigneerde boeken, ging ik huiswaarts. Ik hoop maar dat er volgend jaar weer een editie van het Feest der Letteren is. Alle ongesigneerde boeken in mijn boekenkast kijken er in elk geval reikhalzend naar uit.

01 juli, 2011

189 - Moois van de eurotafel (1)

Mooie boeken zijn kostbaar en waardevol en zijn vaak hun geld dubbel en dwars waard. Lelijke boeken soms ook - mits ze maar zeldzaam zijn. Wie droomt er niet van de vondst van een exemplaar van Tamerlane (het debuut van Edgar Allen Poe) voor 15 dollar, om het vervolgens voor 200.000 dollar te verkopen (of voor de niet zo in literatuur geïnteresseerden - de eerste Action Comics die een miljoen opbrengt)? Of - om dichter bij huis te blijven - het debuut van Reve, om vervolgens 35.000 euro te incasseren. Voor meer van dit soort schatten (altijd handig om een lijstje op zak te hebben), zie hier


Alleen al om die reden is het goed de eurotafel bij boekenmarkten goed in de gaten te houden. Met de eurotafel bedoel ik de uitstalling van stapels boeken op een wankele tafel aan de rand van een boekenmarkt met een kartonnen bordje erbij waarop staat "alles een euro". Het zijn de restpartijen van antiquaren, het is de laatste stop voor de oud papiercontainer, het zijn de boeken waar niemand kennelijk echt in geïnteresseerd is, het zijn de boeken die de moeite van het sorteren niet waard zijn. En het is mijn favoriete stopplek, want ik ga er nooit vandaan zonder een paar euro te hebben uitgegeven met de zekerheid dat ik bereid was geweest om meer te betalen als ik deze titels in een serieus antiquariaat was tegengekomen. Die gedachte geeft mij de rest van de dag een vrolijke bui.

Ik zal in de komende periode een paar berichten schrijven over mijn vondsten op de eurotafel. Zijn het kostbare schatten die ik daar vond, literaire hoogtepunten en museumstukken? Nee, dat niet. Maar elk boek heeft zijn verhaal en daarom zijn de boeken mij lief.

Op een mooie herfstige dag in 2010 nam ik zoals zo vaak mijn kans waar om even langs de eurotafels van de boekenmarkt op het Haagse Lange Voorhout te lopen. Het mooie is dat ik vaak gemerkt heb dat ik met één blik in staat ben om de bijzondere boeken uit een stapel met rommel te spotten. Ik heb geen idee hoe dat komt, maar vaak zie ik direct welke boeken een extra blik verdienen. Is het de afwijkende omvang, het type omslag, het gebruikte papier? Ik heb geen idee, maar ook in dit geval werd ik niet teleurgesteld.

Tussen de rijen boeken zag ik een blauw kartonnen omslagje. Je zou kunnen denken dat het een afgescheurde omslag van een boek was, maar ik vond het nodig er even in te kijken. Tot mijn grote plezier bleek ik een exemplaar van het gedicht Bewaarplaats van Remco Campert te hebben gevonden.

Deze uitgave is een bijzondere uitgave van het Letterkundig Museum. Bewaarplaats werd door Remco Campert geschreven ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Letterkundig Museum te Den Haag op 3 december 2004. Technische informatie: het gedicht werd door De Uitvreter te Zoeterwoude gezet uit de Schrijfmachineletter en in een oplage van 500 exemplaren gedrukt.

En één van die 500 exemplaren lag op die herfstdag op mij te wachten: kartonnen omslag, 1 A4 met een gedicht en een ansichtkaart van J.J. Slauerhoff die geldt als toegangsbewijs. Niet duidelijk is voor wat dit een toegangsbewijs was, maar dat zal wel voor een jubileumtentoonstelling zijn geweest.

Hemelsbreed lag dit gedicht niet eens zo ver van het Letterkundig Museum vandaan, maar evengoed wonderlijk dat het niet werd herkend als bijzonder werkje. Een kijkje op Antiqbook leert mij dat Fokas Holthuis een identiek exemplaar aanbiedt voor € 20.

