zondag, maart 29, 2020

Petrarca in tijden van corona

Twee jaar geleden waren we op vakantie in Italië, in de buurt van Venetië. Het was nog ver voor corona en de grenzen waren nog open. Terwijl we de kinderen hadden afgezet bij een zwembad reden wij een rondje langs pittoreske dorpjes. Op een gegeven moment kwamen we in het dorpje Arqua, waar we een tijdje door de steile straatjes liepen en op een terras met een fantastisch uitzicht op de bergen een lunch gebruikten. Dat was niet helemaal de bedoeling van de restauranthouder, want het restaurant bleek gesloten. Maar wij waren het Italiaans niet machtig, dus beschouwden we de vriendelijke uitleg van de uitbater en zijn wijzen naar het terras als een uitnodiging om te gaan zitten. Uiteindelijk legde de man zich er bij neer en serveerde ons een drankje en wat eten. Pas bij het vertalen van de menukaart met behulp van Google Translate ontdekten we dat we precies binnen waren gekomen op het moment van sluiten. Met enige schaamte aten we onze lunch op en kochten dat af met een ruime fooi.

Verder dwalend door Arqua zagen we een bordje dat verwees naar het graf van de grote Italiaanse dichter Petrarca (1304-1374). Meestal bereid ik mijn vakanties grondig voor en maak ik er ook een literaire queeste van, maar deze keer had ik mij ingehouden en alleen mijn zinnen gezet op het graf van Dante in Ravenna. Dus deze vermelding kwam onverwacht en daardoor maakte het deze bijzondere dag nog mooier dan het was.

Petrarca! Eén van mijn helden uit de middeleeuwen. Niet zozeer vanwege zijn poëzie waarmee hij onsterfelijk is geworden en het tragische verhaal van zijn liefde voor de mysterieuze Laura, maar vooral omdat hij de grondlegger is geweest van het humanisme en in zekere zin aan de basis heeft gestaan voor het Europa zoals wij dat nu kennen.

Ja, dat zijn grote gedachten maar ik prijs mij gelukkig te wonen in een democratie waarin ruimte is voor ontwikkeling, waarin vrijheid een groot goed is en waarin mensen in staat zijn om te groeien en boven zichzelf uit te stijgen. Legendarisch is dan ook zijn beklimming van de Mont Ventoux, waarvan Petrarca zelf verslag heeft gedaan. Nu is een bergbeklimming niet zo bijzonder, maar het moment en de motivatie van Petrarca was dat wel: hij deed het niet functioneel, niet vanuit een soort bijgeloof (in de middeleeuwen beklom je geen bergen, dat was God tarten en je wist maar nooit of de duivel op de top ronddanste) maar uit nieuwsgierigheid en om van de tocht te genieten. Om geluk te ervaren. En dat was een daad die volkomen nieuw was. Petrarca's brief wordt beschouwd als de eerste literaire neerslag van de natuur om de natuur zelf. Hij beklom de berg, zo zegt hij zelf, "louter uit begeerte, om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen".

Het humanisme van Petrarca was trouwens van een andere orde dan wat wij tegenwoordig humanisme noemen. Bij Petrarca ging het om de passie voor de oudheid en klassieke auteurs en hij hij wilde deze opnieuw onder de aandacht brengen. Petrarca vond dat ware menselijkheid in zijn eigen tijd niet meer bestond en herwonnen moet worden uit de litteratuur en de filosofie van de Romeinen van de klassieke periode; alleen daardoor zouden de vele en velerlei kwalen van zijn chaotische tijd geheeld kunnen worden en zou Europa weer een beschaafd werelddeel worden. Het ging hem om "de verschillende vormen van het streven naar (ware) menselijkheid" en hij deed dat niet uit eigen belang maar voor zichzelf. Waar andere denkers in die tijd in dienst waren van vorsten of politiek actief waren en daar invloed hadden, studeerde Petrarca voor zichzelf. Daarom reisde hij half Europa rond om in allerlei kloosters handschriften van deze auteurs te vinden. En hij vond er verschillende, zoals brieven van Cicero en andere auteurs. Het ontsluiten van deze teksten en bestuderen ervan was zijn doel.
Hier is online (pdf) wat meer achtergrond over Petrarca en zijn tijd te lezen.

In de eeuwen daarvoor waren de klassieke auteurs in de vergetelheid geraakt. Van Petrarca is dan ook de term "donkere middeleeuwen" afkomstig, omdat voor Petrarca beschaving gelijk stond met kennis van deze auteurs. Petrarca bevond zich al met al op een kantelpunt in de geschiedenis en gaf een forse duw aan de ontwikkeling van de renaissance. Hij studeerde aan de twee na oudste universiteit van Europa (in Montpellier), maakte de pestepidemie van de 14e eeuw mee (zijn geliefde Laura stierf in 1348 aan de pest en Petrarca was er geregeld voor op de vlucht) en woonde in Avignon waar het Pauselijk gezag in de 14e eeuw was gevestigd. Natuurlijk was Petrarca ook een kind van zijn tijd en heeft hij niet in zijn eentje het humanisme bewerkstelligd. De tijd was rijp en dus viel alles wat hij deed in goede aarde, inspireerde anderen en met zijn tijdgenoten werd zo een forse stap in de ontwikkeling van Europa gezet, op weg naar de samenleving zoals wij die nu kennen.

Tegen deze achtergrond heb ik veel bewondering voor Petrarca en daarom vond ik dat ik toch een paar werken van hem in mijn bibliotheek moest hebben. Gelukkig is er de laatste decennia veel van Petrarca vertaald, niet alleen zijn gedichten (de Canzoniere) maar ook zijn brieven en andere geschriften. De onvermoeibare Frans van Dooren (1934-2005) heeft - naast veel Dante - ook Petrarca regelmatig vertaald. Van Dooren was diep onder de indruk van Petrarca, vlak voor zijn dood schreef hij in zijn Brief aan Petrarca dat dit kwam omdat "je er altijd zo persoonlijk in aanwezig bent, met je vreugde en droefenis, vervoering en wanhoop, en dat de verzen uitmunten in evenwichtige vormgeving, muzikaliteit en originele beeldspraak". Ook Chris Tazelaar heeft diverse vertalingen van Petrarca's werk op zijn naam staan.

Ik schreef al in een eerder blog dat ik heel blij was om op de boekenmarkt in Dordrecht het jaarwisselingsgeschenk (oplage: 600) Brief aan het nageslacht van Petrarca uit 1991 te vinden (vertaald en toegelicht door Frans van Dooren) en via Marktplaats kocht ik  Reisroute naar Jeruzalem. Hoewel Petrarca zich bewust was van zijn roem, begint hij Brief aan het nageslacht toch bescheiden: "Hoewel het te betwijfelen valt of een weinig bekende naam wel ver in ruimte en tijd kan doordringen, hebt u misschien toch wel eens iets over mij gehoord. En misschien wilt u ook weten wat voor een mens ik ben geweest (...)". Ook dit is een voorbeeld van hoe in zijn werk de persoonlijkheid van Petrarca terugkwam. Verder kocht ik nog de Stols uitgave Madonna Laura in de vertaling van D. Tol uit 1941 (oplage 500) met daarin 20 canzones vertaald.

Maar ik vond mijn rijtje Petrarca nog veel te mager. Afgelopen maand sloeg ik een mooie slag: op een veiling kocht ik een stapel Ambo Klassiek-uitgaven, waaronder maar liefst drie uitgaven van Petrarca. Alledrie vertaald en toegelicht door Chris Tazelaar en in prima staat, helaas zoals vaak bij deze uitgaven is het frisse rood op de rug vervaagd door het zonlicht. Maar nu bezit ik wel de tekst van de Lauweringsrede  (door Petrarca uitgesproken bij het ontvangen van de lauwerkrans op 8 april 1341 op het Capitool in Rome), de brief over de bestijging van de Ventoux en het sleutelwerk Het leven in eenzaamheid waarin Petrarca onderstreept dat zinvol bezig zijn vooral is het "aan literaire studie gewijde tijd, zonder verplichtingen". De uitgebreide toelichtingen en noten zijn de garantie voor veel nieuwe kennis en inzichten over deze sleutelperiode in de Europese geschiedenis. En hoewel ik mijn stapeltje Petrarca nog veel te klein vindt, ben ik blij met de nieuwe aanwinsten!

In deze tijd van corona rest ons weinig anders dan thuislezen. Ook daarin vind ik inspiratie bij Petrarca. Hij schreef zijn Reisroute naar Jeruzalem in 1358 in drie dagen op uitnodiging van Giovanni Mandelli (hier een biografie in het Italiaans), die Petrarca had uitgenodigd om de reis naar Jeruzalem te maken. Petrarca wilde niet mee, vond het te risicovol, maar wilde zijn vriend wel voorzien van een reisbeschrijving, een itenerarium. Voor de beschrijving van de reis, inclusief te vermijden en te bezoeken plaatsen en bijzonderheden over landschap en omstandigheden, putte Petrarca uit zijn ruime bibliotheek: er waren vele (klassieke) auteurs naar Jeruzalem geweest en hij heeft al die inzichten samengevat in zijn reisbeschrijving. En zo reisde hij van achter zijn schrijftafel toch mee naar Jeruzalem, en wie de tekst van Reisroute leest kan zich nauwelijks voorstellen dat Petrarca niet zelf op al die plekken is geweest. Ook wij leven in een tijd van een besmettelijke ziekte (gelukkig niet zo erg als de pest, maar ernstig genoeg) en ook wij moeten reizen via onze bibliotheek, want vakanties of uitstapjes zitten er niet in. Petrarca kan ons inspireren om in dergelijke tijden toch grootse prestaties te verrichten.

woensdag, februari 05, 2020

Warm welkom voor winkeldochters

Onlangs zag ik op catawiki een kavel dat mij in eerste instantie niet zo aansprak, maar waar ik uiteindelijk toch op toesloeg. Dat had onder meer te maken met de lage prijs maar ook met de inhoud: voor 18 euro werd ik eigenaar van 11 gesigneerde uitgaven die afkomstig waren uit de bibliotheek van de dichter en literatuurcrtitcus, maar ook leraar Nederlands, D.A.M. (Dick) Binnendijk (1900-1984). Dick Binnendijk is bekend van zijn eigen werk, maar natuurlijk ook omdat hij op het Vossius Gymnasium de leraar was van onder meer Hanny Michaelis en de broers Karel en Gerard van het Reve en omdat hij zich liet gelden in polemieken met Menno ter Braak, Marsman en Du Perron. Hij had een langdurige relatie met Emmy van Lokhorst, maar trouwde uiteindelijk in 1929 met Enny Paauw.

Ik hou sowieso van gesigneerde literaire boeken (volgens de meest recente telling heb ik 443 gesigneerde werken in mijn bezit) en deze Dick Binnendijk bewoog zich in interessante kringen, want in het kaveltje zaten boeken van onder meer Ed Hoornik, Maurice Roelants en Jeanne van Schaik-Willing. Allemaal auteurs die rond de oorlog veel gelezen werden, maar tegelijkertijd ook wel een beetje gelden als de oude garde. De vernieuwing in de Nederlandse literatuur was aanstaande, maar die begon niet bij Dick Binnendijk. Hij schreef er wel veel over en volgde het op de voet.

