vrijdag, april 29, 2011

Feest der Letteren (♂)

Dit is de derde van drie bijdragen over het Feest der Letteren in de Bijenkorf. Een authentiek drieluik is het geworden. In mijn eerste bijdrage deed ik verslag van de voorbereidingen op het evenement. Vorige keer deed ik verslag van de ontmoetingen met de vrouwelijke auteurs die aanwezig waren. En nu zijn de mannen aan de buurt.

De eerste bij wie ik aanschoof was Jan Siebelink. Van hem had ik vier titels bij me. Ik vertelde al dat verschillende auteurs positief reageerden op de Literaire Juweeltjes die ik bij me had. Kennelijk is dit een aansprekend soort boekje, niet alleen voor verzamelaars, maar ook voor de auteurs. En ook Siebelink vond het leuk er eentje te zien:: "Ach ja, zaailingen..." zei hij, met enige weemoed in zijn stem. Ik vertelde dat ik zijn grote roman Knielen op een bed violen niet had, omdat ik nog op zoek was naar de eerste druk. Volgens Siebelink zou die niet zo moeilijk te vinden moeten zijn: "er zijn toch aardig wat exemplaren van de eerste druk gemaakt". Ik zei dat ik hoopte dat ik de volgende keer een exemplaar door hem kon laten signeren.

Ik was ook even bij Frank Westerman die - u raadt het al - tevreden was over zijn verhaal Stikvallei, dat als Literair Juweeltje was uitgegeven. Hij vertelde dat hij bezig was met een vervolg, of liever een uitgebreide versie van het verhaal als basis voor een roman. We kregen het over het schrappen van tekst, en dat de geschrapte tekst een mooie basis zou kunnen zijn voor een vervolg. "Het valt niet mee om dat in een Literair Juweeltje te krijgen", zei hij tot slot. Ik beaamde dat schrappen moeilijk was, maar dat bedoelde hij niet: "nee, ik heb nogal veel ruimte nodig voor mijn handtekening", zei hij. Ik was mooi even op het verkeerde been gezet.

Daarna shopte ik nog even bij Herman Koch, die wel even zijn wenkbrauw optrok bij het zien van mijn exemplaar van Sadako wil leven, met de opmerking: "deze zie ik nooit bij signeersessies". Ik heb maar niet gezegd dat ik deze ook uit een 1-eurobak heb gehaald, in dit geval die van antiquariaat De Boekenbeurs in Middelburg. Ook deze bijna-verworpene mag zich nu verheugen in een handtekening van de auteur en een mooie plaats in mijn kast. Herman Koch ontdekte in het tweede boek dat hij mijn naam verkeerd schreef - hij had twee letters verwisseld. Daarom schreef hij er een excuus achter: "Voor X, ik bedoel natuurlijk Y...".

Er waren ook auteurs die weinig woorden aan mij vuil maakten. Zoals Maarten 't Hart, die geroutineerd mijn uitgaafjes signeerde en dat was dan dat. Ook Midas Dekkers had niet veel tekst, hij vond die paar boekjes van mij wel mooi, of niet natuurlijk, en signeerde ze vriendelijk zonder veel poespas. Evenals Saskia Noort (was ik vorige keer vergeten te noemen), van haar had ik alleen het cadeauboekje in het kader van de Maand van het Spannende Boek, en dat vond ze dan toch wel leuk: "Die boekjes worden natuurlijk steeds zeldzamer".

Terzijde: toen ik in het rijtje stond voor Midas Dekkers moest ik even denken aan ex-blogger Rick, waarvan ik weet dat het een enthousiast Midas Dekkers-verzamelaar is. Het leek me wel wat voor hem om een paar handtekeningen op te komen halen. Grappig dat hij intussen een reactie heeft geplaatst op mijn vorige berichten waaruit bleek dat hij inderdaad die middag ook aanwezig was. 

Van een heel ander communicatief kaliber was Dimitri Verhulst. Ik liet hem - het dreigde een sleur te worden - een Literair Juweeltje signeren en daarnaast natuurlijk de speciale Bijenkorf-uitgave van dit jaar. Hij moest lachen bij het zien van de twee relatief dunne boekjes. "Mijn oeuvre zal nooit heel dik worden", zo verzuchtte hij met Vlaams accent. Ik verzekerde hem dat dat niet hoefde, en ik wees op de stapel boeken naast hem: als je er veel op elkaar legt, is het toch een hele berg. Dat beaamde hij. Daarna complimenteerde ik hem met de titel van zijn boek De helaasheid der dingen. Ik vind die titel geniaal en dat zei ik hem ook: het lijkt wel een gedicht. Na zo'n titel hoef je wat mij betreft het boek niet meer te schrijven, de titel alleen is al genoeg. Hij glimlachte en grapte: "Dat had u mij eerder moeten zeggen, dan had ik mij het schrijven van het boek kunnen besparen...".

De laatste stop voor de uitgang bewaarde ik voor Kader Abdolah. Jammer dat het boekenweekgeschenk 2011 nog niet uit was, maar gelukkig had ik nog wat andere werkjes van hem om te laten signeren. We raakten aan de praat over Iran, waar ik als kind 3 jaar heb gewoond. Hij vroeg belangstellend waar ik had gewoond en hij werd er zowaar enthousiast van - hij kende de streek. Ik vertelde dat mijn vader daar in de olie-industrie had gewerkt en dat was voor hem gelegenheid zijn nieuwste boek De Koning aan te prijzen: "Dat gaat over de modernisering van het land en het begin van de oliewinning, en de strijd die daarmee gepaard ging". Dat kon ik natuurlijk niet op mij laten zitten en ik kocht onmiddellijk twee exemplaren: een voor mijn ouders, en een voor mijzelf. In het exemplaar van mijn ouders staat nu de opdracht "Voor mijn (bijna) landgenoten X en Y. Van Kader Abdolah".

En nu zijn we aan het einde gekomen van de trilogie: dit waren mijn belevenissen met de auteurs in de Bijenkorf. Niet dat ik ze allemaal heb ontmoet. Ik ben bijvoorbeeld niet langsgeweest bij Nico Dijkshoorn, Ronald Giphart, Kluun en Marjan Berk. Dat zijn nu eenmaal niet schrijvers waar ik warm van word. Maar gelukkig hadden ze over publiek niet te klagen en zaten ze niet per se op mijn klandizie te wachten. Dat was wel het mooie van die middag in de Bijenkorf: er was voor elk wat wils.

Geen opmerkingen: