Posts tonen met het label Parijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Parijs. Alle posts tonen

06 februari, 2022

328 - Parijse roofdrukken uit de 19e eeuw

Lezers van dit blog zijn gewend dat ik vooral over boeken van Nederlandse auteurs schrijf, of die in Nederland zijn uitgegeven. Deze keer gaat is er geen enkele connectie met Nederland te vinden. Dit verhaal speelt zich af in Italië, Engeland en Frankrijk. Het boek dat hierbij centraal staat, stond overigens wel gewoon in Nederland en daar heb ik het op de kop getikt. Hoe het daar gekomen is zal altijd een raadsel blijven.

Via Marktplaats kwam ik een tijdje geleden weer eens een boeiend kavel tegen, bestaande uit een setje Italiaanse boeken uit het midden van de 19e eeuw. Mijn nieuwgierigheid was direct gewekt, niet omdat mijn Italiaans nu zo vloeiend is (ik kom niet veel verder dan piano, spaghetti, confetti: de hele top 30 van vernederlandste Italiaanse woorden zit in mijn repertoire) maar vanwege de herkomst van de boeken: Italiaanse uitgaven van een Parijse uitgever, hoe zit dat eigenlijk? De boeken zagen er prachtig ook. En ik werd ook nieuwsgierig vanwege de inhoud: de vier boeken bevatten onder meer teksten van de door mij zeer bewonderde Petrarca en Dante, met Manzoni en Ariosto als toetje. Ook al kan ik de teksten feitelijk niet lezen, het leek mij geen straf om deze mooi uitgegeven boeken in mijn kast te hebben staan. En dat ook nog voor een bodemprijs: voor 25 euro was de hele set van mij.
Maar ik geef eerlijk toe: het was de handelaar in mij die uiteindelijk toesloeg. Vier mooie Italiaanse uitgaven uit de 19e eeuw, daar kon ik toch wel meer dan 25 euro van maken. Uiteindelijk bleken de boeken toch zo interessant, dat ik er één voor mijn eigen bibliotheek achterhield. Drie van de boeken verkocht ik door via Catawiki, waaronder de Manzoni, wat mij na aftrek van de veilingkosten toch weer 80 euro winst opleverde. Deze investeerde ik direct in een langgezocht Engels winkeldagboek uit 1942, waar ik volgende keer meer over vertel. Het vierde deel uit het setje staat nu in mijn kast te pronken.

Louis Claude Baudry

Dit vierde boek is een fraai gebonden uitgave, uitgegeven in Parijs in 1843 door de uitgevers Levèfre en Baudry. Het boek was het begin van een kleine zoektocht naar de achtergrond ervan. Wie was deze Baudry en waarom gaf hij in Parijs Italiaanse boeken uit? Er blijkt relatief weinig over hem online te vinden te zijn. Na enig speurwerk vond ik een Italiaanse studie uit 1987 die vooral ingaat op de op Italië gerichte uitgaven van Baudry. Google Translate hielp mij de studie te lezen. Verder zijn er verschillende online artikelen / blogs te vinden die vooral ingaan op de Engelstalige publicaties uit Parijs (deze en deze). Steeds blijkt sprake te zijn van een uitgever die gebruik maakte van het ontbreken van internationale auteursrechtafspraken in dat tijdvak. Het resultaat was dat hij verschillende Europese landen overspoelde met grote hoeveelheden boeken van toen populaire auteurs, die ook nog eens fraai waren uitgegeven. Dat de auteurs er niet beter van werden leidde begrijpelijkerwijs nogal eens tot boosheid, maar gek genoeg ook tot innige samenwerking (zoals met Manzoni) omdat de boeken van Baudry toch ook bijdroegen aan de populariteit van de auteurs. Van Manzoni zijn diverse brieven aan Baudry bewaard gebleven waaruit die goede samenwerking blijkt. In het Engelse taalgebied heeft iemand als Byron voor zijn bekendheid ook sterk van Baudry's uitgaven geprofiteerd. Het duurde uiteindelijk tot de jaren '50 van de 19e eeuw voordat aan Baudry's praktijken een einde kwam. Een uitgebreide Engelstalige studie over auteursrechten in Europa in de 19e eeuw staat hier.

