07 november, 2026

370 - Onbekende Trio-uitgaven

Ik heb mij op dit blog al vaker verwonderd over het fenomeen dat langgezochte uitgaven zich spontaan beginnen te melden op het moment dat je er aandacht aan geeft. Dat gebeurde dit keer ook met uitgaven van drukkerij Trio, uit de reeks "Van Trio aan zijn zakenvrienden". In mijn vorige blog schreef ik uitgebreider over het ontstaan van het bedrijf zelf en de achtergronden van de reeks. In het bijzonder benoemde ik de onvolledigheid van bestaande lijsten met Trio-relatiegeschenken, zodat niet bekend is hoeveel uitgaven er eigenlijk verschenen zijn. Bovendien is de variëteit van uitgaven zeer groot: kleine boekjes, vouwbladen, kaarten, een enkele poster, boekenleggers, vloeipapier... er is geen sprake van enige herkenbaarheid in vorm. Het is de vraag of je eigenlijk wel van een reeks mag spreken, misschien is het meer een titel voor een type uitgaven in plaats van een reeks. Bij een reeks denk ik toch meer aan een serie samenhangende of verwante uitgaven. Zoals de relatiegeschenken van Corvey waar ik eerder over schreef: een vast ritme, een min of meer vaste verschijningsvorm en een bedoelde samenhang. Hier is het enige dat een grote verscheidenheid aan uitgaven bindt de vermelding "van Trio aan zijn zakenvrienden", dat maakt zichtbaar dat een uitgave bedoeld is als relatiegeschenk en dus onderdeel van hetzelfde initiatief. 

Ik had mijn vorige blog al een tijdje op de planning staan en uiteindelijk geschreven en gepubliceerd. Wie schetst mijn verbazing toen het nog maar net online stond en ik ineens twee boekenleggers van drukkerij Trio te koop zag aangeboden. Ik had nog maar net beweerd dat het wel eens lastig zou kunnen zijn om zo'n boekenlegger te vinden, of ze kwamen op een presenteerblaadje naar mij toe. Hier had ik natuurlijk geen seconde bedenktijd voor nodig en ik heb beide direct gekocht.

Wat ik steevast doe als ik iets koop, is vragen of de betrokkene nog meer van dat soort uitgaven heeft liggen. Gelukkig deed ik dat ook dit keer, want de verkoper van de boekenlegger had nog wat meer spullen van drukkerij Trio: nog een derde boekenlegger en een paar nieuwjaarsgeschenken. Het bleek dat de vader van de verkoper bij Trio had gewerkt en zo waren deze spullen in het bezit van de verkoper gekomen.

Zonder enige aarzeling kocht ik alles wat de verkoper had en gespannen wachtte ik op wat het mij zou brengen. Toen het pakje eindelijk binnen was, bleek dat ik de bibliografie van Trio-uitgaven weer een stukje zou kunnen uitbreiden. En: niets van wat ik toegezonden kreeg had ik al, dus alles was een aanvulling op mijn eigen collectie.

Drie boekenleggers

Ik wist via de Wikipedialijst al van het bestaan van twee boekenleggers en uit mijn speurtocht in oude afleveringen van grafische vakbladen concludeerde ik al dat het er meer moesten zijn. In het pakje dat ik ontving zaten er drie:

  • een boekenlegger met een Chinese spreuk, zonder vermelding van jaartal. De tekst van de spreuk is "Men raakt nimmer verzadigd van het lezen en herlezen van oude boeken". De afbeelding is afkomstig uit de de collectie van Robert van Gulik.
    Deze boekenlegger had mij eerder nog op het verkeerde been gezet: in één van de bibliotheken die ik raadpleegde vond ik de vermelding dat het boek De boekillustratie in het Ming-tijdperk, een kostbare bibliofiele uitgave van de Nederlandsche Vereeniging voor Druk- en Boekkunst, deze boekenlegger bevatte, met dus de tekst "Van Trio aan zijn zakenvrienden". Betekende dat dan dat deze boekuitgave onderdeel was van de reeks Trio-uitgaven? Of was die boekenlegger daar toevallig ingekomen? Nu begrijp ik dat de boekenlegger met deze Chinese spreuk uit de collectie van Van Gulik prima in dit boek past  dat ook door van Gulik is gemaakt, en ook gedrukt is op de persen van drukkerij Trio. Beide stammen uit het jaar 1955 (althans, de Wikipedia pagina geeft aan dat de boekenlegger uit 1955 komt zonder dat ik weet waar dit op gebaseerd is). Het zou best ook kunnen zijn dat de boekenlegger standaard werd meegegeven met alle exemplaren van de bibliofiele uitgave (dat waren er slechts 500) naast dat het apart aan de zakenvrienden van Trio is toegezonden.
  • een boekenlegger met de spreuk "Wat aan 's mensen geest ontspruit draagt het papier den mensen uit". De boekenlegger is voorzien van een houtgravure van Pam Rueter, die aan meerdere Trio-uitgaven medewerking heeft verleend. Ook deze bevat geen datum, maar is volgens Wikipedia eveneens gepubliceerd in 1955. 
  • een boekenlegger met een afbeelding van een verentableau van/door Heleen Kerdijk-Eskens, voorzien van de tekst "Het was een verderlicht uur...". Van deze boekenlegger heb ik nergens online of in catalogi een vermelding gevonden, toch vermeldt het duidelijk "Van Trio aan zijn zakenvrienden". Daarmee hoort het onmiskenbaar in de reeks en is hiermee een aanvulling op de Trio-bibliografie gevonden. Ook deze boekenlegger heeft geen jaartal. Heleen Kerdijk-Eskens draagt de naam van de oud-directeuren van Trio, Arnold Kerdijk (1846-1905) en zijn zoon Frits Kerdijk (1879-1972). Deze laatste heeft vele uitgaven in de reeks Trio-relatiegeschenken op zijn naam staan. Heleen Kerdijk-Eskens heeft diverse vertalingen uit het Engels en Duits op haar naam staan, en werd eerder aangeduid als Heleen Eskens. Zou zij de echtgenote van Frits Kerdijk zijn geweest? Zij heeft in elk geval ook meegewerkt aan een later Trio-relatiegeschenk (Vrienden doen een boekje open, uit 1975) en nu dus ook aan deze boekenlegger. Gelet op de wijziging van haar naamsvermelding van Heleen Eskens naar Heleen Kerdijk-Eskens in de laten jaren '6o of begin jaren '70, ben ik geneigd te denken dat deze boekenlegger ook uit de jaren '70 afkomstig is.

Eén bekende publicatie

Naast de boekenleggers was er één uitgave die ik van naam al kende. Ik wist dat er in 1953 door Trio een afbeelding van de Grote Toren van Den Haag was verspreid, namelijk een reproductie van een tekening van Jacob Elias La Fargue (1735-ca 1780). Hoe die er uit zou zien wist ik niet, was het een losse prent, of een kaart, en hoe groot zou het zijn?

Deze uitgave heb ik nu voor mij liggen en blijkt een kleurenafbeelding op A4-formaat te zijn, bevestigd in een kartonnen omslag met daarop een tekst over deze afbeelding: 

Geknot en gehavend staat de Grote Toren sedert twee jaar tot onze beschaming in het hart van de Residentie. Wie wil nog opzien tot die onthoofde romp, langs welks flanken bovendien steigers en schuttingen het treurende lichaam verder ontluisteren. Echter: een nieuwe spits zal in de loop van het weldra intredende jaar dit stadsmiddelpunt wederom tot een echte toren maken, waarover vreugde ons hart vervult. Onze liefde voor de toren, aan welks voet wij gevestigd zijn, herleeft en is de aanleiding, dat Trio aan zijn zakenvrienden hierbij een prent van Oud-'s-Gravenhage aanbiedt, waarop de Grote Toren in zijn 16e-eeuwse vorm door de bomen ziet.

Wat wilde het geval? De Haagse Toren stamt uit 1425, als één van de twee volledige zeskantige torens die Nederland rijk is. Eind 19e eeuw werd de toren voorzien van een gietijzeren, neogotische spits. Die spits bleek echter na verloop van tijd veel te zwaar te zijn voor de toren en die moest dus verwijderd worden. Begin jaren '50 is de vervanging gestart en deze werd rond 1955 afgerond. Dat is de situatie waar de tekst naar verwijst. En dat drukkerij Trio aan de voet van de toren gevestigd is klopt wel zo ongeveer: van de deur van het toenmalige pand naar de toren is de afstand 160 meter.

Ik heb de uitgave in mint-conditie gekregen. De prent is fraai en ik vermoed dat het best weleens gebeurd kan zijn dat deze is losgehaald uit de omslag en vervolgens in een aparte omlijsting aan de wand is gehangen. Het zal deze specifieke Trio-uitgave behoorlijk schaars hebben gemaakt.

Vier onbekende uitgaven

Een grote verrassing vormden de vier overige werkjes die ik had gekocht. 

