Posts tonen met het label Stichting de Roos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stichting de Roos. Alle posts tonen

07 juni, 2025

361 - Een feestelijk gedicht

Onlangs kocht ik weer een interessante gelegenheidsuitgave die mij op het pad van Russische poëzie bracht. Dat is niet een groot aandachtsgebied voor mij, maar zoals wel vaker kwam er vervolgens nog meer aanvulling van Russische poëzie in mijn bibliotheek. Dat zat zo.

In 2019 vierde het Leidse antiquariaat Burgersdijk en Niermans haar 125-jarig bestaan. Over dit veilinghuis heb ik al vaker geschreven, maar het is natuurlijk onmogelijk om de roemruchte geschiedenis ervan in een paar zinnen samen te vatten. Op de eigen website staat een handzame geschiedenis voor wie wat meer wil weten. Voor nu goed om te weten is dat het veilinghuis vrijwel permanent gevestigd is geweest aan de Nieuwsteeg in Leiden en genoemd is naar twee medewerkers van de de Leidse uitgeverij Brill die de veilingactiviteiten van Brill eind 19e eeuw overnamen. Zij noemden het pand weer Templum Salomonis, naar de eerdere bewoner van het pand Philips van Leyden, de 14e eeuwse jurist en boekenverzamelaar. Over hem schreef ik al eerder, naar aanleiding van een publicatie over zijn bibliotheek.

Bijzonder aan het pand aan de Nieuwsteeg is dat de gevel sinds 1992 een gedicht draagt van de Russische dichteres Marina Tsvetajeva. Dat gedicht was het eerste van een hele reeks aan Leidse muurgedichten, die je allemaal hier kunt zien. Het gedicht van Tsvetajeva werd destijds illegaal aangebracht door Ben Walenkamp en Jan Willem Bruins. Later werd het initiatief omarmd door de gemeente Leiden en werden nog veel meer van dergelijke muurgedichten aangebracht. Meer over de aanleiding voor deze actie en de keuze voor dit gedicht is te lezen in dit artikel uit Levende Talen Magazine

Het is ditzelfde gedicht dat uiteindelijk ook terechtkwam op de gelegenheidsuitgave bij het jubileum van het veilinghuis. Waar het op de muur van het pand nog in het cyrillisch staat, is het in deze uitgave vertaald afgedrukt. De vertaling is van Marja Wiebes en Margriet Berg. Het gedicht is te mooi om hier niet te herhalen. Vooral de laatste strofe maakt het ook erg passend voor een plek op de gevel van een veilinghuis…

Mijn verzen, die ik jong al heb geschreven, 

Voordat ik wist een dichteres te zijn,  

Als vuurwerk spattend, vonkend en vol leven,

Bruisend als een fontein,

 

En die als kleine duivels binnendrongen

In 't rijk dat vol van droom en wierook was,

Mijn verzen, die de dood, de jeugd bezongen,

- En niemand die ze las!

 

Die op bestofte winkelplanken kwijnen

Waar niemand ze een blik ooit waardig keurt!

Mijn verzen komen, zoals goede wijnen,

Nog wel eens aan de beurt. 

Zoals de eerste zin al aangeeft, was Tsvetajeva nog maar jong toen ze dit gedicht schreef, in 1913. Daarna publiceerde ze een imposant oeuvre, maar leidde een tragisch leven dat uiteindelijk leidde tot haar zelfmoord in 1941. Inmiddels wordt ze gezien als een van de meest toonaangevende dichters in Rusland.

De jubileumuitgave was niet te koop, maar werd verspreid onder de aanwezigen bij het symposium van Burgersdijk en Niermans op 1 mei 2019 in Leiden. Eén van de bijdragen op dit symposium, van J.F. (Freek) Heijbroek, is afgedrukt in tijdschrift De Boekenwereld. Heijbroek gaat in op de geschiedenis van verschillende Leidse antiquariaten. Wie er verder sprak op dit symposium heb ik niet terug kunnen vinden, alleen schrijft Heijbroek in zijn artikel dat Anton van der Lem dagvoorzitter was. 

Hoeveel exemplaren er werden gedrukt van dit gedicht staat niet vermeld, alleen dat het een beperkte oplage was. Ik heb zelf nummer 154, de oplage was dus niet heel klein. Toch vind ik nergens een vermelding dat deze uitgave te koop wordt of werd aangeboden. Meestal blijven er van zo’n oplage wel wat exemplaren beschikbaar via boekwinkeltjes.nl of antiqbook, maar nu is dat niet zo.

Toen ik het exemplaar op de kop tikte was ik wat teleurgesteld, omdat er een grote rode vlek rechts onderaan zit, het ziet er uit als de afdruk van een wijnglas. Ik dacht dat dit het gevolg was van het ronddelen op het symposium: kennelijk had een ontvanger het ergens neergelegd, en toen was er wijn op gemorst. Zoiets. Ik vond het nogal slordig: krijg je zo’n mooie uitgave, mors je er meteen wijn op. Het kan gebeuren, maar jammer dat ik dan geen ongeschonden exemplaar heb.

Maar niets bleek minder waar. Bij het lezen van het eerder aangehaalde artikel in Boekenwereld zag ik een foto die is genomen op het symposium. Daarop stond een afbeelding van precies deze uitgave, met een identieke vlek erop. Het is nog net te zien dat dit een Romeins genummerd exemplaar is, daarmee lijkt de stelling gerechtvaardigd dat deze vlek doelbewust is aangebracht op alle exemplaren, een mooie knipoog naar het feestelijke karakter ervan! Gelukkig heb ik tóch een ongeschonden exemplaar. Maar hoeveel bezitters zullen net als ik eerst teleurstelling hebben gevoeld omdat ze dachten dat het een beschadigd exemplaar was?

Een overstap naar De Roos

Om twee redenen kan ik nu een overstap maken naar uitgaven van Stichting de Roos. Allereerst omdat ik mij herinner dat ik hetzelfde gevoel had toen ik een exemplaar kocht van Le petit poucet van Charles Perrault, uitgegeven door Stichting de Roos in 1969. Het omslag van die uitgave ziet er versleten en verweerd uit. Toen ik het kocht dacht ik ook die keer dat ik een slecht exemplaar te pakken had, maar dit bleek ook hier onderdeel van het ontwerp.

De tweede reden is dat ik niet al te lang na de uitgave van Tsvetajeva een recente uitgave van Stichting de Roos kocht waarin 5 jonge Russische dichters centraal staan. Deze uitgave uit 2024, nr. 198 van De Roos, bevat poëzie van auteurs in ballingschap en zijn eerdere gepubliceerd in het tijdschrift 5th Wave, dat mede wordt uitgeven door Van Oorschot. De titel is Voorlopige resultaten. De dichters reflecteren op actuele gebeurtenissen, waaronder de oorlog in Oekraïne. Een parallel met Tsvetajeva is dat zij het gedicht Mijn verzen ook schreef als jonge dichter, en ook in tijden van onrust en oorlog, net als de dichters van nu. En dat zij ook een tijdje in ballingschap buiten Rusland heeft gewoond. De bijdragen werden geselecteerd door Maxim Osipov

Meer Russische poëzie tot slot

Met deze twee uitgaven heb ik inmiddels aardig wat Russische poëzie in mijn collectie. Zoals gezegd, ik zoek er niet speciaal naar maar al met al groeit het aardig.Want ik heb nog wat meer in mijn bezit, de meeste verschenen als bibliofiele of bijzondere uitgave. De jaarlijkse nieuwjaarsuitgave van Stichting de Roos in 2024 was namelijk een separaat uitgeven gedicht uit Voorlopige resultaten, van de hand van Michaïl Aisenberg. Ook Burgersdijk en Niermans publiceerde meer in dit genre: in 2020 verscheen bij hen het nieuwjaarsgeschenk Soldaat van papier, poëzie van Boelat Okoedzjava. Verder verscheen bij Stichting de Roos in 2017 al een uitgave van de dichter Anna Achmatova met als titel Avond. Als speciale uitgave van Februari boekhandels verscheen in 2017 een boekje met vier gedichten van Aleksandr Blok in de vertaling van Jean-Pierre Rawie. Van diezelfde auteur heb ik ook nog een uitgave van de vermaarde Insel-Bücherei met een aantal gedichten. En tot slot heb ik nog wat uitgaven van Daniil Charms, waar ik in 2011 al over schreef. En als laatste moet ik natuurlijk Poesjkin’s bekende werk Jevgeni Onegin, de roman in verzen, noemen. Al met al natuurlijk maar een minuscule selectie uit de immense Russische literatuur en volstrekt niet representatief. Desondanks meer titels dan ik dacht te hebben toen ik aan dit stukje begon. 



18 januari, 2024

349 - Jaaroverzicht 2023: een struisvogel aan boeken

Zo af en toe geef ik een overzicht van een jaar in boeken. Ik doe dat niet elk jaar, maar soms kijk ik zelf tevreden terug op mijn vondsten en vind ik het leuk de stapel te delen met mijn lezers. De laatste keer was al weer 4 jaar geleden en daarom is het hoog tijd dit weer te doen. Ik werd mede geïnspireerd door de Stichting Desiderata-uitgave die ik net voor het einde van het jaar ontving: Het einde van het boek van Octave Uzanne, zoals altijd fraai vormgegeven en met zorg vertaald door Martin Hulsenboom. Het was de tweede Desiderata-uitgave van dit jaar, eerder verscheen al De pelle humana, over boeken gebonden in mensenhuid. Dat was een uitgebreidere versie van een eerdere uitgave in eigen beheer (die ik uiteraard ook heb). Beide versies van De pelle humana staan nu trots naast elkaar. En hierbij staat nu ook Het einde van het boek. In dit verhaal van Uzanne worden allerlei veranderingen voorspeld die zich op het terrein van het boek gaan voordoen. Met verrassend veel fantasie wordt gesproken over technologische vernieuwingen die ertoe zullen leiden dat het papieren boek gaat verdwijnen. Veel van die voorspellingen - over luisterboeken en digitale boeken - zijn intussen uitgekomen, maar de meest sombere voorspelling over het verdwijnen van het gedrukte boek is gelukkig (nog) niet bewaarheid. Ook ik heb mij dit jaar weer met verve verzet tegen het verdwijnen van het papieren boek.

