zaterdag, december 15, 2018

De nachtmerrie van het hebben van een antiquariaat

Ooit toen ik nog studeerde had ik een bijbaan, en daar was een collega die werkzaam was bij uitgeverij J.M. Meulenhoff. Dat had onder meer als voordeel dat ik een keer mocht komen 'winkelen' bij de uitgeverij en mijn tas vol mocht laden met alle boeken die ik wilde hebben. Dat leverde onder meer een prachtige genummerde uitgave van het verzameld werk van Giorgio Bassani op, nog steeds één van mijn favoriete schrijvers.

Maar wij voerden ook wel eens gesprekken over ons gedroomde carrièreperspectief. Zo hadden wij een fantasie dat wij ooit een antiquariaat zouden bezitten (ik schreef er hier al eens eerder over). We hadden er ook een beeld bij: een oud pand in het centrum van een grote stad, waar - uiteraard - alleen maar goede boeken aanwezig waren en waar wij de dag lezend zouden doorbrengen, af en toe verstoord opkijkend als een klant onze rust verstoorde en het waagde om één van onze boeken van de plank te pakken. We waren er nog niet helemaal uit of we ook daadwerkelijk boeken wilden verkopen, maar dan hooguit de dubbele exemplaren. Over het verdienmodel hadden we verder nog niet nagedacht, wat overbleef was het romantische ideaal om te kunnen leven en werken omringd door boeken waar wij ons dag na dag in mochten verdiepen.

Het is allemaal uiteraard heel anders gegaan. Uiteindelijk ben ik wel een trouw bezoeker van antiquariaten geworden (en van Markplaats, en van boekenveilingen...). Maar ik moest aan deze dagdromerij terugdenken toen ik het boek van Shaun Bythell las, The diary of a bookseller. Bythell is eigenaar van The Bookshop, in het Schotse boekendorp Wigtown. In het boek neemt hij ons mee door een jaar in zijn boekwinkel. We lezen over zijn dagelijkse ergernissen rondom Amazon: de vijand van de zelfstandige boekhandel en tegelijkertijd een onvermijdelijk verkoopkanaal waar ook Bythell gebruik van maakt. Maar ook de contacten met tal van mensen die boekencollecties kwijt willen en aan Bythell proberen te slijten. Het meest vermakelijk zijn echter de dagelijkse gebeurtenissen met klanten: leuke klanten, boeiende klanten maar de overgrote meerderheid zijn de irritante klanten. Klanten die een rommel maken van zijn boekwinkel, klanten die proberen af te dingen op boeken die toch al goedkoop zijn, klanten die boeken komen zoeken en vervolgens op Amazon gaan bestellen, klanten die ronduit gestoord zijn... De ergste zijn nog wel klanten die het beter weten dan de boekverkoper, ook al hebben ze evident geen gelijk (de klant die blijft beweren dat het boek van Thomas Hardy Far from the Maddening Crowd heet, ook al legt Bythell het boek met de juiste titel voor hem neer. Een misdruk van de uitgever, aldus de klant...). Je gaat je afvragen waarom iemand in zo'n situatie überhaupt nog boekverkoper wil zijn.

Bythell start elke maand met een citaat uit Bookshop memories van George Orwell. Het citaat bij de maand juni typeert de gemiddelde klantenkring van The Bookshop:
There are always plenty of not quite certifiable lunatics walking the streets, and they tend to gravitate towards bookshops, because a bookshop is one of the few places where you can hang about for a long time without spending any money. In the end one gets to know these people almost at a glance.
Verschillende keren benoemt hij dat ook de echte boekenliefhebbers langdurig in de winkel rondhangen, maar zelden iets kopen. Helaas herken ik mijzelf daar ook in: ik kan heel lang in een boekwinkel blijven dromen bij de boeken die ik wil hebben en dan zonder iets te kopen naar buiten lopen. Gelukkig is Bythell verder druk met zijn medewerker Nicky (die volkomen onstuurbaar is, uitsluitend in chaos werkt en de meeste boeken in de verkeerde categorie zet), verschillende stagiairs en de organisatie van diverse festivals in Wigtown. Die met veel drank gepaard gaan, wat weer een dag vol hoofdpijn in de boekwinkel oplevert. Maar los daarvan is het boek doortrokken van klachten over het weer, de klanten, Amazon en de immer afnemende markt voor boeken.

