Posts tonen met het label Deventer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Deventer. Alle posts tonen

09 augustus, 2024

353 - Grote vondst op Deventer-boekenmarkt: omvangrijke Corvey collectie (Corvey deel 3)

Ik had een heel ander stukje in gedachten, maar de gezellige, sfeervolle en vooral succesvolle boekenmarkt in Deventer leidde tot een derde bijdrage over Corvey-modellen (en ik verwacht voorlopig de laatste, alhoewel niets zeker is in het leven van een verzamelaar).

Ik toog net als duizenden andere verzamelaars in alle vroegte naar Deventer (de markt begon officieel om 09.30, maar daar lachen we allemaal om natuurlijk - tegen die tijd had ik mijn grootste oogst al binnen). Een inventarisatie op Twitter wees uit dat ook een groep bibliofiele Twittervrienden aanwezig zou zijn. Met enige moeite vond ik Perkamentus op de markt (en dat moest ook want hij had een mooi boek voor mij meegenomen. Perkamentus kocht die dag één boek en schreef een eigen bijdrage over zijn bezoek aan Deventer), maar de overige vrienden heb ik gemist. Vermoedelijk omdat we allemaal met onze neuzen in de dozen stonden in plaats van naar de omstanders te kijken. Dat moeten we volgende keer dus beter doen - ik kijk uit naar een borrel op een Deventer terras, waar we tegen elkaar opscheppen over de mooie vondsten die we hebben gedaan zodat we allemaal stinkend jaloers op elkaar naar huis kunnen gaan.

Ik ging naar Deventer met de hoop dat ik onverwachte vondsten zou doen, maar vooral met de hoop dat ik weer een paar Corvey-modellen zou kunnen toevoegen aan mijn gestaag groeiende collectie. En daarin ben ik boven verwachting geslaagd.

De grootste vangst deed ik in de stand van Molenaar boeken. Deze stand staat vrij vooraan op de markt, en gelukkig ook maar. Het blijkt dat ik hier twee jaar geleden ook al direct bij de start van een dag Deventer mooie vondsten bij Molenaar deed. Ook dit keer stonden er verschillende dozen met boeken over boeken en over typografie, gelegenheidsuitgaven en dergelijke. Terwijl ik door de dozen groef vroeg ik mij af waar toch de Corvey-modellen zouden zijn. Ik vond de dozen waarin ik op dat moment speurde typisch dozen waarin je de Corvey modellen zou kunnen vinden, maar ze waren er niet. Totdat ik ineens een doos apart zag staan waarop “Corvey-modellen en Proost Prikkels” stond. Ik kon mijn geluk niet op en viste al snel de ene na de andere mooie verrassing uit de doos. Als een volleerde boekenmarktbezoeker blokkeerde ik de toegang tot de doos en de stapel met aankopen werd steeds hoger.

Uiteindelijk viste ik tientallen Modellen voor de uitgever uit die doos, en dat voor de bodemprijs van 4 exemplaren voor een tientje. Ik mocht de hele stapel voor 150 euro meenemen. De stapel met al deze Modellen heb ik vervolgens 6 uur lang meegesjouwd terwijl ik over de markt heen en weer sjokte. En ik voegde er nog aan toe: bij Hinderickx & Winderickx kocht ik er een paar, en zo bij nog enkele stands. Al met al bijna een verdubbeling van mijn collectie. Toen ik thuis kwam bleek ik toch een paar duplicaten te hebben gekocht - het was ook niet meer bij te houden voor mij en de nieuwe titels stonden natuurlijk ook nog niet in mijn LibraryThing app. Ook zaten er per ongeluk een paar Proost Prikkels tussen. Maar ook die krijgen een mooi plekje in mijn kast - een mooie Proost Prikkel is in elke verzameling een aanwinst.

De vooroorlogse oogst

In mijn eerste stukje over de Corvey-modellen verzuchtte ik nog dat het een mooie uitdaging was om op jacht te gaan naar de Modellen, maar dat het vast heel moeilijk zou zijn om vooroorlogse exemplaren te pakken te krijgen. In mijn tweede stukje vertelde ik vol trots dat ik er inmiddels drie had, waarvan de oudste uit maart 1939 kwam. Na ‘Deventer’ kan ik maar liefst vijf vooroorlogse exemplaren aan mijn collectie toevoegen, en enkele uit de oorlogsjaren zelf. 

Het oudste exemplaar dat ik nu heb stamt uit 1937 en is een fragment uit Vondel’s Gysbreght van Aemstel. In de lijst met modellen telt het nummer 8. Of meer specifiek 8A, want kennelijk zijn er twee varianten van. Het werd meegezonden als bijlage aan het Kerstnummer van het Drukkersweekblad in 1937. Vol trots wordt in het werkje nog gemeld dat de toen nog vaste drukker van de Modellen, G.J. van Amerongen uit Amersfoort, werd bekroond met de 1e prijs op de Grato, de Grafische Tentoonstelling waar ik vorige keer overschreef. Het velletje geschept papier van de Grato 1934 is trouwens nog steeds mijn oudste Corvey-gerelateerde object, maar ook in latere jaren bleek de Grato nog steeds belangwekkend genoeg om te melden. 

Vervolgens vond ik nummer 12, een tekst van Dirk Coster met de titel Wat zegt een boek ons? Dit is de eerste Corvey-uitgave die ter gelegenheid van een Boekenweek verscheen. In de jaren ‘50 en ‘60 werd het een traditie dat Corvey ter gelegenheid van de Boekenweek of het Boekenbal een speciale uitgave publiceerde. Ook hiervan vond ik er verschillende. Maar ook in 1938 was de Boekenweek inmiddels een gevestigd instituut, zoals ook Dirk Coster in deze uitgave vermeldt: “… de boekenweek, die een vaste Nederlandsche instelling geworden is”. Overigens, ook deze uitgave vermeldt dat er prijzen zijn gewonnen op de Grato door drukkerij G.J. van Amerongen uit Amersfoort. Dit keer won men een 1e prijs voor de typografie van hun drukwerk. In het colofon van de uitgave zelf staat trouwens dat dit Model 6 is, dit wijkt dus af van de nummering die Van Krimpen in 1983 in zijn overzichtswerk over de Modellen hanteerde. Model nummer 8 in de lijst van Van Krimpen, die ik hierboven beschrijf, is volgens Corvey zelf het tweede Model dat verschenen is. Ik hou echter voor de duidelijkheid gewoon de telling van Van Krimpen aan.

