Posts tonen met het label Drukkerij Trio. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Drukkerij Trio. Alle posts tonen

28 september, 2026

368 - Van Trio aan zijn zakenvrienden

Eerder schreef ik op dit blog al verschillende keren over mijn fascinatie voor efemeer drukwerk: uitgaven voor tijdelijk gebruik die niet meteen de intentie hebben om lang bewaard te blijven maar desondanks vaak verrassend fraai verzorgd zijn. Het zijn uitgaven die zich bewegen op het snijvlak van boekgeschiedenis, typografie en verzamelen. De link hierboven verwijst naar mijn stukje over mijn collectie nieuwjaarsuitgaven van Stichting de Roos. Wat voor mij ook een mooi voorbeeld is zijn de uitgaven van papierfabrikant Corvey, waarover ik door de jaren heen uitgebreid heb geschreven en waarvan ik nog steeds de laatste paar exemplaren probeer te vinden. Deze uitgaven verschenen onder de titel Het model voor de uitgever met als geestelijk vader Johan van Eikeren. 

Wat mij bij het verzamelen ook bezighoudt, is het reconstrueren van de reeks. Welke uitgaven zijn er precies verschenen? In welke volgorde? En hoe compleet is een bibliografie eigenlijk? Er is altijd de kans dat je verrassingen vindt, die ook tot een reeks behoren maar die nog niet eerder bekend waren. Of uitgaven die niet per se tot de reeks behoren, maar er zodanig mee verwant zijn dat je ze toch toevoegt. Zie bijvoorbeeld mijn stukje over de serie Literaire Juweeltjes waar ik verschillende 'randuitgaven' beschrijf.

Wie wel eens geprobeerd heeft een verzameling compleet te krijgen, weet dat het antwoord op de vraag hoe compleet de bibliografie is, meestal luidt: minder compleet dan je denkt. En vervolgens is er altijd discussie over mogelijk: wel toevoegen aan de collectie of toch maar niet. En waar ligt de grens?

Naast de Corvey-uitgaven is er inmiddels nog een andere reeks met efemere uitgaven die mij al langer bezighoudt: de uitgaven van Drukkerij Trio, verschenen onder de reeksnaam Van Trio aan zijn zakenvrienden. Het zijn boekjes die in veel opzichten doen denken aan de Corvey-uitgaven. Ze werden niet commercieel verspreid maar als relatiegeschenk uitgegeven en zijn daardoor relatief onzichtbaar gebleven voor het grote publiek. Desondanks werden ze binnen die kring van die relaties - en al snel daarbuiten - een gewild verzamelobject. De Trio-uitgaven duiken tegenwoordig nog op in antiquariaten, op veilingen of in catalogi, maar niet altijd met voldoende context om direct duidelijk te maken of en waar zij precies in de reeks thuishoren. Gelukkig hebben de meeste een datum gekregen zodat enige ordening nog wel kan plaatsvinden. In 2018 schreef Perkamentus al een mooie blog met een historie van de drukkerij en een aantal van de uitgaven.

