07 mei, 2021

318 - 19e-eeuwse boekenliefde in 3 boeken

Bijna 14 jaar geleden kocht ik bij Bubb Kuyper het boek  Over de liefhebberij voor boeken van Rimmer van der Meulen uit 1896. Ik leerde over het bestaan van dat boek uit Boudewijn Büchs Bibliotheken. Ik werd aangestoken door de passie van Büch en besloot zijn suggesties over relevante boeken voor/van/over boekenverzamelaars ter harte te nemen. Ik bestudeerde de literatuurlijsten en voetnoten bij zijn boeken en ging op zoek naar de daar genoemde boeken: als Büch het een relevant boek vond, dan wás het een relevant boek.

Zo kocht ik het boek van Van der Meulen uiteindelijk in de najaarsveiling van 2007 als onderdeel van een groter kavel met boeken over boeken: lees hier het verslag van deze aankoop en mijn enthousiasme over de inhoud van het boek. Nu ik er weer eens doorheen blader kan ik alleen maar erkennen dat het enthousiasme van toen terecht was. Naast mooie beschouwingen over boekenverzamelaars in Europese landen geeft hij ook inzicht in wat verzamelwaardige boeken zijn en wat niet. Zo schrijft hij:

"Als een soort van luxe kan men het ook beschouwen, wanneer de verzamelaar waarde hecht aan het behoud van den papierrand. Daar zijn vooral de elsevier-verzamleaars op gesteld: zij meten de breedte van den rand en de hoogte van het exemplaar met speciaal daarvoor vervaardigde elsevier-maatstokjes en beschouwen een onafgesneden of zelfs geheel onopengesneden exemplaar als een buitengewoon sieraad hunner collectie". 

Het lijkt mij dat Van der Meulen wel raad had geweten met de elzevierometer van Stichting Desiderata. Zeker ook omdat Charles Nodiers werk De Bibliomaan prima aangehaald had kunnen worden in het hoofdstuk over bibliomanie in het boek van Van der Meulen (maar daar ten onrechte in ontbreekt!). 

Piet Buijnsters schrijft trouwens in zijn standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie (p. 13-15) over dit boek en zijn auteur en constateert dat in het algemeen Nederland bekend stond als een land zonder bibliofielen, mede daardoor verscheen het boek van Van der Meulen pas in 1896 waar vergelijkbare uitgaven in andere Westerse landen al veel eerder verschenen (moet ik het hier nog over Dibdin hebben?). In het boek van Van der Meulen wordt in elk geval niet één Nederlandse boekverzamelaar genoemd. Zoals Buijnsters zegt: "Maar de liefhebbers lijken andermaal non-existent". Alsof Baron van Westreenen toen niet al breed bekend stond, om maar wat te noemen. Ook Buijnsters vind dit beeld dus niet terecht en hij benoemt dat in de 20e eeuw verschillende overzichten verschenen van Nederlandse boekenverzamelaars in vroeger eeuwen. Maar zo beschouwd is het ontbreken van Nodier een vergelijkbare omissie: Van der Meulen schreef een prachtig boek, maar wist niet zo goed wie zijn doelgroep was, zeker niet in historisch perspectief.

Lange tijd bleef dit het enige boek van Van der Meulen in mijn bibliotheek en ik vond dat dit geen recht deed aan de bijdrage van deze man voor het boekenvak. Dus toen ik onlangs bij een inboedelveiling een kaveltje bibliografische boeken zag en daarin wat titels van Van der Meulen meende te herkennen, sloeg ik toe. En met succes: voor een luttele 10 euro (exclusief veilingkosten) waren deze boeken van mij. 

Rimmer van der Meulen

Maar wie was deze Rimmer van der Meulen ook alweer?  Ik herhaal hier een stukje van zijn levensbeschrijving uit mijn blog uit 2007:

Rimmer Reinders van der Meulen werd 28 december 1850 te Bolsward geboren als oudste zoon van Reinder Rimmers van der Meulen en Sibbeltje Rientses Dijkstra, zo lees ik in zijn levensbericht. Hij werd opgeleid tot werk in de boekhandel en heeft onder meer jarenlang de jaarlijkse catalogus van in Nederland uitgegeven boeken verzorgd (Brinkman's catalogus). Overigens trouwde hij met de dochter van Brinkman.  Over de liefhebberij voor boeken verscheen dus in 1896, "het plan daartoe", zegt de schrijver in zijn Voorbericht, was "reeds geruimen tijd geleden opgevat", maar "nam een vasteren vorm aan, toen de uitgever mij uitnoodigde tot een Nederlandsche bewerking van Otto Mühlbrecht's Die Bücherliebhaberei am Ende des 19. Jahrhunderts". De bedoeling van den schrijver was echter meer iets te geven in den trant van Henri Bouchot's Le Livre en Percy Fitzgerald's The book fancier; al erkent hij "gaarne de verplichting die ik aan Mühlbrecht's arbeid heb", in zijn geheel heeft het Hollandsche werk een van het Duitsche afwijkend karakter gekregen. Fitzgerald's boek is trouwens hier te downloaden. Van der Meulen publiceerde nog enkele boeken over het boekenvak en het drukkerswezen. Hij overleed in 1825. Zijn zoon schrijft: "Den 30sten September 1925 verzond hij zijn laatste proef van de September-aflevering der Nederlandsche Bibliographie; den 23sten October overleed hij aan een ziekte, waarvan de eerste verschijnselen zich in de eerste helft van het jaar hadden geopenbaard. Toen Van der Meulen op den stillen herfstmiddag van den 26sten October naar zijn laatste rustplaats werd geleid, werd aan zijn graf stil en in woorden getuigd van de dankbaarheid en waardeering voor den bibliograaf, den bibliothecaris en den schrijver over het boek, zij die het meest in hem verloren, betreurden den mensch." Van der Meulen werd 74 jaar.

In het kavel dat ik kocht zat onder meer een tweede exemplaar van Over de liefhebberij voor boeken, maar in slechte staat dus geen waardige vervanger van het exemplaar dat ik al had. Interessanter waren daarom de andere boeken. Allereerst was daar een bijzonder fraai exemplaar van het boek Boekhandel en Bibliographie uit 1905 (de derde herziene druk). een stevig exemplaar, met een smetteloze rug, prachtig bewerkt en met hele frisse letters. Ook het omslag is nog heel fraai, licht geschaafd maar eerlijk gezegd bijna als nieuw. De eerste druk van dit boek verscheen in 1883. Boekhandel en Bibliographie werd door boekhandelaren beschreven als "een handboek, welks degelijke bewerking van het grootste nut kan zijn tot het verkrijgen van een grondige kennis van ons vak". Van der Meulen schreef het omdat er destijds verschillende handboeken over boekhandel en bibliografie in het Duits, Frans en Engels bestonden maar niet in het Nederlands. In de woorden van Van der Meulen: "voor de aspirant-boekverkoopers nu, voor wie deze bronnen om verschillende reden niet of moeielijk toegankelijk zijn, bestaat er in onze taal geen handleiding, die hun ook maar voor een klein gedeelte dit gemis kan vergoeden." In ruim 700 rijk geïllustreerde pagina's doet Van der Meulen een moedige poging het gemis ongedaan te maken. Uiteindelijk leidde dit dus tot minstens drie drukken van dit boek, waarbij uit het voorwoord blijkt dat de tweede druk tot ongenoegen van de "aspirant-boekverkoopers" een wat afgeslankt exemplaar was. Deze derde druk is daarom weer zo compleet mogelijk gemaakt.

Boekhandel en Bibliographie

Het boek kent twee afdelingen, niet verrassend heten die Boekhandel en Bibliographie. In de eerste afdeling staan tal van praktische hoofdstukken die inzicht moeten geven in hoe je een boekhandel opzet. Zo zijn er bijvoorbeeld hoofdstukken over het boek zelf ("de letters en het zetten", "het corrigeeren van drukproeven" en "het stereotypeeren"), over de meest logische inrichting van het magazijn van de boekhandelaar maar ook over boekhouden, correspondentie met o.a. schrijvers en uitgevers en een onderdeel over relevante wetgeving voor de boekhandel. Al deze praktische hoofdstukken worden voorafgegaan door een "beknopt geschiedkundig overzicht van den boekhandel in het algemeen en van den Nederlandschen in het bijzonder". In zo'n 70 pagina's geeft Van der Meulen een stortvloed van jaartallen en namen weer. Aangezien dit boek toch als een soort van instructieboek is bedoeld, kreeg ik acuut medelijden met degenen die hierover een examen moesten afleggen: ik hoop voor hen dat de hoofdlijnen van de ontwikkeling genoeg waren en niet alle genoemde boekhandelaren in de Lage Landen van elkaar onderscheiden hoefden te worden..

De afdeling Bibliographie neemt de lezer verder bij de hand om de kennis over boeken zelf te vergroten. Allereerst gaat Van der Meulen in op de verschillende wetenschappen, zoals Wijsbegeerte, Natuurwetenschappen en "Wetenschappen met betrekking tot den mensch". Deze indeling kwam ook al terug in het hoofdstuk over de inrichting van het magazijn, waarin er bij de boekverkoper op wordt aangedrongen het magazijn systematisch per wetenschap in te richten. "Evenals een geleerde de werken over zijn wetenschap moet kennen en kunnen beoordeelen, zoo wordt terecht bij den bedreven boekhandelaar verondersteld, dat hij wete wat er over de verschillende wetenschappen is uitgekomen, vooral als hij zich op het debiet van nieuwe en evenzeer als hij zich op den handel in oude boeken toelegt. Hij kan aan dien eisch alleen dan voldoen, wanneer hij naast een uitgebreide bibliographische kennis een helder begrip der wetesnchappen zelve bezit, dat hem tot classificeeren en schiften in staat stelt." Dat de door Van der Meulen samengestelde Brinkman daarbij tot steun kan zijn ligt voor de hand, al wordt dat niet expliciet gezegd.

Het laatste deel gaat uitvoerig in op de verschillende aspecten van het boek die de boekverkoper in staat moeten stellen te beoordelen of een boek al dan niet de moeite waarde is. In dit deel staan prachtige afbeeldingen, soms in kleur, met voorbeelden van boekdrukkunst vanaf de middeleeuwen tot de grens van de 20e eeuw. Het onderdeel ""Practische of mercantiele boekenkennis" begint met deze nuancerende alinea:

Boeken bezitten eigenlijk geen werkelijke, onvergankelijke, het voorwerp bijblijvende waarde. Daardoor is het moeielijk den weg te vinden op het veld der practische , mercantiele boekenkennis. Het snuffelen in catalogussen van oude boeken en het nagaan der prijzen op verkoopingen moeten de basis vormen, terwijl ondervinding en nauwgezet achtgeven op den loop der letterkunde en ook de wisselende smaak en inzichten der boekenliefhebbers tot richtsnoer moeten strekken. (..) De handelswaarde hangt hoofdzakelijk af van de plaats, die het wetenschappelijk gehalte der boeken in verband met het oogenblikkelijk standpunt van de ontwikkeling der menschelijke kennis en der letterkunde inneemt, of van toevallige omstandigheden, zoals van tijdelijk gezochtheid ven van de richting, waarin de verzamelzucht der liefhebbers op dat oogenblik beweegt.

Een waarheid als een koe, en de paar honderd stukjes in dit blog laten meer dan genoeg van deze "toevallige omstandigheden" zien. 

Het boek in onze dagen

Het tweede boek ziet er eveneens prachtig uit. Hier is vooral de voorzijde van het omslag de blikvanger. Het prachtig bewerkte leer geeft het boek een luxe uitstraling. Ook op dit exemplaar heeft de tijd nauwelijks vat gehad: omslag en rug zijn keurig, nauwelijks gesleten en alleen aan de hoekjes is wat slijtage. Alleen al om die reden een genot om in de kast te hebben staan, maar het gaat natuurlijk om de inhoud.

Het boek in onze dagen verscheen in 1892 en was bestemd "voor de bezoekers van de Internationale Tentoonstelling voor Boekhandel en aanverwante vakken en eveneens voor hen, die dat voorrecht niet genoten, maar toch genoeg belang stellen in een tak van industrie, welke in de beschaafde maatschappij een voorname plaats inneemt". In tien hoofdstukken neemt Van der Meulen de lezer mee langs verschillende aspecten van het boekenvak. We herkennen hoofdstukken die ook al terugkwamen in Boekhandel en Bibliographie: "de letter en het zetten", "de pers en het drukken" en "het formaat en de lettersoorten". Is Het boek in onze dagen dan niet meer dan een heruitgave van een deel van Boekhandel en Bibliographie? Nou, dat is het inderdaad. Vergelijking van de teksten in de twee boeken laat zien dat ze voor 99% identiek zijn. In een enkel geval is in Het boek in onze dagen een voetnoot toegevoegd ten opzichte van Boekhandel en Bibliographie en ook zijn er meer illustraties toegevoegd. Verder is de volgorde van de hoofdstukken wat gewijzigd. 

Toch heeft dit het boek niet minder aantrekkelijk gemaakt, mogelijk omdat het op een ander publiek was gericht dan Boekhandel en Bibliographie. In het "voorbericht" van Over de liefhebberij voor boeken schrijft Van der Meulen namelijk: "De gunstige ontvangst in 1892 aan "Het boek in onze dagen" ten deel gevallen, deed uitgever en schrijver de meening koesteren, dat zij voor een tweede proeve op hetzelfde gebied, doch in andere richting, ook wel op eenige belangstelling zouden mogen rekenen". Op de titelpagina van dit boek staat dan ook onder de auteursnaam "schrijver van Het boek in onze dagen", wat kennelijk al voldoende aanprijzing was om de lezer te overtuigen.



 


Een verschil tussen de twee boeken is verder dat Het boek in onze dagen zoals gebruikelijk bij boeken uit die tijd een aanhangsel heeft bestaande uit een grote hoeveelheid advertenties van allerlei relevante bedrijven: machinebouwers, drukpersleveranciers, papierhandelaren en overzichtslijsten van verschillende uitgeverijen. In totaal een advertentiebijlage van zo'n 90 pagina's achter een boek dat zelf net 180 pagina's tekst heeft: zomaar 50% extra volume. Boekhandel en Bibliographie heeft zo'n bijlage niet - waarschijnlijk omdat dit echt een soort van lesboek is. Over de liefhebberij voor boeken heeft echter wel weer een dergelijk aanhangsel, zo'n 80 pagina's lang.


Hoewel "advertentiebijlage" op zich aangeeft wat het is, doet dit het aanhangsel eigenlijk tekort. Voor de lezer van nu is het een fascinerend kijkje in het fin-de-siècle en de manier waarop producten toen werden aangeprijsd. Wat opvalt is dat Duits- en Franstalige advertenties gemeengoed zijn. Ook zijn er veel advertenties van bedrijven uit Leipzig, destijds kennelijk een belangrijk centrum van boekproductie. Al met al is het een bonte mengeling van artikelen voor het grote publiek ("Mooie boeken te schrijven is moeielijk / mooi te schrijven met een Perry-pen is gemakkelijk"), producten voor de boekproductie en diverse afbeeldingen ("De nieuwe beurs te Brussel"). Daarmee is de advertentiebijlage voor de lezer van vandaag bijna net zo interessant als de boeken zelf. Het geeft een inkijkje in een wereld die al lang verdwenen is. En dat terwijl de inhoud van de boeken van Van der Meulen in de kern nog behoorlijk actueel is: de boeken laten zien dat de liefhebberij voor boeken en boekhandel van alle tijden is en dat de focus en de mogelijkheden wellicht wijzigen, maar de passie die ermee gepaard gaat niet.

16 april, 2021

317 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (reprise)

Nadat ik al eerder vijf afleveringen in dit blog had volgeschreven over de boeken die ik verkreeg uit de nalatenschap van boekwetenschapper, bibliofiel en oud-conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana Adri Offenberg, werd ik verrast met opnieuw een stapel boeken uit zijn bibliotheek. Ditmaal exemplaren uit de kasten met 'reguliere' boeken: algemene literaire boeken van gangbare auteurs, dus niet per se 'collectibles' of zeldzame uitgaven.

Maar dat wil niet zeggen dat de boeken niet interessant waren. En er zaten (wederom) een paar mooie vondsten bij. Allereerst was deze nieuwe stapel interessant omdat het nog een keer liet zien wat het aandachtsgebied van Adri Offenberg was. In het verlengde van zijn werk bij de Bibliotheca Rosenthaliana is zichtbaar dat Judaïca en Hebraïca prominent aanwezig waren bij hem thuis. Bijvoorbeeld in de keuze van de auteurs in de collectie: Siegfried van Praag was goed vertegenwoordigd, evenals Jacob Israël de Haan, Abel Herzberg en Carry van Bruggen

Het waren ook deze auteurs van wie op verschillende plekken correspondentie of een persoonlijke boodschap tevoorschijn kwam: een bedankkaartje van Siegfried van Praag en een bedankkaartje van Ruth Wolf (auteur van o.a. een biografie over Carry van Bruggen) zijn daar voorbeelden van. 

Aandacht voor Joodse en auteurs en literatuur was echter zeker niet het enige: zo was er ruim aandacht voor Louis Paul Boon, inclusief secundaire literatuur en vertalingen, Gerrit Krol, J.J. Slauerhoff en Gerrit Achterberg, om maar een paar voorbeelden te noemen. Er waren ook boeken van F.C. Terborgh, evenals flinke stapels Remco Campert, A.Alberts, Bernlef en J.H. Donner. Duidelijk was ook dat het zwaartepunt van deze reguliere collectie in de jaren '70 tot '90 van de vorige eeuw lag, er waren weinig boeken bij van latere datum.

