29 juli, 2008

156 - Multatulibrief - de vindster reageert

Naar aanleiding van mijn vorige bijdrage over de gevonden brief van Multatuli gebeurde iets bijzonders: de vindster van de brief reageerde op mijn weblogbijdrage. Kennelijk was zij ook even gaan googlen naar alle berichten over de vondst, en kwam ze zo bij mij terecht.

In haar reactie beantwoordde ze enkele vragen die ik had. Dit is de reactie die ik kreeg:

Beste Sneuper,
als vindster en schenkster van de brief reageer ik even op je, erg informatieve, log.

Waarom verhuist iemand 120 jaar oude spullen naar Almere? Tja je kan ze toch moeilijk bij het grof vuil in het veel oudere Arnhem zetten?!? Ik heb de brief gevonden toen ik de spullen van mijn vader (woonde in Arnhem) die aan Alzheimer lijdt, opruimde. Mijn vader ging nl. naar een verpleegtehuis, waar hij nog steeds woont. Ik heb een stapel oude brieven in een Praxis-verhuisdoos gedaan en er pas later naar gekeken.
Ja, ik woon toevallig in Almere.
De brief is trouwens minstens 8x (o.a. Den Haag, Voorburg, Kijkduin, Voorst (gld), Barneveld, Arnhem) verhuisd sinds 1886 en heeft dus nooit stil op een zolder gelegen, wel veel in stoffige dozen.

Waarom had mijn vader de brief? De heer de Witt Hamer was de opa van mijn oma (dat weet ik ook pas sinds ik die doos heb opgeruimd). En iemand heeft ooit gedacht 'die brief gooien we niet weg'. Maar niemand heeft gedacht dat er wellicht wetenschappelijke belangstelling was. Ik heb trouwens ook het Letterkundig museum gebeld maar daar konden ze mij niet verder helpen. Pas toen kwam ik achter het bestaan van het Multatulimuseum.
Aan de muur hangen nee, zo mooi vind ik de brief niet. Ben trouwens ook allergisch voor stof en stoffig was 'ie, die brief.

Wát een bijzondere reactie! Het heldert veel op, maar blijft de nieuwsgierigheid prikkelen: wat zat er nog meer in die dozen, hoeveel brieven zijn er in het verleden per ongeluk weggegooid en ligt er misschien nog ergens een manuscript dat Multatuli tijdelijk bij zijn advocaat had ondergebracht? Maar hoe het ook zij, deze is boven water gekomen en daar gaat het om.


19 juli, 2008

155 - Multatuli-brief gevonden: wel of geen nieuws?

Afgelopen week veroorzaakte het enige opwinding in diverse media: er is een brief van Multatuli gevonden, op een zolder in Almere. Als ik een dergelijk bericht hoor, is het eerste dat ik meestal doe naar het weblog van De Papieren Man gaan, wetende dat Dirk Leyman er ongetwijfeld een bericht over heeft, met de nodige achtergrondinformatie. En zo was het ook dit keer. Ik leerde dat het bericht allereerst in NRC Handelsblad stond, die ook een link heeft naar een afdruk van de brief. (n.b. later is een uitgebreid artikel verschenen in Over Multatuli aflevering 61 van de hand van Jos van Waterschoot). De vraag is natuurlijk of het zo bijzonder is dat deze brief is gevonden en of het de opwinding waard is, ook al sprong conservator Jos van Waterschoot naar eigen zeggen "bijna tegen het plafond". Bijzonder is natuurlijk wel dat de brief op de zolder van een particulier lag. Het gebeurt niet zo heel vaak dat onbekende schrijfselen van bekende auteurs worden ontdekt, en dan ook nog op een zolder in een gewoon huis. Zolders hebben toch altijd al een wat mysterieus karakter, vooral in oude huizen: je weet nooit wat er ligt in de stoffige dozen en kisten en tussen de stapels papieren. Hoewel, stoffig: dit huis stond in Almere en Almere staat er pas kort. Dat betekent dat iemand een paar jaar geleden allerlei oude spullen naar de nieuwe polder heeft verhuisd zonder er echt goed naar te kijken en pas nu kennelijk de dozen heeft opengemaakt. De brief is ruim 120 jaar oud: waarom verhuist iemand 120 jaar oude spullen naar Almere? Of was het een erfenis? Maar wat deed die dan op zolder? Ik heb zelf jarenlang in Almere gewoond. Vaak heb ik naar de huizen daar gekeken en betreurd dat ze zo nieuw waren; geen huizen die van generatie op generatie waren overgeleverd en waar 'vergeten' spullen in een hoekje van de zolder konden staan, vol onontdekte schatten. Zoiets verwacht je in een huis in een oude binnenstad te vinden, niet in een nieuwbouwparadijs als Almere. 

Jacques de Witt Hamer
De brief van Multatuli was gericht aan zijn advocaat De Witt Hamer en ging onder meer over Domela Nieuwenhuis. Dat maakt de brief interessant natuurlijk. Maar hoe bijzonder is dit eigenlijk? Ik ben zelf in het gelukkige bezit van de Volledige Werken van Multatuli, 25 delen dundruk (de laatste paar kocht ik onlangs op een veiling). Van deze 25 delen - ruwweg 750 pagina's per stuk - bestaan 18 delen uit brieven en documenten van Multatuli. Hij moet in zijn leven duizenden brieven hebben geschreven, hij stond bekend als een fervent polemist. Het 25e en laatste deel van de Volledige Werken bevat een register op de onderwerpen in de Volledige Werken. Daaruit blijkt het volgende: - er waren al 4 brieven van De Witt Hamer en 9 aan hem bekend. - er waren zelfs al 10 brieven van Domela Nieuwenhuis en 5 brieven aan hem bekend - er zijn 103 plekken in de Volledige Werken waarin het over Domela Nieuwenhuis gaat, hetzij brieven aan hem of van hem, hetzij verwijzingen van Multatuli naar Domela Nieuwenhuis in brieven, toespraken of verwijzingen van anderen naar Domela Nieuwenhuis. De Witt Hamer komt op 29 plekken voor. Kortom, de combinatie Multatuli-De Witt Hamer-Domela Nieuwenhuis is niet een zeldzame. 