Het boek van Bythell is lang niet het eerste boek over het leven in een boekhandel. Wie herinnert zich niet de twee winkeldagboeken van Hans Engberts en René Hesselink van het Utrechtste antiquariaat Hinderickx en Winderickx? Winkeldagboek verscheen in 2007 en Oude Gracht 234 in 2008 (ik schreef er een blog over in 2009). In deze twee boeken nemen de eigenaren ons mee in de vergelijkbare treurnis als Bythell: het weer in Utrecht is al net zo slecht als in Wigtown en de klanten in Hinderickx en Windericks lijken rechtstreeks afkomstig uit The Bookshop: dezelfde zwijgzwame zoeker, dralers, afdingers, zwervers en mafkezen. En tussendoor zich opstapelende boeken, inkoopacties, concurrentie met andere antiquariaten, winkeldochters die opeens een klant vinden en prachtige boeken die om mysterieuze redenen onverkoopbaar lijken.

Waarom is al deze treurnis zo heerlijk om te lezen? Misschien omdat het in het algemeen aantrekkelijk is om over de ellende van een ander te lezen: er worden nu eenmaal meer romans geschreven over de moeite en tegenslag van het leven dan over de zonnige kant van ons bestaan. Misschien ook omdat door alles heen de liefde voor het boek zichtbaar is: de basis van het gemopper is uiteindelijk dat de auteurs allemaal hun klanten zo graag willen voorzien van goede boeken. Natuurlijk, het is ook hun basis voor inkomen maar uiteindelijk genieten ze het meest van klanten die hun passie voor boeken delen En uiteindelijk zijn ze ook eerlijk, eerlijker in elk geval dan andere antiquaren.  Zo constateert René Hesselink op 30 januari 1996:
Ik lees wat in Offeren aan Mercurius en Minerva. De Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren 1935-1995 en ik moet zeggen, het valt niet mee. Al dat geklets over die statige panden en sfeervolle winkelruimtes waar de antiquaar zijn kostbare boekskes met zus-en-zo banden probeert te slijten. Kom, jongens antiquaren, wat meer vuurwerk! En verklap eens een heus geheim, of scheld een collega flink de huid vol. Maar nee, ze hebben zo en zoveel kinderen en ach, toen ging hun vrouw dood enzovoorts, etcetera.
Verder heerst er vandaag gelukkig één grote lange stilte. Iedere keer als ik gestoord word bij de lezing van Brouwers' brieven denk ik: komaan René, lees weer eens een hoofdstukje uit dat antiquarenboek, maar voortdurend grijp ik weer naar Brouwers, als een alcoholist naar de fles.
Ik las nog meer van dit genre in de afgelopen periode (het lijkt warempel wel of dit mijn favoriete leesvoer is!). Allereerst The little bookstore of Big Stone Gap, over twee mensen die daadwerkelijk hun dagdroom najagen en een boekwinkel beginnen in een klein stadje, waarna ze uitgroeien tot het lokale centrum voor ontmoeting, kunst en uiteraard boeken. De auteur Wendy Welch schrijft met zoveel liefde over haar klanten - die van hetzelfde slag zijn als die in Wigtown en Utrecht - dat ik ernstig overweeg Bythell en Engberts te vragen een tijdje met haar op te trekken om een nieuwe visie op het uitbaten van een boekhandel én een hoopvollere kijk op mensen te krijgen. De andere is Weird things customers say in bookshops van Jen Campbell. De verzamelde uitspraken van alle klanten die zij tegenkwam in respectievelijk Edinburgh en Londen. Ik ga toch wel vrezen voor de toekomst van de mensheid als er zo relatief eenvoudig een vijftal boeken te vullen zijn met de verbijsterende manier waarop klanten zich gedragen in boekwinkels:
(Customer is reading a book from the shelf, pauses and folds the top of one of the pages over, then puts it back on the shelf)Bookseller: excuse me, what are you doing?
Customer: I was just reading the first chapter of this book, but I am going to be late meeting a friend for lunch. So, I'm just marking it and I'll finish reading it when I stop by tomorrow.
Customer: Have you read every single book in here?
Bookseller: No, I can't say I have
Customer: Well you're not very good at your job, are you?
Customer: Do you have a copy of Nineteen Eighty Six?Bookseller: Nineteen Eighty Six?
Customer: Yeah, Orwell.
Bookseller: Oh - Nineteen Eighty Four.
Customer: No, I'm sure it's Nineteen Eighty Six; I've always remembered it because it's the year I was born.

