15 mei, 2022

331 Het onderschatte belang van lezen

Ik kreeg het boek De lezende mens toegestuurd, van Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel, met het verzoek het te recenseren. Dat deed ik graag, vooral vanwege de ondertitel: De betekenis van het boek voor ons bestaan. Ik kan die betekenis wel raden, en de lezers van dit blog ook, maar ik werd nieuwsgierig naar hoe Hisgen en Van der Weel dit thema hebben uitgewerkt. 

Over lezen, de geschiedenis van het lezen en het belang van lezen zijn intussen bibliotheken vol geschreven. Als bibliofiel en leesverslaafde heb ik al een aardig rijtje boeken over dit thema staan, waarvan ik er verderop nog een paar laat zien. Ik word immers graag bevestigd in het belang van iets waar ik veel tijd aan besteed. Toch leverde dit boek van Hisgen en Van der Weel mij een paar mooie nieuwe inzichten op.

Het interessante aan dit boek is dat het niet alleen een betoog is over het culturele belang van lezen, in relatie tot de ontwikkeling van de samenleving bijvoorbeeld of het ontstaan van ideeën die de vooruitgang stimuleren. Het boek gaat daarnaast ook in op de psychologische en fysiologische voordelen van lezen. De auteurs bouwen een betoog op waarin het belang van lezen voorop staat terwijl wordt geschetst wat de effecten zijn op ons brein en onze persoonlijkheid op het moment dat we leesactiviteiten uitvoeren. Lezen blijkt voor ons brein een buitengewoon ingewikkelde activiteit. Het inzicht hoe het ontcijferen van lettertekens plaatsvindt, de weg die ons oog aflevert over de tekst en ons brein dat daar amechtig achteraan holt om dat alles te decoderen laat zien dat het een inspannende activiteit is. Niet zo verwonderlijk dat het enige moeite kost om mensen zover te krijgen dat ze gaan lezen. Daartegenover staat echter een geweldige beloning: positieve neurologische, fysieke en emotionele effecten.

Dat klinkt allemaal als een best technisch verhaal, en dat is het ook. Maar gelukkig wordt dit verhaal gelardeerd met talloze voorbeelden uit de literatuur: van Annie M.G. Schmidt tot Thomas Mann. Met het beschrijven van de opkomst van de boekcultuur laten de auteurs zien hoe lezen en de grootschalige verspreiding van boeken hebben geleid tot de ontwikkeling van de samenleving zoals wij die nu kennen. Waar de uitvinding van de boekdrukkunst een beslissende ontwikkelingsstap is geweest, staan wij nu opnieuw middenin zo’n beslissende ontwikkelingsstap. En de auteurs zijn daar somber over.

Het thema “ontlezing” komt dan al snel om de hoek kijken. De lezers van dit blog zullen daar weinig last van hebben, maar het is een woord dat al decennialang rondzingt. In dit boek wordt dat begrip verfijnde. Bij ontlezing gaat het niet om het aantal letters dat gelezen wordt, dat is misschien wel meer dan ooit tevoren. Aan het aantal “leeskilometers” dat een gemiddelde mens aflegt ligt het niet. Waar het voor de auteurs om gaat is de afname van het “diep lezen” zoals zij dat noemen. Een vorm van lezen waarin geconcentreerd lange tekst wordt geabsorbeerd, die een beroep doet op allerlei mentale vermogens en die dus vervolgens ideeën vormt, en daarmee onze geavanceerde samenleving vormgeeft. Dit diep lezen kan het beste van papier. Maar naast dat diep lezen wordt bedreigd door tal van digitale afleidingen, met veel makkelijker te lezen korte teksten, zorgt deze digitalisering er ook voor dat teksten minder lang bewaard blijven. Taal en tekst is veel vergankelijker aan het worden. Een tekst van ruim 2 millennia oud kunnen wij zonder moeite tot ons nemen, maar het is de vraag of het merendeel van de tekst die vandaag digitaal beschikbaar is, over 2 decennia nog toegankelijk is voor ons.

De conclusie van de auteurs is dan ook dat het wegzakken van het vermogen tot diep lezen in de samenleving, bijdraagt aan veel aspecten van de maatschappelijke en politieke crisis waar we ons nu in bevinden, inclusief de opkomst van populisme en het wegvallen van solidariteit in de samenleving. Het positieve effect van lezen op het geheel van de samenleving is veel groter dan gedacht. Het risico voor de samenleving door het verdwijnen van het vermogen tot diep lezen daarmee ook. Als handreiking staat in het boek een heel hoofdstuk vol manieren om jezelf en anderen te inspireren tot meer diep lezen, variërend van leesclubs tot bibliotherapie.

Er wordt veel geklaagd door ouders en docenten over het gebrekkige leesonderwijs op scholen en het afkalven van de verplichte leeslijsten. Minder verplichte boeken, dunnere boeken: het is niet alleen zo dat leerlingen daarmee aansluiting met de leescultuur verliezen, maar wij zadelen toekomstige generaties op met een belangrijk tekort aan capaciteiten die nodig zijn als cement van onze samenleving. Ik vond het een goed geschreven, goed leesbaar en goed gedocumenteerd boek. Het sterke van dit boek vind ik dat het niet zozeer het al bekende klaagverhaal is over ontlezing en hoe erg dat is, maar het onderbouwde betoog dat we als samenleving daarmee kwetsbaarder worden dan we zelf denken. Ik heb het via ‘diep lezen’ tot mij genomen en het heeft mij inderdaad verrijkt. Waarmee voor mij de stelling van de auteurs is bewezen.

Stimuleren van lezen in de praktijk.

Hoe lezen weer leuk wordt, wordt door Bas Steman op pakkende wijze beschreven in Lekker boekie! Zo wordt lezen weer leuk. Dit boek beschrijft het ontstaan de leesclub Nescio (ook te vinden op Facebook en Instagram), voortgekomen uit de frustratie van enkele scholieren over de verplichte leeslijst en hoe dit van verplicht saai nummer, tot een inspirerende activiteit werd. Niet te verwarren met de Nescio leesclub trouwens waar A.L. Snijders over schreef.

Bas Steman komt met het idee een leesclub te starten voor zijn zoon en een paar vrienden die in hun eindexamenjaar op school zitten. Allemaal zien ze het mondeling literatuur als een taakstraf waar je zo snel mogelijk en met zo min mogelijk inspanning doorheen moet. Hij verleidt ze via de leesclub om te ontdekken wat je echt met een boek kan doen: hoe je het verhaal tot je kan nemen, wat er te vinden is in de teksten en vooral: hoe teksten iets zeggen over jou en jouw leven en hoe je je verhoudt tot je omgeving, en je daardoor kunnen verrijken. 

De jongens besluiten de leesclub een kans te geven en gaan van start. Aan de hand van de gesprekken ontdekken ze de verschillende lagen die in teksten liggen. Hoe je teksten kunt ontleden. Waar hun eigen leesvoorkeuren liggen. En vooral: dat literatuur leuk kan zijn. In de weg naar het eindexamen bouwen ze zo hun eigen persoonlijke samenhangende leeslijst, met een hoog cijfer voor het mondeling als beloning.

De Nescio leesclub heeft aardig wat bekendheid gekregen. De CPNB nodigde de jongens uit om op andere middelbare scholen hun ervaringen te vertellen, en zo jongeren te enthousiasmeren voor lezen. De leesclub bewees in de praktijk wat in De lezende mens ook werd betoogd: diep lezen van betekenisvolle teksten vraagt oefening en geduld, maar de beloning is groot en verrijkt je. Het boek laat ook zien dat er kansen liggen en dat de jongere generatie best aan het lezen te krijgen is.

Nog meer boeken over de waarde van lezen

Als het over lezen gaat is de eerste titel die in mijn gedachten komt Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel. In veel opzichten volgt Manguel dezelfde denklijn als de auteurs van De lezende mens. Ook Manguel gaat in op de neurologische aspecten van lezen, het ontstaan van het vermogen van lezen en hoe lezen steeds meer een activiteit werd voor brede lagen van de bevolking. Hand in hand met de ontwikkeling van het lezen gaat de ontwikkeling van het boek. Nu ik het boek van Manguel weer eens vast heb en doorblader zie ik weer hoeveel verschillende aspecten van boeken en lezen hij beschrijft, en hoe hij daarmee ook een geschiedenis vanaf de oudheid tot de moderne tijd neerzet. En dat aan de hand van talloze verwijzingen naar auteurs en boeken. Deze gaat dus op het stapeltje ‘herlezen’ want het is te lang geleden dat ik het boek vasthad.

In 1990 verscheen ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de CPNB het essay De toekomst van het boek van George Steiner, gevolgd door een coreferaat van Cyrille Offermans. Offermans schreef bij het overlijden van Steiner in 2020 een in memoriam voor De Groene Amsterdammer waarin hij terugblikt op de lezing uit 1990 en aangeeft dat Steiner op hem “een weinig sympathieke indruk” maakte. Steiner sprak de tekst uit in een periode dat digitalisering nog volop in opkomst was, internet nauwelijks was ontwikkeld en Web 2.0 nog jaren voor ons lag. Toch zag ook hij al de zorgwekkende afname van lezen en leesvaardigheden. Net als de andere auteurs ging het hem niet om de tekst per se, maar om het feit dat je teksten internaliseert, met je meedraagt en door de stapeling ervan je eigen kathedraal van kennis bouwt. Steiner is niet optimistisch en Offermans opent zijn referaat dan ook met de opmerking: “Behalve als eminent geleerde geniet George Steiner de nodige reputatie als cultuurpessimist”. Offermans is minder pessimistisch. Hij ziet dat er meer boeken worden verkocht dan ooit en dat er ook meer wordt gelezen dan ooit. Dat zien de auteurs van De lezende mens ook, maar het gaat dus niet om het aantal leeskilometers, maar de tijd die wordt besteed aan diep lezen. Dat er zoveel gelezen wordt maskeert in zekere zin het probleem, en daarom ben ik geneigd het meer eens te zijn met Steiner dan met Offermans.