De brief is geschreven op het moment dat Domela Nieuwenhuis veroordeeld was vanwege een artikel in het tijdschrift Recht voor Allen. Grappig is dat de eerst bekende brief van Domela Nieuwenhuis aan Multatuli juist over dit tijdschrift ging, Multatuli kreeg het al een tijdje niet meer omdat zijn adres verkeerd stond vermeld. Domela Nieuwenhuis schrijft: "Indien gij dus eenigen prijs stelt op de lezing van dat blad, dan zend ik het u geregeld toe." Bovendien vraagt hij Multatuli om diens portret, want hij is "graag omringd door mijne vrienden, aan wien ik verplichtingen heb, zoodat ik hen rondom mij zie in mijn kamer." De gevonden brief dateert van 30 november 1886. Daarmee vult het een gaatje in de correspondentie van Multatuli, want van die datum was nog geen post bekend. Er zijn wel brieven en kaarten van 28 november 1886, 29 november 1886 en 1 december 1886 maar de kalender was nog niet helemaal vol. De brief gaat in op de weigering van Domela Nieuwenhuis om de auteur van een bepaald stuk te noemen. Multatuli is het daar niet zo mee eens, hij schrijft dat Domela Nieuwenhuis nooit de verantwoordelijkheid van het artikel naar zich toe had mogen trekken. De heren waren het op dat moment toch al niet zo met elkaar eens, want op 1 december 1886 schrijft Domela Nieuwenhuis in datzelfde Recht voor allen: "om misverstand uit den weg te ruimen, verklaar ik, dat de wijze waarop Multatuli zijne meening heeft gezegd "over de middelen der Sociaal-demokraten ter verbetering van den treurigen toestand waarin 'n zeer groot gedeelte van de bevolking van Europa verkeert" mij voorkomt in hoofdzaak onjuist te zijn" (VW, deel 23, p. 746). Op 23 november 1886 - een week eerder - had Multatuli ook al aan De Witt Hamer over Domela Nieuwenhuis geschreven. Hij beklaagt zich erover dat hij zich niet wilde laten helpen: "De verhouding is allerzonderlingst. Ik wenschte iets voor hem te doen, en zie 'n beetje kans dat het me lukt. Wie werkt me nu daarin tegen? Hyzelf!" (VW, deel 23, p. 742). Toch waardeerden ze elkaar wel. In de bekende brieven zijn de hartelijkheden niet van de lucht: "Waarde Nieuwenhuis"(5 maart 1884), Waarde heer N. (22 maart 1884), Waarde Vriend (aan M., 16 maart 1884, 2 maart 1885, 13 november 1886), Hooggeachte vriend (2 december 1884), Waarde vriend! (2 maart 1885). En tussendoor uitdrukkingen als "beste kerel" en dergelijke. Maar beide heren staan bekend als felle polemisten en dus waren dit soort verhitte discussies niet van de lucht. 

Het leuke van een bericht als dit, over een gevonden brief, is dat het aanleiding is voor allerlei geblader in boeken. Ik zit hier met zeven delen van de Volledige Werken van Multatuli om mij heen, heb aardig wat geleerd over de relatie Multatuli - Domela Nieuwenhuis en ben weer eens onder de indruk van de schoonheid van Multatuli's proza. Alleen al daarom is de vondst van de brief bijzonder, maar natuurlijk ook omdat elke brief van Multatuli een lust voor het oog is en omdat er weer een klein puzzelstukje in de kennis over het leven en het denken van Multatuli kan worden gelegd. Deel 25 van de Volledige Werken bestaat naast de registers, uit de nagekomen brieven en documenten. Oftewel: teksten van en over Multatuli die na het publiceren van de eerdere delen van de Volledige Werken gevonden zijn. Samen met een aantal andere teksten zal wat mij betreft ook de nu gevonden brief in een nieuwe aanvulling moeten gaan verschijnen, deel 25 verscheen immers al in 1995. Durft Van Oorschot het aan om nog één keer een nieuw deel te laten verschijnen? En dan nog een laatste ding: wat zou ik zelf doen als ik zo'n brief vond? Ik zou 'm in elk geval zelf houden. Een kopie gaat naar het Multatuli Museum, ten behoeve van onderzoek en eventuele publicatie. Maar het origineel laat ik inlijsten en dan blijft hij bij mij, in mijn bibliotheek, op een ereplaats. Op afspraak te bekijken. Want ik bezit nauwelijks handschriften. Behalve een brief van de zoon van Bordewijk en correspondentie van Adriaan van Dis is het op dat punt nog akelig leeg. Dus als ik nog ergens een Almeerse zolder moet uitruimen... laat het me weten.

07 juli, 2008

154 - De waarde van kristal

Boeken verzamelen doe je niet uit winstoogmerk, als het goed is tenminste. Iedere boekenverzamelaar weet wat het kost om boeken te kopen en koopt over het algemeen verder tot het faillisement nadert. En uiteraard hoop je dat als het nodig is de verzameling minstens de investering opbrengt, maar de kans daarop is klein. Mijn recente verkoopavontuur bij Aioloz is daarvan het bewijs: verkopen aan een antiquariaat levert weinig rendement op.

Boeken koop je kortom vanwege de waarde voor je verzameling, de noodzaak om dat éne puzzelstukje te leggen, de behoefte aan een totaaloverzicht, het genot van mooi drukwerk of de begeerte naar zeldzame exemplaren.

Maar soms is het ook goed als je bevestigd wordt in je goede neus. In december 2006 kocht ik via eBay de uitgave Kristal. Letterkunidge productie 1935. De belangrijkste reden voor de aanschaf was de handtekening van één van de auteurs in het boek, namelijk Bordewijk. Mijn suggestie was dat dit boek een koopje was (ik betaalde € 43) omdat handtekeningen van Bordewijk zeldzaam zijn.

Afgelopen week ontving ik de 268e nieuwsbrief van Fokas Holthuis in mijn mailbox. Elke week weet Fokas een nieuwe verzameling begeerlijke exemplaren op te sommen. Het thema van deze week was "meervoudig gesigneerd + aanwinsten". Eén van de aangeboden exemplaren is dezelfde uitgave van Kristal uit 1935. Lees de omschrijving:

KRISTAL. Letterkundige productie 1935. Amsterdam/Antwerpen, De Spieghel/Het Kompas, [1935]. Linnen (rug verschoten). 224 p. 1e druk.

€ 165,-
* In deze bloemlezing werd alleen ongepubliceerd werk opgenomen van o.a. J.C. Bloem, F. Bordewijk, Menno ter Braak, Antoon Coolen, Pierre Kemp, H. Marsman, Nescio, M. Nijhoff, E. du Perron, A. Roland Holst en S. Vestdijk.
Afgezien van het feit dat in Kristal veel belangrijk werk in eerste druk te vinden is, maken met name de vaak elders niet gepubliceerde portretten en karikaturen deze uitgave bovengemiddeld interessant.
Dit exemplaar draagt als toegevoegde weelde op de Franse titel de handtekeningen van F. BORDEWIJK (Bordewijk signeerde maar zelden!), Jan ENGELMAN (zie afbeelding, S.), Henriëtte van EYK, Emmy van LOKHORST, Martinus NIJHOFF, Marianne PHILIPS, Mien PROOST, Eva RAEDT de CANTER en A. ROLAND HOLST.

Blijkens een aantekening onderaan de Franse titel én een los bijgevoegd knipsel werd dit exemplaar gesigneerd op 2 november 1935 bij Boekhandel Broese in Utrecht, waar de negen signerende auteurs voorlazen ter gelegenheid van de presentatie van het boek: 'En toen begon het eigenlijke feest, dat bestond uit het bezichtigen van de tentoonstelling, maar meer nog in het koopen van een exemplaar van het jaarboek, waarbij negen van 60 "literaire stars" zich bereid hadden verklaard hun bijdrage te signeeren'.

Het mooie van deze omschrijving is dat ik nu ook de geschiedenis van mijn exemplaar ken: de eerste eigenaar moet ook op 2 november 1935 bij Broese in Utrecht zijn geweest bij de presentatie, want mijn exemplaar heeft exact dezelfde 9 handtekeningen. Grappig genoeg bood Fokas in november 2005 (let wel: op de dag af 70 jaar na de presentatie van het boek) eveneens een exemplaar van Kristal 1935 aan, alleen had dat exemplaar 8 van de 9 handtekeningen. Kennelijk durfde de koper ervan destijds niet aan Bordewijk een handtekening te vragen, of Bordewijk moest eerder weg of misschien zat hij even op het toilet. Hoe dan ook, een exemplaar met 8 handtekeningen moest bijna 3 jaar geleden 95 euro kosten. Los van de eventuele inflatie blijkt een handtekening van Bordewijk 70 euro te kosten.

Wie boeken verzamelt beschouwt zijn boeken als huisgenoten en wil daarom alles van het boek weten: waar is de reis naar de eigen bibliotheek begonnen en hoe is men daar gekomen? Dat is een thema dat aan de orde komt in het boek Bericht vanaf de plank van Andrea Kerbaker waarin een boek vertelt over zijn eigen belevenissen op weg naar zijn huidige plek in de boekenkast. Ik heb er hier een bericht over geschreven.

Ik weet nu van één van mijn boeken dat de reis is begonnen in Utrecht, bij Broese. Ik ben blij met antiquariaten zoals Fokas, die niet alleen boeken verhandelen, maar ook de verzamelaar inzicht bieden in de omzwervingen van zijn schatten.

27 juni, 2008

153 - Vaderdag

Ik weet het: vaderdag is al voorbij, maar ik heb 'm nu pas op de foto gezet: mijn ultieme vaderdagcadeau.

We noemen 'm Remco. Hij krijgt een mooi plaatsje tussen Nelleke Noordervliet en Cees Nooteboom, in de buurt van Nescio.

17 juni, 2008

152 - Kringloopwinkel Oudegracht uitgebrand

Foto Lukas Vermeer
Het nieuws dateert alweer van even geleden, maar ik loop een beetje achter. Desondanks: het is zoals het er staat, de kringloopwinkel aan de Oudegracht in Utrecht is uitgebrand. 
 
Ik vind kringloopwinkels fascinerende plekken. Niet alleen die in Utrecht, maar bijvoorbeeld ook die in Tiel. Temidden van alles wat in een kringloopwinkel is opgestapeld en waarvan je constateert dat de enige plek waar bepaalde spullen thuishoren toch echt de kringloopwinkel zelf is, liggen soms de mooiste schatten. Eigenlijk kijk ikzelf altijd alleen maar in de boekenkasten, in de hoop dat ene onontdekte meesterwerk te vinden. Wie weet vind ik, net als die toerist op Cuba, een boek met opdracht van een groot schrijver. Ooit liep ik stage bij een organisatie aan de Oudegracht. In de lunchpauze dook ik geregeld de nu uitgebrande kringloopwinkel in. Dat was in de tijd dat ik nog veel boekenweekgeschenken en andere CPNB-uitgaven zocht. Bij deze kringloopwinkel heb ik er heel wat gekocht. Ik herinner mij nog hoe blij ik was met een vrij ongerept exemplaar van de uitgave van Couvee: Protest per prent. Vaak zie je daar alleen verkleurde en beschadigde exemplaren van, maar aan de Oudegracht vond ik er eentje in nieuwstaat. Voor een gulden, want daarmee betaalde je toen nog. 

Maar nu is deze kringloopwinkel uitgebrand en alle begeerlijke boeken die er zich nog eventueel bevonden zijn mee verbrand. Toen ik enigszins weemoedig het nieuws hierover las, viel mij iets op. Eén van de foto's in het AD bij het artikel over de brand was gemaakt door Ingmar Heytze, de bekende Utrechtse dichter (niet formeel de stadsdichter van Utrecht, maar informeel wel, zie hier). Niet toevallig is het de foto die ook bovenaan dit artikel staat. De foto staat trouwens niet meer op de site van het AD, maar is wel te zien via de cache van Google. Het is mij een raadsel waarom het AD eerst wel, en later niet een foto van Heytze publiceert. Iets met auteursrechten? Even verder zoekend vond ik op de site van Heytze zelf ook een verwijzing naar de brand, zij het met een andere foto. Heytze blijkt ook een gedicht gemaakt te hebben over de brand: 

Ik zoek al lang niet meer naar vuur;
het vuur vindt je vanzelf wel, smeulend
in bedrading, likkebaardend lekkend
tussen kunststof kledingrekken

gaat het neuriënd uit winkelen;
die houten kast daar, oude boeken,
wat aardig, lekker plastic speelgoed
van de planken laten druipen, laaiend
graaien naar de hanenbalken –

maar wat als vlammen eigenlijk kleine
meisjes zijn, die maar niet begrijpen dat
alles wat ze pakken in as verandert,
zelfs hun tranen – wat dan?

Die houten kast daar - oude boeken. Die zijn er niet meer helaas. Kringloopwinkel De Arm is uitgebrand. De Oudegracht is een beetje armer geworden. 

15 mei, 2008

151 - Amputatie

Ik heb een paar van mijn schatten verkocht. Eigenlijk voor het eerst sinds ik boeken verzamel heb ik boeken verkocht die daadwerkelijk onderdeel uitmaakten van mijn verzameling.

Natuurlijk heb ik al eerder boeken verkocht. Wat heet: een deel van mijn collectie is gefinancierd door boeken die ik van anderen kreeg, sorteerde en vervolgens naar De Slegte en collega's bracht. Om nog maar te zwijgen van al die boeken die ik via Marktplaats van de hand heb gedaan.

Maar dat was anders: het ging om boeken waar ik niet of nauwelijks een emotionele band mee hand en waarvan ik wist dat ze een nuttig doel dienden: het welzijn en de groei van mijn verzameling.

In dit geval ging het echter anders. Ik had in de afgelopen periode, onder andere via Bubb Kuyper, zoveel mooie dingen ingeslagen (zie enkele posts over die aankopen hier, hier en hier) dat ik ver over mijn budget heen was gegaan. En om dat weer te neutraliseren moest ik op één of andere manier geld vinden.

In de jaren die achter mij liggen heb ik veel spullen die ik nog van vroeger had verkocht, om deze om te zetten in papier. Ik heb bijvoorbeeld stapels vinyl singles verkocht aan jukeboxeigenaren, een bijzondere stapel Italo disco maxisingles vond zijn weg naar onvermoede liefhebbers van deze muziek en tal van andere spullen vonden hun weg. Ik heb veel te danken aan Marktplaats!

Maar deze spullen waren nu op, de zolder was leeg, en bovendien brachten ze niet zo heel veel op. Kortom: er moest gesneden worden in mijn collectie.

Met pijn in het hart heb ik een selectie gemaakt van boeken die misschien niet tot de kern van mijn verzameling hoorden, maar wel enige waarde zouden hebben. Een paar bibliofiele uitgaven, stapeltje eerste drukken, al met al een mooie catalogus vond ik zelf. En daarna begon het shoppen bij antiquariaten: wie wil het hebben en voor welke prijs.

De reacties vielen mij niet tegen, maar de verschillen in prijs wel. Tussen het ene en het andere antiquariaat bestond een verschil van 50% (!!!) in de geboden prijs. Het loont dus om te investeren in het benaderen van antiquariaten. De antiquaren bepaalden hun prijs op basis van de verwachte doorlooptijd en de behoefte van hun klantenkring. Het argument wat ik hoorde was dat hoe sneller een boek wordt verkocht, hoe hoger de opbrengst. Een vrij logische redenatie, eigenlijk. En dat vermoedde ik al, vandaar dat ik vooral wat genummerde exemplaren en ander zeldzaam maar mainstream spul had gepakt.

En zo kwam de dag dat ik naar de hoogste bieder, Aioloz in Leiden, ging, met mijn tasje boeken. Aioloz, de plek waar ik in het verleden zoveel moois heb gekocht ging nu mijn boeken verhandelen. Ik ging iets doen wat ik diep in mijn hart niet wilde maar wel nodig was. En toen ik mijn boeken had afgegeven en het geld had gekregen voelde ik mij leeg, beroerd en op één of andere manier erg ongelukkig.

De eigenaar zag waarschijnlijk dat ik niet zo blij was, want hij drukte mij twee kaartjes voor de beurs in de Hooglandse Kerk in Leiden in de hand. Daar ben ik niet heengegaan, uit bezorgdheid dat ik net als de Engelse verzamelaar Meadow (waar ik hier over schreef) mijn eigen bezit zou terugkopen.

Ik hield dapper voor ogen dat ik in plaats van de stapel boeken die nu bij Aioloz was, thuis een rijke collectie nieuwe schatten had die daarvoor in de plaats was gekomen en die - eerlijk is eerlijk - meer tot de kern van mijn verzameling behoorden dan de boeken die ik had verkocht. Dat moest het dan maar waard zijn.

Maar de echte klap kwam pas toen in het eerstvolgende nieuwsbericht van Aioloz dat ik per mail ontving mijn eigen boeken stonden. Ik heb de mail door een ander laten verwijderen.

19 april, 2008

150 - Een groot verzamelaar doet verslag

In de geschiedenis van het boek en in het bijzonder van het verzamelde boek zijn veel bijzondere verzamelaars aan te wijzen. Ze zijn bijzonder omdat ze bijzondere verzamelingen hadden: in omvang, in specialiteit, of allebei. We kennen ze omdat hun verzamelingen aan de basis stonden van bibliotheken of soms omdat ze alles voor hun boeken over hadden, inclusief hun eigen leven. Bibliofielen worden soms bibliomanen.

Neem nu Antonio Flamminio, een Siciliaans filosoof uit de zestiende eeuw die alles overhad voor zijn boeken en uiteindelijk stierf doordat een stapel boeken op hem viel. Of neem Motteley, die niemand in zijn bibliotheek vertrouwde en ook zelden schoonmaakte. Zijn hele fortuin ging aan boeken op en toen hij stierf had hij nog net genoeg geld opzij gelegd om zijn begrafenis van te betalen. Of neem de hertog van Somerset, die in de 16e eeuw drie wagens liet voorrijden bij de bibliotheek van Guild Hall en alles meenam naar zijn huis. De collectie, inclusief bijzondere handschriften, keerde ruim twee eeuwen later weer terug. Of neem Antoine Boutard die boeken kocht per meter en die in zijn leven achthonderdduizend boeken verzamelde die hij in zes huizen had opgeslagen. Of neem de Engelsman Meadow die zoveel boeken verzamelde, dat hij een deel moest verkopen. Hij kon de veiling van zijn geliefde bezit echter niet aanzien en verliet de zaal, kwam verkleed terug en begon op zijn eigen boeken te bieden...

Verhalen over verzamelaars boeien me: te zien hoe genialiteit en gekte soms samen gaat. Fascinerend om de hartstocht voor boeken te zien. Ook onze eigen Boudewijn Büch is een groot verzamelaar, die vol passie over andere verzamelaars schrijft. In Bibliotheken haalt hij het voorbeeld van Johann Georg Tinius aan die verslaafd was aan boeken maar niet genoeg geld had. Daarom ging hij over tot roofmoorden. Van het betere soort waren Jacques Doucet, die honderdduizenden literaire handschriften en boeken verzamelde, Charles Spoelberch de Lovenjoul of Martin Bodmer.

Een bekende Nederlandse verzamelaar was W.H.J. baron van Westreenen-Tiellandt, die de medenaamgever was van het museum Meermanno - Westreenianum.
Willem Hendrik Jacob baron van Westreenen van Tiellandt (1783-1848) was jongs af aan was Van Westreenen een hartstochtelijk verzamelaar. Van de verschillende collecties die hij bijeenbracht, was de verzameling boeken de belangrijkste. Hij was beïnvloed door het voorbeeld van zijn veel oudere achterneef Johan Meerman (1753-1815) en diens vader Gerard Meerman (1722-1771). Hun bibliotheek kwam in 1824 onder de hamer, in strijd met wat Johan Meerman in zijn testament had vastgelegd. Van Westreenen probeerde op de veiling door forse aankopen een belangrijk deel van die collectie bijeen te houden en op die manier cultureel erfgoed voor Nederland te bewaren.
Uiteindelijk vermaakte Van Westreenen zijn eigen bezit aan de staat. Sinds 1852 is het voormalige woonhuis van Van Westreenen een museum.

