Posts tonen met het label antiquariaat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label antiquariaat. Alle posts tonen

10 oktober, 2024

354 - Recente aanwinsten

Meestal publiceer ik een blog over een bijzonder boek dat ik heb gekocht of een aanwinst die ik na veel moeite heb gevonden. Maar mijn bibliotheek bestaat zeker niet alleen maar uit bijzondere vondsten. Er sijpelen permanent boeken naar binnen die ik ergens vind, die interessant voor mij zijn of die ik krijg. Daarom dit keer een overzicht wat ik de afgelopen periode zoal opdook - naast de Corvey modellen waarover ik al uitgebreid vertelde. Het meeste kwam via uiterst schappelijke prijzen bij mij - een euro hier, twee euro daar... Verontrustend dat tweedehands boeken zo goedkoop zijn, maar voor mij op dit moment fijn om zo mijn collectie snel uit te breiden.

Boeken over boeken

Uiteraard is er weer een flink aantal "boeken over boeken" aan mijn collectie toegevoegd. Een curieuze vondst deed ik op de boekenmarkt in Deventer. Bij een kraam waar een lading boeken en ander drukwerk zonder enige ordening was uitgestort, zag ik een boek met de titel Bookworm droppings, geschreven door Shaun Tyas en gepubliceerd in 1989. Wat het ook zou zijn, ik moest het natuurlijk hebben en het was mij de gevraagde 2 euro uiteraard sowieso waard. Het bleek een verzameling citaten van klanten in (tweedehands) boekwinkels te zijn, ingezonden vanuit de boekhandels zelf. Uiteraard vooral een collectie uitspraken van klanten die soms niet eens lijken te beseffen dat ze in een boekhandel zijn, of die graag willen laten zien dat ze veel kennis hebben maar dan toch er weinig van lijken te begrijpen. Dit soort citaten doen het natuurlijk altijd goed - want de lezer is uiteraard wel deskundig en kan met de verkoper meevoelen hoe erg het is om dit soort klanten te hebben. Er was in elk geval genoeg aanbod, want Tyas schreef later nog een boek met de voor de hand liggende titel More bookworm droppings.

Customer: "Well, now that you've bought my books, can you lend me a pair of scissors?
Shopkeeper: "Yes, certainly, but why do you want them?"
Customer: "I want to cut my name out of each book."
(in Bibliopol, Northampton)

Customer: "How much do you pay for books?"
Shopkeeper: "What sort of books?"
Customer: "Oh, you know, ones with pages."
(in Foster Books)

Shaun Tyas is niet de enige die op deze manier de onnozelheid van klanten toont. Het boek deed mij sterk denken aan de twee boeken van Jen Campbell, met de titels Weird things customers say in bookshops en More weird things customers say in bookshops. Ook die twee boeken zijn citaten van klanten in (reguliere) boekhandels, en ze laten een vergelijkbare onnozelheid zien als in de boeken van Tyas. Ook in de legendarische kronieken van de firma Hinderickx en Winderickx komen regelmatig dit soort uitspraken van klanten terug, evenals in Shaun Bythell's Diary of a bookseller. Al met al genoeg redenen om zelf geen ambitie te hebben een antiquariaat te beginnen. Het lijkt mij afschuwelijk om als er dan toch klanten komen, dit soort dialogen te moeten voeren.

Een andere aanwinst is Austin Dobson's A bookman's budget. Ook dit is een boek met citaten, gepubliceerd in 1917. Het zijn in feite de leeservaringen van de auteur, die er een gewoonte van had gemaakt interessante passages uit boeken die hij las over te nemen. Dit leidde tot zo'n grote collectie, dat het een boek werd met honderden gedichten, aforismen, alinea's uit allerlei boeken die gaan over schrijvers, ideeën en lezers.

Tot slot kreeg ik Zo makkelijk kom je niet van boeken af, het verslag van gesprekken tussen Umberto Eco en Jean-Claude Carrière over het belang van boeken, en natuurlijk bespiegelingen over het mogelijke verdwijnen van het boek. De gesprekken werden gevoerd voor 2010, toen e-books nog min of meer in opkomst waren en het internet al een grote vlucht had genomen. Maar Eco en Carrière - die beiden beschikten over enorme bibliotheken van tienduizenden exemplaren - beschouwen de geschiedenis en de toekomst van het boek en maken zich uiteindelijk geen zorgen over het boek. Het zal altijd blijven bestaan, naast nieuwe ontwikkelingen en nieuwe media. Interessant en grappig zijn de beschouwingen van de heren over de ontwikkeling van ideeën in onze cultuur, in hoofdstukken met titels als "Onze kennis van het verleden hebben we te danken aan idioten, imbecielen of tegenstanders". En dat weten ze vervolgens voortreffelijk uit te leggen.

Gesigneerde boeken uit de Boekenkelder

Liever praat ik niet over de Maastrichtse Boekenkelder en wat ik daar gevonden heb, omdat ik deze parel eigenlijk vooral voor mijzelf houd. Maar ik denk dat er voldoende aanbod zal blijven, ook als ik in dit blog vertel wat ik zoal gevonden heb. De laatste keer dat ik naar de Boekenkelder ging, liep ik weer met een enorme stapel naar buiten: diverse jaarwisselingsgeschenken van uitgeverijen, een paar bibliofiele werkjes, wat Corvey-uitgaven (waar ik eerder over schreef), en literaire titels waar ik al een tijdje naar zocht. Maar, ik vond ook diverse gesigneerde boeken.

Toen ik langs de lange rijen Nederlandse literatuur in de kelder liep viel mijn oog allereerst op een wat ongebruikelijke uitgave van Cees Nooteboom's Rituelen. Ik herkende de uitvoering, maar er was iets mee. Bij het doorbladeren zag ik dat het een gesigneerd exemplaar was, weliswaar van de 13e druk, maar dat was al reden genoeg om het in mijn mandje te leggen. Eenmaal thuisgekomen bleek uit een nadere inspectie wat de bijzonderheid van dit exemplaar was: niet alleen was het gesigneerd, maar het bleek na wat verder onderzoek een exemplaar uit een beperkte oplage van 500, die ook nog eens genummerd was (dit exemplaar is nummer XXXVII). De beperkte oplage verscheen t.g.v. de verfilming van de roman, als een hommage aan de auteur. 

Ik kijk ook altijd uit naar titels van Boudewijn Büch en in de Boekenkelder stond een fikse rij. Na de vondst van de Nooteboom was ik voldoende geïnspireerd om elke Büch die er stond open te slaan op zoek naar gesigneerde exemplaren. Ik verwachtte het niet echt, maar ik vond er twee met de kenmerkende handtekening van de te jong gestorven verzamelaar: Brieven aan Mick Jagger en De rekening. Ooit eigendom van ene Mark, maar nu in mijn kast. Ik heb nog een paar gesigneerde exemplaren van deze Mark, die volgens andere inscripties afkomstig was uit Amsterdam. Maar zijn boeken eindigden in Maastricht. Verder stond er nog het gesigneerde boekenweekgeschenk van Lize Spit. Wat ik bijzonder vond was verder een gesigneerd exemplaar van het leuke kinderboekenweekgeschenk uit 1973, Arthur en de lettervreter, een stripverhaal gemaakt door Paul Hulshof en Henk van Kerkwijk, die door hen beiden was gesigneerd, mét opdracht.

Naast al dit moois werd ik daarnaast de bezitter van een eerste druk van De ontdekking van de hemel van Mulisch, een exemplaar van Held van beroep van de ook al veel te jong gestorven Adriaan Jaeggi en het verhaal De Cenci's van Stendahl in de Perlouses-reeks. Allemaal geen zeldzame titels, maar voor die paar euro die ze kosten zonde om in Maastricht te laten staan, zeker gezien de staat waarin ze waren: allemaal in uitstekende conditie.

Het einde van Kretzschmar

Het was al een tijdje bekend dat het antiquariaat van Loek Kretzschmar aan het Noordeinde er mee zou ophouden. Ik had de aankondiging van de grote uitverkoop gezien, maar was destijds niet in de gelegenheid. Toen ik een tijdje geleden weer eens in Den Haag was bleek tot mijn verrassing de uitverkoop nog gaande. Al het moois was natuurlijk weg en de planken waren al schrikbarend leeg. Maar ik kocht nog een leuke Baskerville-uitgave, De hel van Rimbaud door Hans van Pinxteren, een verhalenbundel onder redactie van Tommy Wieringa, Omdat hij het was, omdat ik het was en een oorlogsuitgave van H. Mantinga (=Maurits Mok) uit 1944 met de titel De vader spreekt. Het is nummer 266 uit een oplage van 525. Die verhalenbundel van Wieringa bevat trouwens een zo mooie hommage aan Michaël Zeeman, dat ik grote behoefte aan zijn boeken kreeg en zin had om naar Maastricht af te reizen om te zien wat er daar allemaal op de plank staat van hem. Dat heb ik overigens nog niet gedaan. Ook bij Kretzschmar gold: geen heel zeldzame of schaarse titels, wel fijn om te hebben.

Hier en daar gekocht

Geheel toevallig vond ik nog een jaarwisselingsgeschenk van uitgeverij Kroonder uit 1947; een verhaal van Ambrose Bierce: De man en de slang. Los van dat het als jaarwisselingsgeschenk interessant is, is van deze uitgave de typografie verzorgd door Johan van Eikeren. Die kan dus bij mijn Corvey-collectie. Van Eikeren was in en na de oorlog nauw betrokken bij uitgeverij Kroonder. Net als de uitgave van Mantinga bevat het een mooie houtsnede Van Kees Stip kocht ik Het testamentum Tudderense - de bijdrage van Stip aan de controverse Coster - Gutenberg (waar ik eerder over schreef), aan de hand van een mooi verzonnen verhaal. Dit verscheen als Proost Prikkel. Via Marktplaats kocht ik een eerste druk van Bordewijk’s Blokken voor slechts 15 euro (mooi gebonden exemplaar, helaas zonder stofomslag) en via boekwinkeltjes uiteindelijk ook maar de nulde druk van De heilige Rita, in een beperkte oplage van
Illustratie uit De man en de slang (links) en
De vader spreekt (rechts)

250 exemplaren verschenen. Samen met de nulde druk van Wieringa’s Nirwana een mooi setje. Ik ben benieuwd of er de toekomst nog meer nulde drukken - wat dat ook moge zijn - gaan verschijnen. In Doesburg kocht ik dan nog in een kringloopwinkel de massieve uitgave van Gargantua en Pantagruel van Rabelais, de XL-uitgave van De Arbeiderspers met illustraties van Gustave Doré. Het boek weegt ruim 3 kilo en ik moest het een hele dag meesjouwen. Maar voor een euro kon ik het toch niet laten liggen. Het was vooral jeugdsentiment, als tiener had ik een dergelijk exemplaar geleend bij de bibliotheek en toen al wilde ik het een keer zelf hebben. Het was er nooit van gekomen, maar nu was het dan toch van mij.

