28 september, 2026

368 - Van Trio aan zijn zakenvrienden

Eerder schreef ik op dit blog al verschillende keren over mijn fascinatie voor efemeer drukwerk: uitgaven voor tijdelijk gebruik die niet meteen de intentie hebben om lang bewaard te blijven maar desondanks vaak verrassend fraai verzorgd zijn. Het zijn uitgaven die zich bewegen op het snijvlak van boekgeschiedenis, typografie en verzamelen. De link hierboven verwijst naar mijn stukje over mijn collectie nieuwjaarsuitgaven van Stichting de Roos. Wat voor mij ook een mooi voorbeeld is zijn de uitgaven van papierfabrikant Corvey, waarover ik door de jaren heen uitgebreid heb geschreven en waarvan ik nog steeds de laatste paar exemplaren probeer te vinden. Deze uitgaven verschenen onder de titel Het model voor de uitgever met als geestelijk vader Johan van Eikeren. 

Wat mij bij het verzamelen ook bezighoudt, is het reconstrueren van de reeks. Welke uitgaven zijn er precies verschenen? In welke volgorde? En hoe compleet is een bibliografie eigenlijk? Er is altijd de kans dat je verrassingen vindt, die ook tot een reeks behoren maar die nog niet eerder bekend waren. Of uitgaven die niet per se tot de reeks behoren, maar er zodanig mee verwant zijn dat je ze toch toevoegt. Zie bijvoorbeeld mijn stukje over de serie Literaire Juweeltjes waar ik verschillende 'randuitgaven' beschrijf.

Wie wel eens geprobeerd heeft een verzameling compleet te krijgen, weet dat het antwoord op de vraag hoe compleet de bibliografie is, meestal luidt: minder compleet dan je denkt. En vervolgens is er altijd discussie over mogelijk: wel toevoegen aan de collectie of toch maar niet. En waar ligt de grens?

Naast de Corvey-uitgaven is er inmiddels nog een andere reeks met efemere uitgaven die mij al langer bezighoudt: de uitgaven van Drukkerij Trio, verschenen onder de reeksnaam Van Trio voor zijn zakenvrienden. Het zijn boekjes die in veel opzichten doen denken aan de Corvey-uitgaven. Ze werden niet commercieel verspreid maar als relatiegeschenk uitgegeven en zijn daardoor relatief onzichtbaar gebleven voor het grote publiek. Desondanks werden ze binnen die kring van die relaties - en al snel daarbuiten - een gewild verzamelobject. De Trio-uitgaven duiken tegenwoordig nog op in antiquariaten, op veilingen of in catalogi, maar niet altijd met voldoende context om direct duidelijk te maken of en waar zij precies in de reeks thuishoren. Gelukkig hebben de meeste een datum gekregen zodat enige ordening nog wel kan plaatsvinden. In 2018 scheef Perkamentus al een mooie blog met een historie van de drukkerij en een aantal van de uitgaven.

Waarom zijn deze uitgaven van Drukkerij Trio nu zo interessant? Dat het een Haags bedrijf is, is wat mij betreft al een grote plus. Maar over deze drukkerij valt genoeg te vertellen. De drukkerij ontwikkelde zich in de twintigste eeuw tot een belangrijke speler binnen de Nederlandse grafische wereld. Bekende namen als A.A.M. Stols, S.H. de Roos, Jan van Krimpen en later Huib van Krimpen duiken voortdurend op zodra men de geschiedenis van de drukkunst in Nederland begint uit te pluizen. Trio was niet alleen een drukkerij, maar ook een plek waar ideeën over typografie, boekverzorging en grafische vormgeving samenkwamen.

© afbeelding Perkamentus

Dat blijkt ook uit de relatiegeschenken zelf. Naast de meer omvattende reeks Van Trio voor zijn zakenvrienden bestonden daarbinnen verschillende subreeksen zoals De Typografische Kruidtuin (10 delen), Monumenten der Boekdrukkunst (6 delen) en Curiosa Typografica (5 delen). Alleen al aan de titels is te zien dat het om voor de boekenwereld relevante onderwerpen ging en wie de lijst met auteurs bekijkt van deze werkjes ziet ook dat bekende namen hierbij betrokken werden. Wie zich interesseert voor boekgeschiedenis kan dus eindeloos in deze reeks grasduinen. Dat blijkt ook wel uit het feit dat in de vaktijdschriften Graficus en Drukkersweekblad bijna elke nieuwe verschijning van een Trio-uitgave vermeldden en ook steeds positief beoordeelden, zowel als het ging om de inhoud als om de vormgeving.

Interessant bij deze uitgaven is de rol van Huib van Krimpen. Volgens Wikipedia trad hij tijdens de oorlogsjaren in dienst van Uitgeverij Contact, maar moest hij na de invoering van de Kultuurkamer vertrekken. Vervolgens kwam hij terecht bij Drukkerij Trio als assistent van A.A.M. Stols, die daar adjunct-directeur was. Stols kende de familie Van Krimpen al jarenlang en nam de jonge Huib onder zijn hoede. Wanneer Stols afwezig was, nam Van Krimpen diens werkzaamheden waar en deed zo veel praktische ervaring op in de wereld van de typografie.

Of Van Krimpen zich actief met de reeks Van Trio voor zijn zakenvrienden heeft beziggehouden weet ik niet. Wel heeft hij ten minste twee titels binnen de reeks op zijn naam staan:

  • Hoogtepunten in de typografie (1948), verschenen als deel 4 van De Typografische Kruidtuin.
  • Blokboeken, een tussenspel in houtsneden: uit de voorgeschiedenis van stereotypie en galvanoplastiek (1951), verschenen als deel 2 van Monumenten der Boekdrukkunst.

Vandaar mijn interesse in de reeks uitgaven Van Trio voor zijn zakenvrienden en mijn pogingen om de reeks compleet te krijgen. Net als bij Corvey bleek echter al snel dat het verzamelen niet eens het grootste probleem was. Het grotere probleem was het opstellen van een betrouwbare bibliografie.

Bij Corvey kostte het mij geruime tijd om goed zicht te krijgen op alle verschenen uitgaven. Gelukkig werd ik daarbij geholpen door onder meer diezelfde Huib van Krimpen die in 1983 een bibliografie opstelde, mede op basis van een bibliografie die door Johan van Eikeren als onderdeel van de reeks is gemaakt. Dat helpt enorm, ook al weer je nog steeds niet helemaal zeker of die bibliografie klopt. Bij Trio bleek de situatie wel wat lastiger. Voor zover ik heb kunnen nagaan bestaat er geen complete bibliografie van de reeks Van Trio voor zijn zakenvrienden. Lange tijd hield ik mij daarom vast aan de bestaande lijst op Wikipedia. Die leek redelijk volledig en was in elk geval het beste overzicht dat ik kon vinden. Geruime tijd gebruikte ik die lijst als basis voor mijn zoektochten en als checklist om te zien welke deeltjes ik nog zocht.

Totdat ik onlangs op Boekwinkeltjes.nl een titel tegenkwam die niet op die Wikipedia-lijst stond.

Het ging om Hoofdzaken uit de leidraad bij de nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal uit 1954. Nergens zag ik een verwijzing naar Trio. Er stond geen vermelding in Wikipedia en ook elders vond ik geen directe aanwijzingen. Toch had het boekje op zich de kenmerken van een Trio-uitgave. Uiteindelijk heb ik het erop gewaagd en het gekocht.

Toen ik het boekje in handen had bleek mijn vermoeden juist. Het was inderdaad een uitgave Van Trio voor zijn zakenvrienden.

Dat was natuurlijk een leuke vondst, maar tegelijkertijd ook een beetje frustrerend. Want als deze uitgave ontbrak in de bekende overzichten, hoeveel andere uitgaven ontbraken er dan nog meer?

Ik besloot daarom terug naar de bronnen te gaan. Eerst de makkelijkste: een uitgebreide zoektocht langs WorldCat, universitaire bibliotheken, de KB, Museum Meermanno en allerlei andere online catalogi. Vrij snel bleek dat Hoofdzaken uit de leidraad bij de nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal op verschillende plaatsen wel degelijk beschreven stond. Ik had dus veel eerder kunnen ontdekken dat het een Trio-uitgave was geweest. Achteraf bezien had ik die zoekslag jaren geleden al moeten maken.

Het goede nieuws was dat de zoektocht nog wat meer resultaten opleverde. Verschillende uitgaven die niet op Wikipedia stonden, bleken wel degelijk te bestaan. Zoals ik vaker doe wanneer ik nieuwe delen in een reeks identificeer, heb ik de bibliografie op Wikipedia aangevuld. Zo hebben andere verzamelaars er ook nog lol van. 

