Posts tonen met het label dubbel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dubbel. Alle posts tonen

02 november, 2022

337 - De hel van de bibliofiel en Andrew Lang's boeken over boeken

Charles Asselineau, foto door
G.F.T. Nadar (collectie Getty Museum)
Deze week ontving ik alweer de zevende uitgave van de Stichting Desiderata voor mijn bibliotheek en de redactie is er weer in geslaagd om volledig aan haar eigen doelstellingen te voldoen,  namelijk "het schrijven, samenstellen, vertalen en uitgeven van boeken die, qua inhoud en vorm, een onvoorwaardelijke liefde voor het boek weerspiegelen". Het zojuist verschenen werk van Charles Asselineau met de titel De hel van de bibliofiel is een schitterend boek dat zo verrijkt is, dat het veel meer is dan alleen de heruitgave van het beroemde 19e-eeuwse verhaal over de nachtmerrie van de bibliofiel. Niet alleen Asselineau’s verhaal is er namelijk in opgenomen, maar ook twee verhalen die hierdoor zijn geïnspireerd, namelijk Het vagevuur van een bibliofiel door Andrew Lang en Een boekenveiling in Hotel Drouot door Octave Uzanne. De thematiek van deze twee verhalen is dan ook nauw verwant aan dat van Asselineau en zijn ook direct door Asselineau’s verhaal geïnspireerd. Wat mij betreft een uitstekende keuze om deze drie verhalen samen te bundelen in één uitgave. Martin Hulsenboom zorgde voor de vertalingen uit het Frans en het Engels.

Maar wacht, er is meer! Van de eerdere Desiderata-uitgave De bibliomaan van Charles Nodier wisten we al dat aan het verhaal uitgebreide biografische en bibliografische bijlagen werden toegevoegd, zodat het verhaal in de historische en culturele context kon worden geplaatst. Dat is nu weer gebeurd, maar in de overtreffende trap. Over hoe die overtreffende trap er uit ziet, laat ik graag de stichting zelf aan het woord omdat die het mooier kan zeggen dan ik. "Het onderzoek naar de motieven in het verhaal leidt nu tot allerlei uitweidingen over de bibliofolklore: over boekenveilingen, bibliofobie, boekrestauratie, boekprentkunst en bibliofiele genootschappen. Ook de illustratoren die de ‘leesmerrie’ en ‘boekendemonen’ in beeld hebben gebracht krijgen ruim aandacht. In de eerste plaats is dat de illustrator van ‘De hel’, Léon Lebègue, een zo goed als vergeten briljante prentkunstenaar. Maar ook de demoontjes van Albert Robida verschijnen hier, en de afbeeldingen bij ‘De hel’ van de Tsjechische kunstenaar Hugo Steiner-Prag. In totaal bevat deze uitgave meer dan 160 afbeeldingen in kleur. Daarnaast zijn de drie verhalen toegelicht met Nederlandstalige bronnen die verwant zijn aan de inhoud, waaronder Willem Bilderdijk, die uitlegt hoe een nachtmerrie te werk gaat, en dominee Eliza Laurillard, die ingaat op zijn angst voor de vergetelheid." Ed Schilders heeft zich behoorlijk uitgeleefd in de “bibliomane aantekeningen”, een titel met een dubbele betekenis: De aantekeningen gaan over bibliomanie, maar de inhoud van de aantekeningen getuigen ook van een stevige bibliomaniakele werkwijze - de vrees is dat Ed Schilders zelf ook stevig aan bibliomanie lijdt. Het resultaat: het oorspronkelijke relatief korte verhaal van Asselineau is uitgedijd tot een kaleidoscopisch boek van 220 pagina’s, die ook nog eens is voorzien van een uitgebreid notenapparaat, waarin de boekenliefde uitbundig wordt beleden. 

Maar dan nu het verhaal zelf. Het verscheen in 1860 in boekdruk als L’Enfer du bibliophile, maar werd nooit eerder in het Nederlands vertaald. Asselineau vertelt over een nachtmerrie waarin een boekenvriend tegen wil en dank eerst door een demon gedwongen wordt waardeloze boeken aan te schaffen voor een te hoge prijs. Vervolgens belandt hij in de hellecirkels van de boekbinder (om de rommel zeer luxe te laten inbinden) en het veilinghuis (waar hij belachelijke prijzen betaalt voor boeken die hij niet wil hebben). Ten slotte is hij getuige van de plundering van zijn bibliotheek omdat hij de rekeningen van het veilinghuis en de boekbinder niet kan betalen.. 