Dat laatste is leuk om te weten, maar eigenlijk irrelevant: verkopen doe ik dit moois toch niet. Het is wel het bewijs dat ik het goed gezien had. Maar ik hou erg van Remco Campert en dus is dit een mooie aanvulling op mijn collectie. Als afsluiting van de beschrijving van deze vondst op de eurotafel een paar strofen van het gedicht van Campert:
Streling van de wind op je wang
als ik wapper met mijn hand boven het papier
en in een doek, eens losjes om je hoofd geknoopt
in een vitrine nu behouden, bespeur ik nog
de geur van je haar

De inktspatten van de drift
de vlekken van de vergeefsheid
op het durend geduldige papier,
eens weet ik beter

Nu nog vecht mijn pen tegen het uur
dat almaar vergaat

09 maart, 2009

169 - Signeren in de Bijenkorf

Ter gelegenheid van de opening van de boekenmaand werd er een “Schrijversmarkt” georganiseerd in de Bijenkorf, en Sneuper was erbij. Lokkend stonden de namen in de aankondiging: ruim 20 schrijvers zouden aanwezig zijn om boeken te signeren. De genoemde namen waren representatief voor tientallen exemplaren in mijn boekenkasten. Een goede gelegenheid dus om een flinke stapel boeken te laten waarmerken door de auteurs zelf. En zo trok ik die zaterdagochtend met een tas vol boeken naar de hoofdstad, waar ik iets na tweeën aankwam. Het was vol in de hoofdstad en ook in de Bijenkorf. De schrijvers stonden achter kleine witte tafeltjes te wachten op lezers, stapels boeken om hen heen en de pen in de hand. Door de Bijenkorf werden zij van drinken voorzien – eerst water, later wijn – en tussendoor konden ze op een apart podium geïnterviewd worden door Frenk van der Linden. Dat gaf het geheel nog een inhoudelijk tintje, maar was voor de aanwezige lezers in zekere zin irritant: stond je net bijna vooraan in de rij bij Doeschka Meijsing, werd ze naar het podium geroepen: kon je vervolgens weer een half uur wachten op de felbegeerde handtekeningen.

Ik ontdekte dat er een aantal schrijvers aanwezig was waarvan ik de boeken niet bij mij had omdat de aankondiging mij kennelijk was ontgaan. Cees Nooteboom, Anna Enquist en Martin Bril kon ik zo niet aan mijn verzameling gesigneerde boeken toevoegen. Gelukkig kende ik nog wat adresjes in Amsterdam: tussentijds ben ik naar De Slegte in de Kalverstraat, Kok in de Oude Hoogstraat en Egidius in de Haarlemmerstraat gegaan om een aantal exemplaren van deze schrijvers te kopen en te laten signeren. Het was een rare gewaarwording om met een tas vol boeken een antiquariaat in te lopen en met een nog vollere tas eruit te lopen. Ik vroeg mij steeds af welke verklaring ik zou geven voor de overvloed die ik al bij mij droeg. Maar zo werd ik deze zaterdag niet alleen veel handtekeningen, maar onverwacht ook een aantal boeken rijker. De in de Bijenkorf aanwezige lezers verzamelden intussen handtekeningen alsof het voetbalplaatjes waren. Ook ik meldde me bij steeds een nieuwe schrijver met een verse stapel eerste drukken. Ik heb me al eerder afgevraagd hoe leuk signeren nu eigenlijk is voor schrijvers (zie hier en hier) en ook zaterdag kreeg ik toch weer de indruk dat de blijheid bij velen ver te zoeken was. Niet onlogisch natuurlijk: er wordt van je verwacht dat je ruim twee uur lang krabbels zet in steeds dezelfde boeken, vergezeld van heilswensen aan voor jou totaal onbekenden. Ik kan me de knorrigheid van – bijvoorbeeld – Remco Campert dan ook wel voorstellen. Toen ik met mijn stapeltje Camperts bij hem kwam liet hij weten dat hij alleen maar zijn naam ging zetten, geen datum, plaats of andere gekkigheden. Ik kon natuurlijk alleen maar met hem instemmen. En bovendien: moet je daar 80 voor worden, om op een zaterdagmiddag in zo'n mensenmassa te komen signeren? Ook Martin Bril had geen blije dag maar dat mag, want hij is ziek.
Aan de andere kant trof ik ook schrijvers die er volop zin in hadden om hun lezers te zien en die opmerkten dat er soms bijzondere boeken tussen zaten. Ik meldde mij bij Kees van Beijnum, onder meer met de eerste druk van Over het IJ. Bij het zien van dat boek zei hij verrast dat het zijn eerste boek was en dat het omslag hoorde bij de eerste druk en waarschijnlijk ook de eerste oplage. Ik kon hem gerust stellen dat dit inderdaad zo was en we praatten nog even kort over het feit dat ik het boek in Ermelo kocht. René Appel signeerde voor mij Als broer en zus en vertelde enthousiast hoe makkelijk het schrijven van dat boek hem afging. Hij kende iemand bij de rechtbank die het verhaal van een lopende zaak vertelde en dat inspireerde hem tot het schrijven van dit verhaal. Meestal is het schrijven van een verhaal binnen beperkte kaders lastig, maar in dit geval ging het prima. Abdelkader Benali keek verrast op toen ik hem een exemplaar van De Argentijn voorhield. Hij vroeg waar ik die had gevonden, want dat boek was schaars volgens hem. Overigens heeft Benali een heel uitvoerige handtekening. Naast zijn naam tekent hij namelijk steeds twee vrienden in elk boek dat hij signeert. Het is veel werk, maar ziet er leuk uit. Tegenover de uitbundigheid van Benali staat het fijne handschrift van Campert, die zijn naam in kleine maar precieze letters schrijft. Kortom, het was een volle en warme bijeenkomst in de Bijenkorf maar het leverde mij wel 40 handtekeningen in 38 boeken op. Twee boeken werden dubbel gesigneerd: één boek door Remco Campert en Jan Mulder (Familie-album, de boekenweekuitgave uit 1999) en één boek door Remco Campert en Cees Nooteboom (Over en weer). O ja, en nadat ik na een wandeling naar Egidius en terug weer voor Campert stond met een versgekocht boek, was hij zo goed om niet alleen zijn naam, maar ook de mijne, de datum en de plaats erin te schrijven. En zo eindigde dit schrijversfeest in de Bijenkorf in blijmoedigheid bij iedereen. Uit de telling van LibraryThing - hoe heb ik ooit zonder dit systeem kunnen verzamelen? - blijkt dat ik nu 89 gesigneerde boeken heb. Maar heel Nederland is vermoedelijk sinds afgelopen zaterdag vele honderden gesigneerde boeken rijker.

