Posts tonen met het label Joodse literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joodse literatuur. Alle posts tonen

16 april, 2021

317 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (reprise)

Nadat ik al eerder vijf afleveringen in dit blog had volgeschreven over de boeken die ik verkreeg uit de nalatenschap van boekwetenschapper, bibliofiel en oud-conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana Adri Offenberg, werd ik verrast met opnieuw een stapel boeken uit zijn bibliotheek. Ditmaal exemplaren uit de kasten met 'reguliere' boeken: algemene literaire boeken van gangbare auteurs, dus niet per se 'collectibles' of zeldzame uitgaven.

Maar dat wil niet zeggen dat de boeken niet interessant waren. En er zaten (wederom) een paar mooie vondsten bij. Allereerst was deze nieuwe stapel interessant omdat het nog een keer liet zien wat het aandachtsgebied van Adri Offenberg was. In het verlengde van zijn werk bij de Bibliotheca Rosenthaliana is zichtbaar dat Judaïca en Hebraïca prominent aanwezig waren bij hem thuis. Bijvoorbeeld in de keuze van de auteurs in de collectie: Siegfried van Praag was goed vertegenwoordigd, evenals Jacob Israël de Haan, Abel Herzberg en Carry van Bruggen

Het waren ook deze auteurs van wie op verschillende plekken correspondentie of een persoonlijke boodschap tevoorschijn kwam: een bedankkaartje van Siegfried van Praag en een bedankkaartje van Ruth Wolf (auteur van o.a. een biografie over Carry van Bruggen) zijn daar voorbeelden van. 

Aandacht voor Joodse en auteurs en literatuur was echter zeker niet het enige: zo was er ruim aandacht voor Louis Paul Boon, inclusief secundaire literatuur en vertalingen, Gerrit Krol, J.J. Slauerhoff en Gerrit Achterberg, om maar een paar voorbeelden te noemen. Er waren ook boeken van F.C. Terborgh, evenals flinke stapels Remco Campert, A.Alberts, Bernlef en J.H. Donner. Duidelijk was ook dat het zwaartepunt van deze reguliere collectie in de jaren '70 tot '90 van de vorige eeuw lag, er waren weinig boeken bij van latere datum.

W.F. Hermans - Focquenbroch
Wat waren dan zoal de mooie vondsten die ik deed? Erg leuk om te vinden was een exemplaar van Focqenbroch - bloemlezing uit zijn lyriek met een inleiding van W.F. Hermans. Deze uitgave uit 1946 heeft er aan bijgedragen dat in de 20e eeuw een herwaardering plaatsvond van het werk van deze dichter uit de Gouden Eeuw, nadat hij in de eeuwen daarvoor langzaam in de vergetelheid raakte. In de bloemlezingen van Komrij is Van Focquenbroch bijvoorbeeld goed vertegenwoordigd. Dat hij eerder uit beeld raakte kwam omdat er weinig steun was voor zijn levensopvattingen: zijn platte en burleske kant kon de wat preutsere 17e en 18e eeuwers niet bekoren. Maar in de 20e eeuw kwam het weer goed met Van Focquenbroch, ook al wordt de inleiding van Hermans inmiddels als feitelijk niet heel betrouwbaar ingeschat. Desondanks staan er mooie observaties in over Van Focuqenbroch en zijn tijdgenoten, en uiteraard over Nederland vanuit het perspectief van Hermans. Zo schrijft hij deze mooie zin: "In de Gouden Eeuw scheen zelfs de zon warmer dan nu over ons droefgeestige vaderland", waarmee de Hermansiaanse toon wel weer is gezet.

Hella Haasse - Stroomversnelling
Zoals elke bibliofiel ben ik niet alleen op zoek naar uitbreiding van mijn bibliotheek, maar ook naar kwaliteitsverbetering. Ik was dan ook erg blij dat ik een aantal titels van Hella Haasse in eerste druk vond, zodat ik een aantal latere drukken die ik al had kon vervangen door eerste drukken. En daarnaast heb ik wat toevoegingen kunnen doen in het rijtje Haasse. Haar Klein reismozaïek. Italiaanse impressies (uit 1952) over haar verblijf in Rome had ik nog niet. Maar bijzonder was ook de vondst van het dichtbundeltje Stroomversnelling uit 1945. Dit bundeltje kan worden beschouwd als het debuut van Hella Haasse (hoewel inmiddels diverse publicaties van voor die tijd bekend zijn, waaronder verschillende gedichten in tijdschriften), en het is overigens haar enige gepubliceerde dichtbundel gebleven. Uiteindelijk is zij natuurlijk vooral bekend geworden als romancier, nadat ze met het boekenweekgeschenk Oeroeg in 1948 naam maakte. In dit dichtbundeltje zat nog een krantenknipsel over Hella Haasse ingevoegd en dat is iets wat ik in veel meer boeken vond. Kennelijk was Adri Offenberg een ijverig uitknipper van krantenartikelen, die vervolgens in de boeken van de betreffende auteurs werden geschoven. Zo zat in Stroomversnelling een artikeltje uit NRC Handelsblad van 12 maart 1984 waarin wordt teruggeblikt op het (mij tot dan toe nog onbekende) verleden van Haasse als actrice bij het Centraal Toneel van Cees Laseur en Mary Dresselhuys en later bij het gezelschap van Wim Sonneveld. Ook haar acteercarrière duurde maar kort, net als haar poëziecarrière.