W.F. Hermans - Focquenbroch
Wat waren dan zoal de mooie vondsten die ik deed? Erg leuk om te vinden was een exemplaar van Focqenbroch - bloemlezing uit zijn lyriek met een inleiding van W.F. Hermans. Deze uitgave uit 1946 heeft er aan bijgedragen dat in de 20e eeuw een herwaardering plaatsvond van het werk van deze dichter uit de Gouden Eeuw, nadat hij in de eeuwen daarvoor langzaam in de vergetelheid raakte. In de bloemlezingen van Komrij is Van Focquenbroch bijvoorbeeld goed vertegenwoordigd. Dat hij eerder uit beeld raakte kwam omdat er weinig steun was voor zijn levensopvattingen: zijn platte en burleske kant kon de wat preutsere 17e en 18e eeuwers niet bekoren. Maar in de 20e eeuw kwam het weer goed met Van Focquenbroch, ook al wordt de inleiding van Hermans inmiddels als feitelijk niet heel betrouwbaar ingeschat. Desondanks staan er mooie observaties in over Van Focuqenbroch en zijn tijdgenoten, en uiteraard over Nederland vanuit het perspectief van Hermans. Zo schrijft hij deze mooie zin: "In de Gouden Eeuw scheen zelfs de zon warmer dan nu over ons droefgeestige vaderland", waarmee de Hermansiaanse toon wel weer is gezet.

Hella Haasse - Stroomversnelling
Zoals elke bibliofiel ben ik niet alleen op zoek naar uitbreiding van mijn bibliotheek, maar ook naar kwaliteitsverbetering. Ik was dan ook erg blij dat ik een aantal titels van Hella Haasse in eerste druk vond, zodat ik een aantal latere drukken die ik al had kon vervangen door eerste drukken. En daarnaast heb ik wat toevoegingen kunnen doen in het rijtje Haasse. Haar Klein reismozaïek. Italiaanse impressies (uit 1952) over haar verblijf in Rome had ik nog niet. Maar bijzonder was ook de vondst van het dichtbundeltje Stroomversnelling uit 1945. Dit bundeltje kan worden beschouwd als het debuut van Hella Haasse (hoewel inmiddels diverse publicaties van voor die tijd bekend zijn, waaronder verschillende gedichten in tijdschriften), en het is overigens haar enige gepubliceerde dichtbundel gebleven. Uiteindelijk is zij natuurlijk vooral bekend geworden als romancier, nadat ze met het boekenweekgeschenk Oeroeg in 1948 naam maakte. In dit dichtbundeltje zat nog een krantenknipsel over Hella Haasse ingevoegd en dat is iets wat ik in veel meer boeken vond. Kennelijk was Adri Offenberg een ijverig uitknipper van krantenartikelen, die vervolgens in de boeken van de betreffende auteurs werden geschoven. Zo zat in Stroomversnelling een artikeltje uit NRC Handelsblad van 12 maart 1984 waarin wordt teruggeblikt op het (mij tot dan toe nog onbekende) verleden van Haasse als actrice bij het Centraal Toneel van Cees Laseur en Mary Dresselhuys en later bij het gezelschap van Wim Sonneveld. Ook haar acteercarrière duurde maar kort, net als haar poëziecarrière.

Op deze website wordt wat dieper ingegaan op het dichtwerk van Haasse en worden ook beschouwingen over de kwaliteit van het bundeltje Stroomversnelling aangehaald. Zowel over de bundel als over Haasse als dichter is het beeld niet onverdeeld positief. Zo schreef Jan Elburg in 1946 in Het Woord "Ik geloof, ondanks het feit dat ik van Hella Haasse slechts schaarse publicaties onder ogen kreeg, de bundel Stroomversnelling te mogen beschouwen als een volkomen aanvaardbare inzinking van een zoekend talent."

Hans Lodeizen - Londenvaarder
En zo waren er weer heel wat mooie toevoegingen aan mijn bibliotheek. Zoals de uitgave Londenvaarder, van de jonggestorven Hans Lodeizen. Een nieuwjaarsgeschenk van  uitgeverij Kwadraat uit 1984. Het gefingeerde reisverslag Londenvaarder verscheen eerder in 1946 in de Londense editie van Vrij Nederland. Het verscheen in 1984 voor het eerst in boekvorm, en staat nu in mijn kast. Of de uitgave De zeven hoofdzonden van Joost Roelofsz, met daarin verhalen van onder meer Remco Campert, Kees van Kooten, Leo Vroman en de onder het pseudoniem "Pater Frater B.I.M. boefjes O.F.M." schrijvende W.F. Hermans. Tegelijkertijd blijven er ook wat vragen over: waarom vond ik twee exemplaren van Het boek ik van Bert Schierbeek, zowel de eerste druk als de 5e druk? De omslag van de eerste druk werd getekend door Lucebert, en Lucebert was ook verder aardig vertegenwoordigd in de bibliotheek van Adri Offenberg. Dus die begrijp ik. Maar een 5e druk in een redelijk saaie pocketeditie erbij? Misschien een leesexemplaar? We zullen het nooit weten.

Kortom, er was weer veel te genieten en te verwonderen bij het uitpakken van de doosjes. Een paar goedbestede dagen wat mij betreft! Inclusief het nodige herordenen van de boekenplanken, want er moest hier en daar wel ruimte gemaakt worden. Het één leidde vervolgens tot het ander, en zo ontstond er een geheel nieuwe indeling van de Bibliotheca Scatebra. Maar daarover in een volgend bericht meer.

26 maart, 2021

316 - Antiquariaat Dick Zandbergen (150.000 boeken) stopt ermee

Ik heb op dit blog al vaker melding gemaakt van verdwijnende antiquariaten (zoals hier en hier) maar het is helaas eerder regel dan uitzondering geworden. De eigenaren worden ouder en overlijden (zoals recent André Swertz), de klanten worden ouder en overlijden ook, wat weer te zien is aan het aanbod in kringloopwinkels en veilinghuizen. Toch is het elke keer weer een schok als het bericht kom dat er een einde komt aan nog een antiquariaat. Zoals op de dag dat ik een e-mail kreeg van Dick Zandbergen dat ook hij de deuren definitief gaat sluiten.

Dick Zandbergen is een naam die al heel lang verbonden is aan mijn bibliotheek. Ik weet niet meer wanneer ik mijn eerste boek bij hem kocht, maar vanaf dat moment kreeg ik regelmatig berichten van hem in mijn mailbox. En steevast kwam zijn naam voorbij bij mijn zoektochten op boekwinkeltjes.nl. Het leek wel of Dick bijna elke titel op voorraad had die ik zocht, ook nog eens voor een schappelijke prijs. Ik herinner mij dat hij jaren geleden lange lijsten rondstuurde met beschikbare boeken, waarbij je je dan op specifieke lijsten kon abonneren. Even terugzoekend in mijn mail zie ik dat ik mij op 2 maart 2008 aanmeldde voor de lijst “Nederlandse literatuur”, op de kop af 13 jaar geleden. Trouw las ik de binnenkomende lijsten door om te zien of er wat van mijn desiderata opstonden. Na verloop van tijd stopte de lijsten en was de voorraad integraal beschikbaar via boekwinkeltjes.nl.

Binnen bij Dick Zandbergen
In de afgelopen jaren bestelde ik er met regelmaat boeken, waardoor ik intussen enkele tientallen exemplaren bezit afkomstig van dit antiquariaat. Mijn relatie met Dick Zandbergen was echter puur digitaal, ik was nog nooit in het antiquariaat zelf geweest. Dat veranderde door de aankondiging dat er voor de sluiting nog een uitverkoop zou plaatsvinden. Tot 3 april 2021 kunnen bezoekers zich aanmelden, alle boeken gaan weg met 60% korting... daar moest ik natuurlijk bij zijn. En zo was dan toch de dag aangebroken dat ik koers zette naar de Straatweg in Maarssen, om een eerste en laatste blik te werpen in dit antiquariaat.

Ik ben het type boekenliefhebber dat niet alleen een lijstje bijhoudt van boeken die ik nog moet hebben, maar ook waar ze op dat moment te koop zijn. Zodat ik, als ik behoefte heb om boeken te kopen (die behoefte heb ik elke dag) en het geld beschikbaar is (dat is helaas niet elke dag), ik direct weet waar ik welke boeken moet kopen. Op dat lijstje stond ook regelmatig “Dick Zandbergen” achter de boeken. Met dat lijstje ging ik op weg naar Maarssen, en het is maar goed dat ik het bij mij had anders was ik vermoedelijk zo overweldigd geweest door de enorme hoeveelheid boeken in het antiquariaat, dat ik misschien wel zonder boeken was weggegaan... 

Een loods op een mooie locatie bij een boerderij met zo’n 150.000 boeken, aldus Dick zelf. Ik denk dat het er meer waren, want ik heb zelden zo’n enorme hoeveelheid boeken gezien: kasten in lange rijen, planken die tot ruim 4 meter de lucht in gaan en vaak nog dubbele rijen. Maar: alles netjes gesorteerd op alfabet en elk boek geprijsd. Wat een monnikenwerk moet het zijn om die enorme boekenberg zo op orde te houden. En gelukkig maar, want hoe kan anders ooit nog een boek teruggevonden worden? Toch ben ik regelmatig in antiquariaten met veel minder boeken geweest die helemaal niet goed gesorteerd waren. Maar hier wel: alle boeken in strak gelid, alle categorieën boeken goed aangegeven en daardoor kan er in elk geval systematisch gezocht worden.

Torenhoge boekenkasten
Zoals gezegd, gelukkig had ik mijn lijstje bij mij, anders zou ik niet hebben geweten waar ik had moeten beginnen. Nu wist ik globaal waar ik moest zijn, zodat de expeditie kon beginnen. Er ontstond een patroon: op weg naar de juiste letter van het alfabet, constateren dat de gewenste schrijver op vier meter hoogte staat en vervolgens trap op en trap af klimmen om de boeken bij elkaar te verzamelen. Ik bedacht mij dat dit voor Dick dagelijks werk moet zijn geweest, aangezien hij de meeste boeken online verkocht en dus eindeloos de ladders op en af moest om de bestellingen klaar te maken. Ik vond het in elk geval een interessante ervaring om zo hoog boven de boeken te zweven. Het mooie was in elk geval dat er daardoor gebeurde wat er in elk goed antiquariaat gebeurt: je vindt er niet alleen de boeken die je wilt hebben, maar je vindt ook de boeken die je niet zocht.

Het stapeltje dat ik apart legde groeide gestaag. Wat Nederlandse literatuur, nieuwjaarsgeschenken van uitgeverijen maar vooral boeken over boeken. Gelukkig was er een hele kast met typografie, bibliografie en andere boeken over boeken. Daar heb ik een forse stapel boeken uitgehaald. Na ongeveer twee uur dwalen door het antiquariaat zette ik er een punt achter. Ik had zo’n 35 boeken gevonden, die ik voor de uitverkoopprijs van 98 euro mocht meenemen (de oorspronkelijke waarde was dus zo’n 250 euro). Geen geld voor deze stapel! Ik vond het nog een hele oogst, maar realiseerde mij ook dat in een antiquariaat met 150.000 boeken mijn stapeltje niet echt een verschil zou maken... Wat in hemelsnaam gebeurt er met de andere 149.965 boeken?



Wat heb ik dan zoal gekocht in deze uitverkoop? Een hele diverse oogst is het, met deels boeken die je bij wijze van spreken op elke straathoek kan krijgen en deels boeken die veel moeilijker zijn te vinden of waar ik het bestaan niet van kende. 
Voor mijn Tommy Wieringa collectie vond ik bijvoorbeeld een mooie Engelse vertaling van Joe Speedboot. Uit een ooghoek zag ik een flinke plank Gerrit Krol en ik herinnerde mij dat ik Rondo Veneziano nog wilde lezen, dus die mocht er ook bij (die zocht ik al sinds wij twee jaar geleden op vakantie gingen naar Venetië maar op één of andere manier bleek het lastig vindbaar). Op mijn lijstje stond verder vermeld dat in het antiquariaat een gesigneerd exemplaar van Chaim Potok’s De familie Slepak moest staan, en tot mijn vreugde stond die er nog. Ook die kon op de stapel. 

Interessanter waren de vondsten bij Bordewijk. Ik vond een exemplaar van de Bzztôh-uitgave Zeven fantastische vertellingen die ik tot mijn verbazing nog niet had. Leuker was dat ik een facsimile vond van de eerste pagina van Bordewijk’s roman Noorderlicht, uitgegeven door het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in 1987. Kennelijk gaven zij een hele serie van dit soort facsimiles uit van eerste pagina’s van bekende romans, want dit was nummer 16 in de serie. Curieus is nog wel de foutieve spelling op het omslag, daar staat als auteursnaam F. Borderwijk. En toch is er besloten om geen nieuw omslagje te maken, of niemand had het destijds gezien. Ik had in elk geval nog nooit van deze uitgave gehoord, en was blij met de vondst. Ernaast stonden onder meer de Bordewijk-studie van Hans Anten (Het bekoorlijk vernis van de rede) en een exemplaar van het tijdschrift Oog in ‘t Zeil met een hoofdartikel over Bint en ook die pronken nu op mijn Bordewijk-plank.

Zoals gezegd heb ik geruime tijd doorgebracht bij de boeken over boeken. Naast een aantal titels van mijn lijstje - zoals H de la Fontaine Verwey’s De verdwenen antiquaar en De boekvormer van Reinold Kuipers - stonden er nog genoeg verrassingen bij. Ik noem er een paar: 

  • De vormgeving van het algemene boek door W.A. Dwiggins (oplage 300). Dit is een lezing uit 1949 van de beroemde letterontwerper over verschillende aspecten van boekvormgeving. Dwiggins was iemand met een duidelijke visie op boekontwerpen, maar als het om het algemene boek gaat ziet hij ook de begrenzing: "Als boekverzorger maak je iets wat een beetje duurzamer is dan een krant, en niet veel langer meegaat den een tijdschrift." En dat heeft gevolgen voor de aanpak door de ontwerper: algemene boeken worden niet voor de eeuwigheid gemaakt. Matthieu Lommen verzorgde een nawoord en mooi detail is dat het boekje is gezet in een door Dwiggins ontworpen letter, de electra. Uit het colofon blijkt dat ook dit boekje een deel is uit een serie door Adriaan de Jonge Typografie. Een snelle blik op boekwinkeltjes.nl leert mij dat er inderdaad nog enkele titels uit deze reeks worden aangeboden, maar veel zijn er niet beschikbaar. 
  • Bibliofiele boekillustratie door Kurt Löb waarin de auteur de lezer meeneemt in het werk van een boekillustrator. Dit boekje is interessant omdat ik veel door Kurt Löb geïllustreerde boeken in mijn collectie heb, zoals veel van Stichting de Roos en veel van de serie nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel met Russische klassieken. Naast het werk van een boekillustrator bevat het ook een schets van de ontwikkeling van Stichting de Roos. Waardoor een dilemma ontstaat: zet ik deze uitgave nu bij de deelcollectie Boeken over boeken of bij de deelcollectie Stichting de Roos?
  • Boeken, veel boeken en mensen van Menno Hertzberger. Deze stond al een tijdje op mijn lijstje. Het boekje verscheen ter gelegenheid van het afscheid van Ton Croiset van Uchelen als bestuurslid van de Vrienden van de UBA in 2008. Het bevat een niet eerder gepubliceerde tekst van Menno Hertzberger waarin hij een inkijkje geeft in de wereld van het antiquariaat tussen 1920 en 1970. Enkele jaren later kreeg Ton Croiset van Uchelen trouwens de Menno Hertzbergerprijs. Sommige dingen die Hertzberger beschrijft zijn tijdloos, zoals de verzuchtingen van boekhandelaren over veranderende tijden: "Het hedendaagse levenspatroon leent zich weinig voor een liefhebberij als het aanleggen van een boekencollectie: de huizen zijn er niet meer geschikt voor, er is een voortdurende stroom van vermaak, afleiding, informatie (...)" Let wel, dit komt uit 1970, niet uit 2021. Er lijkt in een halve eeuw weinig veranderd te zijn...
  • De gelegenheidsuitgave Versluys tussen oud en nieuw door Enno Endt, uitgegeven t.g.v. het samengaan van uitgeverij Versluys met de intussen failliete Uitgeverij Kwadraat. Erin zit een handgeschreven kaartje van Enno [Endt] en Lieneke [Frerichs], waarbij we de laatste natuurlijk kennen als biograaf van Nescio. Met als gevolg wederom een dilemma: moet ik dit boekje bij de boeken over boeken zetten, of bij alle publicaties van Lieneke Frerichs over Nescio? Grappig is dat ook de aanbiedingsbrief van Uitgeverij Versluys erbij zat, waarin wordt benadrukt dat de oprichter van de uitgeverij beslist een aardiger kerel was dan uit het boekje van Endt blijkt: "Wij zouden u dan ook niet het nieuwe jaar in willen laten gaan zonder u een wat evenwichtiger beeld mee te geven van onze oprichter".
  • Het curieuze boekje Het antiquariaat en de woordbouwers (oplage 200), uitgegeven bij de opening van antiquariaat De Boekenvriend (dat gelukkig nog steeds bestaat) en dat de relatie tussen taalvernieuwing en de functie van het antiquariaat beschrijft: "Het antiquariaat bewaart oude taal, oude woorden, maar kan dit in feite alleen maar doen wanneer de taal zich telkens vernieuwt. Zou de taal sterven, dan zou het antiquariaat ook een gewisse dood tegemoet gaan." Aan het boekje zijn 650 nieuwe, verrassende of opmerkelijke woorden toegevoegd, alfabetisch geordend: van aanspreekpunt tot zwemparadijs. 
  • De Van der Selm-lezing van Cor van Bree met de titel De lotgevallen van de Codex Argenteus waarin het fascinerende verhaal van dit 6e-eeuwse Gotische handschrift wordt verteld, vanaf het ontstaan in Ravenna tot aan de huidige verblijfplaats Uppsala (en één blad in Speyer).

