06 mei, 2007

122 - Weinig aanwinsten, maar wel groot nieuws uit Parijs

April is een wat slappe boekenmaand geworden. Dat heeft verschillende redenen: mijn boeken zijn na mijn verhuizing nog steeds niet uitgepakt, door het klussen in het nieuwe huis heb ik geen gelegenheid gehad voor het doen van aankopen en het was bovendien ook veel te warm. Behalve de maandelijkse uitgave van Literaire Juweeltjes (ik kom toch elke dag langs een Brunavestiging) is het dus redelijk mager gebleven.

Dat wil zeggen: er kwam goed nieuws uit Parijs. Zoals ik in een eerder bericht schreef, heb ik tijdens een signeersessie de toezegging van Adriaan van Dis gekregen dat hij een exemplaar van Een nieuwe politiek naar mij zou opsturen. Bovendien liet hij weten dat onlangs Onzichtbare stranden was verschenen, een bibliofiele uitgave samen met Pieter Bijwaard. Die moest ik hebben natuurlijk.

Van Dis is inmiddels zijn toezegging nagekomen: een paar dagen al na de Haagse signeersessie ontving ik een envelop uit Parijs. In die envelop mijn langverwachte exemplaar van Een nieuwe politiek, gesigneerd en voorzien van een briefje: "voor uw verzameling". Een dag later plofte Onzichtbare stranden in mijn brievenbus. Nou ja, plofte: het boek is van zodanige omvang dat het niet door de brievenbus past. Daarnaast laat ik een boek van 145 euro liever niet ploffen. Ik neem het voorzichtig in ontvangst en leg het dan zorgvuldig op een veilige plek.


Ik heb het bij herhaling gezegd, maar volgens mij heb ik nu écht alles van Van Dis in huis (hoewel ik dat ten onrecte al eerder dacht, zie hier mijn lotgevallen: deel 1, 2 en 3). Wie meent dat ik nog titels mis, wordt verzocht zich te melden.

Omdat ik zo blij was met beide titels heb ik Van Dis een briefje gestuurd om hem te bedanken (voor de gesigneerde versie van Een nieuwe politiek) en te feliciteren (met de fraaie uitgave van Onzichtbare stranden). Ik heb een boek van eigen makelij bijgevoegd, met opdracht natuurlijk. Want als ik een gesigneerde Van Dis krijg, heeft hij recht op een gesigneerde Sneuper. Als reactie daarop kreeg ik een buitengewoon vriendelijk kaartje uit Parijs. Van Dis beloofde mijn boek te zullen lezen.

Zo kreeg een slappe aprilmaand toch nog een feestelijk tintje. Ik durf de stelling aan dat Van Dis behoort tot de meest vriendelijke en toegankelijke auteurs die er zijn. Ik blijf hem volgen, ook bijvoorbeeld in Buitenhof van 6 mei 2007 waar hij over de Franse verkiezingen vertelt.

Inmiddels zijn de eerste verhuisdozen uitgepakt dus ik heb goede moed dat mei weer een boekiger maand wordt dan april.

10 april, 2007

121 - Looplezen

De dagen worden langer en dat betekent dat de tijd weer is aangebroken voor looplezen. Looplezen is lopen terwijl je ondertussen leest. Of lezen terwijl je loopt, dat mag ook. En dan bedoel ik niet het lezen van binnenkomende sms'jes, boodschappenbriefjes of de krant, maar het lezen van serieuze tekst. Ook bedoel ik niet lezen terwijl je loopbewegingen maakt, zoals op zo'n apparaat bij de sportschool. Looplezen doe je buiten op straat, of in de vrije natuur. Tot slot bedoel ik niet lopen terwijl één iemand voorleest, ook al is hier sprake van een recordpoging en deden 517 mensen mee. Dat wil zeggen: die ene die voorlas was aan het looplezen, de anderen niet.

Ik looplees meestal terwijl ik van huis naar OV loop en vice versa. In het OV zitlees ik maar dat is niet speciaal, want dat doen meer mensen (de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik meestal stalees). Daarnaast looplees ik terwijl ik langere tijd moet lopen als ik van locatie naar locatie ga. Meestal zijn die wandelingen zó saai, dat ik mij ondertussen beter kan bezig houden met iets nuttigs, zoals lezen.

Looplezen vereist durf en speciale vaardigheden. Durf, omdat het natuurlijk enig risico heeft. Als je loopleest heb je onvermijdelijk minder oog voor je omgeving. Als je de plek waar je loopleest minder goed kent, zijn er allerlei dreigende obstakels waar je tegenop kan botsen. Maar met een beetje vaardigheid voorkom je dat. Je moet dus durven om je vaardigheden toe te passen.

De vaardigheden zijn dat je in staat moet zijn naast tekst op te nemen een zekere notie van je omgeving te hebben. Je moet alert zijn op onverwachte tegenliggers en natuurlijk van oneffenheden op je pad (of hondenpoep, oneffenheid en smerigheid ineen). Je moet hetgeen je leest met één hand kunnen vasthouden (want in de andere draag ik mijn koffertje). Je moet in staat zijn om te voorkomen dat de wind je bladzijden omslaat.

Als dat allemaal lukt is looplezen een aangename bezigheid. Zeker als de dagen langer worden: als ik mijn huis uitstap kan ik al looplezen. In de herfst en winter is het 's morgens en 's avonds zo donker, dat looplezen uitgesloten is. Tenzij ik een mijnwerkershelm met lamp opzet, maar dan wacht ik liever tot de lente.

Ik zie maar weinig mensen looplezen. Dat is een gemiste kans, want looplezen is helemaal niet zo moeilijk. Voor mensen die er tegen opzien is hier een handleiding. En al die verhalen over mensen die van stoepranden afglijden, door auto's worden aangereden of anderszins tegen iets aanbotsen: de ware looplezer onderscheidt zich van de amateurs doordat hij/zij zonder enig besef van de afgelegde afstand en de oversteekplaatsen die gepasseerd zijn onbeschadigd op de plaats van bestemming aankomt.

Zoals ik.

24 maart, 2007

120 - Van Dis in Verwijs

Een groot voordeel van de Boekenweek is dat het voor schrijvers een goed moment is om op tournee te gaan. Tot mijn grote plezier zag ik dan ook een aankondiging dat Adriaan van Dis geïnterviewd zou worden in boekhandel Verwijs in Den Haag.

Ik ben optredens van Adriaan van Dis de laatste jaren vaak misgelopen: als hij ergens voorlas dan kon ik niet, of het was te ver weg, of er was een andere reden. Maar nu kon ik er bij zijn, en dat heb ik grondig voorbereid: ik had tien titels bij me om te laten signeren en ruim op tijd zat ik op de tweede rij, fototoestel in de aanslag. Rond kwart over zeven arriveerde de schrijver, in pak, met een felgroene tas in zijn hand.

Het interview werd gehouden door Wim Willems en hij had de nieuwe roman van Van Dis grondig gelezen. Maar eigenlijk had Van Dis geen vragen nodig: na elke korte vraag van Willems gaf Van Dis een minutenlang antwoord waarbij hij de ontstaansgeschiedenis van De Wandelaar mixte met zijn eigen ervaringen in Parijs en allerlei andere thema's. Kortom, het was zeer onderhoudend en het uur met Van Dis vloog om.

Bijgaand twee fragmenten van het interview. In het eerste legt Van Dis het een en ander uit over zijn ervaringen in Parijs en zijn visie op het boek. In het tweede leest hij een stuk voor uit De Wandelaar.



Van Dis over stappentellers, dopamine, Hugo, branden, het ontstaan van boeken...




