maandag, november 21, 2016

13e/14e eeuws manuscript in mijn bibliotheek

Vorig jaar schreef ik over mijn grote blijdschap bij het - na lang zoeken - kunnen kopen van een incunabel oftewel wiegedruk. Mijn passie voor boeken moest wat mij betreft bekroond worden door het bezit van een werk uit de kraamkamer van het moderne boek: een incunabel, oftewel een boek of geschrift dat gezet is met losse letters en gedrukt voor 1 januari 1501 in Europa. Mijn incunabel, een werk van Bernard van Clairvaux, is gedrukt op 16 december 1490 in Venetië en voldoet daarmee ruimschoots aan de definitie voor een incunabel. Het waren Bernardinus Benalius en Matteo Capcasa die het uiteindelijk voor mij drukten. Bernardo Benali (verre familie van Abdelkader?) was een drukker en typograaf die bekend stond om zijn fraaie drukwerk. Bekend van hem is Dante's Commedia die hij samen met Capcasa drukte op 3 maart 1491 en die een paar jaar geleden nog €45000 opbracht. Helaas verwoestte een brand in het klooster Santo Stefano in 1529 een groot deel van zijn voorraad boeken. Matteo Capcasa was afkomstig uit Parma en werkte met verschillende drukkers in Venetië samen, waaronder dus Benali. Het mooie van deze informatie en van de nauwkeurige datering van het boek is dat ik binnenkort de 526e verjaardag van mijn inuncabel kan vieren en kan toosten op beide heren drukkers.

Wat mij bij het kopen al opviel was dat het boek was gebonden in iets dat leek op een ouder handschrift. Het was heel gebruikelijk in de tijd van de wiegedrukken om deze 'ouderwetse' vorm van  schriftelijke communicatie te gebruiken om de moderne boeken mee te binden: ter versteviging van omslagen en ruggen, of zelfs bij wijze van omslag zelf, zoals bij mijn incunabel. In de loop van de 15e en 16e eeuw nam het drukken van boeken een grote vlucht. Het betekende dat heel veel van dit soort handschriften uit het oog verdwenen, maar voortleven in de ruggen en omslagen van boeken in onze bibliotheken. Dat betekent dat er in deze boeken een schat voortleeft die zicht kan geven op het leven in de 15e eeuw en (veel) vroeger.

Tegenwoordig is het mogelijk om onderzoek hier naar te doen zonder het hele boek te hoeven opensnijden. Bijvoorbeeld met X-ray technologie, daarbij kan achter de rug van een boek worden gekeken naar mogelijke fragmenten. Een mooi artikel hoe dit in zijn werk gaat staat hier, waarbij ook zichtbaar wordt hoe ingewikkeld het nog is om deze teksten leesbaar te maken. Overigens staat dit artikel op een mooi blog waar een hele rij boeiende artikelen staat over middeleeuwse teksten. Aanrader: een artikel over middeleeuwse naambriefjes uit een Leids weeshuis waarvan de auteur zegt "this post may make you want to weep",

Ik wilde recent toch wel eens weten wat er nu eigenlijk als omslag voor mijn incunabel was gebruikt. Ik maakte daarom een paar foto's van mijn boek en stuurde ze naar Dr. Erik Kwakkel, expert op het gebied van dit soort handschriften en auteur van bovengenoemd blog (volg hem op Twitter). Hij was bereid naar mijn omslag te kijken en dit is wat hij mij op basis van de foto's schreef:
Het gaat om een handschrift van c. 1300 of de vroege veertiende eeuw dat zeer waarschijnlijk in Italië (?) werd geschreven. De presentatie betreft een “textus inclusus”, ook wel “square bracket glossing” genoemd. Hierbij staan er twee tekst columns centraal, met daarom heen gedrapeerd een commentaar tekst. Deze presentatie was zeer gewoon bij rechtshandschriften, en de kans is groot dat we die ook hier zien. (Op de grote foto met rode Q zijn kolom 1 en 2 de hoofdtekst, en kolom 3 het commentaar. Aan de linkerzijde van kolom 1 was er oorspronkelijk nog een commentaarkolom te vinden.) Ik kan de tekst evenwel niet identificeren omdat de tekst is vervaagd, vermoedelijk met opzet, want vaak werd bij dit soort omslagen gepoogd de tekst weg te wassen.

De inschatting dat het om een Italiaans handschrift gaat is niet raar, aangezien mijn incunabel zoals gezegd in Venetië is gedrukt en het lijkt logisch dat materialen werden gebruikt die voorhanden waren, zoals oude Italiaanse juridische handschriften. In dit geval niet onzichtbaar weggewerkt als versteviging aan de binnenkant van het boek, maar gebruikt als omslag aan de buitenkant. Maar wel met een stuk afgesneden (de linker commentaarkolom, zoals Erik Kwakkel zegt). Waarom het zo is gedaan weet ik niet, maar wat mij wel opvalt is dat dit document op zich best fraai versierd is, met een paar gekleurde initialen. Misschien dat het kleurgebruik en de algemene uitvoering zodanig was, dat men vond dat het wel als omslag gebruikt kan worden. Misschien was dit gewoon de meest goedkope werkwijze in het kader van massaproductie. Misschien sloeg de tekst van het omslag ook een beetje op de inhoud van het boek. Of misschien heeft iemand niet goed opgelet en het omslag er verkeerd om opgeplakt, en was het zo nooit de bedoeling maar is het maar zo gelaten...

Hoe het ook zij, ik ben blij dat ik nu niet alleen een incunabel bezit maar ook nog een - zij het verwassen - handschrift dat nog bijna 200 jaar ouder is. Ik vond de leeftijd van mijn incunabel al hoog - en zal dat op 16 december a.s. plechtig gedenken, mogelijk met een taart met 526 kaarsjes - maar de ruim 700 jaar die deze vage juridische tekst uit Italië meegaat maakt dat ik mij helemaal nederig voel bij zoveel historie.

zondag, oktober 16, 2016

Een doos rozen voor een verzamelaar

Eén van de voordelen van een boekenblog is dat er met enige regelmaat lezers zijn die - terecht - vermoeden dat ik geïnteresseerd ben in boeken. Ik geef eerlijk toe: mijn blog is ook een beetje een open uitnodiging aan de wereld om mij boeken aan te bieden. Liefst voor niets, maar als het echt interessant wordt dan wil ik er ook graag voor betalen. En dus is dit niet alleen een plek waar ik mijn avonturen met boeken beschrijf, maar ook een digitaal uithangbord voor de boeken die ik nog zoek.

In het verleden heb ik met enige regelmaat geschreven over mijn Adriaan van Dis collectie. Ooit schreef ik over mijn zoektocht naar de speciale uitgave van The Shell, en ruim een jaar later bood een lezer het mij aan. Ruim twee jaar geleden meldde ik dat ik  de Roos-uitgave Kleurlijn zocht maar wat ik niet schreef is dat na een vergeefse poging om het boek bij Fokas te kopen (ik viste weer eens achter het net! Ondanks dat ik exact 54 minuten nadat de nieuwsbrief in mijn mailbox plofte mijn bestelling deed) ik beet had in de najaarsveiling van Burgersdijk en Niermans (lot 387). Eindelijk was deze uitgave van Stichting de Roos in mijn bezit.
Maar achteraf was ik erg blij dat ik het niet op dit blog had vermeld. Want dit voorjaar werd ik door een lezer benaderd die vroeg of ik nog steeds op zoek was naar het boek, en die meldde dat hij een hele rij met uitgaven van Stichting de Roos te koop had. Of ik misschien voor een of meer uitgaven interesse had?

Dat had ik natuurlijk, want uiteindelijk wil ik graag alle uitgaven van De Roos in mijn kast hebben. Alleen weet ik ook wat de waarde er van is dus probeerde ik aan verwachtingenmanagement bij de verkoper te doen: interesse is er, maar ik weet niet of het budget er is.

Toen ik eenmaal het lijstje met beschikbare Rozen ontving verschoot ik bijna van kleur. Het overgrote deel ervan was niet in mijn bezit. Tegen de 50 uitgaven lagen als het ware binnen handbereik, maar zou ik dat ooit kunnen betalen? Welke prijs zou gevraagd worden? En als ik zou moeten kiezen uit het aanbod, welke moest ik dan kiezen? Ik bedacht mij dat ik maar liever niet van het bestaan van dit aanbod had willen weten. Nu zou ik voor altijd terugdenken aan een gemiste kans om een enorme slag te slaan.
Maar we bleven heen en weer mailen. Ik gaf aan dat ik in heel veel uitgaven interesse had. De verkoper kwam met een voorstel voor de koopprijs. Ik dacht er over na en was ondertussen druk bezig met drie zaken:
1. Bedenken hoe ik ooit mijn eega over deze aankoop zou vertellen als dit door zou gaan
2. Bedenken hoe ik aan het geld zou komen om de naar verwachting forse koopprijs te betalen
3. Een grote reorganisatie op het werk waarvoor ik verantwoordelijk was en waardoor ik uiteindelijk op mijn eigen baan moest solliciteren

De weken verstreken en de verkoper werd - terecht - een beetje ongeduldig. Hij had daarom contact opgenomen met Bubb Kuyper om te zien of de boeken inbreng konden zijn voor de najaarsveiling 2016. Gelukkig had ik door hard te sparen en slim te handelen (zoals ik hier beschreef) en het voornemen om nog wat eigen boeken te verkopen de vraagprijs bij elkaar. Wat hielp is dat ik uiteindelijk het hele aanbod kocht - inclusief de uitgaven die ik al had. Dat maakte dat ik de verwachting had dat ik bij doorverkoop van de dubbele exemplaren nog wat zou terugverdienen.

