Posts tonen met het label marktplaats. Alle posts tonen
Posts tonen met het label marktplaats. Alle posts tonen

19 mei, 2026

366 - Een verzameling ontmantelen

Onlangs werd ik te hulp gevraagd om ordening aan te brengen in een situatie van teveel boeken en de vraag of daar mogelijk waardevolle boeken bijzaten. Ik heb er al vaker over geschreven: elke verzameling komt een keer tot zijn einde als de verzamelaar overlijdt (zoals hier). Het boek De complete verzameling van Paul van de Capelleveen (verschenen als jubileumboek van het Genootschap van Bibliofielen) beschrijft dit fenomeen en de last die nabestaanden kunnen ervaren van zo'n verzameling. Lees ook mijn blog uit 2013 over dit gegeven, naar aanleiding van het verhaal van een journaliste die de verzameling van haar ouders moet opruimen.

Want een verzameling is natuurlijk altijd persoonlijk en de keuzes die worden gemaakt om iets wel of niet te kopen zijn dat ook. Met als gevolg dat een verzameling altijd een weerspiegeling is van de fascinaties die iemand heeft en die zijn per definitie niet overdraagbaar. En vaak is het ook zo dat aankopen worden gedaan omdat ze een missend puzzelstukje zijn of vanuit emotionele betrokkenheid. Dat bepaalt de waarde voor de verzamelaar, maar dat wil niet zeggen dat de verzameling voor iedereen die waarde heeft. Dus: wat moet je ermee? Wat is waardevol en wat niet? En hoe verkoop je het dan?

Dat zijn best ingewikkelde vragen en tegen die achtergrond werd mijn hulp ingeroepen. Als verzamelaar, enthousiast volger van veilingen en lezer van catalogi, heb ik wel enige kijk op welke boeken potentieel waarde hebben en welke niet. Of in elk geval waar je ze moet aanbieden om er zicht op te krijgen.

En zo ging ik op een zaterdagochtend naar het betreffende huis. Ik werd hartelijk ontvangen en al snel bleek dat er een gigantische klus wachtte: rijen boekenkasten in meerdere kamers, vol met boeken (vaak ook in dubbele rijen) en niet altijd logisch geordend. De kasten puilden uit en dat gaf een rommelig gezicht. Ik vermoedde dat het minstens 5.000 boeken waren, misschien wel meer. En dan was minstens de helft ervan bij een eerdere verhuizing al weggedaan. Ik maakte eerst een snelle inventarisatie en daarna bespraken we het plan van aanpak: we zouden beginnen met de goed verkoopbare boeken, dat selecteert het snelst en ruimt meteen goed op. Plus met waarschijnlijk een positief (financieel) resultaat en dat is altijd leuk. De boeken waren van een echtpaar geweest waarvan de man inmiddels was overleden. Het merendeel van de boeken was van hem geweest.


Ik zag al snel dat dit vooral de collectie van een lezer was, niet van een verzamelaar. Dus er waren weinig bijzondere edities, weinig eerste drukken, geen gesigneerde boeken en de staat wat ook niet altijd even goed. Veel boeken waren verkleurd of met leesvouwen. Toch was dat niet zo erg, want het leesplezier spatte van de collectie af. Het was duidelijk dat dit iemand was geweest die genoot van lezen en van diversiteit: ik zag essays, poëzie, romans, literaire studies, literaire tijdschriften. En ik zag heel veel schrijvers die ik ook in mijn kast heb staan, of in mijn kast zou kunnen neerzetten. Dit was iemand met wie ik heel fijne gesprekken over lezen en literatuur had kunnen voeren, Naar nu stond ik voor zijn nalatenschap.

De aarde en kwaliteit van de collectie was wel zodanig, dat het geen zin had om bijvoorbeeld een handelaar uit te nodigen om een bod te komen doen, of de verzameling en bloc te laten veilen. Daarvoor waren de echt waardevolle boeken te schaars. Zelf vond ik dit toch wel een mooie conclusie: hier was bij leven volop van de verzameling genoten en dat is toch uiteindelijk het doel ervan.


Desondanks moest er nu gewerkt worden. Het ging er niet om dat alle boeken weggingen. Het ging er aan de ene kant om te komen tot een rij mooi geordende kasten zodat het weer een fraai onderdeel van het huis zou worden. En daarnaast ging het er om te beoordelen of er niet nog waardevolle boeken tussenzaten die uiteindelijk ten onrechte in de kringloop terecht zouden komen.

Ik ben langs alle boeken in alle kasten gegaan en heb lijstjes gemaakt met wat ik zoal zag en waarvan ik dacht dat het verkoopbaar zou zijn. Uitgaven van bepaalde series, zoals Privé-domein of de Witte Olifant uit de jaren '60. Verzamelingen van specifieke schrijvers, zoals A.F.Th. van der Heijden, Hermans of Multatuli. En daarnaast allerlei andere samenhangende kleine collecties. Al snel vormde zich de ene na de andere stapel op de vloer en na een paar uur moest ik stoppen: waarschijnlijk kon mijn auto niet meer houden en bovendien moest ik het ook allemaal nog zien te verkopen en dat zou wel even duren. Uiteindelijk heb ik op die manier drie bezoekjes gebracht aan het huis en drie auto's vol boeken meegenomen. Tegelijkertijd heb ik zoveel mogelijk opgeruimd, gezorgd dat het boven op de kasten leeg was en dat zoveel mogelijk dubbele rijen boeken veranderden in enkele rijen. Daarnaast heb ik in elk geval in de woonkamer gezorgd dat daar zoveel mogelijk boeken van de echtgenote kwamen te staan, die ik ook nog eens op alfabetische volgorde heb gezet. Zo is daar een mooie bibliotheek van favoriete boeken ontstaan, met genoeg ruimte om aan te vullen. Een verzameling boeken die weer een lust is geworden in plaats van en last.


Aan mij de schone taak om de meegenomen boeken ook nog te verkopen. Daarvoor zag ik drie belangrijke verkoopkanalen:

  • een klein deel met echte waarde paste op een heuse boekenveiling, mijn voorkeur had daarbij Bubb Kuyper
  • ik ging er van uit dat veel boeken een plek konden vinden op Catawiki
  • de rest van de boeken zou ik via Marktplaats proberen te verkopen
Deze volgorde weerspiegelt ook een beetje de verwachte verkoopwaarde: kavels bij Bubb moeten tientallen tot honderden euro's opbrengen, op Catawiki tientjes en op Markplaats euro's.

Ik heb al veel boeken bij Bubb Kuyper gekocht, maar nog nooit verkocht. Voor mij dus ook een nieuw avontuur om de omgekeerde weg te bewandelen. Drie verhuisdozen met boeken gingen naar Haarlem, twee daarvan werden geaccepteerd en die boeken zouden naar de voorjaarsveiling van 2026 gaan.


Voor Catawiki kon ik veel kavels maken. Niet alles leverde het gehoopte bedrag op, soms viel het mee en soms viel het tegen. Een collectie 1e drukken van A.F.Th. van der Heijden ging voor veel te weinig werk, het verzameld werk van Multatuli daarentegen weer voor een topbedrag. Een verzameling Claus voor te weinig, een verzameling Nescio voor een mooi bedrag. Zo ging het op en af bij Catawiki. Een enkel kavel werd geweigerd en daarmee veroordeeld tot Marktplaats. Grappig was dat een aantal boeken ook hier de omgekeerde weg bewandelden: een van de kavels werd gekocht door antiquariaat Fokas Holthuis bij wie ik de afgelopen jaren zelf een flinke hoeveelheid boeken heb gekocht.

Op Marktplaats ging het ook een beetje op en af. Uiteindelijk werd er redelijk op geboden, maar veel kavels bleven onverkocht. Ik had afgesproken dat alles wat niet verkocht zou worden, uiteindelijk naar de kringloop mocht. Dat was dan ook het lot van best veel boeken.


Leverde dit hele avontuur uiteindelijk veel geld op? Als je alles bij elkaar optelt was het nog een aardig bedrag. We hadden een mooie verdeelsleutel afgesproken voor de moeite en zo hield ik er ook nog wat aan over. Reken je het om naar opbrengst per boek, dan is het gemiddeld uiteindelijk niet veel. Bijvoorbeeld: een stapel met 44 Salamanderpockets voor 15 euro, ongeveer 30 cent per stuk. Of een collectie van 20 titels Vestdijk voor 46 euro. Dat is wat reguliere boeken tegenwoordig doen. Ook al zijn het eerste drukken: er zijn maar weinig boeken die individueel veel geld waard zijn.

Het betekende voor mij eindeloos veel pakjes maken om alle verkochte boeken te verzenden. Dagen ben ik bezig geweest met sorteren, kavels beschrijven en aanbieden en de uiteindelijke afhandeling. Gelukkig hou ik van boeken en vind ik het niet erg om al deze boeken door mijn handen te laten gaan. Maar ik realiseerde mij wel dat het inderdaad een ongelooflijke klus voor nabestaanden is om een collectie af te handelen en dat je er ook wel echt zin in moet hebben. Want ondanks al het werk, zien de boekenkasten er wel netter, maar niet leger uit. Dat betekent dat er nog steeds duizenden boeken staan die t.z.t. opgeruimd moeten worden. Maar ik durf te zeggen dat er geen echt waardevolle boeken meer tussenstaan, alleen nog geliefde boeken die bijzonder waren voor de verzamelaar zelf.  

