Posts tonen met het label Burgersdijk en Niermans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Burgersdijk en Niermans. Alle posts tonen

15 januari, 2026

365 - Karakter

Er zijn van die iconische boeken die iedereen met een beetje collectie wel in de kast heeft staan, maar meestal niet in eerste druk. Als je een favoriete schrijver hebt en je wilt diens werk volledig in de kast hebben staan, dan is er altijd zo'n boek waarvan de eerste druk langzamerhand onbetaalbaar wordt. Het is dan de vraag of je het er nog voor over hebt om het geld er aan uit te geven. Maar hoe langer je verzamelt en hoe meer van de overige titels van diezelfde auteur in onberispelijke staat in je kast staan, hoe waarschijnlijker het is dat je toch bereid bent diep in de buidel te tasten voor dat laatste puzzelstukje. De begeerte bouwt zich op over meerdere jaren.

Zeker als je zoals ik een collectie Nederlandse literatuur hebt, zijn dat soort titels meestal goed binnen bereik. Een kwestie van veilingen volgen, nieuwsbrieven van antiquariaten spellen, Marktplaats in de gaten houden en dan lukt het wel. Maar er zijn altijd uitzonderingen. Soms is het gewoon een kwestie van sparen en dan veel geld uitgeven. Zoals ik deed toen ik Nescio's debuut kocht en ik de kwetsbare eerste druk van Dichtertje/De Uitvreter/Titaantjes eindelijk in handen had. Destijds een dure aankoop, maar ik heb er nog geen seconde spijt van gehad en ruimt tien jaar later ben ik er nog steeds heel blij mee.

Een andere klassieker waar ik al jaren op aasde was de eerste druk van Karakter van Ferdinand Bordewijk. En dan liefste een eerste druk met het stofomslag. Al vaak heb ik er op geboden: in 2023 nog werd ik overboden bij Zwiggelaar (ik bood 300, maar het werd afgeslagen op 400) maar ik probeerde het ook al in 2011 bij Bubb Kuyper (toen bood ik heel bescheiden 160 en het werd afgeslagen op 200). Tussendoor heb ik nog een paar keer vergeefs geprobeerd dit boek te kopen. Ik bezat ondertussen wel een exemplaar van de 28e druk (de 'jubileumeditie' uit 1988 toen het boek 50 jaar werd) en een door Adriaan van Dis voorgelezen exemplaar.

Karakter is één van de hoogtepunten in de Nederlandse literatuur. Niet voor niets staat het steevast in de top 10 van 'beste Nederlandse boeken aller tijden' of vergelijkbare lijstjes. En dat was niet helemaal zoals verwacht, want in de jaren '30 had Bordewijk nog niet zo veel commercieel succes met zijn boeken. Bordewijk schreef Karakter in twee maanden in 1937, voor een deel tijdens een vakantie in Engeland. Hij had al eerder een novelle gepubliceerd onder de titel Dreverhaven en Katadreuffe, die een soort voorstudie van Karakter is. Die novelle verscheen in 1928, maar de thematiek van een confrontatie tussen een vader en zijn natuurlijke zoon bleef hem bezighouden en in zijn eigen woorden schreef hij Karakter ‘Uit een behoefte het geval verder uit te diepen, de figuur van Katadreuffe meer kracht in te gieten en meer reliëf te geven, en het geheel op breeder plan te brengen, met diverse bijfiguren’.  In de jubileumeditie die ik hiervoor aanhaalde is Dreverhaven en Katadreuffe opgenomen en het is later ook nog apart verschenen. Het is trouwens niet zo dat een eerste druk van Karakter per se schaars of kostbaar is. Regelmatig worden exemplaren zonder stofomslag aangeboden en die kan je voor minder dan 100 euro aanschaffen. Dan heb je nog steeds een fraai exemplaar in het mooie rode linnen gebonden. Maar het gaat dus om het stofomslag.

Ik was dan ook heel blij toen ik in de najaarscatalogus van Burgersdijk & Niermans opnieuw een exemplaar zag aangeboden. Door het veilinghuis bescheiden ingezet op 80 euro, maar dat had ik vaker gezien. Het exemplaar bij Zwiggelaar in 2023 werd door het veilinghuis geschat op 100-200 euro, maar ging voor het dubbele van de hoogste schatting weg. Ik bereidde mij dus voor op opnieuw een teleurstelling, maar kon dit exemplaar natuurlijk niet laten passeren zonder te bieden. Op hoop van zegen dan maar, en ik liet een ruimhartig bod achter bij het veilinghuis. Ondanks mijn lage verwachtingen zag ik tijdens de live veiling de teller stoppen op 160 euro, waarna het afgeslagen werd. het kon niet anders, of dit boek was van mij en inderdaad kreeg ik een paar dagen later een bevestiging en een factuur in de bus. 

Wat maakt nu dat zo'n exemplaar met stofomslag zo waardevol is? Ook al is dat omslag, zoals in mijn geval, licht beschadigd en zelfs enigszins amateuristisch gerepareerd? Uiteindelijk is het een kwestie van schaarste. Een stofomslag is van oudsher bedoeld als gebruiksvoorwerp en om het boek te beschermen tegen... stof dus. Niet dat een stofomslag daar zo geschikt voor is, want de bovenkant van het boek is onbeschermd. Maar het stofomslag zorgt er wel voor dat de (vaak linnen) binding vrij van vlekken en dergelijke blijft. Voor verzamelaars is het stofomslag onlosmakelijk verbonden met het moment van verschijnen van een boek; het stofomslag is een tijdbeeld en is vaak ook mooi ontworpen. Maar omdat het kwetsbaar is en vaak beschadigt omdat het die beschermende functie heeft, verdwijnen stofomslagen vaak: ze worden weggegooid, ze scheuren en uiteindelijk zijn er maar weinig over. Zeker in het geval het een eerste druk van een vroeg werk van een auteur is, dan is de oplage op zichzelf al relatief klein en de combinatie eerste druk - onbeschadigd stofomslag is dan vanzelf unieker. Een markant voorbeeld is The great Gatsby van F. Scott Fitzgerald. Die eerste druk heeft een iconische afbeelding op het stofomslag. Een exemplaar met stofomslag heeft een waarde van een (paar) ton. Bij het schrijven van dit stukje zag ik een exemplaar van de eerste druk, met stofomslag en een fraaie opdracht van Scott Fitzgerald te koop voor 975.000 dollar... Een identiek exemplaar zonder stofomslag (en ongesigneerd) is nog steeds duur (circa 10.000 euro) maar het stofomslag maakt een exemplaar dus ruim tien keer zo waardevol. Bij Biblio.com vind je een korte introductie over stofomslagen. Perkamentus heeft ooit een mooi bericht geschreven over een Nederlands voorbeeld, Het Achterhuis, waarbij het zeer kwetsbare stofomslag veel waarde toevoegt aan een exemplaar. Perkamentus vergeleek de omslagen en buikbandjes van de eerste, tweede en derde druk van dit boek en vond een aantal interessante verschillen. 


Het stofomslag van Karakter oogt een beetje saai, het is qua opmaak identiek aan het linnen, maar dan in een andere kleur: lichtgrijs papier met rode letters, in plaats van het in het oog springende rood met zwarte letters. Op de voorflap staat een samenvatting van het boek, de achterflap maakt reclame voor andere uitgaven uit het fonds van Nijgh & Van Ditmar, zoals Roelants, Slauerhoff en Vestdijk. 

Ik heb geprobeerd te achterhalen wie de ontwerper was, maar daar is geen informatie over. Uiteindelijk vond ik een artikel van Eric van den Berg in de Volkskrant in 2016, waarin het gaat om de verschijning van het luisterboek van Karakter, voorgelezen door Adriaan van Dis. In dat artikel beantwoordt Robert Gaarlandt, voorzitter van het Bordewijk-genootschap, dit op de vraag naar de ontwerper: 
Niemand die het weet. Het is ook niet meer na te gaan, want het archief van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar is bij het bombardement van Rotterdam in de meidagen van 1940 verloren gegaan. 


En als Robert Gaarlandt het zegt, hoeven we verder niet meer te twijfelen. Grappig is wel dat het in dit artikel dus ging over het kenmerkende omslag van Karakter dat ook te zien is bij het luisterboek. Maar het stofomslag is zo onbekend, dat kennelijk alleen het rode omslag wordt gezien als authentiek. In het artikel staat:
De recente luisterboekversie  voegt daar geen nieuwe variant aan toe. Ontwerper Nico Richter besloot dezelfde kleur en dezelfde met de hand getekende letters te gebruiken als op de eerste druk, 'Terug naar de bron, want dat blijft een bijzonder sterk ontwerp'.
Toch had het luisterboek dan eerder een grijze kleur moeten hebben dan een rode kleur. Karakter heeft talloze verschillende omslagen gehad, toch is die rode omslag nog een aantal keer gebruikt. De 8e druk van het boek uit 1948 had hetzelfde omslag en ook de uitgave van de Nederlandse Boekenclub uit 1968 werd in rood uitgegeven, zij het met iets andere letters die ook onderaan het omslag stonden. 