Dit kavel was voor mij ook interessant in het licht van 75 jaar bevrijding, omdat de kring van auteurs waar ook Binnendijk toe behoorde getekend is door de oorlog. Zijn leerling Hanny Michaelis, die getrouwd was met Gerard Reve, heeft in haar postuum uitgegeven oorlogsdagboeken over haar relatie met Binnendijk geschreven - en ook over haar verhitte dromen over hem. In elk geval was Binnendijk ook haar grote inspirator. In de biografie van Henriette van Eyk schrijft Aukje Holtrop hoe in de oorlogsjaren avonden werden georganiseerd met ‘geestverwanten’ waar onder meer het echtpaar Binnendijk en Jeanne van Schaik Willing aanwezig waren. Van deze laatste zijn er twee boeken in het kavel: Dwaaltocht uit 1977 (“voor Enny en Dick. In hartelijke vriendschap”) en en Odysseus weent uit 1953 (“Voor Dick en Enny. In vriendschap. Jeanne. Februari ‘53”). Daarnaast de bundel Vrij Volk waarvan zij samen met o.a. Antoon Coolen en Albert Helma de auteur was (“Voor Dirk. Van Jeanne. 12 oct. ‘45”). Dit is de tekst van een herdenkingsstuk dat voor het eerst op 6 juni 1945 werd uitgevoerd in de stadsschouwburg, door een toneelgroep met de naam 5 mei 1945.

Ook Ed. Hoornik was bevriend met Binnendijk en hij volgde hem op als redacteur van het maar kort bestaande tijdschrift Centaur. Om die reden ook twee werken van hem in het kavel: De vis (ik had al de uitgave van De Roos uit 1965, maar nu dus ook het origineel, met opdracht: “Voor Dick en Enny. Ed. Hoornik, 2 april ‘62”) en De overlevende. In dat laatste boek (“voor Dick en Enny”) zit een handgeschreven brief waarin de briefschrijver een bespreking van dit boek door Anton Koolhaas in het NRC terugstuurt (“Lieve Dick. Met veel dank het knipsel retour”). De brief is geschreven op het briefpapier van de classicus Everhardus Otto Houtsma en volgens de beschrijving van het boek in de catalogus zou dit een brief van deze Houtsma moeten zijn. Maar... E.O. Houtsma overleed al in 1905, dus deze brief uit 1968 moet afkomstig zijn van zijn (klein)kind, vermoedelijk, want de letters E.O. zijn op het briefpapier doorgestreept maar de naam Houtsma niet. Dus welke Houtsma woonde er in 1968 op de Bloemgracht 4 in Amsterdam?

Hoe dan ook - de brief bespreekt de recensie van Koolhaas (“dat ik het anders zie dan Ton”) en sluit onder de onleesbare ondertekening af met het begin van een recept voor spitjes. Dat recept herhaal ik met veel plezier - zo krijgt dit blog ook nog eens een kookrubriek:
"Laat allerhande vlees in blokjes snijden en zet die 24 uur in een marinade van maisolie, citroensap, peper, laurier, tikje zout, tijm, knoflookpoeder en mespunt gemberpoeder."
Hier stopt de brief, dus wat Dick en Enny na 24 uur met de gemarineerde vleesblokjes deden zullen we nooit weten. Maar wie trekt krijgt in spitjes, vindt hier een hedendaags recept.

Het kavel werd op catawiki aangeboden door antiquariaat Fokas Holthuis, van wie ik sowieso een vaste klant ben. Ik heb al een stevig rijtje boeken van Fokas in mijn bibliotheek staan en put graag kennis uit de goed gedocumenteerde nieuwsbrieven en catalogi. Toen ik het kavel ontving zat daar catalogus 59 bij uit november 2012 bij. Hierin staan alle boeken uit het kavel opgesomd - ze hadden dus al ruim 7 jaar doorgebracht op de planken bij Fokas. De catalogus begint met een mooie Ten Geleide, waaruit duidelijk wordt dat de boeken in de catalogus - en dus ook die nu in mijn bezit zijn - afkomstig zijn van een studeerkamer in Nijmegen. Het leeuwedeel van het boekenbezit van Binnendijk werd na zijn dood verkocht aan Antiquariaat Schuhmacher, maar deze bleven kennelijk achter. Ik heb al eerder bij Fokas boeken gekocht uit een deel van een schrijversbibliotheek: mijn exemplaar van de De Roos-uitgave De Harp was afkomstig uit de bibliotheek van de Nijhoffs. Ik schreef erover in dit bericht.

Fokas schrijft in zijn Ten Geleide dat Binnendijk gezien werd als “een vertegenwoordiger van een voorbije schrijversgeneratie”. Dat de belangstelling voor aan hem gerelateerd werk mede daarom misschien wel klein is, blijkt wel uit deze opbrengst van het kavel. In de toch al bescheiden geprijsde catalogus zouden deze boeken circa €190 moeten opbrengen; ik kocht ze dus voor minder dan 10% van de gevraagde prijs. Ik deed meteen een extra bestelling, want Fokas had nog twee andere boeken staan die ik ook wilde hebben. Dat scheelde in elk geval weer verzendkosten...Voor mij een mooie aankoop en Fokas is van een aantal winkeldochters af hoewel ik mij de teleurstelling over de opbrengst kan voorstellen. En zo werd ik de trotse bezitter van weer 11 boeken met een bijzondere provenance, een mysterieuze brief en een half recept voor spitjes.

donderdag, december 26, 2019

311

Nee, dit is niet een verwijzing naar het diefstal-artikel uit het Wetboek van Strafrecht (Heus Edelachtbare! Ik heb al mijn boeken eerlijk gekocht!) en ook geen aankondiging dat ik fan ben geworden van een Amerikaanse rockband. Nee, het is simpelweg het aantal titels dat dit jaar aan mijn bibliotheek is toegevoegd.

Minder dan één titel per dag, maar als ik de zondagsrust in acht zou hebben genomen dan is het ongeveer één titel per dag. Niet slecht! En bijna twee keer zoveel als vorig jaar. Gek genoeg had ik het gevoel dat ik het dit jaar rustig aan had gedaan. Maar dat komt ook omdat ik sommige titels in bulk had gekocht; met een paar aankopen werd ik tientallen titels rijker. Hoewel ik meestal meer plezier heb in het zoeken en het titel voor titel bij elkaar kopen van een collectie, is het soms toch ook gewoon leuk om een hele stapel tegelijk te kopen en in één keer een serie compleet te hebben.

Als ik de jaaroverzichten van andere verzamelaars lees (Danny Habets en Perkamentus) dan zie ik dat ook zij langzaam afdrijven naar het rijk der bibliomanen. Maar wel met goede voornemens om volgend jaar écht te gaan minderen. Dat voornemen heb ik trouwens niet: de verzameling begint nu eindelijk een beetje vorm te krijgen, maar er zijn nog lacunes genoeg. Ik hoop dus dat dit tempo blijft.

Wat kocht ik dan zoal, al dan niet in bulk? Een greep uit de aanwinsten:

Stichting de Roos

Over complete series gesproken: in mijn vorige jaaroverzicht vertelde ik dat ik in 2018 een forse stap had gezet met het verzamelen van uitgaven van deze bibliofiele uitgeverij. Ik rook de eindstreep. Ik had er nog circa 10 te gaan - behalve de vooralsnog onbetaalbare Escher en eventuele nieuwe uitgaven die zouden verschijnen. Welnu, deze 10 heb ik in bezit. Zojuist heb ik de bestelling voor de laatste ontbrekende uitgave in mijn bibliotheek (Avond van Anna Achmatova) de digitale deur uitgedaan zodat ik voor het einde van het jaar de complete collectie De Roos min één op de plank heb.

Maar wacht, er is meer! Niet alleen heb ik mijn uitgaven van De Roos compleet gemaakt, ik heb ook een upgrade van mijn serie toegepast. Met dank aan de veilinghuizen Bubb Kuyper, Burgersdijk en Niermans, het Venduehuis in Den Haag en antiquariaat Fokas Holthuis: bij hen kocht ik verschillende kavels De Roos waarmee ik niet alleen een paar gaten in de collectie vulde maar ook bestaande exemplaren wisselde voor meer bijzondere. Zo kocht ik:
- auteursexemplaren van de uitgaven De koning is dood van Cees Nooteboom (uit 1961, één van de 10) en De dood van Cuchulainn van Mrurhevna  van A. Roland Holst (uit 1951, één van de vijf)
- verschillende nieuwjaarswensen van Stichting de Roos c.q. Chris Leeflang die los van de uitgaven verschenen
- varianten op reguliere uitgaven, zoals een exemplaar van The Nowaks van Christopher Isherwood met een ander omslag,  exemplaren van De kinderen van Lir en Winter aan zee van A. Roland Holst met afwijkende omslagen en een proefdruk van Priapeeën van Geerten Gossaert
- daarnaast verwisselde ik een aantal ongenummerde exemplaren voor genummerde en verving ik een paar lelijkere exemplaren voor mooiere. Zoals die beschadigde Huissens van Bordewijk waar een stukje omslag van miste, en die Bartleby van Melville waar ik geen foedraal van had en die poeplelijke versie van Terugreis van Dylan Thomas waar ik nu een mooie van heb. En kon ik bij een aantal exemplaren de originele aanbiedingsbrief van De Roos toevoegen.
Kortom, er staat een prachtige complete (ja, ja: op één na) collectie De Roos in sublieme conditie bij mij op de plank, met verschiilende echt bijzondere exemplaren - deze zijn de zeldzame onder de toch al bibliofiele exemplaren.

Toen ik dit voorjaar een stapeltje Rozen ophaalde bij Bubb Kuyper raakte ik aan de praat met Jeffrey Bosch. Hij merkte droogjes op dat De Roos best mooie boeken maakte, maar dat de uitgaven unieker zouden zijn als De Roos oorspronkelijk werk zou hebben gepubliceerd, en niet alleen teksten die al eerder waren gepubliceerd. Daar had hij natuurlijk gelijk in: je verzamelt De Roos vanwege de schoonheid van de boeken, niet vanwege de originaliteit van de inhoud.