Al met al is het maar goed dat mijn eigen plannen bij dagdromen zijn gebleven. Ik vrees dat ik teveel Bythell en te weinig Welch zou zijn geworden. Het had wellicht nóg een leuk boek opgeleverd in het bovenstaande rijtje, maar vooralsnog ben ik tevredener als klant dan als antiquaar.

dinsdag, december 04, 2018

Boekenvijanden

Onlangs kocht ik bij Catawiki voor een overzichtelijk bedrag een boekje dat ik al lang zocht: The enemies of books door William Blades. Met recht een boekje, want dit is een miniatuurboekje, uitgegeven door de Catharijne pers in Utrecht. En het is ook een boekje omdat het niet een herdruk is van het hele boek van Blades, maar alleen van het hoofdstuk Collectors. Het boekje meet 6,3 cm bij 4,4 cm, net iets groter dan een luciferdoosje. Het is verschenen in 1985 in een oplage van 250 exemplaren. Waar deze exemplaren zijn gebleven weet ik natuurlijk niet, maar van één exemplaar weet ik het wel, want dat staat bij Perkamentus thuis. Daar staat het samen met drie andere versies van het boek van  Blades. Twee andere versies van Collectors worden aangeboden via Abebooks. De andere 246 zijn over de wereld verspreid, en hopelijk niet gesneuveld door de in het boek van Blades beschreven vijanden.

William Blades was een bekende Engelse verzamelaar uit de 19e eeuw. Geboren op 5 december 1824 als zoon van een drukker, raakte hij al snel verzeild in de wondere wereld van het boek. Hij specialiseerde zich al snel in kennis van vroege drukkers (wat leidde tot een biografie van William Caxton, de eerste drukker in Engeland). Later mengde hij zich ook in de discussie of Laurens Janszoon Coster nu wel of niet de uitvinder van de boekdrukkunst was (en of de beste man überhaupt bestaan heeft, waar tegenwoordig ernstig aan getwijfeld wordt). Nadat hij een aantal wetenschappelijke werken had geschreven, produceerde hij in 1881 het iets luchtiger Enemies of books. In dit boek gaat hij in op verschillende vijanden van het boek: vuur, water, gas en hitte, stof en verwaarlozen, onwetenheid en schijnheiligheid, de boekenworm, boekbinders, verzamelaars, bedienden en kinderen.
Van boekwormen had Blades zelf trouwens ook nogal last in zijn eigen bibliotheek, maar hij heeft ze nooit kunnen uitroeien. In zijn voorwoord bij The pentateuch of printing stelt Talbot Baines Reed dat deze constatering door Blades werd beschouwd als "one of the failures of his life".