Tot slot nog twee kleinere uitgaven. In Lezen, een kunst die uit de mode raakt vinden we twee artikelen die eerder in de Volkskrant en NRC stonden in 1985. Het werkje werd uitgegeven door Dick Suer en Willem Wouda, de gelegenheid is mij onbekend. Een van de artikelen is alweer van Steiner, de andere van Mario Vargas Llosa. Steiner is wederom cultuurpessimistisch, Vargas Llosa verzet zich tegen oppervlakkigheid (“Wie zich voedt met onbenulligheid, wordt zelf een onbenul”). Ook in De nachtmerrie van Steiner vinden we George Steiner terug. Geert Mak en Felix Rottenberg bezochten in 2001 verschillende boekhandels, en doen daarin verslag in dit boekje dat verscheen ter gelegenheid van het 95-jarig bestaan van de Nederlandse boekverkopersbond. Deze nachtmerrie van Steiner is dat je over enkele decennia in een willekeurige stad vergeefs zoekt naar een boekhandelaar, omdat deze zijn uitgestorven. Er is geen behoefte meer aan, de boekhandelaar bestaat niet meer. Mak en Rottenberg beschrijven verschillende typologieen van boekhandels en bezoeken daartoe onder meer Athena’s in Groningen (inmiddels onderdeel van Van der Velde), Praamstra in Deventer, Roelants in Nijmegen en Van de Moosdijk in Someren (inmiddels failliet). In korte schetsen worden boekhandel, boekhandelaar en de sfeer in de winkel beschreven. Een mooie ode aan boekhandels, waar ik de volgende keer uitgebreider over zal schrijven.

Waar de boeken van Manguel en Steiner in de literatuurlijst van de De lezende mens terugkomen, geldt dat voor George Steiner niet. Niet in de literatuurlijst, maar ook niet in het register van personen. Dat verbaast mij dan weer, maar met een bibliografie van 21 pagina’s kan niemand zeggen dat Hisgen en Van der Weel oppervlakkig te werk zijn gegaan. Laten we hopen dat hun pleidooi bijdraagt aan het herleven van het besef dat de boekcultuur een onmisbaar onderdeel van onze samenleving is.

10 april, 2022

330 Fictieve bibliofiele memoires

Memoires en biografieën van boekhandelaren, bibliofielen en andere geïnfecteerden met het virus dat boekenliefde heeft behoren tot mijn favoriete genre. In mijn verzameling ‘boeken over boeken’ nemen ze dan ook een ruime plaats in. Als ik deze boeken lees dan ontstaat bij mij een gevoel van herkenning, maar ook van weemoed (vaak gaat het over de goede oude tijd, toen de steden nog vol met boekwinkels waren) en van verlangen (naar de boeken waar zij vol passie over schrijven, die nu onbetaalbaar zijn geworden). Of het nu gaat om het verhaal van internationaal bekende handelaren zoals A.S.W. Rosenbach of Percy Muir, of dat ik de columns lees van een lokale boekhandelaar (zoals Arno en Marije Guldemond met hun Bloedstollende belevenissen van een eerzame boekhandelaar), het is mij om het even. Ik herken hun belevenissen en deel hun verwondering over het moois dat zij onder handen hebben. Daarom heb ik mijn best gedaan om alle vijf de deeltjes van Arno en Marije Guldemond’s belevenissen bij elkaar te krijgen, en dat is recent gelukt.

de 5 deeltjes van de Guldemonds
Een bijzondere categorie in dit alles zijn de dagboeken van boekhandelaren, waarin zij optekenen welke klanten zoal hun winkel binnenkomen, waar hun belangstelling naar uitgaat en welke eigenaardigheden zij in hun klanten zien. Ik heb al een paar keer geschreven over deze uitgaven: de boeken van Rene Hesselink en Hans Engberts en van Shaun Bythell bijvoorbeeld. De inspiratie voor dit soort boeken is eindeloos, denk bijvoorbeeld ook aan Jen Campbell’s Weird things customers say in bookshops of Joris van Casteren’s Is u bekend met het alfabet? (over het wel en wee in Athenaeum Boekhandel): er zijn zoveel merkwaardige mensen en ontmoetingen in boekwinkels, dat je niet over veel fantasie hoeft te beschikken om een boek vol te krijgen. Wat niet betekent dat er geen fictieve verhalen zijn die zich afspelen in en rond boekwinkels. Ik heb ook een hele plank met dat soort uitgaven die het tegendeel bewijzen. Lees bijvoorbeeld Penelope Fitzgerald (The bookstore), Sam Savage (Firmin) of de bestsellers van Carlos Ruiz Zafon. Maar fictieve dagboeken of herinneringen van een boekverkoper die je als echt presenteert - dat is weer een heel andere categorie. En de vraag is: waarom zou je die inspanning leveren? Waarom iets verzinnen waarvoor met veel minder inspanning de voorbeelden in de werkelijkheid voor het oprapen liggen? Toch is ook dat een aantal keer gebeurd. Ik geef twee voorbeelden uit de eerste helft van de vorige eeuw.

John Baxter’s fictieve memoires

Op mijn verlanglijstje stond al een tijdje het boek Intimate thoughts of John Baxter, bookseller. Dit boek is  uitgegeven in 1942 door Methuen & Co en gepresenteerd als de memoires van een Schotse verkoper in een tweedehands boekwinkel. Het boek heeft de afgelopen jaren iets van een cultstatus gekregen omdat het wordt aangehaald in de boeken van de hiervoor genoemde Shaun Bythell, die ook een Schotse tweedehands-boekhandelaar is. Zoiets schept een band. Bythell citeert in zijn boeken dan ook regelmatig uit de herinneringen van Baxter. In Bythell’s tweede boek (Confessions of a bookseller) begint hij elke maand met een beschouwing over een citaat uit Baxter’s bestaan. Kennelijk werkt het dan zo dat het boek ineens veelgevraagd is en de markt reageert dan door de prijs te verhogen. De prijs voor een exemplaar van de eerste druk van dit boek in goede staat met stofomslag varieert tussen 150 en 250 euro, met uitschieters naar boven. Ik vond tijdens het schrijven dit blog een exemplaar op eBay waarvoor 800 dollar wordt gevraagd, en dat lijkt geen tikfout.

Ik was dan ook niet ontevreden toen een exemplaar (1e druk, hardcover, stofomslag) werd aangeboden door een Engelse boekhandelaar voor een luttele 55 euro. Met wat verzendkosten erbij wachtte ik in spanning het boek af. Dat vergde nog wat meer geduld dan gedacht: sinds Groot-Brittannië uit de EU is wil het met de postbezorging ook niet zo vlotten. Mijn boek lag een maand bij de Britse douane en ik mocht het uiteindelijk zes weken na verzending ontvangen. 42 dagen deed de post over een afstand van hemelsbreed iets meer dan 500 kilometer… 

De Intimate thoughts laten ons kennismaken met de eigenaar van de boekwinkel in Edinburgh, mr. Pumpherston, de overige werknemers van de winkel naast Baxter zelf alsmede een aantal vaste klanten. Verder mrs. Gilmour, de hospita van het huis waar Baxter woont en een aantal daar inwonende studenten van de universiteit. Baxter wil hogerop en droomt van een carrière buiten de boekwinkel. Hij wil naar Londen en daar iets van zijn leven maken. Hij vindt inspiratie in tal van boeken uit de winkel en een groot deel van zijn dagboekaantekeningen bestaat uit reflecties op de inhoud van deze, meest 18e en 19e-eeuwse, boeken. Ralph Waldo Emerson en Samuel Johnson zijn favoriet. Ik moest bij het lezen geregeld aan de Titaantjes van Nescio denken: jongens, aardige jongens, die grote dromen hebben maar niet tot daden komen en uiteindelijk een vrij gemiddeld leven leiden. Dat geldt ook voor Baxter. Uiteindelijk (spoiler alert) gaat hij niet naar Londen omdat hij er niet toe komt zijn baan op te zeggen, hoewel hij wekenlang nadenkt hoe hij dit moet doen en hoe zijn Londense leven er dan uit gaat zien. Maar zijn leven krijgt uiteindelijk wel een andere onvoorziene wending die ik niet zal verklappen.

Eigenlijk is het verhaal van Baxter een vrij alledaagse geschiedenis met als bijzonderheid dat het zich afspeelt in en rond een boekwinkel. Waarom het per se als feitelijke memoires moest worden gepresenteerd is mij onduidelijk, al is "teruggevonden memoires" een stijlfiguur die in de literatuur natuurlijk wel vaker wordt gebruikt. In dit geval was het niet zo dat de auteur zich goed verborg achter een pseudoniem: Augustus Muir wordt opgevoerd als degene die die memoires ontving van de weduwe van Baxter. Hij beschrijft in een voorwoord hoe hij (zogenaamd)  op zoek is gegaan naar de personen in het dagboek, maar hij heeft ze niet meer kunnen opsporen. Deze Augustus Muir (1892-1982) was auteur van vooral detectives en thrillers, maar ook van journalistiek werk. De Intimate thoughts is een boek dat niet zo goed in zijn profiel past, wellicht dat het daarom op deze manier werd gepubliceerd.

In de beschrijving van de boekhandel herkende ik wel iets van de gang van zaken in de Haagse boekhandel Boucher van een eeuw geleden. Ik schreef er eerder over: een boekhandel uit een andere tijd met een heel andere manier van werken. In veel opzichten onherkenbaar voor ons, behalve dat het nog altijd gaat om de relatie tussen boekhandelaar en boekenliefhebber en dat de deskundigheid van de boekhandelaar een belangrijke sleutel is voor het vinden van de juiste boeken.

Grappig en herkenbaar is het verhaal over een mislukte veiling. Baxter krijgt van Pumpherston de opdracht bij een inboedelveiling een verzameling boeken te kopen, waarbij hij een maximumbod meekrijgt. In het huis waar geveild wordt dwaalt hij rond en hij vindt een jonge kat in een kamer, die kennelijk achtergelaten is door de vorige eigenaar. Baxter vergeet de tijd en de boeken zijn al geveild als hij weer bij de veiling komt. De kat gaat mee naar huis en krijgt de naam Mr. Toots (verkorte versie van Toetanchamon, omdat hij op een farao lijkt). De volgende dag moet Baxter opbiechten dat hij niet geslaagd is op de veiling:

Next morning I was in the shop in a very depressed state. I was downstairs in the basement when Mr. Pumpherston came in, and I could hear his slow firm step on the floor as he went through to his own room. The door was shut noisily. I knew he would send for me in a minute, and I decided to make a clean breast of the whole thing. At last the boy came trundling downstairs.

“ Ye’re wanted”, he said with a jerk of the thumb. 

I went up and knocked at the door, then opened it and stepped slowly in. “How did you get on yesterday, John?”, said Mr. Pumpherston, looking up from the pages of The Scotsman.

“Well, sir—“ I began.

He dropped the newspaper and slapped me on the back. “You did quite right,” he said, pointing to The Scotsman. “I’ve just seen the prices they fetched. Fair ridicoulous! Ye were very wise keeping off!” 

The private papers of a bankrupt bookseller

Niet mijn exemplaar helaas
Tien jaar eerder verscheen een ander voorbeeld van fictieve bibliofiele memoires. Ook hier gaat het om de zogenaamd teruggevonden herinneringen van een boekverkoper, in dit geval de eigenaar van een tweedehands boekwinkel in een niet nader genoemde Britse stad. Deze memoires bleken in werkelijkheid geschreven te zijn door de Schotse politicus en bankier William Young (1885-1962). Deze had een hele serie van anonieme publicaties op zijn naam, waaronder later een vervolg op The private papers. Dit eerste boek had namelijk zo’n succes, dat in 1938 het vervolg met de titel The bankrupt bookseller speaks again verscheen. Het werd toen duidelijk dat Young de schrijver was en beide boeken verschenen in 1947 dan ook gebundeld onder zijn eigen naam.

Van dit boek bezit ik helaas niet de eerste druk, maar wel de eerste Amerikaanse uitgave uit 1932 (helaas zonder stofomslag). Ook voor dit boek geldt dat de eerste druk kostbaar is: een paar honderd euro zal daarvoor minstens neergeteld moeten worden. Ik kocht mijn boek vijf jaar geleden voor een schappelijke prijs bij De Roo in Zwijndrecht omdat ik nieuwsgierig was naar de inhoud en ik heb het met veel plezier gelezen. Ook deze fictieve boekverkoper heeft een Titaantjes-achtige bravoure (en dat loopt niet goed af). Hij beschrijft in korte hoofdstukken uiteenlopende aspecten van de boekhandel: de inrichting van de winkel, de klanten en natuurlijk de boeken. Waarbij hij niet nalaat om af te geven op zijn buurman die niet zulke hoogverheven koopwaar heeft als hijzelf: namelijk dameskleding. Het is deze buurman die uiteindelijk na het faillissement de winkel overneemt en vervolgens de gevonden memoires van de boekhandelaar laat publiceren.

Dit boek staat vol met herkenbare observaties en de geur van een tweedehands boekhandel stijgt op uit de bladzijden. Toch is al vanaf het begin duidelijk dat het niet goed kan aflopen met de winkel. De eigenaar vindt dat boeken zichzelf verkopen: hij hoeft ze niet te promoten en eigenlijk vindt hij dat hij ook geen mooie uitnodigende etalage hoeft te hebben. Maar duidelijk is ook dat hij eigenlijk niet goed weet hoe hij een boekhandel moet uitbaten: hij vindt vooral de gedachte dat hij een boekhandelaar is heel fijn en het maakt hem trots. Maar voor de rest is het maar een ingewikkelde zaak:

I think my shop is exceedingly well planned. (…) I don’t arrange my books much. My customers - I persuade myself - have catholic tastes and prefer them as they are, but perhaps the deeper reason is that I do not know ho to classify them. I admire the writers of publishers’ catalogues - the way they classify. I simply couldn’t do it. (…) If I did classify, it would be in alphabetical order. Any other classification would lead to absurdity, as far as I see. (…) But then there are difficulties. Will classification be by authors (what of pseudonyms?) or by titles?

My arrangement of my shelves may earn me a reputation for untidiness among the unthinking, but I am indifferent to these. From natural laziness - if you like - from sheer inability to discover any congruity between one book and another - I will not classify. (…) I am proud of my shelves and no happier man is there on this spinning sphere than I, when I see six of seven seekers after books - seeking they know not what - and finding not what they sought. 

Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Hoewel het - eerlijk is eerlijk - wel bijdraagt aan het grote plezier van een boekwinkel, namelijk dat je vindt wat je niet zoekt en naar huis gaat om met schatten waarvan je niet wist dat ze bestonden. 

Het boek wisselt in korte hoofdstukken af tussen beschouwingen over de boekwinkel, beschouwingen over verschillende categorieën boeken (Poetry books, War books, Religious books) en overpeinzingen over het leven. Duidelijk wordt dat deze boekverkoper een getraumatiseerde soldaat uit de Eerste Wereldoorlog is die heeft gevochten in Frankrijk en daar nog altijd de sporen van meedraagt, zie de hoofdstukjes over zelfmoord en de dood. Ook deze boekverkoper haalt geregeld Emerson en Johnson aan als inspiratie voor zijn gedachten. Ondanks deze bij tijd en wijle sombere buiten is hij maar wat trots op zijn winkel:

I walk up and down my shop. Nelson on his quarter-deck was not a prouder man than I.

Maar helaas is het uiteindelijk de bank die besluit dat deze boekwinkel het niet gaat overleven: te weinig kapitaal, te veel schulden.

Meer nog dan in de bespiegelingen van John Baxter, wordt in dit boek duidelijk wat de literaire smaak van de jaren ‘30 is. Er worden talloze boektitels genoemd die populair zijn of juist niet meer, waarvan het merendeel mij totaal onbekend is. Ik heb de meeste moeten opzoeken. Natuurlijk worden de klassiekers aangehaald - Dickens, Brontë, Walter Scott, enzovoorts - maar het aantal voor mij onbekende boeken is veel en veel groter. Zo sla ik niet aan op The curious years van Jessie Rathbone of The ordeal of civilization  door James Harvey Robinson. Bestsellers in de jaren '20 van de vorige eeuw, nu waarschijnlijk niet eens meer interessant voor een kringloopwinkel.

Al met al twee prima leesbare curiosa, deze fictieve bibliofiele memoires. Sommige echte memoires van boekhandelaars zijn een stuk saaier of moeilijker leesbaar. De uitdagingen van een boekhandelaar lijken in elk geval niet veel veranderd te zijn in de laatste eeuw. Of het nu fictieve gebeurtenissen van John Baxter zijn of de al dan niet aangedikte gebeurtenissen aan de Oudegracht in Utrecht of in Wigtown, de gang van zaken in een tweedehands boekwinkel blijft onderhoudende antropologie.

06 maart, 2022

329 Shoppen bij Bubb

Op het moment dat ik dit schrijf is het maart. De lente staat op het punt van beginnen en bij mij begint langzamerhand een wat onrustig gevoel te ontstaan. Dit is namelijk de periode dat ik begin uit te kijken naar de serie voorjaarsboekenveilingen die in mei en juni gaat plaatsvinden. Ik begin al te tellen hoeveel weken ik nog heb te gaan voordat de catalogi online komen. Al mijn aankopen van de najaarsveilingen zijn inmiddels gesorteerd, gecatalogiseerd, besnuffeld, bevoeld, zo veel mogelijk al gelezen, kortom: volledig geïntegreerd in mijn bibliotheek. Het is tijd voor iets nieuws en wat is er mooier dan door een paar duizend kavels met boeken heenscrollen om te zien wat ik zal gaan kopen.

Ik schrijf vaker in dit blog over mijn avonturen op veilingen. Als ik op veilingen boeken koop, dan is dat niet alleen op boekenveilingen, maar ook op inboedelveilingen. Bij die laatste vind je de mooiste verrassingen, door gebrek aan echte expertise bij de veilinghouders. Maar bij de eerste vind je uiteindelijk de kwaliteitsboeken die echt waarde aan de collectie toevoegen - ook al zijn ze dan wat duurder.

De grootste leverancier van boeken aan mijn bibliotheek is Bubb Kuyper. Op dit moment bezit ik 288 titels die ik via Bubb heb gekocht. Overigens heb ik waarschijnlijk minstens het dubbele aantal ooit in Haarlem afgehaald, maar veel daarvan heb ik weer doorverkocht. 288 mochten blijven. De aankopen bij Van Stockum’s (tegenwoordig Venduehuis), Burgersdijk & Niermans en Zwiggelaar blijven hier helaas bij achter. Mijn eerste aankoop bij Bubb deed ik trouwens in 2007. In ongeveer 30 berichten op dit blog komt een verwijzing naar Bubb Kuyper voor, dat geeft wel aan hoe veel impact deze aankopen hebben om mijn schrijflust. En het zegt ook iets over het plezier en de spanning bij het bieden op boeken.

Dat veilingen aantrekkelijk, fascinerend en informatief zijn blijkt onder meer uit het recent verschenen jubileumboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen met de titel Eenmaal andermaal (oplage 400 genummerde exemplaren, gekregen van Perkamentus). Daarin wordt een beschrijving gegeven van een aantal roemruchte Nederlandse boekenveilingen, of liever: de veiling van een aantal roemruchte Nederlandse verzamelingen via boekenveilingen. Hieronder geen veiling bij Bubb Kuyper, maar bijvoorbeeld wel bij Van Stockum of (het niet meer bestaande) Beijers. Het laat zien hoe prachtige particuliere collecties werden opgebouwd en vervolgens via veilingen beschikbaar kwamen voor de markt.