Screenshot uit nieuwsbrief 868 van
Fokas Holthuis, september 2019
Nadat ik deze eerste slag had geslagen, ben ik Delpher gedoken om oude afleveren van Graficus en Drukkersweekblad door te vlooien naar vermeldingen van uitgaven uit de reeks. Het bleek al snel dat de reeks Van Trio voor zijn zakenvrienden niet alleen uit boekjes in allerlei vormen bestond, maar ook uit ander bijzonder drukwerk: ik vond vermeldingen van ten minste twee afzonderlijke bijzondere boekenleggers, verschillende vouwbladen met houtsneden en een korte tekst en een vloeiblad met tekst. En een keer een vermelding van een los boekomslag, dat de ontvangers konden gebruiken om hun boeken te beschermen die zij meenamen op vakantie. De lijst op Wikipedia werd langer en langer. Deze vermeldingen maken de zoektocht nu nog veel moeilijker: het is al lastig genoeg sommige gedrukte boekjes te vinden, maar daarvan kan ik mij nog voorstellen dat die bewaard bleven door liefhebbers. Maar de kans dat een losse boekenlegger of een vloeiblad of het losse boekomslag de afgelopen 70 jaar heeft overleefd is niet zo heel groot. Wat het trouwens niet makkelijker maakte was dat veel vermeldingen in de vakbladen ongeveer zo gingen: "We ontvingen van drukkerij Trio een fraai drukwerkje, een tekst met houtsnedes. Het is weer een geslaagd voorbeeld van drukwerk voor de zakenvrienden." Maar wat het dan precies was, van wie de tekst was en of het een boekje was of iets anders wordt niet altijd gezegd. Ook was er meestal geen afbeelding van. Verder waren er nog verschillende afleveringen van de nieuwsbrief van antiquariaat Fokas Holthuis waarin aan uitgaven van drukkerij Trio aandacht wordt besteed. Elke keer als ik deze nieuwsbrieven bekijk voel ik een steek van jaloezie, want ze stammen uit de tijd dat ik nog niet systematisch Trio-uitgaven verzamelde en het zijn veelal uitgaven die ik niet heb en die nu volkomen onvindbaar zijn. Ergens is een andere verzamelaar die zijn slag heeft geslagen bij Fokas en die ik zeer benijd.

Ik durf desondanks inmiddels voorzichtig te zeggen dat de Wikipedia-lijst nu een stuk completer is dan voorheen en waarschijnlijk een redelijk betrouwbaar overzicht geeft van wat er verschenen is. Tegelijkertijd kan ik nu geen andere bronnen bedenken dan de vakbladen en antiquariaatscatologi om zicht te krijgen op Trio-uitgaven dan die ik gebruikt heb. Maar ik weet ook dat niet alle Trio-uitgaven in de vakbladen besproken zijn. Een mooi voorbeeld is een uitgave uit 1957, een reproductie van een door Paul Citroen getekend meisjeshoofd, op A3-formaat. Hierop staat in kleine letters vermeld dat het Van Trio voor zijn zakenvrienden is. Het werd ooit aangeboden op Marktplaats door iemand die dacht een origineel kunstwerk te bezitten maar een reproductie bleek te hebben. Ik mocht het gratis meenemen. Dit werk stond wel op Wikipedia, maar wordt verder niet vermeld in de beide vakbladen. Dat laat al zien dat men selectief was met het bespreken van dit soort drukwerkjes. 

Voorlopig ben ik in elk geval tevreden dat er nu meer zicht is op de omvang van de reeks. Het was belangrijk om een betrouwbare bibliografie te krijgen. Dat was bij de Corvey-uitgaven ook al zo. Verzamelen is niet alleen titels bijeenbrengen; het is ook proberen te begrijpen wat er eigenlijk verzameld moet worden.

Ondertussen blijft de jacht gewoon doorgaan. Zowel bij Corvey als bij Trio zijn er nog de nodige lacunes te vullen. Ook Corvey heeft verschillende uitgaven voorzien van inlegvellen, bladwijzers of andere aanvullingen die in de loop van de tijd verdwenen zijn. Ik blijf hopen op titels uit de reeks die ook de bijgevoegde nog efemeerdere druksels bevatten. En ik droom ervan dat op een dag een nieuwbrief van Fokas in mijn mailbox aankomt, vol met mooie Trio-uitgaven waar ik vervolgens eerder dan andere verzamelaars beslag op kan leggen.

31 augustus, 2026

367 - Een leven lang verzamelen in 11 kavels

In mijn vorige post scheef ik al over de de kavels die ik had aangeboden bij Bubb Kuyper, afkomstig van de collectie van een overleden verzamelaar. Boekenveilingen leven voor een belangrijk deel van collecties van overleden verzamelaars, die dan in één klap op de markt komen. In een aantal gevallen hebben die verzamelaars hun hele leven besteed om bijvoorbeeld van een schrijver alles compleet te krijgen, of een bepaalde reeks compleet in de kast te hebben. Waar zo'n verzamelaar dan een leven lang energie in stopt om op allerlei plekken de gewilde titels vandaan te halen, staat dan plotsklaps een integrale collectie in de catalogus van een veilinghuis.

Ik realiseerde mij dit toen ik zoals altijd de catalogus van Bubb Kuyper grondig doorlas. Ik zag daar een aantal kavels met uitgaven van Nescio, die met elkaar een tamelijk complete collectie vormden. Uiteraard exemplaren van de eerste druk van Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes uit 1918, maar daarnaast het latere gepubliceerde werk, diverse bibliofiele uitgaven, vertalingen, secundair werk. In totaal 11 kavels Nescio en als je die bij elkaar zag, was het niet alleen een vrij integrale Nescio-collectie met de schijn van compleetheid, maar ook een collectie die in veel opzichten leek op de mijne.


Het eerste wat ik deed was kijken wat er in deze collectie wel zat, wat ik nog niet in de mijne had. Ik ben om die reden zelfs speciaal naar de kijkdag geweest omdat de kavelbeschrijvingen niet volledig zijn en de foto's niet alles zeggen. Ik kwam tot de conclusie dat ik de meeste uitgaven al had, met drie belangrijke uitzonderingen:

  1. Het kavel 1019 met vertalingen van Nescio's werk. Er was één kavel waarin 14 vertalingen waren samengebracht. Ik bezat zelf al vertalingen in het Frans, Engels en Indonesisch maar hier zag ik nog veel meer vertalingen. Dit was voor mij dus een belangrijk kavel om te proberen te krijgen.
  2. Ik zag kavel 1229 waarin verschillende bibliofiele uitgaven van Nescio waren samengebracht. Twee ervan stonden al langer op mijn verlanglijstje: de uitgave van Titaantjes door Hans Bayens uit 1974 (Hans Bayens is degene die het beeld van de Titaantjes in 1971 maakte dat in het Amsterdamse Oosterpark staat) en de penning van Nescio die Da van Daalen in 2007 maakte voor de Vereniging voor Penningskunst. Het was een buitenkansje dat die samen in één kavel zaten dus daar wilde ik mijn pijlen ook op richten.
  3. De luxe uitgave van De uitvreter met illustraties van Joost Swarte in kavel 1279, die in 1997 in een oplage van 20 is gemaakt door Handboekbinderij Pau. Dit is in die zin een bijzonder boek omdat ik hier 17 jaar geleden ook al een gooi naar had gedaan. Ik schreef er in juni 2009 een blogje over, hoe ik achter het net had gevist bij deze en andere Nescio-items (waaronder toen ook al de Bayens die ik hierboven noemde). De uiteindelijke koper stuurde mij destijds nog een mailtje toen hij mijn blog had gelezen, dat hij het erg sneu vond voor mij maar zelf erg blij was met de aankoop van dit exemplaar. Ik heb geen idee of dit hetzelfde exemplaar was als dat uit 2009, maar ik was wel vastbesloten om deze uitgave hoe dan ook te kopen. Koste wat het kost.
Ik besefte echter wel dat als er nu iemand zou zijn, die had bedacht dat hij of zij een Nescio-collectie zou willen starten diegene dan met het inzetten op deze 11 kavels per direct een afgeronde collectie zou hebben. In de afgelopen decennia heb ik via dit blog regelmatig juichberichten de wereld ingeslingerd als ik weer eens ergens een Nescio-uitgave had gevonden. Ik heb verteld over de moeizame jacht, de mislukkingen en het geduld wat nodig was. 


Maar ik realiseerde mij ook dat ik de afgelopen 30 jaar ook helemaal niets had hoeven doen en gewoon rustig kunnen wachten op deze veiling om dan in één keer de gewenste collectie op de plank te hebben. Dat zou trouwens ook nog aanzienlijk voordeliger zijn geweest, als ik kijk naar wat de verschillende kavels uiteindelijk hebben opgebracht.

Dat is natuurlijk niet helemaal een eerlijke vergelijking. De vraag die eronder ligt, is wat verzamelen uiteindelijk is. Gaat het om het eindresultaat - de complete collectie - of gaat het om de activiteit van het verzamelen, het zoeken, het jagen, het bezig zijn met ontdekken wat er überhaupt allemaal in de collectie thuishoort en daar steeds meer zicht op krijgen. Het gaat om allebei en ze kunnen dan ook niet zonder elkaar bestaan. Het simpelweg kopen van en complete collectie en dan met één simpele beweging een afgeronde verzameling hebben lijkt mij het saaiste wat er is. Juist het feit dat elk boek een verhaal heeft, over waar het vandaan komt, hoe je het vond, bij wie je het kocht maakt het zo speciaal. Aan de andere kant, een leven lang bezig zijn met verzamelen maar uiteindelijk geen volledige verzameling hebben of op zijn minst een samenhangende collectie lijkt mij afschuwelijk: je doet het ook voor het resultaat. 

En tegen die achtergrond koos ik ervoor om deze veiling te gebruiken om een paar lacunes in mijn collectie te vullen in de wetenschap dat ik alle andere Nescio-uitgaven op mijn plank met veel geduld en na lange jaren van zoeken heb verkregen. Ik heb daarnaast natuurlijk ook nog wat nauwkeuriger gekeken met de vraag of mijn collectie uiteindelijk completer was, of completer geworden is, dan de collectie die hier werd aangeboden. En het antwoord daarop is ja en dat stemde mij dan wel weer tevreden. Ik zag in in mijn eigen collectie verschillende titels die ik niet terugzag in deze verzameling. Deels waren dat recente uitgaven, die misschien zijn verschenen nadat deze collectie bij Bubb was aangeboden: de Matchboox-uitgave van Bob Polak over Nescio en het essay van Paul van Tongeren over Nescio dat bij Uitgeverij Fragment verscheen, beide uit 2025. Maar ik miste bijvoorbeeld ook de twee planodrukken van Het dal der plichten, verschenen bij respectievelijk J. Kretzschmar (1983) en Kunst & Vliegwerk (1990), een lezing van Lieneke Frerichts over Nescio en een uitgave van de briefwisseling tussen Nescio en Chr.J. van Geel (niet de bekende Dan kom ik aan als het schikt maar een alternatieve uitgave). De gesigneerde prent door Joost Swarte van Titaantjes die ik in 2023 kocht. Plus nog wat andere varianten van uitgaven die wel had verwacht, maar niet zag. Ook deze verzamelaar was dus nog niet klaar. Tegelijkertijd was hij of zij op bepaalde punten wel verder dan ik, maar die achterstand ging ik snel inhalen, zo had ik mij voorgenomen. En dat lukte.

Zoals ik hierboven al schreef, vielen de opbrengsten  van de 11 kavels mij toch wel een beetje tegen. Ik kon de 14 vertalingen kopen voor 130 euro (inzet was 70-90 euro). Voor het kavel met de uitgave van Hans Bayens en de penning van Da van Daalen moest ik tot 275 euro bieden voor het van mij was (inzet 80-100). Niet al te lang geleden werd de Bayens op Catawiki verkocht voor naar ik meen 90 euro en de penning wordt gemiddeld voor zo'n 80-100 los geveild. Ik rekende erop dat de verkoop van de overige titels in het kavel er toe zou leiden dat het toch een voordelige aankoop werd. En dat was ook zo, want de restanten verkocht ik voor 120 euro via Catawiki, zodat al met al het een aanschaf naar waarde werd. In de eerdergenoemde veiling in 2009 bij het niet meer bestaande AABP Auctions (opgezet door voormalig Aioloz eigenaar Piet van Winden) leverde een exemplaar van deze Bayens trouwens nog 150 euro op. De waarde is in de afgelopen jaren dus wel gedaald.


De vraag was natuurlijk of het mij zou lukken om het luxe exemplaar van De uitvreter te kopen. De inzet hiervoor was 100-150 euro. In 2009 werd het exemplaar bij Bubb Kuyper verkocht voor 190 euro, terwijl het was ingezet voor 50-70 euro. Dus wat moest ik bieden? 200 euro? 300? 400? Ik wist het niet. Ik heb verschillende keren een automatisch bod doorgegeven aan Bubb Kuyper dat steeds hoger werd omdat ik de gedachte aan het mislopen niet kon verdragen. Daarnaast volgde ik de veiling live via Invaluable om desnoods ter plekke alsnog te kunnen overbieden, want ik zou het niet kunnen verdragen om dit boek wéér mis te lopen. Maar ik hoefde mij geen zorgen te maken: het boek bracht opnieuw 190 euro op, die ik met veel plezier heb betaald.

Ik vroeg mij wel af wat de verwachte opbrengst geweest zou zijn, als de waarde van het boek de inflatie had gevolgd. De inflatie-calculator van het CBS vertelt mij dat 190 euro in 2009 overeenkomst met 282,83 vandaag, een stijging van bijna 50%. Dat zou dus ook gelden voor de Bayens-uitgave, als die destijds bij AABP 150 euro opbracht, zou dat vandaag 223,29 moeten zijn. Voor dat geld kreeg ik er nu in elk geval een heleboel titels bij.

Het elfde Nescio-kavel in de catalogus van Bubb Kuyper was de prachtige door Ronald Tolman gemaakte titel Op een zomermorgen uit 1990, gemaakt in samenwerking met Galerie de Verbeelding uit Nijmegen en Phoenix & Co in Amsterdam. Ik kocht mijn exemplaar in 2021 bij Bubb Kuyper en het werd toen afgeslagen voor 230 euro. Dit keer leverde het 350 euro op. Volgens het CBS zou de opbrengst gecorrigeerd voor inflatie nu 280 euro moeten zijn en dat betekent dat dit werk behoorlijk gewild blijft en in waarde stijgt. 

Maar zoals gezegd, voor de rest hield het niet over. Een kavel met een mooie tweede druk van Nescio's werk, aangevuld met twee versies van Mene Tekel en andere titels ging weg voor 80. Een kavel met het Verzameld werk in de box aangevuld met de recente biografie van Lieneke Frerichs en werk van Maurits Verhoeff leverde 60 euro op. In totaal gingen de 11 kavels voor 2445 euro weg. Dat is dus kennelijk wat een behoorlijk complete Nescio-collectie op een veiling waard is: net geen 2500 euro. Voor iemand die morgen wil beginnen met verzamelen een buitenkans, voor mij een nogal confronterende constatering. Zou je al die boeken afzonderlijk willen kopen, dan ben je een veelvoud er voor kwijt. En een heleboel tijd, evenals wat frustratie tussendoor.

Achteraf bezien had ik dus dertig jaar rustig thuis kunnen zitten en op deze veiling kunnen wachten. Dat was goedkoper geweest, zeker. Maar ook een stuk saaier. En bovendien: waar had ik dan al die jaren over moeten schrijven?

19 mei, 2026

366 - Een verzameling ontmantelen

Onlangs werd ik te hulp gevraagd om ordening aan te brengen in een situatie van teveel boeken en de vraag of daar mogelijk waardevolle boeken bijzaten. Ik heb er al vaker over geschreven: elke verzameling komt een keer tot zijn einde als de verzamelaar overlijdt (zoals hier). Het boek De complete verzameling van Paul van de Capelleveen (verschenen als jubileumboek van het Genootschap van Bibliofielen) beschrijft dit fenomeen en de last die nabestaanden kunnen ervaren van zo'n verzameling. Lees ook mijn blog uit 2013 over dit gegeven, naar aanleiding van het verhaal van een journaliste die de verzameling van haar ouders moet opruimen.

Want een verzameling is natuurlijk altijd persoonlijk en de keuzes die worden gemaakt om iets wel of niet te kopen zijn dat ook. Met als gevolg dat een verzameling altijd een weerspiegeling is van de fascinaties die iemand heeft en die zijn per definitie niet overdraagbaar. En vaak is het ook zo dat aankopen worden gedaan omdat ze een missend puzzelstukje zijn of vanuit emotionele betrokkenheid. Dat bepaalt de waarde voor de verzamelaar, maar dat wil niet zeggen dat de verzameling voor iedereen die waarde heeft. Dus: wat moet je ermee? Wat is waardevol en wat niet? En hoe verkoop je het dan?

Dat zijn best ingewikkelde vragen en tegen die achtergrond werd mijn hulp ingeroepen. Als verzamelaar, enthousiast volger van veilingen en lezer van catalogi, heb ik wel enige kijk op welke boeken potentieel waarde hebben en welke niet. Of in elk geval waar je ze moet aanbieden om er zicht op te krijgen.

