29 november, 2021

325 - 500 gesigneerde boeken

Terwijl ik voordat zich een nieuwe lockdown aandiende nog net bij een signeersessie een zwierige handtekening in een boek liet zetten, realiseerde ik mij niet dat het een vermeldenswaardig moment was. Pas bij het bijwerken van bibliotheek in LibraryThing zag ik tellertje van gesigneerde boeken naar 500 springen. Ik vond dat ineens een heel groot aantal en een goed moment om daar eens bij stil te staan.

De 500e handtekening

Ik haalde die avond handtekeningen voor een aantal boeken bij een avond met Adriaan van Dis, in de bibliotheek van Hoevelaken. Als het om Hoevelaken gaat, moet ik altijd even aan Arie Ribbens denken (die in zijn Polonaise Hollandaise uitriep: “Bij Hoevelaken linksaf”). Destijds had ik geen idee wat Hoevelaken was of waar het lag, nu woon ik er vlakbij.
De Hoevelakense zaal was omgetoverd in Franse sferen, ter gelegenheid van het boek De wandelaar van Adriaan van Dis, dat centraal staat in de Nederland Leest-campagne van 2021. Er was een wijnproeverij, clochards voor de deur (de lokale toneelvereniging) en de zaal aangekleed met Franse prenten uit de lokale kringloopwinkel. Allemaal leuk en aardig, maar het ging natuurlijk om Van Dis.
De schrijver blijft een geboren verhalenverteller. Ik heb al eerder over bijeenkomsten met Van Dis geschreven (hier en hier en hier) en het is steeds hetzelfde beeld: hij begint met praten, weet de zaal te boeien en houdt een uur later pas op. En hoewel het de bedoeling was dat het over De wandelaar zou gaan (en over Parijs) was Van Dis niet te beroerd om ook zijn recente boeken Klifi en Vijf vrolijke verhalen te promoten. Maar wat geeft het, want alle verhalen zijn met elkaar verbonden en de lezers in de zaal vinden het prachtig.

In de pauze was het signeermoment dan eindelijk aangebroken. Iedereen kon zijn net ontvangen Nederland Leest-exemplaar van De wandelaar laten signeren, of een van de titels die van de boekentafel van de lokale boekhandel waren gekocht. Maar ik had natuurlijk ongesigneerde titels uit mijn eigen collectie bij mij. Zoals het door Van Dis voorgelezen luisterboek Karakter van F. Bordewijk. Of de CD-single van Hans de Booij, Groene Smart, waarvan de tekst door Van Dis is geschreven. Plus een Engelse vertaling van Tikkop. En natuurlijk de zojuist verschenen versie van De wandelaar. Wat mij betreft kwam daar de 500e handtekening in terecht.

Waarom gesigneerd?

Wat maakt het nu eigenlijk uit dat een boek gesigneerd is? In het algemeen hebben “aangeraakte boeken” een hogere waarde dan niet-aangeraakte boeken. Een gesigneerde latere druk kan meer waard zijn dan een ongesigneerde eerste druk. Maar los van de waarde maakt het simpele feit dat een auteur zijn naam achterlaat in een boek het werk betekenisvoller. Op de site van Abebooks wordt het heel simpel gezegd: “Books are good, signed books are better”. Brian Hoey haalt op het fraaie blog Books tell you why Walter Benjamin aan als hij zegt: 
Walter Benjamin describes the “aura” that exists around a work of art that hasn’t been mechanically reproduced (i.e. printed off on a printing press, copied onto a DVD, etc.). The aura, he says, is the element of the work that can’t be replicated outside of its definite location in time and space, giving a ritualistic, almost mystical element that changes the way that we engage with it. This, it seems, in a nutshell, is why we like signed books, and why we often treat them as precious objects of almost totemic significance.
Niet voor niets bieden betere boekwinkels standaard gesigneerde boeken aan, zoals Paagman en Donner, Regelmatig kijk ik ook likkebaardend naar het abonnement dat Strand Bookstore aanbiedt: elke maand een gesigneerde hardcover. De hoge verzendkosten per boek houden mij tot nu toe tegen…

Dit alles maakt gesigneerde boeken op zich niet veel waard. Op Marktplaats, in kringloopwinkels en in antiquariaten zijn gesigneerde exemplaren voor een paar euro te koop. In 1988 schreef Boudewijn Büch in Tirade ook over signeren, en hij maakt duidelijk onderscheid tussen het ‘simpele’ signeren ten opzichte van boeken met een specifieke opdracht (en de relatieve onzin van signeersessies). 
Als ik mij niet vergis, is het een uitspraak van Maarten 't Hart; deze zei ooit: ‘Ik geloof langzamerhand dat een niet gesigneerd exemplaar van een boek van mijn hand meer waard is dan een gesigneerd.’ Ik moet hem in deze bijvallen. Het signeren in de boekhandel is een ziekte van onze tijd die ik al eens eerder in een verhaal (Signeren, Sliedrecht 1984; oplage tweehonderd exemplaren) geridiculiseerd heb. Aan de vraag van menige koper: ‘Wilt u er in schrijven...’ - en dan volgt er bijvoorbeeld ‘voor Miep bij ons twintigjarig samenzijn’ - wordt door het schrijvende signeervee maar al te graag voldaan. Daardoor is er vanaf de jaren vijftig een bulk gesigneerde moderne Nederlandse letterkunde ontstaan die literatuurhistorici in het volgende millennium op menig dwaalspoor zal zetten. Ik schat dat ik inmiddels zo'n vijfduizend exemplaren eigen werk voorzien heb van het eigenhandige: ‘Voor [...], met liefs van Boudewijn Büch.’ Indien men later zou suggereren dat ik een druk liefdesleven heb geleid, ontken ik dat bij voorbaat nu reeds.

Wie heeft gesigneerd? 

Natuurlijk heb ik niet alle 500 boeken zelf laten signeren. Heel wat boeken zijn met handtekening gekocht, zoals bibliofiele uitgaven. Maar ik heb ook de nodige gesigneerde kringloopvondsten in de kast staan. Een flink aantal boeken heb ik echter wel zelf laten signeren. Zoals tientallen uitgaven van Adriaan van Dis op verschillende signeersessies. De boeken van Tommy Wieringa, Meir Shalev en Marcel Möring die ik in bulk heb laten signeren. En natuurlijk talloze auteurs die jaren geleden op het Feest der Letteren in de Bijenkorf kwamen en waar ik vervolgens stapels boeken heensleepte. Ik heb daar op dit blog regelmatig verslag van gedaan (hier en hier en hier en hier). Al die acties leverden handtekeningen op van veel verschillende Nederlandse auteurs. Vooral Nederlandse auteurs, want handtekeningen van Nederlandse auteurs zijn simpelweg eenvoudiger te krijgen. Niet raar dus dat deze de hoofdmoot van mijn collectie vormen.

Ik ben gaan tellen van wie ik gesigneerde boeken heb. De top 10 ziet er als volgt uit:
  1. Adriaan van Dis 85
  2. Marcel Möring 34
  3. Tommy Wieringa 25
  4. Meir Shalev 17
  5. Kees van Kooten 12
  6. Nelleke Noordervliet 12
  7. Jan van Herreweghe 11
  8. Gerrit Komrij 10
  9. Remco Campert 10
  10. Geert Mak 8
  11. Anna Enquist 8
  12. Herman Koch 7
  13. Abdelkader Benali 7
  14. A.F.Th. Van der Heijden 7
  15. Jan Siebelink 6
  16. Rosita Steenbeek 6
  17. Kurt Löb 5
  18. Joost Zwagerman 5
  19. Kader Abdolah 5
  20. Connie Palmen 5
Een bijzondere categorie boeken zijn de multisignata: de boeken die door meerdere auteurs geen gesigneerd. Een van mijn multisignata is het boek Uit liefde in boeken. Vijftien schrijvers op zoek naar een boekhandel dat door 5 auteurs is gesigneerd. Een andere bijzonderheid is het prozadebuut van Adriaan van Dis Nathan Sid die zowel door Van Dis als Charlotte Mutsaers (die de illustratie maakte) is gesigneerd. En natuurlijk de uitgave Kristal 1935 dat door meerdere auteurs is gesigneerd. Enkele jaren geleden kocht ik de voor mij nostalgische uitgave van Het Nationale Toneel, gesigneerd door acteurs en regie.

De meest bijzondere handtekeningen

Tussen de 500 handtekeningen in mijn collectie zijn er natuurlijk altijd een paar die meer bijzonder zijn dan andere. Van mijn favoriete auteurs zijn het vooral de zeldzame of curieuze uitgaven die eruit springen, zoals de door Tommy Wieringa gesigneerde CD van de groep Donskoy (waar hij in het begin van zijn carrière teksten voor schreef) of de eerder genoemde door Adriaan van Dis gesigneerde single Groene Smart van Hans de Booij (ik bezit nu overigens zowel de single als de CD-single, beide gesigneerd). Het zou aardig zijn om ze ook door Hans de Booij te laten signeren en zo toe te voegen aan de multisignata.
Dan de boeken over boeken. Op een mooie plek in mijn vitrine ligt het door Holbrook Jackson gesigneerde exemplaar van de eerste druk van The anatomy of bibliomania. Daar vlak naast ligt de uitgave met het gesigneerde briefje (strikt genomen dus geen gesigneerd boek..) van baron W.H.J. van Westreenen. Bij Bubb Kuyper kocht ik meer boeken in de categorie “boeken over boeken” die gesigneerd zijn: van Madeline Stern en Leona Rostenberg, Charles Sims en Barbara Kaye (de echtgenote van Percy Muir) om er enkele te noemen. Bij Catawiki kocht in een gesigneerde A.S.W. Rosenbach. Wat er in deze categorie nog uitspringt is Jeremy Mercer’s boek over de boekhandel Shakespeare & Company dat ik nota bene in Parijs opdook.