En zo stapelde ik nog een tijdje door. Ik ben blij dat ik nog een laatste kans heb gekregen om te neuzen in dit antiquariaat. In verschillende kranten verscheen overigens een artikel over het sluiten van het antiquariaat, met een korte video die een beeld geeft van de immense boekenvoorraad. Eerder verscheen al deze korte video over het antiquariaat.

05 maart, 2021

315 - Het einde van de Slibreeks

Ko de Jonge met de volledige reeks

Wat ik al enige tijd vreesde, blijkt inderdaad waarheid: de Slibreeks is na ruim 40 jaar ter ziele.

Nog niet zo heel lang geleden schreef ik hoe mijn voorliefde voor series en verzamelen een nieuwe uitweg had gevonden: ik ging de Slibreeks verzamelen. Ik vond het een fascinerende serie: mooie boekjes met oorspronkelijke teksten en kunst, uitgegeven in een relatief kleine oplage (de oplage varieerde van 500 tot 1500 exemplaren) en in principe betaalbaar, zeker tweedehands. Kortom, de ideale ingrediënten voor een boekenverzamelaar die doelgericht op zoek gaat naar ontbrekende deeltjes. 

Al snel kon ik een paar grote slagen slaan: een antiquariaat in Deventer bood de eerste 50 deeltjes aan voor een weggeefprijs, een ander antiquariaat verkocht mij zo'n 30 deeltjes voor een vergelijkbaar laag bedrag en toen had ik de helft van de beschikbare delen al in bezit (en een hele stapel dubbele exemplaren). En vervolgens kon ik mij richten op de vertrouwde activiteiten, en met succes: op Marktplaats vond ik verschillende exemplaren, op de befaamde eurotafel van de boekenmarkt op het Lange Voorhout lagen een paar deeltjes, toen ik nog in een antiquariaat terechtkon vond ik er hier en daar één. Kortom, ik had het naar mijn zin met het verzamelen.

Toch vond ik het verdacht dat er na deeltje 154, van de hand van Elisabeth Tonnard, al een tijdje geen nieuwe deeltjes meer waren verschenen. Ook was de productie van de uitgaven overgegaan van het Zeeuws Centrum voor Beeldende Kunst naar uitgeverij Den Boer / De Ruiter. Dit omdat het CBK geen subsidie meer kreeg voor de uitgaven. Maar zonder subsidie bleek het ook voor Den Boer / De Ruiter te hoog gegrepen om de reeks voort te zetten. En zo bleef het bij 154 deeltjes (of om precies te zijn: 153 deeltjes, want nummer 100/101 was een dubbelnummer, op een afwijkend A4-formaat). Er waren trouwens meer afwijkende formaten: het overgrote deel van de Slibreeks verscheen op A6 formaat, maar de nummers 102-135 verschenen op A5 formaat, onder de noemer 'Slibreeks groot'. Waarom dit was is mij niet bekend. In de aankondiging van deeltje 102 in 2002 wordt alleen gezegd dat de reeks een nieuw uiterlijk heeft en "voortaan twee keer zo groot" zal zijn. Dat "voortaan" heeft vervolgens 10 jaar geduurd, want in 2012 werd de Slibreeks weer uitgegeven op het oorspronkelijke A6-formaat.

Ik las al deze informatie in een artikel uit de Provinciale Zeeuwse Courant, als Zeeuwse krant het geëigende platform om aandacht te besteden aan een Zeeuwse bibliofiele reeks. In het artikel komt Teun de Lange aan het woord, die vanaf de start bij de reeks betrokken was. Hij zegt:

Aan de ene kant gaat het me aan het hart dat we moeten stoppen. Ik heb het gevoel dat er nog plaats is voor bibliofiele uitgaven. Aan de andere kant, het boekenlandschap is enorm veranderd. De meeste dichters hebben tegenwoordig een eigen website. Het is goed geweest, we moeten er niet nostalgisch over doen.
Ik denk dat het inderdaad goed was. Het is al met al een mooie serie geworden, die nu 76 centimeter boekenplank bezet. Maar ik wil best nog wel even nostalgisch worden. Want het is een bijzondere serie geweest die hele uiteenlopende publicaties heeft opgeleverd. En die serie had best nog een tijdje door mogen gaan wat mij betreft. Dus het gaat mij wel aan het hart dat er gestopt wordt. En ook nog bij een zinloos getal: 154. Was dan doorgegaan tot een mooi rond getal...

Een hele bijzondere uitgave, en tevens de meest kostbare uit de serie, is 'De wind' van kunstenaar Marinus Boezem. De uitgave (nr. 131) bestaat uit een gevouwen, stevige kaft waarop een weerkaart is afgedrukt. Deze omslag herbergt een boekje waarin per pagina één van de tien windtypen met kenmerken wordt beschreven alsmede een audio CD. Op de CD zijn 9 verschillende soorten wind te horen. Ik vond een betaalbaar exemplaar van deze uitgave op Marktplaats nadat ik al langere tijd een zoekactie had uitstaan.
Andere uitgaven waar over het algemeen een hogere prijs voor wordt gevraagd zijn Zwarte Netten van Konstantin Paustovski (nr. 65), De stok van Oek de Jong (nr. 138) en de twee uitgaven van J.M.H. Biesheuvel in de reeks - nummer 1 en nummer 150. Zwarte Netten kwam ik na lange tijd tegen op boekwinkeltjes.nl evenals de uitgave van Oek de Jong, beide als onderdeel van een pakketje uitgaven van de Slibreeks. Dat wil zeggen: ik vond al eerder exemplaren op boekwinkeltjes.nl maar ik had geen zin 20 of 30 euro per stuk voor deze uitgaven te betalen.

Er zijn verschillende auteurs die tekenden voor meerdere uitgaven in de Slibreeks: ik noemde al J.M.H. Biesheuvel maar daarnaast ook Rutger Kopland (nrs. 54 en 95), Hans Warren (nrs. 15 en 129), Wim Hofman (nrs. 36 en 118) en Francisca van Vloten (nrs. 49 en 85). Deze opsomming maakt al duidelijk dat de reeks een mengeling van bekendere en minder bekende namen omvat, debutanten en gelauwerde kunstenaars, proza, poëzie en diverse vormen van beeldende kunst. Het ene boekje bevat een kort verhaal, het volgende bestaat uitsluitend uit foto's en weer een andere is een reeks gedichten of een essay over een typisch Zeeuws onderwerp.

Tussen al deze diversiteit heb ik uiteraard wel een paar persoonlijke favorieten. Zoals Slibreeks 124, een uitgave van het kunstenaarsduo Gert den Toom en Ivo de Boer, met als titel 'De zin van alle boeken'. Deze uitgave met het thema 'verbeelding' kent vijf verschillende omslagen, zodat de lezer naar keuze een eigen boek kan verbeelden. Of Slibreeks 97, een mail-art project van Ko de Jonge waarbij 25 kaarten met een deel van een foto van de skyline van Domburg in twee stappen werd aangevuld tot een complete afbeelding. Het setje terugontvangen kaarten is opgenomen in deze uitgave onder de titel Horizon-taal.

Ik heb de serie nog niet compleet: twee exemplaren mis ik nog. Beide zijn relatief simpel te verkrijgen voor een schappelijke prijs bij boekwinkeltjes.nl. Maar ik stel het voltooien van de serie nog even uit en wacht op het moment dat ik de boekjes 'in het wild' tegenkom op een boekenmarkt, in een antiquariaat of op een of andere onverwachte plek. Zodat ik na de lockdown het verzamelen van deze serie in stijl kan afsluiten door ze analoog in een winkel of bij een kraam te kopen.

12 februari, 2021

314 - Stichting Desiderata - genootschap voor boekenliefhebbers - ziet het licht

Volgens de laatste telling van het CBS kent Nederland in het eerste kwartaal van 2021 36.760 verenigingen en stichtingen. Dat is een lichte stijging ten opzichte van het laatste kwartaal van 2020, om precies te zijn met 225 verenigingen en stichtingen. Mij boeit het aantal verenigingen en stichtingen in Nederland in beperkte mate, maar voor één van die 225 aanwinsten maakte ik toch een sprongetje. Want ook de Stichting Desiderata heeft in deze periode  het licht gezien! 