Onlangs kocht ik het fraaie boek Journaal van W.H.J. van Westreenen van zijn reizen naar Londen, Cambridge en Oxford in de jaren 1834 en 1835. In linnen gebonden, met goudopdruk. Het reisdagboek laat zijn dubbele belangstelling zien: het reizen zelf en het zien van nieuwe steden en landschappen en het verzamelen van boeken met een voorkeur voor incunabelen. Hij beschrijft van dag tot dag waar hij is, wat hem opvalt en wat hij koopt. Een voorbeeld:

"Den 30en Juny en 1en July doorliep ik weder verscheidene gedeelten der stad, - bezocht nog eens de Westminster Zaal, die een platte ingang heeft - de Expositie van schilderyen van levende meesters, bestaande echter voor 't grootste gedeelte in pourtretten, alsmede eenige afgietsels van antieke beelden, etc. in verscheidene zaalen van het fraaye Sommersets-house, - de St Pauls-kerk - de Post-Ofice, etc. de bank van Engeland; doorreed met eene wagen gezegd omnibus die 19 persoonen van binnen bevat, zonder de koetsier en afroeper achter, nevens de ingang geplaatst, verscheide nog door my onbezogte straaten, onder andere Cornhill, en zag zoo in 't voorbyryden de Gevangenis Newgate, de Zaal Guildhall - en de kerk van Newgate achter deeze gelegen, zoodat de straat tusschen dezelve en de gevangenis loopt.
Ik bezocht verschillende boekhandelaaren als Bohn - by het Strand (by deezen vondt ik het exemplaar der Charta Magna op pergament met origineele teekening voor keizer Alexander bestemd, waarvoor hy 700 Lst: vroeg) - Thorpe in de Bedfordstreet, Longmann Paternoster Row - en wederom de Hren Foss en Payne, waar ik verscheidene drukken op pergament als de Cicero van 1466 - de Isidorus van Augsburg 1472 - en de bulle van 1455 beschouwde."

Het is mooi om te zien hoe deze Baron het reizen en het verzamelen combineerde. Hij besteed in zijn aantekeningen meer tekst aan de boeken die hij ziet, in musea en bibliotheken, dan die hij zelf koopt. Toch ging hij naar Londen met een doel: hij wilde werken uit de bibliotheek van G.F.W. Kloss, die toen geveild werd, kopen. Maar er waren meer kapers op de kust, de Bodleian Library vermeldt op zijn webpagina's "Some 560 incunabula, mainly printed in Germany and, when known, nearly all with an earlier German provenance, were acquired from the collection of Georg Franz Burkhard Kloss (1787-1854), a physician from Frankfurt am Main, whose sale was held in London in 1835; the Bodleian spent a total of 343.30 there. The Kloss collection reflects an interest in the traditional academic disciplines". De catalogus van die veiling is overigens hier nog te koop.

Van Westreenen wist ook een aantal incunabelen te kopen en die zijn voor de liefhebber te zien in zijn eigen museum. Het is mooi te zien hoe deze verzamelaar zijn bezit vermeerderde: niet door roofmoord, niet door diefstal, niet door het zich ontzeggen van eerste levensbehoeften maar door het systematisch zoeken naar waardevolle aanvullingen voor zijn boekenbezit. Het reisverslag is een weergave van een paar maanden uit het boeiende leven van deze man.

27 maart, 2008

149 - Wat zouden Remco, Ward en Rudy denken?

Het is te bizar voor woorden, maar tijdens de Boekenweek met als thema "Van oude mensen..." zijn drie gerenommeerde Nederlandse auteurs overleden. En niet alleen dat: ze waren ook nog alledrie geboren in 1929. Het nieuws over de dood van Hugo Claus was misschien wel het grootst. En terecht, want hij was toch wel de grootste van de drie. Op 5 april 1929 werd hij geboren in Brugge en hij zal herinnerd worden om Het verdriet van België. En door zijn poëzie, schilderkunst, filmscenario's en theaterstukken. Zelf heb ik geen grote collectie Claus. Een eerste druk van Het verdriet van België, een eerste druk van Belladonna en een gesigneerde uitgave van zijn bundel De Groeten, uitgegeven ter gelegenheid van Gedichtendag. Claus heeft veel gedichten geschreven waar de dood in voorkwam. Mooi is echter zijn gedicht Envoi, uit de bundel Alibi uit 1985. De laatste strofe: 
Ga nu, verzen, op jullie lichte voeten, 
jullie hebben niet hard getrapt op de oude aarde 
waar de graven lachten als zij hun gasten zien, 
het ene lijk gestapeld op het andere. 
Ga nu en wankel naar haar 
die ik niet ken.

Maar ook de dood van Dirkje Kuik kwam onverwacht. De op 7 oktober 1929 geboren William Kuik overleed in haar slaap. Eerlijk gezegd heb ik nooit wat van Dirkje Kuik gelezen en kende ik haar alleen van mijn naam. Ik bezit dus niets van Dirkje, behalve een aantal gedichten die in verzamelbundels staan zoals in de dikke Komrij. Ook zij heeft over de dood gedicht, het gedicht Stervende man komt uit de bundel 45 gedichten uit 1969. 
De oehoe ziet de zevenslaper in de nacht, 
nog is het leven niet geweken. 
De oude blaasbalg piept en hijgt 
onder de bontgekleurde deken, 
het schrompelhoofd geel als citroen 
houdt dodenwacht. 
Dan driemaal dat is scheepsrecht, 
spitst de tong zich uit de mond, 
een benauwde houten vogel, 
die koekoek roept 
en staat het uurwerk stil. 
 

Tot slot overleed ook de op 21 juni 1929 in Amsterdam geboren Ed Leeflang, die in 1979 debuteerde maar toch niet echt grote naam maakte. In elk geval heeft hij mijn boekenkast niet bereikt. Een strofe uit zijn gedicht Museum uit zijn bundel Bezoek aan het vrachtschip uit 1985: 
De mouwen liggen uitgespreid 
zodat het nog gedachten kan omhelzen, 
die in dat leven niet zijn uitgesproken 
en van dat sterven niet zijn afgeleid. 

Drie auteurs uit 1929 overleden in één week. Zit daar een verband tussen? Waarschijnlijk niet. Toch was het bijna een kwartet geweest, Henk Romijn Meijer (geboren 9 augustus 1929) overleed vorige maand in Frankrijk. Het getuigt in elk geval van grote solidariteit tussen deze jaargenoten dat zij gezamenlijk de tocht naar het hiernamaals maken en zo de Boekenweek van extra cachet voorzien, maar het berooft ons in één klap wel van een generatie auteurs. Gelukkig zijn er nog Nederlandstalige auteurs uit 1929 in ons midden: de op 28 juli 1929 geboren Remco Campert is misschien wel de bekendste, en mijn favoriete levende 1929-er, maar niet de enige. Ondanks dat hij mooi kon dichten over sterven, is hij nog onder ons. Lees maar De stervende grootvader: Mijn hand, als de magere vogeltjes in de winter, plukt aan het laken. Mijn keel, die zingen frivool vond, kreunt nu van pijn. O mijn dochter, rouw en berouw breken in mijn ogen aan. Wie zijn dan de andere 1929-ers? Nou, bijvoorbeeld auteurs als Ward Ruyslinck (17 juni, bekend van Het reservaat en Ontaarde slapers), Armando (18 september, die recent een deel van zijn kunstwerken in vlammen zag opgaan), Rudy Kousbroek (1 november, lijstduwer voor Partij voor de Dieren), Kees Fens (18 oktober, die briljante stukken over klassieke literatuur schrijft in de Volkskrant), Andries Welkenhuysen en M.C. van den Toorn (hoewel dat geen literaire auteurs zijn. Wel grappig dat Andries debuteerde op 63-jarige leeftijd), en Wies van Groningen, Zouden al deze 1929-ers inmiddels onrustige gevoelens hebben? Vragen ze zich af wie van hen de volgende is van wie een necrologie zal verschijnen? Schrijven ze de onrust op dit moment van zich af? De conclusie is wel dat 1929 een jaar was waarin veel literair talent werd geboren, zeker als we bedenken dat het ook nog het geboortejaar was van Renate Rubinstein (16 november), de in 2006 gestorven J.P. Guépin en de vermoorde Anne Frank. De conclusie is ook dat er nog veel generatiegenoten onder ons zijn. En dat is, op de dag van de begrafenis van Hugo Claus, een geruststellende gedachte.

