De bibliotheek van Philips van Leyden
![]() |
| Gedenkplaat Philips van Leyden, aangebracht door het dispuut dat zijn naam draagt |
Een blog over het verzamelen van boeken en over de zoektocht naar boeken. Door de eigenaar van de Bibliotheca Scatebra (4500+ titels). Waar vind ik mijn boeken? Hoe krijg ik wat ik zoek? Sinds 15 juli 2004 schrijf ik min of meer regelmatig op dit blog over mijn hoogte- en dieptepunten. De naam van het blog is ontleend aan Ayolt Brongers, de enige ware boekensneuper. Lees mee met mijn zoektocht en mijn vondsten... Deze website wordt gearchiveerd door de KB, nationale bibliotheek.
![]() |
| Gedenkplaat Philips van Leyden, aangebracht door het dispuut dat zijn naam draagt |
![]() |
| Foto van @dvdmdeventer |
We hadden afgesproken dat we ons graag lieten verrassen, al hadden we natuurlijk wel een mentaal lijstje met het soort van boeken dat we zochten, alleen niet specifieke titels. Dat gold trouwens niet voor iedereen: we zagen aardig wat bezoekers met papieren of digitale lijstjes tussen de dozen snuffelen. Op heel veel schermpjes stond LibraryThing of Goodreads open om ervoor te zorgen dat de juiste boeken werden gevonden. Vooral als het ging om uitgebreide series als Privé-domein, maar er waren ook bezoekers die heel hard op zoek waren naar ontbrekende titels voor hun collectie Danielle Steel (er zijn er 190). Maar ik ging vooral op zoek naar boeken over boeken en de bakken met ‘kleine boekjes’: gelegenheidsuitgaven, bibliofiele werkjes, nieuwjaarsuitgaven van uitgeverijen, dat soort werkjes. Junior posteerde elke keer als ze zo’n bak zag zich er pontificaal voor om ‘m voor mij te reserveren, terwijl ik steevast positie koos voor de afdeling Engelse literatuur als ik die zag. En dan was het een kwestie van elkaar appen en van plaats wisselen. En ontdekken dat je soms 50 kramen uit elkaar staat...
Sowieso was de samenstelling van de bezoekers hoopgevend als het gaat om de toekomst van het boek: enorm gemengd - jong, oud, man, vrouw en dus helemaal niet een overvloed aan witte oude mannen die boeken kopen. Zou het de invloed zijn van BookTok, en dergelijke impulsacties op Instagram? Mij viel op dat er heel veel jongeren, tieners zelfs, waren die met een gelukkige blik en armen vol boeken over de markt liepen. Het is toch bijzonder als je twee tienerjongens een serieus gesprek hoort voeren over hoe ze een serie in leer gebonden boeken in compleet hebben. Of een andere tienerjongen die een serieus gesprek voert over hoe hij het laatste deel van de serie Griekse klassieke auteurs zoekt, maar daar sowieso geen 40 euro voor over heeft… Ik kon alleen maar wensen dat ik die diezelfde zelfbeheersing had, maar ik ben intussen bereid veel te veel te betalen voor ontbrekende puzzelstukjes in mijn collectie..
Kurt Löb is een illustrator waar ik al veel werk van heb, vooral door zijn bijdrage aan de uitgaven van Stichting de Roos en natuurlijk door zijn illustraties in de reeks Russische verhalen die verschenen als nieuwjaarsgeschenken van Zetcentrale Meppel. Al met al zijn dat al 36 titels met meestal illustraties van Kurt Löb, maar soms ook door hem geschreven (zoals Bibliofiele boekillustratie vandaag en gisteren uit 1971). Als ik een uitgave zie liggen waar Löb aan heeft meegewerkt, laat ik het zelden liggen. En dan gaat het mij vooral om de kwaliteiten als tekenaar, want Abels wist ook nog te vertellen dat Löb een humeurig mens was en dat het niet altijd meeviel om met hem samen te werken. Gelukkig merk je daar als lezer niets van, dan resteert alleen de schoonheid van de tekeningen. Ik hou van zijn losse stijl van tekenen en hoe hij de sfeer van een verhaal altijd goed weet te treffen.Over Bep van Wees kon ik een eerste instantie weinig vinden. Uiteindelijk leerde ik iets over hem uit een interview van P.J. Buijnsters met Richard Lobbes, decennialang betrokken bij het Amsterdamse filiaal van De Slegte (gepubliceerd in De Boekenwereld). Lobbes zegt over Van Wees, die een klant van hem was:De boekhandelaar van Broese, Chr. Leeflang, [was] een behulpzaam verspreider voor clandestiene uitgevers en ook hij heeft aan het uitgeven zelf meegedaan, zij het belangrijk minder dan zijn Amsterdamse collega. De clandestiene uitgevers Longuevie et Gendre te Luik, N.V. Douwe Diekema's Uitgevers Maatschappij in Franeker en Broese waren in den vleze verenigd in Chr. Leeflang te Utrecht. Hij heeft zeven clandestiene uitgaven op zijn naam, die hij beschouwt als voorlopers van de Stichting De Roos, een van de weinige na-oorlogse produktieve uitgeverijen in de ware bibliofiele traditie: luxe, esthetisch verzorgde uitgaven uit de wereldliteratuur, met plaatjes van belangrijke kunstenaars, in beperkte oplage.
Een wat tragisch geval was G.M. van Wees, van wie ik, toen hij aan het verkopen sloeg, de indruk kreeg dat hij gechanteerd werd. Hij bezat een luxe slagerij in Utrecht, was een heel verfijnd man, nauw gelieerd aan de boekhandelaar Chris Leeflang (1904-1993) uit Utrecht, met wie (en met Charles Nypels) hij in 1945 de bibliofiele “Stichting De Roos” in het leven riep. Deze Van Wees kwam telkens met een koffertje vol voor de verkoop. Eerst moderne bibliofilie, De Roos-uitgaven en dergelijke, later grafiek en weer later een grote partij exlibris, waarvan Paul Brandt, de veilinghouder, zei: wat een sof heb je daar gekocht, nog geen vijfhonderd gulden waard. Maar alles vond niettemin aftrek. De boeken van Van Wees gingen deels naar Johan Polak.
Net als Leeflang zijn is ook van Van Wees bekend dat hij in aanloop naar De Roos actief was met bibliofiele uitgaven, en in de oorlogsjaren dus ook met illegale uitgaven. In het tijdschrift Grafiekwereld van de Nederlandse vereniging voor exlibris en grafiek verschijnt in 2019 een artikel over hem. Daarin staat:
Iemand die ex-libris voor Van Wees ontwierp was bijvoorbeeld Susanne Heynemann. Later was ze ook betrokken bij een tiental verschillende publicaties van De Roos. Een voorbeeld van de 'zachte kant' is ook de uitgave Three Sonnets die Van Wees samen met Rosey Eva Pool maakte. Deze uitgave verscheen in 1944 in een oplage van 50 exemplaren en kende de volgende opdracht:Bep van Wees speelde in de oorlog een belangrijke rol in wat zijn vrienden 'de zachte kant' van het verzet noemen. Illegaal drukwerk en financiële steun. Zijn broer speelde een hardere rol in het verzet. Bep van Wees was niet alleen een verzamelaar van een indrukwekkende collectie bibliofiel uitgegeven boeken, maar ook een verzamelaar van kleine prentkunst. [Verzamelaars zoals Van Wees] zorgden er door hun opdrachten voor dat het Nederlands exlibris hoog in aanzien kwam te staan, ook in het buitenland.
Begging Shakespeare to be considerate I dedicate the Dutch version of the Sonnets XX, XCVI, CXXIX to G.M. van Wees (gesigneerd door Rosey Pool).
Een korte schets van het bewogen leven van Rosey Pool is overigens te vinden bij het Huygensinstituut (volg de link een paar regels hierboven), waarin onder meer deze passage staat:
Rosey Pool dook onder bij verre familie in Baarn, waar ze verzetsgedichten schreef en zich in het katholieke geloof verdiepte. De onderduik viel haar zwaar. Ze verbleef korte perioden bij vrienden in de binnenstad van Utrecht, onder anderen bij uitgever G.M. van Wees. Bij hem verschenen dichtbundels van Emily Dickinson en van William Shakespeare, vertaald door Pool. Ook gaf ze les aan haar neef, Joost Jessurun, die ondergedoken zat in hetzelfde huis. In Utrecht distribueerde ze haar eigen verzetspoëzie onder leden van haar verzetsgroep.
De vraag is nu natuurlijk of Van Wees nu slager of uitgever of ex-librisverzamelaar was, of alledrie. In elk geval gaf hij niet alleen werk van Britse dichters uit, in 1944 verscheen bijvoorbeeld ook Antique, een prozagedicht van Arthur Rimbaud.
In mijn collectie De Roos-uitgaven bevindt zich trouwens een exemplaar van Hymnen uit de Bijbel (De Roos 14) gedrukt voor G.M. van Wees. Zou dit een exemplaar zijn dat destijds vanuit een koffertje werd verkocht aan Richard Lobbes bij De Slegte? Dan is het na een lange omzwerving toch weer op de juiste plek terechtgekomen, namelijk bij mij in de kast.Over de derde oprichter van De Roos, Charles Nypels, is natuurlijk zeer veel bekend. Deze beroemde Maastrichtse typograaf en vormgever (1895-1952) behoort tot de groten in Nederlandse typografie. Opgeleid door S.H. de Roos gaf hij onder meer uitgaven van Marsman en Slauerhoff vorm, naast talloze prachtuitgaven in kleinere oplage. Nypels werd geroemd om zijn creativiteit en vernieuwing. De ruimte in dit blog is te kort om de fraaie uitgaven van Nypels te introduceren, maar nieuwsbrief 608 van Fokas Holthuis uit 2015 geeft een aardig overzicht. Nypels is dan ook zowel de naamgever geworden van de Charles Nypels foundation als van de Charles Nypels prijs. Dit voorjaar nog werd de originele Charles Nypels prijs uit 1992 (toegekend aan Harry Sierman, †2007) bij Bubb Kuyper verkocht voor 160 euro. Een mooi verslag van een bezoek aan het graf van Charles Nypels is te lezen bij Perkamentus, mede naar aanleiding van een door Aldert Witte in 1953 geschreven in memoriam over Charles Nypels. Hierin zijn verbazend genoeg een aantal grote fouten te vinden. Perkamentus leert ons dat de slotzin van dat in memoriam had moeten luiden:
De liefde voor het boek die hij mede door zijn geestdriftig woord in anderen wist los te slaan of te stimuleren, het vele schoons en in anderen zin het gedurfde en ongekende hetwelk hij ons heeft nagelaten, doen ons hem met dankbaarheid een blijvende plaats geven in de geschiedenis van de herleving der boekdrukkunst in Nederland.
