17 augustus, 2020

305 - Niemand weet alles - maar ik weet sommige dingen wel

Ik las ooit in een boek van een groot verzamelaar - was het Nicholas Basbanes, was het Boudewijn Büch? - een belangrijke les voor een bibliofiel: niemand weet alles. Elk antiquariaat, elke boekhandel, heeft een specialisme en dat betekent dat er altijd boeken aanwezig zijn waar de verkoper niets van weet. En daar liggen kansen. Want tussen die stapels ‘overige boeken’ kunnen schatten verborgen zijn. Het heeft dus zin om in antiquariaten naar de voorraad te kijken buiten het specialisme van de eigenaar - wie weet wat daar voor mooie verrassingen liggen te wachten!

Dit geldt ook voor het onvolprezen Marktplaats. Daar zijn maar heel weinig verkopers actief die iets weten van boeken. Om die reden barst mijn bibliotheek uit elkaar van alle markplaatsvondsten, net als de bibliotheek van al mijn boekenvrienden: Perkamentus vertelt er bijvoorbeeld regelmatig over. Eigenlijk zijn er drie soorten mensen op Marktplaats aanwezig: de verkopers die ten onrechte denken dat ze iets over boeken weten en daarom fantastische prijzen vragen voor rommel (onder het motto: het is oud, dus het is waardevol), de verkopers die niets over boeken weten en daarom rommelprijzen vragen voor iets fantastisch (onder het motto: het zijn boeken, wie wil die nou hebben...) en de mensen die boeken naar waarde op Marktplaats zetten en er reële prijzen voor vragen. Aangezien er genoeg mensen van de tweede categorie zijn, hebben die van de derde categorie pech: ik wacht wel totdat ik kan toeslaan en een gewild boek voor een spotprijs kan kopen.

Het kaveltje facsimiles
Een plek waar je koopjes ook goed kan vinden zijn de veilingen bij notarishuizen en regionale veilinghuizen. Aangezien ik wel iets weet van boeken, maar lang niet alles, speur ik naar kavels die mij een zekere kans op winst geven: lage inkoop, hoge verkoop. Dit soort veilinghuizen biedt meestal honderden kavels met inboedelgoederen aan waaronder verzamelkavels van boeken, meestal verpakt in bananendozen en losjes gesorteerd op soort of genre. Een kwestie van goed de foto’s bestuderen (wat nog niet meevalt door de slechte kwaliteit) en hopen dat de kwaliteit van de herkende boeken goed genoeg is. Zo zag ik laatst op een veiling een kavel bestaande uit een doos met daarin een paar stevige boekwerken. Facsimiles, en die kunnen het goed doen, maar welke? Ik kon er een paar onderscheiden en dat gaf mij voldoende zekerheid om toe te slaan: ik zag onder meer het Cruydt-boeck van Dodoens uit 1644 (herdruk 1980) en de Humanis Corporis Fabrica van Versalius uit 1543 (herdruk 1964). Ik betaalde opgewekt 120 euro voor dit kavel (150 inclusief kosten). De facsimiles verkocht ik vervolgens via catawiki: opbrengst 600 euro (510 euro inclusief kosten). 

Bij ditzelfde notarishuis kocht ik ook een kaveltje Couperus en Multatuli. Ik had al een eerste druk onderscheiden van Iskander uit 1920. Daarnaast waren er nog wat andere uitgaven van Couperus waarvan ik niet kon zien welke druk het was, maar ik waagde de gok en kocht het kavel voor 50 euro ex kosten. De Iskander verkocht ik via Catawiki voor 112 euro, ver boven de verwachte waarde (een vergelijkbare set is op boekwinkeltjes te koop voor 50-75 euro, ik begrijp niets van de bieders bij Catawiki maar ben er wel blij mee...). Maar wat te doen met de rest? Het incomplete setje Ideën van Multatuli dat er bij zat verdween via Marktplaats voor €25 en toen had ik nog een merkwaardige Couperus uitgave van Psyche in mijn handen die niet ingebonden was en waar ik verder geen informatie over had, en die ook niet te zien was op de foto van het kavel. 

Hier begon voor mij het punt dat mijn kennis haperde. Wat was dit voor een uitgave? Een zoekslag op internet leverde niks op, ik gokte dat het een derde druk was van Psyche, maar waarom was het niet ingebonden? Omdat ik er niks beters mee wist te doen zette ik het boek op Marktplaats. Een tientje leek mij een redelijke prijs. Dat vonden anderen ook: als snel bood iemand een tientje, iemand ging er met 15 euro overheen en vervolgens werd er 20 euro geboden. Dat leidde tot argwaan bij mij: deze bieders wisten iets wat ik niet wist en dit boek had kennelijk waarde. Maar hoeveel? 

Toen de biedingen op Marktplaats opliepen naar €30 ontving ik gelukkig de nieuwsbrief van antiquariaat Fokas Holthuis: nieuwsbrief 911 met het thema Platland. Ik lees dit soort nieuwsbrieven van antiquariaten maar ook allerlei catalogi altijd grondig. Het is de beste manier om leemtes in mijn kennis te verkleinen, want je weet maar nooit of ik op basis daarvan ook nog eens ergens een schat opduik omdat ik een uitgave uit een catalogus herken. De nieuwsbrieven van Fokas Holthuis geven altijd veel extra informatie bij de kavels. Zo ook deze keer, en toevallig stond in deze nieuwsbrief ook een uitgave van Couperus, namelijk Willeswinde uit 1895. Het bijzondere aan deze uitgave was dat hij net als mijn Psyche niet meer dan een papieren omslag had. Bij de omschrijving stond twee keer dat dit zeldzaam was: “Met zeldzaam omslag in de serie ‘Werken’ (...)  Uiterst zeldzaam in deze uitvoering.” De vraagprijs was 150 euro. Zou mijn exemplaar ook zoveel waard zijn?

Fokas en Paul weten ook niet alles, maar wel meer dan ik en zeker over Couperus. Ik mailde hen daarom met de vraag wat de waarde van mijn boek was en of het net zoiets zeldzaams was als de Willeswinde. Al snel kreeg ik antwoord van de heren: het was zeker een interessant boek en inderdaad zeldzaam. En er zijn diverse verzamelaars die dergelijke uitgaven zoeken, dus zij wilden het wel overnemen voor €60. Dat leek mij een prima prijs: ik was eerder toch al bereid het voor een tientje via Marktplaats te verkopen, dus dit was een enorme meevaller. Bovendien was mijn exemplaar beduidend minder mooi dan het exemplaar in de nieuwsbrief: de eerste pagina was gescheurd en er misten stukjes. En ik vond het een goed verhaal dat ik ongemerkt zo’n zeldzaam boek had gekocht via een kaveltje bij een notarishuis. Tot slot gun ik Fokas Holthuis een mooie winst, want ik heb er belang bij dat dit antiquariaat nog lang blijft bestaan. Van wie krijg ik anders zulke informatieve nieuwsbrieven en waar kan ik anders mijn mooie boeken kopen?

Nadat ik het boek had opgestuurd aan Fokas en Paul was ik benieuwd hoe het verder zou gaan met dit boek. Het boek blijkt doorverkocht aan een verzamelaar die álle verschillende uitgaven van Couperus zoekt en deze versie van Psyche was kennelijk nog nooit ergens aangetroffen en miste dus in de collectie. 

Al met al een verhaal met een happy end voor mij, voor Fokas en Paul en voor de verzamelaar: de laatste is een uniek boek rijker en de eerste twee een mooie winst. Geen happy end helaas voor de bieders op marktplaats. Bijna was ik voor hen een koper van de tweede categorie geweest - een onwetende die een kostbaar boek voor een habbekrats verkoopt. Op het nippertje ben ik hiervan gered door een nieuwbrief - en liepen zij een unieke uitgave mis.

29 maart, 2020

304 - Petrarca in tijden van corona

Twee jaar geleden waren we op vakantie in Italië, in de buurt van Venetië. Het was nog ver voor corona en de grenzen waren nog open. Terwijl we de kinderen hadden afgezet bij een zwembad reden wij een rondje langs pittoreske dorpjes. Op een gegeven moment kwamen we in het dorpje Arqua, waar we een tijdje door de steile straatjes liepen en op een terras met een fantastisch uitzicht op de bergen een lunch gebruikten. Dat was niet helemaal de bedoeling van de restauranthouder, want het restaurant bleek gesloten. Maar wij waren het Italiaans niet machtig, dus beschouwden we de vriendelijke uitleg van de uitbater en zijn wijzen naar het terras als een uitnodiging om te gaan zitten. Uiteindelijk legde de man zich er bij neer en serveerde ons een drankje en wat eten. Pas bij het vertalen van de menukaart met behulp van Google Translate ontdekten we dat we precies binnen waren gekomen op het moment van sluiten. Met enige schaamte aten we onze lunch op en kochten dat af met een ruime fooi.

Verder dwalend door Arqua zagen we een bordje dat verwees naar het graf van de grote Italiaanse dichter Petrarca (1304-1374). Meestal bereid ik mijn vakanties grondig voor en maak ik er ook een literaire queeste van, maar deze keer had ik mij ingehouden en alleen mijn zinnen gezet op het graf van Dante in Ravenna. Dus deze vermelding kwam onverwacht en daardoor maakte het deze bijzondere dag nog mooier dan het was.

Petrarca! Eén van mijn helden uit de middeleeuwen. Niet zozeer vanwege zijn poëzie waarmee hij onsterfelijk is geworden en het tragische verhaal van zijn liefde voor de mysterieuze Laura, maar vooral omdat hij de grondlegger is geweest van het humanisme en in zekere zin aan de basis heeft gestaan voor het Europa zoals wij dat nu kennen.

