woensdag, september 05, 2018

Italiterair

Zoals elk jaar streef ik er naar mijn vakantie een literair tintje te geven. Niet alleen door mijn vakantieliteratuur te selecteren op basis van onze verblijfplaats, maar ook door te kijken of mijn gezin te porren is voor een bezoek aan een paar boekwinkels. Dit keer had ik mijzelf zelfs nog wat beter voorbereid: ik wilde ook een paar relevante literaire plekken bezoeken. Dat moest niet zo moeilijk zijn, want we bezochten Padua en omgeving. Met uitstapjes naar Venetië en andere hoogtepunten voor de boeg kon het niet anders dan een mooie literaire tour worden.

Allereerst de vakantieliteratuur. Aangezien we in Padua verbleven, ging als eerste Ciao, Padua van Onno te Rijdt in de koffer. De lotgevallen van een Nederlandse schrijver die verblijft bij een Padovaans gezin waren vermakelijk. Veel stereotype Italianen en Italiaanse thema's (rondborstige vrouwen, omkoopschandalen, masculien gedrag en veel lekker eten) maar prima voor een middag in de Italiaanse zon. Verder had ik Wacht op mij van Michele Serra bij mij, over de generatiekloof tussen een vader en zijn puberzoon. Mooi geschreven en met gedrag dat ik ook bij mijn eigen pubers herken. In other words van Jhumpa Lahiri gaat over de liefde van de schrijfster voor Italië en haar streven om de taal te leren. Het boek gaat over identiteit en ontworteling (en over Italië natuurlijk). Lahiri is ook de schrijfster van het essay De kleren van het boek, waarvan ik de speciale uitgave bezit die destijds ter gelegenheid van International Bookstore Day werd gemaakt (oplage 400). Tot slot had ik Brug der zuchten bij mij van Richard Russo. De titel verwijst uiteraard naar de beroemde brug in Venetië en het boek speelt deels in Venetië, deels in het noordoosten van de Verenigde Staten. Ik vond het boek indrukwekkender dan gedacht omdat het heel mooi de kansen en beperkingen laat zien van een leven in een kleine stad, de consequenties van het al dan niet volgen van je dromen en de vraag waar echt geluk te vinden is. Als reserve had ik nog A farewell to arms bij me van Ernest Hemingway. Dit boek speelt in Noord-Italië tijdens de Eerste Wereldoorlog en paste prima in de vakantiestapel. Ik heb het bij deze boeken gelaten, hoewel ik natuurlijk nog bijvoorbeeld Thomas Mann (Dood in Venetië) had kunnen meenemen. Maar ik zou nog aardig moeten doorlezen om deze boeken uit te krijgen.

Dan de boekhandels. Dat onderdeel viel een klein beetje tegen. Ik zocht vooral naar boekhandels met een meer internationaal aanbod, maar die bleken schaars. Op advies van reisgidsen ging in naar de Libreria Alta Acqua in Venetië, aangeprezen als één van de mooiste boekhandels van de stad en vooral bekend omdat ze boeken in gondels aanbieden. Ik had hoge verwachtingen, maar het was vooral een rommelige tweedehands winkel met nauwelijks niet-Italiaans aanbod. Wel was er een mooie winkelkat aanwezig. Katten in boekhandels zijn altijd bijzonder en daarom worden er boeken over geschreven, is er een instagrampagina voor en staat het internet vol foto's van deze dieren. Ondanks de kat ging ik met lege handen weg. Ook in Padua, Ferrara en andere steden slaagde ik niet. Het is een van de eerste vakanties waarvan ik zonder extra aanwinsten terug ben gekomen. Mijn gezin vindt dat een prima uitkomst, trouwens. Gelukkig kon ik online nog wat aankopen in Nederland doen, zodat er in elk geval nog wat nieuwe aanwinsten op mij lagen te wachten bij thuiskomst

Het derde onderdeel van de vakantie zijn de literaire plekken. Ook daarvoor had ik mij goed voorbereid. Ik had het boekje Literaire steden van Italië gekocht met wandelroutes door een aantal steden. Uiteindelijk struikelde ik als vanzelf over zoveel bibliofiele locaties dat ik dit boekje niet nodig had. Tijdens een wandeling in de omgeving van Arque Petrarca kwamen we langs het huis waar Petrarca in de laatste jaren van zijn leven woonde en ook het graf van Petrarca was hier aanwezig. Helaas bleek bij onderzoek in 2003 dat de schedel die in het graf lag niet van deze grondlegger van het humanisme was. Maar toen we op het terras van L'Enoteca di Arqua van een lokaal wijntje zaten te genieten, wisten we zeker dat Petrarca het goed had gezien toen hij ervoor koos om hier te wonen.
Terwijl we in Ravenna allereerst genoten van de beroemde mozaïeken - alleen al die in het mausoleum van Galla Placidia zijn een reis waard - hebben we ook stilgestaan bij de tombe van Dante. Onderweg naar Ravenna kwamen we langs Ferrara, de stad die vereeuwigd is door één van mijn favoriete schrijvers Giorgio Bassani. Als tiener las ik zijn beroemde boek De tuin van de Finzi-Contini's en het was een aangrijpende ervaring die diepe indruk op mij maakte. Een bildungsroman in de context van de jodenvervolging: ik was verpletterd na het lezen van dit boek en sindsdien wilde ik naar Ferrara. En dit jaar ben ik er geweest.

Al met al een bevredigende vakantie. Niet alleen door het weer en het eten, maar vooral door de overvloed van cultuur en de ontmoeting met grote geesten uit het verleden. Ik werd in elk geval geïnspireerd om Petrarca te gaan lezen, omdat ik mij niet had gerealiseerd dat zonder hem de humanistische beweging veel later zou zijn gestart, en wie weet hoe wij er dan nu aan toe zouden zijn geweest. Soms verlegt één man de loop van de geschiedenis op een positieve manier, en Petrarca was zo'n man. Daarom hoort hij in mijn boekenkast.

zondag, juli 15, 2018

Toch nog Bordewijk

In het begin van mijn bloggersleven hadden veel posts betrekking op boeken van de schrijver Ferdinand Bordewijk. Ik was toen een enthousiast verzamelaar van zijn werk en regelmatig voegde ik nieuwe Bordewijkjes aan mijn collectie toe. Met als hoogtepunten een gesigneerde verzameluitgave Kristal 1935 - met handtekeningen van veel schrijvers, waaronder Bordewijk - en het aanschaffen van de ultrazeldzame bibliofiele uitgave Mijnheer Pem heeft een droom, waarvan ik in 2010 nog dacht dat ik die nooit zou vinden.

In die tijd sprak ik Bordewijk-verzamelaar Robert Gaarlandt en ik mocht zelfs zijn collectie eens van dichtbij bekijken. Gaarlandt bezit onder andere één van de zes bekende exemplaren van Bordewijks debuut Paddestoelen uit 1916, een auteursexemplaar van Karakter en talloze uitgaven van Bordewijk in bijzondere verschijningsvormen. Tegen zoveel compleetheid kan natuurlijk niemand op en ik moet zeggen dat mij als verzamelaar de moed in de schoenen zonk. Verzamelen doe ik voor mijzelf maar ik moet bekennen dat ik bij Bordewijk de ambitie had om een echt significante collectie uitgaven bij elkaar te krijgen. De afstand tot Gaarlandt is echter onoverbrugbaar groot en eerlijk gezegd ging de lol er dan ook wat van af. Natuurlijk heb ik toen nog wel de door hem geschreven catalogus van de Bordewijk-tentoonstelling laten signeren.


Het resultaat is dat het laatste stukje waarin Bordewijk figureerde op dit blog uit 2014 stamt, zoals je kunt zien als je op de Bordewijk-knop bovenaan klikt. Dat wil niet zeggen dat ik nooit meer iets van Bordewijk kocht: een gestaag stroompje sijpelde mijn collectie binnen: het bibliofiele werkje Zeer geachte heer. Drie brieven (oplage 40) kocht ik bij Fokas Holthuis in 2017, in 2015 een mooie gebonden uitgave van Tien verhalen bij Catawiki en ook in 2017 de De Roos-uitgave Gaspard la nuit van Aloysius Bertrand, waarin Bordewijk een voorwoord schreef. Ook al word ik niet de grootste Bordewijk-verzamelaar in Nederland, deze uitgaven hoorden er toch bij.

Afgelopen week deed ik dan toch weer een iets grotere aankoop. In één klap verschenen er twee mooie Bordewijk-uitgaven op Catawiki:
- een eerste druk van Rood Paleis uit 1936
- de gelimiteerde uitgave van Vertellingen van generzijds uit 1950 mét het schaarse foedraal. Dit is een genummerd exemplaar uit een oplage van 350.
Een korte zoektocht bij Boekwinkeltjes.nl en Antiqbook.nl leerde mij dat de eerste druk van Rood paleis regulier zo'n 95 euro kost en Vertellingen van generzijds met foedraal ongeveer 65 euro. Ik wilde in elk geval ver onder de 160 euro blijven en hoewel het me allemaal nog iets tegenviel was ik inclusief veilingkosten en inclusief verzendkosten uiteindelijk €98,65 kwijt. Bijna 60 euro minder dan bij een antiquariaat en dat stemde mij toch nog tevreden.

Wat mij ook tevreden stemt is wanneer ik nu naar mijn Bordewijkverzameling kijk. Ik heb nog steeds Paddestoelen uit 1916 niet (maar wél de heruitgave uit 1961 onder pseudoniem Ton Ven) en ook nog geen eerste druk van Karakter (laat staan een auteursexemplaar, maar wél de jubileumuitgave van 1988). Verder eerste drukken van Bint, Blokken en Knorrende beesten. De aanbiedingsfolder van Bint uit 1934. De mooie uitgave van Blokken van Frans de Jong en de facsimiles van Bint en Blokken. De zeldzamere gebonden uitgave van Haagse mijmeringen die ook nog eens gesigneerd is door Bordewijk (!!). Eén van de 24 exemplaren van Tijding van Fer. De speciale uitgave van Huissens, gesigneerd door Kurt Löb. En al zijn verdere werk vrijwel allemaal in 1e druk. Al met al ruim 100 uitgaven van Bordewijk of aan Bordewijk gerelateerd die dan misschien geen legendarische, maar toch wel een fraaie verzameling vormen.

Ik weet van het bestaan van nog een paar bibliofiele uitgaven en die komen nog wel eens voorbij in een catalogus van een veilinghuis of een antiquariaat. Zo ook Karakter: het zal niet lang duren voordat Bubb Kuyper die weer eens in eerste druk aanbiedt voor een betaalbare prijs. En natuurlijk wil ik het luisterboek van Karakter hebben, voorgelezen door Adriaan van Dis: twee van mijn favoriete schrijvers verbonden! Ik weet ook dat mijn collectie verder voor weinig mensen interessant is. Ooit wilde ik ruimte maken en bood ik al mijn Bordewijken aan een antiquariaat aan. Die wilde ze niet hebben, want, zo zeiden ze, er was maar één Bordewijkverzamelaar in Nederland en die had alles al.. Het feit dat er nog aardig geboden werd op de Catawiki-kavels is het bewijs van het tegendeel, maar dat er niet veel liefhebbers zijn is wel duidelijk. Maar wat geeft het, ik ben trots en blij als ik naar mijn twee planken met Bordewijkmateriaal kijk, wat de markt er verder ook van zegt.

zondag, juni 10, 2018

Nieuwe aanwinsten

Perkamentus had natuurlijk groot gelijk: ik was wel een beetje stilgevallen in dit jaar. Gelukkig gold dat alleen voor mijn bijdragen aan dit blog, met het vergaren van boeken ben ik niet gepauzeerd. Het was met werk en met wat andere projecten een beetje een druk voorjaar en daar is mijn bloggen vervolgens bij ingeschoten. Ik kan nog wat leren van de ijzeren discipline van Perkamentus op dat gebied...

Dan toch wat over mijn laatste aanwinsten van Stichting De Roos, zoals ik in mijn vorige stukje al beloofde.Nu zowel de najaarsveilingen als de voorjaarsveilingen achter de rug zijn zie ik tot mijn tevredenheid dat het aantal uitgaven van De Roos verder is gegroeid. En omdat ik houd van statistieken en tabellen heb ik het nagerekend: ik bezit nu 86% van de officiële uitgaven van Stichting de Roos, ik mis er nog 26 en als ik die morgen (behalve de Escher-uitgave) tweedehands zou willen kopen dan zou mij dat € 1.215 kosten. Dat valt nog te overzien en dat betekent met nog een paar mooie kavels in de najaarsveilingen van Bubb Kuyper, Burgersdijk & Niermans, Van Stockum en wellicht Catawiki ik heel dicht bij mijn doel ga komen.

Net als in de rest van mijn collectie beginnen ook bij Stichting de Roos wat dubbele exemplaren te ontstaan. Ik schreef eerder al eerder over het fenomeen dat ik meer soms dan één exemplaar van hetzelfde boek in bezit wil hebben. Wat is er dan aan de hand met de op zichzelf uniform uitgegeven boeken van De Roos dat het ook daarvoor geldt?

Als ik naar mijn verzameling De Roos kijk dan had ik tot nu toe twee dubbele exemplaren:
- de jubileumuitgave In beperkte oplage geschreven door Mathieu Lommen en Karen Polder. Daarvan is zowel een handelseditie verschenen (bij uitgeverij Thoth) als een bibliofiele editie voor leden van De Roos. De eerste uitgave is een paperback, de laatste is een niet ingebonden uitgave in een speciale doos verpakt. De paperback kocht ik als eerste, dat wil zeggen hij was onderdeel van een lot boeken dat ik ooit kocht bij Bubb Kuyper. Later kwam daar de originele uitgave bij en nu staan ze gebroederlijk naast elkaar op de plank.
- Het dispuut tussen Max Bill en Jan Tschichold uit 2010. Het boek bevat de teksten van vijf Duitstalige essays met Nederlandse vertalingen en heeft betrekking op een typografische pennenstrijd die Jan Tschichold (1902-1974) en Max Bill (1908-1994) in de jaren 1940 voerden. Steven de Joode vat het dispuut als volgt samen: "Bill publiceerde een fel artikel waarin hij Tschichold ervan beschuldigde zijn vroegere idealen te hebben verkwanseld. Volgens Bill was de Nieuwe Typografie juist bij uitstek geschikt om boeken op een objectieve en terughoudende wijze vorm te geven; Tschicholds standpunt was volgens hem een terugkeer naar een hopeloos ouderwetse en onbruikbaar geworden esthetiek. Vervolgens reageerde Tschichold al even fel met zijn artikel ‘Glaube und Wirklichkeit’. En ook de bekende typograaf Paul Renner (1878-1956), zelf schrijver van een invloedrijk handboek, mengde zich in de discussie met een artikel dat als een poging tot synthese beschouwd kan worden. Enkele politieke aspecten werden door Tschichold in een volgend artikel nog wat verder uitgewerkt, waarmee een einde kwam aan de discussie, zonder dat er evenwel een duidelijke winnaar overbleef. Naast de uitgave voor de leden van De Roos verscheen er een overdruk in een oplage van 300 exemplaren. Op dunner papier en eenvoudiger uitgegeven. Uit het colofon wordt niet duidelijk voor wie deze 300 exemplaren bedoeld waren. Relaties van de drukker LenoirSchuring? Leden van een typografisch genootschap? Maar ik ben blij dat ik beide versies naast elkaar in de kast heb staan. Met als fijne bijkomstigheid dat mijn De Roos uitgave ook nog eens speciaal werd gedrukt voor Hans Eenens, die van 1988 tot 2000 voorzitter van Stichting de Roos was.

Bij de laatste veiling van Burgersdijk en Niermans waar ik verschillende lots met boeken van De Roos kocht kwam er ineens weer een dubbel exemplaar naar voren. In één van de lots zat de uitgave van De Vierlingen van Pybrac uit 1955. Ik wist dat ik deze uitgave al had en legde deze dus op het stapeltje "even kijken welke mooier is, en de mooiste mag blijven". Toen ik vervolgens beide boeken ging vergelijken kwam de verrassing: het zijn twee heel verschillende uitgaven. Althans in uiterlijk, het binnenwerk is hetzelfde. Maar de binding is anders en ook de bedrukking op de rug verschilt. Bij het ene boek staat "Graswinkel - Pybrac" en bij het andere staat "De vierlingen van den Heer van Pybrac".

In het boek vinden we een verzameling kwatrijnen van de hand van Guy Du Faur de Pibrac (1529-1584), over wie hier (slecht vertaald) meer informatie staat. Deze kwatrijnen zijn moraliserend van aard, maar in de 16e en 17e eeuw behoorlijk populair. Zij werden vroeg in de 17e eeuw vertaald door Dirck Graswinckel (1600-1666) een in zijn tijd vermaard rechtsgeleerde die echter ook dichter was. Tot verdriet van inleider Geerten Gossaert (pseudoniem van F.C. Gerretson, 1884-1958) is Graswinckel nauwelijks bekend gebleven als dichter. In zijn mooie inleiding bij deze uitgave van De Roos gaat hij in op het leven van Graswinckel en de achtergrond van het vertalen van deze kwatrijnen.

Als ik op de site van De Roos kijk dan zie ik een foto de uitgave in lichtrood met op de voorkant de gouden rechthoeken. Ik beschouw dat dan maar even als 'standaarduitgave'. De andere uitgave heeft een paarsig omslag zonder belettering op de voorkant en met de afwijkende tekst op de rug. Deze uitgave is ook iets groter dan de andere. Daarnaast mist de Franse pagina die de 'standaarduitgave' wel heeft.

Ik kan twee dingen bedenken voor deze uitgave:
- Een verzamelaar vond de binding van De Roos niet mooi en heeft het boek opnieuw laten inbinden. Het merkwaardige vind ik echter dat het boek dan kleiner had moeten zijn, niet groter omdat het dan op een of andere manier losgesneden had moeten worden. Aan de andere kant verklaart dat misschien wel het missen van de Franse pagina.
- Deze uitgave is zo bedoeld. Als ik namelijk in het colofon kijk van het boek dan zie ik staan dat er zoals gebruikelijk 175 exemplaren zijn gemaakt voor leden van De Roos. Maar daarnaast zijn er 15 exemplaren gedrukt voor Geerten Gossaert. Zou dit wellicht één van die 15 exemplaren zijn? Een paar jaar geleden werd op Catawiki een uitgave van dit werk geveild waarbij het om één van die 15 exemplaren zou gaan. Dit was een exemplaar dat gebonden was zoals de 'standaarduitgave' en dat Romeins genummerd was. Het feit dat mijn exemplaar geen nummering heeft en dus anders gebonden is, maakt het niet zo waarschijnlijk dat dit één van de exemplaren van Gossaert is.