En zo ging ik op een zaterdagochtend naar het betreffende huis. Ik werd hartelijk ontvangen en al snel bleek dat er een gigantische klus wachtte: rijen boekenkasten in meerdere kamers, vol met boeken (vaak ook in dubbele rijen) en niet altijd logisch geordend. De kasten puilden uit en dat gaf een rommelig gezicht. Ik vermoedde dat het minstens 5.000 boeken waren, misschien wel meer. En dan was minstens de helft ervan bij een eerdere verhuizing al weggedaan. Ik maakte eerst een snelle inventarisatie en daarna bespraken we het plan van aanpak: we zouden beginnen met de goed verkoopbare boeken, dat selecteert het snelst en ruimt meteen goed op. Plus met waarschijnlijk een positief (financieel) resultaat en dat is altijd leuk. De boeken waren van een echtpaar geweest waarvan de man inmiddels was overleden. Het merendeel van de boeken was van hem geweest.


Ik zag al snel dat dit vooral de collectie van een lezer was, niet van een verzamelaar. Dus er waren weinig bijzondere edities, weinig eerste drukken, geen gesigneerde boeken en de staat wat ook niet altijd even goed. Veel boeken waren verkleurd of met leesvouwen. Toch was dat niet zo erg, want het leesplezier spatte van de collectie af. Het was duidelijk dat dit iemand was geweest die genoot van lezen en van diversiteit: ik zag essays, poëzie, romans, literaire studies, literaire tijdschriften. En ik zag heel veel schrijvers die ik ook in mijn kast heb staan, of in mijn kast zou kunnen neerzetten. Dit was iemand met wie ik heel fijne gesprekken over lezen en literatuur had kunnen voeren, maar nu stond ik voor zijn nalatenschap.

De aarde en kwaliteit van de collectie was wel zodanig, dat het geen zin had om bijvoorbeeld een handelaar uit te nodigen om een bod te komen doen, of de verzameling en bloc te laten veilen. Daarvoor waren de echt waardevolle boeken te schaars. Zelf vond ik dit toch wel een mooie conclusie: hier was bij leven volop van de verzameling genoten en dat is toch uiteindelijk het doel ervan. Niets is erger dan een collectie die altijd achter slot en grendel heeft gestaan, die tegen alles beschermd is gebleven maar waar uiteindelijk niemand van heeft genoten - ook de verzamelaar niet.


Desondanks moest er nu gewerkt worden. Het ging er niet om dat alle boeken weggingen. Het ging er aan de ene kant om te komen tot een rij mooi geordende kasten zodat het weer een fraai onderdeel van het huis zou worden. En daarnaast ging het er om te beoordelen of er niet nog waardevolle boeken tussenzaten die uiteindelijk ten onrechte in de kringloop terecht zouden komen.

Ik ben langs alle boeken in alle kasten gegaan en heb lijstjes gemaakt met wat ik zoal zag en waarvan ik dacht dat het verkoopbaar zou zijn. Uitgaven van bepaalde series, zoals Privé-domein of de Witte Olifant uit de jaren '60. Verzamelingen van specifieke schrijvers, zoals A.F.Th. van der Heijden, Hermans of Multatuli. En daarnaast allerlei andere samenhangende kleine collecties. Al snel vormde zich de ene na de andere stapel op de vloer en na een paar uur moest ik stoppen: waarschijnlijk kon mijn auto niet meer houden en bovendien moest ik het ook allemaal nog zien te verkopen en dat zou wel even duren. Uiteindelijk heb ik op die manier drie bezoekjes gebracht aan het huis en drie auto's vol boeken meegenomen. Tegelijkertijd heb ik zoveel mogelijk opgeruimd, gezorgd dat het boven op de kasten leeg was en dat zoveel mogelijk dubbele rijen boeken veranderden in enkele rijen. Daarnaast heb ik in elk geval in de woonkamer gezorgd dat daar zoveel mogelijk boeken van de echtgenote kwamen te staan, die ik ook nog eens op alfabetische volgorde heb gezet. Zo is daar een mooie bibliotheek van favoriete boeken ontstaan, met genoeg ruimte om aan te vullen. Een verzameling boeken die weer een lust is geworden in plaats van een last.


Aan mij de schone taak om de meegenomen boeken ook nog te verkopen. Daarvoor zag ik drie belangrijke verkoopkanalen:

  • een klein deel met echte waarde paste op een heuse boekenveiling, mijn voorkeur had daarbij Bubb Kuyper
  • ik ging er van uit dat veel boeken een plek konden vinden op Catawiki
  • de rest van de boeken zou ik via Marktplaats proberen te verkopen
Deze volgorde weerspiegelt ook een beetje de verwachte verkoopwaarde: kavels bij Bubb moeten tientallen tot honderden euro's opbrengen, op Catawiki tientjes en op Markplaats euro's.

Ik heb in mijn leven al veel boeken bij Bubb Kuyper gekocht, maar nog nooit verkocht. Voor mij dus ook een nieuw avontuur om de omgekeerde weg te bewandelen. Drie verhuisdozen met boeken gingen naar Haarlem, twee dozen werden geaccepteerd en die boeken zouden naar de voorjaarsveiling van 2026 gaan.


Voor Catawiki kon ik ondertussen ook veel kavels maken waarna zowel ik als de echtgenote in spanning de veilingen volgden. Niet alles leverde het gehoopte bedrag op; soms viel het mee en soms viel het tegen. Een collectie 1e drukken van A.F.Th. van der Heijden ging voor veel te weinig weg, het verzameld werk van Multatuli daarentegen weer voor een topbedrag. Een verzameling Claus voor te weinig, een verzameling Nescio voor een mooi bedrag. Zo ging het op en af bij Catawiki. Een enkel kavel werd geweigerd en daarmee veroordeeld tot Marktplaats. Grappig was dat een aantal boeken ook hier de omgekeerde weg bewandelden: één van de kavels werd gekocht door antiquariaat Fokas Holthuis bij wie ik de afgelopen jaren zelf een flinke hoeveelheid boeken heb gekocht.

Op Marktplaats ging het uiteraard ook een beetje op en af. Uiteindelijk werd er redelijk op de verschillende boeken geboden, maar veel kavels bleven onverkocht. Ik had afgesproken dat alles wat niet verkocht zou worden, uiteindelijk toch naar de kringloop mocht. Dat was dan ook het lot van best veel boeken.


Leverde dit hele avontuur uiteindelijk veel geld op? Als je alles bij elkaar optelt was het nog een aardig bedrag. We hadden een mooie verdeelsleutel afgesproken voor de moeite en zo hield ik er ook nog wat aan over. Reken je het om naar opbrengst per boek, dan is het gemiddeld uiteindelijk niet veel. Bijvoorbeeld: een stapel met 44 Salamanderpockets voor 15 euro, ongeveer 30 cent per stuk. Of een collectie van 20 titels Vestdijk voor 46 euro. Dat is wat reguliere boeken tegenwoordig doen. Ook al zijn het eerste drukken: er zijn maar weinig boeken die individueel veel geld waard zijn. Dan moet het toch echt op een bepaalde manier bijzonder zijn (gesigneerd, beperkte oplage of op een bepaalde manier schaars).

Het betekende voor mij eindeloos veel pakjes maken om alle verkochte boeken te verzenden. Dagen ben ik bezig geweest met sorteren, kavels beschrijven en aanbieden en de uiteindelijke afhandeling. Gelukkig hou ik van boeken en vind ik het niet erg om al deze boeken meerdere keren door mijn handen te laten gaan. Maar ik realiseerde mij wel dat het inderdaad een ongelooflijke klus voor nabestaanden is om een collectie af te handelen en dat je er ook wel echt zin in moet hebben. Want ondanks al het werk, zien de boekenkasten waar de boeken uitkomen er wel netter, maar niet leger uit. Dat betekent dat er nog steeds duizenden boeken staan die t.z.t. opgeruimd moeten worden. Maar ik durf te zeggen dat er geen echt waardevolle boeken meer tussenstaan, alleen nog geliefde boeken die bijzonder waren voor de verzamelaar zelf.  

Los van al het werk dat ik had aan het verkopen van de boeken en het plezier om met de boeken bezig te zijn, waren er ook leuke contacten met kopers. Want ook dat was een wens van de echtgenote: dat de boeken opnieuw bij liefhebbers terecht zouden komen. En dat is gelukt. Ik heb verschillende blije reacties van kopers van boeken gekregen. Ook omdat ik er vaak extra boeken bijstopte, die aanvullend waren op wat er werd gekocht. Zo verblijdde ik de koper van het Vestdijk-kavel via Catawiki met verschillende studies over Vestdijk en nog wat andere Vestdijk gerelateerde uitgaven die ik had liggen. Dit leidde tot een hele blije mail van de verzamelaar die zei dat hij een hele fijne avond tegemoet ging om al het moois uit te pakken. Iemand die via Marktplaats werk van Midas Dekkers gekocht verblijdde ik ook met wat extra's en daar kreeg ik ook blije reacties van. De koper van de Salamanderpockets kwam ze ophalen en nam de tijd om door alle andere boeken die ik had staan heen te graven, hij ging uiteindelijk met drie doosjes boeken weg die hij voor een vriendenprijs mocht meenemen. Ook hij reed heel tevreden bij mij weg. 

Ik denk dat dit nog het meest bevredigend was. Dat er nu op heel veel plaatsen in Nederland en België lezers en verzamelaars zijn die een klein deeltje van deze enorme verzameling boeken in huis hebben, en zo het plezier voortzetten. En o ja, ik mocht ook nog een aantal boeken meenemen die in mijn verzameling zouden passen. Ik heb mij ingehouden, maar vond het toch leuk om ook wat boeken van deze liefhebber in mijn kast te hebben staan. Zoals ik dat eerder heb gedaan met boeken van Adri Offenberg of van mijn overleden oom de boekenverzamelaar. 

15 januari, 2026

365 - Karakter

Er zijn van die iconische boeken die iedereen met een beetje collectie wel in de kast heeft staan, maar meestal niet in eerste druk. Als je een favoriete schrijver hebt en je wilt diens werk volledig in de kast hebben staan, dan is er altijd zo'n boek waarvan de eerste druk langzamerhand onbetaalbaar wordt. Het is dan de vraag of je het er nog voor over hebt om het geld er aan uit te geven. Maar hoe langer je verzamelt en hoe meer van de overige titels van diezelfde auteur in onberispelijke staat in je kast staan, hoe waarschijnlijker het is dat je toch bereid bent diep in de buidel te tasten voor dat laatste puzzelstukje. De begeerte bouwt zich op over meerdere jaren.

Zeker als je zoals ik een collectie Nederlandse literatuur hebt, zijn dat soort titels meestal goed binnen bereik. Een kwestie van veilingen volgen, nieuwsbrieven van antiquariaten spellen, Marktplaats in de gaten houden en dan lukt het wel. Maar er zijn altijd uitzonderingen. Soms is het gewoon een kwestie van sparen en dan veel geld uitgeven. Zoals ik deed toen ik Nescio's debuut kocht en ik de kwetsbare eerste druk van Dichtertje/De Uitvreter/Titaantjes eindelijk in handen had. Destijds een dure aankoop, maar ik heb er nog geen seconde spijt van gehad en ruimt tien jaar later ben ik er nog steeds heel blij mee.

Een andere klassieker waar ik al jaren op aasde was de eerste druk van Karakter van Ferdinand Bordewijk. En dan liefste een eerste druk met het stofomslag. Al vaak heb ik er op geboden: in 2023 nog werd ik overboden bij Zwiggelaar (ik bood 300, maar het werd afgeslagen op 400) maar ik probeerde het ook al in 2011 bij Bubb Kuyper (toen bood ik heel bescheiden 160 en het werd afgeslagen op 200). Tussendoor heb ik nog een paar keer vergeefs geprobeerd dit boek te kopen. Ik bezat ondertussen wel een exemplaar van de 28e druk (de 'jubileumeditie' uit 1988 toen het boek 50 jaar werd) en een door Adriaan van Dis voorgelezen exemplaar.

Karakter is één van de hoogtepunten in de Nederlandse literatuur. Niet voor niets staat het steevast in de top 10 van 'beste Nederlandse boeken aller tijden' of vergelijkbare lijstjes. En dat was niet helemaal zoals verwacht, want in de jaren '30 had Bordewijk nog niet zo veel commercieel succes met zijn boeken. Bordewijk schreef Karakter in twee maanden in 1937, voor een deel tijdens een vakantie in Engeland. Hij had al eerder een novelle gepubliceerd onder de titel Dreverhaven en Katadreuffe, die een soort voorstudie van Karakter is. Die novelle verscheen in 1928, maar de thematiek van een confrontatie tussen een vader en zijn natuurlijke zoon bleef hem bezighouden en in zijn eigen woorden schreef hij Karakter ‘Uit een behoefte het geval verder uit te diepen, de figuur van Katadreuffe meer kracht in te gieten en meer reliëf te geven, en het geheel op breeder plan te brengen, met diverse bijfiguren’.  In de jubileumeditie die ik hiervoor aanhaalde is Dreverhaven en Katadreuffe opgenomen en het is later ook nog apart verschenen. Het is trouwens niet zo dat een eerste druk van Karakter per se schaars of kostbaar is. Regelmatig worden exemplaren zonder stofomslag aangeboden en die kan je voor minder dan 100 euro aanschaffen. Dan heb je nog steeds een fraai exemplaar in het mooie rode linnen gebonden. Maar het gaat dus om het stofomslag.

Ik was dan ook heel blij toen ik in de najaarscatalogus van Burgersdijk & Niermans opnieuw een exemplaar zag aangeboden. Door het veilinghuis bescheiden ingezet op 80 euro, maar dat had ik vaker gezien. Het exemplaar bij Zwiggelaar in 2023 werd door het veilinghuis geschat op 100-200 euro, maar ging voor het dubbele van de hoogste schatting weg. Ik bereidde mij dus voor op opnieuw een teleurstelling, maar kon dit exemplaar natuurlijk niet laten passeren zonder te bieden. Op hoop van zegen dan maar, en ik liet een ruimhartig bod achter bij het veilinghuis. Ondanks mijn lage verwachtingen zag ik tijdens de live veiling de teller stoppen op 160 euro, waarna het afgeslagen werd. het kon niet anders, of dit boek was van mij en inderdaad kreeg ik een paar dagen later een bevestiging en een factuur in de bus. 

Wat maakt nu dat zo'n exemplaar met stofomslag zo waardevol is? Ook al is dat omslag, zoals in mijn geval, licht beschadigd en zelfs enigszins amateuristisch gerepareerd? Uiteindelijk is het een kwestie van schaarste. Een stofomslag is van oudsher bedoeld als gebruiksvoorwerp en om het boek te beschermen tegen... stof dus. Niet dat een stofomslag daar zo geschikt voor is, want de bovenkant van het boek is onbeschermd. Maar het stofomslag zorgt er wel voor dat de (vaak linnen) binding vrij van vlekken en dergelijke blijft. Voor verzamelaars is het stofomslag onlosmakelijk verbonden met het moment van verschijnen van een boek; het stofomslag is een tijdbeeld en is vaak ook mooi ontworpen. Maar omdat het kwetsbaar is en vaak beschadigt omdat het die beschermende functie heeft, verdwijnen stofomslagen vaak: ze worden weggegooid, ze scheuren en uiteindelijk zijn er maar weinig over. Zeker in het geval het een eerste druk van een vroeg werk van een auteur is, dan is de oplage op zichzelf al relatief klein en de combinatie eerste druk - onbeschadigd stofomslag is dan vanzelf unieker. Een markant voorbeeld is The great Gatsby van F. Scott Fitzgerald. Die eerste druk heeft een iconische afbeelding op het stofomslag. Een exemplaar met stofomslag heeft een waarde van een (paar) ton. Bij het schrijven van dit stukje zag ik een exemplaar van de eerste druk, met stofomslag en een fraaie opdracht van Scott Fitzgerald te koop voor 975.000 dollar... Een identiek exemplaar zonder stofomslag (en ongesigneerd) is nog steeds duur (circa 10.000 euro) maar het stofomslag maakt een exemplaar dus ruim tien keer zo waardevol. Bij Biblio.com vind je een korte introductie over stofomslagen. Perkamentus heeft ooit een mooi bericht geschreven over een Nederlands voorbeeld, Het Achterhuis, waarbij het zeer kwetsbare stofomslag veel waarde toevoegt aan een exemplaar. Perkamentus vergeleek de omslagen en buikbandjes van de eerste, tweede en derde druk van dit boek en vond een aantal interessante verschillen. 


Het stofomslag van Karakter oogt een beetje saai, het is qua opmaak identiek aan het linnen, maar dan in een andere kleur: lichtgrijs papier met rode letters, in plaats van het in het oog springende rood met zwarte letters. Op de voorflap staat een samenvatting van het boek, de achterflap maakt reclame voor andere uitgaven uit het fonds van Nijgh & Van Ditmar, zoals Roelants, Slauerhoff en Vestdijk. 

Ik heb geprobeerd te achterhalen wie de ontwerper was, maar daar is geen informatie over. Uiteindelijk vond ik een artikel van Eric van den Berg in de Volkskrant in 2016, waarin het gaat om de verschijning van het luisterboek van Karakter, voorgelezen door Adriaan van Dis. In dat artikel beantwoordt Robert Gaarlandt, voorzitter van het Bordewijk-genootschap, dit op de vraag naar de ontwerper: 
Niemand die het weet. Het is ook niet meer na te gaan, want het archief van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar is bij het bombardement van Rotterdam in de meidagen van 1940 verloren gegaan. 


