Posts tonen met het label recensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recensie. Alle posts tonen

15 mei, 2022

331 Het onderschatte belang van lezen

Ik kreeg het boek De lezende mens toegestuurd, van Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel, met het verzoek het te recenseren. Dat deed ik graag, vooral vanwege de ondertitel: De betekenis van het boek voor ons bestaan. Ik kan die betekenis wel raden, en de lezers van dit blog ook, maar ik werd nieuwsgierig naar hoe Hisgen en Van der Weel dit thema hebben uitgewerkt. 

Over lezen, de geschiedenis van het lezen en het belang van lezen zijn intussen bibliotheken vol geschreven. Als bibliofiel en leesverslaafde heb ik al een aardig rijtje boeken over dit thema staan, waarvan ik er verderop nog een paar laat zien. Ik word immers graag bevestigd in het belang van iets waar ik veel tijd aan besteed. Toch leverde dit boek van Hisgen en Van der Weel mij een paar mooie nieuwe inzichten op.

Het interessante aan dit boek is dat het niet alleen een betoog is over het culturele belang van lezen, in relatie tot de ontwikkeling van de samenleving bijvoorbeeld of het ontstaan van ideeën die de vooruitgang stimuleren. Het boek gaat daarnaast ook in op de psychologische en fysiologische voordelen van lezen. De auteurs bouwen een betoog op waarin het belang van lezen voorop staat terwijl wordt geschetst wat de effecten zijn op ons brein en onze persoonlijkheid op het moment dat we leesactiviteiten uitvoeren. Lezen blijkt voor ons brein een buitengewoon ingewikkelde activiteit. Het inzicht hoe het ontcijferen van lettertekens plaatsvindt, de weg die ons oog aflevert over de tekst en ons brein dat daar amechtig achteraan holt om dat alles te decoderen laat zien dat het een inspannende activiteit is. Niet zo verwonderlijk dat het enige moeite kost om mensen zover te krijgen dat ze gaan lezen. Daartegenover staat echter een geweldige beloning: positieve neurologische, fysieke en emotionele effecten.

Dat klinkt allemaal als een best technisch verhaal, en dat is het ook. Maar gelukkig wordt dit verhaal gelardeerd met talloze voorbeelden uit de literatuur: van Annie M.G. Schmidt tot Thomas Mann. Met het beschrijven van de opkomst van de boekcultuur laten de auteurs zien hoe lezen en de grootschalige verspreiding van boeken hebben geleid tot de ontwikkeling van de samenleving zoals wij die nu kennen. Waar de uitvinding van de boekdrukkunst een beslissende ontwikkelingsstap is geweest, staan wij nu opnieuw middenin zo’n beslissende ontwikkelingsstap. En de auteurs zijn daar somber over.

Het thema “ontlezing” komt dan al snel om de hoek kijken. De lezers van dit blog zullen daar weinig last van hebben, maar het is een woord dat al decennialang rondzingt. In dit boek wordt dat begrip verfijnde. Bij ontlezing gaat het niet om het aantal letters dat gelezen wordt, dat is misschien wel meer dan ooit tevoren. Aan het aantal “leeskilometers” dat een gemiddelde mens aflegt ligt het niet. Waar het voor de auteurs om gaat is de afname van het “diep lezen” zoals zij dat noemen. Een vorm van lezen waarin geconcentreerd lange tekst wordt geabsorbeerd, die een beroep doet op allerlei mentale vermogens en die dus vervolgens ideeën vormt, en daarmee onze geavanceerde samenleving vormgeeft. Dit diep lezen kan het beste van papier. Maar naast dat diep lezen wordt bedreigd door tal van digitale afleidingen, met veel makkelijker te lezen korte teksten, zorgt deze digitalisering er ook voor dat teksten minder lang bewaard blijven. Taal en tekst is veel vergankelijker aan het worden. Een tekst van ruim 2 millennia oud kunnen wij zonder moeite tot ons nemen, maar het is de vraag of het merendeel van de tekst die vandaag digitaal beschikbaar is, over 2 decennia nog toegankelijk is voor ons.

De conclusie van de auteurs is dan ook dat het wegzakken van het vermogen tot diep lezen in de samenleving, bijdraagt aan veel aspecten van de maatschappelijke en politieke crisis waar we ons nu in bevinden, inclusief de opkomst van populisme en het wegvallen van solidariteit in de samenleving. Het positieve effect van lezen op het geheel van de samenleving is veel groter dan gedacht. Het risico voor de samenleving door het verdwijnen van het vermogen tot diep lezen daarmee ook. Als handreiking staat in het boek een heel hoofdstuk vol manieren om jezelf en anderen te inspireren tot meer diep lezen, variërend van leesclubs tot bibliotherapie.

Er wordt veel geklaagd door ouders en docenten over het gebrekkige leesonderwijs op scholen en het afkalven van de verplichte leeslijsten. Minder verplichte boeken, dunnere boeken: het is niet alleen zo dat leerlingen daarmee aansluiting met de leescultuur verliezen, maar wij zadelen toekomstige generaties op met een belangrijk tekort aan capaciteiten die nodig zijn als cement van onze samenleving. Ik vond het een goed geschreven, goed leesbaar en goed gedocumenteerd boek. Het sterke van dit boek vind ik dat het niet zozeer het al bekende klaagverhaal is over ontlezing en hoe erg dat is, maar het onderbouwde betoog dat we als samenleving daarmee kwetsbaarder worden dan we zelf denken. Ik heb het via ‘diep lezen’ tot mij genomen en het heeft mij inderdaad verrijkt. Waarmee voor mij de stelling van de auteurs is bewezen.

Voor de geïnteresseerden: meer recensies staan hier: van Ed Oomes, van Gé Vaartjes in de Volkskrant, en op Hebban.

Stimuleren van lezen in de praktijk.

Hoe lezen weer leuk wordt, wordt door Bas Steman op pakkende wijze beschreven in Lekker boekie! Zo wordt lezen weer leuk. Dit boek beschrijft het ontstaan van de leesclub Nescio (ook te vinden op Facebook en Instagram), voortgekomen uit de frustratie van enkele scholieren over de verplichte leeslijst en hoe dit van verplicht saai nummer, tot een inspirerende activiteit werd. Niet te verwarren met de Nescio leesclub trouwens waar A.L. Snijders over schreef.

Bas Steman komt met het idee een leesclub te starten voor zijn zoon en een paar vrienden die in hun eindexamenjaar op school zitten. Allemaal zien ze het mondeling Nederlandse literatuur als een  soort taakstraf waar je zo snel mogelijk en met zo min mogelijk inspanning doorheen moet. Hij verleidt ze via de leesclub om te ontdekken wat je echt met een boek kan doen: hoe je het verhaal tot je kan nemen, wat er te vinden is in de teksten en vooral: hoe teksten iets zeggen over jou en jouw leven en hoe je je verhoudt tot je omgeving, en je daardoor kunnen verrijken. 

De jongens besluiten de leesclub een kans te geven en gaan van start. Aan de hand van de gesprekken ontdekken ze de verschillende lagen die in teksten liggen. Hoe je teksten kunt ontleden. Waar hun eigen leesvoorkeuren liggen. En vooral: dat literatuur leuk kan zijn. In de weg naar het eindexamen bouwen ze zo hun eigen persoonlijke samenhangende leeslijst, met een hoog cijfer voor het mondeling als beloning.

De Nescio leesclub heeft aardig wat bekendheid gekregen. De CPNB nodigde de jongens uit om op andere middelbare scholen hun ervaringen te vertellen, en zo jongeren te enthousiasmeren voor lezen. De leesclub bewees in de praktijk wat in De lezende mens ook werd betoogd: diep lezen van betekenisvolle teksten vraagt oefening en geduld, maar de beloning is groot en verrijkt je. Het boek laat ook zien dat er kansen liggen en dat de jongere generatie best aan het lezen te krijgen is.

Nog meer boeken over de waarde van lezen

Als het over lezen gaat is de eerste titel die in mijn gedachten komt Een geschiedenis van het lezen van Alberto Manguel. In veel opzichten volgt Manguel dezelfde denklijn als de auteurs van De lezende mens. Ook Manguel gaat in op de neurologische aspecten van lezen, het ontstaan van het vermogen van lezen en hoe lezen steeds meer een activiteit werd voor brede lagen van de bevolking. Hand in hand met de ontwikkeling van het lezen gaat de ontwikkeling van het boek. Nu ik het boek van Manguel weer eens vast heb en doorblader zie ik weer hoeveel verschillende aspecten van boeken en lezen hij beschrijft, en hoe hij daarmee ook een geschiedenis vanaf de oudheid tot de moderne tijd neerzet. En dat aan de hand van talloze verwijzingen naar auteurs en boeken. Deze gaat dus op het stapeltje ‘herlezen’ want het is te lang geleden dat ik het boek vasthad.

In 1990 verscheen ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de CPNB het essay De toekomst van het boek van George Steiner, gevolgd door een co-referaat van Cyrille Offermans. Offermans schreef bij het overlijden van Steiner in 2020 een in memoriam voor De Groene Amsterdammer waarin hij terugblikt op de lezing uit 1990 en aangeeft dat Steiner op hem “een weinig sympathieke indruk” maakte. Steiner sprak zijn tekst uit in een periode dat digitalisering nog volop in opkomst was, internet nauwelijks was ontwikkeld en Web 2.0 nog jaren voor ons lag. Toch zag ook hij al de zorgwekkende afname van lezen en leesvaardigheden. Net als de andere auteurs ging het hem niet om de tekst per se, maar om het feit dat je teksten internaliseert, met je meedraagt en door de stapeling ervan je eigen kathedraal van kennis bouwt. Steiner is niet optimistisch en Offermans opent zijn referaat dan ook met de opmerking: “Behalve als eminent geleerde geniet George Steiner de nodige reputatie als cultuurpessimist”. Offermans is minder pessimistisch. Hij ziet dat er meer boeken worden verkocht dan ooit en dat er ook meer wordt gelezen dan ooit. Dat zien de auteurs van De lezende mens ook, maar het gaat dus niet om het aantal leeskilometers dat je maakt, maar de tijd die wordt besteed aan diep lezen. Dat er zoveel gelezen wordt maskeert in zekere zin het échte probleem, en daarom ben ik geneigd het meer eens te zijn met Steiner dan met Offermans.

Tot slot nog twee kleinere relevante uitgaven. In Lezen, een kunst die uit de mode raakt vinden we twee artikelen die eerder in de Volkskrant en NRC stonden in 1985. Het werkje werd uitgegeven door Dick Sauer en Willem Wouda, de gelegenheid is mij onbekend. Een van de artikelen is alweer van Steiner, de andere van Mario Vargas Llosa. Steiner is in zijn bijdrage wederom cultuurpessimistisch, Vargas Llosa verzet zich tegen oppervlakkigheid (“Wie zich voedt met onbenulligheid, wordt zelf een onbenul”). Ook in De nachtmerrie van Steiner vinden we George Steiner terug. Geert Mak en Felix Rottenberg bezochten in 2001 verschillende boekhandels, en doen daarin verslag in dit boekje dat verscheen ter gelegenheid van het 95-jarig bestaan van de Nederlandse boekverkopersbond. Deze nachtmerrie van Steiner is dat je over enkele decennia in een willekeurige stad vergeefs zoekt naar een boekhandelaar, omdat deze zijn uitgestorven. Er is geen behoefte meer aan, de boekhandelaar bestaat niet meer. Mak en Rottenberg beschrijven verschillende typologieën van boekhandels en bezoeken daartoe onder meer Athena’s in Groningen (inmiddels onderdeel van Van der Velde), Praamstra in Deventer, Roelants in Nijmegen en Van de Moosdijk in Someren (inmiddels failliet). In korte schetsen worden boekhandel, boekhandelaar en de sfeer in de winkel beschreven. Een mooie ode aan boekhandels, waar ik de volgende keer uitgebreider over zal schrijven.

Waar de boeken van Manguel en Steman in de literatuurlijst van De lezende mens terugkomen, geldt dat voor George Steiner niet. Niet in de literatuurlijst, maar ook niet in het register van personen. Dat verbaast mij dan weer, maar met een bibliografie van 21 pagina’s kan niemand desondanks zeggen dat Hisgen en Van der Weel oppervlakkig te werk zijn gegaan. Toch had een verwijzing naar Steiner niet misstaan. Laten we in elk geval hopen dat hun pleidooi bijdraagt aan het herleven van het besef dat de boekcultuur een onmisbaar onderdeel van onze samenleving is.

08 december, 2016

270 - Biblio-sonnetten

Ik las het al op de facebookpagina van Fokas Holthuis: de Nederlandse vertaling van Biblio-Sonnetten van Paul Verlaine is verschenen. Dit is een bijzondere gebeurtenis, wat duidelijk wordt doordat er maar liefst twee verschillende edities verschijnen. Er is een bibliofiele uitgave in beperkte oplage (175 exemplaren) uitgegeven door Stichting de Roos. En daarnaast een schitterende handelseditie, die te bestellen is bij Stichting Desiderata of gewoon bij Bol. Maar wel opschieten, want ook deze oplage is beperkt: er zijn maar 500 exemplaren gemaakt. 
De handelseditie ligt voor mij, de uitgave van De Roos zal ik over enige tijd ook bezitten, het is gewoon een kwestie van geduld.
De reden dat ik dit boek heb is dat het mij werd aangeboden door de uitgever. Natuurlijk met de bedoeling dat ik er een ronkend stukje over schrijf. Want ik hou van boeken, en zeker van boeken over boeken. En dat stukje schrijven doe ik in dit geval met liefde. Want de biblio-sonnetten is het ideale cadeauboek voor elke bibliofiel, en kan met een gerust hart op de verlanglijstjes worden gezet.

Wat maakt dit boek nu zo begerenswaardig? Daarvoor zijn verschillende redenen. Allereerst de uitvoering: het is een mooi gebonden boek op lekker papier, het ruikt goed (belangrijk!) en ziet er gewoon perfect verzorgd uit.

Maar dan de inhoud. De biblio-sonnetten van Verlaine staan centraal en ik moet eerlijk bekennen dat ik het bestaan ervan niet kende. Dat is ook niet zo raar, want ze zijn altijd tamelijk obscuur gebleven. De eerste uitgave van deze sonnetten kende een oplage van 131 exemplaren en ook daarna zijn ze nauwelijks zelfstandig uitgegeven. In dit boek zijn ze verzameld (zowel de originelen, als de mooie vertaling van Martin Hulsenboom, met de bijbehorende illustraties) met daarnaast uitgebreide toelichtingen van Peter IJsenbrant (over Verlaine) en Ed Schilders (over de uitgeefgeschiedenis van de sonnetten en over uitgever en bibliofiel Pierre Dauze). In het persbericht wordt dit een drie-eenheid tussen poëzie, bibliofilie en biografie genoemd. De sonnetten zelf zijn dus maar een klein deel van het boek, maar wel datgene waar  alles om draait. En ze geven een mooie schets van het leven  van bibliofielen. Zoals deze:

De komst van de catalogus
De bibliofiel ontvangt zijn post! In euforie,
Zelfs vóór hij tast naar kennelijk intieme brieven
Werpt hij zich onverwijld op de Catalogi.
Nog niet doldriest, en wars van kwalijke motieven

Bedacht uit liefde voor superbe handelswaar,
Slaat hij nu uitgerekend de brochure open
Van die wel zeer geraffineerde antiquaar
Die niet te duru verkoopt om zeker te verkopen

Met rusteloze hand - maar keurig hoor, madame,
Hij is zo keurig, heus! - nu hij zo'n boekje vindt
Dat hij sinds lang begeert - trouwhartig als een kind! -

Stuurt hij de Handelaar meteen een telegram:
"Hou vast."- "Geregeld" antwoordt vóór het avondgrauw
Een bondig spoedbericht,
De goede Klant valt flauw

De toelichtingen in het boek schetsen een fascinerend beeld van het leven van Verlaine rond de eeuwwisseling alsmede van de liefde voor boeken. Ik ben zelf gek op levensbeschrijvingen van bibliofielen dus ik was blij verrast met de uitgebreide informatie over Pierre Dauze en zijn betekenis voor de boekenwereld in het algemeen en voor Verlaine in het bijzonder. Er worden mooie observaties gedaan over zijn passie voor boeken. Zoals dat hij vier bibliofiele gezelschappen heeft opgericht maar ook dat hij een pionier was in het verzamelen van moderne auteurs. En ook dat zijn naam een zelfstandige betekenis kreeg, 'dauzage' oftewel het zorgen voor opgesmukte boekbanden.