Maar wat is hier dan wel aan de hand? Voorlopig is het een mysterie. Daarom heb staan ze allebei naast elkaar in de kast totdat ik meer zicht heb gekregen op de reden van deze verschillen.

zaterdag, maart 03, 2018

Rijke najaarsveiling in Haarlem

Het is een tijdje stil geweest op dit blog in verband met een boekgerelateerd project waar ik aan heb gewerkt, en waar ik volgende keer over vertel. Maar ter geruststelling kan ik zeggen dat de boekenstroom niet is opgedroogd. Afgelopen november kwam een flinke stapel boeken uit de najaarsveiling van Bubb Kuyper mijn kant op. Dat kwam zo:

Ik vertelde al eerder dat ik in 2016 een grote verzameling uitgaven van Stichting de Roos had gekocht van een particulier. Sindsdien kocht ik hier en daar nog enkele Roosjes. Op een gegeven moment zette ik alles op een rijtje en toen bleek ik al ruim de helft van de gepubliceerde uitgaven van De Roos op de plank had staan. Op dat moment doet zich een merkwaardig fenomeen voor, namelijk mijn neiging tot compleetheid. Ik kan slecht tegen onvolledigheid in mijn verzamelingen: ik ben zoals dat in het Engels heet een completist. Dat heb ik zowel met schrijvers (ik wil álles hebben van schrijvers die ik bewonder) als met series (álle boekenweekgeschenken, álle nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel, álle Literaire Juweeltjes). Dus in mij begon het te kriebelen: zou het mogelijk zijn dat ik álle Rozen bij elkaar zou kunnen krijgen? Nou ja, die ene, die van Escher, zou waarschijnlijk een uitdaging worden, maar de rest: dat moest toch gaan lukken? Hoeveel boeken waren het eigenlijk nog?

Veilinghuis Bubb Kuyper
Net toen deze gedachte bij mij begon te rijpen werd de catalogus van de najaarsveiling van Bubb Kuyper gepubliceerd. Daarin was een forse hoeveelheid lots met uitgaven van Stichting de Roos. Vanaf dat moment begon het grote rekenen: welke lots zijn voor mij interessant en hoeveel zou ik bieden?

Want onvermijdelijk wordt het steeds moeilijker om lots te kopen die alleen maar bestaan uit Rozen die ik nog niet heb, dus is de consequentie dat ik met een stapel dubbele kom te zitten. Dat biedt ook kansen: door mijn dubbele Rozen door te verkopen druk ik de kosten van de veiling weer een beetje. En dus kon het grote rekenen en vergelijken starten: welke lots zou ik willen hebben, welke Rozen daarin had ik nog niet en wat zou het mij kosten als ik deze via bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.nl of Antiqbook.nl zou kopen bij een gewoon antiquariaat (waar de prijzen trouwens best meevallen!) en hoeveel is dan de maximale prijs inclusief veilingkosten die ik zou willen betalen (waar ik de doorverkoopopbrengst van de dubbele Rozen dan nog in meenam).

Aan het einde van deze exercitie was de conclusie dat ik op 19 lots zou moeten bieden en aangezien ik geen reden kon bedenken om dat niet te doen, deed ik dat dus ook. Zoals dat gaat won ik niet alle lots, maar uiteindelijk wel 11 en niet eens allemaal voor het maximale bedrag dat ik er voor had willen uitgeven. Oftewel: ik was voordeliger uit met deze aankoop dan wanneer ik ze bij verschillende antiquariaten had gekocht. Ik was al tevreden voordat ik nog maar een boek had gezien.

Zoals mij nu al een paar keer is gebeurd eindigde ik vervolgens met een paar dozen vol prachtige boeken. Ik had onder andere een lot gekocht met vooral uitgaven van Russische auteurs, maar ook een groot lot met veel catalogi van de Roos, een lot met vooral uitgaven van Franse auteurs en zo verder. Het leven van een bibliofiel bestaat (gelukkig!) regelmatig uit het sorteren van stapels boeken, het beschrijven ervan in de eigen catalogus, het piekeren over plankruimte en - in mijn geval - het vinden van een afzetmarkt voor dubbele exemplaren. Waarbij ik eerst de mooiere exemplaren uit de veiling ruilde met de exemplaren die ik al had. Ook dat leverde in een aantal gevallen een kwaliteitsverbetering op: ik kon ongenummerde exemplaren vervangen door genummerde, een exemplaar zonder foedraal kon ik vervangen door een exemplaar met en een paar exemplaren met vlekjes of beschadigingen op het omslag zijn ook omgeruild. En tot slot waren er een paar exemplaren waar de oorspronkelijke aanbiedingsbrief of factuur van De Roos bijzat; ook die heb ik toegevoegd aan mijn bibliotheek. Dus ook op dat punt heeft mijn bibliotheek een kwalitatieve impuls gekregen en is de gemiddelde staat van mijn boeken verbeterd.

In de komende periode zal ik een aantal van de nieuw verworven boeken voorstellen aan de lezers van dit blog. Voor nu kan ik met trots melden dat ik van de 187 officiële uitgaven van Stichting de Roos ik er inmiddels 148 bezit. De veiling bij Bubb leverde mij zo'n 35 nieuwe Rozen op. Dat betekent dat ik nu 79,6% van alle verschenen Rozen bezit. Daarnaast nog een aantal 'extra' uitgaven (nieuwjaarsgeschenken e.d.) zodat er inmiddels een 3e Billy-plank is bijgekomen voor deze collectie. 148 van de mooiste boeken die in het Nederlandse taalgebied zijn verschenen. Ik voel mij dankbaar als ik mijn vingers langs deze fraaie rij met boeken laat gaan!


zondag, januari 14, 2018

Signeren, rappen en boekhandelzegels in Amsterdam

Op de dag dat het zo hard sneeuwde dat heel Nederland collectief vastliep (10 december 2017) leek het mij een goed idee om met het het openbaar vervoer naar de hoofdstad te gaan om daar de jaarlijkse Büchmania dag bij te wonen. Op de terugweg bleek dat idee toch minder goed omdat het hele land knarsend tot stilstand kwam. Maar gelukkig had ik intussen voldoende leesvoer bij mij..

De reden dat ik naar de Büchmania dag wilde, was de aanwezigheid van Jan van Herreweghe. Ik had al een tijdje geleden van hem de aankondiging van zijn nieuwe boek gekregen en daarin las ik dat hij in Amsterdam zou zijn. Omdat ik inmiddels een aardig stapeltje van zijn boeken heb en ik nu zijn nieuwste zou kunnen kopen én laten signeren, toog ik naar Amsterdam waar de sneeuw al gestaag begon te vallen.

Hoewel ik een bewonderaar ben van Boudewijn Büch, ben ik nooit overgegaan tot lidmaatschap van Büchmania. Ik begon dat ineens jammer te vinden, toen ik deze verzameling boekengekken zag in de OBA en het plezier waarmee ze elkaar ontmoetten en bezig waren om het gestaag uitdijende universum van Büchpublicaties verder te vullen. Want er waren ook allerlei tafels met boeken beschikbaar voor de verkoop: tafels met publicaties van Büchmania, tafels met uitgaven van en over Büch zelf en tafels met overige mooie boeken. En natuurlijk een tafel waar Jan van Herreweghe zat.

Tot mijn grote vreugde lag daar een stapeltje van zijn nieuwste boek: Dode letters. Over de oneindige bibliotheek, alleslezers, niet-lezers, ongelezen boeken, onleesbare boeken, net niet verschenen boeken, ongeschreven boeken en onuitgegeven manuscripten. Maar tot mijn nog grotere vreugde lagen er ook stapeltjes met zijn eerdere boeken, die voor de feestprijs van 5 euro per stuk wegmochten. Met als gevolg dat ik nu alle delen van de serie "Het menselijk tekort bij een teveel aan papier" bezit, en ook nog gesigneerd uiteraard.

Voordat het signeerfeest kon beginnen had ik kort de tijd om Jan de hand te schudden, maar daarna begon het programma van de 16e Internationale Boudewijn Büch-dag en trokken we naar de mooie zaal in de OBA. Voordat de lezen van Jan begon vertelde Frank Divendal over zijn verzameling boekhandelzegeltjes. Dat was een lezing met veel mooie plaatjes maar ook met onthutsende getallen: vele duizenden van deze zegeltjes bezit Frank inmiddels, maar de wereldkampioen schijnt een Oosterijker te zijn die in aantallen een straatlengte op Frank voorligt. Wat wel pijn deed was de mededeling van Frank dat een bevriende kringloopwinkel pagina's met deze zegeltjes uit boeken scheurt en aan hem geeft, voordat de boeken de container ingaan. Ik weet ook wel dat veel boeken in de papierbak eindigen, maar het is altijd een beetje naar om dat zo te horen.

Ik werd geraakt door de ingelaste presentatie van Guus Bauer over zijn nieuwe boek Wacht maar hoe mooi het wordt. Het was een bijzondere muzikale performance maar ik hoorde er ook de pijn in uit de jeugd van een kind dat hunkert naar liefde.. Erg goed gedaan en het maakte mij ook zeer benieuwd naar het boek zelf.

Daarna mocht Jan van Herreweghe ruim drie kwartier vertellen over zijn boekverzamelpassie en de wijze waarop hij nu al negen boeken heeft gevuld met anekdotes over boeken, schrijvers, lezers, bibliotheken en alles wat maar met boeken te maken heeft. Daarna was het pauze en was het tijd om te signeren. Voor de tafel van Jan vormde zich een rijtje en dat rijtje bleef wel even staan want Jan signeert heel rustig en nauwkeurig, en elk boek krijgt een aparte opdracht die past bij het boek zelf. Dat gaf de wachtenden de gelegenheid om met elkaar bij te praten. Op een of andere manier hebben boekenverzamelaars de neiging om verontschuldigend te praten over het aantal boeken dat ze bezitten, alsof het ze per ongeluk is overkomen en ze het eigenlijk ook niet zo ver wilden laten komen. Of is het een manier om terloops te pochen over de hoeveelheid papier dat men verzameld heeft? Want als ik twee mensen spreek en de één heeft 6000 boeken en de ander 10000, dan begint het toch verdacht veel op een competitie 'wie kan het verste plassen' te lijken. En ik kon niet meedoen, want ik nog maar net de 3000 aan dus ik ben maar een klein verzamelaartje. Of zoals Jan van Herreweghe zei in zijn lezing, toen hij Gerrit Komrij aanhaalde: 5000 titels is de start van een bibliotheek, daarna begint het echte werk...

Het was een mooie dag in Amsterdam en de terugreis kostte vele uren en omzwervingen langs allerlei stations met stilstaande treinen. Maar wie maalt daarom met zoveel mooie boeken in de tas?

donderdag, december 07, 2017

In de kraamkamer van een roman

Ik vertelde al eerder van mijn contacten met Marcel Möring, naar aanleiding van mijn behoefte om alle boeken die ik van deze schrijver heb ook gesigneerd te krijgen. Dit signeren lukte en het leidde tot vriendelijke contacten met Möring. Maar enige tijd geleden kreeg ik een verzoek van hem dat ik wel heel bijzonder vond.

Möring had onthouden in welk vakgebied ik werkzaam was en dat vakgebied werd een thema in de roman die hij op dit moment aan het schrijven is. En hij wilde met mij wat doorpraten over dat thema om er voor te zorgen dat de beschrijving in zijn roman zo accuraat mogelijk zou zijn.

Ik voelde mij natuurlijk zeer gevleid door dit verzoek. Ik heb een huis vol boeken die allemaal op een of andere manier herkenbaar en betekenisvol zijn voor mij, maar op deze manier invloed kunnen uitoefenen op een roman had ik nog niet eerder meegemaakt.. Ik vroeg een collega van mij die nog net wat meer gespecialiseerd is dan ik om mee te gaan en samen gingen wij op pad naar huize Möring.


Daar hadden wij een boeiend gesprek over schrijven in het algemeen, het leven in Rotterdam en natuurlijk uitvoerig over de thematiek waar we voor kwamen. Möring schetste een verhaallijn die hij in zijn hoofd had en wilde bij ons toetsen of zoiets in werkelijkheid ook zou kunnen gebeuren. Helaas voor hem was deze verhaallijn - waar ik niks over ga zeggen, lees vooral het nog te verschijnen boek er maar op na - hoewel ogenschijnlijk plausibel, in de praktijk niet realistisch.

Of eigenlijk was dat niet helaas voor de schrijver, want Möring liet weten dat hij over het algemeen veel tijd steekt in het uitvogelen van de precieze omstandigheden en gebeurtenissen in zijn boeken. Als hij schrijft over een willekeurige dag in het verleden, dan zoekt hij uit of het weer dat hij beschrijft ook daadwerkelijk klopt met die dag. Het zou voor hem vreselijk zijn als hij schrijft dat het op en bepaalde dag in november zoveel jaar geleden koud was met regen, terwijl het in werkelijkheid zonnig was en droog. Ook locaties moeten kloppen bij de werkelijkheid. Er mag niets zijn wat uiteindelijk de lezer kan afleiden van het verhaal. Dus dat wij konden aangeven dat deze verhaallijn uiteindelijk niet klopte met de werkelijkheid, luchtte hem in die zin op dat hij niet pas na het verschijnen van het boek iets dergelijks zou horen.

Ik ben uiteraard zeer benieuwd wat het uiteindelijke boek gaat worden. We hebben wel gehoord wat de thematiek van het boek in het algemeen is en de verhaallijn waar wij op reflecteerden, maar voor het overige zal het net zo'n verrassing zijn als elk ander nieuw boek. Wat wel bijzonder is, is dat we de vraag kregen of we een conceptversie willen lezen van het boek om nog een laatste feitelijke check te doen (zodat alle details kloppen) voordat het verschijnt. Dat zal de meest 'advanced reading copy' zijn die ik ooit onder ogen heb gehad.


Enige tijd geleden was in het Drenths museum een tentoonstelling waarin het wordingsproces van de roman Eden werd weergegeven. Dat lijkt niet op de setting waarin wij het gesprek voerden - gewoon aan de keukentafel - maar als er van de nieuwe roman ook zo'n tentoonstelling komt dan verwacht ik ergens in een hoekje toch wel een vermelding van mijn bijdrage.

Als dank voor ons luisterend oor en onze feedback over het thema kregen nog een gesigneerde versie mee van De kleurentovenaar, een speciale uitgave die verscheen ter gelegenheid van het jubileum van de bibliotheek in Assen. En dat kwam dan wel weer goed uit, want dan blijft mijn Möring collectie (die inmiddels 32 gesigneerde exemplaren bevat) in elk geval actueel en op orde.

zondag, november 12, 2017

Uit de bibliotheek van de auteur

In mijn mail belandde de 81e catalogus van Fokas Holthuis met de titel "uit de bibliotheek van de Nijhoffs". Dat triggerde mij, niet zozeer omdat ik een verzamelaar van Martinus Nijhoff ben, maar omdat ik boeken 'uit de bibliotheek van...' altijd interessant vind. Hoewel dat soort boeken niet anders zijn dan andere boeken voegt het wat mij betreft wat toe aan een boek als het afkomstig is van een plek die van betekenis is, bijvoorbeeld uit de bibliotheek van de auteur zelf. Waarbij ik tegelijkertijd ook weer wat pietluttig ben omdat het mij niet zozeer gaat om elk boek uit een bepaalde bibliotheek (bijvoorbeeld een willekeurig boek uit de bibliotheek van W.F. Hermans, ook al staat er commentaar van Hermans in) maar boeken van de auteur zelf. Voor mij is dat net zo iets als een gesigneerd exemplaar; het boek is door de auteur 'aangeraakt' en dat maakt dat het uitstijgt boven alle andere exemplaren van dat zelfde boek.

Ik bezit al verschillende boeken 'uit de bibliotheek van..'. Zo heb ik de prachtige driedelige uitgave van Dibdin's A Bibliographical Antiquarian and Picturesque Tour in France and Germany uit de bibliotheek van Komrij (ik schreef er uitgebreid hier over en over de validiteit van het stickertje hier). Dit is natuurlijk een voorbeeld dat niet past bij de regel die ik net formuleerde omdat dit geen boeken van de hand van Komrij zelf zijn. Maar wie durft te beweren dat bibliofielen ooit consequent zijn? Ik zondig tegen iedere regel die ik mijzelf opleg, maar ter verdediging: in dit geval had ik het boek niet gekocht omdat het uit de bibliotheek van Komrij kwam, dat was een bonus waar ik later achter kwam.

Een zuiverder voorbeeld zijn de boeken Boudewijn Büch uit de bibliotheek van Büch, die ik kocht van iemand die zelf te gretig was geweest tijdens de grote Büch-veilingen en dus een aantal dubbels had. Een ander voorbeeld is de uitgave Een nieuwe politiek van Adriaan van Dis die ik kreeg van Adriaan van Dis. En recent kreeg ik van Marcel Möring een exemplaar van de speciale uitgave De kleurentovenaar, waarover ik binnenkort een stukje schrijf. Wat ik ook wel bijzonder vond waren de uitgaven van Stichting de Roos die afkomstig waren van de oud-voorzitter van Stichting de Roos.

Omdat ik wist dat Nijhoff ook een aantal uitgaven van Stichting de Roos op zijn naam had staan was ik dus benieuwd of deze catalogus een aantal van die uitgaven zou bevatten. En dat was zo! De Harp I en II werden door Fokas aangeboden, met deze omschrijving:

94 NIJHOFF e.a., M. De Harp. Onder redactie van Jan Engelman, M. Nijhoff en A. Roland Holst. (Met originele grafiek door Dirk van Gelder en Cuno van der Steene). Utrecht, Stichting De Roos, 1946-1948. Twee delen (compleet). Halflinnen. 64; 48 p. Typografische verzorging J. van Krimpen. Gezet uit de Lutetia en gedrukt op wit velijn van Van Gelder in een oplage van 175 genummerde exemplaren. 1e druk. Beide banden deels iets verkleurd. In handschrift van Chris Leeflang, in het eerste deel, onder het colofon: ‘Ex. H.S./ bestemd voor W. Nijhoff./ L.’. Het tweede deel is ongenummerd. Meegebonden zijn een originele houtgravure van Dirk van Gelder en een ets van Cuno van der Steene. Beide prenten zijn ook los bijgevoegd, in potlood gesigneerd door de kunstenaars. Het eerste deel bevat Euripides’ ‘Ifigeneia in Taurië’, ‘in Nederlandsche verzen vertaald door M. Nijhoff’.