Met al deze aankopen is mijn collectie inmiddels gegroeid naar ruim 4400 exemplaren. Ik vrees dat de grens van 5000 titels spoedig in zicht gaat komen. Hopelijk vind ik dan nog de ruimte het allemaal kwijt te kunnen...

09 augustus, 2024

353 - Grote vondst op Deventer-boekenmarkt: omvangrijke Corvey collectie (Corvey deel 3)

Ik had een heel ander stukje in gedachten, maar de gezellige, sfeervolle en vooral succesvolle boekenmarkt in Deventer leidde tot een derde bijdrage over Corvey-modellen (en ik verwacht voorlopig de laatste, alhoewel niets zeker is in het leven van een verzamelaar).

Ik toog net als duizenden andere verzamelaars in alle vroegte naar Deventer (de markt begon officieel om 09.30, maar daar lachen we allemaal om natuurlijk - tegen die tijd had ik mijn grootste oogst al binnen). Een inventarisatie op Twitter wees uit dat ook een groep bibliofiele Twittervrienden aanwezig zou zijn. Met enige moeite vond ik Perkamentus op de markt (en dat moest ook want hij had een mooi boek voor mij meegenomen. Perkamentus kocht die dag één boek en schreef een eigen bijdrage over zijn bezoek aan Deventer), maar de overige vrienden heb ik gemist. Vermoedelijk omdat we allemaal met onze neuzen in de dozen stonden in plaats van naar de omstanders te kijken. Dat moeten we volgende keer dus beter doen - ik kijk uit naar een borrel op een Deventer terras, waar we tegen elkaar opscheppen over de mooie vondsten die we hebben gedaan zodat we allemaal stinkend jaloers op elkaar naar huis kunnen gaan.

Ik ging naar Deventer met de hoop dat ik onverwachte vondsten zou doen, maar vooral met de hoop dat ik weer een paar Corvey-modellen zou kunnen toevoegen aan mijn gestaag groeiende collectie. En daarin ben ik boven verwachting geslaagd.

De grootste vangst deed ik in de stand van Molenaar boeken. Deze stand staat vrij vooraan op de markt, en gelukkig ook maar. Het blijkt dat ik hier twee jaar geleden ook al direct bij de start van een dag Deventer mooie vondsten bij Molenaar deed. Ook dit keer stonden er verschillende dozen met boeken over boeken en over typografie, gelegenheidsuitgaven en dergelijke. Terwijl ik door de dozen groef vroeg ik mij af waar toch de Corvey-modellen zouden zijn. Ik vond de dozen waarin ik op dat moment speurde typisch dozen waarin je de Corvey modellen zou kunnen vinden, maar ze waren er niet. Totdat ik ineens een doos apart zag staan waarop “Corvey-modellen en Proost Prikkels” stond. Ik kon mijn geluk niet op en viste al snel de ene na de andere mooie verrassing uit de doos. Als een volleerde boekenmarktbezoeker blokkeerde ik de toegang tot de doos en de stapel met aankopen werd steeds hoger.

Uiteindelijk viste ik tientallen Modellen voor de uitgever uit die doos, en dat voor de bodemprijs van 4 exemplaren voor een tientje. Ik mocht de hele stapel voor 150 euro meenemen. De stapel met al deze Modellen heb ik vervolgens 6 uur lang meegesjouwd terwijl ik over de markt heen en weer sjokte. En ik voegde er nog aan toe: bij Hinderickx & Winderickx kocht ik er een paar, en zo bij nog enkele stands. Al met al bijna een verdubbeling van mijn collectie. Toen ik thuis kwam bleek ik toch een paar duplicaten te hebben gekocht - het was ook niet meer bij te houden voor mij en de nieuwe titels stonden natuurlijk ook nog niet in mijn LibraryThing app. Ook zaten er per ongeluk een paar Proost Prikkels tussen. Maar ook die krijgen een mooi plekje in mijn kast - een mooie Proost Prikkel is in elke verzameling een aanwinst.

De vooroorlogse oogst

In mijn eerste stukje over de Corvey-modellen verzuchtte ik nog dat het een mooie uitdaging was om op jacht te gaan naar de Modellen, maar dat het vast heel moeilijk zou zijn om vooroorlogse exemplaren te pakken te krijgen. In mijn tweede stukje vertelde ik vol trots dat ik er inmiddels drie had, waarvan de oudste uit maart 1939 kwam. Na ‘Deventer’ kan ik maar liefst vijf vooroorlogse exemplaren aan mijn collectie toevoegen, en enkele uit de oorlogsjaren zelf. 

Het oudste exemplaar dat ik nu heb stamt uit 1937 en is een fragment uit Vondel’s Gysbreght van Aemstel. In de lijst met modellen telt het nummer 8. Of meer specifiek 8A, want kennelijk zijn er twee varianten van. Het werd meegezonden als bijlage aan het Kerstnummer van het Drukkersweekblad in 1937. Vol trots wordt in het werkje nog gemeld dat de toen nog vaste drukker van de Modellen, G.J. van Amerongen uit Amersfoort, werd bekroond met de 1e prijs op de Grato, de Grafische Tentoonstelling waar ik vorige keer overschreef. Het velletje geschept papier van de Grato 1934 is trouwens nog steeds mijn oudste Corvey-gerelateerde object, maar ook in latere jaren bleek de Grato nog steeds belangwekkend genoeg om te melden. 

Vervolgens vond ik nummer 12, een tekst van Dirk Coster met de titel Wat zegt een boek ons? Dit is de eerste Corvey-uitgave die ter gelegenheid van een Boekenweek verscheen. In de jaren ‘50 en ‘60 werd het een traditie dat Corvey ter gelegenheid van de Boekenweek of het Boekenbal een speciale uitgave publiceerde. Ook hiervan vond ik er verschillende. Maar ook in 1938 was de Boekenweek inmiddels een gevestigd instituut, zoals ook Dirk Coster in deze uitgave vermeldt: “… de boekenweek, die een vaste Nederlandsche instelling geworden is”. Overigens, ook deze uitgave vermeldt dat er prijzen zijn gewonnen op de Grato door drukkerij G.J. van Amerongen uit Amersfoort. Dit keer won men een 1e prijs voor de typografie van hun drukwerk. In het colofon van de uitgave zelf staat trouwens dat dit Model 6 is, dit wijkt dus af van de nummering die Van Krimpen in 1983 in zijn overzichtswerk over de Modellen hanteerde. Model nummer 8 in de lijst van Van Krimpen, die ik hierboven beschrijf, is volgens Corvey zelf het tweede Model dat verschenen is. Ik hou echter voor de duidelijkheid gewoon de telling van Van Krimpen aan.

Nummer 16, mijn derde vondst, is weer een bijlage geweest bij het Kerstnummer van het Drukkersweekblad. Zo’n Kerstnummer bevatte trouwens meerdere bijlagen, waaronder in dit geval een Corvey-model. Maar het was voor meer partijen een interessante manier om aandacht voor uitgaven te krijgen. Een andere bijlage in 1938 was bijvoorbeeld een Indisch Tuinboek. Corvey koos dit keer voor een tekst van Henry van Dyke met de titel Op naar Bethlehem. Het bevat een fraaie linosnede, helaas ongesigneerd en ook zonder naamsvermelding in het colofon. Het verhaal van Van Dijke komt ook voor in de bundel Kerstsproken uit 1930, verzameld door N. Basenau-Goemans. Daarin staan talloze afbeeldingen van de hand van Henri Pieck, de broer van Anton Pieck. Mogelijk is ook de linosnede uit dit Model dan van zijn hand.

Model nummer 21 (volgens het colofon het achtste Model) is een fragment uit de veroordeling van Jeanne d’ Arc, uit het toneelstuk van Bernard Shaw. Later komen we nog meer teksten van Shaw tegen bij de Modellen: de nummers 108 en 110 zijn ook van zijn hand. Vervolgens heb ik ook de hand kunnen leggen op de nummers 24 en 26. De vooroorlogse reeks stopt bij nummer 38 uit september 1941 ("Na dit eerste nummer van de zesde serie van Het Model voor den Uitgever zullen er geen verdere meer verschijnen in verband met de verbodsbepaling voor huisorganen. Wij hadden gehoopt U met enige waardevolle aanwijzingen van dienst te kunnen zijn voor de verzorging van het boek in deze tijden van beperking, maar dat plan moeten wij opgeven."). Van deze 38 nummers heb ik er nu 8.

Zoals ik vorige keer al schreef, werkte Van Eikeren tijdens de oorlog mee aan verscheidene illegale uitgaven, waarover hij in 1945 een apart boekje schreef. Maar er verschenen ook nog enkele uitgaven namens Corvey, veelal in beperkte oplage. Twee ervan zijn nu de mijne, zij tellen volgens Van Krimpen de nummers 38a en 38d (omdat zij vooraf gaan aan het eerste naoorlogse nummer 39):

  • 38a is een herdruk van een postincunabel, verschenen in september 1941 in 300 exemplaren: Den Sack der Consten, Wten Latine, Italiaensche, Fransche, duytsche ghecopuleert Om te vermaken die beswaerde sinnen. Ende voor hem dye gheerne wat nyeus hooren. Inclusief een los kaartje met kerstwens.
  • 38d is een fragment van Erasmus uit zijn werk Oorloghs Vervloeckinge, met de titel Het gvlden boecsken genaemt Belli Detestatio ofte Oorloghs Vervloeckinge. Deze verscheen eind 1945 in een oplage van 500 exemplaren.