Los van al het werk dat ik had aan het verkopen van de boeken en het plezier om met de boeken bezig te zijn, waren er ook leuke contacten met kopers. Want ook dat was een wens van de echtgenote: dat de boeken opnieuw bij liefhebbers terecht zouden komen. En dat is gelukt. Ik heb verschillende blije reacties van kopers van boeken gekregen. Ook omdat ik er vaak extra boeken bijstopte, die aanvullend waren op wat er werd gekocht. Zo verblijdde ik de koper van het Vestdijk-kavel via Catawiki met verschillende studies over Vestdijk en nog wat andere Vestdijk gerelateerde uitgaven. Dit leidde tot een hele blije mail van de verzamelaar die zei dat hij een hele fijne avond tegemoet ging om al het moois uit te pakken. Iemand die via Marktplaats werk van Midas Dekkers gekocht verblijdde ik ook met wat extra's en daar kreeg ik ook blije reacties van. De koper van de Salamanderpockets kwam ze ophalen en nam de tijd om door alle andere boeken die ik had staan heen te graven, hij ging uiteindelijk met drie doosjes boeken weg die hij voor een vriendenprijs mocht meenemen. Ook hij reed heel tevreden bij mij weg. 

Ik denk dat dit nog het meest bevredigend was. Dat er nu op heel veel plaatsen in Nederland en België lezers en verzamelaars zijn die een klein deeltje van deze enorme verzameling boeken in huis hebben, en zo het plezier voortzetten. En o ja, ik mocht ook nog een aantal boeken meenemen die in mijn verzameling zouden passen. Ik heb mij ingehouden, maar vond het toch leuk om ook wat boeken van deze liefhebber in mijn kast te hebben staan. Zoals ik dat eerder heb gedaan met boeken van Adri Offenberg of van mijn overleden oom de boekenverzamelaar. 

02 mei, 2025

360 - Aanvullingen boeken-brieven Jan van Herreweghe

Ik heb al een paar keer geschreven over de indrukwekkende serie boeken van Jan van Herreweghe die verschijnt onder de titel “Het menselijk tekort bij een teveel aan papier”. Bijna elk jaar weer verschijnt een nieuw deel, steeds een bundeling brieven aan “boekenvriend André”, waarin alle aspecten van boeken verzamelen, bibliofilie, lezen, bibliotheken en het ontmoeten van auteurs worden beschreven. Jan heeft schijnbaar alles gelezen en iedere nog levende auteur ontmoet en al diens boeken laten signeren en vervolgens in zijn eigen bibliotheek gezet. Elke brief is rijk aan details en gelukkig voorzien van een uitgebreide bronvermelding, zodat de lezer direct zelf aan de slag kan om de door Jan besproken boeken aan te gaan schaffen. Daarom gaat het lezen van zijn boeken niet zo snel: na elk hoofdstuk moet je eerst weer een tijdje zoeken op boekwinkeltjes, antiqbook en marktplaats om je tekorten aan te vullen.

Toch lijkt het ook Jan af en toe teveel te worden. In de 43e brief, uit Spreken in boekdelen, schrijft hij:
Ik verwijt mijzelf de naïviteit waarmee ik deze boekencyclus heb aangevat. (…) Het is maar dat ik thans ver gevorderd ben in mijn boekhistorisch onderzoek (…) maar opnieuw beginnen zou ik nooit meer doen. Ik ben in de eerste plaats een leesmachine en daarna schrijver. En ondanks het feit dat ik graag iets op papier zet, sla ik toch nog liever een bladzijde om.

En verder:

Ik kan rekenen op een trouwe schare standvastige en enthousiaste fans, die reikhalzend uitkijken naar het volgende boek, maar ook niet meer dan dat. Ik ben me er ondertussen van bewust dat bibliofilie geen massa verdraagt. Bibliofielen zijn meestal mensen die niet graag met hun liefde voor boeken uitpakken. Ze opereren in een duistere schijnwereld van naarstig zoeken en ijverig verzamelen. (…) Ik ben een tevreden man omdat ik goed besef dat schrijven over bibliofilie in Vlaanderen geen evidentie is en dat niemand mij dit voordeed.  

Maar niet alleen in deze boeken vertelt hij over zijn wederwaardigheden, bijna dagelijks post hij een bericht op Facebook waarin hij verhaalt over exposities, lezingen, signeersessies en andere literaire of culturele bijeenkomsten die hij bezoekt en waarover hij immer uitvoerig en met aanstekelijk enthousiasme vertelt. In feite schrijft hij zo elke dag een blogbericht - waar mijn miezerige jaarproductie op dit blog maar bleekjes bij afsteekt. Jan is trouwens zo’n beetje de enige reden dat ik Facebook nog aanhoudt, naast het feit dat een communicatiekanaal is van Stichting Desiderata. Verder wil ik niets meer met dit big tech platform te maken hebben - nodig mij dus niet uit als uw vriend daarop, want ik zal dit weigeren.

In 2015 schreef ik over mijn eerste aankoop van Jan’s boeken, in 2017 over mijn correspondentie met hem en in 2018 kon ik eindelijk al mijn door hem geschreven boeken laten signeren. Daarna werd het covid met alle beperkingen van dien, maar Jan schreef ijverig door. Ontmoeten zat er echter niet meer in. Wat ik echter nog niet eerder verteld had, was dat een citaat uit mijn correspondentie met hem de achterflap van Boekanieren in Bibliopolis (2016) heeft gehaald. Mooi dat ik op die manier een aanprijzing van het werk van Jan heb kunnen doen. Ik ben maar een bescheiden verzamelaar (in de woorden van Jan: ik opereer in een duistere schijnwereld van naarstig zoeken en ijverig verzamelen), maar ik ben desondanks ijdel genoeg om dit soort vermeldingen leuk te vinden. Net als die keer dat ik ontdekte dat ik in de winkeldagboeken van Hinderickx en Winderickx was beland, of dat dit blog werd aangeprezen in het boek van Wim Huijser.

Ik heb de afgelopen jaren het aankopen van de boeken van Jan Bib, zoals hij zichzelf noemt, niet bij kunnen houden. Ik doe een vergelijkbare verzuchting nu al een paar blogs lang, namelijk dat ik achterloop met aankopen van allerlei belangwekkende uitgaven voor mijn eigen collectie. Het lijkt erop dat de kloof tussen de boeken die ik nodig heb in mijn bibliotheek en die ik daadwerkelijk heb gevoelsmatig steeds groter wordt. Ik vrees dat ik het pad naar bibliomanie op ben gegaan en dat mij een tragisch en teleurstellend einde wacht, hopelijk zonder dat ik overga tot echt destructieve keuzes…

Ik liep dus al meerdere delen achter. In mijn vorige bericht schreef ik al over een onverwachte mooie vondst bij een inboedelveiling. En kort daarna was er voor mij weer een aangename verrassing. Dit keer was het de signaleringsfunctie op Marktplaats die zijn werk deed: Jan van Herreweghe is een zoekterm die ik volg, en ik kreeg een melding van een stapel uitgaven die te koop werd aangeboden. Ik bood onmiddellijk de vraagprijs en was diverse andere belangstellenden gelukkig te snel af. Een dag later had ik de boeken in huis. De eerste 9 delen van de aangeboden reeks had ik zelf al, maar ik kon 5 nieuwe delen toevoegen aan mijn collectie. Daarvan waren er vier al gesigneerd met opdracht: eentje voor Wim, eentje voor Leo en twee voor Henk. Het moge duidelijk zijn - zo blijkt uit deze niet-representatieve steekproef - dat de lezers van het werk van Van Herreweghe veelal mannelijk zijn. Het is algemeen bekend dat het verzamelen van boeken nog steeds overwegend een mannenactiviteit is, hoewel gelukkig het aantal vrouwelijke boekenverzamelaars blijft toenemen. 

Van Herreweghe schrijft ook regelmatig over het man-vrouw verschil in relatie tot boekenverzamelen. Hij opent De zegeningen van het boekenschap (2019) er zelfs mee:

Ik heb het in mijn geschriften - ofwel expliciet en/of tussen de regels - al dikwijls gehad over het feit dat mannen - in al hun naïviteit - grote verzamelaars van boeken zijn en vrouwen - in al hun nuchterheid - steeds weer bezwaar maken tegen te veel boeken in huis. (…) Voor heel wat vrouwen is dat een brug te ver. Tot op zekere hoogte ondergaan zij (lijdzaam!) de verzamelwoede van hun mannen en de daarmee gepaard gaande enorme hoeveelheden boeken waarmee het huis gevuld wordt.

In dit zelfde De zegeningen van het boekenschap schrijft hij in een brief over het boek Een bed tussen de boeken (Books, baguettes and bedbugs) van Jeremy Mercer, waarover ik in 2009 een blog schreef. Een tweede brief gaat over het boek Blok. De boekhandelaar van mijn vader van Jan Brokken, waarover ik in 2014 schreef. Veel herkenning dus, want dit deel staat vol met beschrijvingen en verwijzingen naar boeken over boeken, in het bijzonder fictie waarin de boekhandel of het verzamelen van boeken centraal staat. De meeste beschreven titels heb ik zelf, maar ik heb toch nog een aantal nieuwe titels uit dit genre op mijn zoeklijstje gezet. Mijn citaat op de achterflap van Boekanieren in Bibliopolis blijkt maar al te waar: wij bibliofielen bewandelen vaak dezelfde route, en vinden dus veel herkenning bij elkaar.