Op deze website wordt wat dieper ingegaan op het dichtwerk van Haasse en worden ook beschouwingen over de kwaliteit van het bundeltje Stroomversnelling aangehaald. Zowel over de bundel als over Haasse als dichter is het beeld niet onverdeeld positief. Zo schreef Jan Elburg in 1946 in Het Woord "Ik geloof, ondanks het feit dat ik van Hella Haasse slechts schaarse publicaties onder ogen kreeg, de bundel Stroomversnelling te mogen beschouwen als een volkomen aanvaardbare inzinking van een zoekend talent."

Hans Lodeizen - Londenvaarder
En zo waren er weer heel wat mooie toevoegingen aan mijn bibliotheek. Zoals de uitgave Londenvaarder, van de jonggestorven Hans Lodeizen. Een nieuwjaarsgeschenk van  uitgeverij Kwadraat uit 1984. Het gefingeerde reisverslag Londenvaarder verscheen eerder in 1946 in de Londense editie van Vrij Nederland. Het verscheen in 1984 voor het eerst in boekvorm, en staat nu in mijn kast. Of de uitgave De zeven hoofdzonden van Joost Roelofsz, met daarin verhalen van onder meer Remco Campert, Kees van Kooten, Leo Vroman en de onder het pseudoniem "Pater Frater B.I.M. boefjes O.F.M." schrijvende W.F. Hermans. Tegelijkertijd blijven er ook wat vragen over: waarom vond ik twee exemplaren van Het boek ik van Bert Schierbeek, zowel de eerste druk als de 5e druk? De omslag van de eerste druk werd getekend door Lucebert, en Lucebert was ook verder aardig vertegenwoordigd in de bibliotheek van Adri Offenberg. Dus die begrijp ik. Maar een 5e druk in een redelijk saaie pocketeditie erbij? Misschien een leesexemplaar? We zullen het nooit weten.

Kortom, er was weer veel te genieten en te verwonderen bij het uitpakken van de doosjes. Een paar goedbestede dagen wat mij betreft! Inclusief het nodige herordenen van de boekenplanken, want er moest hier en daar wel ruimte gemaakt worden. Het één leidde vervolgens tot het ander, en zo ontstond er een geheel nieuwe indeling van de Bibliotheca Scatebra. Maar daarover in een volgend bericht meer.

27 november, 2020

309 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (2) - Niet in de KB

Dit is het tweede blog in de serie over de boeken die ik vond in de bibliotheek van Adri Offenberg. Dit keer ga ik in op twee werken die niet staan opgenomen in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek, oftewel de KB. En die mij in no-time in een 18e-eeuws dispuut over Spinoza brachten.

De boeken in de Koninklijke Bibliotheek

Maar eerst iets over de titel van dit stukje. De KB verzamelt en bewaart alle boeken, kranten en tijdschriften die in Nederland zijn verschenen en alles wat er in het buitenland over Nederland is gepubliceerd. Dat doet de KB al heel lang, maar dat wil niet zeggen dat de KB compleet is. De algemene collectie van de KB is de Nederlandcollectie. De KB zegt op de website: 

De Nederlandcollectie is de kerncollectie van de KB en omvat alles uit en over Nederland. Daaronder vallen uiteenlopende materialen, van Middeleeuwse handschriften tot hedendaagse uitgaven, en zowel digitale bestanden als fysieke objecten. De Nederland-Collectie is een erfgoedcollectie; alles wat daarin wordt opgenomen, wordt ook ‘voor eeuwig’ duurzaam bewaard en toegankelijk gemaakt. Binnen deze collectie streeft de KB naar volledigheid.

Er is altijd de mogelijkheid om boeken aan de KB te schenken. Er is een aparte pagina die uitlegt hoe dat in zijn werk gaat en wat de KB wel en niet wil hebben. Via social media laat de KB zelf af en toe een vraag los of iemand een boek kan vinden dat de KB nog zoekt, meestal op basis van vroeg-20e eeuwse krantenadvertenties waarin boeken worden aangekondigd, die nooit de KB hebben gehaald. Daarnaast zie ik collega-boekenliefhebbers ook zelf nog wel eens twitteren bij een nieuwe aanwinst dat deze "niet in de KB" te vinden is. Kennelijk zijn veel mensen zich er van bewust hoe belangrijk het is dat het KB als ons nationaal geheugen zo compleet mogelijk is. Overigens gaat het de KB er niet om dat alles per se in de KB aanwezig moet zijn. Het gaat hen vooral om de boeken die niet in de NCC terug te vinden zijn. De Nederlandse Centrale Catalogus NCC bevat de bibliografische gegevens en de vindplaatsen van circa 14 miljoen boeken en bijna 500.000 tijdschriften in meer dan 400 bibliotheken in Nederland.

In mijn collectie heb ik verschillende boeken die - volgens de online catalogus - niet in de KB staan. In een aantal gevallen staan deze boeken wel in de NCC, maar ik vind persoonlijk de KB echt het centrale punt is waar Nederlandse publicaties aanwezige zouden moeten zijn, dus voor mij is dat een relevant gegeven. Ik hou dit eenvoudig bij omdat ik al mijn boeken catalogiseer via LibraryThing. Deze site geeft mij de gelegenheid om alle mogelijke details van mijn boeken vast te leggen (bijvoorbeeld ook gewicht en afmetingen, zodat ik tot op de gram weet hoeveel mijn bibliotheek weegt). Bij het registreren van boeken haalt LibraryThing de details uit de catalogus van de KB (dit is mijn standaardinstelling), zodat ik direct weet dat een boek niet geregistreerd is bij de KB als ik ze probeer in te voeren. 