Allereerst was er een uitgave ter gelegenheid van de jaarwisseling 1955-1956 die nergens wordt vermeld en daarom volledig onbekend is. Het zijn twee reproducties van Chinese nieuwjaarsprenten. Volgens de toelichting zijn dit volksprenten die in China al eeuwenlang op de twee vleugels van de voordeur worden geplakt; het zijn dus altijd setjes. Ook deze prenten zijn afkomstig uit de collectie van Robert van Gulik, met wie de drukkerij kennelijk een hartelijke relatie onderhield. Dit is de derde  Trio-uitgave uit 1955 waar hij aan meewerkte. Op de voorzijde staat de Chinese tekst "San-ho kung-szu chin-tseng", dat kennelijk een vertaling is van "Eerbiedig aangeboden door Trio" (of letterlijk: Drie vereend / handelsonderneming / eerbiedig aangeboden). Leuk gevonden door Trio op deze manier (op de prenten staan ook trio's die de wensen lang leven, hoog ambt en geluk uitbeelden). Ook deze uitgave is in mint-conditie. Strikt genomen wordt nergens vermeld "voor zijn zakenvrienden", maar ik beschouw deze toch als onderdeel van de reeks en daarmee is er wederom een aanvulling op de bibliografie.

Een tweede reproductie wordt wel duidelijk aangeduid als uitgave voor zakenvrienden. Het is weer een kaart, in kleiner formaat dit keer, die nog in de mooie bijpassende envelop zit. Het is een afbeelding van een "Perzische corrector aan het werk bij kaarslicht", gemaakt in 1865 door Mahmoud-ol-charif. Deze specifieke prent was onderdeel van de tentoonstelling van Perzische miniaturen uit de collectie van de Sjah van Perzië, die in 1957 in het Gemeentemuseum van Den Haag te zien was. Hoewel deze uitgave geen jaartal bevat, ligt het voor de hand dat het in 1957 of 1958 is verschenen. 

De derde reproductie is wederom een mooie Haagse prent, in dit geval een afbeelding van het Korte Voorhout, getekend door Lodewijk Johannes Kleijn in het midden van de 19e eeuw. De prent is afkomstig uit een boek dat Drukkerij Trio zelf produceerde, namelijk Den Haag in pen en penseel van C.H. Slechte uit 1977. Dit is een wat meer klassieke nieuwjaarswens op A4-formaat. De tekst is simpelweg "Met onze beste wensen voor prettige kerstdagen en een voorspoedig 1978", gedateerd december 1977. Geen vermelding van de zakenvrienden van Trio. De verschijning is dan ook twee jaar later dan de laatst bekende echte uitgave "aan zijn zakenvrienden", namelijk het eerder genoemde boekje Vrienden doen een boekje open van Heleen Kerdijk-Eskens uit 1975. Desondanks heb ik deze ook toegevoegd aan de lijst met Trio-uitgaven op Wikipedia. Het is een randgeval, maar wel een echt fraaie Trio-uitgave in lijn met eerdere nieuwjaarswensen. Het leek mij logisch het wel aan de reeks toe te voegen.

De vierde onbekende uitgave is vierkante gevouwen kaart met een afbeelding van de Ridderzaal in Den Haag. Op de achterzijde staat dat dit een tekening met droge penseel is van Babs Ammerlaan (1931-2023) en dat het een uitgave van Drukkerij Trio is. Verder staat er een klein logo op; "Voor het kind", met een hartje. Mijn inschatting is dat dit niet een nieuwjaarswens of  uitgave voor de zakenvrienden is, maar een ansichtkaart die bij Drukkerij Trio is gedrukt voor de Stichting voor het Kind. Een snelle zoekslag op het web leert mij dat er in de jaren '50 en '60 meerdere van dit soort kaarten werden verkocht voor deze Stichting. In de collectie van het Rijksmuseum is een vergelijkbare kaart opgenomen met een gravure van Thijs Mauve (die in 1940 ook een houtgravure leverde voor een vroege uitgaven van Trio aan zijn zakenvrienden met een gedicht van Aart van der Leeuw). Ook die kaart is gemaakt door drukkerij Trio ten behoeve van de Stichting voor het Kind. Ik voeg deze kaart wel toe aan mijn Trio-collectie, maar beschouw het niet als onderdeel van de reeks en voeg het niet toe aan de Wikipedia-lijst.

Al met al leverde het aanbod van een boekenlegger een paar prachtige vondsten op en een enorme verrijking van mijn collectie. Ik ben opgetogen dat ik een paar onbekende uitgaven heb gevonden, en dan ook nog in zo'n prachtige staat. Inmiddels is het aantal Trio-uitgaven voor zakenvrienden dat ik bezit de 70 gepasseerd. Op welk getal ik zou moeten eindigen is nog steeds onbekend, maar ik hoop nog een paar keer zo'n mooie vondst als deze keer te kunnen doen.

28 september, 2026

369 - Van Trio aan zijn zakenvrienden

Eerder schreef ik op dit blog al verschillende keren over mijn fascinatie voor efemeer drukwerk: uitgaven voor tijdelijk gebruik die niet meteen de intentie hebben om lang bewaard te blijven maar desondanks vaak verrassend fraai verzorgd zijn. Het zijn uitgaven die zich bewegen op het snijvlak van boekgeschiedenis, typografie en verzamelen. De link hierboven verwijst naar mijn stukje over mijn collectie nieuwjaarsuitgaven van Stichting de Roos. Wat voor mij ook een mooi voorbeeld is zijn de uitgaven van papierfabrikant Corvey, waarover ik door de jaren heen uitgebreid heb geschreven en waarvan ik nog steeds de laatste paar exemplaren probeer te vinden. Deze uitgaven verschenen onder de titel Het model voor de uitgever met als geestelijk vader Johan van Eikeren. 

Wat mij bij het verzamelen ook bezighoudt, is het reconstrueren van de reeks. Welke uitgaven zijn er precies verschenen? In welke volgorde? En hoe compleet is een bibliografie eigenlijk? Er is altijd de kans dat je verrassingen vindt, die ook tot een reeks behoren maar die nog niet eerder bekend waren. Of uitgaven die niet per se tot de reeks behoren, maar er zodanig mee verwant zijn dat je ze toch toevoegt. Zie bijvoorbeeld mijn stukje over de serie Literaire Juweeltjes waar ik verschillende 'randuitgaven' beschrijf.

Wie wel eens geprobeerd heeft een verzameling compleet te krijgen, weet dat het antwoord op de vraag hoe compleet de bibliografie is, meestal luidt: minder compleet dan je denkt. En vervolgens is er altijd discussie over mogelijk: wel toevoegen aan de collectie of toch maar niet. En waar ligt de grens? Overigens weet elke verzamelaar dat het antwoord altijd is: wel toevoegen aan de collectie. Er is geen grens.

Naast de Corvey-uitgaven is er inmiddels nog een andere reeks met efemere uitgaven die mij al langer bezighoudt: de uitgaven van Drukkerij Trio, verschenen onder de reeksnaam Van Trio aan zijn zakenvrienden. Het zijn publicaties die in veel opzichten doen denken aan de Corvey-uitgaven. Ze waren bedoeld voor dezelfde bedrijfstak, werden niet commercieel verspreid maar als relatiegeschenk uitgegeven en zijn daardoor relatief onzichtbaar gebleven voor het grote publiek. Desondanks werden ze binnen die kring van die relaties - en al snel daarbuiten - een gewild verzamelobject. De Trio-uitgaven duiken tegenwoordig nog op in antiquariaten, op veilingen of in catalogi, maar niet altijd met voldoende context om direct duidelijk te maken of en waar zij precies in de reeks thuishoren. Gelukkig hebben de meeste een datum gekregen zodat enige ordening nog wel kan plaatsvinden. In 2018 schreef Perkamentus al een mooie blog met een historie van de drukkerij en een aantal van de uitgaven.

Dat deze uitgaven zoveel belangstelling trekken, hangt ook samen met de bijzondere geschiedenis van de drukkerij zelf. Trio werd in 1894 opgericht door drie Haagse typografen die - ontslagen na een staking - hun eigen bedrijf begonnen. In de decennia daarna groeide de onderneming uit tot een van de bekendste grafische bedrijven van Nederland. Daarbij viel Trio niet alleen op door de kwaliteit van het drukwerk, maar ook door haar bijzondere organisatievorm, waarbij werknemers mede deelden in de winst van het bedrijf. 
Over die bijzondere geschiedenis van de drukkerij werd in verschillende jubileumuitgaven aandacht besteed. Bij het 50-jarig bestaan verscheen het boek 50 jaar deelhebberschap, uiteraard ook weer "aan zijn zakenvrienden" als onderdeel van de reeks. Maar naast deze meer publieke uitgave verscheen er ook een kleine interne brochure die veel schaarser is: Korte geschiedenis van Drukkerij Trio 's-Gravenhage, 1898-1948. Dit kleine boekje is tamelijk onvindbaar en kent één vermelding in WorldCat. Het kent geen auteursnaam. Maar het begint zo, in twee hele lange zinnen:
In een ander geschriftje, dat wij tegelijkertijd met het onderhavige uitreiken, en dat tevens voor een ruime kring van zakenvrienden bestemd is, houden wij ons bezig met het bijzondere sociale aspect van onze zaak: met het stelsel van deelhebberschap, dat van de aanvang af de grondslag van onze zaak vormde. In het volgende stellen wij ons voor, in het kort de geschiedenis van onze vennootschap te schetsen, opdat allen, die er thans aan verbonden zijn, en enkele belangstellenden, een beeld van de ontwikkeling van onze zaak krijgen, dat - naar wij vertrouwen - hun liefde voor ons mooie bedrijf zal versterken en dat de leden van ons personeel met trots zal vervullen door het gevoel, deel uit te maken van een bedrijf, dat tot zo schone bloei kwam en dat voor een groot deel ons gezamenlijk bezit is.
Vervolgens komt de achtergrond van het bedrijf ter sprake, met de achtergrond van de staking. En dan: "Zo rijpte dan bij onze drie paria's het plan een eigen drukkerij op te richten." Vervolgens wordt ingegaan op de moeizame start en dan allerlei financiële gegevens. Het werkje sluit af met de trotse mededeling: "Rekent men bij de uitkering ook hetgeen aan arbeidsvennoten aan dividend uit hun uit winstaandeel verkregen aandelenbezit en hetgeen gepensionneerden sinds 1932 aan winstaandeel is uitbetaald, dan komen wij op een totaalbedrag van f 439.000, dat over de verlopen 49 jaar uit de winst aan de medewerkers is ten goede gekomen."

