14 augustus, 2022

334 - Oogsten op de Deventer boekenmarkt 2022 - deel 1: bibliofilie

Foto van @dvdmdeventer
Het was een prachtige zonnige dag waarop ik mijn debuut maakte als bezoeker van de boekenmarkt in Deventer. Het was er simpelweg nog niet van gekomen al die jaren. Het blijft een evenement dat middenin de zomervakantie plaatsvindt en vaak waren we met kinderen in het buitenland. Dus Deventer moest wachten. Maar nu was het dan zover, samen met junior ging ik los in de Hanzestad.

We hadden afgesproken dat we ons graag lieten verrassen, al hadden we natuurlijk wel een mentaal lijstje met het soort van boeken dat we zochten, alleen niet specifieke titels. Dat gold trouwens  niet voor iedereen: we zagen aardig wat bezoekers met papieren of digitale lijstjes tussen de dozen snuffelen. Op heel veel schermpjes stond LibraryThing of Goodreads open om ervoor te zorgen dat de juiste boeken werden gevonden. Vooral als het ging om uitgebreide series als Privé-domein, maar er waren ook bezoekers die heel hard op zoek waren naar ontbrekende titels voor hun collectie Danielle Steel (er zijn er 190). Maar ik ging vooral op zoek naar boeken over boeken en de bakken met ‘kleine boekjes’: gelegenheidsuitgaven, bibliofiele werkjes, nieuwjaarsuitgaven van uitgeverijen, dat soort werkjes. Junior posteerde elke keer als ze zo’n bak zag zich er pontificaal voor om ‘m voor mij te reserveren, terwijl ik steevast positie koos voor de afdeling Engelse literatuur als ik die zag. En dan was het een kwestie van elkaar appen en van plaats wisselen. En ontdekken dat je soms 50 kramen uit elkaar staat...

Sowieso was de samenstelling van de bezoekers hoopgevend als het gaat om de toekomst van het boek: enorm gemengd - jong, oud, man, vrouw en dus helemaal niet een overvloed aan witte oude mannen die boeken kopen. Zou het de invloed zijn van BookTok, en dergelijke impulsacties op Instagram? Mij viel op dat er heel veel jongeren, tieners zelfs, waren die met een gelukkige blik en armen vol boeken over de markt liepen. Het is toch bijzonder als je twee tienerjongens een serieus gesprek hoort voeren over hoe ze een serie in leer gebonden boeken in compleet hebben. Of een andere tienerjongen die een serieus gesprek voert over hoe hij het laatste deel van de serie Griekse klassieke auteurs zoekt, maar daar sowieso geen 40 euro voor over heeft… Ik kon alleen maar wensen dat ik die diezelfde zelfbeheersing had, maar ik ben intussen bereid veel te veel te betalen voor ontbrekende puzzelstukjes in mijn collectie..

De opbrengst

Uiteindelijk gingen we naar huis met twee volle tassen boeken, waarbij tot mijn schrik de stapel van junior hoger was dan de mijne. Maar ja, als je Engelstalige hardbacks inslaat versus mijn fijnzinnige bibliofiele uitgaven dan gaat het natuurlijk hard qua volume. In aantallen won ik: 24 titels heb ik mee naar huis genomen na 5 uur over de boekenmarkt gezworven te hebben. Maar vrijwel bij het eerste kraampje waar we stonden had junior een fraaie vondst. Ze zag - in de handen van een andere bezoeker - een mooie uitgave van Christina Rossetti’s gedicht Goblin Market. Toevallig haar favoriete gedicht, maar het bevond zich nog steeds in de handen van een twijfelende andere bezoeker. Er restte niets anders dan mentale beïnvloeding of de Jedi-aanpak: heel hard denken "leg neer, leg neer, leg neer" en hopen dat het effect heeft. In dit geval lukte het want de andere bezoeker besloot gelukkig het boekje niet te kopen, waarna het een prooi voor junior werd. Het bleek de heruitgave van de originele editie te zijn, door de Green Tiger Press in 1973 uitgegeven. Een mooie editie in een envelop, geprijsd voor 10 euro en gelukkig waren alle boeken 30% korting waarna het voor 7 euro van haar was. Hoewel de verkoper ook aandachtig keek naar het boekje en het leek alsof zij het eigenlijk niet kwijt wilde. Maar uiteindelijk mocht junior het tevreden in haar - toen nog lege - tas stoppen.

Ook ik had zo’n moment met  tijdelijke hartstilstand. Ik zag op de kraam van Boekhandel ABC uit Deventer twee exemplaren liggen van het boek van Edward Wilson-Lee: The catalogue of shipwrecked books - Christopher Columbus, his son and the quest to build the world’s greatest library. Verder geen zeldzaam boek ofzo, maar deze stond al wel een tijd op mijn zoeklijst en voor 5 euro kon ik het niet laten liggen. Eén exemplaar voor mij en één voor junior. Althans, dat was het plan, want een andere hand strekte zich uit en pakte beide boeken voor mijn neus weg en de eigenaar van die hand stelde tevreden vast dat het ene boek voor hemzelf was, en het andere een cadeautje voor iemand anders. Ik was verbijsterd, vooral door de gedachte dat ik ongeveer 10 seconden te laat was om dit boek te lopen. Al snel bleken dit de laatste exemplaren in de kraam te zijn en dus was mijn hoop op dit boek vervlogen. Ware het niet dat de koper van beide exemplaren terugkwam, mij één van de exemplaren gaf omdat hij het zo sneu voor mij vond. Wat een fantastisch gebaar! Evengoed was het jammer dat diezelfde man vervolgens bij de stand van de Eierland pers precies het belangrijkste werk van die kraam kocht waar ik mijn oog op liet vallen. Duidelijk iemand met dezelfde smaak als ik, die steeds een minuut sneller bij de gezochte boeken was. Ik ben hem voor dit boek dankbaar, maar heb hem vervolgens zoveel mogelijk ontweken om verdere teleurstellingen te voorkomen.

Mooie gesprekken

Het leuke van de boekenmarkt is dat er ook tijd is om gesprekken te hebben met de mensen achter de kramen: antiquairs en margedrukkers. Zo had ik een leuk gesprek met Peter Duijf van de Eierland Pers (gevestigd in Schalkhaar, dus hij kwam samen met zijn vrouw op de fiets naar de markt). Ik zag bij Hinderickx en Winderickx dat er in november 2022 een nieuw deel van het Winkeldagboek verschijnt, het derde deel intussen. Die kan direct op mijn verlanglijstje.
Tussendoor kwam ik zowaar nog familie tegen: een neef en zijn vrouw waren op zoek naar titels voor hun project om de top 100 Nederlandse literatuur volgens Goodreads te kopen en te lezen. 

Op een gegeven moment belandde ik bij de stand van AFdH uitgevers, tevens de stand van antiquariaat Abels & Mateboer.  Ongemerkt raakte ik aan de praat met Paul Abels, die vroeg of ik wellicht werk van A.L. Snijders verzamelde. Ik vond dat eerst een wat wonderlijke vraag, tot ik uiteindelijk de link legde met met het feit dat ik voor de kraam van AFdH stond. Toen ik tegen junior de loftrompet stak over het fonds van AFdH en hun werkwijze (de abonnementen) en hoe zij het werk van Snijders hebben gepromoot, vertelde Abels hoe de start van de uitgeverij is geweest en hoe ze uiteindelijk positie hebben veroverd. Ondertussen liet ik mijn oog vallen op een fraai lessenaartje waarin de bibliofiele werkjes werden aangeboden. Dit om ze enigszins exclusief te presenteren en ook om te beschermen tegen ondeskundige vingers van bezoekers, aldus Abels. In het lessenaartje zaten uiteraard veel werken van Snijders, nieuwjaargeschenken van AFdH zelf en ander fraais. Het was uit dit lessenaartje dat ik één van mijn mooiste aankopen van de dag deed.

Fijne bibliofiele werkjes

En daarmee zijn we aangekomen bij de eerste bibliofiele aankoop: de uitgave Een plaatsvervangster van Kurt Löb. Dit is een nieuwjaarsgeschenk van AFdH voor abonnees en relaties uit 2012. Van dit nieuwjaarsgeschenk werd de hele oplage gesigneerd en genummerd (ik heb nummer 390), en een klein deel verscheen als handelseditie. Maar het bijzondere van dit exemplaar is dat het in linnen is gebonden. Paul Abels vertelde dat dit één van de slechts drie in linnen gebonden exemplaren uit de oplage was. Ik zou verwachten dat die drie exemplaren dan voor respectievelijk A, F en dH zouden zijn. Of voor Löb zelf. Maar nee, er lag gewoon een exemplaar in dat lessenaartje. Voor slechts 25 euro - een prijs waarvoor de reguliere exemplaren in cahiersteek momenteel tweedehands worden aangeboden - was het van mij. Een prachtig boek, verzorgd door Martin Frijns in onberispelijke staat. Het lessenaartje had het boek goed beschermd.
Kurt Löb is een illustrator waar ik al veel werk van heb, vooral door zijn bijdrage aan de uitgaven van Stichting de Roos en natuurlijk door zijn illustraties in de reeks Russische verhalen die verschenen als nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel. Al met al zijn dat al 36 titels met meestal illustraties van Kurt Löb, maar soms ook door hem geschreven (zoals Bibliofiele boekillustratie vandaag en gisteren uit 1971). Als ik een uitgave zie liggen waar Löb aan heeft meegewerkt, laat ik het zelden liggen. En dan gaat het mij vooral om de kwaliteiten als tekenaar, want Abels wist ook nog te vertellen dat Löb een humeurig mens was en dat het niet altijd meeviel om met hem samen te werken. Gelukkig merk je daar als lezer niets van, dan resteert alleen de schoonheid van de tekeningen. Ik hou van zijn losse stijl van tekenen en hoe hij de sfeer van een verhaal altijd goed weet te treffen.
In deze uitgave gaat het verhaal over het thema eindigheid, herinnering en nieuw begin. Een kort verhaal, rijk geïllustreerd met zo te zien ook oudere tekeningen van Löb die bij dit verhaal passen en daarom in dit boek zijn opgenomen.

Maar ik vond meer bibliofiele werkjes, beste lezer. Zoals de uitgave Een handreiking over tijd en ruimte heen van L.H. Wiener, verschenen bij Hof van Jan in 2013, in een oplage van 300 gesigneerde exemplaren. Het werk bevat de tekst die Wiener uitspraak op 30 oktober 2012, bij de tweede verjaardag van het overlijden van Harry Mulisch, tijdens een herdenkingsbijeenkomst in de Gravenzaal van het Haarlemse stadhuis. Helaas had de vorige eigenaar haar naam in het boek geschreven - waarom zou je dat in hemelsnaam doen? Maar voor de prijs van 2 euro kon ik het desondanks niet laten liggen.

Ik zei al dat ik bij de stand van de Eierland pers was en daar kocht ik de uitgave Sluikhandel met juffrouw Duizer van Piet Buijnsters. Een gesigneerd nieuwjaarsgeschenk van het tijdschrift Boekenpost uit 2007. Verschenen in een oplage van 134, heb ik nummer 101. Uitgaven van Piet Buijnsters laat ik ook nooit liggen, met als gevolg dat ik inmiddels 17 titels van of met hem bezit. Hij heeft als boekhistoricus  een geweldige bibliofiele kennis en schrijft daar fraaie boeken over (Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie / van het Nederlandse antiquariaat / van antiquariaat en bibliofilie in België) waaronder ook de klassieker Het verzamelen van boeken - een handleiding. In deze uitgave vertelt hij een smakelijke anekdote over kostbare boeken van de Arnhemse antiquaar H.F. Geerts die via de dichteres Nel Benschop (die een leerling van hem bleek te zijn geweest) op de weg van Buijnsters kwamen.

Twee andere bibliofiele werkjes kocht ik vooral omdat ze er mooi uitzagen en - eerlijk is eerlijk - in de 2-euro-bakken stonden en ik ze daar simpelweg niet kon laten staan.

Allereerst tikte ik een fraaie uitgave van de Sjaalmanpers op de kop, het verhaal In de boom van A.L. Schneiders (niet te verwarren met A.L. Snijders). In 1987 verscheen dit werkje in een oplage van 115 exemplaren, waarvan 100 Arabisch genummerd en 15 Romeins. Die laatste zijn voor auteur en uitgeefster en inmiddels bezit ik nummer XIII. Helaas is het vignet met de titel op de voorkant er vanaf gevallen waardoor het toch een klein beetje een incompleet exemplaar is.
Van de Sjaalmanpers bezat ik tot nu toe één andere uitgave, namelijk het werk Een zwak voor Nescio van Nol Gregoor, dat ik 16 jaar geleden trots heb toegevoegd aan mijn Nescio-collectie. Nol Gregoor beschrijft hoe hij op een gegeven moment drie exemplaren van de eerste druk van Nescio's debuut bezit. Toen had ik zelf nog geen exemplaar daarvan, en deed het bijna fysiek pijn om dat te lezen. Inmiddels is dat gat in mijn collectie al lang gerepareerd.


De laatste bibliofiele uitgave die ik kocht is Brief uit Venetië van de Apeldoornse dichter Willem Bierman. Bierman was onder andere oprichter van het in 2015 ter ziele gegane tijdschrift Prado, waar ook A.L. Snijders nog aan heeft meegewerkt. Deze brief verscheen bij de Eikeldoorpers in 1991 in een oplage van 70 genummerde en gesigneerde exemplaren, waarvan ik nu nummer 48 heb. Het werk bevat naast de brief van Bierman een fraaie linosnede gemaakt door Doortje de Vries.
Ook de Eikeldoorpers komt tot nu toe één keer voor in mijn collectie, ik heb van deze pers het Zonnebloemlied van Adriaan van Dis, een plano-uitgave uit 2008 gesigneerd door Van Dis. Onder het pseudoniem Jan Balkon schreef Adriaan van Dis in 1988 het ‘Zonnebloemlied’. Het is ingezonden naar het clubblad van Nieuw Vredelust (= een volkstuincomplex in Amsterdam). Daarna verscheen het ook in de bundel: ‘Tuin in de branding‘.

En zo bleken al die bakken met bijzondere boekjes een paar mooie verrassingen voor mij in petto te hebben. Deventer heeft voor een paar prima en betaalbare aanvullingen op mijn collectie gezorgd. In deel 2 van mijn verslag zal ik een aantal van de 'boeken over boeken' die ik daar heb gekocht in de schijnwerpers zetten.

15 juli, 2022

333 - Gesigneerde bibliofiele historie

Een recente aankoop via Catawiki bracht mij weer terug naar een onderwerp waar ik al vaker over schreef: het ontstaan en de activiteiten van de bibliofiele Stichting de Roos. Een jaar geleden schreef ik over de aankoop van een aantal De Roos-efemera, waaronder de originele brochure uit 1945 die de oprichting van deze Stichting aankondigde en boekenliefhebbers uitnodigde om lid te worden van dit initiatief.  

In de vier pagina's tellende circulaire of prospectus wordt het voornemen om "een kring van bibliofielen te stichten" door Chris Leeflang, Charles Nypels en Bep van Wees verwoord. Deze heren waren geen onbekenden in het literaire wereldje. Ik stel ze nog even kort voor.

Drie oprichters

Van Chris Leeflang, directeur van boekhandel Broese, is zijn aanloop naar Stichting de Roos uitvoerig beschreven. Lisette Lewin schrijft in Het clandestiene boek 1940-1945 over Leeflang (p. 208): 
De boekhandelaar van Broese, Chr. Leeflang, [was] een behulpzaam verspreider voor clandestiene uitgevers en ook hij heeft aan het uitgeven zelf meegedaan, zij het belangrijk minder dan zijn Amsterdamse collega. De clandestiene uitgevers Longuevie et Gendre te Luik, N.V. Douwe Diekema's Uitgevers Maatschappij in Franeker en Broese waren in den vleze verenigd in Chr. Leeflang te Utrecht. Hij heeft zeven clandestiene uitgaven op zijn naam, die hij beschouwt als voorlopers van de Stichting De Roos, een van de weinige na-oorlogse produktieve uitgeverijen in de ware bibliofiele traditie: luxe, esthetisch verzorgde uitgaven uit de wereldliteratuur, met plaatjes van belangrijke kunstenaars, in beperkte oplage.

Over Bep van Wees kon ik een eerste instantie weinig vinden. Uiteindelijk leerde ik iets over hem uit een interview van P.J. Buijnsters met Richard Lobbes, decennialang betrokken bij het Amsterdamse filiaal van De Slegte (gepubliceerd in De Boekenwereld). Lobbes zegt over Van Wees, die een klant van hem was:
Een wat tragisch geval was G.M. van Wees, van wie ik, toen hij aan het verkopen sloeg, de indruk kreeg dat hij gechanteerd werd. Hij bezat een luxe slagerij in Utrecht, was een heel verfijnd man, nauw gelieerd aan de boekhandelaar Chris Leeflang (1904-1993) uit Utrecht, met wie (en met Charles Nypels) hij in 1945 de bibliofiele “Stichting De Roos” in het leven riep. Deze Van Wees kwam telkens met een koffertje vol voor de verkoop. Eerst moderne bibliofilie, De Roos-uitgaven en dergelijke, later grafiek en weer later een grote partij exlibris, waarvan Paul Brandt, de veilinghouder, zei: wat een sof heb je daar gekocht, nog geen vijfhonderd gulden waard. Maar alles vond niettemin aftrek. De boeken van Van Wees gingen deels naar Johan Polak.

Net als Leeflang zijn is ook van Van Wees bekend dat hij in aanloop naar De Roos actief was met bibliofiele uitgaven, en in de oorlogsjaren dus ook met illegale uitgaven. In het tijdschrift Grafiekwereld van de Nederlandse vereniging voor exlibris en grafiek verschijnt in 2019 een artikel over hem. Daarin staat:

Bep van Wees speelde in de oorlog een belangrijke rol in wat zijn vrienden 'de zachte kant' van het verzet noemen. Illegaal drukwerk en financiële steun. Zijn broer speelde een hardere rol in het verzet. Bep van Wees was niet alleen een verzamelaar van een indrukwekkende collectie bibliofiel uitgegeven boeken, maar ook een verzamelaar van kleine prentkunst. [Verzamelaars zoals Van Wees] zorgden er door hun opdrachten voor dat het Nederlands exlibris hoog in aanzien kwam te staan, ook in het buitenland.

Iemand die ex-libris voor Van Wees ontwierp was bijvoorbeeld Susanne Heynemann. Later was ze ook betrokken bij een tiental verschillende publicaties van De Roos. Een voorbeeld van de 'zachte kant' is  ook de uitgave Three Sonnets die Van Wees samen met Rosey Eva Pool maakte. Deze uitgave verscheen in 1944 in een oplage van 50 exemplaren en kende de volgende opdracht: 

Begging Shakespeare to be considerate I dedicate the Dutch version of the Sonnets XX, XCVI, CXXIX to G.M. van Wees (gesigneerd door Rosey Pool).

Een korte schets van het bewogen leven van Rosey Pool is overigens te vinden bij het Huygensinstituut (volg de link een paar regels hierboven), waarin onder meer deze passage staat: 

Rosey Pool dook onder bij verre familie in Baarn, waar ze verzetsgedichten schreef en zich in het katholieke geloof verdiepte. De onderduik viel haar zwaar. Ze verbleef korte perioden bij vrienden in de binnenstad van Utrecht, onder anderen bij uitgever G.M. van Wees. Bij hem verschenen dichtbundels van Emily Dickinson en van William Shakespeare, vertaald door Pool. Ook gaf ze les aan haar neef, Joost Jessurun, die ondergedoken zat in hetzelfde huis. In Utrecht distribueerde ze haar eigen verzetspoëzie onder leden van haar verzetsgroep.

De vraag is nu natuurlijk of Van Wees nu slager of uitgever of ex-librisverzamelaar was, of alledrie. In elk geval gaf hij niet alleen werk van Britse dichters uit, in 1944 verscheen bijvoorbeeld ook Antique, een prozagedicht van Arthur Rimbaud.

In mijn collectie De Roos-uitgaven bevindt zich trouwens een exemplaar van Hymnen uit de Bijbel (De Roos 14) gedrukt voor G.M. van Wees. Zou dit een exemplaar zijn dat destijds vanuit een koffertje werd verkocht aan Richard Lobbes bij De Slegte? Dan is het na een lange omzwerving toch weer op de juiste plek terechtgekomen, namelijk bij mij in de kast.