Intussen bevat mijn bibliotheek 48 titels die niet bij de KB bekend zijn, maar wel in de Nederlandcollectie thuishoren. Veelal zijn het nieuwjaargeschenken van uitgeverijen of werken in de categorie marginaal drukwerk. Maar groot of klein: uiteindelijk horen álle titels van of over Nederland natuurlijk in de Haagse kelders te staan. Het is mijn vaste voornemen om bij mijn overlijden in elk geval alle niet bij de KB geregistreerde boeken aan de KB te schenken. Mijn nabestaanden kunnen ze eenvoudig vinden via het digitale labeltje in mijn online catalogus. En dat wordt dan mijn bescheiden bijdrage aan het nationale boekenbezit.

Als het goed is komen er tegen die tijd ook twee titels naar de KB die oorspronkelijk in het bezit waren van Adri Offenberg. Beide kunnen gerekend worden tot de judaïca. Volgens de Nederlandstalig Art & Architecture Thesaurus zijn judaïca "objecten met betrekking tot Joods leven, religie en cultuur, vooral maar niet uitsluitend objecten van literaire, historische of culturele aard of in verband met riten." Beide werken zijn gelegenheidsuitgaven die niet in Nederland zijn gedrukt, maar wel een duidelijke connectie met Nederland hebben en om die reden, conform de beschrijving van de Nederland-collectie, in de KB horen.

Facsimile of a Haggadah, printed in Amsterdam in 1845

Het eerste boekje is een miniatuuruitgave (10,3 bij 7,2 cm) en is een facsimile van een haggadah. Een haggadah wordt door Joden gebruikt tijdens de sederavond en bevat het Bijbelse verhaal van de uittocht uit Egypte, aangevuld met een beschrijving van de gebruiken tijdens de sederavond en een beschrijving van de gerechten. Eén van die gerechten is trouwens maror, of mierik, dit is het bittere kruid waarnaar de gelijknamige roman van Marga Minco is genoemd.  

Deze facsimile is gedrukt in Vermont, in de Verenigde Staten in 1989. De gelegenheid was feestelijk: het boekje is speciaal gemaakt bij de 65e trouwdag van Anna en Benjamin Lifton en aangeboden door hun kinderen. Het origineel van deze haggadah is afkomstig uit de bibliotheek van The Jewish theological seminary of America

Met het boekje is iets bijzonders aan de hand: op het omslag staat dat het oorspronkelijke werk is gedrukt in Amsterdam in 1845, maar dit jaartal is doorgestreept en vervangen door 1840. Mijn interpretatie is dat Adri Offenberg als erkend deskundige op het gebied van Judaïca en oude drukken het beter weet dan de makers van deze facsimile en de conservator in Amerika en dat deze haggadah dus inderdaad in 1840 in Amsterdam is gedrukt. Het boek is in elk geval gedrukt door boekdrukkerij

Belinfante & de Vita. Over deze drukkerij heb ik verder weinig kunnen vinden. Op basis van de catalogus van de KB is zichtbaar dat deze drukkerij in de eerste helft van de 19e eeuw actief is geweest. Verschillende Joodse uitgaven (Bijbelboeken, gebedenboeken maar ook grammaticaboeken) zijn in de collectie opgenomen. Verder blijkt uit verschillende krantenadvertenties uit de 19e eeuw dat de boekhandel en uitgeverij was gevestigd aan de Weesperstraat 9 in Amsterdam. Zoals zoveel boekhandels beschikte deze ook over een leesbibliotheek (in de blog van Aad van Maanen is aan de hand van boekhandelsetiketjes veel te lezen over leesbibliotheken). Uit het bevolkingsregister van Amsterdam blijkt dat Sadok Cohen Belinante (1787-1839) in die tijd op het adres woonde. Maar wie De Vita was weet ik niet. De Weesperstraat was in die tijd een smalle straat, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Utrechtsestraat in Amsterdam. Nadat de Joodse bevolking was gedeporteerd en vermoord in de oorlog, werd in de hongerwinter al het hout uit de huizen gesloopt. Het resultaat was een verwoeste straat in 1945 en aansluitend werd besloten een verkeersader van de Weesperstraat te maken, later kwam daar nog de metrolijn bij. Alle oorspronkelijke bebouwing is verdwenen.

Ik kan mij voorstellen dat de KB niet deze facsimile bezit maar ik was benieuwd of de KB dan wel het origineel zou hebben. Ik heb het niet in de catalogus aangetroffen, niet als uitgave 1845 en ook niet in 1840.Van Belinfante & de Vita vond ik wel een haggadah uit 1837 bij de KB, zij hebben er dus meer gedrukt. Maar kennelijk is het exemplaar uit 1840 dus echt een missende uitgave in de KB. Stel nu dat de KB het origineel of de facsimile zou willen aanschaffen, zijn ze dan beschikbaar? Bij Abebooks vond ik één vermelding van het origineel, aangeboden door Meir Turner in New York. Voor het luttele bedrag van $18.000 is het boekje te koop. Meir Turner noemt trouwens ook als jaartal 1840, hij sluit daarbij aan bij Adri Offenberg. Gelet op het hoge bedrag voor deze haggadah is het werk op een bepaalde manier zeldzaam. Op Abebooks worden verschillende haggadah's uit dezelfde periode aangeboden voor veel lagere bedragen. Wellicht is dat ook de reden dat het uitgekozen is om een facsimile van te maken. Dat hadden de kinderen van Anna en Benjamin Lifton dan beter van het exemplaar van Meir Turner kunnen maken, want op de foto is zichtbaar dat dit een veel frisser exemplaar is dan die ik nu heb. Zo is de titelpagina van mijn facsimile gevlekt, waar deze titelpagina erg fris is. Een exemplaar van de facsimile heb ik verder trouwens nergens te koop gezien. 


Rechtfertigung des Rabbi David Nieto gegen den Vorwurf in seiner Predigt Spinozas Lehre zu verbreiten 

Het tweede werkje dat in de KB ontbreekt is ook een heruitgave, alleen geen facsimile. Het gaat om een dunne gelegenheidsuitgave dat volgens de titel betrekking heeft op een 18e-eeuws debat over de invloed van de leer van Spinoza in de Joodse gemeenschap. Het werkje is nog onafgesneden en werd in 1930 in Leipzig uitgegeven in een oplage van 200 exemplaren. Het werk is via deze site integraal te lezen. Als auteur staat Chacham Zwi Hirsch Ashkenasi vermeld. Deze in 1658 in Tsjechië geboren rabbijn was vanaf 1710 rabbijn in Amsterdam. Deze rabbi was bekend in heel Europa en had grote invloed op de de ontwikkeling van de  Joodse gemeenschap in die tijd. Eén van de kwesties waar hij mee te maken had was de aanwezigheid van volgelingen van de valse messias Shabbetai Zvi (1626-1676), die zich uiteindelijk zou bekeren tot de islam. Chacham Zwi was ook na het overlijden van deze valse messias druk met het weren van allerlei opvattingen over deze kwestie in de Joodse gemeenschappen. Maar hij had niet alleen te stellen met de volgelingen van Shabbetai Zvi, maar ook met een dispuut rond de in Londen werkzame rabbi David Nieto.

David Nieto (1654-1728) werd geboren in Venetië en was vanaf 1701 rabbi in Londen. De Londense Spaans-Portugese Joodse gemeenschap was een dochtergemeenschap van de Amsterdamse. Nieto werd op basis van een prediking, en later een uitwerking daarvan in één van zijn boeken, beschuldigd een aanhanger van de leer van Spinoza te zijn, oftewel het goddelijke te ontkennen, uit te gaan van de rede en daarmee elke vorm van openbaring of profetie te ontkennen. Voor een rabbi is dat een nogal ernstige beschuldiging en het is te begrijpen dat de gemoederen hoog opliepen in de Joodse gemeenschap. Niet alleen in Londen, maar al snel in een groot deel van West-Europa. Achteraf lijkt het erop dat een aantal van de belangrijkste beschuldigingen tegen David Nieto afkomstig waren uit de kringen van - daar gaan we weer - volgelingen van Shabbetai Zvi.

Alle reden dus om raad te vragen bij een invloedrijke en gerespecteerde rabbi, te weten Chacham Zwi. Hij nam het op voor David Nieto (misschien ook wel omdat hij een verklaard tegenstander was van zijn aanklagers) en pleitte Nieto vrij van het zijn van een volgeling van Spinoza. Volgens Zwi hadden de leden van de Londense gemeenschap Nieto niet goed begrepen: hij had weliswaar in dezelfde woorden als Spinoza verklaard dat God en de natuur één zijn, maar wilde daarmee precies het tegenovergestelde punt maken: niet dat er geen openbaring is, maar juist dat die er wél is. Een levendige beschrijving van het dispuut vind je hier. Na deze interventie bleef David Nieto rabbijn in Londen, waar hij later werd opgevolgd door zijn zoon Isaac Nieto.

Het is een ingrijpende en impactvolle situatie geweest voor de Joodse gemeenschap in die tijd. Dit is de reden dat de conclusie van Chacham Zwi zo van belang is, en waarschijnlijk ook de achtergrond van deze herdruk in 1930. Deze uitgave was bedoeld voor de leden van het Soncino Gesellschaft (Engelstalige link en nog een Engelstalige link), een gezelschap Joodse bibliofielen (het eerste en enige Joodse bibliofiele genootschap, aldus verschillende bronnen) met uiteindelijk zo'n 600 leden. Opgericht in 1924, werd het gezelschap door de nazi's ontbonden in 1937, nadat het ruim 100 publicaties had uitgegeven. Ondanks de verwoesting door de nazi's van Joods cultuurgoed zijn alle publicaties van het genootschap bewaard gebleven. Ze worden digitaal beschikbaar gemaakt door de bibliotheek van het Joods museum in Berlijn. Het Soncino Gesellschaft werd onder meer door Hermann Meyer (1901-1972) opgericht en hij is dan ook, met Curt Munter, de initiatiefnemer van dit werkje.

Het is niet onlogisch dat dergelijke uitgaven bij Adri Offenberg terecht zijn gekomen. Ze sluiten prima aan bij zijn aandachtsgebied. Maar hoe zij er gekomen zijn weet ik niet en kan ik niet meer achterhalen. 

02 september, 2012

214 - Een fabelachtige leugenaar

Ik besteed veel van mijn tijd aan het zoeken naar debuten. Dat wil zeggen: debuten van schrijvers van wie ik er veel te laat achterkwam dat ze belangrijk gingen worden. Daarom koop ik debuten vaak pas jaren nadat ze op de markt kwamen. En als je dan met terugwerkende kracht de eerste pennevrucht van zo'n auteur wilt hebben, is dat een lange en kostbare zoektocht. Veel voordeliger is het dan ook om debuut te verzamelen als het een debuut is. En dan is het afwachten of de debuterende auteur uitgroeit tot een toekomstige topauteur.