Ik kan in elk geval weer een boek van mijn wensenlijstje afstrepen. Ik zet het in de kast naast de jubileumeditie en het luisterboek, die ik beide ook zal bewaren. Want een verzamelaar heeft zelden genoeg aan één exemplaar van een geliefd boek.



07 juni, 2025

361 - Een feestelijk gedicht

Onlangs kocht ik weer een interessante gelegenheidsuitgave die mij op het pad van Russische poëzie bracht. Dat is niet een groot aandachtsgebied voor mij, maar zoals wel vaker kwam er vervolgens nog meer aanvulling van Russische poëzie in mijn bibliotheek. Dat zat zo.

In 2019 vierde het Leidse antiquariaat Burgersdijk en Niermans haar 125-jarig bestaan. Over dit veilinghuis heb ik al vaker geschreven, maar het is natuurlijk onmogelijk om de roemruchte geschiedenis ervan in een paar zinnen samen te vatten. Op de eigen website staat een handzame geschiedenis voor wie wat meer wil weten. Voor nu goed om te weten is dat het veilinghuis vrijwel permanent gevestigd is geweest aan de Nieuwsteeg in Leiden en genoemd is naar twee medewerkers van de de Leidse uitgeverij Brill die de veilingactiviteiten van Brill eind 19e eeuw overnamen. Zij noemden het pand weer Templum Salomonis, naar de eerdere bewoner van het pand Philips van Leyden, de 14e eeuwse jurist en boekenverzamelaar. Over hem schreef ik al eerder, naar aanleiding van een publicatie over zijn bibliotheek.

Bijzonder aan het pand aan de Nieuwsteeg is dat de gevel sinds 1992 een gedicht draagt van de Russische dichteres Marina Tsvetajeva. Dat gedicht was het eerste van een hele reeks aan Leidse muurgedichten, die je allemaal hier kunt zien. Het gedicht van Tsvetajeva werd destijds illegaal aangebracht door Ben Walenkamp en Jan Willem Bruins. Later werd het initiatief omarmd door de gemeente Leiden en werden nog veel meer van dergelijke muurgedichten aangebracht. Meer over de aanleiding voor deze actie en de keuze voor dit gedicht is te lezen in dit artikel uit Levende Talen Magazine

Het is ditzelfde gedicht dat uiteindelijk ook terechtkwam op de gelegenheidsuitgave bij het jubileum van het veilinghuis. Waar het op de muur van het pand nog in het cyrillisch staat, is het in deze uitgave vertaald afgedrukt. De vertaling is van Marja Wiebes en Margriet Berg. Het gedicht is te mooi om hier niet te herhalen. Vooral de laatste strofe maakt het ook erg passend voor een plek op de gevel van een veilinghuis…

Mijn verzen, die ik jong al heb geschreven, 

Voordat ik wist een dichteres te zijn,  

Als vuurwerk spattend, vonkend en vol leven,

Bruisend als een fontein,

 

En die als kleine duivels binnendrongen

In 't rijk dat vol van droom en wierook was,

Mijn verzen, die de dood, de jeugd bezongen,

- En niemand die ze las!

 

Die op bestofte winkelplanken kwijnen

Waar niemand ze een blik ooit waardig keurt!

Mijn verzen komen, zoals goede wijnen,

Nog wel eens aan de beurt. 

Zoals de eerste zin al aangeeft, was Tsvetajeva nog maar jong toen ze dit gedicht schreef, in 1913. Daarna publiceerde ze een imposant oeuvre, maar leidde een tragisch leven dat uiteindelijk leidde tot haar zelfmoord in 1941. Inmiddels wordt ze gezien als een van de meest toonaangevende dichters in Rusland.

De jubileumuitgave was niet te koop, maar werd verspreid onder de aanwezigen bij het symposium van Burgersdijk en Niermans op 1 mei 2019 in Leiden. Eén van de bijdragen op dit symposium, van J.F. (Freek) Heijbroek, is afgedrukt in tijdschrift De Boekenwereld. Heijbroek gaat in op de geschiedenis van verschillende Leidse antiquariaten. Wie er verder sprak op dit symposium heb ik niet terug kunnen vinden, alleen schrijft Heijbroek in zijn artikel dat Anton van der Lem dagvoorzitter was. 

Hoeveel exemplaren er werden gedrukt van dit gedicht staat niet vermeld, alleen dat het een beperkte oplage was. Ik heb zelf nummer 154, de oplage was dus niet heel klein. Toch vind ik nergens een vermelding dat deze uitgave te koop wordt of werd aangeboden. Meestal blijven er van zo’n oplage wel wat exemplaren beschikbaar via boekwinkeltjes.nl of antiqbook, maar nu is dat niet zo.

Toen ik het exemplaar op de kop tikte was ik wat teleurgesteld, omdat er een grote rode vlek rechts onderaan zit, het ziet er uit als de afdruk van een wijnglas. Ik dacht dat dit het gevolg was van het ronddelen op het symposium: kennelijk had een ontvanger het ergens neergelegd, en toen was er wijn op gemorst. Zoiets. Ik vond het nogal slordig: krijg je zo’n mooie uitgave, mors je er meteen wijn op. Het kan gebeuren, maar jammer dat ik dan geen ongeschonden exemplaar heb.

Maar niets bleek minder waar. Bij het lezen van het eerder aangehaalde artikel in Boekenwereld zag ik een foto die is genomen op het symposium. Daarop stond een afbeelding van precies deze uitgave, met een identieke vlek erop. Het is nog net te zien dat dit een Romeins genummerd exemplaar is, daarmee lijkt de stelling gerechtvaardigd dat deze vlek doelbewust is aangebracht op alle exemplaren, een mooie knipoog naar het feestelijke karakter ervan! Gelukkig heb ik tóch een ongeschonden exemplaar. Maar hoeveel bezitters zullen net als ik eerst teleurstelling hebben gevoeld omdat ze dachten dat het een beschadigd exemplaar was?

Een overstap naar De Roos

Om twee redenen kan ik nu een overstap maken naar uitgaven van Stichting de Roos. Allereerst omdat ik mij herinner dat ik hetzelfde gevoel had toen ik een exemplaar kocht van Le petit poucet van Charles Perrault, uitgegeven door Stichting de Roos in 1969. Het omslag van die uitgave ziet er versleten en verweerd uit. Toen ik het kocht dacht ik ook die keer dat ik een slecht exemplaar te pakken had, maar dit bleek ook hier onderdeel van het ontwerp.

De tweede reden is dat ik niet al te lang na de uitgave van Tsvetajeva een recente uitgave van Stichting de Roos kocht waarin 5 jonge Russische dichters centraal staan. Deze uitgave uit 2024, nr. 198 van De Roos, bevat poëzie van auteurs in ballingschap en zijn eerdere gepubliceerd in het tijdschrift 5th Wave, dat mede wordt uitgeven door Van Oorschot. De titel is Voorlopige resultaten. De dichters reflecteren op actuele gebeurtenissen, waaronder de oorlog in Oekraïne. Een parallel met Tsvetajeva is dat zij het gedicht Mijn verzen ook schreef als jonge dichter, en ook in tijden van onrust en oorlog, net als de dichters van nu. En dat zij ook een tijdje in ballingschap buiten Rusland heeft gewoond. De bijdragen werden geselecteerd door Maxim Osipov

Meer Russische poëzie tot slot

Met deze twee uitgaven heb ik inmiddels aardig wat Russische poëzie in mijn collectie. Zoals gezegd, ik zoek er niet speciaal naar maar al met al groeit het aardig.Want ik heb nog wat meer in mijn bezit, de meeste verschenen als bibliofiele of bijzondere uitgave. De jaarlijkse nieuwjaarsuitgave van Stichting de Roos in 2024 was namelijk een separaat uitgeven gedicht uit Voorlopige resultaten, van de hand van Michaïl Aisenberg. Ook Burgersdijk en Niermans publiceerde meer in dit genre: in 2020 verscheen bij hen het nieuwjaarsgeschenk Soldaat van papier, poëzie van Boelat Okoedzjava. Verder verscheen bij Stichting de Roos in 2017 al een uitgave van de dichter Anna Achmatova met als titel Avond. Als speciale uitgave van Februari boekhandels verscheen in 2017 een boekje met vier gedichten van Aleksandr Blok in de vertaling van Jean-Pierre Rawie. Van diezelfde auteur heb ik ook nog een uitgave van de vermaarde Insel-Bücherei met een aantal gedichten. En tot slot heb ik nog wat uitgaven van Daniil Charms, waar ik in 2011 al over schreef. En als laatste moet ik natuurlijk Poesjkin’s bekende werk Jevgeni Onegin, de roman in verzen, noemen. Al met al natuurlijk maar een minuscule selectie uit de immense Russische literatuur en volstrekt niet representatief. Desondanks meer titels dan ik dacht te hebben toen ik aan dit stukje begon. 



