Posts tonen met het label margedrukker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label margedrukker. Alle posts tonen

24 juli, 2025

362 - Oogst op een regenachtige boekenmarkt in Dordrecht

Dit jaar toog ik met mijn dochter naar de boekenmarkt in Dordrecht, en heus niet alleen omdat we deze keer verhinderd zijn om naar Deventer te gaan (nou ja, een beetje speelde dat wel mee). Maar ook omdat Dordrecht een mooie grote boekenmarkt in een prachtig centrum heeft. Dus sowieso de moeite waard om te bezoeken.

(c) Dordt Centraal, www.dordtcentraal.nl
Met angst en beven keken we naar de weersverwachting op weg naar de zondag, en we besloten toch te gaan ondanks de grote regenkans. Hoe erg kon het worden, dachten we? De buien waaien vast wel over Nou, het werd erg. Zoveel regen op zo’n dag heb ik niet vaak meegemaakt. Doodzonde voor de handelaren, voor de boeken natuurlijk en uiteindelijk voor de markt als geheel. Boudewijn Büch wist in Boekenpest al smakelijk te vertellen over vocht als één van de vijanden van boeken. Hij had heel wat inspiratie voor dat hoofdstuk op kunnen doen op deze boekenmarkt. Veel bezoekers besloten al helemaal niet meer te komen en ook verschillende handelaren bleven weg: diverse kramen bleven leeg. Maar zij die er waren hadden een mooi aanbod! De volhouders moesten beloond worden, en wij gingen op weg.

Het viel niet mee om toch nog boeken te bekijken omdat veel kramen afgedekt werden. En als ik dan wat had gekocht, dan viel het niet mee om de boeken droog te houden, want de watervloed kwam uiteindelijk overal doorheen. Het meeste heb ik droog thuisgekregen, maar een enkel boek heeft uiteindelijk toch wat waterschade opgelopen helaas.

Desondanks was het een mooie dag, met een mooie oogst.

De vondsten

Allereerst was ik op zoek naar een mooie druk van de debuutroman van Lize Spit, Het smelt. De reden is dat we met de leesclub hebben afgesproken dit boek te lezen, en dan wil ik natuurlijk niet aankomen met een willekeurige zoveelste druk. En gelukkig: ik kon het speciale exemplaar kopen dat was verschenen bij de lancering van uitgeverij Das Mag. Destijds, bij de start van Das Mag, konden supporters de nieuwe uitgeverij financieel steunen en iedereen die dat deed (voor minstens 50 euro) kreeg een exemplaar van Het smelt - met een bijzonder omslag. Eén van die exemplaren heb ik nu ook. Achterin het boek staat een hele lijst met de namen van degenen die de start hebben ondersteund. Een indrukwekkende lijst met talloze bekende en onbekende namen, zoals Arie Boomsma, Aaf Brandt Corstius, Adriaan van Dis, Ingmar Heytze, Herman Koch, Arjen Lubach, Connie Palmen, Felix Rottenberg, Georgina Verbaan en talloze anderen. Uiteindelijk waren er zo’n 3.000 sponsors. En Lize Spit had haar eerste bestseller te pakken.

Het bakje W. de Graaf

Naast Lize Spit was ik natuurlijk op zoek naar boeken uit mijn vaste aandachtsgebieden: boeken over boeken, bibliofiele uitgaven, uitgaven van drukkerij Trio en papierhandel Corvey - kortom: genoeg om mijn ogen en handen bezig te houden. En tussendoor greep ik hier en daar nog een boek mee dat ik beslist moest lezen, zoals een mooie gebonden Joseph Roth (Zipper en zijn vader) en Rob van Essen’s Miniapolis in eerste druk en een Paul Auster die ik nog niet had.

Maar ik vond ook verschillende uitgaven van margedrukkers, die ik altijd graag meeneem. De eerste was een boekje met de titel Ik ben maar zelden goed bij stem, een verzameling aforismen van Antony Kok. Dit werk werd in 1981 uitgegeven bij Bubb Kuyper's de Lojen Deur Pers in 175 genummerde exemplaren (ik heb nummer 67). Een toelichting bij deze aforismen werd geschreven door W. de Graaf. Antony Kok  (1882-1969) was mede-oprichter van het tijdschrift De Stijl en levenslang bevriend met Theo van Doesburg. Ook gold hij als een mecenas voor Piet Mondriaan. Als liefhebber van het werk van de Stijl, in het bijzonder van Bart van der Leck en Piet Mondriaan, was ik hier bijzonder blij mee. De aforismen zijn vrij algemeen van aard en gaan niet per se over zijn relatie met de kunsten: "Naarmate ik ouder word, interesseren mijn eigen meningen me steeds minder".

Even later pakte ik een volgende verzameling aforismen op, dit keer van de hand van Karl Kraus, de Oostenrijkse dichter (1874-1936). Dit keer bleek het een uitgave van de Avalon Pers uit 1991, in een oplage van 49 ongenummerde exemplaren. Ook in deze uitgave is de hand van W. de Graaf zichtbaar, die de vertaling verzorgde. Deze aforismen zijn wat bijtender dan die van Kok: "Wanneer het culturele zonnetje laag staat, werpen zelfs dwergen lange schaduwen" en "De aanspraak op een plekje onder de zon is bekend. Minder bekend is, dat deze ondergaat zodra het plekje veroverd is".

Een derde vondst was het werkje Kinderboeken, een tekst van Lizzy Ansingh (1875-1959), de Nederlandse kunstschilderes die ik kende van het door haar geschreven boek Tante Tor is jarig, dat in 1950 werd uitgegeven door Stichting de Roos. Hoewel Ansingh zelf beeldend kunstenaar was, schreef zij de tekst en werd dat boek geïllustreerd door Nelly Bodenheim. Dat Ansingh wel meer schreef, blijkt uit deze tekst over het karakter van kinderboeken dat eerder verscheen in Het Parool in 1958. Ansingh verbaast zich hierin over de gruwelijkheden in oudere kinderboeken die zij las (kinderen raken daarin verminkt, vermist, overlijden, etc.) en vraagt zich af: "Kan een kind met zulke lectuur een vrolijke jeugd beleven en daarna een opgewerkt en gelukkig leven leiden?". Deze herdruk verscheen bij de Houtpers van Niek Smaal in Haarlem in 1982, in 150 genummerde exemplaren (ik heb nummer 81). Grappig genoeg stond in deze uitgave een vermelding van de vorige eigenaar. Meestal heb ik daar een bloedhekel aan en is dat reden om een boek te laten liggen - ik begrijp werkelijk niet waarom mensen hun naam in een boek willen krassen, doe dan tenminste een behoorlijk ex-libris. Maar in dit geval stond er: "Geschenk van de heer W. de Graaf", gedateerd 23 oktober 1982. De ondertekening kan ik helaas niet lezen. Ook in deze uitgave is dus de hand van W. de Graaf zichtbaar. Ik heb dus kennelijk in een bakje staan graaien met werk dat afkomstig was uit kringen waarin deze W. de Graaf actief was.

Met W. de Graaf wordt Wim de Graaf bedoeld, die uitgever, antiquaar en publicist was. De Graaf was een kenner van kunststromingen De Stijl en Dada, en in het bijzonder het werk van o.a. Kurt Schwitters, Theo van Doesburg en Antony Kok. Niet zo vreemd dus dat zijn hand zichtbaar was in de uitgaven die ik in Dordrecht kocht en wie even zoekt tussen de uitgaven van de Avalon Pers en andere marge-uitgevers, of overige De Stijl-gerelateerde publicaties, vindt talloze vermeldingen van vertalingen, toelichtingen of andere bijdragen van Wim de Graaf. 

Nog meer marginaal

Naast werk dat gerelateerd is aan Wim de Graaf nam ik nog een paar mooie drukwerken mee. Eén ervan stond op mijn lijstje desiderata. Ik vertelde eerder dat ik een mooie collectie boeken van Jan van Herreweghe had gekocht, die in zijn beschouwingen over de wereld van het boek steevast naar allerlei interessante titels verwijst. In Aankomen in Boekzele verwijst hij naar het mij onbekende boekje Een boekverkoper in St. Petersburg omstreeks 1860 van Andreas Wolff. De schrijver vertelt daarin over de boekhandel van zijn grootvader, die op goede voet stond met de literaire grootheden uit de Russische literatuur in die tijd: Toergenjev, Gonstjarov, Tolstoj en Dostojevski. Geen namen om je voor te schamen als boekhandelaar. De geschiedenis gaat niet zozeer alleen over de boekhandel, maar vooral ook over het literaire klimaat in Rusland in de tweede helft van de 19e eeuw. Dit werk was in beperkte oplage verschenen bij de Mouette Press in Oxford, in 1969, in een oplage van 376 (+5) exemplaren. Tot mijn verrassing stond één van die exemplaren in Dordrecht op mij te wachten.

De Mouette Press is de pers van Wim Meeuws, die in Oxford Nederlandstalige werken publiceerde (zie hier een briefwisseling van Wim Meeuws). Mijn exemplaar is ongenummerd. Uit het colofon leer ik dat er verschillende varianten zijn verschenen:
- 5 exemplaren in half kalfsleer, gesigneerd door auteur, illustrator en vertaler
- 95 exemplaren op Van Gelder papier, met de houtsnede op Japans Ouda papier in hard kartonnen omslag. Gesigneerd
- 276 exemplaren op Burgundia, ingenaaid
- 26 exemplaren op Burgundia, genummerd A-Z en niet in de handel
Mijn exemplaar is niet gesigneerd, maar wel in hard kartonnen omslag. Ik kan niet onderscheiden of het gedrukt is op Burgundia of Van Gelder, maar ik zie wel dat de houtsnede op afzonderlijk papier is gedrukt en gesigneerd is. Ik vermoed dat ik één van de 95 exemplaren heb gekocht.

Een volgende vondst was het werkje Een brandstichting in Ruinen 1877 van C. van Dijk. Dit is een verhaal op basis van een krantenbericht, over de brandstichting in de titel. Het verscheen bij de Klencke Pers in Oosterhesselen in een oplage van 60, bij wijze van jaarwisselingsgeschenk. Het is gesigneerd door “Loek en Kees”. C. van Dijk is Cees/Kees van Dijk, die drukte bij de Tuinwijkpers, Agri Montis en de Klencke Pers nadat hij eerst de Carlinapers startte. Grappig genoeg zat in de mooie kavel bibliofiele uitgaven die ik eind 2024 bij Bubb Kuyper kocht (ik schreef er hier over) ook werk van de Carlinapers. 

Een ander boeiend werkje is De kattenmoord van Erich Wichman (1890-1929), de excentrieke Nederlandse kunstenaar, graficus en beeldhouwer die later in zijn leven fascist werd. Hij was de broer van de bekende juriste en voorvechtster van vrouwenrechten Clara Wichmann (met dubbel n). Dit gedicht verscheen eerder in het blad van het Utrechts Studenten Corps in 1913, en is door de Bucheliuspers (de Utrechtse drukkerij van Arjaan van Nimwegen) in 1983 opnieuw uitgeven in 125 exemplaren (ik heb nummer 36). Van Erich Wichman bleek ik al een ander werk te hebben, namelijk het essay Stijl onder vuur dat als Reigercahier verscheen bij uitgeverij Kwadraat in beperkte oplage (ik heb nummer XXIX van XXX uit een totale oplage van 230). Zie mijn stukje over Pierre Kemp over andere Reigercahiers. Dit bevat trouwens een inleiding van Arjaan van Nimwegen. Wichman zet zich in dit essay af tegen De Stijl, hoewel hij zelf wel bevriend was met Theo van Doesburg en samen met hem nadacht over het starten van een tijdschrift. Van Nimwegen licht toe hoe Wichman's "opvattingen over kunst en maatschappij tussen 1913 en 1920 een majestueuze ommezwaai maakten", waarbij hij veel vrienden liet vallen. Rond 1915 stonde de opvattingen van Van Doesburg en Wichman zich het dichtst bij elkaar, aldus Van Nimwegen, "maar de artistieke verwijdering voltrok zich snel. (...) Van Doesburg vatte het gelaten op". Deze verwijdering leidde tot het tamelijk rancuneuze stuk over de Stijl.  Het zou mij gelet op de thematiek trouwens niet verbazen als ook het werkje De kattenmoord uit “het bakje W. de Graaf" kwam, maar ik heb het verband niet kunnen achterhalen. 

Nauwelijks Corvey of Drukkerij Trio

Ik had gehoopt nog wat uitgaven te kunnen toevoegen aan mijn collecties Corvey-uitgaven of de uitgaven in de serie Van Trio aan zijn Zakenvrienden. Helaas was Dordrecht mij op dat punt niet zo gunstig gezind als Deventer vorig jaar. Desondanks kon ik toch nog wat aardigheden meenemen.

Zo kocht ik een boekje met een nogal lange titel: Waerachtige Historye vant gene geschiet ende gepassert is, van tijt tot tijt, geduirende de gevanckenisse van mijnen heere Johan van Oldenbarnevelt, van Johan Francken. Dit werkje verscheen bij Kroonder in Bussum in 1945, net wel of net niet een illegale uitgave. Maar ik wilde het graag hebben omdat de typografie en vormgeving in handen was van Johan van Eikeren, die de reeks Corvey-uitgaven verzorgde. Ik heb hier drie uitgebreide blogs over geschreven. Van Eikeren heeft voor verschillende boeken bij verschillende uitgeverijen de typografie verzorgd maar was in de naoorlogse jaren vooral actief bij Kroonder. Deze mag daarmee ook bij mijn Corvey/Van Eikeren-collectie.

Een tweede aardige vondst was de Voorrede uit het manuale tipografico van Giambattista Bodoni. Het handboek typografie van Bodoni verscheen postuum in 1818 en geldt als standaardwerk voor typografie. Frans A. Janssen schreef in 2005 in De Boekenwereld  een artikel over dit voorwoord, en hoe het hem tijd kostte om het te doorgronden.  Hij schrijft: 

Bodoni's voorwoord bleek pas bij nader inzien een boeiende tekst. De grote typograaf toont al aan het begin dat hij kind van zijn tijd is, wanneer hij zegt dat hij zich gewijd heeft aan de vervolmaking (‘perfezione’) van de boekdrukkunst. (...) Wat Bodoni niet zonder trots meldt, is in feite dat hij de typografie op twee manieren heeft verrijkt: door het beter te doen en door meer te doen. Deze twee zaken bepalen de indeling van het voorwoord. Hij meent dat zijn ontwerpen van drukletters en van lay-out de schoonheid beter dienen, en hij definieert schoonheid als een samengaan van goede harmonie en goede verhoudingen. De elementen die de schoonheid van een lettertype uitmaken, worden geanalyseerd en er worden aspecten van vormgeving van het gedrukte boek in detail besproken, zoals de keuze van het papier, het satineren (gladmaken) van het papier na de druk, het terugdringen van ornamenten en de felle zwarting van de inkt. Leidraad bij het typografisch ontwerpen is eenvoud (‘semplicità’). (...) Bodoni toont zijn ijdelheid opnieuw als hij in het tweede gedeelte van zijn voorwoord zijn bijdragen aan de boekdrukkunst opsomt (het meer): duizenden stempels en matrijzen voor honderden lettertypen en andere tekens ten behoeve van het drukken van westerse en niet-westerse alfabetten.

Dit werkje is vertaald door F. Kerdijk en verscheen in 1943 bij drukkerij Trio. Van de uitgaven van drukkerij Trio in de serie “Van Trio voor zijn zakenvrienden” is niet zo’n samenhangende biografie gemaakt als van de Corvey-uitgaven. En hoewel in dit werkje die vermelding dan ook niet staat, mag het toch beschouwd worden als een relevante Trio-uitgave. Die mag dus in die collectie, en is daarmee een van mijn oudste Trio-uitgaven.

Een laatste relevante vondst is het werkje Over de uitvinding der boekdrukkunst van G. Benders, uitgegeven door boekdrukkerij G.J. van Amerongen in circa 1925. Drukkerij van Amerongen heeft in de jaren daarna talloze Corvey-uitgaven geproduceerd. Van Eikeren maakte gebruik van meer drukkerijen, omdat Corvey als papiergroothandel natuurlijk vele klanten wilde bedienen, maar Van Amerongen is een tijdje de ‘huisdrukker’ geweest van Corvey. Daarom vond ik dit werkje toch relevant, en stop ik het ook bij de Corvey-collectie.

Ik zal jullie niet vermoeien met alle andere titels, maar het zal duidelijk zijn dat het een welbestede dag was en dat de regen een grote dreiging was voor de boeken, maar niet voor ons humeur. Ook dochterlief ging met een volle tas naar huis toe. Het is nog niet bekend welke boekenmarkt(en) wij volgend jaar gaan bezoeken - Deventer, Dordrecht, Tilburg, Utrecht of allemaal - maar ook dit bezoek smaakte als vanouds naar meer!

14 augustus, 2022

334 - Oogsten op de Deventer boekenmarkt 2022 - deel 1: bibliofilie

Foto van @dvdmdeventer
Het was een prachtige zonnige dag waarop ik mijn debuut maakte als bezoeker van de boekenmarkt in Deventer. Het was er simpelweg nog niet van gekomen al die jaren. Het blijft een evenement dat middenin de zomervakantie plaatsvindt en vaak waren we met kinderen in het buitenland. Dus Deventer moest wachten. Maar nu was het dan zover, samen met junior ging ik los in de Hanzestad.

We hadden afgesproken dat we ons graag lieten verrassen, al hadden we natuurlijk wel een mentaal lijstje met het soort van boeken dat we zochten, alleen niet specifieke titels. Dat gold trouwens  niet voor iedereen: we zagen aardig wat bezoekers met papieren of digitale lijstjes tussen de dozen snuffelen. Op heel veel schermpjes stond LibraryThing of Goodreads open om ervoor te zorgen dat de juiste boeken werden gevonden. Vooral als het ging om uitgebreide series als Privé-domein, maar er waren ook bezoekers die heel hard op zoek waren naar ontbrekende titels voor hun collectie Danielle Steel (er zijn er 190). Maar ik ging vooral op zoek naar boeken over boeken en de bakken met ‘kleine boekjes’: gelegenheidsuitgaven, bibliofiele werkjes, nieuwjaarsuitgaven van uitgeverijen, dat soort werkjes. Junior posteerde elke keer als ze zo’n bak zag zich er pontificaal voor om ‘m voor mij te reserveren, terwijl ik steevast positie koos voor de afdeling Engelse literatuur als ik die zag. En dan was het een kwestie van elkaar appen en van plaats wisselen. En ontdekken dat je soms 50 kramen uit elkaar staat...

Sowieso was de samenstelling van de bezoekers hoopgevend als het gaat om de toekomst van het boek: enorm gemengd - jong, oud, man, vrouw en dus helemaal niet een overvloed aan witte oude mannen die boeken kopen. Zou het de invloed zijn van BookTok, en dergelijke impulsacties op Instagram? Mij viel op dat er heel veel jongeren, tieners zelfs, waren die met een gelukkige blik en armen vol boeken over de markt liepen. Het is toch bijzonder als je twee tienerjongens een serieus gesprek hoort voeren over hoe ze een serie in leer gebonden boeken in compleet hebben. Of een andere tienerjongen die een serieus gesprek voert over hoe hij het laatste deel van de serie Griekse klassieke auteurs zoekt, maar daar sowieso geen 40 euro voor over heeft… Ik kon alleen maar wensen dat ik die diezelfde zelfbeheersing had, maar ik ben intussen bereid veel te veel te betalen voor ontbrekende puzzelstukjes in mijn collectie..

De opbrengst

Uiteindelijk gingen we naar huis met twee volle tassen boeken, waarbij tot mijn schrik de stapel van junior hoger was dan de mijne. Maar ja, als je Engelstalige hardbacks inslaat versus mijn fijnzinnige bibliofiele uitgaven dan gaat het natuurlijk hard qua volume. In aantallen won ik: 24 titels heb ik mee naar huis genomen na 5 uur over de boekenmarkt gezworven te hebben. Maar vrijwel bij het eerste kraampje waar we stonden had junior een fraaie vondst. Ze zag - in de handen van een andere bezoeker - een mooie uitgave van Christina Rossetti’s gedicht Goblin Market. Toevallig haar favoriete gedicht, maar het bevond zich nog steeds in de handen van een twijfelende andere bezoeker. Er restte niets anders dan mentale beïnvloeding of de Jedi-aanpak: heel hard denken "leg neer, leg neer, leg neer" en hopen dat het effect heeft. In dit geval lukte het want de andere bezoeker besloot gelukkig het boekje niet te kopen, waarna het een prooi voor junior werd. Het bleek de heruitgave van de originele editie te zijn, door de Green Tiger Press in 1973 uitgegeven. Een mooie editie in een envelop, geprijsd voor 10 euro en gelukkig waren alle boeken 30% korting waarna het voor 7 euro van haar was. Hoewel de verkoper ook aandachtig keek naar het boekje en het leek alsof zij het eigenlijk niet kwijt wilde. Maar uiteindelijk mocht junior het tevreden in haar - toen nog lege - tas stoppen.

Ook ik had zo’n moment met  tijdelijke hartstilstand. Ik zag op de kraam van Boekhandel ABC uit Deventer twee exemplaren liggen van het boek van Edward Wilson-Lee: The catalogue of shipwrecked books - Christopher Columbus, his son and the quest to build the world’s greatest library. Verder geen zeldzaam boek ofzo, maar deze stond al wel een tijd op mijn zoeklijst en voor 5 euro kon ik het niet laten liggen. Eén exemplaar voor mij en één voor junior. Althans, dat was het plan, want een andere hand strekte zich uit en pakte beide boeken voor mijn neus weg en de eigenaar van die hand stelde tevreden vast dat het ene boek voor hemzelf was, en het andere een cadeautje voor iemand anders. Ik was verbijsterd, vooral door de gedachte dat ik ongeveer 10 seconden te laat was om dit boek te lopen. Al snel bleken dit de laatste exemplaren in de kraam te zijn en dus was mijn hoop op dit boek vervlogen. Ware het niet dat de koper van beide exemplaren terugkwam, mij één van de exemplaren gaf omdat hij het zo sneu voor mij vond. Wat een fantastisch gebaar! Evengoed was het jammer dat diezelfde man vervolgens bij de stand van de Eierland pers precies het belangrijkste werk van die kraam kocht waar ik mijn oog op liet vallen. Duidelijk iemand met dezelfde smaak als ik, die steeds een minuut sneller bij de gezochte boeken was. Ik ben hem voor dit boek dankbaar, maar heb hem vervolgens zoveel mogelijk ontweken om verdere teleurstellingen te voorkomen.

Mooie gesprekken

Het leuke van de boekenmarkt is dat er ook tijd is om gesprekken te hebben met de mensen achter de kramen: antiquairs en margedrukkers. Zo had ik een leuk gesprek met Peter Duijf van de Eierland Pers (gevestigd in Schalkhaar, dus hij kwam samen met zijn vrouw op de fiets naar de markt). Ik zag bij Hinderickx en Winderickx dat er in november 2022 een nieuw deel van het Winkeldagboek verschijnt, het derde deel intussen. Die kan direct op mijn verlanglijstje.
Tussendoor kwam ik zowaar nog familie tegen: een neef en zijn vrouw waren op zoek naar titels voor hun project om de top 100 Nederlandse literatuur volgens Goodreads te kopen en te lezen. 

Op een gegeven moment belandde ik bij de stand van AFdH uitgevers, tevens de stand van antiquariaat Abels & Mateboer.  Ongemerkt raakte ik aan de praat met Paul Abels, die vroeg of ik wellicht werk van A.L. Snijders verzamelde. Ik vond dat eerst een wat wonderlijke vraag, tot ik uiteindelijk de link legde met met het feit dat ik voor de kraam van AFdH stond. Toen ik tegen junior de loftrompet stak over het fonds van AFdH en hun werkwijze (de abonnementen) en hoe zij het werk van Snijders hebben gepromoot, vertelde Abels hoe de start van de uitgeverij is geweest en hoe ze uiteindelijk positie hebben veroverd. Ondertussen liet ik mijn oog vallen op een fraai lessenaartje waarin de bibliofiele werkjes werden aangeboden. Dit om ze enigszins exclusief te presenteren en ook om te beschermen tegen ondeskundige vingers van bezoekers, aldus Abels. In het lessenaartje zaten uiteraard veel werken van Snijders, nieuwjaargeschenken van AFdH zelf en ander fraais. Het was uit dit lessenaartje dat ik één van mijn mooiste aankopen van de dag deed.

Fijne bibliofiele werkjes

En daarmee zijn we aangekomen bij de eerste bibliofiele aankoop: de uitgave Een plaatsvervangster van Kurt Löb. Dit is een nieuwjaarsgeschenk van AFdH voor abonnees en relaties uit 2012. Van dit nieuwjaarsgeschenk werd de hele oplage gesigneerd en genummerd (ik heb nummer 390), en een klein deel verscheen als handelseditie. Maar het bijzondere van dit exemplaar is dat het in linnen is gebonden. Paul Abels vertelde dat dit één van de slechts drie in linnen gebonden exemplaren uit de oplage was. Ik zou verwachten dat die drie exemplaren dan voor respectievelijk A, F en dH zouden zijn. Of voor Löb zelf. Maar nee, er lag gewoon een exemplaar in dat lessenaartje. Voor slechts 25 euro - een prijs waarvoor de reguliere exemplaren in cahiersteek momenteel tweedehands worden aangeboden - was het van mij. Een prachtig boek, verzorgd door Martin Frijns in onberispelijke staat. Het lessenaartje had het boek goed beschermd.
Kurt Löb is een illustrator waar ik al veel werk van heb, vooral door zijn bijdrage aan de uitgaven van Stichting de Roos en natuurlijk door zijn illustraties in de reeks Russische verhalen die verschenen als nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel. Al met al zijn dat al 36 titels met meestal illustraties van Kurt Löb, maar soms ook door hem geschreven (zoals Bibliofiele boekillustratie vandaag en gisteren uit 1971). Als ik een uitgave zie liggen waar Löb aan heeft meegewerkt, laat ik het zelden liggen. En dan gaat het mij vooral om de kwaliteiten als tekenaar, want Abels wist ook nog te vertellen dat Löb een humeurig mens was en dat het niet altijd meeviel om met hem samen te werken. Gelukkig merk je daar als lezer niets van, dan resteert alleen de schoonheid van de tekeningen. Ik hou van zijn losse stijl van tekenen en hoe hij de sfeer van een verhaal altijd goed weet te treffen.
In deze uitgave gaat het verhaal over het thema eindigheid, herinnering en nieuw begin. Een kort verhaal, rijk geïllustreerd met zo te zien ook oudere tekeningen van Löb die bij dit verhaal passen en daarom in dit boek zijn opgenomen.