Recent las ik het debuut van de Berlijnse Susann Pásztor met de titel Een fabelachtige leugenaar. De titel van het boek intrigeerde mij, en ook de beschrijving:
Een lichtvoetige Joodse komedie over een familie die ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van hun (groot)vader in Weimar samenkomen. Verteld vanuit het perspectief van kleindochter Lily komen de uiteenlopende vaderbeelden naar voren. Maar welke geschiedenis is nu waar?
Ik was vooral benieuwd of het mogelijk was een "lichtvoetige komedie" te schrijven tegen de achtergrond van de gruwelijkheden van Buchenwald. En daarnaast was ik benieuwd hoe in dit geval de geschiedenis van een naoorlogse Joodse generatie verteld zou worden.

Het verhaal van Pásztor deed me denken aan onder meer Meir Shalev en Marcel Möring. Twee Joodse schrijvers die in hun boeken ook een bij tijd en wijle krankzinnige, verhalenvertellende familie opvoeren. Natuurlijk zijn dit maar twee van talloze Joodse auteurs in dit genre (Potok, Oz, Englander, Singer, Weil, etc. etc. etc.), maar ik wil mij tot deze twee beperken. Net als bij Shalev (in meerdere boeken) en bij Möring (met name in In Babylon) is het boek van Pásztor een aaneenschakeling van geschiedenissen waarbij het ene verhaal de kiem bevat van het volgende en verhaal na verhaal de langzame ontrafeling van een familiegeschiedenis volgt. Net als bij Shalev wordt de familie direct op de eerste pagina al neergezet als niet helemaal gewone familie waarin dit soort verhalen een grote rol spelen. Dat schept verwachtingen en die verwachtingen lost Pásztor gedeeltelijk in. Ik betrapte mijzelf er vooral in het begin op dat ik een aantal mooie zinswendingen voorlas aan anderen. En ik was verrast over de ingenieuze wijze waarop zij de verhalen aan elkaar weeft.

Tegelijkertijd had het boek wat mij betreft dikker mogen zijn: dan hadden sommige verhaallijnen beter uitgewerkt kunnen worden. Nu blijven sommige karakters toch wat oppervlakkig, hoewel ze enorme potentie hebben. Terwijl datgene wat we over moeder, tante Hannah en oom Gabor te weten komen smaakt naar meer; in hun eigenaardige gewoontes en terloopse opmerkingen over hun verleden zitten nog prachtige familiegeschiedenissen in verloren. Gek genoeg blijft kleindochter Lidy, vanuit wiens perspectief het verhaal wordt verteld, nog het meest oppervlakkig. Hoewel zij de verbindende factor is blijft het verhaal soms te lang bij haar introspectie hangen zonder dat ze daarin overtuigt. Ga dan maar liever verder met een volgend verhaal over Joschi, denk ik dan: ik geloof het wel met de verliefdheid van Lidy voor haar mentor Jan.

Zoals bij alle Joodse geschiedenissen speelt vervolging een grote rol, of dit nu in de twintigste eeuw is of de eeuwen daarvoor: helaas is dit een terugkerend element. In dit geval gaat het om de Holocaust en de (vermeende) internering van grootvader Joschi in Buchenwald. De familie worstelt met de Joodse identiteit en met het vraagstuk van een vernietigingskamp zo dicht bij Weimar, toch een stad waarin de hoogste cultuur zichtbaar is. Het contrast is groot en de familie moet met dit gegeven, en met elkaar, in het reine komen. Uiteindelijk volgt een verzoening en een plechtige herdenking rond Buchenwald, die uiteraard zoals het bij deze familie past in het honderd loopt.

Zo lichtvoetig vond ik deze komedie dus niet. Gelukkig wordt het ook nergens kolderiek (dat kan wat mij betreft niet in een boek waar een vernietigingskamp een rol speelt) en blijft elk verhaal over de uitroeiing van Joden aangrijpend. Die ruimte geeft het boek ook. En dat maakt dat ik na lezing van het boek moet concluderen dat Pásztor er in is geslaagd de balans te bewaren tussen ernst en humor en een onderhoudend verhaal heeft geschreven.

De vraag die overblijft is of Pásztor bij haar late debuut (zij is 55 jaar) aan het begin van een indrukwekkend oeuvre staat en of dit boek het begin van een groot schrijverschap laat zien. Heb ik nu een boek in handen waarvan ik over een paar decennia kan zeggen dat ik direct al opmerkte wat voor een belangrijke auteur Pásztor ging worden? Daarover twijfel ik. Daarvoor is dit boek net te licht. Maar haar volgende boek zal uitwijzen welke weg ze opgaat en of ze er in slaagt een vergelijkbaar verhaal met meer diepgang te schrijven en de relatief zware thema's die ze aanhaalt geloofwaardig uit te werken. Voor de liefhebber tot slot: hier de positieve recensie van dit boek in de Volkskrant. En hoe haar verdere carrière er ook uitziet, ze heeft in elk geval al de Berthold Auerbach Literaturpreise gewonnen.

23 mei, 2012

206 - De webshop van De Slegte

Iedereen weet intussen wel dat De Slegte mijn favoriete winkel is. En hopelijk nog heel lang kan blijven, ook na de fusie met Selexyz. Maar ik vind De Slegte vooral geweldig als winkel om naar binnen te stappen. Nog nooit bestelde ik iets via de webwinkel. Maar in de fysieke winkel ga ik nooit met lege handen naar buiten. Dat is een principekwestie...

Niet dat ik iets tegen winkelen op het web heb. Integendeel, bijna wekelijks belt de postbode met een pakje met nieuwe schatten, veelal via Marktplaats aangeschaft. Bij Marktplaats weet je echter wat je krijgt: als je weinig betaalt loop je de kans op rotzooi of op een lot uit de loterij. En als je veel betaalt gaat er meestal een uitgebreide correspondentie met de aanbieder aan vooraf waarin de eventuele onvolkomenheden van het boek de revue passeren. Het punt bij de webshop van De Slegte is dat je aardig wat betaalt, maar in mijn beleving niet de kans hebt om een tijdje heen en weer te mailen om de staat van het boek te bespreken en zo eventuele ezelsoren en waterschade tijdig te ontdekken. Het risico is dus veel groter dat je iets ontvangt wat je eigenlijk niet wilt hebben: gedoe dus.

Laatst deed ik echter een bestelling bij De Slegte voor een ramsjboek (en dat zijn uitgeversrestanten en dus "veilig"). Aangezien ik de verzendkosten toch al kwijt was, besloot ik een paar aanvullende bestellingen te doen. Een "probleem" bij De Slegte is namelijk dat ze nogal veel filialen hebben, en ik ontdek vaak dat er een exemplaar van een boek in Leiden staat, een ander boek dat ik wil hebben in Groningen en weer een ander boek in Zwolle. Boeken naar één filiaal laten transporteren kan niet meer en naar elk filiaal reizen is niet te doen. Maar via de webshop kan je bestellingen uit verschillende filialen combineren zonder dat het met de verzendkosten uit de hand loopt.

En dus ploften pakjes uit Leiden en Amsterdam na enige tijd in mijn brievenbus. Met daarin: 2 boeken van Hugo Brandt Corstius (Algebraïsche taalkunde en Rijmlijm), eentje van I.J. Singer (Van een wereld die voorbij is) en eentje van Lawrence en Nancy Goldstone (Used and rare. Travels in the book world).

Tot mijn grote plezier waren de boeken in goede staat en helemaal conform de aanprijzing ("goed". Pas op voor boeken die "redelijk" zijn, vermoedelijk is de omslag onherkenbaar en heeft de hond er recent op gekauwd. Maar boeken die "goed" zijn misstaan niet in mijn kast. (Er wordt bij De Slegte in Den Haag een boek van Nicholas Basbanes aangeboden: A Gentle Madness, voor € 12,50. Met de vermelding "redelijk". Koop het niet: ik ben het wezen bekijken en het is een versleten, scheve, flodderige paperback. Weggegooid geld).

De boeken van Brandt Corstius kocht ik omdat ik nu eenmaal alles van Brandt Corstius wil hebben (in elk boek geniet ik weer van zijn vlijmscherpe pen en zijn geniale taalvondsten) en deze misten nog. I.J. Singer stond al heel lang op mijn lijstje, maar ik wist niet meer waarom. Waarschijnlijk had ik er eens een goede recensie over gelezen. De aanprijzing is veelbelovend: "Autobiografische verhalen over een jeugd in een chassidisch-joodse gemeenschap in een Pools dorpje rond 1900." Nu al fascinerend, en waarschijnlijk goed passend tussen de boeken van zijn oudere broer Isaac Bashevis Singer, van Chaim Potok en van Henry Roth. In al die boeken wordt de chassidische gemeenschap beschreven (in Polen respectievelijk de VS), een beweging die mij altijd al heeft gefascineerd.

Maar het meest heb ik toch genoten van het boek van de Goldstones. Boeken over boeken, in het bijzonder boeken van boekenverzamelaars over hun verzameling/verzamelactiviteiten vind ik geweldig. En dit boek van de Goldstones beschrijft stap voor stap hun weg in de wondere wereld van het antiquarische boek. Vanaf hun allereerste tweedehands boek, via de ontdekking dat er zoiets is als tweedehands boekwinkels, langs het besef van het bestaan van eerste drukken, boekenveilingen en uiteindelijk een prachtige eerste druk van Dickens voor $ 850. En telkens weer leef je mee met hun verbazing als ze weer iets nieuws hebben ontdekt (catalogi! bibliofiele boeken! stofomslagen!) dat op een of andere manier extra betekenis heeft in de wereld van het boekenverzamelen. Want we zijn allemaal die weg gegaan en hebben allemaal die ontdekkingen gedaan en het is leuk om als het ware je eigen ontwikkeling als verzamelaar te lezen, maar dan door de ogen van de Goldstones.

Een absolute aanrader dit boek, misschien nog wel het meest voor familieleden en vrienden die maar niet kunnen of willen begrijpen wat er nu zo speciaal is aan boeken, mooie edities en die niet snappen waarom je elke keer terug moet naar die ene antiquarische boekhandel omdat der kennelijk nog onontdekte schatten  staan... Als dat moeizame gesprek weer eens gevoerd wordt en je het niet voor de honderdste keer wilt proberen uit te leggen, laat ze dan het boek van de Goldstones lezen en óf ze snappen het dan eindelijk, óf je weet zeker dat ze het nooit zullen snappen. In beide gevallen zijn die gesprekken voorbij. Maar ze hebben in elk geval een onderhoudend, grappig en leerzaam boek gelezen.