Ja, dat zijn grote gedachten maar ik prijs mij gelukkig te wonen in een democratie waarin ruimte is voor ontwikkeling, waarin vrijheid een groot goed is en waarin mensen in staat zijn om te groeien en boven zichzelf uit te stijgen. En Petrarca is iemand die een belangrijk invloed had op het ontstaan van een dergelijke samenleving. Natuurlijk, zonder Petrarca waren we er ook wel gekomen, maar iemand moet een keer een belangrijke stap voorwaarts zetten, en dat was Petrarca en ik ben daar dankbaar voor. Legendarisch is dan ook zijn beklimming van de Mont Ventoux, waarvan Petrarca zelf verslag heeft gedaan. Nu is een bergbeklimming niet zo bijzonder, maar het moment en de motivatie van Petrarca was dat wel: hij deed het niet functioneel, niet vanuit een soort bijgeloof (in de middeleeuwen beklom je geen bergen, dat was God tarten en je wist maar nooit of de duivel op de top ronddanste) maar uit nieuwsgierigheid en om van de tocht te genieten. Om geluk te ervaren. En dat was een daad die in die tijd volkomen nieuw was, waarom zou je geluk ervaren als individu? Het idee dat dat mogelijk was bestond nog maar beperkt. Petrarca's brief wordt beschouwd als de eerste literaire neerslag van de natuur om het genieten van de natuur zelf. Hij beklom de berg, zo zegt hij zelf, "louter uit begeerte, om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen".

Het humanisme van Petrarca was trouwens van een andere orde dan wat wij tegenwoordig humanisme noemen. Bij Petrarca ging het om de passie voor de oudheid en klassieke auteurs en hij hij wilde deze opnieuw onder de aandacht brengen. Petrarca vond dat ware menselijkheid in zijn eigen tijd niet meer bestond en herwonnen moet worden uit de literatuur en de filosofie van de Romeinen van de klassieke periode; alleen daardoor zouden de vele en velerlei kwalen van zijn chaotische tijd geheeld kunnen worden en zou Europa weer een beschaafd werelddeel worden. Het ging hem om "de verschillende vormen van het streven naar (ware) menselijkheid" en hij deed dat niet uit algemeen belang maar voor zichzelf. Waar andere denkers in die tijd in dienst waren van vorsten of politiek actief waren en daar invloed hadden, studeerde Petrarca voor zichzelf. Daarom reisde hij half Europa rond om in allerlei kloosters handschriften van deze klassieke auteurs te vinden. En hij vond er verschillende, zoals brieven van Cicero en andere auteurs. Het ontsluiten van deze teksten en bestuderen ervan was zijn doel en onderdeel van zijn grote bijdrage aan de Europese ontwikkeling.
Hier is online (pdf) wat meer achtergrond over Petrarca en zijn tijd te lezen.

In de eeuwen daarvoor waren de klassieke auteurs in de vergetelheid geraakt. Van Petrarca is dan ook de term "donkere middeleeuwen" afkomstig, omdat voor Petrarca beschaving gelijk stond met kennis van deze auteurs. Dat deze aanduiding volkomen ten onrechte was en de middeleeuwen ten onrechte het beeld van een periode van stilstand en achterlijkheid gaven, weten we gelukkig nu. Maar het laat wel zien dat Petrarca zich al met al op een kantelpunt in de geschiedenis bevond en een forse duw gaf aan de ontwikkeling van de renaissance. Hij studeerde aan de twee na oudste universiteit van Europa (in Montpellier), maakte de pestepidemie van de 14e eeuw mee (zijn geliefde Laura stierf in 1348 aan de pest en Petrarca was er geregeld voor op de vlucht) en woonde in Avignon waar het Pauselijk gezag in de 14e eeuw was gevestigd. Natuurlijk was Petrarca ook een kind van zijn tijd en heeft hij niet in zijn eentje het humanisme bewerkstelligd. De tijd was rijp en dus viel alles wat hij deed in goede aarde, inspireerde anderen en met zijn tijdgenoten werd zo een forse stap in de ontwikkeling van Europa gezet, op weg naar de samenleving zoals wij die nu kennen.

Tegen deze achtergrond heb ik veel bewondering voor Petrarca en daarom vond ik dat ik toch een paar werken van hem in mijn bibliotheek moest hebben. Gelukkig is er de laatste decennia veel van Petrarca vertaald, niet alleen zijn gedichten (de Canzoniere, zie hier een mooie recensie bij een Nederlandse vertaling) maar ook zijn brieven en andere geschriften. De onvermoeibare Frans van Dooren (1934-2005) heeft - naast veel Dante - ook Petrarca regelmatig vertaald. Van Dooren was diep onder de indruk van Petrarca, vlak voor zijn dood schreef hij in zijn Brief aan Petrarca dat dit kwam omdat "je er altijd zo persoonlijk in aanwezig bent, met je vreugde en droefenis, vervoering en wanhoop, en dat de verzen uitmunten in evenwichtige vormgeving, muzikaliteit en originele beeldspraak". Ook Chris Tazelaar heeft diverse vertalingen van Petrarca's werk op zijn naam staan.

Ik schreef al in een eerder blog dat ik heel blij was om op de boekenmarkt in Dordrecht het jaarwisselingsgeschenk (oplage: 600) Brief aan het nageslacht van Petrarca uit 1991 te vinden (vertaald en toegelicht door Frans van Dooren) en via Marktplaats kocht ik  Reisroute naar Jeruzalem. Hoewel Petrarca zich bewust was van zijn roem, begint hij Brief aan het nageslacht toch (vals?) bescheiden: "Hoewel het te betwijfelen valt of een weinig bekende naam wel ver in ruimte en tijd kan doordringen, hebt u misschien toch wel eens iets over mij gehoord. En misschien wilt u ook weten wat voor een mens ik ben geweest (...)". Ook dit is een voorbeeld van hoe in zijn werk de persoonlijkheid van Petrarca terugkwam. Verder kocht ik nog de Stols uitgave Madonna Laura in de vertaling van D. Tol uit 1941 (oplage 500) met daarin 20 canzones vertaald.

Maar ik vond mijn rijtje Petrarca nog veel te mager. Afgelopen maand sloeg ik een mooie slag: op een veiling kocht ik een stapel Ambo Klassiek-uitgaven, waaronder maar liefst drie uitgaven van Petrarca. Alledrie vertaald en toegelicht door Chris Tazelaar en in prima staat, helaas zoals vaak bij deze uitgaven is het frisse rood op de rug vervaagd door het zonlicht. Maar nu bezit ik wel de tekst van de Lauweringsrede  (door Petrarca uitgesproken bij het ontvangen van de lauwerkrans op 8 april 1341 op het Capitool in Rome), de brief over de bestijging van de Ventoux en het sleutelwerk Het leven in eenzaamheid waarin Petrarca onderstreept dat zinvol bezig zijn vooral is het "aan literaire studie gewijde tijd, zonder verplichtingen". De uitgebreide toelichtingen en noten zijn de garantie voor veel nieuwe kennis en inzichten over deze sleutelperiode in de Europese geschiedenis. En hoewel ik mijn stapeltje Petrarca nog veel te klein vindt, ben ik blij met de nieuwe aanwinsten!

In deze tijd van corona rest ons weinig anders dan thuislezen. Ook daarin vind ik inspiratie bij Petrarca. Hij schreef zijn Reisroute naar Jeruzalem in 1358 in drie dagen op uitnodiging van Giovanni Mandelli (hier een biografie in het Italiaans), die Petrarca had uitgenodigd om de reis naar Jeruzalem te maken. Petrarca wilde niet mee, vond het te risicovol, maar wilde zijn vriend wel voorzien van een reisbeschrijving, een itenerarium. Voor de beschrijving van de reis, inclusief te vermijden en te bezoeken plaatsen en bijzonderheden over landschap en omstandigheden, putte Petrarca uit zijn ruime bibliotheek: er waren vele (klassieke) auteurs naar Jeruzalem geweest en hij heeft al die inzichten samengevat in zijn reisbeschrijving. En zo reisde hij van achter zijn schrijftafel toch mee naar Jeruzalem, en wie de tekst van Reisroute leest kan zich nauwelijks voorstellen dat Petrarca niet zelf op al die plekken is geweest. Ook wij leven in een tijd van een besmettelijke ziekte (gelukkig niet zo erg als de pest, maar ernstig genoeg) en ook wij moeten reizen via onze bibliotheek, want vakanties of uitstapjes zitten er niet in. Petrarca kan ons inspireren om in dergelijke tijden toch grootse prestaties te verrichten.

05 februari, 2020

303 - Warm welkom voor winkeldochters

Onlangs zag ik op Catawiki een kavel dat mij in eerste instantie niet zo aansprak, maar waar ik uiteindelijk toch op toesloeg. Dat had onder meer te maken met de lage prijs maar ook met de inhoud: voor 18 euro werd ik eigenaar van 11 gesigneerde uitgaven die afkomstig waren uit de bibliotheek van de dichter en literatuurcrtitcus, maar ook leraar Nederlands, D.A.M. (Dick) Binnendijk (1900-1984). Dick Binnendijk is bekend van zijn eigen werk, maar natuurlijk ook omdat hij op het Amsterdamse Vossius Gymnasium de leraar was van onder meer Hanny Michaelis en de broers Karel en Gerard van het Reve en omdat hij zich liet gelden in polemieken met Menno ter Braak, Marsman en Du Perron. Hij had een langdurige relatie met Emmy van Lokhorst, maar trouwde uiteindelijk in 1929 met Enny Paauw.