27 maart, 2008

149 - Wat zouden Remco, Ward en Rudy denken?

Het is te bizar voor woorden, maar tijdens de Boekenweek met als thema "Van oude mensen..." zijn drie gerenommeerde Nederlandse auteurs overleden. En niet alleen dat: ze waren ook nog alledrie geboren in 1929. Het nieuws over de dood van Hugo Claus was misschien wel het grootst. En terecht, want hij was toch wel de grootste van de drie. Op 5 april 1929 werd hij geboren in Brugge en hij zal herinnerd worden om Het verdriet van België. En door zijn poëzie, schilderkunst, filmscenario's en theaterstukken. Zelf heb ik geen grote collectie Claus. Een eerste druk van Het verdriet van België, een eerste druk van Belladonna en een gesigneerde uitgave van zijn bundel De Groeten, uitgegeven ter gelegenheid van Gedichtendag. Claus heeft veel gedichten geschreven waar de dood in voorkwam. Mooi is echter zijn gedicht Envoi, uit de bundel Alibi uit 1985. De laatste strofe: 
Ga nu, verzen, op jullie lichte voeten, 
jullie hebben niet hard getrapt op de oude aarde 
waar de graven lachten als zij hun gasten zien, 
het ene lijk gestapeld op het andere. 
Ga nu en wankel naar haar 
die ik niet ken.

Maar ook de dood van Dirkje Kuik kwam onverwacht. De op 7 oktober 1929 geboren William Kuik overleed in haar slaap. Eerlijk gezegd heb ik nooit wat van Dirkje Kuik gelezen en kende ik haar alleen van mijn naam. Ik bezit dus niets van Dirkje, behalve een aantal gedichten die in verzamelbundels staan zoals in de dikke Komrij. Ook zij heeft over de dood gedicht, het gedicht Stervende man komt uit de bundel 45 gedichten uit 1969. 
De oehoe ziet de zevenslaper in de nacht, 
nog is het leven niet geweken. 
De oude blaasbalg piept en hijgt 
onder de bontgekleurde deken, 
het schrompelhoofd geel als citroen 
houdt dodenwacht. 
Dan driemaal dat is scheepsrecht, 
spitst de tong zich uit de mond, 
een benauwde houten vogel, 
die koekoek roept 
en staat het uurwerk stil. 
 

