20 juli, 2021

321 - Zomerse desiderata: bibliofilie, renaissance en morfine

Met de zomer in aantocht is van enige verslapping in de Bibliotheca Scatebra niets te merken. Hoewel we midden juli leven, heeft vandaag - 20 juli 2021 - weer een geweldige kwaliteitsimpuls plaatsgevonden in huize sneuper. Ik kon mijn bibliotheek met maar liefst drie prachtige uitgaven verrijken (en wat extra's).

Stichting Desiderata publiceert tweede uitgave: Hayward Ho!


Bijna drie jaar geleden kondigde ik met trots op mijn blog aan dat ik er in was geslaagd de hand te leggen op het mysterieuze werkje Hayward Ho! A bookhunter's holiday to the British Isles of Ethiek van de boekensneuper. Ik had er lang naar gezocht omdat het boekje vrij schaars is (in het colofon wordt vermeld dat de oplage circa 30 exemplaren is, maar gelet op de ironische toon van het hele boekje valt te betwijfelen of dat getal klopt) en het was uiteraard in De Slegte dat ik het uiteindelijk vond. Het boekje is een feest van herkenning voor bibliofielen en ik heb daarom een uitgebreide weergave van de inhoud destijds in mijn blog beschreven. 

Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog een exemplaar van dit boekje zou zien. Toch gebeurt dat nu, zij het anders dan gedacht. Het reisverslag is de nieuwste uitgave van de Stichting Desiderata geworden. Ik had destijds al uitgepuzzeld dat achter de pseudoniemen in het boekje een aantal personen schuilgingen die nu deel uitmaken van het bestuur van de Stichting Desiderata. Ik heb al eerder de loftrompet over deze stichting gestoken en ga er van uit dat al mijn lezers inmiddels trouw lid zijn geworden of zich vandaag onmiddellijk gaan aanmelden.

De Stichting stelt zichzelf een bijzonder doel, namelijk het "zich ongeremd over[geven] aan haar bibliofiele neigingen. Dit uit zich vooral in het schrijven, samenstellen, vertalen en uitgeven van boeken die, qua inhoud en vorm, een onvoorwaardelijke liefde voor het boek weerspiegelen." Met de eerste  uitgave van de Stichting is dat uitstekend gelukt: De bilbiomaan van Charles Nodier werd een prachtboek waarin het klassieke verhaal van Nodier is opgenomen. De toegevoegde biografische schets en de bibliomaniakale aantekeningen maken dit boek tot een feest voor bibliofielen.

Dit boek smaakte uiteraard naar meer, en hoewel het lidmaatschap van de Stichting in principe tot niets verplicht zou je wel gek zijn als je als lid de kans liet liggen om de uitgaven aan te schaffen. Het is niet verwonderlijk dat van De bibliomaan al snel een tweede druk moest verschijnen.

Om het lange wachten tot de volgende grote uitgave een beetje te verzachten verschijnt dus nu de heruitgave van Hayward Ho! Wie ooit met boekenvrienden gezamenlijk op jacht is geweest naar boeken weet met hoeveel listen een dergelijke tocht moet worden ondernomen om te voorkomen dat een lang gezocht boek in andermans stapel verdwijnt. Vrienden zijn fijn, maar het is niet de bedoeling dat ze met boeken op de loop gaan die in jouw bibliotheek thuishoren. Dat betekent dat verfijnde tactieken nodig zijn om dit te voorkomen. Helaas ontwikkelen de andere boekenvrienden deze tactieken ook, zodat het de kunst wordt om onder het mom van vriendschap de concurrentie steeds een stap voor te blijven. Dubbelspel en geheime agenda's zijn dan aan de orde van de dag, verpakt in vriendelijke tips en adviezen die er vooral op gericht zijn elkaar op een dwaalspoor te brengen.

Hayward Ho! is een even hilarisch als openhartig verslag van de wijze waarop deze groep boekenvrienden elkaar de loef afsteekt, maar nog net het gewenste laagje beschaving weet te behouden. De lezer leert veel over list en bedrog in de boekenwereld, strijdlust tussen bibliofielen en hoe je het meest effectief een antiquariaat doorzoekt. 

In het boek speelt Doctor Syntax, of aan deze figuur gerelateerde uitgaven, een grote rol. Briljant is de passage waarbij één van de vrienden een stapel exemplaren gerelateerd aan Doctor Syntax apart laat leggen voordat een antiquariaat opent, vervolgens in een ánder antiquariaat zijn slag slaat en dan voor de neus van zijn teleurgestelde vrienden in het eerste antiquariaat alsnog de apart gelegde stapel aankoopt. En ondertussen het bezoek aan het volgende antiquariaat ook voor de vrienden heeft bedorven, want alle schatten zijn daar al uit verdwenen. Niet voor niks kende de uitgave uit 1998 als fictieve uitgever Doctor Syntax. Immers, ook de beschreven boekenreis naar Engeland mag worden beschouwd als een picturesque tour.

In de uitgave uit 2021 krijgt Doctor Syntax weer een heel andere rol, namelijk door de fraaie illustraties in het boekje, die afkomstig zijn uit verschillende 19e-eeuwse Doctor Syntax-uitgaves. Dit geeft al aan dat de  uitgave uit 2021 qua vorm van een heel ander kaliber is dan de uitgave uit 1998. Het is een schitterend boekje geworden, fraai gebonden, lekker papier, mooi opgemaakt en prachtig gedrukt. En het ruikt fantastisch. Heel anders dan het geniete werkje uit 1998 in elk geval, dat een prima boekje is maar qua uitgave heel doorsnee. De nieuwe uitgave laat zien hoe je met liefde boeken maakt. 

Voor mij was de vergelijking tussen 1998 en 2021 ook op tekstniveau interessant. Zou het verhaal herschreven zijn en zijn er pijnlijke details verdwenen? Het overgrote deel van de tekst is intact gebleven, maar wel zijn er op verschillende plekken wat kleine aanpassingen gedaan. Sommige namen van reisgenoten zijn vervallen, de steeds terugkerende opmerking dat Fred klassiek geschoold was is geschrapt (dit vond ik zelf trouwens een van de grappige onderdelen van het boekje, dus jammer is het wel) en een geciteerde boekencolumn van Ed Schilders wordt nu niet meer geplaatst in een "voormalig roomse ochtendkrant" maar gewoon in de Volkskrant. Verder lopen een paar zinnen anders. En tot slot is de titel ingekort. De tussenzin "a bookhunter's holiday to the British Isles" is vervallen. Misschien wel terecht, want de lezer kan zich afvragen of de Engelse reis nog wel als een "holiday" kan worden beschouwd, gezien de verwikkelingen in de groep. Al met al geen fundamentele tekstwijzigingen, maar wel een aantal redactionele aanpassingen. 

In het nawoord bij deze uitgave wordt nog teruggeblikt op de publicatie uit 1998:
De schrijvers hebben, hetzij door onderling gekrakeel, hetzij omdat ze achteraf spijt hadden van hun voorpublicatie, zich beijverd de exemplaren van de voorpublicatie terug te bemachtigen om die te vernietigen. Dat lukte, gelukkig, maar ten dele. Het aanvankelijk aangekondigde grotere werk is begrijpelijkerwijs nooit verschenen. We moeten het dus doen met de voorpublicatie, waarvan het aantal bewaard gebleven exemplaren zo gering is, dat het de zeldzaamheidswaarde van het uitgaafje nog heeft doen toenemen en het als curiosum een gezocht item is geworden.
Hieruit leer ik twee dingen:
- het aantal bestaande exemplaren van de 1998-uitgave is inmiddels waarschijnlijk kleiner dan 30. Welk ander Desiderata-lid (behalve de bestuursleden) zou behalve ik over beide uitgaven beschikken?
- ik moet de bescherming van mijn bibliotheek opschroeven. Mijn adres is bij de Stichting bekend en als de ijver om bestaande exemplaren uit 1998 te vernietigen nog steeds bestaat, vrees ik dat ik binnenkort een bibliofiele knokploeg kan verwachten.

Twee bibliofiele uitgaven Van Dis

Adriaan van Dis is een schrijver van wie het nodige werk in bibliofiele uitgaven verschijnt. Op dit blog schrijf ik er regelmatig over, omdat elke aanwinst toch wel weer een groots moment is - zeker als het er één van het zeldzame soort is.

Vandaag ontving ik met dank aan Fokas Holthuis een langgezochte uitgave: Morfine. Hoewel de  uitgave zelf relatief jong is (2019) kon ik het maar niet te pakken krijgen. Het boek is verschenen bij uitgeverij 99 Uitgevers in een oplage van 99 genummerde exemplaren en gesigneerd door zowel Van Dis als door kunstenaar Berend Strik. In het boek doet Van Dis in 7 gedichten verslag van zijn ervaringen met morfine nadat hij met botbreuken in het ziekenhuis belandde. De morfine leidde tot een herbeleving van trauma's in zijn leven - die hij al eerder uitgebreid in zijn romans heeft beschreven. In dichtvorm beschrijft hij deze ervaring en beschouwt en becommentarieert hij ze vervolgens ook. Beeldend kunstenaar Berend Strik verzorgde de illustraties: foto's die bewerkt zijn met naald en draad. Het zijn beklemmende illustraties geworden. De combinatie van de foto's van lichamen die bewerkt zijn met naald en draad passen goed bij de tekst en versterken het gevoel van kwetsbaarheid dat ook uit de gedichten spreekt. Bij de bundel hoort een gesigneerde en genummerde piëzografie van de collage The Ear met een – uniek – handmatig aangebracht stiksel, eveneens in een oplage van 99. Zowel boek als kunstwerk hebben het nummer 8. 

De tweede bibliofiele aankoop is van vorige maand en betreft een uitgave die ik al had, maar niet in deze vorm. Het verhaal De vraatzuchtige spreekt verscheen in 1986 bij uitgeverij AMO in een oplage van 35 exemplaren. Van deze 35 exemplaren zijn er 28 ingenaaid en Arabisch genummerd. Hiervan bezat ik al een exemplaar. Maar er zijn ook 7 exemplaren in twee kleuren gedrukt, gebonden door Binderij Phoenix en Romeins genummerd. Die versie bezat ik nog niet, tot het moment dat Bubb Kuyper een exemplaar aanbood in de voorjaarsveiling 2021. Die kon ik niet laten lopen uiteraard. En hoewel het boek meer opbracht dan verwacht en mij dus ook ruim meer kostte dan ik eigenlijk van plan was te betalen, kon ik dit boek niet weerstaan. Gelukkig staat het exemplaar met nummer VII nu te pronken in mijn mooie vitrinekast

Een feestelijke geboortedag van Petrarca

Op 20 juli 1304 werd Francesco Petrarca geboren in Arezzo. Precies op zijn 717e geboortedag plofte als derde geschenk aan mijn bibliotheek de uitgave van het Liedboek oftewel de Canzoniere van zijn hand bij mij op de mat. Een mooie manier om de geboortedag van één van de grondleggers van het humanisme te eren.

Ik heb al eerder geschreven over mijn bewondering voor Petrarca en mijn zoektocht naar een aantal van zijn publicaties. Eén ervan stond op twee lijstjes: mijn Petrarca-lijstje en mijn Gouden Reeks-lijstje. Het is het befaamde Liedboek dat in 2008 verscheen in de prachtige Gouden Reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep. De uitgaven in de Gouden Reeks verzamel ik al min of meer sinds 2005. Door een paar recente veilingaankopen realiseerde ik mij dat ik het merendeel van de serie al had. Nu werd het tijd om ook de ontbrekende delen te kopen. Eén van de ontbrekende delen was het Liedboek en toen ik deze onlangs bij Scheltema in Amsterdam zag staan bij de tweedehands boeken, sloeg ik natuurlijk onmiddellijk toe. Of eigenlijk: ik zag een exemplaar aangeboden worden bij Catawiki en dat inspireerde mij om erop te bieden. Maar eerst checkte ik natuurlijk of er bij Boekwinkeltjes.nl misschien een exemplaar stond. Die stond er bij Scheltema - en voor een lagere prijs dan ondertussen bij Catawiki werd geboden. Toen heb ik Scheltema maar verlost van het exemplaar, en de veiling verder gelaten voor wat het was.

Deze uitvoering is een tweetalige uitgave die vertaald is door Peter Verstegen. Het is de eerste keer dat het liedboek integraal in het Nederlands is vertaald. Met dit boek vestigde Petrarca zijn naam als dichter en was hij van grote invloed op de ontwikkeling van de poëzie, zowel door de vorm (het boek bevat 366 sonnetten, canzonen, madrigalen, balladen en sestinen) als door de inhoud. Want het gaat natuurlijk vooral over de onbereikbare Laura. Hoewel een klein aantal van de gedichten over andere zaken gaat – een oproep tot herstel van de eenheid van Italië, tirades tegen het decadente pauselijke hof in Avignon, of het aanbieden van een mandje truffels – bestaat de overgrote meerderheid van de tekst uit liefdesgedichten. De eerste 263 zijn geschreven tijdens Laura's leven, de overige 103 na haar dood. Petrarca zag haar voor het eerst op Goede Vrijdag (6 april) 1327 in de kerk van Sainte-Claire in Avignon. Zij was toen vermoedelijk negentien jaar, en in 1348 werd zij slachtoffer van de grote pestepidemie die meer dan een kwart van de Europese bevolking wegvaagde. Zij werd in Avignon begraven. Maar eigenlijk gaan die gedichten nooit echt over Laura, alleen over Petrarca’s gevoel voor haar. 

Kees Fens kan de betekenis van dit boek mooier uitdrukken dan ik. Hij schreef: "De renaissance is begonnen, meteen op een hoogtepunt. De middeleeuwen waren geëindigd op het hoogtepunt dat Dantes Goddelijke Komedie is. Samen vormen ze het hooggebergte van de Europese poëzie. De twee grote tradities van de westerse cultuur komen er in samen, hecht aaneengesmeed."

Het gaat maar door

Met deze drie boeken was de koek (gelukkig) nog niet op. Nog maar een week geleden ontving ik van Perkamentus het jaarboek 2020 van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Wat een rijkdom dat er in Nederland twee gezelschappen bestaan waar het boek wordt gevierd en die zich beijveren om de hongerigen te voorzien van fraaie boeken! Ook dit jaarboek viert de boekenliefde met een paar zeer lezenswaardige bijdragen over mooie, bijzondere, zeldzame maar hoe dan ook begerenswaardige uitgaven. Niet dat er ooit verzadiging optreedt, maar de honger is met het stapeltje van deze week in elk geval even gestild.

Naschrift

Ik ontving een hele vriendelijke reactie van de Stichting Desiderata op dit blog en fijn dat het gewaardeerd wordt. Maar duidelijk is wel dat ik bezoek uit Tilburg de komende periode moet wantrouwen…




25 juni, 2021

320 - Bibliofiele ephemera - blootgelegde publicatiegeschiedenis

Wie boeken verzamelt stuit onvermijdelijk van tijd tot tijd op efemeer drukwerk die gerelateerd is aan de verzameling. Efemeer drukwerk (ephemera) zijn publicaties die bedoeld zijn voor kortstondig gebruik of om kortstondig bewaard te blijven. Geen kernpublicaties dus, maar zaken als folders, flyers, reclamebrochures, strooibiljetten, toegangskaartjes, etc. Het begrip efemeer komt van het Grieks en betekent zoveel als 'bestemd voor een dag' of 'kort levend'. Soms vind je efemeer drukwerk in boeken - als boekenleggen. Soms wordt efemeer drukwerk ook apart verzameld en verhandeld (check de Ephemera Society in zowel Amerika en Engeland). Als ik op die sites kijk naar hoe efemeer drukwerk wordt beschreven en welke voorbeelden er van zijn, dan kan je je afvragen of het onderscheid tussen efemeer en niet-efemeer eigenlijk nog wel te maken is. Juist omdat efemeer drukwerk zo'n mooi beeld geeft van de tijd waarin het werd gepubliceerd: doordat het werd bedoeld voor alledaags gebruik, moet het ook precies aansluiten bij de cultuur van dat moment. Maar daardoor zijn het vaak prachtige drukwerken - en schaars, omdat ze per definitie snel werden weggegooid.

Het onderscheid tussen efemeer en niet-efemeer vind ik zelf bijvoorbeeld lastig bij catalogi van uitgeverijen te maken. Catalogi zijn in principe bedoeld als publicaties voor kortstondig gebruik, namelijk het fonds dat op dat moment beschikbaar is maar morgen niet meer - efemeer dus. Toch heb ik verschillende catalogi die meer bevatten dan een opsomming van beschikbare boeken van een uitgever. Neem bijvoorbeeld een catalogus van de Franse bibliotheek van Van Oorschot met een essay van Rudy Kousbroek. Of een uitgave van Athenaeum, Polak & Van Gennep over de Gouden Reeks waarin naast een lijst met beschikbare delen extra informatie over die reeks staat. Op zo'n moment wordt de inhoud voor mij tijdlozer, relevanter en dus als zelfstandige publicatie interessant. Trouwens, ik bewaar ook diverse catalogi van uitgeverijen die niet meer bevatten dan een opsomming van het fonds omdat ik het fonds zelf interessant genoeg vind. Net zoals ik twee verschillende folders heb met een opsomming van beschikbare titels in de Slibreeks, die ik liefdevol bij deze reeks bewaar. Het is zoals altijd weer een moeilijk te maken onderscheid en het gaat om: wat heeft toegevoegde waarde in je verzameling?

Een veilingkavel met efemeer drukwerk

Het gewonnen sigarendoosje
Bij de laatste veiling van Bubb Kuyper (voorjaar 2021) bood ik op een kavel dat vooral bestond uit nieuwjaarsgeschenken van Stichting de Roos en Chris Leeflang. Op zich is dat drukwerk dat ik zeker niet efemeer zou willen noemen, omdat het vaak zorgvuldig vormgegeven en gedrukte uitgaven zijn die het niveau van een gemiddelde kerstkaart ver overstijgen. Vaak bevatten deze nieuwjaarsgeschenken originele afbeeldingen of zijn ze typografisch interessant, zodat ze in feite als officieuze De Roos-uitgaven kunnen worden beschouwd. Toch zijn ze wel degelijk bedoeld voor kortstondig gebruik en om die reden nu misschien wel schaarser dan de reguliere uitgaven van De Roos. Deze nieuwjaarswensen zullen in veel gevallen toch weggegooid zijn, in tegenstelling tot de boekuitgaven van De Roos. Ik werd in elk geval enkele tientallen mooi vormgegeven nieuwjaarsgeschenken rijker: de ene keer een klein boekje, de andere keer een vouwblad of een kaart. Soms met alleen tekst, dan weer met een mooie houtsnede of anders geïllustreerd. 