Van Dis leest voor: pagina 157 uit De Wandelaar

Daarna kwam het natuurlijk aan op signeren. De meeste aanwezigen lieten een exemplaar van De Wandelaar signeren en een flink aantal ook het boekenweekessay van 2004 Onder het zink. Un abécédaire de Paris of het boekenweekgeschenk van 1996 Palmwijn. Maar mijn stapeltje was toch wel wat specialer dan dat: een exemplaar van Nathan Sid, maar dan het nieuwjaarsgeschenk van Meulenhoff dat niet in de handel was en dus het echte officiële debuut van Van Dis, een eerste druk, gebonden editie, van Indische Duinen, een eerste druk, gebonden, van Zilver en een exemplaar van de bibliofiele uitgave Bergen. Dat is een uitgave in een serie van de provincie Noord-Holland, waarin over elke Noord-Hollandse gemeente een verhaal van een bekende auteur en een zeefdruk van een bekende kunstenaar waren opgenomen. In Bergen is dat Adriaan van Dis samen met Doris Groeneveld. Elke uitgave is in slechts 100 exemplaren verschenen. Het verrassende was dat Van Dis bij die laatste opmerkte: "Die heb ik zelf niet eens...".
Kortom: binnenkort bezit ik meer titels van Van Dis, dan Van Dis zelf. Ik heb even overwogen om mijn exemplaar van Bergen aan hem cadeau te doen, maar omdat ik er tien jaar naar heb gezocht besloot ik het toch maar niet te doen.

In elk geval was mijn stapeltje boeken voor hem aanleiding op te merken: "U heeft echt alles van mij". Naar eer en geweten kon ik hem antwoorden: "Op één ding na. Ik mis namelijk nog steeds een exemplaar van het gedicht Een nieuwe politiek, uitgegeven door De Balie in 1998." De reactie van Van Dis was dat hij nog een paar exemplaren van dit gedicht thuis had, en er mij wel eentje wilde sturen. Als ik tenminste bereid was mijn adres te geven. Dat was ik natuurlijk, maar enigszins verontschuldigend zei Van Dis dat het wel even kon duren (ze liggen natuurlijk in Parijs en hij was nu in Den Haag). Maar hij zou het niet vergeten, beloofde hij.

Maar nóg was het niet op die avond (hoeveel weelde kan een mens verdragen?). Toen ik met mijn tweede stapeltje Van Dis-exotica langs kwam (onder meer de uitgave Classics van de VSB-bank, de lezing Brieven zonder grieven van PTT Post, een exemplaar van Een waarze sat van Wolters-Noordhoff en de uitgave Adriaan van Dis in Veenendaal van het CLV en de bibliotheek Veenendaal) vroeg Van Dis zich af of ik misschien ook een exemplaar van Onzichtbare stranden had. Volgens hem was het een schitterende uitgave, net uit en beslist iets voor een verzamelaar die alles al had.

Ik moest bekennen dat ik die titel niet kende. Toch weer een hiaat in de verzameling! Maar inmiddels heb ik het boek achterhaald: het is een uitgave van Hein Elferink en bestaat uit een verhaal van Van Dis en 18 houtsnedes van Pieter Bijwaard. Hier is de catalogus van Elferink. Alleen de prijs is fors: 175 euro maar liefst.

Maar wie compleet wil zijn moet er wat voor over hebben. En het is een rib uit mijn lijf, maar een mooie bekroning op deze avond. Stuur maar op, Hein!

12 maart, 2007

119 - Moet ik dat allemaal lezen?

Het is de eeuwige vraag van de bezoeker aan de boekenbezitter: "Heb je dat allemaal gelezen"? Het is ook de vraag die boekenlezers zich stellen. Ik schreef er hier al eerder over, in de Spits stond met een verslagje van een recent onderzoek van de BBC, waaruit een top 10 volgt van boeken die Britten niet hebben uitgelezen. De ranglijst staat hier. Van de top 10 bezit ik alleen Tolstoj en Dostojewsky, maar ik heb ze wél allebei gelezen. Al ruim 6 jaar geleden stelde BBC aan lezers trouwens de vraag: "Be honest, have you actually read them?". Kennelijk was het antwoord toen al en nu dus weer "nee".
Ook in België is het onderzoek gedaan, toen "won" Het verdriet van België van Claus. Zie hier de Belgische lijst waarvan ik 6 van de titels bezit én gelezen heb. Tot slot nog een kort lijstje uit Nederland.


Maar er is hoop voor hen die het niet redden: je hóeft ook niet alle boeken te lezen. Ik las een opgetogen stukje in de Volkskrant van 9 maart: de wetenschapper Pierre Bayard schreef in Comment parler des livres que l'on ná pas lus? hoe je kan praten over nooit gelezen boeken. Het is helemaal niet nodig om Ulyssus te lezen om er zinvol over te kunnen praten. Een aardig artikel bij de BBC laat zien hoe je bluft over Oorlog en vrede van Tolstoj: Ever read War and Peace? No need to...

Terwijl ergens anders het boekenbal losbarst en ik mij schrap zet om morgen weer aankopen te doen, stelt het mij gerust dat er een plan B is. Ik wil alles lezen wat ik heb, maar als ik daar om één of andere reden niet in slaag, schaar ik mij bij de volgelingen van Bayard. Volgens hem is de meest belezen man de bibliothecaris uit Mann ohne eigenschaften van Musil, die alle boeken kent maar er geen een heeft gelezen. Dat boek van Musil moet ik dus lezen, en daarna die van Bayard.

11 februari, 2007

118 - Opgedoken boeken bij de Slegte

Het was weer een feestje bij De Slegte. Door het betoog van Sander en de reacties in de comments op zijn stuk besloot ik dat het boek Verzonken boeken van Komrij met stip op mijn wishlist zou moeten stijgen.

En zo geschiedde dat ik ronddwaalde in De Slegte in Den Haag en besloot dat ik dringend bij de K moest kijken en ziedaar: het boek van Komrij stond er. Een nette eerste druk, 2,5 euro.

Het maakt niets uit dat de tekst van het boek integraal op het web staat, namelijk hier. Want zo kan iedereen genieten van het briljante stuk over bibliofilie, dat ik thans op papier bezit:

"De bibliofiel wordt door velen beschouwd als een fijn-proever, een liefhebber van mooie dingen die met zorg een uitgelezen verzameling bijeenbrengt. Niets is minder waar. De bibliofiel is een veelvraat, een slokop, een ordinaire op-stapelaar. Boeken zijn voor hem geen doel, maar een middel. Een middel om zich, in een mantel van beschaving, te gedragen als een wilde die met pijl en boog door het oerwoud rent om hitsig alles neer te leggen wat hem voor de voeten loopt. Zodra zijn prooi terneerligt steekt hij alweer, met atavistische drift, zijn neusvleugels uit in de richting van ander wild. De bibliofiel staat nog 't dichtst bij Tarzan van de apen. Als de bibliofiel na lang speuren een vurig gewenst boek heeft gevonden en bijgezet in zijn trofeeënkast, verliest hij er prompt alle interesse in. Hij is al op zoek naar een ander boek. Zolang de bibliofiel leeft blijft zijn buit dood liggen, als een gehoorzame hond. Pas na de dood van de jager zelf komt de hond weer tot leven. Wee het boek dat in de handen van een bibliofiel valt! Het blijft dood zolang zijn baas leeft. Alleen bij het overlijden van bibliofielen vinden boeken baat."

Beschaamd bedenk ik mij dat ik ook een zolder vol lijken heb, die smachten naar mijn overlijden opdat zij juichend in catalogi van antiquariaten kunnen staan. Maar ik ga nog jaren mee, en tot die tijd verzamel ik ijverig verder.

Van de weeromstuit kocht ik ook nog een uitgave van Stichting de Roos. Over nut en noodzaak van deze mooie Rozen schreef ik hier. Het bijzondere is dat ik voor een kast vol boeken kan staan, en dan het ene boek er uithaal waar iets mee is. Zoals deze Roos, die onopgemerkt tussen allerlei oninteressante boeken stond. Het is Het Westeinder handschrift, een uitgave uit 1978. Het Westeinder handschrift is op het oog een Vondel-achtig toneelwerk en volgens de aankondiging in het werk afkomstig uit 1691. In werkelijkheid is het in 1961 geschreven door de toenmalige minister van Onderwijs Jo Cals die in het Westeinde-ziekenhuis in Den Haag lag. Hij was ziek was ten tijde van de behandeling van de mammoetwet en in dit stuk zijn alle "personaedjen" in het stuk in feite personen die bij de totstandkoming van de mammoetwet waren betrokken. Zoals "Margaretha van Arnheim, vorstin ad interim" die in werkelijkheid Marga Klompé is.