18 januari, 2024

349 - Jaaroverzicht 2023: een struisvogel aan boeken

Zo af en toe geef ik een overzicht van een jaar in boeken. Ik doe dat niet elk jaar, maar soms kijk ik zelf tevreden terug op mijn vondsten en vind ik het leuk de stapel te delen met mijn lezers. De laatste keer was al weer 4 jaar geleden en daarom is het hoog tijd dit weer te doen. Ik werd mede geïnspireerd door de Stichting Desiderata-uitgave die ik net voor het einde van het jaar ontving: Het einde van het boek van Octave Uzanne, zoals altijd fraai vormgegeven en met zorg vertaald door Martin Hulsenboom. Het was de tweede Desiderata-uitgave van dit jaar, eerder verscheen al De pelle humana, over boeken gebonden in mensenhuid. Dat was een uitgebreidere versie van een eerdere uitgave in eigen beheer (die ik uiteraard ook heb). Beide versies van De pelle humana staan nu trots naast elkaar. En hierbij staat nu ook Het einde van het boek. In dit verhaal van Uzanne worden allerlei veranderingen voorspeld die zich op het terrein van het boek gaan voordoen. Met verrassend veel fantasie wordt gesproken over technologische vernieuwingen die ertoe zullen leiden dat het papieren boek gaat verdwijnen. Veel van die voorspellingen - over luisterboeken en digitale boeken - zijn intussen uitgekomen, maar de meest sombere voorspelling over het verdwijnen van het gedrukte boek is gelukkig (nog) niet bewaarheid. Ook ik heb mij dit jaar weer met verve verzet tegen het verdwijnen van het papieren boek.

De teller van de Bibliotheca Scatebra staat inmiddels in totaal op 4.425 titels. Maar hoeveel is er nu bijgekomen in de laatste twaalf maanden? Mijn online catalogus LibraryThing helpt mij goed op weg voor dit jaaroverzicht doordat ik het overzicht gedetailleerd bijhoud en het systeem dit keer een eigen jaaroverzicht genereerde. Daarin staat wat ik heb gelezen en wat ik heb toegevoegd aan mijn catalogus, gesorteerd op datum, genre, auteur, verschijningsjaar et cetera. Inclusief allemaal staaf- en taartdiagrammen. Het is nuttig om te weten dat alle boeken van dit jaar opgestapeld ongeveer de hoogte van een struisvogel hebben en 0,48 Billy aan ruimte vragen. Mijn jaaroverzicht 2023 staat hier. Maar hoe feilloos het systeem ook is, toch is het niet helemaal compleet - en dat komt door mij. Ik heb namelijk niet alleen nieuwe boeken aan mijn catalogus toegevoegd, maar ook verschillende exemplaren vervangen door betere. Latere drukken voor eerste drukken, of simpelweg een mooiere uitvoering. Die staan hier niet tussen omdat het systeem die niet herkent als 'nieuw' (ik heb alleen de beschrijvingen aangepast). En daarnaast loop ik een beetje achter met invoeren. Ik heb nog wat opbrengsten van de laatste veiling van Bubb Kuyper die ik nog niet ingevoerd heb. Invoeren is nogal wat werk omdat ik echt alle details invoer (afmetingen, gewicht, details over paginering, uitvoering, bijzonderheden, etc.).

Alle omslagen van de nieuwe titels in mijn bibliotheek
 

 

Laten we beginnen met de getallen. Ik heb in 2023 178 nieuwe titels ingevoerd in LibraryThing, en nog 12 die liggen te wachten, dus in totaal 190 nieuwe titels. Gemiddeld ruim 3,5 boek per week dus, oftewel om de dag een nieuwe titel. Was het maar zo dat ik om de dag een nieuw boek kreeg, wat zou dat heerlijk zijn! Maar de boeken komen in golfjes: de ene maand twee dozen van een veiling of een tas vol van een boekenmarkt, de andere maand weer niks. Maar die 190 exemplaren, wat zijn dat voor boeken en waar komen ze vandaan?

Mijn leveranciers

Mijn grootste leveranciers zijn nog altijd de boekenveilingen, zij leverden mij 45 titels, Dit jaar haalde ik 30 titels weg bij Bubb Kuyper, 15 titels bij Burgersdijk & Niermans en eentje bij Catawiki.

Bij de najaarsveiling van Bubb Kuyper won ik een paar kavels Nescio met bijna allemaal titels die ik voor zover ik kon inschatten al had, maar die bij nadere beschouwing toch nog wat verrassingen opleverde.

Ik kocht de Nesciokavels vooral omdat in één ervan een genummerde prent van Joost Swarte zat met een illustratie uit Titaantjes. Deze prent kende ik nog niet. Ik wist van het bestaan van een vergelijkbare prent met een illustratie uit De Uitvreter (die zoek ik nog), maar deze wilde ik natuurlijk niet missen. Ik bood hoog op dit kavel en kreeg 'm voor een lage prijs (is Nescio niet meer in trek?). Naast de prent van Swarte vond ik in deze kavels onder meer een paar verbeterde of mooiere exemplaren zodat ik die kon ruilen met exemplaren in mijn collectie. 

Bij het doorbladeren van de boeken was er nóg een verrassing, uit één ervan rolde een linosnede van de hand van Aline E. Jansma met het hoofd van Nescio. Deze had ik nog nooit gezien en ik vond online wel linosnedes van haar hand van andere schrijvers (Multatuli, Oscar Wilde) maar niet deze. Een mooie vondst, die nu staat te pronken in een lijstje bij mijn Nescio-collectie. Verder zat er nog een mij onbekende uitgave tussen van brieven tussen Chr,J, van Geel en Nescio, en een aantal bijdragen over Nescio in literaire tijdschriften zoals De Parelduiker.
Ik had vervolgens een heleboel dubbele Nescio-uitgaven en die heb ik via Catawiki verkocht, waarbij de opbrengst hoger was dan wat ik bij Bubb moest afrekenen.

Naast deze rijke Nescio-oogst kocht ik bij Bubb een mooi kavel met uitgaven van Kurt Löb, een tekenaar die ik zeer bewonder, Ik was erg blij met diverse gesigneerde exemplaren, een paar bibliofiele uitgaven en sowieso mooie uitbreiding van mijn Löb-collectie. Zo kon ik eindelijk de paperback van Flauberts verhaal Bibliomanie (De Mandarijn, 1982) vervangen door een gebonden, genummerde en gesigneerde versie waar ik al een tijdje naar zocht. Heel blij was ik ook met een bibliofiele editie van Reidans van Arthur Schitzler, één van de Romeins genummerde en door Löb gesigneerde uitgaven. Verder kocht ik nog een setje nieuwsjaarsgeschenken van Antiquariaat Klikspaan uit Leiden (waarvan één gebonden luxe-exemplaar) en zoals altijd een paar uitgaven van Stichting de Roos.

Ik kocht 15 titels bij Burgersdijk & Niermans, De meeste daarvan komen uit een kaveltje 'boeken over boeken', met werken van onder meer Huib van Krimpen en Herman de la Fontaine Verwey. Maar ook een paar boeken rondom Laurens Janszoon Coster, waar ik dan ook een uitgebreid blog over schreef. 

Het andere kavel bestond uit nieuwjaarsgeschenken van Stichting de Roos, met ook hier weer een prachtige afdruk van Joost Swarte, die inmiddels tot de meest gezochte nieuwjaarsgeschenken van De Roos hoort. Ik scheef een paar jaar geleden al eens een blog over deze nieuwjaarsgeschenken, die vaak verrassend bijzonder zijn qua inhoud of vormgeving en beslist verzamelwaardig.

Mijn tweede grootste leverancier was zoals altijd Marktplaats. Daar kwamen 34 titels vandaan. Over verschillende daarvan heb ik op dit blog geschreven, zo kwam onder meer de vierdelige serie Hollands Rijkdom van Elias Luzac van Marktplaats, evenals het Elzeviertje, Over beide heb ik uitgebreid geschreven. Ik kocht via Marktplaats ook veel CPNB-uitgaven, zo kon ik voor een mooie prijs een setje luxe boekenweekgeschenken kopen (de genummerde uitgaven in beperkte oplage). Maar ook andere boekenweekuitgaven kwamen van Marktplaats (Friese en Vlaamse boekenweekgeschenken), naast diverse losse boeken. Maar de mooiste vondst die ik deed was waarschijnlijk het ultra-zeldzame officieel niet-bestaande Literaire Juweeltje van Joost Zwagerman: Fijne meisjes, waarvan er misschien maar 10 of 20 bestaan.. Uiteraard schreef ik er een blog over.

De derde grootste categorie zijn cadeautjes. Gelukkig kennen veel mensen mijn behoefte, verjaardagen, sinterklaas of tussentijdse cadeautjes leverden 22 titels op. Hieronder valt ook het jaarboek van het Genootschap van Bibliofielen dat ik van Perkamentus kreeg en de speciale nulde druk van Tommy Wieringa's Nirwana die ik bij de Bezige Bij losbietste.

In kringloop-/tweedehandswinkels kocht ik 27 titels, waaronder 8 bij de geweldige Maastrichtse Boekenkelder onder het toeziend oog van Danny Habets bij de ontmoetingsdag voor boekenbloggers. Boekenmarkten leverden mij 15 titels op, waarvan 13 uit Tilburg waar ik Boeken rond het Paleis bezocht.

Verder kocht ik 21 boeken nieuw in de winkel of bij Bol.com, 6 bij Boekwinkeltjes.nl, 2 bij antiquariaten. 

Mijn genres, series en auteurs

Het belangrijkste genre dat ik dit jaar aan mijn bibliotheek toevoegde is literair proza, ruim 100 titels. Een goede tweede plaats zijn de boeken over boeken, 41 titels in totaal. De rest bestaat uit boeken over historie, filosofie, poëzie en overige uitgaven. 

Qua series heb ik zoals elk jaar trouw elke maand een Literair Juweeltje gekocht. Die serie is inmiddels gestopt zoals ik in mijn blog schreef dus dit is de laatste keer dat deze serie in een jaaroverzicht wordt vermeld (behoudens Fijne meisjes-achtige vondsten). Andere series die ik uitgebreid heb zijn zoals gezegd de boekenweekgeschenken, overige CPNB-uitgaven (Nederland Leest, boekenweekessays, themamaanden zoals Geschiedenis, of Filosofie) en Stichting de Roos.

De populairste auteurs dit jaar zijn gelet op het bovenstaande een niet onverwacht rijtje: Kurt Löb en Nescio heb ik al genoemd. Maar dit jaar was ook een goed Adriaan van Dis-jaar met de verschijning van een aantal nieuwe titels en de aankoop van verschillende bijzondere uitgaven. Op Marktplaats de luxe versie van het boekenweekessay Onder het zink (oplage 250), op Catawiki de luxe editie van de verstripte Familieziek (oplage 150) en van een medeverzamelaar een gesigneerde Duitse editie van De wandelaar. Ik schreef al over de signeersessie die ik bijwoonde, waardoor ik een hele stapel Van Dis-aankopen van de afgelopen jaren heb kunnen laten signeren én ik erachter kwam dat er nog een bijzondere uitgave was verschenen bij Galerie Christian Ouwens. Maar ik was ook bij een signeersessie van Tommy Wieringa, die welwillend een enorme stapel titels signeerde die ik in de afgelopen jaren had gekocht. Het aantal gesigneerde boeken in mijn bibliotheek steeg daarom naar 542.

Verrassend genoeg was er dit jaar geen nieuws van Bordewijk. Dat is voor het eerst in vele jaren denk ik, ik weet altijd wel iets leuks van of over Bordewijk op de kop te tikken. Ik heb het geprobeerd: ik heb op verschillende veilingen toch wel fors geboden op een paar ontbrekende stukjes in mijn Bordewijk-collectie. Maar ik werd helaas steeds afgetroefd. Jammer, maar ik reken volgend jaar op meer succes.

De verrassingen

Het leukste aan verzamelen zijn de onverwachte vondsten en de onverwachte ontmoetingen. Daarvan waren er dit jaar in elk geval genoeg en dat waren dan ook de hoogtepunten van het jaar. Die keer dat ik in een Vlaamse boekhandel een gesigneerd exemplaar van het nieuwste boek van Ian McEwan, Lessons, vond. Een toevalstreffer in een kleine boekhandel in Turnhout! Al die onverwachte vondsten op Marktplaats, zoals Fijne meisjes, luxe boekenweekgeschenken of langgezochte literaire uitgaven. Ik vond het bijzonder om de boeken van Elias Luzac op Marktplaats te vinden, eindelijk George Orwells Bookshop Memories in de uitgave van Arethusa Pers in de kast te kunnen zetten en mijn boeken-over-boeken collectie uit te kunnen breiden naar 451 exemplaren. De uitgaven van Stichting Desiderata droegen er aan bij, maar ook de boekjes van Garrelt Verhoeven over zijn verzamelwoede, de briefwisseling tussen Dik van der Meulen en Alexander Reeuwijk Mesjogge bezitsdrang en het hilarische boekje van Harry Pallemans met de titel Vandaag in de boekhandel, een sleutelroman over een uitgeverij.

De kosten

Wat kostte deze verzamelwoede van mij uiteindelijk? Ik houd mijn kosten niet bij (maar wie details zoekt leze de maandelijkse overzichten van Perkamentus onder de titel Het jaar geboekt). Ik probeer wel steeds mijn budget te beheersen door overtollige boeken uit veilingkavels te verkopen en/of te verdienen op marktplaatskoopjes of boekenmarktvondsten. Daardoor kon ik dit jaar 22 kavels op Catawiki zetten en als ik daarin terugkijk bestaat ongeveer de helft uit dubbele boeken van veilingen die ik doorverkocht, en de andere helft uit kringloop- en marktplaatsvondsten die ik voor meer geld kon doorverkopen. En natuurlijk ben ik dankbaar voor al degenen die mij boeken cadeau deden. Hoewel ik dit jaar bruto circa 1800 euro aan boeken uitgaf, heeft dit boekenjaar mij netto naar schatting €650 gekost. Onder aan de streep zo'n 3,50 per boek. Geen geld voor zoveel moois en op deze manier is mijn toch wel uit de hand gelopen hobby ook dit jaar nog enigszins betaalbaar gebleven.

15 mei, 2023

343 - De beste catalogus uit Leiden in jaren...

... is de tekst van een tweet die ik stuurde in antwoord op de mededeling van Perkamentus dat hij een mooi kavel had gewonnen bij veiling 357 van het Leidse veilinghuis Burgersdijk en Niermans, de voorjaarsveiling van 2023. Daarmee doe ik het veilinghuis natuurlijk veel te kort, want B&N heeft over het algemeen in elke veiling een mooie en veelzijdige catalogus met een fraai aanbod. Of het deze keer objectief "de beste" was, is natuurlijk niet te zeggen. Alleen, dit keer was sprake van een catalogus die meer dan anders aansloot bij mijn verzamelgebieden, wat ongetwijfeld te maken had met het feit dat de catalogus boeken bevatte uit de collecties van Jos Swiers en Wim Zaal. Met als gevolg dat de rubrieken Literatuur, Geïllustreerde boeken, Bibliografie en Bibliofilie uitstekend gevuld waren zodat ik veel moeite had om een keuze te maken uit de vele prachtige kavels met boeken. 

Zoals altijd nam ik mij voor om vooraf schriftelijk te bieden en niet mee te gaan in het live bieden. Ik vertrouw mijzelf daarin onvoldoende en ben waarschijnlijk een type dat uiteindelijk voor teveel geld boeken koop. Na langdurige lezing en herlezing van de catalogus besloot ik op 14 kavels te bieden. Een mix van boeken over boeken, Nederlandse en vertaalde literatuur en bibliofiele uitgaven. Op alle 14 kavels bood ik in mijn ogen een meer dan redelijk bedrag, waarbij ik toch ook wel hoopte dat ik niet alles zou winnen want dan waren de financiële gevolgen niet te overzien. Die hoop kwam uiteindelijk weer iets te goed uit want nadat de laatste hamerslag van de veilingmeester had geklonken bleek in het bezit te zijn gekomen van 4 kavels. Wat ik ook wel weer een beetje weinig vond. Het blijft jammer te constateren dat sommige kavels waar ik mijn zinnen op had gezet voor een veel hoger bedrag dan de geschatte opbrengst weggingen terwijl in mijn ogen vergelijkbare kavels voor maximaal de geschatte prijs zijn geveild. Ik had dat liever anders gezien... 