Louis Claude Baudry (1793-1853) was zeker niet de enige uitgever die vanuit Parijs gebruik maakte van het ontbreken van internationale afspraken over auteursrecht. Giovanni Antonio Galignani (1757-1821) was een ander voorbeeld. Overigens bestaat er nog steeds een boekhandel onder de naam Galignani in Parijs, opgezet door nazaten van Giovanni Antionio

De uitgaven van Baudry onderscheidden zich door het fraaie uiterlijk en de zorgvuldige redactie.  Veel uitgaven bevatten zorgvuldig geschreven inleidingen en bibliografische notities alsmede fraaie portretten van de auteurs. Hierdoor waren ze aantrekkelijk voor lezers en het was onontkoombaar dat vele exemplaren toch nog op de Italiaanse thuismarkt terechtkwamen.

Al lezend in de verschillende bronnen ontstond zo een fascinerend beeld van de Europese literaire ontwikkeling tot het midden van de 19e eeuw, hoe auteurs zich meer en meer individueel en internationaal gingen profileren en hoe het lezerspubliek, en daarmee boekhandel en uitgeverij, een steeds internationaler karakter kreeg. De 19e eeuw was in veel opzichten ook een complexe eeuw, de eeuw van revolutionaire bewegingen (1830, 1845), de opkomst van de moderne staten en de industrialisering en de literatuur die in het kielzog daarvan een eigen ontwikkeling doormaakt. In een overzichtelijk boekje heeft Marita Matthijsen geschetst hoe het literaire leven in Nederland er in de 19e eeuw uitzag: de eeuw van Bilderdijk, Beets en Potgieter, maar ook van Multatuli. De eeuw van volksbibliotheken maar ook van de ontwikkeling van kinderliteratuur als zelfstandige richting. Hoewel een groot deel van het Nederlandse lezerspubliek Franse boeken las, is het niet waarschijnlijk dat veel Baudry-uitgaven de weg naar Nederland vonden: daarvoor was het aantal Franse titels in zijn fonds waarschijnlijk te klein.

Baudry werd geboren in 1793, vermoedelijk in de Calvados-streek, en laat zich vanaf circa 1815 gelden als boekhandelaar en uitgever in Parijs. Al snel richt hij zich op het publiceren van titels in verschillende Europese talen. Net als Galignani richt hij zich op recente titels die hij voor een fractie van de prijs die ze in eigen land kosten aanbiedt. Deze titels verschijnen in series met namen als "Librairie des langues étrangères" en de "European Library" (ook wel "Baudry's European Library" genoemd). Een andere serie was onder meer "Baudry’s Collection of Ancient and Modern British Novels and Romances" waarvan de helft van de eerste 50 titels bestond uit boeken van Sir Walter Scott. Uiteindelijk zou hij zo'n 450 titels voor de Engelse markt produceren.

Lag de focus van zijn Engelstalige uitgaven vooral op Scott, voor zijn Italiaanse uitgaven was dat in eerste instantie Manzoni. Bij Manzoni gingen de belangen van de uitgever en de auteur hand in hand: bekendheid voor Manzoni op de Franse markt en dikke winsten voor Baudry. Uiteindelijk werkte Baudry met meer Italiaanse auteurs samen, waardoor hij in staat was ook in die taal een groot fonds op te bouwen van recent verschenen boeken, evenals van klassieke Italiaanse teksten. Een boekenliefhebber kon in die tijd in de winkel van Baudry aan de Rue du Coq zijn hart ophalen: in een van zijn catalogi wordt gezegd dat hij 40.000 titels op voorraad heeft in verschillende Europese talen. 

Met het sluiten van een Frans-Engels auteursrechtenverdrag in 1852 nadat al in 1843 een verdrag tussen Frankrijk en de Sardijnse staten is gesloten, komt er een eind aan de profijtelijke handel van Baudry. In 1853 sterft hij, waarna nog enkele publicaties verschijnen onder auspiciën van de weduwe Baudry.