En als Robert Gaarlandt het zegt, hoeven we verder niet meer te twijfelen. Grappig is wel dat het in dit artikel dus ging over het kenmerkende omslag van Karakter dat ook te zien is bij het luisterboek. Maar het stofomslag is zo onbekend, dat kennelijk alleen het rode omslag wordt gezien als authentiek. In het artikel staat:
De recente luisterboekversie  voegt daar geen nieuwe variant aan toe. Ontwerper Nico Richter besloot dezelfde kleur en dezelfde met de hand getekende letters te gebruiken als op de eerste druk, 'Terug naar de bron, want dat blijft een bijzonder sterk ontwerp'.
Toch had het luisterboek dan eerder een grijze kleur moeten hebben dan een rode kleur. Karakter heeft talloze verschillende omslagen gehad, toch is die rode omslag nog een aantal keer gebruikt. De 8e druk van het boek uit 1948 had hetzelfde omslag en ook de uitgave van de Nederlandse Boekenclub uit 1968 werd in rood uitgegeven, zij het met iets andere letters die ook onderaan het omslag stonden. 

Ik kan in elk geval weer een boek van mijn wensenlijstje afstrepen. Ik zet het in de kast naast de jubileumeditie en het luisterboek, die ik beide ook zal bewaren. Want een verzamelaar heeft zelden genoeg aan één exemplaar van een geliefd boek.

30 november, 2025

364 - Nescio en Hugo Brandt Corstius in Bergen

Ik ben altijd weer verbaasd hoe boeken die mijn bibliotheek binnenkomen thematisch geclusterd zijn. Ondanks dat ik het aanbod niet bepaal, gebeurt het vaak dat ik in een kort tijdsbestek verschillende titels koop die een sterke samenhang blijken te hebben. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat ik binnen een week drie titels zou aanschaffen die allemaal te maken hebben met Bergen, Bob Polak en bovendien betrekking hebben om mijn favoriete auteurs.

Nu is het op zich niet heel raar dat ik boeken koop die een relatie hebben met Bergen. Dat is immers een plek waar heel veel kunstenaars hebben gewerkt, gewoond of zijn geboren. De plek stimuleerde tot schrijven, dichten en schilderen. Adriaan Roland Holst schreef er zijn beroemde Winter aan zee, Herman Gorter verbleef er, net als Eddy du Perron. Charley Toorop had er een atelier net als andere kunstenaars uit de Bergense School. Adriaan van Dis werd er geboren en hij heeft volop geschreven over zijn jeugdjaren in het dorp en hoe hem dat gevormd heeft. Kortom, Bergen en omgeving is onderwerp in veel boeken, beeldende kunst en andere uitingen. Maar dat is voor mij niet een reden om boeken te kopen: zelf heb ik geen enkele band met Bergen. Het is dat een paar van mijn favoriete auteurs er over schrijven wat maakt dat het dorp goed vertegenwoordigd is in mijn collectie.

Toen ik een paar weken geleden aan het scrollen was op BlueSky zag ik ineens een berichtje van kunstenares Edith Brouwer over de Kunst10daagse in Bergen met een foto erbij. Daarop stond een publicatie van Hugo Brandt Corstius die ik niet kende. Ik verzamel al lange tijd het werk van Hugo Brandt Corstius en denk dat ik één van de meest complete collecties van Nederland heb van zijn werk. Sterker nog, vorig jaar bleek dat Hugo Brandt Corstius statistisch gezien het gemiddelde boek in mijn collectie leverde. Ook al is de persoon Hugo Brandt Corstius na het verschijnen van de biografie door Elsbeth Etty qua sympathie behoorlijk gezakt, zijn werk blijft fenomenaal - ondanks uitglijders zoals de kwestie Buikhuisen.

Er was dus een nieuwe uitgave van Hugo Brandt Corstius, maar een zoekopdracht leverde niks op. Althans, ik zocht op de titel op de foto, Balling in Bergen, en ik vond alleen een werkje met de titel Hopen in Bergen. Een mail aan de uitgever Bob Polak, van  Stichting Polak en Van der Kamp, bracht uitkomst: beide titels zijn onderdeel van een serie uitgaven over Bergen. In 2024 verscheen Hopen in Bergen en dit jaar dus Balling in Bergen. Beide met illustraties van Elisa Pesapane.  Hopen in Bergen is een mooi verhaal over een tocht naar de grootste mierenhoop van Europa die in Bergen zou moeten liggen. Volgens Brandt Corstius was dat inderdaad zo, maar uit het nawoord van mierendeskundige Peter Boer blijkt dat dit twijfelachtig is. Balling in Bergen gaat over de herinneringen van Hugo Brandt Corstius die als strontvervelende puber door zijn ouders een jaar lang was 'gestald' bij de beroemde pedagoog en kinderboekenschrijver D. Daalder. Het mocht niet baten. Hij bleek net zo vervelend als Alain du Perron, de zoon van.

Beide titels lagen na een paar dagen bij mij in de bus. Beide verschenen in een oplage van 125, ik heb respectievelijk de nummers 14 en 15 van deze oplages.

Terwijl ik heel tevreden naar deze twee werkjes keek en ze met veel plezier las, plofte er een nieuwsbrief van uitgeverij Matchboox in mijn digitale brievenbus. Bij deze uitgeverij verschijnen teksten in een bijzondere vorm, namelijk in harmonica gevouwen boekjes in luciferdoosjes. De naam van de uitgeverij wees het al uit. Dit keer was het de aankondiging van een uitgave over Nescio. In dit geval ging het om een setje van vier boekjes, geschreven door Bob Polak en geïllustreerd door Dirck Nab. Opnieuw Bob Polak! Hij blijkt niet alleen de maker van mooie boekjes over Bergen, maar is ook fondsredacteur/inspirator/auteur bij Matchboox en heeft daar verschillende teksten voor geschreven of anderszins gezorgd dat bepaalde uitgaven tot stand kwamen. Wie naar de lijst met uitgaven van de uitgeverij kijkt, vindt daar ook weer Elisa Pesapane terug. Zij heeft diverse uitgaven geïllustreerd, wederom in samenwerking met Bob Polak.

Deze Nescio heb ik natuurlijk ook meteen besteld, want Matchboox verschijnen in beperkte oplage en ik wilde niet de kans lopen dat ik achter het net zou vissen. Ik ontving een paar dagen later het fraaie doosje met de uitgaven, maar ook een fondsoverzicht van de uitgeverij en twee witte handschoentjes… helaas veel te klein voor mijn grote handen. Maar ik vond het een mooie onderstreping van de exclusiviteit van deze uitgave. 

Volgens de omschrijving gaat deze uitgave over het volgende: 
Jarenlang ging Nescio met de hele familie met vakantie naar Groet en Bergen (NH). Hij genoot er volop van de natuur en daar schreef hij over in zijn Natuurdagboek. Bovendien maakte hij vaak vanuit Amsterdam dagtochtjes naar de kust. Hoe warm en hecht de familie ook was, hij trok er vaak alleen op uit, de natuur in. In deze serie omschreef schrijver-publicist Bob Polak wat Nescio noteerde tijdens zijn tochtjes en vakanties aan de kust. Nescio was als het ware een natuurmens, een man die pas echt tot rust kwam midden in de natuur.De serie is op schitterende wijze van tekeningen voorzien door beeldend kunstenaar Dirck Nab. 

Het is niet de eerste uitgave van Matchboox die ik in mijn collectie heb. Eerder kocht ik uitgaven van Tommy Wieringa en Adriaan van Dis. Dat waren steeds korte verhalen van deze auteurs zelf, in een afzonderlijk luciferdoosje. Die gaan allebei trouwens niet over Bergen. Beide heb ik inmiddels wel laten signeren, om de uitgaven nog wat exclusiever te maken. Wie bij de uitgaven van Matchboox kijkt ziet dat er talloze Nederlandse auteurs in zijn vertegenwoordigd - van Cees Nooteboom tot Louis Couperus en van M. Vasalis tot Marga Minco. Persoonlijk vind ik het allemaal erg mooi uitgegeven boekjes, en ook heel mooi in een groter bewaardoosjes verpakt. Een bijzonder project, dat meer aandacht verdient.

Overigens zijn de Matchboox niet de enige miniboekjes in luciferdoosje die ik heb. In 1966 verscheen een kinderboekenweekgeschenk onder de titel Het kleinste sprookjesboek, dat ook in een luciferdoosje is verschenen. 