Van de auteur Bordewijk is bekend dat hij weinig signeerde. Naast zijn handtekening in Kristal 1935 ben ik erg blij met het gesigneerde exemplaar van Haagse mijmeringen. Ook de gesigneerde A. den Doolaard (ik schreef er hier over) heeft een bijzonder plekje. Sowieso zijn gesigneerde exemplaren van overleden schrijvers exclusiever, ik ben dan ook blij dat ik de gelegenheid heb gehad om schrijvers als Renate Dorrestein, Joost Zwagerman en Menno Wigman enkele boeken te laten signeren.

Maar of het nu een gesigneerde bibliofiele uitgave is of een snelle handtekening in een rommelige paperback: elke handtekening is welkom in mijn bibliotheek. Hopelijk is het snel weer mogelijk om de 500 ruim te passeren wanneer het mogelijk wordt signeersessies te bezoeken.

31 oktober, 2021

324: Vakantie: literair Sicilië

Ik schreef er al eerder over: als ik op vakantie ga naar een specifieke plek, dan wil ik liefst een stapel boeken meehebben die zich op die plek afspelen of daar geschreven zijn). Zo ook dit jaar: deze herfst stond Sicilië op het programma en daar heb ik passende boeken bij gezocht. 

Dit boek las ik niet

Het meest voor de hand liggend zou zijn om De tijgerkat van Giuseppe Tomasi de Lampedusa te lezen, een van de bekendste romans met Sicilië als thema. Het boek speelt zich af rond ca 1860 tijdens een belangrijke fase van de Siciliaanse geschiedenis: de landing van Garibaldi op het eiland en de overgang naar de Italiaanse eenheidsstaat. Mooi trouwens hoe ook in de net aangehaalde uitgebreide weergave van dit eenwoordingsproces op Wikipedia de bekendste zin uit het boek wordt aangehaald: "Alles moest veranderen, opdat alles hetzelfde zou blijven". Maar deze roman had ik al gelezen en hoewel er niks tegen herlezen is (sterker nog: deze roman wordt nogal eens als een typische herleesroman aangeduid), had ik genoeg alternatieven bij me.

Maar deze boeken wel

Vincenzo Florio (1799-1868)
Van minder literair gehalte dan De tijgerkat maar misschien daardoor wel een lekker vakantieleesboek was De leeuwen van Sicilië van Stefania Auci. Dit boek is ook gebaseerd op historische feiten, in dit geval volgt het de opkomst van de familie Florio al een van de machtigste families op het eiland. Gestart als kleine ondernemers groeien de Florio’s in drie generaties uit tot een rijke koopmansfamilie die actief is in talloze activiteiten: tonijnvangst, specerijenhandel, postbezorging, wijnproductie. Tot grote frustratie van de Florio’s blijven ze echter altijd als ‘import’ gezien worden door de oude adel van Sicilië. Ondanks dat die adel veelal verarmd is en de Florio’s nodig heeft om überhaupt financieel te overleven. De opkomst van de familie Florio is ingebed in de historische ontwikkelingen op Sicilië, grotendeels in dezelfde periode als waarin De tijgerkat speelt: de voortdurende strijd rond de onafhankelijke positie van Sicilië en daarmee de strijd met de Bourbons. Ook in de historische intermezzo's in dit boek wordt trouwens de uitspraak uit De tijgerkat aangehaald; dat laat zien hoezeer dit het spel weergeeft van alle belangen die in de tweede helft van de 19e eeuw in Italië speelden. Ook de Florio's lopen daar op stuk: alles mag veranderen, maar uiteindelijk met als doel dat alles hetzelfde zou blijven - in het bijzonder de feodale verhoudingen op Sicilië. En hoe rijk en machtig ze ook worden, daar doen de Florio's niets aan.


Het was toch weer een bijzondere ervaring om het boek van Auci te lezen terwijl ik een wijntje dronk aan dezelfde haven in Palermo als waar Paolo in 1799 aanmeerde als eerste Florio in Sicilië. Het huis dat zijn zoon Vincenzo Florio aan de andere kant (vanuit mijn perspectief) van de haven liet bouwen staat er nog steeds, evenals de wijngaarden in Marsala waar de beroemde Florio Marsala-wijn wordt gemaakt. Op weg terug naar het hotel liep ik door dezelfde straten als die in het boek worden genoemd: dit geeft net wat meer sfeer aan het boek dan wanneer je het leest op een druilerige herfstmiddag ergens in Nederland.

Daarna was het tijd voor Gesualdo Bufalino, de Siciliaanse schrijver van  wie gelukkig enkele boeken in vertaling zijn verschenen. Ik las De leugens van de nacht, een prachtige roman over vier terdoodveroordeelden die elkaar hun levensverhaal vertellen in de nacht voor hun executie. Hoewel fictie, is de setting ook hier weer de turbulente 19e eeuw en de onrust rond de onafhankelijkheid van Sicilië. Toch is dit niet de focus van het boek: het gaat over de verhalen van de veroordeelden, maar vooral om de reden waarom ze het verhaal vertellen en wat er van waar is. De ontknoping is te mooi om weg te geven, maar heb boek heet natuurlijk niet voor niets De leugens van de nacht. Het is vast al opgevallen: de thematiek van het boek lijkt een beetje op de Decamerone. Dat wordt in het boek zelf ook meermalen benoemd, de terdoodveroordeelden noemen hun verhalenvertellerij zelf hun nachtelijke Decamerone, zij het een stuk korter dan het origineel.

Natuurlijk zijn Tomasi de Lampedusa, Auci en Bufalino niet de enige schrijvers die (fictie)boeken van betekenis over Sicilië hebben geschreven. Naast de nodige romans over de maffia (Mario Puzo!) is er bijvoorbeeld ook nog de serie detectiveromans van Andrea Camilleri waarin inspecteur Montalbano op Sicilië misdaden oplost. Ook voor reizigers met andere literaire interesses is er dus nog genoeg te kiezen voordat je het vliegtuig of de boot naar dit prachtige eiland neemt.

Een boekhandel in de open lucht

Naast deze vakantieliteratuur was er natuurlijk ook nog genoeg te ontdekken in Palermo zelf. De vele (en soms overweldigende) bezienswaardigheden daar worden in andere blogs beschreven - hier gaat het alleen over boeken. Daarom wil ik er één locatie uithalen: de openluchtboekhandel van Pietro Tramonte in het centrum van Palermo. In een steegje en op een pleintje daarachter staan lange rijen met kasten vol boeken. Volgens Pietro zijn het er intussen 70.000 en ik geloof zomaar dat het waar is. Afgedekt door plastic zeilen tegen de regen staan de boeken op klanten te wachten. Ongeprijsd - je mag er voor geven wat je wilt, hoewel een like een gratis boek oplevert. Ook kinderen mogen een gratis boek uitzoeken.

De voorraad is natuurlijk overwegend Italiaans, hoewel er ook een aardige sectie boeken in andere talen is: Engels, Duits, Frans, Russisch en zelfs Nederlands. Niet dat die laatste nu zo’n bijzondere collectie is: het zijn toch vooral achterblijvers van toeristen en daarmee enigszins gedateerde boeken. Plus dat de kwaliteit er niet echt op vooruit gaat in de open lucht.  Wat ik wel passend vond, was dat er een exemplaar van De tijgerkat in het kratje met Nederlandse boeken lag. Kennelijk achtergelaten door iemand die net als ik graag boeken leest die passen bij de plek van vakantie. Na even zoeken trok ik er nog wel een mooi exemplaar van Gerrit Komrij uit: zijn roman Over de bergen. En later nog een mooi gebonden Engels boek voor de dochter (ik geef de titel niet weg want ze leest dit blog en moet het boek nog krijgen). Omdat ik de beroerdste niet ben gaf ik Pietro er 5 euro voor. Dat leidde tot een ingewikkeld dialoogje:

Pietro: Just 5 euro?

Ik: 5 euro it is.

Pietro: No more?

Ik: Should it be more?

Pietro: Do you think it should be more?

Ik: What do you think?

Pietro: What do you think?

Ik: Is it enough for you?

Pietro: Is it enough for you?

Ik: It’s enough for me. Is it enough for you?

Pietro: It’s enough for me.

Ik: Are you happy?

Pietro: I’m happy.

Ik: Then I’m happy too.

En daarmee waren de boeken dan eindelijk van mij. Al met al heb ik een aangename tijd doorgebracht tussen de rekken van Pietro. Waarbij ik het niet kon laten om ook nog wat boeken te sorteren: het kratje met Nederlandse boeken bevatte ook enkele Duitse boeken, die heb ik weer netjes bij de Duitsers teruggezet. Deze fantastische plek is zeker een bezoek waard. Pietro zit er elke dag, behalve zondag, want dan wil zijn vrouw graag dat hij thuis is (zo vertelde hij). Terwijl ik bij de boeken was zag ik dat mensen hem boeken kwamen brengen. Zo komt hij dus inderdaad aan zijn voorraad: mensen brengen hem hun overtollige boeken, waarna hij ze na ingewikkelde dialogen met klanten weer voor een paar euro van de hand doet. Voor mij een mooie tijdsbesteding in een fantastische stad. Die natuurlijk nog veel meer boekhandels bevat, maar niet zo uniek al deze in de Via Monte Santa Rosalia.