In zijn conclusie in The enemies of books verzucht Blades: “”Looked at rightly, the possession of any old book is a sacred trust, which a conscientious owner or guardian would as soon think of ignoring as a parent would of neglecting his child. An old book, whatever its subject or internal merits, is truly a portion of the national history; we may imitate it and print it in fac-simile, but we can never exactly reproduce it; and as an historical document it should be carefully preserved.

foto (c) Perkamentus
Dit is dan ook de reden van het noemen van verzamelaars als vijanden van boeken - niet alle verzamelaars beschouwen het bezit van boeken als een "sacred trust". Waar Blades op wijst is de gewoonte van verzamelaars om met name oude boeken aan stukken te snijden om houtsnedes, geïllustreerde pagina's of bijzondere teksten apart te verkopen (en daarmee de rest van het boek waardeloos te maken). Ook vandaag de dag nog staan op veilingen regelmatig losse pagina's uit incunabels te koop. Soms kan dat nog profijtelijk zijn ook: in 2016 bracht één blad uit een Gutenberg bijbel $47.500 op. Zelf heb ik  ooit een pagina uit de Neurenberg-kroniek gehad, die ik heb verkocht toen ik mijn eigen incunabel kocht. Ik slaap beter nu ik een compleet incunabel heb in plaats van één losse uitgesneden pagina.

Het boek van Blades is niet het eerste noch het enige over de vijanden van boeken. In mijn eigen collectie zie ik meerdere boeken rondom dit thema. Eén van de bekendste is Boekenpest (1988) van Boudewijn Buch, waarin net als in het boek van Blades systematisch wordt ingegaan op de vijanden van boeken. Buch zegt onder andere: "Als ik moest kiezen, was ik liever een zeehondje dan een boek. (...) Soms droom ik dat boeken zo schattig konden kijken als zeehondjes. Een hele natie en gans politiek Den Haag zou naar Pieterburen snellen om het boek te redden en van allerhande zegeningen te voorzien". Het boek is een "waarschuwende inventarisatie van de pest die geen grote groepen mensen de straat op krijgt". Büch beschrijft achtereenvolgens verdronken boeken, verbrande boeken, gebombardeerde boeken, gestolen boeken, valse boeken, verkeerde boeken, verboden boeken, miljoenen boeken, reddende boeken, verdwenen boeken, reizende boeken, verschimmelde boeken en aangevreten boeken. Allemaal situaties die boeken beschadigen en vernietigen. Opvallend is dat Büch geen verwijzing doet naar William Blades, althans volgens de index van het boek. Wel zegt hij dat nog nooit een boek als Boekenpest is geschreven, maar de categorieën lijken elkaar zeker wel te overlappen.

Een ander boekje is Boekenwurmen en ander ongedierte (1992) van Ed van Eeden.
In zijn boek beschrijft hij deels de liefde en de zorg voor boeken, maar hij besteed ook in enkele hoofdstukken aandacht aan de mishandeling en vernietiging van boeken. Van Eeden haalt overigens zowel Blades als Büch aan in zijn literatuurlijst, dus hij kent zijn klassiekers. Ik zat nog eens naar dat lijstje van boeken over boeken te kijken die Van Eeden heeft gebruikt en ik constateerde dat ik de helft zelf heb. De andere helft heb ik inmiddels op mijn lijstje desiderata geschreven (waaronder dus Enemies of books, want ik bezit weliswaar één hoofdstuk, maar nog niet het hele boek).

Ook van Eeden stelt: "het grootste gevaar voor het boek is de mens". Daarom is er ook zo'n behoefte aan een "Society for the prevention of cruelty in books". Deze society wordt voor het eerst aangehaald in Arthur Conan Doyle's roman The narrative of John Smith en is sindsdien enthousiast gewenst door vele boekenliefhebbers. Maar, los van al deze vernietigingsdrang is papier hoe dan ook kwetsbaar en dus constateert Van Eeden dat "boeken zijn gedoemd om af te sterven".

Voorlopig zie ik mijn bibliotheek nog groeien als kool. Boekenwurmen zijn er niet en het aantal zilvervisjes is minimaal. Muizen wonen er niet, waterleidingen lopen er niet en niet-bibliofiele bezoekers zijn niet welkom. Kortom, er is kans dat mijn bibliotheek gelukkig nog even blijft bestaan.