Posts tonen met het label A.L. Snijders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label A.L. Snijders. Alle posts tonen

27 augustus, 2025

363 - Fragment & Desiderata

Gelukkig was ik weer eens alert toen donderdagochtend 12 juni om 06.36 uur de nieuwsbrief van Uitgeverij Fragment in mijn mailbox verscheen. Frank van den Ingh liet op zijn welbekende vriendelijke wijze (maar met nauwelijks verholen trots) weten dat een nieuwe titel was verschenen: een uitgave van twee essays van Paul van Tongeren, over Nescio. In het bijzonder over de plek van God in het werk van Nescio. "De betekenis van God is bij Nescio niet eenduidig", aldus de aankondiging. Er is "de God van je tante", die vooral gekenmerkt wordt door 'hoe het hoort' en de orde in de samenleving bewaakt, en "de God van Nescio, die vooral gevonden wordt in de natuur en gekenmerkt wordt door eeuwige verandering en doelloosheid". 

Nou, die uitgave wilde ik niet missen natuurlijk. En ik moest er snel bij zijn, want de oplage is traditiegetrouw klein: 125 exemplaren, waarvan enkele exemplaren hardcover. Ik had natuurlijk mijn zinnen gezet op de hardcover, want als dat een optie is dan zou het niet verstandig zijn dat te negeren. In antwoord op mijn bestelling benadrukte Frank dat dit tevens de 50e uitgave in zijn fonds was. Dit maakte mij direct nieuwsgierig: hoeveel uitgaven uit dit fonds had ik eigenlijk intussen?

De God van Nescio

Maar eerst iets over deze essays en de auteur. Paul van Tongeren was tot zijn emeritaat in 2015 hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Van april 2021 tot april 2023 was hij 'denker des vaderlands'. Zo’n thema als de God van Nescio is hem dus wel toevertrouwd. De essays verschenen al eerder, maar zijn voor deze publicatie licht gewijzigd.

Het eerste essay is getiteld “Paradijselijk niet-weten” en probeert een antwoord te vinden op de vraag wat het nu is dat maakt dat mensen zo geraakt worden door het werk van Nescio. Van Tongeren betoogt dat het ontdekken van wat Nescio wil zeggen alleen kan door te analyseren wat de auteur door zijn hoofdpersonen zegt, of meer specifiek hoe deze zich tot elkaar verhouden en de drie polen die het spanningsveld bepalen van de verhalen van Nescio: de mensen, de natuur en God. De conclusie van dit eerste essay lijkt dat Nescio’s verhalen de lezer onuitwisbaar hebben geraakt en verblind. “Maar die verblinding hoort bij een verwonding die we koesteren”, aldus Van Tongeren.

Het tweede essay heeft de lange titel “Maar die van God is vervuld gaat aan zijn gruwelijke oneindigheid ten gronde” een uitspraak van Bavink. Van Tongeren gaat hier in op het onvermogen van de hoofdpersonen om wat ze ervaren in de natuur, vast te leggen of te duiden (zoals de zonsondergangen die Bavink wil schilderen). Maar hij laat ook zien dat Nescio zelf het onbegrip van de natuur benoemt, de natuur die zichzelf als het ware niet begrijpt. Tegelijkertijd is de natuur eindeloos (in tijd) in vergelijking met het korte leven van mensen, en de natuur is dan ook veel groter dan de mens. Hier komen de hoofdpersonen van Nescio God tegen. Van Tongeren haalt dan één van mijn favoriete passages uit Nescio’s werk aan:

Om zeven uur stond de zon nog hoog boven de zee, maakte, al weer, ik kan ‘t niet helpen, ‘t is God zelf die steeds in herhalingen vervalt, maakte alweer een lange gouden streep op ‘t water en scheen op onze gelaten.

Wat ik zelf een eye-opener vond was de vergelijking die Van Tongeren maakte tussen een uitspraak van Koekebakker en de titel Titaantjes die Nescio aan één van zijn verhalen gaf. Van Tongeren:

Koekebakker vertelt over een tijd die voorgoed vervlogen is, hoewel het zijn eigen geschiedenis is: ‘We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is. (…) Maar toen waren we in de dagen onzer dwaasheid, de uitverkorenen Gods, ja God zelf.’

God zelf, net als de titanen, want dat waren immers de kinderen van de oergoden. En behalve met elkaar zijn ook Nescio’s titaantjes met niets zozeer verbonden als met Ouranos en Gaia: de hemel en de aarde. Er wordt weliswaar verschillende keren gezegd dat zij grote revolutionaire plannen hebben (alle kantoren afbreken, de rollen tussen bazen en knechten omdraaien), maar daarmee wordt zelfs geen begin gemaakt. 

Titanen en titaantjes, vanuit de Griekse mythologie is de relatie wel helder. De titanen waren reuzen, echte hemelbestormers. En de titaantjes zijn kleine mensen die wensen dat ze reuzen zijn, die de hemel willen bestormen maar dat niet doen. Die uitleg is helder. Maar ik had zelf nooit doordacht dat de titanen vanuit de mythologie voortkomen uit Ouranos en Gaia en in feite goden waren. En dit zegt dus ook iets over de dubbelheid in de hoofdpersonen van Nescio, maar dan zijn het geen goden maar godjes. Atlhans, dat willen ze graag. En net als de titanen hun plek moesten afstaan aan de goden van de Olympus, is ook voor de titaantjes alleen het besef over gebleven dat zij niet zullen heersen. Een mooi inzicht! Vervolgens zegt Van Tongeren nog veel meer wijsgerige dingen die het aanhalen waard zijn, maar die moet eenieder dan maar zelf lezen in deze essays.

Van Tongeren is uiteraard niet de enige die zich verdiept in “de God van Nescio”. Zie bijvoorbeeld dit essay van Guido Vanheeswijck over het godsbesef bij Spinoza en Nescio uit 2024. En ook in boekvorm zijn er talloze analyses van deze God te vinden. 

Uitgeverij Fragment

De uitgeverij bestaat sinds 2016 en heeft in nog geen tien jaar het respectabele aantal van 50 publicaties bereikt. Zelf zegt Van den Ingh over zijn uitgeverij: “De Uitgeverij richt zich op non-fictie: beschouwingen en essays, op het terrein van de literatuur en beeldende kunst. Daarnaast kunnen persoonlijke fascinaties van de uitgever leiden tot een publicatie.” Eén van die fascinaties is Gerard Reve; beschouwingen over Reve en zijn werk maken dan ook een substantieel deel uit van het fonds. Of het nu de zesdelige serie over de reisbrieven van Reve is die Frank van Dijl schreef, of een beschouwing van Albert Wulffers over vormgever Ies Spreekmeester (die het omslag voor de eerste druk van De Avonden ontwierp): Reve is de rode draad in het fonds. Maar er is veel meer dan dat, er zijn verschillende titels verschenen over Stefan Zweig, maar ook over Max de Jong of Menno Voskuil. Verschillende titels zijn van de hand van L.H. Wiener en Jan Paul Hinrichs. Kortom, een veelzijdig en interessant fonds dat herkenbaar is en als een eenheid voelt.

Bij het doorscrollen van de lijst van 50 publicaties voelde ik vooral spijt. Spijt dat ik niet steeds zo alert was als op die 12e juni, want ik zag verschillende titels die ik onmiddellijk zou willen bestellen, ware het niet dat in bijna alle gevallen het nare woordje UITVERKOCHT onder de titel staat. En wat wil je ook, als je bijvoorbeeld een werk publiceert van de hand van Piet Wackie Eysten met als titel Stefan Zweig & Joseph Roth, waarin wordt ingegaan op de complexe relatie tussen deze twee tijdgenoten. De grote Joseph Roth lees ik altijd met veel plezier - op de Dordtse boekenmarkt kocht ik nog Zipper en zijn vader - en welke bibliofiel kent er niet Zweig’s De onzichtbare verzameling (waar ik drie verschillende edities van blijk te hebben). Maar deze beschouwing heb ik nu niet, net zoals verschillende andere uitverkochte titels.

Ik besloot de zelfkwelling verder te laten voor wat het was, en mij te focussen op de titels uit het fonds die ik wél had. Dat bleken er - inclusief de Nescio - vier te zijn. Een schamel aantal, maar toch leuk om even op een rijtje te zetten.

De oudste titel (nr. 9 in het fonds) is De Nescio-leesclub, van A.L. Snijders. Dit verhaal gaat helemaal niet over Nescio, maar vooral over deze leesclub waar A.L. Snijders werd uitgenodigd. Wat hem vooral aantrok was kennelijk dat je een speldje kreeg in de vorm van het hoedje van Nescio, als je bij de leesclub optrad. Dat optreden bestaat uit het voorlezen van een aantal teksten, waarna de leesclub uitmondt in een luidruchtige borrel. Hij geeft in drie verslagen een weergave van de bijeenkomst (en refereert daarin gelukkig wel een aantal keer aan Nescio). Het verhaal verscheen in een oplage van 125, en daarnaast 15 luxe exemplaren, gebonden door binderij Phoenix. Ik heb nummer 87 van 125. Overigens is dit niet de Nescio leesclub die later landelijke bekendheid kreeg: dat was de door Bas Steman opgerichte leesclub voor middelbare scholieren waar hij een mooi boek over schreef. Een lesje in hoe je jongeren weer aan het lezen krijgt. Ik schreef hier over het boek van Steman en die andere Nescio leesclub. 

