Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

07 juni, 2025

361 - Een feestelijk gedicht

Onlangs kocht ik weer een interessante gelegenheidsuitgave die mij op het pad van Russische poëzie bracht. Dat is niet een groot aandachtsgebied voor mij, maar zoals wel vaker kwam er vervolgens nog meer aanvulling van Russische poëzie in mijn bibliotheek. Dat zat zo.

In 2019 vierde het Leidse antiquariaat Burgersdijk en Niermans haar 125-jarig bestaan. Over dit veilinghuis heb ik al vaker geschreven, maar het is natuurlijk onmogelijk om de roemruchte geschiedenis ervan in een paar zinnen samen te vatten. Op de eigen website staat een handzame geschiedenis voor wie wat meer wil weten. Voor nu goed om te weten is dat het veilinghuis vrijwel permanent gevestigd is geweest aan de Nieuwsteeg in Leiden en genoemd is naar twee medewerkers van de de Leidse uitgeverij Brill die de veilingactiviteiten van Brill eind 19e eeuw overnamen. Zij noemden het pand weer Templum Salomonis, naar de eerdere bewoner van het pand Philips van Leyden, de 14e eeuwse jurist en boekenverzamelaar. Over hem schreef ik al eerder, naar aanleiding van een publicatie over zijn bibliotheek.

Bijzonder aan het pand aan de Nieuwsteeg is dat de gevel sinds 1992 een gedicht draagt van de Russische dichteres Marina Tsvetajeva. Dat gedicht was het eerste van een hele reeks aan Leidse muurgedichten, die je allemaal hier kunt zien. Het gedicht van Tsvetajeva werd destijds illegaal aangebracht door Ben Walenkamp en Jan Willem Bruins. Later werd het initiatief omarmd door de gemeente Leiden en werden nog veel meer van dergelijke muurgedichten aangebracht. Meer over de aanleiding voor deze actie en de keuze voor dit gedicht is te lezen in dit artikel uit Levende Talen Magazine

Het is ditzelfde gedicht dat uiteindelijk ook terechtkwam op de gelegenheidsuitgave bij het jubileum van het veilinghuis. Waar het op de muur van het pand nog in het cyrillisch staat, is het in deze uitgave vertaald afgedrukt. De vertaling is van Marja Wiebes en Margriet Berg. Het gedicht is te mooi om hier niet te herhalen. Vooral de laatste strofe maakt het ook erg passend voor een plek op de gevel van een veilinghuis…

Mijn verzen, die ik jong al heb geschreven, 

Voordat ik wist een dichteres te zijn,  

Als vuurwerk spattend, vonkend en vol leven,

Bruisend als een fontein,

 

En die als kleine duivels binnendrongen

In 't rijk dat vol van droom en wierook was,

Mijn verzen, die de dood, de jeugd bezongen,

- En niemand die ze las!

 

Die op bestofte winkelplanken kwijnen

Waar niemand ze een blik ooit waardig keurt!

Mijn verzen komen, zoals goede wijnen,

Nog wel eens aan de beurt. 

Zoals de eerste zin al aangeeft, was Tsvetajeva nog maar jong toen ze dit gedicht schreef, in 1913. Daarna publiceerde ze een imposant oeuvre, maar leidde een tragisch leven dat uiteindelijk leidde tot haar zelfmoord in 1941. Inmiddels wordt ze gezien als een van de meest toonaangevende dichters in Rusland.

De jubileumuitgave was niet te koop, maar werd verspreid onder de aanwezigen bij het symposium van Burgersdijk en Niermans op 1 mei 2019 in Leiden. Eén van de bijdragen op dit symposium, van J.F. (Freek) Heijbroek, is afgedrukt in tijdschrift De Boekenwereld. Heijbroek gaat in op de geschiedenis van verschillende Leidse antiquariaten. Wie er verder sprak op dit symposium heb ik niet terug kunnen vinden, alleen schrijft Heijbroek in zijn artikel dat Anton van der Lem dagvoorzitter was. 

Hoeveel exemplaren er werden gedrukt van dit gedicht staat niet vermeld, alleen dat het een beperkte oplage was. Ik heb zelf nummer 154, de oplage was dus niet heel klein. Toch vind ik nergens een vermelding dat deze uitgave te koop wordt of werd aangeboden. Meestal blijven er van zo’n oplage wel wat exemplaren beschikbaar via boekwinkeltjes.nl of antiqbook, maar nu is dat niet zo.

Toen ik het exemplaar op de kop tikte was ik wat teleurgesteld, omdat er een grote rode vlek rechts onderaan zit, het ziet er uit als de afdruk van een wijnglas. Ik dacht dat dit het gevolg was van het ronddelen op het symposium: kennelijk had een ontvanger het ergens neergelegd, en toen was er wijn op gemorst. Zoiets. Ik vond het nogal slordig: krijg je zo’n mooie uitgave, mors je er meteen wijn op. Het kan gebeuren, maar jammer dat ik dan geen ongeschonden exemplaar heb.

Maar niets bleek minder waar. Bij het lezen van het eerder aangehaalde artikel in Boekenwereld zag ik een foto die is genomen op het symposium. Daarop stond een afbeelding van precies deze uitgave, met een identieke vlek erop. Het is nog net te zien dat dit een Romeins genummerd exemplaar is, daarmee lijkt de stelling gerechtvaardigd dat deze vlek doelbewust is aangebracht op alle exemplaren, een mooie knipoog naar het feestelijke karakter ervan! Gelukkig heb ik tóch een ongeschonden exemplaar. Maar hoeveel bezitters zullen net als ik eerst teleurstelling hebben gevoeld omdat ze dachten dat het een beschadigd exemplaar was?

Een overstap naar De Roos

Om twee redenen kan ik nu een overstap maken naar uitgaven van Stichting de Roos. Allereerst omdat ik mij herinner dat ik hetzelfde gevoel had toen ik een exemplaar kocht van Le petit poucet van Charles Perrault, uitgegeven door Stichting de Roos in 1969. Het omslag van die uitgave ziet er versleten en verweerd uit. Toen ik het kocht dacht ik ook die keer dat ik een slecht exemplaar te pakken had, maar dit bleek ook hier onderdeel van het ontwerp.

De tweede reden is dat ik niet al te lang na de uitgave van Tsvetajeva een recente uitgave van Stichting de Roos kocht waarin 5 jonge Russische dichters centraal staan. Deze uitgave uit 2024, nr. 198 van De Roos, bevat poëzie van auteurs in ballingschap en zijn eerdere gepubliceerd in het tijdschrift 5th Wave, dat mede wordt uitgeven door Van Oorschot. De titel is Voorlopige resultaten. De dichters reflecteren op actuele gebeurtenissen, waaronder de oorlog in Oekraïne. Een parallel met Tsvetajeva is dat zij het gedicht Mijn verzen ook schreef als jonge dichter, en ook in tijden van onrust en oorlog, net als de dichters van nu. En dat zij ook een tijdje in ballingschap buiten Rusland heeft gewoond. De bijdragen werden geselecteerd door Maxim Osipov

Meer Russische poëzie tot slot

Met deze twee uitgaven heb ik inmiddels aardig wat Russische poëzie in mijn collectie. Zoals gezegd, ik zoek er niet speciaal naar maar al met al groeit het aardig.Want ik heb nog wat meer in mijn bezit, de meeste verschenen als bibliofiele of bijzondere uitgave. De jaarlijkse nieuwjaarsuitgave van Stichting de Roos in 2024 was namelijk een separaat uitgeven gedicht uit Voorlopige resultaten, van de hand van Michaïl Aisenberg. Ook Burgersdijk en Niermans publiceerde meer in dit genre: in 2020 verscheen bij hen het nieuwjaarsgeschenk Soldaat van papier, poëzie van Boelat Okoedzjava. Verder verscheen bij Stichting de Roos in 2017 al een uitgave van de dichter Anna Achmatova met als titel Avond. Als speciale uitgave van Februari boekhandels verscheen in 2017 een boekje met vier gedichten van Aleksandr Blok in de vertaling van Jean-Pierre Rawie. Van diezelfde auteur heb ik ook nog een uitgave van de vermaarde Insel-Bücherei met een aantal gedichten. En tot slot heb ik nog wat uitgaven van Daniil Charms, waar ik in 2011 al over schreef. En als laatste moet ik natuurlijk Poesjkin’s bekende werk Jevgeni Onegin, de roman in verzen, noemen. Al met al natuurlijk maar een minuscule selectie uit de immense Russische literatuur en volstrekt niet representatief. Desondanks meer titels dan ik dacht te hebben toen ik aan dit stukje begon. 



18 februari, 2025

358: Veilingvondst: Pierre Kemp

In mijn vorige stukje schreef ik al over het kavel bibliofiele uitgaven dat ik bij Bubb Kuyper kocht. In eerste instantie kocht ik het voor de nieuwjaarsuitgaven van De Roos, maar daarnaast ook om mij te laten verrassen door bijzondere en onbekende werken die ongetwijfeld in dit kavel aanwezig zouden zijn. Ik hoopte dat er een aantal pareltjes tussen zouden zitten, en dat bleek ook zo te zijn. 

Pierre Kemp in de trein 
(collectie Literatuurmuseum)
Vorige keer vertelde ik over twee fascinerende opdrachtexemplaren die ik vond, boeken met een heel eigen verhaal. Deze keer staan twee werken van één persoon centraal: de Maastrichtse dichter Pierre Kemp (1886-1967). Kemp was in de jaren '50 en '60 een nationaal bekend dichter, wiens werk werd bekroond met onder meer de Constantijn Huygensprijs (1956), P.C. Hooftprijs (1958) en de culturele prijs van de provincie Limbug (1959). In zijn werkzame leven was verrichte hij administratief werk voor een kolenmijn (1916-1944) en behoudens een jaar in Amsterdam, heeft hij altijd in Maastricht gewoond. Hij bleef daar zijn hele leven en bracht zelfs vakanties niet elders door. Hij reisde dagelijks met de trein van en naar zijn werk en in die trein schreef hij veel van zijn gedichten. Die zijn dan ook vaak relatief kort, omdat de treinreis ook vrij kort was. En hij droeg altijd een zwart pak, zodat het kolengruis niet zichtbaar was op zijn kleren. Een mooie beschouwing over zijn tijd bij de mijn - die niet altijd makkelijk voor hem was - staat hier.

Ondanks de grote prijzen die hij won, was Kemp nooit een echt een landelijk bekende dichter voor het grote publiek en tegenwoordig wellicht al bijna helemaal vergeten. Gelukkig is er een stichting die zijn naam levend houdt en tot doel heeft "het literaire en beeldende erfgoed van Pierre Kemp bij een breed publiek onder de aandacht te brengen." Voorzitter van de stichting is Kemps biograaf Wiel Kusters en de informatieve website wordt door een collega bibliofiel onderhouden (hoi Danny!). Voor wie nog nooit iets van Kemp heeft gelezen, bijgaand een voorbeeld: 

Het licht is rond en rolt naar alle kanten
de bergen op en af, de dalen door,
de wezens in en uit en langs de planten
stijgt het de bomen in en gaat het alles voor.
Waarheen? Ik vraag dat niet, ik kom, ik ga,
omdat mijn handen en mijn voeten,
mijn ogen en mijn hart zo moeten
en ik het licht nu eenmaal zo versta.

Nummer 1

De eerste vondst in het kavel is een speciale uitgave van het gedicht Pompom Anadyomène. Een wat merkwaardige titel, en dat vraagt dan ook om enige uitleg. Die wordt door Harry G.M. Prick in een toelichting in het boek gegeven. Allereerst is Anadyomène een andere naam voor de godin Afrodite, het betekent zoveel als ‘de opstijgende’ en verwijst naar haar geboorte. Een Pompom is de naam van een gebreid balletje, zoals dat wel op een muts wordt gezien. Prick analyseert hoe vaak Kemp de aanduiding Pompom Anadyomène gebruikt, er dat blijkt in zijn werk meerdere keren te zijn. Prick heeft zelfs nog met Kemp gecorrespondeerd over deze bijzondere samenstelling van woorden en de reden dat Kemp het gebruikte. Uiteindelijk blijkt het te gaan om inspiratie door een meisjesfiguur. Kemp bleek er uiteindelijk drie gedichten over geschreven te hebben, en die staan in deze uitgave. 

Van Pompom Anadyomène zijn twee versies verschenen: in 1985 verscheen het als nieuwjaarsgeschenk bij uitgeverij De Lange Afstand in een oplage van 90 exemplaren. Vervolgens werd een luxe uitgave voorbereid, die verscheen volgens de titelpagina in 1986. Maar een inlegvel van Peter Yvon de Vries legt uit dat het werk uiteindelijk 29 november 1987 verscheen.

Deze luxe uitgave verscheen in een oplage van 25 exemplaren en bevat een originele ets van Peter Yvon de Vries. Mijn exemplaar is nummer 1 van 25. Meestal worden eerste exemplaren gereserveerd voor auteur of uitgever. Maar aangezien Pierre Kemp al overleden was toen dit werk verscheen, zou dit best het exemplaar van Peter Yvon de Vries geweest kunnen zijn, of van Harry Prick. Ik bezit wel meer genummerde uitgaven in kleine oplagen, maar dit is de eerste keer dat ik van een oplage het eerste nummer heb.

De Lange Afstand was de naam waaronder beeldend kunstenaar Peter Yvon de Vries tussen 1971 en 2006 drukte. Uitgaven van De Lange Afstand verschenen in kleine oplagen (zoals ook deze, meestal schommelde de oplage rond de 50) en waren vaak voorzien van originele grafiek. De Vries was daarnaast ook medewerker van tijdschrift Maatstaf en schreef over onder meer  kunst in het blad HP/De Tijd. Hij is getrouwd met vertaalster en dichteres Anneke Brassinga, van wie ook regelmatig werk verscheen bij De Lange Afstand.

Was getekend: Mevrouw Zéguers

In 1995 verscheen bij Ser J.L. Prop een brief van Pierre Kemp in druk, onder de titel Hooggeachte mevrouw Zéguers. De brief verscheen ter gelegenheid van de 80e verjaardag van Margriet Zéguers in een passende oplage van 80 exemplaren.

Mijn exemplaar bevat onder het colofon een opdracht door Margriet Zéguers: “Voor Piet en Lies van Druenen, dit “souvenir” uit een goede tijd van vriendschappelijke collegialiteit”. Vermoedelijk had zij zelf een stapel van deze uitgave gekregen, en gedeeld met bekenden.

Op DBNL staat een in memoriam van Margriet Zéguers, die in 2002 op 87-jarige leeftijd overleed. Zij was de spil in het Maastrichtse literaire leven en eigenaresse van boekhandel La Joie des Livres aan het Vrijthof. Ooit begon zij bij uitgeverij-drukkerij Leiter-Nypels in Maastricht. La Joie des Livres was later de enige niet-katholieke boekhandel van Maastricht. Bij die boekhandel was Pierre Kemp kind aan huis. Al in 1959 schreef hij een gedicht voor haar en in hetzelfde jaar ook de brief die later door Ser Prop is gepubliceerd. Via de Universiteit van Maastricht zijn honderden brieven van Pierre Kemp aan Harry Prick online te lezen; hierin wordt ook aan Margriet Zéguers gerefereerd. Wie Piet en Lies van Druenen waren heb ik niet kunnen achterhalen, maar gelet op het woord “collegialiteit” vermoed ik dat het Maastrichtse ondernemers waren, of wellicht collega’s uit het boekenvak van buiten Maastricht.

Aanvulling: Een lezer van dit blog vulde de lacune aan: Piet van Druenen was uitbater van het Maaslands Antiquariaat in de Stokstraat in Maastricht. Hij handelde voornamelijk in prenten, maar verzamelde privé Maastrichtse bibliofiele uitgaven. 

Nog een leestip: in NRC verscheen in 1987 een mooie bijdrage van Max Paumen over Margriet Zéguers en haar boekhandel, die uiteindelijk tot 1970 heeft bestaan. 

De schilder Pierre Kemp

Ik bleek in mijn bibliotheek nog een laatste Kemp-gerelateerde uitgave te hebben, wederom in beperkte oplage. Van Marianne van der Elsen verscheen in 1988 bij Kunstzaal de Reiger een beschrijving van Pierre Kemp als schilder. Voordat hij bekend werd als dichter, schilderde Pierre Kemp. Kunstzaal de Reiger was gevestigd in de Burgemeester de Reigerstraat in Utrecht en publiceerde eind jaren ‘80 samen met Uitgeverij Kwadraat een serie “Reiger-cahiers”, waarvan dit aflevering 6 is. De uitgave verscheen in oplage van 250 genummerde exemplaren, waarvan ik nummer 146 heb.

Marianne van der Elsen gaat in op de thematiek van de schilderijen van Kemp, die zijn werkzame leven begon als plateelschilder (beschilderen van keramiek) en die zijn hele leven een verdienstelijk kunstschilder bleef.

Met deze drie uitgaven ontstaat toch al een redelijk beeld van de mens en kunstenaar Pierre Kemp. Wederom een fijne aanvulling op mijn collectie vanuit dit ruimhartige veilingkavel!

08 december, 2016

270 - Biblio-sonnetten

Ik las het al op de facebookpagina van Fokas Holthuis: de Nederlandse vertaling van Biblio-Sonnetten van Paul Verlaine is verschenen. Dit is een bijzondere gebeurtenis, wat duidelijk wordt doordat er maar liefst twee verschillende edities verschijnen. Er is een bibliofiele uitgave in beperkte oplage (175 exemplaren) uitgegeven door Stichting de Roos. En daarnaast een schitterende handelseditie, die te bestellen is bij Stichting Desiderata of gewoon bij Bol. Maar wel opschieten, want ook deze oplage is beperkt: er zijn maar 500 exemplaren gemaakt. 
De handelseditie ligt voor mij, de uitgave van De Roos zal ik over enige tijd ook bezitten, het is gewoon een kwestie van geduld.
De reden dat ik dit boek heb is dat het mij werd aangeboden door de uitgever. Natuurlijk met de bedoeling dat ik er een ronkend stukje over schrijf. Want ik hou van boeken, en zeker van boeken over boeken. En dat stukje schrijven doe ik in dit geval met liefde. Want de biblio-sonnetten is het ideale cadeauboek voor elke bibliofiel, en kan met een gerust hart op de verlanglijstjes worden gezet.

Wat maakt dit boek nu zo begerenswaardig? Daarvoor zijn verschillende redenen. Allereerst de uitvoering: het is een mooi gebonden boek op lekker papier, het ruikt goed (belangrijk!) en ziet er gewoon perfect verzorgd uit.

Maar dan de inhoud. De biblio-sonnetten van Verlaine staan centraal en ik moet eerlijk bekennen dat ik het bestaan ervan niet kende. Dat is ook niet zo raar, want ze zijn altijd tamelijk obscuur gebleven. De eerste uitgave van deze sonnetten kende een oplage van 131 exemplaren en ook daarna zijn ze nauwelijks zelfstandig uitgegeven. In dit boek zijn ze verzameld (zowel de originelen, als de mooie vertaling van Martin Hulsenboom, met de bijbehorende illustraties) met daarnaast uitgebreide toelichtingen van Peter IJsenbrant (over Verlaine) en Ed Schilders (over de uitgeefgeschiedenis van de sonnetten en over uitgever en bibliofiel Pierre Dauze). In het persbericht wordt dit een drie-eenheid tussen poëzie, bibliofilie en biografie genoemd. De sonnetten zelf zijn dus maar een klein deel van het boek, maar wel datgene waar  alles om draait. En ze geven een mooie schets van het leven  van bibliofielen. Zoals deze:

De komst van de catalogus
De bibliofiel ontvangt zijn post! In euforie,
Zelfs vóór hij tast naar kennelijk intieme brieven
Werpt hij zich onverwijld op de Catalogi.
Nog niet doldriest, en wars van kwalijke motieven

Bedacht uit liefde voor superbe handelswaar,
Slaat hij nu uitgerekend de brochure open
Van die wel zeer geraffineerde antiquaar
Die niet te duru verkoopt om zeker te verkopen

Met rusteloze hand - maar keurig hoor, madame,
Hij is zo keurig, heus! - nu hij zo'n boekje vindt
Dat hij sinds lang begeert - trouwhartig als een kind! -

Stuurt hij de Handelaar meteen een telegram:
"Hou vast."- "Geregeld" antwoordt vóór het avondgrauw
Een bondig spoedbericht,
De goede Klant valt flauw