Al met al was uiteindelijk de dag daar dat ik de boeken ging afhalen. In het hart van het land in het smalste straatje waar ik ooit gereden heb meldde ik mij op het adres. Ik wist niet wat ik kon verwachten omdat er geen ander contact was geweest dan per mail. Maar ik werd ontvangen door een hartelijke verzamelaar, die passie had op een ander gebied dan ikzelf en die via een Venduehuis tegen al deze boeken was aangelopen. En bij nader inzien pasten ze niet bij zijn collectie, en dus werden ze verkocht. We bewonderden samen de rij uitgaven. Het was uiteindelijk een hele grote doos vol, die ik voorzichtig door de regen naar mijn auto tilde. Uiterst voorzichtig reed ik naar huis, proberend elk hobbeltje en elke stevige bocht in de weg te vermijden om botsen en schudden te voorkomen.

Zo kwam het dat ik uiteindelijk in het bezit was van twee exemplaren van Kleurlijn van Adriaan van Dis: eentje uit de veiling van Burgersdijk en Niermans en eentje in deze nieuwe stapel boeken. Maar dat was nog de minste voorspoed. Thuisgekomen ben ik uren bezig geweest met het bekijken van de boeken. Klein en groot, kwetsbaar en robuust, alle soorten, maten en vormen: zoals van Stichting de Roos verwacht mag worden was er een enorme variëteit aan boeken. Elk boek is een pareltje en laat langzaam zien wat het in zich heeft. Exemplaren uit de jaren '50 tot aan 2014. Onbekende namen en bekende namen. Ik schreef al eerder over de veiling bij Bubb Kuyper waar ik een enorm berg boeken over boeken kocht onder de titel "alle boekenwensen vervuld". Die verzuchting gold ook deze keer: wat heb ik nog meer te wensen dan deze verzameling met prachtboeken?

Maar ik vond nog iets. Veel van de boeken waren niet de standaard-genummerde exemplaren van Stichting de Roos. Van elk boek worden namelijk 175 genummerde exemplaren gemaakt voor leden, en daarnaast enkele exemplaren voor bestuur en medewerkers. Het overgrote deel van mijn aankoop bestond uit die extra exemplaren voor bestuur en medewerkers. Veel van de boeken hadden daarom in het colofon niet de vermelding: "dit exemplaar is nummer..." maar de vermelding "dit exemplaar is gedrukt voor...". Ik wist niet eens dat die variant bestond! En niet alleen dat, maar een aantal van de boeken waren gesigneerd door of gedrukt voor Hans Eenens. En Hans Eenens is de oud-voorzitter van Stichting de Roos. Oftewel: ik had een serie boeken De Roos gekocht uit de boedel van de voorzitter. Dat riep bij mij wel een aantal vragen op: was Hans Eenens overleden? Hoe komt deze set boeken bij een Venduehuis terecht, was dat niet meer iets geweest voor een serieus antiquariaat? En: waar is de rest van de boeken van Hans Eenens gebleven?


Allemaal onbeantwoorde vragen. Maar ik heb toch maar mooi mijn collectie van De Roos bijna verdubbeld, een paar minder goede exemplaren vervangen door betere en bovendien bezit ik nu een aantal uitgaven die nog iets bibliofieler zijn dan de toch al bibliofiele uitgaven van De Roos zoals ik die kende... Elke keer als ik met mijn hand langs de rij uitgaven van De Roos ga - inmiddels ruim anderhalve plank in een Billy - dan realiseer ik mij: ik ben een gelukkig mens.


zondag, september 25, 2016

Bibliofielen in het wild

Iedereen kan het artikel ook lezen op de site van de Volkskrant, maar ik vind de de bijdrage van Arjan Peters zo leuk, dat ik hem hier integraal plaats. En waarom vind ik 'm leuk? Omdat ik me herken in de geschetste bibliofielen. Het is niet voor het eerst dat bibliofielen worden beschreven - Peters haalt zelf al Komrij aan, bijvoorbeeld - maar daarom is het niet minder leuk. Vooral deze zin: "Dat woordje hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper die feitelijk al óm was." Hoe vaak heb ik niet geschreven over achter het net vissen? Zoals hier. En hier. En hier. Aan de andere kant: ik herken me niet in het gegeven dat ik mij schaam voor mijn aandoening. Maar, genoeg gedraald, Arjan Peters heeft het woord.

Bibliofielen in het wild op de Antiquarenbeurs

Boekenweek

Op de aanstaande Antiquarenbeurs kun je een zeldzaam verschijnsel zien, aldus Arjan Peters: bibliofielen in het wild.
Bibliofielen, dat zijn mensen die niet lezen maar verzamelen. Als ze al een boek openen, zullen ze er eerder de zetfouten van kennen dan de tekst. Dit zei Gerrit Komrij toen hij 22 jaar geleden de Internationale Antiquarenbeurs opende. Hij wist over wie hij sprak.

Volgend weekend vindt de Antiquarenbeurs weer plaats, in het Amsterdamse Marriott Hotel. Misschien ga ik even langs, om naar bibliofielen te kijken. Je ziet ze niet vaak in het wild. Ze zijn niet trots op hun aandoening - hebzucht vermomd als literatuurliefde -, en komen er daarom moeizaam voor uit. Ik ontken er een te zijn, hoewel ook dat mogelijk een symptoom is.
De aanvechtingen van de verzamelaar ken ik. Maar ik kan op tijd stoppen
De aanvechtingen van de verzamelaar ken ik. Maar ik kan op tijd stoppen, vind ik zelf. Zo bezit ik een eerste druk van de roman Uit talloos veel miljoenen (1981) van W.F. Hermans. Ik weet dat ik óók een tweede druk (1983) moet aanschaffen, omdat de auteur daar een wrang slothoofdstuk (nr. 43) aan toevoegde. Extra attractie: er is toen een fout bij de hoofdstuknummering blijven staan: in de eerste én de tweede druk staan twee hoofdstukken 37 na elkaar. Pas bij de derde druk (1989) heeft het slothoofdstuk het goede nummer, 44, gekregen. In de Volledige Werken deel 5 (2013) staat uiteraard de goede versie, en die heb ik, maar dat is geen kunst. Een bibliofiel bezit de drukken 1 tot en met 3.
Het woordje 'verkocht' hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper
Antiquariaatscatalogi lees ik altijd. De firma Fokas Holthuis bood laatst een boekje aan dat de zelfverklaarde gek W.L. Smit in 1889 met de hand schreef in de inrichting Meerenberg bij Santpoort: 'Het Leve is 1 Kunst en 1 Streid/ Heeft Dominé Weisz ons eens geseid/ En waar die Kunst te leeren is/ Dat is in Meerenberg gewis.'

Verkocht, las ik onder de aanlokkelijke beschrijving in de catalogus. Dat woordje hoort bij de kleine verdrietelijkheden voor een boekensneuper die feitelijk al óm was.

De lezing van Komrij uit 1994 heet 'De boekendans'. De tekst staat in diverse verzamelbundels. Ik heb een eerste druk (500 exemplaren), met een paar regels méér, zoals Komrijs destijds uitgesproken wens 'dat zekere verzamelaars schielijk sterven'. Mijn exemplaar is gesigneerd 'Voor I'. Dat was de Telegraaf-recensent en Komrij-verzamelaar Ivan Sitniakowsky, die in 2014 overleed. In juni van dit jaar trof ik het boekje in een catalogus aan. Ik kocht het. Uit respect voor een bibliofiel.

maandag, september 12, 2016

Nagelaten werk als sleutel tussen 19e eeuwse boekenliefhebbers

In de nalatenschap van mijn oom vond ik een curieus boekje dat uiteindelijk heel bijzonder bleek te zijn. Ik had het meegenomen omdat het in het rijtje 'oude boeken' stond en ik was van plan thuis eens rustig uit te zoeken of daar wat bij zat wat meer dan gemiddeld bijzonder of waardevol was.