Ik hou sowieso van gesigneerde literaire boeken (volgens de meest recente telling heb ik 443 gesigneerde werken in mijn bezit) en deze Dick Binnendijk bewoog zich in interessante kringen, want in het kaveltje zaten ook boeken van onder meer Ed Hoornik, Maurice Roelants en Jeanne van Schaik-Willing. Allemaal auteurs die rond de oorlog veel gelezen werden, maar tegelijkertijd ook wel een beetje gelden als 'de oude garde'. De vernieuwing in de Nederlandse literatuur was aanstaande, maar die begon niet bij Dick Binnendijk. Hij schreef er wel veel over en volgde het op de voet.

Dit kavel was voor mij ook interessant in het licht van 75 jaar bevrijding, omdat de kring van auteurs waar ook Binnendijk toe behoorde getekend is door de oorlog. Zijn leerling Hanny Michaelis, die getrouwd was met Gerard Reve, heeft in haar postuum uitgegeven oorlogsdagboeken over haar relatie met Binnendijk geschreven - en ook over haar verhitte dromen over hem. In elk geval was Binnendijk ook haar grote literaire inspirator. In de biografie van Henriette van Eyk schrijft Aukje Holtrop hoe in de oorlogsjaren avonden werden georganiseerd met ‘geestverwanten’ waar onder meer het echtpaar Binnendijk en Jeanne van Schaik Willing aanwezig waren. Van deze laatste zijn er twee boeken in het kavel: Dwaaltocht uit 1977 (“voor Enny en Dick. In hartelijke vriendschap”) en en Odysseus weent uit 1953 (“Voor Dick en Enny. In vriendschap. Jeanne. Februari ‘53”). Daarnaast de bundel Vrij Volk waarvan zij samen met o.a. Antoon Coolen en Albert Helma de auteur was (“Voor Dirk. Van Jeanne. 12 oct. ‘45”). Dit is de tekst van een herdenkingsstuk dat voor het eerst op 6 juni 1945 werd uitgevoerd in de stadsschouwburg, door een toneelgroep met de naam 5 mei 1945.

Ook Ed. Hoornik was bevriend met Binnendijk en hij volgde hem op als redacteur van het maar kort bestaande tijdschrift Centaur. Om die reden ook twee werken van hem in het kavel: De vis (ik had al de uitgave van De Roos uit 1965, maar nu dus ook het origineel, met opdracht: “Voor Dick en Enny. Ed. Hoornik, 2 april ‘62”) en De overlevende. In dat laatste boek (“voor Dick en Enny”) zit een handgeschreven brief waarin de briefschrijver een bespreking van dit boek door Anton Koolhaas in het NRC terugstuurt (“Lieve Dick. Met veel dank het knipsel retour”). De brief is geschreven op het briefpapier van de classicus Everhardus Otto Houtsma en volgens de beschrijving van het boek in de catalogus zou dit een brief van deze Houtsma moeten zijn. Maar... E.O. Houtsma overleed al in 1905, dus deze brief uit 1968 moet afkomstig zijn van zijn (klein)kind, vermoedelijk, want de letters E.O. zijn op het briefpapier doorgestreept maar de naam Houtsma niet. Dus welke Houtsma woonde er in 1968 op de Bloemgracht 4 in Amsterdam?

Hoe dan ook - de brief bespreekt de recensie van Koolhaas (“dat ik het anders zie dan Ton”) en sluit onder de onleesbare ondertekening af met het begin van een recept voor spitjes. Die start van het recept herhaal ik met veel plezier - zo krijgt dit blog ook nog eens een kookrubriek:
"Laat allerhande vlees in blokjes snijden en zet die 24 uur in een marinade van maisolie, citroensap, peper, laurier, tikje zout, tijm, knoflookpoeder en mespunt gemberpoeder."
Hier stopt de brief, dus wat Dick en Enny na 24 uur met de gemarineerde vleesblokjes deden zullen we nooit weten. Maar wie trekt krijgt in spitjes, vindt hier een hedendaags recept.

Het kavel werd op catawiki aangeboden door antiquariaat Fokas Holthuis, van wie ik sowieso een vaste klant ben. Ik heb al een stevig rijtje boeken van Fokas in mijn bibliotheek staan en put graag kennis uit de goed gedocumenteerde nieuwsbrieven en catalogi. Toen ik het kavel ontving zat daar catalogus 59 bij uit november 2012 bij. Hierin staan alle boeken uit het kavel opgesomd - ze hadden dus al ruim 7 jaar doorgebracht op de planken bij Fokas. De catalogus begint met een mooie Ten Geleide, waaruit duidelijk wordt dat de boeken in de catalogus - en dus ook die nu in mijn bezit zijn - afkomstig zijn van een studeerkamer in Nijmegen. Het leeuwedeel van het boekenbezit van Binnendijk werd na zijn dood verkocht aan Antiquariaat Schuhmacher, maar deze bleven kennelijk achter. Ik heb al eerder bij Fokas boeken gekocht uit een deel van een schrijversbibliotheek: mijn exemplaar van de De Roos-uitgave De Harp was afkomstig uit de bibliotheek van de Nijhoffs. Ik schreef erover in dit bericht.

Fokas schrijft in zijn Ten Geleide dat Binnendijk gezien werd als “een vertegenwoordiger van een voorbije schrijversgeneratie”. Dat de belangstelling voor aan hem gerelateerd werk mede daarom misschien wel klein is, blijkt wel uit deze opbrengst van het kavel. In de toch al bescheiden geprijsde catalogus zouden deze boeken circa €190 moeten opbrengen; ik kocht ze dus voor minder dan 10% van de gevraagde prijs. Ik deed meteen een extra bestelling, want Fokas had nog twee andere boeken staan die ik ook wilde hebben. Dat scheelde in elk geval weer verzendkosten...Voor mij een mooie aankoop en Fokas is van een aantal winkeldochters af hoewel ik mij de teleurstelling over de opbrengst kan voorstellen. En zo werd ik de trotse bezitter van weer 11 boeken met een bijzondere provenance, een mysterieuze brief en een half recept voor spitjes.

26 december, 2019

302 - 311

Nee, dit is niet een verwijzing naar het diefstal-artikel uit het Wetboek van Strafrecht (Heus Edelachtbare! Ik heb al mijn boeken eerlijk gekocht!) en ook geen aankondiging dat ik fan ben geworden van een Amerikaanse rockband. Nee, het is simpelweg het aantal titels dat dit jaar aan mijn bibliotheek is toegevoegd.

Minder dan één titel per dag, maar als ik de zondagsrust in acht zou hebben genomen dan is het ongeveer één titel per dag. Niet slecht! En bijna twee keer zoveel als vorig jaar. Gek genoeg had ik het gevoel dat ik het dit jaar rustig aan had gedaan. Maar dat komt ook omdat ik sommige titels in bulk had gekocht; met een paar aankopen werd ik tientallen titels rijker. Hoewel ik meestal meer plezier heb in het zoeken en het titel voor titel bij elkaar kopen van een collectie, is het soms toch ook gewoon leuk om een hele stapel tegelijk te kopen en in één keer een serie compleet te hebben.

Als ik de jaaroverzichten van andere verzamelaars lees (Danny Habets en Perkamentus) dan zie ik dat ook zij langzaam afdrijven naar het rijk der bibliomanen. Maar wel met goede voornemens om volgend jaar écht te gaan minderen. Dat voornemen heb ik trouwens niet: de verzameling begint nu eindelijk een beetje vorm te krijgen, maar er zijn nog lacunes genoeg. Ik hoop dus dat dit tempo blijft.

Wat kocht ik dan zoal, al dan niet in bulk? Een greep uit de aanwinsten:

Stichting de Roos

Over complete series gesproken: in mijn vorige jaaroverzicht vertelde ik dat ik in 2018 een forse stap had gezet met het verzamelen van uitgaven van deze bibliofiele uitgeverij. Ik rook de eindstreep. Ik had er nog circa 10 te gaan - behalve de vooralsnog onbetaalbare Escher en eventuele nieuwe uitgaven die zouden verschijnen. Welnu, deze 10 heb ik in bezit. Zojuist heb ik de bestelling voor de laatste ontbrekende uitgave in mijn bibliotheek (Avond van Anna Achmatova) de digitale deur uitgedaan zodat ik voor het einde van het jaar de complete collectie De Roos min één op de plank heb.

Maar wacht, er is meer! Niet alleen heb ik mijn uitgaven van De Roos compleet gemaakt, ik heb ook een upgrade van mijn serie toegepast. Met dank aan de veilinghuizen Bubb Kuyper, Burgersdijk en Niermans, het Venduehuis in Den Haag en antiquariaat Fokas Holthuis: bij hen kocht ik verschillende kavels De Roos waarmee ik niet alleen een paar gaten in de collectie vulde maar ook bestaande exemplaren wisselde voor meer bijzondere. Zo kocht ik:
- auteursexemplaren van de uitgaven De koning is dood van Cees Nooteboom (uit 1961, één van de 10) en De dood van Cuchulainn van Mrurhevna  van A. Roland Holst (uit 1951, één van de vijf)
- verschillende nieuwjaarswensen van Stichting de Roos c.q. Chris Leeflang die los van de uitgaven verschenen
- varianten op reguliere uitgaven, zoals een exemplaar van The Nowaks van Christopher Isherwood met een ander omslag,  exemplaren van De kinderen van Lir en Winter aan zee van A. Roland Holst met afwijkende omslagen en een proefdruk van Priapeeën van Geerten Gossaert
- daarnaast verwisselde ik een aantal ongenummerde exemplaren voor genummerde en verving ik een paar lelijkere exemplaren voor mooiere. Zoals die beschadigde Huissens van Bordewijk waar een stukje omslag van miste, en die Bartleby van Melville waar ik geen foedraal van had en die poeplelijke versie van Terugreis van Dylan Thomas waar ik nu een mooie van heb. En kon ik bij een aantal exemplaren de originele aanbiedingsbrief van De Roos toevoegen.
Kortom, er staat een prachtige complete (ja, ja: op één na) collectie De Roos in sublieme conditie bij mij op de plank, met verschiilende echt bijzondere exemplaren - deze zijn de zeldzame onder de toch al bibliofiele exemplaren.

