Posts tonen met het label Koninklijke Bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koninklijke Bibliotheek. Alle posts tonen

02 februari, 2023

340 - Vertellingen voor één nacht

In mijn vorige posts ging ik onder meer in op bibliofiele uitgaven van / over Ferdinand Bordewijk en Nescio. Dergelijke mooie uitgaven verdienen brede aandacht. In het algemeen hebben verzamelaars een trots rijtje met schaarse, bibliofiele uitgaven in hun bibliotheek van een schrijver die ze bewonderen, of in uitvoeringen die bijzonder zijn of die vanwege de inhoud er uit springen. Het zijn de bijzondere onderdelen van de verzameling die vaak extra belicht worden en veel aandacht krijgen. En niet voor niets, want vaak is er een hoge prijs voor die uitgaven betaald of er is heel lang naar gezocht. Dan mag zo’n boek wel wat extra aandacht en liefde krijgen.

Maar verzamelen gaat over zoveel meer dan dat. Het gaat om het bij elkaar krijgen van samenhangende zaken - en in het geval van boeken kan dat gaan over bepaalde series, auteurs, fondsen, ontwerpers, illustratoren of wat dan ook. En dat hoeft niet altijd een exclusieve bezigheid te zijn gericht op dure publicaties. Zo zijn er tal van mensen die bijvoorbeeld Salamanderpockets verzamelen, en het is nog een hele toer die bij elkaar te krijgen. Ook zijn er veel verzamelaars van boekenweekgeschenken, Literaire Juweeltjes, Zwarte Beertjes, Penguins, Insel-Bücherei of andere over het algemeen goed verkrijgbare en redelijk betaalbare boeken. Dat wil zeggen: het lijkt alsof deze goed en makkelijk verkrijgbaar zijn en de kringloopwinkels puilen er van uit, maar juist het compleet krijgen van een serie kan uiteindelijk nog best problematisch zijn, om verschillende redenen:

  • dergelijke 'goedkope' uitgaven hebben de neiging om snel schaars te worden, omdat ze vanwege de kwaliteit (goedkoop papier) snel uit elkaar vallen. Ook al omdat er door lezers weinig zorgvuldig mee wordt omgegaan, het is immers maar een 'goedkope' uitgave en er is daarmee eerder kans op schade en verlies;
  • zeker de wat oudere uitgaven worden schaars omdat er weinig waarde aan wordt gehecht en ze niet snel in kringloopwinkels of antiquariaten terechtkomen. Bij het opruimen van persoonlijke boekencollecties zijn dit de boeken die sneller bij het oud papier worden gelegd. En als ze al in een kringloopwinkel komen, worden ze daar vandaan ook snel weggegooid om ruimte te maken voor 'betere' boeken;
  • er zijn altijd wel een paar exemplaren in een serie die om wat voor reden dan ook veel schaarser en daarmee duurder zijn dan andere. Hoewel je ook die nog steeds gewoon in een kringloopwinkel kan vinden als je blijft zoeken (en probeer dat maar eens met een bibliofiele uitgave!). Zo wordt Salamander 147, Geen tijd voor tranen van Truus Wijsmuller-Meijer, als zeldzaam beschouwd en deze wordt dan ook voor hoge prijzen verhandeld. Ook voor Penguins geldt dat er verschillende heel zeldzaam zijn, check hier een YouTube video waarin een verzamelaar zijn top 10 met waardevolle Penguins voorstelt. Je moet het maar net weten als je op een boekenmarkt bij een doos vol oude Penguins staat: zit er misschien een verborgen schat tussen?
  • niet altijd is duidelijk uit hoeveel delen een serie bestaat. Zo zijn de Salamanderpockets genummerd, maar sommige nummers in de reeks zijn nooit verschenen. Als je dat niet weet, kan je heel lang zoeken naar een nummer dat helemaal niet bestaat. Gelukkig is er niet al te lang geleden een mooi overzicht voor de verzamelaar verschenen. Een ander voorbeeld is de Amstel Klassiek reeks van Veen uitgevers, die bijvoorbeeld door Danny Habets wordt verzameld. Er is geen definitieve lijst met titels van deze reeks beschikbaar, dus je kunt als verzamelaar verrast worden door titels in de reeks waarvan je niet wist dat ze bestonden. Je weet dan ook nooit of je helemaal compleet bent.

Door professionele boekhandelaars wordt nogal eens met dedain neergekeken op dergelijke verzamelingen van reguliere boekenreeksen. Ik maakte mij er 13 jaar geleden al boos over en onlangs las ik nog een neerbuigende opmerking over verzamelaars van Salamanderpockets, die kennelijk ten onrechte trots zijn als ze 400 exemplaren bij elkaar hadden. “Welk een cultuurschat! Welk een vreugde”, noteert een niet nader te noemen Utrechtse antiquair cynisch in zijn gepubliceerde dagboek op 29 maart 1990. Ik begrijp dit soort dingen nooit zo goed. Ook ik ben enorm onder de indruk van de schoonheid van een bibliofiele uitgave of van een complete collectie van de Russische Bibliotheek van Van Oorschot. Een collectie Hermans in eerste druk is prachtig. Maar een boek is een boek en hoe leuk is het als mensen hun passie in boeken kwijt kunnen door een mooie serie pockets te verzamelen, of boekenweekgeschenken? Waarom daarop neerkijken? Dat motiveerde mij nog eens extra om hier aandacht te besteden aan zo'n weinig indrukwekkende serie waar ik toch wel wat verzameltijd in heb gestopt.

Vertellingen voor één nacht

Het Parool, 11-2-1994
Een voorbeeld in mijn bibliotheek van een dergelijke 'goedkope' serie die nog best lastig compleet te krijgen (en ook rommelig is gepubliceerd), is de serie Vertellingen voor één nacht die vanaf de eerste helft van de jaren '90 van de vorige eeuw door Meulenhoff werd uitgegeven. Voor - toen nog - een paar gulden per stuk waren deze klein formaat boekjes (15 x 10 cm) te koop in de boekhandel. Een kassakoopje, waarbij ik mij herinner dat de verschillende delen in een kartonnen display stonden zodat je ze eruit kon zoeken. Het waren boekjes ter promotie van het werk van verschillende Meulenhoff-auteurs. Soms een verhaal uit een bundel, soms een hoofdstuk uit een boek maar steevast een pocket met circa 75-90 pagina's. 
De afbeelding hiernaast is een artikel uit het Parool van 11 februari 1994 waarin MvN (Matthijs van Nieuwkerk?) opgetogen de serie aankondigt met vermelding van de prijs van vijf gulden. De schrijver noemt dit "een stuntje" en "goedkoper dan een broodje paling".  In een artikel in Trouw van december 1995 worden de Vertellingen voor één nacht aanbevolen als Sinterklaascadeautjes. Op dat moment verschenen vier nieuwe deeltjes (Bassani, Høeg, Levi, Mishima). Jaap de Berg memoreert in die aankondiging nog even dat de Vertellingen weliswaar goedkoop zijn, maar dat de mini-Penguins die op dat moment op de markt zijn slechts een rijksdaalder kosten en daarmee half zo duur zijn.

De boekjes werden herkenbaar vormgegeven waarbij de standaarduitvoering is:

  • formaat 10 x 15 cm
  • een fragment van een schilderij op het omslag die op een of andere manier slapen, de nacht of nachtrust symboliseert
  • de titel en auteur in een vierkant blok met witte kaderrand op verschillende plekken op het omslag
  • in veel gevallen een balk bovenaan de voorzijde waarin de naam van de serie staat
    Twee typen logo's op de rug van de 
    Vertellingen voor één nacht
  • het achteromslag bestond meestal - niet altijd - uit een foto van de auteur en een korte introductie van het werk
  • op de rug het logo van Meulenhoff (in twee varianten)
In de serie verscheen werk van Nederlandse, Vlaamse en internationale auteurs uit het Meulenhoff-fonds. Bijvoorbeeld Jan Wolkers, Maarten Biesheuvel, Carolijn Visser en Hermine de Graaf. Maar ook van Primo Levi, Gustave Flaubert en Luigi Pirandello.  

In het boek van Frank de Glas met de titel De regiekamer van de literatuur: een eeuw Meulenhoff 1895-2000 wordt beschreven hoe Meulenhoff in de jaren '80 en '90 verschillende reeksen startte (en stopte) in een poging nieuwe markten aan te boren. Onderdeel daarvan waren deze Vertellingen voor één nacht (vanaf 1994) en Gedichten voor één nacht (vanaf 1991), "eenmalige goedkope uitgaafjes bedoeld als promotie voor andere werk van de erin opgenomen auteurs". 

Ik heb tot nu toe 32 titels uit of verwant aan de reeks Vertellingen (en Gedichten) voor één nacht weten te vinden. De meeste van de titels zijn op dit moment gewoon verkrijgbaar via Boekwinkeltjes.nl, vanaf één euro. Maar zoals altijd zijn er uitzonderingen. Van de 21 uitgaven uit de kern van de reeks - ik kom daar zo op terug - waren de uitgaven Shanghai by night van Carolijn Visser en Minnebrieven van een Portugese non in de vertaling van Arthur van Schendel op het moment van schrijven van dit blog niet onmiddellijk te koop via Boekwinkeltjes.nl of Marktplaats. Dat maakt ze niet per se schaars, maar het is wel een signaal dat ze mogelijk schaarser zijn dan de andere deeltjes.

1: 21 Vertellingen voor één nacht

Het rommelig organiseren van de serie heeft te maken met de verschillende publicatievormen van de boekjes waardoor het soms arbitrair is of ze wel of niet in de serie thuishoren. Je zou kunnen zeggen dat de kern van de serie bestaat uit de boekjes die specifiek aangeduid worden als "Vertellingen voor één nacht" (in meervoud aangeduid), door en voor Meulenhoff zijn uitgegeven en regulier te koop waren in een boekhandel. Het formaat (lengte x breedte) is identiek en het gebruikte papier vergelijkbaar. Alle hebben het logo van Meulenhoff op de rug. Dit zijn de eerder genoemde 21 boekjes. Daarnaast zijn er drie deeltjes "Gedichten voor één nacht". 

Aan de foto is te zien dat de uitvoering redelijk uniform is, maar toch zijn er verschillen. Van de 21 boekjes volgen er 16 het format "schilderij gerelateerd aan nachtrust aan de voorzijde / auteursfoto aan de achterzijde". Bij 4 exemplaren (Flaubert, Gogol, Pirandello en Wilde) is qua vormgeving gekozen voor een fantasie-design dat op de voor- en achterzijde is aangebracht, zonder auteursfoto achterop. Bij één exemplaar (Van Schendel) is de voorzijde wel een schilderij, maar is de achterzijde effen. Wellicht is er bij de vier afwijkende ontwerpen voor gekozen om uit te drukken dat het om auteurs gaat die al langer overleden zijn en uit het buitenland komen. Hoewel Pirandello duidelijk van een andere generatie is dan de andere drie (Pirandello overleed in 1936, de andere in of voor 1900). Toch waren de andere buitenlandse auteurs in de reeks (Dahl, Høeg, Levi, Marquez, Mishima, Sacks, Vargas Llosa) bij de verschijning van de reeks ofwel nog in leven, of redelijk kort daarvoor overleden (Mishima in 1970, de anderen later). Maar of de sterfdatum het verschil in ontwerp heeft gemaakt? Het is ook niet zo dat deze uitgaven later in de serie verschenen. Aan het nieuwere Meulenhoff-logo te zien verschenen de 4 in het artikel in Trouw genoemde deeltjes als laatste (Bassani, Høeg, Levi, Mishima) en zij passen bij het standaardformat.

De lijst van 21 (in alfabetische volgorde van auteursnaam, veelal staat er geen verschijningsjaar vermeld) is als volgt:

  1. Giorgio Bassani - Lida Mantovani
  2. J.M.A. Biesheuvel - Giuliano
  3. Roald Dahl - Madame Rosette
  4. Gustave Flaubert - Een eenvoudige ziel
  5. N.W. Gogol - De mantel
  6. Hermine de Graaf - De zeevlam
  7. Peter Høeg - Reis naar een donker hart
  8. Oek de Jong - Lui oog
  9. Lieve Joris - Reis naar het Hart der Duisternis
  10. Rudy Kousbroek - De magische driehoek
  11. Primo Levi - Mijnheer Simpson
  12. Gabriel Garcia Márquez - In ons dorp zijn geen dieven
  13. Yukio Mishima - Rouw om het vaderland
  14. Luigi Pirandello - De lijfrente
  15. Renate Rubinstein - Een man uit Singapore
  16. Oliver Sacks - De wereld der onnozelen
  17. Arthur van Schendel (bew.) - Minnebrieven van een Portugese non
  18. Mario Vargas Llosa - De jonge honden van Miraflores
  19. Carlijn Visser - Shanghai by night
  20. Oscar Wilde - Lord Arthur Saviles misdaad
  21. Jan Wolkers - De wet op het kleinbedrijf

Naast deze 21 zijn er uitgaven die in meerdere of mindere mate als onderdeel van de reeks kunnen worden beschouwd. Ik onderscheid daarin een paar categorieën.

2: 3 Gedichten voor één nacht

Er zijn voor zover mij bekend drie boekjes verschenen met de opdruk "Gedichten voor één nacht", dit zijn bundels met verzamelingen van respectievelijk Chinese, Japanse en Spaanse poëzie. Qua uiterlijk zijn de boekjes aan de voorkant, behalve de titel van de reeks, identiek aan de Vertellingen. De schilderijen hebben echter geen verband hebben met nachtrust maar passen bij het land/cultuur waaruit de poëzie is geselecteerd. Ook het formaat en het papier is hetzelfde, inclusief het logo op de rug. In die zin horen zij dus thuis in de kern van de serie. Ik herinner mij dat ze gelijktijdig met de 21 deeltjes proza werden aangeboden (in dezelfde display), hoewel uit het boek van Frank de Glas blijkt dat ze drie jaar eerder verschenen. Maar het verschil in reeksnaam onderscheidt ze natuurlijk van andere. Daarnaast zijn dit alledrie nadrukkelijk vertaalde verzamelbundels van meerdere auteurs, waar het bij de Vertellingen steeds gaat om eigen werk van één auteur. Toch is achterin de drie bundels Gedichten een lijstje opgenomen waarin de beschikbare uitgaven van Vertellingen en Gedichten door elkaar staan vermeld, alsof het één serie is dus. 

De drie bundels zijn:

  1. W.L. Idema (keuze en vertaling) - De volle maan van het verleden. Klassieke Chinese gedichten
  2. J. van Tooren - Het zingen van de krekels. Japanse haiku
  3. Dolf Verroen - Sevilla mijn liefde! Coplas van Spanje

3:  Uitgaven alleen voor tijdschriftlezers

Naast de uitgaven van Meulenhoff zelf voor de boekhandel, zijn verschillende Vertellingen voor één nacht op een bijzondere manier verschenen, namelijk als bijlage bij een tijdschrift, als cadeau voor lezers. Uiterlijk zien deze uitgaven er bijna hetzelfde uit als de reguliere Vertellingen voor één nacht, maar in het colofon en soms op het omslag zijn kleine verschillen te zien. Zo staat er bij deze exemplaren niet "Vertellingen voor één nacht" (meervoud) maar "Vertelling voor één nacht" (enkelvoud) op het omslag. Ook ontbreekt het Meulenhoff-logo op de rug. 

Mij zijn op dit moment 6 van dit soort uitgaven bekend: één was een bijlage bij Psychologie Magazine, één bij Viva, en maar liefst vier uitgaven verschenen als bijlage bij het Vlaamse tijdschrift Elga. Wat het verzamelen van die laatste vier iets ingewikkelder voor mij maakt, is dat deze allemaal verschenen in België en nauwelijks in Nederland. Dat betekent dat het zoeken wordt bemoeilijkt omdat ze niet automatisch op boekwinkeltjes.nl of Marktplaats terechtkomen. Het is een kwestie van zoeken op Vlaamse tweedehandssites. In vijf gevallen volgen de pockets het format "schilderij op de voorkant /auteursfoto op de achterkant", maar slechts twee schilderijen verwijzen naar het thema nachtrust. In één geval (St Aubin de Téran) is er sprake van een afbeelding die zich over voor- en achterzijde uitstrekt.

Bij tijdschriften verschijnen regelmatig literaire uitgaven in de vorm van een kleine pocket. Specifiek van Viva heb ik bijvoorbeeld zelf nog een verhaal van Margriet de Moor staan dat met het blad werd meegestuurd (Op de rug gezien). Bij boekwinkeltjes.nl vind ik verhalen van Ronald Giphart en Herman Brusselmans die bij Viva verschenen. In al deze gevallen is de uitvoering echter wezenlijk anders dan die van de Vertellingen voor één nacht, zowel qua vorm als qua opmaak. 

Uitgaven verschenen bij tijdschriften:

  1. (Elga 1997) Jan Burke - Duivelse fantasieën
  2. (Elga juli 1994) Marilyn French - Dagboek van een slavin
  3. (Elga januari 1995) Lieve Joris - Amadou
  4. (Elga juli 1995) Carolijn Visser - Een tuin in de tropen
  5. (Psychologie Magazine november 1995) Oliver Sacks - Wel en niet zien
  6. (Viva juni 1995) Lisa St Aubin de Terán - Zee van verlangen

4: Overige uitgaven

De laatste twee boekjes zijn wat mij betreft echt randgevallen. Alleen op basis van het formaat en een aantal elementen van de uitvoering kan je volhouden dat ze verwant zijn aan de serie, maar het onderscheidende criterium "... voor één nacht" ontbreekt helemaal. Het vereist dus wat lenigheid in denken om ze erbij te zetten. Het gaat hier in de eerste plaats om een bundeltje verhalen met de titel Pennevruchten, dat je in 1995 cadeau kreeg bij aanschaf van een Parker 45 Matte Black. Hierin staan verhalen opgenomen van Adriaan van Dis, Maarten Biesheuvel, Fleur Bourgonje, Roald Dahl en Charlotte Mutsaers. De tweede is een boekje van Etienne van Heerden met daarin twee verhalen: De dolle hond en Kikuyu. Deze werd in 1997 door de Vlaamse Boekverkopersbond uitgegeven ter gelegenheid van de Boekenweek, met de focus op Zuid-Afrika. Het boekje van Van Heerden lijkt nog het meest op de uitgaven in de reeks: auteur en titel staan in een vierkant vak met witte omlijning, Er staat een schilderij op de voorkant en een auteursfoto op de achterkant. En in een horizontale balk staat wat het voor uitgave is. De uitgave Pennevruchten is echt een buitenbeentje; alleen het formaat en de uitgever stemmen overeen en eventueel het vierkante vak met titel en auteur (hoewel zonder witte rand). Maar in dit geval is ook het papier anders.

Nog iets over de auteurs

Het is altijd interessant om nog even een blik te slaan op de auteurs in de serie. Ik schreef al dat het een gemengd gezelschap is van Nederlandse, Vlaamse en internationale auteurs. Dat het deels Nederlandstalig werk is en deels vertaald. Maar los daarvan zijn er enkele auteurs die met meerdere werken zijn vertegenwoordigd:

  • Carolijn Visser, Lieve Joris en Oliver Sacks vinden we twee keer terug met werk in deze reeks. In alle gevallen zijn ze één keer te vinden in de kern van de verzameling (de 21 boekjes) en één keer in een bijzondere uitgave. Niet verrassend is de tweede uitgave van Oliver Sacks verspreid als bijlage bij Psychologie Magazine. Visser en Joris zijn beide meegestuurd met Elga magazine.
  • Nemen we ook de verhalen in de bundel Pennevruchten mee, dan hebben ook Maarten Biesheuvel en Roald Dahl twee vermeldingen in de reeks, één keer in de kerncollectie en dus één keer in een verzamelbundel.
  • Drie van mijn uitgaven zijn gesigneerd: de beide uitgaven van Lieve Joris en die van Oek de Jong.

Compleet of niet?

Zoals het gaat met dit soort uitgaven weet ik dus nooit of ik de serie al dan niet compleet heb. Zeker als het gaat om de bijzondere uitgaven buiten de kern van de serie. Ik ben redelijk zeker dat de kern van de serie Vertellingen voor één nacht is beperkt tot 21 titels en dat er 3 titels als Gedichten voor één nacht mogen worden beschouwd. Maar voor het aantal uitgaven dat met tijdschriften werd meegestuurd of anderszins als cadeau/speciale uitgave is gepubliceerd durf ik mijn hand niet in het vuur te steken. Zo ontdekte ik nog maar kort geleden het bestaan van de bundel Pennevruchten, nog daargelaten de vraag of deze eigenlijk wel echt tot de serie hoort. Het zal dus toch een kwestie blijven van zoeken in de bakken met miniboekjes bij antiquariaten en kringloopwinkels om te zien of er nog een exemplaar opduikt dat qua formaat, uitvoering, papier en/of opdruk als deel van deze verzameling mag worden beschouwd. Wat dat betreft helpt de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek ook niet echt, want daarin staan maar 11 uitgaven gemarkeerd als onderdeel van de serie. Tussen die 11 staat ook één van de bijzondere uitgaven, dus kennelijk hanteert de KB de brede definitie van de serie. Zo beschouwd missen er dan nog minstens 21 deeltjes bij de KB.  Het betekent dat ik de rest heb toegevoegd aan mijn lijstje boeken dat ooit aan de KB zal worden gedoneerd, ter toekomstige aanvulling van de collectie daar.

Voor wat betreft de mij bekende 32 boekjes mis ik er nu nog eentje: de uitgave Duivelse fantasieën van Jan Burke is vooralsnog onvindbaar. Schrijver dezes houdt zich zoals altijd warm aanbevolen bij eenieder die het boekje heeft liggen en er afstand van zou willen doen...

27 november, 2020

309 - Uit de nalatenschap van Adri Offenberg (2) - Niet in de KB

Dit is het tweede blog in de serie over de boeken die ik vond in de bibliotheek van Adri Offenberg. Dit keer ga ik in op twee werken die niet staan opgenomen in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek, oftewel de KB. En die mij in no-time in een 18e-eeuws dispuut over Spinoza brachten.

De boeken in de Koninklijke Bibliotheek

Maar eerst iets over de titel van dit stukje. De KB verzamelt en bewaart alle boeken, kranten en tijdschriften die in Nederland zijn verschenen en alles wat er in het buitenland over Nederland is gepubliceerd. Dat doet de KB al heel lang, maar dat wil niet zeggen dat de KB compleet is. De algemene collectie van de KB is de Nederlandcollectie. De KB zegt op de website: 

De Nederlandcollectie is de kerncollectie van de KB en omvat alles uit en over Nederland. Daaronder vallen uiteenlopende materialen, van Middeleeuwse handschriften tot hedendaagse uitgaven, en zowel digitale bestanden als fysieke objecten. De Nederland-Collectie is een erfgoedcollectie; alles wat daarin wordt opgenomen, wordt ook ‘voor eeuwig’ duurzaam bewaard en toegankelijk gemaakt. Binnen deze collectie streeft de KB naar volledigheid.

Er is altijd de mogelijkheid om boeken aan de KB te schenken. Er is een aparte pagina die uitlegt hoe dat in zijn werk gaat en wat de KB wel en niet wil hebben. Via social media laat de KB zelf af en toe een vraag los of iemand een boek kan vinden dat de KB nog zoekt, meestal op basis van vroeg-20e eeuwse krantenadvertenties waarin boeken worden aangekondigd, die nooit de KB hebben gehaald. Daarnaast zie ik collega-boekenliefhebbers ook zelf nog wel eens twitteren bij een nieuwe aanwinst dat deze "niet in de KB" te vinden is. Kennelijk zijn veel mensen zich er van bewust hoe belangrijk het is dat het KB als ons nationaal geheugen zo compleet mogelijk is. Overigens gaat het de KB er niet om dat alles per se in de KB aanwezig moet zijn. Het gaat hen vooral om de boeken die niet in de NCC terug te vinden zijn. De Nederlandse Centrale Catalogus NCC bevat de bibliografische gegevens en de vindplaatsen van circa 14 miljoen boeken en bijna 500.000 tijdschriften in meer dan 400 bibliotheken in Nederland.

In mijn collectie heb ik verschillende boeken die - volgens de online catalogus - niet in de KB staan. In een aantal gevallen staan deze boeken wel in de NCC, maar ik vind persoonlijk de KB echt het centrale punt is waar Nederlandse publicaties aanwezige zouden moeten zijn, dus voor mij is dat een relevant gegeven. Ik hou dit eenvoudig bij omdat ik al mijn boeken catalogiseer via LibraryThing. Deze site geeft mij de gelegenheid om alle mogelijke details van mijn boeken vast te leggen (bijvoorbeeld ook gewicht en afmetingen, zodat ik tot op de gram weet hoeveel mijn bibliotheek weegt). Bij het registreren van boeken haalt LibraryThing de details uit de catalogus van de KB (dit is mijn standaardinstelling), zodat ik direct weet dat een boek niet geregistreerd is bij de KB als ik ze probeer in te voeren. 

Intussen bevat mijn bibliotheek 48 titels die niet bij de KB bekend zijn, maar wel in de Nederlandcollectie thuishoren. Veelal zijn het nieuwjaargeschenken van uitgeverijen of werken in de categorie marginaal drukwerk. Maar groot of klein: uiteindelijk horen álle titels van of over Nederland natuurlijk in de Haagse kelders te staan. Het is mijn vaste voornemen om bij mijn overlijden in elk geval alle niet bij de KB geregistreerde boeken aan de KB te schenken. Mijn nabestaanden kunnen ze eenvoudig vinden via het digitale labeltje in mijn online catalogus. En dat wordt dan mijn bescheiden bijdrage aan het nationale boekenbezit.

Als het goed is komen er tegen die tijd ook twee titels naar de KB die oorspronkelijk in het bezit waren van Adri Offenberg. Beide kunnen gerekend worden tot de judaïca. Volgens de Nederlandstalig Art & Architecture Thesaurus zijn judaïca "objecten met betrekking tot Joods leven, religie en cultuur, vooral maar niet uitsluitend objecten van literaire, historische of culturele aard of in verband met riten." Beide werken zijn gelegenheidsuitgaven die niet in Nederland zijn gedrukt, maar wel een duidelijke connectie met Nederland hebben en om die reden, conform de beschrijving van de Nederland-collectie, in de KB horen.

Facsimile of a Haggadah, printed in Amsterdam in 1845

Het eerste boekje is een miniatuuruitgave (10,3 bij 7,2 cm) en is een facsimile van een haggadah. Een haggadah wordt door Joden gebruikt tijdens de sederavond en bevat het Bijbelse verhaal van de uittocht uit Egypte, aangevuld met een beschrijving van de gebruiken tijdens de sederavond en een beschrijving van de gerechten. Eén van die gerechten is trouwens maror, of mierik, dit is het bittere kruid waarnaar de gelijknamige roman van Marga Minco is genoemd.  

Deze facsimile is gedrukt in Vermont, in de Verenigde Staten in 1989. De gelegenheid was feestelijk: het boekje is speciaal gemaakt bij de 65e trouwdag van Anna en Benjamin Lifton en aangeboden door hun kinderen. Het origineel van deze haggadah is afkomstig uit de bibliotheek van The Jewish theological seminary of America

Met het boekje is iets bijzonders aan de hand: op het omslag staat dat het oorspronkelijke werk is gedrukt in Amsterdam in 1845, maar dit jaartal is doorgestreept en vervangen door 1840. Mijn interpretatie is dat Adri Offenberg als erkend deskundige op het gebied van Judaïca en oude drukken het beter weet dan de makers van deze facsimile en de conservator in Amerika en dat deze haggadah dus inderdaad in 1840 in Amsterdam is gedrukt. Het boek is in elk geval gedrukt door boekdrukkerij

Belinfante & de Vita. Over deze drukkerij heb ik verder weinig kunnen vinden. Op basis van de catalogus van de KB is zichtbaar dat deze drukkerij in de eerste helft van de 19e eeuw actief is geweest. Verschillende Joodse uitgaven (Bijbelboeken, gebedenboeken maar ook grammaticaboeken) zijn in de collectie opgenomen. Verder blijkt uit verschillende krantenadvertenties uit de 19e eeuw dat de boekhandel en uitgeverij was gevestigd aan de Weesperstraat 9 in Amsterdam. Zoals zoveel boekhandels beschikte deze ook over een leesbibliotheek (in de blog van Aad van Maanen is aan de hand van boekhandelsetiketjes veel te lezen over leesbibliotheken). Uit het bevolkingsregister van Amsterdam blijkt dat Sadok Cohen Belinante (1787-1839) in die tijd op het adres woonde. Maar wie De Vita was weet ik niet. De Weesperstraat was in die tijd een smalle straat, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Utrechtsestraat in Amsterdam. Nadat de Joodse bevolking was gedeporteerd en vermoord in de oorlog, werd in de hongerwinter al het hout uit de huizen gesloopt. Het resultaat was een verwoeste straat in 1945 en aansluitend werd besloten een verkeersader van de Weesperstraat te maken, later kwam daar nog de metrolijn bij. Alle oorspronkelijke bebouwing is verdwenen.

Ik kan mij voorstellen dat de KB niet deze facsimile bezit maar ik was benieuwd of de KB dan wel het origineel zou hebben. Ik heb het niet in de catalogus aangetroffen, niet als uitgave 1845 en ook niet in 1840.Van Belinfante & de Vita vond ik wel een haggadah uit 1837 bij de KB, zij hebben er dus meer gedrukt. Maar kennelijk is het exemplaar uit 1840 dus echt een missende uitgave in de KB. Stel nu dat de KB het origineel of de facsimile zou willen aanschaffen, zijn ze dan beschikbaar? Bij Abebooks vond ik één vermelding van het origineel, aangeboden door Meir Turner in New York. Voor het luttele bedrag van $18.000 is het boekje te koop. Meir Turner noemt trouwens ook als jaartal 1840, hij sluit daarbij aan bij Adri Offenberg. Gelet op het hoge bedrag voor deze haggadah is het werk op een bepaalde manier zeldzaam. Op Abebooks worden verschillende haggadah's uit dezelfde periode aangeboden voor veel lagere bedragen. Wellicht is dat ook de reden dat het uitgekozen is om een facsimile van te maken. Dat hadden de kinderen van Anna en Benjamin Lifton dan beter van het exemplaar van Meir Turner kunnen maken, want op de foto is zichtbaar dat dit een veel frisser exemplaar is dan die ik nu heb. Zo is de titelpagina van mijn facsimile gevlekt, waar deze titelpagina erg fris is. Een exemplaar van de facsimile heb ik verder trouwens nergens te koop gezien. 


Rechtfertigung des Rabbi David Nieto gegen den Vorwurf in seiner Predigt Spinozas Lehre zu verbreiten 

Het tweede werkje dat in de KB ontbreekt is ook een heruitgave, alleen geen facsimile. Het gaat om een dunne gelegenheidsuitgave dat volgens de titel betrekking heeft op een 18e-eeuws debat over de invloed van de leer van Spinoza in de Joodse gemeenschap. Het werkje is nog onafgesneden en werd in 1930 in Leipzig uitgegeven in een oplage van 200 exemplaren. Het werk is via deze site integraal te lezen. Als auteur staat Chacham Zwi Hirsch Ashkenasi vermeld. Deze in 1658 in Tsjechië geboren rabbijn was vanaf 1710 rabbijn in Amsterdam. Deze rabbi was bekend in heel Europa en had grote invloed op de de ontwikkeling van de  Joodse gemeenschap in die tijd. Eén van de kwesties waar hij mee te maken had was de aanwezigheid van volgelingen van de valse messias Shabbetai Zvi (1626-1676), die zich uiteindelijk zou bekeren tot de islam. Chacham Zwi was ook na het overlijden van deze valse messias druk met het weren van allerlei opvattingen over deze kwestie in de Joodse gemeenschappen. Maar hij had niet alleen te stellen met de volgelingen van Shabbetai Zvi, maar ook met een dispuut rond de in Londen werkzame rabbi David Nieto.

David Nieto (1654-1728) werd geboren in Venetië en was vanaf 1701 rabbi in Londen. De Londense Spaans-Portugese Joodse gemeenschap was een dochtergemeenschap van de Amsterdamse. Nieto werd op basis van een prediking, en later een uitwerking daarvan in één van zijn boeken, beschuldigd een aanhanger van de leer van Spinoza te zijn, oftewel het goddelijke te ontkennen, uit te gaan van de rede en daarmee elke vorm van openbaring of profetie te ontkennen. Voor een rabbi is dat een nogal ernstige beschuldiging en het is te begrijpen dat de gemoederen hoog opliepen in de Joodse gemeenschap. Niet alleen in Londen, maar al snel in een groot deel van West-Europa. Achteraf lijkt het erop dat een aantal van de belangrijkste beschuldigingen tegen David Nieto afkomstig waren uit de kringen van - daar gaan we weer - volgelingen van Shabbetai Zvi.

Alle reden dus om raad te vragen bij een invloedrijke en gerespecteerde rabbi, te weten Chacham Zwi. Hij nam het op voor David Nieto (misschien ook wel omdat hij een verklaard tegenstander was van zijn aanklagers) en pleitte Nieto vrij van het zijn van een volgeling van Spinoza. Volgens Zwi hadden de leden van de Londense gemeenschap Nieto niet goed begrepen: hij had weliswaar in dezelfde woorden als Spinoza verklaard dat God en de natuur één zijn, maar wilde daarmee precies het tegenovergestelde punt maken: niet dat er geen openbaring is, maar juist dat die er wél is. Een levendige beschrijving van het dispuut vind je hier. Na deze interventie bleef David Nieto rabbijn in Londen, waar hij later werd opgevolgd door zijn zoon Isaac Nieto.

Het is een ingrijpende en impactvolle situatie geweest voor de Joodse gemeenschap in die tijd. Dit is de reden dat de conclusie van Chacham Zwi zo van belang is, en waarschijnlijk ook de achtergrond van deze herdruk in 1930. Deze uitgave was bedoeld voor de leden van het Soncino Gesellschaft (Engelstalige link en nog een Engelstalige link), een gezelschap Joodse bibliofielen (het eerste en enige Joodse bibliofiele genootschap, aldus verschillende bronnen) met uiteindelijk zo'n 600 leden. Opgericht in 1924, werd het gezelschap door de nazi's ontbonden in 1937, nadat het ruim 100 publicaties had uitgegeven. Ondanks de verwoesting door de nazi's van Joods cultuurgoed zijn alle publicaties van het genootschap bewaard gebleven. Ze worden digitaal beschikbaar gemaakt door de bibliotheek van het Joods museum in Berlijn. Het Soncino Gesellschaft werd onder meer door Hermann Meyer (1901-1972) opgericht en hij is dan ook, met Curt Munter, de initiatiefnemer van dit werkje.

Het is niet onlogisch dat dergelijke uitgaven bij Adri Offenberg terecht zijn gekomen. Ze sluiten prima aan bij zijn aandachtsgebied. Maar hoe zij er gekomen zijn weet ik niet en kan ik niet meer achterhalen. 

14 december, 2019

301 - Onzichtbare boeken in de KB (2)

Nadat ik in het weekend van de wetenschap had rondgekeken in de ondergrondse kelders van de Koninklijke Bibliotheek (zie vorige blog) en daar de normaal gesproken 'onzichtbare' boeken in de kelders had gezien (die natuurlijk helemaal niet zo onzichtbaar zijn want je kunt ze gewoon opvragen), kwam ik terecht op de tentoonstelling Bijzondere vrouwen, bijzondere boeken in diezelfde KB. Ik was onder de indruk van de bijzonderheid van deze boeken en van de vrouwen die in de late middeleeuwen en renaissance-tijd tegen de klippen op hebben gestreden om hun talenten te mogen inzetten. Dat leverde een paar prachtige boeken op en mooie verhalen: rolmodellen voor de generatie van nu. Ik zal mijn dochter ook nog eens langs sturen naar deze tentoonstelling!

Maar één boek op die tentoonstelling trok in het bijzonder mijn aandacht (én maakte een grote begeerte in mij wakker) en dat was het onzichtbare boek. Het (letterlijk) onzichtbare boek is van Elisabeth Tonnard, een kunstenaar en dichter die veel werkt met (gevonden) foto's, (gevonden) teksten en die combineert in een reeks prachtige kunstprojecten en boekuitgaven.

Ik kende haar niet maar ik vond het onzichtbare boek onmiddellijk fascinerend. In de vitrine van de KB lag alleen de factuur voor het boek (het factuurbedrag is € 0,-) als bewijs dat de KB een exemplaar bezit. Dus wat is het onzichtbare boek nu eigenlijk?

Mijn eerste associatie was die van een volmaakt boek, dat er vooral is voor de verzamelaar die het boek idealiseert en uitsluitend voor zichzelf heeft. Aan de andere kant was er ook de puzzel: hoe kan je een onzichtbaar boek eigenlijk bezitten? Maar dat het wel degelijk kan blijkt uit de factuur in de vitrine bij de KB. Het is een boek dat je niet kunt bezitten en toch kunt bezitten, en juist daarom wilde ik het natuurljk ook hebben.

Toevallig las ik in diezelfde week het verhaal De onzichtbare verzameling van Stefan Zweig, in de prachtige AfdH-uitgave waarin ook het verhaal Boekenmendel staat. In mijn - genummerde - exemplaar van deze uitgave stond het verhaal van een blinde verzamelaar die dacht dat hij een prachtige verzameling prenten had, maar zijn familie had deze uit geldnood verkocht en vervangen door blanco papier. Toch bleef hij genieten van zijn verzameling omdat hij dit niet wist en hij de werken voor zich zag als hij de lege vellen aanraakte. Dit is de omgekeerde onzichtbaarheid: je denkt dat je iets hebt, maar het is er niet meer. Dit onzichtbare boek van Tonnard heb je niet, maar het is er toch.

Toen ik nog wat doormijmerde over dit onzichtbare boek bedacht ik mij dat dit boek juist de vergeefsheid van mijn verzameling uitdrukt. Ben ik onbewust op zoek naar het volmaakte boek en probeer ik (als een soort van toren van Babel) een onvolmaakt bouwwerk te maken dat uiteindelijk de hemel bereikt? En wordt die vergeefsheid uitvergroot door het concept van het onzichtbare boek? Als ik daarover doordenk wordt het bijna een spirituele ervaring... Ik moest ook denken aan het verhaal van Borges, De bibliotheek van Babel, waarin de bibliotheek (of: het universum) "door haar omvang en oneindigheid alle boeken omvat die geschreven zijn of ooit geschreven zullen worden en daarmee antwoord kan geven op alle basismysteries van de mensheid, alsook voorspellingen van de toekomst, inclusief alle denkbare variaties daarop". Dus je kunt een bibliotheek van Babel bouwen óf je kunt het allemaal laten samenvallen in het absolute nulpunt, het onzichtbare boek.

Het gebeurt niet vaak dat ik zo onder de indruk ben van een boek, dus het was tijd om op onderzoek uit te gaan. Allereerst werd ik aangenaam verrast door de website van Tonnard waarop verschillende projecten staan. Zoveel creativiteit: wat te denken van het boek One swimming pool, waarvan de bladzijden losgehaald kunnen worden en met elkaar een grote foto van een zwembad vormen. Het droge commentaar van Mishka Henner over dit boek: "If there ever was a book to dive into, this would be it". Of de tipp-ex gedichten: Let us go then, you and I waarbij steeds hetzelfde gedicht van T.S. Eliot is afgedrukt met alle woorden behalve een paar wegetipp-ext. De overgebleven woorden vormen nieuwe gedichten... Mijn persoonlijke favoriet is The story of a young gentleman, dat een ultrakort verhaal is over een jongeman die Oorlog en vrede leest en in het verhaal van een paar zinnen is Oorlog en vrede integraal afgedrukt... Het contrast tussen het verhaal van een paar zinnen en de integrale Oorlog en vrede vind ik briljant gevonden.

Maar ook op de website van Tonnard viel te lezen dat Het onzichtbare boek niet meer te koop was. Desondanks verdiepte ik mij nog wat verder in deze uitgave. Ik vond een interview van Ton van Vroonhoven met Tonnard over dit boek, uit 2014. Zij zegt:
"Veel ideeën ontstaan bij mij uit ergernis. Ik erger me bijvoorbeeld aan de manier waarop artikelen geschreven worden in huis-aan-huis bladen. Dat wil ik dan benadrukken door de stijl te comprimeren en woorden weg te laten. Mijn onzichtbare boek heb ik ook uit ergernis gemaakt. Ik zat toen in een kunstenaarscoöperatief ABC Artists' Books Cooperative met onder andere Joachim Schmid en dan maak je ook andermans ergernissen mee met productie en verkoop. Zo'n ergernis was dat mensen soms verwachten dat iets helemaal perfect gedrukt en gebonden is en toch hetzelfde kost als een boek in de boekhandel terwijl het in een veel kleinere oplage of op een andere manier gemaakt is. Het mag niets kosten en het moet perfect zijn. Toen dacht ik: dan maak ik een onzichtbaar boek. Dat is helemaal perfect, bevat geen fouten en kost nul euro en heeft ook nog een beperkte oplage. (...) Toen het uitkwam heb ik het op mijn website aangeboden en dezelfde dag heeft Joachim Schmid ze alle honderd besteld. Toen hebben we gezegd: probeer het nu op eBay aan te bieden zodat mensen er op kunnen bieden. Het gaat dan nog een fase verder, het gaat over de ergernis dat de kunstenaar vaak weinig verdient en dat handelaren proberen er veel geld voor te vragen als iets eenmaal is uitverkocht. Op eBay zijn er daadwerkelijk mensen gaan bieden. Het is een rare wereld, zelfs boekjes die bij mij te koop zijn voor 25 euro staan al voor 200 euro op Amazon."
Dit zijn herkenbare observaties. Ik vind dat een mooi boek iets mag kosten - kijk naar mijn collectie Stichting de Roos - maar ik wil natuurlijk ook liever niet teveel betalen. Dus ik ben blij met een voordeeltje of een goede aankoop op een veiling. Tegelijkertijd koop ik dure boeken die ik mooi vind ook direct bij auteur of uitgever. Vaak gaat het om margedrukkers of kleine uitgevers, die kunnen immers wel wat steun gebruiken.

Ondertussen had ik nog steeds geen exemplaar van het onzichtbare boek. Internet afspeuren hielp niet, eBay gaf geen resultaten meer en uiteindelijk bleef er nog maar één optie over: Elisabeth Tonnard contacten. Dat lukte en zij liet weten dat zij geen exemplaren meer had (dat vermoedde ik al) maar dat zij haar collega Joachim Schmid zou vragen een exemplaar van de eerste uitgave op eBay te zetten. En toen ging het snel: het boek verscheen op eBay, ik bood erop en was doodsbang voor tegenbieders. Maar die kwam er niet en na 5 dagen was het boek van mij. Ik ontving per mail een mooi certificaat als bewijs.

Uiteraard wilde ik mijn certificaat laten signeren. Ik printte het certificaat en stuurde dit weer op naar Elisabeth Tonnard, samen met een ander boek dat ik al van haar had. Dat was de uitgave De wolkeen uitgave in de Slibreeks, waarover in een volgend blog meer. En ik kreeg het terug, met de mededeling dat zij het niet kon signeren omdat het certificaat gemaakt was door Joachim Schmid. Maar dat briefje is voor mij genoeg voor de erkenning van de auteur, en ik zal het met mijn certificaat bewaren naast mijn onzichtbare boek.

Het was een mooi avontuur. Ik ben trots dat ik één van de boeken die volgens de KB tot het meest bijzondere behoren dat door vrouwen in Nederland is gemaakt nu bezit. En ook nog na zo'n mooie zoektocht, waaruit wat mij betreft blijkt dat als je een boek écht wilt hebben, het op één of andere manier altijd naar je toekomt.

Naschrift: Een reactie onder dit bericht verwijst naar een tweet die ik graag herhaal. Sowieso waardevol om het twitteraccount @FrankBoeken te volgen. Hij schrijft: "Laatst had ik een klant die ook een exemplaar bezat, maar het steeds kwijt was. Na overleg hebben we besloten een onzichtbare overslagdoos te maken met een zichtbaar titelschildje. De rekening bedroeg ruim 900 euro. Het benodigde materiaal was immers moeilijk te vinden.😆". Ik ben dan wel benieuwd hoeveel materiaal er dan gebruikt wordt. Want het zou wat zijn als het onzichtbare boek er uiteindelijk toch niet inpast... 

27 oktober, 2019

300 - Onzichtbare boeken bij de KB (1)

In het eerste weekend van oktober van dit jaar was er in het kader van het weekend van de wetenschap een mooie gelegenheid om een rondleiding door de Koninklijke Bibliotheek te krijgen. Wat mij aantrok in de aankondiging was de tekst was de melding "met rondleidingen door de ondergrondse magazijnen, workshops zoeken in online bronnen en een presentatie over de digitale jaren negentig" Met name de ondergrondse magazijnen wilde ik wel eens zien: als daar alle in Nederland of in het Nederlands gemaakte boeken staan, hoe ziet dat er dan uit?
De rondleiding bracht ons die middag door de hele KB. Aan het begin van de rondleiding werd nog gevraagd waar de belangstelling naar uitging. Om te voorkomen dat we te lang op allerleid 'bovengrondse' plekken zouden blijven maakte ik duidelijk dat met name de ondergrondse magazijnen het doel van mijn bezoek waren.
Dit wilde niet zeggen dat de rest van het bezoek oninteressant was, integendeel. We kregen een mooi kijkje in het reilen en zeilen van de KB, het gebruik van verschillende ruimtes en catalogi (zoals de balie Bijzondere Collecties). Wat ik niet wist, maar wat wel logisch is, is dat elk boek bij bijzondere collecties wordt gewogen voordat het wordt uitgeleend. Diefstal van pagina's uit boeken kan dan snel ontdekt worden (nog los van het feit dat elke bezoeker in die ruimte door meerdere camera's in de gaten wordt gehouden). Ook kregen we een boeiende presentatie over de digitalisering van materiaal. Aan de ene kant is er de situatie dat digitale bronnen evolueren: al het materiaal dat op floppy of CD-i beschikbaar is, kan straks niet meer gelezen worden. Dus dat moet worden omgezet. Tegelijkertijd blijkt dat digitaal materiaal kan beschadigen: een byte hier of daar die beschadigt, kan een werk ontoegankelijk maken. Dus hoe houd je digitaal materiaal voor de toekomst beschikbaar? En daarnaast: Als steeds meer materiaal uitsluitend digitaal beschikbaar is, dan moet een instituut als de KB allerlei nieuwe manieren vinden om het materiaal te verzamelen. Ik schreef in 2013 al hoe ik een brief kreeg van de KB waarin werd aangekondigd dat mijn weblog verzameld en "duurzaam opgeslagen" wordt. Tijdens de rondleiding hoorde ik dat ongeveer 0,15% van de .nl websites gearchiveerd is... Ik was toch blij dat ik niet bij die 99,85% van het Nederlandse internet hoor die in de toekomst vergeten zal worden. Ik ben al een buitenbeentje omdat ik überhaupt wel eens een boek lees, zelfs wel eens een boek koop en intussen mijn 3500e boek in mijn collectie heb gezet... Dat ik ook nog een buitenbeentje van het internet ben omdat mijn schrijfselen voor de toekomst bewaard blijven kan er dan nog wel bij.

Uiteindelijk kwamen we dan toch in het ondergrondse boekendepot, het 'onzichtbare' deel van de KB. Ook hier weer een grondige uitleg over hoe de boeken binnenkomen en hoe ze verwerkt worden. Het is even omschakelen om in deze immense verzameling van boeken te kijken. De boeken worden er niet op auteur of alfabetische volgorde gezet, maar ze worden gesorteerd op formaat. Uiteindelijk is dat de meest efficiënte manier van opslaan natuurlijk, maar het ziet er vreemd uit. En per formaat staan de boeken er op volgorde van binnenkomst, zodat er geen enkele logica in zit. Maar dat hoeft ook niet, een boek is op andere manieren vindbaar en dit is alleen maar opslag, geen etalage. Het blijft desondanks een beetje vreemd om een roman naast een juridische verhandeling, naast een gebruiksaanwijzing van een auto naast een reisgids te zien staan... zonder enig verband anders dan de grootte. Achter deze ogenschijnlijke chaos bevindt zich echter een ijzeren logica die maakt dat elke boek systematisch wordt opgeslagen en terugvindbaar is. Hoewel... er wordt wel eens een boek op de verkeerde plek teruggezet, en dan is het kwijt. Want hoe moet je het ooit terugvinden als het niet bij het goede nummer wordt neergezet? Onze rondleider gaf aan een neus voor verkeerd geplaatste boeken te hebben. Als hij een melding krijgt van een boek dat kwijt is, dan kijkt hij naar de informatie en dan heeft hij vaak wel een idee waar het zou kunnen zijn, en meestal klopt dat. Maar er zwerven dus ook boeken in de KB die er wel zijn, maar die niemand meer kan vinden omdat ze net op de verkeerde plank staan, waar niemand kijkt...

Sowieso was het ook op een andere manier vervreemdend om naar al die boeken te kijken. Ik bekeek een enkel boek en dan heb ik de zoveelste druk van een middelmatige roman in handen. Ik denk dat de kans dat dit boek ooit opgevraagd wordt of onderwerp van onderzoek is zo'n 0% is. Idem voor gedateerde informaticaboeken (de zoveelste druk van een boek over Windows '95) bijvoorbeeld. De KB doet zo zijn best om álles te verzamelen wat er in Nederland, in het Nederlands of over Nederland wordt geproduceerd en dan staat het daar maar... Zoals van het hele Nederlandse internet 0,15% wordt verzameld zou het mij niet verbazen als van alle boeken in de KB 0,15% ooit wel eens opgevraagd wordt. Of zou dat nog een hoge schatting zijn? Desondanks is het mooi en goed dat hier het geheugen van Nederland in papier staat opgeslagen. In de koele, gesloten ruimtes onder het centrum van Den Haag staan alle onzichtbare boeken keurig in het gelid.

Ik vroeg nog of uitgaven in eigen beheer ook in de KB worden opgenomen. Dat bleek zo te zijn. Ik dacht altijd dat die eigen beheer uitgaven niet welkom waren in de KB, maar waarom eigenlijk niet? Als de KB dit weblog al verzamelt, waarom dan niet de in eigen beheer uitgegeven jeugdherinneringen van iemand, of een verhandeling van een onderwerp dat iemand zelf heel interessant vindt (en de rest van Nederland niet)? Dus iedereen die iets in eigen beheer uitgeeft en het opstuurt naar de KB, kan rekenen op een dankbare ontvangst en een plekje ergens op een anonieme plank in een kelder met betere klimaatbeheersing dan bij de schrijver thuis. De kans dat het werk in de KB overleeft is waarschijnlijk veel groter dan bij de schrijver thuis, en dat is een geruststellende gedachte.

Na deze boeiende rondleiding gingen we nog even langs de tentoonstelling "Bijzondere vrouwen, bijzondere boeken". Daar kreeg het fenomeen "onzichtbare boeken" weer een heel andere dimensie. Maar dat is onderwerp van mijn volgende blog.

10 oktober, 2013

230 - Voor de toekomstige lezer in 2099

Geachte lezer uit het jaar 2099,

U bent op mij gestuit via de digitale collectie van de Koninklijke Bibliotheek uit Nederland. In welk deel van de Europese digitale collectie u dit weblog heeft gevonden weet ik niet. Ik hoop maar dat de taal nog een beetje leesbaar is, maar het zal vermoedelijk vanzelf vertaald worden. Ter info: ooit werd het in het Nederlands geschreven.

U leest dit weblog omdat in 2013 - toch al weer 86 jaar geleden - Jan Bos, toen nog hoofd collecties van de Koninklijke Bibliotheek, mij een mail stuurde (zo werkte dat toen) dat mijn weblog "gearchiveerd en duurzaam opgeslagen [zal] worden". En niet voor niets, want de KB liet mij weten dat dit weblog tot een bijzondere categorie behoort, namelijk "websites die als verzameling een representatief beeld geven van de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving op het internet". 

Ik wist niet dat dit weblog het in zich had, maar op wonderbaarlijke wijze heb ik iets nagelaten dat representatief is voor Nederlandse cultuur. En dat is een ironische gedachte, om twee redenen.

Allereerst voel ik mij in het geheel niet representatief voor de Nederlandse cultuur. Ik heb eerder de overtuiging dat ik een achterhoedegevecht lever. In 2013 woedde nog volop de discussie over het al dan niet uitsterven van het papieren boek (ik weet niet of deze link nog werkt maar ik hoop er het beste van). In 2099 weten jullie de uitkomst van deze verwachting. Hoewel de boekwinkels vandaag nog vol liggen met papier ken ik eigenlijk amper meer mensen die veel boeken kopen en bovendien een verzameling van die boeken aanleggen. Ik vind het toch wel een beetje een prestatie dat ik op dit moment zo'n 2.500 geregistreerde boeken in mijn verzameling heb en ik ken een handvol mensen die dat met mij leuk vinden. Boeken in kleine oplages, gesigneerde boeken, eerste drukken, bibliofiele werkjes: er zijn warempel vandaag nog mensen die er interesse in hebben. Maar ik ken ook tientallen mensen met duizenden ebooks op hun ereader. Toch kan ik bij hen weinig liefde voor het boek ontdekken. En dat terwijl ik nog steeds elke aankoop koester en verzorg en een lang leven op mijn boekenplank gun. Zo bezien hoor ik eerder thuis in een openluchtmuseum bij de afdeling oude ambachten (de bibliofiel, naast de nettenboeter en de scharensliep) dan in de afdeling representanten van de Nederlandse cultuur.

Als u wilt weten welke boeken ik zoal had, dan zult u bij mijn achterkleinkinderen te rade gaan. Wellicht dat zij er nog een paar bewaard hebben. Ik maak mij weinig illusies, dus mochten al die prachtige werken verdwenen zijn in de afgelopen 86 jaar, dan hoop ik dat u door het doorlezen van weblog iets kunt proeven van de lol die ik heb gehad in het verzamelen van boeken en het genot van het bezit van zoveel ideeën van grote denkers naast prachtige verhalen van grote schrijvers in een lange rij boekenkasten. Wellicht is er een zusterorganisatie van de KB die een archief heeft aangelegd van de website LibraryThing, want daar staat de gedetailleerde informatie over al mijn boeken.

De tweede manier waarop dit bericht van de KB ironisch is, is omdat daarmee de verzamelaar verzameld wordt. Deze uitdrukking is bewust geplagieerd van Eric Schneyderberg die ooit een boekje maakte over het verzamelen van boeken van Boudewijn Büch, de meest markante bibliofiel die Nederland in de 20e en 21e eeuw (althans, tot 2013) kende. Gek idee dat al mijn woorden de afgelopen decennia in bits en bytes van het systeem van de KB hebben gehangen totdat u het weblog ontdekte. Het was juist mijn bedoeling informatie te ontsluiten zodat anderen daar iets aan zouden hebben. Maar nu word ik een brokje informatie dat ontsloten moet worden.

Wat het onderzoek is waarmee u bezig bent, weet ik natuurlijk niet. Wellicht verveelde u zich te pletter en stuitte u toevallig op deze bijdrage omdat u nieuwsgierig was wie iets schreef over 2099, toevallig het jaar waarin uw eerste kind werd geboren. Of dit was het enige weblog in 2013 waarin over Anneke Brassinga werd geschreven (Wikipedia zal toch wel gearchiveerd zijn? Voor de zekerheid een link daarheen), en dat schept natuurlijk een band. Wellicht is mijn volgende bijdrage baanbrekend en wordt daar 86 jaar later nog over gepraat, en toen u doorlas stuitte u op dit ietwat suffige bericht. Sla maar snel over en ga door naar andere berichten, er zijn nog een paar fijne berichten over Nescio te lezen bijvoorbeeld.

Maar één ding is duidelijk. Het was urgent dat deze informatie destijds werd opgeslagen. Lees maar in de brief die ik vandaag van Jan Bos kreeg: "Websites bevatten vaak waardevolle informatie die niet analoog verschijnt en die ten gevolge van de grote 'omloopsnelheid' het risico loopt voorgoed verloren te gaan. Dat websites als 'digitaal erfgoed' het behouden waard zijn, is internationaal erkend in het Unesco Charter on the Preservation of the Digital Heritage uit 2003. Het signaleert dat digitaal erfgoed verloren dreigt te gaan en dat het bewaren daarvan voor gebruik door de huidige en toekomstige generatie onderzoekers zeer urgent is." Hier staat een lijst met alle - honderden - geselecteerde sites.

En dat digitaal erfgoed verloren dreigt te gaan willen we natuurlijk niet. U zult daarom ook al mijn volgende berichten kunnen lezen. Of het er veel zijn weet ik niet. Ik beloof dat ik mijn best doe nuttige dingen voor toekomstige lezers te schrijven. Draag het mijn nageslacht niet na als dat mislukt en wees een beetje mild over mij in uw dissertatie. Het kwam allemaal uit een goed hart.

01 maart, 2010

182 - Een Bordewijk-middag in de KB - en meer

Het is alweer een tijdje geleden, maar toch goed om het nog even op te halen: het Bordewijk-symposium in de Koninklijke Bibliotheek in november 2009. Ik had er al lange tijd naar uitgekeken, want Bordewijkiaanse evenementen zijn schaars en als erkende Bordewijkliefhebber wil ik het niet missen als het een keer gebeurt. Die schaarste is niet zo gek: de man is dan ook al 45 jaar dood en dat heeft toch z'n weerslag op je populariteit, hoe je het ook wendt of keert. Des te groter mijn verrassing dat de zaal in de KB stampvol zat met Bordewijkliefhebbers - waarbij ik eerlijk moet toegeven dat ik bijna de jongste was. Het is altijd goed om terdege voorbereid naar zo'n middag te gaan. Ik had gekeken naar de sprekers van die dag, en bij drie ervan ging het toch een beetje kriebelen:
  • Reinder Storm zou spreken over twee zeldzame Bordewijk-uitgaven in de Koninklijke Bibliotheek. Van Reinder Storm wist ik dat hij (in eigen beheer?) een uitgave had gemaakt over Nescio, met de titel Onderschat of overschat? Nescio in de enquete in het Vaderland. Dat boekje had ik nog niet en dit was mijn kans om navraag te doen bij de auteur.
  • Elly Kamp zou spreken over het echtpaar Bordewijk. Zij is de auteur van het bibliofiele werkje Schaduw, Stemming en Stil Water. Bordewijk en de Haagse straatnamen. Dit was mijn kans om het boekje te laten signeren.
  • Margriet de Moor zou aan de erven Bordewijk het eerste exemplaar van een nieuw uitgebrachte partituur van Johanna Bordewijk-Roepman aanbieden. Misschien kon ik ook een aantal boeken door haar laten signeren.
Zoals gezegd was het een drukke middag in de KB. Ik had nooit gedacht dat ik nog eens op een bijeenkomst zou zijn waar iedereen die ik sprak mij zou begrijpen als ik over Bordewijk begon. Bovendien kreeg ik de belofte van Reinder Storm dat ik een gesigneerd exemplaar van zijn boekje zou krijgen (dat is inmiddels gebeurd - veel dank!), heeft Elly Kamp haar eigen uitgave gesigneerd (veel dank!) en heb ik aanschouwd hoe Margriet de Moor sprak over de componiste Johanna Bordewijk-Roepman. Ziehier een korte impressie. Helaas kon ik Margriet de Moor niet mijn boeken laten signeren, maar het was dan ook een Bordewijk-symposium, geen De Moor-symposium en ik wilde mij niet opdringen. De bijdrage van Reinder Storm sprak nog het meest tot mijn verbeelding. Hij vertelde hoe hij het bibliofiele boekje Mijnheer Pem heeft een droom had opgedoken. Een route volgend langs telefoongidsen en familieleden bracht hem bij het huis van de maker - Harry Tuinhof. Die stond een exemplaar aan hem af. Toen ik hoorde hoe hij het had gedaan, ben ik zijn spoor gaan volgen. Er is immers niets leuker dan op zoek te gaan naar boeken. En ziedaar: ik trof het boekje ook aan - alleen wilde de eigenaar er wel de hoofdprijs voor hebben. Dat heb ik toen maar laten zitten, vermoedelijk ga ik daar over een tijd spijt van hebben, maar eigenlijk vond en vind ik dat hij een liefhebber als ik niet het vel over de neus hoefde te halen. Ik zal het boekje vast ooit nog wel eens tegenkomen, en het dan met veel plezier in mijn boekenkast zetten. Een tweede anekdote van Storm was de geschiedenis van de uitgave Marion Quinn. Dit is een verhaal uit de derde bundel Fantastische Vertellingen van Bordewijk, die ooit apart is uitgegeven. Storm heeft uitgezocht dat de uitgever vermoedelijk een deel van de niet-verkochte uitgave van deze derde bundel heeft opengesneden, en het titelverhaal als aparte uitgave weer op de markt heeft gebracht. Dat was ook het makkelijkste, want dan klopten de paginanummers tenminste (je begon immers bij 1, en als je het tweede verhaal zou doen heb je een veel te hoog paginanummer). Dit exemplaar was ooit bij een antiquariaat opgedoken, maar het is onbekend hoeveel exemplaren er eigenlijk zijn: is dit de enige, zijn er meer? Ik droom natuurlijk dat ik ook zo'n uitgave vind en dan de helft van de oplage (die dan twee is) in mijn kast heb staan... Al met al kwam ik geheel verzadigd van alle indrukken thuis. Het is fijn om tussen gelijkgestemden te zijn! En gelukkig heb ik ook weer wat om toe te voegen aan mijn zoeklijst.