© afbeelding Perkamentus
Waarom zijn deze uitgaven van Drukkerij Trio nu zo interessant? Dat het een Haags bedrijf is, is wat mij betreft al een grote plus. Maar over deze drukkerij valt genoeg te vertellen. De drukkerij ontwikkelde zich in de twintigste eeuw tot een belangrijke speler binnen de Nederlandse grafische wereld. Trio was niet alleen een drukkerij, maar ook een plek waar ideeën over typografie, boekverzorging en grafische vormgeving samenkwamen. Bekende namen als A.A.M. Stols, S.H. de Roos, Jan van Krimpen en later Huib van Krimpen duiken voortdurend op zodra men de geschiedenis van de drukkunst in Nederland begint uit te pluizen. Typografen als Piet Zwart en Stefan Schlesinger waren aan de drukkerij verbonden. Tegen die achtergrond zijn de relatiegeschenken meer dan aardige drukwerkjes: zij vormen een tastbare weerslag van een drukkerij die zichzelf presenteerde als centrum van vakmanschap, typografie en boekcultuur. De uitgaven fungeerden tegelijk als cadeau, visitekaartje en staalkaart van grafisch kunnen.

Desondanks was er in het begin nog sprake van een relletje. Rond 1930 schreef Piet Zwart voor een relatiegeschenk een bijdrage met de titel Van oude tot nieuwe typografie. Na een overzicht van de historische stijlen definieert Zwart hierin een aantal belangrijke kenmerken van de nieuwe typografie: haar zakelijkheid, haar technische precisie, functionaliteit en asymmetrie. Volgens Zwart moet een letter ‘elementair’ zijn: "hoe oninteressanter de letter, hoe typografisch bruikbaarder". Daarnaast pleit hij voor het resoluut afschaffen van hoofdletters. De raad van bestuur van Drukkerij Trio moet geschrokken zijn van dit bevlogen manifest. De raad neemt al gas terug in het voorwoord ("Wij hebben niet de bedoeling […] propaganda te maken voor een bepaalde typografische opvatting"), maar kennelijk niet ver genoeg, want uiteindelijk besluit men dit relatiegeschenk helemaal niet uit te geven. Alleen de drukproef is bewaard gebleven, bij Museum Meermanno. 

Toch werd sindsdien een lange reeks interessante relatiegeschenken gepubliceerd. Onder de algemene noemer Van Trio aan zijn zakenvrienden bestonden daarbinnen verschillende subreeksen zoals De Typografische Kruidtuin (10 delen), Monumenten der Boekdrukkunst (6 delen) en Curiosa Typografica (5 delen). Alleen al aan de titels is te zien dat het om voor de boekenwereld relevante onderwerpen ging: uiteenzettingen over boekhistorie, boekproductie en typografie. Wie de lijst met auteurs bekijkt, ziet bovendien dat regelmatig prominente namen uit de wereld van de boekkunst en typografie werden ingeschakeld. Wie zich interesseert voor boekgeschiedenis kan dus eindeloos in deze reeks grasduinen. Dat blijkt ook wel uit het feit dat de vaktijdschriften Graficus en Drukkersweekblad bijna elke nieuwe verschijning van een Trio-uitgave vermeldden en ook meestal positief beoordeelden, zowel als het ging om de inhoud als om de vormgeving. Toch zal het pijn hebben gedaan dat er soms commentaar kwam met de woorden "jammer" en "niet fraai", van de immer kritische redactie van Graficus. Maar dat waren uitzonderingen.

Interessant bij deze uitgaven is de rol van Huib van Krimpen. Volgens Wikipedia trad hij tijdens de oorlogsjaren in dienst van Uitgeverij Contact, maar moest hij na de invoering van de Kultuurkamer vertrekken. Vervolgens kwam hij terecht bij Drukkerij Trio als assistent van A.A.M. Stols, die daar adjunct-directeur was. Stols kende de familie Van Krimpen al jarenlang en nam de jonge Huib onder zijn hoede. Wanneer Stols afwezig was, nam Van Krimpen diens werkzaamheden waar en deed zo veel praktische ervaring op in de wereld van de typografie.

Of Van Krimpen zich actief met de hele reeks Van Trio aan zijn zakenvrienden heeft beziggehouden weet ik niet. Wel heeft hij ten minste twee titels binnen de reeks op zijn naam staan:

  • Hoogtepunten in de typografie (1948), verschenen als deel 4 van De Typografische Kruidtuin.
  • Blokboeken, een tussenspel in houtsneden: uit de voorgeschiedenis van stereotypie en galvanoplastiek (1951), verschenen als deel 2 van Monumenten der Boekdrukkunst.

Dit alles verklaart mijn interesse in de reeks uitgaven Van Trio aan zijn zakenvrienden en mijn pogingen om de reeks compleet te krijgen. Net als bij Corvey bleek echter al snel dat het verzamelen niet eens het grootste probleem was. Het grotere probleem was het opstellen van een betrouwbare bibliografie.

Bij Corvey kostte het mij geruime tijd om zicht te krijgen op alle verschenen uitgaven. Gelukkig kon ik daarbij terugvallen op een bibliografie die Huib van Krimpen in 1983 opstelde, mede gebaseerd op een eerder overzicht van Johan van Eikeren. Dat helpt enorm, ook al weet je dan nog steeds niet helemaal zeker of die bibliografie klopt. Bij Trio bleek de situatie wel wat lastiger. Voor zover ik heb kunnen nagaan bestaat er geen complete bibliografie van de reeks Van Trio aan zijn zakenvrienden. Lange tijd hield ik mij daarom vast aan de bestaande lijst op Wikipedia. Die leek redelijk volledig en was in elk geval het beste overzicht dat ik kon vinden. Geruime tijd gebruikte ik die lijst als basis voor mijn zoektochten en als checklist om te zien welke deeltjes ik nog zocht.

Totdat ik onlangs op Boekwinkeltjes.nl een titel tegenkwam die niet op die Wikipedia-lijst stond.

Het ging om Hoofdzaken uit de leidraad bij de nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal uit 1954. Nergens zag ik een andere verwijzing naar dit werkje van Trio. Er stond geen vermelding in Wikipedia en ook elders vond ik geen directe aanwijzingen. Toch had het boekje op zich de kenmerken van een Trio-relatiegeschenk. Uiteindelijk heb ik het erop gewaagd en het gekocht.

Toen ik het boekje in handen had bleek mijn vermoeden juist. Het was inderdaad een uitgave Van Trio aan zijn zakenvrienden.

Dat was natuurlijk een leuke vondst, maar tegelijkertijd ook een beetje frustrerend. Want als deze uitgave ontbrak in de bekende overzichten, hoeveel andere uitgaven ontbraken er dan nog meer?

Ik besloot daarom terug naar de bronnen te gaan. Eerst de makkelijkste: een uitgebreide zoektocht langs WorldCat, universitaire bibliotheken, de KB, de online catalogus van Museum Meermanno en allerlei andere online catalogi. Vrij snel bleek dat Hoofdzaken uit de leidraad bij de nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal op verschillende plaatsen wel degelijk beschreven stond. Ik had dus veel eerder kunnen ontdekken dat het een Trio-uitgave was geweest. Achteraf bezien had ik die zoekslag jaren geleden al moeten maken.

Het goede nieuws was dat de zoektocht nog wat meer resultaten opleverde. Verschillende uitgaven die niet op Wikipedia stonden, bleken wel degelijk te bestaan in verschillende bibliotheken. Zoals ik vaker doe wanneer ik nieuwe delen in een reeks identificeer, heb ik de bibliografie op Wikipedia aangevuld. Zo hebben andere verzamelaars er ook nog lol van. 