Waar de meeste titels van Uitgeverij Fragment een beperkte omvang hebben - enkele tientallen pagina’s - is de volgende titel die ik kocht (nr. 13 in het fonds) aanmerkelijk dikker: Boekenjacht van C.J. Aarts. Hierin beschrijft Aarts aan de hand van allerlei verhalen en anekdotes zijn speurtochten naar boeken. De meeste bijdragen verschenen eerder in het tijdschrift Boekenpost. Ik denk dat het dit boek is dat mij definitief op het spoor van de uitgeverij zette en waardoor ik mij op de nieuwbrief abonneerde. Het boek telt 248 pagina’s, is in linnen gebonden en de oplage was 600 exemplaren. Uiteraard ook uitverkocht, maar gelukkig heb ik een exemplaar. 

Direct daarna verscheen weer een titel waarin de wereld van het verzamelen van boeken centraal staat: In een veilinghuis wordt niet gelezen van Gustan Asselbergs (nr. 14 in het fonds). Dit is een verzameling schetsen over de wereld van het een niet nader genoemd veilinghuis (=Bubb Kuyper) waar de auteur werkzaam was. Asselbergs beschrijft verschillende aspecten van het leven binnen het veilinghuis, de contacten met de klanten, de boeken zelf, et cetera. Willem Jan Otterspeer heeft er een essay bij geschreven waarin hij veilinghuizen typeert als de laatste posten in de strijd tegen vergankelijkheid. Deze uitgave verscheen in een oplage van 100 exemplaren maar was zo snel uitverkocht dat er een tweede druk van 75 exemplaren verscheen. Ook die is uiteraard uitverkocht. Het geeft wel aan dat de wereld van veilinghuizen voor veel mensen fascinerend is. Ik heb eerder geschreven over dit werkje van Asselbergs en andere verwante uitgave over veilingen en veilinghuizen.

Vanaf dat moment ben ik er niet meer in geslaagd de titels bij de uitgeverij te bestellen, hoewel ik de nummers 15, 19, 21, 26, 32, 42, 43 en 46 toch wel graag wil hebben. Op 12 juni was ik alert genoeg, maar vervolgens was ik niet snel genoeg bij de publicatie van nr. 51, een beschouwing van Reinder Storm over E. du Perron als boekenmaniak. Ondanks de iets grotere oplage - 150 exemplaren plus enkele hardcover - was deze uiteraard ook weer in een mum van tijd uitverkocht. Bij de volgende nieuwbrief moet ik dus toch weer scherper zijn. Als ik kijk op boekwinkeltjes.nl dan zijn sommige door mij begeerde titels daar nog wel te koop, maar voor aanmerkelijk hogere bedragen dan ze bij de uitgeverij zelf hebben gekost.

Stichting Desiderata

Waar ik ook altijd naar uitkijk zijn de mails van Stichting Desiderata, waarin nieuwe uitgaven worden aangekondigd. Eigenlijk hoeft een mail niet eens, want ik bestel alle te verschijnen titels toch wel, maar die optie bestaat (nog) niet. Dus meld ik steevast in een onmiddellijke reply dat ik het aangekondigde boek graag tegemoet zie.

Zo ook met de nieuwste titel Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen. Op voorhand al een fascinerende titel - welk lezen is er verloren? - en zoals altijd beloofde het weer een diepgravende en rijk geïllustreerde uitgave te worden. Terwijl de verschijningsdatum passeerde, blijf mijn brievenbus helaas leeg. Via facebook zag ik enthousiaste reacties van andere Desiderianen over het boek, maar ik kon daar niet in meegaan want ik had geen boek ontvangen. Uiteindelijk moesten we concluderen dat mijn exemplaar ergens tussen Tilburg en de Veluwe verloren was gegaan - had wolf Bram er dan toch zijn tanden in gezet? Gelukkig kreeg ik later alsnog een exemplaar en kon ik mij eindelijk verdiepen in de levensbeschrijving en de publicaties van deze Rotterdamse boekhistoricus die er in slaagde de wereld van het oude boek toegankelijk te maken voor een breed publiek. 

Maar naast een biografie is dit vooral het verslag van een groot drama. De titel van het boek verwijst namelijk naar het bombardement op het centrum van Rotterdam op 14 mei 1940. Om kwart over een in de middag verloor Kruitwagen dus zijn lezen. De pastorie waar hij woonde en werkte, werd namelijk volledig verwoest. Hij overleefde,  maar zijn werkbibliotheek van 9.000 boeken werd totaal vernietigd. Over die gebeurtenis schreef hij eind juni 1940 een ‘Encycliek’ – een gestencild rondschrijven aan familie, vrienden, en vakgenoten – met een gedetailleerd verslag van wat er was gebeurd en wat er verloren is gegaan. In Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen wordt deze tekst voor het eerst in gedrukte vorm gepubliceerd en bovendien als bijlage – in een enveloppe – gereproduceerd. Dit is één van de vele mooie details van dit boek. De encycliek in enveloppe, de vele fraaie illustraties en de overdruk van handtekeningen, stempels en andere kenmerken uit de besproken boeken zijn gereproduceerd zoals ik dat nog niet eerder had gezien. Het boek is met extreme zorgvuldigheid en creativiteit opgemaakt.