De toelichtingen in het boek schetsen een fascinerend beeld van het leven van Verlaine rond de eeuwwisseling alsmede van de liefde voor boeken. Ik ben zelf gek op levensbeschrijvingen van bibliofielen dus ik was blij verrast met de uitgebreide informatie over Pierre Dauze en zijn betekenis voor de boekenwereld in het algemeen en voor Verlaine in het bijzonder. Er worden mooie observaties gedaan over zijn passie voor boeken. Zoals dat hij vier bibliofiele gezelschappen heeft opgericht maar ook dat hij een pionier was in het verzamelen van moderne auteurs. En ook dat zijn naam een zelfstandige betekenis kreeg, 'dauzage' oftewel het zorgen voor opgesmukte boekbanden.

Ed Schilders schreef een mooi overzicht over het ontstaan en de publicatie van de biblio-sonnetten. Het schrijven ervan begon tegen het einde van het leven van Verlaine en daarom heeft hij zijn opdracht niet kunnen afmaken: uiteindelijk verschenen 13 van de geplande 25 biblio-sonnetten. Schilders geeft het verloop van de opdracht en het ontstaan van de sonnetten weer, maar ook hoe het uiteindelijk kwam tot de publicatie van de afzonderlijke uitgave in 131 exemplaren, waaronder een luxe uitgave voor Dauze zelf. Wat ik enorm boeiend vind is te lezen hoe het verder ging met de bibliotheek van Dauze maar ook met de gepubliceerde exemplaren van Biblio-sonnetten. Begrijperlijkerwijs zijn ze heel zeldzaam  en volgens Schilders zijn er maar 4 bekend in Nederlandse bibliotheken. Het Dauze-exemplaar is (vermoedelijk) in 2014 bij Christie's geveild voor een bedrag van €2125.

Ik werd trouwens weer helemaal enthousiast over de schrijver Ed Schilders. Ik checkte even en heb alleen zijn geweldige boek Vergeten boeken in de kast staan, een verzameling van achtentwintig lange essays over curieuze auteurs, boeken, en literaire verschijnselen. Een groot deel daarvan verscheen in eerste aanleg in de Volkskrant, Vrij Nederland, en Maatstaf. Eigenlijk 28 prachtige blogstukjes, maar dan in een boek. Maar buiten dat had ik niets van hem, dus heb ik maar direct het boekje Bibliohaptonoom  besteld. Andere publicaties van Ed Schilders zullen spoedig volgen.
Ik heb trouwens ook nog even gekeken naar de aanwezige biblio-poëzie in mijn bibliotheek. Ik blijk intussen verschillende van dit soort uitgaven te hebben: wie kent niet de bloemlezing Niet nog een boek, met gedichten over boek, bibliotheek en lezer. En ik vond nog het jaarwisselingsgeschenk met Haiku over het boek van Gaby Bleijenbergh. Niet al te veel in dit genre kortom. Goed dat hier wat aanvulling op gekomen is.

Ik googlede ook nog even op het boek van Verlaine/Dauze en tot mijn verbijstering zag ik dat er begin 2016 een van de 131 exemplaren van Biblio-Sonnetten  bij Catawiki is geveild voor het luttele bedrag van €140. Ik heb die veiling ongetwijfeld gezien maar ik had geen idee van de betekenis van die uitgave. Na het lezen van dit boek zou ik dat bedrag blind neerleggen voor een exemplaar als dit. Is dat niet de tragiek van veilingen? Dat je het soms gewoon niet ziet, en achteraf de haren uit je hoofd trekt?

Maar als troost heb ik nu deze uitgave. Een paar mooie biblio-sonnetten, een paar fantastische toelichtingen die aan alle kanten de boekenliefde ademen en ook nog eens mooi uitgegeven. Er is geen lezer van blog die dit boek niet onmiddellijk in zijn kast zou moeten willen hebben.

Update februari 2017:
De uitgave van De Roos is sneller in mijn bezit gekomen dan gedacht. Uiteraard gekocht via Catawiki. Weliswaar niet zo spectaculair als de originele uitgave, maar niet minder welkom in mijn boekenkast. En: wederom een dubbel exemplaar in mijn boekenkast (zie daarover dit bericht).