Wat beelden uit deze veiling

Tussen de vele kavels waren er verschillende echt bijzondere. Vooraf was er aandacht voor de schets van Van Gogh van een koffiedrinkende oude man. Geschat op €80.000 werd deze afgehamerd op €220.000. Er werden ook twee eerste drukken van Het achterhuis geveild. De eerste was het "Goudse exemplaar", een geschenk van Miep Gies aan de verzetsheld Martin Mobach. Dit exemplaar was ooit voor een euro gevonden op een boekenmarkt. Ingezet op €4.500 is dit exemplaar voor €11.000 in het bezit gekomen van een Amerikaanse bieder. Het tweede exemplaar is ook een eerste druk, maar zonder bijzondere provenance en ook van iets mindere kwaliteit. Geschat op €3.200 bleef het onverkocht. Ik hoop nog wel eens op zo’n vondst, maar ik ben nooit verder gekomen dan een derde druk voor een euro, die via Marktplaats toch weer 35 euro opbracht.
Ik heb op deze veiling onder andere een paar aanvullingen op mijn collectie Stichting de Roos gekocht (zie onder), maar veel van de aangeboden De Roos-uitgaven had ik al in bezit. Wat mij opviel was dat op een exemplaar van het Book of Psalms uit 1947 fors geboden werd. Deze uitgave verscheen in 1947, als zesde uitgave van De Roos. De typografie werd verzorgd door Jan van Krimpen, die de exemplaren ook signeerde. Voor zover ik kan zien was dit niet per se een heel bijzonder exemplaar - behalve dat in het algemeen dit als één van de fraaiste uitgaven van De Roos wordt gezien. Het veilinghuis schatte dit boek dan ook op €150, een redelijk bedrag voor dit boek op een veiling. Niet al te lang geleden werden een paar exemplaren bij Bubb Kuyper geveild, die ook werden ingezet op 150 en elk €230 opbrachten. In 2008 kocht ik mijn exemplaar eveneens bij Bubb Kuyper, toen voor €170. Maar deze keer werd het boek afgehamerd op €550.

De kavels die ik niet won

Tien niet gewonnen kavels waren er op deze veiling. Het meest jammer vond ik het missen van de uitgave van Richard de Bury's Philobiblon uitgegeven door de Carbolineum pers in 2006.  Dit zou mooi passen bij mijn collectie Philobiblon's. Het exemplaar dat werd aangeboden kwam uit de collectie van Jos Swiers. De inzet was €120 en ik bood ruim meer dan het dubbele voor dit boek. Maar helaas werd het uiteindelijk afgehamerd op €450 en dat was voor mij toch echt te gortig. Ook een paar andere Carbolineum-uitgaven gingen aan mij voorbij. Zoals het kavel met onder meer de uitgave Ton Kok. 60 jaar antiquaar en Een wandeling langs Leidse boekhandels. Ging uiteindelijk voor €300 weg, net boven mijn hoogste bod. 

Een ander kavel dat ik misliep was de complete serie jaarboeken van de Nederlands Genootschap van Bibliofielen, aangevuld met een set Jaarboeken voor Nederlandse Boekgeschiedenis. Het ging mij met name om de eerste set. Ik mis namelijk nog twee delen daaruit: het jaarboek 2019 en het register op de eerste 10 uitgaven (en de kartonnen hoes rondom de eerste 10 uitgaven).  Mijn idee was om die eruit te halen, de rest door te verkopen en dan zo ongeveer break-even te spelen. Maar dat ging dus helaas niet door en de twee delen uit de serie blijven op mijn verlanglijstje staan.

De kavels die ik wel won

Ik had niet heel lang nodig om te treuren over de gemiste kavels, toen ik de zaterdag na de veiling mijn nieuwe boeken in een zonovergoten Leiden ging ophalen. Ik zal de komende blogs nog wat nieuwe aanwinsten voorstellen. Heel blij ben ik in elk geval met een paar aanwinsten in mijn collectie De Roos. Waarschijnlijk allemaal uit het bezit van Jos Swiers, enkele uitgaven waren nog aan hem geadresseerd. Ik koop mijn Rozen nog steeds het liefst tweedehands. Weliswaar heb ik dan geen eigen nummer, maar ik sprokkel de hele serie zo toch redelijk voordelig bij elkaar. 

Deze keer kocht ik onder meer de fraaie uitgave Helmut Salden Uncovered 1:1. Deze uitgave verscheen in het jubileumjaar van Stichting de Roos (de Stichting bestond 75 jaar). Helmut Salden Uncovered 1:1 toont schetsen en werktekeningen voor boekomslagen van 1939 tot 1970, gereproduceerd op ware grootte. Helmut Salden was een jonge boekontwerper en typograaf uit Essen, die voor de nazi’s naar Nederland was gevlucht. Hij werd na de Duitse inval gearresteerd en ter dood veroordeeld, maar overleefde de oorlog in strafkampen. Na de bevrijding verscheen een lange rij fraaie uitgaven van Salden. Zo is het bekende omslag van Het achterhuis van zijn hand. Hij ontwierp ook Menno ter Braaks Verzameld werk in zeven delen bij Van Oorschot, dat werd bekroond met de Staatsprijs voor Typografie (die later ook werd gewonnen door o.a. Van Krimpen, Witte en Elffers). Maar ook voor Van Oorschots Russische Bibliotheek ontwierp Salden tientallen banden. De met de hand getekende auteursnamen werden zijn handelsmerk. Salden overleed in 1996. Het Huis van het Boek/Museum Meermanno eerde hem in 2018 met een expositie en een goed geïllustreerde publicatie. De door Matthieu Lommen en Karen Polder verzorgde uitgave uit 2020 verscheen zowel bij De Roos (uitgave 191) als in een handelseditie. Mooi is dat bij de Roos-editie het nummer van de uitgave in de stijl van Salden op het omslag staat.

De tweede uitgave van De Roos die ik kocht was van Kester Freriks, Indië, Indonesië en daarna. Dit was uitgave 192 van De Roos. Een prachtige uitgave met daarin naast een essay van Freriks bijzondere illustraties van Margot de Jager. Naast de twee reguliere uitgaven takelde ik ook nog een serie jaarwisselingsuitgaven naar binnen, waarvan de meest bijzondere die voor 2021 is. Dat zijn twee door Joost Swarte getekende persiflages op Kuifje-omslagen, geïnspireerd door de Corona pandemie. Het is een van de weinige De Roos-jaarwisselingsuitgaven die gezocht is, de meeste van die uitgaven blijven vrij onbekend en worden nauwelijks verhandeld. Des te leuker om ze te verzamelen want het zijn over het algemeen typografische pareltjes. Intussen heb ik van de meeste jaren al een exemplaar in bezit. Dat kwam mede door het rijk gevulde sigarenkistje dat ik een paar jaar geleden bij Bubb Kuyper kocht. Met deze jongste veiling kon ik in elk geval, samen met de uitgave van Swarte, weer een paar recente exemplaren aan de collectie toevoegen.

Maar een uitgave van De Roos komt nooit alleen van de veiling, meestal zijn het verzamelkavels die worden aangeboden. Dus voorlopig ben ik wel weer even zoet om via Catawiki de dubbele exemplaren te verkopen. Hopelijk kan ik zo nog iets van de veilingkosten terugverdienen.

02 januari, 2023

339 - Verrassende veilingvondst: Nescio

Vaste lezers van dit blog weten dat ik trouw verslag doe van mijn ervaringen bij boekenveilingen: de blijdschap wanneer ik mooie kavels heb gewonnen en langgezochte boeken aan mijn collectie kan toevoegen en de teleurstelling wanneer ik achter het net vis. Dat laatste komt trouwens vaker voor dan het eerste want ik probeer live meebieden met veilingen te vermijden om geen slachtoffer te worden van de gekte in de veilingzaal en zo meer te betalen dan ik eigenlijk zou willen of kunnen. Ik breng in de regel vooraf een schriftelijk bod uit en hoop er dan maar het beste van. Meestal loopt dat slecht af, maar regelmatig hou ik er toch een paar mooie boeken aan over.

Zo ook dit najaar bij de veilingen in november en december. Op basis van de catalogi van Bubb Kuyper, Zwiggelaar, Burgersdijk en Niermans en Van Stockum had ik in totaal op circa 25 lots geboden. Daarvan won ik er drie - ogenschijnlijk de opmaat voor een heel teleurgesteld stukje. Maar dat is dit niet, want ook dit najaar blijkt dat het niet gaat om de kwantiteit, maar vooral om de kwaliteit van het gekochte.

De aangename verrassingen hebben voor het grootste deel betrekking op Nescio. Ik kocht dit jaar twee kavels met Nescio-uitgaven: één bij Burgersdijk en Niermans en één bij Zwiggelaar. Het leverde een mooie uitbreiding van mijn collectie op.

Een voorloper/inspirator van Nescio?

Bij Burgersdijk en Niermans kocht ik een exemplaar van de curieuze uitgave Studentenhaver van Tjebbo Franken. Dat dit boek wordt gelinkt aan Nescio heeft te maken met een artikel van Sander Bink op de website rond1900.nl, waarin wordt betoogd dat het boek Studentenhaver mogelijk een inspiratie is geweest voor Nescio bij het schrijven van zijn debuut. NRC Handelsblad pikte dit verhaal op en publiceerde er over in 2013 (achter betaalmuur maar hier is een omleiding).

Tjebbo Franken (1883-1966) was een Haarlemse arts en schrijver. Hij studeerde rond 1900 in Amsterdam en was daar lid van de in 1902 opgerichte studentenvereniging P.A.L.L.A.S. Franken heeft verschillende boeken op zijn naam staan over uiteenlopende onderwerpen, zoals Het bloembollenboek (1930) maar ook een roman over Frans Hals en het boek Tusschen leven en dood. Lief en leed uit een dokterspraktijk (1929). Die laatste titel bevat een serie schetsen over gebeurtenissen in zijn dokterspraktijk. Dat genre was hem niet vreemd, want voor het blad Propria Cures schreef hij kort na de eeuwwisseling diverse schetsen uit het studentenleven, à la Klikspaans Studenten-typen, maar dan uit het fin de siècle. Kort na 1900 werden deze gebundeld in Studentenhaver. Uit het Amsterdamsche Studentenleven (Amsterdam, Scheltens & Giltay). Mogelijk in 1909, hoewel de KB vermeldt dat het boek ca 1902 verscheen. Het staat echter als "nieuw verschenen" in 1909 in verschillende uitgaven voor boekhandelaren. Overigens is het boek opgedragen aan P.A.L.L.A.S.

Sander Bink betoogt dat met name de schets van het "'t Mode-dekadentje" in de bundel en ook het verhaal "Bohémien" (zie afbeelding) opvallende parallellen met het werk van Nescio laten zien. Hij schrijft: 

Ze hebben namelijk her en der wel wat weg van het werk van Frankens leeftijdsgenoot Nescio, met name vanwege de licht weemoedige Amsterdamse setting, het constante gebruik van ‘-ie’ (‘had-‘ie’, ‘werd-‘ie’, ‘gaf-‘ie). Een verschijnsel dat wij hier eerder ‘proto-Nescio’ noemden, maar het is wellicht juister om te zeggen dat Nescio, die rond 1900 in Amsterdam studeerde en werkte, in zijn taal waarschijnlijk meer bij zijn schrijvende omgeving aansloot dan doorgaans gedacht wordt. Dat hij met kop en schouders boven zijn schrijvende tijdgenoten uitsteekt blijft daarmee onveranderd. Opvallende parallel zijn ook de verkleinwoordjes, al dan niet in de titels van de verhalen: ‘bourgeoistje’, ‘renteniertje’, ‘doktertje’, ‘dekadentje’. (...) ‘Japi’ heet Nescio’s legendarische uitvreter, wiens verhaal voor het eerst in De Gids van januari 1911 werd gepubliceerd, die de volmaakte bohémien wil zijn. ‘Jaapie’ heet Tjebbo Frankens bohémien en over wie ‘Janse, de koekebakker van op de hoek een mening heeft. En als Jaapie plots vertrokken is met ‘s’n tasch en sès skone boorde en z’n tandenborstel en s’n twee nieuwe overhemde’ vreest men: ‘och got meneer, as-ie zich maar niet gaat verdrinke.’ (p.160) ‘Op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij van de Waalbrug gestapt’ schrijft Nescio over het einde van zijn Japi. (...) Ook Frankens Jaapie is een uitvreter, die ondanks chronisch geldgebrek graag reist. (...) Kortom, een Jaapie, een koekenbakker en een dichtertje in één verhaal dat staat in een in 1909 bij een grote Amsterdamse uitgeverij verschenen boek? Het is op z’n minst een curieus toeval! In ieder geval kan Nescio het verhaal gelezen hebben. Ook is het mogelijk dat Nescio uit dezelfde Amsterdamse studentikoze bron of verhalen daarover heeft geput. Maar kom dáár maar eens achter! Misschien in de archieven van P.A.L.L.A.S of Propria Cures? Wie het kan vinden mag het zeggen. 

Mooie observaties en op zijn minst opmerkelijk. Reden genoeg om deze bundel toe te willen voegen aan mijn Nescio-collectie en ik was blij dat het werd aangeboden bij Burgersdijk en Niermans. Ruim zes jaar geleden werd exact dit exemplaar aangeboden bij Catawiki. Ik herken het aan het ingeplakte ex-libris van Paula Winkler (1889-1939) die het boek in 1909 tot haar eigendom maakte. Toen was de opbrengst 130 euro, nu samen met De Roos-uitgave van Nescio kostte het 100 euro (exclusief veilingkosten). Een verzamelaar die zijn collectie van de hand doet of wellicht is overleden? Het boek geeft er geen antwoord op.

In de uitgebreide biografie over Nescio van Lieneke Frerichs die in 2021 verscheen wordt de wording van de verhalen De uitvreter en Titaantjes uitvoerig beschreven en daarin staat geen enkele verwijzing naar Franken of Studentenhaver. Frerichs laat zien hoe de verhalen van Nescio zich geleidelijk aan ontwikkelden, op basis van verschillende eerdere schetsen. Daaruit blijkt een authentieke ontwikkeling, nog steeds met mogelijke invloed van diverse verschenen verhalen uit die periode maar zonder dat één ervan nadrukkelijk wordt aangewezen. De oer-vorm van Nescio's verhalen was al ruim voor het verschijnen van Franken's boek zichtbaar zo lijkt Frerichs te betogen. 

Een onverwachte luxe editie

Een tweede kavel van Nescio kocht ik bij Zwiggelaar. Bij dit kavel ging het mij eigenlijk vooral om de drie door Joost Swarte geïllustreerde Nescio-uitgaven in een cassette. Ik heb de losse exemplaren al omdat deze onafhankelijk van elkaar waren verschenen, maar later verscheen deze set en die heeft niet alleen de geïllustreerde cassette, maar ook nog een poster met schetsen van Swarte voor deze uitgaven. Oorspronkelijk verscheen deze cassette in 2007, maar toen ben ik vergeten 'm te kopen en sindsdien staat hij op mijn zoeklijst. De nieuwprijs was destijds €35, het enige exemplaar dat nu op boekwinkeltjes.nl staat kost €90. Mijn inschatting is dat ik de overige boeken in dit kavel weer door zou kunnen verkopen, waardoor ik wellicht mijn investering weer terug zou verdienen en uiteindelijk (veel) minder zou uitgeven dan de gevraagde €90 bij boekwinkeltjes.nl. In het kavel bij Zwiggelaar zit immers ook een tweede druk van Nescio's werk, de beroemde uitgave uit 1933 met bandontwerp van P.A.H. Hofman. Het is een van de exemplaren in heellinnen, helaas zonder buikbandje. Na toezending van dit kavel bleek dit exemplaar fraaier te zijn dan de tweede druk die ik zelf heb staan. Hier kon dus een ruil plaatsvinden waardoor de kwaliteit van mijn collectie weer wat is verhoogd.

De grootste verrassing in het kavel bleek echter het exemplaar van Mene Tekel te zijn. Van Mene Tekel heb ik al verschillende exemplaren, zoals de eerste druk uit 1946, de tweede druk uit 1947 met stofomslag en uiteraard ook de door Joost Swarte geïllustreerde editie. Ik dacht eerst dat het exemplaar in dit kavel een tweede druk was, maar dan zonder stofomslag. Bij het vergelijken van mijn nieuwe exemplaar en de exemplaren in mijn kast bleek er iets vreemds aan de hand te zijn: het blauwe linnen waarin deze Mene Tekel was gebonden past noch bij de eerste, noch bij de tweede druk. Bovendien leek het papier anders én was het exemplaar een paar millimeter hoger en breder. Kortom, hier was iets vreemds aan de hand en dit diende uitgezocht te worden. In de kavelbeschrijving van Zwiggelaar werd geen melding gemaakt van dit boek of een bijzonderheid daarbij, daar kwam ik dus niet verder mee.

Luxe editie, eerste druk en tweede druk van Mene Tekel

Ook een eerste zoektocht op internet leverde niks op. Maar de combinatie van de zoektermen "Mene Tekel" en "blauw linnen" bracht mij uiteindelijk bij.... mijn eigen blog! Wat bleek: meer dan een decennium geleden was ik ook al aan het jagen op Nescio-kavels bij het kwartet boekenveilingen Bubb Kuyper, Zwiggelaar, Van Stockum en Burgersdijk en Niermans. In mijn bijdrage van december 2011 deed ik er verslag van, waarbij sprake was van grote treurnis doordat ik vrijwel alle kavels waar ik op had geboden was misgelopen. Eén van de boeken die ik niet had kunnen kopen was een in blauw linnen gebonden luxe editie van Mene Tekel, die zowel bij Van Stockum als bij Bubb Kuyper werd aangeboden. Bij Van Stockum had ik niet geboden, maar bij Bubb Kuyper wel en daar ben ik overboden door Fokas Holthuis, zoals hij toegaf in een reactie onder dat bericht op mijn blog uit 2011. In de nieuwsbrief van Fokas Holthuis eind 2011 stond voor €225 een (ander) exemplaar met signatuur van Fred Batten. In catalogus 79 van Fokas Holthuis uit 2016 stond weer een ander (ongesigneerd) exemplaar, dit keer voor €325. Dit exemplaar is dus een mooie vondst in een verzamelkavel bij Zwiggelaar. 

Dat najaar van 2011 leverde trouwens een serie veilingen op met een groot aantal door mij begeerde boeken. Wat ik erg hoopvol vind is dat ik veel van de boeken die ik toen misliep, inmiddels toch bezit. Het exemplaar van Bloesemtak dat ik toen niet won bij Zwiggelaar kocht ik afgelopen jaar via Catawiki. De eerste druk van Nescio die ik toen misliep, kocht ik twee jaar later alsnog. De tweede druk van Nescio’s hoofdwerk heb ik intussen dus ook. Tien jaar geleden liep ik overigens ook een eerste druk van Karakter mis en het toeval wil dat ik ook deze keer dit boek misliep. Bij Zwiggelaar werd een eerste druk met stofomslag aangeboden. Getaxeerd op 100-200 euro bood ik 300, maar het boek ging weg voor 400. Jammer, maar volgende keer beter. Ik hoop in mijn stukje van najaar 2031 te kunnen melden dat ik het boek alsnog heb kunnen kopen.

Het derde gewonnen kavel

Het grootste nieuws van dit najaar kwam uit de beide Nescio-kavels die ik kocht. Maar ik won nog een derde kavel: bij de boekenveiling onder de naam Van Stockum (tegenwoordig onderdeel van het Venduehuis Den Haag) kocht ik een leuk kaveltje met uitgaven van Stichting de Roos. Het ging mij daarbij vooral om de extra's in het kavel: efemera van/over Stichting de Roos, ter uitbreiding van de efemera die ik al heb. Zoals een mooie poster met aankondiging van de tentoonstelling over de Roos in Museum Meermanno in 1973 en de uitgave Bij tien tekeningen van S.H. de Roos uit 1949 van G.W. Ovink, strikt genomen geen uitgave van De Roos maar natuurlijk wel over de naamgever van deze stichting. Ook kon ik een ongenummerde De Roos-uitgave in mijn kast vervangen door een genummerde, zodat mijn collectie ook op dat punt weer iets in kwaliteit is toegenomen.

29 augustus, 2022

335 - Oogsten op de Deventer boekenmarkt 2022 - deel 2: boeken over boeken

In mijn vorige bericht over het bezoek aan de Deventer boekenmarkt liet ik een aantal fraaie bibliofiele werkjes zien. Deze keer staan de gevonden ‘boeken over boeken’ centraal. Die scheiding tussen de twee berichten is volkomen willekeurig, al was het maar omdat ik in mijn vorige bericht al twee van de aangeschafte ‘boeken over boeken’ heb genoemd: de bibliofiele uitgave van Piet Buijnsters en het boek van Edward Wilson-Lee dat ik dankzij een genereuze mede-bezoeker heb kunnen kopen. In dit overzicht ga ik nog wat dieper op deze categorie in.

De bibliotheek van Philips van Leyden

Met heel veel plezier heb ik de studie van Robert Feenstra over de 14e-eeuwse bibliotheek van Philips van Leyden gelezen. Niet toevallig is dit het onderwerp van de eerste publicatie in de reeks “In den houttuyn” die werd uitgegeven door het Leidse veilinghuis Burgersdijk & Niermans. Is de achternaam van Philips al een signaal van zijn verbondenheid met Leiden, al lezende kwam ik er achter dat Burgersdijk & Niermans is gevestigd in het voormalige woonhuis van Philips van Leyden naast de Pieterskerk, tevens de plaats waar bijna twee eeuwen de - inmiddels verloren gegane - bibliotheek van Van Leyden werd bewaard.

Het mooie van de studie van Feenstra is dat hij het leven van Van Leyden en de vorming van zijn bibliotheek plaatst in het Europa van de 14e eeuw. Het feit dat Van Leyden belangrijke kerkelijke en maatschappelijke functies vervulde en ook studeerde en doceerde aan verschillende universiteiten (zoals in Orléans) maakt dat zijn leven en werk in grote delen te reconstrueren is. Daardoor gaat de figuur Van Leyden echt leven en is ook te volgen hoe en waarom hij zijn bibliotheek samenstelde.

Als het woord “bibliotheek” valt is het verleidelijk te denken aan een grote verzameling boeken, bijeengebracht in verschillende zalen en gesorteerd in fraaie hoge boekenkasten. Maar niets van dat alles is waar: de meest realistische schatting is dat zijn bibliotheek uit enkele tientallen banden bestond (met soms meerdere titels per band). Feenstra laat zien dat desondanks een dergelijke bibliotheek in onze streken in die tijd ongeëvenaard was en van internationale allure. We hebben het immers over de tijd ver voor de uitvinding van de boekdrukkunst, de tijd van de handschriften toen het bezit van een boek - laat staan enkele tientallen - voor vrijwel iedere particulier onbereikbaar was.

Philips van Leyden heeft in zijn testament vrij precies beschreven wat er met zijn boeken moest gebeuren en wie er toegang toe mocht hebben. Boeken mochten alleen ingezien worden, nauwelijks geleend, en er moesten waarborgsommen betaald worden als dat toch gebeurde. In het testament worden zijn boeken uitvoerig beschreven waardoor bekend is waaruit de bibliotheek bestond. Op dit moment is er echter nog maar één boek uit die bibliotheek bekend, dat gelukkig wel in de Leidse universiteitsbibliotheek wordt bewaard.

Gedenkplaat Philips van Leyden, aangebracht
door het dispuut dat zijn naam draagt
Dat juist Robert Feenstra over Philips van Leyden schreef is niet onlogisch. Feenstra was hoogleraar Romeins recht aan de Universiteit en ook Van Leyden heeft rechten gestudeerd. Feenstra is expert in het recht dat Van Leyden studeerde en doceerde in zijn tijd. Van mijn tijd aan de RUL herinner ik mij dat ik ook het vak Romeins recht volgde en volgens mij aan de hand van een boek van Feenstra. Of ik college bij hem heb gevolgd weet ik niet meer, maar ik weet wel dat ik Romeins recht met voorsprong het saaiste en onbegrijpelijkste vak van mijn studie vond. Nu ik dit werk over Philips van Leyden heb gelezen heb ik daar met terugwerkende kracht spijt van: Feenstra weet boeiend te vertellen en maakt nieuwsgierig naar de inhoud van de boeken van Van Leyden.

De bibliotheek van Columbus’ zoon


Een ander boek dat een bibliotheek en diens eigenaar op een fascinerende manier plaatst in de tijd, is het eerder genoemde boek van Edward Wilson-Lee, The catalogue of shipwrecked books. Het gaat hier over de boeken van Hernando Colon, oftewel Ferdinand Columbus (1488-1539). Deze tweede zoon van Christoffel Columbus vergezelde zijn vader op enkele reizen naar de nieuwe wereld, het recent ontdekte Amerikaanse continent, maar zocht zijn toekomst uiteindelijk op ander vlak: als intellectueel, bibliofiel en speler in de Spaanse en Europese politiek. In het boek worden de reizen van Columbus naar de nieuwe wereld, de verwikkelingen rondom zijn persoon, het leven van Hernando en de relaties met het Spaanse koningshuis en de machtsstructuren van die tijd uitvoerig beschreven. Mooie en interessante context, maar het duurt dan wel een tijd voordat we eindelijk bij de boeken aankomen. Desondanks is de aanloop relevant, omdat de belangrijkste biograaf van Columbus diezelfde Hernando is en duidelijk wordt dat hij een zorgvuldig gecreëerd beeld van zijn vader heeft willen neerzetten. Veel van het leven van Christoffel Columbus is onbekend, mede door toedoen van Hernando. In de visie van vader en zoon was de ontdekking van het nieuwe continent een teken dat aan Spanje de wereldmacht was gegeven en dat het bijna een Bijbelse opdracht was om die te vervullen. Bovendien moesten de rechten van de familie Columbus op de rijkdommen uit “de West” veiliggesteld worden. Om die reden was de bibliotheek die Hernando bijeen bracht van essentieel belang. Deze moest immers die almacht van Spanje weerspiegelen en onderbouwen dat Christoffel Columbus de ontdekker van het nieuwe continent en niet de concurrerende aanspraakmakers. Daarnaast was het bewijsmateriaal in de diplomatieke strijd tussen Spanje en Portugal die de toen bekende wereld wilden verdelen, en de vraag was waar de Spaanse helft eindigde en de Portugese begon. De eeuw van grote ontdekkingen, opkomende boekcultuur, grote politieke en religieuze ontwikkelingen in Europa: in dit boek wordt de onderlinge samenhang mooi beschreven. Vanwege zijn relaties met het Spaanse hof reisde Hernando door grote delen van Europa ten tijde van de grote ontwikkelingen die zich voordeden: hij was tijdgenoot van Erasmus en Luther, bracht tijd door in Venetië en Rome maar reisde ook naar onder meer Antwerpen en Maastricht. En overal kocht hij ladingen boeken, soms honderd op een dag. Door zijn verblijf in de belangrijkste centra van boekproductie in Europa en zijn financiële middelen, kon hij zijn droom verwezenlijken. De 1600 boeken die hij kocht in Venetië gingen helaas verloren en dat zijn de gezonken boeken waar de titel van het boek naar verwijst.