Zelf bezit ik de door Aldert Witte voor Stichting de Roos geschreven uitgave Charles Nypels Meester-Drukker, dat verscheen ter gelegenheid van de opening van de herdenkingstentoonstelling over Charles Nypels in 1962 in Vianen. Daarin staat niet bovenstaande passage, maar Witte schrijft weer veel andere mooie dingen over Nypels, bijvoorbeeld dat hij "ons zal overleven in zijn meesterlijke boeken"
Wat mij betreft is deze uitgave onlosmakelijk verbonden met de start van Stichting de Roos. Immers, in hetzelfde jaar verscheen ook de originele prospectus waarin de drie hun plannen bekend maken en waarover ik eerder schreef (en liet zien dat de inhoud op punten anders is dan in de officiële geschiedschrijving van Stichting de Roos staat). Het is niet vreemd te veronderstellen dat tegelijkertijd met het werk aan deze bevrijdingsuitgave, de plannen voor de bibliofiele uitgeverij verder werden gesmeed. Individueel hadden ze alledrie al verschillende 'voorlopers' van De Roos-uitgaven gepubliceerd maar voor zover ik nu weet behalve deze publicatie nooit collectief. Hun samenwerking heeft zich vervolgens nog jarenlang voortgezet in het bestuur van de stichting en bij het realiseren van de vele plannen die toen bestonden vanuit de passie voor het mooie boek die de drie oprichters met elkaar deelden. Zo concreet als het gezamenlijk maken en signeren van deze publicatie is de samenwerking nooit meer geworden. Maar tot op de dag van vandaag verschijnen er nieuwe uitgaven van De Roos. Wat er ook gezegd kan worden van de originaliteit van deze uitgaven (te veel heruitgaven van bestaande teksten, volgens sommigen), het feit dat over niet al te lange tijd de 200e publicatie verschijnt is een prestatie die hoe dan ook respect verdient.
Aangezien er nog nooit een publicatie van Rimbaud verscheen bij De Roos, maar deze Rimbaud-uitgave uit 1945 in zekere zin aan de basis van alle latere publicaties stond, zou het wat mij betreft een mooie hommage zijn om Rimbaud het onderwerp van uitgave 200 te laten zijn. Dat zou vermoedelijk ook net in een jubileumjaar zijn, namelijk rond 2025, als De Roos 80 jaar bestaat.
In mijn vorige stukje ging ik in op het belang van “diep lezen” en de bijdrage van een leescultuur aan de vorming van een open, democratische samenleving. Maar voor zo’n leescultuur zijn uiteindelijk ook gepassioneerde boekhandelaren nodig. Het laatste boekje dat ik mijn vorige stukje aanhaalde vormt een brug tussen beide: in de gelegenheidsuitgave De nachtmerrie van Steiner en het antwoord van de boekverkopersbond van Geert Mak en Felix Rottenberg gaat het zowel over de nachtmerrie (het verdwijnen van de bedrijfstak boekhandels, en daarmee de leescultuur) als het antwoord (de boekhandelaar die zich staande houdt en lezers blijft enthousiasmeren).
Groot was dan ook de opluchting toen de boekwinkels na de lockdowns weer open gingen. Het leidde bovendien tot een een paar bundels waarin de lof van de (lokale) boekhandel werd bezongen, meteen een goede reden om de kassa van de boekhandel te laten rinkelen. Loftuitingen aan boekhandels en boekhandelaars zijn van alle tijden, maar dit moment in de tijd vroeg natuurlijk toch om opnieuw te benadrukken hoe onmisbaar deze bedrijfstak is voor het welzijn van de mens.
Twee bundels met verhalen markeerden het einde van de onvrijwillige sluiting. De ene bundel kreeg de toepasselijke titel Weer open!, de ander de niet minder toepasselijke titel Leve de boekhandel! Beide titels met een uitroepteken, om nog maar eens de euforie van het moment te benadrukken.
Weer open! was een initiatief van een aantal uitgeverijen om te vieren dat de boekhandels weer open gingen, en was een geschenk aan “alle lezers van Nederland”. Veertien auteurs en twee illustratoren levereden een bijdrage aan het boekje. Uitgegeven als een eenvoudige paperback in een onbekende oplage, werd het uitgedeeld in de boekwinkel. Het is een typisch cadeauboekje dat gelezen wordt en daarna weggegeven: inmiddels is een exemplaar in vrijwel elke kringloopwinkel voor een euro of minder op te halen. En toch is er alle reden om het dan alsnog mee te nemen, want het is een vermakelijk boekje met verhalen die losjes te maken hebben met het thema boekhandel en boekhandelaar. Zo leren we het fenomeen boekpoeper kennen via Judith Fanto, is er een voorpublicatie van een roman van Auke Hulst en schreef Annegreet van Bergen een verhaal vol verontwaardiging over de verplichte sluiting van de boekhandel tijdens de lockdown. Maar in alle verhalen wordt de onmisbaarheid en uniekheid van boekhandels bezongen en daarom is deze bundel een echte ode aan de bedrijfstak.