Beide hebben een nadrukkelijk ander formaat dan de reguliere Modellen. Ook staat er niets in vermeld over het gebruikte papier en de typografie van deze uitgaven.

De naoorlogse oogst

Het overgrote deel van de door mij gevonden Modellen is uiteraard naoorlogs. De eerste is dan meteen weer bijzonder, want op het omslag staat vermeld “Het herrezen Model voor den Uitgever”. De uitgave heeft als titel Van het papieren zwaard en het moordend zetlood en is van de hand van Johan van Eikeren zelf. Hierin reflecteert hij op hoe ook drukkers een bijdrage hebben geleverd aan de strijd in de oorlog: "toegerust met een wapen dat dodelijker blijken zou en waarmee wij het onze aan het uitbannen van het ten hemel schreeuwend onrecht hebben mogen bijdragen." En verder: "Het papieren blad was de drager van troostrijke gedachten en met vaste, onwrikbare letter stond het daar dat achter inktzwarte wolken de gouden zon der victorie gloorde." Vervolgens zijn verschillende gedichten opgenomen met betrekking tot de oorlogsjaren.

Ik ben inmiddels gestaag bezig met het zorgvuldig catalogiseren van alle vondsten. Ik heb mijn aanwinsten eerst chronologisch gesorteerd en ben ze nu aan het invoeren in LibraryThing. Ik doe dat grondig: elk exemplaar wordt bekeken en doorbladerd en alle gegeven vastgelegd, inclusief het gewicht van elk boek en de exacte maten. Dat gaat allemaal niet zo snel en ik ben op dit moment gevorderd tot 1949, het merendeel van de aanwinsten ligt daarom nog op mij te wachten. Ik ben benieuwd wat ik allemaal nog ga aantreffen in de latere nummers en dan weet ik ook pas hoe compleet ik eigenlijk ben als het gaat om de serie Modellen. Tot nu mis ik van de eerste 30 naoorlogse nummers er nog 10. Ik heb dus ruwweg tweederde van de serie, maar ik verwacht dat ik van de latere nummers er beduidend minder zal missen. Al met al begint de serie al behoorlijk compleet te worden op deze manier!

Nog twee bijzonderheden

Naast alle weelde van de daadwerkelijke Modellen, vond ik op de boekenmarkt ook nog twee bijzondere en relevante publicaties.

De eerste is een werkje dat strikt genomen niet tot de serie behoort (het kreeg dan ook nummer 58A, omdat het in 1949 verscheen als bijlage van het februarinummer 58). De Modellen bestonden toen inmiddels 12,5 jaar maar daar had de firma Corvey verder geen aandacht aan besteed. Ik schreef er in mijn eerste blog over Corvey-modellen al over. Een vaste ontvanger schreef daarop een brief aan Corvey dat dit onterecht was, vervolgens verscheen dit werkje van de hand van Johan van Eikeren met de titel Van een niet zo belangrijk jubileum, een brief en een klein misverstand over het woordje: Het. Hierin wordt de hele kwestie uit de doeken gedaan in een wat koddige tekst. Het misverstand ging erover dat de briefschrijver in kwestie vond dat door de serie Het Model voor de Uitgever te noemen, gesuggereerd werd dat andere typografische producten er niet toe doen, dus dat de serie beter Ons Model voor de Uitgever kan heten. Vervolgens wordt beschreven tot welke bespiegelingen dit bij Corvey leidde: "Hadden wij twaalfeneenhalfjaar lang - in argeloosheid dan - in blinde hoogmoed met gezwollen borst rondgelopen? (...) Als men op uw verjaardag geen presentje meebrengt is dat tot daaraan toe, maar u moet toch wel even iets wegslikken als u na de felicitatie te horen krijgt dat u er slechte manieren opnahoudt en dat u maar een erg pedant ventje bent." Maar alle bespiegelingen leidden ertoe dat de naam niet wordt veranderd, want er waren geen kwade bedoelingen geweest en je moet er niet meer in lezen dan noodzakelijk. Alhoewel, vanaf 1963 ging de serie uiteindelijk Een Corvey model heten, dus die naamswijziging kwam er na verllop van tijd toch.
Interessant is dat Van Eikeren verderop in het jubileumboekje nog iets over de motivatie voor deze reeks zegt: "Wij houden van blanco papier, maar niet minder van papier als het bedrukt is en ons is het niet onverschillig wat er met het artikel dat wij verhandelen gebeurt. Wij stellen niet alleen belang in onze kopers omdat zij ons papier kopen en ervoor betalen, maar wij stellen ook belang in hun werk. Onze uitgave is er niet alleen om zoveel mogelijk papier kwijt te raken; in alle bescheidenheid proberen wij te laten zien hoe het er uit kan zien als het bedrukt is en hoe goed de Nederlandse drukker, clichémaker en tekenaar zijn werk doet. Wij hebben nooit nagecijferd of en hoeveel baten onze uitgave ons wel inbrengt; wij hebben er plezier in en met voldoening mogen we zeggen dat velen dit genoegen met ons delen." En die laatste woorden van Van Eikeren zijn 75 jaar later nog steeds waar, want ook ik deel dit genoegen met hem, zoals ik al drie stukjes lang probeer uit te drukken.

De tweede bijzonderheid is een miniatuuruitgave waarin de door Huib van Krimpen uitgesproken tekst is opgenomen, die hij uitsprak bij de feestelijke aanbieding van het boekje Over boekverzorging van Johan van Eikeren eind 1984. Dit boekje van Van Eikeren was al eerder verschenen in 1955, als Model nr. 97, maar werd 30 jaar later opnieuw uitgegeven bij uitgeverij De Buitenkant. Van Eikeren schreef de tekst ooit als prijswinnende inzending voor een prijsvraag van het Gerrit Jan Thiemefonds, en vervolgens werd het met steun van dat fonds uitgegeven in de Corvey reeks. De opdracht van de prijsvraag was destijds een beschouwing te schrijven waarin "in beknopte vorm, de essentiële voorwaarden waaraan een goed boek dient te voldoen" worden samengebracht. De beschouwing moest dan, "zonder een opsomming van technische details te zijn, voor makers en gebruikers van boeken de verschillende aspekten en problemen die zich telkens weer voordoen" belichten. Twee inzendingen wonnen een prijs, die van Van Eikeren en een beschouwing van Klaas Woudt (1923-2012), een Zaanse drukker en auteur die verder vooral veel publiceerde over taal en cultuur van de Zaanstreek. 

Bij de heruitgave van Van Eikerens tekst in 1984 werd geconstateerd dat hoewel de oorspronkelijke uitgave "op vrij ruime schaal gratis is verspreid, het in de bijna dertig jaar sinds zijn verschijnen zo goed als onvindbaar geworden is en in brede kringen geheel onbekend." En men vond dat dit onterecht was, omdat de ideeën van Van Eikeren nog behoorlijk actueel waren. Dus was de heruitgave zowel nuttig voor de hedendaagse boektypograaf, als een kleine hulde aan Van Eikeren.

En nu leer ik dat die heruitgave feestelijk is gelanceerd in boekhandel G. Postma in de Spuistraat in Amsterdam op 17 december 1984. En wie anders dan Huib van Krimpen spraak daarbij een tekst uit, waarin hij dieper inging op Van Eikeren en zijn betekenis als typograaf en verzorger van de reeks Modellen. Pas anderhalf jaar daarvoor was van de hand van Van Krimpen de beredeneerde catalogus van alle Modellen verschenen, bij gelegenheid van een tentoonstelling van de complete reeks in Museum Meermanno, dus hij zat goed in de materie. Belangrijk detail: in die catalogus deed Van Krimpen de uitspraak dat deze tekst van Van Eikeren zo slecht vindbaar was, als gevolg waarvan Jan de Jong van Uitgeverij de Buitenkant geïnspireerd werd tot de heruitgave. De Buitenkant gaf ook deze gesproken tekst vervolgens uit in dit kleine, dunne werkje. Het formaat van het boekje is slechts 10x7 cm en het telt 8 pagina's tekst. Ik kwam het stomtoevallig tegen in een of andere willekeurige bak met kleinere uitgaven en wist überhaupt niet dat het bestond. Een mooie en voor mij waardevolle vondst die een belangrijke toevoeging is aan de Corvey-collectie.

Tot slot

De komende weken ben ik zoals gezegd druk met het invoeren van alle gekochten Modellen. En daarna moet ik de stapel overige boeken catalogiseren die ik ook nog kocht in Deventer - ik zou bijna vergeten dat ik veel meer dan Corvey Modellen heb gekocht. Interessante ontdekkingen over de Modellen zal ik toevoegen aan dit stukje. Ik ben daarnaast bezig met een volgend stukje waarin ik wat algemene aanwinsten presenteer van de afgelopen maanden. Daar zullen aankopen uit Deventer tussenstaan, maar bijvoorbeeld ook uit Maastricht toen ik een tijdje zoet was in de Boekenkelder en daar mooie vondsten deed. Stay tuned!

18 november, 2022

338 - Winkeldagboek deel 3: 40 jaar beslommeringen in een antiquariaat

Het zong al een tijdje rond in bibliofiele kringen, maar nu is het dan toch eindelijk zover: het derde deel van het vermaarde Winkeldagboek is verschenen, zoals altijd geschreven door René Hesselink en Hans Engberts (†2011) van het Utrechtse antiquariaat Hinderickx en Winderickx. De donderdag van het verschijnen stond ik toevallig voor de etalage van Hinderickx & Windericks (H&W) aan de Oudegracht in de befaamde eurobakken te loeren, toen René ineens drie exemplaren van het winkeldagboek in de etalage legde, recht voor mijn neus. Met een briefje erop met de prijzen voor de paperback en voor de gebonden versie. Vers uit de doos gehaald waarschijnlijk, dus opgewekt stapte ik vervolgens naar binnen om naar de gebonden versie te vragen. Die bleek echter nog niet beschikbaar; pas een dag later zou die in de winkel zijn. Gelukkig stond mijn naam al op een lijst voor deze gebonden editie, zodat ik zaterdag alsnog een gesigneerd exemplaar in mijn brievenbus vond. Hoewel er nog ruim 100 boeken op mijn leesstapel liggen, kreeg dit nieuwe winkeldagboek natuurlijk onmiddellijk voorrang. De paperback is trouwens overal te koop, maar de gebonden editie alleen bij H&W. En drie gebonden (en gesigneerde) delen op een rijtje is uiteindelijk toch het mooiste.  

Naast de drie gepubliceerde winkeldagboeken verscheen er in 1997 al een oerversie. In een oplage van 250 werd bij “De Gecroonde Cnoop” ook al een winkeldagboek gepubliceerd. De Gecroonde Cnoop verwijst overigens naar een lantaarnconsole op de gevel van het pand waarin het antiquariaat is gevestigd. Het werkje verscheen ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van het antiquariaat. Die uitgave is vooral een verzameling anekdotes uit de boekhandel, zonder datum. Nog niet echt een dagboek dus. Dat format ontstond pas bij de publicatie van het eerste grote winkeldagboek in 2003.

De belangrijkste vraag bij dit deel was of de heren er in zijn geslaagd om het hoge niveau van de eerste twee delen vast te houden. Dat is zonder twijfel gelukt. Het winkeldagboek wemelt nog steeds van de zeurkousen in de winkel, allerhande opvattingen over mede-antiquariaten, verzamelaars, klanten en literaire persoonlijkheden en natuurlijk klaagzangen over omzetten. Hoewel het overall prima gaat met het antiquariaat (28 september 2010: “Hinderickx & Winderickx, de enige winkel ter wereld met dit gruwelijke probleem: te veel klanten). Het levert nog steeds verslavend leesvoer vol mooie anekdotes over het leven aan de Oudegracht. En duidelijke meningen over van alles. Paperbacks bijvoorbeeld (17 augustus 2008: "Wij willen geen paperbacks meer, want u wilt ook geen paperbacks. Weg met de paperback! Dood aan de paperback!), Kees Fens (18 juni 2008: "Zijn zinnen leken zowel aan het begin, als in het midden en aan het eind te kunnen beginnen") en ontrouwe verzamelaars die hun met hulp van H&W bij elkaar gescharrelde collectie Hermans uiteindelijk elders verkopen (6 oktober 2008: "Ik ben er even wezen kijken, maar ik werd bijkans misselijk. Ik geloof dat dit de meest verraderlijke daad is die mij in 25 jaar antiquariatenbestaan is geleverd"). En dit is nog maar 2008, het laat zich raden wat er in de rest van het boek zoal wordt geschreven. Mooi vond ik ook de klacht over lezers die hun tweedehands boeken laten signeren (ja, ik voel mij aangesproken). Hans schrijft:

In de kelder aan het werk voor de markt in Deventer, maak ik me kwaad op die zgn. verzamelaars die met hun tassen vol boeken signerende schrijvers lastigvallen. (…) Echt goede schrijvers werken niet mee aan deze vervalsing, die namelijk de schijn van nabijheid wekt. Als ze het wel doen is het uit naïeve goeiigheid. Daarom tref je weinig signaturen van de groten en eindeloos veel van de kleinen aan. (Dit na hele stapels vals gesigneerde boeken te hebben afgeprijsd of weggegooid)

Natuurlijk heb ik direct gekeken of ik genoemd ben in dit deel van het winkeldagboek. Ik heb teruggezocht welke aankopen ik bij H&W heb gedaan om te kijken of ik als klant de heren heb kunnen verleiden een aantekening te maken. Want Nick ter Wal schreef het al in 2007 naar aanleiding van het tweede winkeldagboek: "De directeuren van dit antiquariaat kunnen geweldig schrijven. Sommige anekdotes vergeet ik nooit. Filosofischer dan deel één, maar helaas minder omvangrijk. Wie hun winkel bezoekt, loopt het risico vereeuwigd te worden. Doen dus." Helaas bleek dit in eerste instantie bij mij niet het geval. Kennelijk ben ik zo'n doorsnee klant dat ik alleen terugkom in de optelsom van de dagomzet. In dit deel van het winkeldagboek constateren de schrijvers ook al dat de enige klachten die ze over het winkeldagboek krijgen, komen van mensen die vinden dat ze ten onrechte niet genoemd zijn. Zoals ik. Het lijkt er op dat er behoorlijk wat klanten zijn die de winkel bezoeken met de hoop niet allen een paar fraaie boeken te kopen, maar ook vereeuwigd te worden in het winkeldagboek. Hoewel het voor anderen weer een belemmering is. Op 11 september 2014 schrijft René namelijk:

Ooit, toen wij Winkeldagboek 1 publiceerden, dachten we dat zo’n boek goede reclame voor de winkel zou zijn, maar het omgekeerde bleek het geval. Veel klanten durfden niet een boekwinkel te betreden waar je het risico liep in een boek terecht te komen. De lafaards! Uiteindelijk is het allemaal toch goed gekomen toen deel 2 verscheen, waarin wij onszelf beschrijven als net zulke beklagenswaardige sukkels als de klanten.

Overigens is de behoefte aan / de zorg over genoemd worden de uitbaters van H&W ook niet vreemd. Op 13 april 2010 schrijft René:

Na de Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat heeft Buijnsters nu zijn Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie gepubliceerd. Benieuwd of H&W daar in voorkomt, kwam ik het volgende tegen: (...) "Een bijzonder verschijnsel werd daarmee het Utrechtse winkelantiquariaat Hinderickx & Winderickx. (...)"

Onverwacht bleek ik vervolgens bij het lezen van het winkeldagboek toch een vrij uitgebreide vermelding daarin te hebben. Op dinsdag 28 juli 2009 schrijft René namelijk:

Op een aantal blogposts, of hoe heet zoiets, heeft zich een discussie ontwikkeld over onze minachting voor boekenweekgeschenken. Deze discussie speelt zich af op de 'spot' van 'Sneuper'. (Waarom moet dat toch altijd zo laf anoniem, dat geblog?) De negatiefste reactie, van ene Frits, is dat wij 'bijzonder onaangename zelfingenomen kleinburgers' zijn en deze Frits zou 'niet graag' in onze winkel komen. Wij worden verdedigd door Nick ter Wal, van Artistiek Bureau, en Kees Thomassen. De laatste schrijft over mij: 'Hij is niet eens een heel extravert mens, maar als je eenmaal door zijn gereserveerdheid heen kijkt, blijkt hij een aardig en geestig iemand. Niks kleinburgerlijk!'

Diezelfde 'Sneuper' heeft in een eerdere bijdrage aan zijn blog heel enthousiast geschreven over onze winkeldagboeken. Hij noemt Wdb2 een 'heel leuk en leesbaar boek', 'om niet te zeggen: geniaal'. Sneuper wil graag in ons Wdb genoemd worden. Nou, bij deze.

Ik moest erg lachen om de opmerking “Nou, bij deze”. 13 Jaar lang was ik onwetend over het feit dat ik het winkeldagboek dan toch had gehaald, al is het onder de noemer "laf anoniem". Alsnog heel erg bedankt daarvoor, ik voel mij vereerd! De bijdrage die door René wordt aangehaald met de discussie over boekenweekgeschenken staat hier. Mijn eerdere bijdrage over het tweede winkeldagboek waarin mijn hele aardige woorden staan staat hier. Ik vervolgde die laatste bijdrage met de woorden "verplicht leesvoer voor boekenliefhebbers". Die aanprijzing is door René in alle bescheidenheid weggelaten. Het mag inmiddels genoegzaam bekend zijn dat alledrie (of allevier) de delen van het winkeldagboek verplicht leesvoer zijn voor boekenliefhebbers, dat hoeven ze niet over te schrijven uit mijn blog. De genoemde reacties van Nick ter Wal en Kees Thomassen staan trouwens niet onder mijn blogposts, maar komen ergens anders vandaan.


Mijn laatste wens is nu nog dat er een verwijzing naar mij op de webpagina van H&W komt, bij het overzicht van reacties op het winkeldagboek. Zoals de verwijzing op de pagina over Oude Gracht 234 naar het blog van boekengek, maar dan naar dit stukje bijvoorbeeld. Inclusief deze bijdrage heb ik al twaalf keer over de verschillende winkeldagboeken geschreven. Daar mag toch wel wat tegenover staan?

Naast dat in dit deel meer dan de vorige keer sprake is van het overlijden van schrijvers (Mulisch, Haasse, Kousbroek, Zeeman. Zwagerman), klanten (Jan, Jan, Serge) en collega-antiquaren, staat dit deel natuurlijk in het teken van de ziekte en het overlijden van Hans Engberts. Hans overleed op 29 november 2011, precies 29 jaar nadat H&W als antiquariaat is begonnen, toen nog aan de Herenstraat in Utrecht: op 29 november 1982 dus. Bij de datum van 3 december 2011 staat de afscheidstoespraak van René bij de uitvaart. Hij zegt onder meer:

Op 29 november 2011, vroeg in de ochtend, kwam er na 29 jaar met de dood van Hans een einde aan ons compagnonschap. Hij vond het niet erg om dood te gaan, zei hij een paar weken geleden. Hij vond het vooral erg voor Ursula, voor zijn moeder en voor mij. Hij had gelijk. Hij heeft nu rust - voor zover de eeuwigheid iets met rust te maken heeft - maar wij moeten door. Zonder Hans. Hindericx & Winderickx zal wel blijven bestaan, maar zonder Hans zal dat een bestaan zijn in een andere dimensie. zijn invloed, zijn geest, zijn ziel, hoe moet ik het noemen, zullen wel altijd in H&W aanwezig blijven - en dan doel ik niet alleen op de boeken die nog jarenlang verkocht zullen worden voor door Hans erin geschreven prijzen.

En op 5 december 2011 schrijft hij bedroefd:

Had iemand toen voorspeld dat we het 29 jaar zouden blijven doen, dan hadden we hem hartelijk uitgelachen, maar nu, achteraf, is 29 jaar veel te weinig. Ik had met Hans oud willen worden in ons antiquariaat.

Maar H&W ging inderdaad door, en het winkeldagboek ook. In de eerste periode na het overlijden van Hans nog wat onregelmatiger. Al snel werd echter de draad weer opgepakt, natuurlijk met regelmatig herinneringen aan Hans. Elk jaar op 29 november wordt er in het winkeldagboek even bij stilgestaan. Niet alleen René schreef, maar er zijn ook andere bijdragenden. Zoals Wim Hazeu, Roosje en op 12 mei 2012 voor het eerst Roland Fagel:

Mijn eerste en volledige winkeldag in dit Hansloze Tijdperk begon op uiterst Hanzige wijze: ik stak de sleutel in het slot van de winkeldeur juist op het moment dat de domklok elf kreunde.

En zo gaat het leven aan de Oudegracht verder. Met herkenbare observaties, zoals op 8 september 2016:

Het zijn frustrerende tijden voor een serieuze antiquaar die ik toch ook ben. De afgelopen weken heb ik duizenden euro's uitgegeven aan bibliotheken van overleden klanten en de winkel zit boordevol goede boeken, maar het enige wat het volk koopt is de rommel uit de ééneurobakken. Ik schrijf nu wel 'rommel', maar het zijn soms best goede boeken die in de bakken verdwijnen, bijvoorbeeld omdat we er meerdere exemplaren van hebben en de mensen het verdommen er meer dan één euro voor te betalen. 

De 287 pagina's van dit winkeldagboek zijn moeiteloos uit te lezen. We lezen over de doorgaande verschuiving van de winkel naar internetverkoop (en dat er dus teveel pakjes moeten worden gemaakt), over de lockdown en over kaalslag onder Utrechtse antiquariaten. Je kunt het lezen in één lange zit desnoods, maar waarom zou je dat doen? Gewoon in kleine hapjes genieten. Want zoals René zelf zegt, op 12 september 2022, het is immers:

(...) een bijzonder leuk boek, evenals de vorige delen. Denk ik. Jammer dat ik het zelf geschreven heb. Ik zou het graag lezen.

Ik heb het in elk geval weer met veel plezier gelezen. Toch merkte ik tegen het einde dat de schwung er een beetje uit liep. Juist de dynamiek tussen René en Hans, hun verschillende opvattingen over het antiquariaat en hun bijdrage daarin maar ook hun gemeenschappelijke visie op de wereld (de klanten, de boeken, de collega’s in het vak) maakt het dagboek sterk. En uiteraard mist dat een beetje de laatste 11 jaar. Maar hoe dan ook een prestatie van formaat om gedurende 40 jaar geheel authentiek verslag te doen van het leven in een boekenantiquariaat en dat in drie kloeke delen te boekstaven. Ondanks al het gemopper maakt het eindeloze werken met boeken dat je toch bijna zelf een antiquariaat zou gaan beginnen. Bijna, niet helemaal.

10 april, 2022

330 Fictieve bibliofiele memoires

Memoires en biografieën van boekhandelaren, bibliofielen en andere geïnfecteerden met het virus dat boekenliefde heeft behoren tot mijn favoriete genre. In mijn verzameling ‘boeken over boeken’ nemen ze dan ook een ruime plaats in. Als ik deze boeken lees dan ontstaat bij mij een gevoel van herkenning, maar ook van weemoed (vaak gaat het over de goede oude tijd, toen de steden nog vol met (tweedehands) boekwinkels waren) en van verlangen (naar de boeken waar zij vol passie over schrijven, die nu onbetaalbaar zijn geworden). Of het nu gaat om het verhaal van internationaal bekende handelaren zoals A.S.W. Rosenbach of Percy Muir, of dat ik de columns lees van een lokale boekhandelaar (zoals Arno en Marije Guldemond met hun serie Bloedstollende belevenissen van een eerzame boekhandelaar, gepubliceerd tussen 1984 en 2001), het is mij om het even. Ik herken hun belevenissen en deel hun verwondering over het moois dat zij onder handen hebben. Daarom heb ik mijn best gedaan om alle vijf de deeltjes van Arno en Marije Guldemonds belevenissen bij elkaar te krijgen, en dat is recent gelukt.

de 5 deeltjes van de Guldemonds
Een bijzondere categorie in dit alles zijn de dagboeken van boekhandelaren, waarin zij optekenen welke klanten zoal hun winkel binnenkomen, waar hun belangstelling naar uitgaat en welke eigenaardigheden zij in hun klanten zien. Ik heb al een paar keer geschreven over deze uitgaven: de winkeldagboeken van Rene Hesselink en Hans Engberts en van Shaun Bythell bijvoorbeeld. De inspiratie voor dit soort boeken is eindeloos, denk bijvoorbeeld ook aan Jen Campbell’s Weird things customers say in bookshops of Joris van Casteren’s Is u bekend met het alfabet? (over het wel en wee in Athenaeum Boekhandel). Nog maar kort geleden kocht ik Moedig zijwaarts van Ton Schimmelpennink, eigenaar van de helaas sinds 2020 gesloten boekhandel aan de Weteringschans in Amsterdam, waarin hij zijn belevenissen op die illustere plek boekstaaft. Er zijn zoveel merkwaardige mensen en ontmoetingen in boekwinkels, dat je niet per se over veel fantasie hoeft te beschikken om een boek vol te krijgen maar uiteraard wel over een vaardige pen. Wat niet betekent dat er geen fictieve verhalen zijn die zich afspelen in en rond boekwinkels. Ik heb ook een hele plank met dat soort uitgaven die het tegendeel bewijzen. Lees bijvoorbeeld Penelope Fitzgerald (The bookstore), Sam Savage (Firmin) of de bestsellers van Carlos Ruiz Zafon. Maar fictieve dagboeken of herinneringen van een boekverkoper die je als echt presenteert - dat is toch weer een heel bijzondere categorie. En de vraag is: waarom zou je die inspanning leveren? Waarom iets verzinnen waarvoor met veel minder inspanning de voorbeelden in de werkelijkheid voor het oprapen liggen? Toch is ook dat een aantal keer gebeurd. Ik geef twee voorbeelden uit de eerste helft van de vorige eeuw.

John Baxter’s fictieve memoires

Op mijn verlanglijstje stond al een tijdje het boek Intimate thoughts of John Baxter, bookseller. Dit boek is  uitgegeven in 1942 door Methuen & Co en gepresenteerd als de memoires van een Schotse verkoper in een tweedehands boekwinkel. Het boek heeft de afgelopen jaren iets van een cultstatus gekregen omdat het wordt aangehaald in de boeken van de hiervoor genoemde Shaun Bythell, die immers ook een Schotse tweedehands-boekhandelaar is. Zoiets schept een band. Bythell citeert in zijn boeken dan ook regelmatig uit de herinneringen van Baxter. In Bythell’s tweede boek (Confessions of a bookseller) begint hij elke maand met een beschouwing over een citaat uit Baxter’s bestaan. Kennelijk werkt het dan zo dat het geciteerde boek ineens veelgevraagd is en de markt reageert dan door de prijs te verhogen. De prijs voor een exemplaar van de eerste druk van dit boek in goede staat met stofomslag varieert tussen 150 en 250 euro, met uitschieters naar boven. Ik vond tijdens het schrijven dit blog een exemplaar op eBay waarvoor 800 dollar wordt gevraagd, en dat lijkt geen tikfout.

Ik was dan ook niet ontevreden toen een exemplaar (1e druk, hardcover, stofomslag) werd aangeboden door een Engelse boekhandelaar voor een luttele 55 euro. Met wat verzendkosten erbij wachtte ik in spanning het boek af. Dat vergde nog wat meer geduld dan gedacht: sinds Groot-Brittannië uit de EU is wil het met de postbezorging ook niet zo vlotten. Mijn boek lag een maand bij de Britse douane en ik mocht het uiteindelijk zes weken na verzending ontvangen. 42 dagen deed de post over een afstand van hemelsbreed iets meer dan 500 kilometer… 

De Intimate thoughts laten ons kennismaken met de eigenaar van de boekwinkel in Edinburgh, mr. Pumpherston, de overige werknemers van de winkel naast Baxter zelf, alsmede een aantal vaste klanten van de zaak. Verder mrs. Gilmour, de hospita van het huis waar Baxter woont en een aantal daar inwonende studenten van de universiteit. Baxter wil hogerop en droomt van een carrière buiten de boekwinkel. Hij wil naar Londen en daar iets van zijn leven maken. Hij vindt inspiratie in tal van boeken uit de winkel en een groot deel van zijn dagboekaantekeningen bestaat uit reflecties op de inhoud van deze, meest 18e en 19e-eeuwse, boeken. Ralph Waldo Emerson en Samuel Johnson zijn favoriet. Ik moest bij het lezen geregeld aan de Titaantjes van Nescio denken: jongens, aardige jongens, die grote dromen hebben maar niet tot daden komen en uiteindelijk een vrij gemiddeld leven leiden. Dat geldt ook voor Baxter. Uiteindelijk (spoiler alert) gaat hij niet naar Londen omdat hij er niet toe komt zijn baan op te zeggen, hoewel hij wekenlang nadenkt hoe hij dit zou moeten doen en hoe zijn Londense leven er dan uit gaat zien. Maar zijn leven krijgt uiteindelijk wel een andere wending die ik niet zal verklappen. Hoewel je die ruim van te voren ziet aankomen (spoiler alert: de hospita).

Eigenlijk is het verhaal van Baxter een vrij alledaagse geschiedenis met als bijzonderheid dat het zich afspeelt in en rond een boekwinkel. Waarom het per se als feitelijke memoires moest worden gepresenteerd is mij onduidelijk, al is "teruggevonden memoires" een stijlfiguur die in de literatuur natuurlijk wel vaker wordt gebruikt. In dit geval was het niet zo dat de auteur zich goed verborg achter een pseudoniem: Augustus Muir wordt opgevoerd als degene die die memoires ontving van de weduwe van Baxter. Hij beschrijft in een voorwoord hoe hij (zogenaamd)  op zoek is gegaan naar de personen in het dagboek, maar hij heeft ze niet meer kunnen opsporen. Deze Augustus Muir (1892-1982) was auteur van vooral detectives en thrillers, maar ook van journalistiek werk. De Intimate thoughts is een boek dat niet zo goed in zijn profiel past, wellicht dat het daarom op deze manier werd gepubliceerd.

In de beschrijving van de boekhandel herkende ik wel iets van de gang van zaken in de Haagse boekhandel Boucher van een eeuw geleden. Ik schreef er eerder over: een boekhandel uit een andere tijd met een heel andere manier van werken. In veel opzichten onherkenbaar voor ons, behalve dat het nog altijd gaat om de relatie tussen boekhandelaar en boekenliefhebber en dat de deskundigheid van de boekhandelaar een belangrijke sleutel is voor het vinden van de juiste boeken.