Octave Uzanne werd geïnspireerd door het verhaal van Asselineau en schreef het verhaal Een boekenveiling in Hotel Drouot waarin een verzamelaar getuige is van de veiling van zijn eigen bibliotheek en tot zijn verbijstering ziet dat zijn met zorg verzamelde schatten voor schamele bedragen worden verkocht. Bij het ontwaken realiseert hij zich dat hij voor het slapen Asselineau’s verhaal heeft gelezen.

Het opgenomen  verhaal van Lang heeft als originele titel A bookman’s purgatory en vertelt over de nachtmerrie van Thomas Blinton, die ook hem overvalt nadat hij het verhaal van Asselineau over de hel van de bibliofiel heeft zitten lezen. In zijn droom herbeleeft hij dit verhaal op zijn eigen wijze, in grote lijnen volgt dit het verhaal van Asselineau. Ook Blinton wordt door een demon gedwongen tot aankopen waar hij helemaal niet op zit te wachten en moet op een veiling exorbitant bieden op boeken die hij niet wil hebben.

In alle gevallen gaat het om de ijdelheid en de hebzucht van de verzamelaar die door een demon wordt voorgesteld en die de verzamelaar dwingt om te doen wat hij eigenlijk niet wil, maar toch moet. Ed Schilders laat in de aantekeningen zien dat deze drie auteurs beslist niet de eerste zijn die dergelijke nachtmerries beschrijven. Een keur aan auteurs trekt voorbij die op een of andere manier dergelijke nachtmerries hebben verbeeld.

Iets over de drie auteurs

In dit boek staan verhalen van drie auteurs centraal. De thematiek van de verhalen komt overeen en de drie auteurs staan ook allemaal bekend als bibliofiel maar verder zijn de verschillen immens. Peter IJsenbrant verzorgde uitgebreide biografische schetsen van de drie auteurs. In het kort:
  • Charles Asselineau (1820-1874) was een Franse schrijver die bevriend was met onder meer de schrijver Beaudelaire. Hoewel voorbestemd als arts, koos hij de letteren. Zijn publicaties kenden een grote diversiteit, maar hij specialiseerde ook in het uit de vergetelheid halen van schrijvers die volgens hem ten onrechte in de schaduw stonden. Zijn passie was de romantiek, de literatuur tot 1830. Ook schreef hij fantasyverhalen waarin dromen een belangrijke rol spelen. Na Baudelaire’s dood publiceerde hij een nieuwe editie van Les fleurs du mal en een biografie over Bauedelaire. Asselineau’s grote passie was de bibliofilie en de dagelijkse jacht op boeken voor zijn bibliotheek.
  • Octave Uzanne (1851-1931) was ook een Franse schrijver, maar vooral bibliofiel die veel schreef over boeken en bibliofilie. Hij werkte mee aan talloze bibliofiele boeken en tijdschriften. Bibliofilie en vrouwen, dat was de focus van zijn werk. Bekend zijn dan ook zijn werken over vrouwenmode. Zijn boek over de Parijse bouquinistes kon desondanks op veel kritiek rekenen van de bouquinistes zelf. Lang bleef zijn werk onvertaald voor de Nederlandse lezer, totdat de Carbolineum Pers in 2018 de bibliofiele uitgave Bibliofiele verhalen publiceerde. Uzanne kreeg tijdens zijn studie in Parijs de smaak van het verzamelen van boeken te pakken. Hij richtte onder meer vier tijdschriften op en publiceerde veel boeken over boeken en bibliofilie, maar schreef ook romans en gaf verschillende ongepubliceerde werken van verschillende Franse auteurs uit.
  • Andrew Lang (1844-1912) was een Schotse journalist, dichter, schrijver, criticus en antropoloog. Hij is niet per se bekend als boekenverzamelaar, maar vooral als verzamelaar/kenner van sprookjes en volksverhalen, mythes en religie. Daar publiceerde hij dan ook verschillende bekende werken over zoals The blue fairy book (1899), The red fairy book (1890) en The green fairy book (1892) - in totaal 12 verschillende kleuren. Daarnaast publiceerde hij ook over Schotse geschiedenis. Hij werd beschouwd als een “born man of letters” en was goed op de hoogte van de Engelse en Franse literatuur. Hij heeft een indrukwekkende rij boeken op zijn naam staan maar publiceerde ook in allerhande tijdschriften.
Aangezien Andrew Lang goed vertegenwoordigd is in mijn bibliotheek, wil ik bij hem iets langer stilstaan.