17 maart, 2008

148 - Schietschrijver

Dramatisch bericht in alle kranten vandaag: een Duitse soldaat heeft bekend dat hij de piloot was die tijdens de Tweede Wereldoorlog Antoine de Saint-Exupéry heeft neergeschoten. De Saint-Exupéry is de schrijver van De Kleine Prins, het meest vertaalde boek uit de Franse literatuur. Nadat de schutter zijn daad bekende tegenover een Franse krant werd het vervolgens opgepikt door NRC, Guardian, New York Times, Fox news en natuurlijk Tuscaloosa News. Uiteraard is het een drama om één van je favoriete auteurs te vermoorden en aangezien de dood van De Saint-Exupéry decennialang een mysterie was, is het nieuws. Aan de andere kant doet het geen recht aan die andere 71.999.999 doden van deze oorlog: elke dood was dramatisch. De Duitsers lieten zich niet onbetuigd bij het vermoorden van auteurs. De Saint-Exupéry werd dan misschien 'per ongeluk' vermoord, dat gold niet voor auteurs als Etty Hillesum, Jan Campert, Peter Hammerschlag, Anton de Kom, A.M. de Jong en vele, vele anderen. Toch is het goed dat Horst Rippert - broer van de bebaarde zanger Iwan Rebroff - alsnog spijt betuigt. 

De Saint-Exupéry was gevechtspiloot in de oorlog. Er zijn meer auteur-soldaten geweest, zoals David Webster, maar in het bijzonder toch ook Jaroslav Hasek, die soldaat was in de Eerste Wereldoorlog en een briljant boek schreef: De lotgevallen van de brave soldaat Svejk. Eén van de beste anti-oorlogsboeken, vooral omdat de schijnbaar argeloze, altijd vriendelijke soldaat Svejk door elk bevel letterlijk te nemen en tot in het absurde uit te voeren, het autoritaire gezag en militaristisch gedrag te kijk zet. En daarmee duidelijk maakt hoe belachelijk oorlog eigenlijk is. 

02 maart, 2008

147 - Lot 228: Jacques den Haan is here!

En toen was ik ineens de bezitter van een kleine collectie uitgaven van Jacques den Haan. Eén van de lots bij Bubb Kuyper die ik binnenhaalde bestond wat mij betreft vooral uit het boek van Van der Meulen, waar ik hier al over schreef. Maar zoals in de omschrijving stond waren er ook nog "24 others". Van die 24 waren er 5 uitgaven van Jacques den Haan.

De vraag is of ik daar blij mee ben. Ik ben natuurlijk blij met élk boek, maar de vraag is of ik zó blij ben met Jacques dat ik hem een ruime plaats in mijn boekenkast gun. Hoewel die vraag eigenlijk al beantwoord is, want in mijn CPNB-verzameling staan al de uitgaven Goed Geboekt (geschenk, 1954) en Het gevaarlijke boek (essays, 1958) van zijn hand en bovendien heb met enige regelmaat verwezen naar één van de bijdragen in Verzamelen is ook een kunst. Onsterfelijkheid in oude boeken dat door Den Haan is samengesteld (zie hier en hier). Zo beschouwd bezit ik al veel Den Haan.

Maar nu heb ik enkele uitgaven van Den Haan die ik nog niet eerder kende en die een nieuwe beoordeling vragen. De vraag daarbij is: wie is Jacques den Haan eigenlijk? Op de site van DBNL staat een lijstje met zijn publicaties (één van de vijf die ik nu heb ontbreekt daar overigens) maar verder geeft het weinig informatie. Gelukkig staat hier al meer informatie: hij was een ex-boekverkoper die zijn ervaringen daarover heeft opgeschreven en die daarnaast nog veel meer essays over boeken, boekverkopers, verzamelaars en lezers heeft geschreven. Zo beschouwd is hij een beetje de Boudewijn Büch van de jaren '50 en '60. Eén ding heeft hij in elk geval voor op Büch: er is een prijs naar hem vernoemd, de Jacques den Haan bokaal voor de beste boekverkoper in Groningen. Verder was hij op veel fronten actief, hij schreef bijvoorbeeld de flaptekst voor de derde druk van Nescio's De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje (1947) en hij was een vermaard criticus in zijn tijd. W.F. Hermans zei in 1962 over hem: "De enige criticus die een beetje leesbaar over boeken schrijft en die daarbij ook nog voldoende belezen is, is Jacques den Haan." Maar dat kwam natuurlijk omdat Den Haan een heel positieve recensie over De donkere kamer van Damocles had geschreven (blijkt uit deze lijst).

Tussen de vijf exemplaren die ik bij Bubb van Den Haan kocht zaten ook exemplaren van Het gevaarlijke boek en Verzamelen is ook een kunst, die ik nu dus dubbel heb. Verder heb ik nu Boeken en publiek (1947, Bayard Reeks no. 24), Jacques den Haan staart uit het raam. Luchtigs over leven en lezen (1962) en Ja, 't is een blij gezicht... (1958, Prikkel pocket 224). Jacques den Haan staart uit het raam is een oubollig boekje, een verzameling columns over onder meer zijn ervaringen als boekverkoper. Het weerspiegelt de tijdgeest en is duidelijk bijna een halve eeuw oud. De stukjes die hij schrijft zijn elders beter geschreven - bijvoorbeeld over bibliomanie of over de onechtheid van bestsellers. Ik bedenk me dat een boek als dit eigenlijk een gebundeld weblog is: een rijtje luchtige observaties over dingen die je bezighouden. Het is geruststellend te weten dat ook mijn weblog over een tijdje oubollig zal worden gevonden, .

Boeken en publiek is een lezing die Den Haan in 1946 hield in het Waaggebouw in Amsterdam ter gelegenheid van de tentoonstelling van boeken, manuscripten en portretten "Kunst van het Woord in Zuid en Noord". Deze lezing - 62 jaar geleden gegeven - gaat vooral over het bijzondere van lezen en boeken, maar is net zo gedateerd als Staart uit het raam. Ja, 't is een blij gezicht is een dubbeluitgave: een korte beschouwing van Den Haan over het fenomeen "pocket-book" dat toen in opkomst was en daarna een hele serie belegen cartoons van de in 2006 overleden Frits Müller over grafische termen (de term "gietmond" gaat vergezeld van een tekening over iemand die een borrel drinkt).