Ed Schilders schreef een mooi overzicht over het ontstaan en de publicatie van de biblio-sonnetten. Het schrijven ervan begon tegen het einde van het leven van Verlaine en daarom heeft hij zijn opdracht niet kunnen afmaken: uiteindelijk verschenen 13 van de geplande 25 biblio-sonnetten. Schilders geeft het verloop van de opdracht en het ontstaan van de sonnetten weer, maar ook hoe het uiteindelijk kwam tot de publicatie van de afzonderlijke uitgave in 131 exemplaren, waaronder een luxe uitgave voor Dauze zelf. Wat ik enorm boeiend vind is te lezen hoe het verder ging met de bibliotheek van Dauze maar ook met de gepubliceerde exemplaren van Biblio-sonnetten. Begrijperlijkerwijs zijn ze heel zeldzaam  en volgens Schilders zijn er maar 4 bekend in Nederlandse bibliotheken. Het Dauze-exemplaar is (vermoedelijk) in 2014 bij Christie's geveild voor een bedrag van €2125.

Ik werd trouwens weer helemaal enthousiast over de schrijver Ed Schilders. Ik checkte even en heb alleen zijn geweldige boek Vergeten boeken in de kast staan, een verzameling van achtentwintig lange essays over curieuze auteurs, boeken, en literaire verschijnselen. Een groot deel daarvan verscheen in eerste aanleg in de Volkskrant, Vrij Nederland, en Maatstaf. Eigenlijk 28 prachtige blogstukjes, maar dan in een boek. Maar buiten dat had ik niets van hem, dus heb ik maar direct het boekje Bibliohaptonoom  besteld. Andere publicaties van Ed Schilders zullen spoedig volgen.
Ik heb trouwens ook nog even gekeken naar de aanwezige biblio-poëzie in mijn bibliotheek. Ik blijk intussen verschillende van dit soort uitgaven te hebben: wie kent niet de bloemlezing Niet nog een boek, met gedichten over boek, bibliotheek en lezer. En ik vond nog het jaarwisselingsgeschenk met Haiku over het boek van Gaby Bleijenbergh. Niet al te veel in dit genre kortom. Goed dat hier wat aanvulling op gekomen is.

Ik googlede ook nog even op het boek van Verlaine/Dauze en tot mijn verbijstering zag ik dat er begin 2016 een van de 131 exemplaren van Biblio-Sonnetten  bij Catawiki is geveild voor het luttele bedrag van €140. Ik heb die veiling ongetwijfeld gezien maar ik had geen idee van de betekenis van die uitgave. Na het lezen van dit boek zou ik dat bedrag blind neerleggen voor een exemplaar als dit. Is dat niet de tragiek van veilingen? Dat je het soms gewoon niet ziet, en achteraf de haren uit je hoofd trekt?

Maar als troost heb ik nu deze uitgave. Een paar mooie biblio-sonnetten, een paar fantastische toelichtingen die aan alle kanten de boekenliefde ademen en ook nog eens mooi uitgegeven. Er is geen lezer van blog die dit boek niet onmiddellijk in zijn kast zou moeten willen hebben.

Update februari 2017:
De uitgave van De Roos is sneller in mijn bezit gekomen dan gedacht. Uiteraard gekocht via Catawiki. Weliswaar niet zo spectaculair als de originele uitgave, maar niet minder welkom in mijn boekenkast. En: wederom een dubbel exemplaar in mijn boekenkast (zie daarover dit bericht).

17 november, 2013

232 - Het boek der ontwenning - Geert Colpaert

Zo af en toe plaats ik een recensie van een recent gelezen boek. Al was het maar om het kopen van boeken te stimuleren, en dan vooral van debuten. Want wie weet stond ik daarmee aan het begin van een schrijversloopbaan die tot grote hoogten leidt.

Het debuut van Geert Colpaert (door de uitgever aangeduid als "uitzonderlijk debuut") is een boek dat de lezer meeneemt langs een wereld van verhalen die, zoals de schrijver zelf in het boek uitlegt, vooral apocrief zijn maar in zijn geheel een weerslag zijn van een bewogen ontwenningsperiode van een groep mensen in een ontwenningskliniek ergens in België. De veelheid aan invalshoeken in het boek maakt het lastig om een aanknopingspunt te vinden voor een beschrijving ervan. Want er gebeurt veel in dit boek. Maar dat mag ook wel, wat het debuut telt 760 pagina's en wil een lezer geboeid blijven tot het einde, dan zal de schrijver zijn ziel en zaligheid erin moeten stoppen. Dat heeft Colpaert gedaan en hij beschrijft niet alleen de ontwenningsperiode en wat daar gebeurt, maar ook historische gebeurtenissen vanaf de vroege middeleeuwen tot in de verre toekomst (we worden bijvoorbeeld getrakteerd op citaten uit nog te verschijnen kunsthistorische studies over de werken in dit boek).

Dat het boek zoveel verhalen en invalshoeken kent wil niet zeggen dat het chaotisch is. Integendeel, de basis laat zich vrij eenvoudig weergeven. Het gaat om een ontwenningskliniek voor alcoholverslaafden waar een groep mannen zonder duidelijk doel woont en meedraait in een vast patroon zonder enig perspectief. Het hoogtepunt van de week is de stiekeme zuippartij bij de nabijgelegen Aldi op woensdag maar voor de rest is het een tamme bedoening. Dit tot tevredenheid van de directeur, die dit een bewijs vindt voor zijn stabiele manier van werken. Dit alles verandert als er een nieuwe therapeut komt, Sam geheten. Deze Sam blijkt later de verteller van het verhaal te zijn. Sam ziet perspectief in de mannen en confronteert ze met kunst: schilderkunst, beeldhouwkunst, klassieke en moderne werken. En dan blijken de aanwezigen onvermoede talenten te hebben, met name Mark Behiels die zonder ooit ook maar een penseel van dichtbij te hebben gezien een uitzonderlijk schilder blijkt te zijn. Maar ook de anderen hebben onvermoede talenten als kalligraaf, tekenaar of ontwerper. De werkwijze van Sam maakt deze talenten los en hij begeleidt de mannen vanuit hun verdwazing naar een leven met een doel en uiteindelijk met zelfstandigheid en trots.