Het grappige is dat op de site van Parlement & Politiek wel te vinden is dat Cals de mammoetwet tot stand bracht en in het Westeinde lag, maar niet dat hij daar dit boekje schreef. Cals is ook de minister-president wiens kabinet na de roemruchte nacht van Schmelzer viel.

Kortom, een bijzonder boekje, niet alleen door de historische waarde, maar ook door de bibliofiele waarde (want elke uitgave van Stichting De Roos telt 175 exemplaren) en omdat dit een voorbeeld is van een boek dat suggereert authentiek historisch te zijn, maar het niet is.

Ik ben gek op uitgaven van De Roos. Ze zijn altijd fraai uitgevoerd en meestal onbetaalbaar, maar deze mocht ik hebben voor... 7 euro. Waardoor ik nu al 19 rozen bezit. Een fraai boeket!

10 februari, 2007

117 - Reeksdissonanten

Wat moet je doen als je een serie spaart, maar je wilt één van de boeken in die serie toch echt niet in huis hebben?

Dat klinkt een beetje gek misschien, maar ik kijk wel degelijk kritisch naar de boeken die ik bezit. Ik ben wel een bibliofiel, maar geen bibliomaan: ik hoef niet zoveel mogelijk boeken te verzamelen, ik verzamel alleen boeken die ik belangrijk vind. En er zijn enkele auteurs waar ik zo’n afkeer van heb, dat ik hun boeken niet in mijn bibliotheek wil zien.

Eén ervan is Gerard Reve. In een wereld die soms vol lijkt te zijn met Revianen, die hun eigen handleidingen schrijven over hoe je Reviana moet verzamelen (en waarbij ik een tijdje geleden het bericht las dat € 25.000 is betaald voor Reve’s eigen exemplaar van De Avonden) voel ik me soms een eenling. Maar ik heb helemaal niets met Reve en ben al een tijd geleden na het lezen van Een circusjongen definitief afgehaakt. Zijn humor is niet leuk, zijn verhalen zijn slecht, zijn levensstijl irriteert me: Reve komt er dus niet in. De consequentie daarvan is bijvoorbeeld dat ik in het rijtje met uitgaven van de literaire boekenmaand van De Bijenkorf (startend met De liefde tussen mens en kat van W.F. Hermans uit 1985 en doorlopend tot De heetste dag van het jaar van Martin Bril uit 2006) een exemplaar van 1995 mis. Dat is namelijk Op zoek van Reve. Ik zit dus met een permanent hiaat in een serie. Zijn mijn principes dat waard?


Een tweede voorbeeld is Ronald Giphart. Ik wordt zó moe van zijn semi-literaire oversekste gezwam dat ik geen Giphart tussen mijn boeken duldt. Waarom zou ik het lezen? Wat is er nu zo goed aan Giphart? Zijn Groot Literair Lees Kijk Knutsel en Doe Vakantieboek was erg grappig en ik heb gelachen om Prins Willem de Dikke. Maar kom bij mij niet aan met de Giphart-romans zoals Giph, Ik ook van jou en Ik omhels je met duizend armen, want ze verdwijnen onmidellijk weer, het liefst richting oud papier (hoewel ik er ook wel weer een paar euro via Marktplaats aan wil verdienen). Inmiddels doet zich nu een dilemma voor. Een recent deeltje uit de serie 1-euro-boekjes die door B for Books wordt uitgegeven is het verhaal Heblust van Ronald Giphart. Ik heb het gekocht en helaas: het is toch weer een kansloos verhaal. Wat moet ik met het verhaal van een slikkende en snuivende hoofdpersoon die vol trots terugdenkt aan een massa-orgie terwijl ze zich op haar dakterras ligt te bevredigen? Ik vrees dan ook dat deze Giphart dezelfde route gaat als de andere Giphartjes tot nu toe. Met als gevolg dat zich ook in deze serie een hiaat gaat voortdoen: ik zal structureel deze serie niet compleet hebben. En dat terwijl ik een tijdje geleden nog een punt maakte van het vinden van Niemand op heel Vlieland (dat ik inmiddels in mijn bezit heb). Ik hecht aan volledigheid, maar niet ten koste van alles.

Het is goedbeschouwd nog een wonder dat mijn serie boekenweekgeschenken compleet is. Want Gala van Giphart viel mee en die gedoog ik. Zolang Reve niet in beeld is als geschenkauteur (het scheelde niet veel, ooit) zal dit ook zo blijven. Gelukkig is er nog kwaliteit voldoende in deze wereld. Als ik spinnend van tevredenheid mijn planken vol Nederlandse, Russische, Engelse, Franse, Italiaanse, Zuid-Amerikaanse topauteurs zie dan mis ik de beide heren ook niet echt. Hebben alle andere auteurs dan zo’n voorbeeldig leven geleid? Vast niet, er zitten heuse griezels tussen (zoals Louis-Ferdinand Céline, en met Sartre ben ik het ook heus niet altijd eens). Maar zolang ze een goed verhaal weten te vertellen en hun persoonlijkheid zich niet irritant opdringt in het verhaal, mogen ze vooralsnog blijven staan.

26 januari, 2007

116 - Van dode schrijvers niets dan goeds

In deze tijd, waar de canons over ons heenrollen, is door het Letterkundig Museum een hele fraaie opgesteld: de top 100 van grootste Nederlandse en Vlaamse dode schrijvers aller tijden. De naam van de canon is Pantheon. Een mooi lijstje bekende namen, waarbij de 'gelukkigen' op geboortedatum worden genoemd, waardoor het geen top 100 in de zin van een hitparade is geworden. De discussie over de vraag of Elsschot een groter schrijver was dan Boon hoeft niet gevoerd te worden. Ze staan in elk geval beide in de top 100.
Pieter Langendijk
Een snelle control-F stelt mij gerust dat Nescio en Bordewijk gewoon opgenomen zijn in de canon. Dat Multatuli erin staat is evident en ook Hermans, Bomans, Heijermans en Emants verdienen een plaatsje. Vestdijk, Langendijk en Bilderdijk mochten niet ontbreken. Maar ook Couperus en Revius, Marsman en Blaman, van den Vondel en van Schendel: ze zijn er allemaal bij. Evenals Jan van der Noot, Hugo de Groot en H.C. Poot. En natuurlijk Huygens, Tollens en Paaltjens. Voor wie het niet opviel: let vooral op de alliteraties bij deze opsomming. Het lijkt wel poëzie! 5% Van de lijst heet trouwens Jacob: Van Maerlant, Cats, Revius, van Lennep en Israël de Haan zijn opgenomen. En 4% heet Willem: die Madoc maakte, Bilderdijk, Kloos en Elsschot vinden we terug. Voeg daar de 3% Karel bij (van Mander, van de Woestijne en van het Reve) en het is duidelijk dat wie later in de canon opgenomen wil worden het meeste kans maakt als hij Willem Karel Jacob Dijkmans heet. De enige die daar qua naam een beetje bij in de buurt komt is Joseph Willibrordus Adrianus Dijkmans die in 1990 het proefschrift Aspects of geomorphology and thermoluminescence dating of cold-climate eolian sands schreef. Maar die zie ik nog niet zo snel in deze canon eindigen. Voor vrouwen (slechts 14 van de 100 trouwens) geldt overigens dat je het beste Anna kunt heten (Bijns, Roemers Visscher, Blaman) en gemakshalve reken ik Anne (Frank) dan ook maar mee. Opmerkelijk is dat één van de opgenomen vrouwelijke auteurs eigenlijk een duo is: Betje Wolff en Aagje Deken moeten het met één plekje doen.
Anna Bijns
Zo zijn er dus 101 auteurs in de top 100 en ook is er nog een 0-positie, namelijk alle anonieme auteurs die meesterwerken zoals Beatrijs, Karel en de Elegast, Mariken van Nimwegen en dergelijke hebben nagelaten. Een top 100 met ruim 100 deelnemers, dat is toch knap gedaan. Opvallend is dat sommigen van twee walletjes eten. Erasmus, Hugo de Groot, Spinoza, Vincent van Gogh en Anne Frank komen ook al voor op de canon van Nederland. Ik vind eigenlijk: maak een keuze, de anderen hebben het al moeilijk genoeg. Multatuli doet het netjes: een boek op de canon van Nederland (Max Havelaar natuurlijk) en hijzelf in de canon van dode schrijvers. Zo'n lijst is een feest van herkenning. Hoe lang is het geleden dat ik Rhijnvis Feith las? Zijn "Julia" toch voor het laatst op de middelbare school. En ik heb nooit geweten dat Vestdijk, Walschap en Slauerhoff in hetzelfde jaar zijn geboren (1898). En van wie heb ik nog nooit iets gelezen uit de top 100? Dat zijn er nog best veel: Henric van Veldeke, Willem, die Madoc maakte, Jacob van Maerlant, Jan van Ruusbroec, Anna Bijns, Dirk Volkertszoon Coornhert, Jan van der Noot, Karel van Mander, Jacob Revius, A.C.W. Staring, Hendrik Tollens, Virginie Loveling, Jacques Perk, Cyriel Buysse, Stijn Streuvels, Karel van de Woestijne, Maria Dermoût, Cola Debrot, Albert Helman en Hans Faverey zijn mij de afgelopen jaren waarschijnljk ten onrechte ontgaan.
Jan van der Noot
En dan heb je nog de categorie die niet in de top 100 is geëindigd, maar wat mij betreft volkomen ten onrechte. Hier mijn allitererende argumentatie. Want waarom wel A. Roland Holst maar niet H. Roland Holst? Wel du Perron maar niet Ferron kan ik nog begrijpen. En geen Marugg is goed, maar waar is dan ineens Büch gebleven. Wel Achterberg maar geen Herzberg? Wel Cats, maar geen Van der Leeuw? Wel Huygens maar geen Boutens? Ik denk dat mijn lijst er toch een tikje andes zou hebben uitgezien. En de vraag is natuurlijk hoe de lijst er over 10 jaar uitziet. Wie valt eruit als Haasse of Claus of andere auteurs op leeftijd overlijden? Komt Haasse in plaats van Buysse? En mag Hugo Claus de plaats van Hugo de Groot? Verdwijnt Lucebert als Campert komt? Neemt Harry Mulisch de plaats van Carry van Bruggen? Ik hoop op een bijgewerkte lijst per decennium en een lijst met afvallers. Dat houdt de discussie levendig. Ik ga in elk geval op zoek naar een paar titels van auteurs in de canon die ik nog niet ken. Virginie Loveling, ik had nog nooit van u gehoord maar waar zijt gij thans? 

08 januari, 2007

115 - Oud papierprijzen in Arnhem

Ik moest voor een zakelijke afspraak in Arnhem zijn en op weg terug naar het station, terwijl ik eigenlijk op weg was naar De Slegte, kwam ik langs de Bijenkorf. Daar zag ik aangeplakt dat er een "Internationale Magazijn Verkoop" aan de gang was. Met kortingen tot wel 70%! Ik rook boeken, althans ik had zoiets in de advertentie gelezen, en dus begaf ik mij naar de kelder van het filiaal om de tafels te zoeken met boeken met korting. Met een volle tas, maar enigszins bedrukt, verliet ik het filiaal. In de kelder stonden de tafeltjes met boekaanbiedingen. Het was er leeg. Achter de kassa zat een man met een snor enigszins droevig voor zich uit te kijken. Iedereen in Arnhem die van boeken hield had besloten niet in de kelder van de Bijenkorf te zijn. De advertentie bleek gelogen te hebben. Want waar de spullen van Calvin Klein, McGregor, Ralph Lauren, Arrow en Tommy Hilfiger weggaan met kortingen tot 70% mogen de boeken weg met kortingen van 90%. Persoonlijk vindt ik dat een tragisch signaal, kennelijk zijn boeken lastiger te slijten dan een foeilelijke enkellaars van Diesel. De wereld holt achteruit. Hoe dan ook, uiteindelijk stond ik met mijn tien titels bij de droevige man achter de kassa. En nadat hij de hele stapel had gescand gaf de kassa een eindtotaal aan van 4,66 euro. Een gemiddelde van minder dan 50 cent per stuk. Daaronder bevinden zich dan wel zes ontbrekende deeltjes uit de serie kleine boekjes die de Bezige Bij uitgaf ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de uitgeverij (waaronder Anekdotes rondom de dood van Mulisch en Ohi, hoho, bang bang van Campert), een hilarische verzameling reportages van De Boer en De Cocq onder de titel De Boer en De Cocq verslaan de wereld en een exemplaar van Over en weer, de verzameling gedichten die Remco Campert en Cees Nooteboom aan elkaar schreven. Een strofe: 
Brieven, gedichten, Gedichten als brieven, Een hand schrijft, bezorgt, Andere handen stempelen, verzamelen, Jute zakken, een vliegtuig, En dan mijn vriend de postman Die met zijn fiets het pad oprijdt, en jouw gedicht.
Zoals gezegd: 4,66 voor al dit moois. De droevige man naar de kassa keek naar het totaalbedrag en toen naar mij. Het leek alsof hij zich verontschuldigde voor het feit dat het moois voor zo weinig geld de winkel verliet. Ook ik verontschuldigde mij en overwoog het dubbele te betalen. Maar laf als ik ben deed ik dat niet en zei alleen "het is wel wat weinig voor zo'n stapel". De man zei: "oud papier levert nog minder op". Daar hebben we het toen maar bij gelaten. Wat viel er nog meer te zeggen? Ik ben blij dat ik een tas met boeken uit de Bijenkorf heb gered. Als er nog boekenliefhebbers zijn die bereid zijn meer dan de oud papierprijs te betalen voor een boek, laten zij dan naar de Bijenkorf in Arnhem gaan, en de droevige man achter de kassa verlossen van te lage opbrengsten. Met de Slegte is het vandaag niks meer geworden.

31 december, 2006

114 - Sneupen in 2006: een overzicht

Traditioneel geef ik op deze plek een jaaroverzicht van wat ik het afgelopen jaar allemaal met boeken heb beleefd. Zie hier de jaaroverzichten over 2005 en 2004.

Dit jaar was een goed boekenjaar. Tot mijn grote vreugde kon ik in totaal 68 titels aan mijn bezit toevoegen, dus ruim één exemplaar per week (2005: 41, 2004: 61). Maar het gaat niet alleen om kwantiteit, het gaat vooral om kwaliteit.

En met kwaliteit bedoel ik natuurlijk in de eerste plaats Nescio: drie titels kwamen mijn kant op. Natuurlijk de nieuwe uitgave van De uitvreter, geïllustreerd door Joost Swarte en daarnaast Nesico in Nijmegen van Bert Vanheste. Erg blij ben ik dat ik eindelijk een mooi exemplaar van Over Nescio. Beschouwingen en interviews heb gevonden. Over de eerste twee schreef ik hier, over de laatste hier.

Maar 2006 was ook een goed Bordewijk-jaar. Eén nieuwe uitgave, namelijk Vrouwenhaar, en via Marktplaats heb ik eerste drukken van Apollyon en Noorderlicht gevonden. Het zijn niet de allerbeste edities (de binnenzijde van Noorderlicht laat wat los en beide zijn zonder stofomslag) maar de prijs was dan ook laag.