Slibreeks

Dus toen ik De Roos zo'n beetje compleet had, dacht ik na de opmerking van Jeffrey wat verder na over originele reeksen. Ik ben namelijk toch een reeksenmens: ik ben gek op series en reeksen en als ik een paar uitgaven uit een reeks heb, dan wil ik de serie ook compleet hebben. Terwijl ik mijmerend in mijn bibliotheek stond zag ik dat ik al een paar uitgaven uit de Zeeuwse Slibreeks had. Deze serie bestaat al sinds de jaren '70, werd jarenlang uitgegeven door CBK Zeeland en wordt gevormd door veel poëzie, maar ook proza of grafisch werk, van veelal Zeeuwse auteurs of kunstenaars of in elk geval met aan Zeeland gerelateerde teksten of beelden. Ik heb niks met Zeeland behalve dat het een mooie provincie is, maar ik vind dit een aansprekende serie: mooi uitgegeven, veel variëteit, grafisch interessant en veelal oorspronkelijke teksten. En dus leuk om te verzamelen, ook omdat het betaalbaar is: in elk antiquariaat staan wel een paar exemplaren van deze reeks voor een paar euro en daarmee prima materiaal om in de loop van de tijd bij elkaar te verzamelen.

Om deze serie een echt goede start te geven in mijn boekenkast besloot ik een fundament te leggen door twee bulkaankopen, van respectievelijk 50 en 30 boekjes. Via boekwinkeltjes.nl kocht ik de eerste 50 nummers in de serie, in Deventer bij een antiquariaat nog zo'n 30. En omdat ik zo lekker bezig was kocht ik links en rechts via Marktplaats nog wat nummers zodat ik intussen binnen een paar weken 109 van de 154 exemplaren bezit.

Als ik ze zie staan word ik daar tevreden van: het is een mooi reeksje en het verzamelen waard. Ik ga nog veel zoekplezier beleven aan het vinden van de ontbrekende 45 nummers. En zoals in elke serie zijn ook hier een paar kroonjuwelen die veel duurder zijn de rest. Dat lijkt in elk geval te gelden voor nummer 131, De Wind van Marinus Boezem die bijzonder is vormgegeven en extra's bevat. Het wordt een uitdaging om die voor een zacht prijsje op de kop te tikken!

Crawford deuren

In de jaren '90 van de vorige eeuw begon het bedrijf Crawford deuren met een serie nieuwjaarsuitgaven, steeds bestaande uit 4-5 verhalen van Nederlandse auteurs. De uitgaven kregen een herkenbare naam: De eerste deur, de tweede deur, enzovoorts tot de vijfentwintigste deur. Ik had al langer een oogje op deze serie omdat het zo'n mooi palet aan auteurs omvat. Dus toen ik de complete serie onlangs op Marktplaats zag staan sloeg ik toe en nu staan de hele deuren-reeks te pronken in mijn kast.

Eén van de auteurs in de reeks is A.F.Th. van der Heijden. Hij schrijft over zijn bijdrage in Engelenplaque:
"Er heeft me een verzoek bereikt voor het schrijven van een verhaal, waar op z'n minst ergens een deur in voor moet komen, als dan niet open of dicht of uit z'n hengsels. Een reclamebureau, NPP, verzorgt een bundel van vier verhalen van vier verschillende schrijvers voor een bedrijf genaamd Crawford Deuren BV, dat het als nieuwjaarsgeschenk onder z'n relaties wil uitdelen. Ze bieden f 1000,- en och, in elk verhaal komt wel een keer een deur voor, dus zo hoerig hoef ik me niet te voelen. Ik denk meteen aan onze pas nog hemelsblauw geverfde voordeur, die de oude mevrouw Hoogland van driehoog zo in verwarring heeft gebracht... Een probleem is alleen dat het binnen vier dagen af moet zijn. Morgen beginnen en dan in één ruk."

Hij haalde de deadline en het verhaal van Van der Heijden kreeg de naam De achterdeur en is verschenen in De vijftiende deur uit 1993, samen met verhalen van Yvonne Keuls (Hoe kom ik de deur uit?), Koen Peeters en Erik Verpale.

Nescio

Dit jaar was ook een aardig Nescio-jaar. Hoewel niet al het nieuws (direct) goed nieuws was. Fijn was wel dat ik weer wat gezochte uitgaven kon toevoegen aan mijn Nescio-verzameling: bij Uitgeverij Fragment kocht ik het werkje De Nescio leesclub van A.L. Snijders (wat behalve de titel nauwelijks over Nescio gaat). Bij De Slegte in Gent kocht ik de Poolse vertaling van Nescio's verhalen die al heel lang op mijn verlanglijst stond. En van Maurits Verhoeff kocht ik het bibliofiele werkje Weermacht & ingesteld zijn op en de Nescio-uitgave van Uitgelezen boeken met de subtitel "Voor een koopje ben ik voor hen niet thuis". En via Marktplaats dan nog de Arvix-uitgave (oplage 1000) van Nescio's Titaantjes en een leuk tweede drukje van Mene Tekel. Maar ik ontdekte daarnaast nog een aantal bibliofiele uitgaafjes die ik gemist had, zoals twee Engelse vertalingen van Nescio, een speciale uitgave van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Oftewel: mijn lijst met Nescio-desiderata groeide net zo hard als het aantal opbrengsten.. Een never-ending verzamelavontuur kortom, ook al heb ik thans 98 Nescio- of Nescio-gerelateerde uitgaven. Haal ik 2020 de 100?

Genootschap van Bibliofielen

Nee, ik ben nog steeds geen lid van het mooiste genootschap van Nederland, het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (sorry Perkamentus!). Maar ik vind wel dat ze hele mooie uitgaven produceren (dankjewel Perkamentus!). Ik miste de eerste 20 jaarboeken van het Genootschap en die kon ik via een veiling op de kop tikken. Daarnaast kocht ik via Catawiki de prachtige uitgave Uit de schaduw (ik schreef er een blog over).

Boeken over boeken

Altijd maar weer boeken over boeken... een verzamelgebied dat mij blijft fascineren. Een paar pareltjes die erbij kwamen behalve bovenstaande jaarboeken: de Bébert-uitgave van De Bibliofiel van Komrij, de speciale uitgave van De Roos van Rademacher Schorer's Bijdrage tot de renaissance der Nederlandse boekdrukkunst, de oogst van de Dordtse boekenmarkt waar ik een blog over schreef, mijn aankoop van een  Catawiki-kavel met de boeken van Uffenbach, Oorbare zaken van Brongers: al met al 47 aanwinsten voor deze categorie.

De kassa

Allemaal leuk en aardig, 311 boeken erbij. Maar wat kost dat wel niet?
Nou, eigenlijk valt dat wel mee. Zoals gezegd kocht ik veel bij veilinghuizen waarbij ik - net als vorig jaar - de overtollige boeken doorverkocht. En soms kocht ik een kavel met de enige intentie om het in stukje door te verkopen. Maar ik vond bijvoorbeeld ook in de zomer een koopje op Marktplaats mnet een doos vol nieuwjaarsgeschenken van uitgeverijen à 1 euro, waarvan ik een deel voor bijna 100 euro doorverkocht (winst: 60 euro plus 16 boeken). Sommige boeken kocht ik ook op Marktplaats alleen voor de winst, zoals een gesigneerde uitgave van de verzamelbundel Kristal 1938 met o.a. een handtekening voor Bordewijk. Inkoop 19 euro, opbrengst 87 euro. Weer ruim 50 euro verdiend! Al met al kocht ik op verschillende veilingen 17 kavels met boeken voor € 1805, ik hield daarvan 28 boeken (veel de Roos, maar ook een mooie in linnen gebonden 2e druk van Nescio) en verkocht de rest voor € 2439. Ja, ik moest ook even twee keer rekenen om te checken of dit geen tikfout was. Maar wat blijkt: ik heb dit jaar 94 kavels via Catawiki verkocht, plus nog een paar dingen via Marktplaats. Alleen al daardoor die winst van € 635 én 28 fraaie boeken erbij. Met dat geld financierde ik een groot deel van mijn overige aankopen. Ik heb het niet op de euro precies berekend, maar volgens mij was dit een redelijk neutraal jaar qua financiën..
Als ik trouwens die 94 kavels nog eens naloop, dan zie ik dat het vooral uitgaven van De Roos waren. Sommige boeken kreeg ik voortdurend in handen: ik heb The Raven van Poe vier keer verkocht. Ik begrijp trouwens niets van de dynamiek op Catawiki: in februari verkocht ik The Raven voor €28, in april voor €82 en vervolgens twee keer in september, één keer voor €57 en één keer voor €47. Ook Animal farm van Orwell verkocht ik vier keer, in februari voor €57,50 en in september samen met een andere De Roos-uitgave voor €28, eigenlijk voor €14 per boek. Het gaat dus alle kanten op! In feite is Catawiki ook een soort van loterij, ik verkocht een exemplaar van Puzzles van Cuney in oktober voor €32 en in december ging een vergelijkbaar exemplaar weg voor €85. Wat er in 2 maanden gebeurde is mij onduidelijk, maar het is wel jammer dat ik 'm niet in december verkocht...

Vorig jaar zei ik nog: bibliofilie is een goedkope hobby. Ik wil dat graag herformuleren: bibliofilie is de goedkoopste verslaving die er bestaat, het enige wat het je kost is tijd en geduld, maar het hoeft nauwelijks geld te kosten zoals uit mijn relaas blijkt.





zaterdag, december 14, 2019

Onzichtbare boeken in de KB (2)

Nadat ik in het weekend van de wetenschap had rondgekeken in de ondergrondse kelders van de Koninklijke Bibliotheek (zie vorige blog) en daar de anders onzichtbare boeken had gezien (die natuurlijk helemaal niet zo onzichtbaar zijn want je kunt ze gewoon opvragen), kwam ik terecht op de tentoonstelling Bijzondere vrouwen, bijzondere boeken in diezelfde KB. Ik was onder de indruk van de bijzonderheid van deze boeken en van de vrouwen die in de late middeleeuwen en renaissance-tijd tegen de klippen op hebben gestreden om hun talenten te mogen inzetten. Dat leverde een paar prachtige boeken op en mooie verhalen op: rolmodellen voor de generatie van nu. Ik zal mijn dochter ook nog eens langs sturen naar deze tentoonstelling!

Maar één boek op die tentoonstelling trok in het bijzonder mijn aandacht (én maakte een grote begeerte in mij wakker) en dat was het onzichtbare boek. Het onzichtbare boek is van Elisabeth Tonnard, een kunstenaar en dichter die veel werkt met (gevonden) foto's, (gevonden) teksten en die combineert in een reeks prachtige kunstprojecten en boekuitgaven.

Ik kende haar niet maar ik vond het onzichtbare boek onmiddellijk fascinerend. In de vitrine van de KB lag alleen de factuur voor het boek (het factuurbedrag is € 0,-) als bewijs dat de KB een exemplaar bezit. Dus wat is het onzichtbare boek nu eigenlijk?
Mijn eerste associatie was die van een volmaakt boek, dat er vooral is voor de verzamelaar die het boek idealiseert en uitsluitend voor zichzelf heeft. Aan de andere kant was er ook de puzzel: hoe kan je een onzichtbaar boek eigenlijk bezitten? Maar dat het wel degelijk kan blijkt uit de factuur in de vitrine bij de KB. Het is een boek dat je niet kunt bezitten en toch kunt bezitten, en juist daarom wilde ik het natuurljk ook hebben.

Toevallig las ik in diezelfde week het verhaal De onzichtbare verzameling van Stefan Zweig, in de prachtige AfdH-uitgave waarin ook het verhaal Boekenmendel staat. In mijn - genummerde - exemplaar van deze uitgave stond het verhaal van een blinde verzamelaar die dacht dat hij een prachtige verzamling prenten had, maar zijn familie had deze uit geldnood verkocht en vervangen door blanco papier. Dit is de omgekeerde onzichtbaarheid: je denkt dat je iets hebt, maar het is er niet meer. Dit onzichtbare boek van Tonnard heb je niet, maar het is er toch.

Toen ik nog wat doormijmerde over dit onzichtbare boek bedacht ik mij dat dit boek juist de vergeefsheid van mijn verzameling uitdrukt. Ben ik onbewust op zoek naar het volmaakte boek en probeer ik (als een soort van toren van Babel);een onvolmaakt bouwwerk te maken dat uiteindelijk de hemel bereikt? En wordt die vergeefsheid uitvergroot door het concept van het onzichtbare boek? Als ik daarover doordenk wordt het bijna een spirituele ervaring... Ik moest ook denken aan het verhaal van Borges, De bibliotheek van Babel, waarin de bibliotheek (of: het universum) "door haar omvang en oneindigheid alle boeken omvat die geschreven zijn of ooit geschreven zullen worden en daarmee antwoord kan geven op alle basismysteries van de mensheid, alsook voorspellingen van de toekomst, inclusief alle denkbare variaties daarop". Dus je kunt een bibliotheek van Babel bouwen óf je kunt het allemaal laten samenvallen in het absolute nulpunt, het onzichtbare boek.

Het gebeurt niet vaak dat ik zo onder de indruk ben van een boek, dus het was tijd om op onderzoek uit te gaan. Allereerst werd ik aangenaam verrast door de website van Tonnard waarop verschillende projecten staan. Zoveel creativiteit: wat te denken van het boek One swimming pool, waarvan de bladzijden losgehaald kunnen worden en met elkaar een grote foto van een zwembad vormen. Het droge commentaar van Mishka Henner over dit boek: "If there ever was a book to dive into, this would be it". Of de tipp-ex gedichten: Let us go then, you and I waarbij steeds hetzelfde gedicht van T.S. Eliot is afgedrukt met alle woorden behalve een paar wegetipp-ext. De overgebleven woorden vormen nieuwe gedichten... Mijn persoonlijke favoriet is The story of a young gentleman, dat een ultrakort verhaal is over een jongeman die Oorlog en vrede leest en in het verhaal van een paar zinnen is Oorlog en vrede integraal afgedrukt... Het contrast tussen het verhaal van een paar zinnen en de integrale Oorlog en vrede vind ik briljant gevonden.

Maar ook op de website van Tonnard viel te lezen dat Het onzichtbare boek niet meer te koop was. Desondanks verdiepte ik mij nog wat verder in deze uitgave. Ik vond een interview van Ton van Vroonhoven met Tonnard over dit boek, uit 2014. Zij zegt:
"Veel ideeën ontstaan bij mij uit ergernis. Ik erger me bijvoorbeeld aan de manier waarop artikelen geschreven worden in huis-aan-huis bladen. Dat wil ik dan benadrukken door de stijl te comprimeren en woorden weg te laten. Mijn onzichtbare boek heb ik ook uit ergernis gemaakt. Ik zat toen in een kunstenaarscoöperatief ABC Artists' Books Cooperative met onder andere Joachim Schmid en dan maak je ook andermans ergernissen mee met producte en verkoop. Zo'n ergernis was dat mensen soms verwachten dat iets helemaal perfect gedrukt en gebonden is en toch hetzelfde kost als een boek in de boekhandel terwijl het in een veel kleinere oplage of op een andere manier gemaakt is. Het mag niets kosten en het moet perfect zijn. Toen dacht ik: dan maak ik een onzichtbaar boek. Dat is helemaal perfect, bevat geen fouten en kost nul euro en heeft ook nog een beperkte oplage. (...) Toen het uitkwam heb ik het op mijn website aangeboden en dezelfde dag heeft Joachim Schmid ze alle honderd besteld. Toen hebben we gezegd: probeer het nu op eBay aan te bieden zodat mensen er op kunnen bieden. Het gaat dan nog een fase verder, het gaat over de ergernis dat de kunstenaar vaak weinig verdient en dat handelaren proberen er veel geld voor te vragen als iets eenmaal is uitverkocht. Op eBay zijn er daadwerkelijk mensen gaan bieden. Het is een rare wereld, zelfs boekjes die bij mij te koop zijn voor 25 euro staan al voor 200 euro op Amazon."
Dit zijn herkenbare observaties. Ik vind dat een mooi boek iets mag kosten - kijk naar mijn collectie Stichting de Roos - maar ik wil natuurlijk ook liever niet teveel betalen. Dus ik ben blij met een voordeeltje of een goede aankoop op een veiling. Tegelijkertijd koop ik dure boeken die ik mooi vind ook direct bij auteur of uitgever. Vaak gaat het om margedrukkers of kleine uitgevers, die kunnen immers wel wat steun gebruiken.

Onderstussen had ik nog steeds geen exemplaar van het onzichtbare boek. Internet afspeuren hielp niet, eBay gaf geen resultaten meer en uiteindelijk bleef er nog maar één optie over: Elisabeth Tonnard contacten. Dat lukte en zij liet weten dat zij geen exemplaren meer had (dat vermoedde ik al) maar dat zij haar collega Joachim Schmid zou vragen een exemplaar van de eerste uitgave op eBay te zettten. En toen ging het snel: het boek verscheen op eBay, ik bood erop en was doodsbang voor tegenbieders. Maar die kwam er niet en na 5 dagen was het boek van mij. Ik ontving per mail een mooi certificaat als bewijs.

Uiteraard wilde ik mijn certificaat laten signeren. Ik stuurde het daarom weer op naar Elisabeth Tonnard, samen met een ander boek dat ik al van haar had. Dat was de uitgave De wolkeen uitgave in de Slibreeks, waarover in een volgend blog meer. En ik kreeg het terug, met de mededeling dat zij het niet kon signeren omdat het certificaat gemaakt was door Joachim Schmid. Maar dat briefje is voor mij genoeg voor de erkenning van de auteur, en ik zal het met mijn certificaat bewaren naast mijn onzichtbare boek.

Het was een mooi avontuur. Ik ben trots dat ik één van de boeken die volgens de KB tot het meest bijzondere behoren dat door vrouwen in Nederland is gemaakt nu bezit. En ook nog na zo'n mooie zoektocht, waaruit wat mij betreft blijkt dat als je een boek écht wilt hebben, het op één of andere manier altijd naar je toekomt.

Naschrift: Een reactie onder dit bericht verwijst naar een tweet die ik graag herhaal. Sowieso waardevol om het twitteraccount @FrankBoeken te volgen. Hij schrijft: "Laatst had ik een klant die ook een exemplaar bezat, maar het steeds kwijt was. Na overleg hebben we besloten een onzichtbare overslagdoos te maken met een zichtbaar titelschildje. De rekening bedroeg ruim 900 euro. Het benodigde materiaal was immers moeilijk te vinden.😆". Ik ben dan wel benieuwd hoeveel materiaal er dan gebruikt wordt. Want het zou wat zijn als het onzichtbare boek er uiteindelijk toch niet inpast... 


zondag, oktober 27, 2019

Onzichtbare boeken bij de KB (1)

In het eerste weekend van oktober van dit jaar was er in het kader van het weekend van de wetenschap een mooie gelegenheid om een rondleiding door de Koninklijke Bibliotheek te krijgen. Wat mij aantrok in de aankondiging was de tekst was de melding "met rondleidingen door de ondergrondse magazijnen, workshops zoeken in online bronnen en een presentatie over de digitale jaren negentig" Met name de ondergrondse magazijnen wilde ik wel eens zien: als daar alle in Nederland of in het Nederlands gemaakte boeken staan, hoe ziet dat er dan uit?
De rondleiding bracht ons die middag door de hele KB. Aan het begin van de rondleiding werd nog gevraagd waar de belangstelling naar uitging. Om te voorkomen dat we te lang op allerleid 'bovengrondse' plekken zouden blijven maakte ik duidelijk dat met name de ondergrondse magazijnen het doel van mijn bezoek waren.
Dit wilde niet zeggen dat de rest van het bezoek oninteressant was, integendeel. We kregen een mooi kijkje in het reilen en zeilen van de KB, het gebruik van verschillende ruimtes en catalogi (zoals de balie Bijzondere Collecties). Wat ik niet wist, maar wat wel logisch is, is dat elk boek bij bijzondere collecties wordt gewogen voordat het wordt uitgeleend. Diefstal van pagina's uit boeken kan dan snel ontdekt worden (nog los van het feit dat elke bezoeker in die ruimte door meerdere camera's in de gaten wordt gehouden). Ook kregen we een boeiende presentatie over de digitalisering van materiaal. Aan de ene kant is er de situatie dat digitale bronnen evolueren: als het materiaal dat op floppy of CD-i beschikbaar is, kan straks niet meer gelezen worden. Dus dat moet worden omgezet. Tegelijkertijd blijkt dat digitaal materiaal kan beschadigen: een byte hier of daar die beschadigt, kan een werk ontoegankelijk maken. Dus hoe houd je digitaal materiaal voor de toekomst beschikbaar? En daarnaast: Als steeds meer materiaal uitsluitend digitaal beschikbaar is, dan moet een instituut als de KB allerlei nieuwe manieren vinden om het materiaal te verzamelen. Ik schreef in 2013 al hoe ik een brief kreeg van de KB waarin werd aangekondigd dat mijn weblog verzameld en "duurzaam opgeslagen" wordt. Tijdens de rondleiding hoorde ik dat ongeveer 0,15% van de .nl websites gearchiveerd is... Ik was toch blij dat ik niet bij die 99,85% van het Nederlandse internet hoor. Ik ben al een buitenbeentje omdat ik überhaupt wel eens een boek lees, zelfs wel eens een boek koop en intussen mijn 3500e boek in mijn collectie heb gezet... Dat ik ook nog een buitenbeentje van het internet ben kan er dan nog wel bij.