De teller van de Bibliotheca Scatebra staat inmiddels in totaal op 4.425 titels. Maar hoeveel is er nu bijgekomen in de laatste twaalf maanden? Mijn online catalogus LibraryThing helpt mij goed op weg voor dit jaaroverzicht doordat ik het overzicht gedetailleerd bijhoud en het systeem dit keer een eigen jaaroverzicht genereerde. Daarin staat wat ik heb gelezen en wat ik heb toegevoegd aan mijn catalogus, gesorteerd op datum, genre, auteur, verschijningsjaar et cetera. Inclusief allemaal staaf- en taartdiagrammen. Het is nuttig om te weten dat alle boeken van dit jaar opgestapeld ongeveer de hoogte van een struisvogel hebben en 0,48 Billy aan ruimte vragen. Mijn jaaroverzicht 2023 staat hier. Maar hoe feilloos het systeem ook is, toch is het niet helemaal compleet - en dat komt door mij. Ik heb namelijk niet alleen nieuwe boeken aan mijn catalogus toegevoegd, maar ook verschillende exemplaren vervangen door betere. Latere drukken voor eerste drukken, of simpelweg een mooiere uitvoering. Die staan hier niet tussen omdat het systeem die niet herkent als 'nieuw' (ik heb alleen de beschrijvingen aangepast). En daarnaast loop ik een beetje achter met invoeren. Ik heb nog wat opbrengsten van de laatste veiling van Bubb Kuyper die ik nog niet ingevoerd heb. Invoeren is nogal wat werk omdat ik echt alle details invoer (afmetingen, gewicht, details over paginering, uitvoering, bijzonderheden, etc.).

Alle omslagen van de nieuwe titels in mijn bibliotheek
 

 

Laten we beginnen met de getallen. Ik heb in 2023 178 nieuwe titels ingevoerd in LibraryThing, en nog 12 die liggen te wachten, dus in totaal 190 nieuwe titels. Gemiddeld ruim 3,5 boek per week dus, oftewel om de dag een nieuwe titel. Was het maar zo dat ik om de dag een nieuw boek kreeg, wat zou dat heerlijk zijn! Maar de boeken komen in golfjes: de ene maand twee dozen van een veiling of een tas vol van een boekenmarkt, de andere maand weer niks. Maar die 190 exemplaren, wat zijn dat voor boeken en waar komen ze vandaan?

Mijn leveranciers

Mijn grootste leveranciers zijn nog altijd de boekenveilingen, zij leverden mij 45 titels, Dit jaar haalde ik 30 titels weg bij Bubb Kuyper, 15 titels bij Burgersdijk & Niermans en eentje bij Catawiki.

Bij de najaarsveiling van Bubb Kuyper won ik een paar kavels Nescio met bijna allemaal titels die ik voor zover ik kon inschatten al had, maar die bij nadere beschouwing toch nog wat verrassingen opleverde.

Ik kocht de Nesciokavels vooral omdat in één ervan een genummerde prent van Joost Swarte zat met een illustratie uit Titaantjes. Deze prent kende ik nog niet. Ik wist van het bestaan van een vergelijkbare prent met een illustratie uit De Uitvreter (die zoek ik nog), maar deze wilde ik natuurlijk niet missen. Ik bood hoog op dit kavel en kreeg 'm voor een lage prijs (is Nescio niet meer in trek?). Naast de prent van Swarte vond ik in deze kavels onder meer een paar verbeterde of mooiere exemplaren zodat ik die kon ruilen met exemplaren in mijn collectie. 

Bij het doorbladeren van de boeken was er nóg een verrassing, uit één ervan rolde een linosnede van de hand van Aline E. Jansma met het hoofd van Nescio. Deze had ik nog nooit gezien en ik vond online wel linosnedes van haar hand van andere schrijvers (Multatuli, Oscar Wilde) maar niet deze. Een mooie vondst, die nu staat te pronken in een lijstje bij mijn Nescio-collectie. Verder zat er nog een mij onbekende uitgave tussen van brieven tussen Chr,J, van Geel en Nescio, en een aantal bijdragen over Nescio in literaire tijdschriften zoals De Parelduiker.
Ik had vervolgens een heleboel dubbele Nescio-uitgaven en die heb ik via Catawiki verkocht, waarbij de opbrengst hoger was dan wat ik bij Bubb moest afrekenen.

Naast deze rijke Nescio-oogst kocht ik bij Bubb een mooi kavel met uitgaven van Kurt Löb, een tekenaar die ik zeer bewonder, Ik was erg blij met diverse gesigneerde exemplaren, een paar bibliofiele uitgaven en sowieso mooie uitbreiding van mijn Löb-collectie. Zo kon ik eindelijk de paperback van Flauberts verhaal Bibliomanie (De Mandarijn, 1982) vervangen door een gebonden, genummerde en gesigneerde versie waar ik al een tijdje naar zocht. Heel blij was ik ook met een bibliofiele editie van Reidans van Arthur Schitzler, één van de Romeins genummerde en door Löb gesigneerde uitgaven. Verder kocht ik nog een setje nieuwsjaarsgeschenken van Antiquariaat Klikspaan uit Leiden (waarvan één gebonden luxe-exemplaar) en zoals altijd een paar uitgaven van Stichting de Roos.

Ik kocht 15 titels bij Burgersdijk & Niermans, De meeste daarvan komen uit een kaveltje 'boeken over boeken', met werken van onder meer Huib van Krimpen en Herman de la Fontaine Verwey. Maar ook een paar boeken rondom Laurens Janszoon Coster, waar ik dan ook een uitgebreid blog over schreef. 

Het andere kavel bestond uit nieuwjaarsgeschenken van Stichting de Roos, met ook hier weer een prachtige afdruk van Joost Swarte, die inmiddels tot de meest gezochte nieuwjaarsgeschenken van De Roos hoort. Ik scheef een paar jaar geleden al eens een blog over deze nieuwjaarsgeschenken, die vaak verrassend bijzonder zijn qua inhoud of vormgeving en beslist verzamelwaardig.

Mijn tweede grootste leverancier was zoals altijd Marktplaats. Daar kwamen 34 titels vandaan. Over verschillende daarvan heb ik op dit blog geschreven, zo kwam onder meer de vierdelige serie Hollands Rijkdom van Elias Luzac van Marktplaats, evenals het Elzeviertje, Over beide heb ik uitgebreid geschreven. Ik kocht via Marktplaats ook veel CPNB-uitgaven, zo kon ik voor een mooie prijs een setje luxe boekenweekgeschenken kopen (de genummerde uitgaven in beperkte oplage). Maar ook andere boekenweekuitgaven kwamen van Marktplaats (Friese en Vlaamse boekenweekgeschenken), naast diverse losse boeken. Maar de mooiste vondst die ik deed was waarschijnlijk het ultra-zeldzame officieel niet-bestaande Literaire Juweeltje van Joost Zwagerman: Fijne meisjes, waarvan er misschien maar 10 of 20 bestaan.. Uiteraard schreef ik er een blog over.

De derde grootste categorie zijn cadeautjes. Gelukkig kennen veel mensen mijn behoefte, verjaardagen, sinterklaas of tussentijdse cadeautjes leverden 22 titels op. Hieronder valt ook het jaarboek van het Genootschap van Bibliofielen dat ik van Perkamentus kreeg en de speciale nulde druk van Tommy Wieringa's Nirwana die ik bij de Bezige Bij losbietste.

In kringloop-/tweedehandswinkels kocht ik 27 titels, waaronder 8 bij de geweldige Maastrichtse Boekenkelder onder het toeziend oog van Danny Habets bij de ontmoetingsdag voor boekenbloggers. Boekenmarkten leverden mij 15 titels op, waarvan 13 uit Tilburg waar ik Boeken rond het Paleis bezocht.

Verder kocht ik 21 boeken nieuw in de winkel of bij Bol.com, 6 bij Boekwinkeltjes.nl, 2 bij antiquariaten. 

Mijn genres, series en auteurs

Het belangrijkste genre dat ik dit jaar aan mijn bibliotheek toevoegde is literair proza, ruim 100 titels. Een goede tweede plaats zijn de boeken over boeken, 41 titels in totaal. De rest bestaat uit boeken over historie, filosofie, poëzie en overige uitgaven. 

Qua series heb ik zoals elk jaar trouw elke maand een Literair Juweeltje gekocht. Die serie is inmiddels gestopt zoals ik in mijn blog schreef dus dit is de laatste keer dat deze serie in een jaaroverzicht wordt vermeld (behoudens Fijne meisjes-achtige vondsten). Andere series die ik uitgebreid heb zijn zoals gezegd de boekenweekgeschenken, overige CPNB-uitgaven (Nederland Leest, boekenweekessays, themamaanden zoals Geschiedenis, of Filosofie) en Stichting de Roos.

