Het interessante is dat op het moment dat ik de focus leg op een bepaald verzamelgebied, het lijkt alsof ik direct meer mogelijkheden krijg om het uit te breiden. De Corvey-modellen komen van alle kanten naar mij toe. Ik ben dan ineens slachtoffer/profiteur van een psychologisch fenomeen dat bekend staat als de frequentie-illusie, of het Baader-meinhof fenomeen. Dit is de illusie dat een onderwerp of woord dat kortgeleden onder je aandacht kwam, de periode erna in een hogere frequentie lijkt voor te komen. Je koopt een bepaalde auto, en plotseling zie je die overal. Of iemand die je kent gaat bij een bedrijf werken dat je niet kende, en plotseling zie je de naam van dit bedrijf overal. Of ik schrijf een stukje over Corvey-modellen en ineens zie ik overal Corvey-modellen in boekwinkels en online. Die informatie was er altijd al, maar mijn hersenen negeerden dat kennelijk omdat het niet belangrijk genoeg was. Maar nu is het wel belangrijk geworden. Dit fenomeen heeft dus te maken met de neiging van de hersenen om patronen te creëren. Daardoor zie je ineens wat er altijd was, maar wat je niet als zodanig registreerde.
Tot zover het psychologische uitstapje, terug naar de modellen nu.
In mijn vorige stukje betwijfelde ik of het heel makkelijk zou zijn om vooroorlogse Corvey-modellen te vinden. Dat bleek nogal mee te vallen. Ik heb intussen drie vooroorlogse uitgaven in mijn collectie. Het zijn respectievelijk de nummers 20, 24 en 25. Alledrie uit 1939.
- Nummer 20 is een fragment van 7 bladzijden uit De legende van Uilenspiegel en Lamme Goedzak, geschreven door Charles de Coster. Dit verscheen in maart 1939
- Nummer 24 is Parijs. Uit de serie steden van Europa. Wederom een fragment, dit keer van 9 bladzijden. Op de titelpagina wordt vermeld "Uitgeverij van de Hollandse Reisvereniging Utrecht", maar daar heb ik niks over kunnen vinden, ik weet niet eens of die uitgeverij echt heeft bestaan. De tekst is van A. Nonymus (=uiteraard Johan van Eikeren). Dit Model verscheen in november 1939.
- Nummer 25 is Des soudaens dochterken, een middeleeuws gedicht in 16 pagina's. Het boekje is prachtig gebonden in een zilveren omslag, en toegevoegd is een kerstwens van de firma Corvey, want het werkje verscheen in december 1939.
Ik schreef vorige keer ook over de 157 officieel genummerde Modellen en de verschillende bijlagen daarbij die soms apart genummerd worden. Een van de meest bijzondere is wat mij betreft nr. 84, een vrij kleine uitgave van Thornton Wilder die als bijlage een nogal fors uitgevallen tekst van G.H.M. van Huet heeft, waarin de door de Italiaanse meesterdrukker Alberto Tallone ontworpen letter Tallone voor het eerst in Nederland werd toegepast. Inmiddels bezit ik ook dit boekje van Van Huet. Deze tekst heeft nummer 84a gekregen, omdat het dus een zelfstandige bijlage is. Maar deze bijlage bevat zelf ooknog een bijlage, namelijk een vouwblad met daarin een toelichtende tekst over Tallone en zijn typografische uitgangspunten. Een bijlage van een bijlage van een Model dus.
![]() |
De demonstratie papier scheppen op de Grato 1934 |
De tussenstand van mijn collectie is nu dat ik 55 Modellen bezit - ruwweg een derde van het totaal. En daarnaast twee bijzondere losse uitgaven, de in dit stukje beschreven Grato-uitgave en de in mijn vorige bijdrage beschreven bevrijdingsboodschap uit mei 1945. Ik hoop deze zomer op boekenmarkten e.d. nog wat aanvullingen te kunnen doen voor mijn collectie. Ik vertrouw er op dat het Baader-Meinhof fenomeen voorlopig zijn werk blijft doen.
Lees ook deel 3 van mijn serie over Corvey modellen.