Screenshot uit nieuwsbrief 868 van
Fokas Holthuis, september 2019
Nadat ik deze eerste slag had geslagen, ben ik Delpher gedoken om oude afleveren van Graficus en Drukkersweekblad door te vlooien naar vermeldingen van uitgaven uit de reeks. Het bleek al snel dat de reeks Van Trio aan zijn zakenvrienden niet alleen uit boekjes in allerlei vormen bestond, maar ook uit ander bijzonder drukwerk: ik vond vermeldingen van ten minste twee afzonderlijke bijzondere boekenleggers, verschillende vouwbladen met houtsneden vergezeld van een korte tekst en ook een vloeiblad met tekst. En een keer een vermelding van een los boekomslag, dat de ontvangers konden gebruiken om hun boeken te beschermen die zij meenamen op vakantie. De lijst op Wikipedia werd langer en langer. Deze vermeldingen maken de zoektocht nu nog veel moeilijker: het is al lastig genoeg sommige gedrukte boekjes te vinden, maar daarvan kan ik mij nog voorstellen dat die bewaard bleven door liefhebbers. Maar de kans dat een losse boekenlegger of een vloeiblad of het losse boekomslag de afgelopen 70 jaar heeft overleefd is niet zo heel groot. Wat het trouwens niet makkelijker maakte was dat veel vermeldingen in de vakbladen ongeveer zo gingen: "We ontvingen van drukkerij Trio een fraai drukwerkje, een tekst met houtsnedes. Het is weer een geslaagd voorbeeld van drukwerk voor de zakenvrienden." Maar wat het dan precies was, van wie de tekst was en of het een boekje was of iets anders wordt niet altijd gezegd. Ook was er meestal geen afbeelding van. 
Gelukkig waren er ook nog verschillende afleveringen van de immer zeer leesbare en informatieve nieuwsbrief van antiquariaat Fokas Holthuis waarin een paar keer aan uitgaven van drukkerij Trio aandacht werd besteed. Elke keer als ik deze oudere nieuwsbrieven bekijk voel ik een steek van jaloezie, want ze stammen uit de tijd dat ik nog niet systematisch Trio-uitgaven verzamelde en het zijn veelal uitgaven die ik niet heb en die nu volkomen onvindbaar zijn. Ergens is een andere verzamelaar die zijn slag heeft geslagen bij Fokas en die ik zeer benijd. Had ik toen maar beter opgelet...

Ik durf desondanks inmiddels voorzichtig te zeggen dat de Wikipedia-lijst nu een stuk completer is dan voorheen en waarschijnlijk een redelijk betrouwbaar overzicht geeft van wat er verschenen is. Tegelijkertijd kan ik nu geen andere bronnen bedenken dan de vakbladen en antiquariaatscatologi om zicht te krijgen op Trio-uitgaven dan die ik gebruikt heb. Maar ik weet ook dat niet alle Trio-uitgaven in de vakbladen besproken zijn. Een mooi voorbeeld is een uitgave uit 1957, een reproductie van een door Paul Citroen getekend meisjeshoofd, op A3-formaat. Hierop staat in kleine letters vermeld dat het Van Trio aan zijn zakenvrienden is. Het werd ooit aangeboden op Marktplaats door iemand die dacht een origineel kunstwerk te bezitten maar een reproductie bleek te hebben. Ik mocht het gratis meenemen. Dit werk stond wel in de lijst op Wikipedia, maar wordt verder niet vermeld in de beide vakbladen. Dat laat al zien dat men selectief was met het bespreken van dit soort drukwerkjes, want het is hen destijds ongetwijfeld toegezonden. 

Voorlopig ben ik in elk geval tevreden dat er nu meer zicht is op de omvang van de reeks. Het was belangrijk om een betrouwbaardere bibliografie te krijgen zodat ik gericht kan blijven zoeken. Dat was bij de Corvey-uitgaven ook al zo. Verzamelen is niet alleen titels bijeenbrengen; het is ook proberen te begrijpen wat er eigenlijk verzameld moet worden.

Ondertussen blijft de jacht gewoon doorgaan. Zowel bij Corvey als bij Trio zijn er nog de nodige lacunes te vullen in mijn bibliotheek. Ook Corvey heeft verschillende uitgaven voorzien van inlegvellen, bladwijzers of andere aanvullingen die in de loop van de tijd verdwenen zijn. Ik blijf hopen op titels uit de reeks die ook de bijgevoegde nog efemeerdere druksels bevatten. En ik droom er van dat op een dag een nieuwsbrief van Fokas in mijn mailbox aankomt, vol met mooie Trio-uitgaven waar ik vervolgens eerder dan andere verzamelaars beslag op kan leggen.

31 augustus, 2026

367 - Een leven lang verzamelen in 11 kavels

In mijn vorige post scheef ik al over de de kavels die ik had aangeboden bij Bubb Kuyper, afkomstig van de collectie van een overleden verzamelaar. Boekenveilingen leven voor een belangrijk deel van collecties van overleden verzamelaars, die dan in één klap op de markt komen. In een aantal gevallen hebben die verzamelaars hun hele leven besteed om bijvoorbeeld van een schrijver alles compleet te krijgen, of een bepaalde reeks compleet in de kast te hebben. Waar zo'n verzamelaar dan een leven lang energie in stopt om op allerlei plekken de gewilde titels vandaan te halen, staat dan plotsklaps als een integrale collectie in de catalogus van een veilinghuis.

Ik realiseerde mij dit toen ik zoals altijd de catalogus van Bubb Kuyper grondig doorlas. Ik zag daar een aantal kavels met uitgaven van Nescio, die met elkaar een tamelijk complete collectie vormden. Uiteraard exemplaren van de eerste druk van Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes uit 1918, maar daarnaast het latere gepubliceerde werk, diverse bibliofiele uitgaven, vertalingen, secundair werk. In totaal 11 kavels Nescio en als je die bij elkaar zag, was het niet alleen een vrij integrale Nescio-collectie met de schijn van compleetheid, maar ook een collectie die in veel opzichten leek op de mijne.


Terwijl ik de elf Nescio-kavels bekeek realiseerde ik dat ik niet alleen naar boeken keek, maar ook naar de restanten van iemands verzamelaarsleven. Achter elke ontbrekende titel, elke variant en elke bibliofiele uitgave moest ooit dezelfde afweging hebben gezeten die ik zelf zo goed ken: wel kopen of toch wachten, nu bieden of hopen op een mooier exemplaar, nog één variant erbij of niet. Wat voor mij een veilingcatalogus was, moet voor de oorspronkelijke eigenaar jarenlang een levenswerk zijn geweest. 

Het eerste wat ik vervolgens deed was kijken wat er in deze collectie wel zat, wat ik nog niet in de mijne had. Ik ben om die reden zelfs speciaal naar de kijkdag geweest omdat de kavelbeschrijvingen niet volledig zijn en de foto's niet alles zeggen. Ik kwam tot de conclusie dat ik de meeste uitgaven al had, met drie belangrijke uitzonderingen:

  1. Het kavel 1019 met vertalingen van Nescio's werk. Er was één kavel waarin 14 vertalingen waren samengebracht. Ik bezat zelf al vertalingen in het Frans, Engels en Indonesisch maar hier zag ik nog veel meer vertalingen. Dit was voor mij dus een belangrijk kavel om te proberen te krijgen.
  2. Ik zag kavel 1229 waarin verschillende bibliofiele uitgaven van Nescio waren samengebracht. Twee ervan stonden al langer op mijn verlanglijstje: de uitgave van Titaantjes door Hans Bayens uit 1974 (Hans Bayens is degene die het beeld van de Titaantjes in 1971 maakte dat in het Amsterdamse Oosterpark staat) en de penning van Nescio die Da van Daalen in 2007 maakte voor de Vereniging voor Penningkunst. Het was een buitenkansje dat die samen in één kavel zaten dus daar wilde ik mijn pijlen ook op richten.
  3. De luxe uitgave van De uitvreter met illustraties van Joost Swarte in kavel 1279, die in 1997 in een oplage van 20 is gemaakt door Handboekbinderij Pau. Dit is in die zin een bijzonder boek omdat ik hier 17 jaar geleden ook al een gooi naar had gedaan. Ik schreef er in juni 2009 een blogje over, hoe ik achter het net had gevist bij deze en andere Nescio-items (waaronder toen ook al de Bayens die ik hierboven noemde). De uiteindelijke koper stuurde mij destijds nog een mailtje toen hij mijn blog had gelezen, dat hij het erg sneu vond voor mij maar zelf erg blij was met de aankoop van dit exemplaar. Ik heb geen idee of dit hetzelfde exemplaar was als dat uit 2009, maar ik was wel vastbesloten om deze uitgave hoe dan ook te kopen. Koste wat het kost.
Ik besefte echter wel dat als er nu iemand zou zijn, die had bedacht dat hij of zij een Nescio-collectie zou willen starten diegene dan met het inzetten op deze 11 kavels per direct een afgeronde collectie zou hebben. In de afgelopen decennia heb ik via dit blog regelmatig juichberichten de wereld ingeslingerd als ik weer eens ergens een Nescio-uitgave had gevonden. Ik heb verteld over de moeizame jacht, de mislukkingen en het geduld wat nodig was. 


Maar ik realiseerde mij ook dat ik de afgelopen 30 jaar ook helemaal niets had hoeven doen en gewoon rustig had kunnen wachten op deze veiling om dan in één keer de gewenste collectie op de plank te hebben. Dat zou achteraf bezien zelfs nog aanzienlijk voordeliger zijn geweest, als ik kijk naar wat de verschillende kavels uiteindelijk hebben opgebracht.

Dat is natuurlijk niet helemaal een eerlijke vergelijking. De vraag die eronder ligt, is wat verzamelen uiteindelijk is. Gaat het om het eindresultaat - de complete collectie - of gaat het om de activiteit van het verzamelen, het zoeken, het jagen, het bezig zijn met ontdekken wat er überhaupt allemaal in de collectie thuishoort en daar steeds meer zicht op krijgen. Het gaat wat mij betreft om allebei en ze kunnen dan ook niet zonder elkaar bestaan. Het simpelweg kopen van een complete collectie en dan met één simpele beweging (van je creditcard) een afgeronde verzameling in de kast hebben lijkt mij het saaiste wat er is. Juist het feit dat elk boek een verhaal heeft, over waar het vandaan komt, hoe je het vond, bij wie je het kocht, maakt het zo speciaal. Aan de andere kant; een leven lang bezig zijn met verzamelen maar uiteindelijk geen volledige verzameling hebben of op zijn minst een samenhangende collectie lijkt mij afschuwelijk: je doet het immers toch ook voor het resultaat. 

En tegen die achtergrond koos ik ervoor om deze veiling te gebruiken om een paar lacunes in mijn collectie te vullen in de wetenschap dat ik alle andere Nescio-uitgaven op mijn plank met veel geduld en na lange jaren van zoeken heb verkregen. Ik heb daarnaast natuurlijk ook nog wat nauwkeuriger gekeken met de vraag of mijn collectie uiteindelijk completer was, of completer geworden is, dan de collectie die hier werd aangeboden. En het antwoord daarop is ja en dat stemde mij dan wel weer tevreden. Ik zag in mijn eigen collectie verschillende titels die ik niet terugzag in deze verzameling. Deels waren dat recente uitgaven, die misschien zijn verschenen nadat deze collectie bij Bubb was aangeboden: de Matchboox-uitgave van Bob Polak over Nescio en het essay van Paul van Tongeren over Nescio dat bij Uitgeverij Fragment verscheen, beide uit 2025. Maar ik miste bijvoorbeeld ook de twee planodrukken van Het dal der plichten, verschenen bij respectievelijk J. Kretzschmar (1983) en Kunst & Vliegwerk (1990), een lezing van Lieneke Frerichts over Nescio en een uitgave van de briefwisseling tussen Nescio en Chr.J. van Geel (niet de bekende Dan kom ik aan als het schikt maar een alternatieve uitgave). Er was geen vermelding van de gesigneerde prent door Joost Swarte van Titaantjes die ik in 2023 kocht. En ik heb zelf nog wat andere varianten van Nescio-uitgaven die ik wel had verwacht, maar niet zag. Ook deze verzamelaar was dus nog niet klaar. Tegelijkertijd was hij of zij op bepaalde punten wel verder dan ik, maar die achterstand ging ik snel inhalen, zo had ik mij voorgenomen. En dat lukte.

Zoals ik hierboven al schreef, vielen de opbrengsten  van de 11 kavels mij toch wel een beetje tegen. Ik kon de 14 vertalingen kopen voor 130 euro exclusief veilingkosten (inzet was 70-90 euro). Voor het kavel met de uitgave van Hans Bayens en de penning van Da van Daalen moest ik tot 275 euro bieden voor het van mij was (inzet 80-100). Niet al te lang geleden werd de Bayens op Catawiki verkocht voor naar ik meen 90 euro en de penning wordt gemiddeld voor zo'n 80-100 los geveild. Ik rekende erop dat de verkoop van de overige titels in het kavel er toe zou leiden dat het toch een voordelige aankoop werd. En dat was ook zo, want de restanten verkocht ik voor 120 euro via Catawiki, zodat al met al het een aanschaf naar waarde werd. In de eerdergenoemde veiling in 2009 bij het niet meer bestaande AABP Auctions (opgezet door voormalig Aioloz eigenaar Piet van Winden) leverde een exemplaar van deze Bayens trouwens nog 150 euro op. De waarde is in de afgelopen jaren dus wel gedaald.

De grote vraag was natuurlijk of het mij zou lukken om het luxe exemplaar van De uitvreter te kopen. De inzet hiervoor was 100-150 euro. In 2009 werd het exemplaar bij Bubb Kuyper verkocht voor 190 euro, terwijl het was ingezet voor 50-70 euro. Dus wat moest ik bieden? 200 euro? 300? 400? Ik wist het niet. Ik heb verschillende keren een automatisch bod doorgegeven aan Bubb Kuyper dat steeds hoger werd omdat ik de gedachte aan het mislopen niet kon verdragen. Daarnaast volgde ik de veiling live via Invaluable om desnoods ter plekke alsnog te kunnen overbieden, want ik zou het niet kunnen verdragen om dit boek wéér mis te lopen. Maar ik hoefde mij geen zorgen te maken: het boek bracht opnieuw 190 euro op, die ik met veel plezier heb betaald.

Ik vroeg mij wel af wat de verwachte opbrengst geweest zou zijn, als de waarde van het boek de inflatie had gevolgd. De inflatie-calculator van het CBS vertelt mij dat 190 euro in 2009 overeenkomst met 282,83 vandaag, een stijging van bijna 50%. Dat zou dus ook gelden voor de Bayens-uitgave, als die destijds bij AABP 150 euro opbracht, zou dat vandaag 223,29 moeten zijn. Voor dat geld kreeg ik er nu in elk geval een heleboel titels bij.

Het elfde Nescio-kavel in de catalogus van Bubb Kuyper was de prachtige door Ronald Tolman gemaakte titel Op een zomermorgen uit 1990, gemaakt in samenwerking met Galerie de Verbeelding uit Nijmegen en Phoenix & Co in Amsterdam. Ik kocht mijn exemplaar in 2021 bij Bubb Kuyper en het werd toen afgeslagen voor 230 euro. Dit keer leverde het 350 euro op. Volgens het CBS zou de opbrengst gecorrigeerd voor inflatie nu 280 euro moeten zijn en dat betekent dat dit werk behoorlijk gewild blijft en in waarde is gestegen. 

Maar zoals gezegd, voor de rest hield het niet over. Een kavel met een mooie tweede druk van Nescio's werk, aangevuld met twee versies van Mene Tekel en andere titels ging weg voor 80 euro. Een kavel met het Verzameld werk in de box aangevuld met de recente biografie van Lieneke Frerichs en werk van Maurits Verhoeff leverde 60 euro op. In totaal gingen de 11 kavels voor 2445 euro weg. Dat is dus kennelijk wat een behoorlijk complete Nescio-collectie op een veiling waard is: net geen 2500 euro. Voor iemand die morgen wil beginnen met verzamelen een buitenkans, voor mij een nogal confronterende constatering. Zou je al die boeken afzonderlijk willen kopen, dan ben je een veelvoud er voor kwijt. En een heleboel tijd, evenals de nodige frustratie tussendoor.

Misschien is dat ook wel de reden waarom verzamelaars elkaar zo goed begrijpen. Iedereen weet dat een collectie uiteindelijk uiteenvalt. Niemand verzamelt voor de eeuwigheid. Wat van de ene verzamelaar naar de volgende verhuist zijn niet alleen boeken, maar ook sporen van keuzes, voorkeuren en zoektochten. Bij het bekijken van deze kavels keek ik daarom niet alleen naar Nescio-uitgaven die ik nog miste, maar ook naar de contouren van een verzamelaarsleven dat ten einde was gekomen. 

Achteraf bezien had ik dus dertig jaar rustig thuis kunnen zitten en op deze veiling kunnen wachten. Dat was goedkoper geweest, zeker. Maar ook een stuk saaier. En bovendien: waar had ik dan al die jaren over moeten schrijven?

19 mei, 2026

366 - Een verzameling ontmantelen

Onlangs werd ik te hulp gevraagd om ordening aan te brengen in een situatie van teveel boeken en de vraag of daar mogelijk waardevolle boeken bijzaten. Ik heb er al vaker over geschreven: elke verzameling komt een keer tot zijn einde als de verzamelaar overlijdt (zoals hier). Het boek De complete verzameling van Paul van de Capelleveen (verschenen als jubileumboek van het Genootschap van Bibliofielen) beschrijft dit fenomeen en de last die nabestaanden kunnen ervaren van zo'n verzameling. Lees ook mijn blog uit 2013 over dit gegeven, naar aanleiding van het verhaal van een journaliste die de verzameling van haar ouders moet opruimen.

Want een verzameling is natuurlijk altijd persoonlijk en de keuzes die worden gemaakt om iets wel of niet te kopen zijn dat ook. Met als gevolg dat een verzameling altijd een weerspiegeling is van de fascinaties die iemand heeft en die zijn per definitie niet overdraagbaar. En vaak is het ook zo dat aankopen worden gedaan omdat ze een missend puzzelstukje zijn of vanuit emotionele betrokkenheid. Dat bepaalt de waarde voor de verzamelaar, maar dat wil niet zeggen dat de verzameling voor iedereen die waarde heeft. Dus: wat moet je ermee? Wat is waardevol en wat niet? En hoe verkoop je het dan?

Dat zijn best ingewikkelde vragen en tegen die achtergrond werd mijn hulp ingeroepen. Als verzamelaar, enthousiast volger van veilingen en lezer van catalogi, heb ik wel enige kijk op welke boeken potentieel waarde hebben en welke niet. Of in elk geval waar je ze moet aanbieden om er zicht op te krijgen.

En zo ging ik op een zaterdagochtend naar het betreffende huis. Ik werd hartelijk ontvangen en al snel bleek dat er een gigantische klus wachtte: rijen boekenkasten in meerdere kamers, vol met boeken (vaak ook in dubbele rijen) en niet altijd logisch geordend. De kasten puilden uit en dat gaf een rommelig gezicht. Ik vermoedde dat het minstens 5.000 boeken waren, misschien wel meer. En dan was minstens de helft ervan bij een eerdere verhuizing al weggedaan. Ik maakte eerst een snelle inventarisatie en daarna bespraken we het plan van aanpak: we zouden beginnen met de goed verkoopbare boeken, dat selecteert het snelst en ruimt meteen goed op. Plus met waarschijnlijk een positief (financieel) resultaat en dat is altijd leuk. De boeken waren van een echtpaar geweest waarvan de man inmiddels was overleden. Het merendeel van de boeken was van hem geweest.


Ik zag al snel dat dit vooral de collectie van een lezer was, niet van een verzamelaar. Dus er waren weinig bijzondere edities, weinig eerste drukken, geen gesigneerde boeken en de staat was ook niet altijd even goed. Veel boeken waren verkleurd of met leesvouwen. Toch was dat niet zo erg, want het leesplezier spatte van de collectie af. Het was duidelijk dat dit iemand was geweest die genoot van lezen en van diversiteit: ik zag essays, poëzie, romans, literaire studies, literaire tijdschriften. En ik zag heel veel schrijvers die ik ook in mijn kast heb staan, of in mijn kast zou kunnen neerzetten. Dit was iemand met wie ik heel fijne gesprekken over lezen en literatuur had kunnen voeren, maar nu stond ik voor zijn nalatenschap. Uiteindelijk leer je iemand soms beter kennen via duizenden boeken dan via een korte kennismaking. 

De aard en kwaliteit van de collectie was wel zodanig, dat het geen zin had om bijvoorbeeld een handelaar uit te nodigen om een bod te komen doen, of de verzameling en bloc te laten veilen. Daarvoor waren de echt waardevolle boeken te schaars. Zelf vond ik dit toch wel een mooie conclusie: hier was bij leven volop van de verzameling genoten en dat is toch uiteindelijk het doel ervan. Niets is erger dan een collectie die altijd achter slot en grendel heeft gestaan, die tegen alles beschermd is gebleven maar waar uiteindelijk niemand van heeft genoten - ook de verzamelaar niet. Beschermd tegen beschadiging, maar uiteindelijk ook beschermd tegen gebruik.


Desondanks moest er nu gewerkt worden. Het ging er niet om dat alle boeken weggingen. Het ging er aan de ene kant om te komen tot een rij mooi geordende kasten zodat het weer een fraai onderdeel van het huis zou worden. En daarnaast ging het er om te beoordelen of er niet nog waardevolle boeken tussenzaten die uiteindelijk ten onrechte in de kringloop terecht zouden komen.

Ik ben langs alle boeken in alle kasten gegaan en heb lijstjes gemaakt met wat ik zoal zag en waarvan ik dacht dat het verkoopbaar zou zijn. Uitgaven van bepaalde series, zoals Privé-domein of de Witte Olifant uit de jaren '60. Verzamelingen van specifieke schrijvers, zoals A.F.Th. van der Heijden, Hermans of Multatuli. En daarnaast allerlei andere samenhangende kleine collecties. Al snel vormde zich de ene na de andere stapel op de vloer en na een paar uur moest ik stoppen: waarschijnlijk kon mijn auto niet meer houden en bovendien moest ik het ook allemaal nog zien te verkopen en dat zou wel even duren. Uiteindelijk heb ik op die manier drie bezoekjes gebracht aan het huis en drie auto's vol boeken meegenomen. Tegelijkertijd heb ik zoveel mogelijk opgeruimd, gezorgd dat het boven op de kasten leeg was en dat zoveel mogelijk dubbele rijen boeken veranderden in enkele rijen. Daarnaast heb ik in elk geval in de woonkamer gezorgd dat daar zoveel mogelijk boeken van de echtgenote kwamen te staan, die ik ook nog eens op alfabetische volgorde heb gezet. Zo is daar een mooie bibliotheek van favoriete boeken ontstaan, met genoeg ruimte om aan te vullen. Een verzameling boeken die weer een lust is geworden in plaats van een last.


Aan mij de schone taak om de meegenomen boeken ook nog te verkopen. Daarvoor zag ik drie belangrijke verkoopkanalen:

  • een klein deel met echte waarde paste op een heuse boekenveiling, mijn voorkeur had daarbij Bubb Kuyper
  • ik ging er van uit dat veel boeken een plek konden vinden op Catawiki
  • de rest van de boeken zou ik via Marktplaats proberen te verkopen
Deze volgorde weerspiegelt ook een beetje de verwachte verkoopwaarde: kavels bij Bubb moeten tientallen tot honderden euro's opbrengen, op Catawiki tientjes en op Markplaats euro's.

Ik heb in mijn leven al veel boeken bij Bubb Kuyper gekocht, maar nog nooit verkocht. Voor mij dus ook een nieuw avontuur om de omgekeerde weg te bewandelen. Drie verhuisdozen met boeken gingen naar Haarlem, twee dozen werden geaccepteerd en die boeken zouden naar de voorjaarsveiling van 2026 gaan.


Voor Catawiki kon ik ondertussen ook veel kavels maken waarna zowel ik als de echtgenote in spanning de veilingen volgden. Niet alles leverde het gehoopte bedrag op; soms viel het mee en soms viel het tegen. Een collectie 1e drukken van A.F.Th. van der Heijden ging voor veel te weinig weg, het verzameld werk van Multatuli daarentegen weer voor een topbedrag. Een verzameling Claus voor te weinig, een verzameling Nescio voor een mooi bedrag. Zo ging het op en af bij Catawiki. Een enkel kavel werd geweigerd en daarmee veroordeeld tot Marktplaats. Grappig was dat een aantal boeken ook hier de omgekeerde weg bewandelden: één van de kavels werd gekocht door antiquariaat Fokas Holthuis bij wie ik de afgelopen jaren zelf een flinke hoeveelheid boeken heb gekocht.

Op Marktplaats ging het uiteraard ook een beetje op en af. Uiteindelijk werd er redelijk op de verschillende boeken geboden, maar veel kavels bleven onverkocht. Ik had afgesproken dat alles wat niet verkocht zou worden, uiteindelijk toch naar de kringloop mocht. Dat was dan ook het lot van best veel boeken.


Leverde dit hele avontuur uiteindelijk veel geld op? Als je alles bij elkaar optelt was het nog een aardig bedrag. We hadden een mooie verdeelsleutel afgesproken voor de moeite en zo hield ik er ook nog wat aan over. Reken je het om naar opbrengst per boek, dan is het gemiddeld uiteindelijk niet veel. Bijvoorbeeld: een stapel met 44 Salamanderpockets voor 15 euro, ongeveer 30 cent per stuk. Of een collectie van 20 titels Vestdijk voor 46 euro. Dat is wat reguliere boeken tegenwoordig doen. Ook al zijn het eerste drukken: er zijn maar weinig boeken die individueel veel geld waard zijn. Dan moet het toch echt op een bepaalde manier bijzonder zijn (gesigneerd, beperkte oplage of op een bepaalde manier schaars).

Het betekende voor mij eindeloos veel pakjes maken om alle verkochte boeken te verzenden. Dagen ben ik bezig geweest met sorteren, kavels beschrijven en aanbieden en de uiteindelijke afhandeling. Gelukkig hou ik van boeken en vind ik het niet erg om al deze boeken meerdere keren door mijn handen te laten gaan. Maar ik realiseerde mij wel dat het inderdaad een ongelooflijke klus voor nabestaanden is om een collectie af te handelen en dat je er ook wel echt zin in moet hebben. Want ondanks al het werk, zien de boekenkasten waar de boeken uitkomen er wel netter, maar niet leger uit. Dat betekent dat er nog steeds duizenden boeken staan die t.z.t. opgeruimd moeten worden. Maar ik durf te zeggen dat er geen echt waardevolle boeken meer tussenstaan, alleen nog geliefde boeken die bijzonder waren voor de verzamelaar zelf.  

Los van al het werk dat ik had aan het verkopen van de boeken en het plezier om met de boeken bezig te zijn, waren er ook leuke contacten met kopers. Want ook dat was een wens van de echtgenote: dat de boeken opnieuw bij liefhebbers terecht zouden komen. En dat is gelukt. Ik heb verschillende blije reacties van kopers van boeken gekregen. Ook omdat ik er vaak extra boeken bijstopte, die aanvullend waren op wat er werd gekocht. Zo verblijdde ik de koper van het Vestdijk-kavel via Catawiki met verschillende studies over Vestdijk en nog wat andere Vestdijk gerelateerde uitgaven die ik had liggen. Dit leidde tot een hele blije mail van de verzamelaar die zei dat hij een hele fijne avond tegemoet ging om al het moois uit te pakken. Iemand die via Marktplaats werk van Midas Dekkers gekocht verblijdde ik ook met wat extra's en daar kreeg ik ook blije reacties van. De koper van de Salamanderpockets kwam ze ophalen en nam de tijd om door alle andere boeken die ik had staan heen te graven, hij ging uiteindelijk met drie doosjes boeken weg die hij voor een vriendenprijs mocht meenemen. Ook hij reed heel tevreden bij mij weg. 