Nummer 16, mijn derde vondst, is weer een bijlage geweest bij het Kerstnummer van het Drukkersweekblad. Zo’n Kerstnummer bevatte trouwens meerdere bijlagen, waaronder in dit geval een Corvey-model. Maar het was voor meer partijen een interessante manier om aandacht voor uitgaven te krijgen. Een andere bijlage in 1938 was bijvoorbeeld een Indisch Tuinboek. Corvey koos dit keer voor een tekst van Henry van Dyke met de titel Op naar Bethlehem. Het bevat een fraaie linosnede, helaas ongesigneerd en ook zonder naamsvermelding in het colofon. Het verhaal van Van Dijke komt ook voor in de bundel Kerstsproken uit 1930, verzameld door N. Basenau-Goemans. Daarin staan talloze afbeeldingen van de hand van Henri Pieck, de broer van Anton Pieck. Mogelijk is ook de linosnede uit dit Model dan van zijn hand.

Model nummer 21 (volgens het colofon het achtste Model) is een fragment uit de veroordeling van Jeanne d’ Arc, uit het toneelstuk van Bernard Shaw. Later komen we nog meer teksten van Shaw tegen bij de Modellen: de nummers 108 en 110 zijn ook van zijn hand. Vervolgens heb ik ook de hand kunnen leggen op de nummers 24 en 26. De vooroorlogse reeks stopt bij nummer 38 uit september 1941 ("Na dit eerste nummer van de zesde serie van Het Model voor den Uitgever zullen er geen verdere meer verschijnen in verband met de verbodsbepaling voor huisorganen. Wij hadden gehoopt U met enige waardevolle aanwijzingen van dienst te kunnen zijn voor de verzorging van het boek in deze tijden van beperking, maar dat plan moeten wij opgeven."). Van deze 38 nummers heb ik er nu 8.

Zoals ik vorige keer al schreef, werkte Van Eikeren tijdens de oorlog mee aan verscheidene illegale uitgaven, waarover hij in 1945 een apart boekje schreef. Maar er verschenen ook nog enkele uitgaven namens Corvey, veelal in beperkte oplage. Twee ervan zijn nu de mijne, zij tellen volgens Van Krimpen de nummers 38a en 38d (omdat zij vooraf gaan aan het eerste naoorlogse nummer 39):

  • 38a is een herdruk van een postincunabel, verschenen in september 1941 in 300 exemplaren: Den Sack der Consten, Wten Latine, Italiaensche, Fransche, duytsche ghecopuleert Om te vermaken die beswaerde sinnen. Ende voor hem dye gheerne wat nyeus hooren. Inclusief een los kaartje met kerstwens.
  • 38d is een fragment van Erasmus uit zijn werk Oorloghs Vervloeckinge, met de titel Het gvlden boecsken genaemt Belli Detestatio ofte Oorloghs Vervloeckinge. Deze verscheen eind 1945 in een oplage van 500 exemplaren.

Beide hebben een nadrukkelijk ander formaat dan de reguliere Modellen. Ook staat er niets in vermeld over het gebruikte papier en de typografie van deze uitgaven.

De naoorlogse oogst

Het overgrote deel van de door mij gevonden Modellen is uiteraard naoorlogs. De eerste is dan meteen weer bijzonder, want op het omslag staat vermeld “Het herrezen Model voor den Uitgever”. De uitgave heeft als titel Van het papieren zwaard en het moordend zetlood en is van de hand van Johan van Eikeren zelf. Hierin reflecteert hij op hoe ook drukkers een bijdrage hebben geleverd aan de strijd in de oorlog: "toegerust met een wapen dat dodelijker blijken zou en waarmee wij het onze aan het uitbannen van het ten hemel schreeuwend onrecht hebben mogen bijdragen." En verder: "Het papieren blad was de drager van troostrijke gedachten en met vaste, onwrikbare letter stond het daar dat achter inktzwarte wolken de gouden zon der victorie gloorde." Vervolgens zijn verschillende gedichten opgenomen met betrekking tot de oorlogsjaren.

Ik ben inmiddels gestaag bezig met het zorgvuldig catalogiseren van alle vondsten. Ik heb mijn aanwinsten eerst chronologisch gesorteerd en ben ze nu aan het invoeren in LibraryThing. Ik doe dat grondig: elk exemplaar wordt bekeken en doorbladerd en alle gegeven vastgelegd, inclusief het gewicht van elk boek en de exacte maten. Dat gaat allemaal niet zo snel en ik ben op dit moment gevorderd tot 1949, het merendeel van de aanwinsten ligt daarom nog op mij te wachten. Ik ben benieuwd wat ik allemaal nog ga aantreffen in de latere nummers en dan weet ik ook pas hoe compleet ik eigenlijk ben als het gaat om de serie Modellen. Tot nu mis ik van de eerste 30 naoorlogse nummers er nog 10. Ik heb dus ruwweg tweederde van de serie, maar ik verwacht dat ik van de latere nummers er beduidend minder zal missen. Al met al begint de serie al behoorlijk compleet te worden op deze manier!

Nog twee bijzonderheden

Naast alle weelde van de daadwerkelijke Modellen, vond ik op de boekenmarkt ook nog twee bijzondere en relevante publicaties.