Leve de boekhandel! is de eerste publicatie van uitgeverij Sunny Home. Dit is een “literaire gelegenheidsuitgeverij”, die zonder vaste regelmaat boeken publiceert die van belang zijn voor het oeuvre van verschillende Nederlandse auteurs. De uitgeverij, opgezet door Kees Schafrat van Boekhandel Broekhuis, is genoemd naar het beroemde Leidse schrijvershuis van Maarten en Eva Biesheuvel. Niet verwonderlijk dat Sunny Hone dan ook het boekje De Biezen uitgaf, waarin Maarten ’t Hart en Mensje van Keulen terugkijken op hun vriendschap van bijna vijftig jaar met Eva en Maarten Biesheuvel. Ik ken overigens weinig mensen die lezers zo weten te enthousiasmeren als Kees Schafrat en het is dus passend dat hij ook deze ode aan de boekhandel initieerde. In de bijdrage van Pieter Waterdrinker in de bundel wordt Kees beschreven als “boekhandelusurpator, zanger, popartiest, schoenenfetisjist, literatuurliefhebber, mecenas, landgoedbewoner en wat niet al (ik verdenk Kees van duizenden geheime levens, duizenden films, duizenden boeken)”. Anders dan Weer open! is dit geen cadeau-uitgave, maar een boek met een prijskaartje. Het is ook een veel luxere uitgave: fraai gebonden en met stofomslag. Het is dikker dan Weer open! en er hebben meer auteurs aan meegewerkt. Maar wat wel hetzelfde is: ook hier spat de bewondering voor de boekhandel van de pagina’s af. Mooi is bijvoorbeeld hoe Nelleke Noordervliet haar bezoek aan Square Books in Oxford, Massachusetts, beschrijft:
Zodra ik binnen was, wist ik dat ik ergens thuis was gekomen. Niet per se mijn thuis, maar een thuis. Niet iedere boekhandel krijgt dat voor elkaar. Het was op het oog een geweldige teringzooi, zoals heel lang geleden Foyles in Londen dat ook was. (…) Hoe krijgt een boekhandel voor elkaar wat Square Books voor elkaar kreeg? (…) Het zit hem in een soort gewoonheid. Boeken worden niet gezien als schatkamers van de menselijke geest, als iets heel bijzonders voor mensen met smaak, als iets voor een bepaalde groep fatsoenlijke en ruimdenkende en hoogopgeleide mensen, boeken worden gezien als brood. Iedereen heeft brood nodig. De boekhandelaar is een bakker die verdomd lekker brood verkoopt. Er hangt geen geur van oud papier en bedachtzaamheid, maar van versgebakken bolletjes. Virtueel dan, he?
Haar beschrijving doet mij denken aan Colette, maar ook aan The Abbey Bookshop in Parijs. En aan al die andere boekhandels waar ik ben geweest waar het een teringzooi was. Schatkamers zijn het, met lekkere geuren als en onverwachte schatten.
Op mijn rondreis door de Lage Landen ben ik diep onder de indruk gekomen van de energie, de toewijding, de vindingrijkheid en ja, de persoonlijkheid van veel boekhandelaren. (…) Het zijn mensen die lange dagen maken in een moeilijke branche, die inkopen en displays maken, die klanten adviseren en enthousiasme delen, die zwaar investeren en afbetalen en die ‘s avonds in bed, als het werk voorbij is, het nieuwste boek van deze of gene auteur openslaan. Het is waar: zonder onze boeken kunnen hun winkels niet draaien, maar zonder hun bezielde boekhandels schrijven wij in het ijle.
In elke bijdrage wordt een boekhandel geïntroduceerd en van elke boekhandel is een aangeraden boek opgenomen. Zo bevat deze bundel een staalkaart van 190 boekhandels aangevuld met 190 boekentips. Veel boekhandelaren geven aan waarom ze dat specifieke boek kozen en hoe lezers er op reageerden. Zo wordt ook duidelijk hoe betekenisvol de persoonlijke relatie en adviezen van de boekhandelaar kunnen zijn. Overduidelijk een ode aan de boekhandel, maar niet in de vorm van verhalen en gedichten. Hoewel die 190 tips een grote verscheidenheid van boeken bevatten (fictie en non-fictie, kinderboeken, YA en literatuur, Nederlands en Engels), werd ik er toch door geïnspireerd en heb ik diverse titels toegevoegd aan mijn lijstje met te lezen boeken.
Ik heb de bijdragen in de vier aangehaalde verhalenbundels eens naast elkaar gelegd om te zien welke schrijvers het meest succesvol verleid worden een stukje in te leveren.
In totaal hebben er tientallen verschillende schrijvers en illustratoren meegewerkt aan de bundels. Maar sommigen van hen vinden we in meerdere bundels terug. Er is nog best veel overlap tussen de auteurs van de verschillende bundels:
Duidelijk is dat als je een feestbundel wilt publiceren, het kansrijk is als je Mensje van Keulen, Adriaan van Dis, Nelleke Noordervliet en Jan Siebelink om een bijdrage vraagt. En soms is het dan zo dat hetzelfde verhaal wordt ingestuurd. Neem nu Mensje van Keulen. In Weer open! schrijft ze een verhaal over een romance tussen een boekhandelaar en een klant die nooit tot bloei kwam. Maar in Leve de boekhandel! en Uit liefde in boeken staat twee keer hetzelfde verhaal, over een bedevaart naar het dorp van de Brontë-zussen in de zoektocht naar een verhaal over een kat. Jan Siebelink leverde voor zowel Uit liefde in boeken als Leve de boekhandel! het verhaal “Paris, 12 Rue Jacob” aan, over de inmiddels opgeheven boekhandel Chez Durtal. Deze boekhandel speelt een belangrijke rol in Siebelinks roman De blauwe nacht en de locatie is onderdeel van een Parijse wandeling op basis van dat boek. Overigens wordt in beide gevallen in de verantwoording van Leve de boekhandel! netjes het hergebruik vermeld. Adriaan van Dis schrijft wel drie verschillende bijdragen: in Leve de boekhandel! over strips, in Denkend aan Donner over het (onbedoelde) leesbevorderende effect van fatsoensrakkers en in Uit liefde in boeken over de inmiddels opgeheven boekhandel Sapienzas op Malta. Ook van Nelleke Noordervliet zijn drie verschillende verhalen te lezen. Gaf ik hierboven al een citaat uit haar bijdrage in Leve de boekhandel!, hieronder sluit ik af met een citaat uit haar bijdrage aan Denkend aan Donner:
O boekhandel, nieuwe plaats van kwelling voor de liefhebber, de houder van boeken, u bent de plaats van alle zeven hoofdzonden: ijdelheid, hebzucht, lust, afgunst, gulzigheid, woede en traagheid, maar ook van de zeven deugden: wijsheid, rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing, geloof, hoop en liefde. O boekhandel, u bent hemel en hel tegelijk.