Het fijne van veilingen is dat er in zo'n verzamelkavel ook nog wel een paar extra verrassingen kunnen zitten. In dit geval zaten de nieuwjaarsgeschenken in een oud sigarendoosje aangevuld met verwante uitgaven, die wel degelijk in de categorie 'ephemera' vallen: algemene brieven van het bestuur van Stichting de Roos aan de leden, aankondigingen van tentoonstellingen of de jaarlijkse lunch voor de leden van De Roos. O ja, en een dissonant waar ik blij van werd: de Stols uitgave Carole en Latin uit 1934, bij wijze van nieuwjaarsgeschenk gemaakt en voorzien van een mooie houtgravure van J. Buckland Wright. Dit moet tweedehands al snel zo'n €65 opbrengen.

De originele circulaire bij de oprichting van Stichting de Roos 

Eén van de voor mij meest spectaculaire en onverwachte vondsten in het sigarendoosje was de vier pagina's tellende circulaire of prospectus uit 1945 waarin het voornemen om "een kring van bibliofielen te stichten" door Chris Leeflang, Charles Nypels en Bep van Wees wordt verwoord. De eerste vermelding van de plannen voor wat de Stichting de Roos zou worden. Een idee dat was gerijpt in de oorlogsjaren en nu door de drie oprichters bekend werd gemaakt om te peilen of er belangstelling voor zou zijn. Deze circulaire wordt in de standaard introductieteksten van Stichting de Roos steevast aangehaald met vermelding dat deze later is afgedrukt in de catalogus 10 jaar De Roos (De Roos 37). Dit blijkt na vergelijking van beide teksten echter niet het geval: in de catalogus staan weliswaar een paar citaten uit de circulaire, maar niet de integrale tekst ervan. Dat is jammer, want er zijn toch wel wat interessante verschillen tussen de oorspronkelijke plannen van de oprichters en de uiteindelijke uitvoering. Ik heb de integrale tekst ook nergens online kunnen vinden: je komt er alleen achter als je de circulaire zélf bezit. Je kunt je mijn enthousiasme dus wel voorstellen!

125 of 175 leden?

Zo blijkt uit de oorspronkelijke circulaire dat het doel was "een stichting, waarin zij maximum één honderd en vijf en twintig deelnemers willen vereenigen". Het aantal van 175 leden dat later is gekozen, ontstond door de grote belangstelling voor deelname aan deze "kring van bibliofielen". In de  uitgave 125 Rozen (De Roos 126) uit 1983 schrijft Chris Leeflang dat het maximum van 175 leden binnen enkele dagen na publicatie van de circulaire was bereikt, en dat er vervolgens nog een wachtlijst van circa 100 belangstellenden was. Ook in de jubileumuitgave In beperkte oplage (De Roos 166), gemaakt door Matthieu Lommen en Karen Polder bij het 60-jarig bestaan van De Roos wordt van een start met 175 leden gerept. Maar in eerste instantie was het helemaal niet de bedoeling om tot 175 leden te komen!

Wanneer de keuze is gemaakt om van 125 naar 175 leden  te gaan is voor mij niet meer te achterhalen en ik kan er geen publicaties over vinden. Een andere mooie vondst in het sigarendoosje gaf nog wel iets meer informatie. Ik vond een briefje van De Roos aan één van de gelukkigen die wél bij de eerste leden hoorde. Daarin wordt wat toelichting gegeven:

De belangstelling tot deelneming aan De Roos was zóó groot dat wij ons genoodzaakt hebben gezien het aantal leden onherroepelijk te bepalen op ten hoogste 175. Wij vertrouwen dat hiertegen Uwerzijds geen bezwaren gemaakt zullen worden terwijl u natuurlijk het recht heeft zich terug te trekken indien U tegen onze beslissing wel bezwaren mocht hebben.
In aansluiting op bovenstaande mededeeling kunnen wij U thans berichten dat wij U onder no. 4 ingeschreven hebben als lid van de Stichting De Roos.

In de circulaire stond al dat het aantal van 125 leden “onherroepelijk” was, maar dat bleek toch niet zo definitief te zijn als werd gesuggereerd. Uiteindelijk is het aantal leden van De Roos altijd 175 gebleven, dus het tweede getal was in elk geval wel onherroepelijk. Gelet op de eerste reacties had het bestuur kennelijk ook voor een ander getal kunnen kiezen: 200 of 250 had makkelijk gekund. Maar dan was het lidmaatschap nog minder exclusief geweest dan het nu al is.

Het tijdschrift "De Harp"

De Harp I (1946) en II (1948)
In de circulaire wordt ambitieus gerept van de lancering van het tijdschrift de Harp dat driemaal per jaar zou verschijnen en zou worden gevuld met "zeer selectief uitgekozen, ongepubliceerde poëzie". De bedoeling was dat aan elk nummer "minstens één blad waardevolle, origineele grafiek" zou worden toegevoegd. Ook zouden in het tijdschrift mededelingen over de activiteiten van de Stichting worden gedaan. Elke jaargang van drie nummers zou door één typograaf worden verzorgd op één formaat, waarbij de leden werden geacht zelf elk jaar de drie nummers te laten inbinden. Elk volgend jaar zou het formaat verschillen, "om iedere kans op monotonie ten eenen male bewust en bedoeld te ontloopen". 

Het ambitieuze tijdschrift De Harp bleef uiteindelijk beperkt tot twee nummers die beide als uitgaven van De Roos zijn gepubliceerd, overigens in uniforme binding (De Roos 3 en 9). Dat er maar twee nummers waren was een grote teleurstelling van de redactieleden Jan Engelman, M. Nijhoff en A. Roland Holst. Maar zij waren sowieso al tamelijk gefrustreerd doordat de verschijning van het eerste nummer al moeizaam plaatsvond, en de productie van het tweede nummer helemaal een lijdensweg was. Zodat men er daarna ook opgelucht de brui aan gaf. Een lezenswaardig verslag van de opkomst en ondergang van De Harp op basis van briefwisselingen tussen de redactieleden en Chris Leeflang staat hier. De oplopende frustratie tussen de redactie en het bestuur van De Roos is hier goed te volgen.

Nooit gemaakte uitgaven

Naast koerswijzigingen op het gebied van het aantal leden en de continuïteit van het tijdschrift, zijn ook niet alle plannen voor de te verschijnen uitgaven uitgevoerd. Sowieso blijkt het starten met publicaties een uitdaging in de naoorloogse jaren, vanwege de enorme papiertekorten. Zie maar eens aan voldoende papier te komen om de gedroomde mooie boeken te kunnen maken. En ook nog betaalbaar: de leden was beloofd dat zij 100 gulden per jaar kwijt zouden zijn als lid van De Roos en dat budget mocht niet overschreden worden. Vandaar dat het tot 1946 duurde tot de eerste uitgaven verschenen. In de uitgave 125 Rozen vertelt Chris Leeflang nog een hilarisch verhaal over hoe Charles Nypels buiten medeweten van de andere bestuursleden om voor 20.000 gulden papier koopt, die uiteindelijk kon worden gefinancierd via Chris Leeflang als directeur van boekhandel Broese in Utrecht. Dit papier is later gebruikt voor de prachtige uitgave van Gorters Mei (De Roos 17) en voor het overige doorverkocht.

In de circulaire worden tal van uitgaven genoemd die nooit, of pas veel later zijn verschenen. Zo was het de bedoeling dat in 1946 de heruitgave van Discours de la méthode van Descartes zou plaatsvinden vanwege de 350e geboortedag van de auteur. Het verscheen  uiteindelijk in 1948. 

Als tweede uitgave stond een publicatie van de niet-gebundelde gedichten van Marsman gepland, Verspreide gedichten. Met een vertraging van 56 jaar verscheen uiteindelijk in 2002 een uitgave van deze gedichten.  

Er worden ook een paar uitgaven genoemd die nooit zijn verschenen. De plannen worden opgesomd per nationaliteit van auteurs: Nederlands, Frans, Duits, Engels en Russisch. Zo wordt bij de Nederlandse auteurs de heruitgave aangekondigd van Les Derniers Stuarts, impressions et pensées d’une reine, destijds anoniem verschenen maar van de hand van Koningin Sophie. Charles Nypels zou de typografie voor zijn rekening nemen, maar het kwam er niet. Ook wachten de leden van De Roos nog op de aangekondigde uitgave van De strofische gedichten van Hadewych en de Nederlandsche gedichten van Hugo de Groot, verzameld door Jan Willem Hofstra en typografisch verzorgd door A.A.M. Stols. Bij de Engelse auteurs wordt de uitgave van Arden of Feversham aangekondigd: "een anonym pre-Shakespeare-drama, dat zooal geen ontdekking toch, en zelfs in Engeland, alleen enkelen bekend zal zijn". Deze staat kennelijk nog in de coulissen, net zoals de uitgave van The silent voice. A play van Laurence Alma Tadema.

Uiteraard realiseren de initiatiefnemers zich ook dat ze best ambitieus waren en dat niet alle plannen zouden slagen. Daarom waarschuwen ze in de circulaire bij voorbaat de leden:

Men zal reeds begrepen hebben dat dit alles werk beteekent... voor jaren. Bovendien kan, door allerlei omstandigheden, velerlei van de lijst worden afgevoerd of eraan toegevoegd...

In het sigarendoosje vond ik nog een efemeer werkje, namelijk een gestencilde brief aan de leden uit 1947. Daarin schrijft het bestuur:

Toen wij in 1945 onze stichtingscirculaire opstelden, waren wij ons bewust van de vele moeilijkheden, die ons bij de verwezelijking van onze plannen zouden wachten. Dat deze moeilijkheden zoo groot en veelvuldig zouden zijn, wisten wij toen nog niet.

Uit een en ander blijkt, dat wij, ondanks alle moeilijkheden, ons programma ten uitvoer willen brengen, nl. een reeks fraaie uitgaven van bibliophiel karakter te maken, waarvoor wij het maximum bedrag van f 100,- per jaar  niet zullen overschrijden.

Vervolgens wordt in die brief aangekondigd welke publicaties op stapel staan en daarin herkennen we de lijst met De Roos-uitgaven in de periode tot 1950. De enige uitzondering hierop is de uitgave van de beste Nederlandse gedichten van Hugo de Groot, waarvan ook in deze brief uit 1947 wordt gezegd dat die "nog in bewerking" is. Anders dan de Marsman uitgave heeft deze het archief van De Roos nog steeds niet verlaten.  

Toch verschenen: De gedichten van Marsman 

afbeelding afkomstig van www.stichtingderoos.nl
In de toelichting bij de Marsman-uitgave uit 2002 wordt overigens nog een interessant en uitvoerig kijkje in de De Roos-keuken gegeven als het gaat om de worsteling rond deze laat verschenen uitgave. Mogelijk staat deze publicatiegeschiedenis symbool voor de fraaie lijst met andere niet-verschenen uitgaven in de prospectus. Ton Entius - op dat moment voorzitter van de Stichting - schrijft:

Het archief van 'De Roos' bestaat onder andere uit van die mooie ouderwetse kantoormappen in van die niet echt uitgesproken kleuren blauw, geel en roze. Van vrijwel elke uitgave is er zo'n map met daarin alle gegevens over de productie, correspondentie over de rechten, over de illustraties, over de voortgang in het algemeen. Alles bij elkaar geven ze een goed beeld van wat er wel en ook wat er niet is gelukt.

Er zijn dus ook mappen die alleen met plannen zijn gevuld, met dromen die geen werkelijkheid zijn geworden. Een van die mappen hebben wij tevoorschijn gehaald om een plan, dat dateert van nog voordat 'De Roos' werd opgericht, nu eindelijk te verwezenlijken: het verzorgen van een  uitgave van gedichten van Hendrik Marsman.

(...) Hij [Leeflang] bleef aanhoudend zijn best doen om toestemming te verkrijgen de door hem verzamelde verzen in 'De Roos' uit te geven. Dat is hem ondanks vele pogingen niet gelukt. Al die pogingen vinden wij terug in de correspondentie uit de jaren veertig tot zeventig van de vorige eeuw. (...) Uit de brieven van Charles Nypels kunnen wij afleiden dat het manuscript al tijdens de bezetting gereed was. (...) Zij [de weduwe Marsman] bleef herhaalde verzoeken met telkens hetzelfde 'neen' beantwoorden. (...) Telkens opnieuw kwam het Marsman-dossier uit het archief. Leeflang bleef zoeken naar een mogelijkheid de bundel uit te geven.

afbeelding afkomstig uit de De Roos-uitgave
De gedichten / de geschiedenis / de documenten
(De Roos, 160)
Uiteindelijk lukte het dus in 2002. In het onderdeel "de documenten" bij deze uitgave staan verschillende brieven aan Leeflang van de weduwe Marsman en anderen over de publicatie van de gedichten van Marsman afgedrukt (met dezelfde boodschap: "nee"). Het zou best een interessante publicatie zijn - een beetje zoals de jubileumuitgave van Matthieu Lommen en Karen Polder uit 2005 - als er over meer geplande, maar niet verschenen uitgaven zo'n toelichting zou verschijnen. Dat zal een fascinerend inkijkje zijn in na-oorlogs literair Nederland en de werkelijkheid van margedrukkers en bibliofiele uitgeverijen, waarbij de ene keer rechthebbenden een blokkade vormen maar een andere keer een uitgave wellicht struikelt over barrières bij drukkers, illustratoren of typografen. 

Alsnog incompleet

Hoewel de vondst van deze oer-circulaire van De Roos in combinatie met de bevestiging van lidmaatschap een mooi zicht geeft op de ontstaansgeschiedenis van deze bibliofiele uitgeverij, bleek de circulaire uiteindelijk toch nog iets te missen: het "ingevouwen inteekenblad" waarmee de ontvangers hun belangstelling voor lidmaatschap konden aangeven. Dat konden de aspirant leden doen samen met een reactie op het verzoek van het bestuur om adressen toe te sturen van andere belangstellenden, want het zou de oprichters "spijten indien ernstige gegadigden, door een ongewild verzuim onzerzijds, voor onbepaalden tijd op de wachtlijst geplaatst moesten worden". Ik vermoed dat degene uit wiens boedel het sigarenkistje kwam, het "inteekenblad" onmiddellijk geretourneerd heeft en zo beloond werd met lidnummer 4. Het is jammer dat het formulier daardoor nu ontbreekt, maar de circulaire zelf blijkt als efemeer werkje ruim 75 jaar later nog meer dan interessant te zijn!

28 mei, 2021

319 - De ordening binnen Bibliotheca Scatebra

Over het ordenen van bibliotheken is al heel veel geschreven, en iedereen maakt hier zijn eigen keuzes in. Alberto Manguel wijdt in zijn boek De bibliotheek bij nacht zelfs een heel hoofdstuk aan "de bibliotheek als ordening". Hij geeft aan dat een openbare bibliotheek aan ordeningsprincipes is gebonden, maar dat het voordeel van een persoonlijke bibliotheek is dat je er een hoogst persoonlijke classificatie op kan loslaten. Manguel haalt in dit verband de schrijver Georges Perec aan:
... die ooit een lijst van twaalf manieren om een privébibliotheek te classificeren [maakte], 'die geen van alle voldoen'. Zonder al te veel overtuiging stelde hij de volgende categorieën voor:
  • alfabetisch
  • op land of continent
  • op kleur
  • op datum van aankoop
  • op datum van publicatie
  • op formaat
  • op genre
  • op literaire periode
  • op taal
  • volgens eigen leesprioriteit
  • per serie

(merk op dat dit een rijtje van elf is, want Manguel (of de vertaler) is de categorie "op binding" die Perec in zijn oorspronkelijke rijtje opnam vergeten. Het hele lezenswaardige stuk van Perec staat trouwens hier)

Vervolgens geeft Manguel een mooi historisch overzicht van classificatiesystemen ("De alfabetische ordening van boeken werd voor het eerste ruim tweeëntwintig eeuwen geleden toegepast en wel door Callimachus, een van de beroemdste bibliothecarissen van Alexandrië"). En hoewel dit een zeer leesbaar overzicht was, leidde dit mij af van de taak waar ik voor stond: het herordenen van mijn bibliotheek.

Maar afleiding is goed, daarom sloeg ik nog maar eens een ander boek open waarin het over dit thema gaat. Een boek dat overigens een eeuw eerder verscheen, namelijk The private library van Arthur L. Humphreys (1897). Ook hij benadrukt dat de indeling van de eigen bibliotheek vooral een persoonlijke keuze is, maar ook hij doet een paar aardige observaties, waarin de verschillende categorieën van Perec te herkennen zijn. Bijvoorbeeld dat het formaat van boeken ons in de weg kan zitten:

The classification of books, according to any set system, or according to subjects upon the shelves of a library, is not easy, and for many reasons it is not worth attempting. Unless the library is a very large one, say, ten to twenty thousand volumes, with ample and adaptable shelving, it is not to be desired. The main difficulty in shelf classification lies in the fact that books on similar and kindred subjects are issued in all sizes. There are books on Furniture, for instance, in folio, in quarto, and in octavo. When shelf classification is imperative, the folios are all put together, the quartos together, and the octavos together. This is the nearest realisation of a shelf classification, and by this method the folios may be far separated from the quartos, and the quartos from the octavos. Moreover, if appearance count for anything, as indeed it should in the most modest library, it will be impossible to carry out any plan of shelf classification and preserve at the same time an appearance of method and fitness. In planning out how your books are to be placed, a great consideration is the placing of them, so that books likely to be frequently referred to shall be easy of access, and books less likely to be in request shall be housed higher up. Reference books should, as far as possible, be placed together, and all easy of access. The main divisions into which a private library classes itself are History and Biography, Fiction, Poetry and Drama, Theology, Travel, Art, Belles lettres; but there are so many considerations besides those of subject in any general classification which should determine the position of a volume that I must emphasise what has already been said about actual personal convenience being first studied, and the library as arranged on the shelves should be the result of personal convenience and graceful effect.

"Personal convenience and graceful effect", daar ga ik voor bij het inrichten van mijn bibliotheek. Zeker omdat ik het aantal van "ten to twenty thousand volumes" nog lang niet heb bereikt en het scheiden van de folios en octavos in deze tijd  niet echt een relevant onderscheid is. Toch had ik eerst nog een ander klusje.