Er is veel geschreven over boekenveilingen. Specifiek over Bubb Kuyper bezit ik inmiddels ook een klein stapeltje boeken. Als ik die publicaties nog eens lees dan spat het plezier maar ook de bewondering voor dit veilinghuis van de bladzijden af. Bubb Kuyper, Jeffrey Bosch en Thijs Blankevoort zijn er in geslaagd om een veilinghuis neer te zetten dat een belangrijke stempel heeft gezet op de Nederlandse boekenmarkt. Het mooie vind ik dat Bubb Kuyper altijd heel toegankelijk is geweest voor particulieren, zoals ik. In verschillende publicaties wordt dan ook het persoonlijke karakter van het veilinghuis geroemd en de aandacht die er is voor de klanten. Zelf heb ik dat ook meermalen ervaren. Ondanks dat ik maar een bescheiden particuliere koper ben, die slechts enkele van de duizenden lots koopt die halfjaarlijks worden aangeboden, heeft Jeffrey Bosch bij het ophalen altijd tijd voor een praatje en bovendien herkent hij mijn naam en gezicht. 

Recent las ik de jubileumbundel Waardevol oud papier die al weer een hele tijd geleden verscheen, bij het 10-jarig jubileum van het veilinghuis. Een mooi gebonden boek met stofomslag en leeslint, onder redactie van Nop Maas verschenen in een oplage van 1000. Het boek bevat uiteenlopende bijdragen van bekende auteurs uit de boekenwereld over een breed spectrum van onderwerpen, maar altijd met een link naar een specifieke aankoop of gebeurtenis bij een boekenveiling, vooral die van Bubb Kuyper. Nop Maas beschrijft het ontstaan van het veilinghuis inclusief een korte levensbeschrijving van Bubb Kuyper en Jeffrey Bosch en hoe een plaats werd veroverd in de Nederlandse veilingwereld. Overigens staat op het Librariana-weblog ook een uitvoerig achtergrondartikel over Bubb Kuyper. Mensen als P.J. Buinsters, Frits Knuf, Anton Gerits, R. Breugelmans, Gerard Jaspers en vele anderen geven in de feestbundel een inkijkje in hoe dit veilinghuis werkt, of soms gebruiken ze de ruimte vooral om een bijzonder boek nog eens in het zonnetje zetten wat ook prima is. Een mooie geschiedenis vertelt Ton Croiset van Uchelen van de UBA over hoe hij op basis van een afspraak tussen grote bibliotheken om niet allemaal op hetzelfde boek te bieden tandenknarsend een extreem zeldzaam boek moest laten lopen en hoe een exemplaar 22 jaar later alsnog in de UBA terechtkwam. In de bijdrage van Ed Schilders wordt fraai geschetst hoe particulieren uiteindelijk op veilingen terechtkomen. Het begint simpelweg met lezen, dan boeken kopen, tweedehands boeken kopen, antiquariaten bezoeken, antiquariaten in het hele land bezoeken en ten slotte, als de boekenhonger onstuitbaar wordt, naar de boekenveiling om lot na lot naar binnen te trekken. Maar boekenveilingen zijn ook aantrekkelijk vanwege het genot van het lezen van de catalogus. Ed Schilders schrijft:

Een catalogus van een antiquariaat of veilinghuis doorwerken, vind ik oneindig veel aantrekkelijker dan een boekhandel bezoeken. Honderden titelbeschrijvingen lees ik met genoegen; hoeveel nieuwe uitgave neem ik ter hand in een winkel?

De veilingen die worden aangehaald in deze feestbundel zijn ook terug te vinden in de door Bubb Kuyper geschreven kroniek van de 56 veilingen die werden gehouden in het Hofje van Staats en het Tehuis voor Militairen aan de Jansweg in Haarlem. Het verscheen ter gelegenheid van de verhuizing van het veilinghuis naar het Kenaupark in Haarlem, waar het nu nog steeds is gevestigd. De eerste veiling werd gehouden op 1986, precies op de dag van de Elfstedentocht. Aan de ene kant was dat slecht voor het bezoek. Aan de andere kant was het misschien wel symbolisch: ook veilingen bij Bubb zijn inmiddels een vertrouwde traditie waar verlangend naar wordt uitgekeken, in elk geval door mij. De 1001 nummers van die eerste veiling waren afkomstig van 15 inbrengers en het ambitieuze plan was toen nog om 6 keer per jaar een veiling te houden. Dat bleek niet realistisch en al snel werd de frequentie tweemaal per jaar: mei en november. Ook andere boekenveilingen houden trouwens dit ritme aan. Uit de inleiding van Nop Maas in Waardevol oud papier leer ik dat dit te maken heeft met economische redenen: in mei wordt het vakantiegeld ontvangen en in november moeten publieke instellingen zoals bibliotheken veelal hun budget opmaken. 

Deze kroniek is veel meer dan een droge opsomming van veilingen en veilingresultaten. Gelukkig staat het ook vol met anekdotes over elke veiling: bijzondere boeken die ter veiling kwamen, bijzondere gebeurtenissen of bijzondere bezoekers. Uiteraard wordt een korte schets gegeven van het karakter van de veiling en wat zoal opvallende opbrengsten waren. Natuurlijk is er aandacht voor de veiling van het manuscript van De avonden, de Boudewijn Büch-veilingen maar ook de affaire uit 1997 rond de veiling van een collectie brieven van componisten die door het Concertgebouw als onrechtmatig werd beschouwd (de veiling ging niet door maar Bubb Kuyper werd wel schadeloos gesteld door het Concertgebouw). En natuurlijk de veiling van twee Dick Bruna-manuscripten uit 2004 waar veel gedoe om was (onder andere juridisch gesteggel via Dick Bruna zelf over de rechtmatigheid van de veiling). De boekjes werden uiteindelijk door een onbekende dame voor een torenhoog bedrag gekocht. Volgens onbevestigde geruchten zou deze dame in opdracht van Dick Bruna zelf hebben gehandeld, zodat hij uiteindelijk toch heeft kunnen voorkomen dat deze manuscripten gingen ‘zwerven’.

Lezend door deze aaneenschakeling van gebeurtenissen valt op hoe de waarde van boeken fluctueert (geschetst wordt hoe op een gegeven moment de Reve-hype voorbij is en de prijzen zakken, wat ook geldt voor sommige oudere boeken trouwens). In die 56 veilingen komen uiteindelijk geregeld vergelijkbare boeken voorbij wat een goed vergelijkingsmateriaal biedt voor marktwaarde. Wat ook opvalt is hoezeer vakkennis nodig is om boeken goed te beschrijven en dat dit dan toch geen garantie biedt om te kunnen voorspellen wat de opbrengst zou kunnen zijn. Regelmatig zijn er sensationele uitschieters op de veilingen, en die zorgen dan natuurlijk ook weer voor de gewenste media-aandacht. Meestal gaat dit om uitgaven waar geen vergelijkingsmateriaal voor is, dan is het de markt die bepaalt. Zoals de eerder genoemde Dick Bruna manuscripten, maar wat te denken van het gedichtje van Anne Frank dat 140.000 euro opbracht (3x meer dan verwacht).

De korte observaties van Bubb Kuper bij de verschillende veilingen gaan regelmatig over de soms merkwaardige bezoekers aan kijkdagen en veilingen. Boekenliefhebbers hebben immers allemaal last van dezelfde ziekte, A gentle madness, en dat uit zich nogal eens in bijzonder gedrag. Zoals bij veiling 18, in 1993, als een potentiële bieder vraagt: “Mogelijk kunnen we eventueel bij betaling tot een ruil overgaan met origneel werk van beroemde kunstenaars?” Helaas ging het veilinghuis hier niet in mee. Of bij veiling 17, als een Duitse klant verzoekt om zijn kavel van ruim 2.000 gulden vanuit Duitsland te verzenden om kosten te besparen, en of de veilingmeester maar even van Haarlem naar een postkantoor in Duitsland wilde rijden. Gek genoeg werd ook daar niet positief op gereageerd.

Het is niet voor eerst dat Bubb Kuyper dergelijke observaties deelde. In 2006 verscheen bij zijn eigen Lojen Deur Pers in een oplage van 200 het werkje Gevoelens van een veilinghouder. Bij wijze van nieuwjaarsgeschenk van Jutta en Bubb Kuyper (en tevens ter markering van zijn afscheid van het veilinghuis). Het zijn een aantal verzamelde observaties uit de tijd bij het veilinghuis. Zoals deze:

Mag ik telefonisch meebieden, want ik vind de schattingen in de catalogus te hoog

Of deze:

Mag ik even eerst, want over een halfuur heb ik een vergadering [tijdens een kijkdag]

Observaties over merkwaardige klanten voor boeken zijn van alle tijden. Ik hoef alleen maar naar de boeken van Shaun Bythell, Jen Campbell of Hans Engberts en René Hesselink van Hinderickx en Winderickx te verwijzen. Zij schrijven over klanten van boekhandels en antiquariaten. Recent verscheen echter nog een bibliofiel werkje over avonturen in een veilinghuis: In een veilinghuis wordt niet gelezen van Gustan Asselbergs (oplage 100, inmiddels in herdruk). Asselbergs werkte bij een veilinghuis, al vertelt hij niet bij welke. Uit de door hem aangehaalde kavelbeschrijvingen blijkt dat het om Bubb Kuyper gaat. Asselbergs beschrijft in vijf korte verhalen verschillende gebeurtenissen uit het veilingbedrijf. Over boeken die de veiling niet halen, omdat ze niet bijzonder genoeg zijn, maar toch voor Asselbergs zelf wel bijzonder zijn. Over de persoonlijke achtergrond van een oud fotoalbum. En natuurlijk over bijzondere bezoekers van de veilingen, zoals de vrouw die zo hard niest tijdens veilingen (meervoud, want ze is vaste bezoeker) dat de meekijkende bieders via de webcam de veiling niet meer kunnen volgen.