Over de derde oprichter van De Roos, Charles Nypels, is natuurlijk zeer veel bekend. Deze beroemde Maastrichtse typograaf en vormgever (1895-1952) behoort tot de groten in Nederlandse typografie. Opgeleid door S.H. de Roos gaf hij onder meer uitgaven van Marsman en Slauerhoff vorm, naast talloze prachtuitgaven in kleinere oplage. Nypels werd geroemd om zijn creativiteit en vernieuwing. De ruimte in dit blog is te kort om de fraaie uitgaven van Nypels te introduceren, maar nieuwsbrief 608 van Fokas Holthuis uit 2015 geeft een aardig overzicht. Nypels is dan ook zowel de naamgever geworden van de Charles Nypels foundation als van de Charles Nypels prijs. Dit voorjaar nog werd de originele Charles Nypels prijs uit 1992 (toegekend aan Harry Sierman, †2007) bij Bubb Kuyper verkocht voor 160 euro. Een mooi verslag van een bezoek aan het graf van Charles Nypels is te lezen bij Perkamentus, mede naar aanleiding van een door Aldert Witte in 1953 geschreven in memoriam over Charles Nypels. Hierin zijn verbazend genoeg een aantal grote fouten te vinden. Perkamentus leert ons dat de slotzin van dat in memoriam had moeten luiden:

De liefde voor het boek die hij mede door zijn geestdriftig woord in anderen wist los te slaan of te stimuleren, het vele schoons en in anderen zin het gedurfde en ongekende hetwelk hij ons heeft nagelaten, doen ons hem met dankbaarheid een blijvende plaats geven in de geschiedenis van de herleving der boekdrukkunst in Nederland.

Zelf bezit ik de door Aldert Witte voor Stichting de Roos geschreven uitgave Charles Nypels Meester-Drukker, dat verscheen ter gelegenheid van de opening van de herdenkingstentoonstelling over Charles Nypels in 1962 in Vianen. Daarin staat niet bovenstaande passage, maar Witte schrijft weer veel andere mooie dingen over Nypels, bijvoorbeeld dat hij "ons zal overleven in zijn meesterlijke boeken"

Maar wat was nu die aankoop?

Na deze lange inleiding heb ik de lezer hopelijk nieuwsgierig gemaakt naar mijn recente aankoop. Want natuurlijk is het op zich al interessant dat we in de aanloop naar de vorming van Stichting de Roos drie heren hebben die goed bekend zijn in het literaire en bibliofiele wereldje, een passie hebben voor mooie boeken en al volop actief waren met het uitgeven van fraai drukwerk, al dan niet illegaal. Wat voor mij echter nieuw was, is dat zij gedrieën concreet samengewerkt hebben in het realiseren van een uitgave ter gelegenheid van de bevrijding in mei 1945. Die uitgave is Lettre de Charles d'Orléans à Louis XI pour solliciter la grace de Villon, menacé de la potence van Arthur Rimbaud. Verschenen in een oplage van 150 genummerde exemplaren (waarvan ik nu nummer 58 heb), heb ik nu voor een luttele 36 euro een door alledrie de De Roos-oprichters gesigneerd exemplaar in mijn bezit. 

Wat mij betreft is deze uitgave onlosmakelijk verbonden met de start van Stichting de Roos. Immers, in hetzelfde jaar verscheen ook de originele prospectus waarin de drie hun plannen bekend maken en waarover ik eerder schreef (en liet zien dat de inhoud op punten anders is dan in de officiële geschiedschrijving van Stichting de Roos staat). Het is niet vreemd te veronderstellen dat tegelijkertijd met het werk aan deze bevrijdingsuitgave, de plannen voor de bibliofiele uitgeverij verder werden gesmeed. Individueel hadden ze alledrie al verschillende 'voorlopers' van De Roos-uitgaven gepubliceerd maar voor zover ik nu weet behalve deze publicatie nooit collectief. Hun samenwerking heeft zich vervolgens nog jarenlang voortgezet in het bestuur van de stichting en bij het realiseren van de vele plannen die toen bestonden vanuit de passie voor het mooie boek die de drie oprichters met elkaar deelden. Zo concreet als het gezamenlijk maken en signeren van deze publicatie is de samenwerking nooit meer geworden. Maar tot op de dag van vandaag verschijnen er nieuwe uitgaven van De Roos. Wat er ook gezegd kan worden van de originaliteit van deze uitgaven (te veel heruitgaven van bestaande teksten, volgens sommigen), het feit dat over niet al te lange tijd de 200e publicatie verschijnt is een prestatie die hoe dan ook respect verdient. 

Aangezien er nog nooit een publicatie van Rimbaud verscheen bij De Roos, maar deze Rimbaud-uitgave uit 1945 in zekere zin aan de basis van alle latere publicaties stond, zou het wat mij betreft een mooie hommage zijn om Rimbaud het onderwerp van uitgave 200 te laten zijn. Dat zou vermoedelijk ook net in een jubileumjaar zijn, namelijk rond 2025, als De Roos 80 jaar bestaat.

15 juni, 2022

332 - Odes aan boekhandels en boekhandelaars

Corona lijkt steeds langer geleden en de lockdowns die ermee gepaard gingen ook. Ook voor boekhandels hadden de lockdowns enorme impact. Vooral onder boekenliefhebbers leidde het feit dat boekhandels ook gesloten werden in die tijd tot opwinding. Waar in andere landen boekhandels nogal eens werden beschouwd als essentiële winkels, zodat in tijden van lockdown in elk geval voldoende boeken konden worden gekocht, was dat in Nederland niet zo. Wel de slijterij en de snoepwinkel, maar niet de boekhandel: het blijft een merkwaardig signaal aan de samenleving. Alcohol en zuurstokken zijn prima, maar we hebben liever niet dat u een boek leest. Boekhandels verzonden allerlei creatieve manieren om toch boeken bij klanten te brengen. Een mooi verslag van die periode schreef Maartje Swillen van boekhandel Boekarest in Leuven: Rampje.

In mijn vorige stukje ging ik in op het belang van “diep lezen” en de bijdrage van een leescultuur aan de vorming van een open, democratische samenleving. Maar voor zo’n leescultuur zijn uiteindelijk ook gepassioneerde boekhandelaren nodig. Het laatste boekje dat ik mijn vorige stukje aanhaalde vormt een brug tussen beide: in de gelegenheidsuitgave De nachtmerrie van Steiner en het antwoord van de boekverkopersbond van Geert Mak en Felix Rottenberg gaat het zowel over de nachtmerrie (het verdwijnen van de bedrijfstak boekhandels, en daarmee de leescultuur) als het antwoord (de boekhandelaar die zich staande houdt en lezers blijft enthousiasmeren).

Groot was dan ook de opluchting toen de boekwinkels na de lockdowns weer open gingen. Het leidde bovendien tot een een paar bundels waarin de lof van de (lokale) boekhandel werd bezongen, meteen een goede reden om de kassa van de boekhandel te laten rinkelen. Loftuitingen aan boekhandels en boekhandelaars zijn van alle tijden, maar dit moment in de tijd vroeg natuurlijk toch om opnieuw te benadrukken hoe onmisbaar deze bedrijfstak is voor het welzijn van de mens. 

Het einde van de lockdown met verhalen gevierd

Twee bundels met verhalen markeerden het einde van de onvrijwillige sluiting. De ene bundel kreeg de toepasselijke titel Weer open!, de ander de niet minder toepasselijke titel Leve de boekhandel! Beide titels met een uitroepteken, om nog maar eens de euforie van het moment te benadrukken.

Weer open! was een initiatief van een aantal uitgeverijen om te vieren dat de boekhandels weer open gingen, en was een geschenk aan “alle lezers van Nederland”. Veertien auteurs en twee illustratoren levereden een bijdrage aan het boekje. Uitgegeven als een eenvoudige paperback in een onbekende oplage, werd het uitgedeeld in de boekwinkel. Het is een typisch cadeauboekje dat gelezen wordt en daarna weggegeven: inmiddels is een exemplaar in vrijwel elke kringloopwinkel voor een euro of minder op te halen. En toch is er alle reden om het dan alsnog mee te nemen, want het is een vermakelijk boekje met verhalen die losjes te maken hebben met het thema boekhandel en boekhandelaar. Zo leren we het fenomeen boekpoeper kennen via Judith Fanto, is er een voorpublicatie van een roman van Auke Hulst en schreef Annegreet van Bergen een verhaal vol verontwaardiging over de verplichte sluiting van de boekhandel tijdens de lockdown. Maar in alle verhalen wordt de onmisbaarheid en uniekheid van boekhandels bezongen en daarom is deze bundel een echte ode aan de bedrijfstak.

Leve de boekhandel! is de eerste publicatie van uitgeverij Sunny Home. Dit is een “literaire gelegenheidsuitgeverij”, die zonder vaste regelmaat boeken publiceert die van belang zijn voor het oeuvre van verschillende Nederlandse auteurs. De uitgeverij, opgezet door Kees Schafrat van Boekhandel Broekhuis, is genoemd naar het beroemde Leidse schrijvershuis van Maarten en Eva Biesheuvel. Niet verwonderlijk dat Sunny Hone dan ook het boekje De Biezen uitgaf, waarin Maarten ’t Hart en Mensje van Keulen terugkijken op hun vriendschap van bijna vijftig jaar met Eva en Maarten Biesheuvel. Ik ken overigens weinig mensen die lezers zo weten te enthousiasmeren als Kees Schafrat en het is dus passend dat hij ook deze ode aan de boekhandel initieerde. In de bijdrage van Pieter Waterdrinker in de bundel wordt Kees beschreven als “boekhandelusurpator, zanger, popartiest, schoenenfetisjist, literatuurliefhebber, mecenas, landgoedbewoner en wat niet al (ik verdenk Kees van duizenden geheime levens, duizenden films, duizenden boeken)”. Anders dan Weer open! is dit geen cadeau-uitgave, maar een boek met een prijskaartje. Het is ook een veel luxere uitgave: fraai gebonden en met stofomslag. Het is dikker dan Weer open! en er hebben meer auteurs aan meegewerkt. Maar wat wel hetzelfde is: ook hier spat de bewondering voor de boekhandel van de pagina’s af. Mooi is bijvoorbeeld hoe Nelleke Noordervliet haar bezoek aan Square Books in Oxford, Massachusetts, beschrijft:

Zodra ik binnen was, wist ik dat ik ergens thuis was gekomen. Niet per se mijn thuis, maar een thuis. Niet iedere boekhandel krijgt dat voor elkaar. Het was op het oog een geweldige teringzooi, zoals heel lang geleden Foyles in Londen dat ook was. (…) Hoe krijgt een boekhandel voor elkaar wat Square Books voor elkaar kreeg? (…) Het zit hem in een soort gewoonheid. Boeken worden niet gezien als schatkamers van de menselijke geest, als iets heel bijzonders voor mensen met smaak, als iets voor een bepaalde groep fatsoenlijke en ruimdenkende en hoogopgeleide mensen, boeken worden gezien als brood. Iedereen heeft brood nodig. De boekhandelaar is een bakker die verdomd lekker brood verkoopt. Er hangt geen geur van oud papier en bedachtzaamheid, maar van versgebakken bolletjes. Virtueel dan, he?