26 september, 2021

323 - De schatkamer Colette

Foto: Martijn Beekman via www.indebuurt.nl
Het zal veel boekenliefhebbers niet ontgaan zijn dat antiquariaat Colette, in de Reinkensstraat in Den Haag, de afgelopen maanden geregeld in het nieuws was. Eerst door een bericht dat al zo vaak over antiquariaten is verschenen: de eigenaar stopt ermee en het antiquariaat dreigde te worden opgeheven. Maar daarna was er veel media-aandacht doordat er een unieke reddingspoging op touw werd gezet om er voor te zorgen dat dit antiquariaat voor de buurt en voor Den Haag (en voor Nederland) behouden zou blijven. Een enthousiast team van liefhebbers zette de schouders eronder en in no-time was het beoogde bedrag via crowdfunding gerealiseerd. En daarmee kon Colette worden voortgezet.

Recent zou ik met mijn dochter een dagje door Den Haag toeren om zoveel mogelijk antiquariaten en kringloopwinkels te bezoeken Een beetje naar analogie van onze trip naar Londen, maar iets meer in de buurt. Zij maakte het lijstje met te bezoeken winkels en ik had als eis dat Colette er in elk geval op zou staan.

En zo kwamen we aan in dit antiquariaat. Het viel mij op dat er best veel jong publiek was. Dat zie je niet vaak in een antiquariaat. Later zag ik op Twitter dat dit te maken had met een TikTok filmpje over Colette. Goed gedaan door de reddingsploeg, om zo nieuw publiek aan te boren!

De verhalen over Colette bleken allemaal waar te zijn. Het is een totaal volgepropte winkel waar op zich enige ordening in zit, maar waar tegelijkertijd stapels boeken overal in het rond staan wat er voor zorgt dat je overal waar je kijkt boeken ziet die je nodig van dichtbij moet bekijken. Om nog maar te zwijgen van de boekenberg in het midden van de winkel - waar stapel achter stapel staat, en wat er in de achterste stapels staat zullen we nooit weten. Ook in de kasten staan de rijen dubbel, en natuurlijk kijk je af en toe naar de achterste rij maar het is geen doen om in alle kasten de achterste rij te bekijken. En dus blijven er onvermijdelijk (te) veel boeken onbekeken.

Kortom, een geweldige winkel waarvan je zeker weet dat hij vol schatten staat waar je niet meteen bij kan komen. Boeken over tal van onderwerpen en in vele talen. Dus ook een winkel om om de zoveel tijd naar terug te gaan omdat er dan hopelijk wat stapels verkocht zijn en je bij nieuwe boeken kunt komen. Intussen is er een uitverkoop geweest in Colette die - ook weer mede door TikTok aandacht  - goed heeft gelopen. Allicht zijn er nu weer nieuwe boeken binnen handbereik, zodat er alle reden is om binnenkort weer terug te gaan.

Bij de speurtocht door Colette had ik al snel een stapeltje boeken gevonden en afgerekend. Een enkele daarvan wil ik even in de spotlights zetten.

Een schaarse Van Schendel

Een van de eerste uitgaven die ik vond was Arthur van Schendel’s Angiolino en de lente, een uitgave uit 1923 van Stols in de reeks Trajectum ad Mosam. Dit werkje verscheen destijds in een oplage van 188 exemplaren, waarvan een aantal Romeins genummerd. Een beperkt aantal exemplaren werd ook nog eens op perkament gedrukt, en dit is helaas niet een van die exemplaren. Maar dit is wel één van de Romeins genummerde exemplaren (IX) met als bijzonderheid dat dit exemplaar op naam gedrukt is. Het boekje vermeld dat dit exemplaar is gedrukt voor H. Boosten. 

Deze naam herkende ik. Ik kende een H. Boosten, was hij niet zakenpartner van Stols? Ik vond een mooie verklarende voetnoot in de briefwisseling tussen Ed. Hoornik en A.A.M. (Sander) Stols, bij een brief uit 1942. De voetnoot zegt: 

Ludovicus Hubertus Alexander Stols (1870-1942), was op 10 december overleden aan de gevolgen van een mislukte operatie. Hij was drukker, had zijn opleiding voor het drukkersvak bij Eduard Nypels van de firma Leiter Nypels in Maastricht gehad en richtte in 1894 met H. Boosten de drukkerij Fa. Boosten & Stols op. In 1920 werd een afdeling boekkunst aan de uitgeverij toegevoegd en werden eigen uitgaven gedrukt. Toen H. Boosten zich in 1925 uit de zaak terugtrok, zette L.H.A. Stols de zaak met zijn zoons Alphonese Auguste Jean (Fons) Stols (1901-1985) en Clément Marie (Clim) Stols (1903-1980) voort. [A.A.M. (Sander)] Stols heeft een belangrijk deel van zijn fonds bij zijn vader laten drukken. 

Even verder speurend leer ik dat Sander Stols vanaf circa 1923 samen met zijn broer Fons de reeks Trajectum ad Mosam had opgezet en deze Van Schendel-uitgave was dus een van de eerste verschenen titels in die reeks, namelijk in het jaar dat de serie startte. Over deze specifieke uitgave schreef J.C. Bloem trouwens nog een stukje in De Gids in 1924. Eerst memoreert hij dat de kwaliteit van het werk van Van Schendel een neergaande lijn laat zien, maar dat hij desondanks tot onze grootste schrijvers behoort. Over de publicatie van Angiolino en de lente zegt Bloem vervolgens: 

Waar ik over den inhoud van Angiolino en de lente schrijf, zou ik mij ondankbaar achten, indien ik ook niet een enkel woord wijdde aan den vorm, waarin het is uitgegeven. De Trajectum ad Mosam-pers is een van die ondernemingen, die telkens weer trachten, ons land, dat op dit stuk nog zuiniger dan anders is, uit zijn lithurgische slaap te wekken. Is er wel een land - in Europa tenminste - dat zoo absoluut niets voelt voor een behoorlijk boek, of er althans niets voor over heeft, hetgeen in de praktijk op hetzelfde neerkomt? Des te meer lof verdienen onze particuliere persen, waaronder die van den heer Stols een alleszins waardige plaats inneemt.

Wat ik bijzonder vind is dat een exemplaar dat Sander Stols specifiek heeft gedrukt voor de man die samen met zijn vader een bedrijf voerde, uiteindelijk in een Haags antiquariaat terecht is gekomen. Ik zou verwacht hebben dat het boekenbezit van Boosten bewaard zou zijn gebleven of misschien integraal geveild. Maar losse uitgaven vinden uiteindelijk toch hun weg naar het antiquariaat. Ik keek nog even op boekwinkeltjes.nl en vond nog een uitgave van Stols die gedrukt is voor H. Boosten, in dit geval een uitgave van P.C. Hooft. Er zijn dus meerdere vergelijkbare boeken in omloop. Maar deze staat nu in elk geval te pronken in mijn kast.

Een bijzondere Willink?

Ik dacht bij Colette nog een aardige vondst te hebben gedaan. Ik trok het kleine uitgaafje Het weten komt langzaam van Carel Willink uit een stapel, uitgegeven door De Driehoek in Antwerpen in 1926. Door het boekje bladerend zag ik dat een genummerd exemplaar was: nummer 8 van 315 en voor een paar euro was het van mij. Eenmaal thuisgekomen bleek de werkelijkheid toch wat anders te zijn. De uitgave die ik had gekocht bleek een facsimile te zijn van het Centraal Museum in Utrecht uit 1978. Niks originele uitgave uit 1926, maar gewoon één van heel vele exemplaren van de herdruk.

Desondanks is het een mooi werkje en een leuke toevoeging aan mijn collectie. De oorspronkelijke uitgave bleek nog een interessante relatie met Du Perron te hebben. In Tirade 184 lees ik

In april ’25 besluit Du Perron voor zijn rekening en risico ook een reeks ‘verhalen van De Driehoek’ uit te geven. Hij weet dan dat Willink bezig is zich aan proza te wagen en onmiddellijk wordt hem de publikatie van zijn verhaal in de reeks aangeboden. In april ook is het verhaal al voltooid en wordt het onder de titel Het Weten komt langzaam Du Perron toegestuurd. Het is in optima forma een brok sophisticated en met alle lezers sollend Merz-proza, maar Du Perron schrijft de zo gedurfd zich uitende auteur op 19 mei goedmoedig: ‘Het Weten komt langzaam is met al z’n onzekerheden, zonden tegen compositie-wetten en andere zijsprongen een opwekkend geschrift dat onze aandacht vermag te boeien. Ik ben benieuwd naar wat Van Ostaijen ervan zeggen zal.’ Het verhaal verschijnt eind november ’25, opgedragen aan Duco Perkens en voorzien van een passend kubistisch frontispice-portret van de schrijver door diens Duitse vriend, de schilder en dichter H. Behrens-Hangeler. 

Ook hier geldt dat ik nieuwsgierig ben of er nog meer exemplaren van te koop staan. De misvatting die ik zelf had (namelijk dat het een werkje uit 1926 was en niet uit 1978) blijkt op meer plekken aanwezig te zijn. Op boekwinkeltjes.nl wordt een enkel exemplaar aangeboden met alleen de vermelding De Driehoek, maar meestal wordt  terecht vermeld dat het een reprint uit 1978 is. Desondanks staat bij de meeste exemplaren vermeld dat het een genummerd exemplaar betreft, en wel (wie had dat gedacht...) nummer 8 van 315. Dat deze nummering eveneens in facsimile aanwezig is, wordt er niet bijgezet. Bijzonder is wel dat twee van de aangeboden exemplaren uit 1978 in dat jaar werden gesigneerd door Willink. Ik heb mijn exemplaar nog een keer gecheckt voor de zekerheid, maar helaas: het is ongesigneerd.

Deze twee kleine maar leuke uitgaven staan wat mij betreft symbool voor het aanbod in Colette: er is van alles wat te vinden en met wat zoeken vind je een paar heuse pareltjes waarvoor je wel eerst door talloze doorsnee uitgaven moet graven.

03 september, 2021

322 - Klein toneelarchief op Marktplaats

Schreef ik eerder al over efemeer drukwerk dat ik opdook bij de voorjaarsveiling van Bubb Kuyper, deze keer een stukje over een nieuwe stapel efemere uitgaven. De stapel kwam nu niet van een veiling, maar gewoon van Marktplaats.

Scrollen door advertenties op Marktplaats vraagt veel geduld, maar levert bij tijd en wijle mooie dingen op. Zo viel mijn oog onlangs op een advertentie met de titel "klein archief Haagse Comedie" voor de verbluffende prijs van 1 euro. In de beschrijving werd aangegeven dat het ging om een soort van historisch archief van producties van de Haagse Comedie (en een paar andere gezelschappen). Ik schreef al eerder over de Haagse Comedie waar ik ooit een jaar op kantoor werkte, en daarna nog een tijd als verkoper van tekstboekjes tijdens voorstellingen. Ook vorige keer was sprake van een mooie Marktplaatsvondst. Vanuit jeugdsentiment blijf ik echter geïnteresseerd in dit historische gezelschap, en zo kwam het dat ik deze advertentie zag.

De deal met de aanbieder was supersnel gemaakt: ik hoefde uiteindelijk alleen maar de verzendkosten te betalen voor deze collectie, verder wilde ze er niks voor hebben. Niet eens de ene euro dus. Dit maakte mij natuurlijk wel nieuwsgierig: wat was het verhaal achter deze advertentie? Was dit afkomstig van een oud-medewerker van het gezelschap? Was er nog meer materiaal beschikbaar? En waarom voor zo'n laag bedrag op Marktplaats?

Het klein archief bleek afkomstig te zijn van een recent overleden familielid van de aanbieder. Dit familielid had altijd een passie voor theater gehad. Zij had de programmaboekjes en informatie over voorstellingen die zij bijwoonde al die jaren bewaard en dat werd zo een indrukwekkende stapel. Dat deze bezoeker een passie voor theater had bleek ook wel uit de enorme hoeveelheid folders en boekjes. Nadat ik het op jaar had gesorteerd, zag ik dat zij meerdere keren per seizoen een voorstelling bijwoonde. Dat was eenvoudig te achterhalen omdat op de programma’s vaak met pen de datum had geschreven waarop ze de voorstelling had bijgewoond. Op verschillende plekken waren krantenknipsels ingevoegd met de recensie van het stuk. Bij het opruimen van de boedel vonden de nabestaanden deze stapel en was het idee eerst om het weg te gooien. Maar de aanbieder vermoedde dat er nog wel iemand interesse in zou kunnen hebben, en dat was goed gedacht: ik ben blij dat deze programma’s nu bij mij in de kast staan.

Intermezzo: een Haagse verhalenbundel

Terwijl ik deze Haagse theaterherinneringen aan het sorteren was, herinnerde ik mij een passage uit het boek dat ik op dat moment aan het lezen was: Het verdriet van Eline van Jan Paul Bresser (een mooi gesigneerd exemplaar). Dit boek is een bundeling verhalen over levens van (oudere) mensen in de Haagse binnenstad en staat vol met verwijzingen naar kenmerkende Haagse plaatsen en gebeurtenissen. De verhalen zijn een feest van herkenning en bevatten allerlei terloopse opmerkingen die je alleen herkent als je uit Den Haag komt. Onvermijdelijk komen de hoofdpersonen dan natuurlijk ook in de mooiste schouwburg van Nederland, de Koninklijke Schouwburg. In het titelverhaal staat de volgende passage (p. 60):

Vlak na haar huwelijk op 9 mei 1960, op de dag dat ze twintig werd, had Eline met de grote liefde van haar leven, Karel van Nieuwenhuyzen, een mooi huis in de Juffrouw Idastraat betrokken. Ze waren jong en wilden in het oude centrum wonen, dicht bij het Lange Voorhout en de Hofvijver en de Koninklijke Schouwburg, waar ze alles van de Haagsche Comedie probeerden te zien en genoten hadden van De Kersentuin met die ontroerende Ida Wasserman en die prachtige Paul Steenbergen. Ze waren heimelijk verliefd op hun favorieten, de jeune premier Guido de Moor en de veelbelovende Anne Wil Blankers.

Het is niet helemaal duidelijk naar welke uitvoering van De Kersentuin Bresser verwijst. Uit de online theaterencyclopedie leer ik dat dit stuk met deze bezetting meerdere keren is opgevoerd in die periode: allereerst in 1953 (maar toen was de hoofdpersoon 13, dat lijkt mij onwaarschijnlijk gegeven het verhaal) en ook nog in 1960 en 1961. Die laatste uitvoeringen passen mooi in dit verhaal.

Programma’s uit de jaren ‘60 en ‘70

In het stapeltje programma’s dat ik kreeg zat helaas niet die van de Kersentuin uit begin jaren ‘60. Dat zou wel een heel mooi toeval zijn geweest: de aanwezigheid van deze toneelliefhebber bij dezelfde voorstelling als een fictief romanpersonage. Of misschien was ze er wel, maar bewaarde ze toen nog niet de programma’s van voorstellingen waar ze was geweest.

Het oudste exemplaar uit de stapel stamt uit het seizoen 1964/1965 en is van de voorstelling Er is een moord gepleegd van Jack Popplewell. Ook in dat stuk speelde Ida Wasserman, maar zonder Paul Steenbergen. De ‘jeune premier’ Guido de Moor en de ‘veelbelovende’ Anne-Wil Blankers speelden niet mee in die voorstelling zodat de verliefde Eline en Karel ze die avond hebben moeten missen. Hoewel Guido de Moor al vanaf 1962 aan de Haagsche Comedie was verbonden, kom ik hem voor het eerst tegen in het programma van de voorstelling Cactusbloem van Pierre Barillet en Jean-Pierre Grédy uit seizoen 1964/1965. Anne-Wil Blankers (door Bresser ten onrechte zonder koppelteken geschreven) kom ik voor het eerst tegen in het programma van het blijspel School voor vrouwen van Molière uit seizoen 1966/1967, Hoewel ook zij dan al een aantal jaar voor de Haagsche Comedie actief is.

In de eerste paar jaren van de stapel kende de Haagsche Comedie nog geen eigen programma’s. Het programma was een vouwblad in een algemeen programma van het seizoen van de Koninklijke Schouwburg, waar de gezelschappen in werden genoemd die dat seizoen in Den Haag te zien zouden zijn. In 1964/1965 waren dat naast de Haagsche Comedie onder meer de Nederlandse Comedie, Toneelgroep Ensemble en de Nieuwe Komedie. Daarnaast bevatte het boekje advertenties van typisch Haagse bedrijven, zoals voor de Elizabeth Arden-salon aan de Plaats in Den Haag (Le charme souverain d’une coiffure nouvelle!) en voor de modieuze bontmantels en stola’s van Reimer in de Annastraat (passend bij uw persoonlijkheid). Aan de advertenties is duidelijk te zien dat het beoogde publiek de Haagse notabelen zijn die geacht worden een goede en dure smaak te hebben als het gaat om eten, kleding en uiterlijke verzorging.

De programma’s veranderden in seizoen 1967/1968. In het programma voor Zo is het van Luigi Pirandello (ter gelegenheid van diens honderdste geboortedag) lees ik: 

Met ingang van het seizoen 1967/1968 gaat De Haagse Comedie haar programma’s zelf exploiteren. Het ligt in de bedoeling ons publiek via deze publikatie zo uitgebreid mogelijk te informeren omtrent de activiteiten van ons gezelschap, het repertoire en alles wat daarmee samenhangt.

Sowieso is dat seizoen er een van grote veranderingen. Er lijkt namelijk ook definitief afscheid te worden genomen van de ch in de naam (Haagsche wordt Haagse). In de jaren daarna verandert het programma regelmatig van vorm: eerst een langwerpig boekje, dan een paar jaar een nog langwerpiger (en erg onhandig) vouwblad en vervolgens nog een paar jaar een vierkant boekje. Het laatste programmaboekje in de stapel stamt uit 1977 en is van Carlo Goldoni’s De Waaier. In die 13 jaar zijn er programma’s van 51 voorstellingen aanwezig - gemiddeld zo’n 4 per seizoen. Grappig genoeg start mijn eigen collectie tekstboekjes van de Haagse Comedie in 1978, met het tekstboekje Julius Caeasar van Shakespeare. Zo sluiten beide collecties mooi op elkaar aan: van 1964-1977 programma's en van 1978-1988 tekstboekjes. Nog een grappig toeval: het laatste tekstboekje is ook weer van Carlo Goldoni, dit keer het stuk Wie trouwt de weduwe?. Dat was trouwens niet de laatste voorstelling van de Haagse Comedie. Het gezelschap sloot af met het stuk Happy End. En daarna werd het opgeheven en werd het stokje overgepakt door Het Nationale Toneel, dat nog steeds bestaat.

25 jaar Haagse Comedie

In de periode waar ik nu de programma's van heb, viel ook het 25-jarig jubileum van de Haagse Comedie - in 1972. Ik had het jubileumboek uit die periode al staan, maar nu heb ik ook het programma van de jubileumvoorstelling Ter ere van van David Storey. Niet alleen was dit het 25-jarig jubileum van het gezelschap, maar ook van de carrière van Ida Wasserman bij het gezelschap: een dubbel jubileum dus. Ida Wasserman speelde dan ook met Ko van Dijk de hoofdrollen in het stuk. In het stapeltje programma\s zaten ook nog twee folders met informatie over de beide hoofdrolspelers die waren uitgegeven ten tijde van deze jubileumvoorstelling.

Wie goed naar het omslag van het jubileumboek 25 jaar Haagse Comedie kijkt ziet daar het aanplakbiljet voor de voorstelling van Ter ere van. Bijzonder is ook dat Jan Paul Bresser - die in het citaat hierboven de hoofdpersonen in zijn verhaal naar voorstellingen van de Haagse Comedie liet gaan - een bijdrage aan dit jubileumboek heeft geleverd. Hij schreef een hoofdstuk over Carl van der Plas. Andere hoofdstukken in het jubileumboek zijn geschreven door Hella Haasse, Simon Carmiggelt en Pierre H. Dubois.

Volgens een aantekening op het programma ging de toneelliefhebster op 30 september 1972 naar de jubileumvoorstelling. Het was volgens het weerbericht een licht bewolkte maar droge dag geweest, met een temperatuur van zo'n 10 graden. Of het een fijne theateravond is geweest is niet helemaal zeker. Ik lees namelijk in het jubileumboek Haagse Comedie 40 jaar dat het niet zo'n beste uitvoering was (p. 70):

Met Ter ere van werd het vijfentwintigjarig bestaan van de Haagse Comedie gevierd. Sober. En ironisch. Het stuk ging ook over een jubileum - een veertigjarig huwelijk, maar werd het tegendeel van een feest. Bovendien viel de kwaliteit van het stuk - niet het peil van het spel, met Ida Wasserman en Ko van Dijk - tegen na de hoge verwachtingen die in 1971 zijn Mooi weer vandaag gewekt had.
Met die première werd ook gevierd dat Ida Wasserman behalve vijftig jaar aan het toneel, ook vijfentwintig jaar bij de Haage Comedie was. Zij kreeg de zilveren legpenning van Den Haag.

Overige voorstellingen

Programma van de voorstelling
Droom van een midzomernacht
Naast de programma’s van het vaste repertoire van Haagse Comedie zijn er nog wat folders van andere voorstellingen en gezelschappen aanwezig. Een dissonant tussen al deze toneelvoorstellingen is een uitstapje naar John Lanting’s Theater van de Lach. Dit lijkt qua genre helemaal niet te passen bij de rest van de bezochte voorstellingen. Maar de voorstelling was wel in de Koninklijke Schouwburg, dus misschien trok dat deze liefhebster over de streep. Verder is er een enkel programma van het Nieuw Rotterdams Toneel en Zuidelijk Toneel Globe. Deze liefhebster ging naar allerlei interessante stukken in de Koninklijke Schouwburg, zo lijkt het. Maar ook daarbuiten: er is ook een informatiemap uit 1974 van het stuk August, August, August van Pavel Kohout uit 1974, dat werd opgevoerd in het HOT in Den Haag. Een bijzondere programma is dat van de voorstelling Droom van een Midzomernacht dat op verzoek van het Haagse Gemeentebestuur werd geënsceneerd ter gelegenheid van de ondertrouw van Beatrix en Claus. Het stuk moest worden uitgevoerd door de jongere leden van de Haagsche Comedie, en uiteraard zitten daar Guido de Moor (als Lysander) en Anne-Wil Blankers (als Helena) bij. In het programma staat over deze voorstelling:

Een gelukkiger keuze kan men zich voor deze gelegenheid nauwelijks voorstellen: een feestelijk blijspel over jonge liefde, gespeeld door jonge mensen, ter ere van een jong paar.

Deze uitvoering ging in februari 1966 in première, een maand voordat het huwelijk tussen Beatrix en Claus werd gesloten. Bij de spelers staan een paar namen die later veel bekendheid kregen door TV-series: Manfred de Graaf (als Demetrius) kreeg later grote bekendheid door Zeg ‘ns AAA en Gaston van Erven (als Knus de schrijnwerker) had later rollen in de series als Medisch Centrum West en Vrienden voor het leven.

Bladerend door al deze programma’s blijkt nog maar eens wat een legendarisch toneelgezelschap de Haagse Comedie is geweest. Zoveel grote namen hebben daar gespeeld en zoveel talent is daar doorgebroken om later bij andere gezelschappen, in films en TV series te spelen. En zoveel klassiekers uit de theatergeschiedenis zijn door het gezelschap op de planken gebracht. Het fijne van al deze programma’s uit de pre-Wikipedia-periode is dat je niet alleen informatie krijgt over wie er speelt, maar ook achtergrondinformatie over de auteur en het stuk. Een vaste bezoeker van het theater kreeg zo door de jaren heen een behoorlijke hoeveelheid theatergeschiedenis mee. Niet verwonderlijk dus dat al deze programma’s bleven bewaard - als herinnering aan een mooie avond maar zeker ook als naslagwerk voor informatie over talloze auteurs, acteurs en toneelstukken.

20 juli, 2021

321 - Zomerse desiderata: bibliofilie, renaissance en morfine

Met de zomer in aantocht is van enige verslapping in de Bibliotheca Scatebra niets te merken. Hoewel we midden juli leven, heeft vandaag - 20 juli 2021 - weer een geweldige kwaliteitsimpuls plaatsgevonden in huize sneuper. Ik kon mijn bibliotheek met maar liefst drie prachtige uitgaven verrijken (en wat extra's).

Stichting Desiderata publiceert tweede uitgave: Hayward Ho!


Bijna drie jaar geleden kondigde ik met trots op mijn blog aan dat ik er in was geslaagd de hand te leggen op het mysterieuze werkje Hayward Ho! A bookhunter's holiday to the British Isles of Ethiek van de boekensneuper. Ik had er lang naar gezocht omdat het boekje vrij schaars is (in het colofon wordt vermeld dat de oplage circa 30 exemplaren is, maar gelet op de ironische toon van het hele boekje valt te betwijfelen of dat getal klopt) en het was uiteraard in De Slegte dat ik het uiteindelijk vond. Het boekje is een feest van herkenning voor bibliofielen en ik heb daarom een uitgebreide weergave van de inhoud destijds in mijn blog beschreven. 

Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog een exemplaar van dit boekje zou zien. Toch gebeurt dat nu, zij het anders dan gedacht. Het reisverslag is de nieuwste uitgave van de Stichting Desiderata geworden. Ik had destijds al uitgepuzzeld dat achter de pseudoniemen in het boekje een aantal personen schuilgingen die nu deel uitmaken van het bestuur van de Stichting Desiderata. Ik heb al eerder de loftrompet over deze stichting gestoken en ga er van uit dat al mijn lezers inmiddels trouw lid zijn geworden of zich vandaag onmiddellijk gaan aanmelden.

De Stichting stelt zichzelf een bijzonder doel, namelijk het "zich ongeremd over[geven] aan haar bibliofiele neigingen. Dit uit zich vooral in het schrijven, samenstellen, vertalen en uitgeven van boeken die, qua inhoud en vorm, een onvoorwaardelijke liefde voor het boek weerspiegelen." Met de eerste  uitgave van de Stichting is dat uitstekend gelukt: De bilbiomaan van Charles Nodier werd een prachtboek waarin het klassieke verhaal van Nodier is opgenomen. De toegevoegde biografische schets en de bibliomaniakale aantekeningen maken dit boek tot een feest voor bibliofielen.

Dit boek smaakte uiteraard naar meer, en hoewel het lidmaatschap van de Stichting in principe tot niets verplicht zou je wel gek zijn als je als lid de kans liet liggen om de uitgaven aan te schaffen. Het is niet verwonderlijk dat van De bibliomaan al snel een tweede druk moest verschijnen.

Om het lange wachten tot de volgende grote uitgave een beetje te verzachten verschijnt dus nu de heruitgave van Hayward Ho! Wie ooit met boekenvrienden gezamenlijk op jacht is geweest naar boeken weet met hoeveel listen een dergelijke tocht moet worden ondernomen om te voorkomen dat een lang gezocht boek in andermans stapel verdwijnt. Vrienden zijn fijn, maar het is niet de bedoeling dat ze met boeken op de loop gaan die in jouw bibliotheek thuishoren. Dat betekent dat verfijnde tactieken nodig zijn om dit te voorkomen. Helaas ontwikkelen de andere boekenvrienden deze tactieken ook, zodat het de kunst wordt om onder het mom van vriendschap de concurrentie steeds een stap voor te blijven. Dubbelspel en geheime agenda's zijn dan aan de orde van de dag, verpakt in vriendelijke tips en adviezen die er vooral op gericht zijn elkaar op een dwaalspoor te brengen.

Hayward Ho! is een even hilarisch als openhartig verslag van de wijze waarop deze groep boekenvrienden elkaar de loef afsteekt, maar nog net het gewenste laagje beschaving weet te behouden. De lezer leert veel over list en bedrog in de boekenwereld, strijdlust tussen bibliofielen en hoe je het meest effectief een antiquariaat doorzoekt. 

In het boek speelt Doctor Syntax, of aan deze figuur gerelateerde uitgaven, een grote rol. Briljant is de passage waarbij één van de vrienden een stapel exemplaren gerelateerd aan Doctor Syntax apart laat leggen voordat een antiquariaat opent, vervolgens in een ánder antiquariaat zijn slag slaat en dan voor de neus van zijn teleurgestelde vrienden in het eerste antiquariaat alsnog de apart gelegde stapel aankoopt. En ondertussen het bezoek aan het volgende antiquariaat ook voor de vrienden heeft bedorven, want alle schatten zijn daar al uit verdwenen. Niet voor niks kende de uitgave uit 1998 als fictieve uitgever Doctor Syntax. Immers, ook de beschreven boekenreis naar Engeland mag worden beschouwd als een picturesque tour.

In de uitgave uit 2021 krijgt Doctor Syntax weer een heel andere rol, namelijk door de fraaie illustraties in het boekje, die afkomstig zijn uit verschillende 19e-eeuwse Doctor Syntax-uitgaves. Dit geeft al aan dat de  uitgave uit 2021 qua vorm van een heel ander kaliber is dan de uitgave uit 1998. Het is een schitterend boekje geworden, fraai gebonden, lekker papier, mooi opgemaakt en prachtig gedrukt. En het ruikt fantastisch. Heel anders dan het geniete werkje uit 1998 in elk geval, dat een prima boekje is maar qua uitgave heel doorsnee. De nieuwe uitgave laat zien hoe je met liefde boeken maakt. 

Voor mij was de vergelijking tussen 1998 en 2021 ook op tekstniveau interessant. Zou het verhaal herschreven zijn en zijn er pijnlijke details verdwenen? Het overgrote deel van de tekst is intact gebleven, maar wel zijn er op verschillende plekken wat kleine aanpassingen gedaan. Sommige namen van reisgenoten zijn vervallen, de steeds terugkerende opmerking dat Fred klassiek geschoold was is geschrapt (dit vond ik zelf trouwens een van de grappige onderdelen van het boekje, dus jammer is het wel) en een geciteerde boekencolumn van Ed Schilders wordt nu niet meer geplaatst in een "voormalig roomse ochtendkrant" maar gewoon in de Volkskrant. Verder lopen een paar zinnen anders. En tot slot is de titel ingekort. De tussenzin "a bookhunter's holiday to the British Isles" is vervallen. Misschien wel terecht, want de lezer kan zich afvragen of de Engelse reis nog wel als een "holiday" kan worden beschouwd, gezien de verwikkelingen in de groep. Al met al geen fundamentele tekstwijzigingen, maar wel een aantal redactionele aanpassingen. 

In het nawoord bij deze uitgave wordt nog teruggeblikt op de publicatie uit 1998:
De schrijvers hebben, hetzij door onderling gekrakeel, hetzij omdat ze achteraf spijt hadden van hun voorpublicatie, zich beijverd de exemplaren van de voorpublicatie terug te bemachtigen om die te vernietigen. Dat lukte, gelukkig, maar ten dele. Het aanvankelijk aangekondigde grotere werk is begrijpelijkerwijs nooit verschenen. We moeten het dus doen met de voorpublicatie, waarvan het aantal bewaard gebleven exemplaren zo gering is, dat het de zeldzaamheidswaarde van het uitgaafje nog heeft doen toenemen en het als curiosum een gezocht item is geworden.
Hieruit leer ik twee dingen:
- het aantal bestaande exemplaren van de 1998-uitgave is inmiddels waarschijnlijk kleiner dan 30. Welk ander Desiderata-lid (behalve de bestuursleden) zou behalve ik over beide uitgaven beschikken?
- ik moet de bescherming van mijn bibliotheek opschroeven. Mijn adres is bij de Stichting bekend en als de ijver om bestaande exemplaren uit 1998 te vernietigen nog steeds bestaat, vrees ik dat ik binnenkort een bibliofiele knokploeg kan verwachten.

Twee bibliofiele uitgaven Van Dis

Adriaan van Dis is een schrijver van wie het nodige werk in bibliofiele uitgaven verschijnt. Op dit blog schrijf ik er regelmatig over, omdat elke aanwinst toch wel weer een groots moment is - zeker als het er één van het zeldzame soort is.

Vandaag ontving ik met dank aan Fokas Holthuis een langgezochte uitgave: Morfine. Hoewel de  uitgave zelf relatief jong is (2019) kon ik het maar niet te pakken krijgen. Het boek is verschenen bij uitgeverij 99 Uitgevers in een oplage van 99 genummerde exemplaren en gesigneerd door zowel Van Dis als door kunstenaar Berend Strik. In het boek doet Van Dis in 7 gedichten verslag van zijn ervaringen met morfine nadat hij met botbreuken in het ziekenhuis belandde. De morfine leidde tot een herbeleving van trauma's in zijn leven - die hij al eerder uitgebreid in zijn romans heeft beschreven. In dichtvorm beschrijft hij deze ervaring en beschouwt en becommentarieert hij ze vervolgens ook. Beeldend kunstenaar Berend Strik verzorgde de illustraties: foto's die bewerkt zijn met naald en draad. Het zijn beklemmende illustraties geworden. De combinatie van de foto's van lichamen die bewerkt zijn met naald en draad passen goed bij de tekst en versterken het gevoel van kwetsbaarheid dat ook uit de gedichten spreekt. Bij de bundel hoort een gesigneerde en genummerde piëzografie van de collage The Ear met een – uniek – handmatig aangebracht stiksel, eveneens in een oplage van 99. Zowel boek als kunstwerk hebben het nummer 8. 

De tweede bibliofiele aankoop is van vorige maand en betreft een uitgave die ik al had, maar niet in deze vorm. Het verhaal De vraatzuchtige spreekt verscheen in 1986 bij uitgeverij AMO in een oplage van 35 exemplaren. Van deze 35 exemplaren zijn er 28 ingenaaid en Arabisch genummerd. Hiervan bezat ik al een exemplaar. Maar er zijn ook 7 exemplaren in twee kleuren gedrukt, gebonden door Binderij Phoenix en Romeins genummerd. Die versie bezat ik nog niet, tot het moment dat Bubb Kuyper een exemplaar aanbood in de voorjaarsveiling 2021. Die kon ik niet laten lopen uiteraard. En hoewel het boek meer opbracht dan verwacht en mij dus ook ruim meer kostte dan ik eigenlijk van plan was te betalen, kon ik dit boek niet weerstaan. Gelukkig staat het exemplaar met nummer VII nu te pronken in mijn mooie vitrinekast

Een feestelijke geboortedag van Petrarca

Op 20 juli 1304 werd Francesco Petrarca geboren in Arezzo. Precies op zijn 717e geboortedag plofte als derde geschenk aan mijn bibliotheek de uitgave van het Liedboek oftewel de Canzoniere van zijn hand bij mij op de mat. Een mooie manier om de geboortedag van één van de grondleggers van het humanisme te eren.

Ik heb al eerder geschreven over mijn bewondering voor Petrarca en mijn zoektocht naar een aantal van zijn publicaties. Eén ervan stond op twee lijstjes: mijn Petrarca-lijstje en mijn Gouden Reeks-lijstje. Het is het befaamde Liedboek dat in 2008 verscheen in de prachtige Gouden Reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep. De uitgaven in de Gouden Reeks verzamel ik al min of meer sinds 2005. Door een paar recente veilingaankopen realiseerde ik mij dat ik het merendeel van de serie al had. Nu werd het tijd om ook de ontbrekende delen te kopen. Eén van de ontbrekende delen was het Liedboek en toen ik deze onlangs bij Scheltema in Amsterdam zag staan bij de tweedehands boeken, sloeg ik natuurlijk onmiddellijk toe. Of eigenlijk: ik zag een exemplaar aangeboden worden bij Catawiki en dat inspireerde mij om erop te bieden. Maar eerst checkte ik natuurlijk of er bij Boekwinkeltjes.nl misschien een exemplaar stond. Die stond er bij Scheltema - en voor een lagere prijs dan ondertussen bij Catawiki werd geboden. Toen heb ik Scheltema maar verlost van het exemplaar, en de veiling verder gelaten voor wat het was.

Deze uitvoering is een tweetalige uitgave die vertaald is door Peter Verstegen. Het is de eerste keer dat het liedboek integraal in het Nederlands is vertaald. Met dit boek vestigde Petrarca zijn naam als dichter en was hij van grote invloed op de ontwikkeling van de poëzie, zowel door de vorm (het boek bevat 366 sonnetten, canzonen, madrigalen, balladen en sestinen) als door de inhoud. Want het gaat natuurlijk vooral over de onbereikbare Laura. Hoewel een klein aantal van de gedichten over andere zaken gaat – een oproep tot herstel van de eenheid van Italië, tirades tegen het decadente pauselijke hof in Avignon, of het aanbieden van een mandje truffels – bestaat de overgrote meerderheid van de tekst uit liefdesgedichten. De eerste 263 zijn geschreven tijdens Laura's leven, de overige 103 na haar dood. Petrarca zag haar voor het eerst op Goede Vrijdag (6 april) 1327 in de kerk van Sainte-Claire in Avignon. Zij was toen vermoedelijk negentien jaar, en in 1348 werd zij slachtoffer van de grote pestepidemie die meer dan een kwart van de Europese bevolking wegvaagde. Zij werd in Avignon begraven. Maar eigenlijk gaan die gedichten nooit echt over Laura, alleen over Petrarca’s gevoel voor haar. 

Kees Fens kan de betekenis van dit boek mooier uitdrukken dan ik. Hij schreef: "De renaissance is begonnen, meteen op een hoogtepunt. De middeleeuwen waren geëindigd op het hoogtepunt dat Dantes Goddelijke Komedie is. Samen vormen ze het hooggebergte van de Europese poëzie. De twee grote tradities van de westerse cultuur komen er in samen, hecht aaneengesmeed."

Het gaat maar door

Met deze drie boeken was de koek (gelukkig) nog niet op. Nog maar een week geleden ontving ik van Perkamentus het jaarboek 2020 van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Wat een rijkdom dat er in Nederland twee gezelschappen bestaan waar het boek wordt gevierd en die zich beijveren om de hongerigen te voorzien van fraaie boeken! Ook dit jaarboek viert de boekenliefde met een paar zeer lezenswaardige bijdragen over mooie, bijzondere, zeldzame maar hoe dan ook begerenswaardige uitgaven. Niet dat er ooit verzadiging optreedt, maar de honger is met het stapeltje van deze week in elk geval even gestild.

Naschrift

Ik ontving een hele vriendelijke reactie van de Stichting Desiderata op dit blog en fijn dat het gewaardeerd wordt. Maar duidelijk is wel dat ik bezoek uit Tilburg de komende periode moet wantrouwen…




25 juni, 2021

320 - Bibliofiele ephemera - blootgelegde publicatiegeschiedenis

Wie boeken verzamelt stuit onvermijdelijk van tijd tot tijd op efemeer drukwerk die gerelateerd is aan de verzameling. Efemeer drukwerk (ephemera) zijn publicaties die bedoeld zijn voor kortstondig gebruik of om kortstondig bewaard te blijven. Geen kernpublicaties dus, maar zaken als folders, flyers, reclamebrochures, strooibiljetten, toegangskaartjes, etc. Het begrip efemeer komt van het Grieks en betekent zoveel als 'bestemd voor een dag' of 'kort levend'. Soms vind je efemeer drukwerk in boeken - als boekenleggen. Soms wordt efemeer drukwerk ook apart verzameld en verhandeld (check de Ephemera Society in zowel Amerika en Engeland). Als ik op die sites kijk naar hoe efemeer drukwerk wordt beschreven en welke voorbeelden er van zijn, dan kan je je afvragen of het onderscheid tussen efemeer en niet-efemeer eigenlijk nog wel te maken is. Juist omdat efemeer drukwerk zo'n mooi beeld geeft van de tijd waarin het werd gepubliceerd: doordat het werd bedoeld voor alledaags gebruik, moet het ook precies aansluiten bij de cultuur van dat moment. Maar daardoor zijn het vaak prachtige drukwerken - en schaars, omdat ze per definitie snel werden weggegooid.

Het onderscheid tussen efemeer en niet-efemeer vind ik zelf bijvoorbeeld lastig bij catalogi van uitgeverijen te maken. Catalogi zijn in principe bedoeld als publicaties voor kortstondig gebruik, namelijk het fonds dat op dat moment beschikbaar is maar morgen niet meer - efemeer dus. Toch heb ik verschillende catalogi die meer bevatten dan een opsomming van beschikbare boeken van een uitgever. Neem bijvoorbeeld een catalogus van de Franse bibliotheek van Van Oorschot met een essay van Rudy Kousbroek. Of een uitgave van Athenaeum, Polak & Van Gennep over de Gouden Reeks waarin naast een lijst met beschikbare delen extra informatie over die reeks staat. Op zo'n moment wordt de inhoud voor mij tijdlozer, relevanter en dus als zelfstandige publicatie interessant. Trouwens, ik bewaar ook diverse catalogi van uitgeverijen die niet meer bevatten dan een opsomming van het fonds omdat ik het fonds zelf interessant genoeg vind. Net zoals ik twee verschillende folders heb met een opsomming van beschikbare titels in de Slibreeks, die ik liefdevol bij deze reeks bewaar. Het is zoals altijd weer een moeilijk te maken onderscheid en het gaat om: wat heeft toegevoegde waarde in je verzameling?

Een veilingkavel met efemeer drukwerk

Het gewonnen sigarendoosje
Bij de laatste veiling van Bubb Kuyper (voorjaar 2021) bood ik op een kavel dat vooral bestond uit nieuwjaarsgeschenken van Stichting de Roos en Chris Leeflang. Op zich is dat drukwerk dat ik zeker niet efemeer zou willen noemen, omdat het vaak zorgvuldig vormgegeven en gedrukte uitgaven zijn die het niveau van een gemiddelde kerstkaart ver overstijgen. Vaak bevatten deze nieuwjaarsgeschenken originele afbeeldingen of zijn ze typografisch interessant, zodat ze in feite als officieuze De Roos-uitgaven kunnen worden beschouwd. Toch zijn ze wel degelijk bedoeld voor kortstondig gebruik en om die reden nu misschien wel schaarser dan de reguliere uitgaven van De Roos. Deze nieuwjaarswensen zullen in veel gevallen toch weggegooid zijn, in tegenstelling tot de boekuitgaven van De Roos. Ik werd in elk geval enkele tientallen mooi vormgegeven nieuwjaarsgeschenken rijker: de ene keer een klein boekje, de andere keer een vouwblad of een kaart. Soms met alleen tekst, dan weer met een mooie houtsnede of anders geïllustreerd. 

Het fijne van veilingen is dat er in zo'n verzamelkavel ook nog wel een paar extra verrassingen kunnen zitten. In dit geval zaten de nieuwjaarsgeschenken in een oud sigarendoosje aangevuld met verwante uitgaven, die wel degelijk in de categorie 'ephemera' vallen: algemene brieven van het bestuur van Stichting de Roos aan de leden, aankondigingen van tentoonstellingen of de jaarlijkse lunch voor de leden van De Roos. O ja, en een dissonant waar ik blij van werd: de Stols uitgave Carole en Latin uit 1934, bij wijze van nieuwjaarsgeschenk gemaakt en voorzien van een mooie houtgravure van J. Buckland Wright. Dit moet tweedehands al snel zo'n €65 opbrengen.

De originele circulaire bij de oprichting van Stichting de Roos 

Eén van de voor mij meest spectaculaire en onverwachte vondsten in het sigarendoosje was de vier pagina's tellende circulaire of prospectus uit 1945 waarin het voornemen om "een kring van bibliofielen te stichten" door Chris Leeflang, Charles Nypels en Bep van Wees wordt verwoord. De eerste vermelding van de plannen voor wat de Stichting de Roos zou worden. Een idee dat was gerijpt in de oorlogsjaren en nu door de drie oprichters bekend werd gemaakt om te peilen of er belangstelling voor zou zijn. Deze circulaire wordt in de standaard introductieteksten van Stichting de Roos steevast aangehaald met vermelding dat deze later is afgedrukt in de catalogus 10 jaar De Roos (De Roos 37). Dit blijkt na vergelijking van beide teksten echter niet het geval: in de catalogus staan weliswaar een paar citaten uit de circulaire, maar niet de integrale tekst ervan. Dat is jammer, want er zijn toch wel wat interessante verschillen tussen de oorspronkelijke plannen van de oprichters en de uiteindelijke uitvoering. Ik heb de integrale tekst ook nergens online kunnen vinden: je komt er alleen achter als je de circulaire zélf bezit. Je kunt je mijn enthousiasme dus wel voorstellen!

125 of 175 leden?

Zo blijkt uit de oorspronkelijke circulaire dat het doel was "een stichting, waarin zij maximum één honderd en vijf en twintig deelnemers willen vereenigen". Het aantal van 175 leden dat later is gekozen, ontstond door de grote belangstelling voor deelname aan deze "kring van bibliofielen". In de  uitgave 125 Rozen (De Roos 126) uit 1983 schrijft Chris Leeflang dat het maximum van 175 leden binnen enkele dagen na publicatie van de circulaire was bereikt, en dat er vervolgens nog een wachtlijst van circa 100 belangstellenden was. Ook in de jubileumuitgave In beperkte oplage (De Roos 166), gemaakt door Matthieu Lommen en Karen Polder bij het 60-jarig bestaan van De Roos wordt van een start met 175 leden gerept. Maar in eerste instantie was het helemaal niet de bedoeling om tot 175 leden te komen!

Wanneer de keuze is gemaakt om van 125 naar 175 leden  te gaan is voor mij niet meer te achterhalen en ik kan er geen publicaties over vinden. Een andere mooie vondst in het sigarendoosje gaf nog wel iets meer informatie. Ik vond een briefje van De Roos aan één van de gelukkigen die wél bij de eerste leden hoorde. Daarin wordt wat toelichting gegeven:

De belangstelling tot deelneming aan De Roos was zóó groot dat wij ons genoodzaakt hebben gezien het aantal leden onherroepelijk te bepalen op ten hoogste 175. Wij vertrouwen dat hiertegen Uwerzijds geen bezwaren gemaakt zullen worden terwijl u natuurlijk het recht heeft zich terug te trekken indien U tegen onze beslissing wel bezwaren mocht hebben.
In aansluiting op bovenstaande mededeeling kunnen wij U thans berichten dat wij U onder no. 4 ingeschreven hebben als lid van de Stichting De Roos.

In de circulaire stond al dat het aantal van 125 leden “onherroepelijk” was, maar dat bleek toch niet zo definitief te zijn als werd gesuggereerd. Uiteindelijk is het aantal leden van De Roos altijd 175 gebleven, dus het tweede getal was in elk geval wel onherroepelijk. Gelet op de eerste reacties had het bestuur kennelijk ook voor een ander getal kunnen kiezen: 200 of 250 had makkelijk gekund. Maar dan was het lidmaatschap nog minder exclusief geweest dan het nu al is.

Het tijdschrift "De Harp"

De Harp I (1946) en II (1948)
In de circulaire wordt ambitieus gerept van de lancering van het tijdschrift de Harp dat driemaal per jaar zou verschijnen en zou worden gevuld met "zeer selectief uitgekozen, ongepubliceerde poëzie". De bedoeling was dat aan elk nummer "minstens één blad waardevolle, origineele grafiek" zou worden toegevoegd. Ook zouden in het tijdschrift mededelingen over de activiteiten van de Stichting worden gedaan. Elke jaargang van drie nummers zou door één typograaf worden verzorgd op één formaat, waarbij de leden werden geacht zelf elk jaar de drie nummers te laten inbinden. Elk volgend jaar zou het formaat verschillen, "om iedere kans op monotonie ten eenen male bewust en bedoeld te ontloopen". 