De boeken van Jan Bib vormen op zichzelf ook een enigszins verzamelwaardige reeks. De oplage is niet zo groot (300 à 400 per keer) en dus enigszins schaars - hoewel het de vraag is of zijn lezerspubliek heel veel groter is dan dat. Maar aardig is dat er rondom die reeks nog wat overige verzamelwaardige uitgaven zijn. Zo is er het houten boekobject Manieren van ordenen (oplage: 30), is elk afzonderlijk boek in de reeks ook deels Romeins genummerd (steeds 30 per keer) en verscheen één van de brieven uit Er zijn nooit teveel boeken, alleen teveel mensen in een aparte uitgave met medewerking van de kunstenaar Denmark

Hoewel elke uitgave op zich een indrukwekkende stortvloed van boekenfeiten is, wil het niet meteen zeggen dat alle brieven ook hoogstaande literatuur vormen. Het zijn toch veelal ervaringen, lange citaten of navertellingen van andere boeken. Verwacht geen echte bibliothistorische analyses of bibliofiel speurwerk. De opsommingen zijn toch enigszins lukraak en lijken alle kanten op te gaan. Elke thematische brief bevat vooral anekdotische informatie losjes gegroepeerd rond een thema of schrijver. Naast informatie uit boeken zijn er ook veel kranten- of andere berichten ter illustratie die een bepaald punt verder uitwerken. En de navertellingen van boeken zijn eigenlijk het verslag van een leeservaring, waarin vele citaten uit het boek worden voorzien van commentaar. Verder wordt weinig verteld over de verzamelaar zelf, of de lijnen die hij volgt in zijn collectie. Wat beweegt Jan, waar werkt hij naar toe? Nee, hij is (nog) geen Alberto Manguel, Nicolas Basbanes of Holbrook Jackson. Maar hij is een vrolijke en belezen Vlaming die zichzelf niet zo serieus neemt en tegelijkertijd een enorme feitenkennis in hoog tempo met de lezer deelt. Deze mix maakt het voor mij nu juist zo aantrekkelijk: de toon is licht, het enthousiasme aanstekelijk en je leert nog een paar dingen onderweg. 

Kom maar op Jan, met je volgende boek!

07 oktober, 2023

347 - Bibliofiel achter de feiten aanlopen

Ik heb al vaker geschreven over mijn behoefte om complete collecties van schrijvers in de kast te hebben staan. Ik ben zoals dat heet een completist, hoewel ik vooral eerste drukken zoek en niet élke druk en elke variant van een bepaald werk zoek. Ik wil alle boekuitgaven van mijn favoriete auteurs hebben. En als ze nog leven, graag ook gesigneerd. Deze ambitie is al ingewikkeld genoeg als het gaat om reguliere uitgaven, maar het wordt nog lastiger om zicht te houden op bibliofiele uitgaven van mijn favoriete auteurs. De afgelopen weken heb ik een paar bibliofiele uitgaven toegevoegd aan mijn collectie, waarvan ik stomtoevallig achter het bestaan kwam. Doordat ik zo afhankelijk ben van toeval, zullen er nog verschillende uitgaven rondzwerven waarvan ik helaas het bestaan niet ken. Maar van drie van mijn favoriete Nederlandse schrijvers is de collectie weer iets completer geworden: Adriaan van Dis, Tommy Wieringa en Margriet de Moor.

Adriaan van Dis

Jaren geleden heb ik lezers van dit blog op de hoogte gehouden van mijn vorderingen om mijn Adriaan van Dis-collectie compleet te krijgen. De ene na de andere uitgave hengelde ik naar binnen en ook toen struikelde ik wel eens over een onverwachte bibliofiele vondst. Al in 2005 meldde ik triomfantelijk dat ik compleet was en een paar jaar later herhaalde ik tegen beter weten in die claim. Met de verschijning van zijn nieuwste roman Naar zachtheid en een warm omhelzen volgde er natuurlijk een serie lezingen annex signeersessies. Ik tekende in voor een zondagmiddag in Paagman, voorzien van een stapeltje recente aankopen. Naast de nieuwe roman had ik bijvoorbeeld de luxe editie van zijn boekenweekessay uit 2004, twee versies van De wandelaar t.g.v. Nederland Leest (de grote letter-uitgave en de eenvoudig-lezen uitgave) en zo nog wat. Terwijl ik bij de lezing zat zag ik verderop in de rij iemand die ook een werk van Van Dis bij zich had om te signeren, maar het was een voor mij totaal onherkenbaar boek. Was mij weer eens iets ontgaan? Ik kon de titel gelukkig lezen en snel googlen leerde mij dat het om de uitgave Een beetje gek ging, een bibliofiele uitgave van Galerie Christian Ouwens, waarin Van Dis verslag doet van zijn ervaringen met psychiaters en psychoanalyse. Terwijl ik in de rij stond voor het signeren haalde Van Dis diezelfde uitgave uit zijn tas en gaf die aan een dame voor mij in de rij, kennelijk een bekende van hem. Het leverde mij een steek van jaloezie op, maar even later was ik als pleister op de wonde wel zes handtekeningen rijker in evenzovele boeken. Desondanks moest ik nu op zoek naar het onbekende boek.

Na afloop van de signeersessie volgde een fijne mailwisseling met Christian Ouwens die gelukkig nog gesigneerde exemplaren had liggen. Hij vertelde dat hij ook bij de sessie in Paagman was geweest, maar toen was ik nog onwetend van het moois dat hij had gemaakt. Het toeval wilde dat mijn geliefde de dag erop letterlijk om de hoek van de galerie een opleiding volgde, zodat ik een dag later alsnog een gesigneerd exemplaar in mijn kast kon zetten. Ik kende Galerie Christian Ouwens niet, maar hij geeft bij tijd en wijle bijzondere literaire uitgaven uit die met veel zorg zijn gemaakt. Gelukkig was deze niet zo kostbaar als de portfolio van Ilja Leonard Pfeijffer en Hans Wilschut, waar €950 voor moet worden neergeteld. 

Als gevolg van dit kleine avontuur zocht ik nog wat verder naar eventuele Van Dis-uitgaven en wie schetst mijn verbazing toen ik ontdekte dat er nóg een bibliofiele uitgave rondzwierf. Ter gelegenheid van de Bakenesser Avond 2007 van de Stichting Haarlem Boekenstad bleek de uitgave Le Chien verschenen, een paar fragmenten uit De wandelaar. In een oplage van 165 bij de Augustijn Pers, van de helaas overleden Hans Rombouts.

Ook die moest ik natuurlijk hebben, en wel onmiddellijk, maar het werkje bleek nergens te worden aangeboden. Na lang zoeken vond ik bij Antiquariaat Meilof een setje Augustijn-uitgaven waar deze Van Dis bijzat. Ik checkte nog even of dat echt zo was, rekende 30 euro af en Le Chien was van mij. Met nog ruim 20 andere drukjes van deze pers, die ik niet per se hoefde (behalve eentje, waarover later meer). Het restant heb ik daarom op Catawiki gezet en dat leverde mij vervolgens 62 euro op (minus veilingkosten uiteraard). In feite waren er zo een paar gratis werkjes voor mij, en zelfs geld toe. Welk geld ik overigens onmiddellijk opnieuw heb geïnvesteerd via Catawiki, door de luxe genummerde editie van de beelduitgave Familieziek, getekend door Peter van Dongen, op een veiling te kopen. De nieuwprijs van deze uitgave uit 2017 is €150, maar voor €91 mocht ik 'm nu hebben. Waarmee de derde bibliofiele Van Dis in een week mijn eigendom werd.

Voor zover ik weet ben ik nu weer compleet als het gaat om Van Dis maar ik heb daar weinig zekerheid over. Le Chien bleek immers ook al 16 jaar geleden verschenen te zijn voordat ik het bestaan er van ontdekte. Jammer is wel dat ik nu weer naar een signeersessie moet gaan, want Le Chien is nog ongesigneerd. Het zou signatuur 102 van Van Dis in mijn collectie moeten worden.

Tommy Wieringa

Het zal bekend zijn dat Tommy Wieringa’s nieuwe roman Nirwana is verschenen. Met veel tromgeroffel gelanceerd en verschillende boekhandels boden gesigneerde eerste drukken van het boek aan. Een mooie service om mijn Wieringa-collectie up to date te houden. Ware het niet dat ik op diverse socials zag dat ter gelegenheid van de lancering een speciale "nulde druk" was verschenen, uitgedeeld aan boekhandelaars. Overigens niet voor het eerst, van De heilige Rita is ooit ook een nulde druk verschenen, die ik nog niet bezit. En nu alweer een nulde druk, in beperkte oplage… ik ben geen boekhandelaar, maar deze hoort natuurlijk in mijn kast. Dus wat te doen?

Ik besloot het erop te wagen bij de uitgeverij zelf. Als eigenaar van een van de meest complete Wieringa-collecties in Nederland meende ik wel enig recht van spreken te hebben, dus ik schreef een bedelmail in de hoop dat er nog een exemplaar van de nulde druk zou zijn. En ik kreeg goed nieuws: de nulde druk bleek beschikbaar en plofte een paar dagen later in mijn bus.

Deze nulde druk heeft een afwijkend omslag van de reguliere uitgave, veel simpeler van uitvoering en er staat ook met grote letters “0e druk” op. Op de titelpagina staat: "De oplage van deze geschenkuitgave bedraagt 200 exemplaren”. Uiteraard zullen er boekhandelaars zijn die hun exemplaar van de hand doen, er zal vast binnenkort een exemplaar op Catawiki verschijnen. Ik ben benieuwd wat die dan oplevert. 

Het probleem was alleen dat deze speciale editie ongesigneerd was. Gelukkig deed ook Wieringa mee aan het signeercircus bij de verschijning van zijn nieuwe roman, en zo toog ik met mijn stapeltje recente Wieringa-aankopen van de laatste jaren naar Utrecht, waar vervolgens niet alleen Nirwana, maar ook nog een paar anders schaarse werkjes werden gesigneerd. Deze stapel was iets kleiner dan de berg Wieringiana die ik zes jaar geleden liet signeren. Het interview in Broese leverde mij sowieso een paar inzichten op over de thema’s in de nieuwe roman. Maar daarna was er tijd om te signeren. Het fijne aan Tommy Wieringa is dat hij voor iedereen de tijd neemt. Net als een paar jaar geleden werd ook dit keer elk boek bewonderd (“dit is een bijzondere”, “dat je deze ook hebt”) en van een persoonlijke opdracht voorzien. Het fijne van een avond met boekenliefhebbers is dat er ruimte is om echt even door te praten over het boek. Bij het verlaten van Broese raakte ik aan de praat met een van de organisatoren van de avond en deelden we onze inzichten over Nirwana. Zelfs de massale treinuitval op die avond kon daarna mijn uitstekende humeur niet meer bederven.