Kruitwagen kwam de klap van het verlies van zijn boeken eigenlijk niet meer te boven. Dat wil zeggen, hij koos ervoor om na de oorlog de focus in zijn leven te verleggen. Hij was immers franciscaan en de laatste jaren van zijn leven zette hij zich in voor de zorg voor mensen, passend bij zijn primaire roeping. Publiceren over boeken deed hij nog maar sporadisch. Het toeval wilde dat de dag voordat ik het boek uiteindelijk ontving, we in Vorden waren waar we het prachtige Heiligenbeeldenmuseum bezochten, dat is gevestigd in de in 1855 gebouwde H. Antonius van Paduakerk, de oudste nog bestaande kerk van de architect P.J.H. (Pierre) Cuypers). Aan de kerk grenst het voormalige fransiscaner klooster en in dat klooster heeft na het bombardement ook Kruitwagen enige tijd verbleven. Het klooster werd gebouwd in 1902 en is onder meer gebruikt voor de verpleging van tbc-patiënten. Later deed het dienst als rusthuis voor missionarissen. De laatste Franciscanen verlieten het klooster midden jaren negentig. Tot 2002 fungeerde het enkele jaren als asielzoekerscentrum. Daarna werd het een hotel dat zich met name richt op mensen met een zorgbehoefte. Tegenwoordig is het Trauma Centrum Nederland er in gevestigd. Helaas wist ik nog niet dat Kruitwagen er ook had verbleven toen ik in Vorden was. Ik zou er dan anders naar gekeken hebben, wetende dat deze boekenliefhebber er ook had rondgelopen. Maar ik had er direct wel een plaatje bij toen ik in het boek las: "Nadat 'de Kruit' in de Westewagenstraat zijn lezen verloor, verhuisde hij naar het franciscaner klooster in Vorden om verder te herstellen van de verwondingen aan zijn benen. (...) Na zijn revalidatie werd Kruitwagen van het klooster in Vorden overgeplaatst naar de pastorie van de Hartebrugkerk in Leiden".

Eén van de manieren waarop de werken van Kruitwagen werden gepubliceerd is via de reeks “Van Trio aan zijn zakenvrienden”. In de subreeks Typografische Kruidtuin verscheen onder meer een publicatie over het zetfoutenduiveltje, dat in de uitgave van Stichting Desiderata wordt herdrukt. En uiteraard aangevuld met uitgebreide bespiegelingen van Ed Schilders over de oorsprong van het begrip zetduivel en de rol die deze heeft gespeeld in diverse publicaties. Net als andere uitgebreide bespiegelingen over een groot aantal prominente boek- en cultuurhistorici uit de vorige eeuw: uitgevers als Kruitwagens beste vriend Wouter Nijhoff en zijn beste vijand Tjeenk Willink; zijn bibliografische vriendinnen Maria Kronenberg en Maria Hüffer; bibliothecarissen als Marijn Campbell, C.P. Burger en Arie de Mare; de hoogleraren Lodewijk Rogier, Johan Huizinga, Leo Michels, Kees de Vooys en Vondel-vorser Bernard Molkenboer, die net als Kuitwagen zijn complete bibliotheek in vlammen zag opgaan. Het zetfoutenduiveltje is trouwens de enige publicatie van Kruitwagen die ik zelf in mijn bezit heb, maar na het lezen van dit boek heb ik nog wel een paar titels van zijn hand op mijn privé-desiderata-lijst gezet.

14 augustus, 2022

334 - Oogsten op de Deventer boekenmarkt 2022 - deel 1: bibliofilie

Foto van @dvdmdeventer
Het was een prachtige zonnige dag waarop ik mijn debuut maakte als bezoeker van de boekenmarkt in Deventer. Het was er simpelweg nog niet van gekomen al die jaren. Het blijft een evenement dat middenin de zomervakantie plaatsvindt en vaak waren we met kinderen in het buitenland. Dus Deventer moest wachten. Maar nu was het dan zover, samen met junior ging ik los in de Hanzestad.