Haar beschrijving doet mij denken aan Colette, maar ook aan The Abbey Bookshop in Parijs. En aan al die andere boekhandels waar ik ben geweest waar het een teringzooi was. Schatkamers zijn het, met lekkere geuren als en onverwachte schatten.

Meer odes

Zoals gezegd zijn er in de loop van de tijd talloze uitgaven verschenen waarin boekhandels in het algemeen of specifieke boekhandels in het bijzonder centraal staan. Dergelijke uitgaven omlijsten eeuwfeesten, bijzondere gebeurtenissen of in een aantal gevallen de sluiting van een boekhandel of de dood van de boekhandelaar. Ze beschrijven de historie van een boekhandel of boekhandelaar, bij voorkeur voorzien van sappige anekdotes waarin elke regelmatige bezoeker zich zal herkennen. Ik heb er al een paar keer over geschreven: zoals hier over Boucher en daar over Blok. In zekere zin zijn al deze beschrijvingen ook odes aan die boekhandel, maar over het algemeen hebben ze geen juichend karakter: boekhandels blijven vaak bescheiden over zichzelf en meestal is sprake van een wat droge, anekdotische, geschiedschrijving. Maar een recent voorbeeld van een echte ode is de bundel Denkend aan Donner, verschenen ter gelegenheid van de heropening van boekhandel Donner in Rotterdam op de nieuwe locatie aan de Coolsingel. Donner heeft het tragische faillissement van Selexyz en later Polare overleefd, net als verschillende andere grote boekhandels. Nog steeds treur ik om het verdwijnen van Verwijs in Den Haag, weliswaar overgenomen door Paagman, maar zonder dat de naam of de locatie in de Passage is gebleven. Maar Donner bleef bestaan, en betrok een nieuw pand. Daarom verscheen deze bundel. Naast de literaire bijdragen bevat de bundel ook nog een door Leo van de Wetering geschreven korte geschiedenis van de boekhandel zelf.

Van een heel andere orde is een al wat oudere uitgave, Uit liefde in boeken waarin vijftien auteurs hun liefde uiten voor een boekhandel ergens in Europa. Dit boek verscheen in 2007 en portretteert vijftien boekhandels, aangevuld met een essay van Marita Matthijsen die op zoek gaat naar de boekhandelaar in de literatuur. In mijn exemplaar hebben een aantal auteurs hun verhalen gesigneerd: in het boek staan de handtekeningen van Gerrit Komrij, Jan Brokken, Jan Siebelink, Nelleke Noordervliet en een stempel van Adriaan van Dis. De schrijvers zijn uitgevlogen naar alle hoeken van Europa: van IJsland tot Malta en van Riga tot Antwerpen.Veel van de bijdragen bevatten een weergave van een gesprek met de betrokken boekhandelaar, die laat zien dat een boekhandel vaak veel meer is dan alleen een plek waar je boeken kan kopen. Het is ook een uiting van de ziel van de boekhandelaar, die zijn eigen identiteit erin heeft gelegd.

Een speciale vermelding krijgt op deze plek de uitgave Zonder bezielde boekhandels schrijven wij in het ijle - waarom Nederland niet zonder boekhandels kan. Het boek is uitgegeven door de Koninklijke Coöperatieve Boekverkopersbond en bevat 190 bijdragen van boekverkopers in Nederland. De titel is geïnspireerd op David van Reybrouck, die tijdens de promotietoernee tijdens de Boekenweek 2016 onder de indruk bleek van wat hij aantrof:

Op mijn rondreis door de Lage Landen ben ik diep onder de indruk gekomen van de energie, de toewijding, de vindingrijkheid en ja, de persoonlijkheid van veel boekhandelaren. (…) Het zijn mensen die lange dagen maken in een moeilijke branche, die inkopen en displays maken, die klanten adviseren en enthousiasme delen, die zwaar investeren en afbetalen en die ‘s avonds in bed, als het werk voorbij is, het nieuwste boek van deze of gene auteur openslaan. Het is waar: zonder onze boeken kunnen hun winkels niet draaien, maar zonder hun bezielde boekhandels schrijven wij in het ijle.

In elke bijdrage wordt een boekhandel geïntroduceerd en van elke boekhandel is een aangeraden boek opgenomen. Zo bevat deze bundel een staalkaart van 190 boekhandels aangevuld met 190 boekentips. Veel boekhandelaren geven aan waarom ze dat specifieke boek kozen en hoe lezers er op reageerden. Zo wordt ook duidelijk hoe betekenisvol de persoonlijke relatie en adviezen van de boekhandelaar kunnen zijn. Overduidelijk een ode aan de boekhandel, maar niet in de vorm van verhalen en gedichten. Hoewel die 190 tips een grote verscheidenheid van boeken bevatten (fictie en non-fictie, kinderboeken, YA en literatuur, Nederlands en Engels), werd ik er toch door geïnspireerd en heb ik diverse titels toegevoegd aan mijn lijstje met te lezen boeken. 

Wie schrijft in deze bundels?

Ik heb de bijdragen in de vier aangehaalde verhalenbundels eens naast elkaar gelegd om te zien welke schrijvers het meest  succesvol verleid worden een stukje in te leveren. 

In totaal hebben er tientallen verschillende schrijvers en illustratoren meegewerkt aan de bundels. Maar sommigen van hen vinden we in meerdere bundels terug. Er is nog best veel overlap tussen de auteurs van de verschillende bundels:

  • Mensje van Keulen vinden we terug in Weer open!, Leve de boekhandel  en Uit liefde in boeken 
  • Adriaan van Dis, Nelleke Noordervliet en Jan Siebelink schreven voor zowel Leve de boekhandel! als Denkend aan Donner en Uit liefde in boeken
  • Bertram Koeleman leverde een bijdrage aan Weer open! en Leve de boekhandel!
  • Abdelkader Benali en Jan Brokken schreven voor Denkend aan Donner en Uit liefde in boeken
  • Kees van Kooten schreef voor Leve de boekhandel! en Uit liefde in boeken
  • Er zijn geen overeenkomstige schrijvers die in  Denkend aan Donner en Weer open! hebben geschreven

Duidelijk is dat als je een feestbundel wilt publiceren, het kansrijk is als je Mensje van Keulen, Adriaan van Dis, Nelleke Noordervliet en Jan Siebelink om een bijdrage vraagt. En soms is het dan zo dat hetzelfde verhaal wordt ingestuurd. Neem nu Mensje van Keulen. In Weer open! schrijft ze een verhaal over een romance tussen een boekhandelaar en een klant die nooit tot bloei kwam. Maar in Leve de boekhandel! en Uit liefde in boeken staat twee keer hetzelfde verhaal, over een bedevaart naar het dorp van de Brontë-zussen in de zoektocht naar een verhaal over een kat. Jan Siebelink leverde voor zowel Uit liefde in boeken als Leve de boekhandel! het verhaal “Paris, 12 Rue Jacob” aan, over de inmiddels opgeheven boekhandel Chez Durtal. Deze boekhandel speelt een belangrijke rol in Siebelinks roman De blauwe nacht en de locatie is onderdeel van een Parijse wandeling op basis van dat boek. Overigens wordt in beide gevallen in de verantwoording van Leve de boekhandel! netjes het hergebruik vermeld. Adriaan van Dis schrijft wel drie verschillende bijdragen: in Leve de boekhandel! over strips, in Denkend aan Donner over het (onbedoelde) leesbevorderende effect van fatsoensrakkers en in Uit liefde in boeken over de inmiddels opgeheven boekhandel Sapienzas op Malta. Ook van Nelleke Noordervliet zijn drie verschillende verhalen te lezen. Gaf ik hierboven al een citaat uit haar bijdrage in Leve de boekhandel!, hieronder sluit ik af met een citaat uit haar bijdrage aan Denkend aan Donner:

O boekhandel, nieuwe plaats van kwelling voor de liefhebber, de houder van boeken, u bent de plaats van alle zeven hoofdzonden: ijdelheid, hebzucht, lust, afgunst, gulzigheid, woede en traagheid, maar ook van de zeven deugden: wijsheid, rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing, geloof, hoop en liefde. O boekhandel, u bent hemel en hel tegelijk. 

15 mei, 2022

331 Het onderschatte belang van lezen

Ik kreeg het boek De lezende mens toegestuurd, van Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel, met het verzoek het te recenseren. Dat deed ik graag, vooral vanwege de ondertitel: De betekenis van het boek voor ons bestaan. Ik kan die betekenis wel raden, en de lezers van dit blog ook, maar ik werd nieuwsgierig naar hoe Hisgen en Van der Weel dit thema hebben uitgewerkt. 

Over lezen, de geschiedenis van het lezen en het belang van lezen zijn intussen bibliotheken vol geschreven. Als bibliofiel en leesverslaafde heb ik al een aardig rijtje boeken over dit thema staan, waarvan ik er verderop nog een paar laat zien. Ik word immers graag bevestigd in het belang van iets waar ik veel tijd aan besteed. Toch leverde dit boek van Hisgen en Van der Weel mij een paar mooie nieuwe inzichten op.

Het interessante aan dit boek is dat het niet alleen een betoog is over het culturele belang van lezen, in relatie tot de ontwikkeling van de samenleving bijvoorbeeld of het ontstaan van ideeën die de vooruitgang stimuleren. Het boek gaat daarnaast ook in op de psychologische en fysiologische voordelen van lezen. De auteurs bouwen een betoog op waarin het belang van lezen voorop staat terwijl wordt geschetst wat de effecten zijn op ons brein en onze persoonlijkheid op het moment dat we leesactiviteiten uitvoeren. Lezen blijkt voor ons brein een buitengewoon ingewikkelde activiteit. Het inzicht hoe het ontcijferen van lettertekens plaatsvindt, de weg die ons oog aflevert over de tekst en ons brein dat daar amechtig achteraan holt om dat alles te decoderen laat zien dat het een inspannende activiteit is. Niet zo verwonderlijk dat het enige moeite kost om mensen zover te krijgen dat ze gaan lezen. Daartegenover staat echter een geweldige beloning: positieve neurologische, fysieke en emotionele effecten.

Dat klinkt allemaal als een best technisch verhaal, en dat is het ook. Maar gelukkig wordt dit verhaal gelardeerd met talloze voorbeelden uit de literatuur: van Annie M.G. Schmidt tot Thomas Mann. Met het beschrijven van de opkomst van de boekcultuur laten de auteurs zien hoe lezen en de grootschalige verspreiding van boeken hebben geleid tot de ontwikkeling van de samenleving zoals wij die nu kennen. Waar de uitvinding van de boekdrukkunst een beslissende ontwikkelingsstap is geweest, staan wij nu opnieuw middenin zo’n beslissende ontwikkelingsstap. En de auteurs zijn daar somber over.