Margriet de Moor

In het stapeltje uitgaven van de Augustijn Pers bleek naast de gezochte van Dis ook nog een mooie uitgave van Margriet de Moor te zitten, een fragment uit haar prachtige roman De verdronkene, ook nog eens heel mooi vormgegeven: een gevouwen drukwerkje, dat als het ware in de blauwe golven van het kartonnen hoesje verzinkt, waarbij ook een peilstok is te zien. Hier is zichtbaar hoe creatief Hans Rombouts was. Ik wist niet van het bestaan van dit werkje en wist niet dat het in het stapeltje zat, maar nu kon ik het mooi toevoegen aan mijn De Moor-collectie. Net als dat ik een paar jaar geleden een stapeltje boeken op Marktplaats kocht, slordig aangeduid als ‘nieuwjaarsgeschenken’, waar het nieuwjaarsgeschenk Handgeschreven van Margriet de Moor tussen bleek te zitten, uitgegeven door De Bezige Bij t.g.v. jaarwisseling 2016-2017. 

Bij nader inzien bleken zowel het fragment van De verdronkene als Handgeschreven niet heel zeldzaam en gewoon op boekwinkeltjes.nl te koop. Maar ja… dan moet ik wel weten dat ze daar staan. Natuurlijk heb ik zojuist weer eens langs alle De Moor-uitgaven gescrolld en niks nieuws gevonden, maar dat kan ik niet elke dag doen. Wie weet brengt het toeval mij over een tijdje ook van Margriet de Moor weer een onbekende uitgave.

Hoewel ik inmiddels een forse collectie De Moor in eerste druk heb, is alles nog ongesigneerd. Ik hoop Margriet de Moor ooit nog ergens tegen te komen zodat zij al mijn uitgaven van haar ongetwijfeld fraaie handtekening kan voorzien.

Het waren een paar hectische weken die ik kon afsluiten met goed nieuws over publicaties van deze drie schrijvers. Maar al met al realiseer ik mij dat het mijn lot als verzamelaar is dat ik bibliofiel achter de feiten blijf aanlopen. En dus dat ik mijn ogen open moet houden en erop vertrouwen dat het lot mij van tijd tot tijd de boeken brengt die ik nodig heb...

06 februari, 2022

328 - Parijse roofdrukken uit de 19e eeuw

Lezers van dit blog zijn gewend dat ik vooral over boeken van Nederlandse auteurs schrijf, of die in Nederland zijn uitgegeven. Deze keer gaat is er geen enkele connectie met Nederland te vinden. Dit verhaal speelt zich af in Italië, Engeland en Frankrijk. Het boek dat hierbij centraal staat, stond overigens wel gewoon in Nederland en daar heb ik het op de kop getikt. Hoe het daar gekomen is zal altijd een raadsel blijven.

Via Marktplaats kwam ik een tijdje geleden weer eens een boeiend kavel tegen, bestaande uit een setje Italiaanse boeken uit het midden van de 19e eeuw. Mijn nieuwgierigheid was direct gewekt, niet omdat mijn Italiaans nu zo vloeiend is (ik kom niet veel verder dan piano, spaghetti, confetti: de hele top 30 van vernederlandste Italiaanse woorden zit in mijn repertoire) maar vanwege de herkomst van de boeken: Italiaanse uitgaven van een Parijse uitgever, hoe zit dat eigenlijk? De boeken zagen er prachtig ook. En ik werd ook nieuwsgierig vanwege de inhoud: de vier boeken bevatten onder meer teksten van de door mij zeer bewonderde Petrarca en Dante, met Manzoni en Ariosto als toetje. Ook al kan ik de teksten feitelijk niet lezen, het leek mij geen straf om deze mooi uitgegeven boeken in mijn kast te hebben staan. En dat ook nog voor een bodemprijs: voor 25 euro was de hele set van mij.
Maar ik geef eerlijk toe: het was de handelaar in mij die uiteindelijk toesloeg. Vier mooie Italiaanse uitgaven uit de 19e eeuw, daar kon ik toch wel meer dan 25 euro van maken. Uiteindelijk bleken de boeken toch zo interessant, dat ik er één voor mijn eigen bibliotheek achterhield. Drie van de boeken verkocht ik door via Catawiki, waaronder de Manzoni, wat mij na aftrek van de veilingkosten toch weer 80 euro winst opleverde. Deze investeerde ik direct in een langgezocht Engels winkeldagboek uit 1942, waar ik volgende keer meer over vertel. Het vierde deel uit het setje staat nu in mijn kast te pronken.

Louis Claude Baudry

Dit vierde boek is een fraai gebonden uitgave, uitgegeven in Parijs in 1843 door de uitgevers Levèfre en Baudry. Het boek was het begin van een kleine zoektocht naar de achtergrond ervan. Wie was deze Baudry en waarom gaf hij in Parijs Italiaanse boeken uit? Er blijkt relatief weinig over hem online te vinden te zijn. Na enig speurwerk vond ik een Italiaanse studie uit 1987 die vooral ingaat op de op Italië gerichte uitgaven van Baudry. Google Translate hielp mij de studie te lezen. Verder zijn er verschillende online artikelen / blogs te vinden die vooral ingaan op de Engelstalige publicaties uit Parijs (deze en deze). Steeds blijkt sprake te zijn van een uitgever die gebruik maakte van het ontbreken van internationale auteursrechtafspraken in dat tijdvak. Het resultaat was dat hij verschillende Europese landen overspoelde met grote hoeveelheden boeken van toen populaire auteurs, die ook nog eens fraai waren uitgegeven. Dat de auteurs er niet beter van werden leidde begrijpelijkerwijs nogal eens tot boosheid, maar gek genoeg ook tot innige samenwerking (zoals met Manzoni) omdat de boeken van Baudry toch ook bijdroegen aan de populariteit van de auteurs. Van Manzoni zijn diverse brieven aan Baudry bewaard gebleven waaruit die goede samenwerking blijkt. In het Engelse taalgebied heeft iemand als Byron voor zijn bekendheid ook sterk van Baudry's uitgaven geprofiteerd. Het duurde uiteindelijk tot de jaren '50 van de 19e eeuw voordat aan Baudry's praktijken een einde kwam. Een uitgebreide Engelstalige studie over auteursrechten in Europa in de 19e eeuw staat hier.

Louis Claude Baudry (1793-1853) was zeker niet de enige uitgever die vanuit Parijs gebruik maakte van het ontbreken van internationale afspraken over auteursrecht. Giovanni Antonio Galignani (1757-1821) was een ander voorbeeld. Overigens bestaat er nog steeds een boekhandel onder de naam Galignani in Parijs, opgezet door nazaten van Giovanni Antionio

De uitgaven van Baudry onderscheidden zich door het fraaie uiterlijk en de zorgvuldige redactie.  Veel uitgaven bevatten zorgvuldig geschreven inleidingen en bibliografische notities alsmede fraaie portretten van de auteurs. Hierdoor waren ze aantrekkelijk voor lezers en het was onontkoombaar dat vele exemplaren toch nog op de Italiaanse thuismarkt terechtkwamen.

Al lezend in de verschillende bronnen ontstond zo een fascinerend beeld van de Europese literaire ontwikkeling tot het midden van de 19e eeuw, hoe auteurs zich meer en meer individueel en internationaal gingen profileren en hoe het lezerspubliek, en daarmee boekhandel en uitgeverij, een steeds internationaler karakter kreeg. De 19e eeuw was in veel opzichten ook een complexe eeuw, de eeuw van revolutionaire bewegingen (1830, 1845), de opkomst van de moderne staten en de industrialisering en de literatuur die in het kielzog daarvan een eigen ontwikkeling doormaakt. In een overzichtelijk boekje heeft Marita Matthijsen geschetst hoe het literaire leven in Nederland er in de 19e eeuw uitzag: de eeuw van Bilderdijk, Beets en Potgieter, maar ook van Multatuli. De eeuw van volksbibliotheken maar ook van de ontwikkeling van kinderliteratuur als zelfstandige richting. Hoewel een groot deel van het Nederlandse lezerspubliek Franse boeken las, is het niet waarschijnlijk dat veel Baudry-uitgaven de weg naar Nederland vonden: daarvoor was het aantal Franse titels in zijn fonds waarschijnlijk te klein.

Baudry werd geboren in 1793, vermoedelijk in de Calvados-streek, en laat zich vanaf circa 1815 gelden als boekhandelaar en uitgever in Parijs. Al snel richt hij zich op het publiceren van titels in verschillende Europese talen. Net als Galignani richt hij zich op recente titels die hij voor een fractie van de prijs die ze in eigen land kosten aanbiedt. Deze titels verschijnen in series met namen als "Librairie des langues étrangères" en de "European Library" (ook wel "Baudry's European Library" genoemd). Een andere serie was onder meer "Baudry’s Collection of Ancient and Modern British Novels and Romances" waarvan de helft van de eerste 50 titels bestond uit boeken van Sir Walter Scott. Uiteindelijk zou hij zo'n 450 titels voor de Engelse markt produceren.

Lag de focus van zijn Engelstalige uitgaven vooral op Scott, voor zijn Italiaanse uitgaven was dat in eerste instantie Manzoni. Bij Manzoni gingen de belangen van de uitgever en de auteur hand in hand: bekendheid voor Manzoni op de Franse markt en dikke winsten voor Baudry. Uiteindelijk werkte Baudry met meer Italiaanse auteurs samen, waardoor hij in staat was ook in die taal een groot fonds op te bouwen van recent verschenen boeken, evenals van klassieke Italiaanse teksten. Een boekenliefhebber kon in die tijd in de winkel van Baudry aan de Rue du Coq zijn hart ophalen: in een van zijn catalogi wordt gezegd dat hij 40.000 titels op voorraad heeft in verschillende Europese talen. 

Met het sluiten van een Frans-Engels auteursrechtenverdrag in 1852 nadat al in 1843 een verdrag tussen Frankrijk en de Sardijnse staten is gesloten, komt er een eind aan de profijtelijke handel van Baudry. In 1853 sterft hij, waarna nog enkele publicaties verschijnen onder auspiciën van de weduwe Baudry.

Vier Italiaanse dichters

Dan tot slot nog iets over mijn Baudry-uitgave uit 1843. Deze is verschenen op het moment dat de uitgeverij  het hoogtepunt van haar activiteiten bereikte. Inmiddels had de verhuizing plaatsgevonden van de Rue du Coq naar de Quai Malaquais (zoals uit het colofon blijkt) en dat gaf ruimte uit de immer uitdijende productie van deze uitgever. Het boek bevat de volgende auteurs:

- Dante: Divina Commedia

- Petrarca: Diverse dichtwerken

- Lodovico Ariosto: Orlando Furioso, satires, sonnetten

- Torquato Tasso: Gerusalemme Libarata en andere werken

Deze uitgave is vermoedelijk één van de meest doorsnee uitgaven van de vier Baudry boeken die ik kocht. Geen inleiding, geen bibliografische gegevens, geen illustraties en geen portretten van auteurs. Echte massaproductie dus. Maar daarmee een mooi standaardvoorbeeld van het soort boeken dat in die tijd werd geproduceerd. En mochten bezoekers van mijn bibliotheek in de toekomst weer eens vragen “heb je die allemaal gelezen?” dan kan ik in elk geval met een gerust hart zeggen dat het in dit geval niet zo is. Dit boek staat er echt alleen voor de sier en voor het goede verhaal dat erbij hoort.

03 september, 2021

322 - Klein toneelarchief op Marktplaats

Schreef ik eerder al over efemeer drukwerk dat ik opdook bij de voorjaarsveiling van Bubb Kuyper, deze keer een stukje over een nieuwe stapel efemere uitgaven. De stapel kwam dit keer niet van een veiling, maar gewoon van Marktplaats.

Scrollen door advertenties op Marktplaats vraagt veel geduld, maar levert bij tijd en wijle mooie dingen op. Zo viel mijn oog onlangs op een advertentie met de titel "klein archief Haagse Comedie" voor de verbluffende prijs van 1 euro. In de beschrijving werd aangegeven dat het ging om een soort van historisch archief van producties van de Haagse Comedie (en een paar andere gezelschappen). Ik schreef al eerder over de Haagse Comedie waar ik ooit een jaar op kantoor werkte, en daarna nog een tijd als verkoper van tekstboekjes tijdens voorstellingen. Ook vorige keer was sprake van een mooie Marktplaatsvondst. Vanuit jeugdsentiment blijf ik echter geïnteresseerd in dit historische gezelschap, en zo kwam het dat ik deze advertentie zag.

De deal met de aanbieder was supersnel gemaakt: ik hoefde uiteindelijk alleen maar de verzendkosten te betalen voor deze collectie, verder wilde ze er niks voor hebben. Niet eens de ene euro dus. Dit maakte mij natuurlijk wel nieuwsgierig: wat was het verhaal achter deze advertentie? Was dit afkomstig van een oud-medewerker van het gezelschap? Was er nog meer materiaal beschikbaar? En waarom voor zo'n laag bedrag op Marktplaats?

Het klein archief bleek afkomstig te zijn van een recent overleden familielid van de aanbieder. Dit familielid had altijd een passie voor theater gehad. Zij had de programmaboekjes en informatie over voorstellingen die zij bijwoonde al die jaren bewaard en dat werd zo een indrukwekkende stapel. Dat deze bezoeker een passie voor theater had bleek ook wel uit de enorme hoeveelheid folders en boekjes. Nadat ik het op jaar had gesorteerd, zag ik dat zij meerdere keren per seizoen een voorstelling bijwoonde. Dat was eenvoudig te achterhalen omdat op de programma’s vaak met pen de datum had geschreven waarop ze de voorstelling had bijgewoond. Op verschillende plekken waren krantenknipsels ingevoegd met de recensie van het stuk. Bij het opruimen van de boedel vonden de nabestaanden deze stapel en was het idee eerst om het weg te gooien. Maar de aanbieder vermoedde dat er nog wel iemand interesse in zou kunnen hebben, en dat was goed gedacht: ik ben blij dat deze programma’s nu bij mij in de kast staan.

Intermezzo: een Haagse verhalenbundel

Terwijl ik deze Haagse theaterherinneringen aan het sorteren was, herinnerde ik mij een passage uit het boek dat ik op dat moment aan het lezen was: Het verdriet van Eline van Jan Paul Bresser (een mooi gesigneerd exemplaar). Dit boek is een bundeling verhalen over levens van (oudere) mensen in de Haagse binnenstad en staat vol met verwijzingen naar kenmerkende Haagse plaatsen en gebeurtenissen. De verhalen zijn een feest van herkenning en bevatten allerlei terloopse opmerkingen die je alleen herkent als je uit Den Haag komt. Onvermijdelijk komen de hoofdpersonen dan natuurlijk ook in de mooiste schouwburg van Nederland, de Koninklijke Schouwburg. In het titelverhaal staat de volgende passage (p. 60):

Vlak na haar huwelijk op 9 mei 1960, op de dag dat ze twintig werd, had Eline met de grote liefde van haar leven, Karel van Nieuwenhuyzen, een mooi huis in de Juffrouw Idastraat betrokken. Ze waren jong en wilden in het oude centrum wonen, dicht bij het Lange Voorhout en de Hofvijver en de Koninklijke Schouwburg, waar ze alles van de Haagsche Comedie probeerden te zien en genoten hadden van De Kersentuin met die ontroerende Ida Wasserman en die prachtige Paul Steenbergen. Ze waren heimelijk verliefd op hun favorieten, de jeune premier Guido de Moor en de veelbelovende Anne Wil Blankers.

Het is niet helemaal duidelijk naar welke uitvoering van De Kersentuin Bresser verwijst. Uit de online theaterencyclopedie leer ik dat dit stuk met deze bezetting meerdere keren is opgevoerd in die periode: allereerst in 1953 (maar toen was de hoofdpersoon 13, dat lijkt mij onwaarschijnlijk gegeven het verhaal) en ook nog in 1960 en 1961. Die laatste uitvoeringen passen mooi in dit verhaal.

Programma’s uit de jaren ‘60 en ‘70

In het stapeltje programma’s dat ik kreeg zat helaas niet die van de Kersentuin uit begin jaren ‘60. Dat zou wel een heel mooi toeval zijn geweest: de aanwezigheid van deze toneelliefhebber bij dezelfde voorstelling als een fictief romanpersonage. Of misschien was ze er wel, maar bewaarde ze toen nog niet de programma’s van voorstellingen waar ze was geweest.

Het oudste exemplaar uit de stapel stamt uit het seizoen 1964/1965 en is van de voorstelling Er is een moord gepleegd van Jack Popplewell. Ook in dat stuk speelde Ida Wasserman, maar zonder Paul Steenbergen. De ‘jeune premier’ Guido de Moor en de ‘veelbelovende’ Anne-Wil Blankers speelden niet mee in die voorstelling zodat de verliefde Eline en Karel ze die avond hebben moeten missen. Hoewel Guido de Moor al vanaf 1962 aan de Haagsche Comedie was verbonden, kom ik hem voor het eerst tegen in het programma van de voorstelling Cactusbloem van Pierre Barillet en Jean-Pierre Grédy uit seizoen 1964/1965. Anne-Wil Blankers (door Bresser ten onrechte zonder koppelteken geschreven) kom ik voor het eerst tegen in het programma van het blijspel School voor vrouwen van Molière uit seizoen 1966/1967, Hoewel ook zij dan al een aantal jaar voor de Haagsche Comedie actief is.

In de eerste paar jaren van de stapel kende de Haagsche Comedie nog geen eigen programma’s. Het programma was een vouwblad in een algemeen programma van het seizoen van de Koninklijke Schouwburg, waar de gezelschappen in werden genoemd die dat seizoen in Den Haag te zien zouden zijn. In 1964/1965 waren dat naast de Haagsche Comedie onder meer de Nederlandse Comedie, Toneelgroep Ensemble en de Nieuwe Komedie. Daarnaast bevatte het boekje advertenties van typisch Haagse bedrijven, zoals voor de Elizabeth Arden-salon aan de Plaats in Den Haag (Le charme souverain d’une coiffure nouvelle!) en voor de modieuze bontmantels en stola’s van Reimer in de Annastraat (passend bij uw persoonlijkheid). Aan de advertenties is duidelijk te zien dat het beoogde publiek de Haagse notabelen zijn die geacht worden een goede en dure smaak te hebben als het gaat om eten, kleding en uiterlijke verzorging.

De programma’s veranderden in seizoen 1967/1968. In het programma voor Zo is het van Luigi Pirandello (ter gelegenheid van diens honderdste geboortedag) lees ik: 

Met ingang van het seizoen 1967/1968 gaat De Haagse Comedie haar programma’s zelf exploiteren. Het ligt in de bedoeling ons publiek via deze publikatie zo uitgebreid mogelijk te informeren omtrent de activiteiten van ons gezelschap, het repertoire en alles wat daarmee samenhangt.

Sowieso is dat seizoen er een van grote veranderingen. Er lijkt namelijk ook definitief afscheid te worden genomen van de ch in de naam (Haagsche wordt Haagse). In de jaren daarna verandert het programma regelmatig van vorm: eerst een langwerpig boekje, dan een paar jaar een nog langwerpiger (en erg onhandig) vouwblad en vervolgens nog een paar jaar een vierkant boekje. Het laatste programmaboekje in de stapel stamt uit 1977 en is van Carlo Goldoni’s De Waaier. In die 13 jaar zijn er programma’s van 51 voorstellingen aanwezig - gemiddeld zo’n 4 per seizoen. Grappig genoeg start mijn eigen collectie tekstboekjes van de Haagse Comedie in 1978, met het tekstboekje Julius Caeasar van Shakespeare. Zo sluiten beide collecties mooi op elkaar aan: van 1964-1977 programma's en van 1978-1988 tekstboekjes. Nog een grappig toeval: het laatste tekstboekje is ook weer van Carlo Goldoni, dit keer het stuk Wie trouwt de weduwe?. Dat was trouwens niet de laatste voorstelling van de Haagse Comedie. Het gezelschap sloot af met het stuk Happy End. En daarna werd het opgeheven en werd het stokje overgepakt door Het Nationale Toneel, dat nog steeds bestaat.

25 jaar Haagse Comedie

In de periode waar ik nu de programma's van heb, viel ook het 25-jarig jubileum van de Haagse Comedie - in 1972. Ik had het jubileumboek uit die periode al staan, maar nu heb ik ook het programma van de jubileumvoorstelling Ter ere van van David Storey. Niet alleen was dit het 25-jarig jubileum van het gezelschap, maar ook van de carrière van Ida Wasserman bij het gezelschap: een dubbel jubileum dus. Ida Wasserman speelde dan ook met Ko van Dijk de hoofdrollen in het stuk. In het stapeltje programma\s zaten ook nog twee folders met informatie over de beide hoofdrolspelers die waren uitgegeven ten tijde van deze jubileumvoorstelling.

Wie goed naar het omslag van het jubileumboek 25 jaar Haagse Comedie kijkt ziet daar het aanplakbiljet voor de voorstelling van Ter ere van. Bijzonder is ook dat Jan Paul Bresser - die in het citaat hierboven de hoofdpersonen in zijn verhaal naar voorstellingen van de Haagse Comedie liet gaan - een bijdrage aan dit jubileumboek heeft geleverd. Hij schreef een hoofdstuk over Carl van der Plas. Andere hoofdstukken in het jubileumboek zijn geschreven door Hella Haasse, Simon Carmiggelt en Pierre H. Dubois.

Volgens een aantekening op het programma ging de toneelliefhebster op 30 september 1972 naar de jubileumvoorstelling. Het was volgens het weerbericht een licht bewolkte maar droge dag geweest, met een temperatuur van zo'n 10 graden. Of het een fijne theateravond is geweest is niet helemaal zeker. Ik lees namelijk in het jubileumboek Haagse Comedie 40 jaar dat het niet zo'n beste uitvoering was (p. 70):

Met Ter ere van werd het vijfentwintigjarig bestaan van de Haagse Comedie gevierd. Sober. En ironisch. Het stuk ging ook over een jubileum - een veertigjarig huwelijk, maar werd het tegendeel van een feest. Bovendien viel de kwaliteit van het stuk - niet het peil van het spel, met Ida Wasserman en Ko van Dijk - tegen na de hoge verwachtingen die in 1971 zijn Mooi weer vandaag gewekt had.
Met die première werd ook gevierd dat Ida Wasserman behalve vijftig jaar aan het toneel, ook vijfentwintig jaar bij de Haage Comedie was. Zij kreeg de zilveren legpenning van Den Haag.

Overige voorstellingen

Programma van de voorstelling
Droom van een midzomernacht
Naast de programma’s van het vaste repertoire van Haagse Comedie zijn er nog wat folders van andere voorstellingen en gezelschappen aanwezig. Een dissonant tussen al deze toneelvoorstellingen is een uitstapje naar John Lanting’s Theater van de Lach. Dit lijkt qua genre helemaal niet te passen bij de rest van de bezochte voorstellingen. Maar de voorstelling was wel in de Koninklijke Schouwburg, dus misschien trok dat deze liefhebster over de streep. Verder is er een enkel programma van het Nieuw Rotterdams Toneel en Zuidelijk Toneel Globe. Deze liefhebster ging naar allerlei interessante stukken in de Koninklijke Schouwburg, zo lijkt het. Maar ook daarbuiten: er is ook een informatiemap uit 1974 van het stuk August, August, August van Pavel Kohout uit 1974, dat werd opgevoerd in het HOT in Den Haag. Een bijzonder programma is dat van de voorstelling Droom van een Midzomernacht dat op verzoek van het Haagse Gemeentebestuur werd geënsceneerd ter gelegenheid van de ondertrouw van Beatrix en Claus. Het stuk moest worden uitgevoerd door de jongere leden van de Haagsche Comedie, en uiteraard zitten daar Guido de Moor (als Lysander) en Anne-Wil Blankers (als Helena) bij. In het programma staat over deze voorstelling:

Een gelukkiger keuze kan men zich voor deze gelegenheid nauwelijks voorstellen: een feestelijk blijspel over jonge liefde, gespeeld door jonge mensen, ter ere van een jong paar.

Deze uitvoering ging in februari 1966 in première, een maand voordat het huwelijk tussen Beatrix en Claus werd gesloten. Bij de spelers staan een paar namen die later veel bekendheid kregen door TV-series: Manfred de Graaf (als Demetrius) kreeg later grote bekendheid door Zeg ‘ns AAA en Gaston van Erven (als Knus de schrijnwerker) had later rollen in de series als Medisch Centrum West en Vrienden voor het leven.

Bladerend door al deze programma’s blijkt nog maar eens wat een legendarisch toneelgezelschap de Haagse Comedie is geweest. Zoveel grote namen hebben daar gespeeld en zoveel talent is daar doorgebroken om later bij andere gezelschappen, in films en TV series te spelen. En zoveel klassiekers uit de theatergeschiedenis zijn door het gezelschap op de planken gebracht. Het fijne van al deze programma’s uit de pre-Wikipedia-periode is dat je niet alleen informatie krijgt over wie er speelt, maar ook achtergrondinformatie over de auteur en het stuk. Een vaste bezoeker van het theater kreeg zo door de jaren heen een behoorlijke hoeveelheid theatergeschiedenis mee. Niet verwonderlijk dus dat al deze programma’s bleven bewaard - als herinnering aan een mooie avond maar zeker ook als naslagwerk voor informatie over talloze auteurs, acteurs en toneelstukken.

13 november, 2020

308 - Uit de nalatenschap van een bibliofiel (1)

Het nalopen van advertenties op Marktplaats biedt vaak onverwachte kansen. Ik begin er inmiddels ook redelijk ervaren in te worden - het uitvissen van advertenties met veel potentie. Zo zag ik onlangs een advertentie waar een aantal boeken in werd aangeboden die typisch zijn voor een echte boekenverzamelaar en ook nog eens voor een zeer sympathieke prijs. Uiteraard wilde ik de boeken hebben, maar ik vroeg de verkoper of er misschien nog meer interessante boeken waren, want het type boeken in de advertentie staat meestal niet op zichzelf. Dat bleek inderdaad het geval en ik werd uitgenodigd om te komen kijken en te zien of er nog wat van mijn gading bij was.

Razend benieuwd naar wat ik zou aantreffen stapte ik dat weekend in de auto, op weg naar het aangegeven adres. Ik bleek te zijn uitgenodigd in de woning van de onlangs overleden Adri Offenberg. Deze woning moest worden ontruimd en dat betekende dat ook een groot deel van de boekenverzameling weg moest.

Dr. Adri K. Offenberg is een zeer bekende naam in de wereld van het oude en bijzondere boek. Hij was oud-conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana. Hij kwam al in 1965 in dienst van de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam en is daar uitgegroeid tot een gezaghebbend expert op het gebied van Joodse cultuur, Joodse boeken en boekwetenschap in het algemeen. Hij heeft verschillende publicaties op zijn naam staan over zijn specialismen. Naar aanleiding van de verschijning van het door Offenberg geschreven deel 13 van de Catalogue of Books Printed in the Xvth Century Now in the British Library in 2004 werd een gesprek met hem gepubliceerd in het tijdschrift De Boekenwereld (jaargang 22 nr. 4, hier na te lezen). Hij was toen al aan het einde van zijn carrière bij de UB. In het artikel staat: 

En, dr. Offenberg, klaar? ‘Eerlijk gezegd’, vertelt hij, ‘heb ik het nu drukker dan ooit en moet ik interessante aanbiedingen afslaan. Ik rond nu dan wel mijn werkzaamheden aan de Bibliotheca Rosenthaliana af (...). Ik ga geloof ik nog even door, maar ik zal wel proberen de uiterlijke rust die ik schijn uit te stralen wat meer te verinnerlijken.’ 

Adri Offenberg bewoog zich in kringen van het genootschap van bibliofielen en diverese andere verenigingen op het gebied van boekgeschiedenis en boekwetenschap. Ik ontdekte dat hij een keer geïnterviewd is door Boudewijn Büch en hij gaf regelmatig lezingen over zijn werk. Kortom, hij bleef steeds bezig met zijn passie en deelde zijn kennis graag uit. Een mooi artikel over zijn leven en de betekenis van zijn werk is verschenen onder de titel Adri K. Offenberg. The quintessential bibliophile (pdf), inclusief een bibliografie van zijn werk van 13 (!!) pagina's. Zelfs Perkamentus heeft weleens over hem geschreven.