Toen ik dit voorjaar een stapeltje Rozen ophaalde bij Bubb Kuyper raakte ik aan de praat met Jeffrey Bosch. Hij merkte droogjes op dat De Roos best mooie boeken maakte, maar dat de uitgaven unieker zouden zijn als De Roos oorspronkelijk werk zou hebben gepubliceerd, en niet alleen teksten die al eerder waren gepubliceerd. Daar had hij natuurlijk gelijk in: je verzamelt De Roos vanwege de schoonheid van de boeken, niet vanwege de originaliteit van de inhoud.

Slibreeks

Dus toen ik De Roos zo'n beetje compleet had, dacht ik na de opmerking van Jeffrey wat verder na over originele reeksen. Ik ben namelijk toch een reeksenmens: ik ben gek op series en reeksen en als ik een paar uitgaven uit een reeks heb, dan wil ik de serie ook compleet hebben. Terwijl ik mijmerend in mijn bibliotheek stond zag ik dat ik al een paar uitgaven uit de Zeeuwse Slibreeks had. Deze serie bestaat al sinds de jaren '70, werd jarenlang uitgegeven door CBK Zeeland en wordt gevormd door veel poëzie, maar ook proza of grafisch werk, van veelal Zeeuwse auteurs of kunstenaars of in elk geval met aan Zeeland gerelateerde teksten of beelden. Ik heb niks met Zeeland behalve dat het een mooie provincie is, maar ik vind dit een aansprekende serie: mooi uitgegeven, veel variëteit, grafisch interessant en veelal oorspronkelijke teksten. En dus leuk om te verzamelen, ook omdat het betaalbaar is: in elk antiquariaat staan wel een paar exemplaren van deze reeks voor een paar euro en daarmee prima materiaal om in de loop van de tijd bij elkaar te verzamelen.

Om deze serie een echt goede start te geven in mijn boekenkast besloot ik een fundament te leggen door twee bulkaankopen, van respectievelijk 50 en 30 boekjes. Via boekwinkeltjes.nl kocht ik de eerste 50 nummers in de serie, in Deventer bij een antiquariaat nog zo'n 30. En omdat ik zo lekker bezig was kocht ik links en rechts via Marktplaats nog wat nummers zodat ik intussen binnen een paar weken 109 van de 154 exemplaren bezit.

Als ik ze zie staan word ik daar tevreden van: het is een mooi reeksje en het verzamelen waard. Ik ga nog veel zoekplezier beleven aan het vinden van de ontbrekende 45 nummers. En zoals in elke serie zijn ook hier een paar kroonjuwelen die veel duurder zijn de rest. Dat lijkt in elk geval te gelden voor nummer 131, De Wind van Marinus Boezem die bijzonder is vormgegeven en extra's bevat. Het wordt een uitdaging om die voor een zacht prijsje op de kop te tikken!

Crawford deuren

In de jaren '90 van de vorige eeuw begon het bedrijf Crawford deuren met een serie nieuwjaarsuitgaven, steeds bestaande uit 4-5 verhalen van Nederlandse auteurs. De uitgaven kregen een herkenbare naam: De eerste deur, de tweede deur, enzovoorts tot de vijfentwintigste deur. Ik had al langer een oogje op deze serie omdat het zo'n mooi palet aan auteurs omvat. Dus toen ik de complete serie onlangs op Marktplaats zag staan sloeg ik toe en nu staan de hele deuren-reeks te pronken in mijn kast.

Eén van de auteurs in de reeks is A.F.Th. van der Heijden. Hij schrijft over zijn bijdrage in Engelenplaque:
"Er heeft me een verzoek bereikt voor het schrijven van een verhaal, waar op z'n minst ergens een deur in voor moet komen, als dan niet open of dicht of uit z'n hengsels. Een reclamebureau, NPP, verzorgt een bundel van vier verhalen van vier verschillende schrijvers voor een bedrijf genaamd Crawford Deuren BV, dat het als nieuwjaarsgeschenk onder z'n relaties wil uitdelen. Ze bieden f 1000,- en och, in elk verhaal komt wel een keer een deur voor, dus zo hoerig hoef ik me niet te voelen. Ik denk meteen aan onze pas nog hemelsblauw geverfde voordeur, die de oude mevrouw Hoogland van driehoog zo in verwarring heeft gebracht... Een probleem is alleen dat het binnen vier dagen af moet zijn. Morgen beginnen en dan in één ruk."

Hij haalde de deadline en het verhaal van Van der Heijden kreeg de naam De achterdeur en is verschenen in De vijftiende deur uit 1993, samen met verhalen van Yvonne Keuls (Hoe kom ik de deur uit?), Koen Peeters en Erik Verpale.

Nescio

Dit jaar was ook een aardig Nescio-jaar. Hoewel niet al het nieuws (direct) goed nieuws was. Fijn was wel dat ik weer wat gezochte uitgaven kon toevoegen aan mijn Nescio-verzameling: bij Uitgeverij Fragment kocht ik het werkje De Nescio leesclub van A.L. Snijders (wat behalve de titel nauwelijks over Nescio gaat). Bij De Slegte in Gent kocht ik de Poolse vertaling van Nescio's verhalen die al heel lang op mijn verlanglijst stond. En van Maurits Verhoeff kocht ik het bibliofiele werkje Weermacht & ingesteld zijn op en de Nescio-uitgave van Uitgelezen boeken met de subtitel "Voor een koopje ben ik voor hen niet thuis". En via Marktplaats dan nog de Arvix-uitgave (oplage 1000) van Nescio's Titaantjes en een leuk tweede drukje van Mene Tekel. Maar ik ontdekte daarnaast nog een aantal bibliofiele uitgaafjes die ik gemist had, zoals twee Engelse vertalingen van Nescio, een speciale uitgave van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Oftewel: mijn lijst met Nescio-desiderata groeide net zo hard als het aantal opbrengsten.. Een never-ending verzamelavontuur kortom, ook al heb ik thans 98 Nescio- of Nescio-gerelateerde uitgaven. Haal ik 2020 de 100?

Genootschap van Bibliofielen

Nee, ik ben nog steeds geen lid van het mooiste genootschap van Nederland, het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (sorry Perkamentus!). Maar ik vind wel dat ze hele mooie uitgaven produceren (dankjewel Perkamentus!). Ik miste de eerste 20 jaarboeken van het Genootschap en die kon ik via een veiling op de kop tikken. Daarnaast kocht ik via Catawiki de prachtige uitgave Uit de schaduw (ik schreef er een blog over).

Boeken over boeken

Altijd maar weer boeken over boeken... een verzamelgebied dat mij blijft fascineren. Een paar pareltjes die erbij kwamen behalve bovenstaande jaarboeken: de Bébert-uitgave van De Bibliofiel van Komrij, de speciale uitgave van De Roos van Rademacher Schorer's Bijdrage tot de renaissance der Nederlandse boekdrukkunst, de oogst van de Dordtse boekenmarkt waar ik een blog over schreef, mijn aankoop van een  Catawiki-kavel met de boeken van Uffenbach, Oorbare zaken van Brongers: al met al 47 aanwinsten voor deze categorie.

De kassa

Allemaal leuk en aardig, 311 boeken erbij. Maar wat kost dat wel niet?
Nou, eigenlijk valt dat wel mee. Zoals gezegd kocht ik veel bij veilinghuizen waarbij ik - net als vorig jaar - de overtollige boeken doorverkocht. En soms kocht ik een kavel met de enige intentie om het in stukje door te verkopen. Maar ik vond bijvoorbeeld ook in de zomer een koopje op Marktplaats mnet een doos vol nieuwjaarsgeschenken van uitgeverijen à 1 euro, waarvan ik een deel voor bijna 100 euro doorverkocht (winst: 60 euro plus 16 boeken). Sommige boeken kocht ik ook op Marktplaats alleen voor de winst, zoals een gesigneerde uitgave van de verzamelbundel Kristal 1938 met o.a. een handtekening voor Bordewijk. Inkoop 19 euro, opbrengst 87 euro. Weer ruim 50 euro verdiend! Al met al kocht ik op verschillende veilingen 17 kavels met boeken voor € 1805, ik hield daarvan 28 boeken (veel de Roos, maar ook een mooie in linnen gebonden 2e druk van Nescio) en verkocht de rest voor € 2439. Ja, ik moest ook even twee keer rekenen om te checken of dit geen tikfout was. Maar wat blijkt: ik heb dit jaar 94 kavels via Catawiki verkocht, plus nog een paar dingen via Marktplaats. Alleen al daardoor die winst van € 635 én 28 fraaie boeken erbij. Met dat geld financierde ik een groot deel van mijn overige aankopen. Ik heb het niet op de euro precies berekend, maar volgens mij was dit een redelijk neutraal jaar qua financiën..
Als ik trouwens die 94 kavels nog eens naloop, dan zie ik dat het vooral uitgaven van De Roos waren. Sommige boeken kreeg ik voortdurend in handen: ik heb The Raven van Poe vier keer verkocht. Ik begrijp trouwens niets van de dynamiek op Catawiki: in februari verkocht ik The Raven voor €28, in april voor €82 en vervolgens twee keer in september, één keer voor €57 en één keer voor €47. Ook Animal farm van Orwell verkocht ik vier keer, in februari voor €57,50 en in september samen met een andere De Roos-uitgave voor €28, eigenlijk voor €14 per boek. Het gaat dus alle kanten op! In feite is Catawiki ook een soort van loterij, ik verkocht een exemplaar van Puzzles van Cuney in oktober voor €32 en in december ging een vergelijkbaar exemplaar weg voor €85. Wat er in 2 maanden gebeurde is mij onduidelijk, maar het is wel jammer dat ik 'm niet in december verkocht...

