Twee jaar geleden waren we op vakantie in Italië, in de buurt van Venetië. Het was nog ver voor corona en de grenzen waren nog open. Terwijl we de kinderen hadden afgezet bij een zwembad reden wij een rondje langs pittoreske dorpjes. Op een gegeven moment kwamen we in het dorpje Arqua, waar we een tijdje door de steile straatjes liepen en op een terras met een fantastisch uitzicht op de bergen een lunch gebruikten. Dat was niet helemaal de bedoeling van de restauranthouder, want het restaurant bleek gesloten. Maar wij waren het Italiaans niet machtig, dus beschouwden we de vriendelijke uitleg van de uitbater en zijn wijzen naar het terras als een uitnodiging om te gaan zitten. Uiteindelijk legde de man zich er bij neer en serveerde ons een drankje en wat eten. Pas bij het vertalen van de menukaart met behulp van Google Translate ontdekten we dat we precies binnen waren gekomen op het moment van sluiten. Met enige schaamte aten we onze lunch op en kochten dat af met een ruime fooi.
Verder dwalend door Arqua zagen we een bordje dat verwees naar het graf van de grote Italiaanse dichter Petrarca (1304-1374). Meestal bereid ik mijn vakanties grondig voor en maak ik er ook een literaire queeste van, maar deze keer had ik mij ingehouden en alleen mijn zinnen gezet op het graf van Dante in Ravenna. Dus deze vermelding kwam onverwacht en daardoor maakte het deze bijzondere dag nog mooier dan het was.
Petrarca! Eén van mijn helden uit de middeleeuwen. Niet zozeer vanwege zijn poëzie waarmee hij onsterfelijk is geworden en het tragische verhaal van zijn liefde voor de mysterieuze Laura, maar vooral omdat hij de grondlegger is geweest van het humanisme en in zekere zin aan de basis heeft gestaan voor het Europa zoals wij dat nu kennen.
Ja, dat zijn grote gedachten maar ik prijs mij gelukkig te wonen in een democratie waarin ruimte is voor ontwikkeling, waarin vrijheid een groot goed is en waarin mensen in staat zijn om te groeien en boven zichzelf uit te stijgen. En Petrarca is iemand die een belangrijk invloed had op het ontstaan van een dergelijke samenleving. Natuurlijk, zonder Petrarca waren we er ook wel gekomen, maar iemand moet een keer een belangrijke stap voorwaarts zetten, en dat was Petrarca en ik ben daar dankbaar voor. Legendarisch is dan ook zijn beklimming van de Mont Ventoux, waarvan Petrarca zelf verslag heeft gedaan. Nu is een bergbeklimming niet zo bijzonder, maar het moment en de motivatie van Petrarca was dat wel: hij deed het niet functioneel, niet vanuit een soort bijgeloof (in de middeleeuwen beklom je geen bergen, dat was God tarten en je wist maar nooit of de duivel op de top ronddanste) maar uit nieuwsgierigheid en om van de tocht te genieten. Om geluk te ervaren. En dat was een daad die in die tijd volkomen nieuw was, waarom zou je geluk ervaren als individu? Het idee dat dat mogelijk was bestond nog maar beperkt. Petrarca's brief wordt beschouwd als de eerste literaire neerslag van de natuur om het genieten van de natuur zelf. Hij beklom de berg, zo zegt hij zelf, "louter uit begeerte, om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen".
Het humanisme van Petrarca was trouwens van een andere orde dan wat wij tegenwoordig humanisme noemen. Bij Petrarca ging het om de passie voor de oudheid en klassieke auteurs en hij hij wilde deze opnieuw onder de aandacht brengen. Petrarca vond dat ware menselijkheid in zijn eigen tijd niet
meer bestond en herwonnen moet worden uit de literatuur en de filosofie van
de Romeinen van de klassieke periode; alleen daardoor zouden de vele en
velerlei kwalen van zijn chaotische tijd geheeld kunnen worden en zou Europa weer een beschaafd werelddeel worden. Het ging hem om "de verschillende vormen van het streven naar (ware) menselijkheid" en hij deed dat niet uit algemeen belang maar voor zichzelf. Waar andere denkers in die tijd in dienst waren van vorsten of politiek actief waren en daar invloed hadden, studeerde Petrarca voor zichzelf. Daarom reisde hij half Europa rond om in allerlei kloosters handschriften van deze klassieke auteurs te vinden. En hij vond er verschillende, zoals brieven van Cicero en andere auteurs. Het ontsluiten van deze teksten en bestuderen ervan was zijn doel en onderdeel van zijn grote bijdrage aan de Europese ontwikkeling.