Zowel de naam als het logo geven het al weg: de Stichting Desiderata richt zich op boeken en boekenliefhebbers. Het noemt zich dan ook "genootschap van boekenvrienden". En aangezien ik een boekenvriend ben voelde ik mij direct aangesproken. Mijn advies aan de lezers van dit blog is ook om zich onmiddellijk te melden bij de Stichting. Ik zal hieronder vertellen waarom.

Ik zag de aankondiging van het genootschap vroeg in dit jaar op Facebook in de tijdlijn van Peter IJsenbrant (samen met Ed Schilders en Martin Hulsenboom de redactieraad van de Stichting) en wat mij vooral aansprak was de combinatie van boekenliefde, humor en vrijblijvendheid. Maar laten we vooral de initiatiefnemers zelf aan het woord laten:

(...) Genootschap van Boekenvrienden, een gezelschap van excellente en beschaafde lieden, erudiet, met brede interesse, goede smaak en gezegend met een grenzeloze liefde voor het boek. (...) Het bijzondere aan het lidmaatschap van Desiderata is dat het geen enkele verplichting kent. Het is gebaseerd op de volledige vrijheid van deelname en kan slechts gezien worden als het voorrecht tot dit genootschap te behoren.
Desiderata is opgericht met het doel af en toe mooi verzorgde boeken over het onderwerp 'liefde voor het boek' te publiceren. Als lid van Desiderata krijg je steeds de unieke mogelijkheid op deze boeken in te tekenen, geheel vrijblijvend en nooit dwingend.
(...) Het lidmaatschap van Desiderata wordt vooral leuk en verrassend, en bij lang niet alles wat je gaat ontvangen dient er te worden afgerekend. En het lidmaatschap is tegelijk iets waar je je niet voor hoeft te schamen, integendeel, het biedt je de mogelijkheid je te onderscheiden in gesprekken met vrienden, op feestjes, bij first dates of bij sollicitatiegesprekken.

De redactieraad van de Stichting
Dat klinkt natuurlijk op zichzelf al geweldig. Maar de initiatiefnemers hebben al eerder bewezen raad te weten met het produceren van boeken die de liefde voor het boek bezingen. Al eerder schreef ik over de uitgave Biblio-sonnetten van Paul Verlaine waar zij alledrie aan meewerkten evenals het vermakelijke Boeken uit de doeken, naast andere uitgaven van de Stichting P.J. Cools die ik intussen in bezit heb. Dus ik heb mijzelf in het volste vertrouwen per kerende mail aangemeld als enthousiast begunstiger van de stichting. 

Nu intussen de website online is ben ik mij er nog bewuster van dat ik tot de juiste doelgroep behoor, want ik voldoe aan alle criteria die op de website aan aspiranten worden voorgelegd: 
"Gaat u in iedere vreemde stad naarstig op zoek naar de beste boekwinkel? Laat u, regen en wind trotserend, geen boekenmarkt schieten? Denkt u aan een antiquariaat als u zich het paradijs verbeeldt? Bekijkt u dwangmatig de ruggen van de boeken die in meubelzaken als decoratie dienen? Wilt u graag weten welk boek een geportretteerde in de hand houdt? Draagt u een mondmasker met boekenprint? Ervaart u geluk door alleen al naar uw boekenkast te kijken? Als u minstens een van deze vragen bevestigend beantwoordt, bent u verloren. Dan bent u, net als wij, besmet met het boekenvirus."
Dat de Stichting een genereuze inslag heeft bleek wel uit het feit dat ik onmiddellijk een mooi boekje met de titel Desiderata ontving, dat een column van Ed Schilders bevat die eerder in de Volkskrant verscheen onder de titel Wensen. Het boekje is op mijn naam gedrukt en geldt daarom als bewijs van lidmaatschap van de Stichting.

Daarmee was mijn eerste waardevolle aanwinst al binnen. Halsreikend kijk ik echter uit naar het eerste aangekondigde project van de Stichting, een publicatie gewijd aan de Franse schrijver, bibliothecaris en bibliofiel Charles Nodier. De uitgave bevat een vertaling van het beroemde verhaal Le Bibliomane van Nodier, een essay over het fenomeen bibliomanie van de hand van Ed Schilders en een biografische schets over Nodier. Een goede keuze, want de originele uitgave van Nodier staat al een tijdje op mijn eigen lijst met desiderata en dit is een mooie opstapje naar het vinden van dat origineel voor mijn eigen bibliotheek.

Om de tijd te kunnen doden totdat de uitgave van Nodier binnenkomt word ik in elk geval bijna elke dag via Facebook getrakteerd op een boekgerelateerd bericht van de stichting. Ik ben benieuwd hoe het genootschap zich in de komende (post-covid) periode gaat ontwikkelen als digitale en fysieke ontmoetingsplaats voor bibliofielen. En als het zulke mooie uitgaven blijft produceren vrees ik dat het voorgespiegelde gratis lidmaatschap nog wel eens een kostbare aangelegenheid zou kunnen worden...

29 januari, 2021

313 - Nescio's hoofdpersonen verbeeld

De schrijver Nescio heeft verschillende kunstenaars geïnspireerd. De Titaantjes als groep, de figuur Japi de Uitvreter, de schilder Bavink.. Zij zijn de verhalen van Nescio ontstegen. Natuurlijk kennen we allemaal het nummer Nescio van de Nits, waarin een alternatief einde op het verhaal van de Uitvreter wordt bezongen: Japi maakt  in het nummer geen eind aan zijn leven als hij van de Waalbrug springt, maar zwemt de rivier af en zet zijn leven elders voort. Bekend zijn ook het beeld van Hans Bayens van de Titaantjes in het Oosterpark in Amsterdam, de plek waar een deel van het verhaal is gesitueerd, en het beeld van Ronald Tolman in Ubbergen dat is geïnspireerd op het verhaal Dichtertje. En uiteraard de illustraties van Joost Swarte bij de verschillende heruitgaven van het werk van Nescio. Overigens is hij niet de enige illustrator die zich aan het werk van Nescio heeft gewaagd: in 2011 verscheen de facsimile van de tweede druk van Nescio's werk met tekeningen van de schilder Johan Eshuis, in de uitgave van De Roos uit 1970 staan illustraties van Pieter Groot en Jaap Vegter illustreerde de uitgave De X geboden uit 1971.

Er is gelukkig nog steeds belangstelling voor de schrijver Nescio, die dit jaar al 60 jaar is overleden, en er verschijnen nog geregeld aan Nescio gerelateerde uitgaven. Voor een Nescio-verzamelaar zoals ik is het nog wel eens lastig het overzicht te behouden, en daarom ontgaat mij nogal eens dat er iets is verschenen. Ik klaag daar dan ook regelmatig over op dit blog en het houdt mijn verlanglijst actueel. Het probleem is dat veel Nescio-uitgaven in kleine opgaves verschijnen en er meer Nescio-liefhebbers zijn dan de oplages toelaten, met als gevolg dat de uitgaven die ik zoek zelden op de markt komen, of tegen hoge prijzen.

Recent heb ik toch nog twee mooie en schaarse uitgaven aan mijn Nescio-collectie mogen toevoegen. Voor de verandering was ik net iets oplettender dan andere verzamelaars (of bereid dieper in de buidel te tasten)

Johannes Zwolsman

De eerste uitgave is van Arno Kramer met de titel Weemoed en verlangen - over Nescio, Bavink en Johannes Zwolsman. Het verscheen in 1984 bij gelegenheid van de expositie "Tekeningen van Johannes Zwolsman (Nescio's Bavink)" in Deventer. De schilder Bavink uit de verhalen van Nescio is onder meer gebaseerd op Johannes Zwolsman, een jeugdvriend van Grönloh. Over welke schilder in Bavink is te herkennen, is al meer geschreven: Ype Koopmans schreef het boek. Japi en Bavink en de doorbraak van de moderne kunst, waarin de verwantschap tussen Bavink en Emanuel van Beever wordt beschreven. 

In zijn verhalen gaat Nescio in op verschillende aspecten van het werk van Bavink, maar het meest in het oog springend is de frustratie van Bavink als hij zich realiseert dat het onmogelijk is om een zonsondergang te schilderen. Nescio beschrijft zijn laatste ontmoeting met Bavink in Amsterdam. Bavink is dronken, en verliest langzaam zijn verstand:

Wij stonden stil buiten de kap en keken naar de zon. „Zie je die zon, Koekebakker?” De zon was bijzonder duidelijk, hij stond recht voor ons uit en dicht bij, zoo groot en zoo rood was-i nog nooit geweest. Hij raakte bijna de rails van den spoorweg, hij maakte geen flikkeringen meer op de dingen, en alleen in de matglazen ruiten van den locomotievenstal, rechts van den spoorweg, was een dof schijnsel.
‘Je denkt dat ik dronken ben?’ Dat dacht ik inderdaad. ‘Het maakt geen verschil, Koekebakker, als ik nuchter ben, begrijp ik er toch ook niks van.’ ‘Begrijp jij wat die zon van mij wil? Vier-en dertig ondergaande zonnen heb ik tegen de muur staan, achter elkaar, omgekeerd. En toch staat-i daar weer iederen avond.’ (...)
Op een morgen zat-i wezenloos te staren voor z'n laatste zonsondergang. Ik kwam op z'n hok met Hoyer. Hij herkende ons niet. Hij leek maar naar die zon, een groote, koude, roode zon, die in wolken onderging. ‘Hij kijkt me maar aan, wij begrijpen geen van beiden wat we van elkaar moeten.’ Verder kwam-i niet.