Andrew Lang's boeken over boeken

Ondanks dat Lang vooral bekend is geworden door zijn Fairy books heeft hij behoorlijk wat boeken over boeken geschreven. In 1881 verscheen bijvoorbeeld The Library, waarin Lang ingaat op verschillende aspecten van het verzamelen van boeken, als een soort handleiding voor verzamelaars (denk hierbij aan het bekende ABC for Book Collectors van John Carter of de klassieker in ons taalgebied Het verzamelen van boeken: een handleiding van P.J. Buijnsters). Daarnaast verschenen nog verschillende andere titels, waarvan ik er vijf in mijn bezit heb. Helaas niet The Library, maar wel Old friends: essays in epistolary parody (1892), Ballads of Books (1888), Letters to dead authors (1886), Adventures among books (1905) en Books and bookmen (waarover hieronder meer). 

Het verhaal “A bookman’s purgatory” verscheen oorspronkelijk in Lang’s bundel Books and bookmen (hier integraal te lezen). Het is een goede gewoonte dat ik van de publicaties van Stichting Desiderata al een variant bezit. Zoals van de uitgave van Ewoud Sanders over Marmier’s maaltijd voor bouquinistes en natuurlijk van de hilarische uitgave Hayward Ho!. Maar bij het verhaal van Lang is het nog erger want dat bezit ik al drie keer. Ik heb namelijk drie versies van Lang’s bundel in mijn kast: uit 1886, 1887 en 1899. De reden dat ik ze alledrie heb gehouden, is omdat ik in het algemeen moeite heb met kiezen en de uitgaven ook wel wat van elkaar verschillen. Dat wil zeggen, als het gaat om de inhoudsopgave. De bijdragen zelf, als ze meermalen voorkomen in de verschillende bundels, zijn voor zover ik kan zien identiek aan elkaar. 

De uitgave van 1886 is de Amerikaanse editie, verschenen bij Coombes in de serie "Books for the Bibliophile". Ik kan niet veel andere uitgaven vinden in deze serie, eigenlijk alleen Ballads of Books. Bij Coombes verschenen en opgedragen Brander Matthews, later opnieuw uitgegeven door Longmans, Green and Co en toen opgedragen aan "The Viscountess Wolseley". De uitgave van Books and Bookmen uit 1887 van Longmans is de eerste Engelse uitgave, en die van 1899 de tweede Engelse uitgave (met de ondertitel "a new impression"). Het lijkt erop dat Lang gedurende zijn leven nog wat gehusseld met de samenstelling van deze titel. Ik heb voor dit blogstukje maar eens een analyse gemaakt van de verschillen en overeenkomsten, waarbij ik de overeenstemmende uitgaven hetzelfde kleurtje heb gegeven. In de tabel vind je de drie inhoudsopgaven naast elkaar.
















De verschillen tussen de drie uitgaven zijn zichtbaar. Zowel de uitgave van 1886 als 1899 bevatten unieke bijdragen (de witte vakjes). Eigenlijk is alleen de eerste Engelse druk van 1887 de enige zonder echt unieke bijdragen. Theoretisch zou die dus wegkunnen, maar het is de eerste Engelse druk en daarom toch een beetje zonde om die af te stoten. Opmerkelijk is trouwens dat in het voorwoord van de Amerikaanse 1886-editie Lang expliciet zegt: 

The author does not book-hunt any more; he leaves the sport to others, and with catalogues he lights a humble cigarette. The game has grown too scarce; the preserves are for the rich. (...) I have ceased to hope for better luck; let younger or more sanguine men pursue the fugitive tract and the rare quarto. (...) No more morocco for me, or tooling, nor first editions; all these are vanity and (as a rule) bad bargains. Be not in a hurry to buy, young men and maidens, or your shelves, like mine, will be overcrowded with the melancholy harvest of inexperience and young desire". 

Hij lijkt afscheid te nemen van het fenomeen verzamelen en zijn bibliofiele leven, ook met een beetje spijt van wat het opleverde ("melancholy harvest") achter zich te laten. Maar vervolgens verschijnen er toch nog verschillende boeken over boeken van zijn hand. Eerst de heruitgave van Ballads of Books in 1888, maar in 1892 nog Old friends: essays in epistolary parody en in 1905 Adventures among books

De eerste Engelse editie van Books and Bookmen verschijnt zoals gezegd een jaar na de Amerikaanse editie. In de Engelse uitgave staat een voorwoord, waarin enige uitleg wordt gegeven over het verschil in inhoud. 

The essays in this volume have, for the most part, already appeared in an American edition. The essays on "Old French title-pages" and "Lady book-lovers" take the place of "Book binding" and "Bookmen at Rome". 

Meer toelichting wordt niet gegeven. Waren de verdwenen bijdragen ondermaats? Waren er problemen met rechthebbenden (de stukken verschenen eerder in tijdschriften)? Het wordt allemaal niet verteld. Wel wordt de herkomst van de verschillende andere hoofdstukken gegeven, die dus veelal eerder verschenen als bijdragen in tijdschriften. Maar zelfs dan blijft van sommige de herkomst onbekend, zoals "To F.L." en "Ghosts in the library".  Vermeld wordt wel dat "A bookman's purgatory" eerder verscheen in Longman's magazine (in 1883)

In 1899 wordt het voorwoord uit 1887 grotendeels herhaald, maar er wordt geen verklaring gegeven voor het verschil in inhoud tussen de bundels uit 1887 en 1899. Niet duidelijk is waar "Rich and Poor" en "Doris's books" ineens vandaan komen. Eveneens is onduidelijk is waarom "Curiosities of Parish Registers" uiteindelijk toch moet verdwijnen, nadat het in de eerste twee bundels wel stond. 

Tot slot

Ondanks de overdosis Andrew Lang die nu in mijn bibliotheek ontstaat, is deze uitgave van Stichting Desiderata hoe dan ook een aanwinst. Want het levert mij twee auteurs die tot nog toe ontbraken in mijn bibliotheek, naast Asselineau is dat Ocatave Uzanne. Van die laatste zou ik heel graag nog een paar titels op de plank willen hebben, want hij schrijft fascinerend over boeken en bibliofilie. Maar helaas zijn de uitgaven van Uzanne over bibliofilie gewild en dus schaars en dus duur, zodat ik hoop op een mazzeltje op een toekomstige veiling of een toevallige vondst in een of ander morsig antiquariaat. Maar gelukkig heb ik tot die tijd nu in elk geval met deze uitgave mijn eerste tekst van Uzanne in bezit.

Hoewel mijn verwachtingen bij de aankondiging van dit boek al hoog gespannen waren heeft deze uitgave ze toch opnieuw overtroffen. Ik kan mij niet voorstellen dat er een lezer van mijn blog is die zich nog niet heeft aangemeld bij Stichting Desiderata. Maar zo wel, dan sommeer ik deze lezer zich te melden bij het secretariaat, als je je boekenliefde tenminste ook maar enigszins serieus neemt. Ik kan gewoon niet zo goed begrijpen waarom je het risico zou willen lopen om nieuwe publicaties als deze mis te lopen. Uiteindelijk wil je ze toch hebben en zie er dan nog maar eens aan te komen. Maar genoeg daarover, mij rest nu niks anders meer dan te wachten op de volgende verrassende keuze vanuit de redactie van deze stichting. Misschien weer een tekst van Uzanne? Of wellicht iets Brits, zoals Dibdin? Of toch maar iets Duits, zoals Uffenbach, Brügel, Von Zobeltitz? Een Italiaan zoals Fogazzaro? Er zijn nog genoeg boeken waarin de boekenliefde centraal staat die wachten om te worden ontsloten. Ik heb het volste vertrouwen dat er een goede keuze zal worden gemaakt.

10 juni, 2018

285 - Nieuwe aanwinsten

Perkamentus had natuurlijk groot gelijk: ik was wel een beetje stilgevallen in dit jaar. Gelukkig gold dat alleen voor mijn bijdragen aan dit blog, met het vergaren van boeken ben ik niet gepauzeerd. Het was met werk en met wat andere projecten een beetje een druk voorjaar en daar is mijn bloggen vervolgens bij ingeschoten. Ik kan nog wat leren van de ijzeren discipline van Perkamentus op dat gebied...

Dan toch wat over mijn laatste aanwinsten van Stichting De Roos, zoals ik in mijn vorige stukje al beloofde.Nu zowel de najaarsveilingen als de voorjaarsveilingen achter de rug zijn zie ik tot mijn tevredenheid dat het aantal uitgaven van De Roos verder is gegroeid. En omdat ik houd van statistieken en tabellen heb ik het nagerekend: ik bezit nu 86% van de officiële uitgaven van Stichting de Roos, ik mis er nog 26 en als ik die morgen (behalve de Escher-uitgave) tweedehands zou willen kopen dan zou mij dat € 1.215 kosten. Dat valt nog te overzien en dat betekent met nog een paar mooie kavels in de najaarsveilingen van Bubb Kuyper, Burgersdijk & Niermans, Van Stockum en wellicht Catawiki ik heel dicht bij mijn doel ga komen.

Net als in de rest van mijn collectie beginnen ook bij Stichting de Roos wat dubbele exemplaren te ontstaan. Ik schreef eerder al eerder over het fenomeen dat ik meer soms dan één exemplaar van hetzelfde boek in bezit wil hebben. Wat is er dan aan de hand met de op zichzelf uniform uitgegeven boeken van De Roos dat het ook daarvoor geldt?