Ik mailde bijna onmiddellijk retour en tot mijn vreugde was ik op tijd: de beide boeken werden voor mij gereserveerd. Een tijdje later ging ik ze ophalen en dat leidde weer tot veel rijkdom in Den Haag. Natuurlijk werd ik - net als de vorige keer toen ik daar langsging - volgestopt met lijsten met al het fraais dat Fokas en Paul in de aanbieding hebben, maar ik kreeg ook de papieren versie van de Nijhoff-catalogus. Het leuke daarvan is dat het begint met een toepasselijk gedicht van Ingmar Heytze:
Collectie Nijhoff
Gereedschap, toen. Wat nu? Te koop. Kaften
door hem aangeraakt, papieren die zijn zoekgemaakt
maar nog niet zoek genoeg, te koop, te koop. 
Rug verbruind, verbleekt, verschoten, voorrand ietsgeschaafd, gesleten, aangevreten door een muis. Bovenrandvan band beknibbeld (zilvervisjes). Voorplat los.
Hoe zwaarder verweerd, hoe meer je hand in hand staat
met de dichter die Awater schreef. Dat denk je, maar
je denkt verkeerd: een boek heeft geen geheugen
voor gezichten of het voorgeschreven uur. Geen tekstverlies,al is er wel iets anders kwijt - inkt en adem, huid en tijd.

Daarnaast valt uit de ten geleide meer te leren over de herkomst van deze collectie. De boeken stonden in Huize Antoinette in Biggekerke, dat Martinus Nijhoff in 1930 liet bouwen. Nadat Martinus en zijn vrouw Antoinette Wind (A.H. Nijhoff) waren overleden, liet Wouter Nijhoff al een deel van de boeken veilen, een ander deel werd in die tijd verdeeld onder vrienden. Volgens de ten geleide heeft deze Fokas-catalogus "in dat opzicht weinig pretenties" maar desondanks staan er nog veel pareltjes in. Ik vroeg bij het ophalen hoe hard het was gegaan met de verkoop, en dat bleek ook voor Fokas en Paul nog wel verrassend. Je weet kennelijk maar nooit hoe hard het gaat, maar voor deze Nijhoff bibliotheek was nog veel belangstelling. Des te blijer ben ik met mijn twee uitgaven van De Roos. Die had ik nog niet in mijn Roos-verzameling staan, en nu komen ze ook nog met een bijzonder verhaal erbij. En de papieren catalogus van Fokas Holthuis bewaar ik natuurlijk naast deze twee uitgaven van De Roos.

Ik vind het mooi gezegd van Heytze "een boek heeft geen geheugen" en dat is natuurlijk ook zo. Een boek is maar een dood ding. Maar de eigenaar van een boek heeft wel een geheugen en dat geheugen maakt verzamelen nu juist zo leuk want het maakt mij elke keer weer blij als ik naar deze boeken kijk. En ik deel mijn geheugen vervolgens graag met de lezers van dit blog, die er hopelijk ook een beetje blij van worden.

zondag, oktober 22, 2017

Een mooie set boeken van Stichting P.J. Cools

Bij mijn enthousiaste bespreking van het boek Boeken uit de doeken in mijn vorige bericht, gaf ik al aan dat deze afkomstig was van de mij onbekende Stichting P.J. Cools. Deze wetenschap was aanleiding om eens te gaan grasduinen op de site van deze stichting, en ik ontdekte onder meer dat deze stichting de organisator is van de jaarlijkse Tilburgse boekenmarkt "Boeken rond het paleis". Maar niet alleen dat, de stichting bevordert ook andere literaire activiteiten en wat voor mij belangrijk is: ze geven boeken uit, in het bijzonder boeken over boeken.

Veel lees- en verzamelbevorderende activiteiten dus en daarom verdient deze stichting alle aandacht die maar nodig is. Ik vroeg mij vervolgens wel af wie die P.J. Cools nu eigenlijk was waar de stichting naar was genoemd. Gelukkig realiseert de stichting zich dat meer mensen zich dat afvragen, en daarom staat er een link naar een artikel van Jef van Kempen over Petrus Josephus Cools.

Het eerste wat ik daarin las was dat het een pater was die censor was in de plaatselijke bibliotheek. Niet bepaald een aanbeveling om naamgever te worden voor een stichting die het lezen bevordert, wat mij betreft, want het doet mij denken aan lijsten met verboden boeken en andere nare beperkingen. Maar al verder lezend blijkt het allemaal wel mee te vallen met deze Cools. Hij werd na zijn priesteropleiding bibliothecaris van de theologie-opleiding in Stein en schreef meerdere artikelen over boeken en bibliotheken en stimuleerde de verwerving van boeken waar hij maar kon. 'Hoe meer boeken hoe beter', was zijn motto. Binnen zijn eigen bibliotheek was hij zeer actief in de verwerving van boeken van kloosterbibliotheken die opgeheven dreigden te worden. Door deze bibliotheken te verwerven, bleven de boeken behouden en beschikbaar. Na de oorlog kreeg hij een plek in landelijke commissies die zich bezig hielden met herstel en bevordering van het bibliotheekwezen in Nederland.

Karin van der Heijden en Joost Coppens - bibliotheekmedewerkers Theologische Faculteit Tilburg (Foto Frans van Ameijde via www.cubra.nl)

In de uitgave Catalogus van de handschriften, incunabelen en postincunabelen uit het bezit van de orde der minderbroeders-kapucijnen in Nederland, nu aanwezig in de Bibliotheek van de Theologische Faculteit Tilburg door Lydia Wierda, lees ik de volgende vermakelijke passage:
De TFT [Theologische Faculteit Tilburg] had aanvankelijk geen eigen bibliotheek. De studenten beschikten op hun thuisbasis veelal over een goedvoorziene bibliotheek. Het gebrek aan een bibliotheek werd echter wel als een bezwaar gezien. Daarom werd een bibliothecaris aangesteld wiens belangrijkste taak niet zozeer was de zorg voor de boeken als wel ervoor zorgen dat er eigen boeken kwamen.
Deze bibliothecaris, pater Petrus Josephus Cools MSC, ging vol goede moed op strooptocht. Hij bezocht de bibliotheken van de missionarissen van het H. Hart, de missionarissen van het Goddelijk Woord, de missionarissen van de H. Familie en de minderbroeders kapucijnen. En niet zonder succes: de eerste meters boeken van de bibliotheek van de TFT zijn het resultaat van Cools' inspanningen. Deze boeken hebben geen stempel van de TFT maar hebben een ingeplakt briefje met de tekst 'In bruikleen bij de bibliotheek van de Theologische Faculteit Tilburg'. Deze boeken zijn vooral afkomstig uit de collecties van de vroegere seminaries.
(...) De collectie oude en kostbare werken van de kapucijnen omvat 80 handschriften, 45 incunabelen met 62 titels en 165 postincunabelen met 218 titels.

Dat heeft Cools dan wel weer aardig gedaan, op die manier cultureel erfgoed behouden en zo historische boeken toegankelijk houden, en en passant nog 45 incunabelen op de kop tikken naast veel ander moois. Hoewel 'strooptocht' niet zo'n positieve term is, is zijn intentie goed geweest. Ik snap wel dat zoveel enthousiasme een inspiratie vormt voor de stichting P.J. Cools: 'hoe meer boeken hoe beter!'.

Maar terug nu naar de lijst met uitgaven van de stichting. Ik was zo brutaal om Peter IJsenbrant en Martin Hulsenboom te vragen of er wat rondslingerende uitgaven van deze stichting mijn kant op konden komen, en tot mijn grote blijdschap werd mijn smeekbede verhoord. Hieronder een beeld van wat vervolgens in mijn brievenbus plofte:

Hoewel, een aantal van deze kreeg ik al eerder van de heren Hulsenboom en IJsenbrant (zoals de prachtige gelegenheidsuitgave Paul Verlaine in Tilbourg, oplage 25, die netjes staat naast mijn twee uitgaves van de Biblio-sonnetten van Verlaine), maar het maakt het plaatje wat completer. Hoe dan ook een boeiende collectie van boeken over boeken en lezen die elk op hun eigen wijze laten zien waarom boeken zo fascinerend zijn. Eén van de uitgaven die strikt genomen niet van de stichting is, is het boekje De nagedachtenis van een groot man van Gerard Keller. Een heruitgave van een verhaal van deze schrijver ter gelegenheid van het plaatsen van een grafmonument voor hem. Een mooi verhaal over een vergelijkbaar thema: hoe in een dorp een min of meer bekende schrijver wordt herdacht en waarin kleinburgerlijkheid leidt tot een herdenking waarin iedereen vooral zijn eigen belang dient en de schrijver meer en meer vergeten raakt. Tot mijn grote spijt realiseerde ik mij dat ik niet al te lang geleden een boek van deze Keller had weggedaan wegens overtolligheid (om precies te zijn: Het vermoorde Parijs in een overigens vrij lelijke en beschadigde uitvoering). Nu mis ik dit boek, want deze nieuwe uitgave had daar mooi naast kunnen staan. Voor de zoveelste keer de les geleerd om geen boeken weg te doen, want er volgt altijd spijt.

Waar ik ook erg van genoot is de uitgave Boekverkoper voor alle seizoenen van Herman Brusselmans waarin alle passages over de fictieve boekhandelaar en bibliothecaris Louis Tinner uit de boeken van Brusselmans zijn gebundeld. Of wat te denken van  De pelle humana over boeken gebonden in mensenhuid (Perkamentus schreef hier al eens over in 2011, maar hij moest toen nog 11 euro neer leggen voor dit boekje..). Inmiddels zijn wereldwijd 18 van dergelijke boeken bekend die bij veel mensen tot de verbeelding spreken (de tekst van Schilders staat trouwens hier). Maar bovenal ben ik nu in het bezit van een boek van P.J. Cools zelf, een lezing met de titel Over het conserveren van boeken, waarin dezelfde toelichting van Jef van Kempen over Cools zelf staat die ik hierboven al aanhaalde maar daarnaast nog een toelichting op de tekst bevat van - wie anders dan - Ed Schilders. In deze verhandeling geeft Cools allerlei raad over hoe boeken het beste behandeld kunnen worden in bibliotheken, maar ook in de thuisbibliotheek. Een tip is om elk boek tenminste één keer per jaar uit de kast te nemen en buiten stofvrij te maken. Ik vrees dat ik tegen deze regel zondig: ik stof mijn boeken maximaal één keer per vijf jaar af. Daarmee heb ik de Cools-norm niet gehaald..