Vorig jaar zei ik nog: bibliofilie is een goedkope hobby. Ik wil dat graag herformuleren: bibliofilie is de goedkoopste verslaving die er bestaat, het enige wat het je kost is tijd en geduld, maar het hoeft nauwelijks geld te kosten zoals uit mijn relaas blijkt.

14 december, 2019

301 - Onzichtbare boeken in de KB (2)

Nadat ik in het weekend van de wetenschap had rondgekeken in de ondergrondse kelders van de Koninklijke Bibliotheek (zie vorige blog) en daar de normaal gesproken 'onzichtbare' boeken in de kelders had gezien (die natuurlijk helemaal niet zo onzichtbaar zijn want je kunt ze gewoon opvragen), kwam ik terecht op de tentoonstelling Bijzondere vrouwen, bijzondere boeken in diezelfde KB. Ik was onder de indruk van de bijzonderheid van deze boeken en van de vrouwen die in de late middeleeuwen en renaissance-tijd tegen de klippen op hebben gestreden om hun talenten te mogen inzetten. Dat leverde een paar prachtige boeken op en mooie verhalen: rolmodellen voor de generatie van nu. Ik zal mijn dochter ook nog eens langs sturen naar deze tentoonstelling!

Maar één boek op die tentoonstelling trok in het bijzonder mijn aandacht (én maakte een grote begeerte in mij wakker) en dat was het onzichtbare boek. Het (letterlijk) onzichtbare boek is van Elisabeth Tonnard, een kunstenaar en dichter die veel werkt met (gevonden) foto's, (gevonden) teksten en die combineert in een reeks prachtige kunstprojecten en boekuitgaven.

Ik kende haar niet maar ik vond het onzichtbare boek onmiddellijk fascinerend. In de vitrine van de KB lag alleen de factuur voor het boek (het factuurbedrag is € 0,-) als bewijs dat de KB een exemplaar bezit. Dus wat is het onzichtbare boek nu eigenlijk?

Mijn eerste associatie was die van een volmaakt boek, dat er vooral is voor de verzamelaar die het boek idealiseert en uitsluitend voor zichzelf heeft. Aan de andere kant was er ook de puzzel: hoe kan je een onzichtbaar boek eigenlijk bezitten? Maar dat het wel degelijk kan blijkt uit de factuur in de vitrine bij de KB. Het is een boek dat je niet kunt bezitten en toch kunt bezitten, en juist daarom wilde ik het natuurljk ook hebben.

Toevallig las ik in diezelfde week het verhaal De onzichtbare verzameling van Stefan Zweig, in de prachtige AfdH-uitgave waarin ook het verhaal Boekenmendel staat. In mijn - genummerde - exemplaar van deze uitgave stond het verhaal van een blinde verzamelaar die dacht dat hij een prachtige verzameling prenten had, maar zijn familie had deze uit geldnood verkocht en vervangen door blanco papier. Toch bleef hij genieten van zijn verzameling omdat hij dit niet wist en hij de werken voor zich zag als hij de lege vellen aanraakte. Dit is de omgekeerde onzichtbaarheid: je denkt dat je iets hebt, maar het is er niet meer. Dit onzichtbare boek van Tonnard heb je niet, maar het is er toch.

Toen ik nog wat doormijmerde over dit onzichtbare boek bedacht ik mij dat dit boek juist de vergeefsheid van mijn verzameling uitdrukt. Ben ik onbewust op zoek naar het volmaakte boek en probeer ik (als een soort van toren van Babel) een onvolmaakt bouwwerk te maken dat uiteindelijk de hemel bereikt? En wordt die vergeefsheid uitvergroot door het concept van het onzichtbare boek? Als ik daarover doordenk wordt het bijna een spirituele ervaring... Ik moest ook denken aan het verhaal van Borges, De bibliotheek van Babel, waarin de bibliotheek (of: het universum) "door haar omvang en oneindigheid alle boeken omvat die geschreven zijn of ooit geschreven zullen worden en daarmee antwoord kan geven op alle basismysteries van de mensheid, alsook voorspellingen van de toekomst, inclusief alle denkbare variaties daarop". Dus je kunt een bibliotheek van Babel bouwen óf je kunt het allemaal laten samenvallen in het absolute nulpunt, het onzichtbare boek.

Het gebeurt niet vaak dat ik zo onder de indruk ben van een boek, dus het was tijd om op onderzoek uit te gaan. Allereerst werd ik aangenaam verrast door de website van Tonnard waarop verschillende projecten staan. Zoveel creativiteit: wat te denken van het boek One swimming pool, waarvan de bladzijden losgehaald kunnen worden en met elkaar een grote foto van een zwembad vormen. Het droge commentaar van Mishka Henner over dit boek: "If there ever was a book to dive into, this would be it". Of de tipp-ex gedichten: Let us go then, you and I waarbij steeds hetzelfde gedicht van T.S. Eliot is afgedrukt met alle woorden behalve een paar wegetipp-ext. De overgebleven woorden vormen nieuwe gedichten... Mijn persoonlijke favoriet is The story of a young gentleman, dat een ultrakort verhaal is over een jongeman die Oorlog en vrede leest en in het verhaal van een paar zinnen is Oorlog en vrede integraal afgedrukt... Het contrast tussen het verhaal van een paar zinnen en de integrale Oorlog en vrede vind ik briljant gevonden.

Maar ook op de website van Tonnard viel te lezen dat Het onzichtbare boek niet meer te koop was. Desondanks verdiepte ik mij nog wat verder in deze uitgave. Ik vond een interview van Ton van Vroonhoven met Tonnard over dit boek, uit 2014. Zij zegt:
"Veel ideeën ontstaan bij mij uit ergernis. Ik erger me bijvoorbeeld aan de manier waarop artikelen geschreven worden in huis-aan-huis bladen. Dat wil ik dan benadrukken door de stijl te comprimeren en woorden weg te laten. Mijn onzichtbare boek heb ik ook uit ergernis gemaakt. Ik zat toen in een kunstenaarscoöperatief ABC Artists' Books Cooperative met onder andere Joachim Schmid en dan maak je ook andermans ergernissen mee met productie en verkoop. Zo'n ergernis was dat mensen soms verwachten dat iets helemaal perfect gedrukt en gebonden is en toch hetzelfde kost als een boek in de boekhandel terwijl het in een veel kleinere oplage of op een andere manier gemaakt is. Het mag niets kosten en het moet perfect zijn. Toen dacht ik: dan maak ik een onzichtbaar boek. Dat is helemaal perfect, bevat geen fouten en kost nul euro en heeft ook nog een beperkte oplage. (...) Toen het uitkwam heb ik het op mijn website aangeboden en dezelfde dag heeft Joachim Schmid ze alle honderd besteld. Toen hebben we gezegd: probeer het nu op eBay aan te bieden zodat mensen er op kunnen bieden. Het gaat dan nog een fase verder, het gaat over de ergernis dat de kunstenaar vaak weinig verdient en dat handelaren proberen er veel geld voor te vragen als iets eenmaal is uitverkocht. Op eBay zijn er daadwerkelijk mensen gaan bieden. Het is een rare wereld, zelfs boekjes die bij mij te koop zijn voor 25 euro staan al voor 200 euro op Amazon."
Dit zijn herkenbare observaties. Ik vind dat een mooi boek iets mag kosten - kijk naar mijn collectie Stichting de Roos - maar ik wil natuurlijk ook liever niet teveel betalen. Dus ik ben blij met een voordeeltje of een goede aankoop op een veiling. Tegelijkertijd koop ik dure boeken die ik mooi vind ook direct bij auteur of uitgever. Vaak gaat het om margedrukkers of kleine uitgevers, die kunnen immers wel wat steun gebruiken.

Ondertussen had ik nog steeds geen exemplaar van het onzichtbare boek. Internet afspeuren hielp niet, eBay gaf geen resultaten meer en uiteindelijk bleef er nog maar één optie over: Elisabeth Tonnard contacten. Dat lukte en zij liet weten dat zij geen exemplaren meer had (dat vermoedde ik al) maar dat zij haar collega Joachim Schmid zou vragen een exemplaar van de eerste uitgave op eBay te zetten. En toen ging het snel: het boek verscheen op eBay, ik bood erop en was doodsbang voor tegenbieders. Maar die kwam er niet en na 5 dagen was het boek van mij. Ik ontving per mail een mooi certificaat als bewijs.

Uiteraard wilde ik mijn certificaat laten signeren. Ik printte het certificaat en stuurde dit weer op naar Elisabeth Tonnard, samen met een ander boek dat ik al van haar had. Dat was de uitgave De wolkeen uitgave in de Slibreeks, waarover in een volgend blog meer. En ik kreeg het terug, met de mededeling dat zij het niet kon signeren omdat het certificaat gemaakt was door Joachim Schmid. Maar dat briefje is voor mij genoeg voor de erkenning van de auteur, en ik zal het met mijn certificaat bewaren naast mijn onzichtbare boek.

Het was een mooi avontuur. Ik ben trots dat ik één van de boeken die volgens de KB tot het meest bijzondere behoren dat door vrouwen in Nederland is gemaakt nu bezit. En ook nog na zo'n mooie zoektocht, waaruit wat mij betreft blijkt dat als je een boek écht wilt hebben, het op één of andere manier altijd naar je toekomt.