We hadden afgesproken dat we ons graag lieten verrassen, al hadden we natuurlijk wel een mentaal lijstje met het soort van boeken dat we zochten, alleen niet specifieke titels. Dat gold trouwens  niet voor iedereen: we zagen aardig wat bezoekers met papieren of digitale lijstjes tussen de dozen snuffelen. Op heel veel schermpjes stond LibraryThing of Goodreads open om ervoor te zorgen dat de juiste boeken werden gevonden. Vooral als het ging om uitgebreide series als Privé-domein, maar er waren ook bezoekers die heel hard op zoek waren naar ontbrekende titels voor hun collectie Danielle Steel (er zijn er 190). Maar ik ging vooral op zoek naar boeken over boeken en de bakken met ‘kleine boekjes’: gelegenheidsuitgaven, bibliofiele werkjes, nieuwjaarsuitgaven van uitgeverijen, dat soort werkjes. Junior posteerde elke keer als ze zo’n bak zag zich er pontificaal voor om ‘m voor mij te reserveren, terwijl ik steevast positie koos voor de afdeling Engelse literatuur als ik die zag. En dan was het een kwestie van elkaar appen en van plaats wisselen. En ontdekken dat je soms 50 kramen uit elkaar staat...

Sowieso was de samenstelling van de bezoekers hoopgevend als het gaat om de toekomst van het boek: enorm gemengd - jong, oud, man, vrouw en dus helemaal niet een overvloed aan witte oude mannen die boeken kopen. Zou het de invloed zijn van BookTok, en dergelijke impulsacties op Instagram? Mij viel op dat er heel veel jongeren, tieners zelfs, waren die met een gelukkige blik en armen vol boeken over de markt liepen. Het is toch bijzonder als je twee tienerjongens een serieus gesprek hoort voeren over hoe ze een serie in leer gebonden boeken in compleet hebben. Of een andere tienerjongen die een serieus gesprek voert over hoe hij het laatste deel van de serie Griekse klassieke auteurs zoekt, maar daar sowieso geen 40 euro voor over heeft… Ik kon alleen maar wensen dat ik die diezelfde zelfbeheersing had, maar ik ben intussen bereid veel te veel te betalen voor ontbrekende puzzelstukjes in mijn collectie..

De opbrengst

Uiteindelijk gingen we naar huis met twee volle tassen boeken, waarbij tot mijn schrik de stapel van junior hoger was dan de mijne. Maar ja, als je Engelstalige hardbacks inslaat versus mijn fijnzinnige bibliofiele uitgaven dan gaat het natuurlijk hard qua volume. In aantallen won ik: 24 titels heb ik mee naar huis genomen na 5 uur over de boekenmarkt gezworven te hebben. Maar vrijwel bij het eerste kraampje waar we stonden had junior een fraaie vondst. Ze zag - in de handen van een andere bezoeker - een mooie uitgave van Christina Rossetti’s gedicht Goblin Market. Toevallig haar favoriete gedicht, maar het bevond zich nog steeds in de handen van een twijfelende andere bezoeker. Er restte niets anders dan mentale beïnvloeding of de Jedi-aanpak: heel hard denken "leg neer, leg neer, leg neer" en hopen dat het effect heeft. In dit geval lukte het want de andere bezoeker besloot gelukkig het boekje niet te kopen, waarna het een prooi voor junior werd. Het bleek de heruitgave van de originele editie te zijn, door de Green Tiger Press in 1973 uitgegeven. Een mooie editie in een envelop, geprijsd voor 10 euro en gelukkig waren alle boeken 30% korting waarna het voor 7 euro van haar was. Hoewel de verkoper ook aandachtig keek naar het boekje en het leek alsof zij het eigenlijk niet kwijt wilde. Maar uiteindelijk mocht junior het tevreden in haar - toen nog lege - tas stoppen.

Ook ik had zo’n moment met  tijdelijke hartstilstand. Ik zag op de kraam van Boekhandel ABC uit Deventer twee exemplaren liggen van het boek van Edward Wilson-Lee: The catalogue of shipwrecked books - Christopher Columbus, his son and the quest to build the world’s greatest library. Verder geen zeldzaam boek ofzo, maar deze stond al wel een tijd op mijn zoeklijst en voor 5 euro kon ik het niet laten liggen. Eén exemplaar voor mij en één voor junior. Althans, dat was het plan, want een andere hand strekte zich uit en pakte beide boeken voor mijn neus weg en de eigenaar van die hand stelde tevreden vast dat het ene boek voor hemzelf was, en het andere een cadeautje voor iemand anders. Ik was verbijsterd, vooral door de gedachte dat ik ongeveer 10 seconden te laat was om dit boek te lopen. Al snel bleken dit de laatste exemplaren in de kraam te zijn en dus was mijn hoop op dit boek vervlogen. Ware het niet dat de koper van beide exemplaren terugkwam, mij één van de exemplaren gaf omdat hij het zo sneu voor mij vond. Wat een fantastisch gebaar! Evengoed was het jammer dat diezelfde man vervolgens bij de stand van de Eierland pers precies het belangrijkste werk van die kraam kocht waar ik mijn oog op liet vallen. Duidelijk iemand met dezelfde smaak als ik, die steeds een minuut sneller bij de gezochte boeken was. Ik ben hem voor dit boek dankbaar, maar heb hem vervolgens zoveel mogelijk ontweken om verdere teleurstellingen te voorkomen.