In het stapeltje zat dus ook dit in zwart gebonden boekje - het ziet er een beetje uit als een schoolschrift - dat een exemplaar bleek te zijn van W.H.J van Westreenen's 's Graavenhage in de dertiende eeuw volgens eene oude aftekening, met historische ophelderingen, uit 1804 (online versie hier). Om te kijken of deze titel op zichzelf nog wat waard was googlede ik het en het bleek voor twee tientjes al te koop te staan. Dus legde ik het weg om het later te bekijken: kennelijk was het wel apart, maar niet bijzonder.

Toen ik onlangs het boekje doorbladerde viel mij iets curieus op: er zat voorin een briefje ingeplakt met een tekst in een voor mij bijna onleesbaar handschrift. Maar de naam van de afzender lijkt die van Van Westreenen zelf te zijn.  En bij het verder doorbladeren viel mij nog iets op: er zaten twee stickertjes in - één in het Nederlands en en één in het Frans - die erop leken te wijzen dat dit boekje ooit had toebehoord aan het "Willem II-museum" in Den Haag. Daarnaast waren er in de tekst van dit boekje verschillende aantekeningen gemaakt.

Dit museum ken ik niet maar de combinatie van deze stickertjes, het briefje en de aantekeningen maakte mij nieuwsgierig. En al snel ontdekte ik dat ik misschien wel een heel bijzonder boekje in handen had.



Allereerst de auteur van het boekje - Willem Hendrik Jacob (Willem) baron van Westreenen van Tielland. Hem kennen we natuurlijk als de stichter en naamgever van het Museum Meermanno-Westreenianum. Deze oud-militair die een van de grootste verzamelingen incunabelen van Nederland (en diverse andere belangwekkende collecties) bijeen bracht was een excentrieke, onaangepaste man die ondanks zijn afkomst en relaties er nooit in slaagde om een politieke functie van enige betekenis te krijgen. En die daarnaast zijn rijke verzameling voor iedereen verborgen hield. Hij heeft ook een bescheiden rijtje met eigen boeken op zijn naam staan. Eén ervan is dit werkje, dat hij op 21-jarige leeftijd schreef. In de Vaderlandse Letteroefeningen wordt het aldus benoemd:
De vlytige en kundige Westreenen geeft hier den Nederlanderen een geschenk, dat, hoe klein in het voorkomen, by elken Liefhebber der Oudheidkunde eene aanmerkelyke waardy zal hebben. Waarin het besta, ziet men uit den opgegeven titel. Het is, naamelyk, een Kaartjen van den allereersten aanleg van 's Graavenhage, in het midden der Dertiende Eeuwe, of omtrent 300 jaaren vroeger dan eenige andere thans bekend zynde asbeelding of beschryving. 
Later bleek het kaartje waarop het werk was gebaseerd helaas toch niet authentiek te zijn, maar het is mooi om op die leeftijd al als "vlytig en kundig" bekend te staan. Als liefhebber van boeken en (dus) van het museum van het boek was deze auteur geen onbekende van mij.

Dan het Willem II-museum. Ik vond daar informatie over op de pagina's van de journalist Marcel Tettero (met name deze pagina over het museum en deze over diens stichter) en in de biografie van Ignaz Matthey. Het idee voor het museum ontspringt aan het brein van Toon Tetteroo of Tetterode. Zijn echte achternaam is Van Tetroode en hij is een markant boekhandelaar uit Amsterdam die tussen 1830-1840 in Den Haag neerstrijkt. Hij is - indirect - een bekende van Koning Willem II en de koning steunt - eveneens indirect - een aantal van zijn initiatieven. De koning en Van Tetroode hebben elkaar nooit rechtstreeks ontmoet. Van Tetroode raakt verwikkelt in diverse hevige disputen tussen Republikeinen en Koningsgezinden. Via vlugschriften, eigen kranten en op talloze andere manieren geeft hij uiting aan zijn Oranjeliefde en zijn voorkeur voor een grote rol van de Oranjes in Nederland. Na de dood van Willem ll wil van Tetroode een museum voor 'zijn' koning inrichten. Want Willem II heeft op 16 juni 1815 in Quatre Bras de Nederlandse troepen heldhaftig aangevoerd (hoewel achteraf de rol van de Nederlanders wel mee lijkt te vallen). Twee dagen later verliest Napoleon de slag bij Waterloo en het heeft er alle schijn van dat de latere koning zijn bijdrage aan de geschiedenis heeft geleverd. Het levert hem in Nederland in elk geval een heldenstatus op.
In de ogen van Van Tetroode krijgt de koning desondans niet de erkenning die hij verdient. Al een jaar na de dood van zijn 'beschermheer' doopt hij zijn boekhandel om in "Museum Willem II". Hij maakt een folder waarin hij koning Willem ll prijst als verzamelaar van kunst. Ook koopt hij een levensgroot borstbeeld van zijn geliefde koning en plaatst het voor zijn woning. In de folder laat hij onomwonden weten dat hij ondanks zijn leeftijd (54) liever straatarm verder leeft dan ophoudt met het eren van zijn overleden vorst. Van Tetroode zou zelfs de sigarenpeukjes verzamelen die de koning op straat achterlaat (en onder een glazen stolp in zijn winkel tentoonstellen). Na verwoede pogingen om oa de kunstcollectie van de overleden koning te (laten) kopen en een eigenstandig museum te openen, blijft er niets anders over dan zijn eigen boek- en prentenhandel als museum in te richten. In 1856, zeven jaar na de dood van de koning, opent aan het Lange Voorhout in Den Haag het museum Willem ll de deuren, vlakbij het voormalige paleis van de vorst. Op de plek van het Museum staat nu Hotel Des Indes.

Van Tetroode heeft in zijn leven veel geld geleend. Omdat zijn handel steeds slechter loopt moet hij telkens verhuizen naar een kleiner onderkomen. Matthey achterhaalt in zijn biografie maar liefst 31 woonadressen in Den Haag tussen 1838 en 1875. Arm en berooid sterft de boeken-, kunst- en muziekhandelaar Van Tetroode uiteindelijk zonder dat zijn doel is bereikt. Van het beoogde grote museum Willem ll is, aldus Marcel Tettero, op zijn sterfdag niet meer over dan "een kruiwagen met spulletjes die op een zolder aan de Hekkelaan 9 in Den Haag staan uitgestald".

Wat is nu de relatie tussen Van Westreenen en Tetroode? Uit de archieven van het museum Meermanno-Westreenianum, dat wil zeggen via de beschrijvingen in het boek Een wereld van verzamelaars en geleerden blijkt dat Van Westreenen en Van Tetroode met elkaar correspondeerden. Van Tetroode liet via Van Westreenen publicaties van hem bij de Koning bezorgen. Matthey tekent in zijn biografie op dat Van Westreenen boeken kocht bij Van Tetroode, zoekopdrachten gaf, commissies verleende voor aankopen op veilingen en hem inschakelde bij de verkoop van doubletten. Zij kenden elkaar dus: Van Tetroode was een graag geziene gast bij Van Westreenen thuis en Van Westreenen bemiddelde op het ministerie bij een dreigend faillissement van Van Tetroode. Het lijkt voor hand te liggen dat Van Westreenen ook was betrokken bij het droombeeld van Tetroode: het museum Willem II.

Terug naar het boekje van mijn oom. Wat is nu de connectie tussen al deze dingen? Blijkbaar heb ik hier een authentiek werk uit het bezit van Van Tetroode. Na zijn dood heeft dit misschien wel in de bovengenoemde "kruiwagen met spulletjes" als restanten van het museum gezeten, maar waarschijnlijk is het al eerder in het proces van verarming verkocht: onder druk van dreigend faillissement heeft Van Tetroode de inboedel van zijn eigen winkel geveild en hij moest meer dan eens zaken verkopen om het hoofd boven water te houden. Aan de andere kant: één van de stickers vermeldt het adres Hekkelaan 9, en dit is het twee-na-laatste adres van de 31 waar Van Tetroode woonde, hij verbleef op dit adres tussen 1867 en 1875. Het lijkt erop dat hij dit boekje dus lang bij zich heeft gehouden. Het briefje voorin het boek is duidelijk van de hand van Van Westreenen: een schenking van dit jeugdwerk van de auteur aan de droom van zijn vriend en mede-bibliofiel? Als ik in staat ben het briefje verder te ontcijferen wordt misschien meer duidelijk. Voor zover ik nu kan zien is Van Westreenen dankbaar voor iets dat Van Tetroode heeft betekend in relatie tot "manuscripten met miniaturen" en de aanwezigheid van soortgelijke boeken in de bibliotheek (van Van Westreenen?). Als het briefje bij dit boek hoort (maar misschien is het er later ingeplakt), heeft Van Tetroode het minstens 20 jaar in zijn bezit gehad.

Duidelijk is wel dat dit boekje getuige is geweest van een bijzondere en hectische periode in de ontwikkeling van ons land en van een bijzondere vriendschap tussen twee legendarische namen in de geschiedenis van de bibliofilie. Het boekje dat ik gedachteloos mee naar huis nam en waarvan ik dacht dat het weinig waarde had, blijkt een belangwekkend werkje te zijn. Boeken met een verhaal - ik hou ervan. En dit onooglijke boekje in zjin rommelige zwarte omslag krijgt een ereplaats in mijn bibliotheek.

Dit alles met dank aan mijn oom de verzamelaar. Zou hij zelf geweten hebben wat voor bijzonders hij in zijn bezit had? Ik kan helaas niet terugvinden hoe hij aan dit boekje is gekomen. Op een veiling gekocht? In een antiquariaat gevonden? Opgedoken in een kringloopwinkel? Hij hield niet in detail bij waar hij welke boeken kocht: de omzwerving van anderhalve eeuw van dit werkje zullen altijd een mysterie blijven. Maar vanaf nu is duidelijk waar het thuishoort: in de collectie van Sneuper.

NASCHRIFT
Lezer Jos van Heel was zo vriendelijk om het briefje van Van Westreenen te ontcijferen. Er staat:
De B[aro]n van Westreenen van Tiellandt betuigt den H[ee]r van Tetroode zijn erkentenis, voor de bezichtiging van nevengaand fraay werk van Midolle, maar bezitter zynde, gelijk de H[ee]r van Tetroode van ouds weet, van een aantal oude Manuscripten met migniaturen, versierde voorletters &c. heeft hij zich voorgenomen, in zijne Bibl[iotheek] geene facsimile's van soortgelijke kunstgewrochten, die - hoe fraay ook - echter altijd maar Copien zijn, te plaatsen.
Zijne gezondheid is thans tamelijk goed, en hij verzekert den H[ee]r van Tetroode van zijne erkentelijkheid voor de deelneming in dezelve.
Dit geeft aan dat het briefje niet oorspronkelijk in dit werk zat, maar kennelijk in een werk van Midolle dat Van Westreenen van Van Tetroode op zicht heeft gekregen, mogelijk om hem bij te staan in een periode van ziekte. Zou hier worden gedoeld op een facsimile van de beroemde calligrafist Jean Midolle? Deze was actief in Van Westreenen's tijd en het zou niet verbazend zijn als hij een origineel van diens werk zou hebben. Echter, als ik nu zoek in de catalogus van het museum, dan zijn er geen werken van Midolle bekend. Misschien bedoelde Van Westreenen andere soortgelijke boeken (en wilde hij per definitie geen facsimiles) of misschien is er wel een werk van Midolle geweest, maar inmiddels verdwenen. Als ik nu in de bibliotheek van Meermanno kijk zie ik overigens 118 werken waarin op een of andere manier het begrip facsimile voorkomt.

zondag, augustus 28, 2016

London revisited (bookish London part II)

Een aantal jaren geleden schreef ik over een bezoek aan Londen en de beperkte tijd die ik had om in de plaatselijke boekhandels rond te struinen. Met zoveel boekhandels beschikbaar is dat toch wel een kwelling voor een bibliofiel. Maar zoals de eerste wet van de bibliofilie luidt: 'geduld is een schone zaak'. En zo was het na een paar jaar wachten nu dan eindelijk zover. Ik had samen met junior het plan opgevat naar Londen te gaan en ons tourschema daar was overzichtelijk: 's morgens een boekhandel, 's middags een boekhandel en tussendoor als we tijd hadden nog een boekhandel. Onze omgeving dacht eerst dat sprake was van een grap: of wij niet meer in Londen wilden zien dan alleen boekhandels. Maar het onbegrip van de vragensteller verbleekte al snel bij het onbegrip van ons, Londengangers: wat zou je nu meer in Londen willen zien dan boekhandels?

Natuurlijk vereist een en ander wel zorgvuldige planning. Immers, boekhandels hebben de neiging om soms gesloten te zijn en het heeft voordelen om handige routes uit te stippelen om te voorkomen dat onnodig tijd verloren wordt met heen en weer reizen tussen twee locaties. En daarnaast is het goed om een paar doelen te hebben voor de boekenjacht: de lijst met desidirata moet ook weer eens opgepoetst worden.

Junior had een hele concrete boekenwens. Of liever gezegd: de wens was concreet ("ik wil een boek") maar het boek in kwestie was niet helemaal duidelijk. In gesprek met een collega had die haar enthousiast gemaakt voor een bepaald boek. Het genre was young adult, het was een heel bekend boek met een aantal 'geheime hoofdstukken' online, er was een grote fanbase rondom het boek en o ja, er was iets met een haai. Met deze beperkte gegevens heb ik mij aan een online zoektocht gewaagd, maar ik werd niets wijzer. Nergens doken relevante boektitels op, ondanks dat ik mijn google-skills tot het maximum benutte. Ik stelde ook een aantal zoekvragen op fora van boekliefhebbers: de berichtenpagina's van LibraryThing en Goodreads. Maar zelfs het aanboren van 'wisdom of te crowds' kon niet helpen. Dat boek konden we wel schrappen van de lijst, tenzij er een wonder gebeurde. En is Londen niet ook een beetje de stad van wonderen?

Op de eerste dag van onze boek besloten we ons heil te zoeken in Charing Cross Road. De eerste stop daar was Any Amount of Books. Voordat we de winkel in stapten namen we een kijkje in de bakken met boeken, wie weet wat er nog te vinden is voor een pond. En terwijl Junior voor de eerste bak stond, strekte ze haar hand uit en zei "dit is het boek dat ik wilde hebben!" Ik vond dat een hilarische opmerking op de eerste dag van ons bezoek bij de eerste boekhandel waar we keken, maar tot mijn stomme verbazing stond ze daadwerkelijk te juichen met een boek in haar hand. In de kist op straat bleek een nagenoeg nieuw exemplaar te staan van The Raw Shark Texts van Steven Hall te staan. Ongelooflijk maar waar, van alle miljoenen boeken in London en van alle tientallen boekwinkels, is het eerste boek dat wij zagen het boek waarvan we niet wisten hoe het heette. En daarmee kon ons bezoek aan Londen al niet meer stuk. Na het bezoek aan Any Amount of Books gingen wij via Quinto en Henry Pordes naar het boekenparadijs Foyles. Wat een heerlijke winkel is Foyles om in rond te dwalen en geïnspireerd te raken. Toch was onze focus niet zozeer op nieuwe boeken (want die halen we ook wel bij de American Book Center, of iets dergelijks) maar ook zonder iets te kopen is er met gemak een paar uurtjes stuk te slaan in een ruime boekhandel als Foyles.

De volgende dag herhaalden we dit recept: genieten van een mooie boekhandel en vervolgens onze slag slaan in een antiquariaat. En als we ons echt niet kunnen beheersen (en trouwens, waarom zouden we? Er was nog voldoende bagageruimte over) dan kochten we gewoon wat we mooi vonden. En zo begonnen we de dag in het fantastische Waterstones waarna we onze weg vervolgden bij Skoob. Pas toen we buitenstonden omdat de honger ons naar een lunchplek dreef met onze oogst in onze rugzakken, maakte junior de intelligente opmerking dat Skoob het tegenovergestelde is van Books. Ondanks alle planning en voorbereiding en het lange verblijf in de winkel was dit mij nog niet opgevallen.

Op onze laatste dag startten we de dag bij Hatchards, en wat een juweel van een winkel is dat! Een boekwinkel om langzaam van te proeven, eindeloos van te genieten en waar je je maar met moeite van losrukt. De wijze waarop de boeken worden aangeboden, het interieur.. het draagt allemaal bij aan het genot van de bibliofiel. Leuk was dat we op weg naar Hatchards langs Waterstones kwamen waar een enorme rij voor de deur stond. Bij navraag bleek dat te zijn voor een signeersessie van Buzz Aldrin. De beveiliger die bij de rij stond probeerde ons te overtuigen dat dit echt heel bijzonder was: hoe vaak kan je iemand ontmoeten die op de maan was? Die signeersessie startte om 12 uur, maar de rij was al voor openingstijd van Waterstones immens. Ik vroeg junior voor de zekerheid of zij in de rij wilde staan voor een gesigneerde Buzz Aldrin, maar wij waren het al snel eens: liever graven door een rij boeken dan zelf in de rij staan voor een boek. En anders kunnen we altijd nog bij ebay terecht.. Toen wij Hatchards verlieten bleek de rij voor Buzz Aldrin zich langs de hele gevel van Waterstones en ver de hoek om te hebben gevormd.

En zo dwaalden wij langs het boekenaanbod van Londen. We snoven de geur van papier, werden verrast en teleurgesteld, liepen met steeds hoger groeiende stapeltjes boeken door boekhandels en waren tevreden. De Southbank Book Market is nog steeds heel erg zonde van je tijd, net als een paar jaar geleden. Onveranderlijk wordt het aangekondigd als "one of London's best kept secrets" maar het is beter om het "the bibliophile's biggest disappointment" te noemen. Hoewel het uitzicht vanaf de Southbank, de terrassen en vooral de Food Market een genot voor alle zintuigen waren.

Hebben we dan verder echt niks toeristisch gedaan in Londen? Ach, natuurlijk wel. We hebben taart gegeten bij Choccywoccydoodah, zijn lekker naar Covent Garden geweest en naar de M&M winkel op Leicester Square. Niet toevallig zijn dat allemaal dingen die met eten te maken hebben. Want boeken zoeken maakt hongerig en bovendien hadden we koolhydraten nodig om onze oogst naar huis te kunnen tillen... En waar bestond die oogst dan uit? Want het gaat nu wel heel erg over boekwinkels in London, maar wat hebben wij dan eigenlijk gekocht? Uiteindelijk was het vooral junior die boeken had gekocht, Ik beperkte mij tot een paar mooie eerste drukken, oa van Ian McEwan en een paar boeken over boeken. Maar geen grote aankopen die een apart blogstukje vragen. Mijn handbagage was gevuld met boeken die in een andere kast verdwenen. Het waren er zoveel dat wij beiden vreesden dat de opbergruimtes in het vliegtuig het zouden begeven...

woensdag, juli 06, 2016

Boeken sneupen, boeken handelen

Ik heb nooit gedacht dat er een groot handelaar in mij zat, maar een klein handelaartje begin ik inmiddels toch wel te worden. Ik denk dat er geen jaar is geweest als 2016 waarin ik zoveel boeken heb ingekocht en ook weer verkocht, en dat alles om mijn boekenbudget aan te vullen of tenminste een aantal 'gratis' boeken te krijgen: d.w.z. de boeken die ik voor mijzelf houd nadat de ingekochte partij (met winst) van de hand heb gedaan.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Rustig surfend op het web, op zoek naar boeken kwam ik ineens terecht op de site van het voor mij onbekende veilinghuis Timothy, waar een langlopende boekenveiling bezig was. Deze boekenveiling bevatte een grote diversiteit aan boeken: fictie en non-fictie, Nederlandse en vertaalde literatuur en ook niet-vertaalde literatuur. Het leek een grote bibliotheek van iemand te zijn, maar de bibliotheek werd zonder veel samenhang boek voor boek geveild.

De boeken werden in porties geveild: elke dag een half uur lang ongeveer 50 kavels, bieden vanaf 0,5 euro en een vaste tijd waarop het kavel verliep. Vooral dat laatste bleek fijn, want waar andere veilinghuizen altijd een minuut toevoegen aan de looptijd nadat een bod is gedaan gebeurde dat hier niet. Dus op het moment dat één seconde voor tijd het hoogste bod is gedaan, is het kavel bijna zeker binnengehaald.

En zo begon ik te bieden. De meeste boeken bleken voor daadwerkelijk voor 0,50 verkocht te worden, met een enkele uitschieter naar een paar euro en veel boeken die helemaal niet verkocht werden. Dat is op zich te begrijpen, want het waren ogenschijnlijk geen bijzondere boeken: gewone romans en niet al te zeldzame drukken of uitgaves. Maar toch zag ik een paar kavels die mij interessant leken, vooral om door te verkopen: het verzameld werk van Couperus (de set uit 1976), het verzameld werk van Pierre Kemp en een kostbare set van Francois Valentijn: Beschryving van Oost-Indien, de facsimile uit 2002. Daarnaast wat exemplaren uit de series Privé-domein, Ambo-klassieken, en de Grote Bellettrie-reeksvan Athenaeum-Polak & Van Gennep.

Veel van de boeken werden zoals gezegd niet verkocht en die eindigden aan het eind van elke week op een plank die als geheel werd geveild. Vanwege de slechte kwaliteit foto's was niet echt duidelijk wat er op de planken stond. Ik heb een paar plankjes gekocht (€2,50 per stuk) zonder echt te weten wat ik kocht maar vooral omdat ik wat boeken meende te herkennen die voor mij interessant waren. Voor het overige was het een paar weken lang simpelweg alert blijven tussen 19.30 en 20.00 en op het scherpst van de snede bieden: één seconde voor tijd mijn maximumbod. Na een paar weken (de veiling bleek al maanden te lopen, ik stapte ruim een maand voor het einde in) waren er ook een paar andere bieders met die tactiek. Daardoor heb ik nog een paar kavels verloren.

Uiteindelijk heb ik 70 kavels gekocht, waaronder de eerdergenoemde van Couperus, Valentyn en Kemp. Ik zag een set Verzameld Werk van Bordewijk weg gaan voor teveel geld (waarom werd daar nu wel op geboden?) en ook mooi werk van Lucebert boven mijn budget. Aan de andere kant scoorde ik een paar mooie fotoboeken voor een fractie van de waarde. Maar ik hield niet echt bij wat ik allemaal kocht, want elke keer dacht ik "ach, een halve euro... wat maakt mij het uit". Dus toen ik de boeken ging halen in de buurt van Nijmegen schrok ik toch wel een beetje: letterlijk een auto vol boeken! Bananendozen en tassen vol boeken sleepte ik naar huis, tot grote ongerustheid van mijn huisgenoten: waar ging ik dat nu allemaal laten?

Maar mijn handelsinstinct bleek te kloppen. De set Valentyn verkocht ik al snel op Catawiki voor ruim het dubbele wat ik ervoor betaalde. De set Couperus ging voor bijna drie keer de inkoop weg en de Kemp vijf keer. Ik had ook nog een hele set luxe boeken over het oude Egypte gekocht. Tien boeken voor 0,50 per stuk gingen in een paar lots voor zo'n 30-40 euro per lot van de hand. De set Privé-domein van Herzen leverde een minieme winst op want die had ik toch wat te duur ingekocht. Maar al met al had ik al snel de kosten van de veiling terugverdiend, zelfs na aftrek van de dubbele veilingkosten: ik moest natuurlijk zowel bij Catawiki als bij Timothy afrekenen.

Maar wat bleef er dan nog over voor mijn eigen bibliotheek? Er zaten naast de bewust gekochte boeken een paar leuke verrassingen tussen. Zo kocht ik het boekje Tromboneliefde van de helaas te vroeg overleden Adriaan Jaeggi voor de eerdergenoemde 0,50. Bij nadere beschouwing bleek het een gesigneerd exemplaar te zijn. Ik kocht voor hetzelfde bedrag De zwarte met het witte hart van Japin, en dat bleek een eerste druk (niet gesigneerd helaas, maar dat komt nog wel). Op de eerdergenoemde plankjes bleek een mooie rij Dorresteins te staan, ook in eerste druk.

En onvermijdelijk is er nu een hele stapel boeken in mijn bezit die rechtstreeks naar de kringloop kan. Het zijn boeken die niet welkom zijn in mijn bibliotheek, maar die ook geen euro gaan opbrengen op Marktplaats of een veilingsite. Misschien dat een kringloopklant er nog blij mee is, maar Perkamentus hoeft er wat mij betreft niet voor om te lopen.

Aan het eind van dit avontuur kijk ik tevreden naar mijn boekenbudget en tegelijkertijd naar de stapel  (ruim 30 boeken die ik in feite gratis kan toevoegen aan mijn bibliotheek. Naast de gesigneerde Jaeggi, de Japins en de Dorresteins heb ik onder andere nog de Perdu-uitgave Op Peruaanse hoogte, van Julio Cortázar en Manja Offerhaus, de voor mij onbekende klassiekers De zangen van Maldoror, La Celestina en tot slot Onze vooroorlogstijd van de bij nader inzien heel foute Robert Brasillach, Daarnaast twee boeken van Mendoza voor als ik in augustus naar Barcelona ga en de Jaarboeken van Tacitus in de Ambo-uitgave.

Het was de moeite waard. Het bieden was elke avond weer spannend en zorgde voor een regelmatige stoot adrenaline als de laatste seconde was verstreken en ik moest kijken of ik het geworden was... En ik blijk al met al nog best een goede handelaar zijn. Wie weet wat dat mij nog voor voordeel gaat opleveren in de toekomst!

dinsdag, juni 07, 2016

Kringloopvondst

Ik ben wel eens wat jaloers op Perkamentus, en dan vooral op zijn regelmatige 'kringloopvondsten'. Hij bevindt zich in een omgeving met een aantal kringloopwinkels waar nog wel eens wat te vinden is (of hij heeft een geoefend oog om mooie dingen te vinden. Vermoedelijk beide) en dat levert mooie vondsten op. Ikzelf moet het doen met een aantal kwaliteitsarme kringloopwinkels die natuurlijk hun schappen met boeken hebben, maar waar toch niet veel meer te vinden is dan gebutste paperbacks uit het laatste decennium en de onvermijdelijke rij met Ludlums en Konsaliks.