Mijn gebedel leverde kortom een paar fraaie aanvullingen op voor mijn collectie boeken over boeken, die inmiddels zo'n 220 titels telt. Ik schaam mij dan ook niet voor het gebedel: ik weet dat de boeken hoe dan ook door mij meer geliefd en beter verzorgd worden dan elders, en dat ze dus beter bij mij kunnen staan. Niet dat ik twijfel over de bibliozorg bij Peter IJsenbrant thuis, maar ik wil alleen maar zeggen dat ik natuurlijk niet de eerste de beste bedelaar ben. Mijn dankbaarheid is groot en langdurig, en ik deel deze ook nog eens met de lezers van dit blog. Die lezers worden hopelijk geprikkeld door dit moois en die hoeven niet te bedelen, maar kunnen de boeken vermoed ik gewoon bestellen via de gegevens op de website van Stichting Cools.

Wie had gedacht dat ik als randstedelijke protestant zo enthousiast kon worden over een Brabantse katholieke geestelijke censor... Bibliofilie overbrugt de grootste verschillen, zo blijkt maar weer.


donderdag, oktober 05, 2017

Boeken uit de doeken

Op 23 september 2017 liet Arjan Peters in de Volkskrant weten dat hij aangenaam verrast was door de bundel biblioconologische schetsen van de hand van Martin Hulsenboom en Peter IJsenbrant onder de titel Boeken uit de doeken. Ik kon een licht gevoel van trots niet onderdrukken want dat boek had ik al enige tijd in huis en inmiddels van A tot Z (of van Giuseppe Arcimboldo tot William McGregor Paxton) gelezen en er onnoemelijk van genoten. Mijn oproep aan alle lezers van dit blog is dan ook: Lees dit boek! Bestelinformatie staat hier.
Het is overigens niet zo dat ik mij op enige inspanning van mijn kant kon beroemen: ik kreeg het boek gewoon toegestuurd en op een goede dag plofte het onverwacht in mijn brievenbus. Wat ik sindsdien met Peters deel is bewondering voor de makers van dit prachtwerkje, want zij zijn er in geslaagd om een informatief en tegelijkertijd onderhoudend en soms ronduit grappig boek te maken waar elke bibliofiel van gaat watertanden.
Het boek bestaat uit 36 beschouwingen naar aanleiding van schilderijen waarop op een of andere wijze een boek een rol speelt. Deze schilderijen leiden vervolgens tot een overpeinzing over boeken, bibliofilie, lezen en lezers en alles wat daarmee samenhangt. Naast allerlei nuttige informatie uit de wereld van het boek worden passende citaten van klassieke schrijvers ingevoegd om een punt te maken waar dat nodig is. Zoals van Washington Irving en Petrarca over het lezen in de buitenlucht, naar aanleiding van een schilderij van Albert Edelfelt.
De ondertitel - biblioconologische schetsen - verwijst naar iconologie, oftewel de leer van de verborgen betekenissen in kunstwerken. Een leerstuk dat in Utrecht een heuse leerstoel had, maar waar tegelijkertijd ook best veel kritiek op was. Aan de ene kent hielp de iconografie (en in het verlengde daarvan de iconologie) om kunstwerken beter te interpreteren. Aan de andere kant ging de interpretatiezucht soms wat ver en werd er betekenis gezocht waar die niet was. De auteurs van dit boek dansen opgewekt tussen al deze betekenissen door en geven gewoon hun eigen draai aan wat zij zien (of menen te zien) in de schilderijen die ze in het boek hebben opgenomen.
Wat mij nog opviel is dat Arjan Peters in zijn column dit boek aanhaalt nadat hij eerst schrijft over de film Echt Herman Koch. Maar heeft hij niet gezien dat Herman Koch ook in dit boek figureert, en wel naar aanleiding van een illustratie van Peter van Dongen? Dit is aanleiding voor een beschouwing over bibliofagie, oftewel het eten van boeken. Ik had hier zelf op dit blog al in 2006 over geschreven. Ook Jan van Herreweghe heeft natuurlijk over dit verschijnsel geschreven.
In het boek staat een voorwoord waarin vooral geprobeerd wordt om te laten zien dat het geen voorwoord is, en en passant krijgt de lezer les in de historie van het voorwoord. En hoewel het voorwoord (of wat het dan ook is) mij maande om het boek vooral geduldig uit te lezen, kon ik het toch niet laten om na elk stukje toch nog één extra stukje te lezen, en pardoes was het boek toen uit. In het boek staat ook een persiflage op een recensie (bij een schilderij van Charles Joseph Traviès de Villers) dat eindigt met de prachtige zinnen "De heren [IJsenbrant en Hulsenboom] wilden iets nalaten. Dat is hun gelukt. Zij hebben nagelaten een fatsoenlijk boek te schrijven".
Met die recensie ben ik het uiteraard volledig eens: dit boek had nooit geschreven mogen worden. De belangrijkste reden daarvoor is dat ik het zelf had willen schrijven. Want eerlijk gezegd zijn deze stukjes in alle compactheid én informatiedichtheid elke keer een prachtig blogstukje. Dus waar ik met mijn blog elke keer ploeter om een stukje op te leveren, schrijven de beide heren gewoon een boek vol met allerlei relevante nutteloze feiten over boeken en lezers in prettig leesbare stukjes die uitnodigen tot verder lezen. Daar hadden zij ook jarenlang een blog mee kunnen vullen.
Wat ik verfrissend vond was de humor in het boek. Het is ook mijn humor: ik mag graag een woordgrap maken die net een tikje te flauw is, en daardoor leuk. Het hoeft niet allemaal zo serieus te zijn in boekenland, we blijven tenslotte allemaal 'gently mad' en daar hoort ook luchtigheid bij. Naast de woordgrap is er ook de quasi-arrogante correctie van opvattingen van grote auteurs. Zo betwisten zij de stelling van Copernicus dat deze wereld om de zon draait. Wat hen betreft draait de wereld om boeken, en daar ben ik het van harte mee eens. En dat er één zo'n boek mijn kant op gedraaid is, is niet minder dan het bewijs van een natuurwet: bibliogravitas om precies te zijn, waarbij het centrale punt mijn bibliotheek is. (Volgens mij heb ik zojuist een nieuwe term bedacht, die ik snel ergens moet laten registreren..)
Het is niet voor het eerst dat uit de koker van IJsenbrant en Hulsenboom en consorten mooie uitgaven komen. Recent scheef ik al over de prachtig uitgegeven en toegelichte biblio-sonnetten van Verlaine (die ik nu overigens dubbel in de kast heb: ik heb De Roos-uitgave die gelijktijdig met de handelseditie verscheen inmiddels ook op de kop getikt) en nu is er dit boek weer. Het plezier spat van dit boek af en het is ook nog eens mooi uitgegeven: gebonden, leeslintje, het ruikt goed en ligt lekker in de hand. Het is mij een raadsel hoe zo'n mooi boek gemaakt kan worden en dan vervolgens voor de belachelijk lage prijs van 12,5 euro verkocht wordt.
Is er dan niets om over te klagen? Nou, behalve dat ik het boek had willen schrijven eigenlijk niet. Ik ben van de weeromstuit maar eens gaan kijken bij de Stichting P.J. Cools (genoemd naar Petrus Josephus Cools), die ik eigenlijk helemaal niet kende. Maar ik kom dan ook niet uit Tilburg en omstreken. Mijn zoektocht leidde echter wel tot nieuwe begeerte toen ik de uitgaven van de afgelopen jaren zag: allemaal boeken over boeken in aantrekkelijke uitgaven. Gelukkig heb ik inmiddels een flink aantal van deze Cools-uitgaven in huis, maar hoe ik eraan gekomen ben en welke dat zijn: daarover schrijf ik een volgende keer.

vrijdag, september 15, 2017

Literaire zakdoeken

Een van de merkwaardigste deelverzamelingen in mijn bibliotheek is die van de niet-boeken: literaire uitgaven die niet in boekvorm maar anderszins verschijnen. Literaire teksten verschijnen op allerlei plekken: gebruiksvoorwerpen, kleding en bijvoorbeeld ook muren (al is dat laatste weer wat lastig te verzamelen). Zo heb ik lang geslapen op een kussensloop van uitgeverij Plint met daarop een gedicht van Hans Hagen:
Heel dichtbij
ik zie lichtjes in je ogen
kom eens heel dichtbij
ik zie mij
je ogen zijn twee spiegeltjes
zie jij dat ook bij mij?
Hoe lekker ik ook sliep op deze kussensloop, ik heb niet de behoefte om dit soort literaire gebruiksvoorwerpen te verzamelen. Tegenwoordig vullen die al een fors schap in een beetje boekenwinkel: naast kussenslopen zijn er mokken, tassen, T-shirts en wat al niet meer. Er is weinig exclusiefs aan en daarmee als verzamelobject voor mij niet geschikt.

Een tijdje geleden schreef ik al over het boekobject van Jan van Herreweghe dat ik bezit. Die is wel uniek, in kleine oplage gemaakt en daardoor hoort het thuis in mijn bibliotheek. Dit lijkt in elk geval nog op een boek en kan ik dan ook keurig in de kast zetten tussen de andere boeken. Maar ik bezit ook een wat mij betreft een klein verzamelwaardig serietje curiositeiten en dat zijn de zakdoeken met gedichten.