De eerste is een werkje dat strikt genomen niet tot de serie behoort (het kreeg dan ook nummer 58A, omdat het in 1949 verscheen als bijlage van het februarinummer 58). De Modellen bestonden toen inmiddels 12,5 jaar maar daar had de firma Corvey verder geen aandacht aan besteed. Ik schreef er in mijn eerste blog over Corvey-modellen al over. Een vaste ontvanger schreef daarop een brief aan Corvey dat dit onterecht was, vervolgens verscheen dit werkje van de hand van Johan van Eikeren met de titel Van een niet zo belangrijk jubileum, een brief en een klein misverstand over het woordje: Het. Hierin wordt de hele kwestie uit de doeken gedaan in een wat koddige tekst. Het misverstand ging erover dat de briefschrijver in kwestie vond dat door de serie Het Model voor de Uitgever te noemen, gesuggereerd werd dat andere typografische producten er niet toe doen, dus dat de serie beter Ons Model voor de Uitgever kan heten. Vervolgens wordt beschreven tot welke bespiegelingen dit bij Corvey leidde: "Hadden wij twaalfeneenhalfjaar lang - in argeloosheid dan - in blinde hoogmoed met gezwollen borst rondgelopen? (...) Als men op uw verjaardag geen presentje meebrengt is dat tot daaraan toe, maar u moet toch wel even iets wegslikken als u na de felicitatie te horen krijgt dat u er slechte manieren opnahoudt en dat u maar een erg pedant ventje bent." Maar alle bespiegelingen leidden ertoe dat de naam niet wordt veranderd, want er waren geen kwade bedoelingen geweest en je moet er niet meer in lezen dan noodzakelijk. Alhoewel, vanaf 1963 ging de serie uiteindelijk Een Corvey model heten, dus die naamswijziging kwam er na verllop van tijd toch.
Interessant is dat Van Eikeren verderop in het jubileumboekje nog iets over de motivatie voor deze reeks zegt: "Wij houden van blanco papier, maar niet minder van papier als het bedrukt is en ons is het niet onverschillig wat er met het artikel dat wij verhandelen gebeurt. Wij stellen niet alleen belang in onze kopers omdat zij ons papier kopen en ervoor betalen, maar wij stellen ook belang in hun werk. Onze uitgave is er niet alleen om zoveel mogelijk papier kwijt te raken; in alle bescheidenheid proberen wij te laten zien hoe het er uit kan zien als het bedrukt is en hoe goed de Nederlandse drukker, clichémaker en tekenaar zijn werk doet. Wij hebben nooit nagecijferd of en hoeveel baten onze uitgave ons wel inbrengt; wij hebben er plezier in en met voldoening mogen we zeggen dat velen dit genoegen met ons delen." En die laatste woorden van Van Eikeren zijn 75 jaar later nog steeds waar, want ook ik deel dit genoegen met hem, zoals ik al drie stukjes lang probeer uit te drukken.

De tweede bijzonderheid is een miniatuuruitgave waarin de door Huib van Krimpen uitgesproken tekst is opgenomen, die hij uitsprak bij de feestelijke aanbieding van het boekje Over boekverzorging van Johan van Eikeren eind 1984. Dit boekje van Van Eikeren was al eerder verschenen in 1955, als Model nr. 97, maar werd 30 jaar later opnieuw uitgegeven bij uitgeverij De Buitenkant. Van Eikeren schreef de tekst ooit als prijswinnende inzending voor een prijsvraag van het Gerrit Jan Thiemefonds, en vervolgens werd het met steun van dat fonds uitgegeven in de Corvey reeks. De opdracht van de prijsvraag was destijds een beschouwing te schrijven waarin "in beknopte vorm, de essentiële voorwaarden waaraan een goed boek dient te voldoen" worden samengebracht. De beschouwing moest dan, "zonder een opsomming van technische details te zijn, voor makers en gebruikers van boeken de verschillende aspekten en problemen die zich telkens weer voordoen" belichten. Twee inzendingen wonnen een prijs, die van Van Eikeren en een beschouwing van Klaas Woudt (1923-2012), een Zaanse drukker en auteur die verder vooral veel publiceerde over taal en cultuur van de Zaanstreek. 

Bij de heruitgave van Van Eikerens tekst in 1984 werd geconstateerd dat hoewel de oorspronkelijke uitgave "op vrij ruime schaal gratis is verspreid, het in de bijna dertig jaar sinds zijn verschijnen zo goed als onvindbaar geworden is en in brede kringen geheel onbekend." En men vond dat dit onterecht was, omdat de ideeën van Van Eikeren nog behoorlijk actueel waren. Dus was de heruitgave zowel nuttig voor de hedendaagse boektypograaf, als een kleine hulde aan Van Eikeren.

En nu leer ik dat die heruitgave feestelijk is gelanceerd in boekhandel G. Postma in de Spuistraat in Amsterdam op 17 december 1984. En wie anders dan Huib van Krimpen spraak daarbij een tekst uit, waarin hij dieper inging op Van Eikeren en zijn betekenis als typograaf en verzorger van de reeks Modellen. Pas anderhalf jaar daarvoor was van de hand van Van Krimpen de beredeneerde catalogus van alle Modellen verschenen, bij gelegenheid van een tentoonstelling van de complete reeks in Museum Meermanno, dus hij zat goed in de materie. Belangrijk detail: in die catalogus deed Van Krimpen de uitspraak dat deze tekst van Van Eikeren zo slecht vindbaar was, als gevolg waarvan Jan de Jong van Uitgeverij de Buitenkant geïnspireerd werd tot de heruitgave. De Buitenkant gaf ook deze gesproken tekst vervolgens uit in dit kleine, dunne werkje. Het formaat van het boekje is slechts 10x7 cm en het telt 8 pagina's tekst. Ik kwam het stomtoevallig tegen in een of andere willekeurige bak met kleinere uitgaven en wist überhaupt niet dat het bestond. Een mooie en voor mij waardevolle vondst die een belangrijke toevoeging is aan de Corvey-collectie.

Tot slot

De komende weken ben ik zoals gezegd druk met het invoeren van alle gekochten Modellen. En daarna moet ik de stapel overige boeken catalogiseren die ik ook nog kocht in Deventer - ik zou bijna vergeten dat ik veel meer dan Corvey Modellen heb gekocht. Interessante ontdekkingen over de Modellen zal ik toevoegen aan dit stukje. Ik ben daarnaast bezig met een volgend stukje waarin ik wat algemene aanwinsten presenteer van de afgelopen maanden. Daar zullen aankopen uit Deventer tussenstaan, maar bijvoorbeeld ook uit Maastricht toen ik een tijdje zoet was in de Boekenkelder en daar mooie vondsten deed. Stay tuned!

29 augustus, 2022

335 - Oogsten op de Deventer boekenmarkt 2022 - deel 2: boeken over boeken

In mijn vorige bericht over het bezoek aan de Deventer boekenmarkt liet ik een aantal fraaie bibliofiele werkjes zien. Deze keer staan de gevonden ‘boeken over boeken’ centraal. Die scheiding tussen de twee berichten is volkomen willekeurig, al was het maar omdat ik in mijn vorige bericht al twee van de aangeschafte ‘boeken over boeken’ heb genoemd: de bibliofiele uitgave van Piet Buijnsters en het boek van Edward Wilson-Lee dat ik dankzij een genereuze mede-bezoeker heb kunnen kopen. In dit overzicht ga ik nog wat dieper op deze categorie in.

De bibliotheek van Philips van Leyden

Met heel veel plezier heb ik de studie van Robert Feenstra over de 14e-eeuwse bibliotheek van Philips van Leyden gelezen. Niet toevallig is dit het onderwerp van de eerste publicatie in de reeks “In den houttuyn” die werd uitgegeven door het Leidse veilinghuis Burgersdijk & Niermans. Is de achternaam van Philips al een signaal van zijn verbondenheid met Leiden, al lezende kwam ik er achter dat Burgersdijk & Niermans is gevestigd in het voormalige woonhuis van Philips van Leyden naast de Pieterskerk, tevens de plaats waar bijna twee eeuwen de - inmiddels verloren gegane - bibliotheek van Van Leyden werd bewaard.

Het mooie van de studie van Feenstra is dat hij het leven van Van Leyden en de vorming van zijn bibliotheek plaatst in het Europa van de 14e eeuw. Het feit dat Van Leyden belangrijke kerkelijke en maatschappelijke functies vervulde en ook studeerde en doceerde aan verschillende universiteiten (zoals in Orléans) maakt dat zijn leven en werk in grote delen te reconstrueren is. Daardoor gaat de figuur Van Leyden echt leven en is ook te volgen hoe en waarom hij zijn bibliotheek samenstelde.

Als het woord “bibliotheek” valt is het verleidelijk te denken aan een grote verzameling boeken, bijeengebracht in verschillende zalen en gesorteerd in fraaie hoge boekenkasten. Maar niets van dat alles is waar: de meest realistische schatting is dat zijn bibliotheek uit enkele tientallen banden bestond (met soms meerdere titels per band). Feenstra laat zien dat desondanks een dergelijke bibliotheek in onze streken in die tijd ongeëvenaard was en van internationale allure. We hebben het immers over de tijd ver voor de uitvinding van de boekdrukkunst, de tijd van de handschriften toen het bezit van een boek - laat staan enkele tientallen - voor vrijwel iedere particulier onbereikbaar was.

Philips van Leyden heeft in zijn testament vrij precies beschreven wat er met zijn boeken moest gebeuren en wie er toegang toe mocht hebben. Boeken mochten alleen ingezien worden, nauwelijks geleend, en er moesten waarborgsommen betaald worden als dat toch gebeurde. In het testament worden zijn boeken uitvoerig beschreven waardoor bekend is waaruit de bibliotheek bestond. Op dit moment is er echter nog maar één boek uit die bibliotheek bekend, dat gelukkig wel in de Leidse universiteitsbibliotheek wordt bewaard.

Gedenkplaat Philips van Leyden, aangebracht
door het dispuut dat zijn naam draagt
Dat juist Robert Feenstra over Philips van Leyden schreef is niet onlogisch. Feenstra was hoogleraar Romeins recht aan de Universiteit en ook Van Leyden heeft rechten gestudeerd. Feenstra is expert in het recht dat Van Leyden studeerde en doceerde in zijn tijd. Van mijn tijd aan de RUL herinner ik mij dat ik ook het vak Romeins recht volgde en volgens mij aan de hand van een boek van Feenstra. Of ik college bij hem heb gevolgd weet ik niet meer, maar ik weet wel dat ik Romeins recht met voorsprong het saaiste en onbegrijpelijkste vak van mijn studie vond. Nu ik dit werk over Philips van Leyden heb gelezen heb ik daar met terugwerkende kracht spijt van: Feenstra weet boeiend te vertellen en maakt nieuwsgierig naar de inhoud van de boeken van Van Leyden.

De bibliotheek van Columbus’ zoon


Een ander boek dat een bibliotheek en diens eigenaar op een fascinerende manier plaatst in de tijd, is het eerder genoemde boek van Edward Wilson-Lee, The catalogue of shipwrecked books. Het gaat hier over de boeken van Hernando Colon, oftewel Ferdinand Columbus (1488-1539). Deze tweede zoon van Christoffel Columbus vergezelde zijn vader op enkele reizen naar de nieuwe wereld, het recent ontdekte Amerikaanse continent, maar zocht zijn toekomst uiteindelijk op ander vlak: als intellectueel, bibliofiel en speler in de Spaanse en Europese politiek. In het boek worden de reizen van Columbus naar de nieuwe wereld, de verwikkelingen rondom zijn persoon, het leven van Hernando en de relaties met het Spaanse koningshuis en de machtsstructuren van die tijd uitvoerig beschreven. Mooie en interessante context, maar het duurt dan wel een tijd voordat we eindelijk bij de boeken aankomen. Desondanks is de aanloop relevant, omdat de belangrijkste biograaf van Columbus diezelfde Hernando is en duidelijk wordt dat hij een zorgvuldig gecreëerd beeld van zijn vader heeft willen neerzetten. Veel van het leven van Christoffel Columbus is onbekend, mede door toedoen van Hernando. In de visie van vader en zoon was de ontdekking van het nieuwe continent een teken dat aan Spanje de wereldmacht was gegeven en dat het bijna een Bijbelse opdracht was om die te vervullen. Bovendien moesten de rechten van de familie Columbus op de rijkdommen uit “de West” veiliggesteld worden. Om die reden was de bibliotheek die Hernando bijeen bracht van essentieel belang. Deze moest immers die almacht van Spanje weerspiegelen en onderbouwen dat Christoffel Columbus de ontdekker van het nieuwe continent en niet de concurrerende aanspraakmakers. Daarnaast was het bewijsmateriaal in de diplomatieke strijd tussen Spanje en Portugal die de toen bekende wereld wilden verdelen, en de vraag was waar de Spaanse helft eindigde en de Portugese begon. De eeuw van grote ontdekkingen, opkomende boekcultuur, grote politieke en religieuze ontwikkelingen in Europa: in dit boek wordt de onderlinge samenhang mooi beschreven. Vanwege zijn relaties met het Spaanse hof reisde Hernando door grote delen van Europa ten tijde van de grote ontwikkelingen die zich voordeden: hij was tijdgenoot van Erasmus en Luther, bracht tijd door in Venetië en Rome maar reisde ook naar onder meer Antwerpen en Maastricht. En overal kocht hij ladingen boeken, soms honderd op een dag. Door zijn verblijf in de belangrijkste centra van boekproductie in Europa en zijn financiële middelen, kon hij zijn droom verwezenlijken. De 1600 boeken die hij kocht in Venetië gingen helaas verloren en dat zijn de gezonken boeken waar de titel van het boek naar verwijst.

Net als bij Philips van Leyden is de bibliotheek van Hernando Colon te reconstrueren door de uitgebreide beschrijving ervan die is teruggevonden. Hij vond dat een bibliotheek zonder goede beschrijving dood was. De bibliotheek van Colon was echter van een totaal andere orde dan die van Van Leyden; deze bestond naar schatting uit 15.000-20.000 banden. Ongeveer een kwart daarvan is nog over en deze boeken worden sinds 1552 bewaard in de kathedraal van Sevilla. De grote hoeveelheid boeken maakte dat Hernando ook een systeem moest uitdenken om de bibliotheek toegankelijk te maken en dus was een andere ordening nodig dan tot nu toe in Europese bibliotheken gebruikelijk was. Immers, was het leeuwedeel van de boeken tot die tijd vooral religieus van inhoud (en dan is de categorisering eenvoudiger), nu ontstonden separate collecties op het gebied van natuurwetenschappen, medische werken, geografie, etc. Ook daarin heeft Hernando baanbrekend werk verricht.

Voor mij was hij tot nu toe een totaal onbekende figuur maar door dit boek is duidelijk geworden dat hij op verschillende gebieden een belangrijke rol heeft gespeeld in de tijd van de reformatie en renaissance en geprobeerd heeft om zoveel mogelijk van die kennis te verzamelen in een universele bibliotheek.


Drie oraties van boekwetenschappers


Waar het boek van Wilson-Lee mij in de zestiende eeuw bracht, zorgde Herman de la Fontaine Verwey ervoor dat ik daar nog even bleef. Ik kocht in Deventer namelijk drie oraties (of eigenlijk tweeënhalf, maar daarover later meer) waarvan de eerste die van De la Fontaine Verwey was. Zijn oratie uit 1954 heeft de titel De wereld van het boek en is een pleidooi voor een brede opvatting van de wetenschap van het boek. Hij bepleit dat deze wetenschap verschillende perspectieven moet omvatten: de bibliografie van het boek, papier, lettertypen, versiering en illustratie, de boekband. Veel aandacht gaat uit naar incunabelen (gedrukte boeken voor 1500) maar De la Fontaine Verwey benoemt de zestiende eeuw als essentiële periode in de ontwikkeling van het boek. Ik kocht in Deventer een ander boekje van hem uit 1954 waarin hij dit verder uitwerkt. Onder de titel De geboorte van het moderne boek in de XVIe eeuw verschenen twee voordrachten die hij hield in de universiteitsbibliotheek in Amsterdam in mei 1954. 

Fontaine Verwey argumenteert dat als het gaat om de typografie in het algemeen in 16e eeuwse boeken, er veel aspecten aan te wijzen zijn die kunnen gelden als modern (d.i. modern als in de jaren ‘50 van de vorige eeuw). Hij stelt dat lettertypes in die tijd verwant zijn aan die van de 16e eeuw. Dat de opvattingen over boekillustratie vergelijkbaar zijn met die van de 16e eeuw (waarbij in de tussenliggende eeuwen boekillustraties een heel andere rol speelde in relatie tot de tekst). Ook als het gaat om decoratie, dan is juist de soberheid die toen zichtbaar was vergelijkbaar met die van 16e eeuw, waarbij bijvoorbeeld de boeken van William Morris ten onder gaan aan een teveel aan decoratie. Met instemming haalt hij dan ook Jan van Krimpen aan, die het had over “het ondogmatische en het transparante van 16e-eeuws drukwerk”. Ik heb een keer op de Tefaf in Maastricht een exemplaar van de Kelmscott Chaucer aangeboden gezien. Het is dat ik circa 1,5 ton euro tekort kwam, anders had ik ‘m - ondanks de opvattingen van Fontaine Verwey en Van Krimpen - op dat moment zeker meegenomen.