Naschrift: Een reactie onder dit bericht verwijst naar een tweet die ik graag herhaal. Sowieso waardevol om het twitteraccount @FrankBoeken te volgen. Hij schrijft: "Laatst had ik een klant die ook een exemplaar bezat, maar het steeds kwijt was. Na overleg hebben we besloten een onzichtbare overslagdoos te maken met een zichtbaar titelschildje. De rekening bedroeg ruim 900 euro. Het benodigde materiaal was immers moeilijk te vinden.😆". Ik ben dan wel benieuwd hoeveel materiaal er dan gebruikt wordt. Want het zou wat zijn als het onzichtbare boek er uiteindelijk toch niet inpast... 

27 oktober, 2019

300 - Onzichtbare boeken bij de KB (1)

In het eerste weekend van oktober van dit jaar was er in het kader van het weekend van de wetenschap een mooie gelegenheid om een rondleiding door de Koninklijke Bibliotheek te krijgen. Wat mij aantrok in de aankondiging was de tekst was de melding "met rondleidingen door de ondergrondse magazijnen, workshops zoeken in online bronnen en een presentatie over de digitale jaren negentig" Met name de ondergrondse magazijnen wilde ik wel eens zien: als daar alle in Nederland of in het Nederlands gemaakte boeken staan, hoe ziet dat er dan uit?
De rondleiding bracht ons die middag door de hele KB. Aan het begin van de rondleiding werd nog gevraagd waar de belangstelling naar uitging. Om te voorkomen dat we te lang op allerleid 'bovengrondse' plekken zouden blijven maakte ik duidelijk dat met name de ondergrondse magazijnen het doel van mijn bezoek waren.
Dit wilde niet zeggen dat de rest van het bezoek oninteressant was, integendeel. We kregen een mooi kijkje in het reilen en zeilen van de KB, het gebruik van verschillende ruimtes en catalogi (zoals de balie Bijzondere Collecties). Wat ik niet wist, maar wat wel logisch is, is dat elk boek bij bijzondere collecties wordt gewogen voordat het wordt uitgeleend. Diefstal van pagina's uit boeken kan dan snel ontdekt worden (nog los van het feit dat elke bezoeker in die ruimte door meerdere camera's in de gaten wordt gehouden). Ook kregen we een boeiende presentatie over de digitalisering van materiaal. Aan de ene kant is er de situatie dat digitale bronnen evolueren: al het materiaal dat op floppy of CD-i beschikbaar is, kan straks niet meer gelezen worden. Dus dat moet worden omgezet. Tegelijkertijd blijkt dat digitaal materiaal kan beschadigen: een byte hier of daar die beschadigt, kan een werk ontoegankelijk maken. Dus hoe houd je digitaal materiaal voor de toekomst beschikbaar? En daarnaast: Als steeds meer materiaal uitsluitend digitaal beschikbaar is, dan moet een instituut als de KB allerlei nieuwe manieren vinden om het materiaal te verzamelen. Ik schreef in 2013 al hoe ik een brief kreeg van de KB waarin werd aangekondigd dat mijn weblog verzameld en "duurzaam opgeslagen" wordt. Tijdens de rondleiding hoorde ik dat ongeveer 0,15% van de .nl websites gearchiveerd is... Ik was toch blij dat ik niet bij die 99,85% van het Nederlandse internet hoor die in de toekomst vergeten zal worden. Ik ben al een buitenbeentje omdat ik überhaupt wel eens een boek lees, zelfs wel eens een boek koop en intussen mijn 3500e boek in mijn collectie heb gezet... Dat ik ook nog een buitenbeentje van het internet ben omdat mijn schrijfselen voor de toekomst bewaard blijven kan er dan nog wel bij.

Uiteindelijk kwamen we dan toch in het ondergrondse boekendepot, het 'onzichtbare' deel van de KB. Ook hier weer een grondige uitleg over hoe de boeken binnenkomen en hoe ze verwerkt worden. Het is even omschakelen om in deze immense verzameling van boeken te kijken. De boeken worden er niet op auteur of alfabetische volgorde gezet, maar ze worden gesorteerd op formaat. Uiteindelijk is dat de meest efficiënte manier van opslaan natuurlijk, maar het ziet er vreemd uit. En per formaat staan de boeken er op volgorde van binnenkomst, zodat er geen enkele logica in zit. Maar dat hoeft ook niet, een boek is op andere manieren vindbaar en dit is alleen maar opslag, geen etalage. Het blijft desondanks een beetje vreemd om een roman naast een juridische verhandeling, naast een gebruiksaanwijzing van een auto naast een reisgids te zien staan... zonder enig verband anders dan de grootte. Achter deze ogenschijnlijke chaos bevindt zich echter een ijzeren logica die maakt dat elke boek systematisch wordt opgeslagen en terugvindbaar is. Hoewel... er wordt wel eens een boek op de verkeerde plek teruggezet, en dan is het kwijt. Want hoe moet je het ooit terugvinden als het niet bij het goede nummer wordt neergezet? Onze rondleider gaf aan een neus voor verkeerd geplaatste boeken te hebben. Als hij een melding krijgt van een boek dat kwijt is, dan kijkt hij naar de informatie en dan heeft hij vaak wel een idee waar het zou kunnen zijn, en meestal klopt dat. Maar er zwerven dus ook boeken in de KB die er wel zijn, maar die niemand meer kan vinden omdat ze net op de verkeerde plank staan, waar niemand kijkt...

Sowieso was het ook op een andere manier vervreemdend om naar al die boeken te kijken. Ik bekeek een enkel boek en dan heb ik de zoveelste druk van een middelmatige roman in handen. Ik denk dat de kans dat dit boek ooit opgevraagd wordt of onderwerp van onderzoek is zo'n 0% is. Idem voor gedateerde informaticaboeken (de zoveelste druk van een boek over Windows '95) bijvoorbeeld. De KB doet zo zijn best om álles te verzamelen wat er in Nederland, in het Nederlands of over Nederland wordt geproduceerd en dan staat het daar maar... Zoals van het hele Nederlandse internet 0,15% wordt verzameld zou het mij niet verbazen als van alle boeken in de KB 0,15% ooit wel eens opgevraagd wordt. Of zou dat nog een hoge schatting zijn? Desondanks is het mooi en goed dat hier het geheugen van Nederland in papier staat opgeslagen. In de koele, gesloten ruimtes onder het centrum van Den Haag staan alle onzichtbare boeken keurig in het gelid.

Ik vroeg nog of uitgaven in eigen beheer ook in de KB worden opgenomen. Dat bleek zo te zijn. Ik dacht altijd dat die eigen beheer uitgaven niet welkom waren in de KB, maar waarom eigenlijk niet? Als de KB dit weblog al verzamelt, waarom dan niet de in eigen beheer uitgegeven jeugdherinneringen van iemand, of een verhandeling van een onderwerp dat iemand zelf heel interessant vindt (en de rest van Nederland niet)? Dus iedereen die iets in eigen beheer uitgeeft en het opstuurt naar de KB, kan rekenen op een dankbare ontvangst en een plekje ergens op een anonieme plank in een kelder met betere klimaatbeheersing dan bij de schrijver thuis. De kans dat het werk in de KB overleeft is waarschijnlijk veel groter dan bij de schrijver thuis, en dat is een geruststellende gedachte.

Na deze boeiende rondleiding gingen we nog even langs de tentoonstelling "Bijzondere vrouwen, bijzondere boeken". Daar kreeg het fenomeen "onzichtbare boeken" weer een heel andere dimensie. Maar dat is onderwerp van mijn volgende blog.

29 juli, 2019

299 - Gesigneerd jeugdsentiment op Marktplaats

Ooit in een ver verleden werkte ik in Den Haag op het kantoor van het toneelgezelschap de Haagsche (of Haagse) Comedie. Een mooi, klassiek, legendarisch toneelgezelschap dat de prachtige Koninklijke Schouwburg in Den Haag als thuisbasis had en voorstellingen speelde in het hele land. De Haagse Comedie bracht werk, vooral repertoirestukken, op de planken van alle klassieke auteurs: Shakespeare, Tsjechow, Molière, Racine, Euripides. Maar daarnaast ook modernere stukken: Scola, Ibsen, Medoff, Brecht, Ayckbourn, Albee. Het werken bij de Haagse Comedie - ik kwam er toevallig via een uitzendbureau terecht - was mijn intrede in de wereld van het theater en het was mooi om de wording van een stuk van begin (eerste planning van het repertoire, repetities) tot eind (première in de Koninklijke Schouwburg) mee te kunnen maken. En om al die mensen te ontmoeten die relatief onzichtbaar een theatervoorstelling mogelijk maken: portiers, kaartverkopers, decorbouwers, mensen van het kledingatelier, iedereen op kantoor... er moet een hoop gebeuren voordat een stuk daadwerkelijk op de planken staat. Het was ook bijzonder om elke dag vrijelijk in de oude Koninklijke Schouwburg rond te kunnen lopen: de trappetjes, de gangetjes, onder het toneel, over de zolder... veel romantischer dan dat wordt een werkplek niet.

Maar aan alles komt een eind en de Haagse Comedie werd na 40 jaar te hebben bestaan in 1988 Het Nationale Toneel. Ik herinner mij nog de allerlaatste première van de Haagse Comedie in de Koninklijke Schouwburg waar ik natuurlijk bij was (Happy End van Dorothy Lane [Kurt Weill en Bertolt Brecht]), evenals de allereerste (geruchtmakende) voorstelling van het Nationale Toneel in diezelfde Koninklijke Schouwburg. Woyzeck van Georg Büchner op 14 oktober 1988. Voor een deel van het keurige Haagse publiek dat de toch wat statige Haagse Comedie was gewend was het wat teveel van het goede en mensen liepen tijdens de try-out uit de zaal. Toch is het allemaal goedgekomen met het gezelschap en ook Het Nationale Toneel werd een gerenommeerd gezelschap in Nederland.