Mooie gesprekken

Het leuke van de boekenmarkt is dat er ook tijd is om gesprekken te hebben met de mensen achter de kramen: antiquairs en margedrukkers. Zo had ik een leuk gesprek met Peter Duijf van de Eierland Pers (gevestigd in Schalkhaar, dus hij kwam samen met zijn vrouw op de fiets naar de markt). Ik zag bij Hinderickx en Winderickx dat er in november 2022 een nieuw deel van het Winkeldagboek verschijnt, het derde deel intussen. Die kan direct op mijn verlanglijstje.
Tussendoor kwam ik zowaar nog familie tegen: een neef en zijn vrouw waren op zoek naar titels voor hun project om de top 100 Nederlandse literatuur volgens Goodreads te kopen en te lezen. 

Op een gegeven moment belandde ik bij de stand van AFdH uitgevers, tevens de stand van antiquariaat Abels & Mateboer.  Ongemerkt raakte ik aan de praat met Paul Abels, die vroeg of ik wellicht werk van A.L. Snijders verzamelde. Ik vond dat eerst een wat wonderlijke vraag, tot ik uiteindelijk de link legde met met het feit dat ik voor de kraam van AFdH stond. Toen ik tegen junior de loftrompet stak over het fonds van AFdH en hun werkwijze (de abonnementen) en hoe zij het werk van Snijders hebben gepromoot, vertelde Abels hoe de start van de uitgeverij is geweest en hoe ze uiteindelijk positie hebben veroverd. Ondertussen liet ik mijn oog vallen op een fraai lessenaartje waarin de bibliofiele werkjes werden aangeboden. Dit om ze enigszins exclusief te presenteren en ook om te beschermen tegen ondeskundige vingers van bezoekers, aldus Abels. In het lessenaartje zaten uiteraard veel werken van Snijders, nieuwjaargeschenken van AFdH zelf en ander fraais. Het was uit dit lessenaartje dat ik één van mijn mooiste aankopen van de dag deed.

Fijne bibliofiele werkjes

En daarmee zijn we aangekomen bij de eerste bibliofiele aankoop: de uitgave Een plaatsvervangster van Kurt Löb. Dit is een nieuwjaarsgeschenk van AFdH voor abonnees en relaties uit 2012. Van dit nieuwjaarsgeschenk werd de hele oplage gesigneerd en genummerd (ik heb nummer 390), en een klein deel verscheen als handelseditie. Maar het bijzondere van dit exemplaar is dat het in linnen is gebonden. Paul Abels vertelde dat dit één van de slechts drie in linnen gebonden exemplaren uit de oplage was. Ik zou verwachten dat die drie exemplaren dan voor respectievelijk A, F en dH zouden zijn. Of voor Löb zelf. Maar nee, er lag gewoon een exemplaar in dat lessenaartje. Voor slechts 25 euro - een prijs waarvoor de reguliere exemplaren in cahiersteek momenteel tweedehands worden aangeboden - was het van mij. Een prachtig boek, verzorgd door Martin Frijns in onberispelijke staat. Het lessenaartje had het boek goed beschermd.
Kurt Löb is een illustrator waar ik al veel werk van heb, vooral door zijn bijdrage aan de uitgaven van Stichting de Roos en natuurlijk door zijn illustraties in de reeks Russische verhalen die verschenen als nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel. Al met al zijn dat al 36 titels met meestal illustraties van Kurt Löb, maar soms ook door hem geschreven (zoals Bibliofiele boekillustratie vandaag en gisteren uit 1971). Als ik een uitgave zie liggen waar Löb aan heeft meegewerkt, laat ik het zelden liggen. En dan gaat het mij vooral om de kwaliteiten als tekenaar, want Abels wist ook nog te vertellen dat Löb een humeurig mens was en dat het niet altijd meeviel om met hem samen te werken. Gelukkig merk je daar als lezer niets van, dan resteert alleen de schoonheid van de tekeningen. Ik hou van zijn losse stijl van tekenen en hoe hij de sfeer van een verhaal altijd goed weet te treffen.
In deze uitgave gaat het verhaal over het thema eindigheid, herinnering en nieuw begin. Een kort verhaal, rijk geïllustreerd met zo te zien ook oudere tekeningen van Löb die bij dit verhaal passen en daarom in dit boek zijn opgenomen.

Maar ik vond meer bibliofiele werkjes, beste lezer. Zoals de uitgave Een handreiking over tijd en ruimte heen van L.H. Wiener, verschenen bij Hof van Jan in 2013, in een oplage van 300 gesigneerde exemplaren. Het werk bevat de tekst die Wiener uitspraak op 30 oktober 2012, bij de tweede verjaardag van het overlijden van Harry Mulisch, tijdens een herdenkingsbijeenkomst in de Gravenzaal van het Haarlemse stadhuis. Helaas had de vorige eigenaar haar naam in het boek geschreven - waarom zou je dat in hemelsnaam doen? Maar voor de prijs van 2 euro kon ik het desondanks niet laten liggen.

Ik zei al dat ik bij de stand van de Eierland pers was en daar kocht ik de uitgave Sluikhandel met juffrouw Duizer van Piet Buijnsters. Een gesigneerd nieuwjaarsgeschenk van het tijdschrift Boekenpost uit 2007. Verschenen in een oplage van 134, heb ik nummer 101. Uitgaven van Piet Buijnsters laat ik ook nooit liggen, met als gevolg dat ik inmiddels 17 titels van of met hem bezit. Hij heeft als boekhistoricus  een geweldige bibliofiele kennis en schrijft daar fraaie boeken over (Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie / van het Nederlandse antiquariaat / van antiquariaat en bibliofilie in België) waaronder ook de klassieker Het verzamelen van boeken - een handleiding. In deze uitgave vertelt hij een smakelijke anekdote over kostbare boeken van de Arnhemse antiquaar H.F. Geerts die via de dichteres Nel Benschop (die een leerling van hem bleek te zijn geweest) op de weg van Buijnsters kwamen.

Twee andere bibliofiele werkjes kocht ik vooral omdat ze er mooi uitzagen en - eerlijk is eerlijk - in de 2-euro-bakken stonden en ik ze daar simpelweg niet kon laten staan.

Allereerst tikte ik een fraaie uitgave van de Sjaalmanpers op de kop, het verhaal In de boom van A.L. Schneiders (niet te verwarren met A.L. Snijders). In 1987 verscheen dit werkje in een oplage van 115 exemplaren, waarvan 100 Arabisch genummerd en 15 Romeins. Die laatste zijn voor auteur en uitgeefster en inmiddels bezit ik nummer XIII. Helaas is het vignet met de titel op de voorkant er vanaf gevallen waardoor het toch een klein beetje een incompleet exemplaar is.
Van de Sjaalmanpers bezat ik tot nu toe één andere uitgave, namelijk het werk Een zwak voor Nescio van Nol Gregoor, dat ik 16 jaar geleden trots heb toegevoegd aan mijn Nescio-collectie. Nol Gregoor beschrijft hoe hij op een gegeven moment drie exemplaren van de eerste druk van Nescio's debuut bezit. Toen had ik zelf nog geen exemplaar daarvan, en deed het bijna fysiek pijn om dat te lezen. Inmiddels is dat gat in mijn collectie al lang gerepareerd.


De laatste bibliofiele uitgave die ik kocht is Brief uit Venetië van de Apeldoornse dichter Willem Bierman. Bierman was onder andere oprichter van het in 2015 ter ziele gegane tijdschrift Prado, waar ook A.L. Snijders nog aan heeft meegewerkt. Deze brief verscheen bij de Eikeldoorpers in 1991 in een oplage van 70 genummerde en gesigneerde exemplaren, waarvan ik nu nummer 48 heb. Het werk bevat naast de brief van Bierman een fraaie linosnede gemaakt door Doortje de Vries.
Ook de Eikeldoorpers komt tot nu toe één keer voor in mijn collectie, ik heb van deze pers het Zonnebloemlied van Adriaan van Dis, een plano-uitgave uit 2008 gesigneerd door Van Dis. Onder het pseudoniem Jan Balkon schreef Adriaan van Dis in 1988 het ‘Zonnebloemlied’. Het is ingezonden naar het clubblad van Nieuw Vredelust (= een volkstuincomplex in Amsterdam). Daarna verscheen het ook in de bundel: ‘Tuin in de branding‘.

En zo bleken al die bakken met bijzondere boekjes een paar mooie verrassingen voor mij in petto te hebben. Deventer heeft voor een paar prima en betaalbare aanvullingen op mijn collectie gezorgd. In deel 2 van mijn verslag zal ik een aantal van de 'boeken over boeken' die ik daar heb gekocht in de schijnwerpers zetten.

21 december, 2012

219 - De voordelen van een bekend pseudoniem

Noot vooraf bij dit stukje: ik heb een paar weken niet geblogt en geen blogs gelezen. En ineens vond ik het tijd om over een pseudoniem en een naamsverwisseling te schrijven. Toen ik het stukje klaar had las ik dat een paar mijn favoriete medebloggers recent respectievelijk over pseudoniemen en naamsverwarring hebben geschreven. Ik wist het niet, eerlijk waar: dit stukje komt uit mijn authentieke creatieve brein. Maar bizar is het wel...

Dan nu het oorspronkelijke stuk:

Ik schrijf dit boek onder het pseudoniem sneuper of boekensneuper. Dat doe ik omdat ik graag mijn publieke profiel als boekenverzamelaar gescheiden hou van mijn professionele bestaan. En omdat ik sneuper zo prachtig vind passen bij mijn grootste liefhebberij: het zoeken van mooie boeken.