29 augustus, 2006

106 - Over Potok en verwante auteurs

Bibliofilos schreef in een recent bericht over haar ontdekking van de helaas overleden schrijver Chaim Potok, waarvan ze een door een vakantieganger in Griekenland achtergelaten boek vond. Ik geniet altijd erg van de bijdragen van Bibliofilos: zij struint over haar Griekse eiland en laat zich verrassen door wat reizigers aan literatuur achterlaten, en doet soms de mooiste vondsten. Gelukkig schrijft ze er vervolgens uitvoerig over. Het leuke is dat ik tijdens mijn vakantie ook een boek van Potok bij me had, namelijk de door hem (mede) geschreven biografie van Isaac Stern, Mijn eerste 79 jaar. Helaas voor Bibliofilos-achtige zoekers in Hessen en omgeving: ik heb het daar niet achtergelaten.

Het ontroerde me dat Bibliofilos nu pas Potok ontdekte. Zoals één van de schrijvers in de reacties op haar bericht zei: je bent te benijden als je nu pas de wereld van Potok binnenstapt. Je stapt in een wereld die je niet kent, mysterieus, met strikte codes, met onbekende waarden en met hele mooie verhalen en geschiedenissen, met Europese wortels en Amerikaanse actualiteit.

Ik lees Potok al heel lang. Mijn eerste aankoop van een boek van hem was op 1 september 1989. Dat zou een paar jaar later mijn trouwdag worden, maar dat wist ik toen nog niet. Wel heel mooi bijpassend is de titel van het boek dat ik toen kocht: De belofte (The promise). De belofte behoort samen met Uitverkoren tot het mooiste dat Potok heeft geschreven. Dat neemt niet weg dat zijn andere werk ook verrukkelijk is. Daarom heb ik destijds besloten alles van Potok te kopen - zo gaat dat met verzamelaars. En ik heb het allemaal in vertaling gekocht, want het werk van Potok werd trouw door uitgeverij Bzztôh in Nederland uitgegeven, soms zelfs voordat de boeken in die vorm in het Engels werden uitgebracht. Kennelijk bestond er een uitstekende band tussen Potok en Bzztôh die tot menig primeur leidde. Dit geldt bijvoorbeeld voor de titels Het cijfer zeven, dat werd uitgegeven ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van uitgeverij Bzztôh en een bundeling van oudere maar niet eerder in samenhang gepubliceerde korte verhalen is. En ook voor het verhaal Op zoek naar Ruth, ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van de uitgeverij verscheen.


Twee decennia verzamelen leverde het volgende op (ja, in dit stukje staan foto's uit mijn eigen bibliotheek!):
Uitverkoren. Bzztôh, 1989. 7e druk. Gekocht op 3 april 1990.
De belofte. Bzztôh, 1989. 3e druk. Gekocht op 1 september 1989.
Mijn naam is Asjer Lev. Bzztôh, 1989. 4e druk. Gekocht op 25 augustus 1990.
In den beginne. Bzztôh, 1990. 2e druk. Gekocht op 28 maart 1990.
Omzwervingen. Bzztôh, 1989. 1e druk. Gekocht op 12 april 1990.
Het boek van het licht. Bzztôh, 1988. 1e druk. Gekocht op 12 april 1990.
Davita's harp. Bzztôh, 1989. 5e druk. Gekocht op 19 april 1990.
De gave van Asjer Lev. Bzztôh, 1990. 1e druk. Gekocht op 12 juli 1990.
Het cijfer zeven. Bzztôh, 1990. 1e druk. Uitgave t.g.v. 20-jarig bestaan uitgeverij Bzztôh. Gekocht op 25 april 1990.
Het stof der aarde. Bzztôh, 1991. 1e druk. Gekocht op 25 mei 1991.
De troop-leraar. Bzztôh, 1992. 1e druk. Gekocht op 20 november 1992.
Het kanaal. Bzztôh, 1993. 1e druk. Gekocht op 22 november 1993.
De hand van de golem. Bzztôh, 1995. 1e druk. Gekocht op 18 juni 1995.
De familie Slepak. Bzztôh, 1996. 1e druk. Gekocht op 30 juni 1996.
Isabel en andere verhalen. Bzztôh, 1998. 1e druk. Gekocht op 25 maart 1996.
Isaac Stern. Mijn eerste 79 jaar. Bzztôh, 1999. 1e druk. Gekocht op 23 juni 2006.
Op zoek naar Ruth. Bzztôh, 2000. 1e druk. Uitgave t.g.v. 30-jarig bestaan uitgeverij Bzztôh. Gekocht op 29 maart 2000.
De arkenbouwer. Bzztôh, 2001. 1e druk. Gekocht op 19 december 2001. Dit was het laatste boek van Potok voordat hij in 2002 overleed.
Potok heeft ook twee kinderboeken geschreven:
Mijn vriend de boom. Bzztôh, 1993. 1e druk. Illustraties: Tony Auth. Gekocht in 1993.
Mijn oom de piloot. Bzztôh, 1996. 1e druk. Illustraties: Tony Auth. Gekocht op 30 oktober 1996.
En als achtergrondinformatie heb ik er nog bij staan:
Bzzlletin, november 1986, Joods Amerikaanse literatuur. Bzztôh, 1986.