Het thema “ontlezing” komt dan al snel om de hoek kijken. De lezers van dit blog zullen daar weinig last van hebben, maar het is een woord dat al decennialang rondzingt. In dit boek wordt dat begrip verfijnde. Bij ontlezing gaat het niet om het aantal letters dat gelezen wordt, dat is misschien wel meer dan ooit tevoren. Aan het aantal “leeskilometers” dat een gemiddelde mens aflegt ligt het niet. Waar het voor de auteurs om gaat is de afname van het “diep lezen” zoals zij dat noemen. Een vorm van lezen waarin geconcentreerd lange tekst wordt geabsorbeerd, die een beroep doet op allerlei mentale vermogens en die dus vervolgens ideeën vormt, en daarmee onze geavanceerde samenleving vormgeeft. Dit diep lezen kan het beste van papier. Maar naast dat diep lezen wordt bedreigd door tal van digitale afleidingen, met veel makkelijker te lezen korte teksten, zorgt deze digitalisering er ook voor dat teksten minder lang bewaard blijven. Taal en tekst is veel vergankelijker aan het worden. Een tekst van ruim 2 millennia oud kunnen wij zonder moeite tot ons nemen, maar het is de vraag of het merendeel van de tekst die vandaag digitaal beschikbaar is, over 2 decennia nog toegankelijk is voor ons.

De conclusie van de auteurs is dan ook dat het wegzakken van het vermogen tot diep lezen in de samenleving, bijdraagt aan veel aspecten van de maatschappelijke en politieke crisis waar we ons nu in bevinden, inclusief de opkomst van populisme en het wegvallen van solidariteit in de samenleving. Het positieve effect van lezen op het geheel van de samenleving is veel groter dan gedacht. Het risico voor de samenleving door het verdwijnen van het vermogen tot diep lezen daarmee ook. Als handreiking staat in het boek een heel hoofdstuk vol manieren om jezelf en anderen te inspireren tot meer diep lezen, variërend van leesclubs tot bibliotherapie.

Er wordt veel geklaagd door ouders en docenten over het gebrekkige leesonderwijs op scholen en het afkalven van de verplichte leeslijsten. Minder verplichte boeken, dunnere boeken: het is niet alleen zo dat leerlingen daarmee aansluiting met de leescultuur verliezen, maar wij zadelen toekomstige generaties op met een belangrijk tekort aan capaciteiten die nodig zijn als cement van onze samenleving. Ik vond het een goed geschreven, goed leesbaar en goed gedocumenteerd boek. Het sterke van dit boek vind ik dat het niet zozeer het al bekende klaagverhaal is over ontlezing en hoe erg dat is, maar het onderbouwde betoog dat we als samenleving daarmee kwetsbaarder worden dan we zelf denken. Ik heb het via ‘diep lezen’ tot mij genomen en het heeft mij inderdaad verrijkt. Waarmee voor mij de stelling van de auteurs is bewezen.

Voor de geïnteresseerden: meer recensies staan hier: van Ed Oomes, van Gé Vaartjes in de Volkskrant, en op Hebban.

Stimuleren van lezen in de praktijk.

Hoe lezen weer leuk wordt, wordt door Bas Steman op pakkende wijze beschreven in Lekker boekie! Zo wordt lezen weer leuk. Dit boek beschrijft het ontstaan van de leesclub Nescio (ook te vinden op Facebook en Instagram), voortgekomen uit de frustratie van enkele scholieren over de verplichte leeslijst en hoe dit van verplicht saai nummer, tot een inspirerende activiteit werd. Niet te verwarren met de Nescio leesclub trouwens waar A.L. Snijders over schreef.

Bas Steman komt met het idee een leesclub te starten voor zijn zoon en een paar vrienden die in hun eindexamenjaar op school zitten. Allemaal zien ze het mondeling Nederlandse literatuur als een  soort taakstraf waar je zo snel mogelijk en met zo min mogelijk inspanning doorheen moet. Hij verleidt ze via de leesclub om te ontdekken wat je echt met een boek kan doen: hoe je het verhaal tot je kan nemen, wat er te vinden is in de teksten en vooral: hoe teksten iets zeggen over jou en jouw leven en hoe je je verhoudt tot je omgeving, en je daardoor kunnen verrijken. 

De jongens besluiten de leesclub een kans te geven en gaan van start. Aan de hand van de gesprekken ontdekken ze de verschillende lagen die in teksten liggen. Hoe je teksten kunt ontleden. Waar hun eigen leesvoorkeuren liggen. En vooral: dat literatuur leuk kan zijn. In de weg naar het eindexamen bouwen ze zo hun eigen persoonlijke samenhangende leeslijst, met een hoog cijfer voor het mondeling als beloning.

De Nescio leesclub heeft aardig wat bekendheid gekregen. De CPNB nodigde de jongens uit om op andere middelbare scholen hun ervaringen te vertellen, en zo jongeren te enthousiasmeren voor lezen. De leesclub bewees in de praktijk wat in De lezende mens ook werd betoogd: diep lezen van betekenisvolle teksten vraagt oefening en geduld, maar de beloning is groot en verrijkt je. Het boek laat ook zien dat er kansen liggen en dat de jongere generatie best aan het lezen te krijgen is.

Nog meer boeken over de waarde van lezen

Als het over lezen gaat is de eerste titel die in mijn gedachten komt Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel. In veel opzichten volgt Manguel dezelfde denklijn als de auteurs van De lezende mens. Ook Manguel gaat in op de neurologische aspecten van lezen, het ontstaan van het vermogen van lezen en hoe lezen steeds meer een activiteit werd voor brede lagen van de bevolking. Hand in hand met de ontwikkeling van het lezen gaat de ontwikkeling van het boek. Nu ik het boek van Manguel weer eens vast heb en doorblader zie ik weer hoeveel verschillende aspecten van boeken en lezen hij beschrijft, en hoe hij daarmee ook een geschiedenis vanaf de oudheid tot de moderne tijd neerzet. En dat aan de hand van talloze verwijzingen naar auteurs en boeken. Deze gaat dus op het stapeltje ‘herlezen’ want het is te lang geleden dat ik het boek vasthad.

In 1990 verscheen ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de CPNB het essay De toekomst van het boek van George Steiner, gevolgd door een co-referaat van Cyrille Offermans. Offermans schreef bij het overlijden van Steiner in 2020 een in memoriam voor De Groene Amsterdammer waarin hij terugblikt op de lezing uit 1990 en aangeeft dat Steiner op hem “een weinig sympathieke indruk” maakte. Steiner sprak zijn tekst uit in een periode dat digitalisering nog volop in opkomst was, internet nauwelijks was ontwikkeld en Web 2.0 nog jaren voor ons lag. Toch zag ook hij al de zorgwekkende afname van lezen en leesvaardigheden. Net als de andere auteurs ging het hem niet om de tekst per se, maar om het feit dat je teksten internaliseert, met je meedraagt en door de stapeling ervan je eigen kathedraal van kennis bouwt. Steiner is niet optimistisch en Offermans opent zijn referaat dan ook met de opmerking: “Behalve als eminent geleerde geniet George Steiner de nodige reputatie als cultuurpessimist”. Offermans is minder pessimistisch. Hij ziet dat er meer boeken worden verkocht dan ooit en dat er ook meer wordt gelezen dan ooit. Dat zien de auteurs van De lezende mens ook, maar het gaat dus niet om het aantal leeskilometers dat je maakt, maar de tijd die wordt besteed aan diep lezen. Dat er zoveel gelezen wordt maskeert in zekere zin het échte probleem, en daarom ben ik geneigd het meer eens te zijn met Steiner dan met Offermans.

Tot slot nog twee kleinere relevante uitgaven. In Lezen, een kunst die uit de mode raakt vinden we twee artikelen die eerder in de Volkskrant en NRC stonden in 1985. Het werkje werd uitgegeven door Dick Sauer en Willem Wouda, de gelegenheid is mij onbekend. Een van de artikelen is alweer van Steiner, de andere van Mario Vargas Llosa. Steiner is in zijn bijdrage wederom cultuurpessimistisch, Vargas Llosa verzet zich tegen oppervlakkigheid (“Wie zich voedt met onbenulligheid, wordt zelf een onbenul”). Ook in De nachtmerrie van Steiner vinden we George Steiner terug. Geert Mak en Felix Rottenberg bezochten in 2001 verschillende boekhandels, en doen daarin verslag in dit boekje dat verscheen ter gelegenheid van het 95-jarig bestaan van de Nederlandse boekverkopersbond. Deze nachtmerrie van Steiner is dat je over enkele decennia in een willekeurige stad vergeefs zoekt naar een boekhandelaar, omdat deze zijn uitgestorven. Er is geen behoefte meer aan, de boekhandelaar bestaat niet meer. Mak en Rottenberg beschrijven verschillende typologieën van boekhandels en bezoeken daartoe onder meer Athena’s in Groningen (inmiddels onderdeel van Van der Velde), Praamstra in Deventer, Roelants in Nijmegen en Van de Moosdijk in Someren (inmiddels failliet). In korte schetsen worden boekhandel, boekhandelaar en de sfeer in de winkel beschreven. Een mooie ode aan boekhandels, waar ik de volgende keer uitgebreider over zal schrijven.

Waar de boeken van Manguel en Steman in de literatuurlijst van De lezende mens terugkomen, geldt dat voor George Steiner niet. Niet in de literatuurlijst, maar ook niet in het register van personen. Dat verbaast mij dan weer, maar met een bibliografie van 21 pagina’s kan niemand desondanks zeggen dat Hisgen en Van der Weel oppervlakkig te werk zijn gegaan. Toch had een verwijzing naar Steiner niet misstaan. Laten we in elk geval hopen dat hun pleidooi bijdraagt aan het herleven van het besef dat de boekcultuur een onmisbaar onderdeel van onze samenleving is.