Dit verhaal van hun ontwenning - vandaar ook de titel van het boek - voert langs vele uitweidingen over de geschiedenis van de hoofdpersonen: we leren hoe Lucien van Boven uiteindelijk Juu-pileir werd en Hektor de Clerq de Mummie (en hoe ze weer zichzelf worden). Maar er zijn ook tal van korte biografieën over schilders als Van Gogh (niet toevallig heeft Mark een broer die Theo heet), Brueghel, Monet en vele anderen. Historische gebeurtenissen vanaf de middeleeuwen worden herteld, met diverse apocriefe aanvullingen. En steeds blijkt dat al deze gebeurtenissen maar ook individuele kunstwerken een echo hebben in de levens van de hoofdpersonen, de Ontwenners. En deze Ontwenners ontwennen en ontdekken dat er veel meer in het leven is dan blikjes Karlsquell. En dan blijkt ook dat deze Ontwenners veel meer perspectief hebben dan hun begeleiders en dat deze veel verslaafder zijn dan deze zogenaamde verslaafden. Of het nu aan antidepressiva is (de directeur), macht over mannen (psycholoog Marijke), Jack Daniels (inrichtingswerker Rudy) of andere zaken: zij die zogenaamd hun leven op orde hebben blijken perspectiefloos en de Ontwenners komen langzaam maar zeker tot de ontdekking wat hun potentieel is en leven dat uit. In feite zijn deze mannen puur, net als het leven, en eerlijk.

Er wordt geregeld de draak gestoken met zogenaamde kunstkenners en een pleidooi gedaan voor het ontdekken van wat echt, puur en eerlijk is in de kunsten en in de passies die mensen drijft. Centraal staat de ontwikkeling van Mark Behiels, in wiens spoor de anderen meekomen. Behiels schildert zonder enige kennis van de kunstgeschiedenis meesterwerken die een reflectie zijn van hoogtepunten uit de geschiedenis van de schilderkunst, maar met een eigentijdse inslag.

Maar zelfs met deze uitleg is het boek nog niet adequaat beschreven. Het is ook de schrijfstijl van Colpaert - barok, met veel herhalingen en uitweidingen, plastisch en grof maar ook weer echt - die onderdeel is van het verhaal. Sam spoort zijn Ontwenners aan om te "kijken, kijken en te blijven kijken" en Colpaert lijkt te schrijven, schrijven te blijven schrijven. Elk detail vraagt om een uitleg, elke observatie om een interpretatie van een observatie en elke gebeurtenis wordt geïnterpreteerd in het kader van de geschiedenis die achter ons ligt en het spoor wordt zo lang mogelijk teruggevolgd. Daardoor loopt het verhaal traag en ontstaat vanzelf een boek van bijna 800 pagina's. Maar erg is het zeker niet. Behalve dat het stevige gevloek mij op een gegeven moment wel ging irriteren, net als de gedetailleerde beschrijving van geslachtsdelen en wat je daar allemaal mee kan doen. Ik heb het geparkeerd als stijlfiguur en ben er maar vanuit gegaan dat dit valt onder de drive van Colpaert om puur, eerlijk en vol passie te zijn. Dus, resumerend, om de vraag te beantwoorden of dit boek gelezen moet worden, citeer ik graag een van de markante hoofdpersonen: "Ja, vaneigens".

24 januari, 2013

221 - Goede mensen

Zo luidt de titel van deze nieuwe, schitterende, roman van de Israëlische schrijver Nir Baram. Maar veel goede mensen heb ik in het boek niet in kunnen ontdekken. Wel een fascinerend en dramatisch verhaal dat zich afspeelt in Duitsland, Polen en Rusland in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog (vanaf de Kristallnacht) en de eerste jaren van die oorlog (tot de Duitse inval in Rusland).

Centraal staan de gebeurtenissen van twee mensen, de Duitser Thomas en de Joodse Russin Sasja, die zich staande proberen te houden terwijl twee totalitaire systemen hun land, hun families en hun leven overweldigen. Elk op hun eigen manier proberen ze te overleven en ze maken daarbij keuzes waardoor ze zelf overleven maar de mensen die hen dierbaar zijn moeten verraden. Ze worden verblind door eerzucht en door het verlangen hun familie te redden. En dat niet alleen: uiteindelijk worden ze onderdeel van het systeem dat hen wil vernietigen, en ze dragen zo bij aan de dood van nog veel meer anderen. Thomas, doordat de resultaten van zijn werk door de Nazi's worden gebruikt om hele groepen in de Duitse en Poolse samenleving te vermoorden en Sasja omdat zij in dienst staat van de zuiveringsacties van Stalin.