Tot slot overleed ook de op 21 juni 1929 in Amsterdam geboren Ed Leeflang, die in 1979 debuteerde maar toch niet echt grote naam maakte. In elk geval heeft hij mijn boekenkast niet bereikt. Een strofe uit zijn gedicht Museum uit zijn bundel Bezoek aan het vrachtschip uit 1985: 
De mouwen liggen uitgespreid 
zodat het nog gedachten kan omhelzen, 
die in dat leven niet zijn uitgesproken 
en van dat sterven niet zijn afgeleid. 

Drie auteurs uit 1929 overleden in één week. Zit daar een verband tussen? Waarschijnlijk niet. Toch was het bijna een kwartet geweest, Henk Romijn Meijer (geboren 9 augustus 1929) overleed vorige maand in Frankrijk. Het getuigt in elk geval van grote solidariteit tussen deze jaargenoten dat zij gezamenlijk de tocht naar het hiernamaals maken en zo de Boekenweek van extra cachet voorzien, maar het berooft ons in één klap wel van een generatie auteurs. Gelukkig zijn er nog Nederlandstalige auteurs uit 1929 in ons midden: de op 28 juli 1929 geboren Remco Campert is misschien wel de bekendste, en mijn favoriete levende 1929-er, maar niet de enige. Ondanks dat hij mooi kon dichten over sterven, is hij nog onder ons. Lees maar De stervende grootvader: Mijn hand, als de magere vogeltjes in de winter, plukt aan het laken. Mijn keel, die zingen frivool vond, kreunt nu van pijn. O mijn dochter, rouw en berouw breken in mijn ogen aan. Wie zijn dan de andere 1929-ers? Nou, bijvoorbeeld auteurs als Ward Ruyslinck (17 juni, bekend van Het reservaat en Ontaarde slapers), Armando (18 september, die recent een deel van zijn kunstwerken in vlammen zag opgaan), Rudy Kousbroek (1 november, lijstduwer voor Partij voor de Dieren), Kees Fens (18 oktober, die briljante stukken over klassieke literatuur schrijft in de Volkskrant), Andries Welkenhuysen en M.C. van den Toorn (hoewel dat geen literaire auteurs zijn. Wel grappig dat Andries debuteerde op 63-jarige leeftijd), en Wies van Groningen, Zouden al deze 1929-ers inmiddels onrustige gevoelens hebben? Vragen ze zich af wie van hen de volgende is van wie een necrologie zal verschijnen? Schrijven ze de onrust op dit moment van zich af? De conclusie is wel dat 1929 een jaar was waarin veel literair talent werd geboren, zeker als we bedenken dat het ook nog het geboortejaar was van Renate Rubinstein (16 november), de in 2006 gestorven J.P. Guépin en de vermoorde Anne Frank. De conclusie is ook dat er nog veel generatiegenoten onder ons zijn. En dat is, op de dag van de begrafenis van Hugo Claus, een geruststellende gedachte.