Over lezen, de geschiedenis van het lezen en het belang van lezen zijn intussen bibliotheken vol geschreven. Als bibliofiel en leesverslaafde heb ik al een aardig rijtje boeken over dit thema staan, waarvan ik er verderop nog een paar laat zien. Ik word immers graag bevestigd in het belang van iets waar ik veel tijd aan besteed. Toch leverde dit boek van Hisgen en Van der Weel mij een paar mooie nieuwe inzichten op.
Het interessante aan dit boek is dat het niet alleen een betoog is over het culturele belang van lezen, in relatie tot de ontwikkeling van de samenleving bijvoorbeeld of het ontstaan van ideeën die de vooruitgang stimuleren. Het boek gaat daarnaast ook in op de psychologische en fysiologische voordelen van lezen. De auteurs bouwen een betoog op waarin het belang van lezen voorop staat terwijl wordt geschetst wat de effecten zijn op ons brein en onze persoonlijkheid op het moment dat we leesactiviteiten uitvoeren. Lezen blijkt voor ons brein een buitengewoon ingewikkelde activiteit. Het inzicht hoe het ontcijferen van lettertekens plaatsvindt, de weg die ons oog aflevert over de tekst en ons brein dat daar amechtig achteraan holt om dat alles te decoderen laat zien dat het een inspannende activiteit is. Niet zo verwonderlijk dat het enige moeite kost om mensen zover te krijgen dat ze gaan lezen. Daartegenover staat echter een geweldige beloning: positieve neurologische, fysieke en emotionele effecten.
Dat klinkt allemaal als een best technisch verhaal, en dat is het ook. Maar gelukkig wordt dit verhaal gelardeerd met talloze voorbeelden uit de literatuur: van Annie M.G. Schmidt tot Thomas Mann. Met het beschrijven van de opkomst van de boekcultuur laten de auteurs zien hoe lezen en de grootschalige verspreiding van boeken hebben geleid tot de ontwikkeling van de samenleving zoals wij die nu kennen. Waar de uitvinding van de boekdrukkunst een beslissende ontwikkelingsstap is geweest, staan wij nu opnieuw middenin zo’n beslissende ontwikkelingsstap. En de auteurs zijn daar somber over.Het thema “ontlezing” komt dan al snel om de hoek kijken. De lezers van dit blog zullen daar weinig last van hebben, maar het is een woord dat al decennialang rondzingt. In dit boek wordt dat begrip verfijnde. Bij ontlezing gaat het niet om het aantal letters dat gelezen wordt, dat is misschien wel meer dan ooit tevoren. Aan het aantal “leeskilometers” dat een gemiddelde mens aflegt ligt het niet. Waar het voor de auteurs om gaat is de afname van het “diep lezen” zoals zij dat noemen. Een vorm van lezen waarin geconcentreerd lange tekst wordt geabsorbeerd, die een beroep doet op allerlei mentale vermogens en die dus vervolgens ideeën vormt, en daarmee onze geavanceerde samenleving vormgeeft. Dit diep lezen kan het beste van papier. Maar naast dat diep lezen wordt bedreigd door tal van digitale afleidingen, met veel makkelijker te lezen korte teksten, zorgt deze digitalisering er ook voor dat teksten minder lang bewaard blijven. Taal en tekst is veel vergankelijker aan het worden. Een tekst van ruim 2 millennia oud kunnen wij zonder moeite tot ons nemen, maar het is de vraag of het merendeel van de tekst die vandaag digitaal beschikbaar is, over 2 decennia nog toegankelijk is voor ons.
De conclusie van de auteurs is dan ook dat het wegzakken van het vermogen tot diep lezen in de samenleving, bijdraagt aan veel aspecten van de maatschappelijke en politieke crisis waar we ons nu in bevinden, inclusief de opkomst van populisme en het wegvallen van solidariteit in de samenleving. Het positieve effect van lezen op het geheel van de samenleving is veel groter dan gedacht. Het risico voor de samenleving door het verdwijnen van het vermogen tot diep lezen daarmee ook. Als handreiking staat in het boek een heel hoofdstuk vol manieren om jezelf en anderen te inspireren tot meer diep lezen, variërend van leesclubs tot bibliotherapie.
Er wordt veel geklaagd door ouders en docenten over het gebrekkige leesonderwijs op scholen en het afkalven van de verplichte leeslijsten. Minder verplichte boeken, dunnere boeken: het is niet alleen zo dat leerlingen daarmee aansluiting met de leescultuur verliezen, maar wij zadelen toekomstige generaties op met een belangrijk tekort aan capaciteiten die nodig zijn als cement van onze samenleving. Ik vond het een goed geschreven, goed leesbaar en goed gedocumenteerd boek. Het sterke van dit boek vind ik dat het niet zozeer het al bekende klaagverhaal is over ontlezing en hoe erg dat is, maar het onderbouwde betoog dat we als samenleving daarmee kwetsbaarder worden dan we zelf denken. Ik heb het via ‘diep lezen’ tot mij genomen en het heeft mij inderdaad verrijkt. Waarmee voor mij de stelling van de auteurs is bewezen.