Het boek laat op aangrijpende manier zien hoe machteloos Thomas en Sasja elk op hun manier zijn om zich te verzetten tegen de gebeurtenissen om hen heen. Elk stap die ze zetten brengt schade in hun omgeving, terwijl ze wanhopig proberen de gebeurtenissen te rationaliseren en een uitweg uit de rampspoed te rationaliseren. Maar om hen heen stort de wereld in. De gruwelijkheden volgen elkaar op. Wat knap is in de beschrijvingen van Baram is dat hij die niet expliciet beschrijft, maar flitsen toont. Juist door de afwezigheid van expliciete beschrijvingen komen die situaties hard binnen. De paniek onder de Joden in Duitsland voor de oorlog en de onmogelijkheid te ontsnappen. De angst onder de Joden in Polen na de bezetting, weergegeven in een beeld van joodse vrouwen in verschoten kleren en kale schoenen, die proberen een visum te krijgen. Een schijnwerper die kort schijnt op naakte gevangenen. En Thomas die het ziet maar alles ontkent, en zich blijft rechtvaardigen, zich wentelt in zijn eigen leed en niet wil zijn dat om hem heen duizenden worden vermoord. Evengoed Sasja, die bereid is honderden naar Siberisch kampen te sturen om haar broer te redden - iets wat uiteraard niet lukt.

Is dit dan een somber boek? Gek genoeg niet per se, het is gewoon heel goed en meeslepend geschreven. Om en om een hoofdstuk waarin dan weer Sasja, dan weer Thomas centraal staat. Uiteindelijk ontmoeten ze elkaar in een laatste onmogelijk plan om te overleven - zonder succes uiteraard. Het is een boek dat je beetpakt en niet loslaat, dat je aan het denken zet en dat op een unieke manier een beeld schetst van hoe gewone mensen proberen te overleven in een dictatuur. Lezen dus! Of lees anders nog wat recensies: hier, hier en hier.

02 september, 2012

214 - Een fabelachtige leugenaar

Ik besteed veel van mijn tijd aan het zoeken naar debuten. Dat wil zeggen: debuten van schrijvers van wie ik er veel te laat achterkwam dat ze belangrijk gingen worden. Daarom koop ik debuten vaak pas jaren nadat ze op de markt kwamen. En als je dan met terugwerkende kracht de eerste pennevrucht van zo'n auteur wilt hebben, is dat een lange en kostbare zoektocht. Veel voordeliger is het dan ook om debuut te verzamelen als het een debuut is. En dan is het afwachten of de debuterende auteur uitgroeit tot een toekomstige topauteur.

Recent las ik het debuut van de Berlijnse Susann Pásztor met de titel Een fabelachtige leugenaar. De titel van het boek intrigeerde mij, en ook de beschrijving:
Een lichtvoetige Joodse komedie over een familie die ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van hun (groot)vader in Weimar samenkomen. Verteld vanuit het perspectief van kleindochter Lily komen de uiteenlopende vaderbeelden naar voren. Maar welke geschiedenis is nu waar?
Ik was vooral benieuwd of het mogelijk was een "lichtvoetige komedie" te schrijven tegen de achtergrond van de gruwelijkheden van Buchenwald. En daarnaast was ik benieuwd hoe in dit geval de geschiedenis van een naoorlogse Joodse generatie verteld zou worden.

Het verhaal van Pásztor deed me denken aan onder meer Meir Shalev en Marcel Möring. Twee Joodse schrijvers die in hun boeken ook een bij tijd en wijle krankzinnige, verhalenvertellende familie opvoeren. Natuurlijk zijn dit maar twee van talloze Joodse auteurs in dit genre (Potok, Oz, Englander, Singer, Weil, etc. etc. etc.), maar ik wil mij tot deze twee beperken. Net als bij Shalev (in meerdere boeken) en bij Möring (met name in In Babylon) is het boek van Pásztor een aaneenschakeling van geschiedenissen waarbij het ene verhaal de kiem bevat van het volgende en verhaal na verhaal de langzame ontrafeling van een familiegeschiedenis volgt. Net als bij Shalev wordt de familie direct op de eerste pagina al neergezet als niet helemaal gewone familie waarin dit soort verhalen een grote rol spelen. Dat schept verwachtingen en die verwachtingen lost Pásztor gedeeltelijk in. Ik betrapte mijzelf er vooral in het begin op dat ik een aantal mooie zinswendingen voorlas aan anderen. En ik was verrast over de ingenieuze wijze waarop zij de verhalen aan elkaar weeft.

Tegelijkertijd had het boek wat mij betreft dikker mogen zijn: dan hadden sommige verhaallijnen beter uitgewerkt kunnen worden. Nu blijven sommige karakters toch wat oppervlakkig, hoewel ze enorme potentie hebben. Terwijl datgene wat we over moeder, tante Hannah en oom Gabor te weten komen smaakt naar meer; in hun eigenaardige gewoontes en terloopse opmerkingen over hun verleden zitten nog prachtige familiegeschiedenissen in verloren. Gek genoeg blijft kleindochter Lidy, vanuit wiens perspectief het verhaal wordt verteld, nog het meest oppervlakkig. Hoewel zij de verbindende factor is blijft het verhaal soms te lang bij haar introspectie hangen zonder dat ze daarin overtuigt. Ga dan maar liever verder met een volgend verhaal over Joschi, denk ik dan: ik geloof het wel met de verliefdheid van Lidy voor haar mentor Jan.

Zoals bij alle Joodse geschiedenissen speelt vervolging een grote rol, of dit nu in de twintigste eeuw is of de eeuwen daarvoor: helaas is dit een terugkerend element. In dit geval gaat het om de Holocaust en de (vermeende) internering van grootvader Joschi in Buchenwald. De familie worstelt met de Joodse identiteit en met het vraagstuk van een vernietigingskamp zo dicht bij Weimar, toch een stad waarin de hoogste cultuur zichtbaar is. Het contrast is groot en de familie moet met dit gegeven, en met elkaar, in het reine komen. Uiteindelijk volgt een verzoening en een plechtige herdenking rond Buchenwald, die uiteraard zoals het bij deze familie past in het honderd loopt.