De populairste auteurs dit jaar zijn gelet op het bovenstaande een niet onverwacht rijtje: Kurt Löb en Nescio heb ik al genoemd. Maar dit jaar was ook een goed Adriaan van Dis-jaar met de verschijning van een aantal nieuwe titels en de aankoop van verschillende bijzondere uitgaven. Op Marktplaats de luxe versie van het boekenweekessay Onder het zink (oplage 250), op Catawiki de luxe editie van de verstripte Familieziek (oplage 150) en van een medeverzamelaar een gesigneerde Duitse editie van De wandelaar. Ik schreef al over de signeersessie die ik bijwoonde, waardoor ik een hele stapel Van Dis-aankopen van de afgelopen jaren heb kunnen laten signeren én ik erachter kwam dat er nog een bijzondere uitgave was verschenen bij Galerie Christian Ouwens. Maar ik was ook bij een signeersessie van Tommy Wieringa, die welwillend een enorme stapel titels signeerde die ik in de afgelopen jaren had gekocht. Het aantal gesigneerde boeken in mijn bibliotheek steeg daarom naar 542.

Verrassend genoeg was er dit jaar geen nieuws van Bordewijk. Dat is voor het eerst in vele jaren denk ik, ik weet altijd wel iets leuks van of over Bordewijk op de kop te tikken. Ik heb het geprobeerd: ik heb op verschillende veilingen toch wel fors geboden op een paar ontbrekende stukjes in mijn Bordewijk-collectie. Maar ik werd helaas steeds afgetroefd. Jammer, maar ik reken volgend jaar op meer succes.

De verrassingen

Het leukste aan verzamelen zijn de onverwachte vondsten en de onverwachte ontmoetingen. Daarvan waren er dit jaar in elk geval genoeg en dat waren dan ook de hoogtepunten van het jaar. Die keer dat ik in een Vlaamse boekhandel een gesigneerd exemplaar van het nieuwste boek van Ian McEwan, Lessons, vond. Een toevalstreffer in een kleine boekhandel in Turnhout! Al die onverwachte vondsten op Marktplaats, zoals Fijne meisjes, luxe boekenweekgeschenken of langgezochte literaire uitgaven. Ik vond het bijzonder om de boeken van Elias Luzac op Marktplaats te vinden, eindelijk George Orwells Bookshop Memories in de uitgave van Arethusa Pers in de kast te kunnen zetten en mijn boeken-over-boeken collectie uit te kunnen breiden naar 451 exemplaren. De uitgaven van Stichting Desiderata droegen er aan bij, maar ook de boekjes van Garrelt Verhoeven over zijn verzamelwoede, de briefwisseling tussen Dik van der Meulen en Alexander Reeuwijk Mesjogge bezitsdrang en het hilarische boekje van Harry Pallemans met de titel Vandaag in de boekhandel, een sleutelroman over een uitgeverij.

De kosten

Wat kostte deze verzamelwoede van mij uiteindelijk? Ik houd mijn kosten niet bij (maar wie details zoekt leze de maandelijkse overzichten van Perkamentus onder de titel Het jaar geboekt). Ik probeer wel steeds mijn budget te beheersen door overtollige boeken uit veilingkavels te verkopen en/of te verdienen op marktplaatskoopjes of boekenmarktvondsten. Daardoor kon ik dit jaar 22 kavels op Catawiki zetten en als ik daarin terugkijk bestaat ongeveer de helft uit dubbele boeken van veilingen die ik doorverkocht, en de andere helft uit kringloop- en marktplaatsvondsten die ik voor meer geld kon doorverkopen. En natuurlijk ben ik dankbaar voor al degenen die mij boeken cadeau deden. Hoewel ik dit jaar bruto circa 1800 euro aan boeken uitgaf, heeft dit boekenjaar mij netto naar schatting €650 gekost. Onder aan de streep zo'n 3,50 per boek. Geen geld voor zoveel moois en op deze manier is mijn toch wel uit de hand gelopen hobby ook dit jaar nog enigszins betaalbaar gebleven.

15 mei, 2023

343 - De beste catalogus uit Leiden in jaren...

... is de tekst van een tweet die ik stuurde in antwoord op de mededeling van Perkamentus dat hij een mooi kavel had gewonnen bij veiling 357 van het Leidse veilinghuis Burgersdijk en Niermans, de voorjaarsveiling van 2023. Daarmee doe ik het veilinghuis natuurlijk veel te kort, want B&N heeft over het algemeen in elke veiling een mooie en veelzijdige catalogus met een fraai aanbod. Of het deze keer objectief "de beste" was, is natuurlijk niet te zeggen. Alleen, dit keer was sprake van een catalogus die meer dan anders aansloot bij mijn verzamelgebieden, wat ongetwijfeld te maken had met het feit dat de catalogus boeken bevatte uit de collecties van Jos Swiers en Wim Zaal. Met als gevolg dat de rubrieken Literatuur, Geïllustreerde boeken, Bibliografie en Bibliofilie uitstekend gevuld waren zodat ik veel moeite had om een keuze te maken uit de vele prachtige kavels met boeken. 

Zoals altijd nam ik mij voor om vooraf schriftelijk te bieden en niet mee te gaan in het live bieden. Ik vertrouw mijzelf daarin onvoldoende en ben waarschijnlijk een type dat uiteindelijk voor teveel geld boeken koop. Na langdurige lezing en herlezing van de catalogus besloot ik op 14 kavels te bieden. Een mix van boeken over boeken, Nederlandse en vertaalde literatuur en bibliofiele uitgaven. Op alle 14 kavels bood ik in mijn ogen een meer dan redelijk bedrag, waarbij ik toch ook wel hoopte dat ik niet alles zou winnen want dan waren de financiële gevolgen niet te overzien. Die hoop kwam uiteindelijk weer iets te goed uit want nadat de laatste hamerslag van de veilingmeester had geklonken bleek in het bezit te zijn gekomen van 4 kavels. Wat ik ook wel weer een beetje weinig vond. Het blijft jammer te constateren dat sommige kavels waar ik mijn zinnen op had gezet voor een veel hoger bedrag dan de geschatte opbrengst weggingen terwijl in mijn ogen vergelijkbare kavels voor maximaal de geschatte prijs zijn geveild. Ik had dat liever anders gezien... 

Wat beelden uit deze veiling

Tussen de vele kavels waren er verschillende echt bijzondere. Vooraf was er aandacht voor de schets van Van Gogh van een koffiedrinkende oude man. Geschat op €80.000 werd deze afgehamerd op €220.000. Er werden ook twee eerste drukken van Het achterhuis geveild. De eerste was het "Goudse exemplaar", een geschenk van Miep Gies aan de verzetsheld Martin Mobach. Dit exemplaar was ooit voor een euro gevonden op een boekenmarkt. Ingezet op €4.500 is dit exemplaar voor €11.000 in het bezit gekomen van een Amerikaanse bieder. Het tweede exemplaar is ook een eerste druk, maar zonder bijzondere provenance en ook van iets mindere kwaliteit. Geschat op €3.200 bleef het onverkocht. Ik hoop nog wel eens op zo’n vondst, maar ik ben nooit verder gekomen dan een derde druk voor een euro, die via Marktplaats toch weer 35 euro opbracht.
Ik heb op deze veiling onder andere een paar aanvullingen op mijn collectie Stichting de Roos gekocht (zie onder), maar veel van de aangeboden De Roos-uitgaven had ik al in bezit. Wat mij opviel was dat op een exemplaar van het Book of Psalms uit 1947 fors geboden werd. Deze uitgave verscheen in 1947, als zesde uitgave van De Roos. De typografie werd verzorgd door Jan van Krimpen, die de exemplaren ook signeerde. Voor zover ik kan zien was dit niet per se een heel bijzonder exemplaar - behalve dat in het algemeen dit als één van de fraaiste uitgaven van De Roos wordt gezien. Het veilinghuis schatte dit boek dan ook op €150, een redelijk bedrag voor dit boek op een veiling. Niet al te lang geleden werden een paar exemplaren bij Bubb Kuyper geveild, die ook werden ingezet op 150 en elk €230 opbrachten. In 2008 kocht ik mijn exemplaar eveneens bij Bubb Kuyper, toen voor €170. Maar deze keer werd het boek afgehamerd op €550.

De kavels die ik niet won

Tien niet gewonnen kavels waren er op deze veiling. Het meest jammer vond ik het missen van de uitgave van Richard de Bury's Philobiblon uitgegeven door de Carbolineum pers in 2006.  Dit zou mooi passen bij mijn collectie Philobiblon's. Het exemplaar dat werd aangeboden kwam uit de collectie van Jos Swiers. De inzet was €120 en ik bood ruim meer dan het dubbele voor dit boek. Maar helaas werd het uiteindelijk afgehamerd op €450 en dat was voor mij toch echt te gortig. Ook een paar andere Carbolineum-uitgaven gingen aan mij voorbij. Zoals het kavel met onder meer de uitgave Ton Kok. 60 jaar antiquaar en Een wandeling langs Leidse boekhandels. Ging uiteindelijk voor €300 weg, net boven mijn hoogste bod. 

Een ander kavel dat ik misliep was de complete serie jaarboeken van de Nederlands Genootschap van Bibliofielen, aangevuld met een set Jaarboeken voor Nederlandse Boekgeschiedenis. Het ging mij met name om de eerste set. Ik mis namelijk nog twee delen daaruit: het jaarboek 2019 en het register op de eerste 10 uitgaven (en de kartonnen hoes rondom de eerste 10 uitgaven).  Mijn idee was om die eruit te halen, de rest door te verkopen en dan zo ongeveer break-even te spelen. Maar dat ging dus helaas niet door en de twee delen uit de serie blijven op mijn verlanglijstje staan.