Net als bij Philips van Leyden is de bibliotheek van Hernando Colon te reconstrueren door de uitgebreide beschrijving ervan die is teruggevonden. Hij vond dat een bibliotheek zonder goede beschrijving dood was. De bibliotheek van Colon was echter van een totaal andere orde dan die van Van Leyden; deze bestond naar schatting uit 15.000-20.000 banden. Ongeveer een kwart daarvan is nog over en deze boeken worden sinds 1552 bewaard in de kathedraal van Sevilla. De grote hoeveelheid boeken maakte dat Hernando ook een systeem moest uitdenken om de bibliotheek toegankelijk te maken en dus was een andere ordening nodig dan tot nu toe in Europese bibliotheken gebruikelijk was. Immers, was het leeuwedeel van de boeken tot die tijd vooral religieus van inhoud (en dan is de categorisering eenvoudiger), nu ontstonden separate collecties op het gebied van natuurwetenschappen, medische werken, geografie, etc. Ook daarin heeft Hernando baanbrekend werk verricht.

Voor mij was hij tot nu toe een totaal onbekende figuur maar door dit boek is duidelijk geworden dat hij op verschillende gebieden een belangrijke rol heeft gespeeld in de tijd van de reformatie en renaissance en geprobeerd heeft om zoveel mogelijk van die kennis te verzamelen in een universele bibliotheek.


Drie oraties van boekwetenschappers


Waar het boek van Wilson-Lee mij in de zestiende eeuw bracht, zorgde Herman de la Fontaine Verwey ervoor dat ik daar nog even bleef. Ik kocht in Deventer namelijk drie oraties (of eigenlijk tweeënhalf, maar daarover later meer) waarvan de eerste die van De la Fontaine Verwey was. Zijn oratie uit 1954 heeft de titel De wereld van het boek en is een pleidooi voor een brede opvatting van de wetenschap van het boek. Hij bepleit dat deze wetenschap verschillende perspectieven moet omvatten: de bibliografie van het boek, papier, lettertypen, versiering en illustratie, de boekband. Veel aandacht gaat uit naar incunabelen (gedrukte boeken voor 1500) maar De la Fontaine Verwey benoemt de zestiende eeuw als essentiële periode in de ontwikkeling van het boek. Ik kocht in Deventer een ander boekje van hem uit 1954 waarin hij dit verder uitwerkt. Onder de titel De geboorte van het moderne boek in de XVIe eeuw verschenen twee voordrachten die hij hield in de universiteitsbibliotheek in Amsterdam in mei 1954. 

Fontaine Verwey argumenteert dat als het gaat om de typografie in het algemeen in 16e eeuwse boeken, er veel aspecten aan te wijzen zijn die kunnen gelden als modern (d.i. modern als in de jaren ‘50 van de vorige eeuw). Hij stelt dat lettertypes in die tijd verwant zijn aan die van de 16e eeuw. Dat de opvattingen over boekillustratie vergelijkbaar zijn met die van de 16e eeuw (waarbij in de tussenliggende eeuwen boekillustraties een heel andere rol speelde in relatie tot de tekst). Ook als het gaat om decoratie, dan is juist de soberheid die toen zichtbaar was vergelijkbaar met die van 16e eeuw, waarbij bijvoorbeeld de boeken van William Morris ten onder gaan aan een teveel aan decoratie. Met instemming haalt hij dan ook Jan van Krimpen aan, die het had over “het ondogmatische en het transparante van 16e-eeuws drukwerk”. Ik heb een keer op de Tefaf in Maastricht een exemplaar van de Kelmscott Chaucer aangeboden gezien. Het is dat ik circa 1,5 ton euro tekort kwam, anders had ik ‘m - ondanks de opvattingen van Fontaine Verwey en Van Krimpen - op dat moment zeker meegenomen.

De tweede oratie die ik kocht stamt uit 1966 en is uitgesproken door Ernesto Peternolli toen hij bijzonder hoogleraar werd in de Italiaanse taal- en letterkunde in Groningen. De titel van zijn oratie: Enige beschouwingen over het werk van Italo Svevo. Ik sprong een gat in de lucht want Italo Svevo is al heel lang een van mijn favoriete auteurs. Ik herinner mij nog goed dat ruim 25 jaar geleden een collega mij het boek Bekentenissen van Zeno aanbeval en dat was zo’n boek dat een onuitwisbare indruk maakt. Daarna heb ik alles gelezen wat er van Svevo vertaald beschikbaar was. Dat is niet per se heel veel, want lange tijd had Svevo weinig succes met zijn werk. Dat veranderde pas toen James Joyce een pleitbezorger van zijn werk werd. Joyce en Svevo waren al langer bevriend en Joyce bleef Svevo stimuleren om te schrijven. Ook bracht Joyce Svevo’s werk onder de aandacht van buitenlandse uitgevers. Helaas heeft Svevo niet lang van zijn uiteindelijke succes mogen genieten. Hij stierf in 1928 door een auto-ongeluk. Het reisverhaal Een korte romaneske reis van Svevo eindigt midden in een zin. Boeken die middenin in een zin eindigen, onvoltooide werken, hebben mij altijd wel geïntrigeerd. Het komt natuurlijk vaker voor dat schrijvers overlijden tijdens het schrijven van een boek. Maar in de lijstjes met bekende onvoltooide werken - met daarin titels van Dickens, Camus en Kafka - komt Svevo wat mij betreft ten onrechte niet voor.

Peternolli beschrijft het werk van Svevo aan de hand van zijn belangrijkste romans. Mooi om zijn analyse te lezen en ik had meteen zin om weer eens een boek van Svevo te pakken, want het is alweer te lang geleden dat ik dat deed. In elk geval is dit een mooie toevoeging aan de rij Svevo’s in mijn kast.

De laatste oratie die ik dacht te kopen was van Frans A. Janssen, Auteur en drukker in de geschiedenis van de typografische vormgeving. Maar ik had niet goed gekeken: dit was slechts de losse bijlage bij deze rede waarin de illustraties zijn opgenomen. Ik moet dus nog even verder zoeken naar de rede zelf.

Overige boeken


Tot slot nog twee laatste aardige vondsten in Deventer. Allereerst de door Paul Arnoldussen geschreven kleine geschiedenis van boekhandel De oude mol in Nijmegen (tegenwoordig boekhandel Roelants). Gestart als boekhandel van en voor de linkse studentenbeweging heeft deze boekhandel zich ontwikkeld tot een fraaie algemene boekhandel die gelukkig nog steeds bestaat. Arnoldussen beschrijft het moeizame bestaan van de boekhandel in Nijmegen vanaf de jaren ‘70 tot het faillissement in 1994, waarna het werd overgenomen door Wouter Roelants. 

De laatste uitgave is een overdruk van een artikel van J.F. van Royen met de titel Driewerf lelijk. Deze overdruk verscheen in 1994 ter gelegenheid van de opening van de grafische opstelling in het koetshuis van museum Meermanno-Westreenianum. Deze uitgave van De Uitvreter verscheen in een oplage van 170, waarvan er 50 ingenaaid werden. Mijn exemplaar is een van de 120 overige exemplaren. In dit artikel beklaagt Van Royen zich over het Rijksdrukwerk. Hij zegt: “Want laten wij het in drie woorden zeggen: het Rijksdrukwerk is leelijk, leelijk, leelijk, d.i. driewerf leelijk in lettervorm, in zetwerk en in papier, die drie hoofdelementen, waaruit het druk-karakter is saamgesteld.”

Zoals gezegd, niet al te veel en niet al te grote publicaties dit keer. Maar wat mij betreft weer een aantal heel waardevolle aanvullingen voor mijn deelverzameling boeken over boeken. Waarmee de teller van het aantal boeken in deze collectie inmiddels op 415 staat.