Eén van mijn taken als medewerker van de Haagse Comedie en Het Nationale Toneel was het kopiëren van scripts in de oerversie, voor de acteurs en regisseurs voor de eerste lezingen en repetities van het stuk. Dat ging destijds nog met een stencilmachine, beste lezers uit het digitale tijdperk, maar dan had je wel eer van je werk (en vieze vingers). Wanneer het stuk dan uiteindelijk werd opgevoerd in het theater, dan waren van de grotere producties tekstboekjes beschikbaar zoals dat nu ook nog steeds het geval is.

De oude Haagse Comedie heeft verschillende tekstboekjes uitgebracht. Vanaf 1980 verschenen de tekstboekjes in uniform formaat en genummerd in een serie (nummer 1 was Zonder gekheid van Alan Ayckbourn). Ik was toen al besmet met het bibliofilie-virus en daarom wilde ik graag de hele serie tekstboekjes (er waren er 50) compleet hebben. Het scheelde dat ik werkte op het kantoor, zeker toen bij de vorming van het Nationale Toneel alle tekstboekjes van de Haagse Comedie in de uitverkoop gingen. Ook de bezoekers van de Koninklijke Schouwburg sloegen op dat moment groots in om hun collectie compleet te maken: alle boekjes gingen weg voor een gulden (in plaats van fl. 7,50) en mensen gingen met stapels de deur uit. Maar ik kwam er nog verschillende te kort. Vanaf dat moment begon de moeizame zoektocht naar de ontbrekende nummers. In die tijd (stenen tijdperk) voor het internet betekende dat in alle antiquariaten en kringloopwinkels naar het kastje met toneelteksten zoeken en dan maar hopen dat het ontbrekende nummer er tussen stond. Zo heb ik jaren gezocht naar een exemplaar van de tekst van Peter Hacks' Een gesprek in huize Stein over de afwezige heer Von Goethe.
Uiteindelijk vond ik het bij Die Schmiede in Amsterdam en toen was mijn collectie compleet. Het blijkt dat zelfs in deze digitale tijd het boekje van Hacks een lastig te vinden tekst is: op dit moment wordt het voor zover ik weet nergens online aangeboden. Dus wie vandaag dit boekje wil hebben resteert de ouderwetse gang langs offline locaties om het te vinden...

Maar uiteraard bracht ook het nieuwe gezelschap Het Nationale Toneel tekstboekjes uit. Ook in een serie in uniform formaat en leuk om te verzamelen. Nadat ik niet meer werkte op kantoor, werkte ik nog wel in de avonden tijdens voorstellingen in de Schouwburg als verkoper van tekstboekjes en verstrekker van informatie. Een leuke bijbaan, ook al omdat je gratis naar alle voorstellingen mocht (hoewel je sommige stukken wel heel vaak zag. Dat was niet altijd een straf: ik heb Anne Wil Blankers zien schitteren in Shirley Valentine en die uitvoering heb ik denk ik wel een keer of acht gezien, zonder mij een seconde te vervelen. Maar ach, in welk stuk heeft Anne Wil Blankers níet geschitterd? Ik ken wel meer mensen die een paar keer zijn teruggekomen voor deze voorstelling. Of wat te denken van de Gysbreght, heel mooi uitgevoerd met Victor Löw en Peter Tuinman. Ook een keer of vijf gezien). Dus ik bezit ook een rijtje tekstboekjes van Het Nationale Toneel, al is het niet compleet: ik ben gestopt bij nummer 11 want toen stopte ik met werken bij het gezelschap. Ik heb eerlijk geen idee tot hoever de serie is voortgezet en of deze nog wordt voortgezet. Als ik in de catalogus van de KB zoek kom ik niet verder dan nummer 24, maar er zijn er vast meer.

Naast tekstboekjes van de Haagsche Comedie kocht ik in die tijd antiquarisch ook een paar andere jubileumboeken van het gezelschap uit eerdere jaren: bij gelegenheid van het 15-jarig bestaan, het 25-jarig bestaan en het 40-jarig bestaan. Dit vormt allemaal bij elkaar nog steeds de hoofdmoot van het theaterplankje in mijn bibliotheek. Eerlijk gezegd heb ik er de afgelopen jaren weinig aandacht aan besteed en het stond er maar een beetje te staan. Tot ik een paar weken geleden bij toeval op Marktplaats tekstboekje nummer 2 van het Nationale Toneel (Alkestis van Euripides) aangeboden zag in een bijzondere versie: een gebonden editie (tekstboekjes zijn standaard paperback), genummerd en gesigneerd door regisseurs en acteurs. Die moest ik natuurlijk hebben en dat lukte: er is weinig interesse voor dit soort uitgaven kennelijk. Op de foto is mijn exemplaar te zien: nummer 74 van 100, daarnaast waren er 1500 paperbacks (waarvan ik er al eentje had). Zichtbaar zijn de handtekeningen van o.a. regisseur Shireen Strooker, Wil van der Meer (Apollo), Jacqueline Blom (Alkestis), Gijs Scholten van Aschat (Admetus), Alfonse Cox (pleuranten), Marnie Blok, Joke Last, Wim van Rooij en Marjan Linnenbank (allen koor).

Wat een plezier om zomaar ineens een kijkje in het verleden te nemen. Namen van mensen voor wie ik werkte en die mij - als manusje van alles op kantoor - vermoedelijk niet zullen herinneren. Een aantal is trouwens al overleden, zoals vorig jaar Shireen Strooker en ook Wim van Rooij. Maar het zijn desondanks zoete herinneringen aan een mooie tijd, die bij tijd en wijle ook woelig was. Bijvoorbeeld door de Fassbinder affaire van Jules Croiset, die ook impact had op zijn broer Hans Croiset als leider van het Nationale Toneel en waar wij op kantoor het nodig van meekregen. Eerst door de “ontvoering” zelf en later de dramatische nasleep toen bleek dat het allemaal nep was. Later verwerkte Harry Mulisch deze affaire in het boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid. Maar er zijn ook veel warme herinneringen aan de collega’s van kantoor van toen, waarvan een enkeling ook helaas al is overleden.

Maar deze uitgave levert naast mooie herinneringen en een waardevolle aanvulling op mijn collectie ook tal van vragen op. Waarom wist ik - als medewerker van het gezelschap notabene - niets van deze speciale editie? Ik verkócht immers de tekstboekjes van het toneelgezelschap (maar niemand vertelde mij ooit iets..). Maar ook: is dit de enige uitgave die in een gebonden, genummerde, gesigneerde versie werd uitgegeven? Of werd van elk tekstboekje zo’n bijzondere editie gemaakt? Dat is immers niet zo ongebruikelijk, vaak genoeg worden van seriematige uitgaven in grote oplagen een paar exemplaren in een mooie editie gemaakt. Denk maar aan de boekenweekgeschenken: naast de pak 'm beet 800.000 gratis exemplaren zijn er altijd zo’n 250 gebonden en genummerde edities voor de auteur en relaties en vrienden van de CPNB. Werd deze versie bijvoorbeeld gemaakt voor de acteurs in het stuk, de regisseurs, de dramaturgen en kregen die elke keer zo'n exemplaar? Ik kan online in elk geval geen andere luxe exemplaren en ook geen verdere informatie vinden. Niks in de catalogus van de KB, niks bij Antiqbook of Boekwinkeltjes, niks bij Abebooks, niks online.. Het zal een raadsel blijven totdat er wellicht ooit weer zo’n exemplaar opduikt bij Marktplaats of op een veiling. Maar zelfs dan: zolang ik het verhaal erachter niet ken, kom ik geen stap verder. En weet ik dus ook niet of ik op jacht moet naar vergelijkbare exemplaren van de andere titels van Het Nationale Toneel. Dat wil zeggen: op jacht ga ik sowieso, maar of ik ooit iets zal vinden is nog maar de vraag.

Kan een van de lezers van dit blog mij wellicht verder helpen?

Update oktober 2022: Intussen staat er één nieuw exemplaar van een gesigneerd tekstboekje van Het Nationale Toneel op boekwinkeltjes.nl. Het betreft wederom Alkestis, dit keer nummer 4 van de 100. Op de foto is te zien dat de volgorde van namen ruwweg gelijk is aan die van mijn exemplaar, en het zijn ook net zoveel handtekeningen. Kennelijk zijn ze alle 100 in dezelfde sessie gesigneerd. Evengoed: zou het van alle tekstboekjes dan toch alleen Alkestis zijn geweest waar zo'n speciale uitgave van is gemaakt? De speurtocht gaat verder...