Bij de keuze van mijn pseudoniem ben ik natuurlijk schatplichtig aan Ayolt Brongers, wiens ABCdarium voor de boekensneuper een belangrijke wegwijzer voor mij was ten tijde van het starten van mijn verzameling. En dus werd ik ook een sneuper. En dat ben ik nu al acht-en-een-half jaar. En soms levert mij dat zomaar een mooi boekje op.

Ongeveer een jaar geleden kreeg ik een mailtje. Het mailtje was afkomstig van iemand die betrokken was bij de jaarlijkse BoekKunstBeurs in Leiden en die daarvoor Ayolt Brongers wilde uitnodigen. Perkamentus waarschuwde al eens tegen deze verwarring, maar zijn weblog wordt kennelijk slechter gelezen dan hij verdient.

En dus werd ik voor Brongers aangezien. Uiteraard was ik zeer vereerd met de uitnodiging en erg vermaakt met deze verwisseling. Er ontspon zich vervolgens een hartelijke mailwisseling, maar tot mijn grote spijt kon ik niet bij die editie van de BoekKunstBeurs zijn. Dat was vooral jammer omdat A.L. Snijders aanwezig was en de mogelijkheid bestond om speciaal ter gelegenheid van de beurs geschreven z.k.v. van Snijders zelf in te binden.

Gelukkig was degene die mij verwisselde met Brongers zo vriendelijk mij een exemplaar van Cokes en incunabelen toe te zeggen, gesigneerd en wel. Ondanks dat ik niet bij de beurs kon zijn, zou dat toch een mooie oogst zijn.

Na de beurs regen de weken en maanden zich aaneen. Maar wat er ook mijn brievenbus binnenkwam, geen publicatie van Snijders. Ik durfde er ook niet teveel druk achter te zetten, want uiteindelijk was de toezegging het werkje op te sturen al meer dan ik had gehoopt. Toch wijdde ik er na een half jaar een mailtje aan. Ondanks een herhaalde toezegging van toezending bleef het stil in mijn brievenbus.

Totdat de editie 2012 van de BoekKunstBeurs zich aandiende. Degene die mij beloofde het werkje van Snijders op te sturen meldde zich weer. Nu zou het boekje echt komen, en ik werd wederom uitgenodigd voor de beurs. En ik kon weer niet. Weer moest ik die prachtige beurs met al die uitgaven die thuishoren in mijn boekenkast aan mij voorbij laten gaan. Maar er was één groot verschil met 2011: het mooie uitgaafje van Snijders is nu van mij. En volgend jaar ga ik écht naar de BoekKunstBeurs.


04 november, 2011

194 - Bibliofiel boek naar eigen ontwerp

Een wel heel prikkelend initiatief gaat in het weekend van 5 en 6 november in Leiden plaatsvinden. In de Pieterskerk in Leiden is weer de jaarlijkse BoekKunstBeurs, die in het teken van het maken van bijzondere boeken staat (info hier). Maar wat mij betreft is het volgende echt een lokkertje: speciaal voor deze beurs heeft de schrijver A.L. Snijders een zkv (zeer kort verhaal) geschreven. Iedere bezoeker ontvangt een door Pastei gedrukt exemplaar van het verhaal. In de ‘boek- en bindstraat’ kan men hier eigenhandig een omslag bij drukken, en het drukje vervolgens onder professionele begeleiding inbinden. Op zaterdagmiddag zal Snijders aanwezig zijn om te signeren.

De zkv's van Snijders zijn vermaard. Hij heeft het genre in feite zelfbedacht en won er in 2010 de Constantijn Huygensprijs mee. Zoeken op youtube levert diverse video's op van Snijders die een zkv voorleest, zoals deze:

En nu is de 74-jarige Peter Müller (zoals Snijders werkelijk heet) uit Klein Dochteren (een buurtschap bij Lochem) de hooggeëerde gast in Leiden. Voor 6 euro kom je niet alleen de beurs binnen, maar vertrek je met je eigenhandig ingebonden zkv weer naar huis...

Ik was gisteren in Leiden voor een vergadering. En ik dacht met weemoed aan de tijd dat ik er woonde en de antiquariaten aldaar onveilig maakte. De vergadering liep uit en ik moest naar huis, maar ik had een sterke neiging om even de binnenstad in te duiken die ik ternauwernood kon weerstaan. En ik had weemoed naar Aioloz, het fantastische antiquariaat van Piet en Monique van Winden aan de Botermarkt, waar ik altijd even naar binnen glipte als ik vond dat ik een duur boek had verdiend omdat ik een tentamen had gehaald, of gewoon omdat de zon scheen.

Maar dat is lang geleden, en sinds 2008 is Aioloz niet meer. Maar mooie boeken zijn er nog wel, en een grote hoeveelheid daarvan is te zien in Leiden, dit weekend. Dus komt allen!