Marktplaats en Ebay blijven toch geweldige plekken om boeken te vinden. Bordewijk en Nescio staan beide ook in mijn bijzondere exemplaar van Kristal 1935, waarin de handtekening van Bordewijk staat. Jammer dat zoveel andere Nederlanders ook toegang tot Marktplaats hebben, daarom gaat er ook nog wel eens wat aan m'n neus voorbij. 2006 Had namelijk ook een zeer goed Hugo Brandt Corstius-jaar kunnen worden, maar een aantal titels die ik al lang zocht gingen aan mijn neus voorbij naar een andere HBC-verzamelaar. Wel ben ik zeer blij met het al wat oudere Vormen en woorden van hem en het dit jaar verschenen Eetgeenvlees. Maar het had dus het dubbele kunnen zijn...

Een ander walhalla voor verzamelaars is boekwinkeltjes.nl. Daar heb ik één van mijn drie aanwinsten van Margriet de Moor vandaan, een mooie eerste druk van De virtuoos. Ook De kegelwerper en Op de rug gezien (de uitgave in de serie literaire juweeltjes) haalde ik binnen.

De laatste die speciale vermelding verdient is Marcel Möring. Ook van hem drie aanwinsten: zijn nieuwste roman Dis, de maand-van-de-filosofie-uitgave Lijdenslust en een bijzondere uitgave van De Kotzker. Daarmee komt mijn totaal aantal exemplaren van dit vroege verhaal van Möring op vier: twee in de speciale uitgave van de Februari-boekhandels (totaaloplage 4400, ik heb exemplaren van Het Martyrium in Amsterdam en Den Boer in Baarn), één als speciale uitgave van Bureau Obelon (jaarwisselingsgeschenk 1996-1997) en nu één als speciale uitgave van dagblad De Morgen.

Verdere Nederlandse literatuur aanwinsten: alle twaalf de deeltjes van Literaire Juweeltjes van dit jaar (ja, ook die van Vonne van der Meer. Daarover later meer. Bedankt Rick!), alle uitgaven in het kader van de Boekenweek, de Kinderboekenweek, de Maand van het Spannende Boek en natuurlijk de uitgave van Dubbelspel van Arion in het kader van Nederland Leest. Het geschenk in het kader van Gedichtendag van Menno Wigman (zie hier mijn verslag) ontbrak niet dit jaar evenals boeken van Bril, Campert, Dantzig, Adriaan van Dis, Haasse, Van der Heijden, Hermans, Abel Hertzberg, Noordervliet, Nooteboom, Pos, Springer en de verhalenbundels Oudergewoonte en Over X-jes (etc.) die ik in grote dankbaarheid ontving van een lezer van dit weblog.

Maar ook buitenlandse literatuur stroomde binnen. Dit jaar heb ik Meir Shalev gecompleteerd, mede naar aanleiding van een bijdrage van Bibliofilos. Ik besloot de paar missende titels aan te vullen, dus kocht ik (wederom via boekwinkeltjes.nl) eerste drukken van De Bijbel nu, Vooral over de liefde en De geest van het verhaal. Tot mijn grote vreugde kwam er ook een nieuwe roman van hem af, Een duif en een jongen. Verder titels van Hosseini, Baudelaire, Echenoz en Diderot, Flaubert, de Maupassant, Swale, Amos Oz, Manzoni en Martorell, Owen Gingerich, Potok en Philip Roth.

Heerlijk al die boeken. Als ik de opsomming zie ben ik weer helemaal tevreden. Alleen lijd ik aan het tegenovergestelde van Boekengek. Hij is verhuisd en heeft nu meer reistijd (en dus meer leestijd) maar minder energie om te schrijven. Ik heb momenteel veel reistijd en leestijd, maar weinig energie. Dus ga ik verhuizen. Dus heb ik, net als boekengek, al mijn boeken moeten inpakken, een planning moeten maken waar het allemaal komt te staan (is nog niet gelukt: te veel boekenkasten voor te weinig vierkante meters) en wacht ik het moment af tot ik mijn schatten weer kan uitpakken.

Hopelijk leidt dit volgend jaar tot meer bijdragen. Want dit jaar waren het er (inclusief deze) 30, in 2005 konden jullie 52 nieuwe berichten lezen. Het aantal bezoekers is wederom gestegen: dit jaar heb ik ruim 14.000 hits mogen tellen tegen ongeveer 13.500 in het jaar ervoor. Traditioneel blijkt november de beste maand te zijn, maandag de beste dag en tussen 9 en 10 uur 's avonds het beste moment. Ik verwacht dan ook op de avonden van 5, 12, 19 en 26 november 2007 weer veel bezoekers.

Gezien het aantal reacties op de berichten wordt het blog gelukkig ook nog gelezen door de mensen die erop verdwalen. Dat komt onder meer doordat ik steeds hoger score bij Google. Wie bijvoorbeeld zoekt naar De Slegte vindt mijn weblog als 4e hit na het intoetsen van "slegte". Erg trots ben ik echter dat iedereen die zoekt op "boeken weblog" via Google mij als eerste hit krijgt (daarmee 1.489.999 verwijzingen achter mij latend). Het doet mij goed dat ik het nummer één weblog ben op het web! Niet verwonderlijk dat het zoekwoord "boeken" in ruim 11% van de verwijzingen van zoekmachines naar mij voorkomt.
Hoog scoren ook de zoekwoorden "boek", "dis", "nescio", "slegte" en "recensie". Bezoekers aan mijn website kwamen dus vaak via Google, Ilse en Altavista tot mij maar ook via verzamelaars.pagina.nl, boeken.pagina.nl en antiquariaten.startkabel.nl. Enkele honderden hits kreeg ik van lezers van het boek Wembley van Richard Osinga, waarvan de verschillende delen in weblogs verschenen. Lezers van Wembley kwamen via Ik en mijn Lada bij mij (voor deel 12) en gingen vervolgens door naar rolsjebolsjeblog.
Het meest blij ben ik natuurlijk met de hits via bibliofilos, boekengek, ricksbooks, jan coucke, kapitein en lezenetcetera: mijn collega-bloggers die ik, samen met alle andere lezers, een voorspoedig, boekenvol en verrassend 2007 toewens.

Tot volgend jaar!

21 december, 2006

113 - Cadeautips voor mij

Voor al die mensen die staan te springen om mij cadeaus te geven, maar die per se een keertje géén boek willen geven, heb ik de volgende ideeën. Het hoeft namelijk niet altijd een boek te zijn als je mij iets geeft, ik heb een brede smaak en iets heel anders is ook goed: Zitten op/in mijn eigen bibliotheek: de boekenstoel (bibliochaise) Niet de tijd vergeten als ik lees: een boekenklok Voor een verfrissing tijdens het lezen: de boekenmok Natuurlijk de onvermijdelijke stropdas, voor als ik nieuwe boeken ga halen Die ik op deze onzichtbare boekenplanken wil leggen, de selfshelf Gezellig muziekje erbij tijdens het lezen, maar zonder opvallende boxen. Nog meer meubeltjes, voor als er bezoek is Maar als dat allemaal wat te omslachtig is: graag toch een boek. Of twee. Of meer. Leg ze daar maar neer. Fijne feestdagen! 

08 december, 2006

112 - Flonkerend en gesigneerd Kristal uit 1935

Sint Nicolaas heeft dit jaar buitensporig zijn best gedaan. Dat wil zeggen: pakjesavond zelf was zeer bevredigend (de nieuwe Möring, de nieuwe Shalev, om maar wat te noemen. Beide verwoestend besproken in de Volkskrant, maar ik waag het er toch maar op) maar het was vooral ook het pakje dat ’s middags in de bus plofte dat mijn grote vreugde wekte.

Ik had namelijk onlangs in een zenuwslopende veiling bij eBay een boek gewonnen. De veiling was zenuwslopend omdat ik – nadat ik eerst in mijn ogen had gewreven om te zien of er stond wat ik dacht dat er stond – ten onrechte dacht dat er weinig meebieders zouden zijn voor het boek dat ik op het oog had. Dus nadat ik een bod had gedaan met een stevig maximum (dat zoals jullie weten dan automatisch door eBay wordt aangepast als anderen gaan bieden) keek ik kalmpjes vijf minuten voor tijd naar de actuele stand. Toen bleek dat ik overboden was. Ik wist dat ik 10 seconden voor de slottijd mijn finale hogere bod zou moeten doen (want dan had mijn tegenstrever die kennelijk ook online was geen tijd meer om mij te overbieden) maar dat bod moest dan wel hoog genoeg zijn. En het maximum van mijn tegenstander kende ik natuurlijk niet. Dat vereiste een goede gok van mijn kant. Tot mijn grote vreugde was ik enkele minuten de trotse bezitter van een boek. Het kostte me al met al € 43.