Hier is online (pdf) wat meer achtergrond over Petrarca en zijn tijd te lezen.
In de eeuwen daarvoor waren de klassieke auteurs in de vergetelheid geraakt. Van Petrarca is dan ook de term "donkere middeleeuwen" afkomstig, omdat voor Petrarca beschaving gelijk stond met kennis van deze auteurs. Dat deze aanduiding volkomen ten onrechte was en de middeleeuwen ten onrechte het beeld van een periode van stilstand en achterlijkheid gaven, weten we gelukkig nu. Maar het laat wel zien dat Petrarca zich al met al op een kantelpunt in de geschiedenis bevond en een forse duw gaf aan de ontwikkeling van de renaissance. Hij studeerde aan de twee na oudste universiteit van Europa (in Montpellier), maakte de pestepidemie van de 14e eeuw mee (zijn geliefde Laura stierf in 1348 aan de pest en Petrarca was er geregeld voor op de vlucht) en woonde in Avignon waar het Pauselijk gezag in de 14e eeuw was gevestigd. Natuurlijk was Petrarca ook een kind van zijn tijd en heeft hij niet in zijn eentje het humanisme bewerkstelligd. De tijd was rijp en dus viel alles wat hij deed in goede aarde, inspireerde anderen en met zijn tijdgenoten werd zo een forse stap in de ontwikkeling van Europa gezet, op weg naar de samenleving zoals wij die nu kennen.
Tegen deze achtergrond heb ik veel bewondering voor Petrarca en daarom vond ik dat ik toch een paar werken van hem in mijn bibliotheek moest hebben. Gelukkig is er de laatste decennia veel van Petrarca vertaald, niet alleen zijn gedichten (de Canzoniere, zie hier een mooie recensie bij een Nederlandse vertaling) maar ook zijn brieven en andere geschriften. De onvermoeibare Frans van Dooren (1934-2005) heeft - naast veel Dante - ook Petrarca regelmatig vertaald. Van Dooren was diep onder de indruk van Petrarca, vlak voor zijn dood schreef hij in zijn Brief aan Petrarca dat dit kwam omdat "je er altijd zo persoonlijk in aanwezig bent, met je vreugde en droefenis, vervoering en wanhoop, en dat de verzen uitmunten in evenwichtige vormgeving, muzikaliteit en originele beeldspraak". Ook Chris Tazelaar heeft diverse vertalingen van Petrarca's werk op zijn naam staan.
Ik schreef al in een eerder blog dat ik heel blij was om op de boekenmarkt in Dordrecht het jaarwisselingsgeschenk (oplage: 600) Brief aan het nageslacht van Petrarca uit 1991 te vinden (vertaald en toegelicht door Frans van Dooren) en via Marktplaats kocht ik Reisroute naar Jeruzalem. Hoewel Petrarca zich bewust was van zijn roem, begint hij Brief aan het nageslacht toch (vals?) bescheiden: "Hoewel het te betwijfelen valt of een weinig bekende naam wel ver in ruimte en tijd kan doordringen, hebt u misschien toch wel eens iets over mij gehoord. En misschien wilt u ook weten wat voor een mens ik ben geweest (...)". Ook dit is een voorbeeld van hoe in zijn werk de persoonlijkheid van Petrarca terugkwam. Verder kocht ik nog de Stols uitgave Madonna Laura in de vertaling van D. Tol uit 1941 (oplage 500) met daarin 20 canzones vertaald.
Maar ik vond mijn rijtje Petrarca nog veel te mager. Afgelopen maand sloeg ik een mooie slag: op een veiling kocht ik een stapel Ambo Klassiek-uitgaven, waaronder maar liefst drie uitgaven van Petrarca. Alledrie vertaald en toegelicht door Chris Tazelaar en in prima staat, helaas zoals vaak bij deze uitgaven is het frisse rood op de rug vervaagd door het zonlicht. Maar nu bezit ik wel de tekst van de Lauweringsrede (door Petrarca uitgesproken bij het ontvangen van de lauwerkrans op 8 april 1341 op het Capitool in Rome), de brief over de bestijging van de Ventoux en het sleutelwerk Het leven in eenzaamheid waarin Petrarca onderstreept dat zinvol bezig zijn vooral is het "aan literaire studie gewijde tijd, zonder verplichtingen". De uitgebreide toelichtingen en noten zijn de garantie voor veel nieuwe kennis en inzichten over deze sleutelperiode in de Europese geschiedenis. En hoewel ik mijn stapeltje Petrarca nog veel te klein vindt, ben ik blij met de nieuwe aanwinsten!
In deze tijd van corona rest ons weinig anders dan thuislezen. Ook daarin vind ik inspiratie bij Petrarca. Hij schreef zijn Reisroute naar Jeruzalem in 1358 in drie dagen op uitnodiging van Giovanni Mandelli (hier een biografie in het Italiaans), die Petrarca had uitgenodigd om de reis naar Jeruzalem te maken. Petrarca wilde niet mee, vond het te risicovol, maar wilde zijn vriend wel voorzien van een reisbeschrijving, een itenerarium. Voor de beschrijving van de reis, inclusief te vermijden en te bezoeken plaatsen en bijzonderheden over landschap en omstandigheden, putte Petrarca uit zijn ruime bibliotheek: er waren vele (klassieke) auteurs naar Jeruzalem geweest en hij heeft al die inzichten samengevat in zijn reisbeschrijving. En zo reisde hij van achter zijn schrijftafel toch mee naar Jeruzalem, en wie de tekst van Reisroute leest kan zich nauwelijks voorstellen dat Petrarca niet zelf op al die plekken is geweest. Ook wij leven in een tijd van een besmettelijke ziekte (gelukkig niet zo erg als de pest, maar ernstig genoeg) en ook wij moeten reizen via onze bibliotheek, want vakanties of uitstapjes zitten er niet in. Petrarca kan ons inspireren om in dergelijke tijden toch grootse prestaties te verrichten.
Een blog over het verzamelen van boeken en over de zoektocht naar boeken. Door de eigenaar van de Bibliotheca Scatebra (4500+ titels). Waar vind ik mijn boeken? Hoe krijg ik wat ik zoek? Sinds 15 juli 2004 schrijf ik min of meer regelmatig op dit blog over mijn hoogte- en dieptepunten. De naam van het blog is ontleend aan Ayolt Brongers, de enige ware boekensneuper. Lees mee met mijn zoektocht en mijn vondsten... Deze website wordt gearchiveerd door de KB, nationale bibliotheek.
Zoeken in deze blog
Posts tonen met het label middeleeuwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label middeleeuwen. Alle posts tonen
29 maart, 2020
21 november, 2016
269 - 13e/14e eeuws manuscript in mijn bibliotheek
Vorig jaar schreef ik over mijn grote blijdschap bij het - na lang zoeken - kunnen kopen van een incunabel oftewel wiegedruk. Mijn passie voor boeken moest wat mij betreft bekroond worden door het bezit van een werk uit de kraamkamer van het moderne boek: een incunabel, oftewel een boek of geschrift dat gezet is met losse letters en gedrukt voor 1 januari 1501 in Europa. Mijn incunabel, een werk van Bernard van Clairvaux, is gedrukt op 16 december 1490 in Venetië en voldoet daarmee ruimschoots aan de definitie voor een incunabel. Het waren Bernardinus Benalius en Matteo Capcasa die het uiteindelijk voor mij drukten. Bernardo Benali (verre familie van Abdelkader?) was een drukker en typograaf die bekend stond om zijn fraaie drukwerk. Bekend van hem is Dante's Commedia die hij samen met Capcasa drukte op 3 maart 1491 en die een paar jaar geleden nog €45000 opbracht. Helaas verwoestte een brand in het klooster Santo Stefano in 1529 een groot deel van zijn voorraad boeken. Matteo Capcasa was afkomstig uit Parma en werkte met verschillende drukkers in Venetië samen, waaronder dus Benali. Het mooie van deze informatie en van de nauwkeurige datering van het boek is dat ik binnenkort de 526e verjaardag van mijn inuncabel kan vieren en kan toosten op beide heren drukkers.
Wat mij bij het kopen al opviel was dat het boek was gebonden in iets dat leek op een ouder handschrift. Het was heel gebruikelijk in de tijd van de wiegedrukken om deze 'ouderwetse' vorm van schriftelijke communicatie te gebruiken om de moderne boeken mee te binden: ter versteviging van omslagen en ruggen, of zelfs bij wijze van omslag zelf, zoals bij mijn incunabel. In de loop van de 15e en 16e eeuw nam het drukken van boeken een grote vlucht. Het betekende dat heel veel van dit soort handschriften uit het oog verdwenen, maar voortleven in de ruggen en omslagen van boeken in onze bibliotheken. Dat betekent dat er in deze boeken een schat voortleeft die zicht kan geven op het leven in de 15e eeuw en (veel) vroeger.
Tegenwoordig is het mogelijk om onderzoek hier naar te doen zonder het hele boek te hoeven opensnijden. Bijvoorbeeld met X-ray technologie, daarbij kan achter de rug van een boek worden gekeken naar mogelijke fragmenten. Een mooi artikel hoe dit in zijn werk gaat staat hier, waarbij ook zichtbaar wordt hoe ingewikkeld het nog is om deze teksten leesbaar te maken. Overigens staat dit artikel op een mooi blog waar een hele rij boeiende artikelen staat over middeleeuwse teksten. Aanrader: een artikel over middeleeuwse naambriefjes uit een Leids weeshuis waarvan de auteur zegt "this post may make you want to weep",
Ik wilde recent toch wel eens weten wat er nu eigenlijk als omslag voor mijn incunabel was gebruikt. Ik maakte daarom een paar foto's van mijn boek en stuurde ze naar Dr. Erik Kwakkel, expert op het gebied van dit soort handschriften en auteur van bovengenoemd blog (volg hem op Twitter). Hij was bereid naar mijn omslag te kijken en dit is wat hij mij op basis van de foto's schreef:
De inschatting dat het om een Italiaans handschrift gaat is niet raar, aangezien mijn incunabel zoals gezegd in Venetië is gedrukt en het lijkt logisch dat materialen werden gebruikt die voorhanden waren, zoals oude Italiaanse juridische handschriften. In dit geval niet onzichtbaar weggewerkt als versteviging aan de binnenkant van het boek, maar gebruikt als omslag aan de buitenkant. Maar wel met een stuk afgesneden (de linker commentaarkolom, zoals Erik Kwakkel zegt). Waarom het zo is gedaan weet ik niet, maar wat mij wel opvalt is dat dit document op zich best fraai versierd is, met een paar gekleurde initialen. Misschien dat het kleurgebruik en de algemene uitvoering zodanig was, dat men vond dat het wel als omslag gebruikt kan worden. Misschien was dit gewoon de meest goedkope werkwijze in het kader van massaproductie. Misschien sloeg de tekst van het omslag ook een beetje op de inhoud van het boek. Of misschien heeft iemand niet goed opgelet en het omslag er verkeerd om opgeplakt, en was het zo nooit de bedoeling maar is het maar zo gelaten...
Hoe het ook zij, ik ben blij dat ik nu niet alleen een incunabel bezit maar ook nog een - zij het verwassen - handschrift dat nog bijna 200 jaar ouder is. Ik vond de leeftijd van mijn incunabel al hoog - en zal dat op 16 december a.s. plechtig gedenken, mogelijk met een taart met 526 kaarsjes - maar de ruim 700 jaar die deze vage juridische tekst uit Italië meegaat maakt dat ik mij helemaal nederig voel bij zoveel historie.
Wat mij bij het kopen al opviel was dat het boek was gebonden in iets dat leek op een ouder handschrift. Het was heel gebruikelijk in de tijd van de wiegedrukken om deze 'ouderwetse' vorm van schriftelijke communicatie te gebruiken om de moderne boeken mee te binden: ter versteviging van omslagen en ruggen, of zelfs bij wijze van omslag zelf, zoals bij mijn incunabel. In de loop van de 15e en 16e eeuw nam het drukken van boeken een grote vlucht. Het betekende dat heel veel van dit soort handschriften uit het oog verdwenen, maar voortleven in de ruggen en omslagen van boeken in onze bibliotheken. Dat betekent dat er in deze boeken een schat voortleeft die zicht kan geven op het leven in de 15e eeuw en (veel) vroeger.