Als ik naar mijn verzameling De Roos kijk dan had ik tot nu toe twee dubbele exemplaren:
- de jubileumuitgave In beperkte oplage geschreven door Mathieu Lommen en Karen Polder. Daarvan is zowel een handelseditie verschenen (bij uitgeverij Thoth) als een bibliofiele editie voor leden van De Roos. De eerste uitgave is een paperback, de laatste is een niet ingebonden uitgave in een speciale doos verpakt. De paperback kocht ik als eerste, dat wil zeggen hij was onderdeel van een lot boeken dat ik ooit kocht bij Bubb Kuyper. Later kwam daar de originele uitgave bij en nu staan ze gebroederlijk naast elkaar op de plank.
- Het dispuut tussen Max Bill en Jan Tschichold uit 2010. Het boek bevat de teksten van vijf Duitstalige essays met Nederlandse vertalingen en heeft betrekking op een typografische pennenstrijd die Jan Tschichold (1902-1974) en Max Bill (1908-1994) in de jaren 1940 voerden. Steven de Joode vat het dispuut als volgt samen: "Bill publiceerde een fel artikel waarin hij Tschichold ervan beschuldigde zijn vroegere idealen te hebben verkwanseld. Volgens Bill was de Nieuwe Typografie juist bij uitstek geschikt om boeken op een objectieve en terughoudende wijze vorm te geven; Tschicholds standpunt was volgens hem een terugkeer naar een hopeloos ouderwetse en onbruikbaar geworden esthetiek. Vervolgens reageerde Tschichold al even fel met zijn artikel ‘Glaube und Wirklichkeit’. En ook de bekende typograaf Paul Renner (1878-1956), zelf schrijver van een invloedrijk handboek, mengde zich in de discussie met een artikel dat als een poging tot synthese beschouwd kan worden. Enkele politieke aspecten werden door Tschichold in een volgend artikel nog wat verder uitgewerkt, waarmee een einde kwam aan de discussie, zonder dat er evenwel een duidelijke winnaar overbleef. Naast de uitgave voor de leden van De Roos verscheen er een overdruk in een oplage van 300 exemplaren. Op dunner papier en eenvoudiger uitgegeven. Uit het colofon wordt niet duidelijk voor wie deze 300 exemplaren bedoeld waren. Relaties van de drukker LenoirSchuring? Leden van een typografisch genootschap? Maar ik ben blij dat ik beide versies naast elkaar in de kast heb staan. Met als fijne bijkomstigheid dat mijn De Roos uitgave ook nog eens speciaal werd gedrukt voor Hans Eenens, die van 1988 tot 2000 voorzitter van Stichting de Roos was.

Bij de laatste veiling van Burgersdijk en Niermans waar ik verschillende lots met boeken van De Roos kocht kwam er ineens weer een dubbel exemplaar naar voren. In één van de lots zat de uitgave van De Vierlingen van Pybrac uit 1955. Ik wist dat ik deze uitgave al had en legde deze dus op het stapeltje "even kijken welke mooier is, en de mooiste mag blijven". Toen ik vervolgens beide boeken ging vergelijken kwam de verrassing: het zijn twee heel verschillende uitgaven. Althans in uiterlijk, het binnenwerk is hetzelfde. Maar de binding is anders en ook de bedrukking op de rug verschilt. Bij het ene boek staat "Graswinkel - Pybrac" en bij het andere staat "De vierlingen van den Heer van Pybrac".

In het boek vinden we een verzameling kwatrijnen van de hand van Guy Du Faur de Pibrac (1529-1584), over wie hier (slecht vertaald) meer informatie staat. Deze kwatrijnen zijn moraliserend van aard, maar in de 16e en 17e eeuw behoorlijk populair. Zij werden vroeg in de 17e eeuw vertaald door Dirck Graswinckel (1600-1666) een in zijn tijd vermaard rechtsgeleerde die echter ook dichter was. Tot verdriet van inleider Geerten Gossaert (pseudoniem van F.C. Gerretson, 1884-1958) is Graswinckel nauwelijks bekend gebleven als dichter. In zijn mooie inleiding bij deze uitgave van De Roos gaat hij in op het leven van Graswinckel en de achtergrond van het vertalen van deze kwatrijnen.

Als ik op de site van De Roos kijk dan zie ik een foto de uitgave in lichtrood met op de voorkant de gouden rechthoeken. Ik beschouw dat dan maar even als 'standaarduitgave'. De andere uitgave heeft een paarsig omslag zonder belettering op de voorkant en met de afwijkende tekst op de rug. Deze uitgave is ook iets groter dan de andere. Daarnaast mist de Franse pagina die de 'standaarduitgave' wel heeft.

Ik kan twee dingen bedenken voor deze uitgave:
- Een verzamelaar vond de binding van De Roos niet mooi en heeft het boek opnieuw laten inbinden. Het merkwaardige vind ik echter dat het boek dan kleiner had moeten zijn, niet groter omdat het dan op een of andere manier losgesneden had moeten worden. Aan de andere kant verklaart dat misschien wel het missen van de Franse pagina.
- Deze uitgave is zo bedoeld. Als ik namelijk in het colofon kijk van het boek dan zie ik staan dat er zoals gebruikelijk 175 exemplaren zijn gemaakt voor leden van De Roos. Maar daarnaast zijn er 15 exemplaren gedrukt voor Geerten Gossaert. Zou dit wellicht één van die 15 exemplaren zijn? Een paar jaar geleden werd op Catawiki een uitgave van dit werk geveild waarbij het om één van die 15 exemplaren zou gaan. Dit was een exemplaar dat gebonden was zoals de 'standaarduitgave' en dat Romeins genummerd was. Het feit dat mijn exemplaar geen nummering heeft en dus anders gebonden is, maakt het niet zo waarschijnlijk dat dit één van de exemplaren van Gossaert is.

Maar wat is hier dan wel aan de hand? Voorlopig is het een mysterie. Daarom heb staan ze allebei naast elkaar in de kast totdat ik meer zicht heb gekregen op de reden van deze verschillen.

19 januari, 2017

272 - Ik zie (weer) dubbel

Meer versies van hetzelfde boek... elke bibliofiel heeft daar last van. Recent schreef Danny Habets er nog een tweedelige serie over (deel 1 en deel 2), Perkamentus verklaart zichzelf over dit fenomeen en ook ik schreef er al bijna 12 jaar geleden al eens over. Kortom: dubbele exemplaren in een bibliotheek zijn van alle tijden. Afgelopen periode heb ik wederom een dubbel exemplaar gekocht, en voor een forse prijs trouwens. Maar eerst iets over mijn dubbele exemplaren.

Ik merk dat ik in de loop van de jaren veel makkelijker ben geworden met het kopen van 'dubbels'. Want als er één schaap over de dam is... Maar het komt vooral omdat ik de uitvoering van het boek steeds belangrijker ben gaan vinden. Ik heb dubbele exemplaren omdat verschillende versies waardevol voor mij zijn: de uitvoeringen zijn bijzonder genoeg om apart te bezitten, exemplaren zijn gesigneerd of genummerd, soms heb ik er ook sentimentele gevoelens bij. Of gewoon hebberige gevoelens. Kortom, ik weet altijd wel een reden te vinden om een boek toch te houden als het een dubbel exemplaar is omdat ik hetzelfde boek al in mijn kast had.

Als ik kijk in mijn catalogus op LibraryThing dan is daar een handige functie 'work multiples'. Ik zie daar dat er 69 titels zijn die ik meer dan één keer in mijn bibliotheek heb. Koploper is Philobiblon van Richard de Bury, waarvan ik 8 exemplaren heb, die ik allemaal in één keer kocht op de veiling bij Bubb Kuyper. Hierbij zijn een Zweedse en een Deense versie te vinden, maar ook twee genummerde uitgaven, de eerste Amerikaanse vertaling en een paar simpelweg hele fraaie uitvoeringen. Ik zou niet uit deze exemplaren kunnen kiezen als ik werd gedwongen er één weg te doen.. Sterker nog: zodra ik de uitgave van Philobiblon van de Carbolineum Pers voor een beetje schappelijke prijs zie, sla ik toe en dan heb ik er 9.

Verder heb ik - als ik een beetje smokkel - zowel Titaantjes als De Uitvreter van Nescio 7 keer. Elk heb ik 3 keer afzonderlijk (bijvoorbeeld in de door Joost Swarte geïllustreerde uitgave, en als audioboek) en daarnaast 4 keer in combinatie met elkaar en het verhaal Dichtertje. Daarbij mijn grote trots: de allereerst druk van dit gezamenlijke werk, gerestaureerd en wel. Maar ook de uitgave van Stichting de Roos en de facsimile van de tweede druk met de illustraties van Johan Eshuis. Ik zoek nog de originele tweede druk uit 1933 en als ik die heb, dan heb ik er acht.