Het boek in kwestie is een exemplaar van Kristal 1935, een niet zo heel zeldzame uitgave uit 1935 waarin een staalkaart wordt gegeven van Nederlandse auteurs van dat moment. Alle auteurs hebben nieuw werk ingeleverd; het boek bestaat dus uitsluitend uit voor het eerst gepubliceerde stukken. Het zijn er tientallen, waaronder bekende namen als Nescio, Bordewijk, Jan Campert, Bloem, Nijhoff, De Perron, Vestdijk etc. Maar ook inmiddels vergeten auteurs als W.A. Wagener, A.J.D. van Oosten, Victor Varangot, Halbo Kool en E. Raedt-De Canter.
Wat deze uitgave bijzonder maakt is echter dat het boek is gesigneerd door een aantal auteurs die erin staan. Volgens de advertentie waren dat Jan Engelman, Marianne Philips, Henrëtte van Eyk, Emmy van Lokhorst, A. Roland Holst, M. Nijhoff, Mien Proost, de eerdergenoemde E. Raedt-De Canter en … Bordewijk. Dat laatste is waar ik op aansloeg want gesigneerde boeken van Bordewijk zijn zeldzaam. Ik heb er nog maar weinig voorbij zien komen in catalogi. Het feit dat een handtekening van Bordewijk stond in een boek waarin ook een verhaal van Nescio staat (die helaas niet mee signeerde) maakte dat ik zonder enige twijfel in het bezit moest komen van dit boek. Vandaar mijn zenuwslopende eBay-sessie en mijn grote vreugde bij het succes.

Een vergelijkbaar boek als deze wordt aangeboden door één van mijn favoriete antiquariaten, Fokas Holthuis. Lees hier wat de omschrijving bij Fokas is:
"Afgezien van het feit dat in Kristal veel belangrijk werk in eerste druk te vinden is, maken met name de vaak elders niet gepubliceerde portretten en karikaturen deze uitgave bovengemiddeld interessant.
Dit exemplaar draagt als toegevoegde weelde op pagina 8 de handtekeningen van Emmy van LOKHORST, Martinus NIJHOFF, A. ROLAND HOLST, Mien PROOST, Henriëtte van EYK, Marianne PHILIPS, Eva RAEDT de CANTER en Jan ENGELMAN."

De aandachtige lezer merkt dat het boek dat ik heb gekocht gelijk is aan dat van Fokas: alle handtekeningen uit dat exemplaar staan ook in de mijne. Met één verschil: de handtekening van Bordewijk. Het is goed te bedenken dat de waarde van een exemplaar zonder Bordewijk’s handtekening volgens Fokas al € 95 is. En dan heeft dat boek nog een gevlekte en beschadigde omslag, in tegenstelling tot de mijne.

Ik moest natuurlijk wel zeker weten dat ik een authentieke handtekening van Bordewijk te pakken had. Gelukkig had de verkoper foto’s bijgevoegd. Dit is de foto van de pagina met handtekeningen van mijn exemplaar (pijl digitaal toegevoegd):

Zoekend op het internet vond ik bij het Utrechtse antiquariaat Boek2 een andere gesigneerde Bordewijk, een exemplaar van Meneer en mevrouw Richebois. Ook hiervan is een foto gemaakt.

Jullie zien: geen twijfel mogelijk, ik heb een handtekening van Bordewijk. Het is goed te weten dat Boek2 voor dit gesigneerde exemplaar € 350 vraagt, waarbij ik mij afvraag of hier sprake is van een tikfout, of dat een handtekening van Bordewijk nog zeldzamer is dan ik dacht. Maar hoe dan ook, er is maar weer eens onderstreept wat een goede aankoop ik heb gedaan. Ik ga er ook van uit dat mijn handtekening uit de jaren '30 stamt. Of zou een latere lezer dit boek aan Bordewijk hebben voorgelegd in zijn hoogtijdagen na de oorlog?

Toch is de waarde van het boek uiteindelijk tamelijk irrelevant: ik zal het boek nooit meer verkopen. Het zal vooral door mij bewonderd worden en het is leuk te weten dat ik een goede koop heb gedaan. Samen met de originele boze brief van de zoon van Bordewijk (daarover schreef ik hier) is dit boek inmiddels een pronkstuk in mijn verzameling.

09 november, 2006

111 - Boek over boeken

Van alle boeken om te lezen zijn de boeken die over boeken gaan eigenlijk mijn favorieten. We kennen in Nederland de boeken van onze eigen Boudewijn Büch over zijn onverzadigbare speurtocht naar boeken. In het Engelse taalgebied verschijnen de laatste jaren steeds meer boeken van boekenliefhebbers: Nicholas Basbanes, het koppel Goldstone en Harold Rabinowitz zijn voorbeelden. Het lezen van boeken van auteurs die vertellen hoe zij op zoek zijn naar boeken, omgaan met boeken, wat zij tegenkomen in de wereld van het antiquarische boek: ik vind het allemaal om te smullen en het zijn boeken waardoor je je eindelijk eens echt begrepen voelt. Deze auteurs hebben emoties die ik ook heb, teleurstellingen die ik herken en juichen om gebeurtenissen waar ik om juich. Kortom: boeken over boeken zijn fantastische literatuur.
Zojuist heb ik het boek van Owen Gingerich uit (ik schreef 70 blogs geleden over de aankoop ervan...): The book nobody read. In dit boek beschrijft Gingerich zijn zoektocht naar alle eerste en tweede drukken van Copernicus' meesterwerk De Revolutionibus Orbium Coelestium Libri Sex. Gingerich, een Harvard-professor in de geschiedenis van de astronomie, heeft tientallen jaren over de wereld gereisd om waar hij maar kon persoonlijk exemplaren van De Revolutionibis te bekijken en de annotaties erin te onderzoeken.

Het resultaat van die zoektocht is beschreven in een apart boek, het bij uitgeverij Brill in Leiden verschenen boek An Annotated Census of Copernicus' De revolutionibus waarin alle bekende exemplaren gedetailleerd worden beschreven: de huidige en vroegere eigenaren (zoals Galileo, Kepler en Tycho Brahe), de aantekeningen die erin zijn gemaakt en wat dat zegt over de ideeënontwikkeling in de astronomie in de 16e en 17e eeuw, et cetera.

Maar in The book nobody read is de zoektocht zelf beschreven. En het boek leest als een thriller. Gingerich is in staat hoofdstuk na hoofdstuk een wereld open te vouwen waarin hij tal van onderwerpen beschrijft die op één of andere manier samenhangen met de publicatie van het boek van Copernicus. Hij vertelt over de historie van de boekdrukkunst, hij verklaart de 16e eeuwse Europese politiek, de wetenschapsontwikkeling, de kerkelijke tradities. Hij maakt ingewikkelde astronomische, natuurkundige en wiskundige ideeën inzichtelijk. En terwijl hij dat doet heb je helemaal niet het idee dat je een complex boek aan het lezen bent. Integendeel: zoals Gingerich het beschrijft lijkt het een verzameling eenvoudige onderwerpen. Het is een adembenemend verslag waarin stukje voor stukje de geschiedenis van één boek, zijn lezers en de betekenis voor de wereld wordt neergezet.