Kortom, wat moet ik er mee? Dit soort boeken is onverkoopbaar, dus op Marktplaats zetten heeft geen zin. Weggooien is jammer, daar zijn ze dan toch niet onleesbaar genoeg voor. En omdat ze over boeken gaan en Den Haan ook een paar hele mooie dingen geschreven heeft, besluit ik bij deze om ze allemaal op te nemen in mijn bibliotheek, in de categorie "boeken over boeken".

Welkom thuis, Jacques.

18 februari, 2008

146 - 5-tig-duizend!

Vandaag, maandag 18 februari om 10.06 uur, meldde zich de 50.000e bezoeker van mijn weblog. Dat leidt deze keer tot een bijdrage die niet direct over boeken of schrijvers gaat, maar waarin ik uitsluitend mijzelf bewierook.

Ik heb al een paar keer geschreven over de statistieken van mijn blog, omdat ik het zo fascinerend vind om te zien hoe bezoekersstromen lopen en hoe je dat kunt beïnvloeden. En bovendien ben ik onder de indruk dat kennelijk zovelen de moeite nemen om mijn blog te lezen. Toen ik bijna precies 3½ jaar geleden met bloggen begon had ik daar weinig verwachtingen over. Ik was dan ook blij verrast toen binnen twee maanden 500 bezoekers de weg naar mijn blog hadden gevonden. In mei 2006 begroette ik de 20.000e bezoeker. En nu dus 50.000. Waar het stopt? Wie zal het zeggen...

In elk geval ziet de bezoekersgrafiek per maand er aldus uit.

Volgens mij is sprake van meer stabiele bezoekersaantallen per maand en ik schat dat het gemiddeld op ongeveer 1.400 per maand terecht zal komen, dat betekent ongeveer 16.500 tot 17.000 bezoekers per jaar. Als dat zo is, begroet ik rond de jaarwisseling 2010-2011 de 100.000e bezoeker. Ik laat u tegen die tijd weten of het gelukt is.

Nog even iets over de 50.000 bezoeker, hij/zij is afkomstig uit Emmeloord, bekeek 6 pagina's op mijn blog en bereikte mij via een link die staat op de pagina van collega-boekenblogger Boekengek. Ik vind het een passende doorverwijzing voor zo'n memorabel moment en dank bij deze Boekengek voor zijn bijdrage aan deze mijlpaal.

50.000 is een mooi getal. Daarom wordt aan het bereiken van 50.000-mijlpalen alom aandacht besteed. In Zwolle werd de bouw van het 50.000e huis vergezeld van een gedicht.
Maar er zijn ook tal van bloggers die het vieren, zoals deze, deze, deze, deze, deze en deze, om er een paar te noemen.

Als je kijkt naar de zojuist uitgelekte lijst van Best Verkochte Boeken dan is een oplage van 50.000 de categorie waarin zich ook de Aanslag van Harry Mulisch zich bevindt. Hoewel: Mulisch bereikte dit in één jaar, en ik in drie en een half. Maar het gaat om het idee.

Beste lezers, ik ga u niet bedanken want dat deed ik een paar weken geleden al. Ik ga nu verder met het drinken van champagne.

16 februari, 2008

145 - The Shell - meer informatie bekend

Lo van Wachem
Deze keer dan toch iets meer over de mysterieuze uitgave The Shell van Adriaan van Dis. Hoewel het boek zelf ondanks alle naspeuringen een mysterie blijft wil ik het natuurlijk wel hebben. Anders is mijn collectie Van Dis niet compleet. Ik besloot daarom de auteur zelf maar eens naar de feiten over The Shell te vragen. Het duurde even voor ik antwoord kreeg en eerlijk gezegd had ik niet verwacht antwoord te krijgen: wat moet een drukbezet auteur en televisiemaker als Van Dis met al die vragen van één van zijn lezers?

Tot ik op een dag toch antwoord kreeg, dit is wat Adriaan van Dis schreef:
“Beste X,
Uw brief arriveerde in woelige tijden. Net na mijn Afrika reis (voor 7 documentaires) en tijdens een verhuizing in Parijs. The Shell schreef ik voor het afscheid van de heer Walter pres dir vd Shell of is het Wagter (?). In piepkleine oplage. Ga ik wel eens tot een echte novelle uitwerken. Ik kan u niet aan een exemplaar helpen. Als troost: Leeftocht. Hartelijke groet, Adriaan.”
Het was overigens bij het afscheid van Lo van Wachem dat het boekje verscheen, maar het is logisch dat het 15 jaar later niet helemaal meer scherp in de herinnering van Van Dis staat.

De documentaires waar hij op doelt worden inmiddels uitgezonden en geven een fascinerend beeld van het Afrika van vandaag. Maar duidelijk is ook dat The Shell bestaat en al is de oplage klein, het zal ooit in mijn kast staan. Net zoals ik een exemplaar van Weet u… over Nescio (oplage: 25) na jaren in mijn bezit heb gekregen en net zoals Weer een nieuw vak van Hugo Brandt Corstius ooit in mijn kast belandde. Als het mij lukt om temidden van fanatieke Nescio-jagers een exemplaar van Weet u… op de kop te tikken, zal het mij zeker lukken met The Shell (voor goede tips houd ik mij aanbevolen).

O ja, en de "troostvolle Leeftocht" waar Van Dis aan refereerde, is ook nog eens gesigneerd. Zie hier een afbeelding.


31 januari, 2008

144 - Ik ben toegedicht

Vandaag was het een superieure gedichtendag. Zoals elk jaar toog ik ter gelegenheid van gedichtendag naar Verwijs in de Passage in Den Haag. Verwijs is de plek waar ik twee jaar geleden een indrukwekkende performance van Menno Wigman zag en waar ik drie jaar geleden achter het net viste toen er op gedichtendag boeken werden uitgedeeld (wat de boekhandel later ruimschoots goedmaakte).

Enfin, genoeg herinneringen aan deze boekhandel en door de storm toog ik dus naar mijn traditionele gedichtendag-plek. In de winkel was een medewerker aanwezig die winkelende klanten toedichtte door hen een gedicht voor te lezen uit de bundel van Mark Boog, de auteur van de bundel van dit jaar.

Ik werd verblijd met het gedicht Wie, geniaal...
Wie, geniaal, genadeloos, heeft de spiegels opgehangen
in deze kamer? Wie haalt ze weg? Wie stoort zich eraan
behalve die gestoord wil zijn? Ik draai me naar je om

en daar ben je, precies waar ik dacht dat je zou zijn.
Ik reik en raak je. Geen glas. Geen gezichtsbedrog.

maar vingertop aan vingertop dat wat ik, bij gebrek
aan woorden, beschrijf als wij. Je knikt, glimlacht,

draagt stenen bij aan een heel ander huis dan voorzien,

bouwt de illusies op die de zin zijn van onze zintuigen.
Ik hef mijn oude loflied aan op de deuren en de muren.