Grappig en herkenbaar is het verhaal over een mislukte veiling. Baxter krijgt van Pumpherston de opdracht bij een inboedelveiling een verzameling boeken te kopen, waarbij hij een maximumbod meekrijgt. In het huis waar geveild wordt dwaalt hij rond en hij vindt een jonge kat in een kamer, die kennelijk achtergelaten is door de vorige eigenaar. Baxter vergeet daardoor de tijd en de boeken zijn al geveild als hij weer bij de veiling komt. De kat gaat met hem mee naar huis en krijgt de naam Mr. Toots (verkorte versie van Toetanchamon, omdat hij op een farao lijkt). De volgende dag moet Baxter opbiechten dat hij niet geslaagd is op de veiling:

Next morning I was in the shop in a very depressed state. I was downstairs in the basement when Mr. Pumpherston came in, and I could hear his slow firm step on the floor as he went through to his own room. The door was shut noisily. I knew he would send for me in a minute, and I decided to make a clean breast of the whole thing. At last the boy came trundling downstairs.

“ Ye’re wanted”, he said with a jerk of the thumb. 

I went up and knocked at the door, then opened it and stepped slowly in. “How did you get on yesterday, John?”, said Mr. Pumpherston, looking up from the pages of The Scotsman.

“Well, sir—“ I began.

He dropped the newspaper and slapped me on the back. “You did quite right,” he said, pointing to The Scotsman. “I’ve just seen the prices they fetched. Fair ridicoulous! Ye were very wise keeping off!” 

Het meest bijzondere vind ik nog wel dat de veilingopbrengsten een dag later in een ochtendkrant worden gepubliceerd. 

The private papers of a bankrupt bookseller

Niet mijn exemplaar helaas
Tien jaar eerder verscheen een ander voorbeeld van fictieve bibliofiele memoires. Ook hier gaat het om de zogenaamd teruggevonden herinneringen van een boekverkoper, in dit geval de eigenaar van een tweedehands boekwinkel in een niet nader genoemde Britse stad. Deze memoires bleken in werkelijkheid geschreven te zijn door de Schotse politicus en bankier William Young (1885-1962). Deze had een hele serie van anonieme publicaties op zijn naam, waaronder later een vervolg op The private papers. Dit eerste boek had namelijk zo’n succes, dat in 1938 het vervolg met de titel The bankrupt bookseller speaks again verscheen. Het werd toen duidelijk dat Young de schrijver was en beide boeken verschenen in 1947 dan ook gebundeld onder zijn eigen naam.

Van dit boek bezit ik helaas niet de eerste druk, maar wel de eerste Amerikaanse uitgave uit 1932 (jammer genoeg zonder stofomslag). Ook voor dit boek geldt dat de eerste druk kostbaar is: een paar honderd euro zal daarvoor minstens neergeteld moeten worden. Ik kocht mijn boek vijf jaar geleden voor een schappelijke prijs bij De Roo in Zwijndrecht omdat ik nieuwsgierig was naar de inhoud en ik heb het met veel plezier gelezen. Ook deze fictieve boekverkoper heeft een Titaantjes-achtige bravoure (en dat loopt niet goed af). Hij beschrijft in korte hoofdstukken uiteenlopende aspecten van de boekhandel: de inrichting van de winkel, de klanten en natuurlijk de boeken. Waarbij hij niet nalaat om af te geven op zijn buurman die niet zulke hoogverheven koopwaar heeft als hijzelf: namelijk dameskleding. Het is deze buurman die uiteindelijk na het faillissement de winkel overneemt en vervolgens de gevonden memoires van de boekhandelaar laat publiceren.

Dit boek staat vol met herkenbare observaties en de geur van een tweedehands boekhandel stijgt op uit de bladzijden. Toch is al vanaf het begin duidelijk dat het niet goed kan aflopen met de winkel. De eigenaar vindt dat boeken zichzelf verkopen: hij hoeft ze niet te promoten en eigenlijk vindt hij dat hij ook geen mooie uitnodigende etalage hoeft te hebben. Maar duidelijk is ook dat hij eigenlijk niet goed weet hoe hij een boekhandel moet uitbaten: hij vindt vooral de gedachte dat hij een boekhandelaar is heel fijn en het maakt hem trots. Maar voor de rest is het maar een ingewikkelde zaak:

I think my shop is exceedingly well planned. (…) I don’t arrange my books much. My customers - I persuade myself - have catholic tastes and prefer them as they are, but perhaps the deeper reason is that I do not know ho to classify them. I admire the writers of publishers’ catalogues - the way they classify. I simply couldn’t do it. (…) If I did classify, it would be in alphabetical order. Any other classification would lead to absurdity, as far as I see. (…) But then there are difficulties. Will classification be by authors (what of pseudonyms?) or by titles?

My arrangement of my shelves may earn me a reputation for untidiness among the unthinking, but I am indifferent to these. From natural laziness - if you like - from sheer inability to discover any congruity between one book and another - I will not classify. (…) I am proud of my shelves and no happier man is there on this spinning sphere than I, when I see six of seven seekers after books - seeking they know not what - and finding not what they sought. 

Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Hoewel het - eerlijk is eerlijk - wel bijdraagt aan het grote plezier van een boekwinkel, namelijk dat je vindt wat je niet zoekt en naar huis gaat om met schatten waarvan je niet wist dat ze bestonden. 

Het boek wisselt in korte hoofdstukken af tussen beschouwingen over de boekwinkel, beschouwingen over verschillende categorieën boeken (Poetry books, War books, Religious books) en overpeinzingen over het leven. Duidelijk wordt dat deze boekverkoper een getraumatiseerde soldaat uit de Eerste Wereldoorlog is die heeft gevochten in Frankrijk en daar nog altijd de sporen van meedraagt, zie de hoofdstukjes over zelfmoord en de dood. Ook deze boekverkoper haalt geregeld Emerson en Johnson aan als inspiratie voor zijn gedachten. Ondanks deze bij tijd en wijle sombere buiten is hij maar wat trots op zijn winkel:

I walk up and down my shop. Nelson on his quarter-deck was not a prouder man than I.

Maar helaas is het uiteindelijk de bank die besluit dat deze boekwinkel het niet gaat overleven: te weinig kapitaal, te veel schulden.

Meer nog dan in de bespiegelingen van John Baxter, wordt in dit boek duidelijk wat de literaire smaak van de jaren ‘30 is. Er worden talloze boektitels genoemd die op dat moment populair zijn of juist uit de gratie aan het raken zijn, waarvan het merendeel mij totaal onbekend is. Ik heb de meeste moeten opzoeken. Natuurlijk worden de klassiekers aangehaald - Dickens, Brontë, Walter Scott, enzovoorts - maar het aantal voor mij onbekende boeken is veel en veel groter. Zo sla ik niet aan op The curious years van Jessie Rathbone of The ordeal of civilization  door James Harvey Robinson. Bestsellers in de jaren '20 van de vorige eeuw, nu waarschijnlijk niet eens meer interessant voor een kringloopwinkel.

Al met al twee prima leesbare curiosa, deze fictieve bibliofiele memoires. Sommige echte memoires van boekhandelaars zijn een stuk saaier of moeilijker leesbaar. De uitdagingen van een boekhandelaar lijken in elk geval niet veel veranderd te zijn in de laatste eeuw. Of het nu fictieve gebeurtenissen van John Baxter zijn of de al dan niet aangedikte gebeurtenissen aan de Oudegracht in Utrecht of in Wigtown, de gang van zaken in een tweedehands boekwinkel blijft onderhoudende antropologie.

26 september, 2021

323 - De schatkamer Colette

Foto: Martijn Beekman via www.indebuurt.nl
Het zal veel boekenliefhebbers niet ontgaan zijn dat antiquariaat Colette, in de Reinkensstraat in Den Haag, de afgelopen maanden geregeld in het nieuws was. Eerst door een bericht dat al zo vaak over antiquariaten is verschenen: de eigenaar stopt ermee en het antiquariaat dreigde te worden opgeheven. Maar daarna was er veel media-aandacht doordat er een unieke reddingspoging op touw werd gezet om er voor te zorgen dat dit antiquariaat voor de buurt en voor Den Haag (en voor Nederland) behouden zou blijven. Een enthousiast team van liefhebbers zette de schouders eronder en in no-time was het beoogde bedrag via crowdfunding gerealiseerd. En daarmee kon Colette worden voortgezet.

Recent zou ik met mijn dochter een dagje door Den Haag toeren om zoveel mogelijk antiquariaten en kringloopwinkels te bezoeken Een beetje naar analogie van onze trip naar Londen, maar iets meer in de buurt. Zij maakte het lijstje met te bezoeken winkels en ik had als eis dat Colette er in elk geval op zou staan.

En zo kwamen we aan in dit antiquariaat. Het viel mij op dat er best veel jong publiek was. Dat zie je niet vaak in een antiquariaat. Later zag ik op Twitter dat dit te maken had met een TikTok filmpje over Colette. Goed gedaan door de reddingsploeg, om zo nieuw publiek aan te boren!

De verhalen over Colette bleken allemaal waar te zijn. Het is een totaal volgepropte winkel waar op zich enige ordening in zit, maar waar tegelijkertijd stapels boeken overal in het rond staan wat er voor zorgt dat je overal waar je kijkt boeken ziet die je nodig van dichtbij moet bekijken. Om nog maar te zwijgen van de boekenberg in het midden van de winkel - waar stapel achter stapel staat, en wat er in de achterste stapels staat zullen we nooit weten. Ook in de kasten staan de rijen dubbel, en natuurlijk kijk je af en toe naar de achterste rij maar het is geen doen om in alle kasten de achterste rij te bekijken. En dus blijven er onvermijdelijk (te) veel boeken onbekeken.

Kortom, een geweldige winkel waarvan je zeker weet dat hij vol schatten staat waar je niet meteen bij kan komen. Boeken over tal van onderwerpen en in vele talen. Dus ook een winkel om om de zoveel tijd naar terug te gaan omdat er dan hopelijk wat stapels verkocht zijn en je bij nieuwe boeken kunt komen. Intussen is er een uitverkoop geweest in Colette die - ook weer mede door TikTok aandacht  - goed heeft gelopen. Allicht zijn er nu weer nieuwe boeken binnen handbereik, zodat er alle reden is om binnenkort weer terug te gaan.