Uiteindelijk kwamen we dan toch in het ondergrondse boeken, het 'onzichtbare' deel van de KB. Ook hier weer een grondige uitleg over hoe de boeken binnenkomen en hoe ze verwerkt worden. Het is even omschakelen om in deze immense verzameling van boeken te kijken. De boeken worden er niet op auteur of alfabetische volgorde gezet, maar ze worden gesorteerd op formaat. Uiteindelijk is dat de meest efficiënte manier van opslaan natuurlijk, maar het ziet er vreemd uit. En per formaat staan de boeken er op volgorde van binnenkomst, zodat er geen enkele logica in zit. Maar dat hoeft ook niet, een boek is op andere manieren vindbaar. Het blijft toch een beetje vreemd om een roman naast een juridische verhandeling, naast een gebruiksaanwijzing van een auto naast een reisgids te zien staan... zonder enig verband anders dan de grootte. Achter deze ogenschijnlijke chaos bevindt zich echter een ijzeren logica die maakt dat elke boek systematisch wordt opgeslagen en terugvindbaar is. Hoewel... er wordt wel eens een boek op de verkeerde plek teruggezet, en dan is het kwijt. Want hoe moet je het ooit teruggevinden als het niet bij het goede nummer wordt neergezet. Onze rondleider gaf aan een neus voor verkeerd geplaatste boeken te hebben. Als hij een melding krijgt van een boek dat kwijt is, dan kijkt hij naar de informatie en dan heeft hij wel een idee waar het zou kunnen zijn, en meestal klopt dat. Maar er zwerven dus ook boeken in de KB die er wel zijn, maar die niemand meer kan vinden omdat ze op de verkeerde plank staan waar niemand kijkt...

Sowieso was het ook op een andere manier vervreemdend om naar al die boeken te kijken. Ik bekeek een enkel boek en dan heb ik de zoveelste druk van een middelmatige roman in handen. Ik denk dat de kans dat dit boek ooit opgevraagd wordt of onderwerp van onderzoek is zo'n 0% is. Idem voor gedateerde informaticaboeken (de zoveelste druk van een boek over Windows '95) bijvoorbeeld. De KB doet zo zijn best om álles te verzamelen wat er in Nederland, in het Nederlands of over Nederland wordt geproduceerd en dan staat het daar maar... Zoals van het hele Nederlandse internet 0,15% wordt verzameld zou het mij niet verbazen als van alle boeken in de KB 0,15% ooit wel eens opgevraagd wordt. Of zou dat nog een hoge schatting zijn? Desondanks is het mooi en goed dat hier het geheugen van Nederland in papier staat opgeslagen. In de koele, gesloten ruimtes onder het centrum van Den Haag staan alle onzichtbare boeken keurig in het gelid.

Ik vroeg nog of uitgaven in eigen beheer ook in de KB worden opgenomen. Dat bleek zo te zijn. Ik dacht altijd dat die eigen beheer uitgaven niet welkom waren in de KB, maar waarom eigenlijk niet? Als de KB dit weblog al verzamelt, waarom dan niet de in eigen beheer uitgegeven jeugdherinneringen van iemand, of een verhandeling van een onderwerp dat iemand zelf heel interessant vindt (en de rest van Nederland niet)? Dus iedereen die iets in eigen beheer uitgeeft en het opstuurt naar de KB, kan rekenen op een dankbare ontvangst en een plekje ergens op een anonieme plank in een kelder met betere klimaatbeheersing dan bij de schrijver thuis. Dus de kans dat het werk in de KB overleeft is waarschijnlijk veel groter dan bij de schrijver thuis, en dat is een geruststellende gedachte.

Na deze boeiende rondleiding gingen we nog even langs de tentoonstelling "Bijzondere vrouwen, bijzondere boeken". Daar kreeg het fenomeen "onzichtbare boeken" weer een heel andere dimensie. Maar dat is onderwerp van mijn volgende blog.

maandag, juli 29, 2019

Gesigneerd jeugdsentiment op Marktplaats

Ooit in een ver verleden werkte ik in Den Haag op het kantoor van het toneelgezelschap de Haagsche (of Haagse) Comedie. Een mooi, klassiek, legendarisch toneelgezelschap dat de prachtige Koninklijke Schouwburg in Den Haag als thuisbasis had en voorstellingen speelde in het hele land. De Haagse Comedie bracht werk, vooral repertoirestukken, op de planken van alle klassieke auteurs: Shakespeare, Tsjechow, Moliere, Racine, Euripides. Maar daarnaast ook modernere stukken: Scola, Ibsen, Medoff, Brecht, Ayckbourn, Albee. Het werken bij de Haagse Comedie - ik kwam er toevallig via een uitzendbureau terecht - was mijn intrede in de wereld van het theater en het was mooi om de wording van een stuk van begin (eerste planning van het repertoire, repetities) tot eind (premiere in de Koninklijke Schouwburg) mee te kunnen maken. En om al die mensen te ontmoeten die relatief onzichtbaar theater mogelijk maken: portiers, kaartverkopers, decorbouwers, mensen van het kledingatelier, iedereen op kantoor... er moet een hoop gebeuren voordat een stuk daadwerkelijk op de planken staat. Het was ook bijzonder om elke dag vrijelijk in de oude Koninklijke Schouwburg rond te kunnen lopen: de trappetjes, de gangetjes, onder het toneel, over de zolder... veel romantischer dan dat wordt een werkplek niet.

Maar aan alles komt een eind en de Haagse Comedie werd na 40 jaar te hebben bestaan in 1988 Het Nationale Toneel. Ik herinner mij nog de allerlaatste premiere van de Haagse Comedie in de Koninklijke Schouwburg waar ik natuurlijk bij was (Happy End van Dorothy Lane [Kurt Weill en Bertolt Brecht]), evenals de allereerste (geruchtmakende) voorstelling van het Nationale Toneel in diezelfde Koninklijke Schouwburg. Woyzeck van Georg Büchner op 14 oktober 1988. Voor een deel van het keurige Haagse publiek dat de Haagse Comedie was gewend was het wat teveel van het goede en mensen liepen tijdens de try-out uit de zaal. Toch is het allemaal goedgekomen met het gezelschap en ook Het Nationale Toneel werd een gerenommeerd gezelschap in Nederland.

Eén van mijn taken als medewerker van de Haagse Comedie en Het Nationale Toneel was het kopiëren van scripts in de oerversie, voor de acteurs en regiseurs voor de eerste lezingen en repetities van het stuk. Dat ging destijds nog met een stencilmachine, beste lezers uit het digitale tijdperk, maar dan had je wel eer van je werk (en vieze vingers). Wanneer het stuk dan uiteindelijk werd opgevoerd in het theater, dan waren van de grotere producties tekstboekjes beschikbaar zoals dat nu ook nog steeds het geval is.

De oude Haagse Comedie heeft verschillende tekstboekjes uitgebracht. Vanaf 1980 verschenen de tekstboekjes in uniform formaat en genummerd (nummer 1 was Zonder gekheid van Alan Ayckbourn). Ik was toen al besmet met het bibliofilie-virus en daarom wilde ik graag de hele serie tekstboekjes (er waren er 50) compleet hebben. Het scheelde dat ik werkte op het kantoor, zeker toen bij de vorming van het Nationale Toneel alle tekstboekjes van de Haagse Comedie in de uitverkoop gingen. Ook de bezoekers van de Koninklijke Schouwburg sloegen groots in om hun collectie compleet te maken: alle boekjes gingen weg voor een gulden (in plaats van fl. 7,50) en mensen gingen met stapels de deur uit. Maar ik kwam er nog verschillende te kort. Vanaf dat moment begon de moeizame zoektocht naar de ontbrekende nummers. In de tijd (stenen tijdperk) voor het internet betekende dat in alle antiquariaten en kringloopwinkels naar het kastje met toneelteksten zoeken en dan maar hopen dat het ontbrekende nummer er tussen stond. Ik heb jaren gezocht naar een exemplaar van de tekst van Peter Hacks Een gesprek in huize Stein over de afwezig heer Von Goethe.
Uiteindelijk vond ik het bij Die Schmiede in Amsterdam en toen was mijn collectie compleet. Maar zelfs in deze digitale tijd is deze laatste een lastig te vinden tekst: op dit moment wordt het voor zover ik weet nergens online aangeboden. Dus wie vandaag dit boekje wil hebben resteert de ouderwetse gang langs offline locaties om het te vinden...

Maar uiteraard bracht ook Het Nationale Toneel tekstboekjes uit. Ook in een serie in uniform formaat en leuk om te verzamelen. Nadat ik niet meer werkte op kantoor, werkte ik nog wel in de avonden tijdens voorstellingen in de Schouwburg als verkoper van tekstboekjes en verstrekker van informatie. Een leuke bijbaan, ook al omdat je gratis naar alle voorstellingen mocht (hoewel je sommige stukken wel heel vaak zag. Dat was niet altijd een straf: ik heb Anne Wil Blankers zien schitteren in Shirley Valentine en die uitvoering heb ik denk ik wel een keer of acht gezien, zonder mij een seconde te vervelen. Maar ach, in welk stuk heeft Anne Wil Blankers níet geschitterd? Ik ken meer mensen die een paar keer zijn teruggekomen voor deze voorstelling. Of wat te denken van de Gysbreght, heel mooi uitgevoerd met Victor Löw en Peter Tuinman. Ook een keer of vijf gezien). Dus ik bezit ook een rijtje tekstboekjes van Het Nationale Toneel, al is het niet compleet: ik ben gestopt bij nummer 11 want toen stopte ik met werken bij het gezelschap. Ik heb eerlijk geen idee tot hoever de serie is voortgezet en of deze nog wordt voortgezet. Als ik in de catalogus van de KB zoek kom ik niet verder dan nummer 24, maar er zijn er vast meer.

Naast tekstboekjes van de Haagsche Comedie kocht ik in die tijd ook een paar andere jubileumboeken van het gezelschap uit eerdere jaren: bij gelegenheid van het 15-jarig bestaan, het 25-jarig bestaan en het 40-jarig bestaan. Dit vormt allemaal bij elkaar nog steeds de hoofdmoot van mijn theaterplankje in mijn bibliotheek. Eerlijk gezegd heb ik er de afgelopen jaren weinig aandacht aan besteed en het stond er maar een beetje te staan. Tot ik een paar weken geleden bij toeval op Marktplaats tekstboekje nummer 2 van het Nationale Toneel (Alkestis van Euripides) aangeboden zag in een bijzondere versie: een gebonden editie (tekstboekjes zijn standaard paperback), genummerd en gesigneerd door regisseurs en acteurs. Die moest ik natuurlijk hebben en dat lukte: er is weinig interesse voor dit soort uitgaven kennelijk. Op de foto is mijn exemplaar te zien: nummer 74 van 100, daarnaast waren er 1500 paperbacks (waarvan ik er al eentje had). Zichtbaar zijn de handtekeningen van o.a. regisseur Shireen Strooker, Wil van der Meer (Apollo), Jacqueline Blom (Alkestis), Gijs Scholten van Aschat (Admetus), Alfonse Cox (pleuranten), Marnie Blok, Joke Last, Wim van Rooij en Marjan Linnenbank  (allen koor).

Wat een plezier om zomaar ineens een kijkje in het verleden te nemen. Namen van mensen voor wie ik werkte en die mij - als manusje van alles op kantoor - vermoedelijk niet zullen herinneren. Een aantal is trouwens al overleden, zoals vorig jaar Shireen Strooker en Wim van Rooij. Maar het zijn desondanks zoete herinneringen aan een mooie tijd, die bij tijd en wijle ook woelig was. Bijvoorbeeld door de Fassbinder affaire van Jules Croiset, die ook impact had op zijn broer Hans Croiset als leider van het Nationale Toneel en waar wij op kantoor het nodig van meekregen. Eerst door de “ontvoering” zelf en later de dramatische nasleep toen bleek dat het allemaal nep was. Later verwerkte Harry Mulisch deze affaire in het boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid. Maar er zijn ook veel warme herinneringen aan de collega’s van kantoor van toen, waarvan een enkeling ook helaas al is overleden.