10 april, 2022

330 Fictieve bibliofiele memoires

Memoires en biografieën van boekhandelaren, bibliofielen en andere geïnfecteerden met het virus dat boekenliefde heeft behoren tot mijn favoriete genre. In mijn verzameling ‘boeken over boeken’ nemen ze dan ook een ruime plaats in. Als ik deze boeken lees dan ontstaat bij mij een gevoel van herkenning, maar ook van weemoed (vaak gaat het over de goede oude tijd, toen de steden nog vol met (tweedehands) boekwinkels waren) en van verlangen (naar de boeken waar zij vol passie over schrijven, die nu onbetaalbaar zijn geworden). Of het nu gaat om het verhaal van internationaal bekende handelaren zoals A.S.W. Rosenbach of Percy Muir, of dat ik de columns lees van een lokale boekhandelaar (zoals Arno en Marije Guldemond met hun serie Bloedstollende belevenissen van een eerzame boekhandelaar, gepubliceerd tussen 1984 en 2001), het is mij om het even. Ik herken hun belevenissen en deel hun verwondering over het moois dat zij onder handen hebben. Daarom heb ik mijn best gedaan om alle vijf de deeltjes van Arno en Marije Guldemonds belevenissen bij elkaar te krijgen, en dat is recent gelukt.

de 5 deeltjes van de Guldemonds
Een bijzondere categorie in dit alles zijn de dagboeken van boekhandelaren, waarin zij optekenen welke klanten zoal hun winkel binnenkomen, waar hun belangstelling naar uitgaat en welke eigenaardigheden zij in hun klanten zien. Ik heb al een paar keer geschreven over deze uitgaven: de winkeldagboeken van Rene Hesselink en Hans Engberts en van Shaun Bythell bijvoorbeeld. De inspiratie voor dit soort boeken is eindeloos, denk bijvoorbeeld ook aan Jen Campbell’s Weird things customers say in bookshops of Joris van Casteren’s Is u bekend met het alfabet? (over het wel en wee in Athenaeum Boekhandel). Nog maar kort geleden kocht ik Moedig zijwaarts van Ton Schimmelpennink, eigenaar van de helaas sinds 2020 gesloten boekhandel aan de Weteringschans in Amsterdam, waarin hij zijn belevenissen op die illustere plek boekstaaft. Er zijn zoveel merkwaardige mensen en ontmoetingen in boekwinkels, dat je niet per se over veel fantasie hoeft te beschikken om een boek vol te krijgen maar uiteraard wel over een vaardige pen. Wat niet betekent dat er geen fictieve verhalen zijn die zich afspelen in en rond boekwinkels. Ik heb ook een hele plank met dat soort uitgaven die het tegendeel bewijzen. Lees bijvoorbeeld Penelope Fitzgerald (The bookstore), Sam Savage (Firmin) of de bestsellers van Carlos Ruiz Zafon. Maar fictieve dagboeken of herinneringen van een boekverkoper die je als echt presenteert - dat is toch weer een heel bijzondere categorie. En de vraag is: waarom zou je die inspanning leveren? Waarom iets verzinnen waarvoor met veel minder inspanning de voorbeelden in de werkelijkheid voor het oprapen liggen? Toch is ook dat een aantal keer gebeurd. Ik geef twee voorbeelden uit de eerste helft van de vorige eeuw.

John Baxter’s fictieve memoires

Op mijn verlanglijstje stond al een tijdje het boek Intimate thoughts of John Baxter, bookseller. Dit boek is  uitgegeven in 1942 door Methuen & Co en gepresenteerd als de memoires van een Schotse verkoper in een tweedehands boekwinkel. Het boek heeft de afgelopen jaren iets van een cultstatus gekregen omdat het wordt aangehaald in de boeken van de hiervoor genoemde Shaun Bythell, die immers ook een Schotse tweedehands-boekhandelaar is. Zoiets schept een band. Bythell citeert in zijn boeken dan ook regelmatig uit de herinneringen van Baxter. In Bythell’s tweede boek (Confessions of a bookseller) begint hij elke maand met een beschouwing over een citaat uit Baxter’s bestaan. Kennelijk werkt het dan zo dat het geciteerde boek ineens veelgevraagd is en de markt reageert dan door de prijs te verhogen. De prijs voor een exemplaar van de eerste druk van dit boek in goede staat met stofomslag varieert tussen 150 en 250 euro, met uitschieters naar boven. Ik vond tijdens het schrijven dit blog een exemplaar op eBay waarvoor 800 dollar wordt gevraagd, en dat lijkt geen tikfout.

Ik was dan ook niet ontevreden toen een exemplaar (1e druk, hardcover, stofomslag) werd aangeboden door een Engelse boekhandelaar voor een luttele 55 euro. Met wat verzendkosten erbij wachtte ik in spanning het boek af. Dat vergde nog wat meer geduld dan gedacht: sinds Groot-Brittannië uit de EU is wil het met de postbezorging ook niet zo vlotten. Mijn boek lag een maand bij de Britse douane en ik mocht het uiteindelijk zes weken na verzending ontvangen. 42 dagen deed de post over een afstand van hemelsbreed iets meer dan 500 kilometer… 

De Intimate thoughts laten ons kennismaken met de eigenaar van de boekwinkel in Edinburgh, mr. Pumpherston, de overige werknemers van de winkel naast Baxter zelf, alsmede een aantal vaste klanten van de zaak. Verder mrs. Gilmour, de hospita van het huis waar Baxter woont en een aantal daar inwonende studenten van de universiteit. Baxter wil hogerop en droomt van een carrière buiten de boekwinkel. Hij wil naar Londen en daar iets van zijn leven maken. Hij vindt inspiratie in tal van boeken uit de winkel en een groot deel van zijn dagboekaantekeningen bestaat uit reflecties op de inhoud van deze, meest 18e en 19e-eeuwse, boeken. Ralph Waldo Emerson en Samuel Johnson zijn favoriet. Ik moest bij het lezen geregeld aan de Titaantjes van Nescio denken: jongens, aardige jongens, die grote dromen hebben maar niet tot daden komen en uiteindelijk een vrij gemiddeld leven leiden. Dat geldt ook voor Baxter. Uiteindelijk (spoiler alert) gaat hij niet naar Londen omdat hij er niet toe komt zijn baan op te zeggen, hoewel hij wekenlang nadenkt hoe hij dit zou moeten doen en hoe zijn Londense leven er dan uit gaat zien. Maar zijn leven krijgt uiteindelijk wel een andere wending die ik niet zal verklappen. Hoewel je die ruim van te voren ziet aankomen (spoiler alert: de hospita).

Eigenlijk is het verhaal van Baxter een vrij alledaagse geschiedenis met als bijzonderheid dat het zich afspeelt in en rond een boekwinkel. Waarom het per se als feitelijke memoires moest worden gepresenteerd is mij onduidelijk, al is "teruggevonden memoires" een stijlfiguur die in de literatuur natuurlijk wel vaker wordt gebruikt. In dit geval was het niet zo dat de auteur zich goed verborg achter een pseudoniem: Augustus Muir wordt opgevoerd als degene die die memoires ontving van de weduwe van Baxter. Hij beschrijft in een voorwoord hoe hij (zogenaamd)  op zoek is gegaan naar de personen in het dagboek, maar hij heeft ze niet meer kunnen opsporen. Deze Augustus Muir (1892-1982) was auteur van vooral detectives en thrillers, maar ook van journalistiek werk. De Intimate thoughts is een boek dat niet zo goed in zijn profiel past, wellicht dat het daarom op deze manier werd gepubliceerd.

In de beschrijving van de boekhandel herkende ik wel iets van de gang van zaken in de Haagse boekhandel Boucher van een eeuw geleden. Ik schreef er eerder over: een boekhandel uit een andere tijd met een heel andere manier van werken. In veel opzichten onherkenbaar voor ons, behalve dat het nog altijd gaat om de relatie tussen boekhandelaar en boekenliefhebber en dat de deskundigheid van de boekhandelaar een belangrijke sleutel is voor het vinden van de juiste boeken.

Grappig en herkenbaar is het verhaal over een mislukte veiling. Baxter krijgt van Pumpherston de opdracht bij een inboedelveiling een verzameling boeken te kopen, waarbij hij een maximumbod meekrijgt. In het huis waar geveild wordt dwaalt hij rond en hij vindt een jonge kat in een kamer, die kennelijk achtergelaten is door de vorige eigenaar. Baxter vergeet daardoor de tijd en de boeken zijn al geveild als hij weer bij de veiling komt. De kat gaat met hem mee naar huis en krijgt de naam Mr. Toots (verkorte versie van Toetanchamon, omdat hij op een farao lijkt). De volgende dag moet Baxter opbiechten dat hij niet geslaagd is op de veiling:

Next morning I was in the shop in a very depressed state. I was downstairs in the basement when Mr. Pumpherston came in, and I could hear his slow firm step on the floor as he went through to his own room. The door was shut noisily. I knew he would send for me in a minute, and I decided to make a clean breast of the whole thing. At last the boy came trundling downstairs.

“ Ye’re wanted”, he said with a jerk of the thumb. 

I went up and knocked at the door, then opened it and stepped slowly in. “How did you get on yesterday, John?”, said Mr. Pumpherston, looking up from the pages of The Scotsman.

“Well, sir—“ I began.

He dropped the newspaper and slapped me on the back. “You did quite right,” he said, pointing to The Scotsman. “I’ve just seen the prices they fetched. Fair ridicoulous! Ye were very wise keeping off!” 

Het meest bijzondere vind ik nog wel dat de veilingopbrengsten een dag later in een ochtendkrant worden gepubliceerd. 

The private papers of a bankrupt bookseller

Niet mijn exemplaar helaas
Tien jaar eerder verscheen een ander voorbeeld van fictieve bibliofiele memoires. Ook hier gaat het om de zogenaamd teruggevonden herinneringen van een boekverkoper, in dit geval de eigenaar van een tweedehands boekwinkel in een niet nader genoemde Britse stad. Deze memoires bleken in werkelijkheid geschreven te zijn door de Schotse politicus en bankier William Young (1885-1962). Deze had een hele serie van anonieme publicaties op zijn naam, waaronder later een vervolg op The private papers. Dit eerste boek had namelijk zo’n succes, dat in 1938 het vervolg met de titel The bankrupt bookseller speaks again verscheen. Het werd toen duidelijk dat Young de schrijver was en beide boeken verschenen in 1947 dan ook gebundeld onder zijn eigen naam.

Van dit boek bezit ik helaas niet de eerste druk, maar wel de eerste Amerikaanse uitgave uit 1932 (jammer genoeg zonder stofomslag). Ook voor dit boek geldt dat de eerste druk kostbaar is: een paar honderd euro zal daarvoor minstens neergeteld moeten worden. Ik kocht mijn boek vijf jaar geleden voor een schappelijke prijs bij De Roo in Zwijndrecht omdat ik nieuwsgierig was naar de inhoud en ik heb het met veel plezier gelezen. Ook deze fictieve boekverkoper heeft een Titaantjes-achtige bravoure (en dat loopt niet goed af). Hij beschrijft in korte hoofdstukken uiteenlopende aspecten van de boekhandel: de inrichting van de winkel, de klanten en natuurlijk de boeken. Waarbij hij niet nalaat om af te geven op zijn buurman die niet zulke hoogverheven koopwaar heeft als hijzelf: namelijk dameskleding. Het is deze buurman die uiteindelijk na het faillissement de winkel overneemt en vervolgens de gevonden memoires van de boekhandelaar laat publiceren.