Maar ik vond meer bibliofiele werkjes, beste lezer. Zoals de uitgave Een handreiking over tijd en ruimte heen van L.H. Wiener, verschenen bij Hof van Jan in 2013, in een oplage van 300 gesigneerde exemplaren. Het werk bevat de tekst die Wiener uitspraak op 30 oktober 2012, bij de tweede verjaardag van het overlijden van Harry Mulisch, tijdens een herdenkingsbijeenkomst in de Gravenzaal van het Haarlemse stadhuis. Helaas had de vorige eigenaar haar naam in het boek geschreven - waarom zou je dat in hemelsnaam doen? Maar voor de prijs van 2 euro kon ik het desondanks niet laten liggen.

Ik zei al dat ik bij de stand van de Eierland pers was en daar kocht ik de uitgave Sluikhandel met juffrouw Duizer van Piet Buijnsters. Een gesigneerd nieuwjaarsgeschenk van het tijdschrift Boekenpost uit 2007. Verschenen in een oplage van 134, heb ik nummer 101. Uitgaven van Piet Buijnsters laat ik ook nooit liggen, met als gevolg dat ik inmiddels 17 titels van of met hem bezit. Hij heeft als boekhistoricus  een geweldige bibliofiele kennis en schrijft daar fraaie boeken over (Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie / van het Nederlandse antiquariaat / van antiquariaat en bibliofilie in België) waaronder ook de klassieker Het verzamelen van boeken - een handleiding. In deze uitgave vertelt hij een smakelijke anekdote over kostbare boeken van de Arnhemse antiquaar H.F. Geerts die via de dichteres Nel Benschop (die een leerling van hem bleek te zijn geweest) op de weg van Buijnsters kwamen.

Twee andere bibliofiele werkjes kocht ik vooral omdat ze er mooi uitzagen en - eerlijk is eerlijk - in de 2-euro-bakken stonden en ik ze daar simpelweg niet kon laten staan.

Allereerst tikte ik een fraaie uitgave van de Sjaalmanpers op de kop, het verhaal In de boom van A.L. Schneiders (niet te verwarren met A.L. Snijders). In 1987 verscheen dit werkje in een oplage van 115 exemplaren, waarvan 100 Arabisch genummerd en 15 Romeins. Die laatste zijn voor auteur en uitgeefster en inmiddels bezit ik nummer XIII. Helaas is het vignet met de titel op de voorkant er vanaf gevallen waardoor het toch een klein beetje een incompleet exemplaar is.
Van de Sjaalmanpers bezat ik tot nu toe één andere uitgave, namelijk het werk Een zwak voor Nescio van Nol Gregoor, dat ik 16 jaar geleden trots heb toegevoegd aan mijn Nescio-collectie. Nol Gregoor beschrijft hoe hij op een gegeven moment drie exemplaren van de eerste druk van Nescio's debuut bezit. Toen had ik zelf nog geen exemplaar daarvan, en deed het bijna fysiek pijn om dat te lezen. Inmiddels is dat gat in mijn collectie al lang gerepareerd.


De laatste bibliofiele uitgave die ik kocht is Brief uit Venetië van de Apeldoornse dichter Willem Bierman. Bierman was onder andere oprichter van het in 2015 ter ziele gegane tijdschrift Prado, waar ook A.L. Snijders nog aan heeft meegewerkt. Deze brief verscheen bij de Eikeldoorpers in 1991 in een oplage van 70 genummerde en gesigneerde exemplaren, waarvan ik nu nummer 48 heb. Het werk bevat naast de brief van Bierman een fraaie linosnede gemaakt door Doortje de Vries.
Ook de Eikeldoorpers komt tot nu toe één keer voor in mijn collectie, ik heb van deze pers het Zonnebloemlied van Adriaan van Dis, een plano-uitgave uit 2008 gesigneerd door Van Dis. Onder het pseudoniem Jan Balkon schreef Adriaan van Dis in 1988 het ‘Zonnebloemlied’. Het is ingezonden naar het clubblad van Nieuw Vredelust (= een volkstuincomplex in Amsterdam). Daarna verscheen het ook in de bundel: ‘Tuin in de branding‘.

En zo bleken al die bakken met bijzondere boekjes een paar mooie verrassingen voor mij in petto te hebben. Deventer heeft voor een paar prima en betaalbare aanvullingen op mijn collectie gezorgd. In deel 2 van mijn verslag zal ik een aantal van de 'boeken over boeken' die ik daar heb gekocht in de schijnwerpers zetten.

15 mei, 2014

240 - Wat kost een bibliofiel werk?

Bibliofiele uitgaven zijn wat mij betreft het leukst om te kopen. Vaak zijn ze met aandacht gemaakt door een liefhebber van mooie uitgaven. Bijzonder papier, speciale typografie en ook nog eens in een kleine oplage die ze een zekere exclusiviteit geeft: ik ben er gek op.

De vraag is natuurlijk wat de handelswaarde van zo'n uitgave is. Niet elk werk in een kleine oplage is meteen waardevol. Uiteindelijk gaat het om vraag en aanbod: als niemand het wil hebben, is het sowieso niets waard. En verder spelen zaken als kwaliteit en gebruikte materialen een rol. En natuurlijk de staat waarin het verkeert. Maar het blijft allemaal tamelijk willekeurig. Vorige keer schreef ik hoe ik de speciale uitgave van Caesarion kocht. De vraagprijs was €275 maar op de veiling ging het boek weg voor €160. Maar is het boek überhaupt 160 of 275 euro waard? Of heb ik geld weggegeven aan een hype, waar ik over een paar jaar maar een paar tientjes voor terugkrijg als ik het ooit verkoop?

Iets vergelijkbaars geldt voor andere bibliofiele werkjes. Neem nu de uitgaven van Stichting de Roos, een erkende bibliofiele reeks boeken. Wat vraag je daar nu eigenlijk voor? Dat kan nogal uiteenlopen: op boekwinkeltjes.nl staan 5 exemplaren te koop van de Nowaks van Christopher Isherwood. De prijzen variëren van €25 tot €90, waarbij het exemplaar van €25 wat slijtage heeft. Redelijke exemplaren voor €50 en €90. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld Monsieur Hawarden van Filip de Pillecyn: een exemplaar in nieuwstaat voor €20, een ander exemplaar voor €40. En dat terwijl bij het verschijnen van deze boeken ze vele honderden guldens kosten en rond de eeuwwisseling soms hetzelfde bedrag in euro's waard waren. Maar als de markt krimpt, krimpt ook de waarde van een boek.

Het is nogal willekeurig dus.

Iets opmerkelijks vond ik toen ik recent op zoek was naar een paar bibliofiele werkjes van Van Dis en Wieringa. Bijvoorbeeld het Zonnebloemenlied, een gedicht op een prent gedrukt in een oplage van 60. Dit gedicht schreef Adriaan van Dis in 1988, onder het pseudoniem Jan Balkon. Het was bedoeld voor het clubblad van Nieuw Vredelust (het volkstuinencomplex in Amsterdam). In dat clubblad schreven meer bekende auteurs onder pseudoniem. Dat begon toen in 1986 Christa en Lien Heyting een volkstuin kochten. Ze ontvingen er verschillende schrijvende vrienden en een jaar later ontstond het idee om anoniem voor het tuindersblaadje te gaan schrijven. Dit leidt er uiteindelijk toe dat de zussen Heyting (L.S. Zeeman en Stijn Staak), K. Schippers (K. Tuinders), Hans Ree (H. Koning), Rudy Kousbroek (Jan Salie), Adriaan van Dis en later ook Maarten ‘t Hart (Cor de Niet) van 1987 tot 2000 een substantiële bijdrage leveerden aan het blaadje. Al die jaren zijn ze onontdekt gebleven en later zijn al die bijdragen uitgegeven in het boek Tuin in de branding.
Uiteraard zocht ik als verzamelaar van Van Dis-uitgaven voor dit ene gedicht eerst bij Antiqbook.nl, waar een exemplaar wordt aangeboden voor €55. Dat leek mij wat te gortig, zodat ik de website van de drukker bezocht: de Eikeldoorpers. Daar kon ik deze prent gewoon bestellen voor €32,50.

En dan het verhaal De boom van Tommy Wieringa. Geschreven ter gelegenheid van een Bakenesser avond. Sinds 1997 hield de Stichting Haarlem Boekenstad literaire bijeenkomsten, aanvankelijk in de Bakenesserkerk. Veelal werd een schrijver geïnterviewd naar aanleiding van een recent verschenen boek, soms trad de auteur solo op, soms was er een bepaald thema en werden meerdere schrijvers uitgenodigd. Vaak ontvingen de bezoekers een door een “marginale drukker” in lood gezet en fraai verzorgd uitgaafje naar aanleiding van de desbetreffende avond.

Eerder werden exemplaren op Boekwinkeltjes.nl aangeboden voor €39,50. Dat had ik er misschien nog wel voor over gehad, maar het leek mij toch beter het bij de drukker zelf te proberen. En dat was Bubb Kuyper himself, naamgever aan het vermaarde veilinghuis. Er was een plezierige mailwisseling waaruit bleek dat hij nog een enkel exemplaar had liggen. En ziedaar: het kostte mij slechts €22.

Het is één ding om prijzen te vragen die aansluiten bij de wetten van vraag en aanbod. Maar wat ik niet begrijp is dat in deze tijd van internet, waarbij iedereen overal een boek kan kopen, door antiquariaten prijzen worden gevraagd die fors hoger zijn dan wanneer je ze rechtstreeks koopt bij de drukker/uitgever (waarmee je ook nog eens margedrukkers ondersteunt). Wordt er uitgegaan van de luiheid van de koper? Het geeft in elk geval aan dat het altijd noodzakelijk is om te blijven zoeken. En dat maakt boeken verzamelen natuurlijk ook zo leuk: ook al ben ik veel geld kwijt, ik blijf achter met het gevoel dat ik een goede deal heb gemaakt en bovendien is mijn bibliotheek verrijkt met alweer een paar bijzondere werken.

08 januari, 2006

86 - Vrouwenhaar en andere kleine oplages

Erg gelukkig ben ik met de jongste Bordewijk-loot aan mijn verzameling: het minibundeltje “Vrouwenhaar”, uitgegeven door de Bosbespers in samenwerking met de Ravenbergpers en totstandgebracht door Rody Chamuleau. 

De Bosbespers - een mooie naam voor wat ook wel een “margedrukker” heet, oftewel een drukker die uit liefhebberij schitterende boekjes in kleine oplages maakt - kende ik wel. Ik bezit verschillende uitgaven van deze uitgeverij, die allemaal uit de jaren ’80 stammen. Zo heb ik de Bosbespers-uitgaven “De hoogten van Doyle, de trog van Bordewijk” (1988, thematische vergelijking tussen verhalen van Doyle en Bordewijk in een oplage van 150), “Schaduw, Stemming en Stil Water” (1989, voorstellen voor straatnamen van Bordewijk aan de Haagse straatnamencommissie in een oplage van 150) en “Vijf kleine verhalen” (1983, verhalen die in diverse bladen stonden opnieuw gepubliceerd). Overigens zijn die straatnamenvoorstellen van Bordewijk in nog een andere uitgave gepubliceerd, het boekje “Straatnamen” uit 1984 van de Avalon Pers in Woubrugge (oplage: 100), die - het houdt niet op - ook het verhaal “De publieke fotolach” van Bordewijk in 1984 hebben uitgegeven in een oplage van 125.

Gelet op het tijdsverloop sinds de uitgaven van de Bosbespers had ik niet op nieuw werk gerekend. Een artikeltje van Arjan Peters in de Volkskrant over deze uitgave zette mij op scherp: een nieuwe van de Bosbespers! En: dit soort uitgaven komt in kleine oplages, zo rond de 100, 150 stuks. Ik moest dus snel handelen. Dat snelle handelen viel nog niet mee. De internetpagina’s van De Bosbespers bleken onbereikbaar, in de telefoongids komt de drukker niet voor en ik heb geen idee of de boekjes in een boekhandel te koop zijn en welke dan. Gelukkig bracht googlen op een combinatie van termen “Bosbespers” en “Oosterbeek” een hit op van een pagina waar een telefoonnummer stond. Na enkele vergeefse pogingen kreeg ik iemand van de Bosbespers zelf aan de lijn. We spraken plezierig over mooie boekjes, verheugden ons in de - naar wij hoopten toegenomen - Bordewijk-belangstelling (onder meer blijkend uit de “Parelduiker”-uitgave van zomer 2005 over Bordewijk) en ik werd op de hoogte gesteld van mogelijk toekomstige Bordewijk-uitgaven omdat er de weduwe van de zoon van Bordewijk nog meer nagelaten werk had vrijgegeven (naast datgene wat al in “de Parelduiker” was verschenen). Het gesprek was ook voor hem kennelijk zo plezierig, dat mij de verzendkosten van het boekje werden kwijtgescholden.  

Twee dagen later bezat ik “Vrouwenhaar”. Drie verhalen van Bordewijk, voorafgegaan door een inleiding van Rudy Chamuleau. Toen bleek ook de Ravenbergpers een rol te hebben gespeeld. Die kende ik nog niet. Op de site van de margedrukkers komen zij voor en deze drukker blijkt recent onder meer naam te hebben gemaakt met Rechter Tie-uitgaven (zie hier en hier). Het is een klein maar mooi verzorgd boekje. Naast de verhalen en de inleiding een paar foto’s van Bordewijk, een speciaal voor deze uitgave getekende cartoon van Stefan Verwey en een afbeelding van een pagina van een manuscript van Bordewijk. Bij die afdruk staat echter geen herkomst. Van welk boek is dit een pagina uit het manuscript? Ik kan er niet tegen dat ik dat niet weet. Naar de boekenvoorraad dus, en bladeren in de meters Bordewijk. Op de pagina van het manuscript staat het getal “27”, het is dus waarschijnlijk een pagina uit het begin van het boek. In het boekje staat een foto van Bordewijk die een exemplaar van “Tijding van ver” krijgt, dat is de eerste optie. Ik zag in het manuscript een zin die begint met de naam “Leontien” en even verder zie ik “Aurora” staan. Leontien en Aurora? In “Tijding van ver” komen deze namen niet voor. Vaag herinner ik me Aurora uit een boek over een schilder…”Bloesemtak”!! En inderdaad, in “Bloesemtak” heet één van de personen Aurora en uiteindelijk blijkt de foto van het manuscript bladzijde 34 uit de eerste druk van “Bloesemtak” te zijn. Mijn geheugen blijkt nog uitstekend, want ik heb Bloesemtak ruim een decennium geleden voor het laatst gelezen. Wie ook een gelukkige bezitter wordt van “Vrouwenhaar” hoeft deze puzzel in elk geval niet meer op te lossen en kan zich volledig richten op het genieten van dit boekje.