Wat moet een verzamelaar nu met zakdoeken - anders dan de tranen te drogen na het in mijn vorige post beschreven veilingverdriet? Deze zakdoeken stammen uit de tijd dat eerst de boekhandels met *) en later Selexyz nog bestonden en waren een speciale uitgave ter gelegenheid van de jaarlijkse gedichtendag. Elke gedichtendag verscheen naast het gedichtendagbundeltje ook zo'n zakdoek met daarop ofwel een heel gedicht, ofwel een dichtregel, met daarbij de opdruk dat deze speciaal was gemaakt voor gedichtendag dat jaar.

Op zo'n moment overstijgt de bedrukte zakdoek de grauwe massa van bedrukte gebruiksartikelen, het wordt dan een serieuzere gelegenheidsuitgave die voor mij onmiddellijk verzamelwaardig wordt. Het probleem is alleen dat ik behalve de exemplaren die ik zelf bezit, ze nooit meer ergens heb gezien. Ze worden niet aangeboden op Marktplaats of op een andere logische site. Hoeveel er zijn verschenen weet ik niet en hoe groot de collectie potentieel kan worden dus ook niet.

Op dit moment heb ik zes gelegenheidszakdoeken met gedicht. Mijn eerste stamt uit 2002, is van Bart Moeyaert en heet heel treffend Het lied van de zakdoek. In de jaren daarna heb ik niet zo goed opgelet, want de eerstvolgende zakdoek die ik heb is uit 2006 en daarop staat een dichtregel van mijn favoriete dichter Menno Wigman:

Tweeduizendzoveel / Pixels, steeds meer pixels / De nieuwsdienst pokert met je hoofd.
Vervolgens heb ik nog de jaren 2007 (gedicht van Shang Ch'in), 2008 (Eva Gerlach), 2009 (Antjie Krog) en 2010 (Marjolein Kool).  Opmerkelijk is dat de zakdoeken van 2006 en 2009 dezelfde dichter bevatten als die het speciale gedichtendag dichtbundeltje van dat jaar maakte, maar de andere jaren niet. Enige lijn lijkt daar dan ook niet in te ontdekken.

Ik vermoed dat er in elk geval in 2003-2005 ook zakdoeken zijn verschenen. Maar of dat vóór 2002 en ná 2010 ook het geval is, is mij dus onbekend. Ik haalde mijn zakdoeken altijd op gedichtendag bij de prachtige boekhandel Verwijs in de Haagse Passage, die helaas ten onder is gegaan. En dat gold voor meer winkels uit de voormalige keten.  Na 2010 veranderde er veel bij selexyz dus mogelijk is sindsdien deze actie door de marketingafdeling geschrapt. In 2012 was selexyz zelf verdwenen en vervangen door Polare, en we weten allemaal hoe dat afliep.

Deze curieuze verzameling zal al met al nog lang curieus blijven vrees ik. Vooralsnog heb ik ze bij de afdeling poezie gezet omdat het aantal nog te klein is voor een eigen deelverzameling.

Verdere informatie over deze zakdoeken is welkom. En wie er nog eentje kwijt wil: ik heb die van Menno Wigman dubbel, en die wil ik best ruilen voor een zakdoek die ik nog niet heb..

Naschrift: een klein half jaar na dit bericht vond ik op Marktplaats een advertentie van een gedichtendag-zakdoek van een andere keten: Libris boekhandels maakte kennelijk ook zakdoeken. De zakdoek van 2002 heeft als thema het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima. Dit maakt het allemaal nog verwarrender: zijn er nog meer gedichtendag-zakdoeken van Libris behalve die van 2002? De tijd zal het leren...

zondag, augustus 20, 2017

Veilingdrama

Bij voorkeur vertel in in dit blog over mijn succesvolle aankopen en mooie aanvullingen op mijn bibliotheek. En wees niet bezorgd, aan het eind gebeurt dit ook. Maar in het kader van het verwerken van teleurstellingen, moet ik eerst wat anders kwijt.

De laatste veiling van Bubb Kuyper is voor mij namelijk desastreus verlopen. En niet omdat ik te laag had geboden of omdat ik op een andere manier een verkeerde strategie had toegepast (dat heb ik vaker aan de hand gehad, maar ik dacht geleerd te hebben), maar simpelweg vanwege falende digitale verbindingen. Er kan mij dus hooguit naiviteit verweten worden: ik heb teveel op de techniek vertrouwd.

Wat was het geval? In de voorjaarsveiling van Bubb Kuyper bevonden zich zoals altijd volop lots met boeken in mijn favoriete categorie: boeken over boeken. Dit keer waren er veel boeken en uitgaven van en over en door A. Edward Newton. Alfred Edward Newton (1864-1940, lees hier nog een mooie biografie) is voor mij een van de grootste en meest inspirerende boekverzamelaars uit het verleden, samen met A.S.W. Rosenbach overigens. En in hun kielzog zijn er talloze verzamelaars en handelaren geweest van eind 19e eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog die de hoogtijdagen van bibliofilie hebben meegemaakt en er ook een grote bijdrage aan hebben geleverd. En het zijn verzamelaars die hun passie hebben neergeschreven in zeer lezenswaardige memoires, die vol staan met belevenissen waar boekenverzamelaars van houden, namelijk over de gave om op onverwachte plekken tussen stapels ogenschijnlijk waardeloze boeken of papieren, net dat unieke stuk te vinden dat anders voor altijd verloren zou zijn gegaan. Ik hou van dat soort belevenissen en ik bezit dan ook inmiddels een rijke collectie van memoires van boekhandelaren en boekenverzamelaars. Ik zoek dan altijd naar een mix van verhalen over hun eigen handel en wandel gecombineerd met informatie over de boeken die zij kochten en verkochten (boeken die alleen maar gaan over de handel vind ik minder interessant: toen kocht ik dit en toen kocht ik dat, en toen had ik hier een winkel en toen daar...). Het is bijna een soort studiemateriaal: ik leer hoe zij kijken en wat maakt dat ze zien dat juist dat ene boek anders is dan al die andere. Maar ik leer ook over de boeken zelf en meer dan eens lees ik een boek terwijl ik ondertussen Abebooks check of het boek waarover zij schrijven nog te koop is, want al lezende raak ik er langza am van overtuigd dat ik dat boek ook moet hebben.. Lees mijn bericht over het boek van Charles Everitt nog maar eens.

Een jaar of twee geleden sloeg ik een grote slag bij deze zelfde Bubb Kuyper toen ik paar lots kocht met daarin tientallen van dit soort uitgaven. Maar uiteindelijk ontbrak er toen voor mij een belangrijke auteur: Alfred Edward Newton. Voor hem hield ik nog een plaatsje vrij in mijn bibliotheek. Ik was dan ook dolblij toen ik deze lots zag in de catalogus van Bubb:
66/81 Newton, A.E. This Book-Collecting Game. Boston, Little, Brown and Co., 1928, (16),410,(1)p., col. frontisp., ills., printed in 990 numb. and signed copies, orig. hcl. w. paper letterpiece, t.e.g., slipcase. Idem. The Greatest Book in the World and other Papers. Ibid., idem, 1925, XVII,(1),451p., col. frontisp., (col.) plates, printed in 470 numb. and signed copies, orig. hcl. w. paper letterpiece, t.e.g., slipcase. - AND 8 others (w. contributions) by/ on the same, i.a.  End Papers (ibid., 1933, (col.) plates, printed in 1351 numb. and signed copies);  IDEM, A Magnificent Farce and othe r Diversions of a Book-Collector (ibid., 1921, (col.) plates, ills., printed in 265 numb. and signed copies, orig. hcl., t.e.g.) and  G.H. SARGENT, A Busted Bibliophile and his Books (ibid., 1928, plates, orig. hcl.).
66/82 [Newton, A.E.]. Lot of ±25 vols. (w. contributions) by/ on A. Edward Newton, incl. several small publications, i.a. Derby day and other Adventures (Boston, 1934, col. frontisp., plates, orig. cl. w. dustwr.); Pamela or virtue rewarded. Introd. A.E. Newton (Berwyn, 1929, orig. boards, 12mo. Facs. reprint of the ed. London, 1769. With AUTOGRAPH SIGNED DEDICATION on first free endpaper); Bibliography and pseudo-Bibliography (Philadelphia, 1936, orig. hcl. w. dustwr.); The Amenities of Book-Collecting and Kindred Affections (Boston, 1918, (col.) plates, orig. cl.); The Greatest Little Book in the World (Cleveland, 1923, orig. wr.); Newton on Blackstone (Phildadelphia, 1937, frontisp. portrait, orig. cl. w. dustwr. With AUTOGRAPH SIGNED DEDICATION on first free endpaper) and  A. TROLLOPE, Barchester Towers and The Warden. Introd. A.E. Newton (New York, 1936, orig. cl. w. dustwr.).
Op de dag van de veiling zat ik klaar, verbonden via Invaluable. En terwijl de nummers van deze lots naderden, steeg bij mij ook de spanning. Maar wat het hoogtepunt van de veiling moest worden, werd een deceptie door een haperende internetverbinding: ik werd er door Invaluable gewoon uit gegooid! Eerst bij het ene lot, en toen ik snel de verbinding opstartte was het lot al vergeven.. aan iemand anders. In paniek startte ik een andere computer op maar ook daar faalde de verbinding. Was het de wifi? Was het Invaluable? Ik zal het nooit weten maar ook dit lot ging niet naar mij omdat ik niet kon bieden..