Want voordat ik aan de ordening met "graceful effect" begon, wilde ik heel erg elitair zijn en mijn bibliotheek een eigen naam geven, liefst in het Latijn of met een naam die op zijn minst klinkt alsof het Latijn is. Dat is hoe dat gaat met belangrijke bibliotheken. Denk aan de beroemde Bibliotheca Didina et Pinguina van Boudewijn Büch maar we kennen in Nederland natuurlijk ook de Bibliotheca Rosenthaliana en Bibliotheca Thysiana. Ik ontdekte dat er meer verzamelaars waren die hebben geschreven over dit naamgevingsdilemma, zoals Niek Wind (met als oogst: Bibliotheca Nihilisma) en we kennen natuurlijk ook de Bibliotheca Habetsiana van Danny Habets. Diezelfde Danny Habets schreef trouwens 10 jaar geleden al een blog over het ordenen van zijn boeken: kennelijk komen alle verzamelaars eens op hetzelfde punt van beschouwing uit...

Uiteindelijk koos ik voor de naam Bibliotheca Scatebra. Scatebra betekent in het Latijn zoveel als 'bruisen' of 'stromende bron'. Sowieso een mooie naam voor een bibliotheek, want een goede verzameling boeken is als een altijd verfrissende bron waar je uit kan blijven drinken. En bovendien is het een verwijzing naar mijn eigen naam, en zoals hierboven is te zien worden veel bibliotheken simpelweg naar de eigenaar genoemd.

Nu ik de belangrijkste klus achter de rug had, kon dan eindelijk het grote ordenen beginnen. Dat was nodig, want ik merkte dat door de recente toename van boeken, onder meer uit de bibliotheek van Adri Offenberg, de bestaande ordening niet meer paste. Ik vond het allemaal niet meer zo logisch staan en ik merkte dat ik behoefte kreeg aan wat meer categorieën boeken. Sommige boeken kon ik gewoon niet meer terug vinden, omdat ik dacht dat ze een eigen categorie hadden die vervolgens niet bleek te bestaan. Ik wilde boeken eenvoudiger terugvindbaar maken door de fysieke indeling in de kasten te koppelen aan mijn digitale catalogus bij LibraryThing.

Het voordeel van LibraryThing is namelijk dat je boeken op twee manieren kunt categoriseren. Je kunt ze in deelcollecties stoppen, zodat verwante boeken digitaal bij elkaar staan. En je kunt boeken labelen, zodat verwante boeken snel terug te vinden via de labels die je eraan hangt. Bijkomend voordeel is dat alle andere gebruikers ook labels gebruiken, hierdoor stuit je via die labels op allerlei boeken die passen bij de boeken die je al bezit. Maar ik bleek er een beetje een rommeltje van gemaakt te hebben. Ik had boeken in verschillende deelcollecties tegelijk gestopt, wat digitaal prima werkt maar fysiek natuurlijk niet. Ik ben daarom eerst mijn LibraryThing gaan ordenen (elk boek streng in één deelcollectie) zodat ik dat vervolgens fysiek kon spiegelen. Waarbij het kwistige gebruik van labels vervolgens hielp om boeken die in meerdere collecties passen te groeperen. Ruim 12 jaar geleden schreef ik al over het invoeren van alle boeken die ik toen had in LibraryThing. Ik constateer dat de verzameling sindsdien meer dan verdubbeld is: destijds 1486 titels, nu 3648 titels. En ik vind nog steeds dat ik een best wel kleine bibliotheek heb...

Uiteindelijk leidde al dit georden tot de volgende deelcollecties in de Bibliotheca Scatebra, die ik nu ook apart in de kasten heb staan en waar ik voor elke deelcollectie een kaartje heb gemaakt zodat elk boek ook voor derden vanuit de digitale catalogus snel terugvindbaar is. Niet dat derden ooit zelfstandig in mijn boeken mogen graaien, maar het is de gedachte die telt.

  • Stichting de Roos. Hierin staan 232 titels, niet alleen de reguliere uitgaven van De Roos maar ook de extra uitgaven (nieuwjaarswensen, herdrukken en enkele verwante titels). De reguliere uitgaven gesorteerd op volgorde van uitgave uiteraard, niet op auteur. De overige uitgaven op jaar.
  • Proza Nederlandstalig. Dit is de grootste deelcollectie met 878 titels. Nederlandstalig verwijst naar de oorspronkelijk geschreven taal, hierin staan dus vooral Nederlandse en Vlaamse titels. Overigens ben ik hier niet zo heel consequent: bij de complete uitgaven van bepaalde schrijvers voeg ik ook secundaire literatuur toe of andere verwante uitgaven. Dus niet alles wat bij 'proza' staat is ook 'proza. Deze categorie is op auteur gesorteerd. Recent is hier aardig wat aan toegevoegd uit de nalatenschap van Adri Offenberg.
  • Boeken over boeken - non-fictie. Deze categorie is zo'n beetje de snelstgroeiende op het moment en bevat 373 titels. Naast boeken van Nederlandse auteurs zoals Gerrit Komrij, Boudewijn Büch, Ed Schilders en natuurlijk Rimmer van der Meulen staan hier veel internationale auteurs. Een aanzienlijk deel daarvan is weer afkomstig uit de voorjaarsveiling 2015 bij Bubb Kuyper. Ook in deze categorie blijkt hoe inconsequent ik in wezen ben, want van zowel Komrij als Büch staan ook de nodige boeken bij "Proza Nederlandstalig", de titels van deze schrijvers heb ik juist niet bij elkaar gehouden. En van Komrij staat ook al een titel bij "Stichting de Roos", hij is misschien wel de meest verdeelde schrijver in mijn bibliotheek. Maar wat verwacht je dan van een auteur die zich "de gelukkige schizo" noemt? De afweging om een auteur compleet te houden (en alles bij "Proza Nederlandstalig" te zetten, zoals bij Tommy Wieringa en Adriaan van Dis) maak ik op volstrekt willekeurige gronden. Hoewel uiteindelijk in lijn met Humphrey's aansporing gericht op personal convenience and graceful effect.
    Recent zijn enkele collega-bloggers ertoe overgegaan (delen uit) hun boeken over boeken-collectie te tonen (hier en hier). Ik zal het de lezer van dit blog echter besparen om de 373 titels integraal te tonen.
  • Boeken over boeken - fictie. Recent heb ik bij de boeken over boeken onderscheid gemaakt tussen non-fictie en fictie. Onder fictie staan op dit moment 31 titels en het zijn de werken waarin boeken of boekenliefde een centraal thema zijn. Denk aan De boekendief van Zusak, Bibliomanie van Flaubert of Fahrenheit 451 van Bradbury. Deze boeken staan gesorteerd op auteur. Ook hier moeilijke keuzes: de recente uitgave van het verhaal De bibliomaan van Charles Nodier door Stichting Desiderata staat bij "Boeken over boeken - non-fictie" omdat het grootste deel van het boek mooie beschouwingen bevat over bibliofilie, bibliomanie en de auteur van het verhaal en tevens boekenverzamelaar Nodier. En ook omdat ik het verhaal van Nodier zo levensecht vond, dat het wat mij betreft helemaal geen fictie hoeft te zijn.
  • Proza overige talen. een categorie kleiner dan de Nederlandstalige proza, hoewel hier de rest van de wereldliteratuur is onderbracht. 539 Titels staan hier. Ik heb nog overwogen onderscheid te maken naar land of continent of taalgebied, maar uiteindelijk werden de deelcollecties er te klein van, of het hielp mij niet in overzichtelijkheid. Dus staat hier alles gesorteerd op auteur naast elkaar: Dickens naast Diderot, James Salter naast Jean-Paul Sartre en Julian Barnes naast Giorgio Bassani. Ik hoor de boeken er niet over klagen, daarom laat ik het voorlopig maar zo.
  • CPNB. Een grote categorie met 541 titels, maar wel onderverdeeld in subcollecties (Boekenweekgeschenken, boekenweekessays, Nederland Leest-uitgaven en thematische uitgaven zoals Maand van het Spannende Boek en Maand van de Geschiedenis). Alle deelcollecties staan gesorteerd op jaar, niet op auteur. Ook bij CPNB vinden we schrijvers als Büch en Komrij terug, maar ook de boekenweekgeschenken van bijvoorbeeld Van Dis, Mulisch en Wieringa staan hier en niet bij "Proza Nederlandstalig". Hier wemelt het trouwens van de dubbele uitgaven: zo heb ik het boekenweekgeschenk van Griet op de Beeck in het Nederlands, het Fries en als luxe uitgave. Ook de Nederland Leest-uitgaven staan er in verschillende verschijningsvormen, zoals vier variaties van Mulisch' Twee vrouwen
  • Bibliofiel - proza
    . Bijzondere uitgaven in kleine oplagen vinden hier een aparte categorie (hoewel er ook verschillende bibliofiele uitgaven bij "Proza Nederlandstalig staan". Enfin, ik val in herhaling hierover). Ik heb nu 72 titels in deze categorie geplaatst. Vooral titels van auteurs waar ik verder niet al te veel werk van heb, dus die wat verweesd stonden in de beide grote algemene collecties met proza. Bibliofiel werk van auteurs waar ik al meer titels van heb, staan bij voorkeur geclusterd in een grotere deelverzameling.
  • Bibliofiel - poëzie. Verwant aan de vorige categorie telt deze categorie 49 titels. Waaronder een aantal clandestiene uitgaven.
  • Poëzie. Er is ook nog veel poëzie die niet in bibliofiele uitgaven is verschenen. Ik heb hier 58 titels, waaronder (ook hier weer) Komrij met zijn bloemlezingen. Van auteurs die ook wat poëzie hebben gepubliceerd maar hoofdzakelijk proza schrijven, staat de poëzie bij "Proza", al dan niet Nederlandstalig. Dit geldt bijvoorbeeld voor Marcel Möring en Tommy Wieringa.
  • Gedichtendag. Weer een categorie met poëzie, maar nu als aparte serie. Deze kleine categorie (ook letterlijk: het zijn veelal kleine dunne boekjes) telt 22 titels. Alleen in deze drie laatste categorieën staan al 129 titels poëzie, wat bij nader inzien helemaal geen gek aantal is.
  • Klassieken - oudheid t/m renaissance. Zo'n beetje al mijn titels die zijn verschenen vanaf de Griekse en Romeinse tijd tot aan Erasmus en Hugo de Groot staan hier. Overwegend publicaties in de serie Ambo Klassiek (zoals de recente aanwinsten van Petrarca), aangevuld met wat titels uitgegeven als Salamander Klassiek of door Athenaeum, Polak & Van Gennep. In totaal 40 titels en daarmee een aardige dwarsdoorsnede van de klassieke literatuur. Maar nog heel ver verwijderd van een complete serie Ambo Klassiek, check de ruim 100 titels in de door Danny Habets opgestelde bibliografie.
  • Proza - verhalenbundels. In een aparte categorie 42 titels, zowel van Nederlandstalige auteurs als in overige talen. 
  • Toneel & theater. Een categorie met 78 titels, voornamelijk tekstboekjes van de Haagse Comedie en het Nationale Toneel maar daarnaast tekstboekjes van andere theaterstukken en wat algemene boeken over (geschiedenis van) toneel en theater.
Naast deze thematische categorieën zijn er nog wat deelcollecties die net als "Stichting de Roos" en "CPNB" gekenmerkt worden doordat het series van een bepaalde uitgever zijn. Omdat ik de neiging heb series apart in de kast te zetten worden ze apart gecatalogiseerd. Ik onderscheid de volgende series in mijn catalogus:
  • Gouden Reeks. De bekende serie van Athenaeum, Polak & Van Gennep telt nu 15 titels maar gaat hopelijk snel uitgroeien naar compleetheid. Er is ruimte overgehouden in de kast. Vraag bij deze serie is of je de cassettes met de open kant naar voren zet (zodat je de mooie gouden omslagen ziet) of met de gesloten kant (zodat je de mooie illustratie op de cassettes ziet). Ik heb gekozen voor het laatste. Een mooie overzicht van deze serie (en de omslagen) is gemaakt door Danny Habets op zijn blog.
  • Literaire Juweeltjes. Deze serie bestaat nu uit 180 titels en groeit nog, vandaar dat er ruimte over is in mijn kast om de groei op te vangen.
  • Slibreeks. Deze serie is helaas gestopt. Het telt 151 titels en dit zal uitgroeien naar 153 als ik de laatste 2 titels heb gekocht.
  • Boekenmaand Bijenkorf. Ook deze serie is helaas gestopt. Tussen de 30 titels staan werken van (uiteraard) Komrij, Van Dis, Hermans en Mulisch.
  • Crawford Deuren: Wederom een serie die niet verder groeit en op 25 titels zal blijven staan.
  • Zetcentrale Meppel. Een mooie vangst op Marktplaats was de aankoop van vrijwel de hele serie. Toen was het ook meteen klaar met verzamelen helaas: 22 titels telt deze gestopte serie.
  • Maand van de filosofie: anders dan velen denken wordt deze niet uitgegeven door de CPNB, vandaar dat het een aparte categorie is. De serie groeit, dus het zal niet bij de 21 titels blijven die er nu zijn.
  • Vertellingen voor een nacht: een serie korte verhalen uitgegeven door Meulenhoff in de jaren '90. De serie is gestopt en ik heb nu 24 titels. Hierbij niet alleen de door Meulenhoff zelf uitgegeven titels, maar ook een aantal die door Nederlandse en Vlaamse tijdschriften als cadeau aan hun lezers werden gegeven.