Tegenwoordig is het mogelijk om onderzoek hier naar te doen zonder het hele boek te hoeven opensnijden. Bijvoorbeeld met X-ray technologie, daarbij kan achter de rug van een boek worden gekeken naar mogelijke fragmenten. Een mooi artikel hoe dit in zijn werk gaat staat hier, waarbij ook zichtbaar wordt hoe ingewikkeld het nog is om deze teksten leesbaar te maken. Overigens staat dit artikel op een mooi blog waar een hele rij boeiende artikelen staat over middeleeuwse teksten. Aanrader: een artikel over middeleeuwse naambriefjes uit een Leids weeshuis waarvan de auteur zegt "this post may make you want to weep",
Ik wilde recent toch wel eens weten wat er nu eigenlijk als omslag voor mijn incunabel was gebruikt. Ik maakte daarom een paar foto's van mijn boek en stuurde ze naar Dr. Erik Kwakkel, expert op het gebied van dit soort handschriften en auteur van bovengenoemd blog (volg hem op Twitter). Hij was bereid naar mijn omslag te kijken en dit is wat hij mij op basis van de foto's schreef:
Het gaat om een handschrift van c. 1300 of de vroege veertiende eeuw dat zeer waarschijnlijk in Italië (?) werd geschreven. De presentatie betreft een “textus inclusus”, ook wel “square bracket glossing” genoemd. Hierbij staan er twee tekst columns centraal, met daarom heen gedrapeerd een commentaar tekst. Deze presentatie was zeer gewoon bij rechtshandschriften, en de kans is groot dat we die ook hier zien. (Op de grote foto met rode Q zijn kolom 1 en 2 de hoofdtekst, en kolom 3 het commentaar. Aan de linkerzijde van kolom 1 was er oorspronkelijk nog een commentaarkolom te vinden.) Ik kan de tekst evenwel niet identificeren omdat de tekst is vervaagd, vermoedelijk met opzet, want vaak werd bij dit soort omslagen gepoogd de tekst weg te wassen.
De inschatting dat het om een Italiaans handschrift gaat is niet raar, aangezien mijn incunabel zoals gezegd in Venetië is gedrukt en het lijkt logisch dat materialen werden gebruikt die voorhanden waren, zoals oude Italiaanse juridische handschriften. In dit geval niet onzichtbaar weggewerkt als versteviging aan de binnenkant van het boek, maar gebruikt als omslag aan de buitenkant. Maar wel met een stuk afgesneden (de linker commentaarkolom, zoals Erik Kwakkel zegt). Waarom het zo is gedaan weet ik niet, maar wat mij wel opvalt is dat dit document op zich best fraai versierd is, met een paar gekleurde initialen. Misschien dat het kleurgebruik en de algemene uitvoering zodanig was, dat men vond dat het wel als omslag gebruikt kan worden. Misschien was dit gewoon de meest goedkope werkwijze in het kader van massaproductie. Misschien sloeg de tekst van het omslag ook een beetje op de inhoud van het boek. Of misschien heeft iemand niet goed opgelet en het omslag er verkeerd om opgeplakt, en was het zo nooit de bedoeling maar is het maar zo gelaten...
Hoe het ook zij, ik ben blij dat ik nu niet alleen een incunabel bezit maar ook nog een - zij het verwassen - handschrift dat nog bijna 200 jaar ouder is. Ik vond de leeftijd van mijn incunabel al hoog - en zal dat op 16 december a.s. plechtig gedenken, mogelijk met een taart met 526 kaarsjes - maar de ruim 700 jaar die deze vage juridische tekst uit Italië meegaat maakt dat ik mij helemaal nederig voel bij zoveel historie.
Trefwoorden:
boekbinden,
drukkers,
incunabel,
middeleeuwen,
Venetië
30 oktober, 2007
136 - Hoe werkt een beek ehhh.. een boek?
In deze tijd waarin nogal eens de discussie wordt gevoerd over het einde van het boek (zie dit bericht, over de iLiad, die de definitieve concurrent van het boek moet worden...), is het goed om nog eens terug te denken aan het moment van de introductie van het boek.
Want vergeet niet dat het boek zoals wij dat kennen een revolutie was en de wereld heeft veranderd. Toch viel het voor de eerste gebruikers niet mee om de functionaliteit van het boek te leren kennen en te waarderen. Gelukkig was er ook in die tijd een helpdesk.
Zie bijgaand hilarisch filmpje waarop die moeizame eerste stappen zijn vastgelegd. Wie had gedacht dat het boek zou uitgroeien tot zo'n groot succes?
Abonneren op:
Posts (Atom)