Bij de speurtocht door Colette had ik al snel een stapeltje boeken gevonden en afgerekend. Een enkele daarvan wil ik even in de spotlights zetten.

Een schaarse Van Schendel

Een van de eerste uitgaven die ik vond was Arthur van Schendel’s Angiolino en de lente, een uitgave uit 1923 van Stols in de reeks Trajectum ad Mosam. Dit werkje verscheen destijds in een oplage van 188 exemplaren, waarvan een aantal Romeins genummerd. Een beperkt aantal exemplaren werd ook nog eens op perkament gedrukt, en dit is helaas niet een van die exemplaren. Maar dit is wel één van de Romeins genummerde exemplaren (IX) met als bijzonderheid dat dit exemplaar op naam gedrukt is. Het boekje vermeld dat dit exemplaar is gedrukt voor H. Boosten. 

Deze naam herkende ik. Ik kende een H. Boosten, was hij niet zakenpartner van Stols? Ik vond een mooie verklarende voetnoot in de briefwisseling tussen Ed. Hoornik en A.A.M. (Sander) Stols, bij een brief uit 1942. De voetnoot zegt: 

Ludovicus Hubertus Alexander Stols (1870-1942), was op 10 december overleden aan de gevolgen van een mislukte operatie. Hij was drukker, had zijn opleiding voor het drukkersvak bij Eduard Nypels van de firma Leiter Nypels in Maastricht gehad en richtte in 1894 met H. Boosten de drukkerij Fa. Boosten & Stols op. In 1920 werd een afdeling boekkunst aan de uitgeverij toegevoegd en werden eigen uitgaven gedrukt. Toen H. Boosten zich in 1925 uit de zaak terugtrok, zette L.H.A. Stols de zaak met zijn zoons Alphonese Auguste Jean (Fons) Stols (1901-1985) en Clément Marie (Clim) Stols (1903-1980) voort. [A.A.M. (Sander)] Stols heeft een belangrijk deel van zijn fonds bij zijn vader laten drukken. 

Even verder speurend leer ik dat Sander Stols vanaf circa 1923 samen met zijn broer Fons de reeks Trajectum ad Mosam had opgezet en deze Van Schendel-uitgave was dus een van de eerste verschenen titels in die reeks, namelijk in het jaar dat de serie startte. Over deze specifieke uitgave schreef J.C. Bloem trouwens nog een stukje in De Gids in 1924. Eerst memoreert hij dat de kwaliteit van het werk van Van Schendel een neergaande lijn laat zien, maar dat hij desondanks tot onze grootste schrijvers behoort. Over de publicatie van Angiolino en de lente zegt Bloem vervolgens: 

Waar ik over den inhoud van Angiolino en de lente schrijf, zou ik mij ondankbaar achten, indien ik ook niet een enkel woord wijdde aan den vorm, waarin het is uitgegeven. De Trajectum ad Mosam-pers is een van die ondernemingen, die telkens weer trachten, ons land, dat op dit stuk nog zuiniger dan anders is, uit zijn lithurgische slaap te wekken. Is er wel een land - in Europa tenminste - dat zoo absoluut niets voelt voor een behoorlijk boek, of er althans niets voor over heeft, hetgeen in de praktijk op hetzelfde neerkomt? Des te meer lof verdienen onze particuliere persen, waaronder die van den heer Stols een alleszins waardige plaats inneemt.

Wat ik bijzonder vind is dat een exemplaar dat Sander Stols specifiek heeft gedrukt voor de man die samen met zijn vader een bedrijf voerde, uiteindelijk in een Haags antiquariaat terecht is gekomen. Ik zou verwacht hebben dat het boekenbezit van Boosten bewaard zou zijn gebleven of misschien integraal geveild. Maar losse uitgaven vinden uiteindelijk toch hun weg naar het antiquariaat. Ik keek nog even op boekwinkeltjes.nl en vond nog een uitgave van Stols die gedrukt is voor H. Boosten, in dit geval een uitgave van P.C. Hooft. Er zijn dus meerdere vergelijkbare boeken in omloop. Maar deze staat nu in elk geval te pronken in mijn kast.

Een bijzondere Willink?

Ik dacht bij Colette nog een aardige vondst te hebben gedaan. Ik trok het kleine uitgaafje Het weten komt langzaam van Carel Willink uit een stapel, uitgegeven door De Driehoek in Antwerpen in 1926. Door het boekje bladerend zag ik dat een genummerd exemplaar was: nummer 8 van 315 en voor een paar euro was het van mij. Eenmaal thuisgekomen bleek de werkelijkheid toch wat anders te zijn. De uitgave die ik had gekocht bleek een facsimile te zijn van het Centraal Museum in Utrecht uit 1978. Niks originele uitgave uit 1926, maar gewoon één van heel vele exemplaren van de herdruk.

Desondanks is het een mooi werkje en een leuke toevoeging aan mijn collectie. De oorspronkelijke uitgave bleek nog een interessante relatie met Du Perron te hebben. In Tirade 184 lees ik

In april ’25 besluit Du Perron voor zijn rekening en risico ook een reeks ‘verhalen van De Driehoek’ uit te geven. Hij weet dan dat Willink bezig is zich aan proza te wagen en onmiddellijk wordt hem de publikatie van zijn verhaal in de reeks aangeboden. In april ook is het verhaal al voltooid en wordt het onder de titel Het Weten komt langzaam Du Perron toegestuurd. Het is in optima forma een brok sophisticated en met alle lezers sollend Merz-proza, maar Du Perron schrijft de zo gedurfd zich uitende auteur op 19 mei goedmoedig: ‘Het Weten komt langzaam is met al z’n onzekerheden, zonden tegen compositie-wetten en andere zijsprongen een opwekkend geschrift dat onze aandacht vermag te boeien. Ik ben benieuwd naar wat Van Ostaijen ervan zeggen zal.’ Het verhaal verschijnt eind november ’25, opgedragen aan Duco Perkens en voorzien van een passend kubistisch frontispice-portret van de schrijver door diens Duitse vriend, de schilder en dichter H. Behrens-Hangeler. 

Ook hier geldt dat ik nieuwsgierig ben of er nog meer exemplaren van te koop staan. De misvatting die ik zelf had (namelijk dat het een werkje uit 1926 was en niet uit 1978) blijkt op meer plekken aanwezig te zijn. Op boekwinkeltjes.nl wordt een enkel exemplaar aangeboden met alleen de vermelding De Driehoek, maar meestal wordt  terecht vermeld dat het een reprint uit 1978 is. Desondanks staat bij de meeste exemplaren vermeld dat het een genummerd exemplaar betreft, en wel (wie had dat gedacht...) nummer 8 van 315. Dat deze nummering eveneens in facsimile aanwezig is, wordt er niet bijgezet. Bijzonder is wel dat twee van de aangeboden exemplaren uit 1978 in dat jaar werden gesigneerd door Willink. Ik heb mijn exemplaar nog een keer gecheckt voor de zekerheid, maar helaas: het is ongesigneerd.

Deze twee kleine maar leuke uitgaven staan wat mij betreft symbool voor het aanbod in Colette: er is van alles wat te vinden en met wat zoeken vind je een paar heuse pareltjes waarvoor je wel eerst door talloze doorsnee uitgaven moet graven.

26 maart, 2021

316 - Antiquariaat Dick Zandbergen (150.000 boeken) stopt ermee

Ik heb op dit blog al vaker melding gemaakt van verdwijnende antiquariaten (zoals hier en hier) maar het is helaas eerder regel dan uitzondering geworden. De eigenaren worden ouder en overlijden (zoals recent André Swertz), de klanten worden ouder en overlijden ook, wat weer te zien is aan het aanbod in kringloopwinkels en veilinghuizen. Toch is het elke keer weer een schok als het bericht kom dat er een einde komt aan nog een antiquariaat. Zoals op de dag dat ik een e-mail kreeg van Dick Zandbergen dat ook hij de deuren definitief gaat sluiten.

Dick Zandbergen is een naam die al heel lang verbonden is aan mijn bibliotheek. Ik weet niet meer wanneer ik mijn eerste boek bij hem kocht, maar vanaf dat moment kreeg ik regelmatig berichten van hem in mijn mailbox. En steevast kwam zijn naam voorbij bij mijn zoektochten op boekwinkeltjes.nl. Het leek wel of Dick bijna elke titel op voorraad had die ik zocht, ook nog eens voor een schappelijke prijs. Ik herinner mij dat hij jaren geleden lange lijsten rondstuurde met beschikbare boeken, waarbij je je dan op specifieke lijsten kon abonneren. Even terugzoekend in mijn mail zie ik dat ik mij op 2 maart 2008 aanmeldde voor de lijst “Nederlandse literatuur”, op de kop af 13 jaar geleden. Trouw las ik de binnenkomende lijsten door om te zien of er wat van mijn desiderata opstonden. Na verloop van tijd stopte de lijsten en was de voorraad integraal beschikbaar via boekwinkeltjes.nl.

Binnen bij Dick Zandbergen
In de afgelopen jaren bestelde ik er met regelmaat boeken, waardoor ik intussen enkele tientallen exemplaren bezit afkomstig van dit antiquariaat. Mijn relatie met Dick Zandbergen was echter puur digitaal, ik was nog nooit in het antiquariaat zelf geweest. Dat veranderde door de aankondiging dat er voor de sluiting nog een uitverkoop zou plaatsvinden. Tot 3 april 2021 kunnen bezoekers zich aanmelden, alle boeken gaan weg met 60% korting... daar moest ik natuurlijk bij zijn. En zo was dan toch de dag aangebroken dat ik koers zette naar de Straatweg in Maarssen, om een eerste en laatste blik te werpen in dit antiquariaat.

Ik ben het type boekenliefhebber dat niet alleen een lijstje bijhoudt van boeken die ik nog moet hebben, maar ook waar ze op dat moment te koop zijn. Zodat ik, als ik behoefte heb om boeken te kopen (die behoefte heb ik elke dag) en het geld beschikbaar is (dat is helaas niet elke dag), ik direct weet waar ik welke boeken moet kopen. Op dat lijstje stond ook regelmatig “Dick Zandbergen” achter de boeken. Met dat lijstje ging ik op weg naar Maarssen, en het is maar goed dat ik het bij mij had anders was ik vermoedelijk zo overweldigd geweest door de enorme hoeveelheid boeken in het antiquariaat, dat ik misschien wel zonder boeken was weggegaan... 