27 augustus, 2025

363 - Fragment & Desiderata

Gelukkig was ik weer eens alert toen donderdagochtend 12 juni om 06.36 uur de nieuwsbrief van Uitgeverij Fragment in mijn mailbox verscheen. Frank van den Ingh liet op zijn welbekende vriendelijke wijze (maar met nauwelijks verholen trots) weten dat een nieuwe titel was verschenen: een uitgave van twee essays van Paul van Tongeren, over Nescio. In het bijzonder over de plek van God in het werk van Nescio. "De betekenis van God is bij Nescio niet eenduidig", aldus de aankondiging. Er is "de God van je tante", die vooral gekenmerkt wordt door 'hoe het hoort' en de orde in de samenleving bewaakt, en "de God van Nescio, die vooral gevonden wordt in de natuur en gekenmerkt wordt door eeuwige verandering en doelloosheid". 

Nou, die uitgave wilde ik niet missen natuurlijk. En ik moest er snel bij zijn, want de oplage is traditiegetrouw klein: 125 exemplaren, waarvan enkele exemplaren hardcover. Ik had natuurlijk mijn zinnen gezet op de hardcover, want als dat een optie is dan zou het niet verstandig zijn dat te negeren. In antwoord op mijn bestelling benadrukte Frank dat dit tevens de 50e uitgave in zijn fonds was. Dit maakte mij direct nieuwsgierig: hoeveel uitgaven uit dit fonds had ik eigenlijk intussen?

De God van Nescio

Maar eerst iets over deze essays en de auteur. Paul van Tongeren was tot zijn emeritaat in 2015 hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Van april 2021 tot april 2023 was hij 'denker des vaderlands'. Zo’n thema als de God van Nescio is hem dus wel toevertrouwd. De essays verschenen al eerder, maar zijn voor deze publicatie licht gewijzigd.

Het eerste essay is getiteld “Paradijselijk niet-weten” en probeert een antwoord te vinden op de vraag wat het nu is dat maakt dat mensen zo geraakt worden door het werk van Nescio. Van Tongeren betoogt dat het ontdekken van wat Nescio wil zeggen alleen kan door te analyseren wat de auteur door zijn hoofdpersonen zegt, of meer specifiek hoe deze zich tot elkaar verhouden en de drie polen die het spanningsveld bepalen van de verhalen van Nescio: de mensen, de natuur en God. De conclusie van dit eerste essay lijkt dat Nescio’s verhalen de lezer onuitwisbaar hebben geraakt en verblind. “Maar die verblinding hoort bij een verwonding die we koesteren”, aldus Van Tongeren.

Het tweede essay heeft de lange titel “Maar die van God is vervuld gaat aan zijn gruwelijke oneindigheid ten gronde” een uitspraak van Bavink. Van Tongeren gaat hier in op het onvermogen van de hoofdpersonen om wat ze ervaren in de natuur, vast te leggen of te duiden (zoals de zonsondergangen die Bavink wil schilderen). Maar hij laat ook zien dat Nescio zelf het onbegrip van de natuur benoemt, de natuur die zichzelf als het ware niet begrijpt. Tegelijkertijd is de natuur eindeloos (in tijd) in vergelijking met het korte leven van mensen, en de natuur is dan ook veel groter dan de mens. Hier komen de hoofdpersonen van Nescio God tegen. Van Tongeren haalt dan één van mijn favoriete passages uit Nescio’s werk aan:

Om zeven uur stond de zon nog hoog boven de zee, maakte, al weer, ik kan ‘t niet helpen, ‘t is God zelf die steeds in herhalingen vervalt, maakte alweer een lange gouden streep op ‘t water en scheen op onze gelaten.

Wat ik zelf een eye-opener vond was de vergelijking die Van Tongeren maakte tussen een uitspraak van Koekebakker en de titel Titaantjes die Nescio aan één van zijn verhalen gaf. Van Tongeren:

Koekebakker vertelt over een tijd die voorgoed vervlogen is, hoewel het zijn eigen geschiedenis is: ‘We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. (…) Maar toen waren we in de dagen onzer dwaasheid, de uitverkorenen Gods, ja God zelf.’

God zelf, net als de titanen, want dat waren immers de kinderen van de oergoden. En behalve met elkaar zijn ook Nescio’s titaantjes met niets zozeer verbonden als met Ouranos en Gaia: de hemel en de aarde. Er wordt weliswaar verschillende keren gezegd dat zij grote revolutionaire plannen hebben (alle kantoren afbreken, de rollen tussen bazen en knechten omdraaien), maar daarmee wordt zelfs geen begin gemaakt. 

Titanen en titaantjes, vanuit de Griekse mythologie is de relatie wel helder. De titanen waren reuzen, echte hemelbestormers. En de titaantjes zijn kleine mensen die wensen dat ze reuzen zijn, die de hemel willen bestormen maar dat niet doen. Die uitleg is helder. Maar ik had zelf nooit doordacht dat de titanen vanuit de mythologie voortkomen uit Ouranos en Gaia en in feite goden waren. En dit zegt dus ook iets over de dubbelheid in de hoofdpersonen van Nescio, maar dan zijn het geen goden maar godjes. Atlhans, dat willen ze graag. En net als de titanen hun plek moesten afstaan aan de goden van de Olympus, is ook voor de titaantjes alleen het besef over gebleven dat zij niet zullen heersen. Een mooi inzicht! Vervolgens zegt Van Tongeren nog veel meer wijsgerige dingen die het aanhalen waard zijn, maar die moet eenieder dan maar zelf lezen in deze essays.

Van Tongeren is uiteraard niet de enige die zich verdiept in “de God van Nescio”. Zie bijvoorbeeld dit essay van Guido Vanheeswijck over het godsbesef bij Spinoza en Nescio uit 2024. En ook in boekvorm zijn er talloze analyses van deze God te vinden. 

Uitgeverij Fragment

De uitgeverij bestaat sinds 2016 en heeft in nog geen tien jaar het respectabele aantal van 50 publicaties bereikt. Zelf zegt Van den Ingh over zijn uitgeverij: “De Uitgeverij richt zich op non-fictie: beschouwingen en essays, op het terrein van de literatuur en beeldende kunst. Daarnaast kunnen persoonlijke fascinaties van de uitgever leiden tot een publicatie.” Eén van die fascinaties is Gerard Reve; beschouwingen over Reve en zijn werk maken dan ook een substantieel deel uit van het fonds. Of het nu de zesdelige serie over de reisbrieven van Reve is die Frank van Dijl schreef, of een beschouwing van Albert Wulffers over vormgever Ies Spreekmeester (die het omslag voor de eerste druk van De Avonden ontwierp): Reve is de rode draad in het fonds. Maar er is veel meer dan dat, er zijn verschillende titels verschenen over Stefan Zweig, maar ook over Max de Jong of Menno Voskuil. Verschillende titels zijn van de hand van L.H. Wiener en Jan Paul Hinrichs. Kortom, een veelzijdig en interessant fonds dat herkenbaar is en als een eenheid voelt.

Bij het doorscrollen van de lijst van 50 publicaties voelde ik vooral spijt. Spijt dat ik niet steeds zo alert was als op die 12e juni, want ik zag verschillende titels die ik onmiddellijk zou willen bestellen, ware het niet dat in bijna alle gevallen het nare woordje UITVERKOCHT onder de titel staat. En wat wil je ook, als je bijvoorbeeld een werk publiceert van de hand van Piet Wackie Eysten met als titel Stefan Zweig & Joseph Roth, waarin wordt ingegaan op de complexe relatie tussen deze twee tijdgenoten. De grote Joseph Roth lees ik altijd met veel plezier - op de Dordtse boekenmarkt kocht ik nog Zipper en zijn vader - en welke bibliofiel kent er niet Zweig’s De onzichtbare verzameling (waar ik drie verschillende edities van blijk te hebben). Maar deze beschouwing heb ik nu niet, net zoals verschillende andere uitverkochte titels.

Ik besloot de zelfkwelling verder te laten voor wat het was, en mij te focussen op de titels uit het fonds die ik wél had. Dat bleken er - inclusief de Nescio - vier te zijn. Een schamel aantal, maar toch leuk om even op een rijtje te zetten.

De oudste titel (nr. 9 in het fonds) is De Nescio-leesclub, van A.L. Snijders. Dit verhaal gaat helemaal niet over Nescio, maar vooral over deze leesclub waar A.L. Snijders werd uitgenodigd. Wat hem vooral aantrok was kennelijk dat je een speldje kreeg in de vorm van het hoedje van Nescio, als je bij de leesclub optrad. Dat optreden bestaat uit het voorlezen van een aantal teksten, waarna de leesclub uitmondt in een luidruchtige borrel. Hij geeft in drie verslagen een weergave van de bijeenkomst (en refereert daarin gelukkig wel een aantal keer aan Nescio). Het verhaal verscheen in een oplage van 125, en daarnaast 15 luxe exemplaren, gebonden door binderij Phoenix. Ik heb nummer 87 van 125. Overigens is dit niet de Nescio leesclub die later landelijke bekendheid kreeg: dat was de door Bas Steman opgerichte leesclub voor middelbare scholieren waar hij een mooi boek over schreef. Een lesje in hoe je jongeren weer aan het lezen krijgt. Ik schreef hier over het boek van Steman en die andere Nescio leesclub. 

Waar de meeste titels van Uitgeverij Fragment een beperkte omvang hebben - enkele tientallen pagina’s - is de volgende titel die ik kocht (nr. 13 in het fonds) aanmerkelijk dikker: Boekenjacht van C.J. Aarts. Hierin beschrijft Aarts aan de hand van allerlei verhalen en anekdotes zijn speurtochten naar boeken. De meeste bijdragen verschenen eerder in het tijdschrift Boekenpost. Ik denk dat het dit boek is dat mij definitief op het spoor van de uitgeverij zette en waardoor ik mij op de nieuwbrief abonneerde. Het boek telt 248 pagina’s, is in linnen gebonden en de oplage was 600 exemplaren. Uiteraard ook uitverkocht, maar gelukkig heb ik een exemplaar. 

Direct daarna verscheen weer een titel waarin de wereld van het verzamelen van boeken centraal staat: In een veilinghuis wordt niet gelezen van Gustan Asselbergs (nr. 14 in het fonds). Dit is een verzameling schetsen over de wereld van het een niet nader genoemd veilinghuis (=Bubb Kuyper) waar de auteur werkzaam was. Asselbergs beschrijft verschillende aspecten van het leven binnen het veilinghuis, de contacten met de klanten, de boeken zelf, et cetera. Willem Jan Otterspeer heeft er een essay bij geschreven waarin hij veilinghuizen typeert als de laatste posten in de strijd tegen vergankelijkheid. Deze uitgave verscheen in een oplage van 100 exemplaren maar was zo snel uitverkocht dat er een tweede druk van 75 exemplaren verscheen. Ook die is uiteraard uitverkocht. Het geeft wel aan dat de wereld van veilinghuizen voor veel mensen fascinerend is. Ik heb eerder geschreven over dit werkje van Asselbergs en andere verwante uitgave over veilingen en veilinghuizen.

Vanaf dat moment ben ik er niet meer in geslaagd de titels bij de uitgeverij te bestellen, hoewel ik de nummers 15, 19, 21, 26, 32, 42, 43 en 46 toch wel graag wil hebben. Op 12 juni was ik alert genoeg, maar vervolgens was ik niet snel genoeg bij de publicatie van nr. 51, een beschouwing van Reinder Storm over E. du Perron als boekenmaniak. Ondanks de iets grotere oplage - 150 exemplaren plus enkele hardcover - was deze uiteraard ook weer in een mum van tijd uitverkocht. Bij de volgende nieuwbrief moet ik dus toch weer scherper zijn. Als ik kijk op boekwinkeltjes.nl dan zijn sommige door mij begeerde titels daar nog wel te koop, maar voor aanmerkelijk hogere bedragen dan ze bij de uitgeverij zelf hebben gekost.

Stichting Desiderata

Waar ik ook altijd naar uitkijk zijn de mails van Stichting Desiderata, waarin nieuwe uitgaven worden aangekondigd. Eigenlijk hoeft een mail niet eens, want ik bestel alle te verschijnen titels toch wel, maar die optie bestaat (nog) niet. Dus meld ik steevast in een onmiddellijke reply dat ik het aangekondigde boek graag tegemoet zie.

Zo ook met de nieuwste titel Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen. Op voorhand al een fascinerende titel - welk lezen is er verloren? - en zoals altijd beloofde het weer een diepgravende en rijk geïllustreerde uitgave te worden. Terwijl de verschijningsdatum passeerde, blijf mijn brievenbus helaas leeg. Via facebook zag ik enthousiaste reacties van andere Desiderianen over het boek, maar ik kon daar niet in meegaan want ik had geen boek ontvangen. Uiteindelijk moesten we concluderen dat mijn exemplaar ergens tussen Tilburg en de Veluwe verloren was gegaan - had wolf Bram er dan toch zijn tanden in gezet? Gelukkig kreeg ik later alsnog een exemplaar en kon ik mij eindelijk verdiepen in de levensbeschrijving en de publicaties van deze Rotterdamse boekhistoricus die er in slaagde de wereld van het oude boek toegankelijk te maken voor een breed publiek. 

Maar naast een biografie is dit vooral het verslag van een groot drama. De titel van het boek verwijst namelijk naar het bombardement op het centrum van Rotterdam op 14 mei 1940. Om kwart over een in de middag verloor Kruitwagen dus zijn lezen. De pastorie waar hij woonde en werkte, werd namelijk volledig verwoest. Hij overleefde,  maar zijn werkbibliotheek van 9.000 boeken werd totaal vernietigd. Over die gebeurtenis schreef hij eind juni 1940 een ‘Encycliek’ – een gestencild rondschrijven aan familie, vrienden, en vakgenoten – met een gedetailleerd verslag van wat er was gebeurd en wat er verloren is gegaan. In Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen wordt deze tekst voor het eerst in gedrukte vorm gepubliceerd en bovendien als bijlage – in een enveloppe – gereproduceerd. Dit is één van de vele mooie details van dit boek. De encycliek in enveloppe, de vele fraaie illustraties en de overdruk van handtekeningen, stempels en andere kenmerken uit de besproken boeken zijn gereproduceerd zoals ik dat nog niet eerder had gezien. Het boek is met extreme zorgvuldigheid en creativiteit opgemaakt.

Kruitwagen kwam de klap van het verlies van zijn boeken eigenlijk niet meer te boven. Dat wil zeggen, hij koos ervoor om na de oorlog de focus in zijn leven te verleggen. Hij was immers franciscaan en de laatste jaren van zijn leven zette hij zich in voor de zorg voor mensen, passend bij zijn primaire roeping. Publiceren over boeken deed hij nog maar sporadisch. Het toeval wilde dat de dag voordat ik het boek uiteindelijk ontving, we in Vorden waren waar we het prachtige Heiligenbeeldenmuseum bezochten, dat is gevestigd in de in 1855 gebouwde H. Antonius van Paduakerk, de oudste nog bestaande kerk van de architect P.J.H. (Pierre) Cuypers). Aan de kerk grenst het voormalige fransiscaner klooster en in dat klooster heeft na het bombardement ook Kruitwagen enige tijd verbleven. Het klooster werd gebouwd in 1902 en is onder meer gebruikt voor de verpleging van tbc-patiënten. Later deed het dienst als rusthuis voor missionarissen. De laatste Franciscanen verlieten het klooster midden jaren negentig. Tot 2002 fungeerde het enkele jaren als asielzoekerscentrum. Daarna werd het een hotel dat zich met name richt op mensen met een zorgbehoefte. Tegenwoordig is het Trauma Centrum Nederland er in gevestigd. Helaas wist ik nog niet dat Kruitwagen er ook had verbleven toen ik in Vorden was. Ik zou er dan anders naar gekeken hebben, wetende dat deze boekenliefhebber er ook had rondgelopen. Maar ik had er direct wel een plaatje bij toen ik in het boek las: "Nadat 'de Kruit' in de Westewagenstraat zijn lezen verloor, verhuisde hij naar het franciscaner klooster in Vorden om verder te herstellen van de verwondingen aan zijn benen. (...) Na zijn revalidatie werd Kruitwagen van het klooster in Vorden overgeplaatst naar de pastorie van de Hartebrugkerk in Leiden".

Eén van de manieren waarop de werken van Kruitwagen werden gepubliceerd is via de reeks “Van Trio aan zijn zakenvrienden”. In de subreeks Typografische Kruidtuin verscheen onder meer een publicatie over het zetfoutenduiveltje, dat in de uitgave van Stichting Desiderata wordt herdrukt. En uiteraard aangevuld met uitgebreide bespiegelingen van Ed Schilders over de oorsprong van het begrip zetduivel en de rol die deze heeft gespeeld in diverse publicaties. Net als andere uitgebreide bespiegelingen over een groot aantal prominente boek- en cultuurhistorici uit de vorige eeuw: uitgevers als Kruitwagens beste vriend Wouter Nijhoff en zijn beste vijand Tjeenk Willink; zijn bibliografische vriendinnen Maria Kronenberg en Maria Hüffer; bibliothecarissen als Marijn Campbell, C.P. Burger en Arie de Mare; de hoogleraren Lodewijk Rogier, Johan Huizinga, Leo Michels, Kees de Vooys en Vondel-vorser Bernard Molkenboer, die net als Kuitwagen zijn complete bibliotheek in vlammen zag opgaan. Het zetfoutenduiveltje is trouwens de enige publicatie van Kruitwagen die ik zelf in mijn bezit heb, maar na het lezen van dit boek heb ik nog wel een paar titels van zijn hand op mijn privé-desiderata-lijst gezet.