08 januari, 2007

115 - Oud papierprijzen in Arnhem

Ik moest voor een zakelijke afspraak in Arnhem zijn en op weg terug naar het station, terwijl ik eigenlijk op weg was naar De Slegte, kwam ik langs de Bijenkorf. Daar zag ik aangeplakt dat er een "Internationale Magazijn Verkoop" aan de gang was. Met kortingen tot wel 70%! Ik rook boeken, althans ik had zoiets in de advertentie gelezen, en dus begaf ik mij naar de kelder van het filiaal om de tafels te zoeken met boeken met korting. Met een volle tas, maar enigszins bedrukt, verliet ik het filiaal. In de kelder stonden de tafeltjes met boekaanbiedingen. Het was er leeg. Achter de kassa zat een man met een snor enigszins droevig voor zich uit te kijken. Iedereen in Arnhem die van boeken hield had besloten niet in de kelder van de Bijenkorf te zijn. De advertentie bleek gelogen te hebben. Want waar de spullen van Calvin Klein, McGregor, Ralph Lauren, Arrow en Tommy Hilfiger weggaan met kortingen tot 70% mogen de boeken weg met kortingen van 90%. Persoonlijk vindt ik dat een tragisch signaal, kennelijk zijn boeken lastiger te slijten dan een foeilelijke enkellaars van Diesel. De wereld holt achteruit. Hoe dan ook, uiteindelijk stond ik met mijn tien titels bij de droevige man achter de kassa. En nadat hij de hele stapel had gescand gaf de kassa een eindtotaal aan van 4,66 euro. Een gemiddelde van minder dan 50 cent per stuk. Daaronder bevinden zich dan wel zes ontbrekende deeltjes uit de serie kleine boekjes die de Bezige Bij uitgaf ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de uitgeverij (waaronder Anekdotes rondom de dood van Mulisch en Ohi, hoho, bang bang van Campert), een hilarische verzameling reportages van De Boer en De Cocq onder de titel De Boer en De Cocq verslaan de wereld en een exemplaar van Over en weer, de verzameling gedichten die Remco Campert en Cees Nooteboom aan elkaar schreven. Een strofe: 
Brieven, gedichten, Gedichten als brieven, Een hand schrijft, bezorgt, Andere handen stempelen, verzamelen, Jute zakken, een vliegtuig, En dan mijn vriend de postman Die met zijn fiets het pad oprijdt, en jouw gedicht.
Zoals gezegd: 4,66 voor al dit moois. De droevige man naar de kassa keek naar het totaalbedrag en toen naar mij. Het leek alsof hij zich verontschuldigde voor het feit dat het moois voor zo weinig geld de winkel verliet. Ook ik verontschuldigde mij en overwoog het dubbele te betalen. Maar laf als ik ben deed ik dat niet en zei alleen "het is wel wat weinig voor zo'n stapel". De man zei: "oud papier levert nog minder op". Daar hebben we het toen maar bij gelaten. Wat viel er nog meer te zeggen? Ik ben blij dat ik een tas met boeken uit de Bijenkorf heb gered. Als er nog boekenliefhebbers zijn die bereid zijn meer dan de oud papierprijs te betalen voor een boek, laten zij dan naar de Bijenkorf in Arnhem gaan, en de droevige man achter de kassa verlossen van te lage opbrengsten. Met de Slegte is het vandaag niks meer geworden.

03 augustus, 2006

104 - Nog meer smakelijke boeken

Het is toch merkwaardig dat na het schrijven van een stukje over het eten van boeken, een ongewoon thema als dat je toch blijft bezighouden. Ik dank degenen die gereageerd hebben op mijn vorige bijdrage. Met name de verwijzing van Rick is heel speciaal. Hij stuurde mij deze link, met een televisie-optreden van de ADHD-kok Pierre Wind die een heus eetbaar boek heeft gemaakt. Zijn creatie is de ultieme droom voor bibliofagen. Het is namelijk zowel een oorspronkelijk kookboek, d.w.z. als kookboek te gebruiken en in de kast te zetten, maar ook naar wens op te eten, met een omslag van marsepein, bladzijden van ouwel en een dropveter als bindmiddel. Wind gaat dus nog een stapje verder dan de deelnemers aan het "International Edible Book Festival", want de creaties daar líjken hooguit op een boek. Maar wat Wind maakt ís een boek, en nog eetbaar ook.

In het boek Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel dat ik nu met groot plezier lees (later daarover meer) komt het eten van teksten terzijde ook terug. In het hoofdstuk “leren lezen” beschrijft Manguel de ontwikkeling van het leesonderwijs door de eeuwen heen. Zo beschrijft hij ook de middeleeuwse Joodse gemeenschap: “Het ritueel van lezen werd uitvoerig gevierd. Bij het Wekenfeest, Sjavoeot, wanneer herdacht wordt dat Mozes de Thora uit Gods handen heeft ontvangen, werd de jongen die ingewijd zou worden, omhuld met een gebedskleed en door zijn vader naar de leraar gebracht. De leraar nam de jongen op schoot en liet hem een lei zien waarop het Hebreeuwse alfabet was geschreven, een passage uit de schrift en de woorden: “Moge de Thora je werk zijn.” De leraar las de woorden voor, en het kind herhaalde ze stuk voor stuk. Vervolgens werd de lei met honing bestreken, en het kind likte die op, waardoor het de heilige woorden lijfelijk in zich opnam. Ook werden Bijbelteksten geschreven op gepelde hardgekookte eieren en op honingkoeken, die het kind dan opat nadat het de verzen hardop aan de leraar had voorgelezen."  