Dat deze uitgaven zoveel belangstelling trekken, hangt ook samen met de bijzondere geschiedenis van de drukkerij zelf. Trio werd in 1894 opgericht door drie Haagse typografen die - ontslagen na een staking - hun eigen bedrijf begonnen. In de decennia daarna groeide de onderneming uit tot een van de bekendste grafische bedrijven van Nederland. Daarbij viel Trio niet alleen op door de kwaliteit van het drukwerk, maar ook door haar bijzondere organisatievorm, waarbij werknemers mede deelden in de winst van het bedrijf. 
Over die bijzondere geschiedenis van de drukkerij werd in verschillende jubileumuitgaven aandacht besteed. Bij het 50-jarig bestaan verscheen het boek 50 jaar deelhebberschap, uiteraard ook weer "aan zijn zakenvrienden" als onderdeel van de reeks. Maar naast deze meer publieke uitgave verscheen er ook een kleine interne brochure die veel schaarser is: Korte geschiedenis van Drukkerij Trio 's-Gravenhage, 1898-1948. Dit kleine boekje is tamelijk onvindbaar en kent één vermelding in WorldCat. Het kent geen auteursnaam. Maar het begint zo, in twee hele lange zinnen:
In een ander geschriftje, dat wij tegelijkertijd met het onderhavige uitreiken, en dat tevens voor een ruime kring van zakenvrienden bestemd is, houden wij ons bezig met het bijzondere sociale aspect van onze zaak: met het stelsel van deelhebberschap, dat van de aanvang af de grondslag van onze zaak vormde. In het volgende stellen wij ons voor, in het kort de geschiedenis van onze vennootschap te schetsen, opdat allen, die er thans aan verbonden zijn, en enkele belangstellenden, een beeld van de ontwikkeling van onze zaak krijgen, dat - naar wij vertrouwen - hun liefde voor ons mooie bedrijf zal versterken en dat de leden van ons personeel met trots zal vervullen door het gevoel, deel uit te maken van een bedrijf, dat tot zo schone bloei kwam en dat voor een groot deel ons gezamenlijk bezit is.
Vervolgens komt de achtergrond van het bedrijf ter sprake, met de achtergrond van de staking. En dan: "Zo rijpte dan bij onze drie paria's het plan een eigen drukkerij op te richten." Vervolgens wordt ingegaan op de moeizame start en dan allerlei financiële gegevens. Het werkje sluit af met de trotse mededeling: "Rekent men bij de uitkering ook hetgeen aan arbeidsvennoten aan dividend uit hun uit winstaandeel verkregen aandelenbezit en hetgeen gepensionneerden sinds 1932 aan winstaandeel is uitbetaald, dan komen wij op een totaalbedrag van f 439.000, dat over de verlopen 49 jaar uit de winst aan de medewerkers is ten goede gekomen."

© afbeelding Perkamentus
Waarom zijn deze uitgaven van Drukkerij Trio nu zo interessant? Dat het een Haags bedrijf is, is wat mij betreft al een grote plus. Maar over deze drukkerij valt genoeg te vertellen. De drukkerij ontwikkelde zich in de twintigste eeuw tot een belangrijke speler binnen de Nederlandse grafische wereld. Bekende namen als A.A.M. Stols, S.H. de Roos, Jan van Krimpen en later Huib van Krimpen duiken voortdurend op zodra men de geschiedenis van de drukkunst in Nederland begint uit te pluizen. Trio was niet alleen een drukkerij, maar ook een plek waar ideeën over typografie, boekverzorging en grafische vormgeving samenkwamen. Tegen die achtergrond zijn de relatiegeschenken meer dan aardige drukwerkjes: zij vormen een tastbare weerslag van een drukkerij die zichzelf presenteerde als centrum van vakmanschap, typografie en boekcultuur. De uitgaven fungeerden tegelijk als cadeau, visitekaartje en staalkaart van grafisch kunnen.

Dat blijkt ook uit de relatiegeschenken zelf. Naast de meer omvattende reeks Van Trio aan zijn zakenvrienden bestonden daarbinnen verschillende subreeksen zoals De Typografische Kruidtuin (10 delen), Monumenten der Boekdrukkunst (6 delen) en Curiosa Typografica (5 delen). Alleen al aan de titels is te zien dat het om voor de boekenwereld relevante onderwerpen ging. Wie de lijst met auteurs bekijkt, ziet bovendien dat regelmatig prominente namen uit de wereld van de boekkunst en typografie werden ingeschakeld. Wie zich interesseert voor boekgeschiedenis kan dus eindeloos in deze reeks grasduinen. Dat blijkt ook wel uit het feit dat in de vaktijdschriften Graficus en Drukkersweekblad bijna elke nieuwe verschijning van een Trio-uitgave vermeldden en ook meestal positief beoordeelden, zowel als het ging om de inhoud als om de vormgeving. Toch zal het pijn hebben gedaan dat er soms commentaar kwam met de woorden "jammer" en "niet fraai", van de immer kritische redactie van Graficus. Maar dat waren uitzonderingen.

Interessant bij deze uitgaven is de rol van Huib van Krimpen. Volgens Wikipedia trad hij tijdens de oorlogsjaren in dienst van Uitgeverij Contact, maar moest hij na de invoering van de Kultuurkamer vertrekken. Vervolgens kwam hij terecht bij Drukkerij Trio als assistent van A.A.M. Stols, die daar adjunct-directeur was. Stols kende de familie Van Krimpen al jarenlang en nam de jonge Huib onder zijn hoede. Wanneer Stols afwezig was, nam Van Krimpen diens werkzaamheden waar en deed zo veel praktische ervaring op in de wereld van de typografie.