Van enkele uitgaven in het kader van Nederland Leest bezit ik 6 exemplaren: Erik of het klein insectenboek en Een vlucht regenwulpen. In beide gevallen omdat ik alle verschillende versies van het omslag wil hebben, maar ook de Groot Letter uitgave en eventuele andere versies. In deze gevallen levert dat 6 exemplaren op. Verder heb ik ook de meeste provinciale uitgaven van de uitgave van 2015, toen A.L. Snijders de mooiste korte verhalen uitzocht. Maar elke uitgave had een paar unieke verhalen per provincie, daarom tellen deze niet als dubbels want het zijn daardoor afzonderlijke werken. Overigens zoek ik nog Drenthe, Friesland en Zeeland, dus als iemand die heeft liggen....

Daarnaast zijn er nog een heleboel titels die ik 3 tot 5 keer heb. Zoals mijn drie Caesarions van Tommy Wieringa: de eerste druk, de 'uncorrected proof' van de Engelse editie (gekocht bij The Strand) en de prachtuitgave van Pau Groenendijk. En drie keer Blokken van Bordewijk: de eerste druk, de mooie uitgave van ontwerper Frans de Jong en de facsimile van de eerste druk.

Maar vorige maand kwam er dus nog een dubbel bij. Ik heb in dit blog jaren geleden uitvoerig verslag gedaan van mijn zoektocht naar de speciale uitgave The Shell van Adriaan van Dis, uitgegeven door De Koninklijke Shell bij het afscheid van Loe van Wachem. Uiteindelijk kreeg ik naar aanleiding van mijn blogberichten een mailtje van een lezer die het aanbood en voor 60 euro was het van mij, in mooie staat en gesigneerd. Maar wat ik nooit had gedacht was dat er ook nog een Nederlandse versie van dit boek was gemaakt, met de titel "De schelp". Deze stond ineens op Catawiki en toen ik dat zag kreeg ik iets verbetens over mij: ik moest en zou dit boek hebben. Lang geleden leerde ik al uit de verhalen van Boudewijn Büch dat je een kans op een bijzonder boek nooit moest laten lopen, want deze kans is er maar één keer. En zeker omdat ik deze versie nog nooit eerder had gezien, schat ik de kans om er nog een te vinden bijzonder klein.

Er ontstond een klein biedoorlogje met een andere liefhebber van Van Dis. Misschien dezelfde die een paar weken daarvoor mijn dubbele exemplaar van de Stichting de Roos-uitgave Kleurlijn voor 160 euro kocht (terwijl ik er zelf 75 voor had betaald bij Burgersdijk en Niermans in een lot met nog meer boeken)? Hoe dan ook, gelukkig eindigde dit biedoorlogje eerder dan die andere en voor 90 euro (exclusief veilingkosten) was het boek van mij. Eveneens gesigneerd en in vrijwel dezelfde uitvoering als de Engelse. Trouwens: de reden dat ik mijn dubbele Kleurlijn verkocht is dat ik meer versies van een boek niet erg vind, soms zelfs gewenst, maar meer identieke versies hoeft niet.

Al met al heb ik zo 150 euro betaald voor deze twee uitgaven van Van Dis. Zijn ze het waard? Dat is toch geen vraag om aan een bibliofiel te stellen. Kijk ze nu eens naast elkaar in mijn kast staan... het maakt mijn Van Dis collectie nog unieker dan het al is. Ik streel mijzelf zelfs met de gedachte dat ik de uniekste Van Dis collectie van Nederland heb... Er is namelijk geen uitgave van Van Dis die ik niet heb, sterker nog: ik heb zelf meer uitgaven van Van Dis, dan Van Dis. Het brengt de wereldvrede niet dichterbij en verder koop ik niks voor deze gedachte, maar ik vind het desondanks een prettige wetenschap.

23 februari, 2005

41 - Het boek dat ik al had (2)

Vorige keer schreef ik over een boek dat ik kocht, terwijl ik er al een exemplaar van had staan. Het zal ieder duidelijk zijn dat dit een vergissing was. Tenzij je erop uit bent om de hele oplage van een boek te kopen, is een dergelijke aanschaf overbodig.
Deze opmerking lijkt vreemder dan hij is. Er is in elk geval iemand die probeert de hele oplage van een boek in kaart te brengen, Owen Gingerich heeft er een fascinerend boek over geschreven.

Hij heeft elk bekend exemplaar van de eerste en tweede oplage van Copernicus’ boek "De revolutionibus orbium coelestium" uit de 16e eeuw in kaart gebracht. Hij heeft 580 exemplaren over de hele wereld bekeken en onderzocht wie de vroegere eigenaars waren en wat ze met het boek hadden gedaan.

Maar dat was ik niet van plan. In elk geval niet met het boek van Van Dis dat ik nu dubbel heb. Toch heb ik afgelopen weekend – toen ik het voorrecht had het antiquariaat in de kelder van boekhandel Donner in Rotterdam te bezoeken – weer een boek gekocht dat ik al had, maar dit keer bewust. Het is het tweede (en laatste) deel in de serie Nescio-cahiers: een bundeling van tien "Kronkels" van Simon Carmiggelt over Nescio. Ik had deze al, maar niet de uitgave zoals die bij Donner stond: de gebonden en genummerde eerste druk. Mijn exemplaar was een ingenaaid exemplaar en ongenummerd. En er is maar één echte eerste druk, en die stond bij Donner: een vlekkeloos exemplaar, als nieuw, gebonden en met stofomslag. Voor de statistiek: ik bezit nu nummer 159 van 200. Mocht een nieuwe Gingerich ooit op zoek gaan naar álle 200 exemplaren van deze Nescio-uitgave, dan kan hij of zij voor nummer 159 bij mij terecht. Maar wie de vorige eigenaar was - die het boek hardvochtig dumpte bij Donner - weet ik dan helaas niet.

Waarom koop ik een boek dat ik al heb? Voor het antwoord heb ik maar weer eens gezocht in Basbanes’ boek Among the gently mad. Daarin komen verschillende verzamelaars aan het woord die dezelfde afwijking hebben. "I always made it a point to move up in quality whenever I could", zo zegt één van hen. "It remains on my shelves, a hedge against the day I find a better copy I can afford" zegt een ander over een minder fraai exemplaar van een geliefd boek.
Ik ben in elk geval gelukkig dat ik weer een streep heb kunnen zetten door één van de boeken op mijn verlanglijst. Ik zet ze netjes naast elkaar, de twee Nescio-cahiers. Want ik doe mijn andere exemplaar natuurlijk niet van de hand.

18 februari, 2005

40 - Het boek dat ik al had

Lag ik een paar afleveringen geleden nog te kermen over een boek dat ik niet kon krijgen, en die dus op mijn lijst met "should'ves" komt, nu is het tegenovergestelde gebeurd.

Ik dacht een mooie slag te hebben geslagen bij het zoeken naar de laatste stukjes in mijn Adriaan van Dis-collecte. Voor een paar euro bestelde ik een boek bij een boekwinkeltje in de verwachting dat ik het nog niet had. Het ging om een bundeling van de toneelstukken van Van Dis: Komedie om Geld en Tropenjaren.

Echter, via via had ik een titel opgespoord met de vermelding Komedie om Geld, Een uur in de Wind en Tropenjaren. Drie toneelstukken gebundeld! Deze uitgave stond al een tijdje op mijn lijstje en eindelijk zag ik 'm bij een boekwinkeltje. Besteld, betaald en vol verwachting de envelop opengescheurd... alleen om te zien dat ik het boek al had. Wat blijkt: "een uur in de wind" is de ondertitel van "Komedie om geld". Nooit eerder opgemerkt, maar wel een wijze les geleerd: beter kijken in mijn eigen boekenkast. Het boekje houd ik; het kostte weinig en het houd me scherp...

Het goede nieuws is dat ik toch één titel van mijn Van Dis-desiderata heb kunnen schrappen. Het enige wat nog overblijft is Van Dis' bijdrage in de serie "Noord Holland in proza, poëzie en prenten" onder de titel Bergen. Deze serie is uitgegeven door de Culturele Raad Noord-Holland t.g.v. het 25-jarig bestaan van de Tentoonstellingsdienst van deze Culturele Raad. Een bibliofiele serie die zeventig maal gewijd is aan één der zeventig gemeenten in Noord-Holland en éénmaal aan de provincie als geheel. Diverse auteurs hebben eraan meegewerkt: Louis Ferron, Nicolaas Matsier, Gerrit Krol, A. Alberts, K. Schippers, J. Bernlef, etc. En Van Dis natuurlijk.
Via de provincie heb ik een kopietje van het deeltje van Van Dis gekregen, maar ik wil een echte. Helaas is elk deel in een oplage van minder dan 200 uitgegeven, dus het zal nog even bij zoeken blijven. En gelukkig ook maar, want als ik deze vind ben ik klaar met Van Dis. En dat is ook een beetje saai.


Beeld van Herman Gorter aan de Zeeweg in Bergen NH

Eind vorig jaar ging bij Burgersdijk en Niemans de hele serie overigens voor 850 euro van de hand. Dat betekent dat één deel 11,81 kostte. Dat biedt in elk geval nog wat (financiële) perspectieven. Want die van Nicolaas Matsier wil ik ook hebben.