Dit boek staat vol met herkenbare observaties en de geur van een tweedehands boekhandel stijgt op uit de bladzijden. Toch is al vanaf het begin duidelijk dat het niet goed kan aflopen met de winkel. De eigenaar vindt dat boeken zichzelf verkopen: hij hoeft ze niet te promoten en eigenlijk vindt hij dat hij ook geen mooie uitnodigende etalage hoeft te hebben. Maar duidelijk is ook dat hij eigenlijk niet goed weet hoe hij een boekhandel moet uitbaten: hij vindt vooral de gedachte dat hij een boekhandelaar is heel fijn en het maakt hem trots. Maar voor de rest is het maar een ingewikkelde zaak:

I think my shop is exceedingly well planned. (…) I don’t arrange my books much. My customers - I persuade myself - have catholic tastes and prefer them as they are, but perhaps the deeper reason is that I do not know ho to classify them. I admire the writers of publishers’ catalogues - the way they classify. I simply couldn’t do it. (…) If I did classify, it would be in alphabetical order. Any other classification would lead to absurdity, as far as I see. (…) But then there are difficulties. Will classification be by authors (what of pseudonyms?) or by titles?

My arrangement of my shelves may earn me a reputation for untidiness among the unthinking, but I am indifferent to these. From natural laziness - if you like - from sheer inability to discover any congruity between one book and another - I will not classify. (…) I am proud of my shelves and no happier man is there on this spinning sphere than I, when I see six of seven seekers after books - seeking they know not what - and finding not what they sought. 

Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Hoewel het - eerlijk is eerlijk - wel bijdraagt aan het grote plezier van een boekwinkel, namelijk dat je vindt wat je niet zoekt en naar huis gaat om met schatten waarvan je niet wist dat ze bestonden. 

Het boek wisselt in korte hoofdstukken af tussen beschouwingen over de boekwinkel, beschouwingen over verschillende categorieën boeken (Poetry books, War books, Religious books) en overpeinzingen over het leven. Duidelijk wordt dat deze boekverkoper een getraumatiseerde soldaat uit de Eerste Wereldoorlog is die heeft gevochten in Frankrijk en daar nog altijd de sporen van meedraagt, zie de hoofdstukjes over zelfmoord en de dood. Ook deze boekverkoper haalt geregeld Emerson en Johnson aan als inspiratie voor zijn gedachten. Ondanks deze bij tijd en wijle sombere buiten is hij maar wat trots op zijn winkel:

I walk up and down my shop. Nelson on his quarter-deck was not a prouder man than I.

Maar helaas is het uiteindelijk de bank die besluit dat deze boekwinkel het niet gaat overleven: te weinig kapitaal, te veel schulden.

Meer nog dan in de bespiegelingen van John Baxter, wordt in dit boek duidelijk wat de literaire smaak van de jaren ‘30 is. Er worden talloze boektitels genoemd die op dat moment populair zijn of juist uit de gratie aan het raken zijn, waarvan het merendeel mij totaal onbekend is. Ik heb de meeste moeten opzoeken. Natuurlijk worden de klassiekers aangehaald - Dickens, Brontë, Walter Scott, enzovoorts - maar het aantal voor mij onbekende boeken is veel en veel groter. Zo sla ik niet aan op The curious years van Jessie Rathbone of The ordeal of civilization  door James Harvey Robinson. Bestsellers in de jaren '20 van de vorige eeuw, nu waarschijnlijk niet eens meer interessant voor een kringloopwinkel.

Al met al twee prima leesbare curiosa, deze fictieve bibliofiele memoires. Sommige echte memoires van boekhandelaars zijn een stuk saaier of moeilijker leesbaar. De uitdagingen van een boekhandelaar lijken in elk geval niet veel veranderd te zijn in de laatste eeuw. Of het nu fictieve gebeurtenissen van John Baxter zijn of de al dan niet aangedikte gebeurtenissen aan de Oudegracht in Utrecht of in Wigtown, de gang van zaken in een tweedehands boekwinkel blijft onderhoudende antropologie.

06 maart, 2022

329 Shoppen bij Bubb

Op het moment dat ik dit schrijf is het maart. De lente staat op het punt van beginnen en bij mij begint langzamerhand een wat onrustig gevoel te ontstaan. Dit is namelijk de periode dat ik begin uit te kijken naar de serie voorjaarsboekenveilingen die in mei en juni gaat plaatsvinden. Ik begin al te tellen hoeveel weken ik nog heb te gaan voordat de catalogi online komen. Al mijn aankopen van de najaarsveilingen zijn inmiddels gesorteerd, gecatalogiseerd, besnuffeld, bevoeld, zo veel mogelijk al gelezen, kortom: volledig geïntegreerd in mijn bibliotheek. Het is tijd voor iets nieuws en wat is er mooier dan door een paar duizend kavels met boeken heenscrollen om te zien wat ik zal gaan kopen.

Ik schrijf vaker in dit blog over mijn avonturen op veilingen. Als ik op veilingen boeken koop, dan is dat niet alleen op boekenveilingen, maar ook op inboedelveilingen. Bij die laatste vind je de mooiste verrassingen, door gebrek aan echte expertise bij de veilinghouders. Maar bij de eerste vind je uiteindelijk de kwaliteitsboeken die echt waarde aan de collectie toevoegen - ook al zijn ze dan wat duurder.

De grootste leverancier van boeken aan mijn bibliotheek is Bubb Kuyper. Op dit moment bezit ik 288 titels die ik via Bubb heb gekocht. Overigens heb ik waarschijnlijk minstens het dubbele aantal ooit in Haarlem afgehaald, maar veel daarvan heb ik weer doorverkocht. 288 mochten blijven. De aankopen bij Van Stockum’s (tegenwoordig Venduehuis), Burgersdijk & Niermans en Zwiggelaar blijven hier helaas bij achter. Mijn eerste aankoop bij Bubb deed ik trouwens in 2007. In ongeveer 30 berichten op dit blog komt een verwijzing naar Bubb Kuyper voor, dat geeft wel aan hoe veel impact deze aankopen hebben op mijn schrijflust. En het zegt ook iets over het plezier en de spanning bij het bieden op boeken.

Dat veilingen aantrekkelijk, fascinerend en informatief zijn blijkt onder meer uit het recent verschenen jubileumboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen met de titel Eenmaal andermaal (oplage 400 genummerde exemplaren, gekregen van Perkamentus). Daarin wordt een beschrijving gegeven van een aantal roemruchte Nederlandse boekenveilingen, of liever: de veiling van een aantal roemruchte Nederlandse verzamelingen via boekenveilingen. Hieronder geen veiling bij Bubb Kuyper, maar bijvoorbeeld wel bij Van Stockum of (het niet meer bestaande) Beijers. Het laat zien hoe prachtige particuliere collecties werden opgebouwd en vervolgens via veilingen beschikbaar kwamen voor de markt.

Er is veel geschreven over boekenveilingen. Specifiek over Bubb Kuyper bezit ik inmiddels ook een klein stapeltje boeken. Als ik die publicaties nog eens lees dan spat het plezier maar ook de bewondering voor dit veilinghuis van de bladzijden af. Bubb Kuyper, Jeffrey Bosch en Thijs Blankevoort zijn er in geslaagd om een veilinghuis neer te zetten dat een belangrijke stempel heeft gezet op de Nederlandse boekenmarkt. Het mooie vind ik dat Bubb Kuyper altijd heel toegankelijk is geweest voor particulieren, zoals ik. In verschillende publicaties wordt dan ook het persoonlijke karakter van het veilinghuis geroemd en de aandacht die er is voor de klanten. Zelf heb ik dat ook meermalen ervaren. Ondanks dat ik maar een bescheiden particuliere koper ben, die slechts enkele van de duizenden lots koopt die halfjaarlijks worden aangeboden, heeft Jeffrey Bosch bij het ophalen altijd tijd voor een praatje en bovendien herkent hij mijn naam en gezicht. 

Recent las ik de jubileumbundel Waardevol oud papier die al weer een hele tijd geleden verscheen, bij het 10-jarig jubileum van het veilinghuis. Een mooi gebonden boek met stofomslag en leeslint, onder redactie van Nop Maas verschenen in een oplage van 1000. Het boek bevat uiteenlopende bijdragen van bekende auteurs uit de boekenwereld over een breed spectrum van onderwerpen, maar altijd met een link naar een specifieke aankoop of gebeurtenis bij een boekenveiling, vooral die van Bubb Kuyper. Nop Maas beschrijft het ontstaan van het veilinghuis inclusief een korte levensbeschrijving van Bubb Kuyper en Jeffrey Bosch en hoe een plaats werd veroverd in de Nederlandse veilingwereld. Overigens staat op het Librariana-weblog ook een uitvoerig achtergrondartikel over Bubb Kuyper. Mensen als P.J. Buinsters, Frits Knuf, Anton Gerits, R. Breugelmans, Gerard Jaspers en vele anderen geven in de feestbundel een inkijkje in hoe dit veilinghuis werkt, of soms gebruiken ze de ruimte vooral om een bijzonder boek nog eens in het zonnetje zetten wat ook prima is. Een mooie geschiedenis vertelt Ton Croiset van Uchelen van de UBA over hoe hij op basis van een afspraak tussen grote bibliotheken om niet allemaal op hetzelfde boek te bieden tandenknarsend een extreem zeldzaam boek moest laten lopen en hoe een vergelijkbaar exemplaar 22 jaar later alsnog in de UBA terechtkwam. In de bijdrage van Ed Schilders wordt fraai geschetst hoe particulieren uiteindelijk op veilingen terechtkomen. Het begint simpelweg met lezen, dan boeken kopen, tweedehands boeken kopen, antiquariaten bezoeken, antiquariaten in het hele land bezoeken en ten slotte, als de boekenhonger onstuitbaar wordt, naar de boekenveiling om lot na lot naar binnen te trekken. Maar boekenveilingen zijn ook aantrekkelijk vanwege het genot van het lezen van de catalogus. Ed Schilders schrijft:

Een catalogus van een antiquariaat of veilinghuis doorwerken, vind ik oneindig veel aantrekkelijker dan een boekhandel bezoeken. Honderden titelbeschrijvingen lees ik met genoegen; hoeveel nieuwe uitgaven neem ik ter hand in een winkel?