Of Van Krimpen zich actief met de hele reeks Van Trio aan zijn zakenvrienden heeft beziggehouden weet ik niet. Wel heeft hij ten minste twee titels binnen de reeks op zijn naam staan:

  • Hoogtepunten in de typografie (1948), verschenen als deel 4 van De Typografische Kruidtuin.
  • Blokboeken, een tussenspel in houtsneden: uit de voorgeschiedenis van stereotypie en galvanoplastiek (1951), verschenen als deel 2 van Monumenten der Boekdrukkunst.

Dit alles verklaart mijn interesse in de reeks uitgaven Van Trio aan zijn zakenvrienden en mijn pogingen om de reeks compleet te krijgen. Net als bij Corvey bleek echter al snel dat het verzamelen niet eens het grootste probleem was. Het grotere probleem was het opstellen van een betrouwbare bibliografie.

Bij Corvey kostte het mij geruime tijd om zicht te krijgen op alle verschenen uitgaven. Gelukkig kon ik daarbij terugvallen op een bibliografie die Huib van Krimpen in 1983 opstelde, mede gebaseerd op een eerder overzicht van Johan van Eikeren. Dat helpt enorm, ook al weet je dan nog steeds niet helemaal zeker of die bibliografie klopt. Bij Trio bleek de situatie wel wat lastiger. Voor zover ik heb kunnen nagaan bestaat er geen complete bibliografie van de reeks Van Trio aan zijn zakenvrienden. Lange tijd hield ik mij daarom vast aan de bestaande lijst op Wikipedia. Die leek redelijk volledig en was in elk geval het beste overzicht dat ik kon vinden. Geruime tijd gebruikte ik die lijst als basis voor mijn zoektochten en als checklist om te zien welke deeltjes ik nog zocht.

Totdat ik onlangs op Boekwinkeltjes.nl een titel tegenkwam die niet op die Wikipedia-lijst stond.

Het ging om Hoofdzaken uit de leidraad bij de nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal uit 1954. Nergens zag ik een andere verwijzing naar dit werkje van Trio. Er stond geen vermelding in Wikipedia en ook elders vond ik geen directe aanwijzingen. Toch had het boekje op zich de kenmerken van een Trio-relatiegeschenk. Uiteindelijk heb ik het erop gewaagd en het gekocht.

Toen ik het boekje in handen had bleek mijn vermoeden juist. Het was inderdaad een uitgave Van Trio aan zijn zakenvrienden.

Dat was natuurlijk een leuke vondst, maar tegelijkertijd ook een beetje frustrerend. Want als deze uitgave ontbrak in de bekende overzichten, hoeveel andere uitgaven ontbraken er dan nog meer?

Ik besloot daarom terug naar de bronnen te gaan. Eerst de makkelijkste: een uitgebreide zoektocht langs WorldCat, universitaire bibliotheken, de KB, de online catalogus van Museum Meermanno en allerlei andere online catalogi. Vrij snel bleek dat Hoofdzaken uit de leidraad bij de nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal op verschillende plaatsen wel degelijk beschreven stond. Ik had dus veel eerder kunnen ontdekken dat het een Trio-uitgave was geweest. Achteraf bezien had ik die zoekslag jaren geleden al moeten maken.

Het goede nieuws was dat de zoektocht nog wat meer resultaten opleverde. Verschillende uitgaven die niet op Wikipedia stonden, bleken wel degelijk te bestaan. Zoals ik vaker doe wanneer ik nieuwe delen in een reeks identificeer, heb ik de bibliografie op Wikipedia aangevuld. Zo hebben andere verzamelaars er ook nog lol van. 