En zo kijk ik vanaf mijn werkplek naar een keurig geordende bibliotheek. Toegankelijk, elk boek op een voor mij logische plek en eenvoudig terug te vinden. Ingericht op basis van "personal convenience"? Jazeker, en wat mij betreft ook met "graceful effect". Een indeling op maat waar de Bibliotheca Scatebra weer jaren mee voort kan.


07 mei, 2021

318 - 19e-eeuwse boekenliefde in 3 boeken

Bijna 14 jaar geleden kocht ik bij Bubb Kuyper het boek  Over de liefhebberij voor boeken van Rimmer van der Meulen uit 1896. Ik leerde over het bestaan van dat boek uit Boudewijn Büchs Bibliotheken. Ik werd aangestoken door de passie van Büch en besloot zijn suggesties over relevante boeken voor/van/over boekenverzamelaars ter harte te nemen. Ik bestudeerde de literatuurlijsten en voetnoten bij zijn boeken en ging op zoek naar de daar genoemde boeken: als Büch het een relevant boek vond, dan wás het een relevant boek.

Zo kocht ik het boek van Van der Meulen uiteindelijk in de najaarsveiling van 2007 als onderdeel van een groter kavel met boeken over boeken: lees hier het verslag van deze aankoop en mijn enthousiasme over de inhoud van het boek. Nu ik er weer eens doorheen blader kan ik alleen maar erkennen dat het enthousiasme van toen terecht was. Naast mooie beschouwingen over boekenverzamelaars in Europese landen geeft hij ook inzicht in wat verzamelwaardige boeken zijn en wat niet. Zo schrijft hij:

"Als een soort van luxe kan men het ook beschouwen, wanneer de verzamelaar waarde hecht aan het behoud van den papierrand. Daar zijn vooral de elsevier-verzamleaars op gesteld: zij meten de breedte van den rand en de hoogte van het exemplaar met speciaal daarvoor vervaardigde elsevier-maatstokjes en beschouwen een onafgesneden of zelfs geheel onopengesneden exemplaar als een buitengewoon sieraad hunner collectie". 

Het lijkt mij dat Van der Meulen wel raad had geweten met de elzevierometer van Stichting Desiderata. Zeker ook omdat Charles Nodiers werk De Bibliomaan prima aangehaald had kunnen worden in het hoofdstuk over bibliomanie in het boek van Van der Meulen (maar daar ten onrechte in ontbreekt!). 

Piet Buijnsters schrijft trouwens in zijn standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie (p. 13-15) over dit boek en zijn auteur en constateert dat in het algemeen Nederland bekend stond als een land zonder bibliofielen, mede daardoor verscheen het boek van Van der Meulen pas in 1896 waar vergelijkbare uitgaven in andere Westerse landen al veel eerder verschenen (moet ik het hier nog over Dibdin hebben?). In het boek van Van der Meulen wordt in elk geval niet één Nederlandse boekverzamelaar genoemd. Zoals Buijnsters zegt: "Maar de liefhebbers lijken andermaal non-existent". Alsof Baron van Westreenen toen niet al breed bekend stond, om maar wat te noemen. Ook Buijnsters vind dit beeld dus niet terecht en hij benoemt dat in de 20e eeuw verschillende overzichten verschenen van Nederlandse boekenverzamelaars in vroeger eeuwen. Maar zo beschouwd is het ontbreken van Nodier een vergelijkbare omissie: Van der Meulen schreef een prachtig boek, maar wist niet zo goed wie zijn doelgroep was, zeker niet in historisch perspectief.

Lange tijd bleef dit het enige boek van Van der Meulen in mijn bibliotheek en ik vond dat dit geen recht deed aan de bijdrage van deze man voor het boekenvak. Dus toen ik onlangs bij een inboedelveiling een kaveltje bibliografische boeken zag en daarin wat titels van Van der Meulen meende te herkennen, sloeg ik toe. En met succes: voor een luttele 10 euro (exclusief veilingkosten) waren deze boeken van mij. 