Ik denk dat dit nog het meest bevredigend was. Dat er nu op heel veel plaatsen in Nederland en België lezers en verzamelaars zijn die een klein deeltje van deze enorme verzameling boeken in huis hebben, en zo het plezier voortzetten. Gaandeweg realiseerde ik mij dat ik de verzameling eigenlijk niet ontmantelde. Ik hielp haar van eigenaar te veranderen. Waar eerst één grote bibliotheek stond, zijn nu tientallen kleinere bibliotheken ontstaan. En o ja, ik mocht ook nog een aantal boeken meenemen die in mijn verzameling zouden passen. Ik heb mij ingehouden, maar vond het toch leuk om ook wat boeken van deze liefhebber in mijn kast te hebben staan. Zoals ik dat eerder heb gedaan met boeken van Adri Offenberg of van mijn overleden oom de boekenverzamelaar. 

15 januari, 2026

365 - Karakter

Er zijn van die iconische boeken die iedereen met een beetje collectie wel in de kast heeft staan, maar meestal niet in eerste druk. Als je een favoriete schrijver hebt en je wilt diens werk volledig in de kast hebben staan, dan is er altijd zo'n boek waarvan de eerste druk langzamerhand onbetaalbaar wordt. Het is dan de vraag of je het er nog voor over hebt om het geld er aan uit te geven. Maar hoe langer je verzamelt en hoe meer van de overige titels van diezelfde auteur in onberispelijke staat in je kast staan, hoe waarschijnlijker het is dat je toch bereid bent diep in de buidel te tasten voor dat laatste puzzelstukje. De begeerte bouwt zich op over meerdere jaren.

Zeker als je zoals ik een collectie Nederlandse literatuur hebt, zijn dat soort titels meestal goed binnen bereik. Een kwestie van veilingen volgen, nieuwsbrieven van antiquariaten spellen, Marktplaats in de gaten houden en dan lukt het wel. Maar er zijn altijd uitzonderingen. Soms is het gewoon een kwestie van sparen en dan veel geld uitgeven. Zoals ik deed toen ik Nescio's debuut kocht en ik de kwetsbare eerste druk van Dichtertje/De Uitvreter/Titaantjes eindelijk in handen had. Destijds een dure aankoop, maar ik heb er nog geen seconde spijt van gehad en ruim tien jaar later ben ik er nog steeds heel blij mee.

Een andere klassieker waar ik al jaren op aasde was de eerste druk van Karakter van Ferdinand Bordewijk. En dan liefst een eerste druk met het stofomslag. Al vaak heb ik er op geboden: in 2023 nog werd ik overboden bij Zwiggelaar (ik bood 300, maar het werd afgeslagen op 400) maar ik probeerde het ook al in 2011 bij Bubb Kuyper (toen bood ik heel bescheiden 160 en het werd afgeslagen op 200). Tussendoor heb ik nog een paar keer vergeefs geprobeerd dit boek te kopen. Ik bezat ondertussen wel een exemplaar van de 28e druk (de 'jubileumeditie' uit 1988 toen het boek 50 jaar werd) en een door Adriaan van Dis voorgelezen exemplaar van het luisterboek.

Karakter is één van de hoogtepunten in de Nederlandse literatuur. Niet voor niets staat het steevast in de top 10 van 'beste Nederlandse boeken aller tijden' of vergelijkbare lijstjes. En dat was niet helemaal zoals verwacht, want in de jaren '30 had Bordewijk nog niet zo veel commercieel succes met zijn boeken. Bordewijk schreef Karakter in twee maanden in 1937, voor een deel tijdens een vakantie in Engeland. Hij had al eerder een novelle gepubliceerd onder de titel Dreverhaven en Katadreuffe, die een soort voorstudie van Karakter is. Die novelle verscheen in 1928, maar de thematiek van een confrontatie tussen een vader en zijn natuurlijke zoon bleef hem bezighouden en in zijn eigen woorden schreef hij Karakter ‘Uit een behoefte het geval verder uit te diepen, de figuur van Katadreuffe meer kracht in te gieten en meer reliëf te geven, en het geheel op breeder plan te brengen, met diverse bijfiguren’.  In de jubileumeditie die ik hiervoor aanhaalde is Dreverhaven en Katadreuffe opgenomen en het is later ook nog apart verschenen. Voor verzamelaars is die eerdere novelle bijna net zo interessant als de roman zelf. Je ziet er als het ware een schrijver aan het werk die nog niet klaar is met zijn onderwerp. 

Het is trouwens niet zo dat een eerste druk van Karakter per se schaars of kostbaar is. Regelmatig worden exemplaren zonder stofomslag aangeboden en die kan je voor minder dan 100 euro aanschaffen. Dan heb je nog steeds een fraai exemplaar in het mooie rode linnen gebonden. Maar het gaat dus om het stofomslag.

Ik was dan ook heel blij toen ik in de najaarscatalogus van Burgersdijk & Niermans opnieuw een exemplaar zag aangeboden. Door het veilinghuis bescheiden ingezet op 80 euro, maar dat had ik vaker gezien. Het exemplaar bij Zwiggelaar in 2023 werd door het veilinghuis geschat op 100-200 euro, maar ging voor het dubbele van de hoogste schatting weg. Ik bereidde mij dus voor op opnieuw een teleurstelling, maar kon dit exemplaar natuurlijk niet laten passeren zonder te bieden. Op hoop van zegen dan maar, en ik liet een ruimhartig bod achter bij het veilinghuis. Ondanks mijn lage verwachtingen zag ik tijdens de live veiling de teller stoppen op 160 euro, waarna het afgeslagen werd. Het kon niet anders, of dit boek was van mij en inderdaad kreeg ik een paar dagen later een bevestiging en een factuur in de bus. 

Wat maakt nu dat zo'n exemplaar met stofomslag zo waardevol is? Ook al is dat omslag, zoals in mijn geval, licht beschadigd en zelfs enigszins amateuristisch gerepareerd? Uiteindelijk is het een kwestie van schaarste. Een stofomslag is van oudsher bedoeld als gebruiksvoorwerp en om het boek te beschermen tegen... stof dus. Niet dat een stofomslag daar zo geschikt voor is, want de bovenkant van het boek is alsnog onbeschermd. Maar het stofomslag zorgt er wel voor dat de (vaak linnen) binding vrij van vlekken en dergelijke blijft. Voor verzamelaars is het stofomslag onlosmakelijk verbonden met het moment van verschijnen van een boek; het stofomslag is een tijdbeeld en is vaak ook mooi ontworpen. Maar omdat het kwetsbaar is en vaak beschadigt omdat het die beschermende functie heeft, verdwijnen stofomslagen vaak: ze worden weggegooid, ze scheuren en uiteindelijk zijn er maar weinig over. Zeker in het geval het een eerste druk van een vroeg werk van een auteur is, dan is de oplage op zichzelf al relatief klein en de combinatie eerste druk - onbeschadigd stofomslag is dan vanzelf unieker. Een standaardvoorbeeld is The great Gatsby van F. Scott Fitzgerald. Die eerste druk heeft een iconische afbeelding op het stofomslag. Een exemplaar met stofomslag heeft een waarde van een (paar) ton. Bij het schrijven van dit stukje zag ik een exemplaar van de eerste druk, met stofomslag en ook nog een fraaie opdracht van Scott Fitzgerald zelf te koop voor 975.000 dollar... Een identiek exemplaar zonder stofomslag (en ongesigneerd) is nog steeds duur (circa 10.000 euro) maar het stofomslag maakt een exemplaar dus ruim tien keer zo waardevol. Bij Biblio.com vind je een korte introductie over stofomslagen. Perkamentus heeft ooit een mooi bericht geschreven over een Nederlands voorbeeld, Het Achterhuis, waarbij het zeer kwetsbare stofomslag veel waarde toevoegt aan een exemplaar. Perkamentus vergeleek de omslagen en buikbandjes van de eerste, tweede en derde druk van dit boek en vond een aantal interessante verschillen. 


Het stofomslag van Karakter oogt een beetje saai, het is qua opmaak identiek aan het linnen, maar dan in een andere kleur: lichtgrijs papier met rode letters, in plaats van het in het oog springende rood met zwarte letters. Op de voorflap staat een samenvatting van het boek, de achterflap maakt reclame voor andere uitgaven uit het fonds van Nijgh & Van Ditmar, zoals Roelants, Slauerhoff en Vestdijk. 