Maar deze uitgave levert naast mooie herinneringen en een waardevolle aanvulling op mijn collectie ook tal van vragen op. Waarom wist ik - als medewerker van het gezelschap notabene - niets van deze speciale editie? Ik verkócht immers de tekstboekjes van het toneelgezelschap (maar niemand vertelde mij ooit iets..). Maar ook: is dit de enige uitgave die in een gebonden, genummerde, gesigneerde versie werd uitgegeven? Of werd van elk tekstboekje zo’n bijzondere editie gemaakt? Dat is immers niet zo ongebruikelijk, vaak genoeg worden van seriematige uitgaven in grote oplagen een paar exemplaren in een mooie editie gemaakt. Denk maar aan de boekenweekgeschenken: naast 800.000 gratis exemplaren zijn er altijd zo’n 250 gebonden en genummerde edities voor de auteur en relaties en vrienden van de CPNB. Ik kan online in elk geval geen andere luxe exemplaren en ook geen verdere informatie vinden. Niks in de catalogus van de KB, niks bij Antiqbook of Boekwinkeltjes, niks bij Abebooks, niks online.. Het zal een raadsel blijven totdat er wellicht ooit weer zo’n exemplaar opduikt bij Marktplaats of op een veiling. Maar zelfs dan: zolang ik het verhaal erachter niet ken, kom ik geen stap verder. En weet ik dus ook niet of ik op jacht moet naar vergelijkbare exemplaren van de andere titels van Het Nationale Toneel.

Kan een van de lezers van dit blog mij wellicht verder helpen?

maandag, juli 08, 2019

De Dordste boekenmarkt: meet, greet en meer boeken

Het is dat mijn dochter mij eraan herinnerde dat het bijna tijd was voor mijn beurt op de meet & greet met bloggers en vloggers in de Dordtse bibliotheek anders was dit stukje niet geschreven. Ik was namelijk afgeleid en verdwaald in een van de honderden kramen ergens in het centrum van deze prachtige stad. Ik had net een hilarische dialoog gehoord tussen twee boekverkopers en een klant. De klant stond te bladeren in een dik boek van Johannes van Dam en ongevraagd nam de boekverkoper het woord:
Verkoper 1: Nieuw is het 50 euro.
Klant: Wat?
Verkoper 1: Nieuw is het 50 euro
Klant: Oh...
(Stilte)
Verkoper 2: En nu dan?
Verkoper 1: Wat?
Verkoper 2: Nieuw is het 50 euro. En nu dan?
(Klant bladert ondertussen rustig door)
Verkoper 1: 25 euro
Klant: Dat is mij te duur. Ik geef er 20 voor
Verkoper 1: Akkoord

Even later staat er in dezelfde kraam een klant met drie Kuifjes in zijn hand (hardcovers).
Verkoper 2: Vindt u ze mooi?
Klant (man, midden 50, kalend): Mjah (je ziet hem denken: niet te gretig kijken...)
Verkoper 2: U heeft er verstand van zo te zien. Wat vindt u ze waard?
Klant: Tsja, dat weet ik niet (je ziet hem denken: ik moet oppassen dat ik niet verkeerd gok)
Verkoper 2: Stel u bent mijn compagnon en u mag deze boeken prijzen. Wat adviseert u mij om in het boek te zetten?
Klant: Ehmm...
Verkoper 2: Ik heb echt advies van u nodig. Wat zou dit waard zijn?
Klant: Mmmm...
Verkoper 2: Oké, ik ga u een plezier doen. De prijs voor deze drie is... wat zal ik er van maken... omdat u er verstand van hebt... de prijs van deze drie wordt... even denken... ik maak het af op... 21 euro!
Klant: Ik hou meer van Suske en Wiskes..

En zo ging het de hele dag op de boekenmarkt. Ik vroeg mij af hoe verkopers deze boekenmarkt waarderen, ten opzichte van bijvoorbeeld Deventer. Verschillende verkopers gaven aan dat Dordrecht hun favoriete boekenmarkt was. Het is ruim opgezet, het is er lekker rustig in tegenstelling tot Deventer en dus kunnen mensen goed zoeken. Een boekverkoper (en een klant die zich in het gesprek mengde beaamde dat) gaf aan dat het in Deventer na tien uur ‘s morgens zo druk is, dat je eigenlijk nergens meer kan zoeken omdat mensen drie rijen dik voor de kramen staan. “Vooral langs de IJssel is het niet te doen”. Ik suggereerde nog dat het wel meer omzet oplevert maar toch won Dordrecht het nog. Ook omdat er in Dordrecht kennelijk een verbod is op kramen vol met uitverkoop. Het schijnt dat de organisatie daar ook op handhaaft. Desondanks zag ik nog wel een aantal kramen met vrijwel alleen boeken voor 2,50, of alles halve prijs. Maar ik zag zeker ook veel kwaliteitsboeken en meer dan ik gedacht had.
Er waren natuurlijk ook handelaren onder de bezoekers op de markt. Ik zag bij een kraam, waar ik iets voor 5 euro afrekende (en waarbij de pinautomaat weigerde, zodat mijn aankoop zeker 10 minuten duurde...) iemand met drie tassen vol zware in leer gebonden boeken weglopen. Dat bleek een Duitse handelaar die in Dordrecht inkopen kwam doen. De verkoper zei dat zijn prijzen laag waren, maar dat hij liever veel omzet had dan zijn prijzen te verhogen (“Ik krijg zoveel boeken aangeboden meneer, ik raak ze anders niet kwijt). Een dialoog aan een andere kraam:

Klant (om circa half elf ‘s morgens): Er zit niet veel goed spul tussen hè?
Verkoper: ...
Klant: Ja, ik ben namelijk een handelaar dus ik ben altijd op zoek naar goede spullen
Verkoper: De echt handelaren waren hier vanmorgen om 7 uur om de goede spullen te kopen..

Ondertussen zit ik aan mijn tafeltje in de bibliotheek deze blog te schrijven en er lopen mensen in en uit de bibliotheek. Mij aanspreken is er nog niet bij, hoewel de organisator moedige pogingen doet mensen te interesseren voor mijn aanwezigheid. De enige vragen die ik heb gekregen zijn waar de koffie-automaat staat (weet ik niet) en of er ook afgeschreven boeken worden verkocht in de bibliotheek (vast wel, maar niet hier).  Zojuist tuurde een man met een mooie lange paardenstaart (in vlecht) naar de poster waarop ik met mijn mede bloggers/vloggers aangekondigd sta maar hij liet het bij “hm” alvorens verder te lopen: geen behoefte aan een meet, laat staan een greet, met sneuper kennelijk. Ik voerde wel een mooi gesprek met de blogger/recensent die na mij kwam: Alek Dabrowki. Hij gaat aan de slag met de kandidaten voor de debutantenprijs van wie de winnaar later vandaag bekend wordt gemaakt. We wisselden boekentips en interessegebieden uit en bewonderden elkaars aankopen. Ook gaven we feedback aan de organisator hoe dit mooie idee voor een volgende keer nog veel succesvoller georganiseerd kan worden. Want het is een geweldig initiatief om op de boekenmarkt bloggers en vloggers uit te nodigen wat mij betreft, en het kan voor de bezoekers echt toegevoegde waarde hebben. Maar deze keer liet de belangstelling nog iets te wensen over.

De grote vraag is natuurlijk wat ik zoal heb geoogst op deze boekenmarkt. Tot mijn grote vreugde vond ik verschillende boeken over boeken. In één ervan vond ik een directe verwijzing naar de Dordste boekenmarkt. Ik kocht  namelijk Drie ABC’s voor boekenvrienden van Frank van Pamelen en Ed Schilders, uitgegeven door de Stichting Dr. PlJ. Cools. Ik schreef al eerder over een hele collectie uitgaven van deze Stichting die ik kreeg, maar deze uitgave zat er toen niet tussen. Het boekje werd in 2010 uitgegeven ter gelegenheid van de Tilburgse boekenmarkt. Van Ed Schilders zijn verschillende columns opgenomen die eerder verschenen in de Volkskrant. Bij de letter P gaat het over Precies en het gaat over de rekkelijken en de preciezen onder de bezoekers van de boekenmarkt. De column begint en eindigt zo:
Eerst dacht ik nog dat het te maken had met de biologische klok, maar het bleek principiëler te liggen: een scheiding der geesten. Zeven heren gaan de boekenmarkt in Dordrecht bezoeken en proberen afspraken te maken over wie met wei meerijdt, waar men elkaar treft en vooral op welk tijdstip zij vertrekken zullen. Dan blijken er twee soorten bezoekers te zijn. De preciezen zijn de matineuze marktgangers. Zij zijn ervan overtuigd dat zij reeds ter plekke dienen te zijn als de handelaren hun kramen inrichten. Desnoods trekken zij zelf de bananendozen open. (...) Zelf behoor ik tot de rekkelijken. De zeer rekkelijken, mag ik wel zeggen. Het lijkt mij uitgesloten dat zich in mijn boekenkasten één exemplaar bevindt dat vóór elf uur ‘s morgens is aangeschaft. (...) Maar het belangrijkste is dat ik nooit de indruk heb gehad dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de inhoud van mijn portemonnee en het tijdstip waarop ik ben opgestaan; mijn portemonnee is na elke boekenmarkt altijd leeg.

Zoals altijd virtuoos geschreven door Ed Schilders. Ik kon nog wat meer aankopen doen, mede door de vrijgevigheid van mijn zus ter gelegenheid van mijn verjaardag (Marjonne bedankt!) en zo vond ik onder meer de uitgave van Seneca “Tegen bibliofilie”, die als nieuwjaarsuitgave verscheen bij Burgersdijk en Niermans. Een miniboekje met een korte tekst van de Romeinse auteur die waarschuwt tegen teveel boeken. Ik hoop natuurlijk ooit het hele setje nieuwjaarsuitgaven van B&N te bezitten, maar dit is in elk geval een goede start. Andere boeken over boeken die ik kocht waren onder meer de uitgave Festina Lente over de drukker/uitgever Aldus Manutius, uitgegeven door de Walburg Pers in 1986. Ik vond nog een paar nieuwjaarsuitgaven van uitgeverijen, waaronder eentje van Petrarca (Brief aan het nageslacht) die ik kocht omdat ik meer Petrarca in mijn bibliotheek wil hebben. Deze grondlegger van het humanisme en eerste verlichte denker uit de 14e eeuw staat in feite aan het begin van de samenleving zoals wij die kennen.