Een loods op een mooie locatie bij een boerderij met zo’n 150.000 boeken, aldus Dick zelf. Ik denk dat het er meer waren, want ik heb zelden zo’n enorme hoeveelheid boeken gezien: kasten in lange rijen, planken die tot ruim 4 meter de lucht in gaan en vaak nog dubbele rijen. Maar: alles netjes gesorteerd op alfabet en elk boek geprijsd. Wat een monnikenwerk moet het zijn om die enorme boekenberg zo op orde te houden. En gelukkig maar, want hoe kan anders ooit nog een boek teruggevonden worden? Toch ben ik regelmatig in antiquariaten met veel minder boeken geweest die helemaal niet goed gesorteerd waren. Maar hier wel: alle boeken in strak gelid, alle categorieën boeken goed aangegeven en daardoor kan er in elk geval systematisch gezocht worden.

Torenhoge boekenkasten
Zoals gezegd, gelukkig had ik mijn lijstje bij mij, anders zou ik niet hebben geweten waar ik had moeten beginnen. Nu wist ik globaal waar ik moest zijn, zodat de expeditie kon beginnen. Er ontstond een patroon: op weg naar de juiste letter van het alfabet, constateren dat de gewenste schrijver op vier meter hoogte staat en vervolgens trap op en trap af klimmen om de boeken bij elkaar te verzamelen. Ik bedacht mij dat dit voor Dick dagelijks werk moet zijn geweest, aangezien hij de meeste boeken online verkocht en dus eindeloos de ladders op en af moest om de bestellingen klaar te maken. Ik vond het in elk geval een interessante ervaring om zo hoog boven de boeken te zweven. Het mooie was in elk geval dat er daardoor gebeurde wat er in elk goed antiquariaat gebeurt: je vindt er niet alleen de boeken die je wilt hebben, maar je vindt ook de boeken die je niet zocht.

Het stapeltje dat ik apart legde groeide gestaag. Wat Nederlandse literatuur, nieuwjaarsgeschenken van uitgeverijen maar vooral boeken over boeken. Gelukkig was er een hele kast met typografie, bibliografie en andere boeken over boeken. Daar heb ik een forse stapel boeken uitgehaald. Na ongeveer twee uur dwalen door het antiquariaat zette ik er een punt achter. Ik had zo’n 35 boeken gevonden, die ik voor de uitverkoopprijs van 98 euro mocht meenemen (de oorspronkelijke waarde was dus zo’n 250 euro). Geen geld voor deze stapel! Ik vond het nog een hele oogst, maar realiseerde mij ook dat in een antiquariaat met 150.000 boeken mijn stapeltje niet echt een verschil zou maken... Wat in hemelsnaam gebeurt er met de andere 149.965 boeken?



Wat heb ik dan zoal gekocht in deze uitverkoop? Een hele diverse oogst is het, met deels boeken die je bij wijze van spreken op elke straathoek kan krijgen en deels boeken die veel moeilijker zijn te vinden of waar ik het bestaan niet van kende. 
Voor mijn Tommy Wieringa collectie vond ik bijvoorbeeld een mooie Engelse vertaling van Joe Speedboot. Uit een ooghoek zag ik een flinke plank Gerrit Krol en ik herinnerde mij dat ik Rondo Veneziano nog wilde lezen, dus die mocht er ook bij (die zocht ik al sinds wij twee jaar geleden op vakantie gingen naar Venetië maar op één of andere manier bleek het lastig vindbaar). Op mijn lijstje stond verder vermeld dat in het antiquariaat een gesigneerd exemplaar van Chaim Potok’s De familie Slepak moest staan, en tot mijn vreugde stond die er nog. Ook die kon op de stapel. 

Interessanter waren de vondsten bij Bordewijk. Ik vond een exemplaar van de Bzztôh-uitgave Zeven fantastische vertellingen die ik tot mijn verbazing nog niet had. Leuker was dat ik een facsimile vond van de eerste pagina van Bordewijk’s roman Noorderlicht, uitgegeven door het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in 1987. Kennelijk gaven zij een hele serie van dit soort facsimiles uit van eerste pagina’s van bekende romans, want dit was nummer 16 in de serie. Curieus is nog wel de foutieve spelling op het omslag, daar staat als auteursnaam F. Borderwijk. En toch is er besloten om geen nieuw omslagje te maken, of niemand had het destijds gezien. Ik had in elk geval nog nooit van deze uitgave gehoord, en was blij met de vondst. Ernaast stonden onder meer de Bordewijk-studie van Hans Anten (Het bekoorlijk vernis van de rede) en een exemplaar van het tijdschrift Oog in ‘t Zeil met een hoofdartikel over Bint en ook die pronken nu op mijn Bordewijk-plank.

Zoals gezegd heb ik geruime tijd doorgebracht bij de boeken over boeken. Naast een aantal titels van mijn lijstje - zoals H de la Fontaine Verwey’s De verdwenen antiquaar en De boekvormer van Reinold Kuipers - stonden er nog genoeg verrassingen bij. Ik noem er een paar: 

  • De vormgeving van het algemene boek door W.A. Dwiggins (oplage 300). Dit is een lezing uit 1949 van de beroemde letterontwerper over verschillende aspecten van boekvormgeving. Dwiggins was iemand met een duidelijke visie op boekontwerpen, maar als het om het algemene boek gaat ziet hij ook de begrenzing: "Als boekverzorger maak je iets wat een beetje duurzamer is dan een krant, en niet veel langer meegaat den een tijdschrift." En dat heeft gevolgen voor de aanpak door de ontwerper: algemene boeken worden niet voor de eeuwigheid gemaakt. Matthieu Lommen verzorgde een nawoord en mooi detail is dat het boekje is gezet in een door Dwiggins ontworpen letter, de electra. Uit het colofon blijkt dat ook dit boekje een deel is uit een serie door Adriaan de Jonge Typografie. Een snelle blik op boekwinkeltjes.nl leert mij dat er inderdaad nog enkele titels uit deze reeks worden aangeboden, maar veel zijn er niet beschikbaar. 
  • Bibliofiele boekillustratie door Kurt Löb waarin de auteur de lezer meeneemt in het werk van een boekillustrator. Dit boekje is interessant omdat ik veel door Kurt Löb geïllustreerde boeken in mijn collectie heb, zoals veel van Stichting de Roos en veel van de serie nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel met Russische klassieken. Naast het werk van een boekillustrator bevat het ook een schets van de ontwikkeling van Stichting de Roos. Waardoor een dilemma ontstaat: zet ik deze uitgave nu bij de deelcollectie Boeken over boeken of bij de deelcollectie Stichting de Roos?
  • Boeken, veel boeken en mensen van Menno Hertzberger. Deze stond al een tijdje op mijn lijstje. Het boekje verscheen ter gelegenheid van het afscheid van Ton Croiset van Uchelen als bestuurslid van de Vrienden van de UBA in 2008. Het bevat een niet eerder gepubliceerde tekst van Menno Hertzberger waarin hij een inkijkje geeft in de wereld van het antiquariaat tussen 1920 en 1970. Enkele jaren later kreeg Ton Croiset van Uchelen trouwens de Menno Hertzbergerprijs. Sommige dingen die Hertzberger beschrijft zijn tijdloos, zoals de verzuchtingen van boekhandelaren over veranderende tijden: "Het hedendaagse levenspatroon leent zich weinig voor een liefhebberij als het aanleggen van een boekencollectie: de huizen zijn er niet meer geschikt voor, er is een voortdurende stroom van vermaak, afleiding, informatie (...)" Let wel, dit komt uit 1970, niet uit 2021. Er lijkt in een halve eeuw weinig veranderd te zijn...
  • De gelegenheidsuitgave Versluys tussen oud en nieuw door Enno Endt, uitgegeven t.g.v. het samengaan van uitgeverij Versluys met de intussen failliete Uitgeverij Kwadraat. Erin zit een handgeschreven kaartje van Enno [Endt] en Lieneke [Frerichs], waarbij we de laatste natuurlijk kennen als biograaf van Nescio. Met als gevolg wederom een dilemma: moet ik dit boekje bij de boeken over boeken zetten, of bij alle publicaties van Lieneke Frerichs over Nescio? Grappig is dat ook de aanbiedingsbrief van Uitgeverij Versluys erbij zat, waarin wordt benadrukt dat de oprichter van de uitgeverij beslist een aardiger kerel was dan uit het boekje van Endt blijkt: "Wij zouden u dan ook niet het nieuwe jaar in willen laten gaan zonder u een wat evenwichtiger beeld mee te geven van onze oprichter".
  • Het curieuze boekje Het antiquariaat en de woordbouwers (oplage 200), uitgegeven bij de opening van antiquariaat De Boekenvriend (dat gelukkig nog steeds bestaat) en dat de relatie tussen taalvernieuwing en de functie van het antiquariaat beschrijft: "Het antiquariaat bewaart oude taal, oude woorden, maar kan dit in feite alleen maar doen wanneer de taal zich telkens vernieuwt. Zou de taal sterven, dan zou het antiquariaat ook een gewisse dood tegemoet gaan." Aan het boekje zijn 650 nieuwe, verrassende of opmerkelijke woorden toegevoegd, alfabetisch geordend: van aanspreekpunt tot zwemparadijs. 
  • De Van der Selm-lezing van Cor van Bree met de titel De lotgevallen van de Codex Argenteus waarin het fascinerende verhaal van dit 6e-eeuwse Gotische handschrift wordt verteld, vanaf het ontstaan in Ravenna tot aan de huidige verblijfplaats Uppsala (en één blad in Speyer).

En zo stapelde ik nog een tijdje door. Ik ben blij dat ik nog een laatste kans heb gekregen om te neuzen in dit antiquariaat. In verschillende kranten verscheen overigens een artikel over het sluiten van het antiquariaat, met een korte video die een beeld geeft van de immense boekenvoorraad. Eerder verscheen al deze korte video over het antiquariaat.