De veilingen die worden aangehaald in deze feestbundel zijn ook terug te vinden in de door Bubb Kuyper geschreven kroniek van de 56 veilingen die werden gehouden in het Hofje van Staats en het Tehuis voor Militairen aan de Jansweg in Haarlem. Het verscheen ter gelegenheid van de verhuizing van het veilinghuis naar het Kenaupark in Haarlem, waar het nu nog steeds is gevestigd. De eerste veiling werd gehouden op 1986, precies op de dag van de Elfstedentocht. Aan de ene kant was dat slecht voor het bezoek. Aan de andere kant was het misschien wel symbolisch: ook veilingen bij Bubb zijn inmiddels een vertrouwde traditie waar verlangend naar wordt uitgekeken, in elk geval door mij. De 1001 nummers van die eerste veiling waren afkomstig van 15 inbrengers en het ambitieuze plan was toen nog om 6 keer per jaar een veiling te houden. Dat bleek niet realistisch en al snel werd de frequentie tweemaal per jaar: mei en november. Ook andere boekenveilingen houden trouwens dit ritme aan. Uit de inleiding van Nop Maas in Waardevol oud papier leer ik dat dit te maken heeft met economische redenen: in mei wordt het vakantiegeld ontvangen en in november moeten publieke instellingen zoals bibliotheken veelal hun budget opmaken. 

Deze kroniek is veel meer dan een droge opsomming van veilingen en veilingresultaten. Gelukkig staat het ook vol met anekdotes over elke veiling: bijzondere boeken die ter veiling kwamen, bijzondere gebeurtenissen of bijzondere bezoekers. Uiteraard wordt een korte schets gegeven van het karakter van de veiling en wat zoal opvallende opbrengsten waren. Natuurlijk is er aandacht voor de veiling van het manuscript van De avonden, de Boudewijn Büch-veilingen maar ook de affaire uit 1997 rond de veiling van een collectie brieven van componisten die door het Concertgebouw als onrechtmatig werd beschouwd (de veiling ging niet door maar Bubb Kuyper werd wel schadeloos gesteld door het Concertgebouw). En natuurlijk de veiling van twee Dick Bruna-manuscripten uit 2004 waar veel gedoe om was (onder andere juridisch gesteggel via Dick Bruna zelf over de rechtmatigheid van de veiling). De boekjes werden uiteindelijk door een onbekende dame voor een torenhoog bedrag gekocht. Volgens onbevestigde geruchten zou deze dame in opdracht van Dick Bruna zelf hebben gehandeld, zodat hij uiteindelijk toch heeft kunnen voorkomen dat deze manuscripten gingen ‘zwerven’.

Lezend door deze aaneenschakeling van gebeurtenissen valt op hoe de waarde van boeken fluctueert (geschetst wordt hoe op een gegeven moment de Reve-hype voorbij is en de prijzen zakken, wat ook geldt voor sommige oudere boeken trouwens). In die 56 veilingen komen uiteindelijk geregeld vergelijkbare boeken voorbij wat een goed vergelijkingsmateriaal biedt voor marktwaarde. Wat ook opvalt is hoezeer vakkennis nodig is om boeken goed te beschrijven en dat dit dan toch geen garantie biedt om te kunnen voorspellen wat de opbrengst zou kunnen zijn. Regelmatig zijn er sensationele uitschieters op de veilingen, en die zorgen dan natuurlijk ook weer voor de gewenste media-aandacht. Meestal gaat dit om uitgaven waar geen vergelijkingsmateriaal voor is, dan is het de markt die bepaalt. Zoals de eerder genoemde Dick Bruna manuscripten, maar wat te denken van het gedichtje van Anne Frank dat 140.000 euro opbracht (3x meer dan verwacht).

De korte observaties van Bubb Kuper bij de verschillende veilingen gaan regelmatig over de soms merkwaardige bezoekers aan kijkdagen en veilingen. Boekenliefhebbers hebben immers allemaal last van dezelfde ziekte, A gentle madness, en dat uit zich nogal eens in bijzonder gedrag. Zoals bij veiling 18, in 1993, als een potentiële bieder vraagt: “Mogelijk kunnen we eventueel bij betaling tot een ruil overgaan met origneel werk van beroemde kunstenaars?” Helaas ging het veilinghuis hier niet in mee. Of bij veiling 17, als een Duitse klant verzoekt om zijn kavel van ruim 2.000 gulden vanuit Duitsland te verzenden om kosten te besparen, en of de veilingmeester maar even van Haarlem naar een postkantoor in Duitsland wilde rijden. Gek genoeg werd ook daar niet positief op gereageerd.

Het is niet voor eerst dat Bubb Kuyper dergelijke observaties deelde. In 2006 verscheen bij zijn eigen Lojen Deur Pers in een oplage van 200 het werkje Gevoelens van een veilinghouder. Bij wijze van nieuwjaarsgeschenk van Jutta en Bubb Kuyper (en tevens ter markering van zijn afscheid van het veilinghuis). Het zijn een aantal verzamelde observaties uit de tijd bij het veilinghuis. Zoals deze:

Mag ik telefonisch meebieden, want ik vind de schattingen in de catalogus te hoog

Of deze:

Mag ik even eerst, want over een halfuur heb ik een vergadering [tijdens een kijkdag]

Observaties over merkwaardige klanten voor boeken zijn van alle tijden. Ik hoef alleen maar naar de boeken van Shaun Bythell, Jen Campbell of Hans Engberts en René Hesselink van Hinderickx en Winderickx te verwijzen. Zij schrijven over klanten van boekhandels en antiquariaten. Recent verscheen echter nog een bibliofiel werkje over avonturen in een veilinghuis: In een veilinghuis wordt niet gelezen van Gustan Asselbergs (oplage 100, inmiddels in herdruk). Asselbergs werkte bij een veilinghuis, al vertelt hij niet bij welke. Uit de door hem aangehaalde kavelbeschrijvingen blijkt dat het om Bubb Kuyper gaat. Asselbergs beschrijft in vijf korte verhalen verschillende gebeurtenissen uit het veilingbedrijf. Over boeken die de veiling niet halen, omdat ze niet bijzonder genoeg zijn, maar toch voor Asselbergs zelf wel bijzonder zijn. Over de persoonlijke achtergrond van een oud fotoalbum. En natuurlijk over bijzondere bezoekers van de veilingen, zoals de vrouw die zo hard niest tijdens veilingen (meervoud, want ze is vaste bezoeker) dat de meekijkende bieders via de webcam de veiling niet meer kunnen volgen.

Dat meekijken via de webcam doe ik ook. Ik heb mij voorgenomen niet in een veilingzaal te gaan zitten, bezorgd als ik ben dat ik word meegesleept in allerlei biedoorlogen en mijn begeerte niet meer in bedwang heb. Ik hou het dus op een schriftelijk maximumbod vooraf en dan maar hopen dat het goedkomt. Ik kijk alleen mee via de webcam omdat ik veilingen fascinerend vind. Ik zal dan ook niet digitaal meebieden via de app. Nooit. Of nou ja, alleen voor die set van Holbrook Jackson dan. En die ene uitgave van Adriaan van Dis. En die paar andere kavels. Maar verder niet.

Het is moeilijk te zeggen wat mijn favoriete aankoop bij Bubb Kuyper was. Dat zou net zo iets zijn als de vraag om te kiezen tussen je kinderen. De aankoop van het setje Dibdins was een mooi moment. De aankoop van de Nescio ook. Of die hele grote kavel boeken over boeken. Eigenlijk waren het altijd prima aankopen en heb ik nog nooit spijt gehad van een ritje naar Haarlem. Hooguit wat spijt over gemiste kavels, maar daar heb ik hopelijk van geleerd zodat mij geen unieke kavels meer zullen ontglippen.

Naschrift september 2022: Ik kende behalve de hiervoor genoemde titels niet veel boeken die in de vorm van memoires inzicht geven in het reilen en zeilen van een veilinghuis inclusief de medewerkers en de klanten. Maar ik bleek twee titels op de plank te hebben staan die toch in deze categorie vallen. Als eerste las ik het boek Rare books and rarer people van Fred Snelling (1916-2001), gepubliceerd in 1982. Snelling was decennialang werkzaam voor het veilinghuis Hodgson, later Sotheby Rare Books. Het aardige van dit boek is dat Snelling zijn persoonlijke observaties schrijft over de nogal excentrieke medewerkers van het veilinghuis, maar ook van de bijzondere klanten bij veilingen, aangevuld met tal van anekdotes over het alledaagse werk in het veilinghuis. Enigszins vergelijkbaar met het boekje van Asselbergs, maar dan veel uitgebreider. Ondanks dat Snelling over een andere tijd schrijft, blijven de gebeurtenissen herkenbaar voor iedereen die wel eens een boekenveiling heeft bezocht. Ik heb het met heel plezier gelezen.
Vervolgens las ik het boek Rare people & rare books van Emily Millicent Sowerby. Zij werkte begin vorige eeuw voor onder meer W.M. Voynich (ontdekker en naamgever van het Voynich-manuscript) en A.S.W. Rosenbach. Zij was de eerste vrouwelijke medewerker van Sotheby’s Rare Book Department - dezelfde werkplek als Snelling, maar dan een paar decennia eerder. Net als Snelling beschrijft zij de gang van zaken binnen het veilinghuis, maar zij had minder te doen met klanten dan Snelling. Haar focus is dus vooral de interne gang van zaken, het catalogiseren van de boeken en de voorbereiding van veilingen. Het is stuitend om te lezen hoe participatie van vrouwen in het arbeidsproces in die tijd plaatsvond. Niet alleen kreeg zij de baan bij Sotheby’s alleen maar omdat er door de Eerste Wereldoorlog onvoldoende geschikte mannen beschikbaar waren, maar bovendien mocht zij zich niet te vrouwelijk kleden omdat dit anders te afleidend zou zijn. Daarom verrichte ze haar werk in een soort blauwe overall en was het de bedoeling dat ze vooral onzichtbaar zou zijn. Om nog maar te zwijgen over het verschil in betaling. Toen na de oorlog de mannen terugkeerden, werd ze dan ook subiet ontslagen. Desondanks schrijft ze met veel lof en begrip over haar werkgevers bij Sotheby - wat ik zelf nog wel het meest verbazend vind. Het scheelde wellicht dat werken met oude en zeldzame boeken haar droombaan was en dat ze het niet voor het geld deed. Uiteindelijk vertrok ze naar de Verenigde Staten om te werken voor Rosenbach, waar ze niet alleen catalogiseerde maar ook ghostwriter werd van een aantal publicaties die onder Rosenbach’s naam zijn verschenen. De biograaf van Rosenbach, Edwin Wolf II, schreef ook het voorwoord voor mijn (latere) editie van Rare People & Rare Books, die verscheen in een beperkte oplage van 350 exemplaren.