Maar onlangs kon ik toch een mooie vondst bijschrijven in mijn bibliotheek. Ik kuierde op een goede dag door het Statenkwartier in Den Haag en in de buurt van de Willem de Zwijgerlaan zag ik een pandje dat de naam 'Boeken Outlet' droeg. Het had een beetje het karakter van een tijdelijke winkel, maar in de etalage zag ik geen onaardige boeken en dus besloot ik daar mijn geluk te beproeven.

Ik kreeg de indruk dat het een soort filiaal van het nabijgelegen Paagman was, waar overtollige voorraden oudere boeken werden verkocht, maar wel voor hele fijne prijsjes. Er was een kast met antieke werken en daar zag ik een paar voormalige Slegte-titels, dus een deel van de boedel oude boeken van De Slegte was hier naartoe gekomen.

Maar in de kasten zelf was het nodige te doen en al snel vond ik voor een euro een klein werkje van Jan Greshoff: Onpractische en belachelijk idealistische brief aan een boekdrukker. Een jaarwisselingsgeschenkje uit 1985 in een oplage van 600. Een leuke aanwinst voor mijn verzameling 'boeken over boeken' voor een euro, en tevens een bijdrage aan mijn verzameling jaarwisselingsgeschenken..

Voor een tweede euro vond ik het boekje met de 4/5 mei lezingen uit 2015. Elk jaar worden de lezingen van de dodenherdenking en Bevrijdingsdag gepubliceerd in een klein boekje. Dat is een verzamelwaardige reeks, al zeg ik het zelf en ik laat deze dan ook nooit liggen als ik ze vind. In de eerste jaren werden de boekjes gepubliceerd door diverse uitgevers, later door de CPNB. Talloze literaire auteurs hebben hierin meegewerkt: Harry Mulisch in 1992 (Op de drempel van de geschiedenis), Jeroen Brouwers (Steeds dezelfde zon), Adriaan van Dis, F. Springer, Geert Mak, Bernlef, etc. Behalve de uitgave uit 1993 (Maarten Schakel - Kiezen en delen: wie helpt mij aan dit onvindbare werkje?) heb ik de hele serie compleet. In een aantal gevallen gesigneerd, soms in de gebonden uitgave in plaats van de paperback, maar het is een fraai rijtje. Alleen ben ik te lui om elk jaar een nieuw boekje te bestellen bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dus wacht ik tot ik er tegenaan loop in - bijvoorbeeld - een kringloopwinkel. En dit keer lag het in Den Haag op mij te wachten. Overigens zijn alle lezingen ook online te vinden: de 4 mei lezingen staan hier, en de 5 mei lezingen hier.

Maar de mooiste vondst deed ik omdat ik intussen een geoefend oog heb om tussen allerlei gewone boeken de bijzondere eruit te vissen. Ineens viel mijn oog op een klein werkje in een mooi omslag. Het bleek de Stichting de Roos uitgave van Maurice Gilliams te zijn: Winter in Antwerpen, uit 1967. De genummerde uitgave voor een royale 2,5 euro. Een ouderwetse rijksdaalder, als je dat begrip nog mag gebruiken in de eurotijd. Het gemarmerde omslag ziet er fraai uit, maar ik ontdekte wel dat er kennelijk veel verschillende omslagen bestaan: als ik de beschikbare uitgaven van dit boek op internet bekijk zie ik andere omslagen dan de mijne. Kennelijk was er bij De Roos nog ruimte om de 175 exemplaren ook nog in een aantal verschillende omslagen te binden. Maar het is één van de doelen in mijn bibliofiele leven om alle uitgaven van De Roos te verzamelen, dus ook deze liet ik mij goed smaken. Los daarvan vind ik het fijn om dit werk van Gilliams te hebben. Ik weet nog dat ik jaren geleden het postuum gepubliceerde boek Gregoria of een huwelijk op Elseneur las, waarin Gilliams terugblikt op zijn desastreuze huwelijk met Gabrielle Baelemans. Ik was erg onder de indruk van de stijl van Gilliams en zijn woordgebruik en de inhoud van dit boek, en heb hem sindsdien altijd een bijzonder auteur gevonden. Ik heb Gregoria nog vaak aanbevolen aan andere lezers voor als zij een ontwrichtend boek wilden lezen.

Bij de kassa van de Boeken Outlet pakte ik nog voor een euro de luxe Nederland Leest-uitgave van Maarten het Hart's Een vlucht regenwulpen mee (met - zoals later bleek - een onverwijderbare en lelijke prijssticker op het omslag. Welke psychopaat levert dergelijke stickers aan boekhandels?) maar naast de vier verschillende paperbackuitgaven van destijds heb ik nu ook de gebonden editie.

En zo verliet ik fluitend deze boekenoutlet, 5,5 euro armer maar een paar mooie uitgaven rijker. En eindelijk weer eens een profijtelijk kringloopbezoek - hoewel deze winkel technisch gesproken geen kringloopwinkel is. Maar wat doet het ertoe - als ik maar van boeken word voorzien!

dinsdag, mei 17, 2016

Een boekenverzamelaar overleden

Mijn oom is dood. Ik schreef een paar jaar geleden al over mijn oom de boekenverzamelaar die op hoge leeftijd was maar nog steeds gefascineerd werd door boeken en boeken verzamelen. De laatste jaren ging het al niet zo best met hem, maar dat weerhield hem er niet van om boeken in zijn geliefde verzamelgebied te blijven kopen. Hij was nog steeds geabonneerd op de catalogi van Van Stockum's (zou het toeval zijn dat dit veilinghuis intussen ook in andere handen is overgegaan?) en sloeg zijn slag als hij iets zag.
Helaas kenmerkten de laatste periode van zijn leven zich door geregeld ziekenhuisbezoek en tussendoor hersteltijd. En dus stapelden de pakjes van Van Stockum zich op en werden niet meer uitgepakt. Voor kopen had hij nog fut, maar voor uitpakken en sorteren niet meer.
Op een dag werd hij gevonden, zittend voor het raam, kijkend naar het uitzicht waar hij zo van hield. Het lijkt erop alsof hij zonder al te veel pijn definitief naar de Eeuwige Bibliotheek is gegaan. En zo eindigde het leven van iemand die zijn hele leven gefascineerd was door het geschreven woord in al zijn vormen.

Tijdens de begrafenis mocht ik nog een paar woorden spreken en ik keek terug op onze gezamenlijke passie: het verzamelen van boeken. Dat sprak een paar andere aanwezigen op de begrafenis aan. Een oude tante afkomstig van de andere kant van Nederland sprak mij aan: als ik ook zo van boeken hield, dan had zij nog wel wat voor mij. Ik vreesde het ergste, maar werd uiteindelijk verblijd met een boek met een mooi verhaal.
De oude tante was jaren geleden een vaste bezoeker van een camping. Die camping was ook de plek waar de schrijver Den Doolaard zijn dagen schrijvend doorbracht. Elke dag aan het eind van de schrijfdag kuierde Den Doolaard over de camping langs de tent van mijn tante. Op een dag raapte ze haar moed bij elkaar en sprak de grote schrijver aan. Ze brachten een aangenaam uurtje door, pratend over schrijven en het leven en aan het eind van dat uurtje signeerde hij haar exemplaar van De herberg met het hoefijzer.
Het is dit exemplaar dat ik nu bezit. Het is geen bijzondere druk en verder zou het qua uitvoering niet opvallen in een boekenkast. Maar een boek wordt kostbaar door het mooie verhaal dat erbij hoort.

En zo resulteerde de begrafenis van mijn oom in een aanwinst voor mijn boekenkast. In de komende periode zal ik ook nog wel wat tijd besteden in de bibliotheek van mijn oom. Ik heb hem namelijk beloofd dat ik zou zorgen dat zijn boeken goed terecht zouden komen. Wat dat precies betekent weet ik nog niet en hoewel zijn verzamelgebied het mijne niet is, zal ik mij er toch in moeten verdiepen om de boeken op een volgende plek te laten terechtkomen waar ze geliefd en gekoesterd worden. Ik zal er in elk geval voor zorgen dat ik tenminste één karakteristiek boek van hem in mijn bibliotheek neer kan zetten. Op die manier kan ik de herinnering aan deze boekenverzamelaar blijven bewaren.

woensdag, maart 16, 2016

Een nieuwe lente, een nieuwe schrijversmarkt

Zoals elk jaar in het voorjaar organiseert de Bijenkorf weer haar Feest der Letteren, waarbij schrijvers signeren en worden geïnterviewd en lezers worden geacht veel boeken in te slaan.

Deze keer was het Feest der Letteren in Den Haag, na jarenlang in Amsterdam te zijn georganiseerd (zie mijn verslagen van 2009 en 2014; de tussenliggende jaren zijn te lezen via de zoekfunctie op het blog. In 2015 was ik er niet omdat er eerlijk gezegd te weinig schrijvers waren van wie ik nog te signeren boeken in de kast had). Dit omdat de Bijenkorf in Den Haag, tegenover het failliete V&D, 90 jaar bestond. De ambiance was duidelijk anders dan in Amsterdam, de aandacht was volgens mij ook niet zo groot (geen lange rijen bij de tafeltjes) en de schrijvers waren ook verdeeld over twee verdiepingen met hun tafeltjes en stonden vrij ver uit elkaar.