Ik ben een week lang gefrustreerd geweest van het missen van deze lots. En zelfs nu nog, als k de beschrijving lees hierboven, is het bijna onverdraaglijk om te zien wat van mij had kunnen zijn, maar niet is... Wat is de kans dat ooit nog zoveel prachtig materiaal van A. Edward Newton in deze vorm wordt aangeboden? Ik schat die kans op bijna nul. Natuurlijk, alles is wel ergens te koop, maar niet in één keer al deze boeken. Deze lots, die van mij hadden kunnen, moeten, zijn zijn nu in handen van iemand die ik niet wil kennen. In het geval de winnaar van deze lots dit blog leest - weest zo goed niet te reageren, het is informatie die ik niet wil hebben... Zelfs het feit dat ik nog wel een lot won met een paar fraait uitgaven van Stichtng de Roos maakte heel uit voor mijn gemoedstoestand.

Toen de week van verslagenheid voorbij was deed ik het enige wat een boekenliefhebber kan doen: ik trakteerde mijzelf op enkele mooie aankopen. Niet van A. Edward Newton, maar bijvoorbeeld wel de belevenissen van David Magee, Infinite Riches. Een boek dat velen heeft geinspireerd, zoals Nick ter Wal, die er zijn dankwoord mee begon toen hij in 2012 een mooie prijs won (maar hij had dan ook een exemplaar dat was opgedragen aan Menno Hertzberger).

Ik kocht mijn exemplaar bij antiquariaat de Roo in Zwijndrecht, een groot antiquariaat met een reformatorische identiteit. Ik was wat verbaasd dat dit boek te koop was bij De Roo en daarom bladerde ik nog wat verder in zijn catalogus (of eigenlijk was het scrollen, maar bladeren klinkt fijner). Ik vond nog meer boeken over boeken, zoals Memoirs of a Bankrupt Bookseller van William Darling Young. Op mijn vraag of De Roo misschien een lijstje met boeken over boeken had, kwam de vraag: welke zoek je? Het punt is natuurlijk dat ik dat niet weet: ik wil verrast worden! Uit de excellijst die ik vervolgens kreeg koos ik nog Dibdin in Paris 1818 van Frans A. Janssen en de bundel Boeken verzamelen, opstellen aangeboden aan mr. J.R. De Groot, waarin onder meer een bijdrage van Boudewijn Buch. Het boekje van Frans Janssen gaat over de reactie naar aanleiding van het publiceren van Dibdins verslag over zijn bezoek aan Parijs. Hem werd verweten dat hij teveel fictie in zijn verslag had opgenomen: hij had op teveel Franse tenen gestaan. Een vermakelijk boek om te lezen, temeer omdat ik het werk waar het over gaat - ook al - bij Bubb Kuyper kocht zodat deze aanvulling van Frans A. Janssen netjes naast Dibdin kan staan.

Bij het ophalen van de boeken vroeg ik aan De Roo hoe deze boeken in de vooraad van een reformatorisch antiquariaat terechtkwamen. Hij vertelde mij dat hij de voorraad van Ben van Nijnatten had gekocht, een ook al legendarisch antiquariaat uit Nijmegen. Ik wist niet dat Van Nijnatten gestopt was (en volgens mij is dat ook niet zo), maar hij heeft wel (een deel van?) zijn vooraad afgestoten.

Zo kon ik toch nog wat van mijn lijst desiderata afstrepen. Maar de frustratie over het missen van deze lots blijft voorlopig nog wel even. Wie weet maakt de najaarsveiling van Bubb Kuyper in november nog wat goed...

zondag, juni 25, 2017

Het menselijk tekort bij een teveel aan papier

Ik ben al een tijdje een fan van Jan van Herreweghe. Ik heb hem nog nooit persoonlijk ontmoet, maar ik krijg steeds meer het gevoel dat ik hem al goed ken. Dat heeft alles te maken met de wijze waarop deze Vlaamse bibliofiel schrijft over zijn eigen leven als bibliofiel en de observaties die hij doet over boeken, bibliotheken, lezen en bibliofilie in het algemeen.

Op zijn eigen site geeft Jan een aantal biografische gegevens: "Jan Van Herreweghe werd geboren op 28 april 1958 in Matadi (Belgisch Kongo, thans Democratische Republiek Congo). Nadat zijn ouders in 1960 definitief naar België terugkeerden, bracht hij vanaf 1963 zijn jeugd en jongelingsjaren door in Melle, een gemeente van ongeveer tienduizend inwoners ten oosten van Gent. (...) Na een herexamen Nederlands op zeventienjarige leeftijd en de verplichting om in die zomervakantie vijf boeken te lezen en uitvoerig te bespreken, sloeg de vonk voor de literatuur over. (...) Na zijn humaniora koos hij voor een opleiding tot boekhouder omdat hij, omwille van zijn leeswoede (120 à 150 boeken per jaar), een universitaire studie niet zag zitten. (...) Na één jaar boekhouden wist hij al dat hij dat beroep nooit zou uitoefenen. Toevallig las hij in de krant een bericht dat er in Gent een cursus voor bliotheekmedewerker in een openbare bibliotheek zou worden georganiseerd. Dat sprak hem erg aan." Uiteindelijk werd hij bibliothecaris in Harelbeke. Feitelijke informatie die ons helpen om een eerste beeld te vormen. Maar uiteindelijk drukt de schrijver zich uit in zijn boeken en het oeuvre van Jan begint zo langzamerhand een imposant karakter te krijgen. En dat maakt dat ik het gevoel krijgt Jan steeds beter te kennen.

Een paar jaar geleden schreef ik al over Jan toen ik een aantal boeken van hem had gekocht bij De Slegte in Antwerpen. Niet alleen leidde deze aankoop tot een mailconversatie tussen twee bibliofielen, maar Jan was zo vriendelijk om een aantal van zijn boeken naar mij op te sturen. Bijvoorbeeld een gesigneerd en genummerd exemplaar van Het syndroom van Spitzweg, in een foedraal. Dit bood mij de gelegenheid om het reguliere exemplaar dat ik al had door te schuiven naar Perkamentus. Maar het meest bijzondere vond ik dat hij een houten uitgave had gemaakt van zijn boek Manieren van ordenen. Een boekobject, in de vorm van een boek met de titel erop. Een bibliofiele uitgave die niet bedoeld is om te lezen omdat er niks te lezen valt. Ik was erg onder de indruk van dit object. Allereerst omdat het even duurde voordat ik erachter kwam dat dit geen boek was, maar vooral omdat ik het in alle eenvoud erg mooi gemaakt vond. Uiteindelijk is het concept 'manieren van ordenen' een kernprobleem van elke verzamelaar: waar laat ik mijn boeken en hoe orden ik mijn bibliotheek. Dit boekobject maakt die opgave nog moeilijker; uiteindelijk heb ik ervoor gekozen het tussen mijn andere Van Herreweghes te zetten. In LibraryThing was het toevallig mijn 2500e titel die ik invoerde. Dat vond ik wel mooie symboliek: mijn 2500e boek was eigenlijk geen boek. Inmiddels staat de teller op iets boven de 3000. Dat heb ik bij nader inzien best wel snel gedaan...

Alleen al om dit contact en de gulheid van Jan ben ik fan van zijn werk. Maar uiteindelijk gaat het om de inhoud en zijn boeken zijn een feest om te lezen. In feite zijn de boeken van Jan een blog op papier. Hij schrijft over zijn observaties over boeken en lezers, hij haalt boeken aan, verwijst naar schrijvers, uitgevers en lezers en geeft zo elke keer een kijkje in de wereld van de bibliofiel. Dat is wat ik ook doe op dit blog, maar het verschil is dat mjn blog niet is afgedrukt. Wat mij ook aanspreekt in Jan is dat hij schrijft met aanstekelijk enthousiasme en plezier. Zijn liefde voor boeken is groot en dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Elk jaar verschijnt er een nieuwe uitgave in de cyclus "Het menselijk tekort bij een teveel aan papier". De titels zijn authentiek: Zot van boeken, Buiten zinnen van leeswoede en Als de tafel wankelt, komt het een boek het meest van pas zijn een paar voorbeelden. Ik kan niet anders dan zijn boeken lezen met een glimlach: wie word er nu niet blij van zoveel enthousiasme? Ik kan alleen maar hopen dat de lezers van mijn blog ook zo'n glimlach zullen hebben als ze een van mijn stukjes uit hebben.

Afgelopen week bedacht ik mij dat ik mijn voorraad Van Herreweghe nodig weer aan moest vullen. Prompt ontdekte ik dat een aantal titels in de ramsj lagen bij De Slegte in Antwerpen. Het gelukkige toeval wilde dat ik toch in Brussel moest zijn, waardoor een tussenstop in Antwerpen mogelijk werd. Zo werd ik de tevreden bezitter van drie nieuwe titels. Maar ik vond het wel bijzonder dat de boeken van Jan verramsjt werden. Het heeft iets tragisch, maar ook iets moois: de schrijver van veel boeken over onder meer het antiquarische boek ligt zelf bij De Slegte. Is dat nu een compliment of juist niet? Ik weet wel dat als mijn eigen schrijfselen ooit bij De Slegte zouden liggen, ik daar zeker trots op zou zijn, zelfs als dat zou betekenen dat mijn uitgever mij gedumpt had. Ik kan alleen maar hopen dat Jan er ook zo over denkt, want ik wens hem veel opgewektheid toe in het voltooien van zijn cyclus, waarvan ik de ontbrekende delen snel hoop te bezitten.