Ik heb van al Potok's boeken genoten. Ik was erg onder de indruk van Omzwervingen omdat het me voor het eerst een goed beeld gaf van de geschiedenis van het Joodse volk vanaf het begin van onze jaartelling en het ontstaan van diverse Joodse tradities. Ook gaf het een nieuwe blik op het Oude Testament. Heel knap is dat Potok in dat boek de Tweede Wereldoorlog in één alinea afdoet, dat maakt meer indruk dan dat daar pagina's over worden vol geschreven. Maar ook de Asjer Lev-boeken zijn geweldig, zijn beschrijving van de Stalin-tijd in De familie Slepak is indrukwekkend door de onderkoeldheid, en zo heeft elk boek zijn eigen kwaliteit.

In een reactie op de reacties vroeg Bibliofilos welke aan Potok verwante schrijvers er aan te raden zijn. Genoemd werd al Isaac Bashevis Singer (lees Shosha!), maar ik wil daar nog twee namen aan toevoegen.

Als het gaat om het schrijven over orthodox-Joodse milieus is de inmiddels ook al overleden Henry Roth een must. Lees zijn magistrale boek Noem het slaap (Call it sleep) en word overtuigd. Henry Roth is de man met het langste writer's block dat ik ken: tussen zijn eerste (Call it sleep) en tweede roman (A star shines over Mt. Morris Park. Mercy of a rude stream, volume 1) liggen ruim 60 jaren. Call it sleep had een lange aanloop naar succes nodig, het werd een bestseller in de jaren '60, nadat het 30 jaar min of meer vergeten is geweest. De vertaling die ik heb stamt uit 1966, de uitgave zelf is van Bzztôh uit 1989, toen er weer een korte Roth-opleving was. In 1996 heeft Bzztôh een nieuwe druk uitgebracht.
Van The Ledge neem ik de volgende omschrijving van het boek over: "Gebaseerd op herinneringen en indrukken, die de jonge Roth had van zijn aankomst in New York en zijn eerste jaren daar, beschrijft hij minutieus de prille jeugdjaren van de gevoelige jonge mysticus David Schearl. De roman is opgedeeld in vier delen, ofwel boeken met eigen titels, die tegelijkertijd de verschillende stadia in het leven van David symboliseren. 'De kelder' in hun eerste huis in Brooklyn is synoniem aan angst, donker en vuil, 'Het schilderij' vertegenwoordigt het verleden, 'De gloeiende kool' is voor hem het goddelijk licht, waar hij naar op zoek is, en het laatste boek 'De rail', waar hij zich bijna electrocuteert door een lepel op de rails van de tram te leggen, is de plaats waar hij verlost wordt van zijn angsten en zijn verleden, dat vraagtekens kent omtrent zijn afkomst en juiste geboortedatum, ook bij Roth is dat het geval. De relatie met zijn vader is slecht, vandaar dat hij zijn heil zoekt bij zijn moeder, een door taalproblemen geïsoleerd levende vrouw." Noem het slaap is kortom een machtig, mooi geschreven en indrukwekkend boek, dat je gelezen móet hebben. Een onvervalste klassieker.

De tweede naam is van een auteur die ook in Nederland bij Bzztôh debuteerde, maar zijn meeste boeken bij Vassalucci publiceerde maar inmiddels is overgedaan aan Rothschild & Bach: Meir Shalev.
Meir Shalev schrijft niet over orthodox-Joodse milieus zoals Roth en Potok, maar zijn boeken geven wel een mooie kijk op het Joodse leven in Israël en Palestina. Zijn eersteling in Nederland, Een Russische roman, zorgde dat ik dagen van de kaart was. Zó prachtig geschreven, zó schitterend taalgebruik. Shalev schrijft dromerig, maar duidelijk. De beschrijvingen die hij gebruikt - van mensen, plaatsen, dingen - zijn schitterend. Zijn verhalen zijn fantasie, zonder bizar te worden, hoewel zeker niet alledaags. De woorden en zinnen stromen en laten je niet meer los. Het ene verhaal lokt het andere uit, en al die verhalen samen vormen een kroniek. En elk boek van hem is een nieuwe verzameling schitterende verhalen. Van al zijn titels springen er wat mij betreft twee uit: De vier maaltijden (steevast op mijn lijstjes met "beste boeken aller tijden", lees hier wat passages) en het recente Fontanel. Ik was door Fontanel aangenaam verrast omdat de tussenliggende roman De grote vrouw mij wat tegenviel en ik bang was dat Shalev zijn gave van het vertellen van verhalen had verloren. Maar nee, Fontanel bracht mij weer in de aangename roes die ook De vier maaltijden had en liet mij verrukt achter. Het is zo'n boek waarvan je blij bent dat het dik is, zodat het verhaal niet snel stopt, maar waarvan de laatste van de 459 bladzijden toch weer veel te snel naderbij komt... Zo'n boek waarvan je aan willekeurige mensen passages gaat voorlezen omdat je ze in al dat moois wilt laten delen.
Zoekend naar een plaatje van Shalev vind ik tot mijn vreugde hier het bericht dat volgende maand een nieuwe roman van Shalev verschijnt. Heerlijk! Ik reserveer vast leestijd. Bovendien is hij in oktober in Nederland, misschien kan ik dan al mijn boeken laten signeren!

Dus, Bibliofilos, als geen van de vakantiegangers op Kreta Roth of Shalev voor je achterlaat, vrees ik dat je komende winter in Nederland weer boekhandels moet gaan plunderen. Reserveer maar vast een flink bedrag!