Het ambitieuze tijdschrift De Harp bleef uiteindelijk beperkt tot twee nummers die beide als uitgaven van De Roos zijn gepubliceerd, overigens in uniforme binding (De Roos 3 en 9). Dat er maar twee nummers waren was een grote teleurstelling van de redactieleden Jan Engelman, M. Nijhoff en A. Roland Holst. Maar zij waren sowieso al tamelijk gefrustreerd doordat de verschijning van het eerste nummer al moeizaam plaatsvond, en de productie van het tweede nummer helemaal een lijdensweg was. Zodat men er daarna ook opgelucht de brui aan gaf. Een lezenswaardig verslag van de opkomst en ondergang van De Harp op basis van briefwisselingen tussen de redactieleden en Chris Leeflang staat hier. De oplopende frustratie tussen de redactie en het bestuur van De Roos is hier goed te volgen.

Nooit gemaakte uitgaven

Naast koerswijzigingen op het gebied van het aantal leden en de continuïteit van het tijdschrift, zijn ook niet alle plannen voor de te verschijnen uitgaven uitgevoerd. Sowieso blijkt het starten met publicaties een uitdaging in de naoorloogse jaren, vanwege de enorme papiertekorten. Zie maar eens aan voldoende papier te komen om de gedroomde mooie boeken te kunnen maken. En ook nog betaalbaar: de leden was beloofd dat zij 100 gulden per jaar kwijt zouden zijn als lid van De Roos en dat budget mocht niet overschreden worden. Vandaar dat het tot 1946 duurde tot de eerste uitgaven verschenen. In de uitgave 125 Rozen vertelt Chris Leeflang nog een hilarisch verhaal over hoe Charles Nypels buiten medeweten van de andere bestuursleden om voor 20.000 gulden papier koopt, die uiteindelijk kon worden gefinancierd via Chris Leeflang als directeur van boekhandel Broese in Utrecht. Dit papier is later gebruikt voor de prachtige uitgave van Gorters Mei (De Roos 17) en voor het overige doorverkocht.

In de circulaire worden tal van uitgaven genoemd die nooit, of pas veel later zijn verschenen. Zo was het de bedoeling dat in 1946 de heruitgave van Discours de la méthode van Descartes zou plaatsvinden vanwege de 350e geboortedag van de auteur. Het verscheen  uiteindelijk in 1948. 

Als tweede uitgave stond een publicatie van de niet-gebundelde gedichten van Marsman gepland, Verspreide gedichten. Met een vertraging van 56 jaar verscheen uiteindelijk in 2002 een uitgave van deze gedichten.  

Er worden ook een paar uitgaven genoemd die nooit zijn verschenen. De plannen worden opgesomd per nationaliteit van auteurs: Nederlands, Frans, Duits, Engels en Russisch. Zo wordt bij de Nederlandse auteurs de heruitgave aangekondigd van Les Derniers Stuarts, impressions et pensées d’une reine, destijds anoniem verschenen maar van de hand van Koningin Sophie. Charles Nypels zou de typografie voor zijn rekening nemen, maar het kwam er niet. Ook wachten de leden van De Roos nog op de aangekondigde uitgave van De strofische gedichten van Hadewych en de Nederlandsche gedichten van Hugo de Groot, verzameld door Jan Willem Hofstra en typografisch verzorgd door A.A.M. Stols. Bij de Engelse auteurs wordt de uitgave van Arden of Feversham aangekondigd: "een anonym pre-Shakespeare-drama, dat zooal geen ontdekking toch, en zelfs in Engeland, alleen enkelen bekend zal zijn". Deze staat kennelijk nog in de coulissen, net zoals de uitgave van The silent voice. A play van Laurence Alma Tadema.

Uiteraard realiseren de initiatiefnemers zich ook dat ze best ambitieus waren en dat niet alle plannen zouden slagen. Daarom waarschuwen ze in de circulaire bij voorbaat de leden:

Men zal reeds begrepen hebben dat dit alles werk beteekent... voor jaren. Bovendien kan, door allerlei omstandigheden, velerlei van de lijst worden afgevoerd of eraan toegevoegd...

In het sigarendoosje vond ik nog een efemeer werkje, namelijk een gestencilde brief aan de leden uit 1947. Daarin schrijft het bestuur:

Toen wij in 1945 onze stichtingscirculaire opstelden, waren wij ons bewust van de vele moeilijkheden, die ons bij de verwezelijking van onze plannen zouden wachten. Dat deze moeilijkheden zoo groot en veelvuldig zouden zijn, wisten wij toen nog niet.

Uit een en ander blijkt, dat wij, ondanks alle moeilijkheden, ons programma ten uitvoer willen brengen, nl. een reeks fraaie uitgaven van bibliophiel karakter te maken, waarvoor wij het maximum bedrag van f 100,- per jaar  niet zullen overschrijden.

Vervolgens wordt in die brief aangekondigd welke publicaties op stapel staan en daarin herkennen we de lijst met De Roos-uitgaven in de periode tot 1950. De enige uitzondering hierop is de uitgave van de beste Nederlandse gedichten van Hugo de Groot, waarvan ook in deze brief uit 1947 wordt gezegd dat die "nog in bewerking" is. Anders dan de Marsman uitgave heeft deze het archief van De Roos nog steeds niet verlaten.  

Toch verschenen: De gedichten van Marsman 

afbeelding afkomstig van www.stichtingderoos.nl
In de toelichting bij de Marsman-uitgave uit 2002 wordt overigens nog een interessant en uitvoerig kijkje in de De Roos-keuken gegeven als het gaat om de worsteling rond deze laat verschenen uitgave. Mogelijk staat deze publicatiegeschiedenis symbool voor de fraaie lijst met andere niet-verschenen uitgaven in de prospectus. Ton Entius - op dat moment voorzitter van de Stichting - schrijft:

Het archief van 'De Roos' bestaat onder andere uit van die mooie ouderwetse kantoormappen in van die niet echt uitgesproken kleuren blauw, geel en roze. Van vrijwel elke uitgave is er zo'n map met daarin alle gegevens over de productie, correspondentie over de rechten, over de illustraties, over de voortgang in het algemeen. Alles bij elkaar geven ze een goed beeld van wat er wel en ook wat er niet is gelukt.

Er zijn dus ook mappen die alleen met plannen zijn gevuld, met dromen die geen werkelijkheid zijn geworden. Een van die mappen hebben wij tevoorschijn gehaald om een plan, dat dateert van nog voordat 'De Roos' werd opgericht, nu eindelijk te verwezenlijken: het verzorgen van een  uitgave van gedichten van Hendrik Marsman.

(...) Hij [Leeflang] bleef aanhoudend zijn best doen om toestemming te verkrijgen de door hem verzamelde verzen in 'De Roos' uit te geven. Dat is hem ondanks vele pogingen niet gelukt. Al die pogingen vinden wij terug in de correspondentie uit de jaren veertig tot zeventig van de vorige eeuw. (...) Uit de brieven van Charles Nypels kunnen wij afleiden dat het manuscript al tijdens de bezetting gereed was. (...) Zij [de weduwe Marsman] bleef herhaalde verzoeken met telkens hetzelfde 'neen' beantwoorden. (...) Telkens opnieuw kwam het Marsman-dossier uit het archief. Leeflang bleef zoeken naar een mogelijkheid de bundel uit te geven.

afbeelding afkomstig uit de De Roos-uitgave
De gedichten / de geschiedenis / de documenten
(De Roos, 160)
Uiteindelijk lukte het dus in 2002. In het onderdeel "de documenten" bij deze uitgave staan verschillende brieven aan Leeflang van de weduwe Marsman en anderen over de publicatie van de gedichten van Marsman afgedrukt (met dezelfde boodschap: "nee"). Het zou best een interessante publicatie zijn - een beetje zoals de jubileumuitgave van Matthieu Lommen en Karen Polder uit 2005 - als er over meer geplande, maar niet verschenen uitgaven zo'n toelichting zou verschijnen. Dat zal een fascinerend inkijkje zijn in na-oorlogs literair Nederland en de werkelijkheid van margedrukkers en bibliofiele uitgeverijen, waarbij de ene keer rechthebbenden een blokkade vormen maar een andere keer een uitgave wellicht struikelt over barrières bij drukkers, illustratoren of typografen. 

Alsnog incompleet

Hoewel de vondst van deze oer-circulaire van De Roos in combinatie met de bevestiging van lidmaatschap een mooi zicht geeft op de ontstaansgeschiedenis van deze bibliofiele uitgeverij, bleek de circulaire uiteindelijk toch nog iets te missen: het "ingevouwen inteekenblad" waarmee de ontvangers hun belangstelling voor lidmaatschap konden aangeven. Dat konden de aspirant leden doen samen met een reactie op het verzoek van het bestuur om adressen toe te sturen van andere belangstellenden, want het zou de oprichters "spijten indien ernstige gegadigden, door een ongewild verzuim onzerzijds, voor onbepaalden tijd op de wachtlijst geplaatst moesten worden". Ik vermoed dat degene uit wiens boedel het sigarenkistje kwam, het "inteekenblad" onmiddellijk geretourneerd heeft en zo beloond werd met lidnummer 4. Het is jammer dat het formulier daardoor nu ontbreekt, maar de circulaire zelf blijkt als efemeer werkje ruim 75 jaar later nog meer dan interessant te zijn!