Arno Kramer geeft aan dat verschillende aspecten van Bavink terugkomen in het werk van Zwolsman, maar de zonsondergangen nu juist niet. Voor zover bekend heeft Zwolsman zich niet aan zonsondergangen gewaagd. Ype Koopmans plaatst de zonsondergangen dan ook in een ander perspectief, namelijk in de kunststroming luminisme. De luministen stelden tentoon in 1908 in het Stedelijk en dat kan heel goed tot inspiratie bij Grönloh hebben geleid. Van alle luministen gingen Mondriaan, Leo Gestel en Jan Sluijters in hun stralend kleurgebruik het verst. Grönloh was redelijk goed bekend met kunstenaarskringen in Amsterdam in het begin van de 20e eeuw en modelleerde zijn hoofdpersonen naar verschillende kunstenaars uit die tijd. In het Avondlog wordt het mooi geduid:

Koekebakker, de kantoorbediende, de verteller, die met open mond volgt wat de bohémiens uithaalden op de Jan Steenzolder – aan de ‘Avenue Jean Brique’, waar ook Bavink woonde - of in het 'hol' van schilder Jopie Breemer. Japi's en Bavinks bij de vleet. Zo droomde Grönloh het zich ook, daar op kantoor bij de Holland-Bombay Trading Company aan de Keizersgracht, in 'het dal der plichten'. Aan die conclusie ontkom je niet.

Verschillende aspecten van kunstenaars waar de kantoorklerk Nescio met open mond naar keek zijn dus verenigd in onder andere Bavink, maar zeker ook de Uitvreter. Bavink is een beetje Zwolsman, een beetje  Van Beeven, een beetje Jopie Breemer en - wie weet - een beetje Mondriaan. Deze uitgave uit 1984 bevat in elk geval enkele tekeningen van Zwolsman die de sfeer van de verhalen van Nescio goed weten te vatten.

Ik kocht dit boek bij een inboedelveiling, waar het onderdeel was van een kavel met meerdere literaire uitgaven. Voor de meeste had ik geen belangstelling en die heb ik dan ook subiet doorverkocht. Ik heb al vaker gezegd dat bibliofilie niet duur hoeft te zijn, en dat geldt ook hier: uiteindelijk heb ik de rest van de boeken voor het vijfvoudige doorverkocht dan wat ik zelf voor het kavel had betaald (!!). Daarmee kwam deze Nescio voor 0 euro in mijn bezit en kreeg ik in feite zelfs nog geld toe. Het publiek bij inboedelveilingen is uiteraard heel anders dan die bij gespecialiseerde boekenveilingen. Een dergelijke grote winst heb ik maar zelden meegemaakt. En het kwam goed uit, want ik had mijn oog inmiddels laten vallen op de volgende Nescio-uitgave, die heel wat duurder was.

Ronald Tolman

De tweede uitgave was heel wat kostbaarder. Het is de gezamenlijke uitgave van Phoenix en Galerie de Verbeelding uit 1990. De titel is een citaat uit de Uitvreter: Op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij van de Waalbrug gestapt.  

In een oplage van 40 exemplaren bevat het 3 genummerde en gesigneerde etsen van Tolman, in een prachtige cassette. Dit is nummer 7 van de 40 exemplaren.


Deze uitgave stond al heel lang op mijn verlanglijstje. Ik wist van het bestaan ervan omdat het werk in verschillende uitgaven over Nescio wordt aangehaald. Ik wist ook dat ik geduld moest hebben: dit werk komt niet vaak op de markt en is dan zeer gewild. Ik sprong dan ook op toen ik het plotseling in de najaarscatalogus van Bubb Kuyper zag, en voor € 230 (exclusief veilingkosten) was het van mij. Het boek werd in de zomer van 2020 ook door Fokas Holthuis aangeboden in de nieuwsbrief met het thema Phoenix. Dat exemplaar was bijzonderder dan het mijne, omdat het nummer 1 van de oplage was én de originele prospectus was bijgevoegd. Uit de nieuwsbrief  van Fokas leer ik dat volgens de prospectus de originele prijs van dit werk destijds 875 gulden was. Ik herinner mij dat ik de uitgave in de nieuwsbrief had zien staan, maar te duur vond. Wat het moest kosten weet ik niet meer, maar het was volgens mij meer dan wat ik er bij Bubb Kuyper voor betaalde. Maar als ik toen al de goede deal had gemaakt met de doorverkoop van het kavel uit de inboedelveiling, had ik zeker ook bij Fokas toegeslagen, al was het maar vanwege de compleetheid. Nu weet ik dat ik alsnog de prospectus mis.

Zoals ik hiervoor al aanhaalde, is Ronald Tolman niet alleen de maker van deze etsen, maar ook van het beeld dat een hommage is aan Nescio, in Beek bij Nijmegen, met de titel: Een groot dichter zijn, en dan te vallen. De titel van dat beeld is een verwijzing naar het verhaal Dichtertje, waar die woorden uit komen. In het verhaal gaat het als volgt verder:

Maar er kwam nooit wat van, want als je een dichtertje bent, dan loopen de mooiste meisjes altijd aan den overkant van de gracht. En zoo werd z'n heele leven één gedicht, wat ook vervelend wordt.

De  melancholie van Nescio, maar ook zijn treffende manier van formuleren en zijn fijne ironie blijven talloze kunstenaars inspireren. Bavink, de Uitvreter, Dichtertje en de anderen: ze zijn niet meer weg te denken uit onze cultuur.

11 januari, 2021

312 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (5): Koppermaandag

In deze vijfde en laatste aflevering van vondsten in de bibliotheek van Adri Offenberg richt ik de schijnwerper op weer een ander type uitgaven. Ik merk bij mijzelf hoe leuk het is om in de verschillende soorten uitgaven te duiken en met achtergrondinformatie te presenteren. Zo blijkt maar weer dat over elk boek een mooi verhaal te vertellen is, en dat dit losstaat van de waarde van het boek. Voor mij is de waarde van een boek niet wat het op een veiling of bij een antiquariaat opbrengt, maar vanuit welke achtergrond het gemaakt is en wat het ons leert. Natuurlijk is over een kostbaar boek ook veel te vertellen, maar ik hou er nu eenmaal van om op onverwachte plekken betaalbare boeken te vinden en die in de spotlights te zetten.

Koppermaandaguitgaven

Deze keer staat een handvol koppermaandaguitgaven centraal. Koppermaandag is de eerste maandag na driekoningen en van oudsher een feestdag voor gilden, waarop de drank rijkelijk vloeide. De naam stamt waarschijnlijk van kopperen dat "feestvieren" of "smullen" betekent, via kop dat staat voor "beker". De enige gilde bij wie koppermaandag als speciale dag intact is gebleven, is het drukkersgilde. En bij dit blog, want deze bijdrage verschijnt op Koppermaandag 2021. Koppermaandaguitgaven zijn dan ook uitgaven met een lange historie: drukkers produceerden al in de 18e eeuw dergelijke uitgaven. Wikipedia verwoordt het als volgt: 

De gezellen van de drukkers drukten als proeve van vakbekwaamheid een speciale prent met een heilwens erop, de Koppermaandagprent, die zij op Koppermaandag aan de meesterdrukkers en de eigenaar van de drukkerij overhandigden. In de 19e eeuw werden koppermaandagprenten aan relaties gestuurd, als geschenk. In de loop van de 20e eeuw ging het ritueel vrijwel verloren, doordat men in plaats van Koppermaandagprenten, Kerst- en Nieuwjaarskaarten ging versturen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebruik deels weer in ere hersteld. In 1948 gebeurde dat in Haarlem, de stad van Laurens Janszoon Coster, en in 's-Hertogenbosch, Arnhem en Gouda, daarna vanaf 1949 in Drenthe [door Henk Prakke], en later ook in Noord-Brabant, Zeeland en in Groningen. Verscheidene contribuanten van de Stichting Drukwerk in de Marge vervaardigen Kopperuitgaven. 

Een mooie studie van Paul Abels over Goudse koppermaandaguitgaven sinds de 19e eeuw staat hier. Abels schrijft: 

Dergelijke prenten waren oorspronkelijk bedoeld om bij wijze van Nieuwjaarswens door drukkergezellen te laten afgeven bij voorname burgers in de stad, in ruil waarvoor zij een klein bedrag kregen ten behoeve van een te organiseren feest. Een dergelijk gebruik was eind achttiende eeuw populair in veel bredere kring. In Gouda liet de schutterij rond de jaarwisseling bijvoorbeeld ook voor een soortgelijk doel steevast een fraaie prent met gedicht drukken, die langs de deuren verkocht werd.