Vier Italiaanse dichters

Dan tot slot nog iets over mijn Baudry-uitgave uit 1843. Deze is verschenen op het moment dat de uitgeverij  het hoogtepunt van haar activiteiten bereikte. Inmiddels had de verhuizing plaatsgevonden van de Rue du Coq naar de Quai Malaquais (zoals uit het colofon blijkt) en dat gaf ruimte uit de immer uitdijende productie van deze uitgever. Het boek bevat de volgende auteurs:

- Dante: Divina Commedia

- Petrarca: Diverse dichtwerken

- Lodovico Ariosto: Orlando Furioso, satires, sonnetten

- Torquato Tasso: Gerusalemme Libarata en andere werken

Deze uitgave is vermoedelijk één van de meest doorsnee uitgaven van de vier Baudry boeken die ik kocht. Geen inleiding, geen bibliografische gegevens, geen illustraties en geen portretten van auteurs. Echte massaproductie dus. Maar daarmee een mooi standaardvoorbeeld van het soort boeken dat in die tijd werd geproduceerd. En mochten bezoekers van mijn bibliotheek in de toekomst weer eens vragen “heb je die allemaal gelezen?” dan kan ik in elk geval met een gerust hart zeggen dat het in dit geval niet zo is. Dit boek staat er echt alleen voor de sier en voor het goede verhaal dat erbij hoort.

14 december, 2021

326 - Een maaltijd voor bouquinistes

Het begint een goede gewoonte te worden dat ik elke publicatie van Stichting Desiderata al in de originele uitvoering bezit. Behalve helaas die eerste dan, van Nodier. Maar van de zomerpublicatie Hayward Ho! bezat ik al één van de zeer schaarse originele exemplaren, zoals ik eerder schreef. Het leverde mooi vergelijkingsmateriaal op: welke passages waren tussen 1998 en 2021 gewijzigd en waarom? Duidelijk was dat de 2021-versie fantastisch mooi was uitgevoerd (en voor de liefhebber nog steeds te bestellen) en dat de tekst grotendeels intact was gebleven (maar dat een paar goede grappen waren gesneuveld). 

Twee uitgaven van hetzelfde boek

Ook van de winterpublicatie 2021 kan ik nu twee versies laten zien. Ik voeg deze in een lange rij van dubbels die ik in mijn bibliotheek heb staan. Vandaag plofte de hernieuwde uitgave van Ewoud Sanders' boekje 'Als dank voor de gelukkigste momenten in mijn bestaan' op de mat, en ook nog eens fraai gesigneerd. Het krijgt een plekje in mijn categorie 'Boeken over boeken' (als 394e boek in die categorie, tevens het 501e gesigneerde boek in mijn collectie) en komt te staan naast dezelfde uitgave uit 2017. En natuurlijk naast die andere uitgave van Sanders die ik heb: De handel en wandel van de boekenjood, een boek dat ik cadeau kreeg van Perkamentus, ter viering van het tienjarig bestaan van dit blog in 2014.

Xavier Marmier
Het thema voor deze publicatie is het befaamde "Banquet des bouquinistes" dat op 20 november 1892 in het Parijse Le Grand Véfour werd georganiseerd ter nagedachtenis aan de Franse letterkundige Xavier Marmier. Marmier overleed op 12 oktober 1892 en had 1000 francs (tegenwoordig zo’n 6.000 euro) nagelaten om daarmee een feestmaal te organiseren voor de bouquinistes langs de Seine, als dank voor de vele plezierige momenten die hij had doorgebracht bij zijn speurtocht naar boeken. Op 29 september 2017 vond in Amsterdam een reprise van dit diner plaats ter gelegenheid van Boeken in de Beethovenstraat. Ewoud Sanders verzorgde daarbij de inleiding die in een publicatie van uitgeverij De Kan (oplage: 100) verscheen. Hierin geeft Sanders achtergrondinformatie over Marmier, maar ook het menu van zijn diner is bewaard gebleven. Jasper Videler kookte dit menu vervolgens opnieuw in 2017.

En nu is er dan een heruitgave van het boekje van Sanders. Sanders put in zijn beschrijving uitvoerig uit het boek van Octave Uzanne, Bouquinistes et bouquineurs uit 1893, waarin Uzanne uitgebreid verslag doet van het diner, inclusief het menu en de toespraken die werden gehouden. Daarnaast haalt Sanders diverse oude bronnen aan, zoals krantenverslagen van dit diner uit het eind van de 19e eeuw. En ook geeft hij een mooie schets van Marmier als auteur, maar ook als bibliofiel. En dat laatste is natuurlijk ook een goede reden voor de Stichting Desiderata om dit werk opnieuw uit te geven en een hopelijk groter publiek te geven dan de uitgave uit 2017.