Voor de geïnteresseerden: meer recensies staan hier: van Ed Oomes, van Gé Vaartjes in de Volkskrant, en op Hebban.
Bas Steman komt met het idee een leesclub te starten voor zijn zoon en een paar vrienden die in hun eindexamenjaar op school zitten. Allemaal zien ze het mondeling Nederlandse literatuur als een soort taakstraf waar je zo snel mogelijk en met zo min mogelijk inspanning doorheen moet. Hij verleidt ze via de leesclub om te ontdekken wat je echt met een boek kan doen: hoe je het verhaal tot je kan nemen, wat er te vinden is in de teksten en vooral: hoe teksten iets zeggen over jou en jouw leven en hoe je je verhoudt tot je omgeving, en je daardoor kunnen verrijken.
De jongens besluiten de leesclub een kans te geven en gaan van start. Aan de hand van de gesprekken ontdekken ze de verschillende lagen die in teksten liggen. Hoe je teksten kunt ontleden. Waar hun eigen leesvoorkeuren liggen. En vooral: dat literatuur leuk kan zijn. In de weg naar het eindexamen bouwen ze zo hun eigen persoonlijke samenhangende leeslijst, met een hoog cijfer voor het mondeling als beloning.
De Nescio leesclub heeft aardig wat bekendheid gekregen. De CPNB nodigde de jongens uit om op andere middelbare scholen hun ervaringen te vertellen, en zo jongeren te enthousiasmeren voor lezen. De leesclub bewees in de praktijk wat in De lezende mens ook werd betoogd: diep lezen van betekenisvolle teksten vraagt oefening en geduld, maar de beloning is groot en verrijkt je. Het boek laat ook zien dat er kansen liggen en dat de jongere generatie best aan het lezen te krijgen is.
In 1990 verscheen ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de CPNB het essay De toekomst van het boek van George Steiner, gevolgd door een co-referaat van Cyrille Offermans. Offermans schreef bij het overlijden van Steiner in 2020 een in memoriam voor De Groene Amsterdammer waarin hij terugblikt op de lezing uit 1990 en aangeeft dat Steiner op hem “een weinig sympathieke indruk” maakte. Steiner sprak zijn tekst uit in een periode dat digitalisering nog volop in opkomst was, internet nauwelijks was ontwikkeld en Web 2.0 nog jaren voor ons lag. Toch zag ook hij al de zorgwekkende afname van lezen en leesvaardigheden. Net als de andere auteurs ging het hem niet om de tekst per se, maar om het feit dat je teksten internaliseert, met je meedraagt en door de stapeling ervan je eigen kathedraal van kennis bouwt. Steiner is niet optimistisch en Offermans opent zijn referaat dan ook met de opmerking: “Behalve als eminent geleerde geniet George Steiner de nodige reputatie als cultuurpessimist”. Offermans is minder pessimistisch. Hij ziet dat er meer boeken worden verkocht dan ooit en dat er ook meer wordt gelezen dan ooit. Dat zien de auteurs van De lezende mens ook, maar het gaat dus niet om het aantal leeskilometers dat je maakt, maar de tijd die wordt besteed aan diep lezen. Dat er zoveel gelezen wordt maskeert in zekere zin het échte probleem, en daarom ben ik geneigd het meer eens te zijn met Steiner dan met Offermans.
Tot slot nog twee kleinere relevante uitgaven. In Lezen, een kunst die uit de mode raakt vinden we twee artikelen die eerder in de Volkskrant en NRC stonden in 1985. Het werkje werd uitgegeven door Dick Sauer en Willem Wouda, de gelegenheid is mij onbekend. Een van de artikelen is alweer van Steiner, de andere van Mario Vargas Llosa. Steiner is in zijn bijdrage wederom cultuurpessimistisch, Vargas Llosa verzet zich tegen oppervlakkigheid (“Wie zich voedt met onbenulligheid, wordt zelf een onbenul”). Ook in De nachtmerrie van Steiner vinden we George Steiner terug. Geert Mak en Felix Rottenberg bezochten in 2001 verschillende boekhandels, en doen daarin verslag in dit boekje dat verscheen ter gelegenheid van het 95-jarig bestaan van de Nederlandse boekverkopersbond. Deze nachtmerrie van Steiner is dat je over enkele decennia in een willekeurige stad vergeefs zoekt naar een boekhandelaar, omdat deze zijn uitgestorven. Er is geen behoefte meer aan, de boekhandelaar bestaat niet meer. Mak en Rottenberg beschrijven verschillende typologieën van boekhandels en bezoeken daartoe onder meer Athena’s in Groningen (inmiddels onderdeel van Van der Velde), Praamstra in Deventer, Roelants in Nijmegen en Van de Moosdijk in Someren (inmiddels failliet). In korte schetsen worden boekhandel, boekhandelaar en de sfeer in de winkel beschreven. Een mooie ode aan boekhandels, waar ik de volgende keer uitgebreider over zal schrijven.Waar de boeken van Manguel en Steman in de literatuurlijst van De lezende mens terugkomen, geldt dat voor George Steiner niet. Niet in de literatuurlijst, maar ook niet in het register van personen. Dat verbaast mij dan weer, maar met een bibliografie van 21 pagina’s kan niemand desondanks zeggen dat Hisgen en Van der Weel oppervlakkig te werk zijn gegaan. Toch had een verwijzing naar Steiner niet misstaan. Laten we in elk geval hopen dat hun pleidooi bijdraagt aan het herleven van het besef dat de boekcultuur een onmisbaar onderdeel van onze samenleving is.
