woensdag, november 26, 2014

Adriaan van Dis in Rotterdam

Het zijn deze weken de signeerweken: nadat ik al een stapel boeken had laten signeren door Meir Shalev was het nu de beurt om een bezoek te brengen aan Adriaan van Dis. De setting was weer hetzelfde: een boekhandel, stoelen en twee stoelen voor de schrijver en de interviewer. Maar de setting was ook heel anders. Hoewel Boekhandel Blankevoort (waar Meir Shalev voorlas) best een grote boekhandel is, viel het natuurlijk in het niet bij het formaat van Donner. En de 49 stoelen in Amstelveen waren er in Rotterdam toch beduidend meer. Adriaan van Dis is nu eenmaal bekender dan Meir Shalev, hoewel dat wat mij betreft zeker niet het geval zou hoeven te zijn.

Het was de eerste keer dat ik in Donner op de nieuwe locatie was. Gelukkig kan je er nog steeds dwalen, zoals in het oude pand. En gelukkig liggen de boeken er nog net zo smakelijk en toegankelijk bij als eerst, zodat je in een permantent staat van verleiding bent als je daar rondloopt. Ik moest nog behoorlijk doorlopen naar achteren voordat ik de ruimte vond waar het interview en het signeren zouden plaatsvinden. Het was er al druk toen ik kwam, en met het bekende publiek voor dit soort bijeenkomsten: gemiddeld wat hogere leeftijd, bovengemiddeld vrouw. En iedereen met het nieuwe boek van Van Dis stevig in de hand geklemd, wachtend op het signeermoment.

Dat laatste gold natuurlijk weer niet voor mij. Want ik had zoals altijd een tas bij me met daarin de oogst van de afgelopen jaren. Het was namelijk al een paar jaar geleden dat ik de laatste keer de gelegenheid had om boeken te laten signeren door Van Dis. En toen had hij als overmaat van ramp ook nog eens last van zijn arm, zodat er geen echte handtekening inzat. De gestempelde boeken had ik bij mij, met de ambitie deze alsnog te laten voorzien van een echte handtekening.

Maar eerst werd er geïnterviewd. De interviewster was Maria Heiden, een oude vriendin van Van Dis. Ik bedacht me daar pas dat ik thuis nog het door haar samengestelde boekje De Schrijversmarkt had staan waar ook nog wel een handtekening in had gekund. Dat had ik dus beter moeten voorbereiden.

Het interview met de schrijver liep gesmeerd. Je hoeft eigenlijk helemaal geen vragen te stellen aan Van Dis, hij praat toch wel. Hij had de groene tas bij zich die hij eigenlijk al jaren bij zich had waar niet veel meer in zat dan een klein opschrijfboekje en een lijstje met passages uit zijn boek om voor te lezen. Maar elke vraag die Maria Heiden stelde was aanleiding voor Van Dis om eindeloos uit te wijden over zaken die min of meer met de vraag samenhingen, maar eigenlijk een aaneenrijging waren van grappige en treffende anekdotes over zijn moeder, het boek en hemzelf. De man is een geboren verteller en het publiek hing dan ook aan zijn lippen. Maria Heiden heeft niet meer dan vier vragen gesteld, maar desondanks duurde het interview ruim een half uur. Een paar fragmenten staan hieronder.


Daarna was het tijd voor vragen uit de zaal. Er waren enkele inhoudelijke vragen over het boek, maar er ontstond een pijnlijk moment toen voorin de zaal een jonge vrouw opstond die vroeg waarom Van Dis tijdens De wereld draait door zo nadrukkelijk Ali B. zat te negeren. En dat terwijl hij zelf aangaf er moeite mee te hebben als zijn moeder hem negeerde. Van Dis was oprecht verbaasd en probeerde zich eruit te redden door aan te geven dat Ali B. en hij dikke vrienden waren en dat ze samen heel goed kunnen rappen. Maar dat was niet voldoende, want de vrouw bleef erbij dat hij Ali B. negeerde. Toen de vraag de derde keer werd herhaald greep de leiding van Donner in, maar Van Dis keek intussen alsof hij erg spijt had dat hij naar deze bijeenkomst was gekomen.

Gelukkig was het kort daarna tijd om te signeren. De boeken die ik bij mij had waren een beetje een rariteitenkabinet. Dat vond Van Dis ook, want bij het zoveelste boekje dat ik voor hem neerlegde, verzuchtte hij "alweer een feesteditie. U heeft ook werkelijk alles". Dat had ik eerder van hem gehoord en ook deze keer kon ik verzekeren dat ik nog niet alles had, maar wel bijna. Ik zoek immers nog de uitgave van Stichting de Roos van zijn hand. Maar de rest van mijn bezit heeft hij inmiddels gezien en voorzien van een handtekening.

Naast het gebonden exemplaar van zijn nieuwe roman had ik voor hem onder meer de lezing Ode aan het rijm van de Mercator Pers, de feesteditie van De Wandelaar, de genummerde uitgave van Indische Duinen en het luciferboekje Het laatste boeket. Die laatste was nog een uitdaging want door het formaat was er nauwelijks ruimte om een handtekening te zetten. Maar het lukte en als beloning kreeg ik er een bloemetje bijgetekend.

En zo ben ik weer helemaal bij met al mijn uitgaven van Van Dis. Hij verpersoonlijkt voor mij het plezier van de verzamelaar: een boeiende man om naar te luisteren, die toegankelijk en plezierig schrijft. Om de zoveel jaar een nieuwe roman maar tussendoor tal van uitstapjes naar publicaties in kleine oplagen, met bijzondere vormen of op een andere manier lastig te vinden en dus leuk om te verzamelen. En om de zoveel jaar een moment om hem te ontmoeten en even kort met hem te praten. Ik denk dat ik nog wel een tijdje bezig blijf met Van Dis. En ik weet zeker dat er nieuwe uitgaven aankomen, want hij vertrouwde het publiek toe dat hij net voor het verschijnen van zijn roman 90 bladzijden uit het manuscript had geschrapt, die hij nu toch maar als korte verhalen ging uitventen.... Laat de bibliofiele uitgaven maar komen!

Geen opmerkingen: