vrijdag, maart 16, 2012

Het testament van Komrij

Vandaag was Gerrit Komrij voor een lezing in Den Haag en natuurlijk moest ik daarbij zijn. Elke boekenliefhebber moet zijn boek Verzonken boeken kennen. Elke poëzieliefhebber (en niet-poëzieliefhebber) moet zijn verzamelingen Nederlandse poëzie in de kast hebben staan. En anders wel een bundeling vlijmscherpe essays, zoals Heremijntijd. Kortom, Komrij is een fenomeen en vandaag was hij in Den Haag, bij boekhandel Paagman.

Ik was nog nooit in dit filiaal van Paagman geweest. Ten onrechte, want wát een fantastische winkel is dat. Even reclame maken: spoed u naar de Frederik Hendriklaan en geniet van deze prachtige boekenwinkel.

Hoe dan ook, daar was Komrij. En hij las een stuk voor uit zijn nieuwe boek De loopjongen. Maar daarvoor gaf hij een inleiding waarin hij ingaan op de babyboomgeneratie waar hij zelf toebehoort en een schets gaf van een aantal hedendaagse ontwikkelingen in de samenleving. Een kort stukje daaruit:
Daarna gaf hij een inleiding op het boek. Hij vertelde dat het hoofdpersonage (Arend) gebaseerd was op een bestaand iemand waarvan hij het begin en het einde kende. Het middenstuk van het verhaal is fictie. Zijn weergave van de generaties in de jaren '70 en '80 in het boek is voor Komrij echter zo belangrijk dat hij het zijn testament noemt.

In een gesprekje bij het signeren zei hij dat hij met ijzeren logica heeft willen weergeven hoe iemand vanuit een idyllische, typische jaren-'50 situatie verzeild heeft kunnen raken in een smerige guerilla-omgeving. Daarmee wil hij die generatie een spiegel voorhouden. Ik was trouwens wat beschroomd omdat ik weer een tas vol boeken bij mij had om te laten signeren. Maar in dit geval kwam het goed uit, zo hadden we meer tijd om over zijn nieuwe boek te praten.

Komrij heeft een mooie voorleesstem waar je graag langer naar wil luisteren. Hij las een passage voor uit het begin, omdat hij de aanwezigen bij de lezing niet wilde confronteren met het gruwelijke einde van het boek. Maar als Komrij, schrijver van een gigantisch oeuvre, zelf zegt dat dit zijn testament is dat hij in alle beknoptheid heeft willen weergeven, dan fascineert mij dat. Overigens benadrukte hij nog even dat hij compactheid een belangrijke kwaliteit vindt. Daarin verandert hij niet. In de bundel Heremijntijd uit 1978 schrijft hij "'n oefening in schrijfeconomie". Daaruit blijkt zijn afkeer van wijdlopigheid: een tekst van anderhalve pagina brengt hij uiteindelijk in 8 stappen terug naar de essentie: Nacht. Kantoor. Telefoongerinkel.

Drie woorden met veel betekenis. De loopjongen telt 159 bladzijden. Als elk woord daarin volgens hetzelfde principe is opgeschreven, wordt er veel gezegd. Snel lezen dit boek!

Geen opmerkingen: