Posts tonen met het label gesigneerd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gesigneerd. Alle posts tonen

24 juli, 2025

362 - Oogst op een regenachtige boekenmarkt in Dordrecht

Dit jaar toog ik met mijn dochter naar de boekenmarkt in Dordrecht, en heus niet alleen omdat we deze keer verhinderd zijn om naar Deventer te gaan (nou ja, een beetje speelde dat wel mee). Maar ook omdat Dordrecht een mooie grote boekenmarkt in een prachtig centrum heeft. Dus sowieso de moeite waard om te bezoeken.

(c) Dordt Centraal, www.dordtcentraal.nl
Met angst en beven keken we naar de weersverwachting op weg naar de zondag, en we besloten toch te gaan ondanks de grote regenkans. Hoe erg kon het worden, dachten we? De buien waaien vast wel over Nou, het werd erg. Zoveel regen op zo’n dag heb ik niet vaak meegemaakt. Doodzonde voor de handelaren, voor de boeken natuurlijk en uiteindelijk voor de markt als geheel. Boudewijn Büch wist in Boekenpest al smakelijk te vertellen over vocht als één van de vijanden van boeken. Hij had heel wat inspiratie voor dat hoofdstuk op kunnen doen op deze boekenmarkt. Veel bezoekers besloten al helemaal niet meer te komen en ook verschillende handelaren bleven weg: diverse kramen bleven leeg. Maar zij die er waren hadden een mooi aanbod! De volhouders moesten beloond worden, en wij gingen op weg.

Het viel niet mee om toch nog boeken te bekijken omdat veel kramen afgedekt werden. En als ik dan wat had gekocht, dan viel het niet mee om de boeken droog te houden, want de watervloed kwam uiteindelijk overal doorheen. Het meeste heb ik droog thuisgekregen, maar een enkel boek heeft uiteindelijk toch wat waterschade opgelopen helaas.

Desondanks was het een mooie dag, met een mooie oogst.

De vondsten

Allereerst was ik op zoek naar een mooie druk van de debuutroman van Lize Spit, Het smelt. De reden is dat we met de leesclub hebben afgesproken dit boek te lezen, en dan wil ik natuurlijk niet aankomen met een willekeurige zoveelste druk. En gelukkig: ik kon het speciale exemplaar kopen dat was verschenen bij de lancering van uitgeverij Das Mag. Destijds, bij de start van Das Mag, konden supporters de nieuwe uitgeverij financieel steunen en iedereen die dat deed (voor minstens 50 euro) kreeg een exemplaar van Het smelt - met een bijzonder omslag. Eén van die exemplaren heb ik nu ook. Achterin het boek staat een hele lijst met de namen van degenen die de start hebben ondersteund. Een indrukwekkende lijst met talloze bekende en onbekende namen, zoals Arie Boomsma, Aaf Brandt Corstius, Adriaan van Dis, Ingmar Heytze, Herman Koch, Arjen Lubach, Connie Palmen, Felix Rottenberg, Georgina Verbaan en talloze anderen. Uiteindelijk waren er zo’n 3.000 sponsors. En Lize Spit had haar eerste bestseller te pakken.

Het bakje W. de Graaf

Naast Lize Spit was ik natuurlijk op zoek naar boeken uit mijn vaste aandachtsgebieden: boeken over boeken, bibliofiele uitgaven, uitgaven van drukkerij Trio en papierhandel Corvey - kortom: genoeg om mijn ogen en handen bezig te houden. En tussendoor greep ik hier en daar nog een boek mee dat ik beslist moest lezen, zoals een mooie gebonden Joseph Roth (Zipper en zijn vader) en Rob van Essen’s Miniapolis in eerste druk en een Paul Auster die ik nog niet had.

Maar ik vond ook verschillende uitgaven van margedrukkers, die ik altijd graag meeneem. De eerste was een boekje met de titel Ik ben maar zelden goed bij stem, een verzameling aforismen van Antony Kok. Dit werk werd in 1981 uitgegeven bij Bubb Kuyper's de Lojen Deur Pers in 175 genummerde exemplaren (ik heb nummer 67). Een toelichting bij deze aforismen werd geschreven door W. de Graaf. Antony Kok  (1882-1969) was mede-oprichter van het tijdschrift De Stijl en levenslang bevriend met Theo van Doesburg. Ook gold hij als een mecenas voor Piet Mondriaan. Als liefhebber van het werk van de Stijl, in het bijzonder van Bart van der Leck en Piet Mondriaan, was ik hier bijzonder blij mee. De aforismen zijn vrij algemeen van aard en gaan niet per se over zijn relatie met de kunsten: "Naarmate ik ouder word, interesseren mijn eigen meningen me steeds minder".

Even later pakte ik een volgende verzameling aforismen op, dit keer van de hand van Karl Kraus, de Oostenrijkse dichter (1874-1936). Dit keer bleek het een uitgave van de Avalon Pers uit 1991, in een oplage van 49 ongenummerde exemplaren. Ook in deze uitgave is de hand van W. de Graaf zichtbaar, die de vertaling verzorgde. Deze aforismen zijn wat bijtender dan die van Kok: "Wanneer het culturele zonnetje laag staat, werpen zelfs dwergen lange schaduwen" en "De aanspraak op een plekje onder de zon is bekend. Minder bekend is, dat deze ondergaat zodra het plekje veroverd is".

Een derde vondst was het werkje Kinderboeken, een tekst van Lizzy Ansingh (1875-1959), de Nederlandse kunstschilderes die ik kende van het door haar geschreven boek Tante Tor is jarig, dat in 1950 werd uitgegeven door Stichting de Roos. Hoewel Ansingh zelf beeldend kunstenaar was, schreef zij de tekst en werd dat boek geïllustreerd door Nelly Bodenheim. Dat Ansingh wel meer schreef, blijkt uit deze tekst over het karakter van kinderboeken dat eerder verscheen in Het Parool in 1958. Ansingh verbaast zich hierin over de gruwelijkheden in oudere kinderboeken die zij las (kinderen raken daarin verminkt, vermist, overlijden, etc.) en vraagt zich af: "Kan een kind met zulke lectuur een vrolijke jeugd beleven en daarna een opgewerkt en gelukkig leven leiden?". Deze herdruk verscheen bij de Houtpers van Niek Smaal in Haarlem in 1982, in 150 genummerde exemplaren (ik heb nummer 81). Grappig genoeg stond in deze uitgave een vermelding van de vorige eigenaar. Meestal heb ik daar een bloedhekel aan en is dat reden om een boek te laten liggen - ik begrijp werkelijk niet waarom mensen hun naam in een boek willen krassen, doe dan tenminste een behoorlijk ex-libris. Maar in dit geval stond er: "Geschenk van de heer W. de Graaf", gedateerd 23 oktober 1982. De ondertekening kan ik helaas niet lezen. Ook in deze uitgave is dus de hand van W. de Graaf zichtbaar. Ik heb dus kennelijk in een bakje staan graaien met werk dat afkomstig was uit kringen waarin deze W. de Graaf actief was.

Met W. de Graaf wordt Wim de Graaf bedoeld, die uitgever, antiquaar en publicist was. De Graaf was een kenner van kunststromingen De Stijl en Dada, en in het bijzonder het werk van o.a. Kurt Schwitters, Theo van Doesburg en Antony Kok. Niet zo vreemd dus dat zijn hand zichtbaar was in de uitgaven die ik in Dordrecht kocht en wie even zoekt tussen de uitgaven van de Avalon Pers en andere marge-uitgevers, of overige De Stijl-gerelateerde publicaties, vindt talloze vermeldingen van vertalingen, toelichtingen of andere bijdragen van Wim de Graaf. 

Nog meer marginaal

Naast werk dat gerelateerd is aan Wim de Graaf nam ik nog een paar mooie drukwerken mee. Eén ervan stond op mijn lijstje desiderata. Ik vertelde eerder dat ik een mooie collectie boeken van Jan van Herreweghe had gekocht, die in zijn beschouwingen over de wereld van het boek steevast naar allerlei interessante titels verwijst. In Aankomen in Boekzele verwijst hij naar het mij onbekende boekje Een boekverkoper in St. Petersburg omstreeks 1860 van Andreas Wolff. De schrijver vertelt daarin over de boekhandel van zijn grootvader, die op goede voet stond met de literaire grootheden uit de Russische literatuur in die tijd: Toergenjev, Gonstjarov, Tolstoj en Dostojevski. Geen namen om je voor te schamen als boekhandelaar. De geschiedenis gaat niet zozeer alleen over de boekhandel, maar vooral ook over het literaire klimaat in Rusland in de tweede helft van de 19e eeuw. Dit werk was in beperkte oplage verschenen bij de Mouette Press in Oxford, in 1969, in een oplage van 376 (+5) exemplaren. Tot mijn verrassing stond één van die exemplaren in Dordrecht op mij te wachten.

De Mouette Press is de pers van Wim Meeuws, die in Oxford Nederlandstalige werken publiceerde (zie hier een briefwisseling van Wim Meeuws). Mijn exemplaar is ongenummerd. Uit het colofon leer ik dat er verschillende varianten zijn verschenen:
- 5 exemplaren in half kalfsleer, gesigneerd door auteur, illustrator en vertaler
- 95 exemplaren op Van Gelder papier, met de houtsnede op Japans Ouda papier in hard kartonnen omslag. Gesigneerd
- 276 exemplaren op Burgundia, ingenaaid
- 26 exemplaren op Burgundia, genummerd A-Z en niet in de handel
Mijn exemplaar is niet gesigneerd, maar wel in hard kartonnen omslag. Ik kan niet onderscheiden of het gedrukt is op Burgundia of Van Gelder, maar ik zie wel dat de houtsnede op afzonderlijk papier is gedrukt en gesigneerd is. Ik vermoed dat ik één van de 95 exemplaren heb gekocht.

Een volgende vondst was het werkje Een brandstichting in Ruinen 1877 van C. van Dijk. Dit is een verhaal op basis van een krantenbericht, over de brandstichting in de titel. Het verscheen bij de Klencke Pers in Oosterhesselen in een oplage van 60, bij wijze van jaarwisselingsgeschenk. Het is gesigneerd door “Loek en Kees”. C. van Dijk is Cees/Kees van Dijk, die drukte bij de Tuinwijkpers, Agri Montis en de Klencke Pers nadat hij eerst de Carlinapers startte. Grappig genoeg zat in de mooie kavel bibliofiele uitgaven die ik eind 2024 bij Bubb Kuyper kocht (ik schreef er hier over) ook werk van de Carlinapers. 

Een ander boeiend werkje is De kattenmoord van Erich Wichman (1890-1929), de excentrieke Nederlandse kunstenaar, graficus en beeldhouwer die later in zijn leven fascist werd. Hij was de broer van de bekende juriste en voorvechtster van vrouwenrechten Clara Wichmann (met dubbel n). Dit gedicht verscheen eerder in het blad van het Utrechts Studenten Corps in 1913, en is door de Bucheliuspers (de Utrechtse drukkerij van Arjaan van Nimwegen) in 1983 opnieuw uitgeven in 125 exemplaren (ik heb nummer 36). Van Erich Wichman bleek ik al een ander werk te hebben, namelijk het essay Stijl onder vuur dat als Reigercahier verscheen bij uitgeverij Kwadraat in beperkte oplage (ik heb nummer XXIX van XXX uit een totale oplage van 230). Zie mijn stukje over Pierre Kemp over andere Reigercahiers. Dit bevat trouwens een inleiding van Arjaan van Nimwegen. Wichman zet zich in dit essay af tegen De Stijl, hoewel hij zelf wel bevriend was met Theo van Doesburg en samen met hem nadacht over het starten van een tijdschrift. Van Nimwegen licht toe hoe Wichman's "opvattingen over kunst en maatschappij tussen 1913 en 1920 een majestueuze ommezwaai maakten", waarbij hij veel vrienden liet vallen. Rond 1915 stonde de opvattingen van Van Doesburg en Wichman zich het dichtst bij elkaar, aldus Van Nimwegen, "maar de artistieke verwijdering voltrok zich snel. (...) Van Doesburg vatte het gelaten op". Deze verwijdering leidde tot het tamelijk rancuneuze stuk over de Stijl.  Het zou mij gelet op de thematiek trouwens niet verbazen als ook het werkje De kattenmoord uit “het bakje W. de Graaf" kwam, maar ik heb het verband niet kunnen achterhalen. 

Nauwelijks Corvey of Drukkerij Trio

Ik had gehoopt nog wat uitgaven te kunnen toevoegen aan mijn collecties Corvey-uitgaven of de uitgaven in de serie Van Trio aan zijn Zakenvrienden. Helaas was Dordrecht mij op dat punt niet zo gunstig gezind als Deventer vorig jaar. Desondanks kon ik toch nog wat aardigheden meenemen.

Zo kocht ik een boekje met een nogal lange titel: Waerachtige Historye vant gene geschiet ende gepassert is, van tijt tot tijt, geduirende de gevanckenisse van mijnen heere Johan van Oldenbarnevelt, van Johan Francken. Dit werkje verscheen bij Kroonder in Bussum in 1945, net wel of net niet een illegale uitgave. Maar ik wilde het graag hebben omdat de typografie en vormgeving in handen was van Johan van Eikeren, die de reeks Corvey-uitgaven verzorgde. Ik heb hier drie uitgebreide blogs over geschreven. Van Eikeren heeft voor verschillende boeken bij verschillende uitgeverijen de typografie verzorgd maar was in de naoorlogse jaren vooral actief bij Kroonder. Deze mag daarmee ook bij mijn Corvey/Van Eikeren-collectie.

Een tweede aardige vondst was de Voorrede uit het manuale tipografico van Giambattista Bodoni. Het handboek typografie van Bodoni verscheen postuum in 1818 en geldt als standaardwerk voor typografie. Frans A. Janssen schreef in 2005 in De Boekenwereld  een artikel over dit voorwoord, en hoe het hem tijd kostte om het te doorgronden.  Hij schrijft: 

Bodoni's voorwoord bleek pas bij nader inzien een boeiende tekst. De grote typograaf toont al aan het begin dat hij kind van zijn tijd is, wanneer hij zegt dat hij zich gewijd heeft aan de vervolmaking (‘perfezione’) van de boekdrukkunst. (...) Wat Bodoni niet zonder trots meldt, is in feite dat hij de typografie op twee manieren heeft verrijkt: door het beter te doen en door meer te doen. Deze twee zaken bepalen de indeling van het voorwoord. Hij meent dat zijn ontwerpen van drukletters en van lay-out de schoonheid beter dienen, en hij definieert schoonheid als een samengaan van goede harmonie en goede verhoudingen. De elementen die de schoonheid van een lettertype uitmaken, worden geanalyseerd en er worden aspecten van vormgeving van het gedrukte boek in detail besproken, zoals de keuze van het papier, het satineren (gladmaken) van het papier na de druk, het terugdringen van ornamenten en de felle zwarting van de inkt. Leidraad bij het typografisch ontwerpen is eenvoud (‘semplicità’). (...) Bodoni toont zijn ijdelheid opnieuw als hij in het tweede gedeelte van zijn voorwoord zijn bijdragen aan de boekdrukkunst opsomt (het meer): duizenden stempels en matrijzen voor honderden lettertypen en andere tekens ten behoeve van het drukken van westerse en niet-westerse alfabetten.

Dit werkje is vertaald door F. Kerdijk en verscheen in 1943 bij drukkerij Trio. Van de uitgaven van drukkerij Trio in de serie “Van Trio voor zijn zakenvrienden” is niet zo’n samenhangende biografie gemaakt als van de Corvey-uitgaven. En hoewel in dit werkje die vermelding dan ook niet staat, mag het toch beschouwd worden als een relevante Trio-uitgave. Die mag dus in die collectie, en is daarmee een van mijn oudste Trio-uitgaven.

Een laatste relevante vondst is het werkje Over de uitvinding der boekdrukkunst van G. Benders, uitgegeven door boekdrukkerij G.J. van Amerongen in circa 1925. Drukkerij van Amerongen heeft in de jaren daarna talloze Corvey-uitgaven geproduceerd. Van Eikeren maakte gebruik van meer drukkerijen, omdat Corvey als papiergroothandel natuurlijk vele klanten wilde bedienen, maar Van Amerongen is een tijdje de ‘huisdrukker’ geweest van Corvey. Daarom vond ik dit werkje toch relevant, en stop ik het ook bij de Corvey-collectie.

Ik zal jullie niet vermoeien met alle andere titels, maar het zal duidelijk zijn dat het een welbestede dag was en dat de regen een grote dreiging was voor de boeken, maar niet voor ons humeur. Ook dochterlief ging met een volle tas naar huis toe. Het is nog niet bekend welke boekenmarkt(en) wij volgend jaar gaan bezoeken - Deventer, Dordrecht, Tilburg, Utrecht of allemaal - maar ook dit bezoek smaakte als vanouds naar meer!

21 januari, 2025

357: Veilingvondst: bijzondere opdrachtexemplaren

Zoals zo vaak in de afgelopen jaren sloeg ik mijn slag op de veiling van Bubb Kuyper, altijd speurend naar pareltjes van aanwinsten voor mijn bibliotheek. Eén van de kavels waar ik dit keer mijn hand op legde, bestond uit een grote hoeveelheid uitgaven van 'private presses', waarvan er een aantal werden beschreven maar veel ook niet. Wat mij vooral triggerde was de vermelding dat het kavel ook nieuwjaarswensen van Chris Leeflang en Stichting de Roos bevatte, zoals bekend een verzamelgebied van mij. Dit kavel bood mij dus niet alleen de kans om mijn collectie nieuwjaarsuitgaven van De Roos compleet te  maken, maar had ongetwijfeld ook nog verschillende mooie bibliofiele verrassingen in petto.


En inderdaad, dat was ook zo. Ik kan nog wel een paar blogs wijden aan de leuke vondsten die ik deed. Zo zijn er nu nog maar weinig gaten in mijn collecte nieuwjaarsgeschenken van De Roos. Slechts de nieuwjaarswens voor 1989 mis ik nog. Wie die heeft liggen, kan zich bij mij melden. 
Voor wat betreft de andere vondsten begin ik met twee bijzondere opdrachtexemplaren. Ik hou sowieso van gesigneerde werken zoals de lezer van dit blog weet, en dan zijn opdrachtexemplaren natuurlijk helemaal leuk. Als de auteur niet alleen willekeurig signeert, maar ook nog een extra tekst schrijft, is dat bijzonder. Die opdrachten kunnen trouwens evengoed aan een willekeurige liefhebber zijn gericht, bijvoorbeeld doordat de auteur tijdens een signeersessie net wat meer moeite doet dan alleen een krabbel zetten. Daar heb ik ook verschillende voorbeelden van. Maar soms is de opdracht van de auteur gericht aan iemand die van betekenis was voor de auteur of het werk, of die anderszins een bijzondere relatie had met de auteur. Dan schijnt het werk met opdracht ineens een bijzonder licht op deze auteur en de relatie met die ander. Dit soort exemplaren wordt in biografieën nogal eens gebruikt om het netwerk rond een bepaalde auteur te reconstrueren, of met wie hij relaties onderhield. Zo schrijft Bart Slijper (zie hieronder): "Een biograaf moet zijn verhaal zien te bouwen van wat snippers papier, die maar min of meer toevallig bewaard zijn gebleven. Het is niet gek dat hij soms niets te weten komt over zaken die toch heel belangrijk kunnen zijn geweest." Dat maakt het boek met een betekenisvolle opdracht extra bijzonder. De volgende twee werken laten dit zien.

De vos opgemerkt

In 1933 verscheen Het verhaal van den vos van Martinus Nijhoff, “een vroolijke vertooning met zang en dans”. Dit libretto was gebaseerd op het werk Renard van Igor Stravinsky. Stravinsky (1882-1971) was een in Rusland geboren componist en dirigent, die in 1934 Frans en in 1945 Amerikaans staatsburger werd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonde hij in Zwitserland, waar hij zich wijdde aan het schrijven van Renard, een op het verhaal van Van den vos Reynaerde gebaseerde burlesque. In het werk van Stravinsky neemt de vos tot twee keer toe de haan te pakken, die wordt gered door zijn vrienden de kat en de ram. Het werd in 1922 voor het eerst opgevoerd.
Nijhoff vertaalde dit libretto in het Nederlands. Het was niet de eerste vertaling door Nijhoff van Stravinsky’s werk. Eerder vertaalde hij De geschiedenis van de soldaat dat oorspronkelijk in 1918 verscheen (en waarvan ik een door Nijhoff vertaalde versie uit 1954 heb die verschenen is als een Model voor den uitgever van Corvey). In een artikel uit 2022 van Mathijs Sanders wordt betoogd dat dit werk van Stravinsky een belangrijke invloed had op Nijhoff:
Stravinsky, de apollinische avantgardist, had Nijhoff ontbolsterd. Nu durfde hij de spreektaal in zijn poëzie te brengen (Awater, Het uur u, de bijbelse spelen, zijn psalmberijmingen), in een voortdurende dialectiek van traditie en vernieuwing. Als vertaler droeg hij bij aan het overdragen van het waardevolle uit het verleden.
Ook in de mooie biografie over Nijhoff van Bart Slijper wordt benoemd hoe belangrijk Stravinsky en het modernisme in Parijs voor Nijhoff was. Slijper vertelt nog veel uitgebreider over de de vertaling van De geschiedenis van de soldaat en hoe Nijhoff het werk vertaalde. En Nijhoff vertaalde vervolgens dus ook Renard
Nijhoff was een bekwaam vertaler, niet voor niets is de bekendste Nederlandse vertaalprijs naar hem genoemd. Nijhoffs vertalingen zijn dan ook veelal bewerkingen, hij zet de tekst naar zijn hand. Dat geldt ook voor Renard dat Het verhaal van den vos werd.
Het is niet de eerste bijzondere Nijhoff die ik kocht. Eerder kocht ik een titel uit de bibliotheek van de Nijhoffs. Nijhoff leverde ook de tekst voor drie nieuwjaarsgeschenken van de De Roos waar ik zojuist over schreef, en hij vertaalde een tekst van T.S. Eliot dat ook nieuwjaarsgeschenk werd. 
Het boek dat ik nu heb gekocht kent zoals gezegd een bijzondere opdracht. Nijhoff schreef het aan de danser en regisseur Abraham van der Vies (1899-1961), die hij bedankte omdat deze hem voor het eerst opmerkzaam had gemaakt op dit werk van Stravinsky. Wanneer dat was weten we niet, maar wellicht was dit al gebeurd toen Nijhoff De geschiedenis van de soldaat vertaalde. Die vertaling verscheen in 1930. Nijhoff zal bij het vertalen van De geschiedenis van de soldaat toch ook al op Renard zijn gestuit, via Van der Vies dan kennelijk? In zijn biografie wordt aannemelijk gemaakt dat hij beide stukken goed kende uit zijn Parijse tijd, maar de naam Abraham van der Vies komt in de hele biografie niet voor. Is deze opdracht wellicht één van "de snippers papier" die Slijper nog miste bij het schrijven van de biografie? Of is de opdracht van veel minder belang en zei Nijhoff dit uit beleefdheid tegen Van der Vies terwijl hij Stravinsky's werk allang kende?
Van der Vies was mede-oprichter van de Stichting de Vijf Kunsten, een groep kunstenaars die onder meer aan de wieg stond van het Scapino ballet (Van der Vies bedacht ook de naam Scapino voor dit gezelschap). De opzet van De Vijf Kunsten was om met een groep jonge kunstenaars uit diverse disciplines ongewone, moderne of nieuw te maken theater-, dans- of operawerken te laten opvoeren. Dit alles had een sterk experimenteel karakter. Toneel, dans, muziek, literatuur en beeldende kunsten zouden moeten samengaan. Dat experimentele en modernistische zal Nijhoff aangesproken hebben, maar al ruim voor de oorlog en voor het ontstaan van De Vijf Kunsten had hij dus al contact met Van der Vies, zo blijkt uit deze opdracht. Heel kort door de bocht en zonder enige feitelijk grond geformuleerd: zonder Van der Vies geen Stravinsky voor Nijhoff, en zonder Stravinsky misschien dus een andere ontwikkeling van het dichterschap van Nijhoff. Het zou allemaal vast wel goed gekomen zijn met Nijhoff, maar dit opdrachtexemplaar toont ons wellicht even hoe belangrijke inspiratie in Nijhoffs leven tot stand kwam.

Over het Vlaams genie

In 1946 verscheen bij uitgeversmaatschappij Standaard Over het Vlaamsch genie van J.A. Goris (1899-1984), oftewel Jan-Albert Goris, beter bekend onder zijn literair pseudoniem Marnix Gijsen. Goris was in het dagelijks leven ambtenaar en universitair docent. Hij schopte het onder meer tot kabinetschef van verschillende ministers en ook was hij oorlogspropagandist voor België tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten. Hij zou tot 1963 in de VS blijven. Maar hij was ook poëziecriticus en wilde na de oorlog als Marnix Gijsen weer deel uitmaken van het culturele leven. Sindsdien schreef hij een grote hoeveelheid romans. Zie voor een uitvoerig levensbericht hier
Tijdens de oorlog hield Goris verschillende lezingen, waaronder één met de titel Du génie Flamand, dat na de oorlog verscheen onder de titel Het Vlaamsch genie. In het werkje gaat Goris in op de Vlaamse volksaard en hij is daarin niet per se positief. Dat vond ook mede-Vlaming Ivo Michiels (1923-2012), die eveneens in 1946 in het tijdschrift Golfslag inging op de tekst. Hij noemde het "de grofste, de wansmakelijkste caricatuur die ooit door een Vlaming over zijn volk werd geschreven". 
Wat ik grappig vind is dat Goris zijn vertaalde lezing vooraf laat gaan door een citaat van… Marnix Gijsen, namelijk uit zijn gedicht Het onbegrepen gesprek. Goris die Goris citeert in zijn eigen werk dus…
Dit exemplaar is afkomstig uit het bezit van Firmijn van der Loo, zo blijkt uit het ingeplakte ex-libris. De Antwerpenaar Firmijn van der Loo (1913-1997) was schilder, pianoleraar en dichter en publiceerde onder meer een bibliografie over de Vlaamse auteur Maurice Gilliams. Als schilder vereeuwigde hij het huis waar Gilliams zijn jeugd doorbracht. Een groot deel van zijn collectie boeken werd in 1983 geveild bij Beijers in Utrecht, waaronder vele met het karakteristieke ex-libris dat ook in mijn exemplaar zit. Grappig genoeg vond ik dat waarschijnlijk exact dit exemplaar in oktober 2022 als onderdeel van kavel 365 in de veiling van Van der Wiele is verkocht. Als één van de zes boeken in dat kavel staat namelijk dit boek, inclusief de opdracht van de auteur aan Van der Loo. De koper heeft er kort plezier van gehad, want in het najaar van 2024 is het dus alweer geveild bij Bubb Kuyper en door mij gekocht. Zou dit exemplaar destijds ook in de veiling van Beijers hebben gezeten? Ik bezit die catalogus niet (in tegenstelling tot de Beijers-catalogus Johan Polak) dus ik kan het niet nazoeken.
De opdracht van Goris (als Marnix Gijsen) spreekt van “oprechte hulde” aan Van der Loo. De opdracht is niet gedateerd, de hulde hoeft dus niet in 1946 gebracht te zijn maar kan ook van later datum zijn. Er is weinig online te vinden over het leven van Van der Loo en ik kan dan ook niet duiden wanneer hij eventueel gehuldigd is (Als schilder? Als dichter?). Maar wellicht gaf Goris/Gijsen hem dit werkje in 1976, toen Van der Loo zijn bibliografie over Gilliams publiceerde, en had de titel daar betrekking op. Immers, Gilliams kan als Vlaams genie worden beschouwd en Goris heeft zich altijd ingezet voor Vlaamse cultuur en literatuur - en was mogelijk heel blij dat Van der Loo zich zo voor Gilliams  had ingezet. Maar het kan net zo goed iets anders zijn geweest. Waarschijnlijk zullen we het nooit weten.

10 oktober, 2024

354 - Recente aanwinsten

Meestal publiceer ik een blog over een bijzonder boek dat ik heb gekocht of een aanwinst die ik na veel moeite heb gevonden. Maar mijn bibliotheek bestaat zeker niet alleen maar uit bijzondere vondsten. Er sijpelen permanent boeken naar binnen die ik ergens vind, die interessant voor mij zijn of die ik krijg. Daarom dit keer een overzicht wat ik de afgelopen periode zoal opdook - naast de Corvey modellen waarover ik al uitgebreid vertelde. Het meeste kwam via uiterst schappelijke prijzen bij mij - een euro hier, twee euro daar... Verontrustend dat tweedehands boeken zo goedkoop zijn, maar voor mij op dit moment fijn om zo mijn collectie snel uit te breiden.

Boeken over boeken

Uiteraard is er weer een flink aantal "boeken over boeken" aan mijn collectie toegevoegd. Een curieuze vondst deed ik op de boekenmarkt in Deventer. Bij een kraam waar een lading boeken en ander drukwerk zonder enige ordening was uitgestort, zag ik een boek met de titel Bookworm droppings, geschreven door Shaun Tyas en gepubliceerd in 1989. Wat het ook zou zijn, ik moest het natuurlijk hebben en het was mij de gevraagde 2 euro uiteraard sowieso waard. Het bleek een verzameling citaten van klanten in (tweedehands) boekwinkels te zijn, ingezonden vanuit de boekhandels zelf. Uiteraard vooral een collectie uitspraken van klanten die soms niet eens lijken te beseffen dat ze in een boekhandel zijn, of die graag willen laten zien dat ze veel kennis hebben maar dan toch er weinig van lijken te begrijpen. Dit soort citaten doen het natuurlijk altijd goed - want de lezer is uiteraard wel deskundig en kan met de verkoper meevoelen hoe erg het is om dit soort klanten te hebben. Er was in elk geval genoeg aanbod, want Tyas schreef later nog een boek met de voor de hand liggende titel More bookworm droppings.

Customer: "Well, now that you've bought my books, can you lend me a pair of scissors?
Shopkeeper: "Yes, certainly, but why do you want them?"
Customer: "I want to cut my name out of each book."
(in Bibliopol, Northampton)

Customer: "How much do you pay for books?"
Shopkeeper: "What sort of books?"
Customer: "Oh, you know, ones with pages."
(in Foster Books)

Shaun Tyas is niet de enige die op deze manier de onnozelheid van klanten toont. Het boek deed mij sterk denken aan de twee boeken van Jen Campbell, met de titels Weird things customers say in bookshops en More weird things customers say in bookshops. Ook die twee boeken zijn citaten van klanten in (reguliere) boekhandels, en ze laten een vergelijkbare onnozelheid zien als in de boeken van Tyas. Ook in de legendarische kronieken van de firma Hinderickx en Winderickx komen regelmatig dit soort uitspraken van klanten terug, evenals in Shaun Bythell's Diary of a bookseller. Al met al genoeg redenen om zelf geen ambitie te hebben een antiquariaat te beginnen. Het lijkt mij afschuwelijk om als er dan toch klanten komen, dit soort dialogen te moeten voeren.

Een andere aanwinst is Austin Dobson's A bookman's budget. Ook dit is een boek met citaten, gepubliceerd in 1917. Het zijn in feite de leeservaringen van de auteur, die er een gewoonte van had gemaakt interessante passages uit boeken die hij las over te nemen. Dit leidde tot zo'n grote collectie, dat het een boek werd met honderden gedichten, aforismen, alinea's uit allerlei boeken die gaan over schrijvers, ideeën en lezers.

Tot slot kreeg ik Zo makkelijk kom je niet van boeken af, het verslag van gesprekken tussen Umberto Eco en Jean-Claude Carrière over het belang van boeken, en natuurlijk bespiegelingen over het mogelijke verdwijnen van het boek. De gesprekken werden gevoerd voor 2010, toen e-books nog min of meer in opkomst waren en het internet al een grote vlucht had genomen. Maar Eco en Carrière - die beiden beschikten over enorme bibliotheken van tienduizenden exemplaren - beschouwen de geschiedenis en de toekomst van het boek en maken zich uiteindelijk geen zorgen over het boek. Het zal altijd blijven bestaan, naast nieuwe ontwikkelingen en nieuwe media. Interessant en grappig zijn de beschouwingen van de heren over de ontwikkeling van ideeën in onze cultuur, in hoofdstukken met titels als "Onze kennis van het verleden hebben we te danken aan idioten, imbecielen of tegenstanders". En dat weten ze vervolgens voortreffelijk uit te leggen.

Gesigneerde boeken uit de Boekenkelder

Liever praat ik niet over de Maastrichtse Boekenkelder en wat ik daar gevonden heb, omdat ik deze parel eigenlijk vooral voor mijzelf houd. Maar ik denk dat er voldoende aanbod zal blijven, ook als ik in dit blog vertel wat ik zoal gevonden heb. De laatste keer dat ik naar de Boekenkelder ging, liep ik weer met een enorme stapel naar buiten: diverse jaarwisselingsgeschenken van uitgeverijen, een paar bibliofiele werkjes, wat Corvey-uitgaven (waar ik eerder over schreef), en literaire titels waar ik al een tijdje naar zocht. Maar, ik vond ook diverse gesigneerde boeken.

Toen ik langs de lange rijen Nederlandse literatuur in de kelder liep viel mijn oog allereerst op een wat ongebruikelijke uitgave van Cees Nooteboom's Rituelen. Ik herkende de uitvoering, maar er was iets mee. Bij het doorbladeren zag ik dat het een gesigneerd exemplaar was, weliswaar van de 13e druk, maar dat was al reden genoeg om het in mijn mandje te leggen. Eenmaal thuisgekomen bleek uit een nadere inspectie wat de bijzonderheid van dit exemplaar was: niet alleen was het gesigneerd, maar het bleek na wat verder onderzoek een exemplaar uit een beperkte oplage van 500, die ook nog eens genummerd was (dit exemplaar is nummer XXXVII). De beperkte oplage verscheen t.g.v. de verfilming van de roman, als een hommage aan de auteur. 

Ik kijk ook altijd uit naar titels van Boudewijn Büch en in de Boekenkelder stond een fikse rij. Na de vondst van de Nooteboom was ik voldoende geïnspireerd om elke Büch die er stond open te slaan op zoek naar gesigneerde exemplaren. Ik verwachtte het niet echt, maar ik vond er twee met de kenmerkende handtekening van de te jong gestorven verzamelaar: Brieven aan Mick Jagger en De rekening. Ooit eigendom van ene Mark, maar nu in mijn kast. Ik heb nog een paar gesigneerde exemplaren van deze Mark, die volgens andere inscripties afkomstig was uit Amsterdam. Maar zijn boeken eindigden in Maastricht. Verder stond er nog het gesigneerde boekenweekgeschenk van Lize Spit. Wat ik bijzonder vond was verder een gesigneerd exemplaar van het leuke kinderboekenweekgeschenk uit 1973, Arthur en de lettervreter, een stripverhaal gemaakt door Paul Hulshof en Henk van Kerkwijk, die door hen beiden was gesigneerd, mét opdracht.

Naast al dit moois werd ik daarnaast de bezitter van een eerste druk van De ontdekking van de hemel van Mulisch, een exemplaar van Held van beroep van de ook al veel te jong gestorven Adriaan Jaeggi en het verhaal De Cenci's van Stendahl in de Perlouses-reeks. Allemaal geen zeldzame titels, maar voor die paar euro die ze kosten zonde om in Maastricht te laten staan, zeker gezien de staat waarin ze waren: allemaal in uitstekende conditie.

Het einde van Kretzschmar

Het was al een tijdje bekend dat het antiquariaat van Loek Kretzschmar aan het Noordeinde er mee zou ophouden. Ik had de aankondiging van de grote uitverkoop gezien, maar was destijds niet in de gelegenheid. Toen ik een tijdje geleden weer eens in Den Haag was bleek tot mijn verrassing de uitverkoop nog gaande. Al het moois was natuurlijk weg en de planken waren al schrikbarend leeg. Maar ik kocht nog een leuke Baskerville-uitgave, De hel van Rimbaud door Hans van Pinxteren, een verhalenbundel onder redactie van Tommy Wieringa, Omdat hij het was, omdat ik het was en een oorlogsuitgave van H. Mantinga (=Maurits Mok) uit 1944 met de titel De vader spreekt. Het is nummer 266 uit een oplage van 525. Die verhalenbundel van Wieringa bevat trouwens een zo mooie hommage aan Michaël Zeeman, dat ik grote behoefte aan zijn boeken kreeg en zin had om naar Maastricht af te reizen om te zien wat er daar allemaal op de plank staat van hem. Dat heb ik overigens nog niet gedaan. Ook bij Kretzschmar gold: geen heel zeldzame of schaarse titels, wel fijn om te hebben.

Hier en daar gekocht

Geheel toevallig vond ik nog een jaarwisselingsgeschenk van uitgeverij Kroonder uit 1947; een verhaal van Ambrose Bierce: De man en de slang. Los van dat het als jaarwisselingsgeschenk interessant is, is van deze uitgave de typografie verzorgd door Johan van Eikeren. Die kan dus bij mijn Corvey-collectie. Van Eikeren was in en na de oorlog nauw betrokken bij uitgeverij Kroonder. Net als de uitgave van Mantinga bevat het een mooie houtsnede Van Kees Stip kocht ik Het testamentum Tudderense - de bijdrage van Stip aan de controverse Coster - Gutenberg (waar ik eerder over schreef), aan de hand van een mooi verzonnen verhaal. Dit verscheen als Proost Prikkel. Via Marktplaats kocht ik een eerste druk van Bordewijk’s Blokken voor slechts 15 euro (mooi gebonden exemplaar, helaas zonder stofomslag) en via boekwinkeltjes uiteindelijk ook maar de nulde druk van De heilige Rita, in een beperkte oplage van
Illustratie uit De man en de slang (links) en
De vader spreekt (rechts)

250 exemplaren verschenen. Samen met de nulde druk van Wieringa’s Nirwana een mooi setje. Ik ben benieuwd of er de toekomst nog meer nulde drukken - wat dat ook moge zijn - gaan verschijnen. In Doesburg kocht ik dan nog in een kringloopwinkel de massieve uitgave van Gargantua en Pantagruel van Rabelais, de XL-uitgave van De Arbeiderspers met illustraties van Gustave Doré. Het boek weegt ruim 3 kilo en ik moest het een hele dag meesjouwen. Maar voor een euro kon ik het toch niet laten liggen. Het was vooral jeugdsentiment, als tiener had ik een dergelijk exemplaar geleend bij de bibliotheek en toen al wilde ik het een keer zelf hebben. Het was er nooit van gekomen, maar nu was het dan toch van mij.

Met al deze aankopen is mijn collectie inmiddels gegroeid naar ruim 4400 exemplaren. Ik vrees dat de grens van 5000 titels spoedig in zicht gaat komen. Hopelijk vind ik dan nog de ruimte het allemaal kwijt te kunnen...

05 december, 2023

348 - Het niet bestaande juweeltje en het einde van een (saaie) reeks

Het verzamelen van reeksen, ik schreef er al vaker over. Verzamelen van reeksen is wat mij betreft een aangename prikkel in het leven van de verzamelaar: toch dat laatste deeltje toevoegen aan de reeks, zodat uiteindelijk compleetheid wordt bereikt (sowieso het hoogste doel van elke verzamelaar). En het maakt niet uit of dat nu prestigieuze reeksen betreft, zoals de Russische Bibliotheek, de Gouden Reeks of alle uitgaven van Stichting de Roos of minder prestigieuze reeksen. Zoals boekenweekgeschenken, Salamanders of Zwarte Beertjes.

Eerder schreef ik al over de door mij verzamelde series Vertellingen voor één nacht en de Slibreeks. Jammer genoeg is de Slibreeks, waar elke keer een uitgave in verrassende vormgeving en met bijzondere teksten in verscheen, beëindigd. Ook Vertellingen voor één nacht was een tijdelijke reeks, hoewel deze qua inhoud nauwelijks bijzonder te noemen was.

Dit keer wil ik het hebben over de alomtegenwoordige Literaire Juweeltjes die al sinds 2006 maandelijks verschijnen en inmiddels in grote hoeveelheden kringloopwinkels binnenstromen. Ik vrees dat ze dezelfde kant opgaan als de boekenweekgeschenken: ze zullen vanwege de overdaad in grote hoeveelheden in de papierbak verdwijnen. Op Catawiki doen de boekjes het trouwens nog wel aardig: regelmatig verschijnen er kavels met enkele tientallen exemplaren tegelijk die dan gemiddeld een euro per stuk opbrengen. Dat was ook de oorspronkelijke prijs per stuk bij de introductie, later werd die prijs in stapjes verhoogd naar de 2,50 die het nu is.

De alomtegenwoordige Literaire Juweeltjes - wat is er nou zo interessant aan het verzamelen van een massaproduct? Deze maand liet de uitgever weten dat het laatste deeltje is verschenen. Wat de reden is wordt niet gezegd, maar ik had zelf al het idee dat de belangstelling terugliep. Ik had een paar vaste Bruna's waar ik steevast het nieuwe deeltje ophaalde, maar de één na de ander stopte met verkopen van de reeks. Toen ik naar de reden vroeg, kreeg ik als antwoord dat ze de boekjes per tien moesten inkopen en dat ze die niet meer verkochten en dus met steeds meer overtollige exemplaren bleven zitten. 

Ik moet ook zeggen dat het verzamelen van de reeks steeds saaier werd. Het was meer kwestie van discipline om elke maand een deeltje te kopen dan dat er een inhoudelijke uitdaging was. Echt verrassend waren de teksten ook niet, meestal heruitgaven van verhalen uit andere bundels, met af en toe een verhaal dat speciaal voor de serie geschreven was en daarmee uniek werk bevatte. Maar dat was een minderheid. Ook de kwaliteit van de inhoud wisselde sterk: dan weer een literaire tekst, dan weer een thriller, dan weer iets wat leek op chicklit. Op zich goed om regelmatig nieuwe lezers te trekken en een breed publiek aan te spreken, maar zo kreeg de serie inhoudelijk geen identiteit. Dat was ook niet het doel: in elk deeltje stond een voorwoord dat inging op het gevaar van ontlezing, en dat deze juweeltjes bedoeld waren om het lezen te stimuleren. Lezers van een Literair Juweeltje moesten vooral meer werk van de auteur in kwestie oppakken. De kortingsbon die standaard achterin stond afgedrukt gaf daarom korting op een boek van de betreffende auteur. Ik heb overigens tweedehands nog nooit een deeltje gezien waaruit die kortingsbon was verdwenen, ik vraag mij af hoeveel er hiervan daadwerkelijk werden gebruikt.

Inmiddels heb ik vier plankjes van een Billy gevuld en het ziet er wellicht mooi en uniform uit (behalve dat ene deeltje van Dorinde van Oort uit 2009, waarbij het logo een paar millimeter hoger op de rug staat), maar het is moeilijk om iets bijzonders van de collectie te maken. Ook omdat de oplage per deeltje waarschijnlijk behoorlijk hoog is, die moet zeker in het begin in de tienduizenden hebben gelopen.

Het niet bestaande juweeltje

Toch zitten er nog wat interessante kanten aan deze reeks. Misschien wel de meest interessante is het "niet bestaande juweeltje", dat ik onlangs via Marktplaats opdook. In het eerste jaar van de reeks verscheen een literair juweeltje van Joost Zwagerman met de titel Winnie en de onschuld. Het was het vierde deeltje in de reeks en verscheen in april 2006. Met dit deeltje was iets bijzonders aan de hand. Het gerucht ging dat er nog een andere versie van was gemaakt, maar het fijne wist ik er niet van. Ik meen dat ik een keer in de twitterfeed van @bibliofilie (sowieso het volgen waard) voorbij zag komen dat het ging om de titel Fijne meisjes en zoals ik wel vaker doe zette ik deze titel in de zoeklijst van Marktplaats in de hoop dat er ooit een hit zou zijn. 

Er gingen heel wat jaren voorbij - vijf, misschien wel tien (@bibliofilie is sinds 2013 actief) totdat ik opeens een bericht van Marktplaats kreeg dat Fijne meisjes werd aangeboden. En inderdaad: in een advertentie met meerdere Zwagerman boeken werd ook Fijne meisjes genoemd. Op dat moment wist ik niet meer precies waarom ik deze titel nou ook alweer zocht, maar het leek mij beter om 'm subiet te kopen en voor nog geen zeven euro (inclusief verzendkosten) was het van mij.

Maar wat was er ook alweer mee? Ik besloot het aan @bibliofilie te vragen en die wist gelukkig nog de achtergrond van het deeltje. Ook Kees Schafrat, de eigenaar van Broekhuis boekhandels en verwoed verzamelaar en propagandist voor Nederlandse literatuur, haakte in en hij kon nauwelijks geloven dat Fijne meisjes via Marktplaats was gekocht. Zie het gesprek met hem op Twitter hiernaast.

Of dit nu echt de heilige graal is van de Zwagerman-verzamelaars (en misschien ook wel van de Literaire Juweeltjes-verzamelaars) is moeilijk te zeggen. En of er echt minder dan tien van zijn ook. Maar dit is hoe dan ook een boekje wat de saaie reeks ineens een stuk interessanter maakt.

Andere zeldzame uitgaven in de reeks zijn er niet. Toen de serie net was gestart had ik een blogje geschreven over Niemand op heel Vlieland (verschenen in maart 2006) en dat deze toen tamelijk onvindbaar was. Die opmerking heeft destijds nog de Wikipedia-pagina over Literaire Juweeltjes gehaald alsof het een feit was dat dit een zeldzaam deeltje was. Die opmerking is verdwenen, maar een paar zinnen uit mijn blog zijn nog steeds herkenbaar terug te vinden op Wikipedia. Voor de goede orde: ik heb het er niet opgezet. Later heb ik mij nog verbaasd over de heruitgave van Het bosgraf van Simone van der Vlugt dat in 2006 verscheen, maar in 2013 werd heruitgegeven omdat er volgens de uitgever "zoveel vraag naar was in het antiquarische circuit". Alsof er een actief circuit van verzamelaars van deze boekjes is, die zich smekend tot de uitgever wendden voor dat specifieke deeltje. En als dat zo was, hoeft het niet meer. Zowel Niemand op heel Vlieland als Het bosgraf  zijn op dit moet moment ruimschoots via Boekwinkeltjes.nl beschikbaar, startprijs 75 cent. Recent zag ik trouwens nog een heruitgave van het Literair Juweeltje van Anjet Daanje, Dromen van mijn moeder, dat door B for Books eveneens wegens de grote vraag opnieuw was gepubliceerd. Maar nu als reguliere uitgave voor de boekhandel. Kennelijk was dit keer de vraag echt groot genoeg om een aparte uitgave te rechtvaardigen. De nieuwe prijs is dan ook € 8,49 in plaats van de € 2,50 van het Juweeltje.

De onechte Juweeltjes

Zoals in elke reeks zijn er de delen die bij de reeks horen, en allerlei publicaties die er op lijken maar dan toch geen onderdeel van de reeks zijn. In mijn bijdrage over de serie "Vertellingen voor één nacht" liet ik verschillende extra uitgaven zien. Bij de Literaire Juweeltjes speelt net zo iets. Omdat het een herkenbaar format is, zijn er verschillende uitgaven geproduceerd die sterk lijken op de serie, maar bij bijzondere gelegenheden zijn verschenen. Soms gemaakt met/door B for Books zelf, maar soms ook door andere partijen.

Een voorbeeld is de uitgave De jongste van Arnon Grunberg, geproduceerd door Boekhandel Los in Bussum, ter gelegenheid van de 60e verjaardag van Cor Wiersma. Wiersma werkte al sinds 1987 bij Boekhandel Los, en was van 2001 tot 2021 eigenaar. Dit verhaal van Grunberg (de oerversie van Tirza) verscheen in coronatijd in een oplage van 1500 en speelt in Bussum. Een ander voorbeeld is De boekenbaron van Joep Scheffer, verschenen ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van Boekhandel Broekhuis. Dit boekje uit 2017 gaat over het leven van Gerard van der Maar, oud-eigenaar van de boekhandel en is een voorpublicatie uit het later verschenen boek met de geschiedenis van de boekhandel. Merk op dat beide boeken de karakteristieke grijze band aan de onderkant van het omslag missen met de tekst "literaire juweeltjes". Voor het overige zijn ze identiek aan de serie, inclusief het B for Books logo op de rug.

Soms gaven Bruna's in een regio eigen Juweeltjes uit. Zoals de "Westlandse Juweeltjes" die een aantal Bruna-winkels in het Westland in 2009 en 2011 lieten verschijnen, met verhalen van auteurs uit de regio. De oplage daarvan was naar verluid 3000 exemplaren. Uitgeverij B for Books varieerde zelf ook op het thema van de serie. Zo verschenen vier delen in de serie "Kroonjuwelen", met korte biografieën van de Nederlandse koninklijke familie, twee delen in de serie "Biografietsjes" over de wielrenners Tom Dumoulin en Chris Froome en één deeltje in de serie Sportjuweeltjes, geschreven door Toon Gerbrands. Hoewel je je kan afvragen of een serie met één boekje wel een serie genoemd mag worden. Al deze uitgaven lijken in elk geval sterk op de literaire juweeltjes en mogen dus als broertjes en zusjes (of neefjes en nichtjes) van deze serie worden beschouwd.

Wellicht zijn er nog meer van deze onechte Juweeltjes gemaakt door individuele boekhandels of in een andere serie. Ik ben ze nog niet tegengekomen, maar zoals het gaat met dit soort randzaken: uiteindelijk weet je niet wat je niet weet en kan je altijd weer verrast worden door een bijzondere vondst.

De serie een beetje opleuken

Zoals ik al zei, de Literaire Juweeltjes zijn leuk gemaakte boekjes maar het verzamelen ervan is niet echt een uitdaging en meer een kwestie van discipline dan van het aanwenden van verzamelaarstalenten. Behalve de eerdergenoemde Fijne meisjes zijn er bij mijn weten geen bijzondere versies verschenen of auteursexemplaren die als zodanig herkenbaar zijn (zoals met boekenweekgeschenken nog wel gebeurt). Toch zijn er opties om de serie een beetje op te leuken, bijvoorbeeld door de boekjes te laten signeren als dat kan. De meeste auteurs van wie Literaire Juweeltjes verschijnen leven nog, zodat het verkrijgen van handtekeningen mogelijk moet zijn. Op dit moment zijn 40 van mijn Juweeltjes gesigneerd, oftewel 18,5% van dit totaal. Meer dan ik dacht, hopelijk gaat dat aantal de komende jaren nog groeien.
Een andere mogelijkheid om het verzamelen wat leuker te maken is om de verzamelboxen te kopen die zijn verschenen. Een paar jaar lang verscheen de hele serie van dat jaar aan het eind van het jaar in een aparte box, en later verscheen ook een box ter gelegenheid van 10 jaar Literaire Juweeltjes met daarin 10 deeltjes. Zelf ben ik daar nooit aan begonnen (ik had alle deeltjes immers al, het zou dan alleen om de dozen gaan), maar voor degene die echt alles compleet wil hebben is dat natuurlijk wel een must.

07 oktober, 2023

347 - Bibliofiel achter de feiten aanlopen

Ik heb al vaker geschreven over mijn behoefte om complete collecties van schrijvers in de kast te hebben staan. Ik ben zoals dat heet een completist, hoewel ik vooral eerste drukken zoek en niet élke druk en elke variant van een bepaald werk zoek. Ik wil alle boekuitgaven van mijn favoriete auteurs hebben. En als ze nog leven, graag ook gesigneerd. Deze ambitie is al ingewikkeld genoeg als het gaat om reguliere uitgaven, maar het wordt nog lastiger om zicht te houden op bibliofiele uitgaven van mijn favoriete auteurs. De afgelopen weken heb ik een paar bibliofiele uitgaven toegevoegd aan mijn collectie, waarvan ik stomtoevallig achter het bestaan kwam. Doordat ik zo afhankelijk ben van toeval, zullen er nog verschillende uitgaven rondzwerven waarvan ik helaas het bestaan niet ken. Maar van drie van mijn favoriete Nederlandse schrijvers is de collectie weer iets completer geworden: Adriaan van Dis, Tommy Wieringa en Margriet de Moor.

Adriaan van Dis

Jaren geleden heb ik lezers van dit blog op de hoogte gehouden van mijn vorderingen om mijn Adriaan van Dis-collectie compleet te krijgen. De ene na de andere uitgave hengelde ik naar binnen en ook toen struikelde ik wel eens over een onverwachte bibliofiele vondst. Al in 2005 meldde ik triomfantelijk dat ik compleet was en een paar jaar later herhaalde ik tegen beter weten in die claim. Met de verschijning van zijn nieuwste roman Naar zachtheid en een warm omhelzen volgde er natuurlijk een serie lezingen annex signeersessies. Ik tekende in voor een zondagmiddag in Paagman, voorzien van een stapeltje recente aankopen. Naast de nieuwe roman had ik bijvoorbeeld de luxe editie van zijn boekenweekessay uit 2004, twee versies van De wandelaar t.g.v. Nederland Leest (de grote letter-uitgave en de eenvoudig-lezen uitgave) en zo nog wat. Terwijl ik bij de lezing zat zag ik verderop in de rij iemand die ook een werk van Van Dis bij zich had om te signeren, maar het was een voor mij totaal onherkenbaar boek. Was mij weer eens iets ontgaan? Ik kon de titel gelukkig lezen en snel googlen leerde mij dat het om de uitgave Een beetje gek ging, een bibliofiele uitgave van Galerie Christian Ouwens, waarin Van Dis verslag doet van zijn ervaringen met psychiaters en psychoanalyse. Terwijl ik in de rij stond voor het signeren haalde Van Dis diezelfde uitgave uit zijn tas en gaf die aan een dame voor mij in de rij, kennelijk een bekende van hem. Het leverde mij een steek van jaloezie op, maar even later was ik als pleister op de wonde wel zes handtekeningen rijker in evenzovele boeken. Desondanks moest ik nu op zoek naar het onbekende boek.

Na afloop van de signeersessie volgde een fijne mailwisseling met Christian Ouwens die gelukkig nog gesigneerde exemplaren had liggen. Hij vertelde dat hij ook bij de sessie in Paagman was geweest, maar toen was ik nog onwetend van het moois dat hij had gemaakt. Het toeval wilde dat mijn geliefde de dag erop letterlijk om de hoek van de galerie een opleiding volgde, zodat ik een dag later alsnog een gesigneerd exemplaar in mijn kast kon zetten. Ik kende Galerie Christian Ouwens niet, maar hij geeft bij tijd en wijle bijzondere literaire uitgaven uit die met veel zorg zijn gemaakt. Gelukkig was deze niet zo kostbaar als de portfolio van Ilja Leonard Pfeijffer en Hans Wilschut, waar €950 voor moet worden neergeteld. 

Als gevolg van dit kleine avontuur zocht ik nog wat verder naar eventuele Van Dis-uitgaven en wie schetst mijn verbazing toen ik ontdekte dat er nóg een bibliofiele uitgave rondzwierf. Ter gelegenheid van de Bakenesser Avond 2007 van de Stichting Haarlem Boekenstad bleek de uitgave Le Chien verschenen, een paar fragmenten uit De wandelaar. In een oplage van 165 bij de Augustijn Pers, van de helaas overleden Hans Rombouts.

Ook die moest ik natuurlijk hebben, en wel onmiddellijk, maar het werkje bleek nergens te worden aangeboden. Na lang zoeken vond ik bij Antiquariaat Meilof een setje Augustijn-uitgaven waar deze Van Dis bijzat. Ik checkte nog even of dat echt zo was, rekende 30 euro af en Le Chien was van mij. Met nog ruim 20 andere drukjes van deze pers, die ik niet per se hoefde (behalve eentje, waarover later meer). Het restant heb ik daarom op Catawiki gezet en dat leverde mij vervolgens 62 euro op (minus veilingkosten uiteraard). In feite waren er zo een paar gratis werkjes voor mij, en zelfs geld toe. Welk geld ik overigens onmiddellijk opnieuw heb geïnvesteerd via Catawiki, door de luxe genummerde editie van de beelduitgave Familieziek, getekend door Peter van Dongen, op een veiling te kopen. De nieuwprijs van deze uitgave uit 2017 is €150, maar voor €91 mocht ik 'm nu hebben. Waarmee de derde bibliofiele Van Dis in een week mijn eigendom werd.

Voor zover ik weet ben ik nu weer compleet als het gaat om Van Dis maar ik heb daar weinig zekerheid over. Le Chien bleek immers ook al 16 jaar geleden verschenen te zijn voordat ik het bestaan er van ontdekte. Jammer is wel dat ik nu weer naar een signeersessie moet gaan, want Le Chien is nog ongesigneerd. Het zou signatuur 102 van Van Dis in mijn collectie moeten worden.

Tommy Wieringa

Het zal bekend zijn dat Tommy Wieringa’s nieuwe roman Nirwana is verschenen. Met veel tromgeroffel gelanceerd en verschillende boekhandels boden gesigneerde eerste drukken van het boek aan. Een mooie service om mijn Wieringa-collectie up to date te houden. Ware het niet dat ik op diverse socials zag dat ter gelegenheid van de lancering een speciale "nulde druk" was verschenen, uitgedeeld aan boekhandelaars. Overigens niet voor het eerst, van De heilige Rita is ooit ook een nulde druk verschenen, die ik nog niet bezit. En nu alweer een nulde druk, in beperkte oplage… ik ben geen boekhandelaar, maar deze hoort natuurlijk in mijn kast. Dus wat te doen?

Ik besloot het erop te wagen bij de uitgeverij zelf. Als eigenaar van een van de meest complete Wieringa-collecties in Nederland meende ik wel enig recht van spreken te hebben, dus ik schreef een bedelmail in de hoop dat er nog een exemplaar van de nulde druk zou zijn. En ik kreeg goed nieuws: de nulde druk bleek beschikbaar en plofte een paar dagen later in mijn bus.

Deze nulde druk heeft een afwijkend omslag van de reguliere uitgave, veel simpeler van uitvoering en er staat ook met grote letters “0e druk” op. Op de titelpagina staat: "De oplage van deze geschenkuitgave bedraagt 200 exemplaren”. Uiteraard zullen er boekhandelaars zijn die hun exemplaar van de hand doen, er zal vast binnenkort een exemplaar op Catawiki verschijnen. Ik ben benieuwd wat die dan oplevert. 

Het probleem was alleen dat deze speciale editie ongesigneerd was. Gelukkig deed ook Wieringa mee aan het signeercircus bij de verschijning van zijn nieuwe roman, en zo toog ik met mijn stapeltje recente Wieringa-aankopen van de laatste jaren naar Utrecht, waar vervolgens niet alleen Nirwana, maar ook nog een paar anders schaarse werkjes werden gesigneerd. Deze stapel was iets kleiner dan de berg Wieringiana die ik zes jaar geleden liet signeren. Het interview in Broese leverde mij sowieso een paar inzichten op over de thema’s in de nieuwe roman. Maar daarna was er tijd om te signeren. Het fijne aan Tommy Wieringa is dat hij voor iedereen de tijd neemt. Net als een paar jaar geleden werd ook dit keer elk boek bewonderd (“dit is een bijzondere”, “dat je deze ook hebt”) en van een persoonlijke opdracht voorzien. Het fijne van een avond met boekenliefhebbers is dat er ruimte is om echt even door te praten over het boek. Bij het verlaten van Broese raakte ik aan de praat met een van de organisatoren van de avond en deelden we onze inzichten over Nirwana. Zelfs de massale treinuitval op die avond kon daarna mijn uitstekende humeur niet meer bederven.

Margriet de Moor

In het stapeltje uitgaven van de Augustijn Pers bleek naast de gezochte van Dis ook nog een mooie uitgave van Margriet de Moor te zitten, een fragment uit haar prachtige roman De verdronkene, ook nog eens heel mooi vormgegeven: een gevouwen drukwerkje, dat als het ware in de blauwe golven van het kartonnen hoesje verzinkt, waarbij ook een peilstok is te zien. Hier is zichtbaar hoe creatief Hans Rombouts was. Ik wist niet van het bestaan van dit werkje en wist niet dat het in het stapeltje zat, maar nu kon ik het mooi toevoegen aan mijn De Moor-collectie. Net als dat ik een paar jaar geleden een stapeltje boeken op Marktplaats kocht, slordig aangeduid als ‘nieuwjaarsgeschenken’, waar het nieuwjaarsgeschenk Handgeschreven van Margriet de Moor tussen bleek te zitten, uitgegeven door De Bezige Bij t.g.v. jaarwisseling 2016-2017. 

Bij nader inzien bleken zowel het fragment van De verdronkene als Handgeschreven niet heel zeldzaam en gewoon op boekwinkeltjes.nl te koop. Maar ja… dan moet ik wel weten dat ze daar staan. Natuurlijk heb ik zojuist weer eens langs alle De Moor-uitgaven gescrolld en niks nieuws gevonden, maar dat kan ik niet elke dag doen. Wie weet brengt het toeval mij over een tijdje ook van Margriet de Moor weer een onbekende uitgave.

Hoewel ik inmiddels een forse collectie De Moor in eerste druk heb, is alles nog ongesigneerd. Ik hoop Margriet de Moor ooit nog ergens tegen te komen zodat zij al mijn uitgaven van haar ongetwijfeld fraaie handtekening kan voorzien.

Het waren een paar hectische weken die ik kon afsluiten met goed nieuws over publicaties van deze drie schrijvers. Maar al met al realiseer ik mij dat het mijn lot als verzamelaar is dat ik bibliofiel achter de feiten blijf aanlopen. En dus dat ik mijn ogen open moet houden en erop vertrouwen dat het lot mij van tijd tot tijd de boeken brengt die ik nodig heb...

14 augustus, 2022

334 - Oogsten op de Deventer boekenmarkt 2022 - deel 1: bibliofilie

Foto van @dvdmdeventer
Het was een prachtige zonnige dag waarop ik mijn debuut maakte als bezoeker van de boekenmarkt in Deventer. Het was er simpelweg nog niet van gekomen al die jaren. Het blijft een evenement dat middenin de zomervakantie plaatsvindt en vaak waren we met kinderen in het buitenland. Dus Deventer moest wachten. Maar nu was het dan zover, samen met junior ging ik los in de Hanzestad.

We hadden afgesproken dat we ons graag lieten verrassen, al hadden we natuurlijk wel een mentaal lijstje met het soort van boeken dat we zochten, alleen niet specifieke titels. Dat gold trouwens  niet voor iedereen: we zagen aardig wat bezoekers met papieren of digitale lijstjes tussen de dozen snuffelen. Op heel veel schermpjes stond LibraryThing of Goodreads open om ervoor te zorgen dat de juiste boeken werden gevonden. Vooral als het ging om uitgebreide series als Privé-domein, maar er waren ook bezoekers die heel hard op zoek waren naar ontbrekende titels voor hun collectie Danielle Steel (er zijn er 190). Maar ik ging vooral op zoek naar boeken over boeken en de bakken met ‘kleine boekjes’: gelegenheidsuitgaven, bibliofiele werkjes, nieuwjaarsuitgaven van uitgeverijen, dat soort werkjes. Junior posteerde elke keer als ze zo’n bak zag zich er pontificaal voor om ‘m voor mij te reserveren, terwijl ik steevast positie koos voor de afdeling Engelse literatuur als ik die zag. En dan was het een kwestie van elkaar appen en van plaats wisselen. En ontdekken dat je soms 50 kramen uit elkaar staat...

Sowieso was de samenstelling van de bezoekers hoopgevend als het gaat om de toekomst van het boek: enorm gemengd - jong, oud, man, vrouw en dus helemaal niet een overvloed aan witte oude mannen die boeken kopen. Zou het de invloed zijn van BookTok, en dergelijke impulsacties op Instagram? Mij viel op dat er heel veel jongeren, tieners zelfs, waren die met een gelukkige blik en armen vol boeken over de markt liepen. Het is toch bijzonder als je twee tienerjongens een serieus gesprek hoort voeren over hoe ze een serie in leer gebonden boeken in compleet hebben. Of een andere tienerjongen die een serieus gesprek voert over hoe hij het laatste deel van de serie Griekse klassieke auteurs zoekt, maar daar sowieso geen 40 euro voor over heeft… Ik kon alleen maar wensen dat ik die diezelfde zelfbeheersing had, maar ik ben intussen bereid veel te veel te betalen voor ontbrekende puzzelstukjes in mijn collectie..

De opbrengst

Uiteindelijk gingen we naar huis met twee volle tassen boeken, waarbij tot mijn schrik de stapel van junior hoger was dan de mijne. Maar ja, als je Engelstalige hardbacks inslaat versus mijn fijnzinnige bibliofiele uitgaven dan gaat het natuurlijk hard qua volume. In aantallen won ik: 24 titels heb ik mee naar huis genomen na 5 uur over de boekenmarkt gezworven te hebben. Maar vrijwel bij het eerste kraampje waar we stonden had junior een fraaie vondst. Ze zag - in de handen van een andere bezoeker - een mooie uitgave van Christina Rossetti’s gedicht Goblin Market. Toevallig haar favoriete gedicht, maar het bevond zich nog steeds in de handen van een twijfelende andere bezoeker. Er restte niets anders dan mentale beïnvloeding of de Jedi-aanpak: heel hard denken "leg neer, leg neer, leg neer" en hopen dat het effect heeft. In dit geval lukte het want de andere bezoeker besloot gelukkig het boekje niet te kopen, waarna het een prooi voor junior werd. Het bleek de heruitgave van de originele editie te zijn, door de Green Tiger Press in 1973 uitgegeven. Een mooie editie in een envelop, geprijsd voor 10 euro en gelukkig waren alle boeken 30% korting waarna het voor 7 euro van haar was. Hoewel de verkoper ook aandachtig keek naar het boekje en het leek alsof zij het eigenlijk niet kwijt wilde. Maar uiteindelijk mocht junior het tevreden in haar - toen nog lege - tas stoppen.

Ook ik had zo’n moment met  tijdelijke hartstilstand. Ik zag op de kraam van Boekhandel ABC uit Deventer twee exemplaren liggen van het boek van Edward Wilson-Lee: The catalogue of shipwrecked books - Christopher Columbus, his son and the quest to build the world’s greatest library. Verder geen zeldzaam boek ofzo, maar deze stond al wel een tijd op mijn zoeklijst en voor 5 euro kon ik het niet laten liggen. Eén exemplaar voor mij en één voor junior. Althans, dat was het plan, want een andere hand strekte zich uit en pakte beide boeken voor mijn neus weg en de eigenaar van die hand stelde tevreden vast dat het ene boek voor hemzelf was, en het andere een cadeautje voor iemand anders. Ik was verbijsterd, vooral door de gedachte dat ik ongeveer 10 seconden te laat was om dit boek te lopen. Al snel bleken dit de laatste exemplaren in de kraam te zijn en dus was mijn hoop op dit boek vervlogen. Ware het niet dat de koper van beide exemplaren terugkwam, mij één van de exemplaren gaf omdat hij het zo sneu voor mij vond. Wat een fantastisch gebaar! Evengoed was het jammer dat diezelfde man vervolgens bij de stand van de Eierland pers precies het belangrijkste werk van die kraam kocht waar ik mijn oog op liet vallen. Duidelijk iemand met dezelfde smaak als ik, die steeds een minuut sneller bij de gezochte boeken was. Ik ben hem voor dit boek dankbaar, maar heb hem vervolgens zoveel mogelijk ontweken om verdere teleurstellingen te voorkomen.

Mooie gesprekken

Het leuke van de boekenmarkt is dat er ook tijd is om gesprekken te hebben met de mensen achter de kramen: antiquairs en margedrukkers. Zo had ik een leuk gesprek met Peter Duijf van de Eierland Pers (gevestigd in Schalkhaar, dus hij kwam samen met zijn vrouw op de fiets naar de markt). Ik zag bij Hinderickx en Winderickx dat er in november 2022 een nieuw deel van het Winkeldagboek verschijnt, het derde deel intussen. Die kan direct op mijn verlanglijstje.
Tussendoor kwam ik zowaar nog familie tegen: een neef en zijn vrouw waren op zoek naar titels voor hun project om de top 100 Nederlandse literatuur volgens Goodreads te kopen en te lezen. 

Op een gegeven moment belandde ik bij de stand van AFdH uitgevers, tevens de stand van antiquariaat Abels & Mateboer.  Ongemerkt raakte ik aan de praat met Paul Abels, die vroeg of ik wellicht werk van A.L. Snijders verzamelde. Ik vond dat eerst een wat wonderlijke vraag, tot ik uiteindelijk de link legde met met het feit dat ik voor de kraam van AFdH stond. Toen ik tegen junior de loftrompet stak over het fonds van AFdH en hun werkwijze (de abonnementen) en hoe zij het werk van Snijders hebben gepromoot, vertelde Abels hoe de start van de uitgeverij is geweest en hoe ze uiteindelijk positie hebben veroverd. Ondertussen liet ik mijn oog vallen op een fraai lessenaartje waarin de bibliofiele werkjes werden aangeboden. Dit om ze enigszins exclusief te presenteren en ook om te beschermen tegen ondeskundige vingers van bezoekers, aldus Abels. In het lessenaartje zaten uiteraard veel werken van Snijders, nieuwjaargeschenken van AFdH zelf en ander fraais. Het was uit dit lessenaartje dat ik één van mijn mooiste aankopen van de dag deed.

Fijne bibliofiele werkjes

En daarmee zijn we aangekomen bij de eerste bibliofiele aankoop: de uitgave Een plaatsvervangster van Kurt Löb. Dit is een nieuwjaarsgeschenk van AFdH voor abonnees en relaties uit 2012. Van dit nieuwjaarsgeschenk werd de hele oplage gesigneerd en genummerd (ik heb nummer 390), en een klein deel verscheen als handelseditie. Maar het bijzondere van dit exemplaar is dat het in linnen is gebonden. Paul Abels vertelde dat dit één van de slechts drie in linnen gebonden exemplaren uit de oplage was. Ik zou verwachten dat die drie exemplaren dan voor respectievelijk A, F en dH zouden zijn. Of voor Löb zelf. Maar nee, er lag gewoon een exemplaar in dat lessenaartje. Voor slechts 25 euro - een prijs waarvoor de reguliere exemplaren in cahiersteek momenteel tweedehands worden aangeboden - was het van mij. Een prachtig boek, verzorgd door Martin Frijns in onberispelijke staat. Het lessenaartje had het boek goed beschermd.
Kurt Löb is een illustrator waar ik al veel werk van heb, vooral door zijn bijdrage aan de uitgaven van Stichting de Roos en natuurlijk door zijn illustraties in de reeks Russische verhalen die verschenen als nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel. Al met al zijn dat al 36 titels met meestal illustraties van Kurt Löb, maar soms ook door hem geschreven (zoals Bibliofiele boekillustratie vandaag en gisteren uit 1971). Als ik een uitgave zie liggen waar Löb aan heeft meegewerkt, laat ik het zelden liggen. En dan gaat het mij vooral om de kwaliteiten als tekenaar, want Abels wist ook nog te vertellen dat Löb een humeurig mens was en dat het niet altijd meeviel om met hem samen te werken. Gelukkig merk je daar als lezer niets van, dan resteert alleen de schoonheid van de tekeningen. Ik hou van zijn losse stijl van tekenen en hoe hij de sfeer van een verhaal altijd goed weet te treffen.
In deze uitgave gaat het verhaal over het thema eindigheid, herinnering en nieuw begin. Een kort verhaal, rijk geïllustreerd met zo te zien ook oudere tekeningen van Löb die bij dit verhaal passen en daarom in dit boek zijn opgenomen.

Maar ik vond meer bibliofiele werkjes, beste lezer. Zoals de uitgave Een handreiking over tijd en ruimte heen van L.H. Wiener, verschenen bij Hof van Jan in 2013, in een oplage van 300 gesigneerde exemplaren. Het werk bevat de tekst die Wiener uitspraak op 30 oktober 2012, bij de tweede verjaardag van het overlijden van Harry Mulisch, tijdens een herdenkingsbijeenkomst in de Gravenzaal van het Haarlemse stadhuis. Helaas had de vorige eigenaar haar naam in het boek geschreven - waarom zou je dat in hemelsnaam doen? Maar voor de prijs van 2 euro kon ik het desondanks niet laten liggen.

Ik zei al dat ik bij de stand van de Eierland pers was en daar kocht ik de uitgave Sluikhandel met juffrouw Duizer van Piet Buijnsters. Een gesigneerd nieuwjaarsgeschenk van het tijdschrift Boekenpost uit 2007. Verschenen in een oplage van 134, heb ik nummer 101. Uitgaven van Piet Buijnsters laat ik ook nooit liggen, met als gevolg dat ik inmiddels 17 titels van of met hem bezit. Hij heeft als boekhistoricus  een geweldige bibliofiele kennis en schrijft daar fraaie boeken over (Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie / van het Nederlandse antiquariaat / van antiquariaat en bibliofilie in België) waaronder ook de klassieker Het verzamelen van boeken - een handleiding. In deze uitgave vertelt hij een smakelijke anekdote over kostbare boeken van de Arnhemse antiquaar H.F. Geerts die via de dichteres Nel Benschop (die een leerling van hem bleek te zijn geweest) op de weg van Buijnsters kwamen.

Twee andere bibliofiele werkjes kocht ik vooral omdat ze er mooi uitzagen en - eerlijk is eerlijk - in de 2-euro-bakken stonden en ik ze daar simpelweg niet kon laten staan.

Allereerst tikte ik een fraaie uitgave van de Sjaalmanpers op de kop, het verhaal In de boom van A.L. Schneiders (niet te verwarren met A.L. Snijders). In 1987 verscheen dit werkje in een oplage van 115 exemplaren, waarvan 100 Arabisch genummerd en 15 Romeins. Die laatste zijn voor auteur en uitgeefster en inmiddels bezit ik nummer XIII. Helaas is het vignet met de titel op de voorkant er vanaf gevallen waardoor het toch een klein beetje een incompleet exemplaar is.
Van de Sjaalmanpers bezat ik tot nu toe één andere uitgave, namelijk het werk Een zwak voor Nescio van Nol Gregoor, dat ik 16 jaar geleden trots heb toegevoegd aan mijn Nescio-collectie. Nol Gregoor beschrijft hoe hij op een gegeven moment drie exemplaren van de eerste druk van Nescio's debuut bezit. Toen had ik zelf nog geen exemplaar daarvan, en deed het bijna fysiek pijn om dat te lezen. Inmiddels is dat gat in mijn collectie al lang gerepareerd.


De laatste bibliofiele uitgave die ik kocht is Brief uit Venetië van de Apeldoornse dichter Willem Bierman. Bierman was onder andere oprichter van het in 2015 ter ziele gegane tijdschrift Prado, waar ook A.L. Snijders nog aan heeft meegewerkt. Deze brief verscheen bij de Eikeldoorpers in 1991 in een oplage van 70 genummerde en gesigneerde exemplaren, waarvan ik nu nummer 48 heb. Het werk bevat naast de brief van Bierman een fraaie linosnede gemaakt door Doortje de Vries.
Ook de Eikeldoorpers komt tot nu toe één keer voor in mijn collectie, ik heb van deze pers het Zonnebloemlied van Adriaan van Dis, een plano-uitgave uit 2008 gesigneerd door Van Dis. Onder het pseudoniem Jan Balkon schreef Adriaan van Dis in 1988 het ‘Zonnebloemlied’. Het is ingezonden naar het clubblad van Nieuw Vredelust (= een volkstuincomplex in Amsterdam). Daarna verscheen het ook in de bundel: ‘Tuin in de branding‘.

En zo bleken al die bakken met bijzondere boekjes een paar mooie verrassingen voor mij in petto te hebben. Deventer heeft voor een paar prima en betaalbare aanvullingen op mijn collectie gezorgd. In deel 2 van mijn verslag zal ik een aantal van de 'boeken over boeken' die ik daar heb gekocht in de schijnwerpers zetten.