Dat meekijken via de webcam doe ik ook. Ik heb mij voorgenomen niet in een veilingzaal te gaan zitten, bezorgd als ik ben dat ik word meegesleept in allerlei biedoorlogen en mijn begeerte niet meer in bedwang heb. Ik hou het dus op een schriftelijk maximumbod vooraf en dan maar hopen dat het goedkomt. Ik kijk alleen mee via de webcam omdat ik veilingen fascinerend vind. Ik zal dan ook niet digitaal meebieden via de app. Nooit. Of nou ja, alleen voor die set van Holbrook Jackson dan. En die ene uitgave van Adriaan van Dis. En die paar andere kavels. Maar verder niet.

Het is moeilijk te zeggen wat mijn favoriete aankoop bij Bubb Kuyper was. Dat zou net zo iets zijn als de vraag om te kiezen tussen je kinderen. De aankoop van het setje Dibdins was een mooi moment. De aankoop van de Nescio ook. Of die hele grote kavel boeken over boeken. Eigenlijk waren het altijd prima aankopen en heb ik nog nooit spijt gehad van een ritje naar Haarlem. Hooguit wat spijt over gemiste kavels, maar daar heb ik hopelijk van geleerd zodat mij geen unieke kavels meer zullen ontglippen.

 

06 februari, 2022

328 - Parijse roofdrukken uit de 19e eeuw

Lezers van dit blog zijn gewend dat ik vooral over boeken van Nederlandse auteurs schrijf, of die in Nederland zijn uitgegeven. Deze keer gaat is er geen enkele connectie met Nederland te vinden. Dit verhaal speelt zich af in Italië, Engeland en Frankrijk. Het boek dat hierbij centraal staat, stond overigens wel gewoon in Nederland en daar heb ik het op de kop getikt. Hoe het daar gekomen is zal altijd een raadsel blijven.

Via Marktplaats kwam ik een tijdje geleden weer eens een boeiend kavel tegen, bestaande uit een setje Italiaanse boeken uit het midden van de 19e eeuw. Mijn nieuwgierigheid was direct gewekt, niet omdat mijn Italiaans nu zo vloeiend is (ik kom niet veel verder dan piano, spaghetti, confetti: de hele top 30 van vernederlandste Italiaanse woorden zit in mijn repertoire) maar vanwege de herkomst van de boeken: Italiaanse uitgaven van een Parijse uitgever, hoe zit dat eigenlijk? De boeken zagen er prachtig ook. En ik werd ook nieuwsgierig vanwege de inhoud: de vier boeken bevatten onder meer teksten van de door mij zeer bewonderde Petrarca en Dante, met Manzoni en Ariosto als toetje. Ook al kan ik de teksten feitelijk niet lezen, het leek mij geen straf om deze mooi uitgegeven boeken in mijn kast te hebben staan. En dat ook nog voor een bodemprijs: voor 25 euro waren ze van mij.
Maar ik geef eerlijk toe: het was de handelaar in mij die uiteindelijk toesloeg. Vier mooie Italiaanse uitgaven uit de 19e eeuw, daar kon ik toch wel meer dan 25 euro van maken. Uiteindelijk bleken de boeken toch zo interessant, dat ik er één voor mijn eigen bibliotheek achterhield. Drie van de boeken verkocht ik door via Catawiki, waaronder de Manzoni, wat mij na aftrek van de veilingkosten toch weer 80 euro winst opleverde. Deze investeerde ik direct in een langgezocht Engels winkeldagboek uit 1942, waar ik volgende keer meer over vertel. Het vierde deel uit het setje staat nu in mijn kast te pronken.

Louis Claude Baudry

Deze fraai gebonden uitgave, uitgegeven in Parijs in 1843 door de uitgevers Levèfre en Baudry, was het begin van een kleine zoektocht naar de achtergrond. Wie was deze Baudry en waarom gaf hij in Parijs Italiaanse boeken uit? Er blijkt relatief weinig over hem online te vinden te zijn. Na enig speurwerk vond ik een Italiaanse studie uit 1987 die vooral ingaat op de op Italië gerichte uitgaven van Baudry. Google Translate hielp mij de studie te lezen. Verder zijn er verschillende online artikelen / blogs te vinden die vooral ingaan op de Engelstalige publicaties uit Parijs (deze en deze). Steeds blijkt sprake te zijn van een uitgever die gebruik maakte van het ontbreken van auteursrechtafspraken in dat tijdvak. Het resultaat was dat hij verschillende Europese landen overspoelde met grote hoeveelheden boeken van toen populaire auteurs, die ook nog eens fraai waren uitgegeven. Dat de auteurs er niet beter van werden leidde begrijpelijkerwijs nogal eens tot boosheid, maar gek genoeg ook tot innige samenwerking (zoals met Manzoni) omdat de boeken van Baudry bijdroegen aan de populariteit van de auteurs. Van Manzoni zijn diverse brieven aan Baudry bewaard gebleven waaruit die goede samenwerking blijkt. In het Engelse taalgebied heeft iemand als Byron voor zijn bekendheid ook sterk van Baudry's uitgaven geprofiteerd. Het duurde uiteindelijk tot de jaren '50 van de 19e eeuw voordat aan Baudry's praktijken een einde kwam. Een uitgebreide Engelstalige studie over auteursrechten in Europa in de 19e eeuw staat hier.

Lous Claude Baudry (1793-1853) was zeker niet de enige uitgever die vanuit Parijs gebruik maakte van het ontbreken van internationale afspraken over auteursrecht. Giovanni Antonio Galignani (1757-1821) was een ander voorbeeld. Overigens bestaat er nog steeds een boekhandel onder de naam Galignani in Parijs, opgezet door nazaten van Giovanni Antionio

De uitgaven van Baudry onderscheidden zich door het fraaie uiterlijk en de zorgvuldige redactie.  Veel uitgaven bevatten zorgvuldig geschreven inleidingen en bibliografische notities alsmede fraaie portretten van de auteurs. Hierdoor waren ze aantrekkelijk voor lezers en het was onontkoombaar dat vele exemplaren toch nog op de Italiaanse thuismarkt terechtkwamen.

Al lezend in de verschillende bronnen ontstond zo een fascinerend beeld van de Europese literaire ontwikkeling tot het midden van de 19e eeuw, hoe auteurs zich meer en meer individueel en internationaal gingen profileren en hoe het lezerspubliek, en daarmee boekhandel en uitgeverij, een steeds internationaler karakter kreeg. De 19e eeuw was in veel opzichten ook een complexe eeuw, de eeuw van revolutionaire bewegingen (1830, 1845), de opkomst van de moderne staten en de industrialisering en de literatuur die in het kielzog daarvan een eigen ontwikkeling doormaakt. In een overzichtelijk boekje heeft Marita Matthijsen geschetst hoe het literaire leven in Nederland er in de 19e eeuw uitzag: de eeuw van Bilderdijk, Beets en Potgieter, maar ook van Multatuli. De eeuw ook van volksbibliotheken maar ook zoiets als de ontwikkeling van kinderliteratuur als zelfstandige richting. Hoewel een groot deel van het Nederlandse lezerspubliek Franse boeken las, is het niet waarschijnlijk dat veel Baudry-uitgaven de weg naar Nederland vonden: daarvoor was het aantal Franse titels in zijn fonds waarschijnlijk te klein.

Baudry werd geboren in 1793, vermoedelijk in de Calvados-streek, en laat zich vanaf circa 1815 gelden als boekhandelaar en uitgever in Parijs. Al snel richt hij zich op het publiceren van titels in verschillende Europese talen. Net als Galignani richt hij zich op recente titels die hij voor een fractie van de prijs die ze in eigen land kosten aanbiedt. Deze titels verschijnen in series met namen als "Librairie des langues étrangères" en de "European Library" (ook wel "Baudry's European Library" genoemd). Een andere serie was onder meer "Baudry’s Collection of Ancient and Modern British Novels and Romances" waarvan de helft van de eerste 50 titels bestond uit boeken van Sir Walter Scott. Uiteindelijk zou hij zo'n 450 titels voor de Engelse markt produceren.

Lag de focus van zijn Engelstalige uitgaven vooral op Scott, voor zijn Italiaanse uitgaven was dat in eerste instantie Manzoni. Bij Manzoni gingen de belangen van de uitgever en de auteur hand in hand: bekendheid voor Manzoni op de Franse markt en dikke winsten voor Baudry. Uiteindelijk werkte Baudry met meer Italiaanse auteurs samen, waardoor hij in staat was ook in die taal een groot fonds op te bouwen van recent verschenen boeken, evenals van klassieke Italiaanse teksten. Een boekenliefhebber kon in die tijd in de winkel van Baudry aan de Rue du Coq zijn hart ophalen: in een van zijn catalogi wordt gezegd dat hij 40.000 titels op voorraad heeft in verschillende Europese talen. 

Met het sluiten van een Frans-Engels auteursrechtenverdrag in 1852 nadat al in 1843 een verdrag tussen Frankrijk en de Sardijnse staten is gesloten, komt er een eind aan de profijtelijke handel van Baudry. In 1853 sterft hij, waarna nog enkele publicaties verschijnen onder auspiciën van de weduwe Baudry.

Vier Italiaanse dichters

Dan tot slot nog iets over mijn Baudry-uitgave uit 1843. Deze is verschenen op het moment dat de uitgeverij  het hoogtepunt van haar activiteiten bereikte. Inmiddels had de verhuizing plaatsgevonden van de Rue du Coq naar de Quai Malaquais (zoals uit het colofon blijkt) en dat gaf ruimte uit de immer uitdijende productie van deze uitgever. Het boek bevat de volgende auteurs:

- Dante: Divina Commedia

- Petrarca: Diverse dichtwerken

- Lodovico Ariosto: Orlando Furioso, satries, sonnetten

- Torquato Tasso: Gerusalemme Libarata en andere werken

Deze uitgave is vermoedelijk één van de meest doorsnee uitgaven van de vier Baudry boeken. Geen inleiding, geen bibliografische gegevens, geen illustraties en geen portretten van auteurs. Echte massaproductie dus. Maar daarmee een mooi standaardvoorbeeld van het soort boeken dat in die tijd werd geproduceerd. En mochten bezoekers van mijn bibliotheek in de toekomst weer eens vragen “heb je die allemaal gelezen?” dan kan ik in elk geval met een gerust hart zeggen dat het in dit geval niet zo is. Dit boek staat er echt alleen voor de sier en voor het goede verhaal dat erbij hoort.

14 januari, 2022

327 - Schaarse De Roos-uitgaven: Jean-Paul Vroom en Henk Krijger

Hoezo schaars?

Ik schreef het al eerder: het klinkt als een contaminatie om over schaarse De Roos-uitgaven te schrijven. Alsof De Roos-uitgaven in zichzelf niet al redelijk schaars zijn (immers, er worden er slechts 175 per keer gedrukt), dus wat is schaars tussen de schaarse uitgaven?

Dat alle De Roos-uitgaven schaars of zeldzaam en daarmee kostbaar zijn is echter niet zomaar te zeggen. Ja, sommige uitgaven zijn kostbaar (met de Escher-uitgave als uitschieter) maar een gemiddelde uitgave van De Roos is verre van kostbaar en ook niet echt schaars, ondanks het kleine aantal dat van elke titel wordt gemaakt. Schaarste is de uitkomst van vraag en aanbod: als het aanbod klein is maar de vraag nog kleiner, dan is er geen schaarste. Dat is ook zichtbaar bij boekenveilingen: uitgaven van De Roos worden in steeds grotere stapels in kavels gebundeld en voor steeds lagere prijzen aangeboden. En dan nog blijven ze soms onverkocht. Minstens de helft van de bijna 200 De Roos-uitgaven hoeft zo niet meer dan een tientje per stuk te kosten - een fractie van wat de leden van De Roos er zelf bij verschijning voor hebben moeten betalen. Losse uitgaven via boekwinkeltjes.nl (bijna 600 hits) of antiqbook.nl (bijna 700 hits) zijn wat duurder, maar je hoeft er zeker niet failliet aan te gaan.
In de andere helft van de 200 zitten de wat kostbaardere exemplaren. Ze hebben bijvoorbeeld een enorme aantrekkingskracht op een bredere groep boekenverzamelaars, vanwege de betrokken auteur. De De Roos-uitgaven van Reve, A.L. Snijders, Armando, Grunberg, Van Ostaijen en Drs. P. kunnen steevast rekenen op hoge opbrengsten op veilingen. Nog steeds niet echt zeldzaam, wel kostbaar(der).

Toch kan er soms wel degelijk over zeldzame De Roos-uitgaven gesproken worden. Sommige exemplaren zijn namelijk om wat voor reden dan ook toch anders dan de exemplaren die standaard voor de leden van De Roos worden gemaakt. Het zijn uitgaven met net een afwijkende uitvoering of er is een klein aantal extra exemplaren gedrukt met soms wat bonusmateriaal. Zo’n uitgave uit mijn collectie is bijvoorbeeld De dood van Cuchulainn van Murhevna van A. Roland Holst uit 1951. In het colofon van dit boek staat dat naast de 175 exemplaren voor leden er ook 5 exemplaren werden gedrukt voor de auteur. Ik bezit één van die 5 auteursexemplaren. Ook van De koning is dood van Cees Nooteboom bezit ik één van de - in dit geval 10 - auteursexemplaren.

Exemplaar II van VI

In deze twee gevallen betreft het dus exemplaren die bewust buiten de standaard-oplage zijn gehouden en aan een beperkte groep mensen, of aan één mens: de auteur, beschikbaar zijn gesteld. Bij de najaarsveiling van Bubb Kuyper wist ik de hand op nog zo’n exemplaar buiten de standaard-oplage te leggen. Het ging om de uitgave Tros contes cruels van Villiers de l'Isle-Adam, net als het eerder genoemde boek van Roland Holst uit 1951. De reguliere uitgave bestaat uit een mooi geïllustreerd boek, waarvan de losse katernen in een omslag zitten, en deze weer in een cassette. Voor elke boekenliefhebber sowieso een aanwinst, en alleszins betaalbaar: voor twee of drie tientjes heb je deze uitgave in huis. In het colofon staat te lezen dat er naast de oplage voor de leden, zes Romeins genummerde exemplaren zijn gemaakt. Deze zes exemplaren omvatten een grotere cassette met een extra omslag, waarin de illustraties van Jean-Paul Vroom uit het boek apart zijn opgenomen als etsen in verschillende kwaliteiten en grootte. Een enorm verschil met de reguliere uitgave dus.

Jean-Paul Vroom (1922-2006) was een veelomvattend kunstenaar. Hij werkte als ontwerper, cineast, theatervormgever, schilder, fotograaf, graficus en illustrator. Vanaf 1945 maakte hij illustraties voor bibliofiele uitgaven, die hij deels in eigen beheer uitgaf (onder andere werk van Daudet en Hugnet). In Nederland kreeg hij bekendheid door illustraties en typografie voor de uitgaven van Stichting De Roos. Ook werkte hij samen met Bert Schierbeek. Voor diens kunstenaarsboek De blinde zwemmers (Den Haag: Boucher 1955) maakte Vroom 57 gravures. Internationaal werd hij bekend als ontwerper van decors en kostuums, oa voor het Nationaal Ballet. Hij was in de jaren zeventig decor- en kostuumontwerper voor choreograaf Hans van Manen, voor wie hij abstracte decors met neonlicht en film maakte. Jean Paul Vroom volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten te Den Haag en École Estienne te Parijs.

Voor Stichting de Roos werkte Vroom aan diverse uitgaven mee aan. Zoals aan de uitgaven La campagne romaine van Chateaubriand (1959) en Salomé van Oscar Wilde uit 1948. Voor beide uitgaven verzorgde hij de gravures. In 1950 verscheen Tante Tor is jarig van Lizzy Ansingh en Nelly Boddemheim met litho’s van Vroom. Voor de uitgave Le chef-d’oeuvre inconnu van De Balzac (1962) verzorgde hij de typografie, net als voor Mistriss Henley van Belle van Zuylen uit 1952. Voor mijn uitgave Trois contes cruels verzorgde Vroom zowel de typografie als de etsen.

Van bijna alle etsen in het boek - behalve eentje helaas - zijn diverse studies meegeleverd, in ongeveer de helft van de gevallen ook nog eens gesigneerd. Zo is steeds te zien hoe uiteindelijk tot de definitieve illustratie in het boek is gekomen. Ergens wel jammer dat de etsen nu in de cassette in mijn kast zijn opgeborgen. Ik zou willen dat ik genoeg muur had om de etsen gegroepeerd en ingelijst op te hangen.

Aandacht voor Henk Krijger

Van een heel ander soort schaarste was de uitgave die ik opdook naar aanleiding van een bericht van een Canadese liefhebber/verzamelaar. Op basis van mijn zorgvuldig bijgehouden catalogus op LibraryThing, waar ik vrij uitvoerig benoem wie allemaal heeft meegewerkt aan specifieke uitgaven, kreeg ik een mail van Peter Enneson. Hij doet al sinds de jaren '80 onderzoek naar Henk Krijger (1914-1979) en heeft de verzamelde informatie uitvoerig, vooral over de Raffia-letter van
Krijger, op zijn website gezet. Krijger was al net zo’n veelzijdig mens als Vroom: Krijger was beeldhouwer, grafisch ontwerper, illustrator, monumentaal kunstenaar, wandschilder, kunstschilder, tekenaar, pastellist, pentekenaar, aquarellist, typograaf, letterontwerper, vervaardiger van mozaïek en docent. Voor het grote publiek is zijn ontwerp van het boekenweekgeschenk uit 1957, De nacht der girondijnen van Presser, waarschijnlijk het meest bekend. De verbinding met Canada is trouwens niet heel raar omdat Krijger daar van 1969 tot 1973 heeft gewerkt. 

Henk Krijger heeft aan verschillende uitgaven van De Roos meegewerkt, soms als ontwerper, soms als illustrator. Zoals de uitgave Lucifer van Vondel (1954), Puzzles van Waning Cuney (1960) en Le petit poucet van Charles Perrault uit 1969. De samenwerking tussen Krijger en De Roos duurde dus meerdere jaren. Maar deze samenwerking bleef niet alleen beperkt tot de reguliere uitgaven van De  Roos. Peter zag dat ik een flink aantal nieuwjaarsuitgaven van De Roos bezit (vooral gekocht in deze veiling) en aan één daarvan had Henk Krijger volgens mijn catalogus meegewerkt: Cantiek van Jacques Benoit met illustraties van Ru van Rossem. Overigens heeft Jean-Paul Vroom ook aan verschillende nieuwjaarsuitgaven van Chris Leeflang en Stichting de Roos bijgedragen. Maar voor Cantiek gold dat Henk Krijger hiervoor de typografie had verzorgd. Aangezien deze nieuwjaarsuitgaven zelden afzonderlijk gecatalogiseerd zijn bij bibliotheken en ook nergens echt beschreven, zijn deze ook niet makkelijk te ontdekken en in te zien. Op zijn verzoek heb ik deze uitgave dan ook aan alle kanten gefotografeerd.

In de mailwisseling die vervolgens ontstond bleek dat Peter echt heel uitvoerig onderzoek heeft gedaan en onder meer via Stichting de Roos inzage heeft gekregen in de briefwisseling tussen Chris Leeflang en Henk Krijger. Daarbij ging het onder meer over de ontwikkeling van de Raffia letter. Deze letter is in 1952 door Krijger ontworpen en toegepast in de Lucifer-uitgave uit 1954. Maar uit de briefwisseling viel op te maken dat deze letter mogelijk ook is gebruikt in de nieuwjaarsuitgave 1952/1953, een kerstlied geïllustreerd door G. Douwe. Op Peter's verzoek heb ik ook deze erbij gepakt en het was bijzonder om vervolgens de Raffia-letter hierin te zien! Goed opgemerkt van Peter en een mooie aanvulling op zijn Henk Krijger-studie. Opvallend genoeg staat nergens op deze nieuwjaarsuitgave dat de - toen nog fonkelnieuwe - letter van Krijger was gebruikt. Meestal wordt dat vrij precies aangegeven, maar hier niet. Dit is dus iets wat alleen een kenner had kunnen weten. 

Deze vondst maakt de nieuwjaarsuitgave voor mij nog zeldzamer en bijzonderder dan hij al was. En ik heb genoten van deze digitale samenwerking tussen een Nederlandse boekenverzamelaar en een Canadese onderzoeker. De gedachte dat ik een miniem onderdeeltje heb kunnen bijdragen aan de Henk Krijger-studie stemt mij zeer tevreden.

14 december, 2021

326 - Een maaltijd voor bouquinistes

Het begint een goede gewoonte te worden dat ik elke publicatie van Stichting Desiderata al in de originele uitvoering bezit. Behalve helaas die eerste dan, van Nodier. Maar van de zomerpublicatie Hayward Ho! bezat ik al één van de zeer schaarse originele exemplaren, zoals ik eerder schreef. Het leverde mooi vergelijkingsmateriaal op: welke passages waren tussen 1998 en 2021 gewijzigd en waarom? Duidelijk was dat de 2021-versie fantastisch mooi was uitgevoerd (en voor de liefhebber nog steeds te bestellen) en dat de tekst grotendeels intact was gebleven (maar dat een paar goede grappen waren gesneuveld). 

Twee uitgaven van hetzelfde boek

Ook van de winterpublicatie 2021 kan ik nu twee versies laten zien. Ik voeg deze in een lange rij van dubbels die ik in mijn bibliotheek heb staan. Vandaag plofte de hernieuwde uitgave van Ewoud Sanders' boekje 'Als dank voor de gelukkigste momenten in mijn bestaan' op de mat, en ook nog eens fraai gesigneerd. Het krijgt een plekje in mijn categorie 'Boeken over boeken' (als 394e boek in die categorie, tevens het 501e gesigneerde boek in mijn collectie) en komt te staan naast dezelfde uitgave uit 2017. En natuurlijk naast die andere uitgave van Sanders die ik heb: De handel en wandel van de boekenjood, een boek dat ik cadeau kreeg van Perkamentus, ter viering van het tienjarig bestaan van dit blog in 2014.

Xavier Marmier
Het thema voor deze publicatie is het befaamde "Banquet des bouquinistes" dat op 20 november 1892 in het Parijse Le Grand Véfour werd georganiseerd ter nagedachtenis aan de Franse letterkundige Xavier Marmier. Marmier overleed op 12 oktober 1892 en had 1000 francs (tegenwoordig zo’n 6.000 euro) nagelaten om daarmee een feestmaal te organiseren voor de bouquinistes langs de Seine, als dank voor de vele plezierige momenten die hij had doorgebracht bij zijn speurtocht naar boeken. Op 29 september 2017 vond in Amsterdam een reprise van dit diner plaats ter gelegenheid van Boeken in de Beethovenstraat. Ewoud Sanders verzorgde daarbij de inleiding die in een publicatie van uitgeverij De Kan (oplage: 100) verscheen. Hierin geeft Sanders achtergrondinformatie over Marmier, maar ook het menu van dat diner is bewaard gebleven. Jasper Videler kookte dit menu vervolgens opnieuw in 2017.

En nu is er dan een heruitgave van het boekje van Sanders. Sanders put in zijn beschrijving uitvoerig uit het boek van Octave Uzanne, Bouquinistes et bouquineurs uit 1893, waarin Uzanne uitgebreid verslag doet van het diner, inclusief het menu en de toespraken die werden gehouden. Daarnaast haalt Sanders diverse oude bronnen aan, zoals krantenverslagen van dit diner uit het eind van de 19e eeuw. En ook geeft hij een mooie schets van Marmier als auteur, maar ook als bibliofiel. En dat laatste is natuurlijk ook een goede reden voor de Stichting Desiderata om dit werk opnieuw uit te geven en een hopelijk groter publiek te geven dan de uitgave uit 2017.

Verschillen en overeenkomsten

Ewoud Sanders signeert o.a. mijn boek
(foto via Facebook / St. Desiderata)
De nieuwe uitgave is op het niveau van de tekst niet heel verschillend van de eerdere uitgave. Voor het overgrote deel is de tekst gelijk, met een paar minieme tekstuele aanpassingen. Wel is er een aanvulling op de wijze waarop het diner in de pers is besproken. Zowel in aanloop naar het diner als daarna is er redelijk wat over gepublliceerd. Het onderstreept natuurlijk de bijzonderheid van dit diner, en het spreekt ruim een eeuw later nog steeds tot de verbeelding.

Een veel groter verschil tussen de uitgaves is de uitvoering. Zoals we inmiddels gewend zijn bij Desiderata-uitgaven (na drie publicaties mogen we toch al spreken van een aantal kenmerkende elementen) is ook dit boekje prachtig verzorgd. Mooi gebonden, mooi papier, fijne letter en tot overmaat van luxe een heleboel extra afbeeldingen. En een paar afbeeldingen die in 2017 ook al waren gebruikt zijn veel mooier afgedrukt. Zo ademt ook dit boekje weer volop liefde voor het boek en is het een aanwinst voor mijn boekenverzameling. Als ik de beide uitgave zo naast elkaar zie staan dan zijn de verschillen in uitvoering en kwaliteit immens: het verschil tussen een ‘gewone’ gelegenheidsuitgave en een met passie gemaakt boekje.

Detail van gravure van 
Jean Henri Marlet (1821)

Een jas met diepe zakken

Eén van de kenmerken van Xavier Marmier bij zijn tochten langs de Seine-oever is zijn jas met ruime zakken, waar eenmaal gekochte boeken in konden worden bewaard. Een dergelijke jas komen we ook al tegen in die eerste publicatie van Stichting Desiderata, De bibliomaan. In de bibliomaniakale aantekeningen van Ed Schilders bij dat verhaal wordt geschreven over de speciale jas met grote zakken die de hoofdpersoon Théodore laat maken. Bozig zegt hij tegen zijn kleermaker: "Meneer, deze jas is de laatste die ik door u laat maken als u nóg eens vergeet er zakken op te zetten in kwartijnformaat". Ed Schilders suggereert dat Nodier wellicht is geïnspireerd door de "bibliomannenmode" die hij op de kades van de Seine voorbij zag slenteren, of anders door de prentkunst in die tijd (zie afbeelding hiernaast). Het boek van Nodier verscheen in 1831 en Marmier leefde zo'n 40-50 jaar later als bibliofiel. Kennelijk zijn dergelijke jassen lang in zwang geweest. 

Zoals gezegd wordt in Octave Uzannes boek uitgebreid verslag gedaan van het bouquinistes-maal en daarin komen de jaszakken nog een keer terug. Uzanne citeert uit de toespraak van Choppin d'Arnouville bij het diner, die over Marmier zegt (ik haal dit uit de Engelse vertalilng van het boek; The book-hunter in Paris):

Often in returning from the Palais I have found him searching or reading in the bitter wind, and if I ventured to advise him to be careful, he would reply by showing me some little book thrust into the depths of his pocket (p. 230)

Overigens konden dergelijke jassen niet alleen voor gekochte boeken gebruikt worden, maar waren ook nuttig bij andere kwade bedoelingen. Lawrence Thompson verhaalt in zijn essay Bibliokleptomania (Peacock Press, 1968 - oorspronkelijke uitgave 1944) van verschillende stelende bezoekers van de bouquinistes:

Another abbé whom Cim protects with the simple designation of "B..." terrorized the bouquinistes of the left bank with his thefts around the turn of the century. He was frequently denounced, but he would always become highly indignant, reproaching the poor shopkeeper bitterly for his blasphemously suspicious nature that made him distrust a clergyman. (p. 26).
One nineteenth-century Parisian book thief became such a well-known nuisance among the bouquinistes that they got together and refused to tolerate him any longer. Accordingly, on the day after each "succesful" theft he would receive a bill from his victim setting forth author, title and price of the missing book. At the Hôtel des Ventes he would be stopped at the door and asked whether or not he had taken this or that volume "by error". "Ma foi, oui!" was the invariable and always unembarrassed reply, and the volume(s) would be immediatiely and uncermoniously restored. One worthy female devotee of Paul Boruget who apparaently lacked either the means or desire to buy this author's works became known among the dealers on the left bank as "la dame au parapluie" for her unusual place of concealment. (p. 38)

Waar de ene bezoeker van de bouquinistes hen op slinkse wijze probeert te bestelen, beschouwt de ander ze als leveranciers van blijvend geluk en trakteert ze vervolgens op een heerlijke maaltijd. Dat laatste is een mooi gebaar dat navolging verdient. We zouden allemaal als boekenliefhebbers onze favoriete boekhandelaar aan onze tafel moeten nodigen. Ik vind in elk geval dat de redactie van Stichting Desiderata voor alweer een mooie uitgave op zijn minst een goede borrel heeft verdiend. Ik hoop dat er snel eens gelegenheid komt om die met elkaar te drinken!

29 november, 2021

325 - 500 gesigneerde boeken

Terwijl ik voordat zich een nieuwe lockdown aandiende nog net bij een signeersessie een zwierige handtekening in een boek liet zetten, realiseerde ik mij niet dat het een vermeldenswaardig moment was. Pas bij het bijwerken van mijn bibliotheek in LibraryThing zag ik tellertje van gesigneerde boeken naar 500 springen. Ik vond dat ineens een heel groot aantal en een goed moment om daar eens bij stil te staan.