Ik heb geprobeerd te achterhalen wie de ontwerper was, maar daar is geen informatie over. Uiteindelijk vond ik een artikel van Eric van den Berg in de Volkskrant in 2016, waarin het gaat om de verschijning van het luisterboek van Karakter, voorgelezen door Adriaan van Dis. In dat artikel beantwoordt Robert Gaarlandt, voorzitter van het Bordewijk-genootschap, dit op de vraag naar de ontwerper: 
Niemand die het weet. Het is ook niet meer na te gaan, want het archief van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar is bij het bombardement van Rotterdam in de meidagen van 1940 verloren gegaan. 
En als Robert Gaarlandt het zegt, hoeven we verder niet meer te twijfelen. Grappig is wel dat het in dit artikel dus ging over het kenmerkende omslag van Karakter dat ook te zien is bij het luisterboek. Maar het stofomslag is zo onbekend, dat kennelijk alleen het rode omslag wordt gezien als authentiek. In het artikel staat:
De recente luisterboekversie  voegt daar geen nieuwe variant aan toe. Ontwerper Nico Richter besloot dezelfde kleur en dezelfde met de hand getekende letters te gebruiken als op de eerste druk, 'Terug naar de bron, want dat blijft een bijzonder sterk ontwerp'.
Toch had het luisterboek dan eerder een grijze kleur moeten hebben dan een rode kleur. Karakter heeft talloze verschillende omslagen gehad, toch is die rode omslag nog een aantal keer gebruikt. De 8e druk van het boek uit 1948 had hetzelfde omslag en ook de uitgave van de Nederlandse Boekenclub uit 1968 werd in rood uitgegeven, zij het met iets andere letters die ook onderaan het omslag stonden. 

Ik kan in elk geval weer een boek van mijn wensenlijstje afstrepen. Vijftien jaar lang keek ik naar exemplaren van Karakter die nét buiten bereik bleven. Nu staat er eindelijk een eerste druk met stofomslag in de kast. Waarschijnlijk is dat niet het zeldzaamste boek dat ik bezit, en zeker niet het duurste. Maar sommige boeken vertegenwoordigen niet alleen een geldwaarde, maar ook jaren van verlangen. En die blijken uiteindelijk het prettigst om thuis te krijgen. Ik zet het in de kast naast de jubileumeditie en het luisterboek, die ik beide ook zal bewaren. Want een verzamelaar heeft zelden genoeg aan één exemplaar van een geliefd boek.

30 november, 2025

364 - Nescio en Hugo Brandt Corstius in Bergen

Ik ben altijd weer verbaasd hoe boeken die mijn bibliotheek binnenkomen thematisch geclusterd zijn. Ondanks dat ik het aanbod niet bepaal, gebeurt het vaak dat ik in een kort tijdsbestek verschillende titels koop die een sterke samenhang blijken te hebben. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat ik binnen een week drie titels zou aanschaffen die allemaal te maken hebben met Bergen, Bob Polak en bovendien betrekking hebben op mijn favoriete auteurs.

Nu is het op zich niet heel raar dat ik boeken koop die een relatie hebben met Bergen. Dat is immers een plek waar heel veel kunstenaars hebben gewerkt, gewoond of zijn geboren. De plek stimuleerde tot schrijven, dichten en schilderen. Adriaan Roland Holst schreef er zijn beroemde Winter aan zee, Herman Gorter verbleef er, net als Eddy du Perron. Charley Toorop had er een atelier net als andere kunstenaars uit de Bergense School. Adriaan van Dis werd er geboren en hij heeft volop geschreven over zijn jeugdjaren in het dorp en hoe hem dat gevormd heeft. Kortom, Bergen en omgeving is onderwerp in veel boeken, beeldende kunst en andere uitingen. Maar dat is voor mij niet een reden om boeken te kopen: zelf heb ik geen enkele band met Bergen. Het is dat een paar van mijn favoriete auteurs er over schrijven wat maakt dat het dorp goed vertegenwoordigd is in mijn collectie.

Toen ik een paar weken geleden aan het scrollen was op BlueSky zag ik ineens een berichtje van kunstenares Edith Brouwer over de Kunst10daagse in Bergen met een foto erbij. Daarop stond een publicatie van Hugo Brandt Corstius die ik niet kende. Ik verzamel al lange tijd het werk van Hugo Brandt Corstius en denk dat ik één van de meest complete collecties van Nederland heb van zijn werk. Sterker nog, vorig jaar bleek dat Hugo Brandt Corstius statistisch gezien het gemiddelde boek in mijn collectie leverde. Ook al is de persoon Hugo Brandt Corstius na het verschijnen van de biografie door Elsbeth Etty qua sympathie behoorlijk gezakt, zijn werk blijft fenomenaal - ondanks uitglijders zoals de kwestie Buikhuisen.

Er was dus een nieuwe uitgave van Hugo Brandt Corstius, maar een zoekopdracht leverde niks op. Althans, ik zocht op de titel op de foto, Balling in Bergen, en ik vond alleen een werkje met de titel Hopen in Bergen. Een mail aan de uitgever Bob Polak, van  Stichting Polak en Van der Kamp, bracht uitkomst: beide titels zijn onderdeel van een serie uitgaven over Bergen. In 2024 verscheen Hopen in Bergen en dit jaar dus Balling in Bergen. Beide met illustraties van Elisa Pesapane. Hopen in Bergen is een mooi verhaal over een tocht naar de grootste mierenhoop van Europa die in Bergen zou moeten liggen. Volgens Brandt Corstius was dat inderdaad zo, maar uit het nawoord van mierendeskundige Peter Boer blijkt dat dit twijfelachtig is. Balling in Bergen gaat over de herinneringen van Hugo Brandt Corstius die als strontvervelende puber door zijn ouders een jaar lang was 'gestald' bij de beroemde pedagoog en kinderboekenschrijver D. Daalder. Het mocht niet baten. Hij bleek net zo vervelend als Alain du Perron, de zoon van.

Beide titels lagen na een paar dagen bij mij in de bus. Beide verschenen in een oplage van 125, ik heb respectievelijk de nummers 14 en 15 van deze oplages.

Terwijl ik heel tevreden naar deze twee werkjes keek en ze met veel plezier las, plofte er een nieuwsbrief van uitgeverij Matchboox in mijn digitale brievenbus. Bij deze uitgeverij verschijnen teksten in een bijzondere vorm, namelijk in harmonica gevouwen boekjes in luciferdoosjes. De naam van de uitgeverij wees het al uit. Dit keer was het de aankondiging van een uitgave over Nescio. In dit geval ging het om een setje van vier boekjes, geschreven door Bob Polak en geïllustreerd door Dirck Nab. Opnieuw Bob Polak! Hij blijkt niet alleen de maker van mooie boekjes over Bergen, maar is ook fondsredacteur/inspirator/auteur bij Matchboox en heeft daar verschillende teksten voor geschreven of anderszins gezorgd dat bepaalde uitgaven tot stand kwamen. Wie naar de lijst met uitgaven van de uitgeverij kijkt, vindt daar ook weer Elisa Pesapane terug. Zij heeft diverse uitgaven geïllustreerd, wederom in samenwerking met Bob Polak.

Deze Nescio heb ik natuurlijk ook meteen besteld, want Matchboox verschijnen in beperkte oplage en ik wilde niet de kans lopen dat ik achter het net zou vissen. Ik ontving een paar dagen later het fraaie doosje met de uitgaven, maar ook een fondsoverzicht van de uitgeverij en twee witte handschoentjes… helaas veel te klein voor mijn grote handen. Maar ik vond het een mooie onderstreping van de exclusiviteit van deze uitgave. 

Volgens de omschrijving gaat deze uitgave over het volgende: 
Jarenlang ging Nescio met de hele familie met vakantie naar Groet en Bergen (NH). Hij genoot er volop van de natuur en daar schreef hij over in zijn Natuurdagboek. Bovendien maakte hij vaak vanuit Amsterdam dagtochtjes naar de kust. Hoe warm en hecht de familie ook was, hij trok er vaak alleen op uit, de natuur in. In deze serie omschreef schrijver-publicist Bob Polak wat Nescio noteerde tijdens zijn tochtjes en vakanties aan de kust. Nescio was als het ware een natuurmens, een man die pas echt tot rust kwam midden in de natuur.De serie is op schitterende wijze van tekeningen voorzien door beeldend kunstenaar Dirck Nab. 
Het is niet de eerste uitgave van Matchboox die ik in mijn collectie heb. Eerder kocht ik uitgaven van Tommy Wieringa en Adriaan van Dis. Dat waren steeds korte verhalen van deze auteurs zelf, in een afzonderlijk luciferdoosje. Die gaan allebei trouwens niet over Bergen. Beide heb ik inmiddels wel laten signeren, om de uitgaven nog wat exclusiever te maken. Wie bij de uitgaven van Matchboox kijkt ziet dat er talloze Nederlandse auteurs in zijn vertegenwoordigd - van Cees Nooteboom tot Louis Couperus en van M. Vasalis tot Marga Minco. Persoonlijk vind ik het allemaal erg mooi uitgegeven boekjes, en ook heel mooi in een groter bewaardoosjes verpakt. Een bijzonder project, dat meer aandacht verdient. 

Wat mij fascineert aan dit soort kleine uitgaven is ook dat ze laten zien hoe klein de Nederlandse boekenwereld eigenlijk is. Auteurs, illustratoren, uitgevers en verzamelaars blijken steeds opnieuw in wisselende combinaties op te duiken. Als je lang genoeg verzamelt, ontdek je dat ogenschijnlijk losse uitgaven onderdeel zijn van hetzelfde netwerk.

Overigens zijn de Matchboox niet de enige miniboekjes in luciferdoosje die ik heb. In 1966 verscheen een kinderboekenweekgeschenk onder de titel Het kleinste sprookjesboek, dat ook in een luciferdoosje is verschenen.