In de vele bakken met ‘ongeregeld’ die in diverse kramen staan met allerlei uitgaven voor een euro vond ik nog De kunst van het liegen, een uitgave van de “Britschen Voorlichtingsdienst en Landsdrukkerij” uit 1944 waarin uitspraken van Hitler en Goebbels naast de feiten zijn gelegd. Kennelijk een poging uit de oorlogsjaren om “fake news” te ontzenuwen en de sympathisanten van de nazi’s te laten zien dat beide heren - en het hele systeem daaronder - leugenachtig zijn en de waarheid verdraaien. Het is een mooi drukwerkje, in kleur, en het is apart om te beseffen dat in toen dit boekje in 1944 gemaakt en verspreid werd het einde van de oorlog nog niet in zicht was. Het pamflet was voorzien van een lange ondertitel, namelijk: ‘Een korte handleiding voor beginners en meer gevorderden in de ingewikkelde kunst van het liegen uit den meest op den voorgrond tredende voorbeelden van de hand der wereldheerschers.’ Aan de hand van voorbeelden werd het publiek duidelijk gemaakt dat Hitler en Goebbels logen zoals ze ademden, namelijk altijd. Hitler besefte overigens, zo valt te lezen in Mein Kampf, dat leugens lang bij mensen blijven hangen: ‘De meest schaamteloze leugen laat altijd een spoor achter, zelfs indien zij is weerlegd, een feit, dat aan alle beroepsleugenaars in deze wereld bekend is en ook aan allen, die met elkaar samenzweren in de kunst van het liegen’.

Al met al een leuke en productieve dag in Dordrecht!

zondag, juni 30, 2019

Meet & greet met Sneuper: 7 juli op de Dordtse boekenmarkt

Kom op 7 juli 2019 naar de boekenmarkt in Dordrecht voor een meet en greet met vloggers en bloggers - waaronder ikzelf. In de bibliotheek van Dordrecht, in het prachtige pand aan de Groenmarkt 153, zijn boekenbloggers en boekenvloggers aanwezig volgens een tijdschema. Vanaf 12.00 uur ben ik van de partij in de bibliotheek om hopelijk te schrijven over de mooie aanwinsten die ik op de boekenmarkt heb gedaan of andere boeiende zaken die ik ben tegengekomen. Of over jou, als ik je zie in de bibliotheek.

Het is de 24e boekenmarkt in Dordrecht, en daarme is de boekenmarkt ouder dan dit boekenblog. Met 450 kramen behoort het tot de grootste boekenmarkten van Nederland. Ik heb al even bij de deelnemers van dit jaar gekeken en een shortlist gemaakt met kramen waar ik in elk geval even langsmoet. Ik moet immers wel iets hebben om over te schrijven komende zondag! Aan de andere kant, elk van de honderdduizenden boeken die komende zondag in Dordrecht te koop is heeft een goed verhaal en het is de kunst dat verhaal te ontsluiten.

Waarom doe ik mee aan deze meet & greet? Ik schrijf dit blog immers al 15 jaar onder pseudoniem. Dit doe ik omdat ik het belangrijk vind dat mijn verhalen over boeken centraal staan. Het doet er niet zoveel toe wie ik ben of wat ik verder doe. De eerste jaren was ik vrij precies in het voorkomen van 'ontdekking' van mijn echte identiteit. In latere jaren was dat wat minder; wie een beetje handig googlet vindt snel uit wie ik ben. Dus toen ik een mailtje kreeg van de Dordtse bibliotheek met het verzoek om deel te nemen aan deze blogger/vlogger bijeenkomt vond ik dat eigenlijk een heel leuk idee. Het was Perkamentus die mijn naam aan de organisatie had doorgegeven, maar hij kan zelf helaas niet komen. Ik ben benieuwd welke andere collega-bloggers ik wel ga tegenkomen!

Kortom, alleen maar goede redenen om naar Dordrecht te komen komende zondag. Het is allereerst een prachtige stad die elke dag een bezoek waard is. Daarnaast is het een kans om heerlijk tussen de boeken te struinen. En jullie kunnen kennis maken met je favoriete blogger. Tot ziens op zondag!


zondag, juni 16, 2019

In de voetsporen van Uffenbach (2)

Zoals ik in mijn vorige post beloofde, gaan we nu daadwerkelijk in de voetsporen van Zacharias Conrad von Uffenbach terechtkomen. En waarom is dit dan zo boeiend? Allereerst omdat ik sinds kort twee titels gerelateerd aan (en met tekst van) deze Duitse geleerde, bibliofiel, boekverzamelaar, reiziger, paleograaf , burgemeester en consul (1683-1734) bezit. En daarnaast omdat het gewoon een razend interessante man was. Zo interessant dat er in 2017 nog een boek verscheen over een latere reis van de hele familie Von Uffenbach naar Nederland. Deze reis uit 1718 vond zo’n 8 jaar plaats na de reis die Zacharias maakte met zijn jongere broer Johann Friedrich en waarover ik het in deze blog wil hebben. De reis uit 1718 was een plezierreis langs vele steden in de Nederlanden die werden bezocht met behulp van trekschuit, rijtuigen en berlines. Het reisgezelschap toonde bijzondere interesse voor buitenplaatsen, fraai aangelegde tuinen, kerken en industriële processen.

Bibliotheek van Zacharias Conrad von Uffenbach.
Titelpagina voor: Bibliotheca Uffenbachiana Universalis, 1729-1731.
Door Johann Friedrich von Uffenbach. 
De reis van Zacharias Conrad en zijn broer Johann Friedrich die internationaal het meest bekend is, is die van 1710-1711 naar Noord-Duitsland, Nederland en Engeland. Zacharias was een hoog opgeleide nakomeling uit een geslacht van bestuurders en geleerden. Geboren in 1683 studeerde hij in Straatsburg en Halle. Na zijn rondreizen werd hij o.a. burgemeester van Frankfurt en daardoor kreeg hij steeds minder tijd voor zijn boekencollectie. Uiteindelijk liet hij een 4-delige catalogus maken van zijn boeken en zijn bezit werd enkele jaren voor zijn dood geveild, waarmee een einde kwam aan zijn bibliotheek van zo'n 12.000 werken. Jacob Dirks schrijft over hem: "Zijn levensbeschrijver [Joh. Georg Schelhorn] meldt ons, dat hij eene bijzondere geschiktheid bezat, om merkwaardige gesprekken en gewigtige vertellingen van de personen, die hij bezocht, op te teekenen, zonder dat zij het bemerkten. 'Dit kunstje,' zegt hij, 'bestond daarin, dat hij ook in zijnen zak kon schrijven en opteekenen.' De toenmalige kleeding moet hem daarin zekerlijk behulpzaam zijn geweest. De onze althans leent er zich nu niet toe."

Reisverslagen zijn van alle tijden en zijn ook altijd onderdeel van de wereldliteratuur geweest. Is bijvoorbeeld een van de oudste boeken die we kennen, de Odyssee van Homerus, niet ook een reisverslag? Feitelijke reisverslagen of geromantiseerde reisverhalen: ze spreken altijd tot de verbeelding. Niet voor niets organiseerde de CPNB jarenlang De weken van het reisboek (mét bijbehorend geschenkje. Ik zoek nog het exemplaar van 2001, beste lezer). Reizigers hebben altijd al hun ervaringen vastgelegd in reisverslagen en dagboeken. Wie hiervan houdt moet maar eens binnenlopen in één van de reisboekenwinkels die Nederland kent, of kijken op de site van het Onderzoeksinstituut Egodocument en Geschiedenis, waar in de categorie "reisverslagen" een overzicht wordt gegeven van alleen al bijna 500 in Nederland gepubliceerde reisverslagen. En daar zit veel moois tussen als je alleen naar de titels kijkt. Zoals deze:
Kort verhaal van het divertissant somertogje en pleijsierreysje hetgeen de Heeren Mr. Johannes Wasteau, Frederik van der Kerff en Pieter van Lelyvelt beneffens mij Mr. Pieter van Dorp in den jare 1732 hebben gedaen naar Brabandt, het Landt van Luijk en verdere plaatsen daar of daaromtrent gelegen.
Of deze uit 1702:
Dagverhaal ener seer aanmerkelijke reijse naar Spangien en Vigos, waarin naukeurig wordt afgeschetst de seltsame plondering van Porte Ste Marie bij Cadix en het bemachtigen en geheel vernielen der Spaansen silverde vloot en fransche oorlogsscheepen in Vigos gedaan door den heer Petrus Saunsliever, dienstpredikant op `lans vloote op het schip den 7 provinsies gevoert door vies admiraal Van der Goes etc.
Maar het gaat mij uiteraard om de subcategorie van reisverslagen van reizigers die het oogmerk hadden boeken te verzamelen, bijvoorbeeld als onderdeel van een wetenschappelijk georiënteerde rondreis. In goed Duits de "gehlehrte Reise" of  “Grand tour” die in de 17e en 18e eeuw populair werd. Helemaal mooi wordt het dan als de reiziger vastlegt wat hij of zij tijdens deze reis ziet, koopt en welke ontmoetingen er plaats vinden met handelaren en verzamelaars. Uffenbach is zo'n reiziger, maar we kennen uit Nederland bijvoorbeeld ook Baron van Westreenen (de naamgever van het prachtige boekenmuseum Meermanno-Westreenianum). Zijn reis is vastgelegd in zijn "Journaal van W.H.J. Baron van Westreenen van zijn reizen naar Londen, Cambridge en Oxford in de jaren 1834 en 1835" (ik schreef er in 2008 een blogje over). Andere voorbeelden zijn Thomas Frognall Dibdin en zijn A Bibliographical Antiquarian and Picturesque Tour in France and Germany uit 1821 (ook daar schreef ik een blog over) en zijn A bibliographical, antiquarian and picturesque tour in the northern counties of England and in Scotland uit 1838. Al deze mensen waren op zoek naar aanvullingen voor hun eigen bibliotheek of die van hun opdrachtgever en zij legden de basis voor verzamelingen die ook vandaag de dag nog bewondering opwekken. En of dat nu de 17e eeuwse Jean Mabillon is die het deed voor de Franse nationale bibliotheek of de 20e eeuwse New Yorkse handelaren Leona Rostenberg en Madeleine Stern, zij reisden en zochten en nemen ons mee in de bijzondere ontmoetingen en verrassende vondsten tijdens hun reizen. In feite zijn zij de bloggers van hun tijd. Want ook ik maak wel eens een boekengerelateerd reisje waar ik over schrijf (zie dit blog), alleen is de reis korter en de opbrengst kleiner.

Reisroute van de broers Uffenbach in 1710-1711
Wat deze reizen ook zo fascinerend maakt is dat zij een beeld geven van de culturele ontwikkeling in de landen waar de reis doorheen gaat. Door ontmoetingen met bibliothecarissen, boekhandelaren en andere verzamelaars ontstaat er een ander beeld dan wanneer de reiziger landschappen, steden en dergelijke beschrijft. Dat dit tot de verbeelding spreekt blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat verschillende selecties zijn gemaakt van Uffenbach's reizen aan een bepaalde stad of bezoeker. Zoals het boekje London in 1710, from the Travels of Zacharias Conrad von Uffenbach uit 1934, Oxford in 1710 (1928), het verslag over zijn bezoek aan Franeker, of Anthonie van Leeuwenhoek, of de korte publicatie over Uffenbach in Groningen. In Vaderlandsche Letteroefeningen (jaargang 1859) verscheen een verslag van het bezoek aan Amsterdam onder de titel "Een Duitsch veelweter te Amsterdam".
Dergelijke heruitgaven en interpretaties achteraf deden zich ook voor bij de andere genoemde auteurs. Ik ben bijvoorbeeld heel blij met het boekje Dibdin in Parijs (1818) van Frans A. Janssen dat naast een weergave van de wederwaardigheden van Dibdin in die stad uit zijn Picturesque Tour ook een duiding is van het karakter en het optreden van Dibdin. Zo krijgen we meer zicht op de reden waarom er ruzie ontstond in deze stad en dat had alles te maken met de opstelling van Dibdin naar zijn gastheren...
Maar terug naar Uffenbach. Hij was immers ruim een eeuw eerder op pad dan Dibdin en Van Westreenen. Hij bezocht "op die reis, onder anderen, in ons land Groningen, Leeuwarden, Franeker, Harlingen, Bolsward, Zwolle, Deventer, Harderwijk, Amersfoort, Utrecht, Amsterdam, Haarlem, Leiden,'s Gravenhage, Delft en Rotterdam. Hij sprak er, om van andere minder bekende personen te zwijgen, Menso Alting, Antoon Schulting, Campegius Vitringa, Zacharias Huber, Gijsbert Cuper, Petrus Burman, Jacob Perizonius, Cornelis van Alkemade, Ant. van Leeuwenhoek, Jacob Gronovius, Herm. Boerhave, Joh. Musschenbroek, Tiberius Hemsterhuis, Conrad Bruin, Hadrianus Keiand, enz. Niet minder dan 4000 banden bragt hij voor zijne boekerij mede terug", aldus Jacob Dirks.

Uit de reis van Uffenbach heeft deze Mr. Jacob Dirks (1811-1892, jurist en numismaticus met veel publicaties over Friesland) dus ook een deel weergegeven, namelijk over het bezoek in Friesland. En dat is het boek dat ik onlangs bij Catawiki kocht. In het voorwoord van zijn boek geeft hij aan waarom hij tot deze heruitgave kwam, toen hij het boek aantrof in de Koninklijke Bibliotheek:
"Nadat ik het werk eens doorloopen had, bleek het mij spoedig, dat het zelfs nu, na zulk een lang tijdverloop,nog eene meerdere bekendheid verdiende. In het titel-vignet van het eerste deel leest men deze woorden: Fructus doctae peregrinationis, vruchten eener geleerde reize.Zie daar den inhoud aangeduid. Een overgroot aantal beroemde geleerden, kunstenaars, werktuigkundigen, verzamelaars van oudheden en zeldzaamheden, in Duitschland, de Nederlanden en Engeland, in 1709, 1710 en1711 levende, treden er in te voorschijn. Zij vertoonen er zich niet, gelijk hunne in koper gegrifte portretten,versierd met allongepruiken, en den arm geleund op dikke, door hen geschreven folianten; neen, Uffenbach bezocht ze aan hunne huizen, schetst menigmaal hun voorkomen, humeur, zeden en gebreken, laat ze ons en négligé zien en in den huiselijken kring. Het gevolg hiervan is, dat sommige wereldberoemde personen zich na die kennismaking geheel anders aan ons zullen vertoonen, dan wij zo ons tot lieden voorstelden, en dat ook op dit terrein weder de waarheid menigmaal bevestigd wordt van het bekende il n'y a point de héros pour son valet de chambre. Bovendien bevat dit werk eene, soms in kleinigheden vervallende, beschrijving van de plaatsen, door den schrijver bezocht; maar juist dit welligt heeft menig opschrift, door hem geboekt, aan de vergetelheid onttrokken, en menige plaatselijke bijzonderheid bewaard. Spoedig bleek het mij, dat het werk voor Friesland in het bijzonder niet van belang ontbloot was. De schrijver toch had eenen geruimen tijd (16 dagen) in dit gewest vertoefd; en dat hij dien tijd niet onbenuttigd gelaten heeft, bewijzen de aanteekeningen, gemaakt gedurende zijn verblijf te Dockum, Leeuwarden, Franeker, Bolsward, Hindeloopen, Molkwerum, Stavoren enz., die in het tweede deel ruim 80 bladzijden beslaan."
De AA kerk in 1710
Wie de vertaling van Dirks doorbladert ziet dat Uffenbach losjes en tegelijk gedetailleerd vertelt over zijn onmoetingen op zijn reis en de gebeurtenissen die hij meemaakt. Zo is hij in Groningen op het moment dat de toren van de Aa-kerk instort op 23 april 1710 en vertelt hij hoe hij vergeefs zoekt naar een handschift van Bonifatius (die ten onrechte vermeld wordt als onderdeel van een bibliotheek in Dokkum) en vervolgens welke gesprekken hij heeft in de trekschuit naar Leeuwaarden met "de heer van Alst, en zijn meisje". Uffenbach reist op basis van tips en ideeën van schrijvers, zoals het reisverslag van Heinrich Ludolf Benthem uit 1698 met de titel Holländische Kirch- und Schulenstaat. Toch zijn die verslagen niet altijd betrouwbaar, want "een eigentlijke ware boekhandelaar is hier niet. Ik kocht iets van hem, en vroeg, of er ook liefhebbers van boeken of andere curiosa hier waren? Hij scheen de zoodanigen niet te kennen. Dit verwonderde mij des temeer, omdat Benthem, t. a. p., I, S. 44, zegt, dat de hoofdstad van Friesland door vele geleerde en voorname lieden bewoond wordt; maar ik moet er bijvoegen, dat hij in het Ilde deel, C. iv, S. 285, niet anders dan langgestorvenen weet te noemen, die van hier afkomstig waren."

Een typisch voorbeeld van de stijl van Uffenbach vinden we op 22 april 1710:
“ Des namiddags gingen wij eerst bij prof. Campegius Vitringa. Wij verwonderden ons over des mans ellendig en slecht gezigt, maar nog meer over zijne doofheid, zoodat hij bijna niet hooren kon. Hij noodigde ons, om plaats te nemen, en haalde te gelijker tijd uit zijnen slaaprok eenen blikken hoorn, met zwart Ieder overtrokken, te voorschijn. Dezen hoorn hield hij voor het regteroor, en boog zich naar ons, opdat ik hem van zeer nabij daarin beroepen zoude. Ofschoon ik nog al tamelijk hard sprak, verstond hij mij toch niet, in zulk eene mate had de goede man het gehoor verloren. Ik moest alzoo zoo hard spreken, als ik kon, en men kan zich alzoo ligtelijk voorstellen, wat voor eene conversatie dit gaf. Hij vroeg ons naar het een en ander van de Duitsche universiteiten, en wij vernamen het een en ander van Ludolph Kusterus van hem. Onder anderen, dat deze door den koning van Pruissen tot hoogleeraar aan liet gymnasium te Berlijn (vermoedelijk voor Langen, naar Halle vertrokken) beroepen was, hetgeen hij echter niet aannemen wilde, en dat hij zich in Holland ophield. Wij hielden ons echter niet veel langer dan een half uur bij den heer Vitringa op: want wij waren elkander tot last. Hij gaf ons ook, en wel op eene eenigzins onbeleefde manier, te kennen, dat hij niet gaarne had, dat men hem bezocht; onder anderen zeide hij, dat wij op eenen verkeerden tijd, namelijk in de vacantie, hier gekomen waren, en voegde er bij, "mallem ego professores publice docentes audire,quam privatim compellere (ik zou liever de hoogleeraars publiek hooren onderwijzen, dan privaat gaan spreken)."

Of de ontmoeting met Johannes Lemonon, de mentor van Johan Willem Friso, op 23 april: "Hij is een tamelijk kenner van boeken en als Franschman weet hij ze zeer beleefd en aardig aan te wijzen, alhoewel hij al te veel kleinigheden te voorschijn bragt, en, over het algemeen, alles te zeer verhief. Dit heb ik echter liever, dan dat de menschen als stokken blijven staan, en in het geheel niets vertoonen of praten willen."

In het tweede Uffenbach-gerelateerde boekje dat ik kocht, de uitgave van Avalon Pers uit 1997 ter gelegenheid van het congres van de International Association of Bibliophiles (oplage 200 exemplaren) staat een inleiding van Paul Hoftijzer die ook benoemt dat Uffenbach goed voorbereid op reis ging: “When Uffenbach left Frankfurt in 1709, he was well prepared for the long journey abroad. He had read all sorts of history books and printed travel accounts and knew exacly what he wanted to see. He was equally well informed about recent developments in scholarschip through the new medium of the learned periodical press. But he was also interested in less spectacular aspects of the countries an peoples he visited, for instance the manner in which certain meals were cooked [...] or the quality of the local theatre”. In het vervolg van dit uitgaafje vinden we dan korte weergaven van zijn bezoek aan Groningen, Dokkum, Franeker, Deventer, Harderwijk, Rotterdam, Gouda, Den Haag, Leiden en Amsterdam. In de laatste stad bekijkt hij een atlas van Blaeu (in 43 delen) die wordt aangeboden voor 50.000 gulden (tegenwoordig zou dat omgerekend €500.000 zijn). Op voorhand vindt hij dit een belachelijke prijs, maar na het bezichtigen begrijpt hij waarom de atlas dit prijskaartje heeft.

Ik heb helaas geen exemplaar van de originele drie delen van de Merkwürdige Reisen. Ik heb er eerlijk gezegd ook niet eerder naar gezocht, want pas nu ben ik er echt enthousiast over geworden. Wat zou het een mooie aanvulling zijn op mijn mooie set boeken van Dibdin! De driedelige set van Uffenbach's reizen wordt ook nu nog regelmatig op veilingen aangeboden. In 2016 verwisselde een set bij veilinghuis Van der Wiele voor €700 van eigenaar (lot 1153 van de najaarsveiling om precies te zijn) en vorig jaar bij Zisska en Lacher een wat gemankeerd exemplaar (er missen diverse pagina's) voor €300. Maar ik kan op dit moment ook bij antiquariaat H. Carlsen in Kiel nu een fraaie set kopen voor €850.

Allemaal iets boven begroting. Maar het vuurtje is aangestoken; dat is wat boeken kunnen doen en dat is hoe je een verzameling bouwt. Ik prijs mij gelukkig met deze mooie aanzet voor een Uffenbach-collectie en ik weet dat de dag zal komen dat deze collectie aangevuld zal worden met een eigen exemplaar van de Merkwürdige Reisen. En u, beste lezer, bent de eerste die dan zal delen in mijn geluk.