Het hart van het boek vormt natuurlijk de beschrijving van de reizen: hoe Gingerich exemplaren van De Revolutionibis vindt op de meest onmogelijke plekken, hoe de boeken (na soms een spoor van oorlogen en diefstallen) op de plek gekomen zijn waar ze gekomen zijn, hoe hij in bibliotheken in (toen nog) het Oostblok binnenkomt om zijn werk te doen... het is allemaal even fascinerend. Door zijn werk en zijn bekendheid als Harvard professor is Gingerich deskundige geworden met betrekking tot dit boek. Dat betekent dat hij met enige regelmaat door veilinghuizen gevraagd werd om exemplaren te inspecteren. Hij heeft elke vlek en elke aantekening in alle bekende exemplaren beschreven en gefotografeerd. Daarom kan hij vrijwel elk individueel exemplaar herkennen. Meer dan eens bleken de ter veiling aangeboden exemplaren te zijn die gestolen waren uit armlastige bibliotheken ergens in Europa. En tragisch genoeg kwamen die exemplaren niet altijd weer terug op de plek waar ze hoorden. Daarmee krijg je ook een inkijkje in de wereld van de handel in zeer zeldzame boeken, de wereld van gefortuneerde verzamelaars die soms tonnen overhebben voor zeldzame boeken. En nu haalt Gingerich er af en toe een gestolen De Revolutionibis uit, maar je moet er niet aan denken wat er nog meer aan gestolen boeken wordt verhandeld, waarvan de diefstal door de betreffende bibliotheek nog niet eens is opgemerkt omdat het boeken zijn die misschien eens in de paar jaar door een lezer worden opgevraagd...

Gingerich beschrijft ook de wording van zijn census van alle door hem bekeken exemplaren. Mooi is dat hij bekent dat die census niet compleet is. Sinds de publicatie daarvan heeft hij nog enkele exemplaren van De Revolutionibus getraceerd, onder meer door te kijken in catalogi die hij eerder over het hoofd zag. Bovendien is onbekend hoeveel exemplaren nog onontdekt zijn - bijvoorbeeld bij particulieren of in gesloten museumcollecties ofzo. Dat weerhoudt uitgeverij Brill niet om de census aan te kondigen met de woorden "The Annotated Census lists and describes - on the basis of direct examination - all of the 560 located copies of the first and second editions of Copernicus' De revolutionibus orbium coelestium that survive". Ondanks deze niet helemaal correcte omschrijving roept dit boek een grote begeerte in mij op na lezing van het andere boek van Gingerich. Zo gaat het natuurlijk altijd: je neemt het enthousiasme van een auteur over en volgt zijn spoor. Jammer genoeg is het boek een beetje te prijzig.

In mijn onwetende periode was ik zelf heel dichtbij één van de exemplaren van De Revolutionibis. In de Librije in Zutphen, waar ik een paar maanden geleden was, bevindt zich één van de vijf exemplaren in Nederland van de eerste druk. Ter vergelijking: België heeft er vier en Duitsland 46. Overigens bezitten zowel Mexico als de Filippijnen een eerste druk en Japan zelfs zes. Hoe dan ook, ik schreef al dat de boeken in Zutphen verboden aan te raken waren, maar de Copernicus ligt natuurlijk helemaal achter slot en grendel. Jammer genoeg wordt het Zutphense exemplaar niet separaat in The book nobody read beschreven, kennelijk was het niet van een bijzondere eigenaar en bevatte het geen bijzondere aantekeningen. Maar de Librije is te feliciteren met dit prachtige bezit!

Voor wie verder wil lezen: hier een interview met Gingerich. En hier een fraai artikel over Gingerich en zijn zoektocht, met mooie foto's uit verschillende exemplaren van De Revolutionibus. Het boek van Gingerich verscheen in het Nederlands bij uitgeverij Ambo, zie hier een Nederlandstalige recensie.

29 oktober, 2006

110 - Nog een keer De Slegte

Al eerder schreef ik over de berichten dat het niet zo goed ging met De Slegte, naar aanleiding van een paginagroot artikel in de Volkskrant. Ik blijk niet de enige te zijn geweest, want ik zag wederom in de Volkskrant een brief van een telg van De Slegte: de op Tenerife wonende Jeanne Mary.
Ik citeer de brief:

"Naar aanleiding van het artikel over boekhandel de Slegte (Vervolg, 16 september) zou ik graag het volgende willen opmerken.
Mijn in 1944 overleden grootvader J. de Slegte was lantaarnopsteker en handelde in oude boeken en prenten. Mijn vader, J.C.G. de Slegte (1899-1961) ging inderdaad met een handkar met tweedehandsboeken naar de markt, echter niet als 8-jarige schooljongen in 1907 maar als 11-jarige in 1910.
Hij wilde graag zelfstandig handelen en opende in 1920 zijn eerste winkel. Het 100-jarig bestaan zal dus echt tot 2020 moeten wachten, in tegenstelling tot wat in het artikel staat. Hij was de eerste die op het idee kwam uitgeversrestanten op te kopen. Dat bleek een succesformule te zijn en wat in de loop der jaren leidde tot het openen van meerdere winkels.
Hij was er trots op omdat hij zelf de gehele verantwoording droeg en de zaken niet onderbracht in een NV of BV.
Ook in dezen blijkt de oude stelregel van toepassing te zijn: de vader richt een bedrijf op door keihard te werken. De zoon plukt de vruchten ervan en de kleinzoon brengt jammer genoeg het bedrijf in de problemen.
Ik had het liever anders gezien.
Tenerife, Jeanne Mary de Slegte"

Tja, kleinzoons en bedrijven, het is een combinatie die vaker mislukt, zoals uit dit artikel blijkt, of uit deze bijdrage. Het kan ook anders: de kleinzoon van de oprichter van het automerk Borgward probeert bijvoorbeeld het merk nieuw leven in te blazen.
Uitgevers hebben ook wel eens kinderen die de uitgeverij voortzetten, meest bekend zijn natuurlijk vader en zoon Van Oorschot (beide op de fondslijst van de eigen uitgeverij, Wouter met één boek, Geert met twee) maar een ander voorbeeld is Waanders. Het lijken succesvolle opvolgingen te zijn.
En het thema komt ook vaak in romans voor, zoals in "Armoede" van Ina Boudier-Bakker, de zeer controversiële roman "Danslessen" van Pieter Waterdrinker, "Afzondering" van Chang-rae Lee en natuurlijk "De Buddenbrooks" van Thomas Mann - om alleen nog maar de bovenste van een hele hoge stapel te noemen. Kortom, het is een thema dat eindeloos weet te boeien.

Dat het met De Slegte niet goed gaat, dat weten we nu wel. Ik heb in elk geval de afgelopen tijd geprobeerd de balans voor het bedrijf wat positiever te maken. Of de huidige neergang aan de kleinzoon van de oprichter ligt is de vraag, het artikel suggereert het en Jeanne Mary stelt het. Met haar had ik de ontwikkelingen bij De Slegte graag anders gezien. Ik hoop in elk geval niet dat het bedrijf eindigt als het verhaal van één van bovengenoemde romans. Want waar moet die roman vervolgens heen als hij verramsjt wordt?