Ik had natuurlijk weer mijn vaste stapeltjes met boeken uitgezocht om te laten signeren. Ik was een beetje bezorgd dat daar streng op zou worden gecontroleerd. Ik was al eerder aangesproken door Bijenkorfmedewerkers dat ik wel heel veel boeken bij mij had om te laten signeren. Eigenlijk mag je alleen boeken laten signeren die je bij de Bijenkorf koopt, en daar is natuurlijk ook wel iets voor te zeggen. De praktijk is dat de schrijvers het geen probleem vindt, maar de Bijenkorf-mensen wel. Dit jaar viel het wel mee: slechts 15 boeken wachtten op een handtekening. In andere jaren had ik wel eens een koffer met boeken bij me, nu paste het in een rugzak. Maar de sfeer was gemoedelijk en niemand keek mij verwijtend aan bij het tonen van mijn eigen boeken in plaats van een exemplaar dat te koop lag op het tafeltje bij de schrijvers. Helaas konden niet alle 15 boeken gesigneerd worden: de aangekondigde Connie Palmen kon vanwege "persoonlijke omstandigheden" niet aanwezig zijn. Daar stond tegenover dat ik met meer boeken naar huis ging, dan dat ik bij de Bijenkorf kwam.

Het mooie van een redelijk rustige Bijenkorf is dat er tijd is om nog even met de schrijvers te praten. Het valt me altijd weer op hoe toegankelijk en aardig de meeste schrijvers zijn. Natuurlijk, ze staan er vrijwillig en je mag aannemen dat ze dan ook wel plezier hebben in lezers. Hoewel ik toch ook wel een paar heel chagrijnige auteurs heb meegemaakt (Martin Bril, Midas Dekkers), is dat gelukkig de minderheid.

De middag begon al heel leuk met Charles den Tex en Anneloes Timmerije. Ik leerde dat zij getrouwd waren en Charles den Tex ontpopte zich als echte verkoper. Hij signeerde met veel genoegen de boeken die ik bij mij had, maar smeerde mij ook nog een exemplaar aan van het samen met Timmerije geschreven boek Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd. Ik had een paar Literaire Juweeltjes bij me van hem, waarvan hij aangaf dat hij er erg tevreden over was (vooral over Gestolen). Maar ik moest Het vergeten verhaal... toch echt kopen en lezen van hem, en dat ga ik natuurlijk doen. Toen ik het boek door Anneloes Timmerije wilde laten signeren moest ik veel geduld hebben. Niet omdat de rij voor haar tafeltje zo lang was, maar omdat zij net haar voormalige leraar Nederlands had ontmoet, voor het eerst sinds haar middelbare school tijd. De man had zelfs nog een oud rapport van haar bij zich en zij was erg onder de indruk van de ontmoeting. Gelukkig signeerde zij ook nog mijn nieuw aangeschafte boek.

Een ander leuk gesprek had ik met Fik Meijer, van wie ik Paulus' zeereis naar Rome bij mij had. Hij was verrast om het boek te zien, het stamde inmmers al uit 2000. Meijer analyseert in het boek een Bijbelverhaal (Handelingen 27 en 28) aan de hand van historische maritieme gegevens: gegevens over scheepsbouw, onderwaterarcheologie en de samenleving uit die tijd. Dat geeft een verrassend perspectief op sommige verhalen. Hij vertelde dat hij het in dit boek extra grondig had gedaan omdat hij veel affiniteit met het onderwerp had.

Jan Brokken signeerde het boek Blok. De boekhandelaar van mijn vader, waar ik eerder over schreef, plus uiteraard ook nog een Literair Juweeltje van zijn hand. Tijdens het signeren vertelde hij over een verhaal over een boekhandel in Riga dat hij in zijn nieuwste boek had opgenomen, met de suggestie dat ik dat boek zou kopen... Op dat moment pakte ik het boek Uit liefde in boeken, waarin 15 auteurs vertellen over hun favoriete boekhandel. Brokken vertelt daarin het verhaal uit Riga, en hij signeerde het boek bij de titelpagina van zijn bijdrage. Van de 15 auteurs in dat boek hebben 6 inmiddels hun eigen verhaal gesigneerd. Helaas zal het nooit compleet worden, omdat Michaël Zeeman en Martin Bril inmiddels zijn overleden, maar het boek begint mooi gevuld te raken met handtekeningen.

Leuk was het om met Arie Boomsma te praten over zijn pasgeboren kind en de emotie die dat met zich meebrengt. Dat je jezelf zo bijzonder voelt als het kind er is en dat het heel raar is dat de rest van de wereld dat niet lijkt te zien en gewoon doorgaat met het leven zoals het is. Terwijl er iets fundamenteels anders is, en van universeel belang: je hebt immers een kind gekregen.

Tot slot haalde ik nog wat handtekeningen op van Esther Gerritsen en Hugo Borst, beide in een Literair Juweeltje. Met Gerritsen kletste ik nog even over de herkomst van mijn voornaam, met Borst uiteraard over Sparta en dat hij eigenlijk niet durft te hopen op promtotie dit jaar, ook al staat Sparta inmiddels een straatlengte voor... Na de oogst van die middag heb ik eens even bij mijn rijtje kleine boekjes gekeken. En wat blijkt: inmiddels bezit ik 121 verschillende literaire juweeltjes en daarvan zijn er 37 gesigneerd. Geen gekke tussenstand!

Ik ben blij dat ik weer eens naar het Feest der Letteren ben gegaan. Een mooie traditie van de Bijenkorf en een goede kwaliteitsimpuls van mijn bibliotheek. Want zeg nou zelf: zelfs al is het 'maar' een Literair Juweeltje, een gesigneerd boek is toch leuker dan een niet gesigneerd boek...

woensdag, maart 02, 2016

Vakliteratuur voor de liefhebber

Afgelopen week deed ik een mooie vangst op Catawiki. Het heeft zin om de wekelijkse boekenveilingen na te speuren, want zo vind je nog eens wat. Zo af en toe raak ik de draad kwijt tussen alle soorten veilingen ("Boekenveiling na 1850 - internationaal"; "Boekenveiling moderne literatuur - Frans" , waarbij Franse literaire werken zowel in de eerste als in de tweede veiling terecht komen), maar dat mag de pret niet drukken.

Het kavel dat ik binnenhengelde bestond uit een kleine collectie tijdschriften voor boekenverzamelaars, beide uit de vroege jaren zeventig. 9 exemplaren van het fraaie The Book Collector en 7 exemplaren van het dunnere, maar niet minder boeiende, tijdschrift The Private Library.

In beide gevallen is het slechts een tamelijk willekeurig fragment uit een langlopende reeks van tijdschriften. Dus incompleet, zonder kop of staart en eigenlijk ook nog zonder dat er op voorhand onderwerpen in staan die mij triggerden. Dus waarom koop ik nu zoiets?

Allereerst natuurlijk omdat de prijs wel meeviel. En daarnaast omdat ik gefascineerd ben door verhalen van andere verzamelaars en beschrijvingen van bibliotheken en verzamelingen. Dat maakt dat ik soms in één klap zo'n honderd boeken over dat onderwerp bij Bubb Kuyper koop. Maar ook dat ik een setje tijdschriften bij Catawiki wegsleep.

Bij het doorbladeren werd ik meteen al weemoedig toen ik de advertenties van antiquariaten zag die hun recente catalogi aanbieden. Mijn oog viel op de naam Menno Hertzberger (volgens de advertentie aan de Wittelaan in Baarn, "only 30 minutes by train from Amsterdam") en daarna op B.M. Israël (Singel 379 in Amsterdam) en C.P.J. Van der Peet aan de Nieuwe Spiegelstraat in Haarlem. Zij staan tussen een rij aan internationale antiquaren, waaronder o.a. David Magee. Maar ik zag er ook een paar waarvan ik in de kavels bij Bubb een aantal memoires of andere publicaties had gekocht. Zoals Bernard Quaritch, "invite you to inspect their large and valuable stock" aan de Lower John Street in Londen. Van Quaritch kocht ik bijvoorbeeld "Contributions towards a dictionary of English book-collectors" en van adverteerder Percy Muir het prachtige "Minding my own business".

Maar hoe zat het dan met de inhoud? In The Book Collector vond ik onder meer bijdragen over diverse bibliotheken. Zoals over de Scheide Library, met daarin onder andere een korte weergaven van de correspondentie tussen John Scheide en de befaamde antiquaar A.S.W. Rosenbach. Van wie ik net de biografie had gekocht, waarin ook John Scheide wordt genoemd. In andere afleveringen gaat het over de Forbes Library en de Lincoln Cathedral Library, waarvan de historie teruggaat tot 45 titels die al in de 12e eeuw geregistreerd stonden (en helaas deels verloren gingen bij een 16e eeuwse brand). Geweldig leesvoer, en daarnaast ook nog fascinerende titels over de ontdekking van middeleeuwse manuscripten en tekeningen van Albrecht Dürer.