De tweede oratie die ik kocht stamt uit 1966 en is uitgesproken door Ernesto Peternolli toen hij bijzonder hoogleraar werd in de Italiaanse taal- en letterkunde in Groningen. De titel van zijn oratie: Enige beschouwingen over het werk van Italo Svevo. Ik sprong een gat in de lucht want Italo Svevo is al heel lang een van mijn favoriete auteurs. Ik herinner mij nog goed dat ruim 25 jaar geleden een collega mij het boek Bekentenissen van Zeno aanbeval en dat was zo’n boek dat een onuitwisbare indruk maakt. Daarna heb ik alles gelezen wat er van Svevo vertaald beschikbaar was. Dat is niet per se heel veel, want lange tijd had Svevo weinig succes met zijn werk. Dat veranderde pas toen James Joyce een pleitbezorger van zijn werk werd. Joyce en Svevo waren al langer bevriend en Joyce bleef Svevo stimuleren om te schrijven. Ook bracht Joyce Svevo’s werk onder de aandacht van buitenlandse uitgevers. Helaas heeft Svevo niet lang van zijn uiteindelijke succes mogen genieten. Hij stierf in 1928 door een auto-ongeluk. Het reisverhaal Een korte romaneske reis van Svevo eindigt midden in een zin. Boeken die middenin in een zin eindigen, onvoltooide werken, hebben mij altijd wel geïntrigeerd. Het komt natuurlijk vaker voor dat schrijvers overlijden tijdens het schrijven van een boek. Maar in de lijstjes met bekende onvoltooide werken - met daarin titels van Dickens, Camus en Kafka - komt Svevo wat mij betreft ten onrechte niet voor.

Peternolli beschrijft het werk van Svevo aan de hand van zijn belangrijkste romans. Mooi om zijn analyse te lezen en ik had meteen zin om weer eens een boek van Svevo te pakken, want het is alweer te lang geleden dat ik dat deed. In elk geval is dit een mooie toevoeging aan de rij Svevo’s in mijn kast.

De laatste oratie die ik dacht te kopen was van Frans A. Janssen, Auteur en drukker in de geschiedenis van de typografische vormgeving. Maar ik had niet goed gekeken: dit was slechts de losse bijlage bij deze rede waarin de illustraties zijn opgenomen. Ik moet dus nog even verder zoeken naar de rede zelf.

Overige boeken


Tot slot nog twee laatste aardige vondsten in Deventer. Allereerst de door Paul Arnoldussen geschreven kleine geschiedenis van boekhandel De oude mol in Nijmegen (tegenwoordig boekhandel Roelants). Gestart als boekhandel van en voor de linkse studentenbeweging heeft deze boekhandel zich ontwikkeld tot een fraaie algemene boekhandel die gelukkig nog steeds bestaat. Arnoldussen beschrijft het moeizame bestaan van de boekhandel in Nijmegen vanaf de jaren ‘70 tot het faillissement in 1994, waarna het werd overgenomen door Wouter Roelants. 

De laatste uitgave is een overdruk van een artikel van J.F. van Royen met de titel Driewerf lelijk. Deze overdruk verscheen in 1994 ter gelegenheid van de opening van de grafische opstelling in het koetshuis van museum Meermanno-Westreenianum. Deze uitgave van De Uitvreter verscheen in een oplage van 170, waarvan er 50 ingenaaid werden. Mijn exemplaar is een van de 120 overige exemplaren. In dit artikel beklaagt Van Royen zich over het Rijksdrukwerk. Hij zegt: “Want laten wij het in drie woorden zeggen: het Rijksdrukwerk is leelijk, leelijk, leelijk, d.i. driewerf leelijk in lettervorm, in zetwerk en in papier, die drie hoofdelementen, waaruit het druk-karakter is saamgesteld.”

Zoals gezegd, niet al te veel en niet al te grote publicaties dit keer. Maar wat mij betreft weer een aantal heel waardevolle aanvullingen voor mijn deelverzameling boeken over boeken. Waarmee de teller van het aantal boeken in deze collectie inmiddels op 415 staat.

14 augustus, 2022

334 - Oogsten op de Deventer boekenmarkt 2022 - deel 1: bibliofilie

Foto van @dvdmdeventer
Het was een prachtige zonnige dag waarop ik mijn debuut maakte als bezoeker van de boekenmarkt in Deventer. Het was er simpelweg nog niet van gekomen al die jaren. Het blijft een evenement dat middenin de zomervakantie plaatsvindt en vaak waren we met kinderen in het buitenland. Dus Deventer moest wachten. Maar nu was het dan zover, samen met junior ging ik los in de Hanzestad.

We hadden afgesproken dat we ons graag lieten verrassen, al hadden we natuurlijk wel een mentaal lijstje met het soort van boeken dat we zochten, alleen niet specifieke titels. Dat gold trouwens  niet voor iedereen: we zagen aardig wat bezoekers met papieren of digitale lijstjes tussen de dozen snuffelen. Op heel veel schermpjes stond LibraryThing of Goodreads open om ervoor te zorgen dat de juiste boeken werden gevonden. Vooral als het ging om uitgebreide series als Privé-domein, maar er waren ook bezoekers die heel hard op zoek waren naar ontbrekende titels voor hun collectie Danielle Steel (er zijn er 190). Maar ik ging vooral op zoek naar boeken over boeken en de bakken met ‘kleine boekjes’: gelegenheidsuitgaven, bibliofiele werkjes, nieuwjaarsuitgaven van uitgeverijen, dat soort werkjes. Junior posteerde elke keer als ze zo’n bak zag zich er pontificaal voor om ‘m voor mij te reserveren, terwijl ik steevast positie koos voor de afdeling Engelse literatuur als ik die zag. En dan was het een kwestie van elkaar appen en van plaats wisselen. En ontdekken dat je soms 50 kramen uit elkaar staat...

Sowieso was de samenstelling van de bezoekers hoopgevend als het gaat om de toekomst van het boek: enorm gemengd - jong, oud, man, vrouw en dus helemaal niet een overvloed aan witte oude mannen die boeken kopen. Zou het de invloed zijn van BookTok, en dergelijke impulsacties op Instagram? Mij viel op dat er heel veel jongeren, tieners zelfs, waren die met een gelukkige blik en armen vol boeken over de markt liepen. Het is toch bijzonder als je twee tienerjongens een serieus gesprek hoort voeren over hoe ze een serie in leer gebonden boeken in compleet hebben. Of een andere tienerjongen die een serieus gesprek voert over hoe hij het laatste deel van de serie Griekse klassieke auteurs zoekt, maar daar sowieso geen 40 euro voor over heeft… Ik kon alleen maar wensen dat ik die diezelfde zelfbeheersing had, maar ik ben intussen bereid veel te veel te betalen voor ontbrekende puzzelstukjes in mijn collectie..

De opbrengst

Uiteindelijk gingen we naar huis met twee volle tassen boeken, waarbij tot mijn schrik de stapel van junior hoger was dan de mijne. Maar ja, als je Engelstalige hardbacks inslaat versus mijn fijnzinnige bibliofiele uitgaven dan gaat het natuurlijk hard qua volume. In aantallen won ik: 24 titels heb ik mee naar huis genomen na 5 uur over de boekenmarkt gezworven te hebben. Maar vrijwel bij het eerste kraampje waar we stonden had junior een fraaie vondst. Ze zag - in de handen van een andere bezoeker - een mooie uitgave van Christina Rossetti’s gedicht Goblin Market. Toevallig haar favoriete gedicht, maar het bevond zich nog steeds in de handen van een twijfelende andere bezoeker. Er restte niets anders dan mentale beïnvloeding of de Jedi-aanpak: heel hard denken "leg neer, leg neer, leg neer" en hopen dat het effect heeft. In dit geval lukte het want de andere bezoeker besloot gelukkig het boekje niet te kopen, waarna het een prooi voor junior werd. Het bleek de heruitgave van de originele editie te zijn, door de Green Tiger Press in 1973 uitgegeven. Een mooie editie in een envelop, geprijsd voor 10 euro en gelukkig waren alle boeken 30% korting waarna het voor 7 euro van haar was. Hoewel de verkoper ook aandachtig keek naar het boekje en het leek alsof zij het eigenlijk niet kwijt wilde. Maar uiteindelijk mocht junior het tevreden in haar - toen nog lege - tas stoppen.

Ook ik had zo’n moment met  tijdelijke hartstilstand. Ik zag op de kraam van Boekhandel ABC uit Deventer twee exemplaren liggen van het boek van Edward Wilson-Lee: The catalogue of shipwrecked books - Christopher Columbus, his son and the quest to build the world’s greatest library. Verder geen zeldzaam boek ofzo, maar deze stond al wel een tijd op mijn zoeklijst en voor 5 euro kon ik het niet laten liggen. Eén exemplaar voor mij en één voor junior. Althans, dat was het plan, want een andere hand strekte zich uit en pakte beide boeken voor mijn neus weg en de eigenaar van die hand stelde tevreden vast dat het ene boek voor hemzelf was, en het andere een cadeautje voor iemand anders. Ik was verbijsterd, vooral door de gedachte dat ik ongeveer 10 seconden te laat was om dit boek te lopen. Al snel bleken dit de laatste exemplaren in de kraam te zijn en dus was mijn hoop op dit boek vervlogen. Ware het niet dat de koper van beide exemplaren terugkwam, mij één van de exemplaren gaf omdat hij het zo sneu voor mij vond. Wat een fantastisch gebaar! Evengoed was het jammer dat diezelfde man vervolgens bij de stand van de Eierland pers precies het belangrijkste werk van die kraam kocht waar ik mijn oog op liet vallen. Duidelijk iemand met dezelfde smaak als ik, die steeds een minuut sneller bij de gezochte boeken was. Ik ben hem voor dit boek dankbaar, maar heb hem vervolgens zoveel mogelijk ontweken om verdere teleurstellingen te voorkomen.

Mooie gesprekken

Het leuke van de boekenmarkt is dat er ook tijd is om gesprekken te hebben met de mensen achter de kramen: antiquairs en margedrukkers. Zo had ik een leuk gesprek met Peter Duijf van de Eierland Pers (gevestigd in Schalkhaar, dus hij kwam samen met zijn vrouw op de fiets naar de markt). Ik zag bij Hinderickx en Winderickx dat er in november 2022 een nieuw deel van het Winkeldagboek verschijnt, het derde deel intussen. Die kan direct op mijn verlanglijstje.
Tussendoor kwam ik zowaar nog familie tegen: een neef en zijn vrouw waren op zoek naar titels voor hun project om de top 100 Nederlandse literatuur volgens Goodreads te kopen en te lezen. 

Op een gegeven moment belandde ik bij de stand van AFdH uitgevers, tevens de stand van antiquariaat Abels & Mateboer.  Ongemerkt raakte ik aan de praat met Paul Abels, die vroeg of ik wellicht werk van A.L. Snijders verzamelde. Ik vond dat eerst een wat wonderlijke vraag, tot ik uiteindelijk de link legde met met het feit dat ik voor de kraam van AFdH stond. Toen ik tegen junior de loftrompet stak over het fonds van AFdH en hun werkwijze (de abonnementen) en hoe zij het werk van Snijders hebben gepromoot, vertelde Abels hoe de start van de uitgeverij is geweest en hoe ze uiteindelijk positie hebben veroverd. Ondertussen liet ik mijn oog vallen op een fraai lessenaartje waarin de bibliofiele werkjes werden aangeboden. Dit om ze enigszins exclusief te presenteren en ook om te beschermen tegen ondeskundige vingers van bezoekers, aldus Abels. In het lessenaartje zaten uiteraard veel werken van Snijders, nieuwjaargeschenken van AFdH zelf en ander fraais. Het was uit dit lessenaartje dat ik één van mijn mooiste aankopen van de dag deed.

Fijne bibliofiele werkjes

En daarmee zijn we aangekomen bij de eerste bibliofiele aankoop: de uitgave Een plaatsvervangster van Kurt Löb. Dit is een nieuwjaarsgeschenk van AFdH voor abonnees en relaties uit 2012. Van dit nieuwjaarsgeschenk werd de hele oplage gesigneerd en genummerd (ik heb nummer 390), en een klein deel verscheen als handelseditie. Maar het bijzondere van dit exemplaar is dat het in linnen is gebonden. Paul Abels vertelde dat dit één van de slechts drie in linnen gebonden exemplaren uit de oplage was. Ik zou verwachten dat die drie exemplaren dan voor respectievelijk A, F en dH zouden zijn. Of voor Löb zelf. Maar nee, er lag gewoon een exemplaar in dat lessenaartje. Voor slechts 25 euro - een prijs waarvoor de reguliere exemplaren in cahiersteek momenteel tweedehands worden aangeboden - was het van mij. Een prachtig boek, verzorgd door Martin Frijns in onberispelijke staat. Het lessenaartje had het boek goed beschermd.
Kurt Löb is een illustrator waar ik al veel werk van heb, vooral door zijn bijdrage aan de uitgaven van Stichting de Roos en natuurlijk door zijn illustraties in de reeks Russische verhalen die verschenen als nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel. Al met al zijn dat al 36 titels met meestal illustraties van Kurt Löb, maar soms ook door hem geschreven (zoals Bibliofiele boekillustratie vandaag en gisteren uit 1971). Als ik een uitgave zie liggen waar Löb aan heeft meegewerkt, laat ik het zelden liggen. En dan gaat het mij vooral om de kwaliteiten als tekenaar, want Abels wist ook nog te vertellen dat Löb een humeurig mens was en dat het niet altijd meeviel om met hem samen te werken. Gelukkig merk je daar als lezer niets van, dan resteert alleen de schoonheid van de tekeningen. Ik hou van zijn losse stijl van tekenen en hoe hij de sfeer van een verhaal altijd goed weet te treffen.
In deze uitgave gaat het verhaal over het thema eindigheid, herinnering en nieuw begin. Een kort verhaal, rijk geïllustreerd met zo te zien ook oudere tekeningen van Löb die bij dit verhaal passen en daarom in dit boek zijn opgenomen.

Maar ik vond meer bibliofiele werkjes, beste lezer. Zoals de uitgave Een handreiking over tijd en ruimte heen van L.H. Wiener, verschenen bij Hof van Jan in 2013, in een oplage van 300 gesigneerde exemplaren. Het werk bevat de tekst die Wiener uitspraak op 30 oktober 2012, bij de tweede verjaardag van het overlijden van Harry Mulisch, tijdens een herdenkingsbijeenkomst in de Gravenzaal van het Haarlemse stadhuis. Helaas had de vorige eigenaar haar naam in het boek geschreven - waarom zou je dat in hemelsnaam doen? Maar voor de prijs van 2 euro kon ik het desondanks niet laten liggen.

Ik zei al dat ik bij de stand van de Eierland pers was en daar kocht ik de uitgave Sluikhandel met juffrouw Duizer van Piet Buijnsters. Een gesigneerd nieuwjaarsgeschenk van het tijdschrift Boekenpost uit 2007. Verschenen in een oplage van 134, heb ik nummer 101. Uitgaven van Piet Buijnsters laat ik ook nooit liggen, met als gevolg dat ik inmiddels 17 titels van of met hem bezit. Hij heeft als boekhistoricus  een geweldige bibliofiele kennis en schrijft daar fraaie boeken over (Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie / van het Nederlandse antiquariaat / van antiquariaat en bibliofilie in België) waaronder ook de klassieker Het verzamelen van boeken - een handleiding. In deze uitgave vertelt hij een smakelijke anekdote over kostbare boeken van de Arnhemse antiquaar H.F. Geerts die via de dichteres Nel Benschop (die een leerling van hem bleek te zijn geweest) op de weg van Buijnsters kwamen.

Twee andere bibliofiele werkjes kocht ik vooral omdat ze er mooi uitzagen en - eerlijk is eerlijk - in de 2-euro-bakken stonden en ik ze daar simpelweg niet kon laten staan.

Allereerst tikte ik een fraaie uitgave van de Sjaalmanpers op de kop, het verhaal In de boom van A.L. Schneiders (niet te verwarren met A.L. Snijders). In 1987 verscheen dit werkje in een oplage van 115 exemplaren, waarvan 100 Arabisch genummerd en 15 Romeins. Die laatste zijn voor auteur en uitgeefster en inmiddels bezit ik nummer XIII. Helaas is het vignet met de titel op de voorkant er vanaf gevallen waardoor het toch een klein beetje een incompleet exemplaar is.
Van de Sjaalmanpers bezat ik tot nu toe één andere uitgave, namelijk het werk Een zwak voor Nescio van Nol Gregoor, dat ik 16 jaar geleden trots heb toegevoegd aan mijn Nescio-collectie. Nol Gregoor beschrijft hoe hij op een gegeven moment drie exemplaren van de eerste druk van Nescio's debuut bezit. Toen had ik zelf nog geen exemplaar daarvan, en deed het bijna fysiek pijn om dat te lezen. Inmiddels is dat gat in mijn collectie al lang gerepareerd.


De laatste bibliofiele uitgave die ik kocht is Brief uit Venetië van de Apeldoornse dichter Willem Bierman. Bierman was onder andere oprichter van het in 2015 ter ziele gegane tijdschrift Prado, waar ook A.L. Snijders nog aan heeft meegewerkt. Deze brief verscheen bij de Eikeldoorpers in 1991 in een oplage van 70 genummerde en gesigneerde exemplaren, waarvan ik nu nummer 48 heb. Het werk bevat naast de brief van Bierman een fraaie linosnede gemaakt door Doortje de Vries.
Ook de Eikeldoorpers komt tot nu toe één keer voor in mijn collectie, ik heb van deze pers het Zonnebloemlied van Adriaan van Dis, een plano-uitgave uit 2008 gesigneerd door Van Dis. Onder het pseudoniem Jan Balkon schreef Adriaan van Dis in 1988 het ‘Zonnebloemlied’. Het is ingezonden naar het clubblad van Nieuw Vredelust (= een volkstuincomplex in Amsterdam). Daarna verscheen het ook in de bundel: ‘Tuin in de branding‘.

En zo bleken al die bakken met bijzondere boekjes een paar mooie verrassingen voor mij in petto te hebben. Deventer heeft voor een paar prima en betaalbare aanvullingen op mijn collectie gezorgd. In deel 2 van mijn verslag zal ik een aantal van de 'boeken over boeken' die ik daar heb gekocht in de schijnwerpers zetten.