Het eten van heilige teksten, dat lijkt een beetje op wat ik in mijn vorige stukje schreef over de profeten Ezechiël en Johannes. Woordenaar wees terecht op het boekje Eetlezen van Remco Campert, dat ik nota bene zelf bezit. Campert gebruikt het verorberen van boeken als metafoor voor zijn verwijzingen naar anders schrijvers, en een dergelijk metafoor is niet ongebruikelijk. Wederom Manguel schrijft in het hoofdstuk “metaforen van lezen” het volgende: “Zoals schrijvers spreken van het in elkaar flansen van een verhaal, het opwarmen van een tekst, halfgare ideeën voor een intrige, het peperen van een scène of een sausje voor naakte feiten, de ingrediënten van broodschrijverij in klef proza veranderen, van een stevig brok vol toespelingen waarin de lezers hun tanden kunnen zetten, zo spreken wij, de lezers, van het smaken van een boek, we zeggen dat we er voedsel in vonden, dat we een boek in één keer hebben verslonden, dat we een tekst opbraken of uitspuwen, dat we een passage herkauwen, de woorden van een dichter over onze tong laten rollen, dat we onszelf trakteren op poëzie, dat we leven op een dieet van detectiveverhalen. 

In een essay over de kunst van het studeren heeft de zestiende-eeuwse Engelse geleerde Francis Bacon [interessante naam trouwens in dit verband!] het proces samengevat: “Sommige boeken zijn bedoeld om van te proeven, andere om in te slikken en enkele om te kauwen en te verteren.” (…) Uiteindelijk, toen de kunst van het lezen zich ontwikkelde en verbreidde, werd de gastronomische metafoor een algemene retorische kunstgreep. In de tijd van Shakespeare verwachtte men deze in literaire gesprekken en koningin Elizabeth I maakte er zelf ook gebruik van bij de beschrijving van het lezen van heilige boeken: “Ik wandel vele malen in de aangename weiden van de Heilige Schrift, waar ik de gezonde groene kruiden van zinnen pluk, ze eet door ze te lezen en ze naderhand kauw en langdurig plaats in de zetel van het geheugen […] opdat ik minder de bitterheid van dit ellendig leven moge proeven.” Omstreeks 1695 was deze metafoor zozeer opgenomen in de taal dat William Congreve er een parodie op kon maken in de openingsscène van Love for Love, waar de pedante Valentine tegen zijn lijfknecht zegt: “Lezen, lezen, kerel! En verfijn je trek; leer te leven van onderricht; laat je verstand genieten en kastijd het vlees; lees en neem je voedsel tot je dor de ogen; hou je mond gesloten en herkauw hetgeen je begrepen hebt.” “U zult verduiveld dik worden van zo’n papieren dieet”, zo luidt het commentaar van de knecht. 

Lezen en eten, Eetlezen zo je wilt, het blijkt een lange literaire traditie te zijn. Als ik binnenkort de stevige maaltijd van Manguel verorberd heb zal ik verder berichten over verrassende ingrediënten die ik daarin heb aangetroffen.

n.b. zie hier een blog van latere datum van Paul van de Capelleveen van de KB over hetzelfde thema

15 september, 2004

13 - Muizenpoot in Leeshal Oost

Schuilend voor de regen zocht ik mijn toevlucht in Leeshal Oost (zie ook deze link), in de Commelinstraat 53 in Amsterdam. Leeshal Oost is een buurtboekwinkel, volgestopt met oude tijdschriften en stripboeken en langs de wanden gestapeld boeken, min of meer gesorteerd naar genre en soort. Het overgrote deel van de voorraad bestaat uit dingen die ik niet eens zou willen hebben. Maar het is juist op dit soort plekken dat je toch nog af en toe een pareltje opduikt.