Zo lichtvoetig vond ik deze komedie dus niet. Gelukkig wordt het ook nergens kolderiek (dat kan wat mij betreft niet in een boek waar een vernietigingskamp een rol speelt) en blijft elk verhaal over de uitroeiing van Joden aangrijpend. Die ruimte geeft het boek ook. En dat maakt dat ik na lezing van het boek moet concluderen dat Pásztor er in is geslaagd de balans te bewaren tussen ernst en humor en een onderhoudend verhaal heeft geschreven.

De vraag die overblijft is of Pásztor bij haar late debuut (zij is 55 jaar) aan het begin van een indrukwekkend oeuvre staat en of dit boek het begin van een groot schrijverschap laat zien. Heb ik nu een boek in handen waarvan ik over een paar decennia kan zeggen dat ik direct al opmerkte wat voor een belangrijke auteur Pásztor ging worden? Daarover twijfel ik. Daarvoor is dit boek net te licht. Maar haar volgende boek zal uitwijzen welke weg ze opgaat en of ze er in slaagt een vergelijkbaar verhaal met meer diepgang te schrijven en de relatief zware thema's die ze aanhaalt geloofwaardig uit te werken. Voor de liefhebber tot slot: hier de positieve recensie van dit boek in de Volkskrant. En hoe haar verdere carrière er ook uitziet, ze heeft in elk geval al de Berthold Auerbach Literaturpreise gewonnen.

05 augustus, 2012

211 - Villa Triste

Het is alweer een tijdje geleden dat ik gratis boeken kreeg (tot mijn schrik zie ik dat het alweer in 2008 was!) maar het boek dat ik kreeg maakte het lange wachten meer dan goed.

Villa Triste is de veelbelovende titel van het jongste vertaalde boek van Lucretia Grindle. Een lijvige roman die op het oog een zwaar thema als basis heeft: de strijd van de partizanen in Italië tegen zowel de Duitse bezetter als de Italiaanse fascisten. Maar het is ook het verhaal van een moordonderzoek, dat start na de mysterieuze moord op twee oorlogshelden: pas onderscheiden leden van het Italiaanse verzet. De Florentijnse speurder Pallioti wordt op de zaak gezet en ontdekt langzamerhand meer van de geschiedenis van zijn land dan hij ooit voor mogelijk hield. En dat aan de hand van een mysterieus dagboekje van Caterina Cammaccio waarin het verhaal wordt verteld van de verzetsstrijd van de zusjes Caterina en Isabella (Cati en Issa) en hun familie in de laatste oorlogsjaren. Het is ook het verhaal van de liefde tussen Isabella en Carlo en de tegelijkertijd de onmogelijkheid van deze liefde in de woelige tijd waarin zij leefden.

In het boek wordt afwisselend het verloop van het hedendaagse moordonderzoek als het historische partizanenverhaal verteld. Een schrijfstijl die vaker wordt gebruikt, recent bijvoorbeeld ook in het boek van Elle van Rijn dat ik tijdens de boekenweek in de Bijenkorf van haar kocht (Het vergeten gezicht, zie een verslag van die ontmoeting hier) en waarin ook een liefdesverhaal uit die tijd wordt verweven met een hedendaags verhaal. Grindle gebruikt deze stijl overtuigend. Ik bedacht mij bij het lezen dat ik mij de bijzondere rol van Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit echt gerealiseerd had: eerst als agressor en bondgenoot van nazi-Duitsland, later als vijand van nazi-Duitsland. Maar tegelijkertijd met een belangrijke eigen groep fascisten, navolgers van Mussolini, die niet van plan waren de macht over te geven. Dat plaatste de Italiaanse bevolking voor een paar belangrijke dilemma's en positiekeuzes, iets wat in het boek overtuigend naar voren komt. Ik kende natuurlijk wel een oorlogsrelaas van bijvoorbeeld Giorgio Bassani, De tuin van de Finzi-Contini's, geschreven vanuit het perspectief van Joodse slachtoffers in diezelfde fascistische periode. Maar dit beeld van de partizanenstrijd was voor mij nieuw.

In feite is dit boek een in-verdrietig verhaal over verraad en het laat de triestheid van de oorlog zonder winnaars in volle omvang zien. Maar het is ook een verhaal van hoop omdat het de opoffering en de moed laat zien en de wederopbouw na de oorlog. En uiteindelijk is het een verhaal van rechtvaardigheid en opluchting, omdat de waarheid toch boven komt en ook het laatste raadsel op de slotpagina's wordt opgelost.

Kortom, een knappe prestatie van Lucretia Grindle. Dit boek dateert al uit 2010. In 2011 verscheen The lost daughter, met diezelfde speurder Pallioti en zijn assistent Enzo Saenz maar dit keer met de schijnwerper op een ander deel van de Italiaanse geschiedenis: de terroristische Rode Brigades. Ik ben erg benieuwd hoe Grindle dit onderdeel van de geschiedenis naar voren weet te brengen. Als het op vergelijkbare wijze gebeurt als in Villa Triste, is het boek zeker de moeite waard.

Intussen zag ik ook nog dat er een film is/wordt gemaakt met de titel Villa Triste. Het is geen verfilming van het boek van Lucretia Grindle, maar een weergave van het historische Nazi hoofdkwartier dat in Florence onder die naam bekend stond. Lees hier een artikel over de komende film van regisseur Fabrizio Favilli. Het laat in elk geval zien hoe zeer dit boek op ware feiten is gebaseerd.