Verschillen en overeenkomsten

Ewoud Sanders signeert o.a. mijn boek
(foto via Facebook / St. Desiderata)
De nieuwe uitgave is op het niveau van de tekst niet heel verschillend van de eerdere uitgave. Voor het overgrote deel is de tekst gelijk, met een paar minieme tekstuele aanpassingen. Wel is er een aanvulling op de wijze waarop het diner in de pers is besproken. Zowel in aanloop naar het diner als daarna is er redelijk wat over gepublliceerd. Het onderstreept natuurlijk de bijzonderheid van dit diner, en het spreekt ruim een eeuw later nog steeds tot de verbeelding.

Een veel groter verschil tussen de uitgaves is de uitvoering. Zoals we inmiddels gewend zijn bij Desiderata-uitgaven (na drie publicaties mogen we toch al spreken van een aantal kenmerkende elementen) is ook dit boekje prachtig verzorgd. Mooi gebonden, mooi papier, fijne letter en tot overmaat van luxe een heleboel extra afbeeldingen. En een paar afbeeldingen die in 2017 ook al waren gebruikt zijn veel mooier afgedrukt. Zo ademt ook dit boekje weer volop liefde voor het boek en is het een aanwinst voor mijn boekenverzameling. Als ik de beide uitgave zo naast elkaar zie staan dan zijn de verschillen in uitvoering en kwaliteit immens: het verschil tussen een ‘gewone’ gelegenheidsuitgave en een met passie gemaakt boekje.

Detail van gravure van 
Jean Henri Marlet (1821)

Een jas met diepe zakken

Eén van de kenmerken van Xavier Marmier bij zijn tochten langs de Seine-oever is zijn jas met ruime zakken, waar eenmaal gekochte boeken in konden worden bewaard. Een dergelijke jas komen we ook al tegen in die eerste publicatie van Stichting Desiderata, De bibliomaan. In de bibliomaniakale aantekeningen van Ed Schilders bij dat verhaal wordt geschreven over de speciale jas met grote zakken die de hoofdpersoon Théodore laat maken. Bozig zegt hij tegen zijn kleermaker: "Meneer, deze jas is de laatste die ik door u laat maken als u nóg eens vergeet er zakken op te zetten in kwartijnformaat". Ed Schilders suggereert dat Nodier wellicht is geïnspireerd door de "bibliomannenmode" die hij op de kades van de Seine voorbij zag slenteren, of anders door de prentkunst in die tijd (zie afbeelding hiernaast). Het boek van Nodier verscheen in 1831 en Marmier leefde zo'n 40-50 jaar later als bibliofiel. Kennelijk zijn dergelijke jassen lang in zwang geweest. 

Zoals gezegd wordt in Octave Uzannes boek uitgebreid verslag gedaan van het bouquinistes-maal en daarin komen de jaszakken nog een keer terug. Uzanne citeert uit de toespraak van Choppin d'Arnouville bij het diner, die over Marmier zegt (ik haal dit uit de Engelse vertalilng van het boek; The book-hunter in Paris):

Often in returning from the Palais I have found him searching or reading in the bitter wind, and if I ventured to advise him to be careful, he would reply by showing me some little book thrust into the depths of his pocket (p. 230)

Overigens konden dergelijke jassen niet alleen voor gekochte boeken gebruikt worden, maar waren ook nuttig bij andere kwade bedoelingen. Lawrence Thompson verhaalt in zijn essay Bibliokleptomania (Peacock Press, 1968 - oorspronkelijke uitgave 1944) van verschillende stelende bezoekers van de bouquinistes:

Another abbé whom Cim protects with the simple designation of "B..." terrorized the bouquinistes of the left bank with his thefts around the turn of the century. He was frequently denounced, but he would always become highly indignant, reproaching the poor shopkeeper bitterly for his blasphemously suspicious nature that made him distrust a clergyman. (p. 26).
One nineteenth-century Parisian book thief became such a well-known nuisance among the bouquinistes that they got together and refused to tolerate him any longer. Accordingly, on the day after each "succesful" theft he would receive a bill from his victim setting forth author, title and price of the missing book. At the Hôtel des Ventes he would be stopped at the door and asked whether or not he had taken this or that volume "by error". "Ma foi, oui!" was the invariable and always unembarrassed reply, and the volume(s) would be immediatiely and uncermoniously restored. One worthy female devotee of Paul Boruget who apparaently lacked either the means or desire to buy this author's works became known among the dealers on the left bank as "la dame au parapluie" for her unusual place of concealment. (p. 38)

Waar de ene bezoeker van de bouquinistes hen op slinkse wijze probeert te bestelen, beschouwt de ander ze als leveranciers van blijvend geluk en trakteert ze vervolgens op een heerlijke maaltijd. Dat laatste is een mooi gebaar dat navolging verdient. We zouden allemaal als boekenliefhebbers onze favoriete boekhandelaar aan onze tafel moeten nodigen. Ik vind in elk geval dat de redactie van Stichting Desiderata voor alweer een mooie uitgave op zijn minst een goede borrel heeft verdiend. Ik hoop dat er snel eens gelegenheid komt om die met elkaar te drinken!

23 augustus, 2009

179 - Op boekenjacht in Parijs (deel 2)

Nu dan eindelijk het vervolg op de boekenjacht in Parijs. Zoals ik in deel 1 schreef, was ik naar Parijs gekomen met twee doelen: Shakespeare & Company bezoeken en het boek van Jeremy Mercer over Shakespeare & Company daar kopen en laten stempelen. Wie hier pas begint met lezen, dient eerst deel 1 tot zich te nemen om te begrijpen waarom het bezoeken van Shakespeare & Company zo essentieel was en wat de charme van deze winkel is. 

Shakespeare & Company ligt inderdaad op een prachtige locatie tegenover de Notre Dame. En de winkel voldeed aan elke verwachting die ik had: rommelig, vol, sfeervol en verrassend. Nauwe gangetjes, smalle trappetjes en overal boeken, boeken, boeken. Een schijnbaar ordeloze winkel, maar met de kennis over de achtergrond van Shakespeare & Company was dat niet onverwacht. Uiteraard ben ik ook even boven wezen kijken, waar de eerste kamer met bedden en boeken was te vinden (inclusief een bordje dat de boeken op die etage niet te koop zijn). Ik was niet zo brutaal om nog hoger de winkel in te gaan - uiteindelijk was ik toch maar één van de honderden toeristen die dagelijks langskwamen en vond ik niet dat ik zomaar overal naar binnen zou mogen lopen (hoewel men het misschien niet eens zo erg zou vinden). 

Als er één ding duidelijk is, dan is het dat Shakespeare & Company een winkel is om uren in rond te dwalen, zodat elke stapel boeken bekeken kan worden en je je kan laten verrassen door onverwachte vondsten. Er bestaat trouwens een mooi fotoverslag van het bezoek van blogger Kimbooktu aan de winkel in mei van dit jaar. Die geeft een goede indruk van hoe het eruit ziet. In één van de commentaren op mijn vorige stukje schreef Sander dat het aanbod van boeken niet bijzonder was. En dat is ook zo, wat betreft de reguliere winkel dan, hoewel er wel véél boeken zijn. Maar naast de gewone winkel bevindt zich het antiquariaat in een aparte ruimte en daar vind je tal van bijzondere boeken, een hele wand met 'firsts' van alle grote schrijvers (ik heb in het kader van de nostalgie toch maar even een vroege editie van Ulysses beetgepakt) en een wat rustiger omgeving dan in de gewone winkel. Maar ik had niet de tijd voor een langdurig bezoek. Ik had immers een doel. Na kort door de winkel gedwaald te hebben - waarbij ik een gesigneerd dichtbundeltje van Breyten Breytenbach vond en het boek The yellow-lighted bookshop van Lewis Buzbee dat ik al een tijdje zocht - begaf mij ik mij naar de kassa. Ik vroeg naar de sectie boeken over boeken, maar die was er niet. Vervolgens vroeg ik naar het boek van Mercer en tot mijn verbazing (en die van de verkoper) bleek dat dat boek helemaal niet op voorraad was! Het bekendste boek over Shakespeare & Company is niet te koop in Shakespeare & Company... ik denk dat deze vaststelling de staat van de winkel wel zo ongeveer typeert. 

Met mijn twee aanwinsten maar toch enigszins teleurgesteld verliet ik de winkel, broedend op een mogelijkheid om toch nog aan Mercer's boek te komen. Ik bedacht me dat als ik het boek ergens zou kunnen vinden, ik het alsnog kon laten stempelen bij S&C. Immers, elk boek dat in de winkel wordt gekocht krijgt als bewijs het speciale stempel. Na een aantal vergeefse bezoekjes aan filialen van Gilbert Jeune bedacht ik me tijdens het eten in een restaurant in Rue de la Hûchette dat er ongetwijfeld Engelse boekwinkels in de buurt moesten zijn. Een snelle zoekslag op internet (leve mobiele communicatie!) leerde mij dat op een steenworp afstand van Shakespeare & Company de (van oorsprong Canadese) winkel Abbey was gevestigd, in de Rue de la Parcheminerie. Op de route tussen Shakespeare & Company namen we nog even de tijd voor een ander toeristisch uitstapje, de fraaie 12e eeuwse kerk Saint Julien le Pauvre. Een indrukwekkende kerk, maar wat ik vooral heel mooi vond was het schilderij van de schrijvende evangelist Lucas dat daar hangt. Op mijn route tussen alle boekwinkels vond ik het een mooi beeld om met mij mee te nemen - uiteindelijk gaat het bij boeken altijd om de inspiratie en voor de evangeliën geldt dat natuurlijk in het kwadraat. 

Uiteindelijk bereikten we Abbey. Wat ik niet wist maar toen leerde is dat Abbey al net zo'n prominente plek wil zijn en is als Shakespeare & Company. Ook Abbey heeft een paar unieke kenmerken, zoals de thee die elke gast krijgt aangeboden (in Nederland zijn we dat al gewend van Albert Heijn, maar in Parijs is dat kennelijk heel bijzonder) maar bovenal de vele literaire activiteiten die het organiseert. En Abbey is al net zo'n chaos als Shakespeare & Company, of eigenlijk: een nog grotere chaos. Ik had al veel spijt dat ik onvoldoende tijd had voor Shakespeare & Company, maar het speet mij bovendien dat ik ook niet een paar uur had om door Abbey heen te graven... Achter de kassa zat de eigenaar en toen ik hem zonder veel illusies - gelet op de onduidelijke stapels met boeken die overal in de winkel stonden - vroeg naar het boek van Mercer kwam hij overeind en terwijl hij langzaam mompelde "it should be.... somewhere... around... here!" wees zijn vinger naar een plek op de plank waar niet één, maar twee exemplaren van het boek stonden. Ik had de keuze tussen de Engelse en de Amerikaanse editie, en omdat ik de omslag van de Engelse mooier vond koos ik die. Ik nam geen tijd om het boek verder te bekijken, omdat ik nog terug moest naar Shakespeare & Company voor een stempel en binnen 5 minuten was ik Abbey weer uit - maar wel met de zekerheid dat ik er op een dag zou terugkeren om die winkel eens grondig binnenstebuiten te keren.

Bij Shakespeare & Company was alles als vanouds: druk, rommelig en sfeervol. Maar ik wist niet dat de grootste verrassing van die dag nog op mij wachtte. Ik vroeg of ik een stempel kon krijgen ondanks dat het boek niet in de winkel was gekocht. Dat was geen probleem en de man achter de kassa zei "I really don't know why we don't have it in stock. It is about us, after all...". Hij pakte het stempel en sloeg het boek open. En daar zag ik wat mij tot dan toe was ontgaan: het boek was een gesigneerd exemplaar. Ik verliet de winkel op wolkjes. Niet alleen had ik het boek van Mercer na veel moeite toch gekocht in Parijs, maar het was gesigneerd, gedateerd en bovendien gestempeld in de winkel waar het in het boek allemaal om draait: Shakespeare & Company. Daarmee had ik een uniek boek aan mijn verzameling toegevoegd en bovendien weer een prachtig boekverhaal. Geheel bevredigd dronk ik die avond een wijntje. Parijs heeft mijn hart gestolen en voor altijd wachten er twee boekwinkels als bakens op mijn terugkeer. 

04 augustus, 2009

178 - Op boekenjacht in Parijs (deel 1)

Gelukkig zaten we niet al te ver van Parijs en wie aan Parijs denkt, denkt maar aan één ding: de boekwinkel Shakespeare and Company aan de Rue de la Buchette, tegenover de Notre Dame. Ik moest naar Parijs, ik moest naar Shakespeare and Company en bovenal moest ik in het bezit komen van Jeremy Mercer's boek over Shakespeare and Company: Books, baguettes & bedbugs. Maar waarom moest ik dat allemaal? Laat ik bij het begin beginnen...