The Private Library is dunner, heeft vergelijkbare artikelen als The Book Collector. Zoals een artikel door Claude A. Prance die zegt: "To the book collector there is no more pleasant reading than that provided by book catalogues [...] because there is always the hope, however faint, that he might acquire some of the volumes himself". Dat klopt nog steeds: het is voor mij een feestdag als de catalogi van bekende veilinghuizen online staan en de belofte van menig uurtje genieten en dromen. Maar verder kan ik mij verdiepen in SF Magazine Covers, illustraties bij Wuthering Heights en The Newcastle Typographical Society.
Interessant is dat in sommige edities van The Private Library een aantal losse blaadjes zat die bij nader inzien de "exchange list" van de Association lijkt te zijn: een lijst met gratis boeken (zoals een 9e druk van Round the red lamp van Arthur Conan Doyle uit 1904) en met boeken te koop (If I were four & twenty van Yeats uit 1940 (nummer 429 van 450 voor £22). Alle boeken met het lidnummer erachter. Soms ook heel concreet: "member 618 would be grateful to any member who could give information on how to produce colour postcards on an industrial scale". Dit blijkt trouwens uit het bijgevoegde ledenoverzicht Stig Granqvist uit Zweden te zijn (Gillegrand 3 in Sundsvall). De aanbieder van de Yeats is trouwens Michael Freyer uit Connemara, Ireland. Dit boek is vandaag te koop voor £46,20, dat is een beperkte waardestijging in 50 jaar tijd... Freyer bood van dezelfde uitgever als Yeats, namelijk Cuala, ook een uitgave van Donaghy aan voor £20. Deze kost tegenwoordig ruim £160, dat zou in de lente van 1969 een betere aankoop zijn geweest.

Kortom, deze kleine en onvolledige collectie tijdschriften voor boekenverzamelaars opent een wereld van een halve eeuw geleden die het mogelijk maakt een blik te werpen op verzamelaars, verzamelingen, handelaars en verdiepende artikelen over zaken die het leven van een boekenverzamelaar zo aangenaam maken... Ik hou mijn ogen open om wellicht binnenkort eens op een veiling een complete verzameling van deze tijdschriften op de kop te tikken. Er is maar weinig nodig om mijn begeerte op te wekken zo blijkt.

woensdag, januari 20, 2016

1490 en 1493: twee Duitse incunabels

Ik sloot mijn vorige bericht af met de cliffhanger dat ik op een goede dag een brief kreeg van Reiss & Sohn met daarin de factuur van hun laatste veiling. Ik krijg wel vaker brieven uit allerlei windstreken van veilinghuizen (lekker met de ouderwetse post) die meestal dezelfde tekst hebben: helaas moeten wij u meedelen dat u geen van de lots waar u op geboden heeft heeft gewonnen. Veilinghuis Reiss & Sohn deed het echter anders en deelde mij mee:

"Sie ersteigerten in Auktion 174/176 nachfolgende 2 Postionen:" Ik heb het nog even opgezocht, maar dit betekent toch echt dat ik ze had gewonnen!

In deze veiling 174/176 van het veilinghuis werden maar liefst 34 lots met incunabels aangeboden, met een geschatte opbrengst tussen €60.000 (Konrad von Megenberg's Das Buch der Natur uit 1478 "Mit 12 blattgroßen altkolorierten Textholzschnitten u. zahlreichen teils kolorierten Maiblumeninitialen") en €400. Mijn belangstelling ging allereerst uit naar die van €400: wat kon dat nu eigenlijk zijn voor dat geld en zou ik daar op kunnen bieden.

Dit lot bleek inderdaad niet al te slecht. Het bleek te gaan om een exemplaar van Valerius Maximus: Facta et dicta memorabilia uit 1493. Een lekker groot formaat, maar: "Teilw. fleckig, etwas gebräunt, alte Anmerkungen u. Unterstreichungen, vereinzelte Wasserränder u. kl. Randläsuren, vereinzelte Wurmspuren. Es fehlt der Titel u. 1 Bl. Index, die num. Bll. 31, 32, 46, 47, 73-76, 112-114, 128, 129, 151-153, 183-185, 192-195, 207 u. das letzte weiße Blatt. Bl. 203 ist in der Numerierung ausgelassen. oRR /Waf."

Kortom: kopen is kopen en geen recht op retour (oRR/Waf) voor een incunabel uit 1493 met 24 missende (en lelijk uitgescheurde) bladen (waarvan kopieën zijn bijgevoegd) en de gebruikelijke beschadigingen die met de leeftijd samenhangen. Maar wel een incunabel! In een lelijk bandje trouwens, maar ik besloot er toch op te bieden, al was het niet al te hoog. Als ik het dan toch kocht, dan niet voor de hoofdprijs. Mijn maximumprijs was €500 en ik rekende nergens op. Al eerder had ik, zoals ik in mijn vorige bericht schreef, meegemaakt dat hele matige incunabels voor een veelvoud van de geschatte opbrengst van de hand gingen. Maar 500 euro wilde ik er nog wel voor geven.

Verder kijkend in de lijst viel mijn oog op lot 1260: Bernardus Claravallensis: Modus bene vivendi. Ook uit Venetië, gedrukt op 16 december 1490. En verder: "2 Kol. Minuskeln für Initialen. Mehrere eingemalte Initialen in Rot u. vereinzelt Blau. 46 Bll. Prgt. unter Verwendung einer Handschrift des 14./15. Jh.  - Erste Ausgabe der Bernhard von Clairvaux zugeschriebenen Schrift über ein rechtes christliches Leben, angeblich seiner Schwester gewidmet. - Fingerfleckig, teilw. gebräunt bzw. braunfleckig. Bl. c4-7 durch Fraßspuren im Rand beschädigt, c4-5 mit Textverlust. Letztes Bl. mit teilw. hinterlegten Randläsuren mit etwas Textverlust." Een dun boekje, maar wel een echte eerste druk: de eerste uitgave van de klassieker van Bernard van Clairvaux over het goede leven.

Interessant was ook nog dat het boek gebonden was met gebruikmaking van een perkamenten handschrift uit de 14e/15e eeuw, zoals te doen gebruikelijk in die tijd. Boekbinders uit deze tijd recycleden stelselmatig middeleeuwse manuscripten toen deze na de uitvinding van de boekdrukkunst ouderwets waren geworden. Uiteraard vinden we dat nu zonde, maar toen werd het perkament massaal gedumpt... Evenwel, omdat dit incunabel zo'n dunnetje was, hoewel in een fascinerende binding, besloot ik toch 100 euro onder de geschatte opbrengst te bieden, onder het motto "niet geschoten is altijd mis".

Tot mijn stomme verbazing (én vreugde) won ik echter beide lots en naar mijn gevoel voor een alleszins redelijke prijs. Wil dat dan zeggen dat deze veiling een mislukking was? Dat valt denk ik wel mee. Het eerder genoemde boek van von Megenberg werd voor €190.000 verkocht, wat toch ruim drie keer zoveel was als de toch al niet misselijke geschatte opbrengst. Maar van de 34 lots werden er 5 niet verkocht, 14 brachten minder op dan geschat en 4 precies het geschatte bedrag. Mijn lots zaten bij de 14 waarvan de opbrengst vermoedelijk voor het veilinghuis een beetje tegenviel. Dat is goed nieuws voor mij, maar het is wel atypisch als ik naar mijn ervaringen met andere veilingen kijk (zie mijn vorige bericht).

Maar niet getreurd: ik had twee incunabels gewonnen. Een en ander leidde natuurlijk wel tot een acuut liquiditeitsprobleem, want ook al brachten de incunabels bij de veiling minder op dan beoogd, het was voor mij altijd nog een heleboel geld. Om die reden heb ik het incunabel van Valerius Maximus (de minst mooie van de twee) doorverkocht en ook mijn post-incunabel uit 1522 Beide via catawiki, waarbij de opbrengst van de incunabel tegenviel maar van de post-incunabel erg meeviel. Al met al heb ik zo voor een bijzonder lage nettoprijs (de kosten van de postincunabel + de kosten van 2 incunabels min de opbrengsten van 2 boeken) een heuse incunabel in mijn kast staan. En daar was het mij jaren geleden uiteindelijk om begonnen!

Terugkijkend vind ik mijzelf een redelijk handige handelaar. Met kopen en verkopen heb ik niet alleen veel lol, maar ik bereik ook nog eens mijn doel: een boek waarvan ik elk jaar op 16 december de verjaardag kan vieren. Afgelopen jaar werd het 525 jaar oud. Dat het nog vele jaren in goede gezondheid in mij bibliotheek mag doorbrengen...