Terwijl ik met mijn vinger langs een rijtje paperbacks 'liep' stuitte ik namelijk op een eerste druk van een klein dichtbundeltje: Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten van Fritzi Harmsen van Beek, pseudoniem van F. ten Harmsen van der Beek. Wonderlijk dat ik dit boekje dat destijds zoveel ophef veroorzaakte in literair Nederland veertig jaar later aantref op een wat desolate plek in Amsterdam Oost, om de hoek van de Dappermarkt.

Geachte Muizenpoot... is het debuut van Harmsen van Beek uit 1965 en haar gedichten bestaan uit grillige vertelsels over kleine voorvallen, met een voortdurend verspringende zinsbouw, vol opeenstapelingen van beelden. Voordat ze debuteerde werd ze al bejubeld (ze stond bekend als een "poet’s poet"), en ook haar debuut kreeg goede kritieken. Toch bleef ze altijd een marginaal dichter. Het is bekend dat ze bijna nooit haar naam zette onder werk van haar hand en slechts onder druk van vrienden publiceerde. Na haar debuut volgden nog een paar bundels gedichten en verhalen. Harmsen van Beek kwam met haar werk in aanvaring met de literaire traditie van die tijd. Critici konden niet doordingen tot haar werk, omdat ze zeer specifieke opvattingen hadden over de stijl, de vorm en de betekenis van het literaire werken, waaraan in hun ogen ook groteske literatuur moest voldoen. In zekere zin solliciteerde zij zelf naar 'onbegrip' en 'ongezien' blijven. Ze stuurde erop aan om niet begrepen te worden en is mede daardoor moeilijk te interpreteren. Overigens schreef Aad Nuis destijds: "Nu zijn de gedichten van F. ten Harmsen van der Beek in hoge mate origineel; zij schrijft niet onbegrijpelijk, maar hanteert een combinatie van poëtische middelen die ik nooit eerder tegengekomen ben."

Wat mij betreft is Harmsen ten Beek geslaagd in haar streven naar onbegrijpelijkheid. Lees onderstaand fragment van Geachte Muizenpoot:

Geachte Muizenpoot,

Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel
vervelend, als ik voorover lig gebed in mijn gedachten

aan U en ben ik ook heel eenzaam. En onderga de lente
als een flauwte. Dit is mij nu zo vaak al overkomen dat

ik er de klad van in mijn wezen heb en dat tussen het
afgerukte vlees der hyacinten de verplegers van die

bloemen knielen voor vreemdelingen. (Dit heb ik zelf gezien
vanuit de trein naar Haarlem.) Zoiets zondigs en krank-

zinnigs U te schrijven, maar omdat lente van liefde een
aberratie is - en niet omgekeerd - opdat U daar niet in

zal trappen, in een vreemd land en zo eenzaam te dwalen.
(Bepalend voor het lot van zwervelingen enkel herkomst.)

De reden dat ik het boekje kocht was niet zozeer het werk op zichzelf (hoewel het wel leuk is een boek van dit fenomeen op de plank te hebben) maar het is meer een soort eerbetoon aan de 75e verjaardag van Remco Campert. Dat zal dan ook de reden geweest zijn dat het boekje maar vijfenzeventig cent kostte.

Campert is een tijdje met Harmsen van Beek getrouwd geweest, een halve eeuw geleden om precies te zijn. Van 1954 tot 1957 woonde hij met haar op het landgoed Jagtlust in Blaricum, waarna ze uit elkaar gingen. Jagtlust was een ontmoetingsplek voor tal van kunstenaars, over het huis is zelfs een biografie verschenen. Daarin staat dit citaat van Campert over Harmsen van Beek:
"Er waren misschien mooiere vrouwen dan Fritzi, er waren er zeker die sexy'er waren, maar er was niemand die zo dwarrelend geniaal en roesachtig was als zij, en die haar bewonderaars zo effectief gevangen wist te houden in iets dat zweefde tussen bewondering en medelijden. Ze leek altijd half in haar eigen fantasiewereld te leven [...]."

Ik ben in elk geval blij dat ik "Geachte Muizenpoot..." in mijn verzameling heb. En zo sneupte ik op een regenachtige dinsdagmiddag in Leeshal Oost voor vijfenzeventig cent een boekje met een heel lang verhaal. Remco, van harte met je vijfenzevenstige verjaardag. En van harte beterschap, ik hoop dat je snel weer op de been bent.

n.b. In 2019 sloot helaas Leeshal Oost definitief haar deuren