08 juli, 2019

298 - De Dordtse boekenmarkt: meet, greet en meer boeken

Het is dat mijn dochter mij eraan herinnerde dat het bijna tijd was voor mijn beurt op de meet & greet met bloggers en vloggers in de Dordtse bibliotheek anders was dit stukje niet geschreven. Ik was namelijk afgeleid en verdwaald in een van de honderden kramen ergens in het centrum van deze prachtige stad. Ik had net een hilarische dialoog gehoord tussen twee boekverkopers en een klant. De klant stond te bladeren in een dik boek van Johannes van Dam en ongevraagd nam de boekverkoper het woord:

Verkoper 1: Nieuw is het 50 euro.
Klant: Wat?
Verkoper 1: Nieuw is het 50 euro
Klant: Oh...
(Stilte)
Verkoper 2: En nu dan?
Verkoper 1: Wat?
Verkoper 2: Nieuw is het 50 euro. En nu dan?
(Klant bladert ondertussen rustig door)
Verkoper 1: 25 euro
Klant: Dat is mij te duur. Ik geef er 20 voor
Verkoper 1: Akkoord

Even later staat er in dezelfde kraam een klant met drie Kuifjes in zijn hand (hardcovers).
Verkoper 2: Vindt u ze mooi?
Klant (man, midden 50, kalend): Mjah (je ziet hem denken: niet te gretig kijken...)
Verkoper 2: U heeft er verstand van zo te zien. Wat vindt u ze waard?
Klant: Tsja, dat weet ik niet (je ziet hem denken: ik moet oppassen dat ik niet verkeerd gok)
Verkoper 2: Stel u bent mijn compagnon en u mag deze boeken prijzen. Wat adviseert u mij om in het boek te zetten?
Klant: Ehmm...
Verkoper 2: Ik heb echt advies van u nodig. Wat zou dit waard zijn?
Klant: Mmmm...
Verkoper 2: Oké, ik ga u een plezier doen. De prijs voor deze drie is... wat zal ik er van maken... omdat u er verstand van hebt... de prijs van deze drie wordt... even denken... ik maak het af op... 21 euro!
Klant: Ik hou meer van Suske en Wiskes..

En zo ging het de hele dag op de boekenmarkt. Ik vroeg mij af hoe verkopers deze boekenmarkt waarderen, ten opzichte van bijvoorbeeld Deventer. Verschillende verkopers gaven aan dat Dordrecht hun favoriete boekenmarkt was. Het is ruim opgezet, het is er lekker rustig in tegenstelling tot Deventer en dus kunnen mensen goed zoeken. Een boekverkoper (en een klant die zich in het gesprek mengde beaamde dat) gaf aan dat het in Deventer na tien uur ‘s morgens zo druk is, dat je eigenlijk nergens meer kan zoeken omdat mensen drie rijen dik voor de kramen staan. “Vooral langs de IJssel is het niet te doen”. Ik suggereerde nog dat het wel meer omzet oplevert maar toch won Dordrecht het nog. Ook omdat er in Dordrecht kennelijk een verbod is op kramen vol met uitverkoop. Het schijnt dat de organisatie daar ook op handhaaft. Desondanks zag ik nog wel een aantal kramen met vrijwel alleen boeken voor 2,50, of alles halve prijs. Maar ik zag zeker ook veel kwaliteitsboeken en meer dan ik gedacht had.
Er waren natuurlijk ook handelaren onder de bezoekers op de markt. Ik zag bij een kraam, waar ik iets voor 5 euro afrekende (en waarbij de pinautomaat weigerde, zodat mijn aankoop zeker 10 minuten duurde...) iemand met drie tassen vol zware in leer gebonden boeken weglopen. Dat bleek een Duitse handelaar die in Dordrecht inkopen kwam doen. De verkoper zei dat zijn prijzen laag waren, maar dat hij liever veel omzet had dan zijn prijzen te verhogen (“Ik krijg zoveel boeken aangeboden meneer, ik raak ze anders niet kwijt). Een dialoog aan een andere kraam:

Klant (om circa half elf ‘s morgens): Er zit niet veel goed spul tussen hè?
Verkoper: ...
Klant: Ja, ik ben namelijk een handelaar dus ik ben altijd op zoek naar goede spullen
Verkoper: De echt handelaren waren hier vanmorgen om 7 uur om de goede spullen te kopen..

Ondertussen zit ik aan mijn tafeltje in de bibliotheek deze blog te schrijven en er lopen mensen in en uit de bibliotheek. Mij aanspreken is er nog niet bij, hoewel de organisator moedige pogingen doet mensen te interesseren voor mijn aanwezigheid. De enige vragen die ik heb gekregen zijn waar de koffie-automaat staat (weet ik niet) en of er ook afgeschreven boeken worden verkocht in de bibliotheek (vast wel, maar niet hier).  Zojuist tuurde een man met een mooie lange paardenstaart (in vlecht) naar de poster waarop ik met mijn mede bloggers/vloggers aangekondigd sta maar hij liet het bij “hm” alvorens verder te lopen: geen behoefte aan een meet, laat staan een greet, met sneuper kennelijk. Ik voerde wel een mooi gesprek met de blogger/recensent die na mij kwam: Alek Dabrowki. Hij gaat aan de slag met de kandidaten voor de debutantenprijs van wie de winnaar later vandaag bekend wordt gemaakt. We wisselden boekentips en interessegebieden uit en bewonderden elkaars aankopen. Ook gaven we feedback aan de organisator hoe dit mooie idee voor een volgende keer nog veel succesvoller georganiseerd kan worden. Want het is een geweldig initiatief om op de boekenmarkt bloggers en vloggers uit te nodigen wat mij betreft, en het kan voor de bezoekers echt toegevoegde waarde hebben. Maar deze keer liet de belangstelling nog iets te wensen over.

De grote vraag is natuurlijk wat ik zoal heb geoogst op deze boekenmarkt. Tot mijn grote vreugde vond ik verschillende boeken over boeken. In één ervan vond ik een directe verwijzing naar de Dordste boekenmarkt. Ik kocht  namelijk Drie ABC’s voor boekenvrienden van Frank van Pamelen en Ed Schilders, uitgegeven door de Stichting Dr. PlJ. Cools. Ik schreef al eerder over een hele collectie uitgaven van deze Stichting die ik kreeg, maar deze uitgave zat er toen niet tussen. Het boekje werd in 2010 uitgegeven ter gelegenheid van de Tilburgse boekenmarkt. Van Ed Schilders zijn verschillende columns opgenomen die eerder verschenen in de Volkskrant. Bij de letter P gaat het over Precies en het gaat over de rekkelijken en de preciezen onder de bezoekers van de boekenmarkt. De column begint en eindigt zo:
Eerst dacht ik nog dat het te maken had met de biologische klok, maar het bleek principiëler te liggen: een scheiding der geesten. Zeven heren gaan de boekenmarkt in Dordrecht bezoeken en proberen afspraken te maken over wie met wei meerijdt, waar men elkaar treft en vooral op welk tijdstip zij vertrekken zullen. Dan blijken er twee soorten bezoekers te zijn. De preciezen zijn de matineuze marktgangers. Zij zijn ervan overtuigd dat zij reeds ter plekke dienen te zijn als de handelaren hun kramen inrichten. Desnoods trekken zij zelf de bananendozen open. (...) Zelf behoor ik tot de rekkelijken. De zeer rekkelijken, mag ik wel zeggen. Het lijkt mij uitgesloten dat zich in mijn boekenkasten één exemplaar bevindt dat vóór elf uur ‘s morgens is aangeschaft. (...) Maar het belangrijkste is dat ik nooit de indruk heb gehad dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de inhoud van mijn portemonnee en het tijdstip waarop ik ben opgestaan; mijn portemonnee is na elke boekenmarkt altijd leeg.

Zoals altijd virtuoos geschreven door Ed Schilders. Ik kon nog wat meer aankopen doen, mede door de vrijgevigheid van mijn zus ter gelegenheid van mijn verjaardag (Marjonne bedankt!) en zo vond ik onder meer de uitgave van Seneca “Tegen bibliofilie”, die als nieuwjaarsuitgave verscheen bij Burgersdijk en Niermans. Een miniboekje met een korte tekst van de Romeinse auteur die waarschuwt tegen teveel boeken. Ik hoop natuurlijk ooit het hele setje nieuwjaarsuitgaven van B&N te bezitten, maar dit is in elk geval een goede start. Andere boeken over boeken die ik kocht waren onder meer de uitgave Festina Lente over de drukker/uitgever Aldus Manutius, uitgegeven door de Walburg Pers in 1986. Ik vond nog een paar nieuwjaarsuitgaven van uitgeverijen, waaronder eentje van Petrarca (Brief aan het nageslacht) die ik kocht omdat ik meer Petrarca in mijn bibliotheek wil hebben. Deze grondlegger van het humanisme en eerste verlichte denker uit de 14e eeuw staat in feite aan het begin van de samenleving zoals wij die kennen.

In de vele bakken met ‘ongeregeld’ die in diverse kramen staan met allerlei uitgaven voor een euro vond ik nog De kunst van het liegen, een uitgave van de “Britschen Voorlichtingsdienst en Landsdrukkerij” uit 1944 waarin uitspraken van Hitler en Goebbels naast de feiten zijn gelegd. Kennelijk een poging uit de oorlogsjaren om “fake news” te ontzenuwen en de sympathisanten van de nazi’s te laten zien dat beide heren - en het hele systeem daaronder - leugenachtig zijn en de waarheid verdraaien. Het is een mooi drukwerkje, in kleur, en het is apart om te beseffen dat in toen dit boekje in 1944 gemaakt en verspreid werd het einde van de oorlog nog niet in zicht was. Het pamflet was voorzien van een lange ondertitel, namelijk: ‘Een korte handleiding voor beginners en meer gevorderden in de ingewikkelde kunst van het liegen uit den meest op den voorgrond tredende voorbeelden van de hand der wereldheerschers.’ Aan de hand van voorbeelden werd het publiek duidelijk gemaakt dat Hitler en Goebbels logen zoals ze ademden, namelijk altijd. Hitler besefte overigens, zo valt te lezen in Mein Kampf, dat leugens lang bij mensen blijven hangen: ‘De meest schaamteloze leugen laat altijd een spoor achter, zelfs indien zij is weerlegd, een feit, dat aan alle beroepsleugenaars in deze wereld bekend is en ook aan allen, die met elkaar samenzweren in de kunst van het liegen’.

Al met al een leuke en productieve dag in Dordrecht!