Een overzicht van 421 koppermaandagprenten uit de periode 1700-1989, voorzien van een historische inleiding, geeft de publicatie van J. de Zoete & M. Versteeg: Koppermaandagprenten. Verkenning van een Nederlandse grafische traditie (1991).

De vijf koppermaandaguitgaven

Ik vond een vijftal koppermaandaguitgaven, alle geproduceerd door Uitgeverij de Buitenkant. Deze kleine collectie laat direct al mooi de diversiteit zien van dergelijke uitgaven. In het verleden hadden koppermaandaguitgaven al uiteenlopende verschijningsvormen: prenten, wandkalenders, kleine boekjes. maar ook deze vijf recente koppermaandaguitgaven van Uitgeverij de Buitenkant zijn heel verschillend.

De uitgave uit januari 2017 is een klein boekje met de titel Nou al uitgecopperd? waarin de koppermaandaguitgaven zelf het centrale thema vormen. Het is dan ook geschreven door Johan de Zoete, dezelfde als die ik hiervoor aanhaalde als auteur van het standaardwerk over koppermaandaguitgaven uit 1991. In dit werkje schrijft hij niet alleen over de geschiedenis van koppermaandaguitgaven, maar beschrijft hij ook zijn frustratie toen hij net na het verschijnen van zijn boek in de kelder van het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen (KVGO) een map vol onbekende koppermaandagprenten vond. De uitgave is voorzien van afbeeldingen van talloze koppermaandaguitgaven. De Zoete schrijft:

Het boek [de hiervoor genoemde uitgave uit 1991], met een opsomming van al die drukkerijen, was net uit, het KVGO zelf was medefinancier en -uitgever en nu kwamen deze prenten tevoorschijn! Voor een deel ook nog eens van andere drukkerijen dan we tijdens ons onderzoek hadden kunnen vinden. Het spreekt vanzelf dat ik 'not amused' was om het voorzichtig te zeggen. In het door mij aan het KVGO uitgebrachte rapport kon ik weinig anders dan voorstellen deze prenten onmiddellijk aan de UBA te schenken, maar dat vond men iets te kort door de bocht. Ze zouden ter veiling worden gebracht. Ik vond het een schande. (...) Het lukte de UBA gelukkig om op de veiling alle prenten die we nog niet hadden aan te kopen.

En even verder:

Maar ook het Drukkerijmuseum Meppel had nog een partijtje oude koppermaandagprenten liggen, zo bleek. Dat soort dingen blijkt altijd nadat er een boek over uitgekomen is, nooit daarvóór.

Al deze nieuwe vondsten werden toegevoegd aan de collectie in de UBA, dat daarmee de grootste collectie koppermaandaguitgaven in Nederland bezit. Met enige zelfspot haalt de auteur tot slot naar aanleiding van deze ervaringen zijn eigen standaardwerk aan:

En antiquaren: pas op! U kunt wel zeggen 'not in De Zoete/Versteeg', maar dat wil nog niet zeggen dat die ene prent niet toch al in de collectie van de UBA aanwezig is..

Ik heb deze aanduiding opgezocht en deze wordt inderdaad letterlijk een keer gebruikt door Bubb Kuyper, bij kavel 57 van de najaarsveiling 2018. En de waarschuwing van Johan de Zoete blijkt terecht, want de uitgave waar het over gaat (Hulde aan Laurens Jansz. Koster. Opgedragen aan de instellers van dit Eeuwfeest uit 1823) staat kennelijk niet in het boek van De Zoete, maar is wel degelijk aanwezig in de UBA en wellicht dus door De Zoete kort na publicatie opgevist uit de kelder van het KVGO of bij het Drukkerijmuseum.

De tweede koppermaandaguitgave is uit 2003 en heeft een hele andere vorm: het is de herdruk van het diploma van Lion Cachet uit 1892 op ware grootte. De achtergrond hiervan is de volgende. In 1892 was er een tentoonstelling voor het boekenvak in Amsterdam en aan Lion Cachet, Gerrit Dijsselhoff en Theo Nieuwenhuis was gevraagd een diploma in hout te snijden. De opdrachtgevers waren niet blij met het resultaat. "Alle nieuwe kunst wordt eerst niet begrepen", werd toen gezegd en dat is dan ook de titel van het boek dat Ernst Braches over deze diploma's schreef en dat in 2003 bij Uitgeverij de Buitenkant is verschenen. De titel verwijst naar de Nieuwe Kunst, oftewel de Nederlandse Art Nouveau, waarvan deze diploma's zo ongeveer aan de basis stonden. Deze koppermaanaguitgave schetst de achtergrond van het verschijnen van het boek van Braches op een vouwblad, en voegt daarbij dus de facsimile van het diploma van Cachet.

De derde uitgave is uit 2016 en ook deze is weer heel anders van opzet. Het is een hommage aan de typograaf en letterontwerper Bram de Does, die eind 2015 overleed. Op bijna transparant papier is een fraai ontwerp van Bram de Does gedrukt, vergezeld van een aanbiedingskaartje. Over Bram de Does is veel meer te vertellen dan ik in een paar terloopse zinnen zou kunnen doen. Belangrijk om te vermelden is dat hij de ontwerper is van de bekende letters Trinité (1982) en Lexicon (1992) die veelvuldig worden gebruikt in boeken, tijdschriften en kranten en geroemd worden om de gedetailleerde uitvoering. De Lexicon is bijvoorbeeld gebruikt als letter voor Van Dale's Groot woordenboek uit 1992.

Ook de vierde uitgave is gerelateerd aan Bram de Does. De uitgave Kaba-ornament uit 2005 is wederom een voorproefje van een later te verschijnen werk over het Kaba-ornament, waar De Does drie decennia mee had geëxperimenteerd. Deze uitgave bestaat grotendeels uit reproducties van de schetsen van experimenten van Bram de Does met één asymmetrisch ornament en zijn spiegelbeeld. De tekst in het boekje is uiteraard gezet in de door De Does ontwerpen letter Trinité.
De vijfde koppermaandaguitgave heeft ook typografie als onderwerp en bevat wederom een tekst van Johan de Zoete, net zoals de eerste uitgave die ik noemde. Deze tekst, uit 2014, is de inleiding op een herdruk van een aantal pagina's uit een letterproef van Frederic Nelson Phillips uit 1929. Dit boek (dat hier integraal door te bladeren is), toont niet alleen verschillende lettertypen van de drukkerij van Phillips maar ook de toepassing ervan in diverse teksten, advertenties, etc.. Het boek kwam in 2013 in het bezit van De Zoete. Het enthousiasme voor de kwaliteit van die uitgave leidde tot deze koppermaandaguitgave, waarbij vervolgens de lezer werd uitgedaagd om een eigen letterproef te maken van een favoriete letter. De Zoete schrijft:
Van de tien mooiste inzendingen maken wij de Koppermaandaguitgave 2015. Sluiting voor de inzending is 1 december 2014. De mooiste inzending komt in aanmerking voor de eerste Nelson Phillips Bokaal, die uiteraard uitgereikt zal worden op Koppermaandag 2015.
Het is mij niet bekend of deze bokaal ooit is uitgereikt. Naast deze vijf koppermaandaguitgaven vond ik geen andere bij Adri Offenberg dus helaas mis ik de uitgave van 2015. Ook online is hier geen vermelding van te vinden. 

Ik vind het mooi om te zien hoe de verschillende koppermaandaguitgaven van De Buitenkant het drukkersvak en typografie centraal zetten. Helemaal volgens de traditie van dergelijke uitgaven. 

Tot slot

Het was leuk om door het stapeltje boeken heen te graven dat ik mocht meenemen uit de nalatenschap van Adri Offenberg en de achtergrond ervan uit te lichten. Het is daarmee een kleine hommage geworden aan iemand die ik nooit persoonlijk heb gekend, maar van grote betekenis is geweest voor het boekenvak en een boekenverzameling achterliet die de oogst was van een leven lang verzamelen. Natuurlijk zijn deze uitgaven die ik in de afgelopen vijf blogs heb uitgelicht in het geheel niet representatief voor de bibliotheek zoals die oorspronkelijk was of voor de kwaliteit van boeken die er in stonden. Maar deze kleine selectie maakt wel duidelijk dat het een veelzijdige bibliotheek was. En voor mij vormen deze boeken hoe dan ook een waardevolle aanwinst van mijn bibliotheek. En ik hoop te hebben laten zien dat over werkelijk elk boek een verhaal te vertellen is omdat even graven tal van interessante feiten blootlegt over herkomst, context of betekenis van de boeken. En dat is wat verzamelen van boeken zo boeiend maakt.