En nu is hij dan overleden. Een vermaard boekenman is niet meer. Het is bijna niet voor te stellen hoeveel kennis hierdoor verloren is gegaan, maar hij laat gelukkig veel van die kennis achter in zijn publicaties. 

Onvermijdelijk is er dan natuurlijk ook nog een praktische kant aan dit alles: wat gebeurt er met de bibliotheek? Bij die vraag komt mijn betrokkenheid bij de nalatenschap van Adri Offenberg in beeld. Toen ik aankwam in de voormalige woning bleek dat er veel tegelijk gebeurde: veel van de inboedel was verkocht en werd opgehaald op die dag en ik werd gewezen op de kasten met boeken. Mensen sjouwden met stoelen en bloempotten terwijl ik alleen maar oog had voor de kasten met bandjes. Gelukkig bleek dat dit niet de volledige bibliotheek van Offenberg was - dat zou ik tamelijk schokkend hebben gevonden. De belangrijkste en kostbaarste werken waren er al uit geselecteerd en blijven bewaard door de nabestaanden. Een ander deel zal worden verkocht bij Bubb Kuyper zodat deze beschikbaar komen aan andere verzamelaars én ze bij verkoop op waarde worden geschat. Maar onvermijdelijk blijven er dan nog een heleboel boeken in huis over en wat doe je daar dan mee? En al helemaal als de nabestaanden veel minder passie voor boeken hebben dan de overledene zelf. Het deed mij denken aan het jubileumboek van het Genootschap van Bibliofielen, het door Paul van de Capelleveen geschreven boek "De complete verzameling. Notities over het einde van boekencollecties". Daarin worden verschillende aspecten uit het verzamelaarsleven besproken, waaronder het eindigen van een verzameling door overlijden (en de last die dan ontstaat voor nabestaanden). Adri Offenberg wordt in dit boek trouwens nog aangehaald (p. 105).

Zoals ik eerder al schreef weet ik niet alles, maar wel veel van boeken. Ik ben daarom alle kasten met overgebleven boeken langsgegaan en het minutieus gekeken of zich daar nog kostbare titels bevonden. Die waren er niet meer, dus zowel de eigen selectie door de nabestaanden als de selectie door Bubb Kuyper waren zorgvuldig geweest. Dat wil niet zeggen dat de overgebleven boeken waardeloos waren. Misschien was hun monetaire waarde niet hoog, maar voor een bibliofiel als ik zaten er talloze interessante werken tussen waarvan zich al snel een stapeltje naast mijn voeten vormde. Offenberg bleek naast een voorliefde voor incunabelen en judaïca namelijk ook belangstelling te hebben voor kleiner, marginaal, bibliofiel drukwerk. Daarnaast waren er verschillende 'boeken over boeken' te vinden. Allemaal zaken die mij erg aanspreken.

Ik mocht mijn stapeltje extra boeken voor een hele vriendelijke prijs meenemen. In volgende blogs vertel ik wat ik zoal aantrof. Op het moment van meenemen had ik niet de tijd alles nauwkeurig te bekijken, dus thuis waren er nog een paar mooie verrassingen bij. Een hele grappige vondst was de Ledenlijst van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging uit 2005, duidelijk uit de tijd dat de AVG er nog niet was en persoonlijke informatie gewoon vrijelijk kon worden verspreid, bijvoorbeeld via gedrukte adressenlijsten. In deze ledenlijst vond ik de namen, adressen én persoonlijke mailadressen van alle leden van de NBV. De meesten ken ik niet, maar de namen Gerrit Komrij, Frans A. Janssen, Jos Biemans en J.A. Brongers doen wel een belletje rinkelen. Ik zal de lijst op gepaste wijze vernietigen, maar ik vond het bijzonder om al deze namen bij elkaar te zien.

Na mijn vertrek hebben de nabestaanden en ik contact gehouden over wat er met het restant van de boeken moest gebeuren. Omwille van tijdsdruk is er voor gekozen om een antiquariaat te vragen om de resterende boeken over te nemen. Een andere optie was om de boeken in kleine kavels te verkopen via bijvoorbeeld Catawiki of op Marktplaats. Maar dat zou een kwestie van een lange adem zijn geweest. En waar laat je de boeken in de tussentijd? Dus dan is een antiquariaat een efficiënte keuze: het levert relatief wat minder op maar je bent het dan wel kwijt. En ook op die manier komen de boeken weer beschikbaar voor andere boekenliefhebbers. 

Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen een aantal mooie dingen mee te nemen uit de boekenverzameling van Adri Offenberg. Ik heb de nabestaanden er van kunnen verzekeren dat zijn verzameling boeken - zelfs het beetje dat ik er van gezien heb - er toe deed, fraai was en uiting gaf van grote boekenliefde. In mijn eigen catalogus geef ik altijd aan waar ik mijn boeken vandaan heb. Ik heb nu een kleine maar betekenisvolle deelverzameling met de vermelding 'uit de nalatenschap van Adri Offenberg'. Ik beschouw het als een eer dat ik een aantal boeken uit de bibliotheek van zo'n gezaghebbend, deskundig en naar verluid buitengewoon vriendelijk mens in bezit mag hebben. Waar een advertentie op Marktplaats al niet toe kan leiden! Zoals gezegd: in de komende afleveringen van dit blog zal ik stilstaan bij een paar van de boeken die op deze manier heb verkregen, want met deze herkomst is over elk boek wel een interessant verhaal te vertellen. 

Edit juni 2026: ik was heel verguld toen ik ineens tegen deze uitgave aanliep: de door onder meer Adri Offenberg gerealiseerde jubileumuitgave t.g.v. 200 jaar Bibliotheca Rosenthaliana. Niet alleen een prachtige uitgave waarin veel van de schatten in de bibliotheek worden toegelicht. Maar ook mooi om toe te voegen aan het rijtje titels uit Offenbergs eigen bibliotheek!

28 april, 2013

225 - De weg naar mijn boekenkast

Dat zich continu een gestaag stroompje boeken naar mijn boekenkast begeeft blijft mij altijd weer verbazen. Bijna routineus spot ik online en offline de plekken waar mogelijk boeken te koop zijn en altijd is er wel weer een boek waarvan ik niet van tevoren wist dat ik het wilde hebben, maar dat intussen in mijn boekenkast staat. Zo was ik afgelopen week in Nieuwegein. En omdat vrijwel elke gemeente wel een kringloopwinkel heeft en elke kringloopwinkel een boekenafdeling, maakte ik tussen twee vergaderingen even tijd om naar de Utrechthaven 5 te gaan. Een korte tijd later liep ik tevreden naar buiten met een genummerd exemplaar van Niccolò Ammaniti's Het laatste oudejaar van de mensheid. Het was nummer 59 van de 100 exemplaren die Uitgeverij Lebowski ter gelegenheid van de jaarwisseling aan relaties had gestuurd. Hoe nummer 59 ooit in de kringloopwinkel in Nieuwegein terecht is gekomen zal altijd wel een raadsel blijven. Maar gelukkig geldt dat raadsel niet voor andere boeken.

Een paar weken geleden zag ik een paar advertenties voor uitgaven van Stichting de Roos, toch altijd nog mijn favoriete bibliofiele serie, op Marktplaats staan. De aanbieder woonde in Utrecht en omdat ik daar toch moest zijn, bood ik aan ze op te komen halen. Los van het feit dat ik ze voor een mooie prijs mee kon krijgen, was het ook een kans om meer te weten van de herkomst van de boeken: van wie waren ze en waarom werden ze verkocht?

Maar sta mij toe de hoofdpersonen van dit stukje te introduceren. Het gaat achtereenvolgens om:
The hunting of the snark van Lewis Carroll uit 1966
Kindje wiegen van Jan Engelman uit 1975
Muzikale beelden
van Willem Wilmink uit 1995
Parijs journaal van Anneke Brassinga uit 2004

Vier boeken die samen bijna 40 jaar omspanden. Anders dan de eigenaar kon ik verder geen overeenkomst tussen de boeken ontdekken. Waarom deze vier? Wellicht kon de bijna ex-eigenaar er meer over vertellen.

De verkoper woonde in een prachtig huis in hartje Utrecht. Zij vertelde dat haar man een aantal keer door de Roos was gevraagd om illustraties te verzorgen voor uitgaven. Hoewel ik niet verder kwam dan de hal van het huis zag ik daar ook een paar fraaie etsen hangen. Die waren ook van haar man. Kortom, hier woonde een echtpaar omringd door de schone kunsten die ook hun bijdrage hadden geleverd aan mooie uitgaves van het bibliofiele boek. Niet dat de door mij gekochte boeken per se door haar man waren geïllustreerd, maar wie regelmatig met De Roos samenwerkt doet dus ongetwijfeld een paar leuke uitgaven op.

Het werd mij niet helemaal duidelijk waarom juist deze 4 verkocht werden. Misschien wel omdat die geen etsen van de echtgenoot bevatten. Wat mij ook niet helemaal duidelijk werd, was of het huis nog meer schatten bevatte: waren er nog meer uitgaven van De Roos beschikbaar? Of andere bijzondere boeken? Wat zou ik graag eens in de boekenkasten kijken. Maar zover kwam het natuurlijk niet. Ik heb wel gezegd dat als er nog iets opdoek, ik sowieso geïnteresseerd was.

Maar voorlopig bleef het bij deze vier. Ze staan in mijn immer groeiende rijtje uitgaven van De Roos. En ik kan weer genieten van de bijzonderheden van deze uitgaven. Zoals de uitklapbare illustraties in het boek van Brassinga, de tekeningen in het boek van Wilmink of de opmaak van het boek van Carroll. Elke uitgave van De Roos kent zijn eigen bijzonderheden en zijn daarom uniek, omdat ze uitdrukking geven aan de samenwerking tussen verschillende kunstenaars en auteurs. Genieten!