25 oktober, 2005

76 - Cicero afgelopen vrijdag

Ik verdraag de boekenbijlage van de Volkskrant niet meer. Wekelijkse boekenbijlagen bij kranten zijn überhaupt Tantaluskwellingen: er worden je allerlei boeken voorgespiegeld die vrijwel binnen je bereik zijn, maar waar je toch niet aan kan komen. Meestal vanwege de prijs en de hoeveelheid.
Een verzamelaar zoals ik heeft het over het algemeen al druk genoeg met zijn eigen desiderata: het lijstje met boeken dat als eerste prioriteit aan de verzameling moet worden toegevoegd. De titels op dit lijstje zijn allemaal van tijd tot tijd zoekopdrachten in Google, bij Antiqboek of bij Boekwinkeltjes.nl. En verder blijft geen gelegenheid onbenut om in antiquariaten in kasten te kijken, dozen op te tillen of in bakken te graaien om te zien of er misschien nog een titel tussenzit.
Bij deze zoektocht naar specifieke titels doe ik over het algemeen nog vrij veel "bijvangst" op: boeken waarvan ik het bestaan niet kende, maar die bij het zoeken door mijn handen gaan en vervolgens worden aangeschaft omdat ze bij nader inzien cruciaal zijn voor de verzameling.
Zoals ik met betrekking tot mijn Van Dis-collectie beschrijf (hier ook), duurt een zoektocht naar "alles" toch al gauw een jaar of vijftien. Ik schreef al eerder hoe ik vijftien jaar gezocht heb naar een titel van Hugo Brandt Corstius.

Dit alles kost al tijd en geld genoeg. Toch teister ik mijzelf wekelijks met boekenbijlages van kranten. Allereerst die van de Volkskrant, maar bij gelegenheid ook die van NRC Handelsblad en Vrij Nederland. Meestal blijf ik dan achter met een verlangen naar boeken dat waarschijnlijk onvervuld blijft, in het ergste geval met een verlengde verlanglijst.

Candida Höfer aan het werk
Neem nu Cicero - zo heet de boekenbijlage van de Volkskrant - van afgelopen vrijdag. Aangezien ik kranten altijd van achter naar voren lees, begin ik achteraan. Op de achterpagina staat de aankondiging van het boek "Bibliotheken" van Candida Höfer. Dit boek, voorafgegaan door een al wat ouder essay van Umberto Eco, is gevuld met 137 foto's van Europese en Amerikaanse bibliotheken: de Sainte-Geneviève in Parijs, de Anna Amalia in Weimar (voor de brand), de Strahovská knihovna in Praag, de Real Gabinete Poruguês de Leitura in Rio de Janeiro, het van Abbemuseum en natuurlijk Trinity College in Dublin, om er een paar te noemen. Dit boek moet ik dus hebben: 49,61 euro is de drempel.

Op diezelfde pagina de aankondiging van een nieuw deel in de serie Bekroond Europa. Deze week "In de ban van mijn vader" van Sandro Veronesi. Gelukkig maar 8 euro (met bon), want die moet dringend gelezen worden. Een pagina eerder schrijft Wineke de Boer een lovende recensie over "Het roze huis" van Pierre Bergounioux: "Zijn proza is voor alles zintuiglijk: de verteller neemt waar, maar interpreteert nauwelijks, waardoor hij een appèl doet op de verbeeldingskracht van de lezer. (...) Door zijn stijl, gecombineerd met de universele strekking (het najagen van een droombeeld, de weg naar de volwassenheid) plaatst Bergounioux zijn boeken, ondanks het historische kader, buiten elke tijd. Dank aan de vertaalster door wier monnikenwerk we deze weerbarstige, uitzonderlijke romans tot in de eeuwigheid kunnen lezen." Het roze huis gaat mij 18 euro kosten, maar het is deel van een tweeluik waarvan "Een stap en dan de volgende" het andere deel is.
Op diezelfde pagina schrijft H.J. Schoo een prikkelend artikel over het nieuwe boek van Theodore Dalrymple (35,50 euro), "Our culture - what's left of it", een confronterend boek over de samenleving van nu. "Alleen beschaving kan ons redden", zo wordt Dalrymple's boodschap samengevat in een verzameling essays die hij de afgelopen jaren schreef.

En zo gaat het maar door over het ene fraaie boek na het andere, met als klap op de vuurpijl een column van Martin Sommer op de voorpagina over de Frankfurter Buchmesse, waar ik natuurlijk ook niet ben maar hij wel. "Want naar Frankfurt moeten is verschrikkelijk. Maar niet naar Frankfurt mogen is nog veel erger." Het is maar goed dat ik niet naar Frankfurt ga denk ik, de aanblik van al die boeken zou waarschijnlijk onverdraaglijk zijn.
Nee, ik kan de boekenbijlage maar beter laten voor wat hij is. Want na lezing blijf ik achter met een groot besef dat er een wereld vol prachtige boeken is die voor mij onbereikbaar zijn, of waarvoor de tijd mij ontbreekt ze grondig te lezen, waar ik dus uiteindelijk niets van zal weten. Met dat besef leg ik de krant weg en pak ik een boek. Want als ik dan niet alles kan kopen en lezen wat mij langs die weg wordt voorgeschoteld, laat ik dan in elk geval het moois tot mij nemen dat ik wél heb weten te vinden. Zoals het boek "Warmly inscribed" van het schrijversduo annex boekenverzamelaarsduo Lawrence en Nancy Goldstone. Maar daarover vertel ik een volgende keer meer (maar hier vond ik al een aardige recensie)