De 500e handtekening

Ik haalde die avond handtekeningen voor een aantal boeken bij een bijeenkomst met Adriaan van Dis, in de bibliotheek van Hoevelaken. Als het om Hoevelaken gaat, moet ik altijd even aan Arie Ribbens denken (die in zijn Polonaise Hollandaise uitriep: “Bij Hoevelaken linksaf”). En ik hou niet eens van carnavalsmuziek of überhaupt van Nederlandstalige muziek... Destijds had ik geen idee wat Hoevelaken was of waar het lag, nu woon ik er vlakbij.
De Hoevelakense zaal was omgetoverd in Franse sferen, ter gelegenheid van het boek De wandelaar van Adriaan van Dis, dat centraal staat in de Nederland Leest-campagne van 2021. Er was een wijnproeverij, clochards stonden voor de deur (de lokale toneelvereniging) en de zaal was aangekleed met Franse prenten uit de lokale kringloopwinkel. Allemaal leuk en aardig, maar het ging natuurlijk om Van Dis.
Deze schrijver blijft een geboren verhalenverteller. Ik heb al eerder over bijeenkomsten met Van Dis geschreven (hier en hier en hier) en het is steeds hetzelfde beeld: hij begint met praten, weet de zaal te boeien en houdt een uur later pas op. En hoewel het de bedoeling was dat het over De wandelaar zou gaan (en over Parijs) was Van Dis niet te beroerd om ook zijn recente boeken Klifi en Vijf vrolijke verhalen te promoten. Maar wat geeft het, want alle verhalen zijn met elkaar verbonden en de lezers in de zaal vinden het prachtig.

In de pauze was het signeermoment dan eindelijk aangebroken. Iedereen kon zijn net ontvangen Nederland Leest-exemplaar van De wandelaar laten signeren, of een van de titels die van de boekentafel van de lokale boekhandel waren gekocht. Maar ik had natuurlijk ongesigneerde titels uit mijn eigen collectie bij mij. Zoals het door Van Dis voorgelezen luisterboek Karakter van F. Bordewijk. Of de CD-single van Hans de Booij, Groene Smart, waarvan de tekst door Van Dis is geschreven. Plus een Engelse vertaling van Tikkop. En natuurlijk de zojuist verschenen versie van De wandelaar. Wat mij betreft kwam precies in dat boek de 500e handtekening in terecht.

Waarom gesigneerd?

Wat maakt het nu eigenlijk uit dat een boek gesigneerd is? In het algemeen hebben “aangeraakte boeken” een hogere waarde dan niet-aangeraakte boeken. Een gesigneerde latere druk kan meer waard zijn dan een ongesigneerde eerste druk. Maar los van de waarde maakt het simpele feit dat een auteur zijn naam achterlaat in een boek het werk betekenisvoller. Op de site van Abebooks wordt het heel simpel gezegd: “Books are good, signed books are better”. Brian Hoey haalt op het fraaie blog Books tell you why Walter Benjamin aan als hij zegt: 
Walter Benjamin describes the “aura” that exists around a work of art that hasn’t been mechanically reproduced (i.e. printed off on a printing press, copied onto a DVD, etc.). The aura, he says, is the element of the work that can’t be replicated outside of its definite location in time and space, giving a ritualistic, almost mystical element that changes the way that we engage with it. This, it seems, in a nutshell, is why we like signed books, and why we often treat them as precious objects of almost totemic significance.
Niet voor niets bieden betere boekwinkels standaard gesigneerde nieuwe boeken aan, zoals Paagman en Donner, Regelmatig kijk ik ook likkebaardend naar het abonnement dat Strand Bookstore aanbiedt: elke maand een gesigneerde nieuw verschenen hardcover. De hoge verzendkosten per boek houden mij tot nu toe tegen…

Dit alles maakt gesigneerde boeken op zich niet direct veel waard. Op Marktplaats, in kringloopwinkels en in antiquariaten zijn gesigneerde exemplaren van talloze boeken voor een paar euro te koop. In 1988 schreef Boudewijn Büch in Tirade ook over signeren, en hij maakt duidelijk onderscheid tussen het ‘simpele’ signeren ten opzichte van boeken met een specifieke opdracht (en de relatieve onzin van signeersessies). 
Als ik mij niet vergis, is het een uitspraak van Maarten 't Hart; deze zei ooit: ‘Ik geloof langzamerhand dat een niet gesigneerd exemplaar van een boek van mijn hand meer waard is dan een gesigneerd.’ Ik moet hem in deze bijvallen. Het signeren in de boekhandel is een ziekte van onze tijd die ik al eens eerder in een verhaal (Signeren, Sliedrecht 1984; oplage tweehonderd exemplaren) geridiculiseerd heb. Aan de vraag van menige koper: ‘Wilt u er in schrijven...’ - en dan volgt er bijvoorbeeld ‘voor Miep bij ons twintigjarig samenzijn’ - wordt door het schrijvende signeervee maar al te graag voldaan. Daardoor is er vanaf de jaren vijftig een bulk gesigneerde moderne Nederlandse letterkunde ontstaan die literatuurhistorici in het volgende millennium op menig dwaalspoor zal zetten. Ik schat dat ik inmiddels zo'n vijfduizend exemplaren eigen werk voorzien heb van het eigenhandige: ‘Voor [...], met liefs van Boudewijn Büch.’ Indien men later zou suggereren dat ik een druk liefdesleven heb geleid, ontken ik dat bij voorbaat nu reeds.

Wie heeft gesigneerd? 

Natuurlijk heb ik niet alle 500 boeken zelf laten signeren. Heel wat boeken zijn met handtekening gekocht, zoals bibliofiele uitgaven. Maar ik heb ook de nodige gesigneerde kringloopvondsten in de kast staan. Een flink aantal boeken heb ik echter wel zelf laten signeren. Zoals tientallen uitgaven van Adriaan van Dis op verschillende signeersessies. De boeken van Tommy Wieringa, Meir Shalev en Marcel Möring die ik in bulk heb laten signeren. En natuurlijk talloze auteurs die jaren geleden op het Feest der Letteren in de Bijenkorf kwamen en waar ik vervolgens stapels boeken heensleepte. Ik heb daar op dit blog regelmatig verslag van gedaan (hier en hier en hier en hier). Al die acties leverden handtekeningen op van veel verschillende Nederlandse auteurs. Vooral Nederlandse auteurs, want handtekeningen van Nederlandse auteurs zijn simpelweg eenvoudiger te krijgen. Niet raar dus dat deze de hoofdmoot van mijn collectie vormen.

Ik ben gaan tellen van wie ik gesigneerde boeken heb. De top 10 ziet er als volgt uit:
  1. Adriaan van Dis 85
  2. Marcel Möring 34
  3. Tommy Wieringa 25
  4. Meir Shalev 17
  5. Kees van Kooten 12
  6. Nelleke Noordervliet 12
  7. Jan van Herreweghe 11
  8. Gerrit Komrij 10
  9. Remco Campert 10
  10. Geert Mak 8
  11. Anna Enquist 8
  12. Herman Koch 7
  13. Abdelkader Benali 7
  14. A.F.Th. Van der Heijden 7
  15. Jan Siebelink 6
  16. Rosita Steenbeek 6
  17. Kurt Löb 5
  18. Joost Zwagerman 5
  19. Kader Abdolah 5
  20. Connie Palmen 5
Een bijzondere categorie boeken zijn de multisignata: de boeken die door meerdere auteurs geen gesigneerd. Een van mijn multisignata is het boek Uit liefde in boeken. Vijftien schrijvers op zoek naar een boekhandel dat door 5 van de 15 auteurs is gesigneerd. Een andere bijzonderheid is het prozadebuut van Adriaan van Dis Nathan Sid die zowel door Van Dis als Charlotte Mutsaers (die de illustratie maakte) is gesigneerd. En natuurlijk de uitgave Kristal 1935 dat door meerdere auteurs is gesigneerd. Enkele jaren geleden kocht ik de voor mij nostalgische uitgave van Het Nationale Toneel, gesigneerd door acteurs en regie.

De meest bijzondere handtekeningen

Tussen de 500 handtekeningen in mijn collectie zijn er natuurlijk altijd een paar die meer bijzonder zijn dan andere. Van mijn favoriete auteurs zijn het vooral de zeldzame of curieuze uitgaven die eruit springen, zoals de door Tommy Wieringa gesigneerde CD van de groep Donskoy (waar hij in het begin van zijn carrière teksten voor schreef) of de eerder genoemde door Adriaan van Dis gesigneerde single Groene Smart van Hans de Booij (ik bezit nu overigens zowel de single als de CD-single, beide gesigneerd). Het zou aardig zijn om ze ook door Hans de Booij te laten signeren en zo toe te voegen aan de multisignata.
Dan de boeken over boeken. Op een mooie plek in mijn vitrine ligt het door Holbrook Jackson gesigneerde exemplaar van de eerste druk van The anatomy of bibliomania. Daar vlak naast ligt de uitgave met het gesigneerde briefje (strikt genomen dus geen gesigneerd boek..) van baron W.H.J. van Westreenen. Bij Bubb Kuyper kocht ik meer boeken in de categorie “boeken over boeken” die gesigneerd zijn: van Madeline Stern en Leona Rostenberg, Charles Sims en Barbara Kaye (de echtgenote van Percy Muir) om er enkele te noemen. Bij Catawiki kocht in een gesigneerde A.S.W. Rosenbach. Wat er in deze categorie nog uitspringt is Jeremy Mercer’s boek over de boekhandel Shakespeare & Company dat ik nota bene in Parijs opdook.

Van de auteur Bordewijk is bekend dat hij weinig signeerde. Naast zijn handtekening in Kristal 1935 ben ik erg blij met het gesigneerde exemplaar van Haagse mijmeringen. Ook de gesigneerde A. den Doolaard (ik schreef er hier over) heeft een bijzonder plekje. Sowieso zijn gesigneerde exemplaren van overleden schrijvers exclusiever, ik ben dan ook blij dat ik de gelegenheid heb gehad om schrijvers als Renate Dorrestein, Joost Zwagerman en Menno Wigman enkele boeken te laten signeren.

Maar of het nu een gesigneerde bibliofiele uitgave is of een snelle handtekening in een rommelige paperback: elke handtekening is welkom in mijn bibliotheek. Hopelijk is het snel weer mogelijk om de 500 ruim te passeren wanneer het mogelijk wordt signeersessies te bezoeken.

Naschrift: merkwaardig genoeg overleed Arie Ribbens 4 dagen na het publiceren van dit blog. Zo denk je nooit aan iemand en dan ineens in korte tijd een paar keer achter elkaar. Arie werd 84 jaar.