19 augustus, 2012

212 - Op weg naar een incunabel: mijn boek uit 1522

Een tijdje geleden schreef ik over mijn verlangen om een incunabel te bezitten. Want voor mij is een incunabel een boek dat een bijzonder moment in de geschiedenis markeert. Het is een vóór 1 januari 1501 in Europa gedrukt (en dus niet handgeschreven) boek, blad papier of prent. De boekdrukkunst deed haar intrede rond 1440, en de periode van de incunabelen heeft dus zo'n goede halve eeuw geduurd. Boeken gedrukt tussen 31 december 1500 en 1540 noemt men postincunabelen. Een incunabel markeert het begin van het bestaan van boeken zoals wij die kennen. De ultieme eerste druk, om zo te zeggen. En daarom schaars en kostbaar en niet iets wat snel in mijn boekenkast terecht zal komen vrees ik.

Ik blijk niet de enige te zijn met een wens voor (zeer) oude boeken. In een reactie op mijn eerdere bericht schreef Fokas Holthuis "Die wens heb ik ook jarenlang gekoesterd. Toen hij eenmaal vervuld werd ging er een wereld voor me open!" Deze verzuchting maakte het natuurlijk niet makkelijker!

Kort daarna heb ik op een Italiaanse veiling van 16e eeuwse boeken geprobeerd een post-incunabel te kopen. Deze bleken, in tegenstelling tot de incunabelen, behoorlijk betaalbaar te zijn. Na twee missers met boeken van rond 1520 strandde ik uiteindelijk op een paar minuten van de aankoop van een prachtboek uit 1540. Een andere koper was mijn nipt voor bij de aftersale-catalogus van het prachtige veilinghuis Gonnelli.

En zo stond ik daar met lege handen. Gelukkig ontving ik wederom troost van Fokas: "een zestiende eeuws boek kan voor mij de magie van een incunabel niet evenaren. Laat een paar andere boeken (of colberts, etentjes, kaartjes voor het EK of anderszins...) schieten en ga er voor!"

Dat is natuurlijk heel erg waar. Maar ik denk ook dat je in kleine stapjes naar je doel moet gaan. En daarom heb ik op mijzelf op het onvolprezen Marktplaats in de strijd om het 16e eeuwse boek geworpen. Ik heb de categorie "antieke boeken" bij Marktplaats altijd een beetje genegeerd. Maar ten onrechte: want er staat veel moois tussen. Naast veel rotzooi voor te hoge prijzen natuurlijk, zoals altijd op Marktplaats. Maar ook hier komt de geduldige zoeker aan zijn trekken.

Ik stuitte op een mooie dag op een advertentie met de volgende omschrijving:

"Antiek boek met leren kaft. Taal: Latijn. Geschept papier. Silii Italici Clarissimi Poetae PV. Auteur C. Silius Italicus. Drukker: Thomas Wolff 1519-1535. Gedrukt in 1522. Compleet. Mist geen bladzijden"
De advertentie stond er al een tijdje en er was een bod van 200 euro gedaan. Dat leek mij redelijk, en ik bood daarom gretig een hele euro hoger: 201 euro was mijn bod.

Er gebeurde verder niets meer met de advertentie. Op mijn vraag of ik het boek ook voor het geboden bedrag kon kopen, kreeg ik een teleurstellende reactie. De verkoper mailde:
"Het zit er niet in dat ik het boekje via Marktplaats verkoop nu ik een aantal mensen heb gesproken die verstand van dit soort boeken hebben.
Morgen heb ik een afspraak bij veilinghuis Bubb Kuyper en het zal waarschijnlijk via hen op de veiling worden verkocht voor een bedrag tussen de 1000 en 2000 euro."
Ik vermoedde al dat het gevraagde bedrag te laag was. Ik ben dol op voordeeltjes, maar gun iemand ook z'n winst. Ik heb de verkoper daarom succes gewenst en nog wat andere veilinghuizen getipt voor een second opinion. En ik meldde dat ik geïnteresseerd bleef als het onverhoopt niks mocht worden bij de veiling.

En gelukkig voor mij werd het niks. Het verslag van het bezoek aan de taxateur:
"Vanmorgen brachten we een bezoek aan Bubb Kuyper.Iemand van hen heeft het boekje bestudeerd en kon mij daar het volgende over vertellen:
De kaft dateert niet uit 1522 (het boekje zelf wel!).
In de 17e eeuw is het boekje opnieuw gebonden. Meer details (jaartal) kon hij mij daar niet over geven maar zeker 17e eeuws.
Er is wel iets merkwaardigs aan de hand: de bladzijden 229 tot en met 232 bevinden zich voorin het boekje (na de openingspagina) in plaats aan aan het eind.
De boekdrukker kon waarschijnlijk niet tellen of wat dan ook!??. Verder hebben de eerste pagina's wat waterschade en vertoont de leren kaft ook wat gebruikerssporen.
Kortom, in deze conditie is het zeker geen 1000 of 2000 euro waard. Als ik van het slechtste scenario uitga en van de opbrengst  22% kosten moet afdragen houd ik weinig over."
Ik heb nooit geweten dat ook de verkopers bij een veiling kosten moeten afdragen. Dus koper én verkoper betalen ruim 20% kosten! Op die manier is er weinig aan te verdienen voor een leek... Maar we werden het nu snel eens over de prijs. Daarmee is mijn bibliotheek verrijkt met een boek dat met grote voorsprong het alleroudste is. Over tien jaar is het boek 5 eeuwen oud. Een half millennium!

Ik droom graag een beetje weg bij dit soort jaartallen. Want probeer je 1522 eens voor te stellen: Erasmus leefde nog, evenals Thomas More en Luther. Luther was net geëxcommuniceerd en zou in 1522 het Nieuwe Testament vertalen. Cervantes moest nog geboren worden, evenals Shakespeare. Het zou nog 11 jaar duren voordat Willem van Oranje werd geboren. Het duurde nog 21 jaar voordat De Revolutionibis van Copernicus zou worden gepubliceerd. Da Vinci was drie jaar eerder overleden en de verf van de Mona Lisa was pas 19 jaar droog. Wat een geweldige tijd; en mijn boek was daar al en bevond zich op een kruispunt van de Westerse geschiedenis.

Ik heb natuurlijk gevraagd waar de verkoper het boek vandaan had. Het antwoord was wat ontnuchterend:
"Hoe ik er precies aangekomen ben weet ik niet, het is wel al jaren in mijn bezit. Heb een aantal 19e eeuwse oude apothekerskasten en vond het leuk om daar een aantaloude boeken in te zetten. Zo schafte ik mijzelf op rommelmarkten her en der wat boekjes aan waarbij ik meer lette op de kaft dan op de inhoud.
Onlangs heb ik ze eens onder de loupe genomen en kwam deze verrassing boven tafel."

Tsja, wat je op rommelmarkten al niet tegen kan komen... Helaas is het hierdoor niet te traceren wie de eigenaars zijn geweest in al die eeuwen (zoals bijvoorbeeld Owen Gingerich wel heeft kunnen doen met het meesterwerk van Copernicus). Maar voor toekomstige generaties is deze blog in elk geval een startpunt...

En dan tot slot nog iets over het boekje zelf. Mijn kennis van Latijn is weliswaar net zo dood als de taal zelf, toch kan ik er iets van zeggen. De volledige titel is Silii Italici clarissimi poetae punicorû libri xvij. alibi in Germania nôtemere aediti hactenus, cum argumentis Hermanni Buschij & scolijs in margine adiectis, quae uice uberis commentarij esse possunt. De auteur is Silius Italicus, een Romeins politicus, zakenman en episch dichter uit de eerste eeuw. Uiteraard is dit een deel van het verhaal van de Tweede Punische Oorlog, tussen Rome en Carthago, uit de 3e eeuw voor Christus. Met dit dichtwerk is Silius tot in onze dagen bekend  gebleven. Mijn uitgave stamt zoals gezegd uit 1522 en is becommentarieert door Hermann von dem Busche (1468-1534), een Duitse humanistische schrijver. Het werd gedrukt in Bazel, door Thomas Wolff, destijds kennelijk een actieve drukker.

Verder speuren naar dit boek leerde mij iets verrassends. In een lijst met vermiste boeken van de Koninklijke Bibliotheek in Kopenhagen komt exact hetzelfde boek voor: gedrukt in 1522 in Bazel. Ik heb dus een boek dat in Denemarken vermist wordt... zo lijkt het. In het overzicht staat vermeld dat het vermiste boek een aanduiding heeft van de bibliotheek zelf en gelukkig is mijn exemplaar schoon. Anders zou ik mij nog verplicht voelen het naar Kopenhagen te brengen. Verder zie ik op Abebooks dat een Parijse boekverkoper een exemplaar aanbiedt voor € 750. Een digitale versie van het boek staat hier (zij het met een veel mooier omslag dan mijn exemplaar).

Fokas had gelijk. De magie van een incunabel heeft het boek niet. Maar we zijn op de goede weg en ook dit boek weet de verbeelding al behoorlijk te prikkelen. Ik heb een kostbare schat erbij. Mijn volgende boek in dit genre zal echter tenminste 23 jaar ouder zijn dan deze. Op weg naar een échte incunabel!

P.s. in de reactie van Perkamentus verwijst hij naar dit bericht over een kleitablet dat hij bezit uit 2039 voor Christus: de overtreffende trap van incunabel. Ik kende dat feit natuurlijk wel, maar heb het uit pure jaloezie verzwegen. Nu het in de reacties is verklapt ontkom ik er niet aan ernaar te verwijzen...

P.P.S. Inmiddels bezit ik dan toch een incunabel. Lees alles hierover in dit bericht.