Screenshot uit nieuwsbrief 868 van
Fokas Holthuis, september 2019
Nadat ik deze eerste slag had geslagen, ben ik Delpher gedoken om oude afleveren van Graficus en Drukkersweekblad door te vlooien naar vermeldingen van uitgaven uit de reeks. Het bleek al snel dat de reeks Van Trio aan zijn zakenvrienden niet alleen uit boekjes in allerlei vormen bestond, maar ook uit ander bijzonder drukwerk: ik vond vermeldingen van ten minste twee afzonderlijke bijzondere boekenleggers, verschillende vouwbladen met houtsneden vergezeld van een korte tekst en ook een vloeiblad met tekst. En een keer een vermelding van een los boekomslag, dat de ontvangers konden gebruiken om hun boeken te beschermen die zij meenamen op vakantie. De lijst op Wikipedia werd langer en langer. Deze vermeldingen maken de zoektocht nu nog veel moeilijker: het is al lastig genoeg sommige gedrukte boekjes te vinden, maar daarvan kan ik mij nog voorstellen dat die bewaard bleven door liefhebbers. Maar de kans dat een losse boekenlegger of een vloeiblad of het losse boekomslag de afgelopen 70 jaar heeft overleefd is niet zo heel groot. Wat het trouwens niet makkelijker maakte was dat veel vermeldingen in de vakbladen ongeveer zo gingen: "We ontvingen van drukkerij Trio een fraai drukwerkje, een tekst met houtsnedes. Het is weer een geslaagd voorbeeld van drukwerk voor de zakenvrienden." Maar wat het dan precies was, van wie de tekst was en of het een boekje was of iets anders wordt niet altijd gezegd. Ook was er meestal geen afbeelding van. 
Gelukkig waren er ook nog verschillende afleveringen van de immer zeer leesbare en informatieve nieuwsbrief van antiquariaat Fokas Holthuis waarin aan uitgaven van drukkerij Trio aandacht werd besteed. Elke keer als ik deze oudere nieuwsbrieven bekijk voel ik een steek van jaloezie, want ze stammen uit de tijd dat ik nog niet systematisch Trio-uitgaven verzamelde en het zijn veelal uitgaven die ik niet heb en die nu volkomen onvindbaar zijn. Ergens is een andere verzamelaar die zijn slag heeft geslagen bij Fokas en die ik zeer benijd. Had ik toen maar beter opgelet...

Ik durf desondanks inmiddels voorzichtig te zeggen dat de Wikipedia-lijst nu een stuk completer is dan voorheen en waarschijnlijk een redelijk betrouwbaar overzicht geeft van wat er verschenen is. Tegelijkertijd kan ik nu geen andere bronnen bedenken dan de vakbladen en antiquariaatscatologi om zicht te krijgen op Trio-uitgaven dan die ik gebruikt heb. Maar ik weet ook dat niet alle Trio-uitgaven in de vakbladen besproken zijn. Een mooi voorbeeld is een uitgave uit 1957, een reproductie van een door Paul Citroen getekend meisjeshoofd, op A3-formaat. Hierop staat in kleine letters vermeld dat het Van Trio aan zijn zakenvrienden is. Het werd ooit aangeboden op Marktplaats door iemand die dacht een origineel kunstwerk te bezitten maar een reproductie bleek te hebben. Ik mocht het gratis meenemen. Dit werk stond wel op Wikipedia, maar wordt verder niet vermeld in de beide vakbladen. Dat laat al zien dat men selectief was met het bespreken van dit soort drukwerkjes, want het is hen ongetwijfeld toegezonden. 

Voorlopig ben ik in elk geval tevreden dat er nu meer zicht is op de omvang van de reeks. Het was belangrijk om een betrouwbare bibliografie te krijgen. Dat was bij de Corvey-uitgaven ook al zo. Verzamelen is niet alleen titels bijeenbrengen; het is ook proberen te begrijpen wat er eigenlijk verzameld moet worden.

Ondertussen blijft de jacht gewoon doorgaan. Zowel bij Corvey als bij Trio zijn er nog de nodige lacunes te vullen. Ook Corvey heeft verschillende uitgaven voorzien van inlegvellen, bladwijzers of andere aanvullingen die in de loop van de tijd verdwenen zijn. Ik blijf hopen op titels uit de reeks die ook de bijgevoegde nog efemeerdere druksels bevatten. En ik droom ervan dat op een dag een nieuwbrief van Fokas in mijn mailbox aankomt, vol met mooie Trio-uitgaven waar ik vervolgens eerder dan andere verzamelaars beslag op kan leggen.