De kavels die ik wel won

Ik had niet heel lang nodig om te treuren over de gemiste kavels, toen ik de zaterdag na de veiling mijn nieuwe boeken in een zonovergoten Leiden ging ophalen. Ik zal de komende blogs nog wat nieuwe aanwinsten voorstellen. Heel blij ben ik in elk geval met een paar aanwinsten in mijn collectie De Roos. Waarschijnlijk allemaal uit het bezit van Jos Swiers, enkele uitgaven waren nog aan hem geadresseerd. Ik koop mijn Rozen nog steeds het liefst tweedehands. Weliswaar heb ik dan geen eigen nummer, maar ik sprokkel de hele serie zo toch redelijk voordelig bij elkaar. 

Deze keer kocht ik onder meer de fraaie uitgave Helmut Salden Uncovered 1:1. Deze uitgave verscheen in het jubileumjaar van Stichting de Roos (de Stichting bestond 75 jaar). Helmut Salden Uncovered 1:1 toont schetsen en werktekeningen voor boekomslagen van 1939 tot 1970, gereproduceerd op ware grootte. Helmut Salden was een jonge boekontwerper en typograaf uit Essen, die voor de nazi’s naar Nederland was gevlucht. Hij werd na de Duitse inval gearresteerd en ter dood veroordeeld, maar overleefde de oorlog in strafkampen. Na de bevrijding verscheen een lange rij fraaie uitgaven van Salden. Zo is het bekende omslag van Het achterhuis van zijn hand. Hij ontwierp ook Menno ter Braaks Verzameld werk in zeven delen bij Van Oorschot, dat werd bekroond met de Staatsprijs voor Typografie (die later ook werd gewonnen door o.a. Van Krimpen, Witte en Elffers). Maar ook voor Van Oorschots Russische Bibliotheek ontwierp Salden tientallen banden. De met de hand getekende auteursnamen werden zijn handelsmerk. Salden overleed in 1996. Het Huis van het Boek/Museum Meermanno eerde hem in 2018 met een expositie en een goed geïllustreerde publicatie. De door Matthieu Lommen en Karen Polder verzorgde uitgave uit 2020 verscheen zowel bij De Roos (uitgave 191) als in een handelseditie. Mooi is dat bij de Roos-editie het nummer van de uitgave in de stijl van Salden op het omslag staat.

De tweede uitgave van De Roos die ik kocht was van Kester Freriks, Indië, Indonesië en daarna. Dit was uitgave 192 van De Roos. Een prachtige uitgave met daarin naast een essay van Freriks bijzondere illustraties van Margot de Jager. Naast de twee reguliere uitgaven takelde ik ook nog een serie jaarwisselingsuitgaven naar binnen, waarvan de meest bijzondere die voor 2021 is. Dat zijn twee door Joost Swarte getekende persiflages op Kuifje-omslagen, geïnspireerd door de Corona pandemie. Het is een van de weinige De Roos-jaarwisselingsuitgaven die gezocht is, de meeste van die uitgaven blijven vrij onbekend en worden nauwelijks verhandeld. Des te leuker om ze te verzamelen want het zijn over het algemeen typografische pareltjes. Intussen heb ik van de meeste jaren al een exemplaar in bezit. Dat kwam mede door het rijk gevulde sigarenkistje dat ik een paar jaar geleden bij Bubb Kuyper kocht. Met deze jongste veiling kon ik in elk geval, samen met de uitgave van Swarte, weer een paar recente exemplaren aan de collectie toevoegen.

Maar een uitgave van De Roos komt nooit alleen van de veiling, meestal zijn het verzamelkavels die worden aangeboden. Dus voorlopig ben ik wel weer even zoet om via Catawiki de dubbele exemplaren te verkopen. Hopelijk kan ik zo nog iets van de veilingkosten terugverdienen.

02 januari, 2023

339 - Verrassende veilingvondst: Nescio

Vaste lezers van dit blog weten dat ik trouw verslag doe van mijn ervaringen bij boekenveilingen: de blijdschap wanneer ik mooie kavels heb gewonnen en langgezochte boeken aan mijn collectie kan toevoegen en de teleurstelling wanneer ik achter het net vis. Dat laatste komt trouwens vaker voor dan het eerste want ik probeer live meebieden met veilingen te vermijden om geen slachtoffer te worden van de gekte in de veilingzaal en zo meer te betalen dan ik eigenlijk zou willen of kunnen. Ik breng in de regel vooraf een schriftelijk bod uit en hoop er dan maar het beste van. Meestal loopt dat slecht af, maar regelmatig hou ik er toch een paar mooie boeken aan over.

Zo ook dit najaar bij de veilingen in november en december. Op basis van de catalogi van Bubb Kuyper, Zwiggelaar, Burgersdijk en Niermans en Van Stockum had ik in totaal op circa 25 lots geboden. Daarvan won ik er drie - ogenschijnlijk de opmaat voor een heel teleurgesteld stukje. Maar dat is dit niet, want ook dit najaar blijkt dat het niet gaat om de kwantiteit, maar vooral om de kwaliteit van het gekochte.

De aangename verrassingen hebben voor het grootste deel betrekking op Nescio. Ik kocht dit jaar twee kavels met Nescio-uitgaven: één bij Burgersdijk en Niermans en één bij Zwiggelaar. Het leverde een mooie uitbreiding van mijn collectie op.

Een voorloper/inspirator van Nescio?

Bij Burgersdijk en Niermans kocht ik een exemplaar van de curieuze uitgave Studentenhaver van Tjebbo Franken. Dat dit boek wordt gelinkt aan Nescio heeft te maken met een artikel van Sander Bink op de website rond1900.nl, waarin wordt betoogd dat het boek Studentenhaver mogelijk een inspiratie is geweest voor Nescio bij het schrijven van zijn debuut. NRC Handelsblad pikte dit verhaal op en publiceerde er over in 2013 (achter betaalmuur maar hier is een omleiding).

Tjebbo Franken (1883-1966) was een Haarlemse arts en schrijver. Hij studeerde rond 1900 in Amsterdam en was daar lid van de in 1902 opgerichte studentenvereniging P.A.L.L.A.S. Franken heeft verschillende boeken op zijn naam staan over uiteenlopende onderwerpen, zoals Het bloembollenboek (1930) maar ook een roman over Frans Hals en het boek Tusschen leven en dood. Lief en leed uit een dokterspraktijk (1929). Die laatste titel bevat een serie schetsen over gebeurtenissen in zijn dokterspraktijk. Dat genre was hem niet vreemd, want voor het blad Propria Cures schreef hij kort na de eeuwwisseling diverse schetsen uit het studentenleven, à la Klikspaans Studenten-typen, maar dan uit het fin de siècle. Kort na 1900 werden deze gebundeld in Studentenhaver. Uit het Amsterdamsche Studentenleven (Amsterdam, Scheltens & Giltay). Mogelijk in 1909, hoewel de KB vermeldt dat het boek ca 1902 verscheen. Het staat echter als "nieuw verschenen" in 1909 in verschillende uitgaven voor boekhandelaren. Overigens is het boek opgedragen aan P.A.L.L.A.S.

Sander Bink betoogt dat met name de schets van het "'t Mode-dekadentje" in de bundel en ook het verhaal "Bohémien" (zie afbeelding) opvallende parallellen met het werk van Nescio laten zien. Hij schrijft: 

Ze hebben namelijk her en der wel wat weg van het werk van Frankens leeftijdsgenoot Nescio, met name vanwege de licht weemoedige Amsterdamse setting, het constante gebruik van ‘-ie’ (‘had-‘ie’, ‘werd-‘ie’, ‘gaf-‘ie). Een verschijnsel dat wij hier eerder ‘proto-Nescio’ noemden, maar het is wellicht juister om te zeggen dat Nescio, die rond 1900 in Amsterdam studeerde en werkte, in zijn taal waarschijnlijk meer bij zijn schrijvende omgeving aansloot dan doorgaans gedacht wordt. Dat hij met kop en schouders boven zijn schrijvende tijdgenoten uitsteekt blijft daarmee onveranderd. Opvallende parallel zijn ook de verkleinwoordjes, al dan niet in de titels van de verhalen: ‘bourgeoistje’, ‘renteniertje’, ‘doktertje’, ‘dekadentje’. (...) ‘Japi’ heet Nescio’s legendarische uitvreter, wiens verhaal voor het eerst in De Gids van januari 1911 werd gepubliceerd, die de volmaakte bohémien wil zijn. ‘Jaapie’ heet Tjebbo Frankens bohémien en over wie ‘Janse, de koekebakker van op de hoek een mening heeft. En als Jaapie plots vertrokken is met ‘s’n tasch en sès skone boorde en z’n tandenborstel en s’n twee nieuwe overhemde’ vreest men: ‘och got meneer, as-ie zich maar niet gaat verdrinke.’ (p.160) ‘Op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij van de Waalbrug gestapt’ schrijft Nescio over het einde van zijn Japi. (...) Ook Frankens Jaapie is een uitvreter, die ondanks chronisch geldgebrek graag reist. (...) Kortom, een Jaapie, een koekenbakker en een dichtertje in één verhaal dat staat in een in 1909 bij een grote Amsterdamse uitgeverij verschenen boek? Het is op z’n minst een curieus toeval! In ieder geval kan Nescio het verhaal gelezen hebben. Ook is het mogelijk dat Nescio uit dezelfde Amsterdamse studentikoze bron of verhalen daarover heeft geput. Maar kom dáár maar eens achter! Misschien in de archieven van P.A.L.L.A.S of Propria Cures? Wie het kan vinden mag het zeggen. 