Rimmer van der Meulen

Maar wie was deze Rimmer van der Meulen ook alweer?  Ik herhaal hier een stukje van zijn levensbeschrijving uit mijn blog uit 2007:

Rimmer Reinders van der Meulen werd 28 december 1850 te Bolsward geboren als oudste zoon van Reinder Rimmers van der Meulen en Sibbeltje Rientses Dijkstra, zo lees ik in zijn levensbericht. Hij werd opgeleid tot werk in de boekhandel en heeft onder meer jarenlang de jaarlijkse catalogus van in Nederland uitgegeven boeken verzorgd (Brinkman's catalogus). Overigens trouwde hij met de dochter van Brinkman.  Over de liefhebberij voor boeken verscheen dus in 1896, "het plan daartoe", zegt de schrijver in zijn Voorbericht, was "reeds geruimen tijd geleden opgevat", maar "nam een vasteren vorm aan, toen de uitgever mij uitnoodigde tot een Nederlandsche bewerking van Otto Mühlbrecht's Die Bücherliebhaberei am Ende des 19. Jahrhunderts". De bedoeling van den schrijver was echter meer iets te geven in den trant van Henri Bouchot's Le Livre en Percy Fitzgerald's The book fancier; al erkent hij "gaarne de verplichting die ik aan Mühlbrecht's arbeid heb", in zijn geheel heeft het Hollandsche werk een van het Duitsche afwijkend karakter gekregen. Fitzgerald's boek is trouwens hier te downloaden. Van der Meulen publiceerde nog enkele boeken over het boekenvak en het drukkerswezen. Hij overleed in 1825. Zijn zoon schrijft: "Den 30sten September 1925 verzond hij zijn laatste proef van de September-aflevering der Nederlandsche Bibliographie; den 23sten October overleed hij aan een ziekte, waarvan de eerste verschijnselen zich in de eerste helft van het jaar hadden geopenbaard. Toen Van der Meulen op den stillen herfstmiddag van den 26sten October naar zijn laatste rustplaats werd geleid, werd aan zijn graf stil en in woorden getuigd van de dankbaarheid en waardeering voor den bibliograaf, den bibliothecaris en den schrijver over het boek, zij die het meest in hem verloren, betreurden den mensch." Van der Meulen werd 74 jaar.

In het kavel dat ik kocht zat onder meer een tweede exemplaar van Over de liefhebberij voor boeken, maar in slechte staat dus geen waardige vervanger van het exemplaar dat ik al had. Interessanter waren daarom de andere boeken. Allereerst was daar een bijzonder fraai exemplaar van het boek Boekhandel en Bibliographie uit 1905 (de derde herziene druk). een stevig exemplaar, met een smetteloze rug, prachtig bewerkt en met hele frisse letters. Ook het omslag is nog heel fraai, licht geschaafd maar eerlijk gezegd bijna als nieuw. De eerste druk van dit boek verscheen in 1883. Boekhandel en Bibliographie werd door boekhandelaren beschreven als "een handboek, welks degelijke bewerking van het grootste nut kan zijn tot het verkrijgen van een grondige kennis van ons vak". Van der Meulen schreef het omdat er destijds verschillende handboeken over boekhandel en bibliografie in het Duits, Frans en Engels bestonden maar niet in het Nederlands. In de woorden van Van der Meulen: "voor de aspirant-boekverkoopers nu, voor wie deze bronnen om verschillende reden niet of moeielijk toegankelijk zijn, bestaat er in onze taal geen handleiding, die hun ook maar voor een klein gedeelte dit gemis kan vergoeden." In ruim 700 rijk geïllustreerde pagina's doet Van der Meulen een moedige poging het gemis ongedaan te maken. Uiteindelijk leidde dit dus tot minstens drie drukken van dit boek, waarbij uit het voorwoord blijkt dat de tweede druk tot ongenoegen van de "aspirant-boekverkoopers" een wat afgeslankt exemplaar was. Deze derde druk is daarom weer zo compleet mogelijk gemaakt.

Boekhandel en Bibliographie

Het boek kent twee afdelingen, niet verrassend heten die Boekhandel en Bibliographie. In de eerste afdeling staan tal van praktische hoofdstukken die inzicht moeten geven in hoe je een boekhandel opzet. Zo zijn er bijvoorbeeld hoofdstukken over het boek zelf ("de letters en het zetten", "het corrigeeren van drukproeven" en "het stereotypeeren"), over de meest logische inrichting van het magazijn van de boekhandelaar maar ook over boekhouden, correspondentie met o.a. schrijvers en uitgevers en een onderdeel over relevante wetgeving voor de boekhandel. Al deze praktische hoofdstukken worden voorafgegaan door een "beknopt geschiedkundig overzicht van den boekhandel in het algemeen en van den Nederlandschen in het bijzonder". In zo'n 70 pagina's geeft Van der Meulen een stortvloed van jaartallen en namen weer. Aangezien dit boek toch als een soort van instructieboek is bedoeld, kreeg ik acuut medelijden met degenen die hierover een examen moesten afleggen: ik hoop voor hen dat de hoofdlijnen van de ontwikkeling genoeg waren en niet alle genoemde boekhandelaren in de Lage Landen van elkaar onderscheiden hoefden te worden..

De afdeling Bibliographie neemt de lezer verder bij de hand om de kennis over boeken zelf te vergroten. Allereerst gaat Van der Meulen in op de verschillende wetenschappen, zoals Wijsbegeerte, Natuurwetenschappen en "Wetenschappen met betrekking tot den mensch". Deze indeling kwam ook al terug in het hoofdstuk over de inrichting van het magazijn, waarin er bij de boekverkoper op wordt aangedrongen het magazijn systematisch per wetenschap in te richten. "Evenals een geleerde de werken over zijn wetenschap moet kennen en kunnen beoordeelen, zoo wordt terecht bij den bedreven boekhandelaar verondersteld, dat hij wete wat er over de verschillende wetenschappen is uitgekomen, vooral als hij zich op het debiet van nieuwe en evenzeer als hij zich op den handel in oude boeken toelegt. Hij kan aan dien eisch alleen dan voldoen, wanneer hij naast een uitgebreide bibliographische kennis een helder begrip der wetesnchappen zelve bezit, dat hem tot classificeeren en schiften in staat stelt." Dat de door Van der Meulen samengestelde Brinkman daarbij tot steun kan zijn ligt voor de hand, al wordt dat niet expliciet gezegd.

Het laatste deel gaat uitvoerig in op de verschillende aspecten van het boek die de boekverkoper in staat moeten stellen te beoordelen of een boek al dan niet de moeite waarde is. In dit deel staan prachtige afbeeldingen, soms in kleur, met voorbeelden van boekdrukkunst vanaf de middeleeuwen tot de grens van de 20e eeuw. Het onderdeel ""Practische of mercantiele boekenkennis" begint met deze nuancerende alinea:

Boeken bezitten eigenlijk geen werkelijke, onvergankelijke, het voorwerp bijblijvende waarde. Daardoor is het moeielijk den weg te vinden op het veld der practische , mercantiele boekenkennis. Het snuffelen in catalogussen van oude boeken en het nagaan der prijzen op verkoopingen moeten de basis vormen, terwijl ondervinding en nauwgezet achtgeven op den loop der letterkunde en ook de wisselende smaak en inzichten der boekenliefhebbers tot richtsnoer moeten strekken. (..) De handelswaarde hangt hoofdzakelijk af van de plaats, die het wetenschappelijk gehalte der boeken in verband met het oogenblikkelijk standpunt van de ontwikkeling der menschelijke kennis en der letterkunde inneemt, of van toevallige omstandigheden, zoals van tijdelijk gezochtheid ven van de richting, waarin de verzamelzucht der liefhebbers op dat oogenblik beweegt.

Een waarheid als een koe, en de paar honderd stukjes in dit blog laten meer dan genoeg van deze "toevallige omstandigheden" zien. 

Het boek in onze dagen

Het tweede boek ziet er eveneens prachtig uit. Hier is vooral de voorzijde van het omslag de blikvanger. Het prachtig bewerkte leer geeft het boek een luxe uitstraling. Ook op dit exemplaar heeft de tijd nauwelijks vat gehad: omslag en rug zijn keurig, nauwelijks gesleten en alleen aan de hoekjes is wat slijtage. Alleen al om die reden een genot om in de kast te hebben staan, maar het gaat natuurlijk om de inhoud.

Het boek in onze dagen verscheen in 1892 en was bestemd "voor de bezoekers van de Internationale Tentoonstelling voor Boekhandel en aanverwante vakken en eveneens voor hen, die dat voorrecht niet genoten, maar toch genoeg belang stellen in een tak van industrie, welke in de beschaafde maatschappij een voorname plaats inneemt". In tien hoofdstukken neemt Van der Meulen de lezer mee langs verschillende aspecten van het boekenvak. We herkennen hoofdstukken die ook al terugkwamen in Boekhandel en Bibliographie: "de letter en het zetten", "de pers en het drukken" en "het formaat en de lettersoorten". Is Het boek in onze dagen dan niet meer dan een heruitgave van een deel van Boekhandel en Bibliographie? Nou, dat is het inderdaad. Vergelijking van de teksten in de twee boeken laat zien dat ze voor 99% identiek zijn. In een enkel geval is in Het boek in onze dagen een voetnoot toegevoegd ten opzichte van Boekhandel en Bibliographie en ook zijn er meer illustraties toegevoegd. Verder is de volgorde van de hoofdstukken wat gewijzigd. 

Toch heeft dit het boek niet minder aantrekkelijk gemaakt, mogelijk omdat het op een ander publiek was gericht dan Boekhandel en Bibliographie. In het "voorbericht" van Over de liefhebberij voor boeken schrijft Van der Meulen namelijk: "De gunstige ontvangst in 1892 aan "Het boek in onze dagen" ten deel gevallen, deed uitgever en schrijver de meening koesteren, dat zij voor een tweede proeve op hetzelfde gebied, doch in andere richting, ook wel op eenige belangstelling zouden mogen rekenen". Op de titelpagina van dit boek staat dan ook onder de auteursnaam "schrijver van Het boek in onze dagen", wat kennelijk al voldoende aanprijzing was om de lezer te overtuigen.



 


Een verschil tussen de twee boeken is verder dat Het boek in onze dagen zoals gebruikelijk bij boeken uit die tijd een aanhangsel heeft bestaande uit een grote hoeveelheid advertenties van allerlei relevante bedrijven: machinebouwers, drukpersleveranciers, papierhandelaren en overzichtslijsten van verschillende uitgeverijen. In totaal een advertentiebijlage van zo'n 90 pagina's achter een boek dat zelf net 180 pagina's tekst heeft: zomaar 50% extra volume. Boekhandel en Bibliographie heeft zo'n bijlage niet - waarschijnlijk omdat dit echt een soort van lesboek is. Over de liefhebberij voor boeken heeft echter wel weer een dergelijk aanhangsel, zo'n 80 pagina's lang.


Hoewel "advertentiebijlage" op zich aangeeft wat het is, doet dit het aanhangsel eigenlijk tekort. Voor de lezer van nu is het een fascinerend kijkje in het fin-de-siècle en de manier waarop producten toen werden aangeprijsd. Wat opvalt is dat Duits- en Franstalige advertenties gemeengoed zijn. Ook zijn er veel advertenties van bedrijven uit Leipzig, destijds kennelijk een belangrijk centrum van boekproductie. Al met al is het een bonte mengeling van artikelen voor het grote publiek ("Mooie boeken te schrijven is moeielijk / mooi te schrijven met een Perry-pen is gemakkelijk"), producten voor de boekproductie en diverse afbeeldingen ("De nieuwe beurs te Brussel"). Daarmee is de advertentiebijlage voor de lezer van vandaag bijna net zo interessant als de boeken zelf. Het geeft een inkijkje in een wereld die al lang verdwenen is. En dat terwijl de inhoud van de boeken van Van der Meulen in de kern nog behoorlijk actueel is: de boeken laten zien dat de liefhebberij voor boeken en boekhandel van alle tijden is en dat de focus en de mogelijkheden wellicht wijzigen, maar de passie die ermee gepaard gaat niet.

16 april, 2021

317 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (reprise)

Nadat ik al eerder vijf afleveringen in dit blog had volgeschreven over de boeken die ik verkreeg uit de nalatenschap van boekwetenschapper, bibliofiel en oud-conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana Adri Offenberg, werd ik verrast met opnieuw een stapel boeken uit zijn bibliotheek. Ditmaal exemplaren uit de kasten met 'reguliere' boeken: algemene literaire boeken van gangbare auteurs, dus niet per se 'collectibles' of zeldzame uitgaven.

Maar dat wil niet zeggen dat de boeken niet interessant waren. En er zaten (wederom) een paar mooie vondsten bij. Allereerst was deze nieuwe stapel interessant omdat het nog een keer liet zien wat het aandachtsgebied van Adri Offenberg was. In het verlengde van zijn werk bij de Bibliotheca Rosenthaliana is zichtbaar dat Judaïca en Hebraïca prominent aanwezig waren bij hem thuis. Bijvoorbeeld in de keuze van de auteurs in de collectie: Siegfried van Praag was goed vertegenwoordigd, evenals Jacob Israël de Haan, Abel Herzberg en Carry van Bruggen

Het waren ook deze auteurs van wie op verschillende plekken correspondentie of een persoonlijke boodschap tevoorschijn kwam: een bedankkaartje van Siegfried van Praag en een bedankkaartje van Ruth Wolf (auteur van o.a. een biografie over Carry van Bruggen) zijn daar voorbeelden van. 

Aandacht voor Joodse en auteurs en literatuur was echter zeker niet het enige: zo was er ruim aandacht voor Louis Paul Boon, inclusief secundaire literatuur en vertalingen, Gerrit Krol, J.J. Slauerhoff en Gerrit Achterberg, om maar een paar voorbeelden te noemen. Er waren ook boeken van F.C. Terborgh, evenals flinke stapels Remco Campert, A.Alberts, Bernlef en J.H. Donner. Duidelijk was ook dat het zwaartepunt van deze reguliere collectie in de jaren '70 tot '90 van de vorige eeuw lag, er waren weinig boeken bij van latere datum.

W.F. Hermans - Focquenbroch
Wat waren dan zoal de mooie vondsten die ik deed? Erg leuk om te vinden was een exemplaar van Focqenbroch - bloemlezing uit zijn lyriek met een inleiding van W.F. Hermans. Deze uitgave uit 1946 heeft er aan bijgedragen dat in de 20e eeuw een herwaardering plaatsvond van het werk van deze dichter uit de Gouden Eeuw, nadat hij in de eeuwen daarvoor langzaam in de vergetelheid raakte. In de bloemlezingen van Komrij is Van Focquenbroch bijvoorbeeld goed vertegenwoordigd. Dat hij eerder uit beeld raakte kwam omdat er weinig steun was voor zijn levensopvattingen: zijn platte en burleske kant kon de wat preutsere 17e en 18e eeuwers niet bekoren. Maar in de 20e eeuw kwam het weer goed met Van Focquenbroch, ook al wordt de inleiding van Hermans inmiddels als feitelijk niet heel betrouwbaar ingeschat. Desondanks staan er mooie observaties in over Van Focuqenbroch en zijn tijdgenoten, en uiteraard over Nederland vanuit het perspectief van Hermans. Zo schrijft hij deze mooie zin: "In de Gouden Eeuw scheen zelfs de zon warmer dan nu over ons droefgeestige vaderland", waarmee de Hermansiaanse toon wel weer is gezet.

Hella Haasse - Stroomversnelling
Zoals elke bibliofiel ben ik niet alleen op zoek naar uitbreiding van mijn bibliotheek, maar ook naar kwaliteitsverbetering. Ik was dan ook erg blij dat ik een aantal titels van Hella Haasse in eerste druk vond, zodat ik een aantal latere drukken die ik al had kon vervangen door eerste drukken. En daarnaast heb ik wat toevoegingen kunnen doen in het rijtje Haasse. Haar Klein reismozaïek. Italiaanse impressies (uit 1952) over haar verblijf in Rome had ik nog niet. Maar bijzonder was ook de vondst van het dichtbundeltje Stroomversnelling uit 1945. Dit bundeltje kan worden beschouwd als het debuut van Hella Haasse (hoewel inmiddels diverse publicaties van voor die tijd bekend zijn, waaronder verschillende gedichten in tijdschriften), en het is overigens haar enige gepubliceerde dichtbundel gebleven. Uiteindelijk is zij natuurlijk vooral bekend geworden als romancier, nadat ze met het boekenweekgeschenk Oeroeg in 1948 naam maakte. In dit dichtbundeltje zat nog een krantenknipsel over Hella Haasse ingevoegd en dat is iets wat ik in veel meer boeken vond. Kennelijk was Adri Offenberg een ijverig uitknipper van krantenartikelen, die vervolgens in de boeken van de betreffende auteurs werden geschoven. Zo zat in Stroomversnelling een artikeltje uit NRC Handelsblad van 12 maart 1984 waarin wordt teruggeblikt op het (mij tot dan toe nog onbekende) verleden van Haasse als actrice bij het Centraal Toneel van Cees Laseur en Mary Dresselhuys en later bij het gezelschap van Wim Sonneveld. Ook haar acteercarrière duurde maar kort, net als haar poëziecarrière.

Op deze website wordt wat dieper ingegaan op het dichtwerk van Haasse en worden ook beschouwingen over de kwaliteit van het bundeltje Stroomversnelling aangehaald. Zowel over de bundel als over Haasse als dichter is het beeld niet onverdeeld positief. Zo schreef Jan Elburg in 1946 in Het Woord "Ik geloof, ondanks het feit dat ik van Hella Haasse slechts schaarse publicaties onder ogen kreeg, de bundel Stroomversnelling te mogen beschouwen als een volkomen aanvaardbare inzinking van een zoekend talent."

Hans Lodeizen - Londenvaarder
En zo waren er weer heel wat mooie toevoegingen aan mijn bibliotheek. Zoals de uitgave Londenvaarder, van de jonggestorven Hans Lodeizen. Een nieuwjaarsgeschenk van  uitgeverij Kwadraat uit 1984. Het gefingeerde reisverslag Londenvaarder verscheen eerder in 1946 in de Londense editie van Vrij Nederland. Het verscheen in 1984 voor het eerst in boekvorm, en staat nu in mijn kast. Of de uitgave De zeven hoofdzonden van Joost Roelofsz, met daarin verhalen van onder meer Remco Campert, Kees van Kooten, Leo Vroman en de onder het pseudoniem "Pater Frater B.I.M. boefjes O.F.M." schrijvende W.F. Hermans. Tegelijkertijd blijven er ook wat vragen over: waarom vond ik twee exemplaren van Het boek ik van Bert Schierbeek, zowel de eerste druk als de 5e druk? De omslag van de eerste druk werd getekend door Lucebert, en Lucebert was ook verder aardig vertegenwoordigd in de bibliotheek van Adri Offenberg. Dus die begrijp ik. Maar een 5e druk in een redelijk saaie pocketeditie erbij? Misschien een leesexemplaar? We zullen het nooit weten.

Kortom, er was weer veel te genieten en te verwonderen bij het uitpakken van de doosjes. Een paar goedbestede dagen wat mij betreft! Inclusief het nodige herordenen van de boekenplanken, want er moest hier en daar wel ruimte gemaakt worden. Het één leidde vervolgens tot het ander, en zo ontstond er een geheel nieuwe indeling van de Bibliotheca Scatebra. Maar daarover in een volgend bericht meer.