20 oktober, 2006

109 - Waar is Niemand op heel Vlieland

Dat verzamelaars een afwijking hebben, is zo onderhand wel bekend. Wat die afwijking precies is, laat zich moeilijk omschrijven. Maar het heeft iets te maken met de drang naar compleetheid, naar overzicht, naar controle. Verzamelaars hebben de behoefte aan fysieke nabijheid van datgene waar ze van genieten: het moet er staan en aanraakbaar zijn. Dat geldt voor boeken, maar ook voor postzegels, Swarovski-kristal en legeruniformen. Het is altijd weer de vraag wanneer iets een verzamelobject wordt of niet. Hoewel: uiteindelijk is álles een verzamelobject, alleen worden sommige zaken intensiever verzameld dan andere. Er zijn gewoonweg minder verzamelaars van glazen ogen en navelpluis (hoe gaat een navelpluisruilbeurs eigenlijk in zijn werk?) dan van boeken bijvoorbeeld. Maar neem nou boeken. Ik vind het fascinerend om te zien hoe eigenlijk in korte tijd de serie Literaire Juweeltjes een verzamelobject is geworden. De Literaire Juweeltjes zijn kleine boekjes van literaire auteurs, waarvan er elke maand één verschijnt, uitsluitend bij Bruna te koop en na die maand niet meer. Dat betekent dat deze boekjes voldoen aan alle eisen waar een goed verzamelobject aan moet voldoen: beperkte verkrijgbaarheid, door veel mensen gewild, in beginsel heel goedkoop maar als je te lang wacht: onvindbaar en dus schaars. In feite gaat het zo ook met boekenweekgeschenken: als je er niet snel genoeg bij bent zijn ze weg, en zie dan nog maar eens je verzameling compleet te krijgen (hoewel dat tegenwoordig met oplages van bijna 800.000 toch ook weer niet zo heel ingewikkeld is). Maar goed, Literaire Juweeltjes dus. Ook ik probeer ze natuurlijk compleet te houden, maar dat vereist toch een zekere discipline. En die discipline is niet altijd makkelijk. Daarom heb ik in februari van dit jaar niet goed opgelet toen van Vonne van der Meer "Niemand op heel Vlieland" verscheen. En tja, een serie die niet compleet is, is geen serie. Wat mij dan fascineert is hoe kennelijk veel meer mensen wakker zijn geworden en aan het verzamelen zijn geslagen. Normaal zijn dergelijke boekjes zonder al te veel kosten op de gebruikelijke sites - eBay, Marktplaats, Antiqbook, Boekwinkeltjes - te verkrijgen. Maar dat geldt nou net niet voor Vonne van der Meer. Zo af en toe verschijnt een exemplaar van Niemand op heel Vlieland ter veiling en in no-time schiet de prijs dan naar 15 euro. Er zijn mensen die per se op de kortst mogelijk termijn de serie compleet willen hebben. Kijk, en dat is mij weer te gortig. De sport is om een exemplaar van Niemand op heel Vlieland te bemachtigen zonder er meer dan een euro voor te betalen. En als rasechte verzamelaar weet ik dat ik op een dag in een willekeurig antiquariaat - of op een boekenmarkt, of tijdens de vrijmarkt op Koninginnedag bij een deken vol spulletjes - zal staan en dan ligt het boekje gewoon voor me klaar. Waarom dan nu al 15 euro betalen, als ik tot die tijd bovendien veel meer plezier kan hebben van het zoeken? Maar ik moet wel scherp blijven, want op 1 november verschijnt "De brief" van Cees Nooteboom en op 1 december "Heblust" van Ronald Giphart. En dan zijn er precies 12 verschenen: het hele jaar rond. 12 Juweeltjes, waarvan ik er dan 11 heb. Mocht iemand trouwens nu al een exemplaar van Niemand op heel Vlieland over hebben: voel je niet bezwaard om mijn zoektocht te verkorten. 

26 september, 2006

108 - De Slegte verramsjt

In de Volkskrant van 16 september 2006 stond een paginagroot artikel over de problemen bij De Slegte. Het artikel bevestigt wat iedereen wel kon vermoeden: het gaat niet goed met De Slegte.
En dat is een conclusie die de ware sneuper in zijn hart raakt. Want De Slegte is een baken in het bestaan van de boekenzoeker. Het is een verplichte tussenstop bij elk bezoek aan een stad die een vesitiging rijk is. En het belangrijkste is: De Slegte stelt je nooit teleur; het is onmogelijk dat je er met lege handen weggaat. Want als je al niet vindt wat je daadwerkelijk zoekt, dan ben je in je zoektocht al op zoveel ander moois gestuit, dat je desondanks zwaarbeladen, materieel verarmd maar geestlijk verrijkt, huiswaarts keert.
Ik herken veel in het artikel. Zoals de opmerkingen van schrijver Kees ’t Hart, die ook nooit een filiaal verlaat zonder aankoop. Of van journalist Ewoud Sanders, die bekent dat hij wekelijks boeken via Internet koopt, maar slechts zelden binnenloopt bij De Slegte. Of van Bert Wagendorp, de auteur van het Volkskrantartikel, die schrijft: “de afdeling tweedehands van een goede De Slegte is een magisch privétheater waar de tijd is stilgezet. (…) Langvergeten hypes sudderen in het halfduister. (…) De Slegte is de oerhollandse versie van Carlos Ruiz Zafóns ‘kerkhof van vergeten boeken’ uit De schaduw van de wind”. Wie van boeken houdt heeft sympathie voor De Slegte, heeft de winkel lief maar ergert zich ook: aan de chaos, aan de hoeveelheid boeken (en dus de onoverzichtelijkheid), aan de onmogelijkheid via internet bij De Slegte te zoeken. Het is mij meer dan eens gebeurd dat ik via internet een boek kocht en het vervolgens ook bij De Slegte zag staan, meestal voor minder. En dat is toch een gemiste kans.

Informatief was het artikel ook. Volgend jaar bestaat De Slegte een eeuw, want in 1907 begon de lantaarnopsteker Jan de Slegte een handel in tweedehandsboeken met een boekenkar. Zouden ze het jubileum ondanks de moeilijkheden waardig vieren, met een mooie ramsjuitgave bijvoorbeeld? Het blijkt dat er nog steeds een de Slegte aan het hoofd staat van het bedrijf, een achterkleinzoon van Jan. En ik lees over hoop, namelijk dat de vooraad tweedehands boeken inderdaad binnenkort digitaal te doorzoeken is. Als De Slegte het slim aanpaakt, met de voorraad die er is, worden ze een geduchte concurrent van Antiqbook, boekwinkeltjes of Addall. Er schijnt een samenwerking met Marktplaats geprobeerd te worden, alleen lees ik hier dat de systemen het niet toelaten... De huidige website van De Slegte is dan ook een ramp, totaal onbruikbaar voor de ware verzamelaar, waarbij de andere genoemde sites uitblinken door bruikbaarheid: twee klikken en je hebt het boek waar je al jaren naar zocht.
Er blijven gelukkig nog achttien De Slegtes over in Nederland, en negen in België. Ik durf niet te schatten hoeveel van mijn boeken ik aan De Slegte heb te danken, maar het zijn er veel. Dat wil zeggen: te weinig. Want het is daar een paleis vol schatten. Van veel boeken heb ik bij De Slegte eerste een latere druk gekocht en vervolgens een eerste, omdat ik ontdekte dat ik het belangrijk vond een oorspronkelijke versie van bepaalde boeken te bezitten. Ik heb mij staan vergapen bij de kasten waar achter de glazen deurtjes de echt kostbare literaire werken stonden.
Ik heb voor menige verjaardag vers verramsjte kook- en tuinboeken bij De Slegte gekocht en daar mensen blij mee gemaakt. Ik heb echter ook - net als Kees ’t Hart vertelt over Clarel van Herman Melville - te vaak een boek laten staan omdat ik nog “even moest nadenken”. Om vervolgens, nadat ik zoals altijd had besloten het tóch te kopen, te moeten constateren dat het boek verkocht was.

Het zou interessant zijn te turven in welke filialen van De Slegte ik ben geweest. Uit mijn hoofd: Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Maastricht, Rotterdam, Arnhem en Leiden. Dat betekent dat ik er nog een paar heb te gaan. In de Belgische filialen ben ik überhaupt nog nooit geweest.

Ik vertrouw erop dat ik in de komende jaren nog talloze parels uit de boekenzee weet op te vissen. Tot het moment dat al mijn boeken – onvermijdelijk – ook weer bij De Slegte terechtkomen. De filiaalchef Utrecht vertelt daarover: “Dan pak je wel een stuk van iemands leven. Dat blijf ik moeilijk vinden”. Ik heb al eerder geschreven over de het feit dat wij verzamelaars profiteren van de teloorgang van de verzameling van anderen. Dat is iets waar ik maar liever niet bij stiltsta, maar Bert Wagendorp heeft natuurlijk wel gelijk als hij De Slegte kenmerkt als “een lange boulevard van gebroken dromen, van hoop en illusies en eindigheid. Zoveel boeken, zoveel getuigen van vergeefsheid en vergankelijkheid.”