Shakespeare and Company is een legendarische en nogal vreemde boekwinkel. De oprichter, George Whitman, startte de huidige winkel na de Tweede Wereldoorlog (in 1951), maar de eerste Shakespeare and Company, opgericht door Sylvia Beach in 1919, was ook al legendarisch. De eerste winkel was een toevluchtsoord van schrijvers als Hemingway, Ezra Pound, Scott Fitzgerald en James Joyce. Het was Beach die als eerste Ulysses publiceerde. De legende wil dat S&C in 1941 moest sluiten omdat Beach weigerde een boek aan de Duitsers te verkopen. Hoewel dat op zich een goed besluit was, kostte het Beach wel de boekwinkel. 

In 1951 liet Whitman S&C herleven en met toestemming van Beach hergebruikte hij de originele naam. Whitman heeft een idealistische inslag en wil zijn boekwinkel vooral inzetten voor een betere wereld en een betere mensheid. Net als de oorspronkelijke winkel is ook de huidige winkel een toevluchtsoord voor - meest jonge - schrijvers. Maar in de beginjaren verbleven ook schrijvers als Allan Ginsberg en William Burroughs in S&C. Maar los van hen is de winkel is de min of meer permanente verblijfplaats van meerdere schrijvers, die als tegenprestatie een handje meehelpen in de winkel. S&C is in de loop van de jaren uitgegroeid tot een universum op zichzelf, met bijzondere bewoners en een bijzondere manier van werken. Whitman schat dat in de loop van de jaren tienduizenden in zijn winkel hebben geslapen. Sommigen een dag, sommigen een week, sommigen ruim vijf jaar... En allemaal hebben ze hun biografie achtergelaten - dat is de enige eis die Whitman stelt. Tezamen vormt dit een gigantisch archief en een fascinerend tijdsbeeld van de laatste halve eeuw. Want iedereen die een biografie schrijft wil daarin natuurlijk laten zien dat hij of zij een schrijver is, en bovendien gaat het vaak om mensen die om een of andere reden op de vlucht zijn, de weg kwijt zijn, worstelen met de vragen des levens, etc. Alleen het publiceren van al deze biografieën zou iets heel bijzonders opleveren. Maar daarnaast wil S&C het middelpunt van de literaire cultuur in Quartier Latin zijn, met als gevolg een onafgebroken rij bijeenkomsten met en over auteurs, literaire festivals en allerlei andere activiteiten. Ook dat is allemaal bewaard en ook dat geeft een fraaie inkijk in de literaire wereld van de laatste halve eeuw. Op de site van Shakespeare and Company zijn (aanklikbare) voorbeelden van het archief te zien. En o ja, soms worden er ook nog boeken verkocht...

Doordat S&C in elke toeristische gids van Parijs staat is het er structureel druk. Toch heeft de winkel al die jaren haar bijzondere karakter weten te behouden. Hoe de wereld van S&C eruitziet is recent beschreven door Jeremy Mercer, een Canadese schrijver die enkele maanden in S&C woonde, een vertrouweling van Whitman werd en een fraai portret heeft geschreven over de wereld van deze boekwinkel. Deze zomer is het boek ook in het Nederlands verschenen, onder de titel Een bed tussen de boeken. De recensie van Ariejan Korteweg in de Volkskrant van 30 juli (gepubliceerd één dag voor ik in de winkel was, maar dat wist ik toen nog niet...) geeft een goede beschrijving van het boek en van de winkel. In het boek van Mercer gaat het onder meer over de opvolging van de winkel - Whitman is inmiddels de 90 gepasseerd. Uiteindelijk zet zijn dochter de winkel voort, maar naast deze strijd om het voortbestaan geeft Merder een inkijkje in de geschiedenis van de winkel, de ideeën van Whitman en natuurlijk portretten van een aantal illustere bewoners van S&C. 

 Kortom, gewapend met deze kennis ging ik naar Parijs. Maar omdat deze post te lang wordt als ik het hele verhaal vertel, en om iedereen de gelegenheid te geven de hyperlinks te volgen, vervolg ik mijn relaas over de jacht op Mercer's boek en het bezoek aan S&C (met een onverwacht einde!) in mijn volgende bijdrage.