Memoires en biografieën van boekhandelaren, bibliofielen en andere geïnfecteerden met het virus dat boekenliefde heeft behoren tot mijn favoriete genre. In mijn verzameling ‘boeken over boeken’ nemen ze dan ook een ruime plaats in. Als ik deze boeken lees dan ontstaat bij mij een gevoel van herkenning, maar ook van weemoed (vaak gaat het over de goede oude tijd, toen de steden nog vol met (tweedehands) boekwinkels waren) en van verlangen (naar de boeken waar zij vol passie over schrijven, die nu onbetaalbaar zijn geworden). Of het nu gaat om het verhaal van internationaal bekende handelaren zoals A.S.W. Rosenbach of Percy Muir, of dat ik de columns lees van een lokale boekhandelaar (zoals Arno en Marije Guldemond met hun serie Bloedstollende belevenissen van een eerzame boekhandelaar, gepubliceerd tussen 1984 en 2001), het is mij om het even. Ik herken hun belevenissen en deel hun verwondering over het moois dat zij onder handen hebben. Daarom heb ik mijn best gedaan om alle vijf de deeltjes van Arno en Marije Guldemonds belevenissen bij elkaar te krijgen, en dat is recent gelukt.
![]() |
| de 5 deeltjes van de Guldemonds |
De Intimate thoughts laten ons kennismaken met de eigenaar van de boekwinkel in Edinburgh, mr. Pumpherston, de overige werknemers van de winkel naast Baxter zelf, alsmede een aantal vaste klanten van de zaak. Verder mrs. Gilmour, de hospita van het huis waar Baxter woont en een aantal daar inwonende studenten van de universiteit. Baxter wil hogerop en droomt van een carrière buiten de boekwinkel. Hij wil naar Londen en daar iets van zijn leven maken. Hij vindt inspiratie in tal van boeken uit de winkel en een groot deel van zijn dagboekaantekeningen bestaat uit reflecties op de inhoud van deze, meest 18e en 19e-eeuwse, boeken. Ralph Waldo Emerson en Samuel Johnson zijn favoriet. Ik moest bij het lezen geregeld aan de Titaantjes van Nescio denken: jongens, aardige jongens, die grote dromen hebben maar niet tot daden komen en uiteindelijk een vrij gemiddeld leven leiden. Dat geldt ook voor Baxter. Uiteindelijk (spoiler alert) gaat hij niet naar Londen omdat hij er niet toe komt zijn baan op te zeggen, hoewel hij wekenlang nadenkt hoe hij dit zou moeten doen en hoe zijn Londense leven er dan uit gaat zien. Maar zijn leven krijgt uiteindelijk wel een andere wending die ik niet zal verklappen. Hoewel je die ruim van te voren ziet aankomen (spoiler alert: de hospita).
Eigenlijk is het verhaal van Baxter een vrij alledaagse geschiedenis met als bijzonderheid dat het zich afspeelt in en rond een boekwinkel. Waarom het per se als feitelijke memoires moest worden gepresenteerd is mij onduidelijk, al is "teruggevonden memoires" een stijlfiguur die in de literatuur natuurlijk wel vaker wordt gebruikt. In dit geval was het niet zo dat de auteur zich goed verborg achter een pseudoniem: Augustus Muir wordt opgevoerd als degene die die memoires ontving van de weduwe van Baxter. Hij beschrijft in een voorwoord hoe hij (zogenaamd) op zoek is gegaan naar de personen in het dagboek, maar hij heeft ze niet meer kunnen opsporen. Deze Augustus Muir (1892-1982) was auteur van vooral detectives en thrillers, maar ook van journalistiek werk. De Intimate thoughts is een boek dat niet zo goed in zijn profiel past, wellicht dat het daarom op deze manier werd gepubliceerd.
In de beschrijving van de boekhandel herkende ik wel iets van de gang van zaken in de Haagse boekhandel Boucher van een eeuw geleden. Ik schreef er eerder over: een boekhandel uit een andere tijd met een heel andere manier van werken. In veel opzichten onherkenbaar voor ons, behalve dat het nog altijd gaat om de relatie tussen boekhandelaar en boekenliefhebber en dat de deskundigheid van de boekhandelaar een belangrijke sleutel is voor het vinden van de juiste boeken.
Grappig en herkenbaar is het verhaal over een mislukte veiling. Baxter krijgt van Pumpherston de opdracht bij een inboedelveiling een verzameling boeken te kopen, waarbij hij een maximumbod meekrijgt. In het huis waar geveild wordt dwaalt hij rond en hij vindt een jonge kat in een kamer, die kennelijk achtergelaten is door de vorige eigenaar. Baxter vergeet daardoor de tijd en de boeken zijn al geveild als hij weer bij de veiling komt. De kat gaat met hem mee naar huis en krijgt de naam Mr. Toots (verkorte versie van Toetanchamon, omdat hij op een farao lijkt). De volgende dag moet Baxter opbiechten dat hij niet geslaagd is op de veiling:
Next morning I was in the shop in a very depressed state. I was downstairs in the basement when Mr. Pumpherston came in, and I could hear his slow firm step on the floor as he went through to his own room. The door was shut noisily. I knew he would send for me in a minute, and I decided to make a clean breast of the whole thing. At last the boy came trundling downstairs.
“ Ye’re wanted”, he said with a jerk of the thumb.
I went up and knocked at the door, then opened it and stepped slowly in. “How did you get on yesterday, John?”, said Mr. Pumpherston, looking up from the pages of The Scotsman.