24 juli, 2025

362 - Oogst op een regenachtige boekenmarkt in Dordrecht

Dit jaar toog ik met mijn dochter naar de boekenmarkt in Dordrecht, en heus niet alleen omdat we deze keer verhinderd zijn om naar Deventer te gaan (nou ja, een beetje speelde dat wel mee). Maar ook omdat Dordrecht een mooie grote boekenmarkt in een prachtig centrum heeft. Dus sowieso de moeite waard om te bezoeken.

(c) Dordt Centraal, www.dordtcentraal.nl
Met angst en beven keken we naar de weersverwachting op weg naar de zondag, en we besloten toch te gaan ondanks de grote regenkans. Hoe erg kon het worden?, dachten we. De buien waaien vast wel over, dachten we. Nou, het werd erg. Zoveel regen op zo’n dag heb ik niet vaak meegemaakt. Doodzonde voor de handelaren, voor de boeken natuurlijk en uiteindelijk voor de markt als geheel. Boudewijn Büch wist in Boekenpest al smakelijk te vertellen over vocht als één van de vijanden van boeken. Hij had heel wat inspiratie voor dat hoofdstuk op kunnen doen op deze boekenmarkt. Veel bezoekers besloten al helemaal niet meer te komen en ook verschillende handelaren bleven weg: diverse kramen bleven leeg. Maar zij die er waren hadden een mooi aanbod! De volhouders moesten beloond worden, en wij gingen op weg.

Het viel niet mee om toch nog boeken te bekijken omdat veel kramen afgedekt werden. En als ik dan wat had gekocht, dan viel het niet mee om de boeken droog te houden, want de watervloed kwam uiteindelijk overal doorheen. Het meeste heb ik droog thuisgekregen, maar een enkel boek heeft uiteindelijk toch wat waterschade opgelopen helaas.

Desondanks was het een mooie dag, met een mooie oogst.

De vondsten

Allereerst was ik op zoek naar een mooie druk van de debuutroman van Lize Spit, Het smelt. De reden is dat we met de leesclub hebben afgesproken dit boek te lezen, en dan wil ik natuurlijk niet aankomen met een willekeurige zoveelste druk. En gelukkig: ik kon het speciale exemplaar kopen dat was verschenen bij de lancering van uitgeverij Das Mag. Destijds, bij de start van Das Mag, konden supporters de nieuwe uitgeverij financieel steunen en iedereen die dat deed (voor minstens 50 euro) kreeg een exemplaar van Het smelt - met een bijzonder omslag. Eén van die exemplaren heb ik nu ook. Achterin het boek staat een hele lijst met de namen van degenen die de start hebben ondersteund. Een indrukwekkende lijst met talloze bekende en onbekende namen, zoals Arie Boomsma, Aaf Brandt Corstius, Adriaan van Dis, Ingmar Heytze, Herman Koch, Arjen Lubach, Connie Palmen, Felix Rottenberg, Georgina Verbaan en talloze anderen. Uiteindelijk waren er zo’n 3.000 sponsors. En Lize Spit had haar eerste bestseller te pakken.

Het bakje W. de Graaf

Naast Lize Spit was ik natuurlijk op zoek naar boeken uit mijn vaste aandachtsgebieden: boeken over boeken, bibliofiele uitgaven, uitgaven van drukkerij Trio en papierhandel Corvey - kortom: genoeg om mijn ogen en handen bezig te houden. En tussendoor greep ik hier en daar nog een boek mee dat ik beslist moest lezen, zoals een mooie gebonden Joseph Roth (Zipper en zijn vader) en Rob van Essen’s Miniapolis in eerste druk en een Paul Auster die ik nog niet had.

Maar ik vond ook verschillende uitgaven van margedrukkers, die ik altijd graag meeneem. De eerste was een boekje met de titel Ik ben maar zelden goed bij stem, een verzameling aforismen van Antony Kok. Dit werk werd in 1981 uitgegeven bij Bubb Kuyper's de Lojen Deur Pers in 175 genummerde exemplaren (ik heb nummer 67). Een toelichting bij deze aforismen werd geschreven door W. de Graaf. Antony Kok  (1882-1969) behoorde tot de vroege kring rond het tijdschrift De Stijl en was levenslang bevriend met Theo van Doesburg. Ook gold hij als een mecenas voor Piet Mondriaan. Als liefhebber van het werk van de Stijl, in het bijzonder van Bart van der Leck en Piet Mondriaan, was ik hier bijzonder blij mee. De aforismen zijn vrij algemeen van aard en gaan niet per se over zijn relatie met de kunsten: "Naarmate ik ouder word, interesseren mijn eigen meningen me steeds minder".