Voorlopig niet op reis, zoveel is zeker. Geen doel
dat niet verbleekt in dit witte licht, geen oog dat ziet.
Piet Gerbrandy schreef in de Volkskrant al een lovende recensie over deze bundel, en terecht. Maar ik was verbaasd dat het me zoveel deed om toegedicht te worden. Ik stond daar in de winkel en tegenover mij stond iemand gepassioneerd een gedicht aan mij voor te dragen. Ik vond het indrukwekkend, ontroerend zelfs. Mijn eerste gedachte toen ik deze medewerker zag was: waarschijnlijk word ik weer over het hoofd gezien, net als toen en toen. Groot was mijn opluchting toen ik werd opgemerkt en toegesproken. Een optreden met één toeschouwer. Het was het meest indrukwekkende optreden dat ik ooit had meegemaakt.

O ja, ik kreeg ook nog de gedichtendag-zakdoek, met een gedicht van Eva Gerlach. En ik kocht de bundel van Mark Boog natuurlijk. Dat is al de negende gedichtendagbundel die is verschenen en gelukkig heb ik ze allemaal (waarvan twee gesigneerd: Hugo Claus en Menno Wigman).

Het was een mooie dag, want ik ben toegedicht.

26 januari, 2008

143 - Ga weg en krijg een boek

Een tijdje geleden schreef ik over een tip van een andere verzamelaar over een voor mij nog onbekende uitgave van Adriaan van Dis. Het ging om de uitgave The Shell, kennelijk verschenen bij het afscheid van een of andere bestuurder van de oliemaatschappij.

Dit boekje blijft mij maar bezighouden: waarom krijgen sommige mensen dit soort mooie dingen? Ik bevind mij helaas nog niet in de positie dat ter gelegenheid van mijn afscheid door literaire auteurs speciale uitgaven worden geschreven. Verschillende andere mensen wel, waaronder deze Shell-directeur. Maar hij is niet de enige. Een paar voorbeelden uit eigen bezit:
  • Toen de inmiddels overleden Harry Lockefeer vertrok als hoofdredacteur van de Volkskrant, schreef Hugo Brandt Corstius het boekje De Hoofdredacteur (oplage: 1000), waarin hij terugblikt op de hoofdredacteuren die hij in zijn rijke carrière heeft ontmoet. Hij schrijft: “Voor columnisten is Harry de ideale hoofdredacteur – en ik zeg dat op grond van een ruime ervaring met de soort. Hij laat je met rust, maar hij laat wel even merken dat hij je leest.”
  • Manuel van Loggem schreef een boekje voor het afscheid van Jan Manders van de zetcentrale Meppel (eveneens oplage 1000), waar de serie nieuwjaarsgeschenken van afkomstig was waar ik zo dolgelukkig mee was (lees hier het verhaal). Jan Manders was adjunct directeur van de zetcentrale en mede verantwoordelijk voor de serie bibliofiele uitgaven. De hoofdrol in dit verhaal van Van Loggem wordt gespeeld door ene Jan Wanders, die afscheid neemt van zijn bedrijf.
  • Bij uitgeverij De Buitenkant verscheen in 2001 (in een oplage van – u raadt het al – 1000) een verzameling gedichten over boek, bibliotheek en lezer bij het afscheid van J.H. de Swart als bibliothecaris van de Vrije Universiteit. Het zijn vooral Nederlandstalige gedichten, waaronder het beroemde (maar niet zo complimenteuze) De Bibliofiel van Nico Scheepmaker en Het boek van Lucebert. De bundeling heet Niet nog een boek, naar het gedicht van Yang Wangli:
    De klassieken heb ik gelezen,
    ben erop uitgestudeerd,

    aan gedichten overat ik me,
    hoef ze niet meer.

    Maar mijn rusteloze geest zoekt voort

    en lijkt nooit tevreden,
    ik probeer op het raampapier
    de regendruppels te tellen.
  • Toen Maarten Asscher afscheid nam van uitgeverij Meulenhoff verscheen de bundeling Over x-jes, de zandloper en de herenbobbel, met bijdragen van de auteurs van Meulenhoff. Ook Adriaan van Dis was een Meulenhoff-auteur, van hem staat het verhaal Naar het ballet in de bundel. Verder doen auteurs als Amos Oz, André Brink, Kester Freriks, Oek de Jong, Herman Koch, Marcel Möring, Nelleke Noordervliet, Jan Siebelink, Carolijn Visser en Dirk van Weelden mee.
  • Joop van Riessen nam enkele jaren geleden afscheid als hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie. Ter gelegenheid daarvan schreef misdaadauteur Simon de Waal De zaak van Riessen. De herinneringen van medewerkers aan Van Riessen zijn in de vorm van een rechtszaak tegen hem (omdat hij weigert met pensioen te gaan) weergegeven. In dit boek staan ook enkele van mijn herinneringen aan Van Riessen opgenomen in het verhaal (maar ik zeg niet welke dat zijn).
Vier mooie voorbeelden van afscheidsliteratuur. Ik had een heel ander stukje voor ogen toen ik begon te schrijven in plaats van deze opsomming; ik heb namelijk wel iets bijzonders te vertellen over dat boekje van Adriaan van Dis. Maar ik ben weer eens blijven dwalen in mijn eigen bibliotheek en die bijdrage moet wachten tot een volgende keer.

06 januari, 2008

142 - 17.265 keer bedankt voor 213 woorden aandacht

Blogs zijn net boeken: ze willen gelezen worden. En boekenblogs zijn in dat opzicht dubbel behoeftig: ze willen zelf gelezen worden én ze willen dat de beschreven boeken gelezen worden. Daarmee doen boekenblogs een groot appèl op de bloglezer en ik kan me voorstellen dat dit vechten tegen de bierkaai is in deze tijd van ontlezing, maar we houden desondanks moedig stand. Daarom wil ik alle 17265 lezers van 2007 bedanken. Of liever: alle bezoekers. Want mijn teller telt wel clicks, maar het is de vraag of mijn blog daadwerkelijk wordt gelezen. Misschien surft het grootste deel alleen maar voorbij.

Dus vraag ik opheldering aan Google Analytics. Die leert dat 75% van de bezoekers unieke bezoekers zijn - dus 25% is teruggekomen. En men bleef gemiddeld 44 seconden op mijn blog hangen. Hoeveel lees je in 44 seconden? In die tijd lees ik zelf ongeveer 213 woorden (zojuist getest). Dat betekent dat de gemiddelde lezer van dit stukje op dit punt al ruim de helft van zijn aandacht heeft opgebruikt. Ik troost mij met de gedachte dat alle 17.265 bezoekers samen vorig jaar precies 211 uur en één minuut mijn blog hebben gelezen. Dat is pas serieuze aandacht!

Daarvoor wil ik u hartelijk danken, met dit stukje dat precies 213 woorden telt.