vrijdag, januari 01, 2016

Mijn incunabel-obsessie (+cliffhanger)

Nou ja, obsessie... ik wil heel graag een incunabel hebben, zoals ik al eerder schreef. Gewoon omdat ik vind dat een boek uit een periode die zo dicht mogelijk ligt bij de uitvinding van de boekdrukkunst  (ongeveer 1450) in mijn bibliotheek hoort. Als een soort van fundament van alles wat daarna komt. Omdat van alle boeken die in de kast staan, alle mooie, bijzondere uitgaven, alle drukvormen, papiersoorten en omslagen, de gedrukte oorsprong ligt in het moment van uitvinding van de boekdrukkunst.

Wie zich verdiept in de wereld van de incunabel ziet al snel dat het kopen van een incunabel een aanslag op de portemonnee is. En hoe dichter bij 1450 je komt, hoe duurder het vanzelfsprekend wordt. Maar ouderdom zegt niet alles: ook de kwaliteit en inhoud van het gedrukte is bepalend. Bij welke drukker is het gedrukt (een uitgave van Aldus Manutius is interessanter dan die van een willekeurige tijdgenoot) maakt ook uit.

En dus variëren de prijzen van complete incunabels van enkele honderden euro's tot vele duizenden tot miljoenen euro's. Niet vreemd is het daarom dat losse pagina's uit incunabels gretig worden gekocht door verzamelaars: zo is boekhistorie toch voor iedereen bereikbaar. Bij catawiki veranderen incunabelpagina's uit de Neurenberg kroniek bijvoorbeeld geregeld voor rond de 100 euro van eigenaar. Een losse pagina uit een Gutenberg bijbel kost echter momenteel rond de 100.000 euro. Een boekhandelaar die bekend stond om het moedwillig demonteren (c.q. vernietigen) van incunabels was Otto Frederick Ege (zie ook hier). Zijn stelling: "Surely to allow a thousand people 'to have and to hold' an original manuscript leaf, and to get a thrill and understanding that comes only from actual and frequent contact with these art heritages, is justification enough for the scattering of fragments." Persoonlijk vind ik zo'n handelswijze verwerpelijk: je zaagt toch ook niet de Nachtwacht in stukjes zodat zoveel mogelijk kunstliefhebbers er een stukje van kunnen bezitten? Recent las ik dat de Beinecke bibliotheek van Yale in een klap de bestaande fragmenten uit de nalatenschap van Ege gekocht heeft.

Otto F. Ege
Maar ik vond dat het toch mogelijk moest zijn om een complete incunabel te kopen voor een paar honderd euro. Het gaat mij niet eens om een specifiek incunabel of een bepaalde auteur, maar om een willekeurig boek gedrukt vóór 1500, liefst zo dicht mogelijk bij 1450.

Ik begon maar eens met het uitzoeken van welke boekhandelaren daadwerkelijk incunabels verkopen, via de handige site van ILAB. Maar een gemiddelde incunabel bij een handelaar heeft een vraagprijs vanaf zo'n 2.000 euro, tot vele tienduizenden euro's. Dat was dus geen begaanbare weg voor mij.

Mijn hoop was gericht op veilingen. Via een aantal sites voor online bieden (o.a. Invaluable en The Saleroom) heb ik de zoekterm "incunabel" ingevoerd zodat er wereldwijd kon worden gezocht naar veilingen waar incunabels werden aangeboden. En zo kreeg ik meerdere keren per week een mail waarin een veiling van een incunabel werd aangekondigd. Vaak ver boven budget, maar heel vaak ook ogenschijnlijk betaalbaar.

Mijn volgende ontdekking was dat de richtprijzen van incunabels op veilingen optimistisch worden ingeschat. In Italië bood ik bij Gonnelli op een lot incunabels met een richtprijs van €800, deze werden verkocht voor €2400. Bij Marc van de Wiele stond een incunabel €600-900 en die werd verkocht voor €3600. Bij Swann Autions stond een incompleet incunabel uit 1479 met een richtprijs van $400-600 die werd verkocht voor $2.500. Van dit soort ervaringen heb ik er veel opgedaan. Ik bood op incunabels bij Bloomsbury Philobiblon, bij Henri Godts, bij Hartung & Hartung, bij Reiss & Sohn, bij Heritage Auctions, bij Dreweatts, bij Zisska & Lacher... en steeds werd ik verslagen door andere incunabelliefhebbers die soms met een klein bedrag maar veel vaker met een groot bedrag mij bod overtroffen. Twee keer maakte ik mee dat ik een gelijk maximum bod had met een andere bieder, maar later was met het indienen van mijn bod. Bij zowel Gonnelli als Reiss & Sohn gebeurde dit. Ik moet nu eenmaal lang wikken en wegen voordat ik mijn maximumbod indien, andere zijn daar sneller mee. Maar twee keer was ik kennelijk slechts 50 euro verwijderd van een incunabel...

De misgelopen Spinola
Het was verleidelijk om over mijn grenzen te gaan en buitenproportioneel te gaan bieden. Hoewel dit aantrekkelijk was (want sneller resultaat) wilde ik er niet voor kiezen. Ook omdat ik zo af en toe werd gesterkt door veilingresultaten waarbij incunabels voor een bedrag ruim onder de €1000 werden verkocht. Zoals bij de laatste veiling van Zisska & Lacher, waarbij een uitgave van Jacobus Spinola uit 1492 voor €500 werd geveild. Eén keer let ik niet op en prompt mis ik een buitenkans...

Het kopen van een incunabel werd aldus een project dat mij wekelijks bezighield. Vaak zat ik met hartkloppingen online veilingen te volgen. Steeds werd ik teleurgesteld. Tot ik op een dag een brief kreeg uit Duitsland, met de een factuur van een veilinghuis. En wat daarop stond vertel ik in mijn volgende bijdrage.


2 opmerkingen:

Piet Perkament zei

Zoals ik al eerder schreef, ik heb er ook (nog) geen. Het is voor mij ook niet zo'n obsessie. Incunabelen zijn vaak duur, zeker als het gaat om een Nederlandstalige en zeer schaars, als het gaat om een incunabel in zijn oorspronkelijke band. Je kunt er ook zo veel andere leuke boeken en boekjes mee kopen die net zo schaars en gezocht zijn. Ben dankzij de cliffhanger - hoe dan ook - benieuwd naar je volgende blogpost.

Pa-ul zei

Zeer herkenbaar. Erger mij ook aan incunabelscheurders al gaat jouw vergelijking net de Nachtwacht niet op. Een los incunabelblad is een kunststuk op zichzelf,, zeker als er een houtsnede op staat. Als verzamelaar van Goudana is mijn droom natuurlijk een druk van Geraert Leeu. Op de Tefaf zag ik er een zonder plaatjes. Twee ton! Toen ik verstopt in een lot van Bubb Kuyper een blad van Leeu met afbeelding van de H Mis uit 1484 ontdekte, het laatste boek dat hij in Gouda drukte voor zijn vertrek naar Antwerpen, heb ik toch maar toegeslagen. Het blad is fraai Ingelijst (vijf keer zo duur als die 4 tientjes die het blad kostte) en hangt nu te pronk in mijn bibliotheek. Paul Abels