Even later pakte ik een volgende verzameling aforismen op, dit keer van de hand van Karl Kraus, de Oostenrijkse dichter (1874-1936). Dit keer bleek het een uitgave van de Avalon Pers uit 1991, in een oplage van 49 ongenummerde exemplaren. Ook in deze uitgave is de hand van W. de Graaf zichtbaar, die de vertaling verzorgde. Deze aforismen zijn wat bijtender dan die van Kok: "Wanneer het culturele zonnetje laag staat, werpen zelfs dwergen lange schaduwen" en "De aanspraak op een plekje onder de zon is bekend. Minder bekend is, dat deze ondergaat zodra het plekje veroverd is".

Een derde vondst was het werkje Kinderboeken, een tekst van Lizzy Ansingh (1875-1959), de Nederlandse kunstschilderes die ik kende van het door haar geschreven boek Tante Tor is jarig, dat in 1950 werd uitgegeven door Stichting de Roos. Hoewel Ansingh zelf beeldend kunstenaar was, schreef zij de tekst en werd dat boek geïllustreerd door Nelly Bodenheim. Dat Ansingh wel meer schreef, blijkt uit deze tekst over het karakter van kinderboeken dat eerder verscheen in Het Parool in 1958. Ansingh verbaast zich hierin over de gruwelijkheden in oudere kinderboeken die zij las (kinderen raken daarin verminkt, vermist, overlijden, etc.) en vraagt zich af: "Kan een kind met zulke lectuur een vrolijke jeugd beleven en daarna een opgewerkt en gelukkig leven leiden?". Deze herdruk verscheen bij de Houtpers van Niek Smaal in Haarlem in 1982, in 150 genummerde exemplaren (ik heb nummer 81). Grappig genoeg stond in deze uitgave een vermelding van de vorige eigenaar. Meestal heb ik daar een bloedhekel aan en is dat reden om een boek te laten liggen - ik begrijp werkelijk niet waarom mensen hun naam in een boek willen krassen, doe dan tenminste een behoorlijk ex-libris. Maar in dit geval stond er: "Geschenk van de heer W. de Graaf", gedateerd 23 oktober 1982. De ondertekening kan ik helaas niet lezen. Ook in deze uitgave is dus de hand van W. de Graaf zichtbaar. Ik heb dus kennelijk in een bakje staan graaien waarvan een aanzienlijk deel afkomstig was uit kringen waarin deze W. de Graaf actief was.

Met W. de Graaf wordt Wim de Graaf bedoeld, die uitgever, antiquaar en publicist was. De Graaf was een kenner van kunststromingen De Stijl en Dada, en in het bijzonder het werk van o.a. Kurt Schwitters, Theo van Doesburg en Antony Kok. Niet zo vreemd dus dat zijn hand zichtbaar was in de uitgaven die ik in Dordrecht kocht en wie even zoekt tussen de uitgaven van de Avalon Pers en andere marge-uitgevers, of overige De Stijl-gerelateerde publicaties, vindt talloze vermeldingen van vertalingen, toelichtingen of andere bijdragen van Wim de Graaf. 

Nog meer marginaal

Naast werk dat gerelateerd is aan Wim de Graaf nam ik nog een paar mooie drukwerken mee. Eén ervan stond op mijn lijstje desiderata. Ik vertelde eerder dat ik een mooie collectie boeken van Jan van Herreweghe had gekocht, die in zijn beschouwingen over de wereld van het boek steevast naar allerlei interessante titels verwijst. In Aankomen in Boekzele verwijst hij naar het mij onbekende boekje Een boekverkoper in St. Petersburg omstreeks 1860 van Andreas Wolff. De schrijver vertelt daarin over de boekhandel van zijn grootvader, die op goede voet stond met de literaire grootheden uit de Russische literatuur in die tijd: Toergenjev, Gonstjarov, Tolstoj en Dostojevski. Geen namen om je voor te schamen als boekhandelaar. De geschiedenis gaat niet zozeer alleen over de boekhandel, maar vooral ook over het literaire klimaat in Rusland in de tweede helft van de 19e eeuw. Dit werk was in beperkte oplage verschenen bij de Mouette Press in Oxford, in 1969, in een oplage van 376 (+5) exemplaren. Tot mijn verrassing stond één van die exemplaren in Dordrecht op mij te wachten.