Mooie observaties en op zijn minst opmerkelijk. Reden genoeg om deze bundel toe te willen voegen aan mijn Nescio-collectie en ik was blij dat het werd aangeboden bij Burgersdijk en Niermans. Ruim zes jaar geleden werd exact dit exemplaar aangeboden bij Catawiki. Ik herken het aan het ingeplakte ex-libris van Paula Winkler (1889-1939) die het boek in 1909 tot haar eigendom maakte. Toen was de opbrengst 130 euro, nu samen met De Roos-uitgave van Nescio kostte het 100 euro (exclusief veilingkosten). Een verzamelaar die zijn collectie van de hand doet of wellicht is overleden? Het boek geeft er geen antwoord op.

In de uitgebreide biografie over Nescio van Lieneke Frerichs die in 2021 verscheen wordt de wording van de verhalen De uitvreter en Titaantjes uitvoerig beschreven en daarin staat geen enkele verwijzing naar Franken of Studentenhaver. Frerichs laat zien hoe de verhalen van Nescio zich geleidelijk aan ontwikkelden, op basis van verschillende eerdere schetsen. Daaruit blijkt een authentieke ontwikkeling, nog steeds met mogelijke invloed van diverse verschenen verhalen uit die periode maar zonder dat één ervan nadrukkelijk wordt aangewezen. De oer-vorm van Nescio's verhalen was al ruim voor het verschijnen van Franken's boek zichtbaar zo lijkt Frerichs te betogen. 

Een onverwachte luxe editie

Een tweede kavel van Nescio kocht ik bij Zwiggelaar. Bij dit kavel ging het mij eigenlijk vooral om de drie door Joost Swarte geïllustreerde Nescio-uitgaven in een cassette. Ik heb de losse exemplaren al omdat deze onafhankelijk van elkaar waren verschenen, maar later verscheen deze set en die heeft niet alleen de geïllustreerde cassette, maar ook nog een poster met schetsen van Swarte voor deze uitgaven. Oorspronkelijk verscheen deze cassette in 2007, maar toen ben ik vergeten 'm te kopen en sindsdien staat hij op mijn zoeklijst. De nieuwprijs was destijds €35, het enige exemplaar dat nu op boekwinkeltjes.nl staat kost €90. Mijn inschatting is dat ik de overige boeken in dit kavel weer door zou kunnen verkopen, waardoor ik wellicht mijn investering weer terug zou verdienen en uiteindelijk (veel) minder zou uitgeven dan de gevraagde €90 bij boekwinkeltjes.nl. In het kavel bij Zwiggelaar zit immers ook een tweede druk van Nescio's werk, de beroemde uitgave uit 1933 met bandontwerp van P.A.H. Hofman. Het is een van de exemplaren in heellinnen, helaas zonder buikbandje. Na toezending van dit kavel bleek dit exemplaar fraaier te zijn dan de tweede druk die ik zelf heb staan. Hier kon dus een ruil plaatsvinden waardoor de kwaliteit van mijn collectie weer wat is verhoogd.

De grootste verrassing in het kavel bleek echter het exemplaar van Mene Tekel te zijn. Van Mene Tekel heb ik al verschillende exemplaren, zoals de eerste druk uit 1946, de tweede druk uit 1947 met stofomslag en uiteraard ook de door Joost Swarte geïllustreerde editie. Ik dacht eerst dat het exemplaar in dit kavel een tweede druk was, maar dan zonder stofomslag. Bij het vergelijken van mijn nieuwe exemplaar en de exemplaren in mijn kast bleek er iets vreemds aan de hand te zijn: het blauwe linnen waarin deze Mene Tekel was gebonden past noch bij de eerste, noch bij de tweede druk. Bovendien leek het papier anders én was het exemplaar een paar millimeter hoger en breder. Kortom, hier was iets vreemds aan de hand en dit diende uitgezocht te worden. In de kavelbeschrijving van Zwiggelaar werd geen melding gemaakt van dit boek of een bijzonderheid daarbij, daar kwam ik dus niet verder mee.

Luxe editie, eerste druk en tweede druk van Mene Tekel

Ook een eerste zoektocht op internet leverde niks op. Maar de combinatie van de zoektermen "Mene Tekel" en "blauw linnen" bracht mij uiteindelijk bij.... mijn eigen blog! Wat bleek: meer dan een decennium geleden was ik ook al aan het jagen op Nescio-kavels bij het kwartet boekenveilingen Bubb Kuyper, Zwiggelaar, Van Stockum en Burgersdijk en Niermans. In mijn bijdrage van december 2011 deed ik er verslag van, waarbij sprake was van grote treurnis doordat ik vrijwel alle kavels waar ik op had geboden was misgelopen. Eén van de boeken die ik niet had kunnen kopen was een in blauw linnen gebonden luxe editie van Mene Tekel, die zowel bij Van Stockum als bij Bubb Kuyper werd aangeboden. Bij Van Stockum had ik niet geboden, maar bij Bubb Kuyper wel en daar ben ik overboden door Fokas Holthuis, zoals hij toegaf in een reactie onder dat bericht op mijn blog uit 2011. In de nieuwsbrief van Fokas Holthuis eind 2011 stond voor €225 een (ander) exemplaar met signatuur van Fred Batten. In catalogus 79 van Fokas Holthuis uit 2016 stond weer een ander (ongesigneerd) exemplaar, dit keer voor €325. Dit exemplaar is dus een mooie vondst in een verzamelkavel bij Zwiggelaar. 

Dat najaar van 2011 leverde trouwens een serie veilingen op met een groot aantal door mij begeerde boeken. Wat ik erg hoopvol vind is dat ik veel van de boeken die ik toen misliep, inmiddels toch bezit. Het exemplaar van Bloesemtak dat ik toen niet won bij Zwiggelaar kocht ik afgelopen jaar via Catawiki. De eerste druk van Nescio die ik toen misliep, kocht ik twee jaar later alsnog. De tweede druk van Nescio’s hoofdwerk heb ik intussen dus ook. Tien jaar geleden liep ik overigens ook een eerste druk van Karakter mis en het toeval wil dat ik ook deze keer dit boek misliep. Bij Zwiggelaar werd een eerste druk met stofomslag aangeboden. Getaxeerd op 100-200 euro bood ik 300, maar het boek ging weg voor 400. Jammer, maar volgende keer beter. Ik hoop in mijn stukje van najaar 2031 te kunnen melden dat ik het boek alsnog heb kunnen kopen.

Het derde gewonnen kavel

Het grootste nieuws van dit najaar kwam uit de beide Nescio-kavels die ik kocht. Maar ik won nog een derde kavel: bij de boekenveiling onder de naam Van Stockum (tegenwoordig onderdeel van het Venduehuis Den Haag) kocht ik een leuk kaveltje met uitgaven van Stichting de Roos. Het ging mij daarbij vooral om de extra's in het kavel: efemera van/over Stichting de Roos, ter uitbreiding van de efemera die ik al heb. Zoals een mooie poster met aankondiging van de tentoonstelling over de Roos in Museum Meermanno in 1973 en de uitgave Bij tien tekeningen van S.H. de Roos uit 1949 van G.W. Ovink, strikt genomen geen uitgave van De Roos maar natuurlijk wel over de naamgever van deze stichting. Ook kon ik een ongenummerde De Roos-uitgave in mijn kast vervangen door een genummerde, zodat mijn collectie ook op dat punt weer iets in kwaliteit is toegenomen.

30 september, 2022

336 - Bibliofiele Bordewijk-uitgaven

Ferdinand Bordewijk (1884-1965) is een schrijver van een breed oeuvre waarbinnen zich niet bijster veel bibliofiele uitgaven bevinden die tijdens zijn leven zijn verschenen. Hij beschouwde zijn schrijverschap  als zijn secundaire beroep: “Ik ben eerst advocaat, dan schrijver”. Wellicht dat dit effect had op het beperkte aantal bijzondere uitgaven van zijn werk. Toch is er in de loop van de jaren - postuum - genoeg verschenen om er een aanzienlijke stapel van te maken. Recent heb ik weer een mooi bibliofiel exemplaar gekocht en dat is een goede gelegenheid om een aantal van deze uitgaven op een rijtje te zetten. Ik doe dat overigens niet chronologisch, maar in een willekeurige, maar wel geordende, volgorde die geen diepere betekenis heeft dan dat ik ze op deze manier uit de kast heb gehaald.

Allereerst is natuurlijk de vraag: wat is eigenlijk een bibliofiele uitgave en wanneer mag je een uitgave als bibliofiel beschouwen? Niet elk schaars werkje is meteen bibliofiel (al wordt dat wel vaak gezegd) en niet elk bibliofiel werk is schaars. Er zijn verschillende definities van bibliofiele werken, maar ik leen van Perkamentus een citaat uit een werk van Aat Vervoorn, met de toepasselijke titel Een bibliofiel boekje. Aat hanteert de volgende definitie:

een uitgave die op grond van typografische verzorging en/of boekband bijzondere waarde heeft voor boekenverzamelaars; vaak in beperkte oplage, al dan niet genummerd

In dit overzicht probeer ik zo dicht mogelijk bij die definitie van bibliofiele uitgaven te blijven. Een werk dat hier wat mij betreft dus buitenvalt, is Paarlen avond, een facsimile uitgave van een manuscript van Bordewijk, uitgegeven door de Haagse Kunstkring in 1978. In een oplage van 1000 verschenen en niet in de handel, dus je zou het bibliofiel kunnen noemen. Maar het is niet een uitgave waar heel veel bijzondere zorg aan is gegeven qua typografie of band: het is een gewone paperback op A4-formaat, maar niet meer dan dat. Desondanks blijft deze uitgave tot op de dag van vandaag inspireren. Ik focus hieronder echter vooral op de bijzondere uitgaven in mijn bibliotheek die duidelijk als bibliofiel mogen worden gekenmerkt.

Naast de verspreide bibliofiele uitgaven van verschillende drukkers en uitgevers, bestaan er ook nog de uitgaven die de laatste jaren zijn verschenen bij het Bordewijk-genootschap. Dit genootschap ijvert voor het vergroten van de belangstelling voor het werk van Bordewijk (en zijn vrouw, de componiste Johanna Bordewijk-Roepman). Voor de leden van het genootschap verschijnen geregeld publicaties die als bibliofiel mogen worden beschouwd gelet op de beperkte oplage, de zorgvuldige productie en de exclusieve verspreiding. Maar aangezien ik geen lid ben van het genootschap bezit ik die uitgaven niet. Wel bezit ik enkele aan het genootschap gerelateerde uitgaven, zoals hieronder blijkt. Waarschijnlijk zal ik de genootschap-uitgaven in de toekomst wel bezitten, want ze verschijnen vast een keer op een veiling en dan sla ik toe. Ik zal in deze blog tegen die tijd een aanvulling opnemen om van dit heugelijke feit verslag te doen. Maar in onderstaand overzicht ontbreken deze uitgaven nu nog.

Nieuwste aankoop: Bloesemtak (1991)

Laat ik beginnen met het voorstellen van mijn jongste aanschaf, de bibliofiele uitgave van Bloesemtak uit 2002. Dit exemplaar werd uitgegeven door De Distelkamp & Arethusa Pers, als 162e uitgave van deze pers. De oplage bedraagt 125 exemplaren, waarvan 115 Arabisch genummerd (ik heb nummer 79). Het boek is gebonden in half marokijnleer met batikpapier voor de platten, en voorzien van zijden kapitalen. Het boek bevat vijf etsen, vervaardigd en gedrukt door Wim van der Meij. Het zetwerk (lood), het drukwerk en het bindwerk is vervaardigd door Geert van Daal in zijn Atelier De Distelkamp.

Naast dat ik Bloesemtak een van de mooiste romans van Bordewijk vind, is dit in alle opzichten een prachtige uitgave. Een robuust boek, met veel liefde gemaakt en met schitterende details. Het stond al een hele tijd op mijn verlanglijstje en toen het recent bij Catawiki werd aangeboden sloeg ik toe. Vervolgens bleek ik het rechtstreeks van Geert van Daal te hebben gekocht, wat deze aankoop alleen nog maar meer bijzonder maakt.


Verschenen tijdens het leven van Bordewijk

Zoals ik hierboven al aangaf is het aantal bibliofiele uitgaven van Bordewijk niet heel groot, en de meeste daarvan zijn na zijn dood verschenen. Maar enkele bijzondere uitgaven verschenen nog tijdens zijn leven, veelal als luxe uitgaven die naast handelsedities verschenen. Er is echter een uitzondering, en dit is direct misschien wel een van de meest zeldzame Bordewijk-uitgaven. Het is de aparte uitgave van het verhaal Mijnheer Pem heeft een droom uit de bundel Tien verhalen.

Mijnheer Pem heeft een droom

Ik leerde voor het eerste over het bestaan van dit boek via Reinder Storm, tijdens een Bordewijk-symposium in de Koninklijke Bibliotheek. Hij vertelde hoe hij als een detective het spoor volgde van deze uitgave om deze uiteindelijk bij de maker zelf te vinden en uiteindelijk toe te voegen aan de KB-collectie. Ik schreef er destijds een blog over, waarbij ik hetzelfde spoor als Storm volgde naar de oorspronkelijke maker van het boekje, Harry Tuinhof in Wormerveer. Voor mij een makkie, omdat Storm de wegwijzers al had neergezet. De conclusie van toen was echter dat het boekje veel te duur voor mij was en ik heb het daarom niet gekocht. Maar tot mijn grote vreugde werd een exemplaar binnen een jaar aangeboden op Marktplaats, en van daar af was het nog maar één stap naar mijn bibliotheek. Sindsdien heb ik trouwens nooit meer een exemplaar ergens aangeboden gezien.

Mijnheer Pem heeft een droom is door Harry Tuinhof gemaakt bij wijze van proef voor zijn grafische opleiding. Het boekje is nooit bedoeld geweest voor publicatie en onbekend is hoeveel exemplaren er van zijn, maar het zullen er niet veel zijn.

 

Het is trouwens niet zo dat
Mijnheer Pem heeft een droom de heilige graal van een Bordewijk-collectie is. Dat is zonder twijfel de bundel Paddestoelen uit 1916, het debuut van Bordewijk dat verscheen onder het pseudoniem Ton Ven. Ik ken één particulier die dit bundeltje heeft, en dat is Robert Gaarlandt - de meest bekende Bordewijkverzamelaar en tevens oprichter van het Bordewijk-genootschap. Hij heeft zijn collectie zelf beschreven in een mooie catalogus ter gelegenheid van een tentoonstelling van Bordewijk-uitgaven in 2007 in de Pieterskerk in Leiden. Ik heb het dichtbundeltje in zijn collectie mogen zien en het is een bijzondere ervaring om dat mee te maken. Overigens heb ik al eerder geschreven dat de collectie van Gaarlandt elke aspirant Bordewijk-verzamelaar wanhopig maakt: de man heeft alles, van alles het mooiste en ook nog verschillende unica die per definitie onverkrijgbaar zijn (zoals het auteursexemplaar van Karakter). Maar voor wie over de schok van de Gaarlandt-collectie heen is, zoals ik, is er nog heel wat aardigs te verzamelen. Als je maar niet de illusie hebt dat je ooit compleet bent, of in de buurt komt van wat Gaarlandt bezit.

Een uitgave van Bordewijk die uiteindelijk misschien nog wel zeldzamer is dan Paddestoelen (d.w.z. de uitgave uit 1916, want in 1961 verscheen Paddestoelen opnieuw, alleen met een andere inhoud) is de uitgave Marion Quinn uit 1924. Na lezing van een eerste versie van dit blog merkte Reinder Storm op dat ik deze titel was vergeten te noemen. Dat had ik in eerste instantie bewust gedaan, vanwege het volstrekt unieke karakter (en daarmee de onbereikbaarheid) van dit werk. Dit is uiteindelijk toch een blog die over mijn boekencollectie gaat en ik schat in dat het al moeilijk wordt om ooit aan een exemplaar van Paddestoelen (1916) te komen. Maar een exemplaar van een boek waar er maar één van bestaat wordt wel heel lastig… Maar de suggestie van Storm is terecht: dit boek hoort toch in dit overzicht thuis.
Tijdens de bijeenkomst waar ik hoorde over het bestaan van Meneer Pem heeft een droom hoorde ik dus ook over de merkwaardige uitgave Marion Quinn. Het verhaal hierover verscheen ook in De Parelduiker. Deze uitgave werd in 1984 geschonken door een particulier aan het Letterkundig Museum en kwam later bij de KB terecht. Maar de titel werd in geen catalogus, fondsoverzicht, literatuurlijst of wat dan ook genoemd. Wat was dit voor uitgave? Naspeuringen wezen uit dat dit verhaal het eerste was in Bordewijk’s derde bundel Fantastische vertellingen uit 1924 en dat hier waarschijnlijk een “titeluitgave” van was gemaakt: losgesneden uit de bundel, titelpagina ervoor, bandje erom en klaar is de nieuwe uitgave. Dat kon met dit verhaal omdat het vooraan de bundel stond, dan begint de paginanummering ook logisch bij 1. Met het tweede verhaal gaat het niet meer, omdat je dan een boekje maakt met een paginanummering die begint ergens bij 138. Desondanks resteren nog genoeg vragen. Waarom is dit gedaan? Welke rol speelde Bordewijk zelf hierbij? Hoeveel exemplaren van Marion Quinn zijn er gemaakt en hebben de tijd overleefd? Titeluitgaven worden namelijk meestal van restanten van de oplage gemaakt, de oplage van deze derde bundel was 600. Hoeveel daarvan bleven onverkocht en werden versneden?  In welk jaar is dat eigenlijk gebeurd (ook omdat bekend is dat in 1941 de onverkochte exemplaren van de tweede en derde bundel Fantastische Vertellingen naar Nijgh en Van Ditmar gingen)? Wat is er met de andere twee verhalen gebeurd? Zwerft ergens in een tweedehandsboekwinkel in Nederland in een duister hoekje nog een exemplaar van Marion Quinn rond? Bestaat de kans dat een tweede exemplaar ooit de weg vindt naar mijn bibliotheek?

Twee Bezige Bij-uitgaven

In en net na de oorlog verschenen twee uitgaven bij De Bezige Bij, waarover ik twijfelde of ik ze bibliofiel kan noemen, maar die ik toch in dit rijtje opneem: ik kan afvinken dat ze in beperkte oplage en genummerd verschenen en een verzamelwaarde hebben. De uitgaven zijn ook bijzonder qua boekband, dus ze komen door de selectie. Bovendien waren de series waar ze in verschenen door De Bezige Bij bedoeld als bibliofiele reeks.

In 1944 verscheen de uitgave Verbrande erven in beperkte oplage illegaal onder het pseudoniem Emile Mandeau in de serie Quosque Tandem (ik heb nummer 69 van 525 exemplaren). Dit verhaal werd later opgenomen in de bundel Bij gaslicht. De Bezige Bij startte in 1943 met de reeks Quousque Tandem, met als logo de letters QT. De boekverzorging was in handen van binderij Danner uit Utrecht. Papier werd geleverd door Van Gelder papiergroothandel. De QT-reeks bepaalde het gezicht van de Bezige Bij tijdens de oorlog. De serie bestond uit vijftien mooie, kostbare boekjes waar de mensen nogal wat geld voor over hadden omdat ze anders toch weinig met hun geld konden doen. Op initiatief van het Bordewijk-genootschap is van deze publicatie in 2016 een fotografische herdruk verschenen bij het Fonds Historische Publicaties in Schiedam (het verhaal speelt immers volledig in Schiedam). Ook deze heruitgave verscheen in een oplage van 525.