“Well, sir—“ I began.
He dropped the newspaper and slapped me on the back. “You did quite right,” he said, pointing to The Scotsman. “I’ve just seen the prices they fetched. Fair ridicoulous! Ye were very wise keeping off!”
Het meest bijzondere vind ik nog wel dat de veilingopbrengsten een dag later in een ochtendkrant worden gepubliceerd.
![]() |
| Niet mijn exemplaar helaas |
Van dit boek bezit ik helaas niet de eerste druk, maar wel de eerste Amerikaanse uitgave uit 1932 (jammer genoeg zonder stofomslag). Ook voor dit boek geldt dat de eerste druk kostbaar is: een paar honderd euro zal daarvoor minstens neergeteld moeten worden. Ik kocht mijn boek vijf jaar geleden voor een schappelijke prijs bij De Roo in Zwijndrecht omdat ik nieuwsgierig was naar de inhoud en ik heb het met veel plezier gelezen. Ook deze fictieve boekverkoper heeft een Titaantjes-achtige bravoure (en dat loopt niet goed af). Hij beschrijft in korte hoofdstukken uiteenlopende aspecten van de boekhandel: de inrichting van de winkel, de klanten en natuurlijk de boeken. Waarbij hij niet nalaat om af te geven op zijn buurman die niet zulke hoogverheven koopwaar heeft als hijzelf: namelijk dameskleding. Het is deze buurman die uiteindelijk na het faillissement de winkel overneemt en vervolgens de gevonden memoires van de boekhandelaar laat publiceren.
Dit boek staat vol met herkenbare observaties en de geur van een tweedehands boekhandel stijgt op uit de bladzijden. Toch is al vanaf het begin duidelijk dat het niet goed kan aflopen met de winkel. De eigenaar vindt dat boeken zichzelf verkopen: hij hoeft ze niet te promoten en eigenlijk vindt hij dat hij ook geen mooie uitnodigende etalage hoeft te hebben. Maar duidelijk is ook dat hij eigenlijk niet goed weet hoe hij een boekhandel moet uitbaten: hij vindt vooral de gedachte dat hij een boekhandelaar is heel fijn en het maakt hem trots. Maar voor de rest is het maar een ingewikkelde zaak:I think my shop is exceedingly well planned. (…) I don’t arrange my books much. My customers - I persuade myself - have catholic tastes and prefer them as they are, but perhaps the deeper reason is that I do not know ho to classify them. I admire the writers of publishers’ catalogues - the way they classify. I simply couldn’t do it. (…) If I did classify, it would be in alphabetical order. Any other classification would lead to absurdity, as far as I see. (…) But then there are difficulties. Will classification be by authors (what of pseudonyms?) or by titles?
My arrangement of my shelves may earn me a reputation for untidiness among the unthinking, but I am indifferent to these. From natural laziness - if you like - from sheer inability to discover any congruity between one book and another - I will not classify. (…) I am proud of my shelves and no happier man is there on this spinning sphere than I, when I see six of seven seekers after books - seeking they know not what - and finding not what they sought.
Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Hoewel het - eerlijk is eerlijk - wel bijdraagt aan het grote plezier van een boekwinkel, namelijk dat je vindt wat je niet zoekt en naar huis gaat om met schatten waarvan je niet wist dat ze bestonden.
Het boek wisselt in korte hoofdstukken af tussen beschouwingen over de boekwinkel, beschouwingen over verschillende categorieën boeken (Poetry books, War books, Religious books) en overpeinzingen over het leven. Duidelijk wordt dat deze boekverkoper een getraumatiseerde soldaat uit de Eerste Wereldoorlog is die heeft gevochten in Frankrijk en daar nog altijd de sporen van meedraagt, zie de hoofdstukjes over zelfmoord en de dood. Ook deze boekverkoper haalt geregeld Emerson en Johnson aan als inspiratie voor zijn gedachten. Ondanks deze bij tijd en wijle sombere buiten is hij maar wat trots op zijn winkel:
I walk up and down my shop. Nelson on his quarter-deck was not a prouder man than I.
Maar helaas is het uiteindelijk de bank die besluit dat deze boekwinkel het niet gaat overleven: te weinig kapitaal, te veel schulden.
Meer nog dan in de bespiegelingen van John Baxter, wordt in dit boek duidelijk wat de literaire smaak van de jaren ‘30 is. Er worden talloze boektitels genoemd die op dat moment populair zijn of juist uit de gratie aan het raken zijn, waarvan het merendeel mij totaal onbekend is. Ik heb de meeste moeten opzoeken. Natuurlijk worden de klassiekers aangehaald - Dickens, Brontë, Walter Scott, enzovoorts - maar het aantal voor mij onbekende boeken is veel en veel groter. Zo sla ik niet aan op The curious years van Jessie Rathbone of The ordeal of civilization door James Harvey Robinson. Bestsellers in de jaren '20 van de vorige eeuw, nu waarschijnlijk niet eens meer interessant voor een kringloopwinkel.
Al met al twee prima leesbare curiosa, deze fictieve bibliofiele memoires. Sommige echte memoires van boekhandelaars zijn een stuk saaier of moeilijker leesbaar. De uitdagingen van een boekhandelaar lijken in elk geval niet veel veranderd te zijn in de laatste eeuw. Of het nu fictieve gebeurtenissen van John Baxter zijn of de al dan niet aangedikte gebeurtenissen aan de Oudegracht in Utrecht of in Wigtown, de gang van zaken in een tweedehands boekwinkel blijft onderhoudende antropologie.