De Mouette Press is de pers van Wim Meeuws, die in Oxford Nederlandstalige werken publiceerde (zie hier een briefwisseling van Wim Meeuws). Mijn exemplaar is ongenummerd. Uit het colofon leer ik dat er verschillende varianten zijn verschenen:
- 5 exemplaren in half kalfsleer, gesigneerd door auteur, illustrator en vertaler
- 95 exemplaren op Van Gelder papier, met de houtsnede op Japans Ouda papier in hard kartonnen omslag. Gesigneerd
- 276 exemplaren op Burgundia, ingenaaid
- 26 exemplaren op Burgundia, genummerd A-Z en niet in de handel
Mijn exemplaar is niet gesigneerd, maar wel in hard kartonnen omslag. Ik kan niet onderscheiden of het gedrukt is op Burgundia of Van Gelder, maar ik zie wel dat de houtsnede op afzonderlijk papier is gedrukt en gesigneerd is. Ik vermoed dat ik één van de 95 exemplaren heb gekocht.

Een volgende vondst was het werkje Een brandstichting in Ruinen 1877 van C. van Dijk. Dit is een verhaal op basis van een krantenbericht, over de brandstichting in de titel. Het verscheen bij de Klencke Pers in Oosterhesselen in een oplage van 60, bij wijze van jaarwisselingsgeschenk. Het is gesigneerd door “Loek en Kees”. C. van Dijk is Cees/Kees van Dijk, die drukte bij de Tuinwijkpers, Agri Montis en de Klencke Pers nadat hij eerst de Carlinapers startte. Grappig genoeg zat in de mooie kavel bibliofiele uitgaven die ik eind 2024 bij Bubb Kuyper kocht (ik schreef er hier over) ook werk van de Carlinapers. 

Een ander boeiend werkje is De kattenmoord van Erich Wichman (1890-1929), de excentrieke Nederlandse kunstenaar, graficus en beeldhouwer die later in zijn leven fascist werd. Hij was de broer van de bekende juriste en voorvechtster van vrouwenrechten Clara Wichmann (met dubbel n). Dit gedicht verscheen eerder in het blad van het Utrechts Studenten Corps in 1913, en is door de Bucheliuspers (de Utrechtse drukkerij van Arjaan van Nimwegen) in 1983 opnieuw uitgeven in 125 exemplaren (ik heb nummer 36). Van Erich Wichman bleek ik al een ander werk te hebben, namelijk het essay Stijl onder vuur dat als Reigercahier verscheen bij uitgeverij Kwadraat in beperkte oplage (ik heb nummer XXIX van XXX uit een totale oplage van 230). Zie mijn stukje over Pierre Kemp over andere Reigercahiers. Dit bevat trouwens een inleiding van Arjaan van Nimwegen. Wichman zet zich in dit essay af tegen De Stijl, hoewel hij zelf wel bevriend was met Theo van Doesburg en samen met hem nadacht over het starten van een tijdschrift. Van Nimwegen licht toe hoe Wichman's "opvattingen over kunst en maatschappij tussen 1913 en 1920 een majestueuze ommezwaai maakten", waarbij hij veel vrienden liet vallen. Rond 1915 stonde de opvattingen van Van Doesburg en Wichman zich het dichtst bij elkaar, aldus Van Nimwegen, "maar de artistieke verwijdering voltrok zich snel. (...) Van Doesburg vatte het gelaten op". Deze verwijdering leidde tot het tamelijk rancuneuze stuk over de Stijl.  Het zou mij gelet op de thematiek trouwens niet verbazen als ook het werkje De kattenmoord uit “het bakje W. de Graaf" kwam, maar ik heb het verband niet kunnen achterhalen. 

Nauwelijks Corvey of Drukkerij Trio

Ik had gehoopt nog wat uitgaven te kunnen toevoegen aan mijn collecties Corvey-uitgaven of de uitgaven in de serie Van Trio aan zijn Zakenvrienden. Helaas was Dordrecht mij op dat punt niet zo gunstig gezind als Deventer vorig jaar. Desondanks kon ik toch nog wat aardigheden meenemen.

Zo kocht ik een boekje met een nogal lange titel: Waerachtige Historye vant gene geschiet ende gepassert is, van tijt tot tijt, geduirende de gevanckenisse van mijnen heere Johan van Oldenbarnevelt, van Johan Francken. Dit werkje verscheen bij Kroonder in Bussum in 1945, net wel of net niet een illegale uitgave. Maar ik wilde het graag hebben omdat de typografie en vormgeving in handen was van Johan van Eikeren, die de reeks Corvey-uitgaven verzorgde. Ik heb hier drie uitgebreide blogs over geschreven. Van Eikeren heeft voor verschillende boeken bij verschillende uitgeverijen de typografie verzorgd maar was in de naoorlogse jaren vooral actief bij Kroonder. Deze mag daarmee ook bij mijn Corvey/Van Eikeren-collectie.

Een tweede aardige vondst was de Voorrede uit het manuale tipografico van Giambattista Bodoni. Het handboek typografie van Bodoni verscheen postuum in 1818 en geldt als standaardwerk voor typografie. Frans A. Janssen schreef in 2005 in De Boekenwereld  een artikel over dit voorwoord, en hoe het hem tijd kostte om het te doorgronden.  Hij schrijft: 

Bodoni's voorwoord bleek pas bij nader inzien een boeiende tekst. De grote typograaf toont al aan het begin dat hij kind van zijn tijd is, wanneer hij zegt dat hij zich gewijd heeft aan de vervolmaking (‘perfezione’) van de boekdrukkunst. (...) Wat Bodoni niet zonder trots meldt, is in feite dat hij de typografie op twee manieren heeft verrijkt: door het beter te doen en door meer te doen. Deze twee zaken bepalen de indeling van het voorwoord. Hij meent dat zijn ontwerpen van drukletters en van lay-out de schoonheid beter dienen, en hij definieert schoonheid als een samengaan van goede harmonie en goede verhoudingen. De elementen die de schoonheid van een lettertype uitmaken, worden geanalyseerd en er worden aspecten van vormgeving van het gedrukte boek in detail besproken, zoals de keuze van het papier, het satineren (gladmaken) van het papier na de druk, het terugdringen van ornamenten en de felle zwarting van de inkt. Leidraad bij het typografisch ontwerpen is eenvoud (‘semplicità’). (...) Bodoni toont zijn ijdelheid opnieuw als hij in het tweede gedeelte van zijn voorwoord zijn bijdragen aan de boekdrukkunst opsomt (het meer): duizenden stempels en matrijzen voor honderden lettertypen en andere tekens ten behoeve van het drukken van westerse en niet-westerse alfabetten.

Dit werkje is vertaald door F. Kerdijk en verscheen in 1943 bij drukkerij Trio. Van de uitgaven van drukkerij Trio in de serie “Van Trio voor zijn zakenvrienden” is niet zo’n samenhangende biografie gemaakt als van de Corvey-uitgaven. En hoewel in dit werkje die vermelding dan ook niet staat, mag het toch beschouwd worden als een relevante Trio-uitgave. Die mag dus in die collectie, en is daarmee een van mijn oudste Trio-uitgaven.

Een laatste relevante vondst is het werkje Over de uitvinding der boekdrukkunst van G. Benders, uitgegeven door boekdrukkerij G.J. van Amerongen in circa 1925. Drukkerij van Amerongen heeft in de jaren daarna talloze Corvey-uitgaven geproduceerd. Van Eikeren maakte gebruik van meer drukkerijen, omdat Corvey als papiergroothandel natuurlijk vele klanten wilde bedienen, maar Van Amerongen is een tijdje de ‘huisdrukker’ geweest van Corvey. Daarom vond ik dit werkje toch relevant, en stop ik het ook bij de Corvey-collectie.

Ik zal jullie niet vermoeien met alle andere titels, maar het zal duidelijk zijn dat het een welbestede dag was en dat de regen een grote dreiging was voor de boeken, maar niet voor ons humeur. Ook dochterlief ging met een volle tas naar huis toe. Het is nog niet bekend welke boekenmarkt(en) wij volgend jaar gaan bezoeken - Deventer, Dordrecht, Tilburg, Utrecht of allemaal - maar ook dit bezoek smaakte als vanouds naar meer!