Na de oorlog startte De Bezige Bij met tweede bibliofiele serie, dit keer onder de naam Tandem Aliquando. In de aanbiedingsfolder van De Bezige Bij van eind 1945 staat: 

Quousque Tandem, Hoe lang nog, in oorlogstijd door ons uitgegeven, thans gevolgd door Tandem Aliquando, Eindelijk dan toch, in vrijheid. De reeks staat onder redactie van Anton van Duinkerken en Halbo C. Kool. In deze serie zal werk verschijnen van bekende Nederlandsche auteurs.


Wim Schouten beschrijft in zijn herinneringen in Een vak vol boeken hoe deze tweede serie geen succes werd, daarvoor was het teveel een allegaartje van verschillende uitgaven. Uiteindelijk verschenen slechts enkele uitgaven in de reeks, waaronder in 1946 Veuve Vesuvius. Deze uitgave werd geïllustreerd door Fiep Westendorp. Ook dit keer bestond de oplage uit 525 exemplaren (waarvan nummer 323 bij mij staat). Veuve Vesuvius werd later nog een keer door de Bezige Bij heruitgegeven als kleine pocket. 

Luxe uitgaven

Van verschillende reguliere Bordewijk-uitgaven zijn bij het verschijnen tegelijkertijd luxe-uitgaven verschenen. Gelet op de bijzondere zorg die er aan deze uitgaven is besteed en de beperkte oplage beschouw ik ze als bibliofiel. Hiervan bezit ik er drie:

Haagse mijmeringen - dit bundeltje is sowieso al een enigszins speciale uitgave. Het verscheen namelijk in 1954 ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de ‘s-Gravenhaagsche Boekhandelaren Vereniging. De oplage was echter vrij groot: 12.500 exemplaren volgens het colofon. Dit boekje is dan ook verre van zeldzaam en wordt tot op de dag van vandaag in menige uitverkoopbak van antiquariaten neergezet. Het is een eenvoudige paperback op klein formaat. Maar naast de handelsuitgave verschenen er ook nog 150 luxe exemplaren, gebonden met stofomslag en op beter papier. Ik heb een van die 150 exemplaren, die ook nog eens gesigneerd is door Bordewijk - iets wat sowieso niet zo vaak gebeurt. Ik kocht mijn exemplaar in 2012 bij Bubb Kuyper.

Tien verhalen - Ook voor de bundel Tien verhalen geldt dat het in de basis al een niet-reguliere uitgave was, maar ook verre van zeldzaam. Deze bundel werd in 1956 uitgegeven door Elseviers Weekblad in een onbekende oplage, als vrij goedkope paperback. Je kunt geen kringloopwinkel voorbijlopen of er staat een exemplaar (of van een van de andere door Elseviers Weekblad goedkoop uitgegeven boeken zoals Schuim en asch van Slauerhoff of Voorbijgangers van Top Naeff). Maar naast de reguliere uitgave verscheen ook hiervan een  luxe uitgave, in steviger omslag en genummerd. Van de honderd exemplaren heb ik nummer 55.

Vertellingen van generzijds - De laatste luxe uitgave die ik heb, verscheen in 1950. De bundel Vertellingen van generzijds is weliswaar een luxe editie, maar niet eentje die tegelijkertijd met een handelseditie verscheen. De uitgave van 1950 is zeker bibliofiel te noemen: gedrukt op fraai papier, voorzien van een papieren omslag en met een kartonnen foedraal (die meestal ontbreekt vanwege de kwetsbaarheid), in een oplage van 350 genummerde exemplaren (waarvan ik nummer 29 heb). De handelseditie van deze bundel verscheen 11 jaar later, in 1961. Het is mij niet duidelijk waarom de verschijning van de bundel in 1950 is beperkt tot 350 exemplaren en de handelseditie pas 11 jaar later verscheen. Het colofon geeft er geen uitsluitsel over en wat speurwerk in de bibliografie van Bordewijk bracht mij ook niet dichter bij het antwoord. Ik zie in Delpher wel verschillende recensies van de bundel alsof het een regulier verschenen werk is, dus niet bij bijzondere gelegenheid. Waarom zou Bordewijk deze toch redelijk exclusieve uitgave zo hebben laten verschijnen?

(‘t Ongure) Huissens

Er zijn literaire werken die vaker dan andere worden uitgegeven. Dit geldt voor meer schrijvers: er zijn verhalen die steeds in allerlei verschillende uitgaven terugkomen. Voor Bordewijk geldt dit voor het verhaal Huissens. Dit verhaal verscheen voor het eerst in september 1935 als novelle in de reeks van De Vrije Bladen, toen nog met de titel ‘T Ongure Huissens. Vervolgens werd het opgenomen in de verhalenbundel De wingerdrank uit 1937. In die bundel staat trouwens ook het verhaal IJzeren Agaven, dat eveneens in de reeks De Vrije Bladen werd uitgegeven, en het verhaal Keizerrijk dat ook al later apart is uitgeven. De wingerdrank is echt een bundel met ‘greatest hits’, zou je kunnen zeggen. Maar Huissens spant de kroon qua aparte uitgaven.

In 1965 verscheen Huissens als aparte uitgave bij Stichting de Roos. Het werd een bijna vierkant boek, in linnen gebonden. Deze uitgave werd geïllustreerd door Mart Kempers en de typografie was van H.P. Doebele. Zoals altijd verscheen deze in een oplage van 175 genummerde exemplaren. Uit de catalogus van Fokas Holthuis leen ik de opmerking dat Bordewijk zelf uiterst tevreden was over deze uitgave, blijkens een knipsel uit het Nieuwsblad voor de Boekhandel van 25 maart 1965: “Voor de illustraties door Mart Kempers weet ik maar één kwalificatie: geniaal”.

In 1982 verscheen postuum wederom een bibliofiele uitgave van het verhaal, ditmaal bij Nijgh en Van Ditmar. Tegelijkertijd met een handelseditie van 3000 exemplaren verscheen een bibliofiele editie in een oplage van 200. Deze was genummerd (ik heb nummer XX) en gesigneerd door illustrator Kurt Löb. 

De Roos-uitgaven

Verschillende bibliofiele uitgaven van Bordewijk verschenen bij Stichting de Roos. Ik noemde hierboven al Huissens, maar dat is niet de enige aan Bordewijk gerelateerde uitgave. In 1981 verscheen De Joodse cel, eerder verschenen in de tweede bundel Fantastische vertellingen in 1923. Bij Stichting de Roos verscheen het verhaal separaat, geïllustreerd door Karin Bouthoorn. Ook dit keer was de typografie in handen van H.P. Doebele. De “cel” in de titel staat overigens niet voor een gevangenis, maar voor een muziekinstrument.

Naast de twee aparte Bordewijk-uitgaven van de Roos speelde Bordewijk eerst nog een rol bij de uitgave Gaspard la nuit, van Aloysius Bertrand. Deze verscheen in 1956 bij De Roos, 9 jaar voordat Huissens een Roos-uitgave werd. Bordewijk schreef voor Gaspard la nuit een (Franstalige) inleiding. Het is niet zo vreemd dat Bordewijk hiervoor was gevraagd, want de bundel van Bertrand was ook voor hem een belangrijke inspiratiebron. In Bordewijk's uitgave De korenharp, nieuwe reeks uit 1951 had hij al vertalingen van 15 gedichten uit de bundel van Bertrand opgenomen. Hoewel dit wel degelijk een bibliofiele uitgave is, is het wat mij geen bibliofiele Bordewijk-uitgave. Daarvoor speelt Bordewijk hier een te secundaire rol. Desondanks mag het boek in geen enkele Bordewijk-collectie ontbreken.

Wat wel als bibliofiele Bordewijk-uitgave mag gelden is De Roos & Ferdinand Bordewijk, een jaarwisselingsgeschenk voor leden van De Roos voor 2017. Dit is de bewerkte tekst die Rickey Tax, hoofd collecties van het museum Meermanno Westreenianum, uitsprak tijdens een Literaire Brunch in de Koninklijke Schouwburg in december 2015. In vogelvlucht wordt de relatie tussen Bordewijk en Stichting de Roos / Chris Leeflang beschreven, in het bijzonder als het gaat om de drie uitgaven die ik hiervoor noemde. Tax citeert volop uit de briefwisseling tussen Leeflang en Bordewijk, maar ook met de betrokken uitgevers (waaruit blijkt dat over de publicatie van De Joodse cel nog een behoorlijk gedoe ontstond met De Bezige Bij en de erven Bordewijk).

Een laatste verbinding tussen De Roos en Bordewijk vinden we in De Roos-uitgave De drempelschroom verdrijven - Literaire activiteiten in de jaren 1932-1973 bij boekhandel Broese onder Chris Leeflang. Hierin is aandacht voor onder meer lezingen die auteurs als Bordewijk, Hella Haasse, Godfried Bomans en anderen gaven in de Utrechtse boekhandel. Maar wederom: dit is weliswaar een bibliofiele uitgave, maar geen bibliofiele Bordewijk-uitgave. Overigens bezit ik een handtekening van Bordewijk in de bundel Kristal 1935, die gezet is tijdens één van de bijeenkomsten in Broese die in deze uitgave wordt beschreven. Om precies te zijn ging het om de bijeenkomst op 2 november 1935. Ik schreef er 14 jaar geleden een blog over.

De Bosbespers

Niet alleen bij Stichting de Roos verschenen verschillende bibliofiele Bordewijk-uitgaven, ook de Bosbespers uit Oosterbeek heeft ijverig Bordewijk-uitgaven gepubliceerd. De Bosbespers is een initiatief van Rody Chamuleau. In 1982 verscheen over deze uitgeverij een artikel in Trouw, waaruit blijkt dat de uitgever zijn pers zelf als hobbyproject beschouwt, maar desondanks in hoog tempo mooie boekjes maakt. Hij heeft daarbij oog voor het bijzondere, bij voorkeur 19e-eeuws, en maakt er werk van deze ‘literaire curiosa’ te ontsluiten.  Zelf heb ik acht uitgaven van de Bosbespers, waarvan de meeste Bordewijk-gerelateerd.

De oudste titels kunnen wij mij betreft niet echt de kwalificatie bibliofiel dragen. In 1983 verscheen Vijf kleine verhalen, met een voorwoord van J.A. Dautzenberg. Op zichzelf een mooi boekje, maar wat mij betreft niet bibliofiel. Dat geldt ook voor De hoogten van Doyle, de trog van Bordewijk, een uitgave uit 1988 waarin Mieke Tillema ingaat op plagiaat in het werk van Bordewijk, aan de hand van vergelijking van de twee genoemde verhalen in de titel. Ik vind de scheidslijn tussen bibliofiel en niet-bibliofiel in dit geval lastig, omdat ook in deze uitgaven op zich bloed, zweet en tranen van een margedrukker zitten. Maar ik mis in dit geval de bijzondere typografie of band of de expliciete beperkte oplage. 

Anders wordt het met de uitgave Schaduw, Stemming en Stil Water van Elly Beukenhorst-Kamp uit 1989, over de door Bordewijk bedachte Haagse straatnamen. De auteur schrijft een uitvoerige inleiding over de achtergrond van het initiatief van Bordewijk om in 1955 in een brief aan het Haagse college van B&W een lange lijst met namen voor te stellen. Ook geeft zij de volledige lijst met de door Bordewijk voorgestelde namen weer. Ik heb dit boekje, verschenen in een oplage van 150, tijdens het Bordewijk symposium waar ik hoorde over het bestaan van Meneer Pem heeft een droom door Elly Kamp laten signeren. Een aantal voorstellen van Bordewijk is uiteindelijk overgenomen, in de Haagse wijk Mariahoeve ligt een aantal straten met Bordewijkiaanse namen, zoals Hongarenburg en Ursulaland. In Mariahoeve ligt overigens ook de Bordewijklaan.

In 2005 verscheen bij de Bosbespers Vrouwenhaar, een uitgave t.g.v. de Beurs voor Kleine Uitgevers in het Amsterdamse Paradiso op 11 december 2005. In deze bundel staan drie niet eerder gepubliceerde verhalen van Bordewijk afkomstig uit zijn nalatenschap, voorafgegaan door een inleiding van Rody Chamuleau. Ik schreef er eerder deze blogpost over. 

Twee jaar later verscheen de uitgave Dames, een nieuwjaarsgeschenk in beperkte oplage van de Bosbespers en de Ravenberg Pers. Het bijzondere van het verhaal Dames is dat het beschouwd kan worden als het debuut van Bordewijk. Dit verhaal verscheen in 1907 in het Studenten Weekblad Minerva, met als auteur ene “F.B.”. In het colofon van dit boekje staat dat “gezien de spel- en interpunctie eigenaardigheden is hier met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid sprake van het schrijfdebuut van F. Bordewijk”. Het zou nog tot 1916 duren voordat het bundeltje Paddestoelen uiteindelijk zou verschijnen als zijn officiële debuut.

Tot slot is hier nog Tijding van Fer te noemen, eveneens uit 2007. Het is de Bordewijk-uitgave met de kleinste oplage die ik heb, namelijk 24 genummerde exemplaren (ik heb nummer 15, helaas een paperback en niet de gebonden versie). Ook deze uitgave bevat materiaal uit de nalatenschap van Bordewijk. Ook over deze uitgave is meer te lezen in een eerder blog.

Overige bibliofiele uitgaven

Er zijn naast dit alles nog een paar noemenswaardige bibliofiele Bordewijk-uitgaven. Twee ervan zijn afkomstig van de Avalon Pers, beide uit 1984.

De eerste is Straatnamen. Net als de eerder genoemde uitgave van Elly Beukenhorst-Kamp staan ook hierin de door Bordewijk voorgestelde straatnamen voor de gemeente Den Haag centraal. In de Avalon-uitgave wordt de inleiding van Bordewijk weergegeven zoals verschenen in de rubriek "Vrij spel" in Het Vrije Volk in 1956 (te lezen via Delpher). Deze uitgave verscheen in een oplage van 100, waarvan ik nummer 6 heb. Ik zoek desondanks nog één van de 28 Romeins genummerde exemplaren.

De tweede is De publieke fotolach, een jaarwisselingsgeschenk verschenen in een oplage van 125 ongenummerde exemplaren. Dit verhaal verscheen eveneens eerder in de rubriek "Vrij spel" van Het Vrije Volk in 1956 en was nog niet eerder uitgegeven. Ook deze tekst is via Delpher te lezen. Graag zou ik van deze uitgave nog één van de 25 gebonden exemplaren bezitten.

In 1980 verscheen een geïllustreerde herdruk van het verhaal Blokken, dat eerst was verschenen in 1931. Deze uitgave verscheen in een oplage van 350 en werd ontworpen en geïllustreerd door Frans de Jong. Alle exemplaren werden door hem gesigneerd en genummerd (ik heb nummer 10). Opvallend bij deze uitgave is het glimmende paarse omslag, tevens een van de kwetsbaarste onderdelen. Het omslag is gevoelig voor krasjes en vlekken dus het valt niet mee om een vlekkeloos exemplaar te vinden. Een andere herdruk van Blokken is de facsimile uitgave van de eerste druk die in 1986 bij Nijgh en Van Ditmar verscheen. Enkele jaren eerder verscheen trouwens ook al een facsimile van Bint, ter gelegenheid van de 100e geboortedag van Bordewijk. Deze laatste verscheen in een oplage van 2000 exemplaren. 

Bij De Galgpers verscheen in 2011 op initiatief van - wie anders dan - Robert Gaarlandt in een oplage van 40 exemplaren het werkje Zeer geachte heer. Drie brieven. Vermoedelijk is dit de enige uitgave die ooit bij de Galgpers verscheen. Deze uitgave behelst drie brieven van Bordewijk ‘in facsimile’, gericht aan C.W. Freriks, Karel Reijnders en Ch.J. Enschedé en toegelicht in het boekje. De bijlagen bestaan uit drie met de hand uit de Schrijfmachineletter gezette brieven van Bordewijk, met behulp van scanner en printer voorzien van de oorspronkelijke briefhoofden en Bordewijks handtekening.  

De laatste bibliofiele uitgave in mijn bezit in dit blog verscheen in 2015 bij De Korenmaat in Haarlem: Oog in oog met Bordewijk van L.H. Wiener. In 2015 was het vijftig jaar geleden dat F. Bordewijk overleed. Het Bordewijkgenootschap organiseerde een herdenking, waarbij L.H. Wiener een toespraak hield, waarin hij de – bescheiden – herinneringen aan zijn ontmoeting met de schrijver vertelde, maar vooral de confrontatie aanging met het werk van de bewonderde auteur. Bint en Rood Paleis zijn de meesterwerken waardoor Wiener het meest geraakt werd en die hem de literatuur binnen trokken. Dit is helaas niet een van de 25 luxe uitgaven, maar een van de 150 reguliere uitgaven die desondanks wel door de auteur en de illustrator (het boek bevat een linoportet van Pita Snoeck) werden gesigneerd. 

Tot mijn verbazing is dit blog uiteindelijk langer geworden dan ik vooraf dacht. Ik blijk nog een behoorlijke stapel bibliofiele Bordewijk-uitgaven te bezitten. Maar ik heb er dan ook circa dertig jaar over gedaan om ze bij elkaar te krijgen. En dan nog heb ik van veel uitgaven niet de luxe gebonden uitgave te pakken. Mijn eerste bibliofiele Bordewijk-uitgave was Verbrande erven, dat ik ooit kocht bij het helaas niet meer bestaande antiquariaat Aioloz in Leiden. En de tot nu laatste is Bloesemtak. Gemiddeld kocht ik zo ongeveer elke anderhalve jaar een bibliofiele Bordewijk-uitgave, naast de reguliere uitgaven die ik natuurlijk ook heb staan. Het zal mij benieuwen hoeveel er de komende 18 maanden aan zullen worden toegevoegd. Ik hoop dat daar in elk geval de bibliofiele uitgave De zwoeger bij zal zitten. Want op deze in 1984 verschenen heruitgave in een oplage van 30 van een gedicht dat eerder in Maatstaf verscheen, heb ik nog niet de hand kunnen leggen. En als dat niet kan, wellicht een gebonden/luxe exemplaar van een bibliofiel werk dat ik al bezit.

Naschrift oktober 2024

Het duurde iets langer dan het gemiddelde van 1,5 jaar maar na 2 jaar heb ik uiteindelijk De zwoeger aan mijn collectie kunnen toevoegen. Het is nummer 16 van de oplage van 30, en het werd aangeboden door het Haagse Colette. Fijn om weer eens iets moois uit dit Haagse icoon te kunnen halen.